Erfgoed inzicht 2015 1

Page 1

Erfgoed

inzicht Gevangen

vrijheid Nummer 1|2015 In dit nummer: PAGINA 2 >>

Woord vooraf PAGINA 3 >>

De slag om Delfzijl PAGINA 7 >>

Munitiebunker als zeemuseum PAGINA 9 >>

H.N. Werkman (1882-1945), leven en werk PAGINA 12 >>

Een nieuw leven voor Kamp de Beetse PAGINA 13 >>

Getuigen langs het spoor PAGINA 15 >>

Wie met klokken schiet... PAGINA 17 >>

Boeken en Agenda Uitgave van Erfgoedpartners


k

Woord vooraf

REDACTIE ERFGOEDPARTNERS

Dit jaar wordt herdacht dat zeventig jaar geleden voor Nederland de bevrijding kwam na vijf moeilijke oorlogsjaren. Dit nummer van Erfgoed inzicht bevat een keur aan artikelen waarin oorlog en bevrijding aan bod komen. Veel erfgoedinstellingen hebben de handen ineen geslagen om het publiek een indruk te geven van wat de oorlog deed met bijvoorbeeld Hendrik Nicolaas Werkman, of met de mensen in deze regio die getuige waren van de transporten naar de kampen in het Oosten. Speciaal voor dit nummer liet Erfgoedpartners een filmpje maken: De Chassidische Legenden, de druksels van Hendrik Nicolaas Werkman en de Groningse hertaling van Jan Siebo Uffen Bij de ‘Chassidische Legenden’, aan het begin van de 20ste eeuw verzameld door de door de Joodse godsdienst-filosoof Martin Buber, maakte Hendrik Nicolaas Werkman, onder andere bekend als drukker van het Groningse kunstenaarscollectief ‘De Ploeg’ een serie druksels. De Groninger dichter Jan Siebo Uffen (1942) hertaalde deze sprookjesachtige vertellingen in het Gronings. Voor Erfgoed inzicht las Uffen een aantal van zijn gedichten voor in het GR-ID Grafisch Museum Groningen, gezeten voor de pers van Werkman. Jan Siebo Uffen (1942) schrijft in het Gronings, met name in de taal van het Oldambt, verhalen, gedichten en liedteksten. Met componiste/pianiste Ellen Dijkhuizen maakte Uffen een bijzondere liederencyclus ter gelegenheid van het Werkmanjaar 2015 onder de titel ‘Onder de weg en over de locht’. Voor data en plaatsen van de voorstelling raadpleeg www.stichtingdiek.nl. De teksten van de gedichten (in het Gronings en de Nederlandse vertaling):

2


k

TEKST: JAAP BOSMAN / FOTO’S: ELMER SPAARGAREN EN OVCG

De slag om Delfzijl

Erfgoedproject Delfzijl 70 jaar bevrijd De Tweede Wereldoorlog komt steeds verder van ons af te staan. Om de oorlog toch dichtbij te houden, is het project ‘De dialoog die oorlog heet’ opgestart. In dit project staan persoonlijke verhalen van Groningers in de Tweede Wereldoorlog centraal. Om deze verhalen te verzamelen en over te dragen aan de volgende generaties, werd onlangs een oproep gedaan aan de bevolking van de omgeving Delfzijl, dit jaar de gastgemeente van het project. Aan deze oproep hebben veel mensen gehoor gegeven. De bijzondere geschiedenis over de bevrijdingsbaby, betreft Ria Schuur, tevens de inzender van dit verhaal (zie kader). Bettie Jongejan, coördinator van het Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen (OVCG),: “De verhalen zijn aanleiding om mensen na te laten denken over het begrip ‘vrijheid’ en wat oorlog met mensen en samenlevingen doet. Het project biedt diepgang, maar is tegelijkertijd laagdrempelig.”

De dialoog die oorlog heet Tijdens de zware gevechten om Delfzijl in april 1945 nam een hoogzwangere vrouw samen met haar man toevlucht in de instelling

De vele reacties op de oproep laten zien dat 70 jaar na het beëindigen van de oorlog mensen nog steeds de behoefte hebben om oorlogsverhalen op te tekenen en door te vertellen. Vijf Groninger organisaties, met een bijzondere relatie ten opzichte van het Groninger oorlogsverleden, hebben besloten de handen ineen te slaan en het project ‘De dialoog die oorlog heet’ op

Groot Bronswijk in Wagenborgen. Op 24 april 1945 werd om kwart voor 12 ’s nachts een meisje geboren in de aardappelkelder van de instelling. De geneesheer-directeur Schaafsma had de bevalling geleid en vroeg of hij de baby een naam mocht geven. In plaats van de baby naar haar grootmoeder Aaltje te vernoemen, gaf Schaafsma het meisje de naam ‘Victoria Liberta’. De leus Victory, Liberty, die op de zijkant van een Canadese tank stond, sprak hem bijzonder aan.

3


k Om het project vorm te geven, is besloten om drie jaar lang uit te gaan van de ‘gastgemeenten bevrijding.’ Deze gemeenten in de provincie Groningen krijgen rondom de meidagen extra aandacht voor hun

te starten. Deze organisaties zijn: Stichting Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen (OVCG), Stichting Vier 5 Mei, Stichting De Verhalen van Groningen, Liefke Knol AV-produkties, en Erfgoedpartners.

oorlogsverleden. Dit gebeurt om in het Groninger Ommeland meer betrokkenheid bij de viering van 5 mei en de betekenis hiervan te bewerkstelligen.

Met de gastgemeenten als uitgangspunt, wil het project aan de hand van kapstokthema’s verschillende aspecten van de oorlog voor het voetlicht brengen. Er is gekozen voor de thema’s bevrijding, communistisch verzet en Jodenvervolging, verspreid over drie jaar, 2015 tot en met 2017. De thema’s spreken een uitgebreid publiek aan. De oorlog werkt niet alleen binnen verschillende generaties door, maar worden ook breed en bovenlokaal gepresenteerd.

Delfzijl De gastgemeente van 2015 is Delfzijl. Dit jaar is het 70 jaar geleden dat Delfzijl als laatste vastelandsgemeente van Nederland werd bevrijd. De vrijheid van Delfzijl werd in de laatste dagen van de oorlog zwaar bevochten. Bij de gevechten in noordoost Groningen kwamen tussen 23 april en 2 mei 1945 tenminste 108 Canadese en honderden Duitse soldaten om. Naast de vele militairen die sneuvelden, kwamen ook tientallen burgers om het leven. Alleen al in de gevechten om Holwierde, die gepaard gingen met zware beschietingen van het Duitse geschut bij Nansum en Canadese tanks, stierven 25 burgers. Naast de zware gevechten vonden in de laatste periode van de oorlog twee spraakmakende gebeurtenissen plaats. De eerste gebeurtenis was de aankomst van de Zweedse voedselschepen Dagmar Bratt en Nöreg op 28 januari 1945. Deze schepen leverden medicijnen en de grondstoffen voor het bekende Zweedse wittebrood dat in de randstad werd uitgedeeld. De tweede gebeurtenis vond plaats op 16 april 1945. In de haven van Delfzijl kwamen meer dan 600 uitgeputte Nederlandse gevangenen uit het werkkamp Wilhelmshaven aan.

4


k Willy van der Schuit, freelance historicus en onderzoeker, deed ten behoeve van het project onderzoek in de archieven van gemeente Delfzijl. Willy vertelt: “Na de oorlog is de schade in diverse dorpen zoals Holwierde nauwkeurig gedocumenteerd. Vandaag de dag is

De slag om Delfzijl: ooggetuigen over de bevrijding in 1945 In samenwerking met Willy van der Schuit wordt door het OVCG een expositie ingericht in het Muzeeaquarium Delfzijl. De officiële opening vindt plaats op donderdag 9 april. De expositie is tot september binnen de reguliere openingstijden van het Muzeeaquarium te bezoeken. Door middel van verhalen van ooggetuigen en nooit eerder vertoond beeldmateriaal wordt het verhaal van de bevrijding verteld. De expositie focust zich niet alleen op de plaats Delfzijl, maar ook gebeurtenissen uit omliggende dorpen zoals Holwierde, Wagenborgen, Spijk en Termunten worden behandeld.

het onvoorstelbaar, maar de verwoesting was enorm.”

Een van de personen die centraal staat in deze tentoonstelling is Carl Seip. Deze Canadese soldaat van het Perth regiment raakte op 24 april 1945 gewond bij Holwierde. Hij werd getroffen door een granaat van het Duitse geschut bij Nansum. Er werd gevreesd voor het verlies van één van zijn benen, maar door een snelle evacuatie bleef zijn been gespaard.

Documentaires Liefke Knol AV-produkties ontwikkelde twee documentaires, die gebeurtenissen behandelen die een grote impact hebben achtergelaten op Delfzijl. Het gevangenentransport uit Wilhelmshaven is één van de onderwerpen. Deze documentaires zullen eveneens worden uitgezonden door RTV Noord op 4 mei en zijn na verloop van tijd tevens op de website van www.deverhalenvangroningen.nl te lezen. De Verhalen van Groningen organiseren samen met het Muzeeaquarium ook een verhalencaféop 25 april. Ooggetuigen kunnen hun verhalen vertellen en objecten meenemen uit de jaren 40-45, die door experts beoordeeld worden. Daarnaast worden er ook lezingen gegeven, onder andere door Battlefield Tour Groningen-gids Joël Stoppels, die een voordracht zal geven over de bevrijding van Delfzijl en omstreken.

5


k Tweede Wereldoorlog Dichterbij

Jeroen Hillenga, streekarchivaris van

Het derde onderdeel is het educatieproject ‘Tweede Wereldoorlog Dichterbij’ dat iedere ochtend plaatsvindt in de week van 13 april, georganiseerd door RHC Groninger Archieven en Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen. De doelgroep zijn de groepen 7 en 8 van de basisscholen in de gemeente Delfzijl. In een wandeling door Delfzijl, het bekijken van filmbeelden uit de jaren ’40-’45, in een ooggetuigengesprek en tijdens het bezoek aan de tentoonstellingen in het Muzeeaquarium wordt onder andere stilgestaan bij het dagelijks leven, de Duitse bezetting en collaboratie, Jodenvervolging, het verzet, de bevrijding en het herdenken. Door middel van de verhalen van ooggetuigen, afbeeldingen en prikkelende vragen wordt geprobeerd de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog dichter bij de kinderen te brengen. Een van de verhalen laat de schaarste aan producten zien die voor kinderen vandaag de dag gemakkelijk beschikbaar zijn. Daarnaast wordt ook het zwart-witdenken bevraagd. Onderstaand citaat is afkomstig van Ko Vos uit Nieuwstad, die regelmatig bij een Duitse stelling te vinden was en daar van de Duitse soldaten ranja kreeg: “De [Duitse] soldaat kwam voor zijn vertrek nog afscheid van ons nemen. We lagen in de bedstee met de bof en kregen kleurpotloden van hem. We hadden nog nooit kleurpotloden gezien, dus we wisten eerst niet of je ermee moest kleuren of dat je ze kon opeten.”

Delfzijl, heeft een recente schenking beschikbaar gesteld. Dit betreft het verhaal van Gretha Meenken. Tijdens de oorlog was zij onderwijzeres in Delfzijl, en na de bevrijding correspondeerde ze met een Canadese militair. Op 1 mei 1945 schrijft ze in haar dagboek: “Om ongeveer half 9 (’s avonds) staan aan de Singel bij Noordhof 4 tanks. We voeren gesprekken met de Canadezen en roken sigaretten, zo maar op straat. Ze hebben spierwit brood en lekkere vleeswaren, melk en koffie (koken op een primusstel). Op de tanks lezen we: Groeten uit Paterswolde, Peize en Sneek en nu komt daar Delfzijl onder.” De verhalen worden ondersteund door authentieke objecten en foto’s. In de bunker in het museum is een miniexpositie over de Batterie Delfzijl

Levend Bettie Jongejan heeft een duidelijk doel voor ogen met dit erfgoedproject. Hoewel de oorlog 70 jaar geleden is beëindigd, leeft de geschiedenis door in de verhalen van ooggetuigen. Deze verhalen moeten verteld blijven worden, zodat de oorlog niet vergeten wordt en er lering wordt getrokken uit de geschiedenis. Door het brede karakter van het project hoopt Jongejan dat alle lagen van de bevolking worden bereikt. Jong en oud, en uit alle dorpen en woonkernen van de gemeente Delfzijl.

ingericht. Daarnaast worden in de expositie een tweetal documentaires getoond.

6


k

TEKST: WERKGROEP EDUCATIE MUZEEAQUARIUM DELFZIJL/ FOTO’S: ELMER SPAARGAREN

Munitiebunker als zeemuseum Van 10 april tot en met 31 augustus is in het Muzeeaquarium Delfzijl een expositie te zien in het kader van 70 jaar bevrijding van Delfzijl. Het artikel van Jaap Bosman ‘De slag om Delfzijl’, elders in dit nummer, geeft hierover uitgebreide informatie. Naast die tentoonstelling, is in het museum ook een deelexpositie te vinden over Batterie Delfzijl tijdens de oorlog en de naoorlogse erfenis. Het Muzeeaquarium Delfzijl is ondergebracht in een bunker, een restant van de Tweede Wereldoorlog. De bunker met zijn meters dikke betonnen muren is ideaal voor het constant houden van de watertemperatuur op 12 Cº , wat noodzakelijk is voor de daarin gehuisveste Noordzeevissen. Naast het aquarium kent het museum nog drie collecties met schelpen, archeologie, scheepvaart en geologie. Voor deze collecties verrees een nieuw gebouw, dat om de bunker heen is gebouwd.

Batterie Delfzijl Na de inname van Nederland in 1940 door de Duitsers werd al snel een luchtafweersysteem gebouwd, een zogenaamde FLAK batterie. Het betrof Batterie Nansum, Batterie Delfzijl, Batterie Fiemel/Termunten en Batterie Dollart Süd/ Carel Coenraad polder.

Batterij Delfzijl werd aan het begin van de oorlog door de Duitsers gebouwd ter hoogte van het tegenwoordige Eemshotel en bestond uit een luchtafweeropstelling van vier kanonnen. Deze kanonnen stonden in verband met een vuurleidingspost in een radaropstelling. Vroegtijdig konden de Duitsers door middel van deze radaropstelling geallieerde vliegtuigen signaleren. Voor de gelegerde soldaten werden barakken gebouwd en later in de oorlog werden vier bunkers toegevoegd aan het complex. Drie bunkers stonden dicht tegen de dijk, de vierde, een munitiebunker, stond er wat verder af.

Foto: Unsere Wehrmacht im Kriege, Farbaufnahmen der PropagandaKompanien Muzeeaquarium Delfzijl Zeebadweg 7a, 9933 AV Delfzijl www.muzeeaquarium.nl info@muzeeaquarium.nl maandag tot en met zondag 10:00 – 16:30 uur

7


k Tijdens de aanval op Delfzijl in april 1945 werden de luchtafweerstellingen ingezet, die de bezetter had opgesteld aan de Eems-Dollard kust (zie kadertekst), voor het beschieten van de oprukkende Canadezen en Polen. De batterie moest aanvallen afslaan van geallieerde vliegtuigen die het op Emden hadden gemunt. Op 1 mei 1945 werd Delfzijl bevrijd en verloren de gebouwen in het bunkercomplex hun oorspronkelijke functie. Daarop werd in ĂŠĂŠn van de bunkers een oorlogsmuseum 40-45 gevestigd. Vanwege dijkverzwaring moesten drie bunkers aan de dijk worden afgebroken, waaronder die van het oorlogsmuseum. Het museum kwam in een ander gebouw en bleef bestaan tot midden jaren zeventig. De munitiebunker bleef overeind en kreeg een nieuwe functie. Het oude getijdenzwembad van Delfzijl achter de dijk, werd in 1956 vervangen door een modern zoutwaterbad. Het nieuwe zwembad werd tegen de voormalige munitiebunker van de oude Batterij Delfzijl aangebouwd. Hierdoor ontstond in 1961 een unieke kans om een zwembad en zeeaquarium te combineren. Dat de restanten van Batterie Delfzijl ooit deze functie zouden krijgen, hadden de bouwers destijds waarschijnlijk niet kunnen vermoeden.

8


k

TEKST / FOTO’S: JIKKE VAN DER SPEK

‘Is het wat en beteekent het wat’ H.N. Werkman (1882-1945) Leven & Werk

xpositie Werkmanjaar

e expositie is van 11 april tot 1 november

015 te zien in het Groninger Museum.

Expositie Werkmanjaar De expositie is van 11 april tot 1 november 2015 te zien in het Groninger Museum.

Culturele manifestatie Het boek en de expositie maken deel uit van een groot cultureel project in 2015 waarmee H.N. Werkman 70 jaar na zijn overlijden herdacht wordt. Er wordt een groot aantal activiteiten georganiseerd op verschillende locaties in de stad en provincie Groningen. Met dans, muziek en theater en in lezingen en publicaties wordt H.N. Werkman als een belangrijke en nog steeds inspirerende kunstenaar voor het voetlicht gebracht. Voor meer informatie zie www.werkman2015.nl

‘Een tentoonstelling van wat ik gemaakt heb en nog hoop te kunnen maken, al is ze vermoedelijk nog ver in het verschiet, zou ik gaarne beleven, al was het alleen maar om te komen tot een totaal-conclusie: is het wat en beteekent het wat. Dat is voor mij zoo goed als een levensvraag. Er gebeurt zooveel in een menschenleven dat niets om hakken heeft, je doet zooveel wat zonder zin is, om van beteekenis te zwijgen.’ Deze ontboezeming schreef Hendrik Nicolaas Werkman in een lange brief op 14 en 16 februari 1942 aan zijn vriend August Henkels. Het is wrang om te bedenken dat Werkman deze gewenste expositie niet meegemaakt heeft. Op 13 maart 1945 werd hij door de Sicherheitsdienst gearresteerd, vermoedelijk op verdenking van het maken van illegaal drukwerk. Op 10 april 1945 werd hij met negen anderen doodgeschoten bij Bakkeveen. Direct na de oorlog, nog in 1945, organiseerde directeur Willem Sandberg een herdenkingsexpositie in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Deze tentoonstelling bracht Werkman postuum de erkenning als belangrijke Nederlandse kunstenaar en zou hem internationale bekendheid brengen. Zijn kunst heeft dus wel degelijk iets ‘om hakken’. Het Groninger Museum eert hem dit jaar, zeventig jaar na zijn overlijden, met een grote expositie.

Drukkerij Hendrik Werkman groeide op in Leens in Noord-Groningen, als de middelste van drie zoons van een veearts. Hij zou zich zijn jeugd levenslang herinneren als een periode van vrijheid en de weidsheid van het Groningerland bleef hem altijd trekken. Tot in de oorlogsjaren ondernam hij graag lange fietstochten naar het Hogeland. Nadat zijn vader in 1891 was overleden, verhuisden moeder en zoons in 1894 naar Groningen. Daar bezocht Werkman de Rijks-HBS, maar zonder goede resultaten. Toen hij voor de tweede keer dreigde te blijven zitten verliet hij de school, werkte bij een boekhandel-drukkerij in Sappemeer, ontplooide journalistieke activiteiten en werkte bij een drukkerij in Wildervank. In 1908 opende hij zijn eigen drukkerij aan de Peperstraat in Groningen. In 1912 verhuisde deze naar een groot nieuw pand aan de Pelsterstraat. Hier zou de drukkerij aanvankelijk uitgroeien tot een van de grootste van Groningen, maar vanaf 1917 ging het gaandeweg steeds slechter, totdat Werkman in 1921 aan de rand van een faillissement stond. Hij moest het pand verkopen en verhuisde de drukkerij naar een ruimte op de tweede en derde verdieping van een pakhuis aan de Lage der A.

Kunstenaar Hier zou in de relatieve rust die de teruggang van de drukkerij hem bracht, zijn kunstenaarschap tot bloei komen. In de jaren voor de verhuizing waren Werkmans kunstzinnige ambities steeds sterker geworden. Hij was als kunstenaar autodidact en presenteerde zich eerst als schilder. In 1919 was hij aangenomen als lid van de Kunstkring De Ploeg. Het onderlinge contact met collega-kunstenaars vormde voor hem een belangrijke stimulans. In 1923 begon hij te experimenteren met zijn drukkersgereedschap. Hij ontwikkelde volstrekt nieuwe technie-

9


k ken en maakte zijn eerste druksels, zoals hij ze ging noemen. Hij gebruikte de zij- en achterkanten van houten letters, cijfers, lijnen en ander zetmateriaal en drukte de composities in vele drukgangen onder de handpers. In dat zelfde jaar verspreidde hij ook het eerste nummer van The Next Call, een tijdschrift waarvan negen nummers zouden verschijnen. Het avant-gardistische blad bood Werkman een podium voor zijn literaire en typografische experimenten. Hij verstuurde het tijdschrift niet alleen naar adressen in Groningen, maar ook verder in Nederland, en zelfs daarbuiten.

‘Het resultaat is naar mijn aard en niet naar een princiep’ Werkman nam nooit genoegen met eenmaal ontdekte mogelijkheden en bleef zich voortdurend vernieuwen. Zijn vroegste druksels zijn geheel gedrukt op de handpers, maar al snel zag hij nieuwe mogelijkheden. Met de inktrol ging hij kleurvlakken rechtstreeks op het papier aanbrengen en hij tekende lijnen met de zijkant van de roller. Daarnaast begon hij met het zetmateriaal te stempelen zonder tussenkomst van de handpers. De grote ontdekking in de jaren dertig was de sjabloontechniek; met een scheermesje sneed hij vormen uit papier, die daarna werden afgedrukt. En tenslotte ontstonden in 1943 geheel gestempelde druksels. Experiment en vernieuwing typeren Werkmans kunstenaarschap. Dat gold niet alleen voor zijn werkwijze, evengoed legde hij zich nooit vast op programmatische uitgangspunten. Expressio-

10


k nisme en constructivisme, schilderkunst en drukkunst, figuratie en abstractie; voor Werkman waren het geen afgebakende terreinen. Zoals hij zelf ooit toelichtte: ‘Het resultaat is naar mijn aard en niet naar een princiep’.

Oorlogsjaren Expositie Werkmanjaar De expositie is van 11 april tot 1 november 2015 te zien in het Groninger Museum.

Boek Vooruitlopend op de expositie verscheen bij uitgeverij WBOOKS het boek H.N. Werkman (1882-1945) Leven & Werk. Tien auteurs nemen in dit rijk geïllustreerde boek de lezer mee door het levensverhaal van Werkman. Prijs: € 29,95.

Stripboek door Barbara Stok Op 10 april verschijnt een stripboek over H.N. Werkman, getekend door Barbara Stok. Dit boek, getiteld De Omslag, beschrijft de periode waarin Werkman de omslag maakte van zakenman naar kunstenaar. Prijs: € 15,00. Jikke van der Spek is kunsthistorica. Voor

De oorlogsjaren waren voor Werkman een zorgelijke en moeilijke tijd. Gedurende het eerste oorlogsjaar maakte hij geen enkel druksel. Deze productie kwam in 1941 weer op gang. Heel belangrijk was daarbij het contact met De Blauwe Schuit. Deze clandestiene uitgeverij werd eind 1940 opgericht. Door de uitgave van vooral kleine boekjes, met teksten die indirect inspeelden op de oorlogssituatie, wilde De Blauwe Schuit mensen bemoedigen. Tot de zomer van 1944 maakte Werkman veertig uitgaven voor De Blauwe Schuit. Hieronder bevinden zich prachtige uitgaven, zoals de Turkenkalender en de twee suites van de Chassidische Legenden, waarschijnlijk de meest beroemde uitgave van de Blauwe Schuit. Daarnaast was het contact met Willem Sandberg van groot belang. Sandberg, toen nog conservator van het Stedelijk Museum, leerde Werkman eind jaren dertig kennen en bewonderde zijn kunst. Gedurende de oorlog bezocht Werkman hem enige keren in Amsterdam en hij introduceerde het werk van Werkman bij een zeer geïnteresseerd publiek. Dit bracht de verkoop van zowel Blauwe Schuit-uitgaven als van de druksels op gang. De belangstelling en erkenning inspireerden Werkman en stimuleerde hem: meer dan de helft van de 556 bekende druksels stamt uit de oorlogsjaren. In de onderwerpen van die druksels spelen de oorlogsomstandigheden soms een rol, maar ook bleven fietstochten door het Groningerland, of muziek en de literatuur die hij las, hem inspireren. Zijn kunst bood hem een vlucht uit de dagelijkse realiteit. Over de serie Vrouweneiland schreef Werkman in 1942: ‘De druksels van het paradijs, niet het bekende paradijs, maar het onbekende, ergens in een werelddeel dat nog door geen mensch uit de cultuurstaten is ontdekt – daarheen ben ik gevlucht omdat het in onze wereld haast niet meer uit te houden is. Geen wonder dus dat er een heele serie uit dat land ontstaat die nog voortdurend toeneemt’. In de maanden januari en februari 1945 maakte Werkman nog een kalender voor dat jaar. Deze kalender hoort tot het laatste wat Werkman gedrukt heeft. Hij hoopte op een jaar dat de bevrijding zou brengen, helaas heeft hij dat niet meer meegemaakt.

het Groninger Museum bereidt zij als gastconservator de expositie voor over leven en werk van H.N. Werkman. Ze is redacteur en een van de auteurs van H.N. Werkman (1882-1945) leven & werk. Vanaf 2005 werkte ze mee aan het Werkmanproject en ze is co-auteur van H.N. Werkman. Het complete oeuvre (Amsterdam/Rotterdam 2008).

11


k

TEKST / FOTO’S: JOCHEM ABBES

Een nieuw leven voor Kamp de Beetse

Alvorens stappen te zetten voor een daadwerkelijk restauratie, is contact gezocht met Herinneringscentrum Kamp Westerbork met het verzoek om een adviserende rol te vervullen. Dit niet alleen vanwege de grote kennis en expertise die daar aanwezig is, maar ook vanwege de historische relatie tussen de beide kampen. In de vroege

Sinds 3 oktober 2014 is de gerestaureerde barak van Kamp de Beetse bij Sellingerbeetse beschikbaar voor publieksactiviteiten, bezichtigingen en schoolbezoek. De Werkgroep Kamp de Beetse, die in de periode voorafgaand aan de restauratie reeds een constructieve rol heeft gespeeld, verzorgt de coördinatie en uitvoering hiervan. In 2015 zal het educatieve aspect verder worden uitgebouwd en gekozen worden voor een nieuw project op het kampterrein. Aangezien het terrein in hoge mate intact is gebleven, zijn er nog vele mogelijkheden om in de toekomst de geschiedenis van het kamp door andere aspecten te accentueren.

ochtend van 3 oktober 1942 werden

gebracht.

Met de officiële opening van de barak werd een eerste mijlpaal bereikt in het proces van revitalisering van het voormalige werklozen- en interneringskamp. In de afgelopen jaren bleek telkens weer hoe het kamp nog steeds de gemoederen bezig houdt. Tal van mensen meldden zich met vragen, verhalen, boden voorwerpen aan of kwamen voor een bezoek. Vele tot nu toe onbekende aspecten kwamen boven water en het was duidelijk dat Kamp de Beetse nog steeds ‘levende geschiedenis’ is.

Voor meer informatie of vragen kunt u

Gevarieerde geschiedenis

namelijk de circa 500 Joodse mannen die in Kamp de Beetse waren ondergebracht naar Westerbork en vandaar naar Auschwitz en Sobibor getransporteerd en om het leven

terecht bij: J.G. Abbes, cultuurambtenaar gemeente Vlagtwedde, (0599) 32 02 90 of jochemabbes@vlagtwedde.nl.

Vanaf de oprichting in 1935 tot de sluiting in 1948 fungeerde de Beetse als werklozenkamp, Jodenkamp, opvangkamp voor ‘Lüneburgers’ en interneringskamp voor NSB-ers en andere collaborateurs. Na de opheffing verdwenen de barakken, behalve de woning van de kampbeheerder. Deze ontsnapte aan de slopershamer doordat Staatsbosbeheer de barak in gebruik nam als kantoor en werkplaats. Al met al een zeer gevarieerde geschiedenis met een rijk

12


k repertoire aan herinneringen en verhalen. Voor wie zich wil oriënteren op de geschiedenis van het kamp kan kennis nemen van J.J. Spanninga’s boek Kamp de Beetse 1935-1948. Herinneringen aan een werk- en interneringskamp in Westerwolde (Groningen 2000).

Restauratie De restauratie van Kamp de Beetse is een project van de gemeente Vlagtwedde, waarbij de coördinatie in handen lag van cultuurambtenaar J.G. Abbes. Nadat de gemeente in 2011 de barak van de Stichting Museum 1939-1945 had overgenomen - samen met de erfpacht van het terrein van Staatsbosbeheer - zijn er plannen ontwikkeld om iets met het pand te gaan doen. De doorslaggevende argumenten voor de gemeente om dit project te trekken waren de aanhoudende stroom vragen en reacties uit de samenleving en de politieke wil om hierop in te spelen.

TEKST: NNTTM / FOTO’S: NNTTM EN OVCG

Getuigen langs het spoor Het Noord Nederlands Trein en Tram Museum is gevestigd in het voormalige stationsgebouw van Zuidbroek uit 1865. Naast een vaste expositie over de geschiedenis van trein en tram in het noorden van Nederland zijn er wisselexposities. Samen met

In het Noord-Nederlands Trein & Tram Museum in Zuidbroek is van 7 februari tot en met 5 april 2015 de expositie ‘Getuigen langs het spoor’ te zien. Getuigen van de Tweede Wereldoorlog zijn niet alleen diegenen die de deportaties door de Duitse bezetter overleefden. Mensen die in die tijd opgroeiden nabij het spoor waarover de gedeporteerden vervoerd werden, hebben die gebeurtenissen vaak nog vers in hun geheugen. Ze raapten afscheidsbriefjes op die uit rijdende en stilstaande wagons werden gegooid en vingen een glimp op van mensen die in deze wagons vervoerd werden. Indrukwekkende beelden voor deze ‘stille getuigen’, die toen nog

stationschef Gerard Baron maakt de bezoeker een reis door de tijd. Meer informatie vindt u op de website www.nnttm.nl. Het museum is iedere zaterdag en zondag van 10.00 – 17.00 uur geopend. Daarnaast op afspraak voor groepen.

13


k kinderen waren. Voor de reizende tentoonstelling ‘Getuigen langs het spoor’ zijn deze herinneringen vastgelegd op film.

Liesel Aussen In de expositie is speciale aandacht voor het Duits-Joodse meisje Liesel Aussen, die op 3 maart 1936 ter wereld kwam in Leer, Duitsland. Ze is het eerste en enige kind van Alfred en Paula Aussen-Aron. Vader Alfred geeft haar aan bij de burgerlijke stand. De ouders hebben een prachtige naam in gedachten: Liesel, een samenvoeging van de namen van beide oma’s. Maar de nationaalsocialistische ambtenaar van de burgerlijke stand keurt deze naam af: te ‘Duits’ voor een Joods meisje. Alfred neemt hiermee geen genoegen. Uiteindelijk krijgt hij gelijk. Liesel mag Liesel heten. In Nazi-Duitsland krijgt de familie te maken met veel anti-Joodse maatregelen. Vader Alfred wacht de verregaande gevolgen niet af. Op 24 mei 1938 verhuist de familie naar Winschoten. Ze vestigen zich aan Hoogstraat 12. Maar ook de familie Aussen ontkomt niet aan deportatie.

14


k

TEKST: HENK MEZACH/THEA POL /FOTO’S: KLOKKENGIETERIJMUSEUM

Wie met klokken schiet, wint de oorlog niet

Klokkenroof in de Tweede Wereldoorlog in het Klokkengieterijmuseum Heiligerlee Het Klokkengieterijmuseum te Heiligerlee besteedt dit jaar in de tentoonstelling ‘Wie met klokken schiet, wint de oorlog niet’ aandacht aan de klokkenroof, die zich voltrok tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vrijwilliger Henk Mezach is, samen met Marthe Koeweiden, als samensteller nauw betrokken bij deze expositie. “Wij willen het verhaal van de klokkenroof vertellen aan de hand van gipsafdrukken, frotties (een afdruksel op papier van een beeltenis of tekst die, in dit geval, op een klok staat. Het diende onder andere als een soort eigendomsbewijs evenals de foto’s en de gipsafdrukken.) en foto’s van klokken uit de provincie Groningen. Ook is een takel te zien waarmee de klokken uit torens werden gehaald en worden er enkele filmpjes vertoond over dit proces. Verder wordt aandacht besteed aan de terugkomst van klokken die op sommige plekken met feestelijke intochten werden begroet.“

Oorlogsbuit Klokken zijn van oudsher een gewilde buit voor oorlogvoerende machten. Vanaf het moment dat in het begin van de veertiende eeuw het eerste kanon op het strijdtoneel verscheen, werden

Henk Mezach werd zo’n tien jaar geleden vrijwilliger bij de musea in Heiligerlee. Hoewel hij belangstelling had en heeft voor de geschiedenis van met name de provincie Groningen, waren het vooral de klokken die hem fascineerden. “Ik heb bewondering voor de techniek en vooral waartoe men eeuwen geleden, in een tijd dat er bijvoorbeeld nog geen elektriciteit bestond, in staat was.” Dat de klokken letterlijk zo weinig zichtbaar zijn voor het publiek spijt Mezach wel. “Het zijn ware kunstwerken, soms prachtig versierd met familiewapens en andere ornamenten. Eerst was ik vooral geïnteresseerd in de techniek van de klok, maar langzamerhand kreeg ik steeds meer belangstelling voor de historie: ‘Wat doet een klok in de gemeenschap.’”

Uithalen en wegvoeren Enige jaren voor het begin van de Tweede Wereldoorlog werden op last van de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen en het Rijksbureau voor Monumentenzorg alle klokken in Nederland geïnventariseerd. Aan de hand van deze inventarisatie kon men een scheiding

bronzen klokken omgesmolten tot geschut. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verdwenen er in Nederland ongeveer 6.700 klokken van de ongeveer 9.000 klokken in Nederland. Van de 6.700 verdwenen klokken gingen er circa 4.700 definitief in de smeltovens.

15


k Klokkengieterijmuseum Heiligerlee Heiligerlee staat vanouds bekend vanwege de ‘slag’ (bij Heiligerlee) in 1568 en vanwege de klokkengieterij van de gebroeders Van Bergen, die daar in 1862 werd gevestigd. In 1987 werd in de voormalige bedrijfsruimte het Klokkengieterijmuseum Heiligerlee gevestigd. Het museum beschikt over een rijke collectie klokken, speelwerken en uurwerken vanaf de dertiende eeuw. In de gieterij werden niet alleen klokken en aanverwante objecten gegoten, maar zelfs brandspuiten, brandweerwagens en raderwerken van sluisdeuren. Deze verzameling toont de geschiedenis van klokken gieten in Nederland aan de hand van de collectie, door middel van korte documentaires, en door het zelf bespelen van een carillon. Klokkengieterijmuseum Heiligerlee Provincialeweg 46 9677 PD Heiligerlee (0597) 41 81 99 www.museaheiligerlee.nl 1 april tot 1 mei + 1 oktober tot 1 november dinsdag tot en met zondag van 13:00 – 17:00 uur

aanbrengen van klokken die men wilde houden en klokken die eventueel weg konden. Zo werd bepaald dat klokken en carillons die een historische en monumentale waarde hadden konden blijven. Mezach: “Als Nederland langer weerstand had geboden, hadden wij ook zelf klokken omgesmolten. De klokken kregen alle een merkje in de vorm van een letter zodat meteen hun historische waarde duidelijk werd. Klokken van vóór 1600 kregen een ‘M’ van monumentaal, de klokken van nà 1600 werden ingedeeld in een A, B of C-categorie. ‘A’ betekende nieuwere klokken, ‘C’ waren oudere. Binnen deze drie categorieën kon men klokken met een ‘P’ van ‘Prüfung’ (herkeuring) merken. Deze werden door de Nederlanders te waardevol geacht om te worden weggevoerd. Duitse deskundigen moesten deze schifting beoordelen en beslissen welke klokken alsnog konden worden omgesmolten. Jonkheer Feith coördineerde de klokkenregistratie in de provincie Groningen.”

Gebroeders Van Bergen Vóór de oorlog telde de provincie Groningen 296 klokken, meer dan de helft (166) verdween in de smeltkroezen. Bij het uithalen en afvoeren van de vele klokken in deze provincie waren ook de klokkengieters Van Bergen uit Midwolda betrokken. Die haalden onder andere zelfs de oudst bekende klok (1796) van hun stamvader Andries Heeres I van Bergen uit de toren van Termunten. Ook de klok die Andries Heero II aan het evangelisatiegebouw in Heiligerlee had geschonken werd door hen weggehaald. De klokkengieter Van Bergen uit Heiligerlee wilde geen enkele medewerking verlenen aan de Duitse bezetters. In tegendeel, in de tuin achter zijn woning werden 119 klokken begraven. De bezetters zochten met metaaldetectors naar de klokken. Deze lagen echter onder een laag zand met daaronder oud ijzer. De Duitsers vonden wel het oud ijzer maar nooit de gezochte klokken. Naast de familie is het vooral aan het personeel te danken dat de klokken nooit gevonden zijn. De gevorderde klokken werden uiteindelijk aan de Wilhelminakade te Groningen, toen de Plantsoenkade, verzameld en verscheept naar het Duitse Hamburg.

1 mei tot 1 oktober dinsdag tot en met zaterdag van 10:00 – 17:00 uur, zondag van 13:00 – 17:00 uur

De tentoonstelling ‘Wie met klokken schiet, wint de oorlog niet’ is te zien van 1 mei tot 1 november 2015 in het Klokkengieterijmuseum Heiligerlee. Het Gronings Audiovisueel Archief (GAVA) heeft in zijn collectie een film over de uitneming van de klokken uit de St. Jozefkathedraal in Groningen.

16


k

Boeken en tijdschriften

Groningen 40-45 Kortgeleden verscheen het fotoboek ‘Groningen 40-45’. Voor het eerst wordt de oorlogsgeschiedenis van onze provincie verteld aan de hand van unieke, vaak nog niet eerder gepubliceerde foto’s. Groningen 40-45 is een uitgave van WBOOKS in samenwerking met RHC Groninger Archieven en het Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen. http://www.erfgoedgroningen.nl/ErfgoedInZicht/docs/FotoboekGroningen4045.docx 128 blz., € 24,95, ISBN 978 94 625 8081 7, vanaf 4 maart 2015 verkrijgbaar bij RHC Groninger Archieven, in de boekhandel en op wbooks.com.

Aprilnummer Groninger Kerken Het aprilnummer van ‘Groninger Kerken’, het kwartaalblad van de Stichting Oude Groninger Kerken, staat goeddeels in het teken van de Tweede Wereldoorlog. Lukas Kwant schreef hierin het artikel ‘Slaan w’op Sions puin de ogen’. Groninger kerken in oorlogstijd 1940-1945’. De bijdrage is rijk geïllustreerd met opnamen uit de privécollectie van de auteur. Martin Hillenga leverde een bijdrage over de herbestemming van synagogen in Groningen na 1945 en welke emoties dit opriep, net als trouwens de latere restauratie van enkele van deze gebouwen. De bewogen, veelal Groningstalige gedichten van Jaap Meijer (1912-1993), alias Saul van Messel, zijn leidraad in dit verhaal.

Scholtenhuispublicatiereeks in voorjaar 2015 voltooid Op 15 april 2015 verschijnen Vlucht en Berechting: de laatste twee boeken in de wetenschappelijke serie over het Scholtenhuis. Auteur en historica Monique Brinks schreef de boeken in opdracht van het Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen (OVCG). Brinks deed bijna 10 jaar research naar dit onderwerp, resulterend in vier monumentale boeken. De laatste twee boeken en de educatieve onderwijsapplicatie worden gepresenteerd op 15 april in de synagoge aan de Folkingestraat. www.erfgoedgroningen.nl/ErfgoedInZicht/docs/Vlucht_en_BerechtingErfgoedinZicht.docx

Lezing 30 april Donderdag 30 april om 20:00 geeft Monique Brinks een lezing in het gebouw van Groninger Archieven, georganiseerd door de vereniging Stad & Lande.

17


k

Agenda

Museum Stad Appingedam Tentoonstelling ‘Vindingrijk de oorlog door’ 2 mei tot en met 16 augustus De expositie ‘Vindingrijk de oorlog door’ gaat over de vindingrijkheid en creativiteit waarmee tijdens de Tweede Wereldoorlog omgegaan werd met schaarste, met het verstoppen van koper, radio’s en onderduikers, met het vervalsen van documenten, met het vinden van brandstof en alternatieven, eten en drinken, surrogaten etc. De slimheid om de bezetter om de tuin te leiden en de humor waarmee de schaarste aan de kaak werd gesteld (zie prent) blijven generaties daarna nog inspireren.

Visserijmuseum Zoutkamp Tentoonstelling Maritiem schilder Peter Sterkenburg (1955 – 2000); “Alsof de golven leefden, de wolken bewogen en de wind de zeilen bolde……” 1 april tot 1 november In de wisselexpositie van 2015 staan de schilderijen, die Peter J. Sterkenburg van Zoutkamp en een gedeelte van de Zoutkamper vloot heeft gemaakt, centraal. De schilderijen komen uit de collectie van Matthijs van der Ploeg. Peter J. Sterkenburg is een realistisch schilder van maritieme schilderijen. Veel vissersschepen werden op zee, tijdens de visvangst, of droog gevallen op het wad in olieverf vereeuwigd. Ook bijzonder zijn de havengezichten van het dorp Zoutkamp.

Fraeylemaborg Slochteren Tentoonstelling New follies in ontwerp Tot en met 31 mei Met 74 inzenders was de ontwerpwedstrijd voor nieuwe ‘follies’ (verrassende gebouwtjes) een succes. De creatieve en gevarieerde ontwerpen zijn te zien in de vorm van ontwerpen, maquettes, bouwtekeningen, foto en film.

Cazemierboerderij Tolbert Fredewaldamiddag : WO II Een themamiddag rond het bij Tolbert neergeschoten oorlogsvliegtuig februari 1944 2 mei 14.00 uur Lezing door Willem de Jong en filmprogramma door Tjerk Bekius en Idse van der Donk. Van der Donk is de zoon van de boer op wiens land in 1944 een Lancaster oorlogsvliegtuig 1944 neerstortte. Willem de Jong plaatst de gebeurtenis in het kader van de geschiedenis van WO II.

18


k Der Aa-kerk Groningen Concert Nederlands Studenten Kamerorkest (Nesko) in de Der Aa-kerk 7 april Kamermuziek van Stravinsky, Saint-SaĂŤns, Faina en Mendelssohn. Voor meer informatie en kaarten:www.nesko.nl Nederlands Kamerkoor Donderdag 16 april Het Nederlands Kamerkoor zingt onder leiding van Risto Joost in de Der Aa-kerk. Op het programma staat muziek van Scandinavische componisten. Kaarten zijn verkrijgbaar op www. blgroningen.nl/agenda

Kerk van Leegkerk Concert Port of Call in kerk van Leegkerk 12 april Port of Call is het pseudoniem van Singer/songwriter Pieter van Vliet (1990). Hij speelt onder meer gitaar en banjo en zingt. Van Vliet schrijft bondige nummers, geĂŻnspireerd door hedendaagse liedjesschrijvers als Sufjan Stevens, Jeff Mangum en Jason Molina.

HORTUS HAREN Beeldententoonstelling 7xSOLO 23 mei t/m 20 september Zeven kunstenaars uit de Eems-Dollard Regio gaan de tuinen vullen met hun prachtige abstracte en figuratieve werken gemaakt van uiteenlopende materialen als hout, ijzer, staal, brons en natuursteen.

19


l Colofon Gevangen vrijheid Jaargang 2, nummer 1, maart 2015 ISSN: 24-05-8270 Redactie: Thea Pol, Roely Klok Wilt u reageren of heeft u kopij: info@erfgoedpartners.nl Aan dit nummer werkten mee: Jochem Abbes, Jaap Bosman, Bettie Jongejan, Willy van der Schuit, Werkgroep educatie Muzeeaquarium Delfzijl, Henk Mezach, Jikke van der Spek, Jan Siebo Uffen, NNTTM Foto’s omslag: Elmer Spaargaren Vormgevingsconcept en lay-out: www.gerarddevries.nl Erfgoed inzicht is het digitale tijdschrift van Erfgoedpartners, en verschijnt in de maanden maart, juni, september en december. Erfgoedpartners Lopende Diep 8 9712 NW Groningen (050) 313 00 52

www.erfgoedpartners.nl


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.