G E B E D S W E E K
Hart voor de
2 0 1 6
Grote Opdracht
G E B E D S W E E K
2 0 1 6
“Iedereen een zendeling”
D
e ‘zendingsopdracht’ is een van de bekendste teksten in de Bijbel. ‘Jezus kwam op hen toe en zei: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door
hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd
G E B E D S W E E K
4 DOEL 5 EERSTE SABBAT 8 ZONDAG 10 MAANDAG 12 DINSDAG 15 WOENSDAG
dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld”’ (Matteüs 28:18-20). Met deze opdracht spoort Jezus zijn volgelingen aan om zendelingen te worden en de wereld voor hem te bereiken. Maar is deze opdracht, die al 2000 jaar geleden gegeven werd, nog steeds relevant in onze tijd? Wat is onze opdracht en wat betekent het om een zendeling te zijn in de wereld van vandaag met al zijn verschillende culturen? Gedurende de week van gebed zullen we ons richten op zending. Iedere dag zal er een ander aspect van dit belangrijke onderwerp aan bod komen. Wat is de missie van God? Hoe kan iedereen een zendeling zijn? We zullen het belang belichten van
14 DONDERDAG
een ontmoeting met Jezus en het samen met hem optrekken in onze zending.
20 VRIJDAG
Overtuigd zijn van wat we geloven en nieuwe gelovigen helpen integreren in de
22 TWEEDE SABBAT
kerk zijn twee andere belangrijke onderwerpen die besproken zullen worden. Ten-
26 LEZING VOOR JONGEREN 28 VOORLEESBIJBEL
Liefde is het fundament van zending; liefde voor God en liefde voor mensen.
slotte willen we ook nog vooruitkijken naar de tijd wanneer de zending voltooid is. U zult geen dag willen missen van deze inspirerende, aanmoedigende en bijbels gefundeerde lezingen. Ik nodig iedereen uit om mee te doen als we biddend deze belangrijke onderwerpen onder de loep nemen. Het maakt niet uit wie u bent, waar u woont of wat u doet. Iedereen wordt uitgenodigd zich in te zetten als zendeling voor Jezus. Mag de Heer ons zegenen als we samenkomen als een wereldwijde kerkfamilie
OP DE VOORPAGINA: Jezus had altijd hart voor zending, of het nu ging om de Samaritaanse vrouw bij de put, Romeinse officieren, belastinginners, of moeders met kinderen.
2
om met elkaar te leren en te bidden tijdens deze week van gebed. Ted N. C. Wilson Voorzitter wereldkerk
B E E L D
O M S L A G :
I N T E L L E C T U A L
R E S E R V E S
L D S
M E D I A
E E N
G RO E T VA N
D E
VO O R Z I T T E R
Jij of de ander?
O
pnieuw een aantal lezingen rondom het thema van getuigen, zending en evangelisatie. Ik zeg opnieuw, omdat we binnen de Adventkerk nogal de neiging hebben om dit onderwerp prominent onder de aandacht te brengen. Ik heb daar dubbele gevoelens bij. Aan de ene kant heeft ons bestaansrecht als kerk alles te maken met de opdracht van Jezus om ‘alle volken tot zijn volgelingen te maken’ (Mattheüs 28:18-20). Deze opdracht van Jezus is onverminderd van kracht. Het zou raar zijn als wij als christenen ons hier van zouden distantiëren. Het is überhaupt de vraag of u christen kunt zijn zonder het verlangen te hebben om Gods goedheid te delen met anderen. Aan de andere kant kan het steeds weer herhalen van dit thema iets ‘opdringerigs’ hebben met als gevolg dat we het naast ons neer leggen. Ja, het is relevant, we geloven erin maar als de toon verplichtend wordt dan geloven we het wel. Moeten we er dan maar het zwijgen toe doen? Nee, dat lijkt me niet verstandig. Wat we wel kunnen doen is, is eerlijk zijn. Zoals onlangs naar voren kwam in het themanummer van Advent: Evangelisatie/kom uit de kerk. Het artikel ‘Getuigen zonder bijbedoelingen’ van Lex van Dijk geeft dit waardevolle advies: ‘wees jezelf, wees menselijk, wees normaal en praat normaal, wees echt en wees goedbedoelend’ (pagina 13, Advent, juni 2016). Ook de praktische bijbelstudies in het derde kwartaal 2016 van Dialoog geven tal van realistische voorbeelden hoe de thematiek van evangelisatie uitgewerkt kan worden. Gezien het belang van dit onderwerp – namelijk dat anderen God leren kennen als het mooiste wat er is – wil ik deze gebedslezingen van harte bij u aanbevelen. Wellicht spreekt de ene lezing u meer aan dan de andere. Dat is niet erg. Zolang we met onszelf, met elkaar en onze Schepper eerlijk in gesprek blijven hoe we liefde in beweging kunnen zijn. Zonder bijbedoelingen, zonder gelijk willen krijgen, zonder ellenlange woordenbrij en geen relevante daden. En aan het einde van de dag kunnen we zo druk zijn – ook binnen de kerk – dat we toch uiteindelijk met onszelf, onze gemeente, ons beleidsplan, ons kerkgebouw zijn bezig geweest. Wellicht de grootste uitdaging is onze bekering binnen de kerk, namelijk gericht zijn op de ander: hij/zij, zijn/haar leefomgeving, zijn/haar persoonlijke ambities en uitdagingen, zijn/haar familie, zijn/haar buurthuis et cetera, et cetera. Jij of de ander? Dát is de vraag! Laten onze gebeden en overdenkingen daarop gericht zijn gedurende deze gebedsweek! Ik wens u daarbij veel inspiratie en zegen van God toe. Wim Altink Voorzitter Nederlandse Adventkerk
3
G E B E D S W E E K
DO E L
Doel van de Gebedsweekgaven
D
e sabbatschoollessen van het derde kwartaal en de lezingen van deze gebedsweek benadrukken hoe wij als kerk en lokale gemeenten betrokken zijn bij Gods zending. In de Nederlandse context houden adventisten zich daar op verschillende manieren mee bezig. Voor het doorgeven van Gods goede nieuws aan onze kinderen zijn we dit jaar aan een spannend en uitdagend project begonnen. Hierbij hebben we uw ondersteuning van harte nodig. We zijn namelijk begonnen met het maken van een nieuwe kinderbijbel voor de leeftijd van 4-6 jaar. Deze kinderbijbel gaat de Voorleesbijbel heten. Op mooie wijze vertelt de schrijfster het verhaal zo dat kinderen het kunnen begrijpen. Bij het voorlezen komt het verhaal helemaal tot leven. Kinderen kunnen het meteen in hun eigen leefwereld plaatsen. Als u al een klein beetje nieuwsgierig bent geworden … in de gebedslezing van dit jaar vindt u een deel van het eerste verhaaltje van deze Voorleesbijbel. Lees het maar door, dan ziet u hoe verfrissend en leuk het eerste verhaaltje is. De schrijfster is in staat geweest de wereld van de Bijbel te verbinden met de wereld van kinderen van 4-6 jaar. Maar met alleen het verhaaltje is de Voorleesbijbel nog niet klaar. Er moeten mooie en passende illustraties bij. Dat is naast het schrijven ook nog een hele opgave. We zoeken daarom mensen die goed kunnen illustreren en bereid zijn om passende tekeningen te maken om het verhaal nog meer tot leven te wekken.
4
Wij willen investeren in onze kinderen, want onze kinderen zijn de kerk van morgen. Uw financiële bijdrage voor de gebedsweek zal voor een deel aan het maken van de Voorleesbijbel worden besteed. Geef daarom van harte voor uw kinderen en kleinkinderen zodat hun harten worden geraakt voor het eeuwig leven. Om voor mensen buiten adventgemeenten Gods licht te laten schijnen, gebruiken we diverse benaderingen voor verschillende doelgroepen. Voor mensen uit culturen die God en de Bijbel al respecteren subsidieert de landelijke kerk de welbekende evangelisatielezingen, waaruit soms tientallen dopelingen tegelijk voortvloeien. Voor deze doelgroep is de herziene uitgave van het boek Wat zevendedags-adventisten geloven bijzonder zinvol. De 28 geloofspunten van de kerk worden daarin systematisch doorgenomen met bijbelse onderbouwing. Voor onze digitale wereld heeft het ESDA-instituut ondertussen een prachtig uitgevoerde internetversie van de Daniëlcursus gepubliceerd en een dito gezondheidscursus (kijk op www. esda-instituut.nl). De Openbaringcursus en de archeologiecursus volgen. Ter vervanging van Er staat geschreven komt er een nieuwe digitale cursus op basis van het boek Het Rijk van God. Daar tegenover staan de weggeefboekjes Een cadeau en Ik heb zo veel stress!, die op een laagdrempelige
manier elementen van het evangelie introduceren aan mensen die geen christelijke achtergrond hebben. Maar, zoals ons deze week wordt voorgehouden, effectieve zending aan deze doelgroep behelst meer dan alleen informatieoverdracht. Mensen zonder God leren hem vooral (er)kennen door de warme gemeenschapszin waarmee zij in aanraking komen wanneer gelovigen groepsgewijs maatschappelijk betrokken zijn. Veel nieuwe gemeenten richten zich op een bepaalde wijk of omgeving en kunnen zich effectief mengen onder de mensen. Sinds de eeuwwisseling zijn er in Nederland 37 adventistische gemeentestichtingsprojecten gestart. Daarvan zijn er 9 afgebroken, 11 zijn er tot nieuwe gemeenten georganiseerd en de overige 17 werken daar naartoe. Wist u dat er in deze church plants in die 15 jaar meer dan een miljoen euro is omgegaan? Dat en al die andere genoemde publicaties en activiteiten waren voor een deel mogelijk door de opbrengsten van de gebedsweekgaven. Op sabbat 12 november krijgt u opnieuw de gelegenheid om deze initiatieven te ondersteunen. Jurriën den Hollander, Departementshoofd Persoonlijke Ontwikkeling Rudy Dingjan, Departementshoofd Gemeentegroei
G E B E D S W E E K
De
Missie van
Door Ted N. C. Wilson
God
H
et ontwerp om zendeling te zijn, is in de hemel ontstaan. Al voordat de zonde de wereld binnenkwam, ontwikkelde de Drieeenheid een plan om de mensheid te redden voor het geval Satan erin zou slagen hen te misleiden. God de Vader zou zijn Zoon op een missie sturen om de in zonden gevallen mensen te redden. Het zou een kostbare missie worden. Immanuel, God is met ons. ‘Christus zou de schuld en de schande van de zonde op zichzelf nemen. De zonde is zo beledigend voor een heilige God dat de Vader en de Zoon erdoor gescheiden moesten worden. Christus zou tot in de diepste diepten van ellende afdalen om het verloren mensenras te redden.’1 Christus, de geliefde van de hemel, verliet de puurheid, vrede en blijdschap van het paradijs om de missie van God te volbrengen aan deze duistere en met zonde gevulde wereld. Zijn zendingstaak was helder: redt de mensheid die verloren is. Vanaf het begin is Gods doel hetzelfde geweest. Door de eeuwen heen heeft hij zendelingen op pad gestuurd om zijn doelen bekend te maken aan de mensen.
Meegaan op Gods zendingsreis
Noach predikte 120 jaar voor onwillige mensen om hen voor te bereiden op de komende vloed (Genesis 6:3; 1 Petrus 3:20; 2 Petrus 2:5). En gedurende die 120 jaar hield Noach zich met al zijn kracht vast aan de beloften van God, terwijl hij bespottingen en beledigingen doorstond van de mensen die hij probeerde te waarschuwen en te bevrijden. God stuurde Abraham op pad met een missie. Hij moest op reis gaan naar een land dat hem door God gewezen
werd en daar een positieve invloed uitoefenen op de Kanaänieten, in de hoop dat deze zich zouden bekeren voordat het te laat was. God gaf hen genadetijd voordat zij vernietigd werden (Genesis 12:1-3; 15:15, 16). Als tiener bevond Jozef zich tegen zijn wil in een vreemd land. Desondanks koos hij ervoor een zendeling te zijn in dienst van God en licht en integriteit te brengen in een heidens huishouden. Ondanks de bijzonder uitdagende omstandigheden waar hij zich in bevond, bleef hij zijn licht laten schijnen aan de gevangenen in een Egyptische gevangenis. Later koos God ervoor om door Jozef een hele natie van de hongerdood te redden door hem als onderkoning over Egypte aan te stellen (Genesis 37:25-28; 39:8, 9, 21-23; 41:37-41). Uitgebreide zendingstraining
Mozes ging door een uitgebreide leerschool voordat hij de leider werd van het volk Israël. Eerst werd hij onderwezen door zijn moeder, die in staat was om ‘hem ontzag voor God bij te brengen en de liefde voor waarheid en recht, en die oprecht bad dat hij beschermd zou mogen worden tegen corrupte invloeden. Zij liet hem de waanzin en zonde zien van overspel en leerde hem al vroeg zich te buigen voor de levende God en hem te aanbidden, omdat alleen hij hem zou kunnen horen en helpen in tijden van nood.’2 In het paleis van farao ontving Mozes een intensieve maatschappelijke en militaire opleiding. Dit gaf hem ook het praktische inzicht om een grote groep mensen uit Egypte en door de woestijn te kunnen leiden (Handelingen 7:22). Maar voor hij er klaar voor was om dit werk te kunnen doen, had Mozes een derde fase van opleiding nodig. Die
E E R S T E S AB BAT
ontving hij in de jaren waarin hij zelf in de woestijn woonde. Ellen White schreef: ‘Hij moest dezelfde geloofslessen leren die ook aan Abraham en Jakob geleerd waren, namelijk niet te vertrouwen op menselijke kracht en wijsheid, maar op de kracht van God voor het volbrengen van zijn beloftes… In de school van zelfverloochening en ontbering diende hij geduld te leren en het beheersen van zijn vurige natuur. Voordat hij een wijs leider kon worden, moest hij leren gehoorzamen.’3 Toen pas was Mozes er klaar voor om als een van de grootste zendelingen in de geschiedenis dienst te doen voor God. Zoeken en redden
Rachab, een vrouw uit Jericho, hielp bij de redding van haar hele familie toen zij haar geloof in de God van Israël en de ontmoeting met de Israëlitische verkenners met hen deelde (Jozua 2:1214; 6:17). Daniël en zijn drie vrienden werden tot zendelingen in het machtige koninkrijk Babylon. Jarenlang bleven zij trouw aan hun overtuigingen en droegen deze ook uit in het paleis van de Babylonische koning. Door hun getuigenis gaf Nebukadnessar zich uiteindelijk over aan de enige ware God. Het getuigenis van de koning is na te lezen in Daniël 4:34-37. Een jong Israëlitisch meisje diende als Gods trouwe zendeling in het huishouden van haar Syrische overheersers. Uiteindelijk leidde dit ertoe dat Naäman, een aanvoerder in het leger van de koning, verklaarde: ‘Ik wist wel dat er behalve in Israël in de hele wereld geen god is’ (2 Koningen 5:15).4 Zelfs Jona, de weigerachtige zendeling, hielp mee om zijn vijanden te redden door het woord van God aan de Ninevieten te verkondigen (Jona 3:4-10).
Gods zending in het Nieuwe Testament
Gods zending in het Nieuwe Testament is dezelfde als die in het Oude Testament, namelijk mensen redden die verloren zijn.
5
G E B E D S W E E K
E E R ST E SABBAT
Jezus is natuurlijk de ultieme zendeling. Hij ‘was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God… Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader’ (Johannes 1:1-14). Hij is degene die Gods missie van liefde en genade in zijn volheid heeft laten zien. Toen hij op aarde was, bood Jezus praktische zendingstrainingen aan zijn discipelen. Ellen White merkt op: ‘Wanneer Jezus zich bekommerde om de grote groepen mensen die zich om hem heen verzamelden, waren zijn discipelen aanwezig, vastbesloten om zijn verzoeken in te willigen en zijn last te verlichten. Zij assisteerden bij het in groepen bijeenbrengen van de mensen, zieken bij Jezus brengen en zich bekommeren om het welzijn van alle aanwezigen. Zij waren steeds op zoek naar geïnteresseerde luisteraars, legden de bijbelwoorden aan hen uit] en zorgden op diverse manieren voor hun geestelijk welzijn. Zij gaven door wat zij van Jezus geleerd hadden en verrijkten hun ervaringen met hem iedere dag.’5 Toen Jezus zijn apostelen er twee aan twee op uit liet gaan (en later de zeventig [zie Lucas 10]), hield hij hen voor dat zij de missie van God konden uitdragen door te preken. Ze moesten zeggen: ‘Het koninkrijk van de hemel is nabij’ (Matteüs 10:7). De volgende opdracht aan de apostelen was: ‘Genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf demonen uit. Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!’ (vers 8). Maar zijn discipelen moesten niet denken dat zij dit allemaal uit eigen kracht konden doen, want de kracht voor deze dingen komt van God. Na de opstanding
Kort nadat Jezus uit de dood was opgestaan kregen de vrouwen die het graf bezochten de speciale opdracht om terug te gaan en tegen zijn leerlingen en Petrus te zeggen: ‘Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd’ (Marcus 16:7).
6
Op dezelfde dag werden twee andere volgelingen van Jezus, Kleopas en zijn vriend, ook zendelingen omdat hun harten in hun binnenste ‘brandden’ toen Jezus hen de woorden van God uitlegde op de weg naar Emmaüs. Zij konden hun blijdschap niet binnen houden en haastten zich terug naar Jeruzalem om de andere leerlingen te vertellen dat Jezus was opgestaan (zie Lucas 24:1335). Vlak voor zijn hemelvaart droeg Jezus zijn discipelen opnieuw op: ‘Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend… En zij gingen op weg om overal het nieuws bekend te maken. De Heer hielp hen daarbij en zette hun verkondiging kracht bij met de tekenen die ermee gepaard gingen’ (Marcus 16:15-20).
Als we aan zendelingen denken, kunnen we ook niet om Filippus heen die erop uit gestuurd werd om aan een Ethiopische hoogwaardigheidsbekleder aan het koninklijk hof een bijbelstudie te geven en hem te dopen (Handelingen 8:26-40). We denken ook aan Stefanus die zo moedig van zijn geloof getuigde voor het Joodse Sanhedrin. Zoals we weten kostte hem dat zijn leven. Zijn martelaarschap zorgde echter later weer voor de komst van één van de grootste zendelingen allertijden: Saulus, die later bekend werd als Paulus (Handelingen 7:58; 9:1-22). Laten we ook Barnabas, Silas, Johannes, Marcus en Timoteüs niet vergeten, die allemaal een belangrijke rol vervulden bij het uitvoeren van Gods zendingsopdracht.
B E E L D :
I N T E L L E C T U A L
R E S E R V E S
L D S
M E D I A
Wat uw leeftijd, nationaliteit of geslacht ook is, God roept u om deel uit te maken van zijn missie. Andere zendelingen
In het indringende boek De grote strijd lezen we hoe God door de geschiedenis heen altijd mensen heeft gevonden die bereid waren om zijn opdracht uit te voeren, zelfs als dat betekende dat zij daarbij hun leven verloren. In 1874 zond het Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten voor het eerst officieel zendelingen uit. John N. Andrews ging met zijn tienerkinderen Mary en Charles naar Bazel in Zwitserland. Helaas was zijn vrouw Angeline twee jaar ervoor overleden. Ook zijn dochter Mary overleed helaas veel te jong doordat zij in 1878 tuberculose opliep. Vijf jaar later overleed ook J.N. Andrews zelf aan tuberculose. Hij was toen nog steeds in Europa en werd in Bazel begraven. Vanaf die tijd zijn duizenden zevendedags-adventisten als zendelingen de wereld doorgegaan. Velen van hen, jong en oud, hebben hun leven gegeven in dienst van God, net zoals J.N. Andrews en zijn dochter Mary. Desondanks is het werk van God altijd verder gegaan en vandaag, mede dankzij de vele mensen die de drang voelden om het evangelie in voor hen vreemde landen te brengen, hebben meer dan 19 miljoen mensen in meer dan 200 landen de waarheid aanvaard zoals die te vinden is in Jezus en zijn toegetreden tot deze door God gezegende beweging.
Gods missie vandaag
In een wereld waar vandaag de dag ruim 7 miljard mensen wonen is er nog steeds heel veel werk te doen als het aankomt op het uitdragen van Gods boodschap. God roept ieder van ons om ons aandeel te leveren. Wat uw leeftijd, nationaliteit of geslacht ook is, God roept u om deel uit te maken van zijn missie. Het kan zijn dat hij u roept om een zendeling te zijn in uw directe omgeving, op school, op uw werk of binnen uw directe invloedssfeer. Waar u zich ook bevindt, God heeft u nodig voor zijn missie om verloren mensen te redden. De dagelijkse omgang met mensen is de makkelijkste manier om te getuigen. De heilige Geest zal u naar de juiste mensen leiden. Deel uw getuigenis op een rustige en natuurlijke manier. Bemoedig de mensen om u heen onder leiding van Gods Geest. Getuigen zou een vreugde moeten zijn en een natuurlijk gevolg van uw relatie met God. Hij zal deuren voor u openen. Iedereen dient deel uit te maken van Gods zending. In het uitdragen van zijn missie is het belangrijk dat wij dicht bij God blijven door bijbelstudie, het lezen van de boeken van de geest der profetie en voortdurend gebed.
1
Ellen G. White, Patriarchen en profeten (Den Haag, Veritas), blz. 37 (hertaald). Idem, blz. 212, 213. 3 Idem, blz. 247. 4 Bijbelteksten zijn genomen uit de Nieuwe Bijbelvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap. Heerenveen: Uitgeverij Jongbloed, 2004. 5 Ellen G. White, Jezus – de wens der eeuwen (Den Haag, Veritas, 1980), blz. 283 (hertaald). 6 Ellen G. White, Testimonies for the Church (Mountain View, Calif.: Pacific Press Pub. Assn., 1948), deel 9, blz. 32, 33. 2
VRAGEN VOOR
Overdenking en
Gesprek:
1
Wat doet uw lokale gemeente als zendingswerk voor de omgeving? En voor het wereldveld?
2
Ziet u zichzelf als zendeling voor uw directe omgeving, zelfs als u als zendeling in een ander land hebt gediend? Zo ja, op welke manier?
3
Vindt u het moeilijk om met anderen over Jezus te spreken? Zo ja, waarom? Is er iets dat u kunt doen om dit te veranderen?
Iedereen een zendeling
Inspiratie maakt ons duidelijk dat ‘wanneer ieder kerklid een actieve zendeling zou zijn, het evangelie spoedig verkondigd was in alle landen, aan alle mensen, volken en talen.’6 Jezus komt spoedig. Houdt zijn banier hoog en deel het goede nieuws op een praktische manier. Wijs de mensen om u heen op de Ene die ons redding heeft gebracht en die beloofd heeft spoedig terug te komen om zijn kinderen thuis te brengen. Werk samen en volbreng zo de missie die ons door God gegeven is in zijn wijsheid en kracht. Door Gods genade, met ieder lid als zendeling, waardoor er een totale betrokkenheid van alle leden ontstaat, kunnen we de komst van Jezus versnellen. n
Ted N. C. Wilson is wereldvoorzitter van het Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten.
7
G E B E D S W E E K
Z ONDAG
O
nderstaand verhaal was een paar jaar geleden in het nieuws. Helaas is het een steeds terugkerend fenomeen. Het verhaal begint om 2 uur ’s nachts met een tochtje naar de winkel om sigaretten te kopen. Niet echt een prettige tijd om onderweg te zijn. Ashley Smith liep in de armen van de veroordeelde verkrachter en moordenaar Brian Nichols. Hij dwong haar terug te gaan naar haar appartement, bond haar vast, legde haar in de badkuip en vertelde haar dat hij haar geen pijn zou doen als ze precies deed wat hij zei.1 Wat zou u zelf doen in dergelijke omstandigheden? Zou u smeken, schreeuwen, bidden? Ashley zag in deze verschrikkelijke situatie een mogelijkheid om te dienen. Zij toonde een vorm van genade die voor ons allen beschikbaar is. Ze sprak met Nichols, maakte ontbijt voor hem, vertelde hem haar verhaal en luisterde naar hem. Ze toonde haar eigen openheid voor genade, liet hem haar eigen wonden zien die God aan het genezen was en ze keerde de situatie helemaal om. Hier was een vrouw die bijzonder veel moeite had om haar eigen leven op de rails te krijgen. Ze kon geen moeder zijn voor haar eigen kind en ging midden in de nacht op zoek naar sigaretten. Ze werd aangevallen door een man die veroordeeld was voor verkrachting en moord. Maar op dat moment gebeurde er iets wonderbaarlijks. Ashley werkte op dat moment nauw samen met God en was zo in staat om Nichols God te laten ervaren. Hij zag in dat, hoewel zijn leven besmeurd was met het bloed en de pijn die hij anderen had aangedaan, het ook voor hem mogelijk was om een andere koers te varen. Hij liet Ashley vrij en diende God terwijl hij in de gevangenis zat. Het leven van Ashley Smith veranderde ook door deze gebeurtenis. Ze was in staat om los te komen van de verslavende middelen die haar leven beheersten. En zij realiseerde zich, doordat zij haar verhaal had gedeeld met Nichols, dat God haar had veranderd en haar leven een doel gaf.2
8
Elke
Door Cheryl Doss
Gelovige een
Zendeling Ontdek hoe God werkt in de wereld en doe met hem mee.
Een levensveranderend gesprek
Op een andere dag, verliet een andere vrouw haar huis om snel een taak te regelen. Het was een vrouw met problemen, vol schaamte en die haar zonde met zich meedroeg. Rond de middag ging ze naar de bron van Jakob. Ze had er op dat moment geen enkel idee van dat zij voor het einde van de dag voor een hele stad een belangrijke zendeling voor Jezus zou zijn. Jezus was die dag op reis van Judea naar Galilea. Hij besloot door Samaria te reizen en stopte bij de bron van Jakob om te rusten. ‘Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: “Geef mij wat te drinken”’ (Johannes 4:7). Het was een simpel verzoek dat leidde tot een levensveranderend gesprek. Tijdens het gesprek wist Jezus de interesse van de vrouw te wekken. Geduldig beantwoordde hij al haar vragen en confronteerde haar op een liefdevolle manier met de keuzes die zij tot dan toe in haar leven gemaakt had. Toen zij er klaar voor was, maakte Jezus haar duidelijk dat hij de Messias was. ‘Jezus zei tegen haar: “Dat ben ik, degene die met u spreekt”… De vrouw liet haar kruik staan, ging terug naar de stad en zei tegen de mensen daar: “Kom mee, er is iemand die alles van mij weet. Zou dat niet de messias zijn?” Toen gingen de mensen de stad uit, naar hem toe’ (vers 26-30).
Vanaf het moment dat de Samaritaanse vrouw de Messias had gevonden, begon ze haar ervaringen met anderen te delen. Haar dringende taak bij de bron was plotseling niet zo dringend meer. De mensen kenden haar gebroken leven. Ze moeten de verandering in haar houding gezien hebben, de genezing van haar schaamte en angst door de ontmoeting met de Redder. En de mensen gingen met haar mee naar Jezus vanwege haar getuigenis (vers 39). Ellen White geeft aan: ‘Deze vrouw laat zien wat een werkelijk geloof in Christus doet. Iedere discipel van Gods koninkrijk is een zendeling.’3 Jezus zei: ‘Ik zend hen naar de wereld, zoals u mij naar de wereld hebt gezonden’ (Johannes 17:18). God roept ons op om het goede nieuws te delen met iedereen die op ons pad komt. Paulus zegt het op deze manier: ‘Ik hecht echter niet de minste waarde aan het behoud van mijn leven, als ik mijn levenstaak maar kan voltooien en de opdracht uitvoeren die ik van de Heer Jezus ontvangen heb: getuigen van het evangelie van Gods genade’ (Handelingen 20:24). We zijn tenslotte allemaal ambassadeurs, zendelingen, die uitgezonden worden om de genade die wij ontvangen met anderen te delen, zegt Paulus (2 Korintiërs 5:19).
God wil alles uit uw eigen leven gebruiken voor zijn zendingsboodschap aan de wereld.
Een boodschap van verzoening
Vanaf het allereerste begin dat God in aanraking kwam met de gebroken mensheid in de tuin van Eden, heeft hij een boodschap van verzoening gegeven aan de wereld. Door de hele bijbelse geschiedenis heen, vraagt God zijn mensen om elke barrière, cultureel, religieus of sociaal, te overwinnen met de boodschap van genade. Hij gebruikte de minst voor de hand liggende mensen als zijn getuigen. Denk aan de liegende Abraham, de ongelovige Sara, de dromende Jozef, de angstige Ester, de moord beramende David, de heetgebakerde Jakobus en Johannes, de twijfelende Tomas, de ontkennende Petrus, de huilende Maria en de vervolgende Paulus. Ze werden veranderd door de boodschap van genade en zetten de wereld op zijn kop voor God. Hun levensverhalen inspireren ons tot op de dag van vandaag. God heeft ons allen, als leden van zijn lichaam, geroepen om met hem samen te werken in zijn missie voor de wereld. Wat een voorrecht is het om met God te mogen samenwerken, om iets te mogen doen dat eeuwigheidswaarde heeft, om een boodschap van verzoening te mogen brengen en mensen voor te bereiden op de spoedige terugkeer van Jezus. Een dergelijke taak vraagt toewijding en doorzettingsvermogen in een wereld die bol staat met allerlei afleidingen, drukke werkzaamheden en egoïsme. En toch heeft God ons allen nodig. Hij wil dat we samenwerken, want ieder van ons bereikt
andere mensen op een manier die bij hem of haar past. In het leven van Brian Nichols bracht God iemand die zeer geschikt was om hem met Gods genade in aanraking te brengen. God wil hetzelfde doen in onze levens als wij bereid zijn ons door hem te laten aanraken en gebruiken. Iedereen kan datgene wat Jezus in zijn of haar leven doet delen met anderen. Heb u gefaald in het leven? Ben u gewond geraakt en heb u rust en genezing gevonden bij Jezus? Hoe heeft God in uw leven gewerkt? Dat is de boodschap die u kunt delen met anderen. Wat zijn uw interesses, uw passies en wat is uw roeping in het leven? God wil alles uit uw eigen leven gebruiken voor zijn zendingsboodschap aan de wereld. God heeft ieder van ons een uniek getuigenis gegeven, een unieke levenservaring en een unieke roeping. Misschien heb u het idee dat uw levensverhaal niet de moeite waard is om te delen, of vind u dat u te weinig onderwijs hebt genoten, dat uw positie of status niets voorstelt. Toch kan God u dan nog steeds gebruiken, want ook uw verhaal is belangrijk. Ik hou van het commentaar dat Ellen White geeft naar aanleiding van het verhaal van de twee bezetenen (Matteüs 8:28-34; zie ook Marcus 5:120): ‘De twee genezen bezetenen waren de eerste zendelingen die Christus erop uitstuurde om het evangelie te brengen in het gebied van de Dekapolis. Deze mannen waren maar kort onder het gehoor van Jezus geweest. Ze hadden nog nooit een preek van Jezus gehoord. Ze konden de mensen niet onderwijzen zoals de discipelen die dagelijks met Jezus optrokken. Maar ze konden wel vertellen over wat zij wel wisten, namelijk datgene wat zij zelf hadden gezien, gehoord en gevoeld van de macht van de Verlosser in hun eigen leven. Dat is wat iedereen kan doen van wie het hart is geraakt door de genade van God. Dit is het getuigenis waar onze Heer om vraagt, voor het behoud van een wereld die verloren is.’4 God stuurt mensen op ons pad die juist wij op de beste manier kunnen die-
nen. Zelfs in de meest ondenkbare situaties en bij de meest onwaarschijnlijke mensen kan God ons mogelijkheden geven om zijn boodschap van genade en verzoening te delen. In normale omstandigheden zouden we hier wellicht aan voorbij gaan. Ashley Smith kan erover meepraten. De zendingsopdracht die ons is gegeven (Matteüs 28:19-20) is immers niet de zendingssuggestie. Het is de plicht en het voorrecht van iedere christen om met God samen te werken in de wereld. Het beste uitgangspunt daarvoor is het delen van het werk dat God in ons eigen leven gedaan heeft. Waar we ook wonen en wie we ook ontmoeten, God werkt in de wereld. Doe u met hem mee? n 1
Time, 20 maart 2005. Interview met Katie Couric, Yahoo News, 15 september 2015. 3 Ellen G. White, Jezus, de wens der eeuwen, (Den Haag: Veritas, 1980), blz. 153. 4 Ellen G. White, De weg tot gezondheid, (Ellen G. White stichting, 1998), blz. 72, 73 (hertaald). 2
VRAGEN VOOR
Overdenking en
1 2 3
Gesprek:
Waarom hebben we zo vaak het gevoel dat we niets hebben om te delen met de mensen om ons heen? Kent u andere bijbelse verhalen waarin God nogal ongebruikelijke boodschappers inschakelt? Hoe kunnen wij mensen ontmoeten die ons getuigenis zouden moeten horen?
Cheryl Doss, Ph.D.,
werkt als leidinggevende voor het Instituut voor Wereldzending van de Generale Conferentie.
9
G E B E D S W E E K
MA ANDAG
J
ezus roept ons op voor zijn zending. ‘Kom, volg mij,’ zegt hij, ‘en ik zal vissers van mensen van jullie maken’ (Matteüs 4:19). Het doel van het roepen van discipelen was om zendelingen van hen te maken. Maar hoe worden vissers veranderd in getuigen die door God geïnspireerd zijn? Vanaf mijn vroegste herinneringen heb ik ernaar verlangd om God te dienen. Maar in mijn tijd met God heeft hij mij meegenomen op een onverwachte en vaak uitdagende reis. Tijdens die reis ben ik me steeds meer bewust geworden van mijn eigen zwakheden en mijn neiging tot zondigen. Waarom zou God mijn wens voor verandering en getuigenis accepteren en me tegelijk toestaan om het tegenovergestelde te ervaren? Dat komt omdat het nodig is onze diepe afhankelijk van hem te voelen wanneer we meegenomen worden in zijn zending en op zijn reis van verandering. Drie stappen die tot verandering leiden
De doop van Jezus laat een proces zien dat de kern is van alle geestelijke verandering. Het bied ons het fundament voor ons antwoord om de wereld in te gaan en discipelen te maken in alle landen (Matteüs 28:19). Zijn doop leidde hem naar een zending die de wereld op zijn kop zette. Lucas meldt ons dat Jezus na zijn doop in gebed ging en tijdens dat gebed ‘werd de hemel geopend en daalde de heilige Geest in de gedaante van een duif op hem neer’ (Lucas 3:21-22). Drie opeenvolgende stappen -- dood, gebed en het neerdalen van de heilige Geest -- resulteren in een zending die door de hemel wordt aangestuurd. Laten we dat gegeven eens nader bekijken. Ten eerste, het sterven van de zondige ik, zoals wordt geïllustreerd door het watergraf van Jezus. Het sterven van de oude mens is altijd het begin van verandering omdat het de nodige ruimte biedt voor God om zichzelf te openbaren.
10
Door Gavin Anthony
Zending Verandert
Mensen Desondanks moeten we ook onthouden dat ‘Jezus de doop niet onderging als een belijdenis van schuld van zijn kant. Hij identificeerde zichzelf met zondaars, nam de stappen die wij ook moeten nemen en deed het werk dat wij moeten doen. Zijn leven vol lijden en geduldige verdraagzaamheid is een voorbeeld voor ons.’1 Jezus beschreef de dood als een voorwaarde voor discipelschap toe hij verklaarde: ‘Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen en dagelijks zijn kruis op zich nemen en mij volgen’ (Lucas 9:23). De oproep van Jezus om hem te volgen terwijl u uw eigen kruis draagt, is geen oproep om een zwaar object met u mee te sjouwen en daarmee uw leven ondraaglijk te maken. Het is een oproep om te sterven, of, om het in de woorden van Paulus te zeggen: ‘Met Christus ben ik gekruisigd’ (Galaten 2:19). Ellen White zei: ‘We moeten volledig op God vertrouwen voor de kracht die we ontvangen. Ons eigen ik moet sterven’2 We kunnen Jezus niet volgen in ons leven, tenzij we hem volgen naar de plaats waar we dagelijks sterven. Daarna is ons leven een ‘levend offer’ (zie Romeinen 12:1). Maar dat is niet iets dat wij van nature en ook niet vol verlangen doen. Daarom zou het kunnen zijn dat Jezus mij langs enkele onverwachte en voor mensen onplezie-
rige paden leidt die een dieper gevoel van zwakheid en zondigheid aan de oppervlakte brengt. Het zal me aanmoedigen om alles wat ik heb en ben aan God over te dragen. In de tweede plaats gebed om u voor te bereiden: Wanneer ik besef dat er van nature niets goeds in mij is, dan word ik daardoor op mijn knieën gedreven met smeekbeden aan God om zichzelf door mij te openbaren. Ik heb de voorbereiding nodig waar Jezus ook om bad op de oever van de Jordaan: ‘De glans van de Redder lijkt door te dringen tot in de hemel als hij zijn ziel uitstort in gebed. Hij weet als geen ander hoe de zonde de harten van de mensen heeft verhard en hoe moeilijk het voor hen zal zijn om zijn zending op waarde te schatten en de gift van genade te accepteren. Hij pleit bij de Vader om kracht om het ongeloof van de mensen te overwinnen, om de touwen te breken waarmee zij door Satan gebonden zijn en in hun plaats de vernietiger te overwinnen.’3 Alleen bovennatuurlijke kracht uit de hemel kan een gebroken mens nuttig maken voor Gods doel voor de kosmos. Die kracht komt als antwoord op eerlijk en indringend gebed. ‘Om dagelijks met de Geest gedoopt te kunnen worden, moet een ieder zijn zorgen en daden bij God brengen.’4 En dit is precies wat
nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een genadejaar van de Heer uit te roepen’ (verzen 18 en 19). De doop met de heilige Geest stelde Jezus in staat om de overwinning op Satan te behalen en het evangelie met goddelijke kracht te verkondigen. Deze doop met de heilige Geest is ook voor ons beschikbaar. Matteüs, Marcus en Lucas melden allemaal de verkondiging door Johannes de Doper, die zegt dat na hem iemand zal komen die de mensen doopt met de heilige Geest (Lucas 3:16; Matteüs 3:11 en Marcus 1:8). Dit is hoe Johannes de Doper hem bekend maakt volgens de apostel Johannes: ‘Wanneer je ziet dat de Geest op iemand neerdaalt en blijft rusten, dan is dat degene die doopt met de heilige Geest’ (Johannes 1:33).
Als Jezus ons vraagt hem te volgen in zijn zending, zal hij ons leiden op een reis van verandering.
wordt uitgebeeld als Jezus de heilige Geest ontvangt. Ten derde, de komst van of de doop met de heilige Geest om te kunnen dienen: Wat was het resultaat van het neerdalen van de Geest op Jezus? Kijk met name naar twee zaken die Lucas benadrukt. In de eerste plaats schrijft hij: ‘Vervuld van de heilige Geest trok Jezus weg van de Jordaan, en geleid door de Geest zwierf hij veertig dagen rond in de woestijn, waar hij door de duivel op de proef werd gesteld’ (Lucas 4:1-2). Jezus overwon Satan omdat hij ‘vervuld was van de heilige Geest’. Onze tweede aanwijzing is het dan volgende verhaal. Lucas beschrijft: ‘Jezus keerde, gesterkt door de Geest, terug naar Galilea. Het nieuws over hem verspreidde zich in de hele streek. Hij gaf onderricht in de synagogen en werd door allen geprezen’ (verzen 14 en 15). Vervolgens verklaart Jezus zijn eigen doop met de heilige Geest aan de aanwezigen in de synagoge: ‘De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede
Alleen door goddelijke kracht
Als een discipel die is geroepen om een zendeling te zijn, ben ik volledig afhankelijk van de doop met de heilige Geest. Dat is een waarheid die God keer op keer bevestigd heeft in mijn leven. Mijn hart is al twintig jaar letterlijk afhankelijk van kracht die van buiten komt, de kracht van een vredestichter, omdat het niet voldoende kracht van zichzelf bezit. Helaas doe ik, zelfs al ben ik predikant, nog regelmatig het werk van God op eigen kracht. Dat duurt dan een poosje voordat ik doorkrijg dat er iets niet in de haak is. Wat waar is voor de fysieke gesteldheid van een mens, is ook waar voor de menselijke geest. Wij kunnen geen veranderde discipelen worden, en daarmee ook geen authentieke vertegenwoordigers van het karakter en de doelstellingen van God, zonder de uitwendige kracht van God in ons leven. Maar God neemt ons mee op reis om ons te laten zien dat wij zonder hem niets kunnen bereiken (Johannes 15:5).
Hij leert ons om dagelijks onze eigen agenda op te geven en het verlangen te verdiepen om door hem als zendelingen te worden toegerust. Jezus zal ons dagelijks dopen met de heilige Geest als wij ons door hem laten leiden. Dan zullen we in staat zijn om het evangelie met kracht te brengen in onze omgeving. Satan zal erdoor overwonnen worden en vele levens veranderd. n 1 Ellen
G. White, Jezus, de wens der eeuwen (Den Haag: Veritas, 1980), blz. 81 (hertaald). G. White, Testimonies for the Church (Mountain View, Calif.: Pacific Press Pub. Assn., 1948), deel 5, blz. 219. 3 Ellen. G. White, Jezus, de wens der eeuwen, blz. 82 (hertaald). 4 Ellen G. White, Van Jeruzalem tot Rome (Den Haag: Veritas), blz. 37 2 Ellen
VRAGEN VOOR
Overdenking en
1 2 3
Gesprek:
Welk verschil is er tussen de apostelen en onze roeping vandaag? Wat is de doop door vuur? Heeft God u door de drie stappen geleid die we in deze lezing besproken hebben? Op welke manier?
Gavin Anthony is predikant in Dublin, Ierland.
11
G E B E D S W E E K
D I N S DAG
D
eelname aan zending met begrip en gevoel is mensen vertellen wat zij moeten horen op een manier die zij het beste begrijpen.
‘Neem me niet kwalijk meneer. Bent u gered?’ Ik wilde net een sprintje door de supermarkt trekken voor een paar boodschappen toen ik in het oprechte gezicht van een jonge twintiger keek. ‘Wat zegt u daar?’ antwoordde ik, niet helemaal zeker of ik zijn vraag goed had gehoord. ‘Bent u gewassen in het bloed van het Lam?’ was zijn vervolgvraag. Voordat ik zijn vraag met ‘ja’ kon beantwoorden, gaf de enthousiaste evangelist me in twee minuten een samenvatting van het evangelie, compleet met theologisch jargon. Uiteindelijk lukte het me om de jongeman ervan te overtuigen dat ik al een christen was. Terwijl ik mijn boodschappen verder deed dacht ik na over de ontmoeting die ik zojuist had gehad. Ik bewonderde de moed van de man en zijn vrijmoedigheid. Hij leek niet bang te zijn voor afwijzing of tegenstand. Toch voelde ik me niet op mijn gemak en zelfs een beetje bedroefd. Ik vroeg me af hoeveel mensen zich afgestoten zouden voelen door zijn aanpak. Wie zou begrijpen wat het betekende om ‘gewassen te zijn in het bloed van het Lam’? Alleen bekeerde christenen kennen die term en zelfs zij hebben daar soms moeite mee. Helaas kon de man zijn overtuiging niet met gevoel overbrengen aan zijn beoogde luisteraars. Ik was bezorgd dat zijn manier van communiceren, hoewel het misschien enkele mensen zou kunnen overtuigen, veel toehoorders zou afschrikken waardoor de meerderheid van potentiële bekeerlingen zich van het evangelie zou vervreemden. De taal spreken
Wanneer wij pogingen doen om Gods laatste boodschap van genade over te brengen aan de wereld, is het heel natuurlijk voor ons om die boodschap te communiceren vanuit het perspectief van onze persoonlijke voorkeuren, ervaringen en noden. Maar als wij ons niet verdiepen in de noden van degenen die
12
Zending
met Begrip en
Gevoel
Door Ean Nugent
we proberen te bereiken, zal onze boodschap aan hen verloren gaan. Wij moeten proberen hun persoonlijke voorkeuren, ervaringen en noden te ontdekken. Pas dan kunnen we de boodschap communiceren op een manier die voor hen begrijpelijk is. Deze benadering kan samengevat worden in de woorden van Paulus: ‘Voor de Joden ben ik als een Jood geworden om hen te winnen. Ikzelf sta niet onder de Joodse wet, maar toch heb ik me eraan onderworpen om hen die er wel onder staan te winnen. En voor hen die niet onder de Joodse wet staan, ben ik als iemand geworden die de wet niet heeft, om hen te winnen. Dit betekent niet dat ik de wet van God heb losgelaten, maar dat ik mij heb onderworpen aan de wet van Christus. Voor de zwakken ben ik zwak geworden om hen te winnen. Ik ben voor iedereen wel íets geworden, om in elke situatie althans enkelen te redden’ (1 Korintiërs 9:20-22). Paulus deed eerst zijn best om zijn beoogde publiek te begrijpen. De Joden, degenen onder de wet, degenen zonder wet en ‘alle mensen’. Vervolgens probeerde hij te communiceren vanuit het perspectief van deze groepen. Het voorbeeld van Jezus brengt ons zelfs nog een stap verder. Waar Paulus zich richt op verschillende groepen mensen, past Jezus de methode toe op individuen. De Heer wil graag dat zijn boodschap van genade bij ieder mens aankomt. Dit wordt vooral bereikt door de persoonlijke inzet van mensen. Dat is de methode van Christus. Zijn werk bestond voornamelijk uit zijn omgang met individuen. Hij had veel aandacht voor het gehoor dat uit één persoon bestond.
Naast groepen mensen, wilde Jezus de Syro-Fenicische vrouw begrijpen (Marcus 7:24-30), de individuele Farizeeër (Lucas 11:37-44), de individuele belastinginner (Lucas 19:1-10), de individuele verlamde (Johannes 5:1-15) en de overspelige vrouw (Johannes 8:1-11). Naast deze paar voorbeelden waren er vele anderen. Wanneer Jezus hun situatie begreep, communiceerde hij met hen vanuit hun eigen perspectief en nood. Als we succesvol willen zijn in onze zending, is het belangrijk dat we deze methode toepassen. Eerst proberen te begrijpen wat er omgaat in ons familielid, de buurvrouw, de collega, de vriend, de vijand en ‘alle mensen’ individueel. Vervolgens de boodschap communiceren vanuit hun individuele perspectief en behoefte. Hoewel wij de gezichtspunten van andere personen nooit helemaal zullen begrijpen, kunnen we toch belangrijke vorderingen maken door onszelf de volgende vragen te stellen: Wat zijn de belangrijkste voorkeuren en aversies van deze persoon? Welke zaken maken momenteel de meeste indruk op de ervaringen van deze persoon of hebben dat in het verleden gedaan? Nadat we geduldig hebben geprobeerd antwoorden op deze vragen te vinden, moeten we geduldig uitzoeken waar de antwoorden en de boodschap elkaar kruisen. Op die basis kunnen we onze boodschap brengen en zijn we beter voorbereid om onze zending te volbrengen met het begrip en de empathie van Jezus.
Succes op de manier van Jezus
De Bijbel geeft ons een aantal voorbeelden van deze benadering. In 2 Samuel 12 werd Nathan naar David gestuurd met een boodschap. Hoe kon hij aan deze machtige koning de ernst van zijn zonde bekendmaken? Nathan gebruikte zijn kennis van het antwoord op onze eerste vraag. Hij wist dat David, als voormalige herdersjongen, van zijn schapen hield. Hij wist ook dat David, de schrijver van Psalm 12, een sterke afkeer had van de onderdrukking van arme mensen (vers 6). Door een brug te slaan tussen deze kennis en zijn boodschap, was Nathan in staat om op een effectieve manier met David te communiceren. Een ander voorbeeld van deze benadering is de ontmoeting van Jezus met een Samaritaanse vrouw in Johannes 4. Naderhand beschreef zij Jezus als ‘iemand die alles van mij weet’ (vers 29). Voor haar was dit het bewijs dat Jezus de Messias was (zie ook vers 39). Natuurlijk had Jezus haar niet letterlijk alles verteld wat zij ooit gedaan had. Maar hij refereerde aan de gebeurtenissen in haar leven die de meeste indruk op haar gemaakt hadden, haar mislukte huwelijken en haar huidige buitenechtelijke relatie. Vervolgens sloeg hij een brug tussen deze ervaringen en de boodschap van zijn Messiasschap door op een liefdevolle en tactische wijze met haar te converseren ondanks de kennis die hij had ten aanzien van haar levensstijl. Jezus overtuigde haar ervan dat hij de geheimen van haar leven kon ‘lezen’. Toch voelde zij dat hij haar vriendschappelijk, liefdevol en met mededogen benaderde. Hoewel de puurheid van zijn aanwezigheid haar zonde veroordeelde, sprak hij geen woord van terechtwijzing. In plaat daarvan sprak hij over genade die haar leven een andere wending kon geven. Zo ontstond de overtuiging ten aanzien van het karakter van Jezus. En de vraag die in haar opkwam was: ‘Zou dit niet de langverwachte Messias kunnen zijn?’ Een laatste voorbeeld van deze benadering vinden we in het gesprek
van Jezus met Nicodemus in Johannes 3. Jezus merkte dat de belangrijkste behoefte van Nicodemus niet zozeer bestond uit een weerlegging van de algemene aanname dat Jezus niet de Messias was (zie Johannes 7:50-52). Nicodemus had ook geen behoefte aan een uitleg van het evangelie die meer tegemoet kwam aan zijn intellect en religieuze overtuigingen. Het zou kunnen dat Nicodemus wel naar dergelijke argumenten verlangde, maar Jezus merkte dat zijn behoefte dezelfde was als die van ongeschoolde vissers en niet-religieuze prostituees. Hij moest zijn behoefte aan een totale omkeer van denken, doel en motieven erkennen. Nicodemus moest opnieuw geboren worden (Johannes 3:7). Gevangen in liefde
Dit brengt een waardevolle les aan het licht. Deelnemen aan zending met begrip en gevoel betekent niet dat we mensen vertellen wat zij willen horen. Maar, net als Jezus, proberen we hen te vertellen wat zij nodig hebben op een manier die voor hen het meest toegankelijk is. Waar houden ze het meeste van en wat stoot hen af? Wat zijn de gebeurtenissen die de grootste indruk achterlaten op hun leven? Wat zijn hun belangrijkste behoeften? Communicatie in de context van deze vragen stelt ons in staat om zending te bedrijven met begrip en gevoel. Maar wat motiveert ons om dat te doen? In de woorden van Paulus klinkt het zo: ‘Wat ons drijft is de liefde van Christus’ (2 Korintiërs 5:14). Wanneer wij nadenken over de zachtmoedige liefde die Jezus aan ons schenkt als individu, wordt ons verlangen om die liefde door te geven aan anderen op een natuurlijke manier gevoed. Wanneer we nadenken over de vele manieren die Jezus heeft gebruikt om met ons te communiceren vanuit onze grootste voorkeuren en aversies, onze meest indrukwekkende ervaringen en onze grootste behoeften, wordt onze wens om anderen op dezelfde manier te benaderen steeds groter. Wanneer wij God smeken om zijn liefde in onze har-
ten uit te storten door de werking van de heilige Geest (Romeinen 5:5), zullen we meer en meer van die liefde ontvangen om ons te helpen anderen te bereiken. Door de genade van God zijn wij in staat zijn eeuwige waarheid te communiceren op manieren die relevant zijn voor onze vrienden en buren. n * Texts credited to NKJV are from the New King James Version. Copyright © 1979, 1980, 1982 by Thomas Nelson, Inc. Used by permission. All rights reserved.
VRAGEN VOOR
Overdenking en
Gesprek:
1
Wat vindt u het moeilijkst in het bereiken van mensen met wie u weinig gemeen hebt?
2
Bent u bevriend met iemand waarmee u op religieus en cultureel gebied weinig overeenkomsten ervaart? Beschrijf die vriendschap in het kort.
3
Hoe weet u wanneer u de volgende stap kunt zetten in uw pogingen anderen voor Christus te winnen?
Ean Nugent is software
ontwikkelaar voor de Generale Conferentie van het Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten.
13
G E B E D S W E E K
W O E N S DAG Door Gary Krause
Zending met
, Liefde Methode de
van Christus
Vijf stappen voor succesvolle evangelisatie
D
e methode van Christus leert ons dat de waarheid zichtbaar gemaakt moet worden in de liefdevolle omgang met degenen die redding nodig hebben.
In 1901 werd de wet op huurhuizen aangenomen die moest regelen dat de belabberde staat van huurgebouwen in New York drastisch zou verbeteren. In hetzelfde jaar vond de eerste beurskrach plaats in New York. Bovendien smolt de stad zo ongeveer onder de dodelijkste hittegolf uit haar geschiedenis. En, op 68 jarige leeftijd, ging adventpionier Stephen Haskell samen met zijn vrouw Hetty, naar de stad om daar als zendeling te werken. Na hun leven lang vooral in een landelijke omgeving te hebben gewoond, kwamen de Haskells terecht in een huurwoning in het centrum van het overbevolkte New York, een paar straten verwijderd van Central Park. Haskell leek te vrezen dat hij verloren zou gaan in de massa. ‘Laat onze broeders niet vergeten voor ons te bidden,’ schreef hij. ‘Vergeet het adres niet. Het is 400 West 57ste straat, New York Stad.’1 Haskell verbaasde zich over de stedelijke jungle die hij en zijn vrouw nu hun
F O T O :
A L E X I S
B R O W N
thuis noemden. ‘In het gebouw waar wij wonen, zijn nog drieënvijftig andere gezinnen woonachtig,’ schreef hij. ‘Het gebouw telt zeven verdiepingen en er zijn twee liften die dag en nacht op en neer gaan.’2 Waarschijnlijk voelden de Haskells zich meer thuis op een paar hectare grond in het landelijke New England. Maar zij volgden het advies van Ellen White, die aangaf dat het beter was als de volgelingen van Christus zijn voorbeeld volgden door onder de mensen te werken en te leven die zij dienden, in plaats van hen toe te spreken en vervolgens weer te vertrekken. ‘Door sociale relaties aan te gaan komt het christendom in contact met de wereld,’³ schreef zij. En verder: ‘Onze ervaren werkers moeten ernaar streven om te wonen op plekken waar zij direct in contact zijn met degenen die hun bijstand nodig hebben.’4 Dit was natuurlijk de methode die Jezus zelf gebruikte om de mensen te bereiken. En het strategische plan van de Adventkerk met de naam ‘Reach the World’ (Bereik de wereld) gebruikt de methode van Christus als blauwdruk voor het zendingswerk van de kerk. In haar uitstekende samenvatting van deze methode, beschrijft Ellen White het begeven onder de mensen als de eerste van vijf vitale dimensies. Zij zegt dat de Redder:
1. ‘Zich begaf onder de mensen als iemand die het beste met hen voor had.’ 2. ‘Zijn sympathie voor de mensen toonde.’ 3. ‘Zich inzette voor de noden van de mensen.’ 4. ‘Het vertrouwen van mensen won.’ 5. ‘De mensen uitnodigde hem te volgen.’5 De Redder begaf zich onder de mensen
Jezus nam geen genoegen met een plek in de hemel, gescheiden van de mensheid, redding brengend van een afstand. Johannes zegt: ‘Het Woord [Logos] is mens geworden en heeft bij ons gewoond’ (Johannes 1:14). Het woord logos heeft een rijke geschiedenis in de Griekse en Joodse tradities. Voor de Grieken was het een filosofische term, een samenbindend principe in het universum dat alles in evenwicht houdt, op orde en symmetrisch. In het Joodse denken verwijst de Logos (Hebreeuws, Davar) naar hoe God zich uitdrukt in zijn daden en woorden. Dus Johannes gebruikt hier een bijzonder rijk woord met diepere lagen om Jezus Christus te beschrijven. Een Griekse lezer zou een abstract kosmisch principe in gedachten nemen dat getransformeerd werd in een persoon. Een Jood zou God zien die zichzelf op enige manier openbaart in menselijke vorm. De menswording gaf letterlijk vlees en botten aan de waarheid over God. Toen hij naar de aarde kwam, richtte Jezus geen hoofdkwartier op in een belangrijke plaats waar de mensen hem konden bezoeken. In plaats daarvan ging hij zelf naar de mensen toe. Johannes zegt dat Jezus onder de mensen woonde. Het Griekse woord skenoo betekent ‘je tent neerzetten’ of ‘in een tent wonen’ (zie Johannes 1:14). De Logos ‘plaatste zijn tent’ onder de mensen. Hij dronk van hetzelfde water, at van hetzelfde voedsel en liet menselijke tranen vloeien. Jezus sprak in synagogen. Maar vaker was hij in het veld waar hij zondige vrouwen bij waterbronnen ontmoette, op zoek was naar belastinginners die in
15
G E B E D S W E E K
WO E NS DAG
bomen klommen en blinde mannen genas die langs stoffige wegen bivakkeerden. Jezus kwam dicht bij de mensen met zijn holistische zending van onderwijzen, prediken en genezen (Matteüs 9:35). In Matteüs 8 en 9 zien we hoe Jezus zich tussen Joden en heidenen begeeft, mannen en vrouwen, jong en oud. We zien hoe mensen Jezus fysiek aanraken (Matteüs 9:20) en hoe Jezus mensen aanraakt (Matteüs 8:3, 15; 9:25, 29). Hij ging zelfs zoveel met ‘zondaars’ om dat de religieuze leiders hem erom bekritiseerden (Matteüs 8:10-13). Te vaak wordt het christendom beperkt tot kathedralen en onderwijsinstellingen, dogma’s en geloofspunten. Maar het ware christendom bevindt zich op straat, op het werk, thuis en in onze manier van leven. De methode van Christus leert ons dat onze zending meer is dan proberen mensen te interesseren in kerkgebouwen, zoals een magneet metaal aantrekt. Natuurlijk moeten onze kerken uitnodigend en vriendelijk zijn, met aantrekkelijke preken en programma’s. Maar de belangrijkste taak van de kerk is om te inspireren, trainen en mensen uit hun stoelen te krijgen om dienst te doen in en aan de omgeving. De waarheid komt tot leven als het vlees en botten krijgt, uitgedragen in de levens van mannen en vrouwen, jongens en meisjes. Geloofspunten zijn onmisbaar, maar we zullen in ons leven moeten laten zien hoe ze werken. Hij toonde zijn sympathie en kwam tegemoet aan de noden van mensen
Wanneer wij het voorbeeld van Jezus volgen door ons onder de mensen te begeven en hen te ontmoeten, laten we zien dat we betrokken zijn bij hun noden, hun interesses en hun gezinnen. Dat is wat Ellen White noemt, ‘sympathie tonen’. Dit beschrijft het uitgangspunt en perspectief waaruit Jezus zending bedreef: ‘Toen hij de mensenmenigte zag, voelde hij medelijden met hen’ (Matteüs 9:36). Als wij willen dat onze zending effect heeft, zullen we vanuit diezelfde liefde en compassie moeten werken.
16
Jezus begaf zich niet onder de mensen als een verkoper die zijn product probeert te slijten, of als een ronselaar voor een politieke partij. Hij kwam als de levende Logos om de mensen zijn aandacht en liefde te geven, om tegemoet te komen aan de behoeften van kinderen, om de waarheid over God bekend te maken. Onze motivatie voor de manier waarop we zending bedrijven is uitermate belangrijk. Zoals Paulus aangeeft, is het de liefde van Christus die ‘ons drijft’ (2 Korintiërs 5:14). Of we nu zending bedrijven op het gebied van gezondheid, onderwijs, humanitair werk, of gewoon door er te zijn voor eenzame mensen, het is altijd de liefde van Christus die ons motiveert. Hij won het vertrouwen van mensen
Wanneer wij het voorbeeld van Jezus volgen, tegemoet komen aan behoeften, sympathie tonen en ons onder de mensen begeven, dan winnen we op een natuurlijke manier het vertrouwen van mensen. Onze vriendschap, zorg en aandacht leiden tot vertrouwen. Vanuit die context van vertrouwen zullen mensen zich openstellen en bereid zijn om ook op geestelijk niveau met ons te converseren. Dit is geen kunstmatige constructie die we als laatste op al het andere plaatsen. Het groeit op een natuurlijke manier vanuit de andere elementen van Christus’ methode. Het staat ook niet compleet op zichzelf. We moeten bidden om de leiding van de heilige Geest in die laatste en vitale stap: mensen naar Christus leiden. En we dienen uit te kijken en
open te staan voor deuren die geopend worden. De Adventkerk is niet geroepen om als de zoveelste hulporganisatie op te treden, hoe belangrijk dergelijke organisaties ook zijn. Het geestelijke kader van en motivatie voor ons werk moeten bepalen wat en hoe wij alles doen: iedere kom soep die we uitdelen, ieder stress-seminar dat we geven, iedere gezonde maaltijd die we opdienen. Het is uiteraard totaal verkeerd om van mensen te verwachten dat zij eerst onze boodschap accepteren voordat wij hen hulp bieden. Ons werk aan de maatschappij moet gedaan worden om niet, zonder dubbele agenda’s. Maar dat betekent niet dat we de humanitaire zorg en het christelijk getuigenis van elkaar moeten scheiden. Hij vroeg mensen hem te volgen
Door de jaren heen hebben adventisten grote nadruk gelegd op de laatste stap: mensen vragen om Jezus te volgen. We hebben miljoenen seminars en evangelisatiebijeenkomsten georganiseerd en miljarden bladzijden gevuld met de boodschap van waarheid. Maar hoeveel tijd besteden we aan de andere stappen? Wanneer wij stappen overslaan, proberen we een sluiproute te forceren door de holistische zendingsmethode van Jezus. Het enige dat we ermee zullen bereiken is dat de boodschap wordt afgezwakt. In het begin van de twintigste eeuw prees Ellen White het werk van de net
F O T O :
D AV I D
J .
H A M
Leerstellingen zijn essentieel, maar we moeten door ons leven laten zien hoe ze werken. opgerichte Adventkerk in San Francisco aan, omdat daar de methode van Christus gevolgd werd. Zij noemde het een ‘bijenkorf ’. Kerkleden bezochten zieke en ontredderde mensen, zochten onderkomens voor weeskinderen en banen voor werklozen. Ze gingen van deur tot deur, gaven onderwijs in gezond leven en verspreidden literatuur. Ze begonnen een school voor kinderen uit Laguna Street in de binnenstad, onderhielden een gezondheidscentrum en een buurtcentrum. Vlak naast het gemeentehuis, in de Markstraat, beheerden zij een medische behandelkamer en een gezondheidswinkel. Tevens was er in de binnenstad een vegetarisch eethuis waar zes dagen per week gezond voedsel werd geserveerd. Aan de waterkant boden adventisten hun diensten aan zeelui aan. En voor het geval ze nog niet genoeg te doen hadden, hielden ze ook nog openbare lezingen in de stad.6 Nu, meer dan honderd jaar later, dient het werk van toen nog als lichtend voorbeeld voor ons. Een liefdevolle kerk die, gedreven door de liefde van Christus, werkt zoals Christus werkte. De methode van Christus in praktijk brengen
De methode van Christus is niet altijd makkelijk. Vandaag de dag verdwijnen voertuigen, met de klik van een afstandsbediening, in de garages van
buitenwijken. Stedelingen sluiten zichzelf op in hun appartementen en ontmoeten hun buren nauwelijks. Lange werkdagen laten maar weinig ruimte over voor sociale activiteiten. Maar de methode van Christus is geen evenement waar we ergens tijd voor moeten vinden. Het is een manier van leven. Het betekent dat we datgene nemen wat we al doen, terwijl we het bruikbaar maken voor een speciaal doel. Het is belangrijk tijd door te brengen met mensen die geen adventist zijn. Gaat u iedere avond wandelen? Geweldig. Nodig iemand die geen christen is uit om met u mee te lopen. Nog beter zou het zijn als u lid wordt van een wandelvereniging. Er is een ruim aanbod van groepen waar we ons bij aan kunnen sluiten: tuinieren, postzegels verzamelen, leesclubs, en dergelijke. We kunnen ook makkelijk met anderen samenwerken ten dienste van de omgeving. Eet u iedere dag? Fantastisch. Zoek naar mogelijkheden om uw maaltijden te nuttigen met vrienden en kennissen die geen adventist zijn. De beste plek daarvoor is uw eigen huis, als dat cultureel gezien gebruikelijk is. Maar een pizzeria of ander restaurant is natuurlijk ook prima. Onthoud dat de beste sociale verbindingen vaak gelegd worden door gezamenlijk een maaltijd te gebruiken. We kunnen niet aan behoeften tegemoet komen als we niet weten wat die behoeften zijn. Dat betekent dat we onze buren en onze omgeving moeten leren kennen. Het betekent tijd nemen om onder de mensen te zijn, te luisteren, te kijken en te leren. Ellen White leert ons dat de methode van Christus de enige methode is die ‘echt succes’ zal geven. Zij zegt: ‘Als er minder tijd zou worden uitgetrokken om tegen elkaar te preken en meer tijd om elkaar te leren kennen, dan zouden de resultaten navenant zijn… Samen met de kracht van overtuiging, de kracht van gebed, de kracht van Gods liefde, zal dit werk niet zonder resultaat blijven, dat is onmogelijk.’7 Stephen en Hetty Haskell wisten dit en brachten het in praktijk. De ‘bijenkorf ’
in San Francisco wist het en bracht het ook in praktijk. Weten wij het ook en zullen we het ook in praktijk brengen? n 1
Stephen Haskell, in Advent Review and Sabbath Herald, July 9, 1901, blz. 14. Stephen Haskell, “The Bible Training School in New York City,” Advent Review and Sabbath Herald, Nov. 12, 1901, blz. 11. 3 Ellen G. White, Gospel Workers (Washington, D.C.: Review and Herald Pub. Assn., 1915), blz. 480. 4 Ellen G. White, Testimonies for the Church (Mountain View, Calif.: Pacific Press Pub. Assn., 1948), deel 8, blz. 76. 5 Ellen G. White, De weg tot gezondheid (Ellen G. White stichting, 1998), H. 9. 6 Ellen G. White, “Notes of Travel—No. 3: The Judgments of God on Our Cities,” Advent Review and Sabbath Herald, July 5, 1906, blz. 8. 7 E. G. White, De weg tot gezondheid, H. 12. 2
VRAGEN VOOR
Overdenking en
Gesprek:
1
Waarom zou iemand op 68-jarige leeftijd nog zendeling willen worden?
2
Hoe kunnen teruggetrokken en timide individuen het vertrouwen van vreemden winnen?
3
Welke van de vijf besproken stappen beschouwt u als de meest belangrijke?
Gary Krause werkt als associate secretaris en als departementshoofd voor Evangelisatie en Zending van het Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten.
17
G E B E D S W E E K
D O N D E RDAG
D
e eerste christenen waren effectief in het bereiken van mensen omdat zij ten diepste overtuigd waren van de waarheid en relevantie van het evangelie. In een klassieker over persoonlijke evangelisatie, How to Give Away Your Faith, definieert Paul Little getuigen als ‘die diep gewortelde overtuiging dat iemand tot Christus leiden de grootste gunst is die ik aan een ander kan bewijzen’.1 De eerste christenen zouden volmondig ‘ja’ gezegd hebben op deze definitie. Waar ze ook gingen, deelden christenen hun geloof met zo’n dynamiek en vrijmoedigheid dat het de mensen met wie zij in contact kwamen fascineerde of zorgen baarde. Het liet in ieder geval niemand onberoerd. Geen wonder dat hun geloof zich binnen de kortste keren als een bosbrand verspreidde, waarbij duizenden mensen per dag voor Christus gewonnen werden. Wat maakte de eerste christenen zo effectief in het bereiken van mensen? Wat kunnen wij van hen leren? Heel belangrijk is dat zij ten diepste overtuigd waren van de waarheid en de relevantie van het evangelie. Waarom? Omdat het hun eigen leven radicaal had veranderd. Niemand illustreert dit punt beter dan de apostel Paulus. Zijn wonderlijke bekeringservaring en daaropvolgende zendingsdrang getuigden op bijzondere wijze van de veranderende kracht van Christus. Nadat hij zijn bekeringservaring had verwerkt, verklaart de Bijbel: ‘Hij bleef enkele dagen bij de leerlingen in Damascus en ging onmiddellijk in de synagogen verkondigen dat Jezus de Zoon van God is. Allen die hem hoorden waren stomverbaasd en vroegen: ‘Dat is toch de man die in Jeruzalem de volgelingen van die Jezus naar het leven stond, en hij is toch hierheen gekomen om hen gevangen te nemen en uit te leveren aan de hogepriesters?’ Saulus’ optreden werd echter steeds krachtiger, en hij bracht de in Damascus wonende Joden in verwarring door aan te tonen dat Jezus de messias is’ (Handelingen 9:20-22).
18
Zending met
Overtuiging Door Alain Coralie
Overtuiging van boven
Eén ding dat duidelijk wordt uit de bekeringservaring van Paulus is dat zijn ervaring op de weg naar Damascus hem ervan overtuigde dat Jezus Christus de Zoon van God is, de beloofde Messias. Dat is wat zijn nieuwe identiteit als christen vorm gaf en zijn werk als zendeling onderbouwde. In Filippenzen 3:12 geeft hij aan dat hij werd ‘gegrepen door Jezus Christus’ om een gekozen instrument te zijn om de naam van God onder de naties te verspreiden (Handelingen 9:15; 26:15-19; Galaten 1:15, 16). Vóór zijn bekering was Paulus er vast van overtuigd dat christenen misleide en godslasterlijke fanatiekelingen waren die niets anders dan de doodstraf verdienden. Hij deed dan ook erg zijn best de christenen uit te roeien door hen zwaar te vervolgen (Handelingen 8:3). Ondanks de misplaatste overtuiging van Paulus en zijn drang om te vervolgen, verscheen Christus aan hem (1 Korintiërs 15:8) en zette zijn leven op zijn kop. Als gevolg hiervan begon hij onmiddellijk dapper de naam van Jezus te verspreiden die door zijn leven, dood en opstanding het gat tussen hemel en aarde had gedicht.
Overtuiging die geworteld is in Christus
De ervaring van Paulus leert ons dat echt geloof en getuigenis alleen kan ontstaan wanneer wij oog in oog met de opgestane Christus komen te staan. Daarom is het van belang dat wij alle-
maal onze eigen Damascus-ervaring beleven. Misschien niet zo dramatisch als Paulus, maar een redding gevende ontmoeting met Christus is de belangrijkste voorwaarde en kwalificatie om het evangelie te kunnen delen. We kunnen namelijk niet delen wat we zelf niet hebben ontvangen. We kunnen alleen getuigen vanuit onze persoonlijke ervaringen. Zonder die ervaring ontbeert het christelijke geloof kracht en heeft ons getuigenis weinig invloed. We worden niet geroepen om een lijst met geloofspunten te delen met mensen die ons geloof nog niet omarmd hebben. We zijn geroepen om Christus te delen. Ellen White is er heel duidelijk over: ‘Van alle christenen, zouden zevendedags-adventisten voorop moeten lopen in het verhogen van de naam van Christus voor de wereld… De kern van het geloof, Jezus Christus, mag niet ontbreken in onze boodschap.’2 Dat is wat Paulus deed. Meteen na zijn bekering ging hij ‘… onmiddellijk in de synagogen verkondigen dat Jezus de Zoon van God is… en hij bracht de in Damascus wonende Joden in verwarring door aan te tonen dat Jezus de messias is’ (Handelingen 9:20-22). Later in zijn dienstwerk vinden we Paulus in Athene, waar hij predikte over Jezus en de opstanding (Handelingen 17:18).
Het is interessant om te zien dat er in Handelingen 9 en 17 een patroon is voor de manier waarop Paulus het evangelie deelt. Deze teksten laten ons zien dat er tenminste drie zaken zijn die helpen om het evangelie op overtuigende wijze te verkondigen: 1. Paulus greep elke mogelijkheid aan om Christus bekend te maken. Voor Paulus was evangelisatie geen kerkprogramma dat af en toe uit de kast getrokken werd. Integendeel, het was zijn passie! Hij was steeds op zoek naar mogelijkheden om zijn geloof te delen. Op dezelfde manier kunnen zevendedags-adventisten zeggen dat het delen van de boodschap van Christus geen optie is, het is een vereiste! Wanneer we de opgestane Heer eenmaal ontmoet hebben, is het niet mogelijk om stil te blijven. Daarom is het onze dagelijkse christenplicht om bij een of andere vorm van evangelisatie betrokken te zijn. Het maakt niet uit of dat inhoudt dat we getuigen aan onze buren of collega’s, of we literatuur verspreiden, mensen in nood helpen of bijbelstudies geven. Er zijn zoveel manieren om Christus te delen. Waarom zouden we niet die manieren uitzoeken die het beste passen bij ons temperament en onze geestelijke gaven? 2. Als Paulus eenmaal publiek gevonden had, vertelde hij de boodschap op een manier die zijn toehoorders konden begrijpen. Of hij nu met ijverige Joden sprak in de synagoge, met passanten op het marktplein of met heidense filosofen op de Areopagus, Paulus bereikte mensen op hun specifieke niveau. Wat betekent dat voor ons? Wij kunnen de wereld niet voor Christus winnen tenzij we betrokken zijn bij onze omgeving. Het betekent dat we ons onder de mensen begeven en hen ontmoeten waar zij zijn, terwijl wij ons best doen om hen te begrijpen zodat wij hen beter kunnen bereiken met het evangelie. Ellen White zegt het op deze manier: ‘Je succes zal niet afhangen van uw kennis en uw prestaties, maar of u in staat bent om het hart aan te raken.’3 Dat was de strategie van Paulus. Waar hij ook naartoe ging deed hij steeds zijn uiterste
best om de mensen te begrijpen in hun cultuur en hun religie. Hij ging daarin zover dat hij soms zelfs hun dichters kon citeren (Handelingen 17:28). Wat waar was voor Paulus kan ook waarheid worden voor ons als wij onze zending serieus nemen. 3. Paulus discussieerde met mensen om de waarde en het belang van het evangelie duidelijk te maken. We kunnen dit principe juist in het heden toepassen. Ten eerste hoeven we onze gedachten niet uit te schakelen wanneer we ons geloof delen. Integendeel, het christelijk geloof valt uit te leggen. Het doorstaat de meest moeilijke en kritische toetsing. In de tweede plaats is het van vitaal belang dat wij onze overtuigingen begrijpen om ze op een effectieve manier te kunnen doorgeven. Dat betekent dat we ons geloof zorgvuldig moeten doordenken. We moeten de grondbeginselen van ons geloof kennen voordat we die kunnen verwoorden en verdedigen. Toch kan het delen van het geloof nooit simpelweg een intellectuele oefening zijn. Getuigen is meer dan debatten winnen. In plaats daarvan moet het ons ultieme doel zijn mensen voor Christus te winnen. Vandaar de oproep in de Bijbel: ‘erken Christus als Heer en eer hem met heel uw hart. Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden. Doe dat dan vooral zachtmoedig en met respect’ (1 Petrus 3:15, 16). Of, zoals iemand ooit zei: ‘Het maakt mensen niets uit hoeveel kennis u hebt totdat zij weten dat u om hen geeft.’ Zending bedrijven houdt in dat er soms boute uitspraken gedaan worden, maar altijd met zachtmoedigheid en compassie. Neem een standpunt in
Vanwege zijn onwankelbare geloof in Christus was Paulus bereid om bespottingen, zweepslagen, gevangenschap, schipbreuk en zelfs het martelaarschap te ondergaan. Vijftienhonderd jaar later ontmoette de Duitse kerkhervormer Maarten Luther dezelfde Christus. Hij was zo overtuigd van de heerschappij van Christus dat hij tegenover zijn ver-
volgers voor de Rijksdag van Worms kon verklaren: ‘Hier sta ik. Ik kan niet anders. God sta me bij.’ Net als Paulus was Luther niet alleen bereid om zijn geloof uit te leven. Hij was zelfs bereid ervoor te sterven als dat nodig mocht blijken. Zending uit overtuiging komt tot dit niveau van toewijding! n 1 Paul
Little, How to Give Away Your Faith (Downers Grove, Ill.: InterVarsity Press, 2008), blz. 41. G. White, Gospel Workers (Washington, D.C.: Review and Herald Pub. Assn., 1915), blz. 156. 3 Ellen G. White, Gospel Workers (Washington, D.C.: Review and Herald Pub. Assn., 1915), blz. 193. 2 Ellen
VRAGEN VOOR
Overdenking en
Gesprek:
1
Als u het belangrijkste verschil zou moeten aangeven dat Jezus in u leven gemaakt heeft, wat zou dat dan zijn? Hoe zou u dat delen met anderen?
2
Waar zou u in uw eigen omgeving naartoe kunnen gaan om gezichtspunten ten aanzien van religie en filosofie uit te wisselen?
3
Ben u het eens met de stelling ‘Het delen van het geloof kan nooit alleen een intellectuele oefening zijn’? Waarom wel/niet?
Alain Coralie is
secretaris voor de OostCentraal Afrika Divisie.
19
G E B E D S W E E K
VR IJ DAG
G
ods kerk is een gemeenschap die de gelovigen voorziet in een gevoel van saamhorigheid en een plek om te groeien. Wat een bijzonder voorbeeld van een gemeenschap verbonden in zending wordt er genoemd in Handelingen 2:4247: het uitdragen van het onderwijs van de discipelen, het delen van voedsel, bezit en gezelschap, dagelijks loven en prijzen van God en iedere dag meer volgelingen verwelkomen. Het is een enerverend beeld. Pinksteren was gekomen en inmiddels weer voorbij, maar de Geest was gebleven. Het eindigde niet bij de 3.000 gelovigen die erbij waren gekomen. God was iets nieuws aan het doen. De christelijke kerk werd geboren. Voor het eerst in de geschiedenis zou de wereld zien wat er gebeurt wanneer God mensen van verschillende achtergronden en culturen samenroept en met hen zijn kerk vormt, het lichaam van Christus. Dit is wat God schiep in Jeruzalem. Alleen hij is in staat om zoiets te doen. Gods kerk is geen verzameling individuen die samenkomen. Het is meer dan een groep of een club. In plaats daarvan is het iets dat de dynamiek van menselijke organisatie overstijgt. Het is een levend organisme met Christus als haar liefdevolle hoofd. Het is een gemeenschap die het resultaat is van een levende verbinding met Jezus Christus. Deze verbinding creëert een gemeenschap die zijn identiteit vindt in hem. Nieuwe gelovigen worden deel van die gemeenschap en vinden nieuwe betekenis voor hun leven. Het is een plek waar gelovigen een gevoel van saamhorigheid ervaren en kunnen groeien. Een eigentijdsgetuigenis
Zending die dienstbaar is spreekt aan. De ervaring van Penny Stratton* met de Adventkerk in Paradise, Californië, illustreert wat er gebeurt als de kerk betrokken is bij zending. Penny kwam voor het eerst in aanraking met de gemeente Paradise-doordat zij water afnam van de bron op het terrein van de kerk. Nadat zij vier jaar het water van de kerk had gebruikt,
20
Zending die
Verandering brengt
Door Ben en Mary Maxson
werd ze nieuwsgierig en zocht op het internet de kerk op voor meer informatie. Zij sprak over de kerk met haar collega’s binnen de Paradise gemeenschap. Ze begon de kerk diensten te bezoeken en nam haar zoon, Elijah, met zich mee. Hij bezocht de kinderklas. Ze bood aan om versnaperingen mee te nemen en te helpen bij het programma. Persoonlijke getuigenissen versterken overtuiging. Dottie Chinnock,* de leidster van de kindergroep, raakte bevriend met Penny. Zij nodigde haar uit voor een maaltijd met andere kerkleden. Zij toonden belangstelling voor Elijah, Penny’s zoon, en lieten op een oprechte manier hun liefde zien door daden in actie. Penny vroeg iedereen die aan de maaltijd deelnam waarom hij of zij adventist was en allen vertelden hun persoonlijke ervaringen en getuigenissen over de manier waarop Jezus het verschil maakte in hun leven. Penny zag het levende bewijs van de vruchten van de Geest in de verhalen van deze mensen. Een adventistische vrouw die de kerk lange tijd niet meer bezocht en werkzaam was in een lokale groentewinkel, sprak over de kerk en de vreugde die zij ervoer toen zij de kerk weer ging bezoeken. Penny kende deze vrouw al tien jaar en wist van de moeilijkheden die zij al die tijd had gekend. Zij zag een verandering in de vrouw toen zij weer naar de kerk ging. Ze merkte de positieve houding van de vrouw op en hoe God in haar leven het verschil maakte. Toen
begon de vrouw te vertellen over de kinderklas op sabbat en hoe toegankelijk de groepen waren, zelfs voor hele kleine kinderen. Dit hielp Penny mede over de streep om ook de kerk te gaan bezoeken. Bijbelstudie verandert mensen. Penny was onder de indruk van de bijbelse waarheid die in elke dienst gebracht werd. Dottie nodigde Penny uit voor de vrouwenbijbelstudiegroep om 7 uur in de ochtend en er ontwikkelden zich vriendschappen met de andere vrouwen. Penny zag mensen die steeds met het Woord bezig waren en dit ook in hun leven tot uitdrukking lieten komen. De vriendschap tussen Dottie en Penny duurde voort en Dottie vroeg Penny of zij mee wilde helpen met de Eten met vrienden groep’. Penny begon zelf te getuigen in de gemeenschap en in de kerk. Penny begon te reageren op God die haar hart bewerkte. Zij is nu betrokken als gastvrouw. Penny volgt bijbelstudies bij een predikant en vervolgt haar reis met God. Zij zegt over die relatie: ‘God heeft mij bewezen dat hij er is. Hij helpt me in mijn geloofsgroei en zal dat blijven doen. Hij heeft mijn manier van denken veranderd en mij het perspectief van genade laten zien en nog heel veel meer.’ Zij geeft aan dat de kerk een grote rol speelt in de verbinding met mensen en dat zij God ziet in de mensen van de kerk. Dat is hoe het lichaam van Christus eruit ziet.
Penny was onder de indruk van de bijbelse waarheid die in elke dienst gebracht werd. Penny ziet dagelijks hoe God in en door haar werkt. De heilige Geest blijft aan haar hart werken. Zij had nooit kunnen weten dat een paar druppels water haar de mogelijkheid zouden bieden om haar verhaal te delen met de mensen om haar heen terwijl haar reis met God zich verder ontwikkelt. Ook kon zij niet weten dat mensen aangeraakt en bemoedigd zouden worden door haar getuigenis. Dit is het lichaam van Christus: dat ieder persoon door zijn of haar leefstijl God laat zien. Conclusie
Een recept voor een zending die verandert. Hoe kan een gemeente de veilige en voedende gemeenschap zijn waar nieuwe gelovigen kunnen groeien en hun eigen zending ontdekken? Het begint allemaal bij een gerichtheid op Jezus. ‘Er is meer uit het christelijk leven te halen dan de meeste christenen beseffen. Het is het nieuwe leven in Christus. Alleen degenen die steeds op hem gericht zijn, degenen vol van genade en waarheid, kunnen dit leven uitdragen. Door zich vast te houden aan hem, worden zij veranderd naar zijn beeld, van glorie tot glorie.’1
Alleen God kan zijn kerk bouwen zoals hij dat wil. En hij heeft een visie over wat hij wil bereiken in zijn kerk: een kerk die groeit en samenwerkt. Een kerk die ‘zo zichzelf opbouwt door de liefde’ (Efeziërs 4:16). Dus hoe kunnen we dit tot stand brengen? Hoe kunnen wij Gods kerk zijn, waar nieuwe leden groeien en actieve deelnemers worden in het leven, de zending en de bediening van de kerk? Wij adviseren vijf uitgangspunten die we baseren op de Bijbel: Versterk nieuwe leden in hun relatie met Christus. Help hen om naast het begrijpen van de waarheid ook ervoor te zorgen dat zij groeien in hun relatie met Christus. Zij hebben iemand nodig die hen helpt om te leren bidden en hoe zij de Bijbel kunnen lezen op een manier die hen helpt te groeien in Jezus (1 Tessalonicenzen 2:7). Maak uw gemeente tot een zorgzame gemeenschap waar nieuwe leden zich veilig voelen om te groeien, te worstelen en zelfs om te falen. Zij die worstelen en pijn lijden kunnen geholpen worden door andere leden van het lichaam van Christus aangezien we samen onderweg zijn en elkaar versterken en ondersteunen (1 Tessalonicenzen 5:11). Help nieuwe gelovigen, maar ook ervaren gelovigen, om de verbinding te leggen tussen geloofspunten en Jezus. De geloofspunten zijn het meest waardevol als ze ons helpen om Jezus te leren kennen en in hem te groeien (Johannes 14:6). Moedig nieuwe leden aan om hun verhaal over wat Jezus in hun leven tot stand brengt door te vertellen. Onze taak is om anderen Jezus te laten ontmoeten en met hem onderweg te gaan. Dat doen we het beste door te vertellen wat Jezus in ons eigen leven heeft gedaan (Lucas 8:39). Nodig nieuwe en bestaande leden uit om deel te nemen aan de zending van de kerk. Vraag hen om hun interessegebieden en hun passies te onderzoeken en te kijken naar gebieden van bijzondere zorg of nood. Help hen vervolgens om mogelijke geestelijke gaven te
ontwikkelen en te gebruiken. Laat hen samenwerken met andere leden die al betrokken zijn bij zendingswerk. Help hen hun zendingstalenten te ontwikkelen en te gebruiken. Doe vervolgens een stap terug en aanschouw wat God tot stand brengt (Efeziërs 4:11). God heeft een droom voor zijn kerk. Wij maken allemaal deel uit van die droom. God wil ons gebruiken om anderen te helpen ook een levend onderdeel van die droom te worden. Laat de kerk Gods kerk zijn. n * Namen zijn gebruikt met toestemming van betrokkenen. 1 Ellen G. White, in Ellen G. White, in Signs of the Times, 11 maart 1903.
VRAGEN VOOR
Overdenking en
Gesprek:
1
Hoe kan uw gemeente de veilige, voedende gemeenschap worden waar nieuwe gelovigen kunnen groeien en hun eigen zending ontdekken?
2
Wat is er nodig om mensen te leren bidden? Noem de stappen.
3
Welke persoon was belangrijk in uw zoektocht naar Christus en zijn kerk? Beschrijf hem of haar in een paar zinnen.
Ben and Mary Maxson
werken in de Paradise Adventist Church in Californië. Ben is daar de leidinggevende predikant.
21
G E B E D S W E E K
T WE E D E SA BBAT
C
hristus heeft de kerk een heilige uitdaging gegeven. Ieder lid zou een kanaal moeten zijn waardoor God de rijkdommen van zijn genade, de onnavolgbare rijkdom van Christus, kan laten zien aan de wereld. Er zijn eeuwen voorbijgegaan sinds de dood van de apostelen, maar de geschiedenis van hun zwoegen en hun offers voor Christus behoort nog steeds tot de meest waardevolle schatten van de kerk. Deze geschiedenis, opgetekend onder leiding van de heilige Geest, is geregistreerd zodat volgelingen van Christus door de eeuwen heen aangespoord zouden worden tot grotere ijver en ernst voor de zaak van de Redder.
Vijf generaties van getuigen
De discipelen voerden de opdracht uit die Jezus aan hen gaf. De boodschappers, ooggetuigen van de kruisiging van Jezus, gingen erop uit om het evangelie te verkondigen. Door die prediking ontstond er een openbaring van de heerlijkheid van God zoals die nog nooit eerder door mensen was ervaren. Door samen te werken met de Geest van God werd de wereld op zijn kop gezet. In slechts één generatie werd het evangelie over de hele wereld verspreid. De resultaten van het werk van Christus’ apostelen waren overweldigend. Sommige van hen waren ongeschoolde mannen toen ze aan hun zending begonnen, maar zij waren onvoorwaardelijk toegewijd aan het werk van hun Heer. Onder zijn leiding hadden zij een goede voorbereiding op hun omvangrijke taak ontvangen… Hun leven was met Christus geborgen in God, het eigen raakte uit het zicht, ondergedompeld in de oneindige diepten van liefde. De discipelen waren mannen die op een oprechte manier spraken en baden en die hun kracht verwachtten van de Sterkte van Israël. Zij waren nauw verbonden met God en gaven hem eer. Jehova was hun God. Zijn eer was hun eer. Zijn waarheid was hun waarheid. Elke aanval op het evangelie voelden zij
22
Door Ellen G. White
de
Overwinnende om die Kerk Werken glorieuze dag te bespoedigen
Er is niets dat de wereld zo nodig heeft als de manifestatie van de Redders liefde door mensen heen. ze waren blij dat zij geroepen waren om voor Christus te lijden en offerden daar graag hun eigen leven voor op… Een stevige basis
als een dolksteek in hun ziel en met alle kracht die in hen was streden zij voor de zaak van Christus. Zij konden het levende woord verkondigen omdat zij hun roeping en zalving van de hemel ontvangen hadden. Zij verwachtten veel en daarom ondernamen ze veel. Christus had zichzelf aan hen geopenbaard en daarom vertrouwden zij op hem voor leiding. Hun begrip van de waarheid en hun kracht om tegenstand te trotseren kwamen overeen met de mate waarin zij zich voegden naar Gods wil. Jezus Christus, de wijsheid en kracht van God, was het thema van elke toespraak. Zijn naam, de enige naam onder de hemel die in staat is te redden, werd door hen verhoogd. Wanneer zij de volmaaktheid van Christus bekendmaakten werden de harten van mannen en vrouwen aangeraakt door de woorden die zij spraken en zij geloofden het evangelie… De discipelen verrichtten hun werk niet in eigen kracht, maar in de kracht van de levende God. Hun werk was niet makkelijk. De beginperiode van de christelijke kerk werd gekenmerkt door moeilijkheden en bitter leed. De discipelen ervoeren constant tegenstand, laster en vervolging in hun werk. Maar
F O T O S :
D AV I D
S H E R W I N
De apostelen bouwden de kerk van God op het fundament dat Christus zelf had gelegd. In de Bijbel wordt de bouw van een tempel regelmatig gebruikt als illustratie voor het bouwen van de kerk… Als Petrus de bouw van de tempel beschrijft, zegt hij: ‘Voeg u bij hem, bij de levende steen die door de mensen werd afgekeurd maar door God werd uitgekozen om zijn kostbaarheid, en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel. Vorm een heilig priesterschap om geestelijke offers te brengen die God, dankzij Jezus Christus, welgevallig zijn’ (1 Petrus 2:4, 5). De apostelen werkten in de steenhouwerij van de Joodse en heidense wereld. Ze hakten stenen uit om op het fundament te metselen. In zijn brief aan de Efeziërs zegt Paulus: ‘Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen. Vanuit hem groeit het hele gebouw, steen voor steen, uit tot een tempel die gewijd is aan hem, de Heer, in wie ook u samen opgebouwd wordt tot een plaats waar God woont door zijn Geest’ (Efeziërs 2:19-22). De apostelen bouwden op een stevig fundament, de Rots der eeuwen. De stenen die zij uithakten uit de wereld, metselden zij op dit fundament. Dat ging niet zonder slag of stoot. Hun werk werd enorm bemoeilijkt door de tegenstanders van Christus…
Zware vervolgingen
De een na de ander van de bouwers bezweek onder de handen van de vijand. Stefanus werd gestenigd, Jakobus gedood door het zwaard, Paulus onthoofd, Petrus gekruisigd en Johannes verbannen. Toch bleef de kerk groeien. Nieuwe arbeiders namen de plaatsen in van degenen die afvielen en steen voor steen werd het gebouw verder opgebouwd. De tempel van Gods gemeente bleef standvastig doorgroeien. Eeuwen van zware vervolgingen volgden op de oprichting van de christelijke kerk. Toch was er nooit gebrek aan mensen om verder te bouwen aan de tempel. Zij achtten het werk van God belangrijker dan hun eigen leven… De vijand van de gerechtigheid liet geen kans onbenut om de werkers voor God te dwarsbomen in hun opdracht. Maar God ‘heeft toch blijk gegeven van zijn goedheid’ (Handelingen 14:17). . . De arbeiders werden gedood, maar het werk ging door. De Waldenzen, John Wycliffe, Huss en Hieronymus, Maarten Luther en Zwingli, Cranmer, Latimer en Knox, de Hugenoten, John en Charles Wesley en vele anderen voegden materialen toe aan het fundament dat stand zal houden tot in de eeuwigheid. En in latere tijden hielpen degenen die op moedige wijze het woord van God verder verspreidden mee om het gebouw te voltooien. Dat geldt ook voor degenen die naar heidense landen gingen om daar de verkondiging van Gods laatste boodschap voor te bereiden…
23
G E B E D S W E E K
T WE E D E SA BBAT
Paulus en de andere apostelen en alle rechtvaardigen die sinds die tijd geleefd hebben, hebben hun deel bijgedragen aan de bouw van de tempel… Paulus spreekt woorden van bemoediging en van waarschuwing tot hen die helpen bouwen aan Gods tempel: ‘Wanneer iemands bouwwerk blijft staan, zal hij worden beloond. Wanneer het verbrandt, zal hij daarvoor de prijs betalen; hijzelf zal echter worden gered, maar door het vuur heen’ (1 Korintiërs 3:14, 15). De christen die trouw het levende woord blijft verspreiden en daarmee mannen en vrouwen begeleidt naar Gods heiligheid en vrede, draagt materiaal aan dat op het fundament gebouwd kan worden en dat zal blijven bestaan. In het koninkrijk van God zullen zij als wijze bouwers beloond worden… Zoals Christus destijds zijn discipelen erop uit zond, stuurt hij nu de leden van zijn kerk. Dezelfde kracht waar de apostelen over konden beschikken is nu ook voor hen beschikbaar. Als zij God tot hun kracht maken, zal hij met hen samenwerken en zal hun werk niet voor niets zijn. Zij moeten beseffen dat het werk waar zij bij betrokken zijn, Gods stempel draagt … Christus heeft een heilige taak aan de kerk gegeven. Ieder lid zou een kanaal moeten zijn waardoor de rijkdommen van Gods genade aan de wereld wordt verkondigd, de onnavolgbare rijkdom van Christus. De Redder wil niets liever dan dat mensen zijn wil en karakter in de wereld weerspiegelen. Er is niets dat de wereld meer nodig heeft dan de manifestatie van de Redders liefde door mensen. De hemel wacht op mannen en vrouwen door wie God de kracht van Christus kan laten zien. Gods tussenpersonen
De kerk is het kanaal waardoor God zijn waarheid wil verkondigen. Hij schenkt kracht om dit bijzondere werk te kunnen doen. Wanneer de kerk trouw is aan God en zijn geboden gehoorzaamt, zal God met zijn uitzonderlijke genade aanwezig zijn. Wanneer de kerk werkelijk trouw is en de God
Ieder lid zou een kanaal moeten zijn waardoor de rijkdommen van Gods genade aan de wereld wordt verkondigd, de onnavolgbare rijkdom van Christus.
GUN JEZELF OF EEN ANDER EEN ONTMOETING MET GOD ...
NU VERKRIJGBAAR Bestel het bijbels dagboek van Reinder Bruinsma via www.adventist.nl of bel 030 6931509. ISBN/EAN: 978-90-816345-7-1
Wat geloven zevendedagsadventisten nu eigenlijk? Het bekende boek van Reinder Bruinsma is in een nieuw jasje gestoken. Het boek is volledig in kleur gedrukt en behandelt de in 2015 herziene geloofspunten. Te koop bij het servicecentrum (www.adventist.nl) voor slechts €5,95!
25
JAARPLANNER 14
3-5
Leidersweekend Scouts
20-22 The One Project
& Pathfinders
28
11
Tienerclub
Tienerclub Landelijke bijbelquiz
29 ADRA-dag
24-26 Plantersweekend
4-7 Uniecongres
2-5 Missiefestival
19-21 Studentencongres
9-11 Tienerkamp
24-28 Camporee
23-25 Gezinnenkamp 25 Veldvoetbaltoernooi
1-3 Gezinnenkamp
1
3
kindersabbatschoolleiders
Open dag
Trainingsdag voor
8-10 Openingskamp
7 Tienerclub
22-24 Koempoelan (leiding Scouts
8 Mannendag
13-15 Kamptraining Scouts & Pathfinders
& Pathfinders)
24 Sprekersdag
28
Surinaamse Rally
30 Seniorendag
29
Leven & Gezondheid
4 Tienerclub
1 Jeugdcongres
10-12 Kids in Discipleship-training
8 Kidzrally
18
Global Youth Day
9 Volleybaltoernooi
19
Landelijke trainingsdag
25
Dutch Carribean Rally
1-5
Internationaal jeugdcongres
Valencia 11-13 Summer School 18-20 Scouts & Pathfinderskamp
4-11 Week van gebed
2 Tienerclub
11 Tienerclub
9 Relatiedag
12 Jeugdleidersdag 18 Vrouwendag 19 Evangelisatiedag 25 Jeugdrally
Het nieuwste deel in de reeks Adventistische perspectieven is nu verkrijgbaar!
Joden en christenen: wat ons bindt voor dezelfde God Twee stemmen
Hierin beschrijft dr. Jacques Dokhan de verschillen en overeenkomsten tussen het joodse en christelijke geloof. Dit unieke boek wilt u zeker niet missen.
€12,95
BOEKEN/VERS VAN DE PERS
Ga naar www.adventist.nl en klik op ‘Winkel’.
WAT LEERT DE BIJBEL OVER: • LEVENSZIN? • RELATIES? • GEZONDHEID? • DE TOEKOMST? • LEVEN ... EN OVER DOOD? Het ESDA-Instituut biedt u gratis en vrijblijvend bijbelcursussen aan. Meerdere cursussen per keer mogelijk. U bepaalt zelf uw tempo. Huiswerk wordt nagekeken en geretourneerd met de volgende les uit de serie van uw keuze. U krijgt uw eigen cursistennummer, waarmee u ook op onze website kunt inloggen.
28
Ter ondersteuning van uw cursus ontvangt u elk kwartaal het gratis magazine Contact, waarin de diverse cursusrubrieken via thema’s worden uitgediept. Bijbelcursussen van het ESDA-Instituut geven al 70 jaar verdieping aan het leven. Vul vandaag de bon nog in, of meld u aan via e-mail of de website: www.esda-instituut.nl
van Israël alle eer geeft die hem toekomt, is er geen macht in de wereld die haar zal kunnen overwinnen. Passie voor God en zijn werk bewoog de discipelen om met grote kracht te getuigen van het evangelie. Zou er ook geen passie in ons hart moeten branden met de volharding om het verhaal van Gods reddende liefde door Christus die werd gekruisigd te vertellen? Het is het voorrecht van iedere christen om niet alleen uit te kijken naar de komst van de Redder, maar deze ook te bespoedigen. Als de kerk het kleed van de gerechtigheid van Christus aantrekt en elke getrouwheid aan de wereld laat varen, wordt de komst van die heldere en glorieuze dag zichtbaar. De belofte van God aan zijn gemeente staat vast en wordt niet verbroken… De waarheid… zal overwinnen. Hoewel het soms lijkt alsof er vertraging optreedt, is de voortgang in het werk van God niet te stoppen. Wanneer de boodschap van God te maken krijgt met tegenstand, biedt hij haar extra kracht zodat de invloed
F O T O S :
D AV I D
S H E R W I N
ervan juist toeneemt. Geholpen door goddelijke energie zal de boodschap zijn weg vinden door de moeilijkste barrières en over de hoogste obstakels. Waar vond Gods Zoon steun in tijdens zijn leven van strijd en opoffering? Hij zag de resultaten van zijn werk en dat stemde hem tevreden. Kijkend naar de eeuwigheid, zag hij het geluk van degenen die door zijn vernedering vergeving en eeuwig leven hadden ontvangen. Hij hoorde het gejuich van hen die gered waren. Zij zongen het lied van Mozes en van het Lam. We kunnen nu al een glimp van de toekomst ontvangen, de zegeningen van de hemel. In de Bijbel worden beelden geopenbaard van de toekomstige glorie, beelden die ons door de hand van God worden aangereikt. Ze zijn de kerk dierbaar. Door het geloof mogen we op de drempel van de eeuwige stad staan en het gastvrije welkom horen aan degenen die in dit leven samenwerkten met Christus en het als een eer zagen om voor hem te lijden. Wanneer de woorden worden gesproken ‘Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is’, leggen zij hun kronen aan de voeten van de Redder en roepen uit ‘Het lam dat geslacht is, komt alle macht, rijkdom en wijsheid toe, en alle kracht, eer, lof en dank… Aan hem die op de troon zit en aan het lam komen de dank, de eer, de lof en de macht toe, tot in eeuwigheid’ (Matteüs 25:34; Openbaring 5:12, 13). Daar zullen de geredden degenen begroeten die hen tot Christus hebben geleid en ze zullen allemaal samenkomen om hem te eren die stierf opdat mensen konden leven op de manier die God voor hen had bedacht. De strijd is voorbij. Vervolging en strijd bestaan niet meer. Overwinningsliederen vullen de hemel als de geredden samenkomen om met elkaar te zingen ‘Waardig, waardig is het Lam dat geslacht werd en weer leeft als triomferende overwinnaar’. n
VRAGEN VOOR
Overdenking en
Gesprek:
1
Strijdt u ook met alles wat in u is voor de zaak van Christus, net zoals de discipelen deden? Waarom wel/niet?
2
De apostelen van Christus verwachtten veel en bereikten daardoor ook veel. Welke twee of drie dingen zou u kunnen doen om u visie voor de zaak van God te vergroten?
3
Stelt u zich weleens voor hoe het in de hemel zal zijn? Wat ziet u dan?
Deze lezing is gebaseerd op Van Jeruzalem tot Rome (Den Haag/Brussel: Uitgeverij Veritas), blz. 432-438). Zevendedags-adventisten geloven dat Ellen G. White (1827-1915) de bijbelse gave van profetie bezat en uitoefende gedurende meer dan 70 jaar van haar publieke optreden.
29
E E R ST E SABBAT
L E Z I N G
VOO R
JO N G E R E N
H
et verhaal van Zacheüs en Jezus is een van de meest bekende verhalen in de Bijbel. Het is op het eerste gezicht een verhaal zonder helden, behalve Jezus. Maar er is één personage dat positief bijdraagt aan de missie van de Heer: de boom. Lees het volledige verhaal in Lucas 19: 1 – 10. Je zult merken dat er niet veel verteld wordt over Zacheüs. Het is wel heel duidelijk dat hij snakte naar een ontmoeting met Jezus. Je zou het niet snel van hem verwachten. Wat zou een superrijke hoofdtollenaar, ambtenaar van het Romeinse Rijk nou willen met een rabbi uit een nare stad als Nazaret (Johannes 1:46)? Of, van een andere kant bekeken, wat zou deze slimme, opgeleide Israëliet hebben aan de zoon van een timmerman? En toch wist hij dat hij iets miste dat zijn aanzien, opleiding en bezittingen hem niet konden geven. Denk maar aan rechtvaardigheid, innerlijke rust en redding. Wat er toen gebeurde was heel triest. De aanwezigen werkten de reddingsmissie van Jezus fel tegen. De mensen om Jezus heen vormden een letterlijke barrière tussen Jezus en iemand die de Messias wilde bereiken. Zacheüs wilde persoonlijk contact met de Heer en die kans werd hem ontnomen. Met andere woorden, door Zacheüs in de weg te staan stonden ze Jezus in de weg. Ik vermoed dat dat nog steeds gebeurt – kerkleden die Jezus en zijn missie in de weg staan. En dus, zegt de Bijbel, rende Zacheüs vooruit naar iets dat hem zou helpen. Een vijgenboom die hem in staat stelde om Jezus te ontmoeten. En toen Jezus daar langskwam zag hij Zacheüs, die op een sterke tak naar hem uitkeek. De ontmoeting was ontroerend. Zacheüs veranderde en wijdde zijn leven aan het redden van de meest kwetsbare mensen om hem heen. Jezus was blij en bevestigde dat er redding was gekomen tot het hele huis van Zacheüs. Hij was gekomen om de afgedwaalde mensen te zoeken en te redden. En dat lukte onder andere dankzij die ene boom. Wat de boom kon, kunnen wij ook. Wij kunnen bijdragen aan echte ontmoetingen met Jezus door anderen niet te laten vallen. Verdieping in het Woord en trouw blijven aan de reddingsmissie van Jezus binnen en buiten de kerk: dat is wat het betekent om een adventistisch christen te zijn. Wij helpen mensen om voorbereid te zijn op de wederkomst van Jezus door hen te helpen een persoonlijke relatie met hem aan te gaan. En een soort relatie dat leidt tot zegen. Geen wonder dat Psalm 1 zegt: Gelukkig de mens die niet meegaat met wie kwaad doen, die de weg van zondaars niet betreedt, bij spotters niet aan tafel zit, maar vreugde vindt in de wet van de HEER en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht. Hij zal zijn als een boom, geplant aan stromend water. Ik wil net zo trouw zijn aan de reddingsmissie van de Heer als die boom. Jij toch ook?
GESPREKSVRAGEN:
30
Wie is er voor jou een boom geweest? Ben jij al eens een boom geweest voor een naaste? Zo ja, hebben er ook mensen in de weg gestaan? Hoe zouden jij en jouw gemeente een boom voor anderen kunnen zijn? Hoe zou je omgaan met mensen die dit tegenwerken?
Zo trouw als een boom
L E Z I N G
Met Jezus naar de overwinning
VOO R
JO N G E R E N
T W E E D E S AB BAT
P
etrus was een discipel die Jezus wilde zien winnen. Hij was bereid om tot het uiterste te gaan voor zijn meester. En dat deed hij ook toen hij tegenover mannen stond die Jezus wilden arresteren en meenemen. De oud-visser probeerde zich groot maken voor zijn Heer door een ander pijn te doen. Maar de voormalige timmerman had andere ideeën. Daar stonden ze dan. Een groep bewapende soldaten met fakkels tegenover een groep discipelen waarvan een aantal ook wapens bij zich hadden. Petrus stond op scherp. Zijn rabbi werd verraden en zou gearresteerd worden. Alles wat ze tot nu toe bereikt hadden, stond op het spel. De overwinning zou wegebben als hij niet snel zou reageren. De tempelpolitie pakte Jezus vast en Petrus pakte zijn zwaard. Hij mikte op het hoofd van de eerste de beste vijand. De knecht van de priester werd het doelwit. De man dook weg maar werd geraakt. Petrus had hem getroffen en zijn oor lag op de grond (Johannes 18:10). Maar Jezus genas de man (Lucas 22:51). Petrus was duidelijk bereid om alles te doen om Jezus te beschermen. Alleen, waarom Jezus beschermen? Diezelfde Jezus die ooit tegenover een met demonen bezeten man stond? Die man was zo sterk en wild dat zelfs kettingen hem niet konden tegenhouden. Maar zijn kracht en agressie stelden niets voor tegen Jezus. De demonen riepen ‘Wat wilt u met ons, Zoon van de allerhoogste God!’ Jezus bleef kalm en zij smeekten Jezus om hen niet naar de hel te sturen (zie Lucas 8:31). Is dát iemand die bescherming nodig heeft? Petrus handelde impulsief en agressief. Dat was compleet onnodig. De Zoon van God had geen reden om demonen te vrezen. Hij kon evenmin worden tegengehouden door mannen met zwaarden en fakkels. Sterker nog, de Heer bracht een eind aan de agressie van zijn volgelingen. Hij genas de man en zei tegen zijn discipelen: ‘Wie geweld gebruikt zal zelf door geweld omkomen. En trouwens, besef je niet dat mijn Vader duizenden engelen zou sturen als ik dat nodig had?’ (zie Matteüs 26:52, 53) Wat er die nacht gebeurde komt helaas nog steeds voor. Jongeren tegenover ouderen, autochtonen tegenover allochtonen; de gemeente is vol mensen die enthousiast een overwinning willen scoren voor Jezus. Helaas doen ze dat soms door anderen aan te vallen met als gevolg dat ze vaak een ander pijn doen. Maar het optreden van Jezus is duidelijk. Hij is betrokken en assertief. Hij heelt mensen, inclusief zijn vijanden. De Heer wil hun gebroken toestand herstellen en hun pijn wegnemen. Het zorgen voor een ander is zijn manier van overwinnen. En hij wil Petrus en ons allemaal hiervoor inzetten (Johannes 21: 15-17). Er is niets dat de wereld zoveel nodig heeft als de liefde van de Vader zoals die toegepast wordt door zijn trouwe kinderen. De gemeente is op haar allerbest wanneer wij mensen laten beseffen hoe mooi het is om door Jezus geraakt te worden. Hij geneest gebroken mensen en herstelt relaties ongeacht boze geesten of boze mensen. Dat is winnen op een manier die de vijand niet kan tegenhouden en die de wereld niet kan ontkennen. Zullen wij samen met Jezus gaan, op naar zijn overwinning? Meedoen is zeker de moeite waard, want zijn succes is verzekerd.
GESPREKSVRAGEN:
Heb jij ooit iemand pijn gedaan, in een poging om te scoren voor Jezus? Heeft iemand jou ooit pijn gedaan in een poging om voor Jezus te scoren? Ondanks het feit dat mensen meppen met de Bijbel, zit je hier vandaag. Dat is al een overwinning van Jezus in jouw leven. Deel waarom je hier zit, ondanks je negatieve ervaringen.
31
VO O R P RO E F J E
V O O R L E E SB IJ BE L
God maakte de hemel en de aarde Genesis 1:1 ‘In het begin maakte God de hemel en de aarde.’
Heel lang geleden, helemaal in het begin, was er geen licht. Er was geen lucht. En er was geen zee. Er waren geen dieren, bomen of bloemen. God dacht: ‘Weet je wat? Ik zal een mooie wereld maken.’ En dat deed hij. Luister maar. Hatsjie ...! Mens wordt wakker en kijkt rond. Mens hoort een stem. ‘Hallo mens, daar ben je dan.’ ‘Wie ben jij?’ vraagt mens. ‘Ik ben God,’ zegt God. ‘Ik heb jou vandaag gemaakt. Kom, laten we samen een eindje wandelen. Kijk maar om je heen.’ God geeft mens een hand en samen wandelen zij over het gras in een mooie tuin. Die tuin lag in het land Eden. Daarom heet hij de tuin van Eden. ‘Boe-oe-oe ...!’ ‘Wat is dat God?’ vraagt mens. ‘Een dier, een koe, mens!’ ‘En dat?’ ‘Ook een koe!’ ‘Ah, twee koeien...!’ ‘En wat is dat grote ding?’ ‘Ook een dier, zegt God. ‘Weet jij een leuke naam, mens? ‘Tja, een ... uh ... olifant. Ik zie twee olifanten, God.' ‘Olifant ... leuke naam, wat een goed idee mens’, zegt God. ‘Jij mag alle dieren een naam geven.’ Mens vindt het leuk om namen te bedenken. ‘Daar, in de boom’, wijst mens, ‘dat dier noem ik ‘aap’! Mens kijkt naar zichzelf. Naar zijn armen en handen, naar zijn benen en voeten. ‘Ben ik ook een aap God?’, vraagt mens. ‘Nee ...!’ lacht God. ‘Nee, jij bent een mens.’ ‘Maar ik zie geen ander mens’, zegt mens. ‘Ik zie wel overal twee dezelfde dieren: een koe en een koe, een olifant en een olifant, een paard en een paard, een schaap en een schaap ...’, zegt mens. ‘Die dieren zijn met z’n tweetjes. Maar ik zit hier alleen.’
32
VO O R P RO E F J E
V O O R L E E S B I JB EL Mens voelt zich alleen. ‘Zal ik nog een mens maken?’ zegt God. ‘Dat lijkt me heel fijn’, zegt mens. ‘Kun je dat God?’ ‘Natuurlijk, Ik heb jou toch ook gemaakt!’ ‘Wacht maar, als je straks weer wakker bent, heb ik een verrassing voor jou!’
Ben je illustrator? Wil je meehelpen aan dit project? Laat het ons weten!
Hatsjie ...! Mens niest en wordt wakker. Er kriebelt iets in zijn neus. Mens wil die kriebel weghalen. Mens kijkt rond. Wat staat daar ...? Mens wrijft in zijn ogen en kijkt nog eens. Dat ... dat is ook een mens. Die kriebelt met een grasspriet in zijn neus. ‘God, God, kom snel, kom kijken, ik zie een mens ...!’ Een mens, net zoals ik. Maar toch een beetje anders. God glimlacht. Hij is blij omdat mens zo blij is. ‘Ja, ja’, lacht God. ‘Nu ben jij ook met z’n tweetjes. ‘Jij bent een vrouw’, zegt God en wijst naar de vrouw. ‘En jij bent een man. En nu mogen jullie elkaar kussen. Jullie horen bij elkaar.’ God wandelt met de twee mensen. Overal groeien bomen en bloemen. ‘Wat is het hier mooi, God’, zegt de vrouw. Ze kijkt verbaasd om zich heen. ‘Deze tuin is voor jullie’, vertelt God. ‘Hier mogen jullie wonen en werken. Daar is een rivier waar vissen in zwemmen.’ ‘Mogen wij naar de rivier?’ wil de vrouw weten. ‘Zo vaak als je maar wilt!’ knikt God. De man en de vrouw wonen en werken in de tuin van Eden. Die tuin heeft God gemaakt. Alles is er mooi en goed. God is graag bij de man en de vrouw want dat vindt hij gezellig. Hij praat met hen. En hij leert hen veel.
Voor de ouders • Het verhaal van de schepping in de Bijbel is heel sober en zonder opsmuk verteld. De hoofdzaak is om het geweldig mooie van de schepping te onderstrepen. De nadruk ligt niet zozeer op hoe God alles maakte maar dat hij het deed. • Dit is een eerste versie van de Voorleesbijbel. Het eindproduct zal er nog mooier uitzien, met prachtige tekeningen.
33