Erfgoed
inzicht Archeo
logie Nummer 2|2016 In dit nummer: PAGINA 2 >>
Woord vooraf PAGINA 3 >>
20 jaar Hervonden Stad PAGINA 5 >>
Detectoramateurs in Openluchtmuseum Het Hoogeland PAGINA 7 >>
Noordelijk Archeologisch Depot PAGINA 9 >>
Watermanagement door monniken in Aduard PAGINA 11 >>
Vrijwilliger in Museum Wierdenland PAGINA 13>>
Verdronken Geschiedenis PAGINA 15>>
Orgels en archeologie PAGINA 18 >>
Agenda
Een uitgave van
k
Woord vooraf
REDACTIE ERFGOEDPARTNERS
Voor veel mensen is archeologie letterlijk en figuurlijk onzichtbaar. Land en zee herbergen schatten, die vaak nog onontdekt zijn maar die door bijvoorbeeld archeologen en detectoramateurs worden gevonden en gedocumenteerd en mogelijk geëxposeerd. Deze Erfgoed inzicht zoomt in op de wereld van de archeologie. Niet alleen professionele archeologen komen aan het woord, ook zogenaamde amateurs die een passie hebben voor archeologie. U vindt daarvan enkele voorbeelden in dit nummer. Daarnaast ook twee ogenschijnlijk vreemde eenden in de bijt: een bijdrage over de totstandkoming van de tentoonstelling over het watermanagement van de monniken, die dit seizoen te zien is in Kloostermuseum Aduard. De tweede ‘vreemde eend’ is een impressie van een orgeladviseur over zijn betrokkenheid bij de restauratie van het orgel van de kerk van Harkstede en de discussie daarover met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Toch hebben watermanagement uit vroeger en orgels meer met archeologie dan je op het eerste oog zou verwachten. In dit nummer vindt u bij het artikel over het Noordelijk Archeologisch Depot ook een korte documentaire van OOG-tv uit 1983 met een hoofdrol voor Gert Kortekaas, de latere stadsarcheoloog. Hieruit blijkt dat er weinig veranderd is ten opzichte van mensen en middelen. De redactie wenst u veel leesplezier.
2
k
TEKST: PAULIEN DE ROEVER / FOTO’S: M&M
20 jaar Hervonden Stad
Jaarboek voor archeologie, bouwhistorie en restauratie van de gemeente Groningen In 1996 verscheen de eerste Hervonden Stad, een uitgave van de gemeente Groningen in samenwerking met de Stichting Monument en Materiaal (www.stichtingmenm.nl). Hierin worden archeologische- en bouwhistorische onderzoeken en restauraties in de gemeente Groningen gepresenteerd. Al zo’n 19 jaar doe ik als bestuurslid van de Stichting Monument en Materiaal en als archeoloog redactiewerk voor deze bundel. 20 jaar Hervonden Stad! Dat is een reden en aanleiding voor een tentoonstelling in het Noordelijk Scheepvaartmuseum. De topstukken die in deze bundels gepubliceerd staan zullen, uitgebreid met achtergrondinformatie, getoond worden. Na het lezen van het jaarboek loop ik altijd met hele andere ogen door de stad. Dit effect zal misschien ook gelden voor de bezoeker van deze tentoonstelling die 1 juli zal worden geopend.
Thema Reizen Reizen in vroeger tijden ging te voet of per kar. Een hele kar vind je nooit terug maar er zijn wel enkele middeleeuwse spaakwielen en onderdelen daarvan uit de Groninger grond tevoorschijn gekomen waaraan je de ontwikkeling van het wiel kunt aflezen. Een interessant voorwerp dat bij dit thema past, is een
Samenwerking gemeente, Noordelijk Scheepvaartmuseum en Stichting Monument en Materiaal De Stichting Monument en Materiaal, opgericht in 1983, is gevestigd in de voormalige ‘westelijke bewaarschool’ aan de Westerbinnensingel 48 in Groningen. Doel is het verzamelen van oude bouwmaterialen om deze te kunnen verkopen aan huizenbezitters die hun huis met oorspronkelijke materialen willen opknappen. Voorwaarde is dat het pand en materiaal uit ongeveer dezelfde tijd stammen. Daarnaast faciliteert de stichting vrijwilligers die voor archeologisch onderzoek van de gemeente ingezet worden. Het archeologisch depot vindt er onderdak. Niet alleen onderzoek is belangrijk, het moet ook voor een breed publiek kenbaar worden gemaakt. In de eerste plaats is dat in de vorm van boeken en publicaties. In 1996 is besloten een jaarboek uit te geven waarin het archeologisch en bouwhistorisch onderzoek van
pelgrimsinsigne. Als boetedoening in de middeleeuwen of als je je geloofsbeleving wilde verdiepen ging je op pelgrimstocht naar een bedevaartsplaats. Als ‘souvenir’ nam je daarvan een pelgrimsinsigne mee en bevestigde dat op hoed of mantel. Dan was je voor een ieder herkenbaar als devote pelgrim. Een fraai exemplaar, gevonden in het Cibogaterrein, is een pelgrimsinsigne dat uit Maastricht moet zijn meegenomen. Het toont een tronende Sint Servatius met als attribuut een boek en aan weerszijde een bisschop.
3
k dat jaar en de restauraties in de gemeente Groningen gepresenteerd worden. Dit jaarboek is Hervonden Stad genoemd.
Meer weten over de andere thema’s van de tentoonstelling? Klik hier.
Noordelijk Scheepvaartmuseum Brugstraat 24-26 9711 HZ Groningen (050) 312 22 02 noordelijkscheepvaartmuseum.nl Openingstijden dinsdag tot en met zaterdag 10:00 – 17:00 uur en zondag 13:00 – 17:00 uur
Geregeld werden en worden er kleine tentoonstellingen ingericht, in het gebouw van RO/EZ aan het Zuiderdiep, in de archieven of in winkeletalages, waarvoor voorwerpen uit het depot in bruikleen worden gegeven. Het Noordelijk Scheepvaartmuseum wilde zijn speerpunten verbreden naar meer historische onderwerpen en vier jaar geleden vonden de eerste gesprekken plaats tussen de gemeente, Monument en Materiaal en het museum. Dit resulteerde in 2014 in de tentoonstelling ‘Lagen in Stad’: dankzij archeologisch onderzoek wordt geschiedenis geschreven zoals in het jaarboek te lezen was. Archeologische vondsten van steentijd tot recente periodes werden met feiten en fictie onderbouwd. De verhalen over de voorwerpen zijn te lezen in het gelijknamige boek (redactie G. Kortekaas en M. Lindeboom). De opvolger van ‘Lagen in Stad’ is de tentoonstelling ’20 jaar Hervonden Stad’. De in het jaarboek gepubliceerde ‘topstukken’ zullen er te zien zijn met achtergrondinformatie, zowel archeologische voorwerpen die tot de verbeelding spreken als kleurige zaken uit historische interieurs. Ze worden gerangschikt naar een paar thema’s: ‘Wapengekletter’ met archeologische vondsten die je kan relateren aan geweld en oorlog, ‘Reizen’ met voorwerpen die daarmee verband houden, ‘Kleurenpracht’ met items uit bouwhistorisch onderzoek en ‘Archeologie en landschap’ over de bewoningsgeschiedenis van de stad Groningen. Het belooft een interessante tentoonstelling te worden die ik een ieder kan aanbevelen.
Een 13e-eeuws zwaard uit de Groninger binnenstad In september 1998 werd in de Oude Boteringestraat in Groningen, toen de straat werd voorzien van nieuw riool, ter hoogte van het 13-eeuwse huis Oude Boteringestraat 52 in de rioolsleuf twee delen van één middeleeuws zwaard gevonden. Anne van den Heuvel loopt in het kader van haar studie archeologie momenteel stage in het Noordelijk Scheepvaartmuseum in Groningen. Zij is betrokken bij de tentoonstelling 20 jaar Hervonden Stad. Anne toont hier een replica van het zwaard, wel met de originele schede (vandaar de handschoenen). Ook het ‘echte’ zwaard is vanaf 1 juli in de tentoonstelling te zien. Paulien de Roever is bestuurslid van de Stichting Monument en Materiaal
4
k
TEKST: ALDWIN WALS / FOTO’S: JELTE OOSTERHUIS
Detectoramateurs vullen vitrine in Openluchtmuseum Het Hoogeland
In het hoofdgebouw van Openluchtmuseum Het Hoogeland in Warffum bevindt zich sinds 2003 één van de Archeologische Informatiepunten (AIP) in de provincie Groningen1. Hier wordt de geschiedenis van het omringende landschap uit de doeken gedaan, onder meer met behulp van de archeologische collectie van het museum. Directeur Stijn van Genuchten wil dit AIP een levendigere rol in het museum geven. “Na dertien jaar is de presentatie toe aan een oppepper. Het is nog een beetje braafjes. We willen de techniek verbeteren en een vitrine plaatsen met vondsten van detectoramateurs. De vitrine was een idee van AWN, een club van vrijwilligers in de archeologie die in heel Nederland actief is. Hun voorstel om een vitrine te vullen met vondsten paste goed in onze plannen. Deze wisselvitrine met kledingaccessoires uit het noordelijk kustgebied staat een jaar, daarna wordt het met andere vondsten gevuld.”
Hoe het begon Na een bezoek aan het Openluchtmuseum Het Hoogeland in Warffum vond ik het jammer dat het Archeologisch Informatie Punt (AIP), dat zich in het hoofdgebouw van het museum bevindt, er nog bijna net zo uitzag als een paar jaar eerder toen ik er ook eens was. Naast een erg mooie basiscollectie, bij elkaar gebracht door de heer Mensonides2, zou er mijns inziens genoeg ruimte zijn voor een vitrine met bodemvondsten van metaaldetectorzoekers uit de streek. Op de Dag van de Groninger Geschiedenis 2015 kwam ik Michiel Rooke (Provinciaal Archeoloog) tegen. Met hem heb ik mijn idee besproken om een vitrine te laten vullen met onze vondsten. Michiel heeft dit vervolgens aangekaart bij Stijn van Genuchten, directeur van het museum. Een aantal weken later hadden Michiel en ik samen een afspraak bij Stijn in het museum, ik had wat bodemvondsten mee en tijdens een goed gesprek hebben we afgesproken een vitrine in te richten met als thema ‘kledingaccessoires’ gevonden in het noorden van de provincie Groningen.
Eén van deze detectoramateurs is Aldwin Wals. Hij beschrijft hoe hij betrokken is geraakt bij archeologie en wat hem daarin zo aanspreekt.
5
k Het vervolg Ondertussen was ik toegetreden tot het bestuur van de AWN-Noord, Vereniging voor Vrijwilligers in de Archeologie, waardoor de expositie een samenwerking is geworden tussen Openluchtmuseum Het Hoogeland en de AWN-Noord. Ik heb detectorzoekers benaderd en gevraagd of men mee zou willen werken, iedereen was enthousiast en men gaf aan graag vondsten af te staan voor een expositie.
Een leuke hobby
De bodem van Noord-Groningen bevat getuigenissen van een lange geschiedenis. Met name het wierdengebied is al enkele duizenden jaren bewoond. De bewijzen van deze geschiedenis worden nog regelmatig gevonden. Een deel daarvan, kledingaccessoires uit het Noordelijk kustgebied, is sinds eind april 2016 in het Openluchtmuseum in Warffum tentoongesteld.
AIP Openluchtmuseum Het Hoogeland Schoolstraat 4 9989 AG Warffum (0595) 42 22 33 www.hethoogeland.com www.facebook.com/HetHoogeland
Openingstijden 24 maart t/m 3 november dinsdag t/m zaterdag 10:00-17:00
Net als voor mij, is het zoeken met een metaaldetector voor deze mensen een heerlijke bezigheid. Je bent lekker buiten in de natuur met de geschiedenis van je omgeving bezig. Natuurlijk kun je niet zomaar overal je schep in de grond steken, het is verboden om gericht te zoeken en te graven op plaatsen die aangeduid zijn als archeologische terreinen. De landeigenaar vragen hoort er natuurlijk bij en het netjes achter laten van de plek waar je gezocht hebt ook, dat betekent gaten dichtgooien en de rommel, die je ook volop vindt, meenemen.
Registreren en archiveren Vondsten maak ik thuis eerst schoon en noteer vervolgens wat en waar ze gevonden zijn en dat komt dan op datum in een map. Van bijzondere vondsten wordt een foto of tekening gemaakt. Mooie munten komen in een munthouder met de datum van het vinden er op, zodat ze eventueel weer bij de vindplaats terug te zoeken zijn. Interessante vondsten worden natuurlijk aangemeld bij de provinciaal archeologen, deze zijn altijd erg enthousiast en geven je de juiste informatie over je aangemelde vondst. Ik vind het erg belangrijk om mijn vondsten aan te melden zodat het bodemarchief goed in kaart gebracht kan worden en ik daarmee bij kan dragen aan het begrijpen van de geschiedenis van de streek. Zo zie je dat er na het vinden nog veel tijd in de hobby gaat zitten, dat is soms net zo spannend als het zoeken zelf, de determinatie kan lang duren en erg verrassend zijn.
Vitrine Het mooie van de vitrine in Warffum is dat vondsten die normaal thuis liggen nu samengevoegd zijn en getoond worden aan een breder publiek. De vitrine in Openluchtmuseum Het Hoogeland is sinds 29 april te bezichtigen. Het is de bedoeling om ieder jaar weer een nieuw thema te kiezen waardoor het AIP meer dynamiek krijgt. Het AIP is los van het museum vrij toegankelijk, maar als je er toch bent is een bezoek aan het museum zeer de moeite waard!
uur en zondag 13:00-17:00 uur
Archeologische Informatiepunten in Groningen S.S. Mensonides (1892-1977), directeur van de Rijks-HBS te Warffum en verwoed verzamelaar van archeologische vondsten uit de wierden
1 2
Aldwin Wals is bestuurslid van AWN-Noord, Vereniging voor Vrijwilligers in de Archeologie.
6
k
TEKST: JELLE SCHOKKER /FOTO’S: NAD
Het Noordelijk Archeologisch Depot
Thuisbasis voor de noordelijke archeologie
Veel mensen zullen niet weten dat zich in het dorpje Nuis in het Groninger Westerkwartier de grootste verzameling archeologische voorwerpen van ons land bevindt. Van Vlielander strandvondsten tot vondsten uit het zuidoostelijke puntje van Drenthe, en van Neanderthalervuistbijlen tot restanten van kamp Westerbork, het wordt allemaal bewaard in het Noordelijk Archeologisch Depot in Nuis. Wat doet zo’n depot aldaar, en liggen die vondsten er voor de eeuwigheid te verstoffen?
Het geschiedde in het jaar 1997 dat staatssecretaris Nuis - die daarvoor graag naar Nuis kwam - de deur opende van het Noordelijk Archeologisch Depot. Opgravingsvondsten en los verzameld materiaal dat zich voordien ophoopte in de provinciale musea van de drie noordelijke provincies en in het archeologisch instituut van de Rijksuniversiteit Groningen, vinden sindsdien hun weg naar het nieuwe depot. Voor de opslag dienden twee, later drie, loodsen die van het Ministerie van Binnenlandse Zaken werden overgenomen. Het waren voorraadloodsen voor Bijzondere Omstandigheden, zogenaamde Mibo-loodsen geweest, zachtjes gezegd: voor een Derde Wereldoorlog. De loodsen werden bemand door een beheerder, eigenlijk meer een huismeester, dezelfde die de twee decennia daarvoor de Miboloodsen bestierde.
Nuis in de benen De eerste jaren was het depot niet meer dan een externe opslagplaats voor de provinciale musea en kwamen er nauwelijks buitenstaanders. De eigenaren, de drie noordelijke provincies, zagen deze ontwikkeling met gemengde gevoelens aan en ondernamen tenslotte actie. Het depot moest een écht archeologisch depot worden, met een duidelijke functie. Het project ‘Nuis in de benen’ werd in het leven geroepen. Het viel in de tijd ongeveer samen met een initiatief van de RACM (later: Rijksdienst Cultureel Erfgoed) om alle provinciale depots te laten overstappen op digitale registratie. Ieder depot kreeg op rijkskosten een paar laptops en ook was er geld om de papieren registratie van de drie musea om te laten zetten.
Toegankelijk voor onderzoek Het beschrijven van de vondsten was een gigantische klus en is dat gebleven; tot op heden wordt nog oude, dat wil zeggen in 1997 gestalde opslag, voor het eerst geregistreerd. Aanvankelijk werd sterk geleund op de omschrijvingen in de tot dan gebruikte inventarisboekjes: een lastig probleem. Naar huidige maatstaven zijn de oude omschrijvingen ontoereikend. Daarnaast doet zich het probleem voor dat veel vondstmateriaal van een heel summiere omschrijving is voorzien. Ogenschijnlijk is dit materiaal vergeefs opgeraapt en bewaard - maar dat is niet zo. Door alles ter hand te nemen, vroeg of laat, krijgen vondsten eigenschappen: materiaalsoort, vormkenmerken, datering, toewijzing aan een cultuur. Geleidelijk aan komt alle dode materie tot leven. Beschrijving op vondstnummerniveau maakt
7
k het depot werkelijk toegankelijk voor onderzoek, niet alleen de vondsten zelf, maar ook op hoger niveau. De verspreiding van vindplaatsen maakt allerlei patronen zichtbaar, van bewoning en van handel of andere contacten. Natuurlijk, er zijn vondstcategorieën waar de depotbeheerder en zijn twee assistenten weinig greep op hebben en slechts glazig naar kunnen staren, maar alles bij elkaar beschikt het depot over een flinke materiaalkennis.
Toegankelijk voor derden
In de collectie van het Gronings Audiovisueel Archief (GAVA) bevindt zich een documentaire van OOG TV die een goed beeld geeft van opgravingen in de Groninger binnenstad uit een tijd vóór de wet van Malta. De stadgravers (OOG TV, 1983) De stad Groningen had in 1983, in tegenstelling tot andere grote steden, geen stadsarcheoloog in dienst. Archeologisch werk werd in Groningen gedaan door vrijwilligers, die in overleg met Openbare Werken en uitvoerende aannemers af en toe de kans hadden opgravingen te doen. Het gevonden materiaal werd onderzocht
Opslag en beheer vormen wettelijke taken, ze staan met zoveel woorden in de huidige Monumentenwet. Het bewaren is echter geen doel-in-zich. Het depot levert informatie over archeologisch materiaal en zorgt ervoor dat vondsten en vondstgegevens toegankelijk zijn voor derden, onder andere in de vorm van bruiklenen. Hiermee zijn al twee groepen bediend: onderzoekers en musea. De noordelijke provincies pleitten evenwel vanaf het begin voor een ruimere opvatting, ook voor een dienstverlenende taak voor een algemener publiek. Het ontvangen van individuen of kleinere groepen was op zich nooit een probleem. Iedereen was welkom: amateurarcheologen, studenten, onderzoekers, stagiairs, verenigingen en schoolklassen.
Ontvangstruimte Tot voor kort waren de faciliteiten om hier in te voorzien tamelijk beperkt. In 2014 heeft het depot een facelift ondergaan, en beschikt sindsdien ondermeer over een ontvangstruimte een zaaltje waar meer dan 100 mensen comfortabel voordrachten kunnen volgen, op stoelen en op een tribune. Er hangt een beamer, er is een geluidsinstallatie en, niet onbelangrijk, de wanden zijn dubbel uitgevoerd en dienen als vitrines. Hierin liggen niet persé topstukken; ze bieden een soort doorsnee van wat het depot herbergt. Bij lezingen worden vitrines gemakkelijk aangepast; een hoopje middeleeuws aardewerk maakt dan bijvoorbeeld plaats voor een uitstalling van vuistbijlen. Achter de ontvangstruimte zijn stellingen geplaatst, enerzijds voor objecten die niet in een doos passen, maar ook voor een vergelijkingscollectiein-wording.
bij het Biologisch-Archeologisch Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen. Een betere en gestructureerdere manier van aanpak was nodig vond men, want in Groningen was nog veel archeologisch werk te doen en helaas al veel
Het mag duidelijk zijn dat er in de afgelopen negentien jaar veel is veranderd in het depot. Het opgeslagen materiaal en de documentatie worden vandaag de dag goed beheerd en bezoekers, bellers en mailers worden serieus te woord gestaan. Jaarlijks worden duizenden nieuwe inventarisnummers ingeschreven, die betrekking hebben op een veelvoud aan vondsten. De website telt meer dan 200.000 records. Dit in ogenschouw nemende kan gesteld worden dat Nuis vandaag de dag een thuisbasis is voor de noordelijke archeologie.
vernield. Wethouder Gietema wilde echter niet toezeggen dat de
Jelle Schokker is assistent depotbeheerder van het Noordelijk Archeologisch Depot
gemeente een stadsarcheoloog zou aanstellen; hij wijst op de hoge kosten daarvan.
Bezoekadres: Nieuweweg 76, 9364 PE Nuis (0594) 64 40 00 www.nadnuis.nl Het depot is op werkdagen, na afspraak, open voor publiek.
8
k
TEKST: JANTIENUS BAKKER /FOTO’S: RIET MICHEL
Watermanagement door monniken van Aduard
Dat is de titel van de huidige tentoonstelling in het kloostermuseum Sint Bernardushof in Aduard. Elk jaar wordt een andere expositie ingericht, vaak afwisselend wereldlijk en geestelijk. In 2016 is hij wereldlijk georiënteerd. In het landschap rond Aduard zijn veel elementen te vinden, die rechtstreeks te maken hebben met waterbeheer door de monniken. De vier commissieleden die de expositie hebben voorbereid, zijn onder de indruk geraakt van de vele werkzaamheden die door monniken tussen 1200 en 1600 zijn verricht. Denk aan de bouw van dijken, bruggen, sluizen (zijlen). De kloosterlingen hebben vooral een grote rol gespeeld bij het organiseren van deze waterwerken. Het gebied rond Aduard (Middag-Humsterland) is een beschermd landschap vanwege de historische betekenis.
Bouw waterwerken Eind 2014 zijn we begonnen met brainstormen over de tentoonstelling. Willen we elk detail met een bijzonder verhaal laten zien of moeten we ons meer richten op de algemene werkzaamheden, zodat ook bezoekers zonder kennis van de omgeving, het kunnen begrijpen? We kozen voor het laatste. Al gauw bleek ons dat ook de organisatie van de bouw van de verschillende waterwerken tot de taak van het klooster behoorde. Het Aduarder Zijlvest (een soort waterschap) werd opgericht. De abt van het klooster, of een andere hoge functionaris binnen het klooster, was steeds de voorzitter. In zijlbrieven werden allerlei afspraken vastgelegd. Ook boeide ons de waterregulering binnen het kloosterterrein. In Aduard was al eens een klein deel van het rioolstelsel van het klooster ontdekt. Hoe kwam men aan voldoende aanvoer van zoet water? Gelukkig hadden we binnen het dorp iemand die veel onderzoek in andere kloosters heeft verricht. We konden, samen met hem, voorzichtig conclusies trekken over de verschillende waterstromen in het klooster. Lavabo (waterkan) De expositie ‘Watermanagement door monniken van Aduard’ geeft een overzicht van het beheer van het water in het landschap tussen 1200 en 1600 en het gebruik van water binnen en buiten het klooster. Zowel de strijd tegen het water (afwateringssystemen, organisatie, zijlvesten) als het gebruik van water (scheepvaart, visvijvers, huishoudelijk gebruik) komen aan de orde. 1 april – 1 november
9
k Film en boek
Kloostermuseum
Zodra de plannen duidelijk waren, konden we subsidies gaan aanvragen en contacten leggen met andere musea voor het verkrijgen van voorwerpen in bruikleen. Gelukkig kwam er genoeg geld binnen om een filmpje te laten maken en om een boekje uit te geven. In dat boekje kunnen we dieper ingaan op de materie dan in de tentoonstelling. Zowel voor de expositie als voor het boekje hebben we steun gehad van een vormgever. Met een tevreden gevoel kijken we na anderhalf jaar brainstormen, debatteren, twijfelen, overleggen, veel mailen en hard werken terug op een prachtige tentoonstelling, een mooie film en een interessant boekje.
Sint Bernardushof Hofstraat 45
Jantienus Bakker is ĂŠĂŠn van de commissieleden.
9831 RB Aduard (050) 403 2109 www.kloostermuseumaduard.nl
10
k
TEKST: THEA POL/ FOTO’S: KARIN IJPEMA
Museum Wierdenland in Ezinge door de ogen van een vrijwilligster
De wierde De Bouwerd ligt direct ten zuiden van Ezinge. Het is met name bekend geworden door de vondst van een dubbel paardengraf uit de 8e eeuw door een assistent van Van Giffen. De wierde werd in 2001 door de gemeente Winsum aangewezen als archeologisch rijksmonument. Volgens dr. Egge Knol van het Groninger Museum, wijst het paardengraf op de begrafenis van een gewichtig dorpsgenoot.
Museum Wierdenland
Karin IJpema heeft samen met haar man een akkerbouwbedrijf in de buurt van Ezinge. Als ze achter haar huis naar het dorp kijkt, ziet ze als eerste de kerk op de wierde. Vanaf het moment dat ze zo’n vijfentwintig jaar geleden bij Ezinge kwam wonen, heeft dat beeld haar gefascineerd en haar interesse in de geschiedenis van Ezinge en van het noordelijk wierdengebied aangewakkerd. Daarom klopte ze zo’n tien jaar geleden bij museum Wierdenland aan, dat toen nog op de oude locatie aan de Torenstraat te vinden was. “Ik was eerst vooral nieuwsgierig: welk verhaal zouden ze er vertellen, daar wilde ik meer over weten. Geschiedenis vind ik namelijk enorm interessant. Het landschap, het verhaal van die wierde intrigeert mij.” De eerste jaren werd Karin vooral ingezet om groepen naar de kerk te begeleiden, die in het museum eerst de geschiedenis van de wierden van ondermeer Jan Delvigne hadden gehoord. Inmiddels is Karin geen gids meer maar werkt ze in de nieuwe locatie aan de Van Swinderenweg als balie- en horecamedewerkster. Het museum heeft namelijk ook een café en winkel. Ook heeft ze collectieonderdelen geregistreerd in Adlib. Museum Wierdenland ontvangt veel vakantiegangers maar ook mensen uit de regio die vaak blij verrast reageren ‘Ik wist niet dat dit hier was’.
Sigarendoosje Museum Wierdenland vertelt een deel van het verhaal van de ontstaansgeschiedenis van het oude Frisia. Ezinge is gelegen midden in dat wierdenlandschap dat behoort tot het oudste cultuurlandschap van Nederland: het Nationaal Landschap Middag-Humsterland. Dat verhaal wordt ondermeer verteld aan de hand van de opgravingen die plaats hadden tussen 1923 en 1934. Een groot deel van de wierde van Ezinge werd toen opgegraven door het BiologischArcheologisch Instituut onder leiding van archeoloog Albert van Giffen (1884-1973). Hierbij zijn
Van Swinderenweg 10 9891 AD Ezinge (0595) 62 15 24 www.wierdenland.nl Openingstijden: hele jaar van dinsdag tot en met vrijdag 10:00 – 17:00 uur en zaterdag en zondag 13:00-17:00 uur
11
k de resten van 85 boerderijen en 60 bijgebouwen gevonden uit de periode van 600 voor Christus tot de 5e eeuw na Christus. Af en toe verschijnen mensen aan de balie die ‘professor Van Giffen’ nog hebben meegemaakt en die soms ook materiaal aanbieden. Zo kan Karin zich een specifiek geval herinneren. “Een paar jaar geleden had een bezoeker een sigarendoosje met daarin een potje bij zich. Dat potje was van opa geweest, die het van Van Giffen had gekregen en het sindsdien zuinig in een sigarendoosje had bewaard en in een kast had opgeborgen. Pas na opa’s dood vonden de nabestaanden het gepast het potje aan het museum te schenken. Spullen aannemen doen we echter niet zomaar, het moet wel passen in de collectie.”
Museum
Kinderen bij paardengraf Foto: Elmer Spaargaren In 2014 verscheen het boek En dan in hun geheel. De vondsten uit de opgravingen uit de wierde Ezinge onder redactie van Annet Nieuwhof. Een uitgave van de Vereniging voor Terpenonderzoek.
Wie het museum bezoekt, wordt geadviseerd eerst de film te bekijken waarin een introductie wordt gegeven op de geschiedenis van het gebied. Vervolgens kan men in de Ezingezaal voorwerpen als botten, gebruiks- en siervoorwerpen bekijken die in de wierde zijn gevonden. In de wierdenzaal worden voorwerpen uit andere wierden en de Friese terpen getoond, waaronder bruiklenen van het Noordelijk Archeologische Depot en het Groninger Museum. Een bijzonder onderdeel in het museum is het paardengraf dat werd gevonden in de wierde De Bouwerd, achter het museum. “Het verhaal hierover is nog niet helemaal duidelijk”, geeft Karin aan. “Vooral kinderen vinden dit graf interessant. Ik vraag ze wel eens of ze nog iets anders in het graf ontdekken. Er ligt namelijk ook een hondje in.”
Afwisselend
een artikel toezegde de resultaten
Het werk in het museum ervaart Karin als aantrekkelijk. “Er is altijd weer wat nieuws, het is afwisselend, dat houdt het leuk. Regelmatig overleggen de leden van de verschillende werkgroepen met elkaar en ook de hoofden van de werkgroepen komen geregeld samen. Voor het museum zijn inmiddels al zo’n 70 vrijwilligers actief. In november 2015 hebben wij een wervingsdag gehouden en dat heeft geresulteerd in veel nieuwe vrijwilligers.” Sinds kort heeft Museum Wierdenland een nieuwe directeur: Heidi Renkema. “Wij zijn heel gelukkig met Heidi”, zegt Karin, “schrijf dat maar op. Ze neemt veel initiatieven en zit boordevol ideeën.” Waarvan akte!
later, en dan in hun geheel, te zullen
In Museum Wierdenland is een Archeologisch Informatiepunt (AIP) ondergebracht
www.terpenonderzoek.nl. De archeologische opgravingen in Ezinge trokken destijds internationaal de aandacht. Door de grote hoeveelheid vondsten was er echter nooit een volledige publicatie daarover verschenen. Ofschoon Van Giffen in
publiceren, heeft hij dat echter nooit gedaan. In het boek worden het handgevormd aardewerk en het Romeinse en vroegmiddeleeuwse draaischijfaardewerk, de metalen en natuurstenen voorwerpen, de kralen en de dierlijke en menselijke resten beschreven en geïnterpreteerd tegen de achtergrond van de bewoningsgeschiedenis.
Reportage RTV Noord (2012)
12
k
TEKST: KAREL ESSINK / FOTO’S: SVG
Verdronken Geschiedenis onderzoekt historie Waddengebied
In 2005-2006 ging een groep enthousiastelingen op zoek naar het mysterieuze eiland Bosch dat alleen nog maar op oude kaarten te vinden was. Ook het Duitse eiland Buise werd mede onderzocht. Deze zoektocht leverde een prachtig verhaal op over dit rond 1700 verdwenen eiland dat ooit in de buurt van Schiermonnikoog lag. In 2007 richtte de groep de Stichting Verdronken Geschiedenis op. Het doel van de stichting is het bevorderen van multidisciplinair onderzoek betreffende de natuurlijke ontwikkelingsgeschiedenis (geomorfologie, ecologie), de menselijke bewoning en gebruik, en van de cultuurhistorie van het trilaterale Waddenzeegebied 1. De verkregen kennis wil de stichting beschikbaar maken voor een breed publiek. Om de doelstellingen te kunnen verwezenlijken worden subsidies aangevraagd en wordt samengewerkt met diverse organisaties.
Historische vondsten In 2009 werd herdacht dat 500 jaar eerder door de Cosmas en Damianus stormvloed de dijken van de Eems braken en de Dollard ontstond. Tientallen dorpen in het veengebied
Veel aandacht wordt besteed aan het verzamelen van kennis over voorwerpen die in de vloedlijn aanspoelen: scherven van aardewerk, glaswerk en andere gebruiksvoorwerpen. Dit leert ons iets over de vroegere scheepvaart, visserij en bewoning van het Waddengebied. Soms worden veel oudere vondsten gedaan, zoals een hak die gemaakt is van een hertengewei of een vuursteenafslag uit de Steentijd.
van Reiderland hielden op te bestaan. Veel historische kennis hierover werd in 2013 samengebracht in een rijk geïllustreerd boek ‘Stormvloed 1509 – Geschiedenis van de Dollard’.
13
k Veel mensen struinen als gedreven jutters regelmatig de vloedlijn af. Om hen te helpen meer over hun vondsten aan de weet te komen, organiseert de stichting regelmatig zogenaamde vondstenavonden. Hier kunnen de ‘jutters’ van een team van deskundigen horen wat de betekenis van hun vondsten is. En . . . . . voor wat moeilijk bereikbare plekken in de Waddenzee organiseren we af en toe een expeditie. Er zijn altijd liefhebbers te vinden die dan mee willen, waardoor de kosten van zo’n tocht (scheepshuur!) betaalbaar blijven.
Oude schelpen in de polder De polders in het noorden van de provincie Groningen zijn ingepolderde delen van de Waddenzee. De Noordpolder (ten noorden van Warffum) werd in 1811 ingepolderd. Het was toen al een kweldergebied met kreken waarin het Waddenzeewater kon binnendringen. Die oude kreken zijn nu nog terug te vinden als de poldersloten in het najaar geschoond worden. En onder in zo’n oude kreek zijn dan typische Waddenzeeschelpen te vinden, zoals de kokkel en de strandgaper. Die schelpen moeten daar dus vóór 1811 hebben geleefd. Wie schetst onze verbazing dat de strandgaperschelpen, die onderzocht werden op het Centrum voor Isotopenonderzoek in Groningen, ouder bleken te zijn dan het jaar 1492 (het jaar waarin Columbus Amerika ontdekte). Dat is curieus, want deze schelpdiersoort was na de IJstijden in Europa uitgestorven. In Noord- Amerika had hij wel overleefd. De soort moest dus al vóór 1492 naar Europa zijn teruggekomen. Hoe kan dat? Misschien wel door de Vikingen, waarvan we weten dat deze enkele eeuwen eerder al in Groenland en Amerika waren. We zijn nu bezig die puzzel te ontrafelen. Karel Essink is secretaris van de Stichting Verdronken Geschiedenis www.verdronkengeschiedenis.nl 1
Internationale (trilaterale) samenwerking voor de Waddenzee tussen Nederland, Duitsland en Denemarken
14
k
TEKST EN FOTO’S: STEF TUINSTRA
Archeologie en een orgel?
Een op zich wat vreemde vraag: wat hebben archeologie en orgels met elkaar gemeen? Welnu, een archeoloog zoekt naar materialen en sporen ervan uit een vaak heel ver verleden (hoe ouder hoe interessanter en waardevoller!) en probeert dat zo goed als mogelijk te conserveren, samen te stellen en te dateren. Om het daarna ten toon te stellen of er iets moois over te publiceren. Een orgeladviseur als ik doet iets vergelijkbaars met een orgel.
Kunst met een grote K Anders dan bij archeologie hoef je bij een orgel niet in de grond te graven maar staat het als een meubel met (orgel)inhoud in een kerk. Je moet het echter wel dateren, het materiaal onderzoeken en qua ouderdom en kunststijl vergelijken en documenteren en beoordelen of het nog goed werkt en of en hoe het eventueel beter kan. Om vervolgens aan te geven wat je er mee moet of mee kan in onze tijd. Niet zozeer ten toon stellen en er alleen naar kijken als naar een schilderij, want een orgel is een zogeheten ‘klinkend monument’. Je moet datgene wat je bij een orgel ziet echt ‘tot leven wekken’ door er op te gaan spelen. Toch is het ook weer net als met een beroemde viool van een nog beroemdere vioolbouwer Stradivarius. Ook als je er níet op speelt en er alleen maar naar kijkt is het al heel waardevol en in geldelijke waarde niet anders uit te drukken dan in een bepaalde ‘verzekerde waarde’ bij brand of andersoortig verlies. De volledige waarde ervan, de reden waarom het ene instrument nu eenmaal beroemder is als een andere, komt dus pas tot uiting wanneer het tot klinken wordt gebracht. Dat kun je doen als virtuoos muziekkunstenaar of als bevlogen amateur en liefhebber. Beiden genieten ervan maar de echte emotionele waarde voor een groter publiek wordt slechts bepaald door een instrument en zijn/haar bespeler. Als die beiden Kunst met een grote K vertegenwoordigen, dan kan ook een orgel, of een orgelbouwer, of een organist, wereldberoemd worden.
Replicaonderdelen Soms is het zo dat een beroemde viool uit de 17de of 18de eeuw in latere tijd wordt omgebouwd omdat men dan wat andere klankidealen heeft. Dan klinkt het soms wel anders
15
k maar vergelijkbaar mooi als een Stradivarius. Maar het kan ook zijn dat de verandering niet zo goed is gelukt, zodat het instrument bij lange na niet meer zo fantastisch klinkt als een vroeg 18e eeuwse Stradivarius. En dat terwijl het materiaal deels nog steeds wel van de oorspronkelijke bouwer is. In dergelijke gevallen worden bij sommige instrumenten latere delen weer vervangen door replicaonderdelen, zoals Stradivarius die ook maakte en kan zo zo’n instrument weer ongeveer klinken als de beroemde bouwer het zelf ooit had bedoeld. Zo is het ook met het Schnitgerorgel in de bijzondere mausoleumkerk van Harkstede. Als een archeoloog heb ik dit orgel bestudeerd en de geschiedenis en bouwwijze ervan gedocumenteerd en beschreven. Toen bleek dat datgene wat je ziet (het ‘orgelfront’) en wat je hoort (de meeste van de oudste pijpen van Arp Schnitger, de Stradivarius onder de orgelbouwers, zijn nog bewaard gebleven) weer geheel kan worden hersteld zoals Schnitger het ooit bedoeld had en de opdrachtgever idem dito, dan ga je je daarvoor natuurlijk sterk maken. En die opdrachtgever was niemand minder dan Henric Piccardt, de borgheer van Klein Martijn in Harkstede en later van de Fraeylemaborg in Slochteren.
Je ziet wat je hoort en je hoort wat je ziet
Henric Piccardt (1636-1712) Borgheer van Klein Martijn in Harkstede en later van de Fraeylemaborg in Slochteren. Een creatieveling en soms ook een beetje een ongeleid projectiel die ook als virtuoos diplomaat dingen deed die de gevestigde orde (met name het stadsbestuur van Groningen) niet altijd aanstond. Piccardt liet de bijzondere kerk in Harkstede bouwen en meteen daarna het Schnitgerorgel er in, want hij was zeer muzikaal, kon mooi zingen en was dol op orgels van met name Schnitger. Achter het orgel had hij zijn eigen bibliotheek en daar recht onder zijn werkkamer. Ook liet hij meteen zijn graf maken in de met gewelven als een crypte onderkelderde kerk. Alles is er nog, de grafkisten met het gebeente van Piccardt en zijn geliefde echtgenote Elizabeth Rengers, tot het cachot in de toren en het toilet naast de werkkamer aan toe. De bijzondere boeken zijn aan het begin van de 20ste eeuw helaas
Wie ooit Piccardt was wist men toen niet zo goed meer en men vond dat kennelijk ook niet zo belangrijk. Het oude orgel was ‘op’ en in 1907 kwam er dan ook andere. Deze besloeg echter de complete ruimte van de bibliotheekkamer. Het werd gemaakt door de regionaal bekende Groninger orgelmaker Marten Eertman. Hij gebruikte het oude front, ruim 70% van de oude pijpen van het Schnitgerorgel en het oude voetklavier van een restauratie van 1794 door Dirk Lohman. Dit orgel heeft echter sinds de bouw nooit echt voldaan en men wilde 40 jaar geleden al heel graag het oude Schnitgerorgel terug. En waarom ook niet, want als je de verdwenen onderdelen weer als een replica nieuw zou maken die er voor zorgen dat de pijpen wind krijgen en je weer in kopiestijl een klavier en een mechaniek zou maken zodat je er weer op kunt spelen, dan heb je weer terug wat ik al eerder zei: je ziet wat je hoort en je hoort wat je ziet! Bovendien kun je deze ‘Piccardtkerk’ ook inrichten als een museum en er al die mooie dingen mee gaan doen die een museum ook doet om publiek naar je toe te krijgen: in een mooie permanente tentoonstelling het verhaal vertellen van dit prachtige gebouw met haar inspirerende interieur en instrument en dat iedereen, als ware het een tijdsmachine, de oude tijd opnieuw kan beleven: zelf spelen op dat Schnitgerorgel alsof je Piccardt himself bent of er naar luisteren in allerlei mooie concerten of een hele boel andere evenementen organiseren waar je een orgel bij kunt gebruiken.
Nieuwe orgels in oude stijl Er zijn heden ten dage bedrijven die hetgeen een ‘orgelarcheoloog’ ontdekt opnieuw, en met dezelfde technieken als in een procesreconstructie, precies kunnen maken zoals Schnitger dat deed. Dat is het mooie van deze tijd: sinds wel 70 jaar orgels onderzoeken en restaureren wordt dit ambacht in onze jaren op het oude niveau van toen weer volop bedreven en daar mogen we best heel trots op zijn! De Nederlandse orgelrestauratiespecialisten maken zo ook nieuwe orgels in soms oude stijl die de wereld overgaan, van Australië en Japan en van Rusland tot aan de USA. Want ook daar willen ze graag muziek spelen van de tijd van Stradivarius op een instrument van die oude kwaliteit en klanksfeer. Deze landen hebben dergelijke orgels vaak niet vanwege hun eigen veel jongere cultuur of ze hadden een andere dan de westerse muziekcultuur en willen nu heel graag ook Bach en Beethoven spelen, horen en beleven.
verkocht.
16
k Of dit in Harkstede ook zo mag gaan is nog steeds onderwerp van discussie. De rijksoverheid wil het liefst het bestaande, ter plaatse helaas al 70 jaar totaal niet geliefde orgel gerestaureerd zien, omdat dit orgel ook alweer ruim honderd jaar oud is en ook een monument. Maar dan kunnen al die mooie dingen niet die het Verhaal van Groningen in Harkstede zo bijzonder maken. En de archeoloog daarbij? Tja, waar loop je warm voor, voor iets van 100 of van 300 jaar oud? Wat vind je bijzonderder en mag je dat in onze tijd ook gewoon zeggen zonder een negatief oordeel te vellen over het werk van generaties kort voor ons? Smaken verschillen, jazeker en dat mag en moet ook. Maar iets van 100 jaar oud is in Nederland nu nog niet zo bijzonder omdat er nog heel veel materiaal uit die tijd aanwezig is. Iets wat als heel bijzonder gezien en beleefd wordt en ook al 300 jaar oud is alleen al daarom de extra moeite waard. En het publiek wil het monument graag beleven, het niet alleen bezitten of er met afstand naar kijken. Als je iets hebt van 100 jaar oud maar niemand vind het in die zelfde 100 jaar mooi en je hebt wel iets van 300 jaar wat men bewezen al wel eeuwenlang mooi vindt, tja wat doe je dan? We zullen zien hoe dit afloopt... . Stef Tuinstra werkt als gecertificeerd orgelbouwadviseur. Meer informatie: www.nnoa.nl foto onder: Eltje Werkman/SOGK
17
k
Agenda Fraeylemaborg Slochteren De dames Macbeth Openluchtspel 24 en 25 juni De locatie op het landgoed is elk jaar weer anders en zorgt voor een unieke beleving van het spel. Dit jaar wordt er gespeeld in de tuin van het Koetshuis. Het publiek heeft geluk: het mag aanwezig zijn bij de eerste ronde van het Toneelfestival van de Nederlandse Vereniging voor Huisvrouwendrama. De huisvrouwenvereniging ‘Borst Vooruit’ gaat Macbeth opvoeren. Helaas gaat er van alles mis en ook de BN’er, die is uitgenodigd als juryvoorzitter valt een beetje tegen. Gelukkig zetten de dames gezamenlijk de schouders er onder en brengen een indrukwekkende Macbeth ten tonele. De Dames Macbeth is een knotsgekke Engelse komedie van David McGillivray en Walter Zerlin Jr. in een vertaling en bewerking van Hans van Hechten.
Klooster Ter Apel Middeleeuws Ter Apel 5 en 6 september Eén van de grootste en meest authentieke vijftiende-eeuwse evenementen van Nederland. Met het prachtige middeleeuwse Kruisherenklooster als achtergrond wordt u teruggevoerd in de tijd. Het leven in de middeleeuwen in al zijn facetten wordt u getoond. Het thema dit jaar is ‘Jacht’.
CazemierBoerderij Tolbert Aarfgoed op ‘t aarf 28 augustus Aarfgoed op t aarf: Groninger dichters en schrijvers lezen uit eigen werk, veelal in het Westerkwartiers. In samenwerking met de Stichting Mien Westerkwartier
Streekhistorisch Centrum Stadskanaal Witte Olifanten IV: Femke Woltering – Dialoog 1 mei tot 30 september Deze tentoonstelling is de vierde in de jaarlijkse expositiereeks Witte Olifanten. Haar sculpturen bestaan uit grillige, organische vormen van klei, opgebouwd uit fragmenten en losse onderdelen. De robuustheid van de ruwe klei staat tegenover de vaak fragiele vormen. ‘Mijn werk stelt vragen over controle, het intuïtieve, en reageert op de omgeving en de tijd waar we in leven’, zegt ze hierover.
18
k Visserijmuseum Zoutkamp Visserij in model tot 1 november Aan de hand van modellen, gemaakt door Bert Davids, wordt de ontwikkeling van de vissersschepen en de visserij in Zoutkamp van 1900 tot heden getoond. Het geheel wordt versterkt door middel van foto’s, video’s en verhalen. De schepen zijn tot in de kleinste details nagebouwd.
Stormvloed in bedrijf 29 en 30 september / Sportcentrum Scherphorn Uithuizermeeden Een groots opgezet toneelstuk met 50 spelers, figuranten en zangers over de spectaculaire ondergang van het eiland Bosch en de lotgevallen van twee geliefden in de storm. Het verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van de Groninger borgen op het Hogeland, in het begin van de 80-jarige oorlog met de Nederlandse vrijheidsstrijd tegen de Spaanse overheersing en voor de vrijheid van godsdienst. Naar de historische roman van Ynskje Penning. Een derde voorstelling staat gepland op zaterdag 8 oktober in De Molenberg te Delfzijl. Kaartverkoop start 1 juli bij boek- en kantoorvakhandel Venema Uithuizen, Beereboom dames- en herenmode Uithuizermeeden, de Bibliotheek in beide plaatsen. Voor meer info: https://www.facebook.com/stormvloed
Oktobermaand Kindermaand In de hele maand oktober activiteiten voor kinderen in de basisschoolleeftijd in musea, borgen, kerken, theaters, natuurorganisaties, bibliotheken en muziekscholen. Vanaf september kan de website www.kindermaand.nl voor het programma worden geraadpleegd.
19
k Colofon Archeologie Jaargang 3, nummer 2, juni 2016 ISSN: 24-05-8270 Redactie: Thea Pol, Roely Klok Wilt u reageren of heeft u kopij: info@erfgoedpartners.nl Aan dit nummer werkten mee: Jantienus Bakker, Karel Essink, Paulien de Roever, Jelle Schokker, Stef Tuinstra, Aldwin Wals GAVA Foto’s omslag: Jelte Oosterhuis, Monument en Materiaal. Vormgevingsconcept en lay-out: www.gerarddevries.nl
Een roodbakkende èn witbakkende beker / plastiek, in sgraffito-techniek, voorstellende een vrouw met een beker in de hand. Het
Erfgoed inzicht is het digitale tijdschrift van Erfgoedpartners, en verschijnt in de maanden maart, juni, september en december.
hoofd ontbreekt. Brede molensteenkraag en een lange jurk met hoge schouderwielen. De mouwen zijn met splitjes versierd. Geel, groen, rood en bruin
Erfgoedpartners Lopende Diep 8 9712 NW Groningen (050) 313 00 52
www.erfgoedpartners.nl
loodglazuur. Functie: een drinkuit / stortebeker / jonkvrouwbeker. Datering: rond 1600. Foto: Henk Faber Bulthuis (NAD)