
7 minute read
Geloofspunten – Deel 22
t ravel vi ew/ S h u t t e r s toc k. com
Weten wat je gelooft
Advertisement
Adventisten hebben 28 geloofspunten afgesproken waar ze samen voor staan. Sommige geloofspunten komen regelmatig aan de orde in de kerk, andere wat minder. Advent bespreekt elke keer een paar geloofspunten. Zodat ze ons weer helder voor de geest staan. En zodat we weten wat we geloven. Dit keer geloofspunt 26: Dood en opstanding.
donatas1205/Shutterstock.com
Het loon van de zonde is de dood. Maar God, die alleen onsterfelijk is, zal aan de verlosten eeuwig leven verlenen. Tot die dag is de dood voor alle mensen een toestand van onbewustzijn. Wanneer
Christus, die ons leven is, verschijnt, zullen de opgestane en de dan nog levende rechtvaardigen verheerlijkt en opgenomen worden om hun Heer te ontmoeten. De tweede opstanding, die van de onrechtvaardigen, zal duizend jaar later plaatsvinden. (Job 19:2527; Psalm 146:3-4; Prediker 9:5-6,10;
Daniël 12:2,13; Jesaja 25:8; Johannes 5:28-29; 11:11-14; Romeinen 6:23; 1 Korintiërs 15:51-54; Kolossenzen 3:4; 1 Tessalonicenzen 4:13-17; 1 Timoteüs 6:15-16; Openbaring 20:1-10.)
Tekst/Thijs de Reus
Wat vooraf ging
In deze serie over de fundamentele geloofspunten gaan we nu in op gebeurtenissen rondom de tweede komst van Christus. De Bijbel is de geïnspireerde bron die ons laat zien dat er door de zonde afstand is ontstaan tussen God en mens. We zijn ook ingegaan op het verlossingsplan en op de rol die de gemeente speelt in het leven van de mens. In de Adventkerk beschrijven we het verlossingsplan in samenhang met de heiligdomsdienst. Als Christus klaar is met zijn taak als Hogepriester keert Hij terug. Dat was het laatste thema en dit keer verdiepen we ons in wat er gebeurt bij zijn terugkeer.
Delen met Christus
Er zijn de nodige Bijbelteksten waarin de woorden dood en opstanding voorkomen. Meestal gaat het dan om de ‘opstanding uit de dood’. Er zijn maar twee teksten waarin dan ook het woord ‘delen’ voorkomt. Deze Advent gaat over delen en daarom wijzen we daar in dit artikel ook op. Het raakt namelijk de kern van ons geloof en onze hoop. De hoop waar het christelijk geloof op is gebaseerd, is de belofte van Jezus dat Hij terugkeert en dat Hij de mensen die Hem trouw zijn geweest zal opwekken. Paulus zegt dat wij zullen ‘delen’ in de opstanding van Jezus (Romeinen 6:5). Daaraan is deze voorwaarde verbonden: ‘als wij [ook] delen in zijn dood’. Zijn wij bereid dagelijks te delen in het lijden van Christus (Filippenzen 3:10)? Delen in zijn opstanding betekent delen in zijn dood en dat
DEEL 22/GELOOFSPUNTEN
doen we op symbolische wijze in de doop door onze oude mens te begraven. We delen echter ook in zijn lijden als wij net als Hij worden belaagd omdat wij in navolging van Jezus de liefde uitdragen.
Opstaan omdat Christus is opgestaan
De dood is gekomen door één mens. Zo komt ook de opstanding door één mens (1 Korintiërs 15:21). Dat is de belangrijkste boodschap van de apostel: ‘Christus is voor onze zonden gestorven, zoals in de Schriften staat, en Hij is begraven en op de derde dag opgewekt, zoals in de Schriften staat’ (1 Korintiërs 15:1-4). Als dat niet zo was, dan hebben we geen hoop en geen boodschap die we met anderen kunnen delen (vers 14). Paulus laat ons niet in onzekerheid over die opstanding. Die zekerheid is gebaseerd op ooggetuigenverslagen (vers 5-9) en dat leidt tot deze conclusie: ‘Christus is werkelijk uit de dood opgewekt’ (vers 20).
En dan … na de opstanding?
Die opstanding is heel belangrijk, maar ons vergankelijke lichaam wordt in een ondeelbaar ogenblik veranderd (1 Korintiërs 15:51-54) en de tijd na de opstanding duurt een eeuwigheid. Hoe stellen we ons dat voor? Na die opstanding hoeven we ons 1000 jaar lang ook niet te vervelen, want dan krijgen we inzage in Gods oordeel. Er wordt recht gedaan aan hen die onthoofd werden en die geen merkteken op hun voorhoofd of hun hand hebben ontvangen (Openbaring 20:4). Iedereen wordt beoordeeld (vers 13). Wat er daarna gebeurt kun je niet op maar één manier beschrijven. Jezus belooft dat we gaan wonen in het huis van de Vader (Johannes 14:1-3). In Openbaring zegt Johannes dat we gaan wonen in een grote kubusvormige stad (21:9-22:5)! Die stad is echter tegelijkertijd ook een bruid (21:2) en haar man is ook het Lam (21:9). De verschillende beschrijvingen tuimelen over elkaar heen. Wat al die beelden gemeen hebben, is dat ze duiden op verbondenheid tussen de mens en God. Dat geldt ook voor die kubusvormige stad. In het Oude Testament heeft het heilige der heiligen de vorm van een kubus (1 Koningen 6:19-20). Wij gaan dus daar wonen waar God woont en dat is inderdaad het huis van de Vader. Deze stad heeft geen heiligdom. God en het Lam zelf zijn de tempel. Wij wonen dan in Gods tempel in de nauwst mogelijke verbondenheid met God. Dat is de essentie van wat er voor ons ligt na de opstanding.
MEER WETEN?
Wilt u meer weten over de geloofspunten? ‘Wij Geloven’ is een eenduidige studiegids over het geloofsgoed van de zevendedagsadventisten. Een degelijke, maar vooral actuele omschrijving van de geloofsprincipes die ook in een westerse beleving toepasbaar zijn. Te koop bij het servicecentrum (www.adventist.nl) voor slechts €8,95.
Leven in een tuin

In die tempel aanbidden wij God, dag en nacht (Openbaring 7:15). Is dat het enige wat we doen? Om dat goed in perspectief te krijgen is het belangrijk te beseffen dat de Bijbel eindigt zoals zij is begonnen. God wandelde in de tuin van Eden (Genesis 3:8). Na die zes scheppingsdagen schiep God ook iets op de afsluitende zevende dag. Toen schiep God het mooiste en het belangrijkste wat je je maar kunt voorstellen: Hij schiep een band van liefde met de mens. Eden was het eerste heiligdom. Heel veel van de woorden die deze tuin beschrijven komen weer terug in de beschrijving van het heiligdom. De geschiedenis van de mens samen met God begint in Genesis op een plek waar God wordt aanbeden en daar eindigt de Bijbel ook. God schept eerst het licht, en een paar dagen later zon, maan en sterren. Hijzelf is het licht en dat is Hij ook in het Nieuwe Jeruzalem. Daar stroomt ook een rivier en er staat ook een levensboom, net als in de tuin van Eden. In Eden is net als in het Nieuwe Jeruzalem de opdracht om God te aanbidden. Man en vrouw zijn in Eden als bruid en bruidegom en de hemelse stad is ook een bruid die naar haar bruidegom toegaat. Eden heeft geen heiligdom maar het is een heiligdom net als het Nieuwe Jeruzalem. Daar kunnen we zonder hindernissen samenzijn met God.
Is dat geen geweldige plek om te gaan wonen en werken? Dan is het weer net zoals in het begin toen de mens de opdracht kreeg het beheer te voeren over de schepping (Genesis 1:28).
Thijs de Reus is emeritus predikant en woont in Emmen.

Dood en Opstanding
218 Les
219 EN WANNEER DIT VERGANKELIJKE LICHAAM is bekleed met het onvergankelijke, dit sterfelijke met het onsterfelijke, zal wat geschreven staat in vervulling gaan: ‘De dood is opgeslokt en overwonnen. Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?’ (1 Korintiërs 15:54, 55). De vakantietijd voor Eileen en Jay was snel voorbijgegaan. Kort voordat het tijd was om naar het vliegveld te gaan, zei de schoonzuster van Eileen, Edna: ‘Kom alsjeblieft met me mee naar de slaapkamer.’ Ze stonden samen naast het bed en zij sprak langzaam. ‘Ik heb sinds een tijdje een vreemd gevoel in mijn hoofd. Ik kan het niet verklaren, maar ik weet dat er iets niet in orde is. Voordat je vertrekt wil ik graag dat je bidt en God vraagt of Hij bij ons gezin en onze kinderen wil zijn en dat ik klaar zal zijn voor wat er maar gaat komen.’ Ze knielden samen neer en legden de toekomst in de handen van God. Eileen vergat nooit dat laatste afscheid op het vliegveld, waarvandaan zij naar Singapore vertrokken, zo’n 7500 kilometer verwijderd. Op een avond, minder dan twee maanden later, opende zij een brief van haar broer die als volgt begon: ‘Zus, dit is waarschijnlijkst de verdrietigste brief die je ooit van mij ontvangen hebt, maar er is ook veel om dankbaar voor te zijn. De artsen hebben zojuist een enorm kankergezwel achter Edna’s rechteroor ontdekt en ook nog een hele serie kleine tumoren die verspreid zijn in de hersenen. Op dit moment is zij al helemaal blind aan haar linkeroog en het zicht in het rechteroog wisselt sterk. Het wordt moeilijker voor haar om adem te halen. De artsen kunnen niets voor haar doen en geven haar niet meer dan een maand te leven. Maar God is zo genadig. Hij lijkt haar in zijn armen te dragen. Zij begrijpt hoe ernstig haar situatie is, maar vindt haar rust bij Jezus in de wetenschap dat tussen haar en God alles goed is. We weten dat wanneer zij in haar uiteindelijke coma raakt, de eerste stem die zij weer zal horen van haar Heer is die haar roept. Daar zijn we eeuwig dankbaar voor.’ Toen de tranen Eileens ogen niet langer vertroebelden, ging zij naar buiten en keek omhoog in de tropische nacht, vol met sterren. De woorden van Jezus stemden haar hoopvol: ‘Ik ben de stralende morgenster. Ik kom spoedig.’