Erfgoed inzicht 2016 4

Page 1

Erfgoed

inzicht

tra-

dities Nummer 4|2016 In dit nummer: PAGINA 2 >>

Woord vooraf PAGINA 3 >>

Synagoge Bourtange PAGINA 7 >>

Appingedam: de middeleeuwse Coopluydenmarkt PAGINA 9 >>

Sunnerkloaslopen in Zoutkamp PAGINA 11>>

Tradities bij de Rijksuniversiteit PAGINA 14>>

Orgelwedstrijd PAGINA 16 >>

Kerst in de Fraeylemaborg PAGINA 18 >>

Borgtuinen en traditionle winterkost PAGINA 20 >>

De laatste wedstrijd van Jan Mosterd PAGINA 21 >>

Agenda

Een uitgave van


k

Woord vooraf

REDACTIE ERFGOEDPARTNERS

Tradities horen bij de laatste maand van het jaar: Sinterklaas en zijn tegenwoordig niet meer zo zwarte Piet, het huis versieren voor Kerst, een goed kerstverhaal, lekker eten, oliebollen, en het oude jaar uitluiden met vuurwerk. Dit nummer van Erfgoed inzicht staat bol van verhalen over tradities, zoals Sunnerkloaslopen in Zoutkamp, de Coopluydenmarkt in Appingedam en de tradities van de Rijksuniversiteit Groningen. Het hoofdartikel gaat over tradities binnen de joodse gemeenschap in het algemeen en die van de synagoge in de vesting Bourtange in het bijzonder. We sluiten Erfgoed inzicht af met een herinnering aan kerst op het landgoed Fraeylemaborg in lochteren en met kerstrecepten die ons werden aangereikt bij twee tuincafĂŠs bij de Menkemaborg en de Piloersemaborg. Tot slot vertelt Henk Scholte het verhaal van de laatste wedstrijd van Jan Mosterd. Kijken! De redactie wenst u veel lees- luister- en kijkplezier en alvast een goed 2017.

2


k

TEKST: THEA POL / FOTO’S: ELMER SPAARGAREN

Tradities en rituelen synagoge Bourtange nog springlevend

Willem Fokkens is drijvende kracht

Er is nog maar een handvol Joden in

De Vesting Bourtange ligt in het uiterste oosten van de provincie Groningen, slechts een kilometer van de Duitse grens. De vesting lijkt eeuwenoud, maar is in feite een reconstructie die vanaf de jaren zeventig werd ingezet. Op een koude dinsdagochtend in november meld ik mij, samen met fotograaf Elmer Spaargaren, bij het synagogaal museum, gelegen vlak bij het marktplein van het vestingdorp. Willem Fokkens, de bezielende kracht van de synagoge, staat ons voor de deur al op te wachten.

Noord-Nederland, zo’n 120. Zij worden voor pastorale zorg bijgestaan door rabbijn Spiero uit Heemstede. Het opperrabbinaat bevindt zich in Amersfoort en wordt geleid door opperrabbijn Binyomin Jacobs. Al rond 1700 was er een Joodse gemeente in Bourtange. De Joden, vooral afkomstig uit Duitsland en Polen, kwamen handel drijven en de soldaten in de vesting van eten en drinken voorzien. Bovendien hadden vooral de Poolse Joden te maken met

In de gevel van de ‘sjoel’ is een steen bevestigd met daarop in Hebreeuwse letters ‘Beveet Ellohien Nehaleeg Beragesj: ofwel: we gaan binnen in gespannen verwachting. Bij het naar binnen gaan, overhandigt Fokkens een keppeltje aan Elmer, omdat mannen slechts met hoofdbedekking naar binnen mogen. Als we verder lopen zien we een kleine ruimte met elementen waaruit blijkt dat hier sprake is van een Joods gebedshuis. Centraal staat een zogenaamde ‘Bima’, een verhoging van waar uit de Thora wordt gelezen. Een grote menora heeft een prominente plaats gekregen. “Het voorhangsel is gemaakt door mijn moeder en mijn vrouw”, zegt Fokkens. De banken zijn afkomstig uit de Der Aa-kerk in Groningen. “Heb ik kunnen regelen via de Stichting Oude Groninger Kerken”, glimlacht Fokkens. Voor we ons verder verdiepen in de rijke joodse geschiedenis van Bourtange en de rol van Willem Fokkens daarin, worden we uitgenodigd voor een kop koffie in één van de restaurants van Bourtange. Terwijl we naar de kroeg wandelen laat de heer Fokkens een krantenknipsel

afgrijselijke pogroms die hen het leven ondraaglijk maakten. In de gastvrije Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden vonden zij rust en ruimte binnen de wallen van Vesting Bourtange. Voor hen werd een gebouw, dat voordien dienst deed als soldatenbarak, ingericht als synagoge.

3


k zien over een opmerkelijke vondst in Winschoten, de dag ervoor. In het centrum van Winschoten is namelijk een nog onbekend deel van een Joodse begraafplaats uit mogelijk 1731 ontdekt. De ontdekte stoffelijke resten van negentien Joden zijn enkele meters verderop ter plaatse herbegraven. Ook Fokkens werd over de vondst geïnformeerd en was, samen met opperrabbijn Jacobs en archeologen, aanwezig op de vindplaats. Hoewel Willem Fokkens een belangrijk aandeel heeft in het wel en wee van de synagoge van de Vesting Bourtange staat hij er niet alleen voor. Hij wordt terzijde gestaan door een bestuur van vijf personen, waarvan er twee joods zijn, met Fokkens zelf als voorzitter. Willem Fokkens (76), afkomstig uit Pieterburen en opgegroeid in Hornhuizen maar nu woonachtig in Ter Apel, is sinds 1988 betrokken bij het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK), een overigens merkwaardige naam voor een joodse organisatie. “Dat komt door Napoleon”, vertelt Fokkens. “Die vond dat joden in een kerkgenootschap ondergebracht moesten worden”. Hij vertelt vol enthousiasme over ‘zijn club’, waarvoor hij zelfs Hebreeuws leerde. “Ik ben er twee à drie dagen in de week mee bezig”, geeft hij aan “Zo bemoei ik mij met het beheer van 21 joodse begraafplaatsen. Dat gebeurt overigens samen met Landschapsbeheer Groningen. De provincie Groningen geeft daar € 150.000,- voor maar voor de overige € 100.000,- moet het NIK de cofinanciering regelen.” Gelukkig staat zijn vrouw hem bij. “Anneke doet de administratie.”

Lernen en cursus Hebreeuws Vanwege gebrek aan tijd zetten we het interview op 17 november voort op het kantoor van Erfgoedpartners in Groningen. Daarbij gaat de heer Fokkens uitgebreid in op de vraag hoe hij zo betrokken is geraakt bij de joodse gemeenschap in Groningen en de rest van Nederland. Dat begon eigenlijk al in zijn jeugd. “Zowel van mijn vader- als van mijn moederszijde waren er

4


k goede relaties met joden. Zo deden grootvader en vader zaken met de familie Van Dam uit Warffum. Mijn moeder had contact met de familie Benninga uit Eenrum. Zij kon mij bijvoorbeeld haarfijn uitleggen hoe de tafel tijdens sjabbat werd ingericht. Via mijn vrouw werd er een innige band gelegd met mevrouw Hetty Sara Barnstijn (geboren in 1915) (voor onze kinderen was deze vrouw, die vrijwel alleen in de wereld stond ‘tante Hetty’) en van haar hebben wij de joodse feesten en gebruiken leren kennen. Ik had behoefte me meer in het jodendom te verdiepen en ben daarom Hebreeuws gaan leren. Het Oude Testament kende ik trouwens al vrij goed. Mijn ouders behoorden tot de vrijzinnig Hervormde Kerk van Hornhuizen. Voor de cursus ging ik, en ga ik nog steeds, eens per twee weken naar de synagoge in Groningen. Daardoor ben ik ook in contact gekomen met ‘lernen’. (beoefening van de leer van het jodendom) Ik voel me volkomen op m’n gemak in de joodse wereld en vind het erg dat joden na ’45 opnieuw te maken hebben met antisemitisme.”

Toekomst Hoe moet het verder met de synagoge in Bourtange als de heer Fokkens niet meer beschikbaar is. “Er is geen toekomst voor het jodendom in Noord-Nederland. De stad Groningen heeft nog zo’n veertig leden. Met de Stichting Oude Groninger Kerken ben ik in overleg over mijn opvolging wat betreft de joodse begraafplaatsen. Hoe het verder gaat: de toekomst zal het leren. “

Rituelen Het jodendom kent veel gebruiken en rituelen. We bespreken er een aantal. Om te beginnen het ritueel rond een joodse begrafenis. Gezien de recente vondst van joodse graven in Winschoten heel actueel.

Begraven In 1816 werd in Bourtange een joodse begraafplaats ingericht. Al in 1894 moest de begraafplaats echter buiten gebruik worden gesteld vanwege een hoog grondwaterpeil. Tegenwoordig moeten joodse mensen afkomstig uit Bourtange begraven worden op de

5


k begraafplaats Hebrecht (Vlagtwedde ) “Afleggingen en wassingen worden door een vereniging binnen de joodse gemeenschap zelf gedaan. Mannen doen mannen, vrouwen doen vrouwen. Bij het overlijden wordt onmiddellijk het gezicht van de dode afgedekt. De ziel heeft het lichaam verlaten. Denk liever aan de overledene zoals hij was toen hij nog leefde. In de synagoge wordt de dode herdacht op een enigszins aangescherpte manier. Onderweg naar de begraafplaats wordt er drie keer gestopt om gebeden te zeggen. De overledene krijgt een zakje grond uit Israël mee en de familie gooit drie scheppen grond op de kist. Het graf moet overigens vol aarde, gelijk aan de grondoppervlakte. Een opmerkelijk gegeven van een joodse begraafplaats is dat er niet geruimd mag worden en dat de doden ongestoord moeten blijven tot de komst van de Messias waarna de wederopstanding komt.

Chanoeka Dit feest duurt acht dagen. Omdat Joden de maankalender volgen, verschuift steeds het moment waarop dit wordt gevierd. Dit jaar valt het deels samen met Kerst en Oud- en Nieuwjaar. Dat het feest acht dagen duurt, heeft te maken met de bevrijding van Jeruzalem door de Makkabeeën op de Hellenisten (Grieken) zo rond 165 voor Christus. Na de gewonnen strijd wilde men de Tempel herinwijden en de grote zevenarmige menora (kandelaar) aansteken. Er was nog slechts één kruikje gewijde olie te vinden, net genoeg voor één dag. Acht dagen, zo lang als nodig was om nieuwe gewijde olie te produceren, kwam er uit dat kruikje voldoende olie om de tempelmenora aan te steken. Men spreekt dan ook van ‘het wonder van Chanoeka’. Het feest kan zowel in de sjoel als thuis worden gevierd. Thuis zet men bijvoorbeeld een menora vóór het raam.

Uittocht of seder (seider)- de avond vóór Pesach

Synagoge Vesting Bourtange

Tijdens Pesach wordt door joodse kinderen de bekende vraag gesteld: “waarom is deze avond anders dan andere avonden?” Seideravond is een avond aan het begin van het zeven (in Israël) of acht (buiten Israël) dagen durende Pesachfeest, waarop joden uit de Haggada lezen, vier glazen wijn (of druivensap) drinken en een feestelijke sedermaaltijd gebruiken. De synagoge in Bourtange staat dan open voor belangstellenden, in de synagoge in de Folkingestraat in Groningen beperkt het zich tot de eigen leden.

Vesting Bourtange Willem Lodewijkstraat 33

Geluidsfragment van een sjofar

9545 PA Bourtange (0599) 35 46 00 www.bourtange.nl

Openingstijden Informatiecentrum 31 oktober tot en met eind maart maandag tot en met vrijdag van 09:15 tot 17:00 uur, zaterdag en zondag 11:00 tot 16:00 uur

Musea 31 oktober tot eind maart zaterdag en zondag 11:00 tot 16:00 uur

6


k TEKST: CYNTHIA HEINEN-HUISJES / FOTO’S: MUSEUM STAD APPINGEDA

Coopluydenmarkt in Appingedam Een markt in Middeleeuwse stijl Appingedam is naast Groningen de enige stad in de provincie van middeleeuwse oorsprong. In 1327 werden de stadsrechten vastgelegd bij de Upstalsboom te Aurich. Maar daar was niet iedereen gelukkig mee…tussen de stad Groningen en het veel kleinere stadje Appingedam boterde het niet bepaald. Dat had alles te maken met handel en met geld: de schepen met koopwaar die vanuit het oosten naar Groningen voeren, deden eerst Appingedam aan. Het was veel voordeliger om in Appingedam de waren aan de man te brengen: dichterbij én geen verplichtingen zoals het stapelrecht. De markten die in Appingedam werden georganiseerd voeren er wel bij en dat was voor Groningen een reden om te gaan schuiven met de planning van hun markten: door de markten in Groningen te vervroegen wilden ze het onmogelijk maken voor de Damster markt om te kunnen blijven bestaan. Uiteindelijk grepen ze naar een meer rigoureuze maatregel: in 1501 viel een huurleger uit Groningen Appingedam aan. Deze strijd werd beslist in het voordeel van Appingedam. Het bleef onrustig. In de jaren daarna heeft Appingedam niet eens de kans gehad om de stadsmuur te voltooien. Er werd veel vernietigd en in 1514 werd een deel van de bevolking uitgemoord….door Georg van Saksen, naar wie notabene nog een straat in Appingedam is vernoemd! Ondanks alle tegenslag is het stadje toch weer opgekrabbeld en is het blijven bestaan. De markten bleven ook, met name de latere paardenmarkt in de 19e eeuw was een groot evenement van internationale faam.

7


k En tot op de dag van vandaag wordt nog elke zaterdag markt gehouden op het kerkplein in het hart van de stad.

Geen bananen Zevenentwintig jaar geleden besloot de handelsvereniging van Appingedam de middeleeuwse markt weer nieuw leven in te blazen met een markt in middeleeuwse stijl: de Coopluydenmarkt. Er werden decorstukken gebouwd, zoals een stadspoort, en de ondernemers verkleedden zich in middeleeuwse stijl. De markt werd door het hele centrum gehouden, waarbij de nadruk in de loop der jaren steeds meer kwam te liggen op ambachtelijke waar, streekproducten en straattheater. De hoeken van de straten werden gedecoreerd met houten vaten, stropakken en groente/fruit wat voor handen was. Niet dat het denkbaar was dat je in de middeleeuwen in Appingedam bananen kon kopen, maar het zag er wel gezellig uit‌Het evenement trekt jaarlijks duizenden bezoekers naar Appingedam, op de eerste vrijdag in augustus.

Museum Stad Appingedam

Museum Stad Appingedam Wijkstraat 25 9901 AE Appingedam (0596) 68 01 68 www.museumstadappingedam.nl

Museum Stad Appingedam doet elk jaar mee met een activiteit in de museumtuin. Het ene jaar werden spreekwoorden uitgebeeld die hun oorsprong al in de middeleeuwen vonden, zoals geld over de balk smijten, de wereld op zijn kop zetten en het ijzer smeden als het heet is. Of voorbijgangers konden van bepaalde voorwerpen raden waarvoor ze gebruikt werden, een quiz maken over het vrouwelijk schoonheidsideaal in de middeleeuwen of raden welke voedingsmiddelen we hier in het noorden kenden in de middeleeuwen. Kinderen kunnen in middeleeuwse kleding op de foto, spelen met tentjes en marktattributen en schilden en zwaarden van hout: altijd een succes. Op die manier houdt het museum de geschiedenis levend voor bezoekers, door bij te dragen aan een goede traditie: de levendige Coopluydenmarkt te Damme, een echte aanrader!

Openingstijden dinsdag tot en met vrijdag

Cynthia Heinen is directeur van Museum Stad Appingedam

11:00-17:00 uur, zaterdag en zondag 13:00-17:00 uur

8


k

Sunnerkloaslopen

TEKST EN FOTO’S: BEREND ZWART

Een oude traditie leeft voort in Zoutkamp In het Visserijmuseum Zoutkamp houden we de herinnering aan het oude vissersdorp levend door voorwerpen te laten zien die in het dorp werden gebruikt. Niet alleen in de visserij maar ook in het dagelijkse leven. Al dwalend door het museum komen beelden terug van vroeger. Deze beelden brengen ook verhalen naar boven. Waar gebeurde verhalen en verhalen die in de loop der jaren door de verschillende vertellers hun eigen inkleuring kregen.

Maar hoe dan ook mooie verhalen. Verhalen brengen de voorwerpen tot leven en geven ze betekenis. Het vertellen en doorgeven van verhalen heeft in een vissersplaats zijn eigen dynamiek. Er ontstaan ook nieuwe verhalen door de vissers en de bewoners van nu en ook daar genieten we weer van. De vastgelegde verhalen bewaren wij met grote zorgvuldigheid in het Visserijmuseum als onderdeel van ons cultureel erfgoed. Ook zijn er tradities die in de loop van vele jaren zijn ontstaan, ingesleten in het oude spoor van eb en vloed. Soms kunnen we de herkomst achterhalen en soms weten we niet precies waar het vandaan kwam of komt.

Lang bewaarde traditie Zoutkamp kent nog zo’n lang bewaarde traditie: het Sunnerkloaslopen. Het wordt gevierd op Sinterklaasavond of op de eerstvolgende zaterdag, en vindt z’n oorsprong in lang vervlogen tijden. De traditie van het Sunnerkloaslopen is via het Sinterklaasfeest terug te voeren naar de Germaanse god Wodan. Volgens mevrouw Huizenga-Onnekes is onze Sinterklaas de christelijke Wodan. Ook Wodan reed op zijn paard Sleipnir tussen twaalf en één uur ’s nachts, het geestenuur, over de daken en gooide zijn gaven naar de mensen. Wodan had een lange grijze baard waar ook Sinterklaas later mee werd afgebeeld. De verbeelding van de oude verhalen gebeurde in verschillende landen op een eigen wijze. De slechterik naast het goede. In Zwitserland trekken woest uitziende figuren rond onder de naam Krampus en in Oostenrijk was het Klaubauf. Vaak voorgesteld als duivels. Volgens de Friese volkskundige Waling Dijkstra waren er aan het begin van de 19e eeuw gemaskerde schippersknechten op sinterklaasavond in Franeker die onder ‘hoorngetoet en ketelmuziek’ van zich lieten horen. Ze droegen daarbij ‘lelijke gewaden’. Allemaal varianten op de oude verhalen. Veel van deze tradities hebben het onderspit moeten delven. De traditie van Sinterklaas en Zwarte Piet (goed en kwaad) is een

9


k Alhoewel het Sunnerkloaslopen is veranderd in de loop der jaren wordt het in Zoutkamp nog steeds in ere gehouden. Waren het vroeger met name vrijgezelle mannen, nu kan iedere Zoutkamper deelnemen. Zo is ’s middags het Sunnerkloaslopen voor kinderen, waarbij de kinderen een omloop door het dorp maken en waar na afloop een jury de beste en mooiste uitdossing beloont. ‘s Avonds is de beurt aan de ouderen. De vorm is misschien aangepast aan de tijd maar de traditie van het Sunnerkloaslopen leeft voort.

mooi kinderfeest waarbij de figuur van Zwarte Piet steeds meer van gedaante en uitdossing verandert.

Visserijmuseum Zoutkamp Reitdiepskade 11 9974 PJ Zoutkamp (0595) 40 19 57 www.visserijmuseum.com

Openingstijden: juli-augustus maandag tot en met vrijdag en zondag10:00-17:00 uur, zaterdag 10:00-16:00 uur april-oktober maandag tot en met vrijdag 10:00-17:00 uur, zaterdag 10:00-16:00 uur en zondag 13:0017:00 uur

Echter op de Waddeneilanden bleef de oude traditie met de Kloazen bestaan. Deze traditie op de eilanden verschilt in zijn uitingsvorm, waarbij Ameland het meest exclusief is. Ook de namen verschillen, zoals: Sundekloas, Sunnekloas, Sunderums en Klaasome. Evenals op de Waddeneilanden kent Zoutkamp, als enige op de vaste wal, nog het Sunnerkloaslopen. Hoe het gebruik op Zoutkamp is beland weten we niet precies maar zal mede komen door de contacten die de inwoners met het eiland Schiermonnikoog hadden vanwege de visserij. Bovendien is Sinterklaas de beschermheilige van varenslui. Vóór de jaren zeventig van de vorige eeuw waren het met name vrijgezelle jongemannen, die zich verkleedden als Sunnerkloazen. Meestal bestond het uit een baaien hemd en een lange onderbroek of ander ondergoed. Ze droegen daarbij een ‘schebelskop’ of, zoals in het dorp werd en wordt gezegd, een ‘sebelles-kop’. Een masker van bordpapier wat een oude vrouw of man voorstelde. Met kettingen en scheepshoorns probeerden ze de jonge vrouwen bang te maken. Daarbij werden huizen en kroegen bezocht en werden ze als gasten onthaald. Ze kregen dan een sigaar of een borrel. Waren er ook nog jonge meiden in huis dan bleven de Sunnerkloazen extra lang zitten. De bedoeling was dat de gastheer of gastvrouw moest raden wie er achter het masker zat. Voor de Sunnerkloazen was het zaak zo lang mogelijk anoniem te blijven. Bovendien kon je je misschien in de anonimiteit meer permitteren dan in de openbaarheid!? Een verhaal van Louwienus Huizenga in ‘De Hogelandster’ geeft iets weer van de sfeer. Hij is in 1905 in Zoutkamp geboren en vertelt zijn verhaal. Onderstaand een gedeelte hieruit: “Ik ben geboren in 1905 en als het vroeger Sinterklaas was, ging je je vermommen en had je een ‘sebelles-kop’, een ‘swienesnoet’ voor je gezicht. Je sloeg hier en daar op de ramen en je zong: “Lang zal Katrien leven!” We hadden een rood baaien hemd van grootvader over het hoofd met gaten er in geknipt voor de ogen. Niemand wist wie er achter zat. Je was wel met 25 man. Dat ging dan bij de kroegen langs en overal kreeg je een borreltje of zo. We gebruikten een kar om de sinterklazen te vervoeren. Nou die stond wel bij de zeedijk. Zo’n kar voor visvervoer met disselboom in het midden. Vier jongens kwamen er voor, twee links en twee rechts.” Berend Zwart is voorzitter van het bestuur van Visserijmuseum Zoutkamp

10


k

TEKST: ROLF TER SLUIS/FOTO’S: UNIVERSITEITSMUSEUM GRONINGEN

Erfgoed in beweging

Traditie van de toekomst: de dagelijkse bezigheden De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) vormt met andere grote instellingen zoals het UMCG en de Hanzehogeschool een essentieel onderdeel van het Groningse DNA. Door de centrale plaats - die ze al jaren innemen in de samenleving – delen ze een historie die sterk met Groningen verweven is. In het dagelijkse (studenten-) leven in en rond Stad is de invloed van ziekenhuis, universiteit en hogeschool onmiddellijk herkenbaar. Maar is die geschiedenis ook daadwerkelijk te zien in het dagelijkse leven? Wat merkt de gemiddelde student, onderzoeker en medewerker, laat staan het algemeen publiek, van de ruim 400-jarige aanwezigheid van de universiteit in Groningen? Doet ‘geschiedenis’ echt mee als het om het harde, actuele leven gaat? Het antwoord hierop is: absoluut ja! Het oudste object in dagelijks gebruik: de pedelstaf (1614) Bij promoties (in 2015 ruim 500, dus een dagelijks gebeuren), loopt de pedel vooraan in de stoet. Hij begeleidt de hoogleraren naar hun plaats, de corona in de Aula, in afwachting van de promovendus, waarop de bijeenkomst aanvangt. De pedel draagt tijdens deze plechtigheid het oudste object van de universiteit, de pedelstaf. Deze staf is rond 1614 vervaardigd en bevindt zich als oudste object in de collectie van het Universiteitsmuseum, maar wordt gewoon gebruikt in de dagelijkse

Aanpassen aan de tijd Het bijzondere van de universiteit is dat het zich telkens opnieuw uit wil vinden of veranderen. ‘Werken aan de grenzen van het weten’ is een bekende slogan. Of het nu om bestuurders en medewerkers gaat, of de zoektocht van onderzoekers naar nieuwe inzichten en kennis. De eerstejaarsstudenten zoeken ook iets nieuws, ze staan op het punt om hun carrière op te starten, soms erg doelgericht en soms totaal blanco. Tegelijkertijd leunt de RUG sterk op tradities die, zoals gezegd, al meer dan 400 jaar teruggaan in de tijd. Tradities zijn eigenlijk bijzondere fenomenen. Ze blijven bestaan, niet alleen omdat het pure herhalingen betreft van iets dat in het verleden tot stand kwam, maar juist omdat ze zich enigszins aanpassen aan de voortschrijdende tijd. In die aanpassing van tradities, schuilt de enorme kracht van het gebruikmaken van de geschiedenis en in dit geval erfgoed van de universiteit. Hoe toont het Universiteitsmuseum dit erfgoed, zodat het deel uitmaakt van de dagelijkse bezigheden? Hieronder ziet u een paar voorbeelden van het gebruik van objecten, verzamelingen en toepassingen in het onderwijs en onderzoek.

plechtigheden. De pedel geeft daarnaast duidelijk het einde van de plechtigheid aan met de zin: ‘Hora Finita!’, liefst met licht Groningse tongval. De opening van het academisch jaar in de Martinikerk wordt ook begeleid door pedellen die de vierhonderd jaar oude staf met zich meedragen. De stoet hoogleraren die in toga gehuld ieder jaar in september langs de Grote Markt van academiegebouw naar de kerk lopen, het cortège, vormt een zeer bijzonder gezicht. Wees dus niet bang het erfgoed uit de vitrine te halen.

Omringd door hooggeleerden (de verzameling hoogleraarportretten) Reeds in de 17e eeuw was het gebruikelijk dat na een dienstbaar verband tussen hoogleraar en universiteit, de emeritus (gepensioneerde) hoogleraar zijn portret kon aanbieden aan de instelling. Deze traditie heeft bloeiperiodes gekend en dieptepunten waarbij jarenlang geen enkel portret werd aangeboden. Eind 20e eeuw is deze traditie weer opgepakt. Tegenwoordig worden elk jaar door hoogleraren, die met emeritaat gaan, portretten geschonken aan de RUG. De portretten maken een langzame verandering door, gebaseerd op een goede weergave van de geportretteerde. Ooit begeleid door strenge regels, is er de afgelopen jaren een wat lossere benadering van het hoogleraarportret ontstaan, dat recht doet aan de huidige tijd. Materiaalgebruik speelt een andere rol (het hoeft allemaal niet meer op traditionele wijze op geprepareerd doek of paneel in olieverf). Er kan ook gebruik gemaakt worden van het vakgebied van de hoogleraar in kwestie. Vaak wordt de achtergrond van het portret gewijd aan zaken die daarop betrekking

11


k hebben. Die vrijheid is de afgelopen jaren een nieuwe aanvulling op het oude gebruik geworden en houdt het daarmee levendig en interessant. Een portretcommissie bestaande uit vertegenwoordigers van RUG, Academie Minerva en het Groninger Museum waarborgt de kwaliteit van deze oude, maar nog steeds springlevende traditie. De verzameling portretten, die een fantastische kijk biedt op de Noord-Nederlandse portretkunst, omvat bijna 400 werken en is over het hele academiegebouw –en dat is zeker geen museum- verspreid opgehangen. Erfgoed kan een onderdeel zijn van de dagelijkse inrichting van ruimtes.

Traditie on the move. Het Studentenlab: studenten maken exposities (2015-) In januari 2015 werd in het Universiteitsmuseum een expositie geopend die grotendeels was gemaakt door studenten in combinatie met een keuzevak Archeologie. En dan ging het hier niet alleen om het plaatsen van objecten in vitrines, maar het daadwerkelijk bepalen van het concept, kiezen van objecten, vervaardigen van teksten en de daarbij horende zaken als PR, rondleidingen, et cetera. Het succes van deze expositie smaakte naar meer. Het betrof een goede expositie, die voor het publiek inzichtelijk maakte wat voor zaken archeologen bewaren en waarom objecten belangrijk zijn voor hun vak.

12


k Maar op de achtergrond was het volgende heel belangrijk voor de museummedewerkers, docenten en niet in de laatste plaats de studenten zelf: het erfgoed, de academische collecties, speelde hier in alle opzichten een centrale, educatieve rol. Het primaire proces binnen een universiteit is onderwijs en onderzoek. Dat ís de dagelijkse gang van zaken in een universiteit en daar hoort het erfgoed een rol in te spelen. Veel collecties zijn ooit wel opgezet als begeleiding bij onderwijs maar door onderwijsvernieuwing, -verandering en -verschraling obsoleet (niet meer nodig, verouderd – red.) verklaard. Ze kwamen in het depot van het Universiteitsmuseum terecht. De oorspronkelijke onderwijsfunctie leek uit het zicht te verdwijnen. Maar dat gaat weer veranderen. Het voornoemde archeologieproject krijgt vanaf voorjaar 2017 een structureel vervolg. Het Universiteitsmuseum heeft een ruimte gereserveerd voor de vakgroep kunstgeschiedenis waarbij, onder leiding van hoogleraar dr. Ann-Sophie Lehmann, docenten en studenten met hulp van museumedewerkers zorg gaan dragen voor een jaarlijkse expositie. Daarbij hoort nog veel meer: historisch- en materiaalonderzoek verrichten naar de objecten uit de collecties, het invoeren van die kennis in de museale database, het beschrijven van de objecten in teksten, een keuze bepalen van tentoonstellingsopzet, de objectkeuze, de inrichting, de grafische vormgeving, de publieksteksten en de PR. Dit alles in het kader van het programma van het bachelor- en masteronderwijs bij kunstgeschiedenis. De academische collectie, het erfgoed, wordt dus een dagelijkse bezigheid voor studenten die werken aan hun toekomst.

Universiteitsmuseum Groningen Oude Kijk in ’t Jatstraat 7a 9712 EA Groningen

Een museumcollectie is een middel dat voor verschillende doeleinden en door meerdere personen gebruikt mag worden. En in het licht van die dagelijkse bezigheden zien de museummedewerkers graag dat erfgoed (volop) in beweging komen. Dat het maar een mooie traditie in gang gaat zetten.

(050) 363 50 83 www.rug.nl/museum

Rolf ter Sluis is conservator Universiteitsmuseum/Historische Collecties UMCG

Openingstijden: dinsdag tot en met zondag 13:00 – 17:00 uur

13


k

TEKST: ALBERT RODENBOOG/FOTO’S: SGO

Ook op een orgel kun je een wedstrijd houden ! Kleuren Orgelspelen is ook spelen met kleuren. Je bent een schilder die het muziekstuk inkleurt, maar dat moet je

Ieder jaar organiseert de Stichting Groningen Orgelland (SGO) een wedstrijd in oktober voor de beste amateurorganist. De kandidaten, die uit het hele land komen, worden uiteraard beoordeeld door een deskundige jury. De SGO trekt voor de organisatie van deze wedstrijd iemand aan, die de wereld van concoursen in Nederland kent en die nu al weer bezig is met het voorbereiden voor het volgend jaar, als het dertigjarig jubileum wordt gevierd.

leren. Niet alles klinkt op de stugge Groninger orgels: die ontwaken pas als je ze een beetje kent. Al dertig jaar lang organiseert de SGO eens per jaar op een Gronings orgel een wedstijd. Ook dit jaar waren er weer meer deelnemers dan geplaatst konden worden. Maximaal 22 organisten kunnen meedoen. In 2016 gingen de deelnemers aan de slag op het pas gerestaureerde orgel in Farmsum. Ruim honderd bezoekers waren van de partij en ook op de sociale media was grote

Deze ‘deskundige vrijwilliger’ heeft contacten in de orgelwereld, -bladen, opleidingscentra et cetera. Twee maanden vóór de start van het concours wordt met deelnemers overlegd wat wel en wat niet kan worden gespeeld. Het rooster wordt gemaakt, programma’s gedrukt, prijzen aangeschaft. De organist uit de plaats waar de wedstrijd wordt gehouden, zorgt ervoor dat het orgel op het moment suprême goed bij stem is. In de afgelopen dertig jaar hebben twee vrijwilligers dit concours georganiseerd. Een volgende vrijwilliger is vast niet moeilijk te vinden. Het moet natuurlijk wel een deskundig iemand zijn met passie en vrije tijd!

Internationale belangstelling In 2016 zijn er orgelgroepen uit Amerika, Duitsland, Japan, Hongarije en andere landen geweest die als groep of als individu de ruim 150 historische orgels in de provincie Groningen, daterend van 1531 tot 1900, hebben bespeeld of beluisterd. Zij melden zich vrijwel altijd via het internet aan en plaatselijke vrijwilligers zorgen voor de ontvangst. De betrokkenheid van

belangstelling. De 13 jarige Hermien Ouwejan (onderste rij, derde van rechts) uit Drachten bracht heel mooi verzorgd orgelspel ten gehore. Hermien wil graag beroepsorganist worden. Na de finale krijgen alle deelnemers van de jury een rapport met adviezen zodat ze het volgend jaar nog beter kunnen doen.

14


k actieve en gepassioneerde lokale vrijwillige organisten is belangrijk en dat wil de stichting graag in standhouden. Daarom ook de concoursen op de Groninger orgels. Veel jonge organisten zijn daar gestart en zijn via het conservatorium doorgegroeid tot topmusici in de hele wereld. Bekende namen zijn Hayo Boerema (organist Laurenskerk Rotterdam, geboren Groninger) Tymen Jan Bronda, Sietze de Vries, internationaal bekend improvisator. En de twintigers Harm Woltjer (Schildwolde) en Erwin Hoekstra (Winsum, nu orgel studerend in Amerika!) zijn aanstormend talent en ook winnaar van het SGO orgelconcours.

Koningin Naast beroepsorganisten, die we in ons land bijna niet meer hebben, zijn er erg goede amateurs die onze historische orgels in Groningen heel goed en verantwoord kunnen bespelen. Dat kost veel oefenen en ook heel goed luisteren naar deze oude dames. We noemen immers het orgel de koningin van de muziekinstrumenten. Er zitten namelijk fluiten, trompetten en andere muziekinstrumenten in het orgel verscholen. De provincie Groningen is de orgeltuin van de wereld. Nergens staan zoveel mooie historische instrumenten bij elkaar dan daar. De SGO wil ook toekomstige generaties liefhebber maken van het orgel. En dan kan alleen maar door jonge mensen te stimuleren het vak te leren. Orgels zijn namelijk niet gemaakt om naar te kijken maar om op te spelen en naar te luisteren. Als je piano kunt spelen of keyboard kun je nog geen orgel spelen.

In 2017 wordt het dertigjarig jubileum gevierd. Er wordt nog overlegd over de invulling van dit jubileumjaar. Meestal wordt ter gelegenheid van

Ook meedoen? Zelf ĂŠĂŠn van de mooie orgels bespelen of als school een kennismakingsprogramma met de Groninger orgels doen? Dat kan! Er is een speciaal programma voor scholen: www. groningenorgelland.nl.

een jubileum gekozen voor een toporgel. De orgels van Martinikerk of

Albert Rodenboog is bestuurslid van de Stichting Groningen Orgelland Leens.

Der Aa-kerk in Groningen behoren

objectief gezien tot de mooiste ter wereld !

15


k

TEKST: HENNY VAN HARTEN/FOTO’S: FRAEYLEMABORG

Kerst in de Fraeylemaborg

De Fraeylemaborg heeft nu een museale functie, maar werd eeuwenlang bewoond. Kerstmis werd in de borg op traditionele wijze gevierd. De laatste borgvrouwe, Louise Thomassen à Thuessink van der Hoop van Slochteren (1915-2008) vertelde mij hoe dat in haar jeugd ging. “De kerstboom, die gingen mijn ouders eerst uitzoeken in het bos, tijdens de wandeling. Kerstfeest vierden we natuurlijk in de Kleine Zaal. De boom stond in het midden voor de spiegel, dus dat weerkaatste heel mooi. We bewaarden vreselijk veel versieringen, daar werd een keuze uit gemaakt. Een herinnering van een reis bijvoorbeeld. En dingen die je zelf gemaakt had. Ik herinner me niet dat er nou zoveel gekocht werd. Er moesten wel echte kaarsjes in, dat was ook heel leuk. En er moest ook altijd een emmer klaar staan en een stok, om de hoge kaarsjes in de boom aan te steken en aan de andere kant een spons die je gauw in een emmer kon doen om eventuele brand te doven.” “Wij mochten de boom eerst niet zien, het was voor ons een verrassing hoe ie versierd was. Dat deden de kamenierster denk ik en de meisjes. Dus op kerstavond, heiligavond, gingen we daar pas heen en vierden we Kerstmis. Geen cadeautjes zoals tegenwoordig, maar we kregen de gebruikelijke sinaasappels en een lekker dingetje en een christelijk boek natuurlijk, daar waren we heel blij mee. Vader las het evangelie voor en we zongen en mijn zus speelde dan piano. Daarna wandelden we achter mekaar om de kerstboom heen om die te bekijken en dat was natuurlijk prachtig. Intussen werd er thee geschonken en daarna las moeder of vader een kerstverhaal voor. Personeel was er natuurlijk ook bij en vaak hadden we gasten.” “Als we op Eerste Kerstdag naar het kerstfeest van de zondagschool gingen, dan hadden die ook een boom gekregen uit het bos. Op Tweede Kerstdag werd er een stukje afgezaagd en dan

16


k Landgoed Fraeylemaborg Hoofdweg 30 9621 AL Slochteren (0598) 42 15 68 www.fraeylemaborg.nl

Openingstijden dinsdag tot en met vrijdag 10:00 – 17:00 uur, zaterdag en

ging die naar de Evangelisatie in Froombosch en de derde dag ging die naar de Evangelisatie in Stootshorn. Dus die boom werd goed gebruikt. Maar als wij dan naar het kerstfeest in Slochteren wandelden, dan zagen we niet zo vreselijk veel kerstbomen voor de ramen. Niet iedereen had een kerstboom. Op Tweede Kerstdag gingen we naar het kerstfeest in Froombosch en de derde naar Stootshorn. Dat was een klein gebouw en het was iets bijzonders voor de mensen daar. Ook elders in het huis was groen aangebracht en kaarsen. En er was een hele mooie krans in de Vestibule, zo’n dikke hele grote krans, en die hing dan boven de middendeur. Er was een bovenraam en dan moest de krans net goed hangen dat je de kaarsen kon zien. Die brandden dan als we van het kerstfeest weer terug kwamen. Ja, ja, we liepen van en naar de kerk!”

Museum Ook nu de Fraeylemaborg een museum is, wordt er nog altijd veel aandacht besteed aan een fraaie decoratie in de kersttijd. Onder de noemer ‘Kerstpracht op Fraeylema’ is een enthousiast team elk jaar bezig met een creatieve en sfeervolle kerstaankleding in de vertrekken van de borg. Ook het voorterrein wordt versierd met verlichte kerstbomen. Dit alles begint bij de Oud-Hollandsche kerstmarkt op 10 en 11 december en duurt tot en met Tweede Kerstdag.

zondag 13:00 – 17:00 uur Henny van Harten is conservator van de Fraeylemaborg

17


k

RECEPTUUR: ALMA HUISKEN (SCHRIJVER, BIO-TUINDER, IMKER)

Alma geeft vanaf februari 2017 cursussen in biologisch en biodynamisch moestuinieren. Mail ‘moestuin 2017’ aan alma@degroeneluwte.nl en ontvang haar vrijblijvende info!

Borgtuinen en traditionele winterkost

Erfgoedpartners heeft, samen met de borgen, het project ‘Groninger Borgen en Tuinen’ ontwikkeld. Doel is om de historische borgtuinen in combinatie met borgen, omgeving en landschap onder de aandacht te brengen van een breed publiek en daarmee de verbinding tussen omgeving, inwoners en borgen te versterken.

Zie ook www.degroeneluwte.nl.

Ingredienten • 1-1,5 kg kleine, liefst even grote stoofpeertjes • 1 fles krachtige, rode wijn • 2 handenvol rozijnen • 1 kaneelstokje • 2 kruidnageltjes • 6 geplette jeneverbessen • dunne schil (zeste) van een halve bio citroen • dunne schil (zeste) van een halve bio sinaasappel • snufje zout • water of (lekkerder:) ongezoet rode bessensap of cranberrysap • agavesiroop of appeldiksap, of honing, naar smaak

Om de verhalen en bijzondere herinneringen die omwonenden hebben aan de borgtuin te kunnen verzamelen zijn in november/december vier tuincafés gehouden, namelijk bij de Menkemaborg, de Fraeylemaborg, Piloersemaborg en Borg Verhildersum. Er wordt samengewerkt met de Verhalen van Groningen. (www.deverhalenvangroningen.nl) Op een gezamenlijke borgenwebsite met veel aandacht voor de borgtuinen zullen deze verhalen ook te vinden zijn. Deze website wordt gekoppeld aan het Digitaal Museum/de Collectie Groningen, die binnenkort wordt gepubliceerd. Bij het tuincafé van de Menkemaborg en van de Piloersemaborg verzorgde Alma Huisken een lezing over ons culinair erfgoed en het gebruik van moes- en nutstuinen door de eeuwen heen. Alma heeft samen met fotografe Doortje Stellwagen de biodynamische moestuin en ecologische landschapstuin De Groene Luwte van 1 hectare in Molenrij. De recepten in dit artikel zijn van haar.

‘Dronken’ stoofpeertjes Schil de peertjes, laat de steeltjes zitten en doe ze in een brede pan met dikke bodem, waarin de peertjes, rechtopstaand, precies tegen elkaar passen. Giet de wijn in de pan. De peertjes moeten nu circa driekwart onder staan. Zo niet, giet er dan wat water of bessensap bij. Voeg alle overige ingrediënten toe - uitgezonderd het zoetmiddel - en breng de peertjes onafgesloten aan de kook. Laat de wijn 1 minuut bruisen, sluit de pan en draai dan het vuur op het laagste pitje, gebruik liefst ook een verdeelplaatje. De peren moeten bubbelen, beslist niet hard koken. Geef ze tenminste 2 uur, maar 4-6 uur is véél lekkerder! Kijk na 2 uur wel of er nog wat vocht bij moet (bij een goed sluitend deksel hoeft dat niet) en proef ook van het sap of je er

18


k zoetmiddel bij wilt doen (de rozijnen werken ook, dus gebruik niet teveel, houdt de zaak fris en kruidig.) Serveer warm of op kamertemperatuur, zodat de smaken goed uitkomen. Erg lekker bij stevige kost, of als toet, met bijvoorbeeld een bol vanilleroomijs.

Ingredienten

Langzaam gestoofde zuurkool

voor 4 personen:

Hak de kool in stukken en schaaf of snipper ze heel fijn, in vrij lange sliertjes, als uw mes, schaafblok (die je speciaal voor kool hebt) of keukenmachine dat aan kan. Verhit de boter in een stevige braadpan met dikke bodem. Leg er een vijfde deel van de kool in, strooi er iets bloem, peper, zout en karwij over en een druppeltje appeldiksap en azijn. Herhaal dit proces tot de kool op is (eindig met kool). Verhit de bouillon, giet die erover, breng het geheel aan de kook en gaar de kool vervolgens 1,5 uur, op een heel zacht vuurtje. Proef en sprenkel er eventueel nog wat diksap en of azijn over, voor een versterking van het gewenste, licht zuurzoete effect. Geef er aardappelpuree en gebakken (Noorse) zalm bij, of - met karwijzaad en paprika gekruide gebraden balletjes kalfsgehakt.

• 500 g witte kool (schoon gewicht) • 20 g boter • circa 4 el gesmolten boter • 2 el bloem • versgemalen grove witte of zwarte peper • 1 tl zout • 2 tl karwijzaad • 0,5 l groentebouillon • 3-4 tl appeldiksap • 1-1,5 el witte wijnazijn of Demeterof eko-appelazijn

Ingredienten • 125g boter • 5 el honing naar eigen voorkeur (liefst vloeibaar of crème-achtig) • 1 el citroensap • 250 g volkoren (spelt)meel of 125 g meel + 125 bloem • ¼ tl zout • 5 el rozijnen

Valappeltaart met honing, hazelnoten en rozijnen Doe boter, honing, citroensap, meel en zout in een grote mengkom en meng/kneed dit tot een glad deeg. Gebruik maximaal 1 el koud water voor meer cohesie. Boetseer er een bol van en leg die in een schaal met een bord erop in de koelkast, ten minste 30 minuten. Intussen: week de rozijnen in de hete thee. Verwarm de oven voor op 175 °C. Maal de hazelnoten tot grof gruis. Maak de appels schoon: verwijder klokhuizen en ook de schillen (desgewenst); snijd de appels in schijfjes en leg ze in een grote kom. Besprenkel ze met wat druppels citroensap, bestrooi ze met een vleug kaneel en wentel ze voorzichtig om. Laat de rozijnen zéér goed uitlekken en meng ze met de appelschijfjes.

• 1 kop hete, sterke groene of zwarte thee • 75 g hazelnoten, al dan niet met vlies • 750 g valappels, vuil gewicht (zie boven) • circa 3 tl gemalen kaneel • extra meel of bloem • extra boter om in te vetten • 4 el echt vloeibare honing • 1 eidooier, losgeklopt • Ook nodig: boterkoekvorm (27 cm), een vel bakpapier (27 cm), maalmachientje of schone koffiemolen

Vet de boterkoekvorm in, knip een cirkel bakpapier die precies de bodem bedekt, druk die in de vorm en vet het papier en de randen van de vorm ook in. Haal 1/3 van het deeg af en leg dat even terzijde. Boetseer het resterend deeg handmatig in de vorm, tegen de randen opwerkend, zorg voor een gelijkmatige laag. Snijd overtollig deeg van de randen. Beprik het deeg voorzichtig met een vork en bestrooi het met wat kaneel en 1/3 van het hazelnootmaaisel. Vul de vorm nu met de appelschijfjes en rozijnen, bestrooi met een vleug kaneel en strijk de bovenzijde glad. Sliert daar wat vloeibare honing over. Rol het achtergehouden deeg uit op een bebloemd stuk aanrecht en snijd het in dunne, platte repen. Maak een vlechtwerkje over de appelvulling heen. Bestrijk het vlechtwerk met het losgeklopte eigeel en schuif de vorm op een rek dat in het midden van de oven staat. Bak de taart in circa 55 minuten gaar en goudbruin. Laat hem buiten de oven 15 minuten afkoelen op een rekje. Serveren: terwijl de taart nog net warm is, uiteraard bij een kop geurige thee, gezet van blaadjes. Succes en veel plezier ermee! Alma Huisken

19


k

Henk Scholte vertelt

De laatste wedstrijd van Jan Mosterd

Henk Scholte is consulent van het Huis van de Groninger Cultuur. Hij doet zijn verhaal in het Gronings (of nauwkeuriger gezegd het Veenkoloniaals) in het Noordelijk Scheepvaartmuseum in Groningen. En voor wie het Gronings niet machtig is – toch even luisteren naar deze Groninger verteller - een korte samenvatting van het verhaal:

De laatste wedstrijd van Jan Mosterd In de Sleemenderstraat bij de Drapoort in Groningen woonde een vrouw met haar zoon Jan, die de kost voor haar verdiende. Werken kon hij als de beste, maar schaatsenrijden nog beter. Op een winterdag kwam Jan om twaalf uur thuis eten. Er was geen mosterd in huis, en zijn moeder zei: “Jan, haal nog even voor een cent mosterd.” “Goed moeder,” zei Jan. Hij nam het kommetje voor de mosterd, pakte zijn schaatsen, bond ze onder bij de Slingerij aan het Hoendiep en reed naar De Leek om mosterd. Dat deed niemand hem na, en daarom heette hij in de hele buurt ook nooit anders dan Jan Mosterd. Toen hij terugkwam, zette moeder juist de dampende aardappels op tafel. Laat op een avond had Jan zin om nog wat te schaatsen. “Er is geen mens meer op het ijs,” zei zijn moeder. “Dat kan mij niks schelen,” zei Jan. “De maan schijnt helder. Ik wil nog even de stad rondrijden.” Op de Drapoortengracht bond hij de ijzers onder. Al gauw was hij op de Herepoortengracht, hij streek de Steenpoortengracht op... en toen zag hij dat er almaar iemand naast hem reed. Een zwarte gedaante. Jan gooide er een schepje bovenop. Hij kon geen ander naast zich velen. Maar hoe harder hij reed, hoe harder ook die zwarte vent naast hem over het ijs scheerde. Jan vloog over het ijs, steeds sneller: Ebbingepoortengracht, Boteringepoortengracht, en maar door, rond de oude wallen van de stad. Hij wilde het niet opgeven en toch kon hij geen stap vóór komen. Hoeveel keren Jan op die manier de stad rond is gereden, heeft nooit iemand geweten. Maar de volgende morgen vonden ze hem bij de Kruisstraat dood op het ijs, van onderen tot boven bedekt met ijzel. Zo had hij gezweet. In de stad doet een praatje al gauw de ronde, en zo ging het ook nu. Alleen werd er gezegd: het was z’n eigen schaduw die hem op de hielen zat. En wie kan er nou winnen van zijn eigen schaduw!

20


k

Agenda

Sfeervol Winterconcert 16 december / kloosterkerk Thesinge Vrijdagavond 16 december geeft de Groningse a-capella groep Amane een winterconcert in de kloosterkerk van Thesinge. Amane is een groep die bestaat uit 11 jonge vrouwen en die zingt onder leiding van de dirigente Merel Heerink. Het repertoire is divers: van popmuziek tot jazz-achtige stukken en soms wat klassieke muziek. Zo vlak voor de kerst staan er natuurlijk veel kerstnummers op het repertoire, het koor wil daarnaast echter ook andere sfeervolle muziek ten gehore brengen. Aanvang 20:00 uur. Toegangsprijs (inclusief koffie, thee of glühwein) is € 7,00 euro.

Kerst op Nienoord zondag 18 december / Museum Nienoord Leek Landgoed Nienoord is op 18 december van 11:00 – 17:00 uur omgetoverd tot een gezellige, sfeervolle winterfair. Kerst op Nienoord bestaat uit verschillende activiteiten, zowel binnen als buiten. Bij verschillende kraampjes zijn leuke kerstcadeautjes en lekkere hapjes en drankjes te koop. De kerstfair is gratis toegankelijk, ook parkeren op het landgoed is gratis.

Nieuwe Binding tot 15 januari 2017 / GR-ID Groningen In de tentoonstelling Nieuwe Binding is werk te zien van noordelijke boekkunstenaars. De tentoonstelling laat een breder publiek kennismaken met een dwarsdoorsnede van wat er gemaakt wordt in het noorden op het gebied van de boekkunst.

21


k Rodin - Genius at Work’ tot en met 30 april 2017 / Groninger Museum. De grootste Rodin tentoonstelling ooit in Nederland getoond. Auguste Rodin (1840-1917) is één van de invloedrijkste en populairste beeldhouwers van de moderne tijd. In het Groninger Museum zijn ruim 140 beelden en 20 werken op papier te zien.

Boer XXI: Groninger boeren anno nu tot 2 april 2014 / Museum Wierdenland Ezinge Een fascinerend inkijkje in tien uiteenlopende Groningse boerenbedrijven, van een kaasmakerij tot een wijnboerderij, van melkveehouderij tot akkerbouwbedrijf. In deze tentoonstelling komen de ontwikkelingen van de laatste 100 jaar in de landbouwsector alsmede de veranderde status van de boeren aan bod in een reeks persoonlijke portretten gemaakt door filmmaker Fatos Vladi en illustrator Meinte Strikwerda. Rondom de expositie zullen diverse activiteiten georganiseerd worden.

Whisky Festival Noord-Nederland 24 tot en met 26 maart 2017 / De Der Aa-Kerk Groningen De Der Aa-kerk in de binnenstad van Groningen is van 24 tot en met 26 maart dé plek voor liefhebbers van whisky. Hier vindt dan de 12e editie van het Whisky Festival plaats. Het festival trekt vele duizenden bezoekers naar de monumentale kerk.

22


k Colofon Tradities Jaargang 3, nummer 4, december 2016 ISSN: 24-05-8270 Redactie: Thea Pol, Roely Klok Wilt u reageren of heeft u kopij: info@erfgoedpartners.nl Aan dit nummer werkten mee: Willem Fokkens, Henny van Harten, Cynthia Heinen, Alma Huisken, Albert Rodenboog, Henk Scholte, Rolf ter Sluis, Berend Zwart Foto’s omslag: Elmer Spaargaren Vormgevingsconcept en lay-out: www.gerarddevries.nl Erfgoed inzicht is het digitale tijdschrift van Erfgoedpartners, en verschijnt in de maanden maart, juni, september en december.

Erfgoedpartners Lopende Diep 8 9712 NW Groningen (050) 313 00 52

www.erfgoedpartners.nl


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.