Leiderschap m/v

Page 1

LEIDERSCHAP M/V


Amersfoortseweg 18, 3712 BC, Huis ter Heide 足 telefoon 030 6939375 e-mail info@adventist.nl web www.adventist.nl twitter @adventist_nl facebook.com/zevendedagsadventisten youtube.com/zevendedagsadventisten vormgeving limelight.design.studio@gmail.com


WOORD VAN DE VOORZITTER

Beste broeders en zusters, Graag beveel ik deze brochure bij u aan. Ik hoop dat u de artikelen, die helder uitleggen hoe de kerk functioneert, met plezier zult lezen. De brochure geeft vooral duidelijk inzicht over de rol van vrouwen in de plaatselijke gemeente: als diacones, ouderling en predikant. Ook leest u over onze verbondenheid met de wereldkerk. Ik wens u veel leesplezier en Gods zegen. Namens het Algemeen Kerkbestuur en de predikanten binnen Nederlandse Adventkerk,

Ds. Wim Altink


VROUWEN IN HET PREDIKAMBT Er lijkt de laatste tijd een opmerkelijke verschuiving plaats te vinden in de discussie over vrouwelijke predikanten in de kerk. Voorheen richtte de discussie zich vooral op de vraag of het niet een stap te ver is om vrouwelijke predikanten in te zegenen. Momenteel wordt steeds vaker de opmerking gehoord dat er geen vrouwelijke predikanten aangesteld zouden moeten worden en dat alle inzegening voor vrouwen dient te worden teruggedraaid. Dat zou betekenen dat vrouwelijke ouderlingen en diaconessen niet meer ingezegend worden en zoals bepaald in het Kerkelijk Handboek hun taak niet, of niet naar behoren, kunnen uitvoeren.

Vervolgens is expliciet door de voorzitter van de wereldkerk, ds. Ted Wilson, verklaard dat de huidige situatie daarmee gehandhaafd blijft. Die huidige situatie houdt in dat vrouwen ingezegend mogen worden als diacones en als ouderling en tevens dat vrouwelijke predikanten een zogenaamde ‘commissioning’ mogen ontvangen, een inzegening-light zou je het kunnen noemen. Predikanten die commissioned zijn, mogen alle taken verrichten die een ingezegend predikant ook mag verrichten, behalve het stichten en opheffen van gemeenten en het voorzitterschap van een conferentie, unie, divisie of Generale Conferentie uitoefenen.

Deze verschuiving is in het bijzonder opmerkelijk omdat er een koppeling gemaakt wordt met het besluit van de Generale Conferentie in San Antonio. De vraag die hier aan de orde was ging over het delegeren van één bepaalde beslissingsbevoegdheid naar de divisies: ‘Mogen Divisies zelf bepalen of zij vrouwelijke predikanten inzegenen, ja of nee?’ Het antwoord op deze vraag werd een ‘nee’, zoals de meesten van ons inmiddels wel weten.

In Nederland hebben we sinds 2013, op uitdrukkelijk verzoek van de afgevaardigden van het uniecongres in 2012, gelijkheid geschapen tussen mannelijke en vrouwelijke predikanten. Vrouwelijke predikanten in Nederland zijn volledig gelijkgesteld met hun mannelijke collega’s en worden sinds die tijd ook ingezegend. Het is dus alleen het allerlaatste stukje van inzegening waarbij Nederland uit de pas loopt met de regelgeving van de wereldkerk.


Het idee dat de Nederlandse Adventkerk zich niets aantrekt van de regels van de kerk is dan ook niet juist. Er is daarnaast een ander vreemd fenomeen gaande. Tegenstanders van inzegening beroepen zich op het gezag van de Generale Conferentie in sessie. Dit gezag wordt als het hoogste gezag onder God beschouwd. Wanneer de afgevaardigden op de Generale Conferentie hebben gesproken, dan is dat bindend. Het is dan ook heel vreemd dat er wordt gesuggereerd dat de inzegening van alle vrouwen moet worden teruggedraaid. De inzegening van diaconessen werd afgestemd tijdens een sessie van de Generale Conferentie. Als we nu vinden dat dit teruggedraaid moet worden, erkennen we dan het hoogste gezag onder God nog wel? Of betekent dit ook een afwijken van kerkelijke uitspraken? Het Kerkelijk Handboek en de Fundamentele geloofspunten zijn tijdens de sessie van 2015 zoveel mogelijk veranderd in genderneutrale taal. Dit geeft aan dat ook in de wereldkerk het belang van vrouwen in leiderschap wordt erkend. Er zijn diverse gebieden in de wereld waar de kerk niet zou kunnen bestaan zonder krachtig leiderschap van vrouwen. De leiding van de kerk erkent dit en ondersteunt deze vrouwen. En laten we eerlijk zijn. Wanneer in de Nederlandse kerk alle vrouwen zich solidair verklaren en in staking gaan, zou het er slecht uitzien voor de toekomst van de kerk in ons land. Zonder vrouwen kan de kerk niet of nauwelijks functioneren. De Working Policy van de kerk biedt alle ruimte aan vrouwen om in diverse func-

ties leiding te geven en ingezegend te worden. Ook vrouwelijke predikanten zijn volledig erkend in de kerk en ontvangen de steun van de leiding van de kerk. In gebieden waar men het opportuun acht, mogen vrouwen zonder probleem worden ‘commissioned’. De conclusie is dan ook dat de Nederlandse Adventkerk met het inzegenen van vrouwelijke ouderlingen en diaconessen en het aanstellen van vrouwelijke predikanten volledig in harmonie is met het beleid van de wereldkerk. Uitsluitend op het allerlaatste stukje, namelijk de gelijkwaardige inzegening van mannelijke en vrouwelijke predikanten, loopt Nederland enigszins uit de pas.


DE VROUW IN HET AMBT HISTORISCHE ACHTERGROND IN VOGELVLUCHT De discussie over de vrouw in het ambt is niet iets van vandaag of gisteren. De eerste keer dat de Generale Conferentie zich ermee bezig hield was al in 1881. Toen was de kerk er nog niet aan toe om ook vrouwen als predikanten te installeren met dezelfde status als mannen. Later — toen in heel veel andere christelijke geloofsgemeenschappen de discussie over dit onderwerp in alle hevigheid losbarstte — lag het voor de hand dat ook de Adventkerk zich steeds intensiever met het onderwerp zou gaan bezighouden. Vanaf het begin van de adventbeweging hebben vrouwen een belangrijke rol gespeeld. Al in de Miller-beweging waren er vrouwelijke predikers. Toen de Adventkerk eenmaal was georganiseerd stonden al snel heel belangrijke functies open voor vrouwen. Aan het begin van de twintigste eeuw was een vrouw — Adelia P. van Horn — penningmeester van de groeiende wereldkerk! Een van de stichters van de Adventkerk was een vrouw: Ellen G. White. Hoewel zij nooit formeel de handen opgelegd kreeg, ontving zij wel gedurende een groot deel van haar leven een officieel bewijs dat zij een ordained minister (ingezegend predikant) was. Steeds weer legde zij er in haar geschriften de nadruk op dat zowel mannen als vrouwen nodig zijn om de

opdracht van de kerk te vervullen. In 1895 schreef zij bijvoorbeeld dat de kerk vrouwen als diaconessen moest benoemen en hun roeping door handoplegging diende te bezegelen (Review and Herald, 9 juli 1895)! Toch zou het tot in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw duren voordat het inzegenen van vrouwen tot diverse ambten een belangrijk punt zou worden op de kerkelijke agenda. Een eerste besluit om vrouwelijke ouderlingen en diakenen in te zegenen werd in 1975 genomen, maar dit werd niet op grote schaal in praktijk gebracht. In 1984 bekrachtigde het bestuur van de wereldkerk het besluit ten aanzien van het inzegenen van vrouwelijke ouderlingen, en in de jaren daarna werd dit ook duidelijker voor diaconessen. In de editie van het Kerkelijk Handboek van 2000 is voor het eerst sprake van een inzegeningsdienst voor diaconessen. De inzegening van vrouwelijke predikanten bleek een langere weg te worden. Herhaaldelijk hebben allerlei studiecommissies en kerkelijke congressen zich ermee beziggehouden. Opmerkelijk is daarbij dat in de meeste gevallen een meerderheid van de leden van deze commissies en besturen vond dat er eigenlijk geen overwegend theologische bezwaren waren tegen een dergelijke stap. In het algemeen speelde vooral de problematiek van de culturele


verschillen tussen verschillende regio’s in de wereldkerk. Gevreesd werd dat vooral het niet-westerse deel van de kerk er grote moeite mee zou hebben als vrouwen gelijke rechten zouden krijgen als mannen. Tijdens de Generale Conferentie die in 1995 in Utrecht werd gehouden werd een voorstel in stemming gebracht dat het mogelijk moest maken om per divisie (regionaal) over deze kwestie te beslissen. Dit idee werd na intense discussie verworpen door bijna 69 % van de afgevaardigden. Die beslissing maakte echter geen einde aan de discussies. Integendeel. Vooral in sommige delen van Noord Amerika en in een aantal Europese landen groeide de opvatting dat het bij vrouweninzegening niet in eerste instantie gaat om een bijbels-theologisch probleem, of om de kwestie van de eenheid van de kerk, maar vooral om een moreel principe. Hoe kan een kerk die, nota bene, in haar Fundamentele geloofspunten (geloofspunt 14) de volledige gelijkheid tussen vrouwen en mannen belijdt, vrouwelijke predikanten (die er inmiddels wereldwijd in grote getale zijn) discrimineren? Tussen 2010 en 2015 organiseerde de wereldkerk een discussie- en studietraject om zich opnieuw over deze netelige zaak te buigen. Een internationale commissie van ruim honderd personen, die een aantal malen bijeenkwam en tientallen rapporten beluisterde en bediscussieerde, kon echter niet tot de gehoopte consensus komen. Er kwamen drie eindrapporten waarbij er meer voorstanders van vrouweninzegening dan tegenstanders bleken te zijn. Er was ook een kleine middengroep, die ondanks hun bedenkingen akkoord wilde

gaan. Het resultaat van deze studie en vele andere rapporten (o.a. van de afzonderlijke divisies) werd echter niet aan het onlangs in San Antonio gehouden wereldcongres voorgelegd. De administratieve leiding van de kerk besloot de vraagstelling van 1995 te herhalen: Kunnen de afgevaardigden ermee instemmen dat deze zaak regionaal geregeld wordt? Maar evenals in Utrecht werd in San Antonio die vraag negatief beantwoord—zij het dat het aantal vóórstemmers nu, in vergelijking tot 1995, een aanzienlijk hoger percentage vormde van het totaal aantal afgevaardigden. Opnieuw is met deze beslissing geen einde gekomen aan de discussie. In de afgelopen jaren zijn een aantal unies ertoe over gegaan vrouwelijk predikanten in te zegenen. In die (en waarschijnlijk ook een aantal andere) unies zal de vraag moeten worden beantwoord of men in goed geweten van standpunt kan veranderen, of dat men, bij alle loyaliteit die men jegens de wereldkerk heeft, op dit punt helaas moet afwijken van de regelgeving van de wereldkerk. Er blijft theologische verdeeldheid over de rol van de vrouw in de kerk. Maar het feit dat de Generale Conferentie een beslissing om tot het inzegenen van vrouwen over te gaan wilde delegeren naar de regio’s geeft wel aan dat het kennelijk niet gaat om een principiële bijbels/theologische zaak, maar om een onderwerp waarover eventueel in de wereld verschillend mag worden gedacht. Dit is het spanningsveld waarin de kerk zich in 2015 bevindt. Hopelijk zal de kerk wegen vinden om haar eenheid in verscheidenheid te benadrukken en te bewaren.


VROUWENINZEGENING & DE WORKING POLICY De wereld kent een rijke diversiteit, zo ook de wereldkerk. Dit is hoe een voor de hele wereld geldende set van richtlijnen onstond, de Working Policy. In 2014 werd zo’n 30% van het boek geschrapt, waarna laatste editie 792 pagina’s bevatte. Het is dus een dik boek met een flink aantal regelingen en richtlijnen. De wereldkerk verwacht van alle kerkelijke organisaties dat zij in harmonie met deze Policy hun missie uitvoeren. Elke kerkelijke organisatie, autonoom als die is, zet zich in om de Policy de juiste plaats te geven in haar werk. Op dit moment is het een hot topic dat de Nederlandse Adventkerk, samen met vijf andere unies, tegen de Policy ingaat door het inzegenen van vrouwen danwel het niet meer inzegenen van predikanten. De Nederlandse Adventkerk vindt dat zij zich juist binnen de richtlijnen van de Policy plaatst.

Er zijn drie delen in de Working Policy die belangrijk zijn voor deze discussie. Deze drie delen zijn ook al genoemd in de brief die van het secretariaat van de wereldkerk naar de voorzitters wereldwijd is gegaan. Laten wij deze delen even kort bekijken.

B 05 ORGANIZATIONAL AND OPERATIONAL PRINCIPLES OF SEVENTH-DAY ADVENTIST CHURCH STRUCTURE (Organisatorische en operationele principes van de structuur van de Adventkerk)

In deze paragraaf worden de verbanden tussen de verschillende niveaus van de Adventkerk uitgelegd. Zo staat er: ‘Verscheidene elementen van organisatorische autoriteit en verantwoordelijkheid zijn verdeeld tussen de niveaus van de kerk.’ Met een aantal voorbeelden wordt uitgelegd hoe dat werkt. De gemeente besluit over lidmaatschap van gemeenteleden, de conferentie bepaalt wie aangesteld wordt, de unie bepaalt wie ingezegend mag worden en de wereldkerk bepaalt de fundamentele geloofspunten. Deze voorbeelden zijn gekozen omdat zij de meest voor de hand liggende voorbeelden zijn van de autoriteit van de


diverse niveaus. De Nederlandse Adventkerk, als unie, heeft dus de autoriteit en de verantwoordelijkheid om te besluiten over wie ingezegend mag worden. Iets verderop wordt uitgelegd hoe dan de verschillende niveaus samenwerken. ‘Zo heeft elk organisatieniveau een gebied van beslissende autoriteit en eindverantwoordelijkheid dat implicaties heeft voor de andere organisatieniveaus. Ook is elke organisatie in zekere zin afhankelijk van het autoriteitsgebied van de andere niveaus.’ Op deze manier wordt een samenwerking omschreven waarbij de diverse niveaus autoriteit hebben, en waarbij de autoriteiten van deze niveaus invloed hebben op elkaar. Het idee dat één niveau een ander niveau iets oplegt, past heel moeilijk in deze beschrijving.

BA 60 HUMAN RELATIONS (Menselijke betrekkingen)

In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe de kerk het fundamentele geloofspunt over de gelijkwaardigheid van mensen uitvoert en -leeft in de kerk. Dit stuk begint met: ‘De wereldkerk ondersteunt non-discriminatie in het uitvoeren en bepalen van dienstbetrekkingen en houdt het principe hoog dat zowel mannen als vrouwen, ongeacht hun ras of huidskleur, volledige en gelijkwaardige kansen krijgen in de kerk om de kennis en vaardigheden te ontwikkelen die noodzakelijk zijn voor het opbouwen van de kerk.’ De kerk is dus heel duidelijk tegen discriminatie. De volgende zin luidt: ‘Posities van dienstbaarheid en verantwoordelijkheid (behalve die die inzegening vereisen) op alle niveaus van de kerkelijke activiteiten zullen open

staan voor allen op basis van de kwalificaties van het individu.’ Deze zin spreekt de vorige, in de ogen van velen, tegen. De clausule die tussen haakjes staat, laat je eigenlijk concluderen: ‘de kerk discrimineert niet (behalve in dit geval).’ Er is dus een zekere tegenspraak in de Working Policy ten aanzien van de aanstelling van vrouwen. Ze moeten gelijk behandeld worden en gelijke kansen krijgen, behalve als het gaat om inzegenen.

L 35 QUALIFICATIONS FOR ORDINATION TO THE MINISTRY

(Kwalificaties voor inzegening tot het predikantsambt)

Bijna iedereen gaat er volkomen vanuit dat ergens in dit hoofdstuk staat dat één van die kwalificaties het geslacht is. De kerk zegt namelijk steeds dat vrouwen niet tot predikant ingezegend kunnen worden. Maar in de acht pagina’s die de Working Policy besteedt aan de vereisten voor inzegening, wordt het geslacht van de kandidaat nergens genoemd. Dat is vreemd, zeker omdat het heel makkelijk zou zijn voor de wereldkerk om het geslacht toe te voegen. Elk najaar wordt de Working Policy herzien, en een meerderheid van de bestuursleden van de wereldkerk zou een mannelijk geslacht verplicht kunnen stellen. Toch is dat, om een of andere reden, nooit gedaan. Simpel gezegd, de Working Policy zegt nergens dat vrouwen niet ingezegend mogen worden tot predikant. Het enige wat aanwijzing zou kunnen geven dat alleen mannen ingezegend mogen worden is het feit dat heel hoofdstuk


L van de Working Policy genderinclusieve taal vermijdt. Echter, de meeste pagina’s van hoofdstuk L gaan over pastorale functies die open staan voor zowel man als vrouw. Ministerial Intern-zijn (proponentschap) staat open voor mannen en vrouwen, hoewel er consequent ‘hem’ en ‘hij’ wordt gebruikt. Zo ook de Licenced Minister. Sowieso is het beroepen op niet-inclusief taalgebruik een erg zwak argument, gezien het normaal is (zeker in traditioneel taalgebruik) om met mannelijke voornaamwoorden naar mannen en vrouwen te verwijzen.

Al met al staat er dus geen expliciet verbod in de Working Policy om vrouwen in te zegenen. De manier waarop nu een machtsstrijd ontstaat binnen de kerk, waarbij de mogelijkheid tot het vinden van oplossingen in goed overleg verdwenen is, gaat tegen de principes van de Working Policy in. En, als belangrijkste, het niet inzegenen van vrouwelijke predikanten gaat in tegen het beleid over discriminatie. Sterker nog, het gaat ook tegen de Fundamentele Geloofspunten in, met name geloofspunt 14, dat over gelijkheid spreekt. Dit zijn een aantal argumenten op basis waarvan gezegd kan worden dat de Nederlandse Adventkerk zich juist in harmonie met de Working Policy beweegt.


IS DE NEDERLANDSE ADVENTKERK LOYAAL AAN DE WERELDKERK?


De laatste tijd wordt regelmatig de vraag gesteld of de Nederlandse Adventkerk wel werkt volgens de richtlijnen die de wereldkerk heeft bepaald in de zogenaamde Working Policy van de kerk. Deze vraag doet een zeker wantrouwen tegen het Nederlandse beleid vermoeden en suggereert dat de Nederlandse Adventkerk haar eigen weg gaat, zonder acht te slaan op de richtlijnen van de wereldkerk.

burgerlijk huwelijk en een predikant helemaal geen bevoegdheid heeft om het burgerlijk huwelijk te bevestigen. Je kunt je dan ook afvragen of een regel waarbij de ouderling geen huwelijk mag bevestigen wel standhoudt in de Nederlandse situatie. Toch richt de Nederlandse Adventkerk zich ook in een dergelijk geval naar de Working Policy van de kerk en staat ouderlingen niet toe om huwelijken te bevestigen.

Het tegenovergestelde is waar. In Nederland wordt steeds gestreefd om zoveel mogelijk te voldoen aan de richtlijnen die door de kerk zijn gesteld. Deze richtlijnen worden jaarlijks, tijdens een zogenaamde Annual Council, bekeken en waar nodig bijgesteld. Tegelijkertijd mogen we niet vergeten dat het beleid van de kerk behoorlijk Amerikaans is. Er wordt veelal uitgegaan van Amerikaanse regelgeving, ook maatschappelijk gezien. In andere delen van de wereld levert dat soms problemen op. Neem bijvoorbeeld het gegeven dat een ingezegend ouderling in principe alle kerkelijke handelingen mag verrichten, behalve een huwelijksinzegening. Dat komt omdat in veel landen een kerkelijke huwelijksbevestiging is gekoppeld aan het burgerlijk huwelijk. Predikanten zijn veelal bevoegd om in een dergelijke situatie een huwelijk te bevestigen, maar ouderlingen niet. In Nederland kennen we die situatie helemaal niet, omdat een kerkelijke huwelijksinzegening losstaat van het

De Adventkerk wordt in eerste instantie geleid door haar eigen statuten. Onze Nederlandse statuten stammen uit 1997, en wijken momenteel op enkele punten af van de huidige standaardstatuten voorgeschreven door de wereldkerk. Dit komt omdat de standaardstatuten flink veranderd zijn sinds 1997, en omdat de Nederlandse situatie bijzondere statuten vereiste. Maar, voordat de statuten afgestemd werden in 1997, zijn ze door alle kerkelijke kanalen gegaan en tot op het niveau van de wereldkerk goedgekeurd. Deze statuten bepalen het werk in Nederland. In het geval van inzegening van vrouwelijke predikanten wijken we weliswaar enigszins af van de insteek van de wereldkerk, maar wij zijn nooit buiten onze eigen statuten gegaan. Alle besluiten die genomen zijn, zijn volledig binnen de bepalingen van onze statuten.


Daarnaast bepaalt de Nederlandse grondwet dat we niet mogen discrimineren. Weliswaar kan er een beroep gedaan worden op het recht tot godsdienstvrijheid, maar wanneer mensen in gelijksoortige functies worden aangesteld, dienen zij volgens de wet ook hetzelfde behandeld te worden. De afgevaardigden bij het uniecongres 2012 hebben gemeend dat gelijkheid zwaarder telt, dan de wens van de wereldkerk om inzegening voor ons uit te blijven schuiven. Betekent dit dat de Nederlandse Adventkerk plotseling niet meer loyaal is aan de wereldkerk? Zeker niet, want waar het maar enigszins mogelijk is, richt de Nederlandse kerk zich naar de wensen van de wereldkerk, ook als dat in de ogen van onze maatschappij vreemd lijkt. Toch komt het soms voor dat er een afwijkende keuze gemaakt moet worden omdat geweten en maatschappij dat van ons verlangen. Dat gebeurt niet alleen in Nederland, maar ook in alle andere delen van de wereld op die punten waar de Working Policy niet voldoet.

De conclusie moet dan ook zijn dat de Nederlandse Adventkerk loyaal is en wil zijn aan de wereldkerk. De Working Policy wordt gerespecteerd en nageleefd. De komende statutenwijziging binnen de Adventkerk in Nederland zal ons zelfs nog meer in lijn brengen met de Working Policy dan nu al het geval is. Er is dan ook geen sprake van dat de kerk in Nederland zich niet zou willen conformeren aan het beleid van de wereldkerk. Tegelijkertijd zal er altijd ruimte moeten blijven voor maatschappelijke omstandigheden die hier en daar kunnen afwijken van het Amerikaanse model. Mede daarom zijn meer dan 100 jaar geleden de unies in het leven geroepen. Unies zijn er niet om de wereldkerk tegen te werken, maar om met de wereldkerk samen te werken. Tegelijk is het aan de unies voorbehouden om de werkomstandigheden, de behoeften en de missie in het hun toegewezen gebied te bewaken. Dat is precies wat er momenteel in Nederland gebeurt. Die boodschap zal dan ook met kracht worden uitgedragen aan de leiders van de wereldkerk.


VEELGESTELDE VR STAAT DE WERELDKERK VROUWELIJKE PREDIKANTEN NU WEL OF NIET TOE?

WAT IS HET VERSCHIL TUSSEN LICENCED, COMMISSIONED EN ORDAINED?

De wereldkerk staat vrouwelijke predikanten toe. In gebieden waar dat wenselijk geacht wordt, kunnen vrouwelijke predikanten op gezag van hun wereldregio (divisie) een ‘commissioning’ ontvangen. De wereldkerk erkent volledig dat vrouwen in de rol van predikant werkzaam kunnen zijn. Uitsluitend de laatste stap, gelijkwaardige inzegening van mannen en vrouwen, wordt nog niet erkend.

De commissioned geloofsbrief is in het leven geroepen voor mensen die voor de kerk werken, maar geen roeping hebben tot predikant: penningmeesters, departementshoofden, directeuren van kerkelijke instanties, et cetera. Deze geloofsbrief zou ook gegeven moeten worden aan vrouwelijke predikanten, ook als zij wél de roeping tot predikant hebben. De ordained geloofsbrief is bedoeld voor mensen met een roeping tot het predikantschap en die werkzaam zijn als predikant. De licenced geloofsbrief is voor (proponent-)predikanten die op weg zijn naar inzegening, maar nog eerst ervaring op moeten doen.

KLOPT HET DAT ELLEN WHITE ZEGT DOOR GOD ZELF TE ZIJN INGEZEGEND? Ellen White schreef in 1909: ‘De Heer zegende mij in als boodschapper in de stad Portland, en hier deed ik mijn eerste werken in het belang van de tegenwoordige waarheid’ (Letter 138, 1909). Ellen White geloofde met haar hele hart dat zij door God ingezegend was.

WAS ELLEN WHITE NU WEL OF NIET INGEZEGEND? Ellen White is nooit formeel ingezegend tot predikant door het opleggen van handen. Wel heeft ze diverse keren de geloofspapieren van een ingezegend predikant ontvangen. Zelf geeft ze aan dat zij door God werd ingezegend.

IS DE BIJBEL NU ECHT TEGEN DE INZEGENING VAN VROUWEN OF IS HET MEER EEN KERKRECHTELIJKE KWESTIE? Daarover zijn de meningen verdeeld. De wereldkerk heeft een commissie ingesteld die de theologie van het inzegenen moest onderzoeken. 34% van de theologen in deze commissie vond dat het inzegenen van vrouwen onbijbels was. De overige 66% zag geen bijbels probleem in het inzegenen. Deze 66% was verdeeld over twee standpunten, die beide het inzegenen van vrouwen zouden toelaten. Hun meningsverschil zat in theologische details.


RAGEN IS DE NEDERLANDSE ADVENTKERK TEGEN DE WERELDKERK? De Nederlandse Adventkerk keert zich niet tegen de wereldkerk. Waar mogelijk wordt de Working Policy van de kerk gevolgd. Heel af en toe worden er andere keuzes gemaakt omdat de missie in Nederland daarom vraagt of omdat ons geweten zegt dat we anders moeten beslissen. De Working Policy erkent de autonomie van de regionale kerken in het wereldveld.

KAN DE WERELDKERK EEN BESLUIT VAN EEN UNIE ONGEDAAN MAKEN? Nee, de wereldkerk kan besluiten van een unie niet ongedaan maken. Als een kerk echt uit de pas loopt, kan de wereldkerk wel ingrijpen door een vergadering van afgevaardigden bijeen te roepen.

ZIJN WE NOG WEL ADVENTIST ALS WE TEGEN DE WORKING POLICY VAN DE WERELDKERK INGAAN? Natuurlijk zijn we adventist! De wereldkerk bestaat uit meer dan honderd regionale kerken die samen de wereldkerk vormen. In overleg met elkaar dragen wij de missie, verwoord in de drie-engelenboodschap, uit naar onze regio’s. Dit gebeurt niet op een uniforme manier, maar wel als een groot gezin in samenwerking

en samenspraak met elkaar. Ds. Wim Altink, onze landelijke voorzitter, is nog gewoon lid van het bestuur van de wereldkerk en ook van onze wereldregio. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat wij geen adventisten zijn.

DE VOORZITTER VAN DE WERELDKERK IS HET HOOGSTE GEZAG ONDER GOD. HOE KUNNEN WE DAN TEGEN HEM INGAAN? Dit is een erg rooms-katholiek denkbeeld. De Nederlandse Adventkerk erkent het gezag van de wereldkerk, maar heeft ook als taak haar eigen werkgebied te beschermen

SOMMIGE MENSEN ZEGGEN DAT WIJ HET RECHT HEBBEN OM VROUWEN IN TE ZEGENEN OP BASIS VAN DE WORKING POLICY. HOE ZIT DAT? De Working Policy erkent de inzegening van vrouwelijke ouderlingen en diaconessen. Tevens wordt de commissioning van vrouwelijke predikanten erkend. De inzegening van vrouwelijke predikanten wordt niet erkend. Maar er wordt regelmatig een beroep gedaan op een deel van de policy dat handelt over discriminatie. Hier spreekt de policy zichzelf namelijk tegen. Er wordt gesteld dat de kerk niet discrimineert, behalve in het geval van vrouwelijke predikanten. Dat is vreemd.

NOG MEER VRAGEN?

Op vrouweninzegening.nl worden er tientallen beantwoord!


MEER WETEN? KIJK OP WWW.VROUWENINZEGENING.NL


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.