11 minute read

Interview met proponenten

INTERVIEW/PROPONENTEN

/ S h u t t e r s t o c k . c o m K r a k e n i m a g e s . c o m

Advertisement

Nieuwe gezichten op de kansel

Aan de hand van een aantal vragen stellen we een paar proponent predikanten aan u voor.

Tekst/Irene van Valen

De vragen die wij stelden waren:

Wie ben je: naam, leeftijd, afkomst, gezinssituatie, hoelang woon je in Nederland? Waarom werd je predikant? Wat verwacht je voor de toekomst als predikant? Wie is je grote voorbeeld? Wat doe je ter ontspanning? Waar ben je bang voor?

Maak kennis met: Choni Miguel en Riemer Renato Postma.

Choni op de campus van Newbold College.

Choni Miguel C honi is 36 jaar en komt oorspronkelijk uit Aruba. ‘Ik woon nu 18 jaren in Nederland. Ik ben elf jaar getrouwd en we hebben twee kinderen; een zoon van vier en een meisje van één.’

Choni voelde zich geroepen om predikant te worden tijdens een succesvolle evangelisatiecampagne voor jongeren waar hij medewerker was. ‘Mijn overtuiging dat God mij roept wordt regelmatig bevestigd door gemeenteleden, predikanten, docenten en andere werknemers aan Newbold College.’ Als predikant verwacht Choni plezier en voldoening in Christus te mogen ervaren door zichzelf in te zetten voor de persoonlijke en spirituele ontwikkeling van anderen. ‘De weg vooruit zal niet gemakkelijk zijn maar in Christus is alles mogelijk,’ is zijn overtuiging.

‘Mijn moeder is mijn grote voorbeeld. Zij leerde me zelfstandig te zijn, voor mezelf op te komen, mijn eigenwaarde niet makkelijk te laten beïnvloeden door mijn omgeving en om eigen verantwoordelijkheid te nemen voor mijn keuzes.’ Choni’s moeder door-

Choni in de voortuin van Newbold College met een bloem voor zijn vrouw.

leefde moeilijke omstandigheden als alleenstaande moeder van negen kinderen. Choni’s respect voor de kracht en waarde van

Riemer Renato Postma R iemer is 35 jaar en geboren in Heemskerk. Hij is getrouwd met de Braziliaanse Cristina. Zij hebben drie kinderen en wonen sinds 2019 in Nederland.

Daarvoor woonden zij vier jaar in

Brazilië en vijf jaar in Venezuela.

In Venezuela behaalde Riemer zijn

B.A. in theologie en momenteel volgt hij zijn M.A. in systematische theologie op Newbold College.

‘Ik werd predikant omdat God mij daartoe riep. Ik besefte dat veel mensen God niet kennen en wil daarin een getuige zijn. Ik heb geen verwachtingen voor

Riemer en Christina.

PROPONENTEN/INTERVIEW

vrouwen is het gevolg van hoe hij zijn moeder ziet.

Ter ontspanning bekijkt Choni vaak foto’s van zijn gezin. Ik hou ervan om herinneringen te herbeleven, zoals de ontwikkeling van onze kinderen en activiteiten en vakanties die we samen beleefden.

Ik ben niet opgegroeid in de kerk. Ik weet wat ik allemaal opgaf en achterliet om Jezus te volgen. God gaf mij niet alleen een nieuw perspectief op het leven, maar ook een getuigenis om te delen. Eens was het mijn missie om het bouwbedrijf van mijn aardse vader marktleider te maken op Aruba. Nu ik een kind van God ben, is het

de toekomst. Wel hoop ik een aanwinst en zegen te zijn voor de Nederlandse kerk; als een instrument in Gods handen.’

Riemer bewondert verschillende mensen, waaronder ds. Andy Espinoza. Hij was leraar tijdens Riemers opleiding in Venezuela en inspireerde zijn studenten om ‘denkende predikanten’ te worden door kritisch te zijn, door te vragen, maar ook tolerant en respectvol te zijn. Hij is een echte missionaris en studeerde en werkte in verschillende landen. Nu werkt hij in Dubai. ‘Hij is voor mij een bijzondere leraar, predikant, persoonlijkheid en vriend.’

Riemer vertrouwt op God en is niet bang. God leidde het gezin in de afgelopen jaren en was duidelijk aanwezig tijdens Riemers studie in Venezuela. Het land kampt met de hoogste inflatie ter wereld. Dat verlamt het land en leidt tot voedseltekorten, wat weer leidt tot geweldstoename. Honger, gevaar en angst leidden ertoe dat het gezin zich soms afvroeg wat ze daar nog deden. Door zijn Woord, vrienden en leraren zei God: ‘Blijf, al is het op sommige momenten bijzonder zwaar.’ God gaf het gezin kracht, Autovakantie Kroatië 2019. Familiefoto voor de Ossiacher See in Oostenrijk.

mijn missie om zaadjes van het Koninkrijk van mijn hemelse Vader te planten in het hart van iedereen waarmee ik in aanraking kom.

moed en doorzettingsvermogen om vol te houden. Uiteindelijk ontbrak het hun aan niets. Zij hielden vol.

‘Wij hopen onder Gods leiding een goed werk te verrichten tot eer en opbouw van zijn Naam.’

Riemer en Christina

Riemer, Christina en hun kinderen.

Ontmoeting met een slang in Brazilië.

GELOOFSPUNTEN/DEEL 19

t t e r s t o c k . c o m u d a g u i m a g e r y / S h

Weten wat je gelooft

Adventisten hebben 28 geloofspunten afgesproken waar ze samen voor staan. Sommige geloofspunten komen regelmatig aan de orde in de kerk, andere wat minder. Advent bespreekt elke keer een paar geloofspunten. Zodat ze ons weer helder voor de geest staan. En zodat we weten wat we geloven. Dit keer geloofspunt 22: het gedrag van de christen.

donatas1205/Shutterstock.com

Wij zijn geroepen om een gemeenschap te zijn die, zowel persoonlijk als maatschappelijk, denkt, voelt en handelt in overeenstemming met de bijbelse beginselen.

Om de heilige Geest de gelegenheid te geven in ons het karakter van de

Heer te herscheppen, wensen wij alleen betrokken te zijn bij die dingen die een christelijke reinheid, gezondheid en vreugde in ons leven tot stand brengen. Dit wil zeggen dat ontspanning en vrijetijdsbesteding moeten voldoen aan de hoogste normen van christelijke smaak en schoonheid.

In culturele verscheidenheid hoort Tekst/Thijs de Reus

onze kleding eenvoudig, bescheiden en netjes te zijn, zoals het past bij mensen van wie schoonheid niet bestaat uit uiterlijke versierselen, maar uit een zachtaardige en stille geest die niet kan vergaan. Omdat ons lichaam een tempel is van de heilige Geest, horen wij daar op een verstandige manier mee om te gaan. Naast voldoende lichaamsbeweging en rust, horen wij zo gezond mogelijk te eten en geen onrein voedsel, zoals in de Bijbel is aangegeven, te eten. Omdat alcoholische dranken, tabak en het onverantwoordelijk gebruik van medicijnen en verdovende middelen schadelijk zijn voor het lichaam, behoren wij ons ook daarvan te onthouden. In plaats daarvan moeten wij bezig zijn met al die dingen die onze gedachten en ons lichaam brengen onder het gezag van Christus, die het beste met ons voorheeft. (Genesis 7:2; Exodus 20:15; Leviticus 11:1–47; Psalm 106:3; Romeinen 12:1-2; 1 Korintiërs 6:19-20; 10:31; 2 Korintiërs 6:14–7:1; 10:5; Efeziërs 5:1–21; Filippenzen 2:4; 4:8; 1 Timoteüs 2:9-10; Titus 2:11-12; 1 Petrus 3:1–4; 1 Johannes 2:6; 3 Johannes 2.)

Wat voorafging

Wat is rentmeesterschap en hoe gaan we om met huwelijk en gezin en met de sabbat. Dat waren de laatste thema’s die aan de orde kwamen in het deel van de geloofspunten dat gaat om de praktische invulling van het leven en waar

Gods wet richting aan geeft. Dat volgde op wat de gemeente de gelovigen aanbiedt, zoals doop, avondmaal en geestelijke gaven.

Dat was het vervolg op het grote perspectief waarmee we deze serie begonnen: vragen naar het wezen van God en de mens, hoe het komt dat God en mens van elkaar zijn vervreemd en hoe God de band met de mens herstelt. Dit keer gaan we in op de vraag hoe een christen leeft en zich gedraagt.

Een breed onderwerp

Dit onderwerp beslaat een groot scala aan onderwerpen. Dat is onvermijdelijk als het gaat over het gedrag van de christen. Romeinen 12:1-2 vat dat zo samen: ‘Stel uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst, want dat is de ware eredienst voor u. U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en hem welgevallig is.’

Leef zodat het een eredienst is. Bij dat woord denken we aan de wekelijkse sabbatsdienst. We komen samen om Gods naam te eren. Het is Gods wens dat wij elk moment van iedere dag zo leven als wat we gepast vinden voor een eredienst. We moeten onszelf bij alles wat we doen afvragen of we dat ook op sabbatmorgen in de eredienst zouden doen. Dat is niet op alles toe te passen, want er zijn dingen die goed zijn en die we toch niet op sabbatmorgen zouden doen. Toch is het goed als we aldoor weer de vraag stellen: zou ik dit of dat ook zeggen op sabbatmorgen in de tegenwoordigheid van God?

Onze tempel

Het idee dat we doorlopend zouden moeten beseffen dat God heel dichtbij ons is, past goed bij die andere tekst die we zo goed kennen: ‘Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de

MEER WETEN?

Wilt u meer weten over de geloofspunten? Het bekende boek van dr. Reinder Bruinsma Wat zevendedags-adventisten geloven is in een nieuw jasje gestoken. Het boek is volledig in kleur en behandelt de in 2015 herziene geloofspunten. Te koop bij het servicecentrum (www.adventist.nl) voor slechts €5,95.

DEEL 19/GELOOFSPUNTEN

heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God, en weet u niet dat u niet van uzelf bent? U bent gekocht en betaald, dus bewijs God eer met uw lichaam’ (1 Korintiërs 6:19-20).

We passen die tekst met name toe op gezond leven. De intentie van de tekst is veel breder dan het voedsel en het drinken dat we tot ons nemen. De context is veel spiritueler. Je hebt het lichaam niet

/Het grootste en belangrijkste offer dat God van ons vraagt is dat we alles offeren: namelijk ons eigen ik

gekregen om het te hechten aan een hoer. Als in jou de Geest van God woont, dan doe je dat niet. Dan kun je je alleen hechten aan de Heer.

Overspel wordt in de Bijbel niet alleen in de letterlijke zin van het woord verboden. Het heeft met name te maken met het volgen van een andere weg dan de weg die de Here ons wijst. Zo keren we weer terug bij die eerste tekst: ons hele leven is een dienst tot eer van God.

In een tempel wordt geofferd

De tempel, het heiligdom, is de plaats waar God woont te midden van zijn volk. Dat is geruststellend, want zo weten we dat we de zekerheid mogen hebben dat we in

Gods tegenwoordigheid leven.

Dat geeft God ons door middel van die tempel. In die tempel geven we als mens ook iets aan God. Daar brengen mensen namelijk ook offers ter ere van God. Dat vraagt God ook van ons: een leven dat wordt gekenmerkt door de bereidheid tot het brengen van offers. Het grootste en belangrijkste offer dat God van ons vraagt is dat we alles offeren: namelijk ons eigen ik.

Dat is helemaal niet zo vreemd, want God zelf heeft alles opgeofferd voor ons. Dat deed Hij in Jezus Christus toen Hij mens werd. Het gedrag van de christen kan dus alleen maar lijken op het gedrag van Gods vertegenwoordiger op deze aarde: zijn Zoon, Jezus Christus.

Hoe leeft een christen?

118 Geloofspunt

119 WIJ ZIJN GEROEPEN om een gemeenschap te zijn die, zowel persoonlijk als maatschappelijk, denkt, voelt en handelt in overeenstemming met de bijbelse beginselen. Om de heilige Geest de gelegenheid te geven in ons het karakter van de Heer te herscheppen, wensen wij alleen betrokken te zijn bij die dingen die een christelijke reinheid, gezondheid en vreugde in ons leven tot stand brengen. Dit wil zeggen dat ontspanning en vrijetijds besteding moeten voldoen aan de hoogste normen van christelijke smaak en schoonheid. In culturele verscheidenheid hoort onze kleding eenvoudig, bescheiden en netjes te zijn, zoals het past bij mensen van wie schoon heid niet bestaat uit uiterlijke versierselen, maar uit een zachtaardige en stille geest die niet kan vergaan. Omdat ons lichaam een tempel is van de heilige Geest, horen wij daar op een verstandige manier mee om te gaan. Naast voldoende lichaamsbeweging en rust, horen wij zo gezond mogelijk te eten en geen onrein voedsel, zoals in de Bijbel is aangegeven, te eten. Omdat alcoholische dranken, tabak en het onverantwoordelijk gebruik van medicijnen en verdovende middelen schadelijk zijn voor het lichaam, behoren wij ons ook daarvan te onthouden. In plaats daarvan moeten wij bezig zijn met al die dingen die onze gedachten en ons lichaam brengen onder het gezag van Christus, die het beste met ons voorheeft. (Genesis 7:2; Exodus 20:15; Leviticus 11:1–47; Psalm 106:3; Rome 12:1, 2; 1 Korintiërs 6:19, 20; 10:31; 2 Korintiërs 6:14–7:1; 10:5; Efeziërs 5:1–21; Filippenzen 2:4; 4:8; 1 Timoteüs 2:9, 10; Titus 2:11, 12; 1 Petrus 3:1–4; 1 Johannes 2:6; 3 Johannes 2.) Geloof in God en vertrouwen in de Bijbel is niet alleen een zaak van het kennen van leerstellingen, maar heeft vooral gevolgen voor

This article is from: