8 minute read

Tillen zonder toeren

Next Article
Ongeval

Ongeval

Exoskeletten in een deurenfabriek

Tillen zonder toeren

Studenten van Saxion Hogeschool onderzochten de fysieke belasting bij deurenproducent Reinaerdt. De centrale vraag: in hoeverre kunnen exoskeletten de fysieke belasting van werknemers reduceren? En zo ja, bij wie en waar loont deze inzet dan het meest?

tekst André Bieleman en Monique Filart

Reinaerdt Deuren BV te Haaksbergen produceert en verkoopt met 220 medewerkers jaarlijks zo’n 250.000 deuren en kozijnen. In 2017 heeft Reinaerdt een nieuwe risicoinventarisatie en -evaluatie (RI&E) uitgevoerd. Daaruit kwam de lichamelijke werkbelasting als belangrijk thema naar voren. Ondanks al uitgevoerde aanpassingen (zoals rollenbanen, tilhulpen, heftafels en voorlichting) wil het bedrijf de fysieke belasting van de werknemers verder terugdringen en het ziekteverzuim verlagen. Directie en technische dienst van Reinaerdt zagen op een innovatiebeurs het exoskelet van Laevo. Dit is een mechanisch hulpmiddel dat de rug moet ontlasten bij tilhandelingen en ongemakkelijke werkhoudingen. De arbodienst van Reinaerdt heeft de leverancier daarop uitgenodigd voor een demonstratie van het exoskelet. Daarna is een exemplaar aangeschaft om te onderzoeken of dat toepasbaar is binnen het productieproces en de werkomgeving van de deurenfabrikant. De bedrijfsfysiotherapeut van praktijk Fysik heeft het testen van het exoskelet begeleid. Exoskeletten staan sterk in de belangstelling (zie het artikel ‘Steun voor het lichaam’ van De Looze, De Vries en Krause in Arbo 4-2020), maar ze zijn niet onomstreden. Want het gebruik ervan moet niet in plaats van de bronaanpak komen. Daarnaast moet er ook oog zijn voor mogelijke nieuwe risico’s die het dragen van een skelet met zich meebrengt. NEN, de Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut, noemt exoskeletten een innovatie waar nog geen afspraken en certificatie voor zijn om de veiligheid van gebruikers te waarborgen. Behalve de effectiviteit is ook de acceptatie ervan door werknemers een aandachtspunt (Baltrusch et al, 2020).

Bij Reinaerdt zijn vanuit de samenwerking tussen Fysik en Saxion Hogeschool twee afstudeerprojecten gestart. In dat kader hebben studenten fysiotherapie beoordeeld of het Laevo exoskelet de fysieke belasting van werknemers kan reduceren. En zo ja, in welke functies en op welke werkplekken het exoskelet dan het beste valt in te zetten.

Exoskeletten staan sterk in de belangstelling, maar ze zijn zeker niet onomstreden

Eerste project

Aan het eerste project namen 22 werknemers deel van de afdelingen R2 (kozijnen en expeditie), R3 (deurenproductie en montage & inpak) en R4 (glas- montage en handmatige bewerkingen). De gemiddelde leeftijd van de medewerkers is 49,6 jaar (SD 7,4), hun gemiddelde gewicht 81,5 (SD 12,3) kilogram en hun gemiddelde lengte 180,9 (8,1) centimeter. De studenten hebben met de Fysibelmethode (Peereboom en De Langen, 2011) werkzaamheden en werkplekken op deze afdelingen geobserveerd en beoordeeld op fysieke belasting. Fysiek zware handelingen zagen zij onder andere bij R4, met name de handmatige bewerking en montage van hang- en sluitwerk en in de spuitcabine, maar veel minder op de controlestations bij R3. Laevo stelde voor dit project een tweede exoskelet beschikbaar. Bij de 22 werknemers werd het exoskelet individueel ingesteld. Eerst droegen zij het skelet tijdens een proefperiode van twee uur, vervolgens gedurende twee werkdagen van acht uur. Voor twaalf lichaamsregio’s scoorden de medewerkers het LEO (Lokaal Ervaren Ongemak, Proper, 2000) op een schaal van 0-10. Zij deden dit voor zowel het werken met als zonder exoskelet, aan het begin en eind van een werkdag. Met een enquête kregen zij vragen voorgelegd over het gebruiksgemak en comfort van het exoskelet.

(On)gemak?

Uit de resultaten blijkt dat aan het eind van de werkdag in meerdere lichaamsregio’s een klein, statistisch significant verschil is gemeten in het ervaren ongemak en wel ten gunste van het werken met exoskelet. Het ervaren ongemak neemt in de meeste regio’s bij het werken zonder exoskelet in de loop van de dag significant toe. Bij het werken met exoskelet neemt het ervaren ongemak niet significant toe. In de regio van de lage rug daalt het zelfs iets. De medewerkers waarderen de reductie van fysieke belasting door het exoskelet gemiddeld als 5.0 (op een schaal van 0 - 10). Belangrijke kanttekening: er is een groep die de reductie beoordeelt als hoog en een groep die nauwelijks reductie ervaart, met slechts een kleine ‘middengroep’. Dat geldt ook voor het draagcomfort (gemiddelde score 5.0, SD =2.7). Daarnaast is er een sterke correlatie (r=0,76) tussen het graag willen werken met het exoskelet (ook 0-10) en de ervaren reductie van de fysieke belasting. De fysiotherapiestudenten spraken tijdens de testen met de medewerkers. Op die manier hebben zij veel ervaringen verzameld die inzicht kunnen geven in de redenen waarom werknemers er wel of niet mee willen werken. Verschillende werknemers gaven aan dat de druk van de borstplaat te hoog is en de beensteunen verschuiven. Enkelen meldden een toename van schouderklachten door het dragen van het exoskelet. Verder werd het buigen van de rug als zwaarder ervaren, maar bij het strekken voelden de medewerkers

Een medewerker van Reinaerdt draag het exoskelet. De lichtblauwe delen zijn de borst- en beenveerstructuren die zijn gekoppeld aan de smart joint.

Er waren ook medewerkers die een toename van schouderklachten meldden als gevolg van het dragen van het exoskelet

wel ondersteuning van het hulpmiddel. Sommigen gaven daarnaast aan dat ze bij bepaalde taken bang waren om de deuren te beschadigen, omdat ze er met het exoskelet tegenaan kwamen. Werknemers in de spuitcabine gaven aan dat het dragen ervan niet handig is in combinatie met de overall en het masker. Bij de Lehbrink-machine (die een ronde kant aan de deur freest) gaven werknemers aan dat ze het exoskelet steeds aan en uit moesten doen. Want bij storingen moeten zij de machine in en dat past niet met het hulpmiddel aan. Bovendien werken zij hier veel in combinatie met het Kraft-inpakstation en daarbij moeten ze veel lopen. Ook bij de Holzmazaag op de kozijnenafdeling moest het exoskelet vaak aan en uit door de variatie in handelingen.

Marco ten Voorde, coördinator Kwaliteit, Arbo en Milieu bij Reinaerdt, en Huub Hodes, bedrijfsfysiotherapeut Fysik Haaksbergen, zeggen hierover: “Bij het gebruik van het exoskelet tijdens het werk lijkt, naast praktische en persoonlijke factoren, ook de bedrijfscultuur een rol te spelen. Werknemers bij Reinaerdt zijn wisselend bereid om deze innovatie op de werkplek uit te proberen. De inzet ervan is vooralsnog het meest succesvol bij productiemedewerkers met aspecifieke lage rugklachten. En bij werkplekken waar bukken, tillen en reiken veel voorkomen. Werknemers met rugklachten zijn bereidwillig het skelet te dragen tijdens het werk om spoedig herstel te bevorderen. Hiermee wordt onnodig verzuim voorkomen en de re-integratie bespoedigd.”

Vervolgproject

Het doel van het vervolgproject was daarom de positieve beïnvloeding van houding en gedrag van werknemers met een hoog risico op overbelasting. Zodat meerderen van hen gebruik zouden maken van het hulpmiddel. Vier medewerkers zonder rug- en beenklachten droegen vrijwillig vier weken lang het exoskelet. Daarnaast ontwikkelden de studenten interventies, in samenspraak met de KAM-coördinator en de bedrijfsfysiotherapeut. Een poster, een folder en een afsluitende voorlichtingsbijeenkomst moesten zorgen voor een grotere bereidheid om het hulpmiddel te dragen. Bij de vier medewerkers werd na vier weken het effect gemeten, opnieuw met het LEO meetinstrument, een energiemeter en twee vragenlijsten over het gebruiksgemak van het exoskelet. Als voormeting van het gedrag werd een KAHOOTquiz afgenomen, met vragen die gerelateerd waren aan de fases van gedragsverandering (Balm, 2000). Ook was er een follow-upmeeting, waarin werknemers zelf aangaven welke fase het meest bij hen paste. De resultaten van de effectmeting tonen de volgende zaken aan. Het vier weken dragen van het exoskelet heeft geen invloed op het lokaal ervaren ongemak en het energieniveau van de werknemers op afdeling R3. En ondanks belemmeringen in gebruik gaf het dragen ervan wel verlichting bij tillen, bukken en reiken. Na het uitvoeren van drie interventies bleek dat de meeste werknemers van R3 ‘openstaan’ voor het gebruik van het exoskelet. Ook ‘begrijpen’ zij wat de functie en voordelen ervan (kunnen) zijn. Een minderheid geeft aan richting de fasen ‘willen’ en ‘doen’ te gaan. Dit komt doordat zij te veel belemmeringen ervaren bij het dragen van het exoskelet. Daardoor twijfelen zij over het dragen ervan in de toekomst.

In het kort

Deze projecten laten zien dat het gebruikte exoskelet in een productieomgeving kan bijdragen aan de vermindering van fysieke werkbelasting. Op groeps- niveau was er gemiddeld een klein gunstig effect op het ervaren ongemak in de rug aan het einde van de werkdag. Er waren echter grote verschillen tussen medewerkers. Die betroffen zowel dit effect, als de opvattingen over bruikbaarheid, comfort en effectiviteit van het hulpmiddel. De meerderheid van de medewerkers bij Reinaerdt staat open voor informatie en begrijpt de mogelijke voordelen. Maar vooral praktische bezwaren (beperking van de beweeglijkheid, angst om producten te beschadigen) staan ruimere introductie nog in de weg. Daarom zal het bedrijf zorgvuldig moeten bekijken voor welke medewerkers en op welke werkplekken het exoskelet inzetbaar is. Begeleiding door een bedrijfsfysiotherapeut wordt daarbij geadviseerd.

De auteurs danken Merle Weeink, Arjen Strijdveen, Lisa Bielevelt en Silke Hoog Antink voor het uitvoeren van de projecten.

André Bieleman en Monique Filart, Saxion Hogeschool, Lectoraat Gezondheid en Bewegen

Bronnen

Balm MFK. Gezond bewegen kun je leren. Lemma; 2000.

Baltrusch SJ, Houdijk H, Dieën JH van, Kruif JThCM de. Passive Trunk Exoskeleton Acceptability and Effects on Self-efficacy in Employees with Low-Back Pain: A Mixed Method Approach. J Occup Rehabil 2020 May 14.

Baltrusch SJ, Dieën JH van, Bruijn SM, Koopman AS, Bennekom CAM van, Houdijk H. The effect of a passive trunk exoskeleton on metabolic costs during lifting and walking. Ergonomics 2019;62(7):903-916.

https://nenmagazine.nen.nl/nenmagazine- 1-2020.

Looze M de, Vries A de, Krause F. Exoskeletten bij fysiek zwaar werk. Arbo, nr. 4, 2020.

Peereboom K en Langen NCH de. Handboek Fysieke belasting. SDU, Den Haag, 2011.

Proper KI, Bongers PM, Grinten MP van der. Longitudinaal onderzoek voor rug-, nek, en schouderklachten. Deelrapport 5: Lokaal Ervaren Ongemak, de relatie met en voorspelling van klachten aan het bewegingsapparaat. Hoofddorp, TNO rapport, 2000.

This article is from: