Jeugd- en vakantiewerk
Wet- en regelgeving SamenvattingArbeidstijdenwet Arbeidstijdenbesluit Nadere regeling kinderarbeid De regels van het gewone arbeidsovereenkomstenrecht. De regelgeving in de cao die eventueel van toepassing is (bijvoorbeeld de cao voor Uitzendkrachten).
Ook werkende jongeren vallen onder het gewone arbeidsrecht. Wel gelden er bij jongeren speciale regels, bijvoorbeeld ten aanzien van de werktijden en het aantal uren dat mag worden gewerkt.
De term ‘vakantiewerkers’ is geen juridisch begrip. Hiermee worden bedoeld scholieren, studenten en andere studerenden die in de vakantieperioden van hun onderwijsinstelling of in de periode tussen twee opleidingen in tijdelijk werk verrichten. Kinderen jonger dan 13 jaar mogen sowieso niet in dienst worden genomen. Jongeren tot 16 jaar zijn bovendien leerplichtig; de hoofdregel is aldus dat school voor werk gaat. Jongeren van 13 t/m 15 jaar kunnen in principe in dienst worden genomen voor vakantiewerk, mits zij ingezet worden voor niet-industriële, lichte arbeid.
Voor alle werkende jongeren geldt dat het minimum(jeugd)loon, voor zover dat voor een bepaalde leeftijdsgroep is vastgesteld, moet worden betaald, dat alle premies moeten worden ingehouden en dat ook de jonge werknemer vakantiedagen opbouwt.
2.5.1 Leeftijd van de werkende jongere
De jongere moet minimaal 13 jaar oud zijn. Volgens het arbeidsovereenkomstenrecht in het BW kan een minderjarige van 16 jaar en ouder zelfstandig, zonder toestemming van zijn wettelijk vertegenwoordiger, een arbeidsovereenkomst aangaan. Een minderjarige die de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt, heeft in beginsel wel toestemming van zijn wettelijk vertegenwoordiger nodig, maar als de minderjarige vier weken zonder die toestemming heeft gewerkt wordt die toestemming geacht te zijn gegeven. Het BW noemt daarbij geen minimumleeftijd van 13 jaar. De leeftijd van 13 jaar volgt dan ook niet uit het BW maar uit de Arbeidstijdenwet.
2.5.1.1 Arbeidstijdenwet
Voor de werkende jongeren die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, geldt de bescherming van kinderen en jeugdigen uit de Arbeidstijdenwet, verder uitgewerkt in de Nadere regeling kinderarbeid.
Deze regelgeving verbiedt in eerste instantie kinderarbeid. Onder kind wordt verstaan een persoon jonger dan 16 jaar. De wet staat enkele uitzonderingen op dit verbod toe, maar stelt daarbij speciale regels, die gelden voor de aard van de te verrichten arbeid en de arbeids- en rusttijden. Bovendien wordt een onderscheid gemaakt tussen werken op schooldagen (dus niet vallend onder de definitie van vakantiewerk) en werken op dagen, dat zij niet naar school gaan en in vakantieperioden. Hoofdregel is, dat school voorgaat. In de eerste plaats moet het bij deze categorie jonge werknemers gaan om lichte, nietindustriële arbeid. Daarbij kan gedacht worden aan arbeid in winkels, kantoren, horeca, landbouw, maneges of campings. Daarnaast mag de arbeid de zogeheten ‘klusjes rond het huis en in de buurt’ betreffen, zoals auto's wassen en oppassen. Vakantiewerkers mogen dus niet zomaar voor alle soorten werk worden ingezet, en het werk mag lichamelijk zeker niet te zwaar zijn. Wat betreft de arbeids- en rusttijden en de aard van het werk gelden globaal genomen de volgende regels voor het werken tijdens vakantieweken: a. Kinderen van 13 of 14 jaar mogen op niet meer dan 5 dagen achter elkaar arbeid verrichten. Zij mogen niet op zondag werken. Er geldt een maximum van 7 uur per dag en 35 uur per week. Na 4,5 uur geldt een rustpauze van een half uur. De werktijden moeten zijn tussen 07.00 uur en 19.00 uur. Tussen 2 werkdagen is een rusttijd van minstens 14 uur verplicht. Een kind van 13 of 14 jaar mag gedurende ten hoogste 4 vakantieweken per jaar arbeid verrichten, waarvan ten hoogste 3 vakantieweken aan-
Hoofdstuk 2.5 Jeugd- en vakantiewerk
eengesloten. Kinderen van deze leeftijdscategorie moeten altijd onder toezicht werken, het werk mag niet te zwaar zijn, niet in een fabriek en niet met machines. Ook werken aan een kassa is verboden. Voorbeelden van toegestane arbeid: helpen in een pretpark, vakken vullen, folders verspreiden.
b. Voor vakantiewerk door kinderen van 15 jaar geldt eveneens een maximum van 5 dagen achter elkaar. Zij mogen in beginsel niet op zondag werken. Dit is alleen toegestaan als het in het bedrijf voor iedereen gebruikelijk is, en bovendien moet er schriftelijke toestemming van de ouders zijn. Door deze kinderen mag niet meer dan 11 zondagen in de 16 weken gewerkt worden. Wanneer er op zondag gewerkt wordt, moet de zaterdag ervoor vrij zijn. Zij mogen niet langer werken dan 40 uur per week, waarvan ten hoogste 8 uur per dag. Na 4,5 uur bestaat recht op een rustpauze van een half uur, en tussen 2 werkdagen is een rusttijd van ten minste 12 uur voorgeschreven. Een kind van 15 jaar mag gedurende ten hoogste 6 weken vakantiewerk verrichten, waarvan ten hoogste 4 weken aaneengesloten. Voor wat betreft de aard van het werk, mag het gaan om zelfstandiger werk, zoals klanten helpen in een winkel en kranten bezorgen. Werken met of in de buurt van machines is voor deze leeftijdscategorie nog niet toegestaan. Voor ochtendkrantbezorgers is vereist dat hiervoor met de ouder of verzorger een speciale bezorgovereenkomst is afgesloten.
c. Voor vakantiewerk door kinderen van 16 en 17 jaar geldt een maximum van 160 uur per 4 weken, maar nooit meer dan 45 uur per week, en niet meer dan 9 uur per dag. Tussen 2 werkdagen geldt een verplichte rusttijd van ten minste 12 uur. Na 7 dagen werken achtereen bestaat recht op 1½ dag vrij. Voor werk op zondag gelden de regels zoals die voor de meerderjarige werknemers gelden (zie paragraaf 6.1.3). Bijna alle soorten werk zijn voor deze leeftijdscategorie toegestaan, inclusief werk in fabrieken. Bij gevaarlijk werk, zoals werk in een silo, slachterij, of met gevaarlijke machines, is de aanwezigheid van een oudere werknemer verplicht.
Zie voor meer informatie over arbeids- en rusttijden van kinderen en jeugdigen paragraaf 6.1.7.
De jeugdige vakantiewerker heeft tenminste recht op een percentage van het minimumloon. In de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WMM) is beschreven welk percentage bij welke leeftijd hoort. Dit varieert van 85% voor een 22-jarige tot 30% voor een 15-jarige werknemer. Zie voor de uitgebreide tabel paragraaf 4.3.3. Voor 13- en 14-jarige werknemers geldt wettelijk geen minimumloon. Dit is in strijd met zowel het ‘Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR)’ als met het ‘Europees Sociaal Handvest (ESH)’, zo oordeelde aanvankelijk de Rechtbank Den Haag, en ook in hoger beroep het Gerechtshof Den Haag, naar aanleiding van een eis van het FNV. De Hoge Raad besliste in 2006 echter in hoogste instantie dat 13- en 14-jarigen geen minimumloon kunnen claimen (bron: ECLI:NL:HR:2006:AY9216). De Hoge Raad overwoog daarbij onder meer dat het werk van deze jeugdigen alleen maar lichte klusjes mag bevatten, in beperkte uren (zie ook paragraaf 4.3.3).
Gedurende de jaren 2017 t/m 2019 is de leeftijd waarop werknemers recht hebben op het reguliere, volledige minimumloon (en dus niet een lager jeugdminimumloon) stapsgewijs teruggebracht van 23 naar 21 jaar. Ook zijn de minimumjeugdloon voor 18, 19 en 20-jarigen verhoogd. Sinds 1 juli 2019 geldt dat iedereen vanaf 21 jaar oud recht het op het volledige minimumloon. (zie ook hoofdstuk 8.5).
De vakantiewerker is verzekerd voor de werknemersverzekeringen (ZW, WIA en WW). In de Kinderbijslagwet geldt een speciale regeling met betrekking tot de verdiensten uit vakantiewerk. Een WW-premie wordt door een werknemer sinds 2013 niet meer betaald. Een werkgever betaalt nog wel WW-premie.
Wordt de vakantiewerker tijdens zijn vakantiewerk ziek, dan bestaat wellicht recht op doorbetaling van loon. Indien een cao van toepassing is, dan zijn vaak de afspraken daaromtrent in de cao opgenomen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat een of twee wachtdagen gelden. Blijft de werknemer na afloop van zijn arbeidsovereenkomst nog steeds arbeidsongeschikt, dan bestaat mogelijk recht op een Ziektewet-uitkering.
Vanaf 1 januari 2020 mag een thuiswonend kind onbeperkt bijverdienen. Het maakt dus niet uit hoeveel een kind bijverdient of hoe oud uw kind is. Het recht op kinderbijslag blijft
2.5.2.3
Belastingheffing
gewoon bestaan. In het verleden was dit anders en kon het recht op kinderbijslag vervallen indien een kind boven een bepaald bedrag verdiende.
Op het loon van de vakantiewerker moeten niet alleen alle premies werknemersverzekeringen en de werkgeversheffing inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zvw worden afgedragen; ook de loonbelasting/volksverzekeringen (loonheffing) moet worden ingehouden en afgedragen. De belastingtabellen gaan er bij deze laatste heffing echter van uit dat bij een bepaald loon per loontijdvak, dit loon ook over de andere loontijdvakken in het jaar wordt genoten. Vandaar dat de loonheffingskorting (algemene- en arbeidskorting) evenredig is verwerkt in de tabel. Werknemers die regelmatig loon verdienen (bijvoorbeeld elke maand), maken zo hun loonheffingskorting gelijkmatig over het hele jaar te gelde. Bij werknemers die slechts incidenteel werken of slechts een gedeelte van het kalenderjaar is dit niet het geval, zoals bij studenten en scholieren die vakantiewerk verrichten. Om hen toch een zo groot mogelijk deel van hun loonheffingskorting direct te gelde te laten maken, mag onder voorwaarden de zogeheten kwartaaltabel worden toegepast. In de kwartaaltabel is meer heffingskorting verwerkt, waardoor de werkgever waarschijnlijk geen loonheffing hoeft in te houden en af te dragen. Immers in de kwartaaltabel is 1/4-deel van de loonheffingskorting verwerkt. Op alle beloningen die binnen één kwartaal worden gedaan, mag de kwartaaltabel worden toegepast.
A is scholier en verricht tijdens de vakantie een maand vakantiewerk. Het overeengekomen loon voor die maand is € 1.500, waarover € 600 (fictief 40%) loonheffing is verschuldigd. Bij toepassing van de maandtabel moet de werkgever van A loonheffing inhouden en afdragen. Bij toepassing van de studenten- en scholierenregeling mag de kwartaaltabel worden toegepast, waardoor inhouding van loonbelasting/premie volksverzekeringen niet meer nodig is. A houdt hierdoor direct netto meer over dan in het geval de maandtabel zou zijn toegepast. Zie het goed dat A het verschil anders had teruggekregen bij zijn aangifte inkomstenbelasting.
De voorwaarden voor de toepassing van de kwartaaltabel zijn: de student/scholier heeft bij het begin van het kalenderkwartaal (op 1 januari, 1 april, 1 juli, of op 1 oktober) recht op kinderbijslag, studiefinanciering óf op een tegemoetkoming in de studiekosten als gevolg van de WTS (Wet Tegemoetkoming Studiekosten); de student/scholier heeft aangegeven dat hij voor de toepassing van de kwartaaltabel in aanmerking wil komen. Dit doet hij schriftelijk, ondertekend en gedagtekend. Dit kan middels het ‘Model opgaaf gegevens voor loonheffingen (studenten- en scholieren)’, welke op de site van de Belastingdienst staat. de werkgever bewaart in de loonadministratie voorstaande getekende formulier, tezamen met het correspondentienummer voor de studiefinanciering, het registratienummer voor de Kinderbijslag of een kopie van de internationale studentenkaart.
De regeling geldt dus alleen voor studenten/scholieren; sinds medio 2007 ook voor studenten uit een ander land van de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte of Zwitserland en die in het bezit is van een erkende internationale studentenkaart. Momenteel is dat slechts de ISIC (International Student Identity Card). De regeling geldt niet voor andere werknemers die slechts een gedeelte van het jaar werken en daardoor de loonheffingskorting niet geheel te gelde hebben kunnen maken. Zie voor meer informatie over de studenten- en scholierenregeling in de Praktijkgids Personeel & Fiscus
Raadpleeg uw cao!
Er zijn cao's die vakantiewerkers uitsluiten van de werking van de cao.