Lezingen voor de Gebedsweek 7-14 NOVEMBER 2015
Hoop en Verwachting Opwekking en de wederkomst
Een groet van de voorzitter
H
eft uw bazuin nu en luid schal het uit: Jezus komt haastiglijk weer!’ De woorden van dit bekende oude lied weerklinken in de harten van zevendedagsadventisten, terwijl we reikhalzend uitkijken naar die grote dag. ‘Opwekking en de terugkeer van Jezus’ is het thema voor de gebedslezingen van dit jaar. Het thema is betekenisvol wanneer we de gezegende hoop, de urgentie om de drie-engelenboodschap te verkondigen, de zekerheid van de profetieën en de realiteit van de eerste en tweede opstanding in ogenschouw nemen. Welke rol spelen de boodschappen van de drie engelen in de opwekking van de kerk en voor ieder van ons persoonlijk? Hoe zijn
het heiligdom en deze belangrijke boodschappen met elkaar verbonden? Wat is het verband tussen de tekenen van de tweede komst van Christus en de opwekking en betrokkenheid bij zendingsactiviteiten? Hoe kunnen we zeker zijn van de tweede komst en de hoop op de opstanding? Wat is de rol van het duizendjarig rijk en de tweede opstanding in de context van de grote strijd? Deze en andere vragen zullen aangestipt worden in deze gebedslezingen die hartstochtelijk en vol van de geest zijn. Ik nodig u uit om met mij mee te doen als we al biddend deze belangrijke onderwerpen onder de loep nemen en samen uitkijken naar de uiteindelijke uitkomst van opwekking en hervorming: eeuwig leven met God. Als u nog jonge kinderen in huis heeft (of gewoon van goede verhalen houdt),
dan moet u beslist ook de kinderverhalen niet overslaan. Moge de Heer ons zegenen wanneer wij samenkomen als een wereldwijde kerkfamilie om met elkaar te groeien en te bidden gedurende deze bijzondere week van gebed. n Ted N. C. Wilson Wereldvoorzitter van het Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten
OVER DE SCHRIJVERS
Gerald en Chantal Klingbeil houden ervan om samen toerusting te bieden en vinden hun passie in het werken met jonge mensen binnen het Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten. Gerald komt van oorsprong uit Duitsland en is een van de redacteuren van de tijdschriften Adventist Review en Adventist World. Daarnaast is hij onderzoeker en hoogleraar in het Oude Testament en Oude Nabije Oosten Studies aan de theologische faculteit van Andrews University. Hij behaalde zijn doctoraat aan de Universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika en heeft gedurende de afgelopen twintig jaar als hoogleraar gedoceerd aan diverse adventistische universiteiten in Zuid-Amerika en Azië. Chantal Is geboren en opgegroeid In Zuid-Afrika, geeft mede leiding aan het Ellen G. White Instituut en richt zich in haar werk op kinderen, jeugd en jong volwassenen. Chantal heeft een MA in de filosofie van taal van de Stellenbosch universiteit in Zuid-Afrika. Ze heeft gewerkt als leerkracht aan een middelbare school, hoogleraar aan een universiteit, thuis onderwijzer, schrijver en redacteur. Gerald en Chantal genieten van hun drie tienerdochters, Hannah, Sarah en Jemima, die hen voortdurend bezig en alert houden.
UITGEVER Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten EINDREDACTIE Bert Nab REDACTIE Joanne Balk, Madelon Comvalius VERTALING Bert Nab ONTWERP Bryan Gray, Daniel Añez, Limelight.Design.Studio@gmail.com ORIGINELE UITGAVE The Adventist Review, vol. 191, no. 27 (ISSN 0161-1119) Een uitgave van de General Conference of Seventh-day Adventistsen en the Review and Herald Publishing Association. Alle bijbelteksten zijn genomen uit de Nieuwe Bijbelvertaling, tenzij anders aangegeven.
2
Lezingen voor de Gebedsweek 7-14 november 2015
Eerste sabbat
Kracht om het werk te voltooien AANSPRAAK MAKEN OP DE DRIE-ENGELENBOODSCHAP DOOR TED N. C. WILSON
W
e leven in een bijzondere tijd. Degenen die kennis hebben van de bijbelse profetieën en gebeurtenissen, zowel binnen als buiten de Adventkerk, realiseren zich dat God met iets heel bijzonders bezig is. Ik geloof met mijn hele hart dat Jezus snel terugkomt. Hoewel niemand zich moet wagen aan een specifieke datering voor zijn komst, zijn ons in de Bijbel wel tekenen gegeven, die verwijzen naar de tijd vlak voor zijn komst. En die tijd is nu. Zoals u weet, roepen de Bijbel en de geest der profetie op tot opwekking en hervorming. Dat betekent dat we Gods instructies in praktijk moeten brengen, zodat de late regen van de heilige Geest uitgestort kan worden, zoals voorspeld in Joël 2, Hosea 6, en Handelingen 2. Zijn instructies worden op een goede manier weergegeven in 2 Kronieken 7:14. Hij spreekt tot ons in onze tijd als hij zegt: ‘en wanneer dan mijn volk, het volk dat mij toebehoort, het hoofd buigt, al biddend mijn aanwezigheid zoekt en terugkeert van zijn dwaalwegen, dan zal ik het aanhoren vanuit de hemel, zijn zonden vergeven en het land genezen.’ Wanneer wij onszelf nederig opstellen voor God door de kracht van de heilige Geest, oprecht bidden om zijn leiding, zijn Woord bestuderen, onze eigen ambities aan de kant zetten en hem toe-
staan om ons in waarheid te leiden, dan zal hij ons horen, vergeven en genezen. Hij zal ons in een hechte relatie met zichzelf brengen, zodat wij hem van dienst kunnen zijn in het voltooien van zijn werk op aarde. Bid zoals u nooit eerder gebeden heeft. God roept ons tot een vernieuwde en hervormde relatie met hem, zodat we voorbereid zijn om de profetische boodschappen te verkondigen die hij ons als kerk van ‘de rest’ heeft toevertrouwd. Het begrip van de profetische boodschappen van Daniël en Openbaring in de Adventkerk helpt ons om ons theologisch raamwerk bij elkaar te houden. Het geeft ons een doel, identiteit en een helder zicht op onze wereldwijde missie. God roept ons op om de boodschap van de drie engelen van Openbaring 14 te delen met de mensen van onze tijd. Als er ooit een tijd is geweest om deze bijzondere boodschap, die alleen in de Adventkerk zo duidelijk wordt begrepen, te delen met een seculiere wereld, dan is het nu.
Ontvang. Geloof. Vernieuw. Om de boodschap te verkondigen, zullen we deze eerst onszelf eigen moeten maken door hem te ontvangen, te geloven en erdoor vernieuwd te worden. Hoe kan deze bijzondere boodschap ons veranderen?
De verandering komt als we onszelf de boodschap eigen maken. Het is een boodschap die vol licht is en als dat deel van ons wordt, zal dat licht door ons heen op anderen schijnen. Dan begrijpen we hoe belangrijk de boodschap is. En omdat we van God houden, zullen we deze levens veranderende waarheid ook met anderen willen delen. Het is een opdracht die ons door Jezus zelf is gegeven, zoals we kunnen lezen in Openbaring 14. Het is een opdracht die wordt gegeven aan het overblijfsel, een rest, en aan niemand anders. In de Testimonies for the Church (Getuigenissen aan de kerk) wordt ons verteld dat ‘zevendedagsadventisten op een speciale manier tot wachters en lichtdragers in de wereld zijn aangesteld. Aan hen is de laatste waarschuwing aan een wegkwijnende wereld toevertrouwd. Op hen schijnt het prachtige licht van Gods Woord. Aan hen is een heilige taak toevertrouwd – de verkondiging van de boodschappen van de eerste, tweede en derde engel. Er is geen werk dat zo belangrijk is als dit. Niets mag hun aandacht afleiden van deze boodschap.’1
De drie-engelenboodschap De eerste adventgelovigen verkondigden dat Jezus in 1844 zou terugkomen. Zij ervoeren een grote teleurstelling, zoals ook al was geprofeteerd in Openbaring 10. Hun werk was echter nog niet
Lezingen voor de Gebedsweek 7-14 november 2015
3
‘Het is een boodschap die vol licht is en als dat deel van ons wordt, zal dat licht door ons heen op anderen schijnen.’ voltooid. Er was nog een toegevoegde boodschap, waarvan God wilde dat die over de hele wereld bekend zou worden. Deze boodschap is in drie stukken verdeeld en is te lezen in Openbaring 14:6–12. De boodschap van de eerste engel (vers 6–7) vertelt over het eeuwig evangelie, redding door de rechtvaardigheid en genade van Christus – zijn oordelende en heilige kracht. De engel kondigt aan dat de tijd van het oordeel is gekomen en roept de mensen op om oprecht God te dienen en hem als Schepper te erkennen. De oproep om God als Schepper te aanbidden, wijst automatisch ook op de plicht om dat te doen op de dag waarop zijn creatieve daden gevierd worden. Geschapen wezens kunnen hun Schepper niet eren zonder zich aan het gebod van de sabbat te houden en – de zevende dag van de week – heilig te houden. God heeft deze dag zelf apart gezet als herinnering aan zijn schepping. Tijdens de moeilijke tijd die direct voorafgaat aan de komst van Jezus, zal de sabbat een centrale en conflicterende rol spelen. Ellen White schrijft: ‘De sabbat zal een grote loyaliteitstest worden, want dit punt van waarheid zal in het bijzonder tot conflicten leiden. Wanneer de uiteindelijke test over de mensheid zal komen, zal de lijn getrokken worden tussen hen die God dienen en zij die dat niet doen.’2 Om God als Schepper te kunnen dienen, moet er een bereidheid bestaan om valse theorieën over de oorsprong van het leven, inclusief evolutie, te verwerpen. Het is onmogelijk in theïstische of algemene evolutie te geloven en tegelijk te beweren dat God de Schepper van hemel en aarde is en van alles wat daarin leeft. Neem een krachtig standpunt in voor Gods schepping van de wereld in zes letterlijke dagen in een niet al te ver verleden. De scheppingsweek werd letterlijk afgesloten met dezelfde prachtige sabbat die wij vandaag de dag nog steeds op iedere zevende dag vieren. De boodschap van de tweede engel (vers 8) kondigt de val van Babylon aan 4
Lezingen voor de Gebedsweek 7-14 november 2015
en werd voor het eerst gepresenteerd in de zomer van 1844. Aangezien deze aankondiging in de profetie chronologisch volgt op de prediking van het oordeel, en omdat de kerken voor wie deze boodschap bestemd is ooit reine kerken waren, verwijst Babylon hier naar de kerken die de boodschap van het oordeel verworpen hebben. De tweede boodschap – ‘Babylon is gevallen’ – wordt herhaald in Openbaring 18:1–4. Gods mensen die nog steeds in Babylon verblijven, worden daaruit weggeroepen opdat zij niet schuldig zullen zijn aan deelname aan de zonden van Babylon en niet de plagen die over haar worden uitgestort zullen meemaken. Daarom bestaat Babylon uit de kerken die veel van de theologische fouten onderwijzen die zijn doorgegeven door de kerk in de Middeleeuwen. De boodschap van de derde engel (vers 9–11) bevat een duidelijke waarschuwing. Aanbid het beest en zijn beeld niet en ontvang ook niet het teken van het beest. Gebeurt dat wel, dan wordt je afgesneden van het overblijfsel. De inhoud van de derde boodschap is gebaseerd op de profetie van het voorafgaande hoofdstuk in Openbaring 13. De beesten vertegenwoordigen de afvallige kerk. Het tweede dier in dit hoofdstuk, dat de Verenigde Staten representeert, creëert het beeld van dit beest. Een definitie van dit beeld is te vinden in het boek De grote strijd van Ellen White. We zijn erg dankbaar voor de religieuze vrijheid die door veel landen, inclusief de Verenigde Staten, wordt gegarandeerd. Volgens de bijbelse profetie zal die vrijheid echter worden ingeperkt. Kerken zullen zoveel druk uitoefenen op de regering dat deze uiteindelijk wetten zal uitvaardigen die tegemoet komen aan de wensen van de afvallige kerken.3 Het teken van het beest – het houden van een andere dag dan de sabbat – is een instelling die de autoriteit van het beest duidelijk laat blijken. Eén wereldkerk schept op over het feit dat zij de sabbat, die bij de schepping is ingesteld, heeft vervangen door de zondag. Andere
kerken geven aan dat zij aanbidden op zondag als een herinnering aan de opstanding van Christus. Geen van beide beweringen wordt in de Bijbel gevonden. Het gevolg is dat de erkenning die de Schepper toekomt, wordt weggenomen.
Een krachtig resultaat Afvallige religieuze leiders zullen niet in staat zijn het bijbels bewijs voor de heiligheid van de sabbat op zaterdag te ontkennen. Dit gegeven zal hen woedend maken. Het resultaat is dat sabbatvierders vervolgd en gevangen gezet worden. Te midden van al deze gebeurtenissen zal de verkondiging van de derde boodschap een effect hebben dat niet eerder werd gezien. De mensen zullen zien dat de profetieën uit Daniël, Matteüs, Marcus, Lucas, Openbaring en uit andere delen van de Bijbel precies zo in vervulling gaan, als hen verteld werd door degenen die zich aan de geboden hebben gehouden. De vorming van het beeld van het beest en de invoering van de zondagswet zullen tot nationale en internationale chaos en crisis leiden. Degenen die zich vastklampen aan hun Verlosser en weigeren de waarheden los te laten die zij in de drie-engelenboodschap vinden, zullen zich realiseren dat zij hun plicht moeten doen en de waarheid van deze boodschap blijven delen, terwijl zij het resultaat en de mogelijke gevolgen aan God overlaten. We lezen dat hun gezichten zullen ‘oplichten’ en dat zij zich ‘van plaats naar plaats zullen haasten om de boodschap van de hemel te verkondigen … Er zullen wonderen plaatsvinden, zieken genezen en tekenen en wonderbaarlijke gebeurtenissen zullen de gelovigen omringen … Op die manier zullen de bewoners van de aarde beseffen wat er gaande is.’4
Een spannende toekomst Bijbelkenners die geïnteresseerd zijn in Daniël en Openbaring, dit is de spannende toekomst waarvoor u, jij en ik geroepen zijn om Gods grote werk te helpen voltooien. Door deze machtige boodschappen te verspreiden helpen we mee aan zijn spoedige komst. Alleen wanneer wij volledig op Jezus, zijn rechtvaardigheid en de kracht van de heilige Geest vertrouwen, zullen we in staat zijn iets te betekenen. God bereidt u, jou en mij op iets heel bijzonders voor, dat spoedig zal gebeuren – de uitstorting van de laten regen met de heilige
Geest – zodat wij opgewekt zullen worden en klaar zijn om deze prachtige boodschappen vrijmoedig te verkondigen. God verandert de harten van degenen die deze mooie profetische boodschap horen, degenen die voor Christus moeten kiezen. Wat een voorrecht om deze profetische boodschap te mogen delen en God nederig om hervorming en opwekking te vragen door de kracht van de heilige Geest.
Zijn wij er klaar voor? Wij geloven in profetie, in de rechtvaardigheid van Christus en in zijn spoedige terugkeer. Zijn we dan ook bereid om onze verbondenheid met Christus te vernieuwen door zijn voorbeeld te volgen in het waarschuwen van de wereld en het delen van zijn liefde? Zijn wij bereid om de kenmerkende, profetische boodschap van de drie engelen te delen? Zijn wij er klaar voor om, in deze laatste dagen van de geschiedenis van de aarde, door God gebruikt te worden om zijn laatste boodschap van liefde, vergeving en oordeel op een liefdevolle en krachtige manier met de wereld te delen? Laten we dan eerst deze boodschappen zelf tot ons nemen en geloven. Laat ze ons opwekken, hervormen en transformeren, zodat het licht van de waarheid door ons heen kan schijnen naar een wereld in duisternis. Op een dag in de nabije toekomst zullen we opkijken en een kleine, donkere wolk ter grootte van de hand van een mens zien. Hij zal groter en groter worden en steeds helderder. Miljoenen engelen geven die bijzondere wolk vorm, met een stralende regenboog erboven en bliksem eronder. Precies in het midden van die ongelooflijke wolk zal zich degene bevinden waar we al die tijd op wachten, onze Verlosser en Heer, Jezus Christus. Hij komt als de Koning der koningen en als Heer der heren. Wat een dag zal dat zijn! Wanneer u zich wilt overgeven aan de Heer, degene die de schrijvers van de boeken Daniël en Openbaring heeft geïnspireerd, dan nodig ik u uit uw hoofd te buigen, waar u zich ook bevindt, als u deze boodschap leest of hoort en uzelf aan hem toe te wijden. Hij is degene die zichzelf aan ons gaf, die ons wil opwekken en ons uitnodigt de drie-engelenboodschap verder te verspreiden. Hij is degene die u kan verlossen door zijn kleed van gerechtigheid en
zijn heiligmakende kracht. Hij die ons helpt om steeds meer op hem te gaan lijken. Hij kan u goed gebruiken om zijn profetische boodschap verder te verspreiden in de laatste uren van de wereldgeschiedenis. Mag hij u de moed en de kracht schenken om deze fenomenale boodschappen met de wereld te delen. Jezus komt spoedig! n 1 Ellen G. White, Testimonies for the Church (Mountain View, Calif.: Pacific Press Publishing Association, 1948), deel 9, blz. 19. 2 Ellen G. White, De grote strijd, tweede editie, mei 2001, blz. 519 3 Idem, blz. 445. 4 Idem, blz. 612. TED N. C. WILSON IS VOORZITTER VAN HET KERKGENOOTSCHAP DER ZEVENDE-DAGS ADVENTISTEN.
V R A G E N
V O O R
Reflectie & Discussie 1. Wat betekent het om in geduldige afwachting van Jezus’ komst te leven? 2. Waarom is de sabbat de grote loyaliteitstest in het einde van de tijd? Is het vierde gebod het belangrijkste gebod? 3. Waar moet onze focus liggen in de verwachting van de spoedige komst van Jezus? Het ontwikkelen van een persoonlijke relatie met hem? Anderen van dienst zijn? Bijbelse leerstellingen bestuderen? Verklaar u nader.
Lezingen voor de Gebedsweek 7-14 november 2015
5
Zondag
‘Ik wist dat u zou komen’ DE ZEKERHEID VAN DE TWEEDE KOMST
H
et was een van de meest verwoestende aardbevingen die Armenië ooit had getroffen. Op 7 december 1988, om 11.41 uur lokale tijd, werd de noordelijke regio van Armenië in de buurt van Spitak door elkaar geschud door een aardbeving van 6.8 op de schaal van Richter. Steden werden verwoest, huizen stortten in en meer dan 30.000 mensen kwamen om het leven. Het verhaal van een onbekende vader die op zoek was naar zijn zoon in een school die totaal verwoest was, heeft sinds die tijd duizenden mensen geraakt. Onmiddellijk na de eerste beving haastte de vader zich naar de totaal vernielde school. Hij herinnerde zich een belofte die hij lang daarvoor gedaan had en begon met zijn blote handen te graven. ‘Wat er ook gebeurt, ik zal er altijd voor je zijn,’ had hij zijn jongen verteld toen deze op een keer bang was. Hij bepaalde waar het klaslokaal van zijn zoon ongeveer moest zijn en begon rommel en puin weg te halen. Er arriveerden andere mensen die de verwoesting in ogenschouw namen en probeerden de vader weg te trekken. Hij liet zich echter niet afleiden. Hij dacht aan zijn belofte. Brandweerlieden en ambulance personeel probeerden de vader in bedwang te houden. Omdat er gas lekte, was er reëel gevaar op brand of een explosie. ‘Wij gaan ermee aan de slag,’ vertelden zij hem. ‘Uw zoon kan 6
dit op geen enkele manier overleefd hebben.’ De vader ging gewoon door met graven, steen voor steen. Uiteindelijk, na 38 uur graven, hoorde hij plotseling de stem van zijn zoon. ‘Pap, ben jij het? Ik wist dat je zou komen pap. Ik heb tegen de andere kinderen gezegd dat ze zich geen zorgen hoeven te maken, want jij hebt beloofd dat je er voor me zou zijn.’ De man redde die dag 14 kinderen, inclusief zijn eigen zoon. Hij had zich aan zijn belofte gehouden.1
Nog langer wachten Er is al veel tijd verstreken sinds de engelen aan de discipelen vroegen: ‘Wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan’ (Handelingen 1:11). Paulus wachtte (Romeinen 12:11–13; 1 Tessalonicenzen 1:10); Petrus wachtte (1 Petrus 1:7–9; 4:7; 2 Petrus 3:9–14); Johannes wachtte (Openbaring 22:12, 20); en miljoenen andere volgelingen van Jezus hebben sinds die tijd gewacht. Velen die de glorieuze komst verwachtten, vonden zichzelf terug in gevangenissen, werden vervolgd of bespot. Op andere momenten dreigde lauwheid de gepassioneerde volgelingen om te vormen tot popcorn etende toeschouwers, meer geïnteresseerd in de laatste gadgets en noviteiten dan in de komst van
Lezingen voor de Gebedsweek 7-14 november 2015
de Heer. Wachten is geen makkelijke bezigheid.
Leren van Handelingen De vroegchristelijke kerk, zoals we die tegenkomen in Handelingen, geeft ons een goed voorbeeld van hoe er gewacht kan worden. Toen er niet meer naar de lucht gestaard werd, begon het wachten. Tijdens dat wachten begonnen ze te bidden (Handelingen 1:14). Terwijl zij baden, kwamen ze nader tot elkaar (2:1). Toen gebeurde het: biddende verwachting werd geest vervulde stoutmoedigheid. Opwekking leidde tot een zending gerichtheid die niet ingehouden kon worden. Het getuigenis van Petrus, dat door de Geest vertaald werd om zoveel mogelijk harten te bereiken, leidde tot een vloedgolf aan bekeerlingen. Drieduizend werden er op die dag gedoopt, en dat was nog maar het begin (vers 41). Biddend samenzijn, zorg dragen voor de noden van de nieuwe gemeenschap en Godgerichte lofprijzing, leidde tot een groeiende kerk, want ‘de Heer breidde hun aantal dagelijks uit’ (vers 47). Timide, vermoeide en bezorgde mensen veranderden in zendingsgerichte, moedige en overtuigende predikers van het Woord. Vervolging dreef hen naar Samaria, Klein Azië, Rome en het einde van de wereld. Zij wachtten en preekten intussen gepassioneerd over de opgestane Heer, in een wereld waar het kruis voor de meeste mensen domheid en vernedering symboliseerde (1 Korintiërs 1:18).
Twee belangrijke zaken dreven hen voort. Ten eerste waren zij bij Jezus geweest. Zij spraken over een Verlosser met wie zij nauw contact hadden gehad. Zij hadden ‘God met ons’ in eigen persoon ervaren en die ervaring veranderde hen volkomen. Ten tweede kenden zij de Schriften door en door en hadden een goede kennis van de profetieën. De toespraak van Petrus tijdens het Pinksterfeest zat vol met citaten uit het Oude Testament. De discipelen hadden de timing van God gezien in de komst van de Messias (Galaten 4:4) en zij vertrouwden ook op zijn timing voor de terugkeer van de Zoon. Wij kunnen iets leren van die vroege kerk. Net zoals de discipelen destijds, moeten ook wij onze Verlosser persoonlijk en van zeer nabij kennen. Genade kan niet doorgegeven worden als het alleen maar van horen zeggen komt. Verlossing komt niet tot stand door bloedbanden of lidmaatschapsformulieren. Een persoonlijke omgang met de opgestane Heer is de fundering voor verwachting vol vertrouwen. We vertrouwen mensen die we echt kennen. En om Jezus echt te kennen, moeten we tijd met hem doorbrengen in gebed en de bestudering van zijn Woord. Een ander belangrijk onderdeel in ons wachten op Jezus heeft te maken met ons begrip van Gods profetische boodschap voor onze tijd. Sinds het eindigen van de profetische tijdlijnen in 1844 leven we in de tijd van het einde. Daniël 9:24–27 helpt ons om het begin van de lange periode van 2300 avonden en morgens (of dagen) vast te stellen. Deze werden aan Daniël bekendgemaakt in 8:14 en baarden hem grote zorgen. De 70 weken die van de langere profetische periode werden ‘afgesneden’ begonnen in 457 voor Christus toen de Medo-Perzische koning Artaxerxes I aan Ezra toestemming gaf om de rest van het zilver en goud naar eigen inzicht te besteden (Ezra 7:18). Dit stelde Ezra in staat om eindelijk de muren van Jeruzalem opnieuw op te bouwen. We zien hier een duidelijke lijn naar Daniël 9:25 en het uitvaardigen van een decreet om Jeruzalem te herstellen en op te bouwen. Bijbelse profetie is betrouwbaar. Toen het exacte moment aanbrak, dat door profeten en zieners was aangekondigd, kwam Jezus onze aardse geschiedenis binnen en veranderde die voor altijd. Als Gods grote pennenstreken op de profe-
Biddende verwachting werd geest-vervulde stoutmoedigheid. tische tijdlijn kloppen en betrouwbaar zijn, hoeveel temeer mogen we dan ook hem vertrouwen die zei: ‘Ik kom spoedig’ (Openbaring 22:12).
Hoe spoedig is spoedig? De eerste adventisten geloofden dat het spoedig van God ook echt snel zou zijn. Hun leven, prioriteiten en hoop richtten zich volkomen op dit glorieuze moment in de geschiedenis. Jezus zou spoedig komen om iedereen op te halen die gered was. Inmiddels zijn we echter alweer ruim 170 jaar verder in de tijd. ‘Hoe spoedig is spoedig?’ vragen we onszelf af, terwijl we wachten. De tekenen van zijn komst zijn duidelijk zichtbaar en stapelen zich op (Matteüs 24). We zien het iedere keer wanneer we de televisie aanzetten, onze favoriete Facebookpagina’s bekijken, of het nieuws lezen over oorlogen, natuurrampen, honger, ziekte, misdaad, gebrek aan moraal en sociale ongelijkheid. Als we in de spiegel kijken, zien we misschien wel de Laodicese zelfgenoegzaamheid. Het is wel duidelijk dat deze wereld in een crisis verkeerd, zowel sociaal, economisch, moreel en ook ecologisch. Het leven kan niet voor eeuwig zo doorgaan. Onze bronnen zijn beperkt, onze problemen lijken onoplosbaar, ons egoïsme is buitensporig. Toch hebben we de hoop die alleen Christus ons kan geven. Net zoals de discipelen leven we een leven in actieve dienst terwijl we wachten. Net als de discipelen grijpen we de uitgestoken hand van de Meester terwijl we wachten. Net als de discipelen vinden we onze zekerheid in de profetische boodschappen die volkomen betrouwbaar zijn en die ons richting geven, zoals een lamp in een donkere ruimte (2 Petrus 1:19). Vergelijkbaar met Pinksteren kunnen we Gods Geest overal om ons heen aan het werk zien. De boodschap van zijn spoedige komst verandert levens en vindt zijn weg naar steden, stadscentra, oerwouden en bergtoppen. We wachten en dienen, want dat is de modus operandi voor Gods kinderen sinds de dag dat de discipelen Jezus zagen verdwijnen in de wolken aan de hemel. Met ieder gebed groeit het rijk van
God. Te midden van de pijn in de wereld, zelfs te midden van onze eigen pijn, wachten wij geduldig en vol vertrouwen. En op die grote dag, die alle andere dagen zal overschaduwen, zullen we in de armen van onze koninklijke Verlosser rennen en hem zeggen: ‘Jezus, we wisten dat u zou komen, want dat had u beloofd.’ n 1.
Gebaseerd op Jack Canfield en Mark Victor Hansen, red., Chicken Soup for the Soul (Deerfield Beach, Fla.: HCI Books, 1993), blz. 273, 274.
V R A G E N
V O O R
Reflectie & Discussie 1. Hoe kunnen we actief op de komst van Jezus wachten in een wereld waarin geen plaats voor God is? 2. Wat is de relatie tussen opwekking en de hoop op de tweede komst? 3. Waarom raken we afgeleid of zelfs ontmoedigd, terwijl we op Jezus wachten? Wat is hier de remedie tegen? 4. Hoe kunnen we vol vertrouwen wachten als deel van Gods gemeenschap en tegelijk een zegen zijn voor de mensen om ons heen?
Lezingen voor de Gebedsweek 7-14 november 2015
7
Maandag
‘U alleen bent waardig’ AANBIDDING EN DE WEDERKOMST
H
et gezin had lang gespaard voor hun droomvakantie. Toen zij eindelijk in het vliegtuig zaten, slaakten ze een gezamenlijke zucht van verlichting die zei: ‘Vakantie, we komen eraan.’ Vervolgens vielen ze in slaap. Zes uur later werden ze wakker op het moment dat het vliegtuig naar de gate taxiede. Stelt u zich echter hun verrassing en ontreddering voor, toen zij mannen diep wegdoken in hun gewatteerde jassen tegen de kou zagen. Ze hadden een ticket naar de tropen geboekt, maar waren in Alaska geland. Kunt u zich hun totale ongeloof voorstellen? Op de een of andere manier waren zij in het verkeerde vliegtuig terechtgekomen en niemand had het gemerkt. In plaats van verkoelende briesjes en zacht wuivende palmbomen kregen ze te maken met een ijzige wind en het vooruitzicht van sneeuw, die vroeg in het jaar ging vallen. Hoewel wij misschien niet op het verkeerde vliegtuig stappen en op een heel andere bestemming aankomen dan gedacht, kunnen we toch het gebeuren missen waar de wereld het meest naar uitkijkt. Moe van het lange wachten, afgeleid door een overdosis media en entertainment, in de war door hedendaagse voorstellingen van God, vinden zevendedagsadventisten zichzelf terug te midden van een aanbiddingsoorlog die de kerken en gemeenschappen uit elkaar dreigt te drijven. Deze aanbiddingsoorlog gaat niet 8
over muziekstijlen of het gebruik van instrumenten. Deze oorlog gaat veel dieper, rechtstreeks naar de kern van de zaak.
Wie aanbidt u? Trouw in aanbidding karakteriseert Gods mensen in het einde der tijden. De eerste engel uit Openbaring 14, die in de lucht vliegt en het eeuwig evangelie predikt, daagt ons uit: ‘Heb ontzag voor God en geef hem eer, want nu is de tijd gekomen dat hij zijn oordeel zal vellen. Aanbid hem die hemel en aarde, zee en waterbronnen geschapen heeft’ (Openbaring 14:7). Aanbidding is een hoofdthema in Openbaring. Gods mensen aanbidden het Lam van God die op de troon zit (Openbaring 4:10; 5:14; 7:11; 11:16). Toch is het Satan, de draak, die aanbidding eist van en opdraagt aan degenen die op aarde leven (Openbaring 13:4, 8, 12, 14). Hij weet dat mensen toegewijd zijn aan hetgeen dat of degene die zij aanbidden. De strijd gaat dus iedere dag over de hele aardbol verder. Sommige mensen aanbidden dingen. (In het verleden werd dit afgoderij genoemd, maar vandaag de dag noemen we het materialisme.) Anderen aanbidden mensen. In 2010 publiceerden twee professoren van de Baylor universiteit, Paul Froese en Christopher Bader, het boek America’s Four Gods: What We Say About God— & What That Says About Us (De vier goden van Amerika: wat wij over God zeggen – en wat dat over
Lezingen voor de Gebedsweek 7-14 november 2015
ons zegt). Zij suggereerden op basis van een onderzoek over religieuze zienswijzen dat Amerikanen vier kenmerkende standpunten over God hebben: de autoritaire God, de welwillende God, de kritische God en de afwezige God. Het is overduidelijk dat de manier waarop wij God zien ook bepaalt hoe wij hem aanbidden. Als God ver weg is en vooral oordeelt (of kritisch is), neigen mensen ernaar om voorzichtig te aanbidden, op een manier die liturgisch juist is. Wanneer God als welwillend wordt ervaren (wat hij ook is) ten koste van zijn autoriteit, dan kunnen we God zien als ons ‘maatje’. Het lijkt er soms op dat wij God naar ons beeld geschapen hebben in plaats van te erkennen dat wij geschapen zijn naar ‘zijn beeld en gelijkenis’ (Genesis 1:27).
Aanbidding en opwekking Een snelle blik op de geschiedenis van Israël bevestigt de nauwe band tussen aanbidding en opwekking. De hervorming en restoratie van de tempel door Hizkia wordt gevolgd door de viering van Pesach (2 Kronieken 29:30). Bijna een eeuw later geeft de jonge koning Josia het startsein voor een grote opwekking in Israël, waarbij hij de heilige plaatsen in Jeruzalem en Juda, de Asjerapalen en andere vormen van afgodenaanbidding verwijdert (2 Kronieken 34). Op een later tijdstip voert Josia de correcte viering van Pesach opnieuw in (verg. 2 Kronieken 35 en dan vooral vers 18).
Wanneer wij ons op God richten, worden we vernieuwd; herzien we onze prioriteiten; herinneren we ons wie we werkelijk zijn (namelijk geschapen wezens) en erkennen we onze troosteloze pogingen om onze eigen toekomst te bepalen als egocentrisme. Er loopt een rechte lijn van opwekking naar vernieuwde aanbidding.
Aanbidding en verwachting Aanbidding is niet alleen een theologisch onderwerp in Gods agenda van de eindtijd. Echte aanbidding onderscheidt zich van valse aanbidding, trekt ons weg van de gerichtheid op onszelf en wijst ons opnieuw op onze Schepper en Verlosser. De mensen om ons heen zullen het in de praktijk zien gebeuren. Jakobus beschrijft dit concrete element van aanbidding: ‘Voor God, de Vader, is alleen dit reine, zuivere godsdienst: weduwen en wezen bijstaan in hun nood, en je in acht nemen voor de wereld en onberispelijk blijven’ (Jacobus. 1:27). Mensen die de glorieuze terugkeer van hun Heer en Meester verwachten, sluiten zich niet op in kloosters, kerken, of universiteiten om de fijne kneepjes en tijdslijnen van zijn komst te bespreken. Zij zijn betrokken bij de gemeenschap waarin zij wonen. Zij bieden hulp aan de daklozen; ze delen hun materialen en hun geestelijke zegeningen met de mensen die ontmoedigd zijn of onderdrukt worden; zij zorgen voor de zieken en staan stervenden bij in de laatste periode van hun leven. Een dergelijke dienstbaarheid, waarbij we onszelf wegcijferen, daagt uit. Het betekent vaak dat we over drempels heen moeten stappen. We komen op plaatsen terecht waar we misschien liever niet zouden zijn. Het weerspiegelt de houding van Jezus, die zichzelf wegcijferde en de gestalte van een slaaf aannam (Filippenzen 2:7). We zien het wanneer Jezus de voeten van zijn discipelen wast, inclusief degene die hem even later zou verraden, en we horen hem zeggen dat wij zijn voorbeeld moeten volgen (Johannes 13:15).
Aanbidding en de sabbat Vraag een willekeurige adventist naar vormen van aanbidding en het kan bijna niet anders dan dat de sabbat ter sprake komt. Adventisten zij dol op de sabbat. Het herinnert ons aan onze oorsprong. Een machtige Schepper heeft ons gemaakt naar zijn beeld en gelijkenis
Het lijkt er soms op dat wij God naar ons beeld geschapen hebben in plaats van te erkennen dat wij geschapen zijn naar ‘zijn beeld en gelijkenis’. (Exodus 20:8–11). Hij vertelt ons ook iets over de zondeval en over Gods manier om ons toch weer thuis te brengen. Wij zijn zondaars die een Verlosser nodig hebben en die uit ‘Egypte’ geleid moeten worden (zie Deuteronomium 5:12–15). Schepping en verlossing zijn belangrijke onderwerpen in onze aanbidding. Iedere sabbat krijgen we de kans om onszelf dit in herinnering te brengen. De sabbat speelt echter ook een belangrijke rol in de aanloop naar de terugkeer van onze Heer. De mogelijkheden van Satan om de sabbat te veranderen naar de zondag komen in het eindtijdscenario van Openbaring tot een hoogtepunt. In dit scenario zal de ware dag van aanbidding een twistpunt worden (Openbaring 13:11–17; 14:9); vergelijk dit met de mogelijkheid van de kleine horen in Daniël 7:25 om tijden en wetten te veranderen. Ellen White voorspelde: ‘Degenen die de bijbelse sabbat in ere willen houden, zullen behandeld worden als vijanden van wet en recht, als degenen die de wetten van de maatschappij met voeten treden en daardoor anarchie en corruptie veroorzaken. Zij zullen gezien worden als degenen die het oordeel van God over de wereld afroepen.’1 Ellen Whites commentaar brengt ons in herinnering dat de dag van aanbidding niet zozeer te maken heeft met persoonlijke voorkeuren, maar dat het een gegeven van leven of dood is ... Onze vastberadenheid om God op zijn manier te aanbidden moet verankerd zijn in het profetische woord en een persoonlijke kennis van de Verlosser die onze aanbidding waard is.
Geen reden om bang te zijn Het boek Openbaring kan behoorlijk verwarrend en beangstigend zijn om te lezen. Als we gericht zijn op crisis, vervolging en de tegenstand tegen God, kunnen we ons overweldigd of angstig gaan voelen. Maar ‘de openbaring van Jezus Christus’ (Openbaring 1:1) richt zich niet alleen op de laatste crisis.
Iedere keer opnieuw laat het ons ook de geweldige blijdschap zien die de aanbidding van het Lam op de troon met zich meebrengt. Hoofdstuk 7 geeft ons daar een goed voorbeeld van. Johannes kijkt en ziet een ontelbare menigte die voor de troon staat. Ze kunnen zich niet stilhouden en niet stilstaan. ‘Luid riepen ze: ‘De redding komt van onze God die op de troon zit en van het lam!’ (vers 10). Vervolgens aanbidden ze degene die de ultieme prijs voor hun redding heeft betaald. Hun blijdschap brengt ons de hemelse vrede en de eeuwige gelukzaligheid in herinnering. Hun aanbidding moedigt ons aan om trouw te blijven en bereid om te dienen. Hun liederen vertellen ons over een toekomst die wij ons nauwelijks kunnen voorstellen. ‘Want het lam midden voor de troon zal hen hoeden, hen naar de waterbronnen van het leven brengen. En God zal alle tranen uit hun ogen wissen’ (vers 17). Laten we vandaag nog delen in hun blijdschap. n 1 Ellen G. White, De grote strijd, tweede editie, mei 2001, blz. 507. n
V R A G E N
V O O R
Reflectie & Discussie 1. Hoe kan aanbidding de drijvende kracht achter ons christelijke leven worden? 2. Wat is de relatie tussen aanbidding en de sabbat? 3. Welk verband bestaat er tussen ware aanbidding en de tweede komst van Jezus? Waarom horen we ‘het beest’ niet te aanbidden?
Lezingen voor de Gebedsweek 7-14 november 2015
9
Dinsdag
“How Then Hoe moeten Shall We wijWait?” wachten? GEDULDIG WACHTEN EN DE TWEEDE KOMST
H
et was een bewogen gebedsweek geweest op een van de adventistische scholen. De sprekers had gesproken over eindtijdgebeurtenissen. Jezus zou spoedig komen. Zelfs zo spoedig, dat enkele ouders telefoontjes van hun kinderen kregen met ongeveer de volgende inhoud: Dochter: ‘Pap, Jezus komt snel terug. De tekenen van zijn komst zijn vervuld. Hij is al om de hoek. Ik denk dat ik met mijn opleiding moet stoppen om langs de deuren te gaan.’ Vader: ‘Ik ben heel blij dat je zo van deze week van gebed hebt genoten. Maar waarom zou je plotseling alles uit je handen laten vallen?’ Dochter: ‘Maar pap, dit is dringend. We kunnen niet maar gewoon doorgaan zoals we altijd gedaan hebben. Jezus komt terug.’ Vader: ‘Ik vind het geweldig om je zo te horen praten. Maar denk je niet dat je Jezus nog beter kunt dienen als je je diploma haalt? Zou je geen creatieve manieren kunnen bedenken om Jezus te dienen, terwijl je tegelijk ook je studie afmaakt?’ We vinden het vaak maar moeilijk om te wachten. ‘Wanneer ga ik nou eindelijk mijn eerste salaris in ontvangst nemen?’ vragen studenten, als zij in hun laatste jaar zijn beland. ‘Wanneer is het eindelijk Kerstmis?’, vragen kinderen ongeduldig. ‘Wanneer wordt ik beter?’, vragen degenen die aan chronische ziek-
ten lijden. ‘Geduld is een schone zaak,’ zegt het gezegde. Maar het lijkt wel alsof deugden uit de mode zijn geraakt. Wij leven in een wereld die onmiddellijke genoegdoening en voldoening verwacht. Abraham en Sara moesten wachten— 25 jaar, om precies te zijn (Genesis 12:4; 21:5). Het wachten was niet altijd makkelijk voor hen. De geboorte van Ismaël, 11 jaar na Gods oorspronkelijke belofte, lijkt een zijpad te zijn geweest dat veel ellende heeft gebracht voor alle betrokkenen. Toch bleven Abraham en Sara maar wachten en wachten en deden zij hun best om hun plek te vinden in het land dat de Here God hun beloofd had. Net zoals zoveel anderen na hen, leefden zij in geloofsvertrouwen (Hebreeën 11:8–12) en vertrouwden zij erop dat God zou doen wat hij had beloofd. En dat deed hij ook. En hij zal het opnieuw doen, op die geweldige dag waarop hij uiteindelijk zal verschijnen met de wolken aan de hemel. Openbaring 14:12 vertelt ons enkele karakteristieke zaken van mensen die in de eindtijd bij God horen. We kennen het geloof van Jezus en het houden van de geboden. We worstelen echter met de geduldige verwachting (vers 12; vergelijk Openbaring 13:10), die een essentieel kernonderdeel is van deze groep. Ze zijn trouw, ze kennen de eindtijdtabellen van God, ze geloven in de profetische gaven die God aan mensen geeft en toch is geduldig wachten datgene wat zij nog het meest nodig hebben.
10 Lezingen voor de Gebedsweek 7-14 november 2015
Geduld en verwachting zijn nauw verbonden met geloof in Openbaring 13:10. Zij die het kwaad kunnen onderscheiden en de charmes van het beest en zijn handlangers weerstaan, zijn geduldig en zullen volhouden. Zij sluiten geen compromissen. Toch sluiten zij zich niet op in kloosters of verafgelegen landelijke gebieden. Stevig geworteld in de steden en zijwegen van de wereld zijn zij de handen en voeten van Jezus en zijn zij toegewijd in het dienen van de ‘minsten van deze’ (Matteüs 25:40).
Wachten in de eindtijd Jezus heeft een hersenkraker toegevoegd aan zijn eindtijdpreken. Hij beschrijft een koninklijke oordeel scène. Hij zet een groep schapen aan de rechterkant en een groep bokken aan de linkerkant van een koninklijke troon (zie Matteüs 25:31–46). Het is wel duidelijk dat Jezus het niet wil hebben over het boerenbedrijf of over de kenmerken van schapen en geiten. In het verhaal van Jezus looft de koning de rechtvaardigen aan de rechterkant, omdat zij naar hem hebben omgekeken toen hij honger had en omdat ze voor water zorgden toen hij dorst had. Hij is blij dat ze bij hem op bezoek zijn gekomen, hem kleding hebben gegeven en hem hebben uitgenodigd. Jezus schept zo’n briljant beeld, dat we als lezers bijna de schaapachtige uitdrukking op de gezichten van de rechtvaardigen kunnen zien. ‘Heer, wanneer hebben we u dan hongerig gezien?’, vra-
Stevig geworteld in de steden en zijwegen van de wereld zijn zij de handen en voeten van Jezus en zijn zij toegewijd in het dienen van de ‘minsten van deze’. gen ze (vers 37). En de koning antwoordt hen: ‘Wat je voor een van de minste van mijn broeders en zusters hebt gedaan, heb je ook voor mij gedaan’ (vers 40). Wachten in de eindtijd betekent actief bezig zijn. Het betekent dat we dienstbaar zijn aan mensen in nood en dat wij omgaan met hen die verstoten zijn. Het sleurt ons uit onze comfortzone en laat ons mensen omarmen die we normaal nooit zouden omarmen. Of het nu in een invloedrijk centrum is in een seculiere en arme binnenstad, of in een klein en slecht toegerust ziekenhuis in de binnenlanden van Afrika; of het nu in de bestuurskamer van een hoogontwikkelde onderwijsinstelling is waar doctorsgraden behaald kunnen worden, of in achterafgebieden ver buiten de stad, God wil dat zijn mensen aan de wereld laten zien wat op zijn komst te wachten echt inhoudt. ‘We wachten en kijken uit naar de grote en verschrikkelijke gebeurtenissen die de geschiedenis van de aarde tot een einde zullen brengen’, schrijft Ellen White. ‘Maar we moeten niet alleen maar afwachten. We moeten druk aan het werk zijn ter voorbereiding op dit heilige gebeuren. De levende kerk van God zal wachten, uitkijken en werken. Niemand kan neutraal blijven. Iedereen moet Christus vertegenwoordigen in een actieve, oprechte poging om mensen voor de eeuwigheid te winnen.’1 Er is nog een element in de geduldige eindtijdverwachting. Wachten op de Heer die gaat komen om ons thuis te halen, betekent niet dat we kunnen vertrouwen op een harde wekker die op de juiste tijd afgaat. De mensen om ons heen hebben geen koortsachtige spanning nodig, of geruchten van samenzweringen waar je nekharen recht van overeind gaan staan. De Bijbel bevestigt het bestaan van satanische krachten die erop uit zijn om te misleiden. Zelfs de uitverkorenen moeten daarvoor waken (Matteüs 24:24). Vervolging, verkeerde
informatie, verstoringen, fanatisme en manipulatie zijn al vele eeuwen de gereedschappen in de uitgebreide kist van Gods aardsvijand. En toch is Jezus in zijn eindtijdboodschappen gericht op dienstbaarheid en zending. ‘Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen’ (vers 14). Hoe bemoedigend is het om te weten dat Jezus niet verrast zal worden.
Een tuin aanleggen Iedere dag moest een buschauffeur aan het einde van zijn route zeven minuten wachten in een louche deel van de stad. Terwijl hij wachtte voordat hij zijn ronde kon vervolgen, zag hij een leeg veld dat vol lag met rommel. Plastic zakken en allerlei rommel lagen overal verspreid. Dag in dag uit keek de chauffeur naar die troosteloze bende. Op een dag nam hij een besluit. Er moest iets aan de situatie gedaan worden. Hij stapte uit zijn bus en begon een grote zak te vullen met het afval dat er lag. Zeven minuten later ging hij weer onderweg. Het werd zijn dagelijkse routine. Hij stopte, stapte uit de bus en begon op te ruimen. De mensen in de buurt begonnen het verschil te zien. Toen alle troep en afval verwijderd was, bracht de chauffeur plantenzaden en zakken aarde mee naar het veld. Hij begon met de aanleg van een tuin. Mensen die erover lazen in de krant, namen de bus om mee te rijden
naar het eindpunt. Sommigen hielpen de chauffeur bij het planten en het onderhouden van de tuin. Anderen genoten van het nu mooie uitzicht. Zeven minuten per dag was voldoende om een hele gemeenschap te veranderen en te inspireren. Wachten kan verontrustend en demoraliserend zijn. Het daagt ons uit tot het uiterste. En toch wil God ons tijdens ons wachten de geduldige volharding schenken van de heiligen in de eindtijd. Terwijl we wachten, worden we uitgedaagd om in stilte aan zelfonderzoek te doen en vervolgens aan het werk te gaan. Ja, Jezus komt spoedig terug. Ja, hij kijkt uit naar mensen die hun hart en hun geest volledig aan hem toegewijd hebben. Maar laten we, terwijl we wachten, hem dienen op de plek waar we zijn – met ons hele hart, onze hele ziel en al onze kracht (Deuteronomium 6:5). n
1 Ellen G. White, Testemonies to Ministers and Gospel Workers, Mountain View, Calif.: Pacific Press Pub.Assn., 1923, blz. 163.
V R A G E N
V O O R
Reflectie & Discussie 1. We preken al meer dan 170 jaar over de terugkeer van Jezus. Wat kunnen we leren van de mensen in de Bijbel die ook moesten wachten? 2. Welk element van het bijbelse concept van geduldig wachten daagt u het meest uit? Waarom? 3. Hoe kunt u op een praktische manier de handen en voeten van Jezus zijn?
Lezingen voor de Gebedsweek 7-14 november 2015
11
Woensdag
“Your Sons ‘Uwand zonen & dochters Daughters zullen profeteren’ Will Prophesy” DE GAVE VAN PROFETIE EN DE TWEEDE KOMST
O
p 25 januari 1837, een woensdagavond, zagen de verbijsterde inwoners van de staat New England de hemel in een dieprode gloed oplichten. Ooggetuigen meldden dat de rode kleuren in golven leken te dansen over de besneeuwde aarde. Vele mensen waren doodsbang voor dit ongewone vertoon van het noorderlicht, of aurora borealis. Maar de negenjarige Ellen was helemaal niet bang. Ze was herstellende van een zwaar ongeluk en nog steeds aan bed gekluisterd. Ze kon niet opstaan, maar ze kon wel naar het vreemde licht kijken dat reflecteerde in haar slaapkamerraam. En terwijl anderen doodsbenauwd waren, voelde Ellen alleen maar blijdschap, omdat ze dacht dat Jezus terugkwam. Het verlangen naar zijn komst en het toewerken ernaar was iets dat haar hele leven zou vullen. Wie was dit jonge meisje dat zo uitkeek naar de komst van Jezus?
Ontmoet Ellen White Ellen Gould White was een bijzondere vrouw die het grootste deel van haar leven doorbracht in de negentiende eeuw (1827–1915). Toch reikt haar invloed tot in onze tijd, door de vele boeken en brieven die zij geschreven heeft. Ellen White schreef heel veel, meer dan 5.000 tijdschriftartikelen en 40 boeken. Vandaag de dag zijn, inclusief de compilaties van de meer dan 50.000 pagina’s die zij heeft geschreven, meer dan 100 12
boeken van haar hand in de Engelse taal beschikbaar. Ze heeft over een grote diversiteit aan onderwerpen geschreven. Ze schreef over religie, onderwijs, relaties, evangelisatie, profetie, het uitgeverswerk, voeding en zelfs management. Een van haar bekendste boeken, waarin zij zich richt op de christelijke levensweg, is De weg naar Christus. Dit boek is in meer dan 160 talen uitgegeven.
De gave van profetie en de wederkomst Maar Ellen White was meer dan een begaafd schrijfster. De Bijbel meldt ons dat de gave van profetie vernieuwd zal worden onder de mensen in de periode voor de terugkeer van Jezus. In Joël 3:1,2 (oudere vertalingen 2:28,29) lezen we over de belofte van God om zijn Geest over de mensen uit te storten en hen de gave van profetie te geven. De profeet zegt: ‘Daarna zal zich dit voltrekken: Ik zal mijn geest uitgieten over al wat leeft. Jullie zonen en dochters zullen profeteren, oude mensen zullen dromen dromen, en jongeren zullen visioenen zien; zelfs over slaven en slavinnen zal ik in die tijd mijn geest uitgieten.’ De dynamische groei en de geestelijke gaven die zichtbaar waren in de vroegchristelijke kerk, geven ons een voorproefje van de uitstorting van de heilige Geest, voorafgaand aan de wederkomst. Petrus citeert Joël zelfs in zijn krachtige Pinksterpreek (Handelingen 2:16–21). Toch is dit niet de enige keer dat deze
Lezingen voor de Gebedsweek 7-14 november 2015
gave werd gegeven. De rest van het hoofdstuk in Joël geeft ons de context voor deze gave van profetie en laat ons zien dat deze bijzondere vertoning van Gods bemoedigende Geest voor de tweede komst van Jezus plaatsvindt. In Openbaring 12:17 beschrijft Johannes de twee belangrijkste karakteristieken van Gods volk in de eindtijd. Zij die in die tijd leven zijn gehoorzaam aan de geboden van God en hebben het ‘getuigenis van Jezus’. We hoeven niet te gissen naar wat dat ‘getuigenis van Jezus’ is. Openbaring 19:10 vertelt ons duidelijk dat getuigen over Jezus betekent dat je profeteert (Openbaring 19:10; vergelijk 22:9).
Hulp bij de voorbereiding op de wederkomst Ellen Whites leven en dienstwerk stellen tenminste een gedeeltelijke vervulling van deze bijbelse voorspellingen voor. Gedurende haar zeventigjarige dienstwerk ontving zij honderden visioenen en profetische dromen. De visioenen varieerden in lengte, van minder dan een minuut tot meer dan vier uur. Zij werd door God geroepen als speciale boodschapper om de aandacht van de wereld op de Bijbel te richten en zo de mensen te helpen zich op de wederkomst voor te bereiden. In haar eigen woorden: ‘De kern van mijn boodschap aan u is: bereid u voor, bereid u voor op de komst van de Heer. Laat uw licht schijnen over de zijwegen en de stegen
en deel de waarheid. De wereld moet gewaarschuwd worden dat de geschiedenis op zijn eind loopt.’1 Natuurlijk is deze gave nooit bedoeld geweest als aanvulling op, of vervanging van de Bijbel. De Bijbel blijft het unieke uitgangspunt waaraan de werken van Ellen White en anderen getoetst moeten worden.2 De Bijbel bevat de toetsen die toegepast kunnen worden om te zien of haar werk inderdaad als profetisch gezien mag worden, zoals in de boeken Joël en Openbaring bedoeld is.3 Ellen White voldoet aan alle bijbelse toetsen voor een echte profeet. Haar dienstwerk vraagt aandacht voor de Bijbel en stimuleert de zorgvuldige bestudering ervan. Het werk van Ellen White kan niet gelezen worden zonder dat er een gevoel van urgentie opkomt. Haar persoonlijke
relatie met Christus begon in de tijd van de verwachting van zijn spoedige komst, voor 1844. En ook toen zij ontdekte dat de wereld nog niet meteen tot een einde zou komen, bleef zij haar leven leiden in het vurige enthousiasme voor de komst van Jezus.
Veranderde levens Voorspellingen over Gods komst met zijn oordeel en bevrijding, zijn een belangrijk thema voor diverse profeten in het Oude Testament. Steeds opnieuw voorspelden profeten als Jesaja, Ezechiël, Joël, Sefanja en anderen, de komst van de ‘dag van de Heer.’4 De aankondiging van Joël is duidelijk en dringend: ‘laat alle inwoners van het land beven van ontzetting: de dag van de HEER komt! Hij is nabij!’ (Joël 2:1).
De schrijvers van het Nieuwe Testament schreven over hetzelfde thema.5 Petrus, Paulus, Jakobus en de andere nieuwtestamentische auteurs geloofden en leerden allemaal dat Jezus snel terug zou komen. Luister naar de woorden van Petrus in 2 Petrus 3:9, 10: ‘De Heer is niet traag met het nakomen van zijn belofte, zoals sommigen menen; hij heeft alleen maar geduld met u, omdat hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat. De dag van de Heer zal komen als een dief. De hemelsferen zullen die dag met luid gedreun vergaan, de elementen gaan in vlammen op, de aarde wordt blootgelegd en alles wat daarop gedaan is komt aan het licht.’ Dit geloof in de spoedige komst van Jezus lijkt de aanzet tot verandering te zijn en de drijvende kracht voor de
Lezingen voor de Gebedsweek 7-14 november 2015 13
In haar leven en werken liet Ellen White de kunst zien van het leven tussen nu en de eeuwigheid. snelle verspreiding van het evangelie door het grootste deel van het Romeinse Rijk, en wel binnen één generatie. Dit geloof was in staat levens te veranderen, zelfs van een boer die alleen zijn Bijbel bestudeerde. Nadat hij de profetie van Daniël 8 had bestudeerd, waar gesproken wordt over 2.300 avonden en morgens, concludeerde William Miller dat Jezus heel snel terug zou komen. Hij werd overweldigd door de gedachte dat ‘over ongeveer 25 jaar … alle zaken van ons huidige bestaan achter ons zouden liggen.’6 Dit goede nieuws was te goed om alleen voor zichzelf te houden. Hoewel hij zichzelf totaal niet geschikt vond als spreker, en daar ook helemaal geen opleiding voor had gehad, voelde hij zich toch gedrongen om zijn ontdekking te delen. Zijn grootste wens was dat mensen Jezus zouden accepteren als hun Verlosser en samen met hem zouden uitkijken naar zijn komst. Het geloof in de spoedige komst van Jezus motiveert zelfs de zwakste gelovige. Deze op de Bijbel gebaseerde hoop op de komst van Jezus, was een stevig anker voor de verwarde adventgelovigen toen Jezus niet terugkeerde in 1844. Het dreef hen terug naar hun Bijbels, waarin zij opnieuw de profetieën bestudeerden en ontdekten dat zij weliswaar wel bij de goede datum waren uitgekomen, maar bij de verkeerde gebeurtenis. In plaats van terug te komen naar de aarde, was Jezus aan de laatste fase van zijn dienst in het hemels heiligdom begonnen. Profetisch gezien lagen ze nog steeds op koers en ook zou Jezus nog steeds terugkomen – spoedig. Het was dit geloof in de komst van Jezus dat de brandstof is geweest voor de groei en verspreiding van het adventisme, van een paar honderd gelovigen naar een wereldwijde beweging van meer dan 18 miljoen leden. De verwachting van de tweede komst bepaalde het hele leven en werk van Ellen White in de zich ontwikkelende kerk van de zevendedagsadventisten. De komst van Jezus was niet zomaar iets hypothetisch in de toekomst. Voor haar had de komst van 14
Jezus een urgentie die het nodig maakte om het goede nieuws van zijn komst op een indringende manier aan de wereld te brengen in een zo kort mogelijke tijd. Zij schreef: ‘De Heer komt. We horen de voetstappen van een naderende God … We moeten de weg voorbereiden door ons deel te doen en mensen klaar te maken voor zijn komst.’7
Een wapen tegen fanatisme Voor sommige adventisten leek het geloof in de spoedige komst van Jezus tot fanatisme te leiden.8 Maar Ellen White hamerde steeds opnieuw op een geloof dat verankerd is in de Bijbel en niet gebaseerd op een emotionele hype. In wat zij schreef en in de manier waarop zij leefde, liet zij de delicate kunst zien van leven tussen het hier en nu en in de eeuwigheid. De brieven en artikelen van Ellen White staan vol met voorbeelden van het steeds nieuwe plannen maken om te bouwen aan het rijk van God, terwijl de focus steeds blijft liggen op zijn komst. Het laat ons zien dat gelovigen zich niet buiten het gewone maatschappelijke leven moeten plaatsen. Ze moeten er juist middenin staan, om op die manier zorgvuldige voorbereidingen te treffen voor de komst van Jezus en in die voorbereiding zoveel mogelijk anderen te bereiken. ‘Zo doet God, de HEER, niets zonder dat hij zijn plan heeft onthuld aan zijn dienaren, de profeten’, schreef Amos meer dan 2.750 jaar geleden (Amos 3:7). God is altijd trouw aan zijn woord en geeft ons speciale begeleiding door zijn profeten. Nu we aan de vooravond staan van het einde van de aardse geschiedenis, moeten we God opnieuw zijn werk laten doen. Laat u bemoedigen en leiden door het lezen en toepassen van Gods richtlijnen die door Ellen White zijn opgeschreven. Het is belangrijk dat we geraakt worden door het visioen van ons toekomstige thuis in Gods nabijheid. Hij is er klaar voor om een tweede Pinksteren te laten plaatsvinden en ons te leiden door zijn profetische woord. De vraag is: Zijn wij er klaar voor? n
Lezingen voor de Gebedsweek 7-14 november 2015
1 Ellen G. White, Testimonies for the Church (Mountain View, Calif.: Pacific Press Pub. Assn., 1948), deel. 9, blz. 106. 2 Seventh-day Adventists Believe … (Silver Spring, Md.: Ministerial Association, General Conference of Seventh-day Adventists, 1988), blz. 227. 3 Er worden vijf bijbelse testen erkend om een profeet te herkennen. Dit zijn (1) goddelijke communicatie door middel van visioenen en dromen (Num. 12:6); (2) overeenstemming met Gods Woord, een eerdere openbaring (Jes. 8:20); (3) gerichtheid op Jezus (1 Joh. 4:1, 2); (4) profetieën die zijn uitgekomen (Jer. 28:9); en (5) de uitwerkingen van de profetische boodschappen (Mat. 7:20). 4 Zie bijvoorbeeld, Jes. 13:6; Ez. 30:2–4; Joël 1:15; Zef. 1:6–8; en Obadja 15. 5 Vergelijk bijvoorbeeld met 2 Pet. 3; 1 Tes. 4:15; 5:3; en Jak. 5:7, 8. 6 R. W. Schwarz en F. Greenleaf, Light Bearers (Nampa, Idaho: Pacific Press Pub. Assn., 1995), blz. 33. 7 Ellen G. White, Evangelism (Washington, D.C.: Review and Herald Pub. Assn., 1946), blz. 219. 8 Zie voor een goed leesbare introductie van het Millerisme na 1844 het boek van George Knight, William Miller and the Rise of Adventism (Nampa, Idaho: Pacific Press Pub. Assn., 2010), blz. 209–227.
V R A G E N
V O O R
Reflectie & Discussie 1. Hoe kan de wetenschap dat we deel uitmaken van een profetische beweging ons inspireren tot een grotere betrokkenheid bij evangelisatie? 2. Wat is de relatie tussen het geloof dat Jezus spoedig komt en hervorming en opwekking? 3. Op welke manier helpen de boeken van Ellen White ons om fanatisme te vermijden?
Donderdag
“Christ‘Christus in You, in u, the goddelijke Hope of Glory” luister’ ZEKERHEID EN DE WEDERKOMST
R
eddingswerkers in het gebied van Los Angeles, Californië, hadden de grootste moeite om een gewonde man een steile helling op te krijgen naar een goed bereikbare weg. De reddingsoperatie op zich was al moeilijk en gevaarlijk genoeg, maar de gewonde man maakte alles nog moeilijker voor iedereen. Toen de reddingshelikopter boven hun hoofden verscheen, klaar om de ernstig gewonde man te vervoeren, reageerde hij hysterisch en begon om zich heen te slaan. De man was bang dat hij moest betalen voor zijn redding. Pas nadat de reddingswerkers hem ervan overtuigd hadden dat er geen kosten berekend zouden worden, liet de man zich redden.1
Op onze eigen manier Wat voor gevoelens heeft u bij uw eigen redding? Bent u er klaar voor om gered te worden door Jezus? Zou u er klaar voor zijn hem vandaag te ontmoeten? Waarschijnlijk zullen we allemaal beamen dat Jezus onze Verlosser is. Toch zullen velen van ons op zijn minst even aarzelen bij de vraag of hij vandaag kan komen. Als Jezus vandaag zou komen, ben ik er dan klaar voor? De norm voor de hemel ligt hoog. Wanneer wij onze levens eerlijk onderzoeken, kunnen we maar tot één conclusie komen—we zijn allemaal zondaars (Romeinen 3:9). We zijn helemaal niet geschikt voor de hemel. Er zal iets moeten gebeuren.
De meeste wereldreligies hebben wel iets met elkaar gemeen. Je moet iets doen om er iets voor terug te krijgen. Je redding moet je verdienen. Zelfs binnen het christendom komen we die gedachtegang soms tegen. We gaan extra veel bidden, in de Bijbel lezen, of goede dingen doen om een soort van zekerheid op te bouwen dat het wel goed zal komen. Ergens diep van binnen vat de gedachte post dat het Christus is die redt, aangevuld met de goede dingen die ik zelf gepresteerd heb.
Goed nieuws Misschien lijken we wel een beetje op die gewonde man en zijn we bang om gered te worden, omdat we weten dat we er onmogelijk de prijs voor kunnen betalen. Er is echter goed nieuws, ja, zelfs heel goed nieuws. Het is waar dat we allemaal zondaars zijn en niet in staat om de rekening te voldoen. Maar Jezus is voor onze zonden gestorven, zodat wij kunnen leven (2 Korintiërs 5:21). Jezus heeft onze plaats aan het kruis ingenomen, zodat wij vrijuit gaan. We hoeven niet te betalen voor onze redding, want de rekening is volledig voldaan op Golgota. Wanneer we Jezus als onze persoonlijke Verlosser accepteren, mogen we er zeker van zijn dat we er klaar voor zijn om hem te ontmoeten, op ieder moment.
Gratis—niet goedkoop God wil ons de zekerheid van verlos-
sing geven (Romeinen 8:31, 32). Maar die zekerheid ontvangen we alleen maar wanneer we stoppen naar onszelf en onze eigen inspanningen te kijken en ons in plaats daarvan richten op wat Jezus voor ons gedaan heeft. Op dit punt beginnen veel christenen een beetje nerveus te worden. Het accepteren van Gods zekerheid lijkt te makkelijk, te simpel. Ze zijn bang dat verlossing een soort ‘goedkope genade’ wordt, waarbij mensen gewoon in zonde kunnen blijven leven, terwijl ze wel aanspraak op vergeving maken zonder iets aan hun leven te veranderen. Verlossing is gratis, maar niet goedkoop. De gift van eeuwig leven heeft een enorme prijs gehad. Deze reddingsoperatie heeft Jezus zijn leven gekost, en hoewel de redding gratis is, is er wel een rol voor ons weggelegd. Misschien helpt het als we iets beter naar de bijbelse verlossing kijken.
Volhouden, hoe dan ook Jakob wist dat hij gered moest worden. Hij had gehoord dat zijn broer Esau met een heel leger onderweg was om hem te ontmoeten. De cadeaus die hij vooruit had gestuurd leken niets aan de zaak te veranderen. Esau was onderweg, op zoek naar wraak. Jakob stuurde zijn gezin alvast vooruit, naar de andere kant van de rivier. Terwijl hij alleen achterbleef, smeekte hij God om hulp. Hij moest gered worden van Esau. Maar hij wist ook dat hij, de leugenachtige misleider, geen recht had om God
Lezingen voor de Gebedsweek 7-14 november 2015 15
om hulp te vragen. Toen de hulp toch in aantocht was, had Jakob het niet door. Hij vocht met God, in de veronderstelling dat hij werd aangevallen. Pas vroeg in de morgen, toen Jakob doorkreeg met wie hij in gevecht was, kreeg Jakob de verzekering die hij nodig had. Waarom? Omdat Jakob stopte tegen God te vechten en zich in plaats daarvan aan hem vastklampte (Genesis 32:22–29). Jezus geeft ons de redding en de zekerheid die wij nodig hebben wanneer we ons aan hem vastklampen. Ellen White zegt het op deze manier: ‘Iedere gelovige ziel moet zijn wil volledig aanpassen aan Gods wil en een staat van bekering en berouw vasthouden, terwijl hij zijn geloof vestigt op de verlossende kracht van onze Redder, steeds krachtiger gaat hij voort, van heerlijkheid tot heerlijkheid.’ Ellen White gaat verder door te zeggen dat verlossing meer is dan geloof of een verstandelijke acceptatie. Weten dat Jezus onze Verlosser is, is meer dan een aardige, geruststellende gedachte of een prikkelend intellectueel idee. Het is het ‘uitoefenen van geloof’ en het ‘groeien in kracht’.2 Jakobus geeft duidelijk aan dat geloof op zich zinloos is zonder bijgaande uitoefening van dat geloof (Jacobus. 2:19). De brief van Jakobus maakt met praktische voorbeelden duidelijk dat het geloof in de verlossing die God ons geeft, de wetenschap dat hij redt, gepaard gaat met gehoorzaamheid. Het leven samen met God beleven heeft een praktische uitwerking op ons dagelijks bestaan. We mogen er zeker van zijn dat we klaar zijn voor de komst van Jezus, op elk moment.
De ultieme reddingsoperatie De terugkeer van Jezus zal de grootste reddingsoperatie zijn die de wereld ooit gekend heeft. De Bijbel beschrijft dat de hemel als een boekrol wordt opgerold
Volmaaktheid is altijd een groeiproces dat in ons aardse leven niet wordt afgerond. Wat we ook proberen, we zullen die status aan deze kant van de eeuwigheid niet bereiken. We moeten ons vastklampen aan Jezus. (Jesaja 34:4) en dat de aarde waggelt als een dronkaard (Jesaja 24:20). Zou de ontmoeting met Jezus een speciaal soort heiligheid vereisen? Sommige zevendedagsadventisten hebben wel beweerd dat het karakter van God zal blijken uit de volmaakte leefwijze van de laatste generatie gelovigen. Die bewering is gebaseerd op enkele uitspraken van Ellen White, die buiten de context van wat zij verder schrijft gelezen worden. De bewering leidt vaak tot angst en heeft de neiging om de christelijke focus naar binnen te richten in plaats van op Jezus zelf. God heeft altijd gewild dat iedere generatie van gelovigen de overwinning behaalt over de macht van de zonde in hun leven (Romeinen 6:11–14). Volmaaktheid is echter altijd een groeiproces dat in ons aardse leven niet wordt afgerond. Het is geen bereikte status die we vast kunnen houden. Wat we ook proberen, we zullen die status aan deze kant van de eeuwigheid niet bereiken. We moeten ons vastklampen aan Jezus. Het is een dagelijkse strijd om alles los te laten wat ons van hem kan scheiden. Jakob probeerde met God te vechten, totdat hij zich realiseerde dat hij zich aan hem moest vastklampen. Wij moeten ons niet met Gods werk van verlossing bemoeien en daarmee zijn Geest in de
weg lopen. De zekerheid dat wij er klaar voor zijn om Jezus te ontmoeten hangt niet af van de status die we bereikt hebben. Die zekerheid vinden we, samen met Paulus, echter in het ‘dagelijks sterven’ voor alles dat ons van God kan scheiden, en door ons vervolgens vast te klampen aan Gods beloften.3 Wanneer de hemel terugrolt als een boekrol en de aarde waggelt, kunnen we vol vertrouwen zeggen: ‘Hij is de HEER, hij was onze hoop. Juich en wees blij: hij heeft ons gered!’ (Jesaja 25:9). n 1 Zie www.coloradoSARboard.org. 2 Ellen G. White, Reflecting Christ (Hagerstown, Md.: Review and Herald Pub. Assn., 1985), blz. 74. 3 Zie Ángel Manuel Rodríguez, “Theology of the Last Generation,” Adventist Review, Oct. 10, 2013, blz. 42.
V R A G E N
V O O R
Reflectie & Discussie 1. Hoe kunnen we er zeker van zijn dat we klaar zijn om Jezus te ontmoeten als hij vandaag zou komen? 2. Wat verwacht God van iedere generatie gelovigen? In welk opzicht verschilt dit van de gedachte dat de laatste generatie volmaakt moet zijn? 3. Als ik zeker ben van verlossing als Jezus vandaag zou komen, betekent dat dan dat ik die zekerheid volgende maand ook nog heb? Waarom wel/ niet? 4. Hoe kunnen we onze kinderen en jongeren helpen om de blijdschap van de zekerheid van verlossing in hun leven te ontdekken?
16 Lezingen voor de Gebedsweek 7-14 november 2015
Vrijdag
Grootste Greatest verschrikking Terror— Greatest — grootste Hopehoop DE ZEKERHEID EN BLIJDSCHAP VAN DE OPSTANDING
N
a de publicatie van Charles Darwins wereldschokkende boek On the Origin of Species in 1859, hebben wetenschappers geprobeerd om het fossiele bewijs te vinden van onze uitgestorven voorouders. In 1910 dacht de archeoloog Charles Dawson dat hij had gevonden wat hij zocht, namelijk het ontbrekende stukje in het fossielenverslag. Wat hij in werkelijkheid had gevonden, was een van de meest vergaande misleidingen in de geschiedenis. De vondst werd al snel bekend als Piltdown Man. Het bestond uit een paar stukjes van een schedel en een kaak met kiezen. Dawson bracht zijn vondst naar een goed aangeschreven paleontoloog, die de echtheid ervan bevestigde. De ontdekking raakte al snel over de hele wereld bekend. Maar de leugen achter de Piltdown Man begon zich langzaam te ontrafelen. De omstandigheden en het bewijs kwamen niet met elkaar overeen. In de jaren 50 van de twintigste eeuw wezen meer geavanceerde testen uit dat de schedel zo’n 600 jaar oud was en dat de kaak afkomstig was van een orang-oetan. Kennelijk had iemand met kennis van zaken de hele boel in elkaar gesleuteld en begraven.1
U zult niet sterven — echt? Het is vreselijk als er tegen je gelogen wordt; niemand vindt het prettig om belogen te worden. Toch lijken leugens vaak geloofwaardig. Anders zouden we
er niet intrappen. Een van de eerste leugens werd door de slang aan Eva verteld in de Hof van Eden. Eva geloofde de uitspraak van de slang: ‘Jullie zullen helemaal niet sterven’ (Genesis 3:4) en ze at van het fruit. Sinds die tijd zijn we vast blijven houden aan die leugen. Zelfs wanneer de dood op de loer licht, houden we nog steeds vast aan de vage hoop dat ons leven gewoon doorgaat aan de andere kant van de dood. Deze leugen is een van de meest geloofde misleidingen ooit. De brandende vraag voor ons allen is: Wat gebeurt er als we sterven?
De doodsslaap De Bijbel leert ons dat de dood een staat van onbewust zijn is. De Bijbel noemt de dood ‘een slaap’. ‘Wie nog in leven zijn, weten tenminste dat ze moeten sterven, maar de doden weten niets. … Hun liefde en hun haat, alle hartstocht die ze ooit hebben gehad, ging allang verloren. Ze nemen nooit meer deel aan alles wat gebeurt onder de zon’ (Prediker 9:5,6). Petrus bevestigde dit nog eens met Pinksteren toen hij over koning David sprak: ‘Broeders en zusters, u zult mij wel toestaan dat ik over de aartsvader David zeg dat hij gestorven en begraven is: zijn graf bevindt zich immers nog steeds hier’ (Handelingen 2:29). En hij vervolgt: ‘David is weliswaar niet naar de hemel opgestegen’ (vers 34). ‘Maar goed, zelfs al is het misschien niet helemaal bijbels, wat is er zo ver-
keerd aan te geloven dat iemand van wie ik hou op dit moment op een heel vredige plaats verblijft?’, vragen sommige mensen zich af die worstelen met de realiteit van de dood. Geloven dat iemand ergens verblijft nadat die persoon is overleden en dan ook nog in een bewuste staat, doet twee dingen. In de eerste plaats opent het de deur voor directe manipulatie door kwade machten die zich voordoen als de overleden persoon en met ons willen communiceren. In de tweede plaats neemt het de noodzaak voor de grootste gebeurtenis in de geschiedenis, de wederkomst, weg.
Het hoogtepunt in de geschiedenis De Bijbel richt ons op de terugkeer van Jezus als de grootste gebeurtenis in de geschiedenis van de wereld. Het zal geen kleinschalige gebeurtenis zijn waarvan de meeste mensen geen weet hebben. Jezus beloofde dat zijn komst niet te missen zou zijn, net zo spectaculair als de bliksem die van oost naar west flitst (Matteüs 24:27). Johannes voegt daar nog aan toe dat ‘ieder oog hem zal zien’ (Openbaring 1:7). Het zal een allesoverheersend, bijzonder spektakel zijn. De terugkeer van Christus is de gezegende hoop waar de kerk zich op richt. De komst van onze Verlosser zal een letterlijk, persoonlijk, zichtbaar en wereldwijd gebeuren zijn. Als hij terugkomt, zullen de rechtvaardige overledenen uit hun graven opstaan.
Lezingen voor de Gebedsweek 7-14 november 2015 17
De apostel Paulus geeft ons een goede samenvatting in 1 Tessalonicenzen 4:16, 17: ‘Wanneer het signaal gegeven wordt, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen eerst de doden die Christus toebehoren opstaan, en daarna zullen wij, die nog in leven zijn, samen met hen worden weggevoerd op de wolken en gaan we de Heer in de lucht tegemoet. Dan zullen we altijd bij hem zijn.’ De rechtvaardigen die slapen (overleden zijn) zullen bij de terugkeer van Jezus opnieuw levend gemaakt worden en dan voor eeuwig blijven leven. Omdat wij weten dat de doden slapen in het graf, is de belofte van de wederkomst en de opstanding bijzonder belangrijk voor ons.
Eén gebeurtenis—twee verschillende reacties
Kevin M. McCarthy / Shutterstock.com
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de krijgsgevangenen verrast door laag overvliegende vliegtuigen boven hun kamp. Toen ze naar buiten renden, werden hun ogen onmiddellijk naar de tekens op de vliegtuigen getrokken. Vervolgens begonnen de gevangenen elkaar te omhelzen, te zwaaien en schreeuwden ze van vreugde. Dit waren geen vijandelijke vliegtuigen, maar het waren hun eigen maten. De bevrijding was nog maar enkele uren van hen verwijderd. Voor de gevangenen was dit de belangrijkste dag in hun leven, maar voor een andere groep bracht het geluid van de vliegtuigen geen blijdschap maar verschrikking. De gevangenbewaarders keken met angst en ongeloof naar de vliegtuigen. Voor hen was de oordeelsdag aangebroken. Spoedig zouden zij zich moeten verantwoorden voor hun gruweldaden. Vol angst verlieten de bewakers hun posten en vluchtten de jungle in.
Of we nu slapen in het graf of nog in leven zijn bij zijn komst, we zullen getuige zijn van de grootste gebeurtenis ooit. Verschrikking en blijdschap Hoewel we erg blij kunnen worden van de gedachte aan de wederkomst als een moment van viering en hereniging, mogen we niet vergeten dat het ook een dag van verschrikking zal zijn voor iedereen die niet voorbereid is op de terugkeer van Jezus. Wat voor sommigen het mooiste moment in de geschiedenis zal zijn, is voor anderen het vreselijkst denkbare moment. Zij die niet op de komst van Jezus zijn voorbereid, zullen wanhopig proberen weg te vluchten van deze glorieuze gebeurtenis. Ze zullen zo wanhopig zijn, dat ze de bergen en de rotsen vragen: ‘Val op ons neer! Verberg ons voor het oog van hem die op de troon zit en voor de troon van het lam!’ (Openbaring 6:16). Maar niemand van ons hoeft zich in die groep te bevinden. Jezus heeft er alles aan gedaan om ons blijmoedig naar zijn komst te laten uitkijken. Of we nu slapen in het graf of nog in leven zijn bij zijn komst, we zullen getuige zijn van de grootste gebeurtenis ooit. We zullen zien dat de grootste vijand, de dood, wordt opgeslokt in de overwinning. Ellen White beschrijft de gebeurtenis met passie: ‘Midden onder het beven van de aarde, het weerlicht van de bliksem en het geluid van de donder, roept de stem van Gods Zoon de slapende heiligen tot leven. Hij kijkt naar de graven van de rechtvaardigen, en terwijl hij zijn handen naar de hemel heft, roept hij: Wordt wakker, wordt wakker, wordt wakker, allen die slapen in het stof, en sta op! Over de lengte en de breedte van de aarde zullen de doden die stem horen en leven. En de hele aarde zal trillen van de voetstappen
van dit machtige leger uit ieder volk, iedere natie, iedere taal en ieder ras. Ze komen uit de gevangenschap van de dood, gekleed met onsterfelijke heerlijkheid, terwijl ze roepen: Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel? (1 Korintiërs 15:55). … En de levende rechtvaardigen en de opgestane heiligen verenigen hun stemmen in een lange, blijde overwinningskreet.’2 We hoeven niet in een leugen te geloven. Wanneer de dood dichterbij komt, hoeven we ons niet vast te klampen aan het wanhopige idee dat het leven op de een of andere manier verder gaat na de dood. We mogen geloven in de gezegende hoop die de dood van zijn angel ontdoet. We mogen uitkijken naar de fantastische hereniging wanneer Jezus terugkeert met de wolken, in heerlijkheid, om de doden tot leven te roepen. We mogen uitkijken naar een geweldig ‘hallo’, waarna nooit meer ‘tot ziens’ zal volgen. n 1 Jane McGrath, ‘10 of the Biggest Lies in History’, http://history.howstuffworks.com/history-vs-myth/10-biggest-lies-in-history.htm#page=6. 2 Ellen G. White, De grote strijd, 2e editie, mei 2001, blz. 552.
V R A G E N
V O O R
Reflectie & Discussie 1. Op welke manier geeft het bijbelse denkbeeld van de toestand van de doden hoop aan iemand die rouwt? 2. Wat is het gevaar van geloven in een onsterfelijke ziel? 3. Waarom is het belangrijk te weten wat de Bijbel zegt over de manier waarop Jezus terug zal komen? 4. Hoe kunnen we er zeker van zijn dat we delen in de blijdschap en niet in de verschrikking als Jezus terugkeert?
Tweede sabbat
The Controversy De strijd Ended beĂŤindigd DOOR ELLEN G. WHITE
Lezingen voor de Gebedsweek 7-14 november 2015 19
A
an het einde van de duizend jaarkeert Jezus opnieuw terug naar de aarde. Hij wordt daarbij vergezeld door de menigte verlosten en een hele schare engelen. Wanneer hij afdaalt met grote majesteit, beveelt hij de onrechtvaardige overledenen op te staan om hun loon te ontvangen. En ze komen tevoorschijn, een onafzienbare menigte, ontelbaar, zoals de zandkorrels bij de zee … Christus daalt neer op de Olijfberg. … Wanneer het nieuwe Jeruzalem in zijn schitterende glorie naar beneden komt uit de hemel, zal het op de plek staan die gereinigd is en klaar om de stad te ontvangen. En Christus zal samen met de verlosten en de engelen de stad binnengaan. Satan bereidt zich dan voor op een laatste machtige strijd om de heerschappij. De prins van de duisternis was afgesneden van zijn misleidende werk, zijn macht was hem ontnomen. Maar nu de doden uit hun graven zijn opgestaan en hij de menigte ziet die aan zijn kant staat, krijgt hij nieuwe hoop en hij is vastbesloten zijn strijd niet op te geven. Hij verzamelt al die verloren mensen als een leger onder zijn commando en samen met hen probeert hij alsnog zijn plannen te verwezenlijken … In die grote menigte bevinden zich mensen die nog voor de zondvloed hebben geleefd; mensen van grote lengte en een goed ontwikkeld verstand … Er bevinden zich koningen en generaals onder hen die volken overwonnen hebben, mannen die nog nooit een strijd verloren hebben, trotse, ambitieuze krijgers die koninkrijken hebben laten sidderen … Satan overlegt met zijn engelen en vervolgens met deze koningen, overwinnaars en machtige mannen. … Uiteindelijk wordt het bevel gegeven om voorwaarts te gaan en de enorme menigte komt in beweging. … Met militaire precisie marcheren de legers in rangorde over de verwoeste en moeilijk begaanbare paden van de aarde in de richting van de stad van God. Op het bevel van Jezus worden de poorten van het nieuwe Jeruzalem gesloten terwijl de legers van Satan de stad omsingelen en zich opmaken voor de aanval.
De gekroonde Christus oordeelt Christus zal opnieuw verschijnen in
het zicht van zijn vijanden. Ver boven de stad, op een fundament van stralend goud, is een troon, hoog en verheven. Op die troon zit de Zoon van God, en om hem heen staan zijn onderdanen verzameld. … In aanwezigheid van de verzamelde inwoners van de aarde en de hemel, vindt de uiteindelijke kroning van Gods Zoon plaats. Gekleed met grote majesteit en macht spreekt de Koning der koningen het oordeel uit over hen die zich tegen zijn heerschappij gekeerd hebben. Hij bestraft degenen die zijn wetten overtreden, en zijn mensen vervolgd hebben. De profeet van God zegt: ‘Toen zag Ik een grote witte troon en hem die daarop zat. De aarde en de hemel vluchtten van hem weg en verdwenen in het niets. Ik zag de doden, jong en oud, voor de troon staan. Er werden boeken geopend. Toen werd er nog een geopend: het boek van het leven. De doden werden op grond van wat in de boeken stond geoordeeld naar hun daden’ (Openbaring 20:11,12). Zodra de boeken geopend worden en Jezus zijn blik op de onrechtvaardigen richt, zijn zij zich bewust van iedere zonde die zij hebben begaan. Ze zien waar zij zijn afgeweken van het pad van heiligheid en reinheid en hoe trots en rebellie hen hebben geleid in hun afvalligheid aan de wetten van God … De hele afvallige wereld staat in de beklaagdenbank op beschuldiging van hoogverraad tegen de hemelse regering. Er is niemand die hun zaak kan bepleiten; er is geen excuus voor hun daden; en de uitspraak is ‘eeuwige dood’ … Satan begrijpt dat zijn rebellie hem ongeschikt maakt voor de hemel. Hij heeft zijn krachten ingezet om tegen God te strijden. De reinheid, vrede en harmonie van de hemel zouden een verschrikkelijke kwelling voor hem zijn. Zijn beschuldigingen tegen de genade en rechtvaardigheid van God worden nu weerlegd. De beschuldigingen die hij tegen God heeft geuit, kaatsen nu op hemzelf terug. En Satan buigt zich voor God en erkent de rechtvaardigheid van zijn straf. ‘Wie zou u, Heer, niet vereren, uw naam niet prijzen? Want u alleen bent heilig. Alle volken zullen komen en zich voor u neerbuigen, want uw rechtvaardige daden zijn geopenbaard’ (Openbaring 15:4). Iedere vraag over waarheid en bedrog in de lange strijd is nu opgehelderd … Satans eigen gedrag heeft hem veroordeeld. Gods wijsheid, zijn recht-
20 Lezingen voor de Gebedsweek 7-14 november 2015
vaardigheid en zijn goedheid zijn volledig in het gelijk gesteld …
Het kwaad uitgeroeid Er komt vuur bij God vandaan uit de hemel. De aarde opent zich. … Zelfs de rotsen vatten vlam. … De onrechtvaardigen ontvangen hun vergelding in de aarde (Spreuken 11:31). ‘Die dag zal zeker komen, brandend als een oven. Wie hoogmoedig zijn of wie zich goddeloos gedragen, zullen dan slechts stoppels zijn die door de hitte van die dag worden verschroeid–zegt de Heer van de hemelse machten’ (Maleachi 3:19; in oudere vertalingen 4:1). Satans vernietigende werk is voor altijd tot staan gebracht. Zesduizend jaar lang heeft hij zijn wil op kunnen leggen en heeft hij de aarde gevuld met pijn en verdriet die door het hele universum voelbaar waren … Maar nu zijn Gods schepselen voor altijd verlost van Satans aanwezigheid en verleidingen … Terwijl de aarde ingeklemd zat in het vernietigende vuur, verbleven de rechtvaardigen veilig in de heilige stad. De tweede dood heeft geen macht over degenen die bij de eerste opstanding zijn opgewekt. God is een vernietigend vuur voor zijn vijanden, maar voor zijn volk is hij zowel de zon als een schild (Openbaring 20:6; Psalm 84:11). ‘Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer’ (Openbaring 21:1). Het vuur dat de onrechtvaardigen opslokt, reinigt de aarde. Ieder spoor van de vloek wordt uitgewist. Er is geen eeuwig brandende hel die de verlosten aan de angstige consequenties van de zonde zal herinneren.
Slechts één herinnering Eén herinnering blijft: Onze Verlosser zal voor eeuwig de littekens van de kruisiging bij zich dragen. De littekens op zijn hoofd, zijn zij en zijn handen en voeten zullen de enige sporen zijn van het verschrikkelijke resultaat van de zonde. … Deze tekenen van zijn vernedering zijn tevens de hoogste eer. Tot in de eeuwigheid zullen de wonden van Golgota zijn eer verkondigen en zijn macht betuigen. ‘En jij, wachttoren over de kudde, vesting van Sion, jij zult je vroegere heerschappij herkrijgen, aan jou, Jeruzalem, behoort het koningschap toe’ (Micha 4:8). De tijd waar heilige mannen en vrouwen sinds de verbanning uit Eden naar uit hebben gekeken is gekomen ‘als voorschot op onze erfenis, opdat allen die hij
Voor de verlosten van God zullen alle schatten van het universum toegankelijk zijn om te bestuderen. zich heeft verworven verlost zullen worden, tot eer van Gods grootheid’ (Efeziërs 1:14). De aarde die oorspronkelijk aan de mens werd gegeven om er zijn heerschappij te vestigen en die door diezelfde mens werd afgestaan aan Satan die hem lang in zijn macht heeft gehad, is nu teruggebracht tot zijn oorspronkelijke staat door het geweldige plan van verlossing. Alles wat verloren was door de zonde, is hersteld … ‘Mijn volk zal wonen in een oase van vrede, een veilige woonplaats, een oord van ongestoorde rust.’ ‘Van geweld in je land wordt niets meer vernomen, noch van verwoesting en rampspoed binnen je grenzen. Je zult je muren Redding noemen en je poorten Faam.’ ‘Zij zullen huizen bouwen en er zelf in wonen, wijngaarden planten en zelf van de opbrengst eten; in wat zij bouwen zal geen ander wonen, van wat zij planten zal geen ander eten. Want de jaren van mijn volk zullen zijn als de jaren van een boom; mijn uitverkorenen zullen zelf genieten van het werk van hun handen.’ (Jesaja 32:18; 60:18; 65:21, 22). Pijn kan niet bestaan in de hemelse sfeer. Er zullen geen tranen meer zijn, geen begrafenisstoeten, geen rouw. ‘Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij’ (Openbaring 21:4).
De heerlijkheid van de eeuwigheid Daar is het nieuwe Jeruzalem, de hoofdstad van de verheerlijkte nieuwe aarde. … In de stad van God ‘zal er geen nacht meer zijn’. Niemand heeft het nodig om op adem te komen. Niemand hoeft zich zorgen te maken of hij of zij de wil van God wel doet. Gehoorzaamheid en aanbidding gaan vanzelf. We zullen steeds de verfrissing van de ochtend ervaren en de nacht is ver bij ons vandaan. ‘En het licht van een lamp of het licht van de zon hebben ze niet nodig, want God, de Heer, zal hun licht zijn’ (Openbaring 22:5). Het licht van de zon zal overtroffen worden door een straling die niet pijnlijk verblindend is, maar die
toch helderder schijnt dan het helderste daglicht. De glorie van God en van het Lam straalt door de heilige stad met een onuitwisbaar licht. De verlosten wandelen in de zonloze glorie van voortdurend daglicht. ‘Maar een tempel zag ik niet in de stad, want God, de Heer, de Almachtige, is haar tempel, met het lam’ (Openbaring 21:22). Het volk van God geniet het voorrecht van een open communicatie met de Vader en de Zoon. … We zullen in zijn tegenwoordigheid verblijven en omstraald worden met de glorie van zijn aanwezigheid. Daar zullen de verlosten kennis vergaren, zoals zij zelf gekend zijn. De liefde en sympathieën die God zelf in de ziel heeft geplant, zullen daar op een volmaakte manier tot uiting komen. … Daar zullen de onsterfelijke zielen de nooit aflatende wonderen van de scheppende macht ervaren en de mysteries van verlossende liefde. … De toename van kennis zal de geest niet uitputten en geen energie opslokken. De grootste ondernemingen zullen uitgevoerd worden, de geweldigste verwachtingen worden werkelijkheid, de hoogste ambities gerealiseerd. En nog steeds zullen er nieuwe hoogtepunten volgen, nieuwe dingen om te bewonderen, nieuwe waarheden te ontdekken, nieuwe zaken die een beroep doen op de ontwikkeling van geest, ziel en lichaam. Voor de verlosten van God zullen alle schatten van het universum toegankelijk zijn om te bestuderen. Ongehinderd door sterfelijkheid zal er onvermoeibaar naar verre werelden gereisd worden– werelden die beefden van verdriet bij het aanschouwen van het menselijke verdriet en die nu trillen van de liederen die in blijdschap worden opgezonden vanwege al die verloste zielen. Met onuitsprekelijk geluk begeven de kinderen van de aarde zich in de blijdschap en de wijsheid van ongevallen wezens. … En als de jaren van de eeuwigheid verstrijken, zullen we steeds rijkere en glorieuzere openbaringen van God en Christus ontvangen. Zoals de kennis toeneemt, zullen ook de liefde, de eerbied
en de blijdschap toenemen. Hoe meer de mensen over God te weten komen, hoe groter hun bewondering voor zijn karakter. Als Jezus hen de rijkdommen van de verlossing laat zien en de bijzondere resultaten in de grote strijd met Satan, zullen de harten van de verlosten opspringen in nog grotere aanbidding. Ze zullen met nog meer blijdschap hun gouden harpen bespelen en tienduizend keer tienduizend en duizenden maal duizenden stemmen zullen aanzwellen tot een machtig koor van aanbidding. ‘Elk schepsel in de hemel, op aarde, onder de aarde en in de zee, alles en iedereen hoorde ik zeggen: “Aan hem die op de troon zit en aan het lam komen de dank, de eer, de lof en de macht toe, tot in eeuwigheid”’ (Openbaring 5:13). De grote strijd is voorbij. De zonde en zondaars zijn er niet meer. Het hele universum is schoon. Eén hartslag van harmonie en blijdschap klopt door de hele schepping. Van hem die al het leven creëerde vloeit leven, licht en blijdschap door de sferen van de onuitputtelijke ruimte. Van de kleinste atoom tot de grootste wereld, alle dingen, bezield of onbezield, verklaren in hun stralende schoonheid en volmaakte blijdschap dat God liefde is. n DIT ARTIKEL IS ONTTROKKEN AAN DE GROTE STRIJD, BLADZIJDEN 567-580. ZEVENDEDAGSADVENTISTEN GELOVEN DAT ELLEN G. WHITE (1827–1915) DE BIJBELSE GAVE VAN PROFETIE BEOEFENDE GEDURENDE MEER DAN 70 JAAR OPENBAAR ZENDINGSWERK.
V R A G E N
V O O R
Reflectie & Discussie 1. Is er iets waar u bang voor bent als u vooruitkijkt naar het einde van de zonde? Zo ja, wat is dat dan? 2. Wat is het belang ervan dat Jezus de tekenen van de kruisiging tot in de eeuwigheid bij zich draagt? 3. Wat is voor u het beste gedeelte van het leven in de tegenwoordigheid van God?
Lezingen voor de Gebedsweek 7-14 november 2015 21
INVESTEREN IN JE GELOOF
AFDELING
PERSOONLIJKE ONTWIKKELING LANDELIJKE TRAININGSDAG 3 APRIL 2016 VOOR WIE? Alle secretarissen, penningmeesters, ouderlingen, diakenen, sabbatschoolleiders en leraren en sprekers.
Datum: 3 april Locatie: Oosterlicht College Vianen Tijd: 10.00 – 17.00 uur Meer info.: www.adventist.nl
22 Lezingen voor de Gebedsweek 7-14 november 2015
Op deze bijzondere trainingsdag zullen er diverse workshops gegeven worden om uw taak of functie te versterken. De workshops zullen worden gevolgd door ronde tafel gesprekken onder leiding van de presentator. Deze dag zal een spirituele dag zijn. Een dag waarop wij in de kern van ons geloof en identiteit geraakt kunnen worden. Deze dag zal een ontmoetingsdag zijn van geĂŻnspireerde en betrokken adventisten en betrokkenen bij de kerk.
OVERZICHT: Kom tot leven
(28 lessen) Een eigentijdse bijbelcursus voor beginners, of voor hen die het weer eens fris willen horen.
In en om de Bijbel
(9 lessen) Achtergrondinformatie over de cultuur, het klimaat, de feesten, het land en het ontstaan van de Bijbel.
Archeologie in bijbelse landen
(10 lessen) Fantastische cursus, die door middel van de opgravingen laat zien hoe de Bijbel bevestigd wordt.
Wat leert de BijBel over *Levenszin? *ReLat ies? *Gezondheid? *de toekomst ? dood? *Leven ... en oveR
een initiatief van de het esda-instituut, isten, werkt aan de zevende-dags advent emene bijbelkennis. verbetering van de alg ratis) online en daartoe geeft het (g n uit. schriftelijke cursusse
God, wie was dat ook alweer?
(6 lessen zonder huiswerk) Cursus voor diegenen die wel met geloof zijn opgegroeid, maar er verder niet veel mee doen. De hoofdlijnen van Gods boodschap aan de mens in zes korte, pakkende lessen.
Het verzegelde boek geopend
(7 lessen) Een dieper gaande cursus over het bijbelboek DaniĂŤl.
Openbaring
(10 lessen) Een studie die het cryptische bijbelboek Openbaring toegankelijk maakt.
Bezoek w w w . e s d a - o n l i n e . n l of neem contact op met het ESDA-Instituut. Nederland: Amersfoortseweg 18, 3712 BC Huis ter Heide, 030-6931509. BelgiĂŤ: Ernest Allardstraat 11, 1000 Brussel, 02-5113680.
Lezingen voor de Gebedsweek 7-14 november 2015 23