Werkmethodiek Kunst in spoorse omgeving Dit document maakt geen onderdeel uit van het Spoorbeeld, maar is een handreiking voor de werkwijze.
Werkmethodiek: Toepassing van Spoorbeeldvisie Kunst
De Reiziger, Prettig Wachten Station Breukelen - Sanja Medic
De Spoorbeeldvisie Kunst is het vertrekpunt voor een incidentele kunstopdracht. Daarnaast dient het als handvat en aanjager om op een meer structurele en programmatische wijze kunst toe te passen in de routeonderdelen van het spoor. Door kunst op strategische plekken op de route te realiseren, wordt de culturele component van de reiservaring en de beleving van het spoor als route en verbinding versterkt. Kunst biedt inspiratie en kijkplezier. Het verbijzondert de reistijd en het verblijf in de trein en in de omgeving van spoor en station. Het kan uiteenlopende verschijningsvormen aannemen en zich manifesteren in de meest diverse vormen: van geïntegreerd in het ontwerp tot een monumentale afscheidskus, van een tijdelijke interventie tot het blootleggen en bevragen van een specifieke
2
versie september2012
werkmethodiek Spoorbeeldvisie Kunst
Kunst is bij uitstek een medium om de ervaring te intensiveren en reizigers bewust te maken van hun omgeving en van elkaar. Daarom is het ook een belangrijk onderdeel van het Spoorbeeld. Kunst versterkt de beleving. Bovendien kan het een brug slaan tussen verschillende ruimten en omgevingen en geeft het een nieuwe invulling aan de traditie van spooriconografie, ambacht en de thematiek van het reizen die zo eigen is aan het spoor. Kunst neemt een bijzondere positie in binnen het spoor. Het begeeft zich niet op het niveau van merkidentiteit of op het niveau van de grote ruimtelijke opgaven. Het zit daar ergens tussenin. Juist vanuit die ‘vrije’ positie die eigen is aan kunst maakt het de culturele lading van het spoor zichtbaar en beleefbaar als volwaardige kwaliteitsimpuls.
problematiek. Het kan worden toegepast om de waarneming van overgangen naar een andersoortige ruimtes, omgeving en functies te intensiveren. Kunst maakt ruimte en openbaarheid. Verschillende vormen en aanleidingen zijn daarbij denkbaar, zoals bijvoorbeeld: • Kunst als onderdeel van projecten, zoals het ontwerp en inrichting van station en stationsomgeving, spoor en spooromgeving of treininterieur, al dan niet autonoom, toegepast of geïntegreerd. • Kunst als zelfstandige opdracht, bijvoorbeeld op strategische plekken waar aanleiding is om de ervaring van de reis en verschillende type omgevingen te versterken en om een brug met de omgeving te slaan. • Kunst inzetten als sfeerimpuls, bijvoorbeeld als bijdrage aan een hogere waardering van stations en perrons. Ook voor opgaven voor relatief beperkte ingrepen (laagdrempelige kunst en decoratie) kan de visie op kunst bij het spoor worden toegepast en ontwerpkwaliteit worden bereikt. De Spoorbeeld-kunstvisie biedt een verantwoording voor de toepassing van kunst in de spooromgeving en is gepubliceerd op de beleidspagina’s van de Spoorbeeldwebsite.
werkmethodiek Spoorbeeldvisie Kunst
Dit document voor de werkmethodiek levert handreikingen op hoe een kunstopgave aan te pakken. Dat gebeurt op twee niveaus: inhoudelijk en praktisch. Op inhoudelijk vlak wordt aangegeven hoe men kan komen tot een geschikte type kunsttoepassing en wat het thematische vertrekpunt kan zijn voor de opgave. Meer praktisch wordt aangegeven welke aspecten een rol spelen bij de opdrachtverstrekking, realisatie en beheer en welke opties er zijn voor financiering.
3
versie september2012
1.0 Sturingsinstrument Om de Spoorbeeld kunstvisie op een goede manier in te bedden in de wereld van het spoor is een goed sturingsinstrument wenselijk. Dit sturingselement bestaat uit: • Een set kunstwaarden, die voortborduren op de sterke eigenschappen van kunst in de openbare ruimte, en thematische vertrekpunten voortkomend uit aan het spoor verwante onderwerpen, zoals reizen, wachten, stilstaan, bewegen, ambacht. • Een aantal uitvoeringstypen en toepassingsniveaus, die in samenhang (of los van elkaar) sturing kunnen geven aan het proces van kunst bij het spoor. Het kader van kunstwaarden en inhoudelijke vertrekpunten geven richting aan de opgave. Kunst binnen de spooromgeving dient per situatie te worden afgestemd op fysieke reikwijdte (toepassingsniveaus) en het meest passende medium (uitvoeringssporen). Met het sturingsinstrument kan de opgave per situatie nader worden bepaald en de opdracht worden omschreven. Op de inspiratiepagina’s van de spoorbeeldwebsite zijn voorbeelden geplaatst die laten zien hoe dit instrument niet alleen de uitvoering kan sturen maar ook als beoordelingsinstrument voor bestaande werken en ontwerpen kan fungeren.
2.0 Vertrekpunten voor de opgave- of opdrachtomschrijving Het kader schetst de inhoudelijke context en heeft een algemeen geldende waarde. Het kader beschrijft in feite de ‘bandbreedte’ van de opdracht. Het gaat in op de kunstwaarden en omschrijft de Thematische vertrekpunten. Daarnaast wordt hier een relatie gelegd met de beleidsvisie over kunst uit het Spoorbeeld en de relevante kaders en ontwerpprincipes uit datzelfde Spoorbeeld.
Kunstwaarden Op basis van de traditie en nieuwe opgave zijn voor de positionering van kunst in de spooromgeving bruikbare waarden en thematische vertrekpunten beschikbaar. Met de vier kunstwaarden verbeelden, versterken, verbinden en verstoren krijgt kunst binnen de culturele opgave van het spoor een passende rol toebedeeld. • Versterken: staat voor het intensiveren van de ervaring en het bewust maken van omgeving en elkaar, en voor het versterken van de spooridentiteit en iconografie • Verstoren: staat voor het, zonder onbehagen op te roepen, confronteren van publiek met het bijzondere van de plek, en voor het zichtbaar maken van het andere, het onverwachte. • Verbeelden: de kracht van de verbeelding wijzigt en bepaalt de verhouding en het perspectief van de kijker tot de plek. Het heeft daarmee invloed op de sfeer van een omgeving • Verbinden: staat voor het inzetten van kunst om verschillende domeinen, plekken, gebieden en mensen met elkaar te verbinden.
4
versie september2012
werkmethodiek Spoorbeeldvisie Kunst
2.1 Kader voor de inhoudelijke briefing
De keuze voor deze vier waarden komt voort uit de wens om de spooridentiteit en ervaring van het reizen te intensiveren. Het karakteristieke en het bijzondere, meer dan het vertrouwde, gelden daarbinnen als primaat voor de kunst.
Thematische vertrekpunten Naast kunstwaarden liggen er tal van inhoudelijke vertrekpunten, zowel in de historie en toekomst gerichte thema’s: van het reizen en de snelheid, tot stilstaan – bewegen, wachten – verblijven, lokaal – globaal, gastvrijheid – ontvangen en niet in de laatste plaats de spooriconografie. Samen kunnen zij de culturele lading die het spoor zo eigen is nog beter zichtbaar, beleefbaar en openbaar maken.
2.2 Toepassingsniveaus Met de toepassingsniveaus wordt de omgevingscontext geschetst. De omgeving waar kunst kan worden gerealiseerd varieert van kunst in een treincoupe tot een kunstwerk op een plein, van het landschap als kunstwerk tot een verhaal over de plek waar je instapt te lezen op je smartphone. Met de ontwikkeling van digitale, conceptuele en performatieve kunst in de openbare ruimte kan op heel andere schaalniveaus worden nagedacht over de toepassing van kunst. Voor alle toepassingsniveaus geldt dat er een relatie is tussen de opgave voor kunst en het spoorbeeldbeleid: de algemene ontwerpprincipes en de visie, kaders en ontwerpprincipes voor het betreffende routeonderdeel.
Kunst in de trein varieert van oudsher van een reproductie van openbaar kunstbezit aan de muur tot kunst geïntegreerd in het interieur en meubilair. Toegepaste kunst - kunst waarvan de opdrachtverlening plaatsvindt op basis van een definitief ontwerp van het trein-interieur - behelst (autonome) kunst die aanhaakt op aangewezen posities voor interieurdelen in een al gereed interieurontwerp. Geïntegreerde kunst betreft een verregaande samenwerking tussen kunstenaar en interieurontwerper. Deze samenwerking begint in de conceptfase en komt naar voren in de ontwerpuitgangspunten en het interieurconcept. Een verdergaande vorm start met de inschakeling van kunstenaars in de voorlopig ontwerpfase van het trein-interieur, bedoeld om met en/of in opdracht van ontwerpers bepaalde interieurdelen uit te werken. Bij totaalkunst wordt de gehele trein vanaf de start door de kunstenaar ontworpen. Hierbij is de interieurontwerper dienstbaar. Vanuit het routedenken kunnen vragen als ‘waar reis je langs’, ‘welke gebieden worden doorkruist’, ‘wat is de bestemming’, ‘wat is de ruimte die wordt ingenomen’, en ‘wat is de sociale interactie binnen de trein, tussen treinpassagiers of mensen in de omgeving’ aanleiding zijn voor een kunstwerk dat de fysieke ruimte van de trein zelf overstijgt.
Ga voor een voorbeeld van kunst in de trein op de spoorbeeldwebsite naar: Interieurconcept VIRM4, Bert Jan Pot i.s.m. Puur ruimte, 2008
5
versie september2012
werkmethodiek Spoorbeeldvisie Kunst
Niveau 1 - Trein
Interieurconcept VIRM4, 2008 - Bert Jan Pot i.s.m. Puurruimte
Niveau 2 - Stationsgebouw (hal, passages, perrons)
Ga voor voorbeelden van kunst in stations op de spoorbeeldwebsite naar: De reiziger, Sanja Medic, station Breukelen, 2012 EXIT, Onno Poiesz, Rotterdam Centraal, 2006 Atelier Hugo Kaagman, perron 1-2 Amsterdam RAI, 2005 en verder VRGL (virtuele RijnGouwelijn), Nic Hess ism Fabrique, 40 stations aan de RijnGouwelijn en virtueel, niet uitgevoerd
Voorbeeld kunst in openbare ruimte UitzichtOpsicht, station Waddinxveen, niet uitgevoerd - Studio Makkink & Bey
6
versie september2012
werkmethodiek Spoorbeeldvisie Kunst
Kunst in de direct aan het station gerelateerde (semi) openbare ruimtes, meer specifiek de stationsdomeinen met uitzondering van het omgevingsdomein, staan in de traditie van het spoor. Bij de opdrachtformulering is hier ruimte voor de volle breedte van uitingsvormen: van traditioneel, monumentaal en geĂŻntegreerd tot conceptueel en performances. Het kader voor realisatie van kunst in het station wordt geleverd door het Stationsconcept.
Niveau 3 - Stationsomgeving
Voorbeeld kunst in openbare ruimte Reizend zand, Stationsplein Apeldoorn, 2009 - Giny Vos
Ga voor voorbeelden van kunst in de stationsomgeving op de spoorbeeldwebsite naar: Akka van Kebnekaise, Herman Lamers, stationsplein Twello, 2011 Standard time, Mark Formanek, station Rotterdam Centraal, 2009 Reizend zand, Giny Vos, Stationsplein Apeldoorn, 2009 Dropstuff.nl, Stichting pleinmuseum, stationsplein Den Haag, 2005 NUON, Krijn de Koning, Zuid-as Amsterdam, 2011
7
versie september2012
werkmethodiek Spoorbeeldvisie Kunst
De stationsomgeving omhelst de directe stationsomgeving, ofwel het omgevingsdomein. Tot nog toe hebben spoorpartijen weinig bemoeienis met de kunstwerken die op pleinen of in tunnels in de directe stationsomgeving worden gerealiseerd. Hier is de gemeente meestal zelf aan zet. Het zijn prominente plekken, op veelal gemeentelijke grond. Toch ligt hier ook een kans omdat juist op deze plekken stad en station met elkaar verbonden worden. Deze verbinding is van grote invloed op de beleving van de reiziger en de omgeving. De financiering en realisatie van het kunstwerk kunnen een gezamenlijke inspanning zijn, en tot stand komen in een coalitie met verschillende partijen die belang hebben bij de ontwikkeling van het gebied.
Niveau 4 – Spoorweginfrastructuur Dit niveau betreft de minder direct ‘zichtbare’ maar niet minder essentiële onderdelen van het spoor. Het gaat dan bijvoorbeeld om kunst bij civiele kunstwerken als bruggen en tunnels, opstallen en geluidsschermen, en ook het omliggende landschap.
Ga voor voorbeelden van kunst in de spooromgeving op de spoorbeeldwebsite naar: De terp, Dennis Loohuis en Laurens Kolk, Randstadrail Leidschenveen, 2009 NUON, Krijn de Koning, Zuid-as Amsterdam, 2011 ΔV, Casper le Fèvre, , Haarlemmermeer, 2009 Perron Mozaïque, Observatorium, station Hofplein Rotterdam, 2007
Niveau 5 – Landschap en gebiedsoverstijgend Kunst in de spooromgeving betreft de gehele spooromgeving: de reis van deur tot deur en alle onderwerpen en thema’s die daaraan gekoppeld kunnen worden. Het gaat hier om bredere thema’s en toepassingen die meer landschapsgericht en gebiedsoverstijgend zijn. Kunst in de spooromgeving is daarmee het enige toepassingsniveau dat niet direct aan ‘hardware’ gekoppeld kan worden. Het kan wel leiden tot een programma, van waaruit sturing gegeven kan worden aan algemene aan het spoor verwante opgaven; opgaven waar opdrachten gerelateerd aan de andere toepassingsniveaus zich toe kunnen verhouden, en waar vanuit een krachtigere samenhang kan worden ontwikkeld.
VRGL (virtuele RijnGouwelijn), Nic Hess ism Fabrique, 40 stations aan de RijnGouwelijn en virtueel, niet uitgevoerd
Ga voor een voorbeeld van gebiedsoverstijgende kunst in het landschap op de spoorbeeldwebsite naar: VRGL (virtuele RijnGouwelijn), Nic Hess ism Fabrique, 40 stations aan de RijnGouwelijn en virtueel, niet uitgevoerd
8
versie september2012
werkmethodiek Spoorbeeldvisie Kunst
De terp, Randstadrail Leidschenveen, 2009 Dennis Loohuis en Laurens Kolk
2.3 Vier uitvoeringstypen Het derde deel van het sturingsinstrument is meer aan de kunst en de aard van het kunstwerk gerelateerd. Welk medium kies je voor welke opdracht? Welke kunstenaar past daarbij? Hoewel dit een keuze is die deels bij de opdracht zelf ligt en door de kunstenaar zal worden bepaald, is het goed om in de pre-fase van opdrachtomschrijving na te denken over wat de beste ‘aanvliegroute’ is in relatie tot het toepassingsniveau, zodat de selectie en kunstenaarskeuze scherper kan worden gemaakt. Voor de spooromgeving zijn de volgende kunstuitingen geschikt: • Type A. Nieuwe media, nieuwe technieken • Type B. Toegepast, geïntegreerd • Type C. Visueel, esthetisch • Type D. Performatief, sociaal-maatschappelijk
Type A. Nieuwe media, nieuwe technieken
Voorbeeld kunst in openbare ruimte Free Fall, Tweede Kamer, Den Haag - Sanja Medic € 190.000,– (inclusief reservering voor onderhoud over meerdere jaren)
9
versie september2012
werkmethodiek Spoorbeeldvisie Kunst
In de kunst wordt de term ‘nieuwe media’ vooral gebruikt om onderscheid te maken met ‘oude media’ als brons, keramiek. Een beamerprojectie op een groot scherm heette een paar jaar geleden nog ‘nieuw’ maar is nu al weer haast conventioneel te noemen. Met nieuwe media gaat het vooral om de ontwikkeling op het gebied van digitale techniek, dat steeds meer ook een ontwikkeling van interactie en communicatie betreft. In dit opzicht wordt nieuwe media beschouwd als de volgende stap in communicatie en wordt vooral gestreefd naar interactie; een dialoog in plaats van een monoloog met het publiek. De verschillende vormen van nieuwe media zijn bijvoorbeeld internet, Bluetooth en Augmented Reality. Vaak is een kunstwerk programmatisch van aard.
Kostenindicatie: € 150.000 tot € 500.000. Een beamer-installatie is te verwezenlijken binnen beperkte budgetten, wordt het technisch ingewikkelder (over meerdere locaties verspreid en/of virtueel), dan lopen de kosten ook snel en hoog op. Het creëren van een virtuele omgeving geprogrammeerd over ten minste vijf jaar kost minimaal € 200.000. Het is belangrijk om budget te reserveren voor het in stand houden en continueren over een bepaalde periode.
Voorbeeld kunst in openbare ruimte DS Venetie, 2009
Type B. Toegepast, geïntegreerd Toegepast en geïntegreerd zijn in wezen twee verschillend ‘media’. Bij toegepast gaat het om de vormgeving van gebruiksonderdelen, zoals verlichting of meubilair. Geïntegreerd betekent dat het kunstwerk onderdeel uitmaakt van de architectuur. Beide mogelijkheden hebben een historische component binnen het spoor. Toegepast en geïntegreerd kunnen ook samen gaan. Dat is waarom ze gemeenschappelijk benoemd worden. In de briefing zullen de uitgangspunten voor kunst (de vier V’s en thematiek) gecombineerd worden met de ontwerpuitgangspunten van het Spoorbeeld, passend bij de toepassingsniveau en de discipline. Goede samenwerking op uitvoeringsniveau met veel verschillende partijen is hier van belang. Nauwe samenwerking met de architect is een voorwaarde voor het doen slagen van geïntegreerde en toegepaste kunst.
10
versie september2012
werkmethodiek Spoorbeeldvisie Kunst
Ga voor voorbeelden van de toepassing van nieuwe media, nieuwe technieken in kunst bij het spoor op de spoorbeeldwebsite naar: Reizend zand, Giny Vos, Stationsplein Apeldoorn, 2009 Dropstuff.nl, Stichting pleinmuseum, stationsplein Den Haag, 2005 VRGL (virtuele RijnGouwelijn), Nic Hess ism Fabrique, 40 stations aan de RijnGouwelijn en virtueel, niet uitgevoerd
Voorbeeld kunst in openbare ruimte Stichting Beeld en geluid, Hilversum, 2007 - Jaap Drupsteen, Neutelings Riedijk
Voorbeeld kunst in openbare ruimte NUON, Zuidas Amsterdam 2011 - Krijn de Koning
Ga voor voorbeelden van de toegepaste en geïntegreerde kunst bij het spoor op de spoorbeeldwebsite naar: De reiziger, Sanja Medic, station Breukelen, 2012 NUON, Krijn de Koning, Zuid-as Amsterdam, 2011 EXIT, Onno Poiesz, Rotterdam Centraal, 2006 ΔV, Casper le Fèvre, , Haarlemmermeer, 2009
11
versie september2012
werkmethodiek Spoorbeeldvisie Kunst
Kostenindicatie: € 50.000,– tot € 300.000,– De budgettering is geheel afhankelijk van omvang en aard van de opdracht, maar ook in hoeverre derden hieraan een bijdrage leveren. Bij het realiseren van een opdracht met meerdere partijen valt te denken aan het inzetten van een ontwikkelbudget, waarna de uitvoering in zijn geheel uit andere externe middelen wordt betaald. Bijvoorbeeld: het kunstbudget van het kunstwerk van Giny Vos ‘Reizend Zand’ (Best Practice nr.1) was € 450.000,–, terwijl de glaswand nog eens € 500.000,– kostte maar niet uit het kunstbudget werd betaald.
Type C. Visueel/esthetisch
Voorbeeld kunst in openbare ruimte De reiziger, Prettig wachten Station Breukelen, 2012 - Sanja Medic
Bij dit type wordt gedoeld op een fysiek locatie-gebonden ‘blijvend’ beeld, van klein en/of serieel tot autonoom en/of monumentaal. Er kan ook gekozen worden binnen deze categorie voor verschillende media van brons tot licht en geluid.
Voorbeeld kunst in openbare ruimte “De gehurkte man” van Anthony Gormley in Lelystad EXPOSURE, 2010, Galvanised steel. 25.64 x 13.25 x 18.47 m. The 6th Flevoland Landscape Artwork. Permanent Installation, Lelystad, The Netherlands © Antony Gormley Studio, London
Ga voor voorbeelden van visuele, esthetische kunst bij het spoor op de spoorbeeldwebsite naar: Akka van Kebnekaise, Herman Lamers, stationsplein Twello, 2011 EXIT, Onno Poiesz, Rotterdam Centraal, 2006 De terp, Dennis Loohuis en Laurens Kolk, Randstadrail Leidschenveen, 2009
12
versie september2012
werkmethodiek Spoorbeeldvisie Kunst
Kostenindicatie: Het maken van vandalisme bestendige beelden in de openbare ruimte is kostbaar vanwege het gebruik van duurzaam materiaal. Een monumentaal gebaar kost al gauw zo’n € 150.000 tot € 500.000,–. Veel hogere budgetten zijn denkbaar. Formaat, gewicht, materiaal, hoeveelheid en techniek bepalen de kosten. Bandbreedte: minimaal € 150.000,–
Type D. Sociaal-maatschappelijk
Voorbeeld kunst in openbare ruimte Akka van Kebnekaise, stationsplein Twello, 2011 - Herman Lamers
Door performatieve handelingen op locatie wordt de (be)leefbaarheid van het gebied of de omgeving versterkt. Veelal gebeurt dat door letterlijk een plek in te nemen en nieuwe verbindingen te forceren. Maar ook een combinatie met tijdelijke ingrepen die tot een ander gebruik stimuleren, uitnodigen of inspireren zijn denkbaar.
Voorbeeld kunst in openbare ruimte Freehouse, Afrikaanderplein, Rotterdam, 2008 tot 2012 Jeanne van Heeswijk
13
versie september2012
werkmethodiek Spoorbeeldvisie Kunst
Kostenindicatie: Afhankelijk van de mate waarin concepten ook een materialisatie kennen in de uitvoering ervan, kunnen de kosten bij dit type variëren en oplopen. Ook hier geldt dat het voor de hand ligt met een ontwikkelbudget te beginnen. Een kunstenaar die werkt vanuit zogenaamde sociale interventies, kan goed van start met een honorarium en relatief lage productiebudgetten. Bandbreedte: € 15.000,– tot € 300.000,–
Voorbeeld kunst in openbare ruimte Perron Mozaïque, station Hofplein Rotterdam 2007 - Observatorium
Ga voor voorbeelden van de toepassing van sociaal maatschappelijke kunst bij het spoor op de spoorbeeldwebsite naar: Standard time, Mark Formanek, station Rotterdam Centraal, 2009 Atelier Hugo Kaagman, perron 1-2 Amsterdam RAI, 2005 en verder Perron Mozaïque, Observatorium, station Hofplein Rotterdam, 2007
Hoewel op voorhand de budgetten moeilijk in te schatten zijn vanwege de afhankelijkheid van ambities en mogelijkheden, kunnen wel richtlijnen worden opgesteld. Hierboven zijn al budgetten genoemd met een bandbreedte bij de verschillende sporen. De kosten zijn gebaseerd op vergelijkingen met soortgelijke opdrachten binnen de overheid. Het materialiseren van ‘duurzame’ kunst is relatief kostbaarder dan een conceptuele benadering, zoals bij type D voor de hand ligt. Eventueel noodzakelijke bouwkundige aanpassingen, begeleiding door ProRail, aanpassingen aan typische stationsproblemen, alsmede de advisering van de kunstadviseur en andere kosten die door de inzet van de leden van de kunstcommissie worden gemaakt, worden buiten de richtlijnen voor kosten van het kunstbudget gehouden. De budgetten zijn ook altijd gerelateerd aan de toepassingsniveaus. De bandbreedten geven alleen een indicatie. Kleinschalige, tijdelijke kunstingrepen ter verhoging van de sfeer kunnen met beperkte financiële middelen worden gerealiseerd, gebruik makend van dezelfde thematische vertrekpunten als de spoorbeeld kunstvisie.
2.5. Beheer en onderhoud van ‘blijvende’ en niet blijvende kunst Onderhoud van kunst in de openbare ruimte is een steeds groter wordende vraag en kostenpost. Met de enorme groei aan beelden in opdracht en beelden die voortkomen uit particulier initiatief, ligt bij gemeenten een als maar groter wordende vraag naar onderhoud en beheer. Ook bij herinrichting van gebieden en sloop van gebouwen rijst de vraag naar behoud, beheer en onderhoud. De gemeente Rotterdam heeft een commissie in het leven geroepen die als onderdeel van de collectievorming ook ‘ontzamelen’ als doel heeft: niet alles hoeft tot in de eeuwigheid bewaard te worden. Ontzamelen kan pas wanneer je weet wat van waarde is. Het probleem van onderhoud wordt deels ondervangen doordat het tegenwoordig gebruikelijk is
14
versie september2012
werkmethodiek Spoorbeeldvisie Kunst
2.4 Budget
om van kunstenaars bij oplevering een onderhoudscontract te eisen en door kunstwerken niet langer voor onbepaalde tijd op te leveren. Een periode van maximaal 15 jaar is tegenwoordig gebruikelijk. Voor nieuwe media wordt vaak een proefperiode van 5 jaar ingelost. Daarbij is er een steeds grotere groep kunstenaars die zich richt op tijdelijke interventies. Ook voor kleinschalige, tijdelijke sfeerimpulsen is de levensduur van het kunstwerk vooraf (contractueel) bepaald.
3.0 Organisatie in de praktijk – ontwikkeltraject 3.1 Ad hoc en/of structureel?
In het reglement zal de procedurele en formele aspecten rondom de opdrachten worden vastgesteld met aandacht voor zaken als: • reikwijdte (wanneer en waar wordt er toegepast) • kunstbudget (hoe wordt deze vastgesteld) • verhouding honorarium en uitvoeringskosten (wat valt precies waar onder, reiskosten, kosten aan derden, etc.) • taken en verantwoordelijkheden • procesbeschrijving • initiatief- en definitiefase • realisatiefase • beheerfase (onderhoud, verplaatsen en bewerken van kunstwerken, afstoten van kunstwerken) • BTW-tarieven • betalingstermijnen • auteursrecht • beschrijving van definities Het opstellen en de implementatie van een reglement kost veel tijd en is bedoeld om over langere periode en herhaaldelijk te kunnen toepassen. Wanneer het nodig is om tijd te besparen kan ook aangevangen worden met een goede briefing en een contract. Voor kleinschalige, tijdelijke ingrepen ter verhoging van de sfeer kan een standaardcontract worden ontwikkeld.
3.2 Selectieprocedure De selectie van de kunstenaars kan op verschillende manieren plaats vinden. De selectie kan worden gemaakt op basis van een openbare inschrijving of op voordracht door een adviseur beeldende
15
versie september2012
werkmethodiek Spoorbeeldvisie Kunst
Voor het realiseren van kunstopdrachten op meer structurele basis, is het handig om een eenduidige procedure vast te stellen. Gebruikmakend van expertise en ervaring van instellingen als de Rijksgebouwendienst, Stichting Kunst in de Openbare Ruimte kan met een jurist namens de opdrachtgever een werkbaar reglement worden opgesteld. Hetzelfde geldt voor het vaststellen van een bruikbaar contract. Standaardcontracten kunnen eenvoudig op specifieke wensen en situaties worden aangepast. Idealiter wordt gewerkt met een raamcontract waarin de rechtsverhouding tussen de opdrachtnemer en opdrachtgever voor een geheel traject met alle daarbij behorende werkzaamheden in fasen is benoemd.
kunst. Bij grote opdrachten wordt vaak gekozen voor een openbare inschrijving. Dat is een kostbaar en intensief proces en wordt daarom bij kleinere opdrachten (onder de 200.00) achterwege gelaten. Ook kan gekozen worden voor het afleggen van verkennende atelierbezoeken, zeker wanneer men een beter beeld wil hebben van houding en werkwijze van de kunstenaar. Hoe beter de opdracht van te voren wordt omschreven, des te helderder wordt ook het beeld van het soort werk/type kunstenaar waarnaar wordt gezocht. In veel gevallen wordt een deskundige adviseur/bemiddelaar geacht een juiste ‘match’ te kunnen maken en deze aan de kunstcommissie voor te leggen.
Openbare aanbesteding Er is in Nederland nog geen eenduidigheid over de interpretatie en de toepassing van een openbare aanbesteding wanneer het kunstopdrachten betreft. Er bestaat ook nauwelijks jurisprudentie over. Bij het Atelier Rijksbouwmeester wordt nog altijd ‘de regel’ gehanteerd dat wanneer het honorarium (gemiddeld 18% van het productiebudget) niet uitstijgt boven de € 125.000,– er derhalve geen aanbesteding hoeft plaats te vinden. Bij grote kunstopdrachten boven € 300.000,– (productiebudget) wordt bij de Rijksgebouwendienst wel via openbare procedures geworven (zoals advertenties in de vakbladen). Er zijn ook gerenommeerde instellingen, zoals Stichting Kunst in Openbare Ruimte, die de selectie van kunstenaars overlaten aan daartoe aangestelde deskundigen. Opbouw selectiecriteria Bij de voordracht van kunstenaars wordt, naast kwaliteit van het werk, ook gelet op de inhoudelijke visie van de kunstenaar in relatie tot de gegeven context en de professionele ervaring. In voorkomende gevallen kan besloten worden nadrukkelijk een kans te geven aan een talentvolle jonge kunstenaar indien er voldoende vertrouwen is in het behalen van een goed resultaat. Hoewel het kader van de opdracht – met thematische vertrekpunten, sporen en toetsingsniveaus – bepalend is voor de wijze van beoordelen, spelen de volgende algemene criteria een rol. Dit geldt zowel wat betreft de selectie van de kunstenaar als de beoordeling van het werk: • kwaliteit (techniek, uniciteit, ambachtelijkheid) • oorspronkelijkheid • zeggingskracht • consistentie en ontwikkeling in relatie tot het oeuvre van de kunstenaar • beeldende kwaliteiten in relatie tot de omgeving • het werk in relatie tot de opdracht (thematische vertrekpunten, type, toepassingsniveau) • repeteerbaarheid versus uniciteit • materiaalgebruik • technische kwaliteiten en eisen met betrekking tot de duurzaamheid van het werk
16
versie september2012
werkmethodiek Spoorbeeldvisie Kunst
Afhankelijk van de omvang van de opdracht, en de intensiteit van het proces, kan worden besloten om meerdere kunstenaars in de eerste fase van het proces een schetsopdracht te laten indienen (meervoudige schetsopdracht). Ook kan worden besloten om rechtstreeks een kunstenaar te selecteren voor de kunstopdracht. Na het realiseren van de schetsopdracht zijn er nog twee toetsmomenten waarop de kunstcommissie kan oordelen over het ontwerp en de voortgang: het voorlopig ontwerp (VO) en het definitief ontwerp (DO). Voor kleinschalige, tijdelijke kunstopdrachten is een openbare selectie te kostbaar en kan een passende selectieprocedure worden ontwikkeld.
• •
onderhoud juridische aspecten
3.3 Briefing: analyse per locatie/situatie/opdracht Aan de selectieprocedure en de opdrachtverstrekking gaat een verkennende fase vooraf. De locatie en mogelijkheden worden bij deze fase geïnventariseerd. De verkennende fase resulteert in een analyse met een keuze voor bijbehorende thematische vertrekpunten, sporen en toepassingsniveaus per situatie. Deze analyse maakt onderdeel uit van de briefing aan de kunstenaar. De briefing vormt de eigenlijke opdracht en wordt als basis gelegd onder het contract waarin de formeeljuridische, financiële en auteursrechtelijke afspraken worden gemaakt. De opdrachtgever dient zich bewust te zijn dat een kunstwerk het resultaat is van een onafhankelijk creatief proces. De keuze voor een bepaalde kunstenaar betekent in de praktijk dat er wordt gekozen voor een bepaalde uitdrukking van beeldende kunst. Het is om die reden van groot belang dat de adviseur beeldende kunst in overleg met de overige leden van de kunstcommissie, en voorafgaand aan het geven van een kunstopdracht door de opdrachtgever, zorgvuldig nagaat welke voorwaarden aan het kunstwerk door de opdrachtgever worden gesteld.
Wat betreft onderhoud, vandalismebestendigheid en de minimale levensduur: deze aspecten kunnen pas gaandeweg het ontwerpproces worden gepreciseerd, wanneer vorm en uitvoering, precieze locatie en type kunstwerk zijn bepaald. Standaard wordt een levensduur van vijftien jaar opgenomen in contracten, om indien noodzakelijk herplaatsing op de lange termijn juridisch mogelijk te maken. Bij nieuwe media kan de technische levensduur beperkter zijn, bijvoorbeeld 5-10 jaar.
3.4 Begeleiding kunsttraject en verantwoordelijkheden Bureau Spoorbouwmeester is verantwoordelijk voor de inhoudelijke en beleidstechnische advisering. De Spoorbouwmeester bewaakt de relatie van de kunst met het Spoorbeeld. In de praktijk vormt een samenwerking tussen de adviseur beeldende kunst (Bureau Spoorbouwmeester) en een projectmanager/stationsmanager (opdrachtgever) de ruggengraat van een opdracht. De andere rollen wisselen per situatie en dienen steeds opnieuw vastgesteld te worden. De eindverantwoordelijkheid voor de keuze van de kunstenaar ligt bij de opdrachtgever, met advies van Bureau Spoorbouwmeester.
17
versie september2012
werkmethodiek Spoorbeeldvisie Kunst
De briefing wordt door de adviseur beeldende kunst opgesteld aan de hand van: • inhoudelijke briefing: een algemene analyse van de context (ruimtelijk, architectonisch, historisch, inhoudelijk) • een uitwerking van de verschillende onderdelen van het sturingsinstrument (kunstwaarden, thematische vertrekpunten, toepassingsniveaus) • een bepaling van de praktische randvoorwaarden (maten, volumes, beschikbare budget, onderhoudsarm, vandalisme bestendig, kleur- en materiaaleisen, minimale levensduur, etc.)
4.0 Publiek cultureel opdrachtgeverschap De Spoorbeeldvisie Kunst en de bijbehorende kaders beschrijven de uitgangspunten voor kunstopgaven. Op het moment dat een kans voor de realisatie van kunst in de spooromgeving zich aandient, kunnen zij worden toegepast. Daarnaast beoogt de Kunstvisie een beleid bij de spoorwegen te ontwikkelen waarmee de toepassing van kunst in de spooromgeving wordt gestimuleerd. Er zijn verschillende wegen te bewandelen om kunst binnen het spoor verdere te stimuleren. Zo wordt door de Rijksgebouwendienst sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw structureel een percentageregeling toegepast bij nieuwbouw, verbouw of inrichtingsprojecten. Daarbij is een per project te bepalen percentage van de bouwsom het budget voor een kunstopdracht. Een percentageregeling is een traditionele en ‘zekere’ vorm voor kunst in opdracht, en kan een inspiratie zijn voor het spoor. Kunst kan integraal meegenomen worden als onderdeel van een aanbesteding. De opdrachtgever maakt kunst in opdracht dan onderdeel van het biedingspakket en honoreert de voorstellen van biedende consortia in de beoordeling/selectieprocedure. Een andere vorm van structurele inbedding van kunst is om budgetten in een speciaal kunstfonds te reserveren – al dan niet gekoppeld aan een percentageregeling. Daarmee kan er vanuit een totaalvisie bepaald worden waar en hoe de kunst zal worden ingezet.
Kunstcollectie De visie op kunst in Spoorbeeld is in de eerste plaats gericht op het stimuleren en aanjagen van kunstbeleid bij het spoor. Indirect vraagt het ook om een standpunt over de bestaande kunst, die als een specifieke spoorcollectie kan worden beschouwd. Want ondanks het feit dat de verzameling van kunstwerken – al dan niet in eigendom van de spoorpartijen – in de loop van een eeuw zonder veel beleid en structuur tot stand is gekomen, is het een verzameling van topstukken die gezamenlijk een verhaal vertelt over de culturele dimensie van het spoor. Het is een ‘collectie’ die zich kan meten met die van andere publieke opdrachtgevers zoals de Rijksgebouwendienst. Het als ‘een collectie’ behandelen van deze verzameling bestaande en toekomstige kunstwerken vraagt naast een instrument voor opdrachtverstrekking ook een regeling voor de omgang (beheer en behoud) met de bestaande kunstwerken. Van inventariseren, beheren, behouden tot ontzamelen, werkend aan de openbare kunstcollectie van het spoor. Collectievorming stimuleert een goed historisch besef en een beter beeld van wat wenselijk is voor de toekomst.
18
versie september2012
werkmethodiek Spoorbeeldvisie Kunst
Naast de klassieke vorm van opdrachtgeverschap tekenen zich contouren af van een nieuw publiekprivaat opdrachtgeverschap, waarbij sprake is van veelvormige coalities (zoals samenwerkingen tussen ontwikkelaars, corporaties, professionals, bewoners, overheden) die kunstenaars betrekken bij ontwerpvraagstukken en de ontwikkeling van gebieden. Er kunnen coalities worden gesmeed met cultuurfondsen, zoals het Prins Bernard Cultuurfonds of het Mondriaanfonds, om het opdrachtenbeleid vorm te geven.
Inmiddels hebben de kunstenaars van studio Oskar uit Rotterdam zich ontfermd over het lot van de zogenaamde Krakelingen bij het Centraal Station in Rotterdam. De kunstwerken die ooit als flankerende bouwdelen onderdeel uitmaakten van de architectuur van het Centraal Station van de architect Ravensteyn, staan nu al dan niet tijdelijk geplaatst langs het spoor aan de achterkant van het station. Om de discussie rondom de herplaatsing en eigendom van de objecten te openen en uit eerbetoon organiseerde Studio Oskar een ‘feestelijke opening’ op de nieuwe locatie.
19
versie september2012
werkmethodiek Spoorbeeldvisie Kunst
Bedankt voor uw aanwezigheid, Rotterdam, 2011 - Studio Oskar
uitgave van Bureau Spoorbouwmeester September 2012 www.spoorbeeld.nl
tekst en inhoud Bureau Spoorbouwmeester Tanja Karreman fotografie Jan Theun van Rees Studio Oskar Mels van Zutphen Freehouse Manodj Mohabier H. Lamers Het Observatorium Rick Messemaker L. Kolk Gert Jan van Rooij Studio Makkink & Bey beeldrecht rechthebbenden beeldrechtdisclaimer Foto’s en illustraties zijn van genoemde partijen, organisaties en fotografen, tenzij anders vermeld. Op afbeeldingen berust beeldrecht. Wij zijn ons dit terdege bewust en hebben met grote zorg gepoogd rechthebbenden te achterhalen. We vragen de rechthebbenden die wij niet hebben kunnen bereiken, zich te melden. statusdisclaimer Dit document maakt geen deel uit van het vormgevingsbeleid maar is een handreiking voor een werkwijze conform over Spoorbeeld en dient derhalve zo gezien te worden. Het wordt uitsluitend digitaal aangeboden op de website en is bedoeld als hulpmiddel bij projecten.
20
versie september2012
werkmethodiek Spoorbeeldvisie Kunst
Het Spoorbeeld beschrijft het ontwerp- en vormgevingsbeleid van de spoorsector. Aan de hand hiervan stimuleert Bureau Spoorbouwmeester ruimtelijke kwaliteit, identiteit, beleving en ontwerpkwaliteit op en rondom het spoor.
21
versie september2012
werkmethodiek Spoorbeeldvisie Kunst