
5 minute read
Rijkswaterstaat op weg naar een energieneutraal ‘eigen huis’
Rijkswaterstaat wil in 2030 volledig energieneutraal zijn en wil hiertoe alle eigendomspanden voorzien van zonnepanelen, laadpalen en slimme achterliggende systemen. Maar wat is er per pand mogelijk? Wat is het maximaal aantal te realiseren zonnepanelen op de daken? Hoe zit het installatietechnisch in elk pand? En waar kunnen de laadpalen worden geïnstalleerd?
Het hele land door Iv-Infra, Iv-Bouw en CAE (de constructieve tak van Iv-Bouw) hebben per pand inzichtelijk gemaakt wat mogelijk is en hoe dit zo effectief en efficiënt mogelijk kan worden gerealiseerd. “Het was best een uitdaging”, vertelt Harry Nienhuis, projectmanager bij Iv-Infra. “Voor de zomer moest alles zijn afgerond, dus er stond tijdsdruk op het project, en gaandeweg kregen we onverwachts te maken met beperkingen door de corona-lockdown. Uiteindelijk bleek ook dat er geen 81, maar 118 panden moesten worden onderzocht.”
Per dag bezochten we zo’n drie à vier locaties.
Een van de uitdagingen in dit project was het uitvoeren van het archiefonderzoek. “Om te kunnen beoordelen of de daken constructief gezien geschikt zijn voor de zonnepanelen hadden we onder andere de constructiegegevens van de panden nodig. En indien mogelijk ook informatie over de belastingen waarmee destijds is gerekend. Het verkrijgen van deze informatie was een stuk lastiger dan gedacht, doordat het gros van deze gegevens niet digitaal beschikbaar was en gemeentehuizen in verband met corona niet of heel beperkt toegankelijk waren”, vertelt Saskia Frijns, projectleider en register constructeur bij CAE. “We zijn zo’n beetje het hele land doorgereden om gemeentehuizen en alle panden van RWS te bezoeken. We hebben routes uitgestippeld voor drie dagen in de week en bezochten per dag zo’n drie à vier locaties.”
Een eenduidig format Om alle panden zo efficiënt mogelijk te kunnen beoordelen is bij de start van het project een eenduidig beoordelingsformat opgezet. Zo kon elk pand op dezelfde manier worden beoordeeld. De inventarisaties op locatie zijn uitgevoerd door Iv-Infra en Iv-Bouw. Iv-Infra inventariseerde de parkeerplaatsen en samen met Iv-Bouw de daken en elektrotechnische gebouwinstallaties. “Ten aanzien van de daken is inzichtelijk gemaakt hoe de daken er precies bij liggen, qua constructie en staat, maar ook qua oppervlakte en beschikbare ruimte voor zonnepanelen. We hebben dit voor alle daken opgemeten en vervolgens de situering en opbrengsten van zonnepanelen bepaald met het programma Helioscoop. CAE heeft de daken
vervolgens constructief doorgerekend en beoordeeld. Ook hebben we inzichtelijk gemaakt welke elektrotechnische gebouwinstallaties er in de panden aanwezig zijn en wat deze installaties aankunnen qua capaciteit. Op basis van deze gegevens hebben we voor elk pand een concrete indicatie kunnen afgegeven ten aanzien van de maximale hoeveelheid zonnepanelen die geplaatst kan worden”, vertelt Sjaak Verheijen, senior ontwerper bij Iv-Bouw.
Hoeveel zonnepanelen op elk dak? De wens van Rijkswaterstaat was: plaats zoveel mogelijk zonnepanelen op elk dak. Om te bepalen hoeveel zonnepanelen de daken aankunnen, heeft CAE voor elk pand constructieve berekeningen gemaakt. Hierbij werd gebruikgemaakt van de geldende normen ten aanzien van verbouw, waarbij de belasting, waarmee gerekend is in de oorspronkelijke situatie, wordt vergeleken met de belasting behorende bij de nieuwe situatie. “In onze berekeningen zijn we voor het ruimtebeslag en gewicht uitgegaan van een standaard type zonnepaneel. Deze grenswaarden zijn opgesteld door Rijkswaterstaat. Door het toepassen van de bij verbouw behorende veiligheidsfactoren, konden we in de bestaande constructies vaak ruimte creëren voor het plaatsen van de zonnepanelen op het dak zonder extra voorzieningen op te nemen in de constructie”, vertelt Saskia.
“Het leuke is dat we gaandeweg een rode draad vonden in de verschillende typen panden (panden met een betonconstructie en panden met een staalconstructie met houten balklagen). De panden die op elkaar leken bleken steeds dezelfde uitkomst te hebben. Zo bleek dat de gebouwen met een betonconstructie vrijwel allemaal extra belasting uit de zonnepanelen konden hebben. Hierdoor waren de panden met een betonconstructie die later in het project aan bod kwamen steeds makkelijker te beoordelen. We hebben een kijkje kunnen nemen in heel veel verschillende constructies en hebben de rode draad die we hierin constateerden, gebundeld als leerpunt. Zo konden we deze expertise verder inzetten om voor verschillende panden inzicht te geven in wat er mogelijk is.” Daar waar uit de constructieberekeningen bleek dat de sterkte van een aantal gebouwen niet voldeed aan de grenswaarde, hebben CAE en Iv-Bouw onderzocht wat wél mogelijk was. Soms valt nog winst te behalen door de zonnepanelen net iets anders neer te zetten. Met name van de oudere, kleinere gebouwen waren geen archiefgegevens beschikbaar. Voor deze gebouwen is ter plaatse gekeken naar het type constructie, en met constructieve aannames in gewichten (uiteraard aan de veilige kant) is berekend wat mogelijk zou zijn. Hierbij is ook geput uit de gegevens die zijn verkregen bij beoordelingen van soortgelijke panden waarvan wel constructieve archiefgegevens beschikbaar waren. Het voordeel van de oudere gebouwen is: hoe ouder de gebouwen, hoe meer veiligheid er zit in de oorspronkelijke constructieve berekening.
De meest efficiënte plek vinden voor laadpalen.
Waar plaatsen we laadpalen? Een andere wens van Rijkswaterstaat is om het wagenpark geheel te elektrificeren. Hiertoe moeten alle panden worden voorzien van voldoende laadpalen. RWS had per locatie aangegeven hoeveel laadpunten/snellaadpunten
gewenst zijn. Iv-Infra en Iv-Bouw hebben voor elk pand inzichtelijk gemaakt hoeveel eigen parkeerplaatsen er zijn, waar eventueel al laadpalen staan, waar kabels en leidingen lopen en waar de transformatoren en hoofdvoorzieningen zitten. Vervolgens is geadviseerd waar de laadpalen het best kunnen worden gerealiseerd en hoe de energievoorzieningen moeten lopen. Voor de panden waar al laadpalen aanwezig zijn, is geadviseerd om de nieuwe laadpalen op die locatie te clusteren, omdat dit qua bekabeling het meest efficiënt is. Voor de panden die nog niet over laadpalen beschikken, is geadviseerd om deze zo dicht mogelijk bij het gebouw te realiseren zodat de bekabeling niet onnodig lang wordt. Uit de inventarisatie bleek dat een aantal panden niet beschikt over eigen parkeerplaatsen. Parkeren gebeurt daar willekeurig rondom het gebouw. In deze gevallen is onderzocht of en waar het mogelijk is om parkeervoorzieningen en laadpalen te realiseren.
Een stap dichterbij In december 2020 heeft Iv het laatste inventarisatierapport naar tevredenheid aan Rijkswaterstaat opgeleverd. Rijkswaterstaat heeft het werk inmiddels in aanbesteding onder aannemers en is daarmee een stap dichterbij zijn ambitie om in 2030 energieneutraal te zijn.•
“KLAAR VOOR EEN ELEKTRISCH WAGENPARK”
