Erfgoed
inzicht
boer derij Nummer 1|2017
In dit nummer: Pagina 2 >> Woord vooraf
Pagina 3 >> Boerderijenstichting viert feest! Pagina 5 >> Innovatieve spirit in het Noorden Pagina 8 >> Landgoed Verhildersum Pagina 9 >> Landbouw- Streekmuseum ‘t Rieuw Pagina 11 >> CazemierBoerderij Tolbert Pagina 12 >> Boerderijmuseum Duurswold Pagina 14 >> Boerderijen, schepen en orgels Pagina 18 >> Agenda Een uitgave van
k
‹ TERUG NAAR INHOUD
Woord vooraf
REDACTIE ERFGOEDPARTNERS
Wie door het Groninger land rijdt, ziet op veel plekken prachtige boerderijen. Vaak hebben ze een monumentaal karakter. Om voor het behoud van dit kapitale erfgoed op te komen, werd in 1991 de Boerderijenstichting Groningen opgericht. De Stichting bestaat 25 jaar en viert dit jaar feest. Meer hierover leest u in de eerste bijdrage in deze speciale editie van Erfgoed inzicht over boerderijen.
Groninger boeren zijn altijd gericht geweest op technische innovaties en vergroting van kennis zoals de introductie van de Arendploeg, nieuwe teeltmethodes of de toepassing van kunstmest. In Openluchtmuseum Het Hoogeland in Warffum buigt men zich over de vraag hoe de landbouwcollectie aan huidige generaties gepresenteerd kan worden. Verder stellen in deze Erfgoed inzicht enkele musea met landbouwcollecties zich voor. Daarbij gaat het om themamusea als Boerderijmuseum Duurswold in Slochteren, museum ’t Rieuw in Nuis en de CazemierBoerderij in Tolbert maar ook om de landbouwcollectie van Landgoed Verhildersum in Leens. De bijdrage vanuit de Groninger orgelwereld sluit eveneens aan bij het boerderijenthema. In het artikel kunt u lezen wat de boerderij aan de Raadhuiskade in Wildervank te maken heeft met een orgel aldaar. Het verhaal van een landarbeiderszoon die schipper werd, in de houthandel ging, een boerderij liet bouwen en de kerk een magnifiek orgel schonk. Verder wijzen wij u graag op de film die Fatos Vladi maakte van een jonge boer in de ‘graanrepubliek’. Een indrukwekkend verhaal van een boer die opmerkt dat in zijn straat met tien boerderijen, alleen die van hem nog in bedrijf is. De overige zijn of in verval geraakt of worden door niet-boeren bewoond. Het laat precies de reden zien waarom het project ‘Boerderij in Beeld’, een samenwerking tussen de Boerderijenstichting Groningen en Erfgoedpartners, is opgezet.
2
k
‹ TERUG NAAR INHOUD
TEKST: WIJBRAND HAVIK / FOTO’S: ERWIN MUNTINGA
Boerderijenstichting Groningen viert feest!
De Boerderijenstichting Groningen [BSG] bestaat vijfentwintig jaar! De stichting is in 1991 opgericht als vervolg op de eerder in het leven geroepen boerderijcommissie van het toenmalige Landbouwschap. Dit Landbouwschap had zich in de jaren zestig met juridische ondersteuning ingezet om voor een groot aantal boerderijen in Groningen, plaatsing op de rijksmonumentenlijst te voorkomen. De status van rijksmonument werd door deze organisatie en door veel boeren lang gezien als een belemmering voor de ontwikkeling van het boerenbedrijf. Niettemin leidden de rechterlijke processen toch nog tot een behoorlijk aantal rijks-monumentale boerderijen. Jaren later konden Libau en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) het Landbouwschap op basis van feiten ervan overtuigen dat er ook financiële voordelen aan de status van rijksmonument verbonden waren. Zo kwam het in de jaren tachtig van de vorige eeuw tot de oprichting van een monumentencommissie voor boerderijen binnen het Landbouwschap. Deze commissie adviseerde boeren inzake onderhoud en veranderingen aan hun monumentale boerderijen.
Herstel boerderijen en erven Wat is er passender dan dit
Omdat een aparte onafhankelijke stichting ook meer mogelijkheden bood om externe gelden of subsidies te verwerven, is de betreffende commissie in 1991 opgevolgd door de eveneens
‘boerderijennummer’ te beginnen met een bijdrage van Wijbrand Havik, die vijfentwintig jaar geleden medeoprichter was en bestuurslid van de Boerderijenstichting Groningen.
3
k
‹ TERUG NAAR INHOUD
onafhankelijke Boerderijenstichting Groningen. De leden van de commissie, onder voorzitterschap van de alom bekende boer Ru Clevering uit Eenrum, vormden het eerste bestuur van de nieuwe stichting. In samenwerking met organisaties als de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, Landschapsbeheer Groningen, Libau en anderen heeft de BSG in de loop der tijden miljoenen guldens/euro’s aan subsidies kunnen verwerven voor het herstel van boerderijen en erven in Groningen. Voorbeelden hiervan zijn het bouwkundig herstel van monumentale boerderijen in het kader van het Herinrichtingsproject Oost-Groningen en de restauratie van de zogenaamde Slingertuinen, met in eerste instantie tientallen tuinen in het Blauwe Stad gebied, uitgevoerd door Landschapsbeheer Groningen. In samenwerking met deze stichting, LTO Noord en Libau zijn de afgelopen jaren ook tal van boerderijen en tuinen in de waddengemeenten in het kader van het Waddenfonds gerestaureerd.
Vraagbaak
De dilemma’s van een jonge boer Op OOG-TV, de stadszender van Groningen, is momenteel een serie van tien portretten te zien, gemaakt door filmmaker Fatos Vladi van Groninger boeren. Deze portretten zijn op de zondagavonden te zien en duren ongeveer een kwartier. Op 26 maart was de beurt aan de jonge boer Doeko van ’t Westeinde uit Bad Nieuweschans, gelegen midden in
Om een draagvlak te verwerven kan men ook donateur worden van de BSG. Het ledenbestand schommelt rond de 150 personen, die nagenoeg allemaal een boerderij bewonen en voor een belangrijk deel ook een boerenbedrijf uitoefenen. Behalve bovengenoemde projectsubsidies, bestaan de inkomsten van de BSG uitsluitend uit contributies van de leden. Daarvoor biedt de BSG jaarlijks tenminste één boerderij-excursie en een contactavond met de donateurs, aangevuld met een lezing over een voor de donateurs relevant onderwerp. Uiteraard is de BSG ook een vraagbaak voor tal van boerderij-gerelateerde onderwerpen zoals historische kenmerken, bouwtechnische kwesties en financiële mogelijkheden en faciliteiten. In dit verband treedt de BSG ook regelmatig naar buiten met informatieve lezingen voor een geïnteresseerd publiek, bijvoorbeeld dorpsverenigingen en historische kringen.
Jubileum De BSG maakt deel uit van Agrarisch Erfgoed Nederland die de zorg voor de boerderijen op landelijk niveau behartigt. Het bestuur van de stichting bestaat uit zes personen waarvan de helft praktiserend boer is, onder het huidig voorzitterschap van Boelo ten Have uit Drieborg.
de graanrepubliek. Doeko staat in een lange traditie. De boerderij is al vanaf 1700 van moeders kant in bezit van de familie. Na de vroege dood van zijn vader, moest de zoon beslissen of hij
De BSG viert haar jubileumfeest dit jaar met een reeks van activiteiten, die in samenwerking met andere organisaties worden georganiseerd. Onder de noemer ‘Boerderij in Beeld’ wordt een breed publiek betrokken bij het agrarische erfgoed van Groningen, en actuele ontwikkelingen daaromtrent. Een overzicht:
het bedrijf wilde voortzetten. Centraal stond de vraag: ‘Past dit bij mij?’ In dit persoonlijk portret wordt uitgebreid ingegaan op deze vraag, maar is er ook aandacht voor de veranderde verhoudingen tussen boeren en arbeiders en hoe je in deze tijd boer kunt zijn met zorg en aandacht voor de natuur.
• Open Boerderijenroutes. Vanaf april zetten boerderij-eigenaren hun deuren wijd open voor publiek. Iedere maand in een andere regio. Een en ander in samenwerking met de Verhalen van Groningen. • Verschillende publieksactiviteiten in samenwerking met musea met een agrarische collectie, zoals het Openluchtmuseum Het Hoogeland in Warffum. • Activiteiten in de stad Groningen in het kader van Open Monumentendag die dit jaar als thema heeft ‘Boeren, Burgers en Buitenlui’. Samen met gemeente Groningen, Platform Gras, Collectiv Kreativ [RUG]. • Tocht om de Noord, met extra aandacht voor boerderijen, uiteraard met partner Tocht om de Noord. Het jubileum wordt in november afgesloten met een feestelijk symposium, waarin de Groninger boerderij centraal staat.
4
k
‹ TERUG NAAR INHOUD
TEKST: MIRIAM OOTJERS / FOTO’S: JELTE OOSTERHUIS
“De innovatieve spirit in het noorden is nooit verdwenen” Innovaties zijn onontbeerlijk voor de ontwikkeling. Het helpt een streek en haar bevolking vooruit, het maakt mens en machine sterker en het veraangenaamt het leven. En noorderlingen zijn op het gebied van agrarische innovatie pioniers. Toen en nu. “Hoe dat komt? Geen idee”, aldus Stijn van Genuchten, directeur van Openluchtmuseum Het Hoogeland in Warffum. “Maar of het nu gaat om innoveren of experimenteren; de landbouw in het noorden heeft daarin altijd voorop gelopen. Zo waren het de boeren in het noorden die voor het eerst experimenteerden met een vaccin tegen veepest en deden zij als eerste proeven met kunstmest. De mensen hier hebben blijkbaar een innovatieve geest en de spirit die daar bij hoort om het te durven uitvoeren. Een ideale combinatie.” Maar spreekt een collectie die vooral het beeld van rond 1900 laat zien, de huidige generatie nog aan? De generatie die bijvoorbeeld de Arendploeg van de boeren Borgman en Reinders, het met de hand rooien van aardappelen en de schoolplaten van Jetses nog hebben gekend, sterft onherroepelijk uit. Weliswaar komt daar een nieuwe generatie bezoekers voor terug, maar die zegt het aap-noot-mies alleen maar iets van de toepassing ervan op nostalgische mokken, koektrommels en bordjes. Stijn: “Dat is een vraag die het museum zichzelf natuurlijk voortdurend stelt. Hoe spreken we een nieuwe generatie aan met onze collectie? Het antwoord ligt voor een groot deel in de collectie zelf. In de thema’s namelijk binnen het museum die aansluiting vinden bij de belevingswereld van de mensen van nu.” Doorsnede van een tweetaktmotor zoals gebruikt bij het landbouwonderwijs.
Openluchtmuseum Het Hoogeland presenteert een collectie, die
Aanschouwelijk onderwijs “Neem bijvoorbeeld de schoolklas van rond 1920 die je hier kunt zien. Over twintig jaar is er niemand meer die zich een dergelijke schoolklas nog kan herinneren. En veel jongeren hebben er al helemaal geen affiniteit mee. Maar er zit een actueel element in deze klas van toen: het aanschouwelijk onderwijs. In het onderwijs werd namelijk langzaam een beeld van de
ondermeer authentieke gebouwen en tal van (agrarische) objecten omvat. Daarmee wordt een levendig beeld gegeven van alles dat betrekking heeft op het leven, wonen en werken van de Groninger plattelandsbevolking van weleer. Schaalmodel van een ploeg.
5
k
‹ TERUG NAAR INHOUD
Openluchtmuseum Het Hoogeland Schoolstraat 4 9989 AG Warffum (050) 42 22 33 www.hethoogeland.com Openingstijden
buitenwereld geïntroduceerd. In de klas verschenen illustraties van grote steden in Nederland, maar ook van plaatsen in het buitenland. De kinderen zouden er tijdens hun leven zelf waarschijnlijk nooit komen, maar ze leerden wél over zaken buiten hun eigen belevingswereld. Dat betekende niet minder dan een omslag in de opvoeding: je maakte kinderen tot burgers van de samenleving. En het huidige onderwijs is daar nóg altijd op gericht. Alleen zijn het nu geen getekende schoolplaten meer, maar livestreams via internet.”
1 april t/m 5 november dinsdag tot en met zaterdag 10:00-17:00 zondag 13:00-17:00 uur 11 november t/m 30 maart 2018 alleen op zaterdag 10:00-17:00 en zondag 13:00-17:00 uur
“Het andere deel van het antwoord op de vraag of en hoe wij de jongere generatie kunnen aanspreken, is de nieuwe generatie zelf. Verhalen uit het verleden zijn nooit afgerond. Er komt elke dag een hoofdstuk bij. De eerste molen met zelfzwichting - die hier overigens op het museumterrein staat- heeft zijn jonge grote broers in de windturbines bij de Eemshaven. En er is een netwerk van boeren in de regio die nieuwe pootaardappelrassen ontwikkelen, onder strenge kwaliteitscontrole en met oog voor kennis en onderzoek dat zich over de hele wereld uitstrekt. De innovatieve spirit in het noorden is nooit verdwenen.”
Elektronica Een spirit die onder andere zit in de twintigjarige Wilco Stollenga, zoon van een akkerbouwer uit Eppenhuizen. Die zag zijn vader bezig op het land en vond dat het nóg efficiënter kon. “Elk perceel land kent geen stukje dat gelijk is aan een ander”, vertelt Wilco. “Toch behandelen we een perceel als een geheel: we bemesten het bijvoorbeeld overal even gelijkmatig. Dat is niet logisch. Maar elk stukje land inspecteren voordat je een bemester gaat gebruiken is niet te doen. Enorm arbeidsintensief en bovendien zie je met het blote oog vaak veel over het hoofd.” Dol als hij is op cijfers en met technische bedrijfskunde als achtergrond, vond Wilco een compagnon in Peter Hooghuis, modelbouwer en IT’er. En samen kwamen ze tot de AgriFly; een drone in de vorm van een zo op het oog eenvoudig piepschuim modelvliegtuig. Maar schijn bedriegt. Wilco toont het model en vouwt een klepje open, waardoor hij een tros kabeltjes onthult die naar alle kanten van het toestel lopen. De drone zit tjokvol elektronica die meet, leest en stuurt.
6
k
Excursie Warffumer Klooster Landbouwinnovatie in de 19e en 20e eeuw In mei en juni organiseert Openluchtmuseum Het Hoogeland een aantal excursies naar Boerderij Warffumer Klooster, gelegen iets ten zuiden van Warffum. Op de boerderij, die nog volop in bedrijf is, wordt een kleine tentoonstelling ingericht die laat zien dat technische innovaties en kennis in verleden en heden ten grondslag hebben gelegen aan het succes van de landbouwsector in Noord-Groningen. Tijdens de excursies wordt informatie gegeven over de geschiedenis van de landbouw en het landschap in het noorden. De expositie bestaat uit historische objecten, die de landbouw van de negentiende eeuw belichten.
Gids De excursies worden gehouden op 20 en 27 mei en op 3, 10, 17 en 24 juni 2017. De start is vanaf het Openlucht-
“De AgriFly meet de gesteldheid van de planten op het land, zodat je precies kunt zien hoeveel mest elk stukje van het land behoeft. Door middel van een vijf-lenzen camera wordt de golflengte van het licht gemeten; deze reflecteert het bladgroen in de planten en aan de hand daarvan wordt een kaart gemaakt in een spectrum van groen tot rood. Op die kaart kun je precies zien welk deel van het gewas meer of minder bladgroen heeft. Een zonnesensor boven op het toestel houdt bij of er net een wolk voorbij schuift, zodat de camera zich daarop kan aanpassen. Veel bladgroen betekent een gezonde plant en dus weinig bemesting, weinig bladgroen is een minder gezonde plant en vraagt om meer mest. Met onze drone kun je precies zien wat er waar en in welke hoeveelheid nodig is en houd je per saldo meer mest over. Een besparing voor de boer én voor het milieu.”
museum, telkens met een groep van maximaal 15 personen onder leiding van een gids. De groep wandelt te voet naar Boerderij Warffumer Klooster, waar de tentoonstelling wordt bezocht en het erf wordt bekeken. Tijdens de wandeling krijgen de deelnemers tekst en uitleg over de geschiedenis van het landschap en de landbouw in NoordGroningen.
Reserveren Deelname aan de excursie bedraagt € 9
En een besparing in tijd. “De boer tekent zijn land op google-maps in. Die kaart wordt geupload en de drone rekent zelf zijn baantjes uit. Je laat hem opstijgen, gaat even koffie drinken, terwijl de drone zelfstandig zijn rondjes vliegt. Je haalt hem pas op als hij uit zichzelf is geland. Vervolgens hoef je alleen nog de kaart die het programma heeft getekend van de gesteldheid van je land te interpreteren en je kunt gaan bemesten.”
Nauwkeurige meting Uiteraard zijn tijdens de ontwikkeling de bevindingen van de drone eerst zorgvuldig getest. “Op de ouderwetse manier: door middel van het oog van mijn vader. Hij is aan de hand van de kaart die de drone heeft gemaakt een aantal keer over het land geweest, maar kon geen fouten in de uitkomst ontdekken. Sterker nog; de drone ziet veel meer dan een mens. De uitkomst van de meting is nauwkeuriger dan een visuele inspectie ooit kan zijn.”
inclusief een bezoek aan het Openluchtmuseum. Wie alleen de excursie wil doen of donateur is van het museum, betaalt € 5. Per keer kunnen maximaal 15 personen aan de excursie deelnemen. Reserveren alleen telefonisch op nummer (0595) 42 22 33. De provincie Groningen kent meerdere musea met landbouwcollecties. Op de volgende pagina’s stelt een aantal zich voor.
Inmiddels bieden beide jongens de drone aan voor gebruik bij collega-boeren. “We kijken ook naar andere toepassingen. Je kunt er bijvoorbeeld een thermische camera in plaatsen voor het opsporen van warmtelekken in huizen. Handig voor een betere isolatie of om de gevolgen van aardbevingen zichtbaar te maken. En je kunt hem gebruiken voor de inspectie van dijken op eventuele breuken. Eigenlijk kun je er elk type camera onder hangen. Deze drone zit vol mogelijkheden die we nog lang niet allemaal hebben benut.” “Het verhaal van het innovatieve noorden is zoals je ziet nooit af,’ besluit Stijn. “Elke dag komen er hoofdstukken bij, geschreven door mensen als Wilco en Peter die er voor zorgen dat we voortdurend in ontwikkeling blijven. Zij zien om naar wat geweest is en leren daarvan. Zij kijken naar de toekomst en leren daar ook van. Dit boek is en gaat nooit dicht.”
7
k
‹ TERUG NAAR INHOUD
TEKST: AAF DE WEERD/ FOTO’S: LANDGOED VERHILDERSUM
Landgoed Verhildersum Leens
Landgoed Verhildersum, met als middelpunt de enige overgebleven borg in de gemeente De Marne, is een belangrijke schakel tussen het heden en het verleden van de regio. Het landgoed vertelt het verhaal van de adel en de nieuwe rijken, de boerenstand en de arbeiders en hun onderlinge relatie. Het verhaal van bloeien en verwelken, van zaaien en oogsten, van eb en vloed. Kortom: het verhaal van de cyclus van het leven. Verhildersum illustreert dit verhaal aan de hand van gebeurtenissen, voorwerpen, personen en anekdotes uit de negentiende eeuw.
Museumboerderij
van de borgbewoners van
De geschiedenis wordt vanuit drie perspectieven tot leven gewekt. Een van deze speerpunten is de museumboerderij en de ‘Bocumer’ boer Cornelis Borgman, die in 1850 naar zijn familie in Amerika reist en daar kennis maakt met allerlei vernieuwingen. Zoals de Arendploeg, een ontdekking die in Noord-Groningen een grote omwenteling teweeg bracht. De negentiende eeuw was een eeuw met veel veranderingen op het Groninger platteland. Innovaties in de landbouw als de rijenteelt en drainage zorgden er voor dat het werk makkelijker en de opbrengsten hoger werden. In de nieuwe schuur van de museumboerderij wordt hieraandacht aan besteed. In de oude schuur beleeft men het boerenleven van vroeger, onder andere aan de hand van een complete karnkamer met rosmolen. Op het landgoed worden oude landbouwgewassen verbouwd en oude veerassen zoals Blaarkoppen, Lakenvelders en Groninger paarden, grazen in de weiden rond de boerderij.
Verhildersum met de kerk uitgelicht.
Aaf de Weerd is medewerker van Landgoed Verhildersum in Leens
In de expositie ‘Wereldlijke macht, Kerkelijke pracht’ wordt de relatie
Zo bouwde in 1733, in opdracht van de borgvrouwe Anna Habina Lewe, weduwe Tjarda van Starkenborgh, Albertus Anthonie Hinsz een orgel voor de kerk van Leens.
Landgoed Verhildersum Leens Wierde 40 9965 TB Leens (0595) 57 14 30 www.verhildersum.nl
8
k
‹ TERUG NAAR INHOUD
TEKST:FOKJE ZWART/ FOTO’S: MUSEUM ‘T RIEUW
Landbouw- en Streekmuseum ’t Rieuw Nuis
Rond 1970 was het gemengd boerenbedrijf in het zuidelijk Westerkwartier van de provincie Groningen zo goed als verdwenen. Het gemengd boerenbedrijf, een bedrijfstype dat in de loop van de tijd in sterke mate heeft bijgedragen tot de vorming en instandhouding van het kleinschalige coulisselandschap. Het vormt het cultureel historisch erfgoed van deze regio.
Museum ’t Rieuw Oudeweg 17a
Een aantal bewoners uit de gemeente Marum maakte zich destijds zorgen, omdat bij het verdwijnen van het bedrijf ook de inventaris verloren zou gaan. Zij richten de vereniging ‘Eevm Omkiekn ien’t Westerkertier’ op, met als doel de werktuigen, gereedschappen en gebruiksartikelen te verzamelen en te beheren die kenmerkend zijn voor het gemengd boerenbedrijf in het zuidelijk Westerkwartier. En zoals dat gaat met enthousiaste verzamelaars: ze willen de collectie graag laten zien. Er werd een museum opgericht dat onderdak kreeg in de Coendersborch in Nuis. De naam ’t Rieuw is bedacht door mevrouw Pieterdien Ausma Boerema en de betekenis van het woord is ‘boerengereedschap’ in het Westerkwartiers.
9346 PP Nuis (0594) 64 11 20 / 64 14 79 www.museagemeentemarum.nl Openingstijden: van de eerste zaterdag in mei tot de laatste zondag in oktober donderdag,
Bij de opening op 6 mei 1986 was er een fraaie uitgebalanceerde opstelling te zien. Er waren op dat moment al enige vrijwilligers en tientallen leden actief binnen de vereniging. Op dit moment heeft het museum 40 vrijwilligers en 430 leden. De vereniging kent leden, ereleden en begunstigers. Er is één erelid, oprichter Jan Boerema geboren in 1919, die op de respectabele leeftijd van 98 jaar elke week nog even langs komt in ‘zijn’ museum.
zaterdag en zondagmiddag van 13:30 tot 17:00 uur
9
k
‹ TERUG NAAR INHOUD
Landbouw en ambachten Het museum verhuisde in 2011 van de Coendersborch naar de naastgelegen boerderij Kimm aan de Oudeweg 17a te Nuis. De boerderij is naar de familie Kimm vernoemd die de afgelopen honderd jaar de boerderij bewoonde. De boerderij is onderdeel van het Landgoed Coendersborch en sinds 1956 eigendom van Het Groninger Landschap. In het nieuwe onderkomen kan de collectie ruimer en overzichtelijker aan het publiek worden getoond. In de Coendersborch was er 225 vierkante meter expositieruimte. Nu is er ruim 600 vierkante meter, die nog eens is uitgebreid met de bouw van een nieuwe kapschuur. In de kapschuur is een smederijtje en een timmerman/stelmakerij ondergebracht. Verder is er nu voldoende ruimte voor het houden van extra exposities zoals met Open Monumentendag. En in het afgelopen seizoen is een expositie samengesteld over de rouwborden die in het kerkje van Nuis hangen. De rouwborden zijn gemaakt voor de familieleden die lange tijd op de Coendersborch hebben gewoond. Naast de kerncollectie van het museum is er in het museum een collectie gereedschappen te zien van onder ander een smid, timmerman, stelmaker en rietdekker. Ambachtslieden waarop de boer een beroep deed bij reparatie van zijn gereedschappen en her- of nieuwbouw van de boerderij. Tot de deelcollecties behoren verder hoog- en laagveengereedschap, zwerfstenen (gevonden in het zuidelijk Westerkwartier) en werktuigen uit de Tweede Wereldoorlog. Op de zolderverdieping zijn huishoudelijke voorwerpen te zien, waaronder prachtige oude kachels.
Rietdekker, imker en kaasmaker Dit museumseizoen zijn er naast de vaste tentoonstelling exposities te zien over onder andere de rietdekker, die een belangrijke functie had in het gebied. Veel huizen en boerderijen in het zuidelijk Westerkwartier zijn namelijk met riet gedekt. Rietdekkersgereedschap maakt onderdeel uit van de museumcollectie. Rietdekker Derk Stuut uit Boerakker is een rijke bron geweest bij het samenstellen van de expositie. Verder is er een expositie over de imker. In vroege tijden hield iedere boer bijen en maakte hij grote zwerftochten. Bijvoorbeeld naar de koolzaadvelden in de omgeving van Oldehove, waar in de expositie een prachtige anekdote over wordt verteld. Sommige manifestaties komen ieder jaar terug in het museum zoals het kaasmaken. Vrijwilliger Alle van der Velde verzorgt dit seizoen drie keer een demonstratie over het kaasmaken, zoals dat vroeger op de boerderij gebeurde. Verder is er om de twee jaar een trekkertocht met antieke tractoren en twee maal per seizoen een zaterdag- en zondag fietstocht. Dit jaar is het de bedoeling dat op één van die dagen de fietsers bij het museum ingehaald worden met muziek van de ‘Koetsebloazers‘. Op 17 juni is er een grote markt, waar hobbyisten laten zien waar ze zoal mee bezig zijn. Dat kan zijn met glas graveren, weven, linnenrek maken, oude schildertechnieken, keramiek of hout draaien. Fokje Zwart is voorzitter van Landbouw- en Streekmuseum ’t Rieuw in Nuis
10
k
‹ TERUG NAAR INHOUD
TEKST: GREET ATSMA-ALBERDA FOTO’S: STICHTING OUDHEIDKAMER FREDEWALDA
Dorpshuis Aan de overname van de boerderij lag
De CazemierBoerderij Tolbert
een gedetailleerd plan voor exploitatie ten grondslag. Het Tolberter dorpshuis nam ná de verbouw haar intrek in de boerderij. Namen als ‘Schuur’,
Een prachtige stelpboerderij van het Oldambtster type springt in het oog als je door de Hoofdstraat van Tolbert rijdt. Het is een rijksmonument van vierhonderd jaar oud, getuige de oudste gebinten die stammen uit 1607.
‘Rosmolen’, ‘Paardenstal’ en ‘Mooie Kamer’, kenmerken de zalen waar bijeenkomsten, vergaderingen en partijen worden gehouden. Sfeervolle ruimtes, met moderne faciliteiten en een voortreffelijke catering.
Reikt elkaar de hand De combinatie van dorpshuis en
Het betreft hier de CazemierBoerderij, genoemd naar de boerenfamilie die er generatieslang heeft gewoond en gewerkt. Na het overlijden van de laatste van de gebroeders Cazemier, heeft Stichting Oudheidkamer Fredewalda de boerderij in 2009 aangekocht. Vanouds was de boerderij een plaats van samenkomst. Iedereen was welkom, de familie was erg gastvrij. Wat is er dan passender om die gastvrijheid te continueren door er een museum en een dorpshuis in te huisvesten, plekken waar mensen samenkomen?
Museum
CazemierBoerderij behouden is
Tolbert is van oorsprong een agrarisch dorp. Rond het jaar 1000 kwamen Friese kolonisten naar deze streek. Het waren boeren die het veen aan weerszijden van de zandrug ontgonnen, waardoor het typische coulisselandschap van het zuidelijk Westerkwartier ontstond. Het boerenbedrijf is eeuwenlang het belangrijkste middel van bestaan van de bevolking van deze streek geweest, tot de industrie haar intrede deed. Centraal punt in het museum van Fredewalda is een prachtige maquette van Tolbert anno 1925. De maquette is het vertrekpunt om de geschiedenis van het dorp en de streek te vertellen, ondersteund door voorwerpen, foto’s, documenten, verhalen en filmpjes. De expositie ’Wonen en Werken in Tolbert’ geeft een beeld van de veranderde samenleving. Het agrarisch karakter is verdwenen, maar de CazemierBoerderij ademt nog altijd de authentieke sfeer van vier eeuwen boerenbedrijf.
gebleven voor een groot publiek!
Greet Atsma-Alberda is secretaris van het bestuur van Oudheidkamer Fredewalda
museum blijkt een gouden greep, waarbij samenwerking uitmondt in gecombineerde arrangementen voor oud en jong. Een rondleiding in het museum vormt een welkom intermezzo tijdens een vergadering, is een culturele toevoeging aan een bruiloftsfeest en geeft een educatieve draai aan een kinderpartijtje. Tolbert is er dan ook trots op dat de
CazemierBoerderij Hoofdstraat 27 9356 AT Tolbert (0594) 51 34 65 www.cazemierboerderij.nl Openingstijden: 1 april tot 1november zaterdag en zondag 13:30 – 17:00 uur
11
k
‹ TERUG NAAR INHOUD
TEKST: ALBERT BUURSMA/FOTO’S: ROBIN HUISMAN
Boerderijmuseum Duurswold: verborgen rijkdom
Enigszins verscholen in Slochteren, even na Froombosch, ligt Boerderijmuseum Duurswold. Volgens een bord is er behalve een museum bij de boerderij ook een camping. Drijvende kracht achter het museum was de in 2013 overleden Arend ter Veer. Zijn echtgenote, Jantje, is samen met haar zwager, Jan ter Veer, bij dit interview aanwezig, evenals bestuurslid Jan Tuinema.
Start Jan ter Veer vertelt: “We hadden samen een veebedrijf en woonden hier tot 2000. Vroeger waren de bedrijven vaak gemengd, daarna volgde specialisatie. Na het overlijden van mijn vader, in 1961, namen mijn broer ik het bedrijf over. ’s Winters restaureerden we gereedschappen en machines. In 1993 begonnen we het museum, dat in 1997 in een stichting werd ondergebracht. De basis was een verzameling landbouwvoorwerpen van twee overleden ooms. Eerst zei de familie: ‘Dat kan allemaal wel weg’, maar Arend zei: ‘Daar red ik mij wel mee!’ Toen de andere oom, die van Arends vrouw Jantje, overleed, kwam er meer voorwerpen bij en hier op zolder lag ook al wat. Dat alles vormde het begin van een bescheiden museum, ondergebracht in een stal. Er was een scheidingswandje waar landbouwwerktuigen aan hingen zoals zeven, zichten en een trekzaag. En een opstelling met wat ploegen. Wanneer bij de herfstdag de koeien de stal in moesten, ging de hele collectie de zolder op. De tractoren kwamen kwamen pas later in de verzameling.”
Verzamelbeleid
Jan Tuinema
Het landbouwmuseum heeft geen gericht verzamelbeleid. Jan Tuinema: “Er kwam behoorlijk wat binnen via die erfenissen. Toen men eenmaal wist dat het museum er was, nam men van alles mee.” Jan ter Veer: “Of ze bellen: ‘Wij gaan verhuizen, kom maar eens kijken.’ Dan kom je daar en zeggen ze: ‘Wat daar staat, is dat iets voor het museum?’. ‘Jawel, maar wat is dat dan?’ ‘Nou, wat oud ijzer’. En dan blijkt juist dat ‘oud ijzer’ voor ons het interessants te zijn; de andere spullen zijn vaak vrij algemeen. Zo hebben we ook spullen met de oud-ijzerboer met gesloten portemonnee geruild. Toen hij met de handel stopte, kregen we nog heel wat van hem. Onder
12
Toekomst Hoe ziet het museum zijn toekomst? Dat is voor Jan en Jantje Ter Veer en Jan Tuinema een vraagteken. Jan Tuinema: “Kort geleden hebben we in een vergadering besproken of er nog perspectief is. Jan (ter Veer) weet het meest van de collectie. Het museum is gehuisvest in de gebouwen van de familie. Als dat verandert… ja, wat dan? Er zijn heel veel spullen, het is een grote verzameling. Een veiling is teveel gedoe. In het ergste geval moet alles in de container.” Vooralsnog echter gaat men met volle moed verder: het vierkoppige stichtingsbestuur en een tiental vrijwilligers, waarvan ongeveer de helft familie, tot en met de kleinkinderen. Jaarlijks ontvangen zij rond de driehonderd bezoekers. Voordat het nieuwe seizoen weer losbarst, wordt er eerst nog schoongemaakt en de ragebol en de bladblazer driftig gehanteerd.
Boerderijmuseum Duurswold
k
‹ TERUG NAAR INHOUD
andere een raadselachtig houten vaatje met een zwengel en binnenwerk. Op een keer zei een bezoekende Duitser tegen ons: ‘Ach mensch, jullie hebben een ijsmachine!’”
Collectie Jan ter Veer: “We zitten nu op vierduizend geregistreerde objecten. Dat is zo’n 95 procent van wat we hebben, maar beschrijvingen maken is veel werk. We achterhalen zoveel mogelijk informatie over de voorwerpen. Er zijn algemene objecten bij die je ergens anders ook tegenkomt: een huisslager in het zuiden gebruikte hetzelfde gereedschap als hier. En een wagenmaker ook. Maar we hebben ook een houten snijbonenmolen, die je alleen hier aantrof. Deze streek, Duurswold, heeft drie grondsoorten: veen, zand en klei op een opstrek. Hier is het zand, maar een halve kilometer oostelijk, achter het Slochterbosch, ligt de zwaarste klei van Groningen. Eigenlijk is de verzameling van dit gebied een beetje veenkoloniaal. Maar we hebben boerenwagens voor zware en lichte grond: met brede en smallere wielen. Men deed hier aan akkerbouw, maar ze hielden ook een stuk of vijf, zes koeien. Een bijzonder collectiestuk is het ‘looike’. Dat is een soort arrenslee, waarmee je bij de herfstdag over modderige wegen kon glijden. En bij de top tien van onze collectestukken zit ook een bijzondere koperen waterketel.”
Publiek Welk verhaal wil Museum Duurswold vertellen? Jantje ter Veer: “Het museum is ook bedoeld om campinggasten te laten zien, hoe het hier vroeger toeging op de boerderij. De camping, geopend in 1986, is mijn afdeling. Mensen weten nog maar heel weinig van het boerenbestaan van toen. Dat merk je bij scholen. Bij ons steken ze veel van die bijna verloren kennis op. Voor kinderen hebben we hoepels en stelten. We hadden ook een speurtocht gemaakt waarbij ze allerlei dingen moesten opzoeken en daarmee een rebus oplossen. Maar toen er praktisch geen kinderen meer kwamen, zijn we daarmee gestopt.” Jan ter Veer: “Bij sommige groepsbezoeken hebben we een speciaal thema. Bijvoorbeeld hoe men vroeger waste: met tobbes en een wringer op de bok.”
Hoofdweg 271 9621 AK Slochteren (0598) 42 15 73 www.duurswold.nl Openingstijden: woensdag 13:00 – 17:00 uur en zaterdag 10:00 – 17:00 uur
13
k
‹ TERUG NAAR INHOUD
TEKST EN FOTO’S: WIM DE OLDE
Boerderijen, schepen en orgels
Wat heeft de boerderij aan de Raadhuiskade in Wildervank te maken met een orgel aldaar? Het verhaal van een landarbeiderszoon die schipper werd, in de houthandel ging en een boerderij liet bouwen. Hij ontpopte zich als gulle gever voor verschillende doelen, ook aan het kerkelijke leven van Wildervank.
Veenkoloniën Op het Hogeland in de provincie Groningen kennen we de rijke en voorname boeren die hun stempel drukten op het dagelijkse leven. Een leven waar de kerk een wezenlijk onderdeel van uitmaakte. In de Veenkoloniën vestigen zich, nadat het veen was afgegraven, agrarische bedrijven. Daarnaast ontwikkelt de kustvaart zich, met name richting de Oostzee. Er ontstaat een groep van nieuwe rijken die ook hun stempel drukken op de omgeving. Hieronder een verhaal uit de meer recente geschiedenis, dat zo’n 150 jaar geleden begint.
De familie Bos(ch) Kier Jans Bosch wordt geboren in 1825 in Nieuwe Pekela als zoon van een landarbeider. Hij gaat naar de Zeevaartschool, wordt stuurman en daarna schipper. Hij koopt een schip en wordt uiteindelijk reder met vier schepen in bezit. Samen met vrouw en kinderen vestigt hij zich in 1860 in een kleine boerderij aan de Raadhuiskade in Wildervank. In Sint Petersburg (Leningrad) koopt Kier Jans, bij gebrek aan retourvracht, een lading hout; zo geraakt hij in de houthandel. De handelswinst belegt hij consequent in land. In de periode 1872-1874 laat hij een grote boerderij bouwen aan de Raadhuiskade en wordt hij herenboer
14
k
‹ TERUG NAAR INHOUD
(hij werkt zelf niet op het land). In 1885 is Kier Jans de grootste boer van Wildervank. Hij breidt zijn landbouwbedrijf gestaag uit en begint samen met zijn oudste zoon Hinderk een houthandel aan de Zalmhaven in Rotterdam. Begin 1900 wordt zoon Jan de opvolger op de boerderij.
Innovatie De familie Bos houdt zich bezig met moderne zaken, innovaties, zoals we nu zeggen. Als eerste de naam: de houthandel krijgt de naam ‘Fa. K.J. Bos en Zn’, waarbij de ouderwetse ‘sch’ verdwijnt. Als tweede worden nieuwe ideeën omarmd. Jan doet aan graanveredeling en richt een hypermoderne, elektrisch aangedreven, graan droog- en schooninrichting op. Zoon Hinderk en vader Kier Jans zijn geïnteresseerd in moderne architectuur en dito orgels.
Hinderk Bos
Grote Boerderij van het Oldambtster type, laatste gave vertegenwoordiger aan het diep. De gevel is boven de zaadzoldervensters afgesloten door een gootlijst op de volle breedte. Omlijste ingang in het midden en aan de zijgevel. Korfbogig gesloten inrit van de schuur en gesmeed hek voor de oprit naar het land. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)
Naast de handel in hout bemiddelt Hinderk Bos ook in kerkorgels, zoals een orgel uit Antwerpen voor Hoogeveen. Verder is hij gemoeid in de aanschaf van het orgel uit de Domkerk van Frankfurt voor de gereformeerde kerk in Uithuizen (het eerste Walcker-orgel in de provincie Groningen) en de aanschaf van een orgel in de gereformeerde kerk in Stadskanaal. In 1916 laat hij het enorme Walcker-orgel in Rotterdam bouwen, nu Doesburg. Hij komt in contact met de firma E.F. Walcker uit Ludwigsburg. Walcker bouwt in die tijd moderne Duits-romantische orgels. Deze vernieuwende orgelbouw spreekt Hinderk bijzonder aan. Wat architectuur betreft is Hinderk een liefhebber van de Amsterdamse Schoolstijl en de Jugendstil. Hij is een groot bewonderaar van het werk van architect Tjeerd Kuipers, die deze stijlen in zijn kerkbouw toepast.
Orgels in Wildervank Het orgel in de voorloper van de huidige gereformeerde kerk wordt op kosten van Kier Jans gemoderniseerd. Het dateert uit de periode van de romantiek en veel orgels werden naar de smaak van de tijd aangepast. Dit was eigenlijk nooit een succes, omdat het niet paste bij het klankkarakter van het oorspronkelijke orgel. Het plan van de kerkenraad van de Gereformeerde Kerk is om in 1910 een nieuwe kerk te realiseren, “…met 800 zitplaatsen en een toren van 28 meter hoogte.” Er komt echter een
15
k
‹ TERUG NAAR INHOUD
voorstel van Kier J. Bosch, toen een “vermogend ondernemer in ruste”, om een royalere kerk te bouwen met een hogere toren (circa 40 meter) “een kerk met allure, uitstralend de zelfbewustwording van de Gereformeerden en welstand.” Kier neemt een derde deel van de bouwkosten voor zijn rekening en betaalt het honorarium van de architect Tjeerd Kuipers uit Amsterdam. De familie Bos schenkt de kerk een nieuw orgel, en benut zo de mogelijkheid om een geheel nieuw, modern, orgel te laten plaatsen.
Het Walcker-orgel Het orgelfront is een architectonisch geheel met de kerk. Het front is Jugendstil, de zinken orgelpijpen zijn decoratief beschilderd en de onderkanten van de ‘torens’ hebben houtsnijwerk met plantmotieven. De houten hoekstijlen, tussen de frontpijpen, zijn voorzien van tien gestileerde adelaars. Het is een open front, er is geen orgelkas aanwezig; het gebouw is de klankkast. Het orgel zelf is laatromantisch en gebouwd door orgelbouwer E.F. Walcker uit Duitsland in 1913. Door toedoen van de familie Bos hebben we dus een, voor het noorden van Nederland, uniek instrument.
Een orgel is toch een orgel? Wat is er dan bijzonder aan dit, slechts honderd jaar oude, orgel? We hebben orgels van driehonderd jaar oud, veel interessanter toch? Dit orgel klinkt anders dan de meeste orgels in het Groningerland: een romantisch orgel moet fluisterzacht maar ook bulderend hard kunnen klinken. Orgels waren van oudsher al technische hoogstandjes, de uitvindingen in de negentiende eeuw gaven nog meer mogelijkheden. Door gebruik te maken van pneumatischeen later elektrische schakelingen, kon er van alles gekoppeld worden zonder dat de toetsen zwaarder te bedienen waren om de dynamiek van de klanken te kunnen besturen. In Wildervank is dat allemaal aanwezig.
16
k
‹ TERUG NAAR INHOUD
Het orgel heeft ook een afgesloten kast met een deel van de orgelpijpen: het zwelwerk. Met een pedaal kunnen lamellen open en dicht worden gedaan om het volume te variëren. Sommige mensen spreken ook gekscherend van ‘zwelgwerk’ omdat het zo zacht en dromerig klinkt dat je lekker kunt ‘zwelgen’ in de muziek. Om gemakkelijk klankverschil te kunnen genereren is er een crescendo pedaal waarmee het orgel van de allerzachtste stemmen (orgelpijpen), met al meer stemmen bijschakelend, tot het volle werk en weer terug geschakeld kan worden. Dit alles wordt bediend door één organist(e). Eigenlijk is het orgel een grote synthesizer: orgelpijpen die zo gemaakt zijn dat ze klinken als fluit, trompet, hobo en zelfs als strijkinstrumenten. In Wildervank is er zelfs een stem die Synthematophon heet en ook een Voix Célèste, de hemelse stem. Dat orkestrale maakt het Walcker-orgel in Wildervank bijzonder en daarmee is het een ultieme ‘kleurdoos’ van klanken. Internet bronnen: http://rijksmonumenten.nl/ monument/36882/grote-boerderijvan-het-oldambtster-type/ wildervank/ http://rijksmonumenten.nl/ monument/515427/gereformeerdekerk/wildervank/ http://www.walckerwildervank.nl/ Literatuur: “De kerk heeft haar bestek terug”, Bé Leffers, uitgave M&C Grote Kerk Wildervank.
Concerten en activiteiten Wildervank is daarmee een van de weinige plekken in Groningen waar we kunnen beluisteren hoe de Duitse romantische muziek hoort te klinken. Maar ook Franse en Engelse orgelmuziek in de romantische stijl zijn een lust voor het oor op dit orgel. Bach klinkt daarentegen authentieker op een driehonderd jaar oud orgel. De ultieme proef is bijvoorbeeld orgelmuziek van Messiaen, het stuk La Nativité du Seigneur, op 15 december dit jaar te beluisteren in Wildervank. Er zijn het gehele jaar door concerten op het orgel en ook koren en orkesten gebruiken de kerk vaak voor uitvoeringen, omdat het orgel zo prachtig mengt. Op 30 maart aanstaande is er ’s avonds een lezing over Hinderk Bos vanwege zijn honderdste sterfdag. Heeft u belangstelling voor het orgel en/of kerk dan kunt u contact opnemen met de Monument- en Concertcommissie Grote Kerk Wildervank: info@walckerwildervank.nl of via de website www.walckerwildervank.nl.
“Het Walcker-orgel van de Grote Kerk te Wildervank”, W.B. de Olde, ISBN: 978-90-9027552-9 Foto’s: Foto boerderij: Ton van der Wal, november 1968, Licentie: CC-BY-SA3.0-NL (wiki). Foto’s orgel: Wim de Olde Wim de Olde is verantwoordelijk voor de publiciteit en programmering van de Monument- en Concertcommissie Grote Kerk Wildervank.
17
k
‹ TERUG NAAR INHOUD
Agenda Orgeldag Noord-Nederland 13 mei 2017 Het is inmiddels een traditie: Tweede zaterdag in mei – Orgeldag Noord-Nederland – de dag waarop orgelliefhebbers nader kennis kunnen maken met de vele, vaak fraaie historische instrumenten in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe. Op deze dag kunnen de orgels worden bespeeld door geïnteresseerde orgelliefhebbers. Vanaf 1 april is de meest actuele lijst van deelnemende orgels met de beschikbare tijden te raadplegen op de website van de Stichting Hinszorgel Leens. www.hinszorgelleens.nl. Hier zijn ook de voorwaarden te vinden voor deelname. Dit jaar doet in ieder geval het pas gerestaureerde Lohman-orgel in Farmsum weer mee en ook het hoofdorgel van de Martinikerk in Groningen is weer van de partij.
Westerwolde rijgt: tien dagen tuinen en kunst 16 tot en met 25 juni 2017 Tijdens Westerwolde rijgt vormen vele tuinen en bijzondere locaties elk een podium voor (regionale) kunst en cultuur. De tuinen zijn stuk voor stuk uniek door de verscheidenheid in aanleg, sfeer en grootte en befaamd om hun kwaliteit. Er zijn royaal aangelegde tuinen en intieme kleine, strakke of juist romantisch vormgegeven tuinen, park- en landschapstuinen. Tuinen met het accent op kunst of juist op kunstig tuinieren en plantcollecties.
Groninger Molenweekend 10 en 11 juni 2017 Thema van het Groninger Molenweekend is dit jaar ‘Beestenboel’. Het publiek kan de molenaar aan het werk zien en ervaren dat er veel kennis en vaardigheden voor nodig zijn om de molen veilig en doelmatig te laten draaien. En dat in soms sterk wisselende weersomstandigheden.
18
k
‹ TERUG NAAR INHOUD
Behalve de molenaar aan het werk zien, kan het publiek ook meedoen aan diverse activiteiten op en rond de molen. De meeste van de bijna negentig molens in de provincie is op één of beide dagen geopend. Molenaars en molengidsen staan de bezoekers graag te woord. Er is een keur aan activiteiten. Zie voor het schema www.groningermolenhuis.nl (vanaf eind mei staan de activiteiten op de website)
De Menkemaborg: 90 jaar museum tot en met 31 december / tuin april tot en met oktober In 2017 staat de Menkemaborg geheel in het teken van het bestaan als museum: negentig jaar! Daarmee is het bijna het oudste opengestelde kasteel in Nederland en het oudste volledig ingerichte huis als museum. De bezoekers krijgen een kijkje achter de schermen over hoe het museum zich ontwikkeld heeft in de loop van de afgelopen negentig jaar. In de borg worden per kamer kenmerkende restauraties, aanpassingen of veranderingen aan het interieur uitgelicht. Daarnaast is er volop aandacht voor de bewoners, de familie Alberda, die de borg bewoonden van 1682 tot 1902 en hoe zij in de Menkemaborg gewoond en geleefd hebben. Niet alleen de borg, maar ook informatie over de ontwikkeling en inrichting van de tuin is onderdeel van het thema. Informatie daarover wordt onder andere in het theehuis gegeven. In het huidige caférestaurant ’t Schathoes is informatie te vinden over de veranderingen van schathuis of borgboerderij naar woonhuis annex theekamer en vervolgens naar (pannenkoeken)restaurant. Meer activiteiten vindt u op www.cultuurkalendergroningen.nl.
19
k Colofon Boerderij Jaargang 4, nummer 1, maart 2017 ISSN: 24-05-8270 Redactie: Thea Pol, Fred Ootjers Wilt u reageren of heeft u kopij: info@erfgoedpartners.nl Aan dit nummer werkten mee: Greet Atsma-Alberda, Albert Buursma, Wijbrand Havik, Wim de Olde, Miriam Ootjers, Fatos Vladi, Aaf de Weerd, Fokje Zwart. Foto’s omslag: landgoed Verhildersum en Robin Huisman Vormgevingsconcept en lay-out: www.gerarddevries.nl Erfgoed inzicht is het digitale tijdschrift van Erfgoedpartners, en verschijnt in de maanden maart, juni, september en december.
Erfgoedpartners Lopende Diep 8 9712 NW Groningen (050) 313 00 52