8 minute read

Advent verwent

ADVENT VERWENT/VEGETARISCHE & VEGANISTISCHE RECEPTEN

Advertisement

Op 5 mei heeft Nederland 75 jaar bevrijding op een manier gevierd die we niet snel zullen vergeten. Honderdduizenden Nederlanders kunnen dit feit pas op 15 augustus van dit jaar gedenken, toen Japan in 1945 capituleerde; het einde van de Tweede Wereldoorlog voor ALLE Nederlanders dus. Hangen jullie de vlag uit op 15 augustus? Bij mij in de straat ben ik de enige. Het lijkt mij toepasselijk om in deze Advent een Indisch recept te beschrijven: Tofu omelet oftewel Tahoe Telor

Tekst en recept zijn dit keer van Erik Macville. U weet wel van de puzzel in Advent.

Dit heeft u nodig ( voor twee personen) half blok zachte tofu, grof geprakt 3 eieren, geklutst 100 g taugé, geblancheerd 1 teentje gesnipperde knoflook 2 gesnipperde sjalotten of een gele ui 3 lente-uitjes in ringetjes gesneden halve komkommer, in kleine blokjes gesneden 1 eetlepel olie/bakboter peper en zout.

Zo maakt u de omelet 1. Verwarm in een koekenpan met antiaanbaklaag de olie of boter samen met de gesnipperde knoflook. 2. Doe de tofu vermengd met de eieren in de pan samen met de komkommer en ui, met daar bovenop de taugé. 3. Zet het gas of de hittebron laag. Met deksel op de pan 5 minuten zacht laten bakken. Draai de omelet om als die stevig genoeg is en laat nog 3 minuten zonder deksel bakken. 4. Laat de omelet op een platte schotel/ bord glijden en strooi de lente-ui erover.

Bereiding van de saus

In een steelpannetje op laag vuur vermengen: 1 eetlepel zoete sojasaus (ketjap manis), kneepje citroensap of theelepel azijn 1 eetlepel water 1 eetlepel pindakorrels of pindakaas Peper, zout en sambal naar smaak Roer alles door tot sausdikte. Serveren met warme gekookte witte rijst.

Eet smakelijk!

We zouden het leuk vinden om recepten van lezers te plaatsen. Heeft u een lekker vegetarisch of veganistisch recept? Stuur het op met foto naar: advent@adventist.nl. Wie weet komt uw recept in de volgende Advent!

GELOOFSPUNTEN/DEEL 18

v e t r e / S h u t t e r s t o c k . c o m Weten wat je gelooft

Adventisten hebben 28 geloofspunten afgesproken waar ze samen voor staan. Sommige geloofspunten komen regelmatig aan de orde in de kerk, andere wat minder. Advent bespreekt elke keer een paar geloofspunten. Zodat ze ons weer helder voor de geest staan. En zodat we weten wat we geloven. Dit keer geloofspunt 21: Rentmeesterschap.

donatas1205/Shutterstock.com

Wij zijn Gods rentmeesters. Van Hem ontvangen wij tijd en mogelijkheden, vaardigheden en bezit, en de zegeningen van de aarde en haar grondstoffen. Wij zijn God verantwoording schuldig voor het juiste gebruik hiervan. Wij erkennen Gods eigendomsrecht door Hem en onze medemensen trouw te dienen. Dat doen wij ook door een tiende terug te geven en gaven te brengen voor de verkondiging van zijn evangelie en voor het welzijn en de groei van zijn kerk. Rentmeesterschap is een voorrecht. God heeft het ons gegeven om ons in liefde op te voeden en ons onze Tekst/Thijs de Reus

egoïsme en hebzucht te laten overwinnen. Rentmeesters verheugen zich over de zegeningen die anderen ontvangen als gevolg van hun trouw. (Genesis 1:26-28; 2:15; 1 Kronieken 29:14; Haggai 1:3-11; Maleachi 3:8-12; Matteüs 23:23; Romeinen 15:26-27; 1 Korintiërs 9:9-14; 2 Korintiërs 8:1-15; 9:7).

Wat voorafging

We stonden de laatste keren stil bij wat God van ons verwacht zoals hoe we omgaan met huwelijk en gezin en de sabbat. Gods wet geeft de richting aan. Daarvoor stonden we stil bij wat we van de kerk mogen verwachten, zoals doop, avondmaal en geestelijke gaven. Dat is de praktische invulling van de relatie tussen God en mens. We begonnen deze serie met het grote perspectief. Dat zijn vragen zoals: ‘Wie is

God?’, Wie is de mens? Hoe zijn God en mens van elkaar vervreemd?

Vandaag gaan we verder met wat christen-zijn inhoudt. Hoe wil God dat we omgaan met wat Hij ons heeft toevertrouwd?

Wat is rentmeesterschap?

Als je het woord rentmeester ontleedt, dan is het iemand die een

‘meester’ is in het beheren van bezit zodat het ‘rente’ opbrengt. Dat is een bijbels beginsel. De mensen die talenten ontvangen, moeten die niet in de grond stoppen, maar er iets mee doen. Hij die vijf talenten kreeg, drijft er handel mee en vermeerdert het bezit van zijn meester. Al breng je het maar naar de bank. Dan brengt het in ieder geval een beetje rente op (Matteüs 25:14-30).

Je moet verstandig omgaan met wat je is toevertrouwd. Kenmerkend voor rentmeesterschap is: het bezit van een ander beheren. Het is duidelijk wat christelijk rentmeesterschap is. Alles wat God ons heeft gegeven goed te beheren.

DEEL 18/GELOOFSPUNTEN

Rentmeesterschap in de praktijk

Het gaat om meer dan geld en bezit. Hoe ga je om met je tijd. Geef je God daar een deel van terug door sabbat te vieren en elke dag tijd te nemen om met God te communiceren? Besteed je tijd aan de verspreiding van het evangelie door woord en daad?

Het gaat ook om hoe je omgaat met geest en lichaam. Ontwikkel goede gewoonten om de gezondheid van je lichaam te bevorderen. Door sabbatviering geven we lichaam en geest rust.

We zorgen ook goed voor onze geest door voor onze relaties te zorgen. Dat doen we door te groeien in trouw, vergevingsgezindheid en door lief te hebben op grond van een principe.

Wat Jezus erover zegt

Natuurlijk gaan we ook in op de

‘klassieke’ invulling van rentmeesterschap. Wat verwacht de Heer van ons op financieel gebied?

Het woord ‘tienden’ komt in het hele Nieuwe Testament nauwelijks voor. Jezus noemt het bij twee gebeurtenissen in relatie tot wat de farizeeën doen. Hij zegt dat ze het geven van tienden niet moeten nalaten, maar dat ze belangrijkere dingen eerst moeten doen.

Ze geven tienden van munt, dille en komijn en gaan zo een stap verder dan nodig. Je geeft tienden over wat de bodem opbrengt: de gewassen op de akkers, de vruchten aan de bomen en van je dieren (Leviticus 27:30,32; Deuterono

MEER WETEN?

Wilt u meer weten over de geloofspunten? Het bekende boek van dr. Reinder Bruinsma Wat zevendedags-adventisten geloven is in een nieuw jasje gestoken. Het boek is volledig in kleur en behandelt de in 2015 herziene geloofspunten. Te koop bij het servicecentrum (www.adventist.nl) voor slechts €5,95.

mium 14:22-23). Tuinkruiden horen daar niet bij. Ze veronachtzamen echter wat in de wet zwaarder weegt: recht, barmhartigheid en trouw (Matteüs 23:23; Lucas 11:42). Dat laatste moet je vooral doen en het andere niet nalaten. In Maleachi staat die bekende tekst over het op de proef stellen van God door het geven van tienden. Een studie van het hele boek maakt duidelijk dat Israël niet van die opdracht is vrijgesteld in het geval van corruptie in de tempel. Je geeft geen tienden aan de tempel, maar aan God! Jezus prijst de arme weduwe ook om haar gave aan de tempel. Daar was in zijn tijd ook genoeg mis mee.

Onder de eerste christenen

In het Nieuwe Testament noemt alleen Hebreeën 7 de tienden. Dat is niet meer dan een vergelijking van priesterschappen: hoe was het vroeger en hoe is het nu? Uit de evangeliën kunnen we afleiden dat Hij meer verlangt dan het nauwkeurig afwegen hoeveel tienden je geeft.

De eerste gemeente volgde het principe dat de persoon die dienstdoet in de tempel daarvan mag leven. Dat geldt ook voor de evangelieverkondiging (1 Korintiërs 9:1-14). De gemeente ging verder dan het geven van tienden. De Macedoniërs gaven meer dan

Paulus verwachtte (2 Korintirs 8:1-15). Uit de beschrijvingen van wat er gebeurde in de eerste gemeente blijkt ook een verregaande mate van gulheid. ‘Ze hadden alles gemeenschappelijk’ (Handelingen 2:44-45). Dat was een keuze en geen verplichting. De fout van Ananias en Saffira was niet dat ze een deel van de opbrengst wilden houden. Dat mocht. Ze hadden iets toegezegd en dat kwamen ze niet na (Handelingen 5:1-11).

Hoe het was vanaf het begin

Hoe men daarmee omging in die eerste gemeente sluit prachtig aan bij hoe het was vanaf het begin.

Het is meer dan berekenen wat je

God ‘schuldig’ bent. Hij geeft ons alles! Hij geeft ons het leven en na de zondeval ook vergiffenis. Kijk opnieuw naar hem die vijf talenten ontvangt. Hij geeft niet alleen de vijf die hij erbij heeft verdiend.

Hij geeft alles terug.

Bij de schepping heeft God de mens aangesteld om te ‘heersen’ over de aarde (Genesis 1:26-27).

Dat moeten we niet opvatten in de trant van ‘ermee doen wat wij willen’. Dat woord komt hier nog een keer voor. De zon ‘heerst’ over de dag en de maan over de nacht (1:16-18). Die doen wat hun door God is opgedragen, namelijk om dag en nacht van elkaar te scheiden. Zo heeft God de mens aangewezen namens Hem deze schepping te beheren. Daarvan is niets uitgezonderd.

Rentmees - terschap

114 Geloofspunt

115 WIJ ZIJN GODS RENTMEESTERS. Van hem ontvangen wij tijd en mo gelijkheden, vaardigheden en bezit, en de zegeningen van de aarde en haar grondstoffen. Wij zijn God verantwoording schuldig voor het juiste gebruik hiervan. Wij erkennen Gods eigendomsrecht door hem en onze medemensen trouw te dienen. Dat doen wij ook door een tiende terug te geven en gaven te brengen voor de verkondiging van zijn evangelie en voor het welzijn en de groei van zijn kerk. Rentmeesterschap is een voorrecht. God heeft het ons gegeven om ons in liefde op te voeden en ons onze egoïsme en hebzucht te laten overwinnen. Rentmeesters verheugen zich over de zegeningen die anderen ontvangen als gevolg van hun trouw. (Genesis 1:26–28; 2:15; 1 Kronieken 29:14; Haggai 1:3–11; Maleachi 3:8–12; Matteüs 23:23; Romeinen 15:26, 27; 1 Korintiërs 9:9–14; 2 Korintiërs 8:1–15; 9:7.) Alles wat wij bezitten hebben wij van God in bruikleen gekregen. Dat is de basis voor wat de Bijbel verstaat onder ‘rentmeester schap’. God is de eigenaar van alles: van de aarde en van alle natuurlijke hulpbronnen. Maar ook van wat wij zelf bezitten en van ons lichaam. En hij is ook degene die ons alle talenten en vaardigheden heeft gegeven waarover wij beschikken. Omdat God de eigenaar is van alles, kunnen we wat we hebben gekregen niet naar eigen inzicht gebruiken. Wij zijn verantwoording schuldig voor wat we doen met wat wij in beheer hebben ontvangen. Het grootste deel van onze materiële bezittingen mogen we voor onszelf gebruiken. Maar om te onderstrepen dat we erkennen

This article is from: