12 minute read

Trending

Next Article
Producten

Producten

Discussieer mee in de linkedIn-groep vakblad Arbo

Trending in arbo

Coronaprotocol? Toch een RI&E!

U heeft netjes een coronaprotocol opgesteld waarin u zaken regelt voor de terugkeer naar het werk? Heel goed. Maar dat ontslaat u niet van van de verplichting om een RI&E te hebben, waarschuwt de Inspectie SZW.

Werkgevers hebben volgens de Arbowet een zorgplicht. Die bepaalt dat zij moeten zorgen dat werknemers hun werk veilig en gezond kunnen doen. Daarom moet de werkgever de risico’s rondom werk inventariseren in de RI&E. Omdat die altijd actueel moet zijn, horen nieuwe risico’s als het coronavirus daar ook in thuis. Coronaprotocol of niet. Veel sectoren hebben inmiddels een coronaprotocol opgesteld. Daarin staat hoe zij het werk in coronatijd zo verantwoord mogelijk willen doen. Maar zo’n protocol is geen vervanger van de RI&E. Simpelweg omdat het coronaprotocol geen juridische status heeft binnen de arboregelgeving. Werkgevers moeten daarom de werkrisico’s door de coronacrisis onderkennen in hun RI&E, benadrukt de Inspectie SZW. Daar hoort dus automatisch ook een plan van aanpak bij. Bedrijven kunnen daarbij een branche-RI&E of corona-arbocatalogus als hulpmiddel gebruiken. Deze plicht blijft ook bestaan als er een coronaprotocol is. Zoals gezegd: het coronaprotocol is geen vervanging voor de RI&E.

Met btw-vrij mondkapje in de metro

In de periode 25 mei tot in ieder geval 1 september betaalt u geen btw als u een mondkapje koopt. Dit geldt voor alle typen mondkapjes, zowel medisch als niet-medisch. Ook alle verkopen zijn btw-vrij. Mondkapjes vallen nu nog onder het normale btw-tarief van 21%.

Dit staat in een brief die staatssecretaris Vijlbrief van Financiën naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Aanleiding van de maatregel: per 1 juni bent u verplicht een niet-medisch mondkapje te dragen in het openbaar vervoer. Want in straks weer vollere bussen, treinen en trams zal het niet altijd haalbaar zijn om de 1,5 meterafstandsregel te hanteren. Vijlbrief: “We vragen van de samenleving om vanaf juni in het openbaar vervoer een niet-medisch mondkapje te gaan dragen. Veel mensen maken zelf al hele creatieve mondkapjes. Maar de meeste mensen zullen ze waarschijnlijk kopen in een winkel in de buurt. We willen dit als overheid zo goedkoop mogelijk maken, daarom heffen we hierover straks tijdelijk geen btw.” Blijven de verkopers van het kapje dan met kosten zitten? Nee. Want door het nultarief toe te passen in plaats van een vrijstelling, houden verkopers het recht op aftrek van voorbelasting. Daardoor kunnen ondernemers de btw die zij bij aanschaf van het mondkapje betalen, nog wel verrekenen in de btw-aangifte.

Kort nieuws

Stress door de coronacrisis

De coronacrisis brengt veel stress met zich mee. Door onzekerheid over het werk, geldtekort of de thuissituatie. Daarom is de overheid de campagne ‘Somber of gespannen door het coronavirus? Praat erover’ begonnen. De overheid vraagt daarmee aandacht voor de psychische gevolgen van de corona-uitbraak. Via de radio en op sociale media geeft de overheid praktische tips en worden mensen opgeroepen om erover te praten of indien nodig hulp te zoeken.

Vingerafdrukken zijn privé

Een bedrijf dat werknemers verplichtte om vingerafdrukken te laten scannen voor in- en uitklokken, heeft privacyregels geschonden. Dat oordeelde de Autoriteit Persoons- gegevens (AP). De AP legde de onderneming een boete op van 725.000 euro. Het bedrijf kon zich volgens de privacywaakhond niet beroepen op een uitzondering om bijzondere persoonsgegevens te mogen gebruiken.

Protocol BMWT-keuringen

Een goede werkgever moet een veilige werkplek creëeren voor medewerkers. Periodieke keuring van arbeidsmiddelen hoort daarbij en is ook verplicht. Voor de 1,5 meter-economie hebben vakbonden, overheid en werkgeversorganisaties in de bouw en techniek het protocol ‘Samen veilig doorwerken’opgesteld. Nu is er ook een aanvullend branche-protocol voor BMWT-keuringen van arbeidsmiddelen, met een minimum aan dwingende voorschriften en bijlages. Dat is gratis beschikbaar op bmwt.nl.

Boete voor dodelijk ongeval

Een Zoeterwouds betonpompbedrijf is veroordeeld tot een geldboete van 60.000 euro voor een dodelijk ongeval. De rechtbank Zwolle oordeelt dat het bedrijf de veiligheidsnormen bewust heeft genegeerd. Het bedrijf was oktober 2016 ingehuurd door een bouwbedrijf om een betonfundering te storten in een stal. Toen de betonpompwagen plotseling wegzakte, werd een medewerker van het bouwbedrijf dodelijk geraakt door de 45 meter lange mast.

Twitter

@vakbladarbo

@APD_GBA 19 mei De #Geschillenkamer van de @APD_GBA heeft een sanctie van 50.000 euro opgelegd voor de verwerking van persoonsgegevens zonder geldige rechtsgrond in het kader van de functie "contacten uitnodigen" van een sociaal netwerk. https://bit.ly/3cM0WSV

MarkGoes1 19 mei Of ik hydroxychloroquine wil slikken tegen corona bepaal ik altijd zelf. Of ik een corona volg app wil installeren bepaal ik altijd zelf. Of ik gevaccineerd wil worden tegen corona bepaal ik altijd zelf. Dat bepaalt en beslist niemand voor mij. Ik ben na "45 als vrij mens geboren

To do Safety&Health @Work 2020

Hoe creëren we een bedrijfscultuur waarin veiligheid en gezondheid belangrijke gedragswaarden zijn?

@MaartenHijink 16 mei Kamervragen gesteld over de inzet van fopkapjes in het openbaar vervoer. Mag je echt straks alleen de trein in met een mondkapje dat GEEN bescherming biedt? Hoe denkt het kabinet daarmee verspreiding te voorkomen en reizigers en ov-personeel te beschermen?

Arbo in cijfers

Bijna 83 procent van de Nederlandse werknemers werkte in 2019 met een beeldscherm, zoals een computer, smartphone of tablet.

Bijna 4 op de 10 werknemers verricht langdurig beeldschermwerk. Gemiddeld werd ruim 4 uur per dag aan werkzaamheden met een beeldscherm besteed. Daarbij werkten bijna 4 op de 10 werknemers (39%) langdurig – dat wil zeggen: zes uur per dag of meer – met een beeldscherm. cent last van klachten aan armen, nek of schouders. Ruim de helft van de langdurig beeldschermwerkers (55%) vindt dat (aanvullende) maatregelen nodig zijn om gezond te kunnen blijven werken achter het beeldscherm.

Dit betekent overigens niet dat werkgevers niets doen. Ongeveer 34 procent van de langdurig beeldschermwerkers geeft aan dat er wel degelijk maatregelen zijn genomen, maar dat die nog niet voldoende zijn. Safety&Health@Work 2020 gaat over werken met gevaarlijke stoffen, preventie, duurzame inzetbaarheid, gedrag en bewustwording rondom veilig werken. En over wet- en regelgeving, innovaties en nieuwe technologie. Safety&Health@Work en het Landelijk Arbocongres bundelen dit jaar hun krachten in Rotterdam Ahoy. Het Landelijk Arbocongres vindt plaats op 1 oktober 2020. De vakbeurs Safety&Health@Work is te bezoeken op 30 september en 1 oktober. Kijk op www.arbocongres.nl en www.safetyandhealthatwork.nl

Langdurig beeldschermwerk kan tot klachten leiden. Van de langdurig beeldschermwerkers had ruim 43 proBron: Nationale Enquête Arbeids- omstandigheden (TNO|CBS)

Meer nieuws? www.arbo-online.nl

Voor meer informatie en cijfers over beeldschermwerk en andere aspecten van de arbeidssituatie in Nederland, zie www.monitorarbeid.nl.

Opleiden in coronatijd Massaal digitaal

Door het coronavirus ontdekt Nederland momenteel noodgedwongen de kansen van digitaal onderwijs. Wat levert dat op: is digitaal beter, slimmer? Of kunnen we toch maar beter geen certificaat hangen aan de corona-mvkʼer? Van tutorial tot virtual reality.

tekst Walter Baardemans

OPLEIDEN

Zo heb je een klas vol cursisten en zo zit iedereen verplicht thuis. Opleiders in Nederland geven door het coronavirus nu massaal online les. “Wij zijn zo snel mogelijk digitaal gegaan”, vertelt Ingeborg de Jongh van opleidingsinstituut PHOV. “Al onze lessen gaan door. Via het programma Demio geven onze docenten nu vanuit huis inter- actieve webinars. Met Microsoft Teams hebben we scriptie- beoordelingen online gedaan. Het bevalt eigenlijk heel goed.” Ook opleider Copla schakelde voor lopende cursussen van klassikaal naar online. “Met frisse tegenzin”, zegt Copla-directeur Ronald Meijer. “Het bevestigt mijn vooroordelen. Online haalt het niet bij klassikaal onderwijs. Via een computerscherm mis je het directe contact tussen docenten en cursisten en ook veel non-verbale communicatie. De interactie verloopt moeizamer.”

Crux

Biedt online onderwijs nieuwe mogelijkheden of is het veelal goedbedoeld geklungel? Het is in ieder geval meer dan simpelweg content op internet plaatsen, zegt Rob Martens, hoogleraar onderwijswetenschappen van de Open Universiteit. “Vanuit de techniek kun je online onderwijs omschrijven als alle leersituaties waarin je gebruikmaakt van internet. In de praktijk is het vaak een mengvorm, blended learning. Daar kunnen ook een klassikale les of een gedrukt werkboek onderdeel van uitmaken.” Maar ‘het hart van online onderwijs’ zijn goede docenten, stelt Martens: “Een groenteboer die zijn groenten nu online gaat verkopen, is niet meteen een goede online maaltijdleverancier. Je kunt iemand nog zoveel didactische tips geven voor online lessen, maar uiteindelijk moet je mensen hebben die het goed kunnen brengen. Dat is de crux.” MOOC, SPOC, COOC

Vaak gaat het bij online leren om een e-learning of een webinar over een onderwerp. Zo bieden verschillende opleiders een e-learningmodule ter voorbereiding op het VCA-examen. Bij een e-learning is er geen directe interactie met een docent en de cursist kan de inhoud van een module zelfstandig doornemen. In een webinar vertelt een docent, al of niet in beeld, via internet zijn lesstof aan een gerichte, grote groep deelnemers. De docent kan zijn college interactief maken door daarnaast deelnemers vragen te laten stellen, een chatfunctie te gebruiken of polls en onderzoeken te gebruiken. Maar er valt meer online te leren en op veel verschillende manieren. Iedereen die weleens thuis klust of iets repareert, zoekt tegenwoordig eerst op internet een tutorial (leerprogramma). Het internet staat er vol mee. In een tutorial geeft iemand in een video een korte uitleg of cursus over een onderwerp. Bij middelbare scholieren zijn inmiddels de filmpjes van YouTube-docenten mateloos populair. De scholieren kunnen de docent geen vragen stellen, maar ze kunnen het filmpje terugkijken zo vaak als ze willen.

Voor diepgaander onderwijs bestaan er sinds 2012 Massive Open Online Courses (MOOC’s). Dat zijn open online cursussen, al dan niet gratis, van gerenommeerde universiteiten of samenwerkende universiteiten. Iedereen met belangstelling voor een MOOC kan na inschrijving deelnemen en de cursus via het internet volgen. Anders dan bij een webinar is er bij een MOOC geen interactie met de docent. Maar cursisten kunnen wel op platforms met elkaar in contact komen. Bekende aanbieders van MOOC’s zijn Coursera, EdX, Canvas, Future-

learn en Udacity. Zo is de MOOC ‘Responsible Innovation: Ethics, Safety and Technology’ van TU Delft en DelftX te volgen via EdX. Voor 46 euro kun je deze MOOC afsluiten met een certificaat. Wie een cursus op een kleinere, specifieke doelgroep wil richten, kan een SPOC, Small Private Online Course, maken. Een SPOC is bedoeld voor zo’n 30 deelnemers. Een organisatie of bedrijf kan ook overwegen een COOC, Corporate Open Online Course, in te zetten voor opleidingsdoeleinden.

Ingeblikt

De Open Universiteit onderscheidt op haar website digitale didactiek (youlearn.ou.nl) drie vormen van online onderwijs: ingeblikt, asynchroon en synchroon onderwijs. Ingeblikt onderwijs is onderwijs dat op voorhand is klaargezet. Het is helemaal uitontwikkeld met teksten, illustraties, filmpjes en kennisclips, zelftoetsen en opdrachten met geautomatiseerde feedback. Bij ingeblikt onderwijs is er geen persoonlijke interactie tussen docenten en studenten of tussen studenten onderling. Bij asynchroon online onderwijs is er wel de mogelijkheid tot interactie, maar niet op hetzelfde moment. Bijvoorbeeld interactie in discussiegroepen, fora of via e-mail. Bij synchroon online onderwijs hebben docenten en studenten op hetzelfde tijdstip persoonlijke interactie, bijvoorbeeld via chat, de virtuele klas of een live-uitzending.

Kwaliteit

Het is belangrijk om je te realiseren dat de keuze voor een medium er eigenlijk nooit toe doet, zegt hoogleraar Martens. “Onderzoek laat zien dat het heel moeilijk is om een generieke regel te geven wanneer je welk instrument moet inzetten. Het ligt helemaal aan de kwaliteit die je erin stopt. Die kwaliteit is veel belangrijker dan of je in bepaalde situaties kiest voor een webinar, MOOC of e-learning.” Martens vergelijkt het met de minder getalenteerde docent die een slechte klassikale les geeft en de populaire ‘ingeblikte’ YouTube-docent. “Een MOOC is niet slechter dan een webinar en een klassikale les niet altijd beter dan een webinar. Alles hangt af van de kwaliteit.” Grote variabele om mee te spelen is volgens hem de mogelijkheid voor interactie bij online onderwijs. “Bij een ingewikkeld onderwerp kan het fijn zijn als de cursisten meteen vragen kunnen stellen. Maar de meestgestelde vragen zou je een volgende keer in een MOOC kunnen verwerken. Dan lopen een webinar en MOOC al in elkaar over. Als je interactie goed weet te gebruiken, maakt het niet uit welke vorm je kiest.”

Hordes nemen

Het is wel lastiger om cursisten via afstandsonderwijs te motiveren, erkent Martens. “Voor de klas voel je wel aan of mensen bij je verhaal afhaken. Dat is online een groter probleem. Dat is gewoon zo.” Hoe kan een docent bij een onlinecursus voorkomen dat hij cursisten onderweg kwijtraakt? Volgens Martens kun je daar twee belangrijke dingen tegen doen. Cruciaal is om zo goed mogelijk op de hoogte te blijven van hoe cursisten het onderwijs gebruiken, zegt hij. “Probeer dat zo slim mogelijk bij te houden. Door mensen ernaar te vragen. Of door in te bouwen dat mensen onderdelen van een cursus moeten aanklikken. Dan kun je zien of iedereen alle hordes neemt. Die kliks zijn daarbij je virtuele ogen en oren.” Daarnaast is het belangrijk om uit te gaan van de intrinsieke motivatie van cursisten, stelt Martens. “Je moet ervan uitgaan dat mensen je leerinhoud interessant vinden en uit vrije wil volgen. Je moet ze vooral niet de hele tijd dwingen en controleren. Dat verstoort alleen maar hun intrinsieke motivatie.”

ʻHet is ondenkbaar dat het onderwijs straks blijft doen alsof er niets is veranderd in de wereldʼ

Toetsing

Toch lijkt het logisch dat opleiders willen controleren of iemand zich de lesstof eigen heeft gemaakt. Is examinering of een toets überhaupt mogelijk of ligt fraude wel erg op de loer? Martens is daar duidelijk over: “Online toetsen is niet ingewikkeld, wel fraudegevoeliger. Via een webcam valt echt niet te controleren of iemand fraudeert bij een online examen. Maar waarom uitgaan van fraude in plaats van vertrouwen? Waarom heeft een toets niet als rol om iemand te laten zien waar hij staat en wat hij verder nog kan ontwikkelen?” Aan de ‘andere kant van het scherm’: wat betekent dat voor de gecertificeerde cursussen van opleiders? Certificeringsinstelling Hobeon/SKO ziet geen belemmeringen. Certificerings- coördinator Paul van Embden van Hobeon/SKO: “Het enige wat er is veranderd, is dat we examinering voor persoonscertificaten nu op afstand doen. Dat is minder persoonlijk. Het is leuker als je kandidaten een hand kunt geven en ze in de ogen kunt kijken. Maar vakinhoudelijk is de examinering hetzelfde. Het is even pittig en je moet toch het goede antwoord geven.” Van Embden kijkt ook al voorzichtig vooruit. “Het heeft ook voordelen. Het scheelt examinatoren en kandidaten reistijd. Ik zie voor de toekomst geen belemmeringen om examens via remote-verbindingen te blijven doen.”

Geen weg terug

Nieuwe technieken gaan in de toekomst nog veel meer nieuwe online mogelijkheden bieden, is de verwachting. Augmented Reality (toegevoegde werkelijkheid) en Virtual Reality kunnen medewerkers helpen onveiligheid op de werkplek levensecht te beleven om hun veiligheidsbewustzijn te vergroten. Die toepassingen vinden ongetwijfeld ook hun weg naar online onderwijs. Rob Martens twijfelt er geen moment aan dat de coronacrisis het onderwijs blijvend zal veranderen. Er is volgens hem geen weg terug. “Het onderwijs veranderde lange tijd weinig, terwijl de wereld inmiddels volkomen digitaal is. Een krijtje werd het digi-bord, maar dat was het wel. Tegelijk heb ik grote bewondering voor hoe de sector de omschakeling nu heeft omarmd. Waanzinnig knap. Maar het is ondenkbaar dat het onderwijs straks blijft doen alsof er niets is veranderd in de wereld.”

This article is from: