
10 minute read
Brandpreventie en de brandpolis: two of a pair?
from FF77nl
Brandverzekeraars hebben een evident belang bij een goede en afdoende brandpreventie door hun verzekerden. Het kan schadegevallen voorkomen of de omvang van de schade verkleinen. Zij besteden hieraan dan ook belangrijke middelen, bijvoorbeeld onder de vorm van inspecties en audits door gespecialiseerde brandexperten en eigen ingenieurs die resulteren in brandpreventiemaatregelen in inspectierapporten.
Deze brandpreventiemaatregelen kunnen de vorm aannemen van aanbevelingen of verplichtingen. De gekozen terminologie is niet onbelangrijk in het beoordelen van de juridische draagwijdte.
Advertisement
De vraag is of de brandverzekeraar ook zo ver kan/mag gaan om dekking te weigeren indien hij na het schadegeval vaststelt dat de verzekerde de brandpreventiemaatregelen niet (volledig) heeft nageleefd? De neiging hiertoe zal zeker bestaan bij de brandverzekeraar, maar het is niet altijd zeker of de juridische voorwaarden hiertoe ook vervuld zijn.
Deze bijdrage probeert hierop een praktisch antwoord te geven.
Bij de beantwoording van deze vraag is het goed voor ogen te houden dat alle brandverzekeringen (ongeacht of zij de vorm aannemen van een Alle Risico dekking of een Flexa brandverzekeringspolis) onder het toepassingsgebied vallen van de Belgische verzekeringswet van 4 april 2014 (hierna “de Verzekeringswet”).
Een groot aantal van de bepalingen van deze wet zijn van dwingend recht en primeren bijgevolg op andersluidende polisclausules. De praktijk op de Belgische verzekeringsmarkt toont trouwens aan dat de polisclausules in lijn zijn met de dwingende bepalingen van de Verzekeringswet. Makelaars zullen bij opstelling en ondertekening van de polis hierop ook extra toezien.
Kan de brandverzekeraar verval van dekking inroepen wegens niet-naleving van brandpreventiemaatregelen?
Verval van dekking betekent kort samengevat dat een schadegeval in principe onder de waarborg van de brandverzekering valt, maar omdat de verzekerde een bepaalde verplichting vermeld in de polis niet heeft nageleefd en deze niet-naleving in oorzakelijk verband staat met het schadegeval zal er toch geen dekking zijn.
De rechtspraak in België legt de bewijslast terzake bij de brandverzekeraar. Heel vaak zal deze bewijslast maar kunnen vervuld worden na een tegensprekelijk deskundigenonderzoek naar de oorzaak en de omstandigheden van het schadegeval. Een tegensprekelijk deskundige kan hetzij minnelijk door verzekeraar en verzekerde samen worden aangesteld, hetzij door de rechtbank.
Om geldig te zijn als een vervalclausule moet een brandpreventiemaatregel volgens Artikel 65 Verzekeringswet voldoen aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
a) De brandpreventiemaatregel moet geformuleerd zijn als een verplichting voor de verzekerde en niet als een aanbeveling;
Hugo Keulers was Keynote speaker op het zesde Fireforum Congres in 2020.

Hij leidt de praktijk Commercial and Dispute Resolution, evenals de praktijk Insurance and Reinsurance bij Lydian en is er beherende vennoot van 2019 tot 2022.
Hugo is lid van het Insurance Committee van de International Bar Association (IBA), van de Belgian Risk Management Association (BELRIM), en van de Belgische Vereniging van de Verzekeringsjuristen (VVJ). Hugo is lid aan de balie van Brussel.
b) Deze verplichting moet onderdeel zijn van de verzekeringspolis (bijzondere voorwaarden of avenant. Het is ongebruikelijk dat een concrete brandpreventieverplichting is opgenomen in de algemene voorwaarden van een brandpolis).
Een brandpreventiemaatregel die enkel geformuleerd wordt in een inspectierapport, dat zelf geen onderdeel is van de verzekeringsovereenkomst, kan dus niet ingeroepen worden door een verzekeraar als een grond om verval van dekking in te roepen.
Het is daarbij onduidelijk of een verwijzing naar een inspectierapport in bijzondere voorwaarden of een avenant voldoende is;
c) De brandpreventiemaatregel moet voldoende specifiek zijn geformuleerd.
Preventiemaatregelen van het type
“Er moeten voldoende sprinklers worden geplaatst in het verzekerde risico” zonder daarbij het type sprinkler, het exacte aantal en de locatie van de sprinklers te bepalen, zal wellicht niet volstaan;
d) De verzekeraar moet tenslotte bewijzen dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de afwezigheid van de brandpreventiemaatregel en het ontstaan van het schadegeval.
Derhalve gelden vrij strenge voorwaarden die het brandverzekeraars zeker niet makkelijk maken zich te beroepen op de niet-naleving van een concrete brandpreventiemaatregel om verval van dekking te kunnen inroepen.
Kan de brandverzekeraar zich beroepen op uitsluiting van dekking omdat de verzekerde bedrog of een grove fout heeft begaan door brandpreventiemaatregelen niet uit te voeren?
Ook in geval van een uitsluiting van dekking rust de bewijslast op de brandverzekeraar.
Dekking / Uitsluiting voor bedrog en/of grove schuld wordt beheerst door Artikel 62 van de Verzekeringswet.
De niet-naleving van een brandpreventiemaatregel an sich is gelet op de strenge rechtspraak terzake alleszins geen bedrog of opzet. De verzekeraar zal niet (of slechts heel moeilijk) kunnen bewijzen dat zijn verzekerde door het niet naleven van een opgelegde brandpreventiemaatregel een schadegeval heeft willen veroorzaken. Doorgaans zijn er immers andere redenen voor niet-uitvoering van brandpreventiemaatregelen, zoals bijvb gebrek aan (financiële) middelen of vertraging in de oplevering ervan. Alleszins zullen volgens de regels van het nieuwe bewijsrecht in het Burgerlijk Wetboek verzekeraar en verzekerde samen het bewijs moeten leveren van de redenen waarom op datum van een schadegeval opgelegde brandpreventiemaatregelen nog niet werden uitgevoerd. De verzekerde kan daarin niet passief aan de zijlijn blijven staan.
Niet-naleving van brandpreventiemaatregelen kan onder bepaalde omstandigheden wel aanzien worden als een geval van grove schuld van de verzekerde. Dit zal zeker het geval zijn indien de concrete brandpreventiemaatregelen zwaarwichtig zijn of ook wettelijk verplicht zijn.
Echter, Artikel 62, alinea 2 Verzekeringswet verplicht verzekeraars in de regel ook de grove schuld van hun verzekerden te dekken, behalve deze gevallen van grove schuld die op uitdrukkelijke en beperkende wijze in de polis zijn uitgesloten.
Door de strenge rechtspraak omtrent de naleving van deze formele vereisten, betekent dit dat er in de brandpolis minstens een concrete clausule zal moeten staan die voorziet dat de niet-uitvoering door de
verzekerde van in een inspectierapport opgelegde brandpreventiemaatregelen die het ontstaan en/of de omvang van de schade mee hebben veroorzaakt en/of vergroot, aanzien zal worden als een geval van uitgesloten grove schuld van de verzekerde.
Indien dergelijke clausule ontbreekt, zal de brandverzekeraar toch dekking moeten verlenen. De ervaring van bijna 40 jaar na invoering van deze wettelijke bepalingen in de oorspronkelijk Wet Landverzekeringsovereenkomsten van 25 juni 1992 toont aan dat de meeste verzekeraars grote moeilijkheden blijven hebben in het formuleren van geldige uitsluitingsclausules voor gevallen van grove schuld van hun verzekerden.
Kan een brandverzekeraar inroepen dat hij de polis mag opzeggen of zijn dekking moeten verminderen als gevolg van het niet nemen van brandpreventiemaatregelen door zijn verzekerde?
Anders geformuleerd betekent dit of de brandverzekeraar de niet-naleving van brandpreventiemaatregelen door zijn verzekerde mag aanzien als risicoverzwaring tijdens de duur van de polis?
Risicoverzwaring is zeer omstandig en uitvoerig geregeld in Artikel 81 Verzekeringswet en hangt af van een heel aantal voorwaarden die de verzekeraar zal moeten bewijzen alvorens hij zich hierop kan beroepen. De juridische en verzekeringstechnische definitie en voorwaarden van risicoverzwaring verschilt aanzienlijk van wat in de volksmond hieronder verstaan wordt.
Een van deze voorwaarden is dat er sprake moet zijn van “nieuwe omstandigheden of wijziging van omstandigheden die van aard zijn om een aanmerkelijke en blijvende verzwaring van het risico dat het verzekerd voorval zich voordoet, te bewerkstelligen”.
Elk woord heeft hierin zijn belang.
Problematisch voor brandverzekeraars zijn daarbij vooral: a) De vereiste dat een risicoverzwaring maar kan ingeroepen worden als er zich een nieuwe omstandigheid of een wijziging van omstandigheid voordoet: de niet-uitvoering of naleving van een brandpreventiemaatregel door de verzekerde na de inwerkingtreding van de polis, beantwoordt hieraan niet vermits zij juist een status-quo van de bestaande toestand tot gevolg heeft;
b) De vereiste dat deze nieuwe of gewijzigde omstandigheid een impact heeft op het kunnen ontstaan van een brand of ander schadegeval gedekt in de polis: in de praktijk zijn vele brandpreventiemaatregelen er in feite op gericht niet het ontstaan van een brand an sich te voorkomen, doch wel de omvang van de schade bij brand te beperken. Denk bijvoorbeeld aan de vereiste van het plaatsen van brandwerende muren of deuren en installatie van sprinklers. Deze impacteren weinig of niet op het an sich kunnen ontstaan van een brand of ander schadegeval.
Zo ziet het ernaar uit dat ook de piste van risicoverzwaring door het nietnaleven van opgelegde brandpreventiemaatregelen geen soelaas zal bieden voor de brandverzekeraar om dekking te weigeren of te verminderen na een schadegeval.
De opzegging van de polis of de aanpassing van de polisvoorwaarden als meest efficiënte sanctie.
Brandverzekeraars hebben dus weinig middelen om in concrete gevallen hun tussenkomst voor een schadegeval te weigeren of te verminderen. Ofwel zijn formele voorwaarden opgelegd in de Verzekeringswet niet vervuld, ofwel zullen zij moeilijk of niet slagen in de op hen rustende bewijslast.
Daarom zal de enige uitweg voor deze verzekeraars vaak bestaan in het opzeggen van de polis.
Indien de verzekeraar zich dit recht heeft voorbehouden in de polis, kan hij de polis opzeggen binnen een termijn van één maand na uitbetaling van de schadevergoeding (Artikel 86 § 1 Verzekeringswet). Eenzelfde recht bestaat er in dat geval ook voor de verzekeringsnemer, maar het is onduidelijk waarom hij zou opzeggen na een schadegeval waarin hij betaald werd door zijn verzekeraar?
Echter, gelet op het feit dat (i) brandpolissen doorgaans voor een duur van 1 jaar worden afgesloten en (ii) de uitbetaling van de definitieve schadevergoeding over maanden kan gespreid zijn omwille van de noodzaak van expertise en onderzoek, zal de opzegging na schadegeval in de praktijk weinig nuttig zijn.
Het is dan ook meer te verwachten dat brandverzekeraars de polis na het verstrijken van het lopende jaar niet meer zullen willen hernieuwen en dus 3 maanden voor einddatum tot opzegging zullen overgaan (Artikel 85 § 1 Verzekeringswet). Vaak wordt dergelijke opzegging ook proforma gedaan of worden er overeenkomsten gesloten tot inkorting van de opzeggingstermijn, waarvan de juridische geldigheid evenwel betwistbaar zijn. Bedoeling hiervan is verzekeraar en verzekeringsnemer toe te laten de polisvoorwaarden eventueel aan te passen. Zeker nadat er een schadegeval heeft plaatsgevonden bestaat deze aanpassing vaak uit (i) verhoging van de premie, (ii) verhoging van de vrijstelling, (iii) verlaging van bepaalde sublimieten en (iv) overschakeling naar of andere samenstelling van de medeverzekering. Het is ook mogelijk dat een verzekeraar een combinatie van deze maatregelen voorstelt als voorwaarde om het risico verder te verzekeren.
Pas nadat hierover overeenstemming zal zijn bereikt, kan een nieuwe polis voor het nieuwe verzekeringsjaar worden opgemaakt en inwerking treden.
Conclusie
De positie van verzekeraars in het kader van de niet-naleving door hun
verzekerde van brandpreventiemaatregelen is juridisch verre van ideaal wegens verregaande bescherming van verzekerden in de Verzekeringswet, in het bijzonder na schadegevallen. Men kan zich daarbij de vraag stellen of dergelijke verregaande juridische bescherming, zeker in een context van industriële risico’s, wel maatschappelijk wenselijk en verantwoord is? Dit is des te meer prangend omdat het verzekeraars de facto verplicht de strategie van de opzegging of de aanpassing van de polisvoorwaarden te bewandelen, hetgeen in een hard insurance market na de coronacrisis zeker ook niet in het belang van de verzekerde ondernemingen is.

Het is aan de wetgever om deze vraag te beantwoorden.
Verzekeraars hebben wel als troost dat zij alleszins de kosten van brandpreventiemaatregelen genomen door een verzekerde nooit zullen moeten vergoeden als zogenaamde reddingskosten op grond van Artikel 104 Verzekeringswet.

Artikel 75 Verzekeringswet beperkt de reddingsmaatregelen die voor vergoeding als reddingskosten in aanmerking komen immers tot maatregelen die door de verzekerde genomen werden om de gevolgen van het schadegeval te voorkomen en te beperken.
Met andere woorden: er moet sprake zijn van een (eerder) schadegeval en louter preventieve brandpreventiemaatregelen genomen buiten de context van een concreet schadegeval zullen dus nooit moeten vergoed worden door een brandverzekeraar, ongeacht of deze brandpreventiemaatregelen contractueel werden opgelegd aan de verzekerde.
Hugo Keulers Vennoot Lydian
Perfecte omgevingen zijn brandveilige omgevingen
We brengen het grootste deel van onze levens door in gebouwen : thuis, op school, op het werk. Zelfs op vakantie : in hotels of in openbare gebouwen zoals musea. Waar we ook onze levens doorbrengen, veiligheid is altijd de hoogste prioriteit. Met meer dan 160 jaar ervaring in brandveiligheid voor alle types en groottes van gebouwen, creëert Siemens perfecte omgevingen met een uniek, betrouwbaar en omvattend aanbod van brandveiligheidsoplossingen. Onze producten en systemen zijn ontworpen om brand zo snel mogelijk te detecteren, te melden en te blussen. Onze innoverende productlijnen Sinteso, Sinorix en Desigo CC beschermen levens, goederen en gebouwen, en dragen bij tot het verzekeren van bedrijfscontinuïteit.