Indien u in bovenstaand vakje Een kruisje vindt, dan is uw Lidgeld uitgeput. Gelieve dan 250 F op onze rekening bij de N.V. GENERALE BANKMAATSCHAPPIJ te ANTWERPEN te storten窶馬r 220-096I338-07 van SFAN-ANTWERPEN (Nederland uitsluitend per interNationaal postmandaat). DANK U !!!
Het is weer hetzelfde oude liedje. Wegens persoonlijke redenen, buiten onze wil om (min of meer dan toch) verschijnen de september en oktober-nummers weer met een behoorlijke vertraging. Al het nieuws over onze Algemene Ledenvergadering kon dus niet op tijd de deur uit en dus zagen wij ons verplicht een groot gedeelte van ons ledenaantal per brief te verwittigen. Onze verontschuldigingen voor diegenen die wij niet op tijd konden bereiken. Het verslag en de beslissingen van deze beruchte vergadering vindt u in een volgend nummer. De (toch zeer heuglijke) reden van onze vertraging is, dat ons aller Herman Ceulemans, manus-van-alles van SF-MAGAZINE, plots verrijkt werd met een 3,5 kilo wegende baby van het vrouwelijke geslacht en luisterende naar de naam : "MOIRA". Het is dan wel begrijpelijk dat je alle stencils laat vallen en dat je ook moeilijk kunt typen meteen natte, huilende baby op schoot. Sterkte kerel ! Noteer nu ook snel de volgende datum !!! Zaterdag 9 en Zondag 10 november gaat BENELUXCON 2 in te 10 uur, te Amersfoort, in het Evert-Kupersoord, Stichtse Rotonde 11, terzijde van de weg Amersfoort-Utrecht op de Amersfoortse Berg. Inschrijvingen mogelijk aan de receptie te Amersfoort. Over het programma onderhielden wij u reeds uitvoerig maar toch citeren we nog even : tien tot vijftien films schrijverspaneel met Eddy Bertin, Felix Thijssen en Ef Leonard diverse voordrachten spelletjes als hoofdfilm, de met een "Hugo-Award" bekroonde "SLEEPER" met Woody Allen tentoonstellingen en een typisch Nederlandse stad om te bekijken en maandag 11 november vrij om er een lekker lang weekend van te maken. Allen naar Amersfoort.
O.K. ?
SF-MAGAZINE P. 02 Wat nu omtrent dit oktobernummer van SF-MAGAZINE ? Kijk vooreerst eens met vertedering naar het nummer : veertig, inderdaad. Een andere keer, wanneer wij onze memoires schrijven, zullen wij eens uitvoerig uitzetten wat veertig nummers INFO-SFAN en later SF-MAGAZINE inhielden aan werk en inspanning en aan diplomatie. Maar laten we liever vertellen wat we voor U in petto hebben. Uiteraard stelden we dit nummer in een Nederlands kleedje. Met Manuel van Loggem, Simon Vinkenoog en Katinka Lannoy meteen een fraaie score, dachten wij. Verder een bijdrage van Jorgen Krichbaum, die de lezers van ernstiger SF-bladen wel bekend is en nu ook ons blad met een interessant artikel bedacht. Wanneer wij "ernstiger" SF-bladen schrijven, bedoelen wij natuurlijk niet dat SF-MAGAZINE dit niet zou zijn. Maar wie Duitse bladen kent als SF-TIMES of QUARBER MERKUR, waartoe Jorgen regelmatig bijdraagt, weet wel wat wij dan wèl bedoelen. Verder in dit nummer de vrucht van de vakantielektuur van Simon Joukes en ondergetekende, onder de vorm van uitgebreide reeks boekbesprekingen. Ja, en dan nog een nieuwigheid voor het volgende nummer, nl. ons traditioneel (nog) iets dikkere november-december-nummer. Aangezien vele van onze lezers graag méér verhalen zouden opgenomen zien en vele Vlaamse (en ook Nederlandse)schrijvers naar wij ervaren praktisch onbekend zijn bij ons publiek dachten wij dat het leuk zou zijn af en toe eens een van onze SF-schrijvers in de schijnwerper te plaatsen, met één lang of met meerdere kortere verhalen en een korte voorstelling. "FOCUS" dachten wij deze formule te dopen, naar een idee van Walter Willaert. En ons november-december-nummer zou meteen een "FOCUS" brengen met een schrijver uit het Gentse, die in bredere kringen niet de bekendheid geniet van andere beroemde stadsgenoten als Artevelde en Eddy C. Bertin. Afwachten maar ... en tot kijk te Amersfoort ! A.I. ROBERT SMETS
SF-MAGAZINE P. 03
'Als we doorzetten kan het over tien jaar weer een lust om te leven zijn in Nederland.' Roel van Duyn, geïnterviewd door Ben Dull, in Dagblad Het Parool, 25 januari 1974. Mijn lust en mijn leven - alles Waar Gebeurd, en nooit om niet geweest, altijd terecht, vól betekenis, verzadigd en verrukt - leven in Nederland. Tussen Provo's en nozems, junkies en drop-outs, een psychedelisch hoofdgerecht:de surrealistische wedergeboorte, de infantilisering van het klassieke, de imbecilisering van het experiment: Kommune Madurodam, Hobbitstee en Groene Waterman, Ronde Regenboog en Witte Paniek - ik lach me een kriek, Niet verder kijkend dan mijn neus lang is, een mensenleven adem in en adem uit, tussen echt en natuurgetrouw, waarachtig en ongelooflijk maar waar, raar en toch niet ongewoon, eenvoudig en uitermate gekompliseerd, heel eenvoudig en pas te begrijpen als je de wortel uit min één trekt, of aan den lijve ervaart dat e = mc2 relative to a specific system of reference. In het Jaar Onzes Heren Een Negen Zeven Vier blijven zwammen om niet als een steen te zinken blijven rollen om geen mos te vergaren blijven bewegen en veranderen blijven om niet langer te hoeven bewegen om nooit meer te kunnen veranderen zijn wie je bent en worden wat je worden wil:
SF-MAGAZINE P. 04 van top tot teen een hoofdgerecht hartzeer zielszorg merg en been en zeker zeker zeker bloed zweet en tranen. Aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaahà het alpha en omega van de Aha-Erlebnis, déjà-vu, herkenning, goddelijke overgave van Jimmy Hendrix' eeuwige karavaan van reïncarnatie de energieën bevroedend, aanvoelend, wikkend, wegend, de kracht van de geest als bewijsmaterie echt niet langer dan mijn neus wijs levenslang vogelvrij en voorgoed voor oorlogsvoering ongeschikt verklaard proefdruk dummy nieuw model 'mens' stamvader DNA en genitale mutatie piramide van orgasmes fontein en fontanelle erectie en secretie pituitaria interstallair telraam abacus abacadabra aha aha aha (mama pappa mamma pappa mamma pappa mamma pappa) Hoezee, hoezee - een evolutie een lach en een traan handenvol kleingeld overboord gesmeten gekielhaald geradbraakt gevierendeeld en halsstarrig een voor een opnieuw als mens vergaard - niet verjaard bewaard gekenmerkt en afgestoten of aangetrokken.
SF-MAGAZINE P. 05 De eerste wetten van de tijd: alles moet weg, en niemand is gehouden, de naleving na te komen, alles is weg, niets blijft bestaan, alles verandert, niets is wat is zoals het is en/of, en/en is, beide - geen van beide… Nog ik van vrijheid droom, nog ik de wijsbegeerte achterna, de liefdesbegeerte, de begeerte naar schoonheid die àftrappend dikteert, de balletten van het scheppende lichaam, zon op of onder achter waterlandverflandschappen, wolkenformaties, trillingen licht en kleur en klank en - het woord betrapt. Alles Achteraf Overbodig Achterhaald Om Niets. Niets Gebeurt; in niets alles schuilgaat, alles zich openbaart, vergaart, verklaart, nieuw maakt, eenmalig maakt, tot ervaring maakt… Science-fiction: de toekomst die verleden en beschreven tijd is, de wetten van de thermo-dynamica, robotica, humanitoria, en het Een Plus Een blijft wisselvallig, al naar de beslagen bril van het onzekerheidsprincipe… Zoveel goddelijkheid verscholen gaat zoveel heilige aandoening alledaags op straat zoveel zonnestelsels in éen oogopslag zoveel leed verwerkt door pijn gesterkt zoveel smart verhard zoveel haat verstard zoveel te wensen overlaat zoveel voorgoed te laat voor zovelen geen klokje van gehoorzaamheid nog langer slaat = één sekonde slaap
SF-MAGAZINE P. 06 waar gebeurd. waar te gebeuren. zelf meegemaakt. zelf mee te maken. in de golfslag van de eeuwigheid, steigerende werkelijkheid. Levenswater. Muziek uit een vuursteen slaand. Ongeboren drommen ongestorvenen - vleugelslagen vermoedens trillingen ademhalingen ingewanden holle aarde - broos, breekbaar en teder. Bloedgekoelde verbeeldingskracht. Radio-aktief herinneringstheater. De anti-materie van het trommelvlies. De primal scream van de future-shock. Troefkaart Joker. Laveloos laverend gyroskopisch kompas. Waterpas. Tot de tanden gewapend de tantalus-kwelling van het woord: science-fiction. Een bewaarheid gedicht. SIMON VINKENOOG Voorgelezen op het Rotterdamse SF-festival, januari 1974.
SF-MAGAZINE P. 07
Zoals steeds, is het onbegonnen werk alles wat er aan fanzines in mijn brievenbus tuimelt, in het raam van deze rubriek te vermelden. Ik beperk me dan ook tot de laatste twee weken en, meer speciaal, tot blaadjes die me om de een of andere reden bevallen zijn. Verder minder goed nieuws : BLUNT, het fanzine van de familie Smith en Dave Rowe dat een werkelijk nieuw geluid bracht, is na twee nummers ter ziele wegens gebrek aan tijd van de betrokkenen. Dat is jammer omdat Groot-BrittanniĂŤ hiermee een van de meest "fannishe" fanzines verliest. Gelukkig ben ik erin geslaagd een gedeelte van de artikels en de illustraties van het geplande nummer 3 over te nemen; die zullen dan verschijnen in mijn eigen fanzine MUIRGHEAL, dat na praktisch een vol jaar, in de loop van de maand oktober weer uit zijn as verrijst - ja, ja, alsof ik nog niet genoeg te doen had ! RATAPLAN 16 Leigh Edmonds, PO Box 74, Balaclava, Victoria 3183, AustraliĂŤ. Eigenlijk een FAPA-bijdrage, maar ook verkrijgbaar in ruil voor "het gebruikelijke" (brief met commentaar, artikel, ruil, of abonnement : 1,60 Australische dollar voor 4 nummers). Opvallend is de uitmuntende lay-out van dit 18 blz. tellende fanzine, alsmede de goede kwaliteit van de illustraties, zowel van de cover, als van de binnenpagina's. Eigenlijk een schoolvoorbeeld van wat je met een beetje zorg en weinig middelen kunt bereiken (ik zou me eigenlijk moeten aan spiegelen voor MUIRGHEAL). De inhoud bestaat uit een grondige afbraak van het wekelijkse "Times Literary Supplement" van het dagbald "THE TIMES" door John Foyster. Een misschien te kritische bijdrage, maar waardoor je het belang van letterkundige besprekingen toch gaat relativeren. Verder een bespreking van AUSSIECON '75 en een korte, maar indringende brievenrubriek, waarin ondermeer behartenswaardige dingen worden gezegd over muziekgroepen en orkesten. EUROPA O Walter Luc Haas, Achilles Bisschoff-Strasse 6, CH-4053 Basel, Zwi tserland. Verkrijgbaar voor het "gebruikelijke". Geen abbonnementsprijs vermeld. Dit is het eerste nummer van een "continentaal Europees" fanzine dat volledig is gewijd aan conflict-simulering, diplomacy-games
SF-MAGAZINE P. 08 en war-games. Het doel ervan is alle Europese belangstellenden van nieuws en materiaal te voorzien. Als zodanig kan het zeker die rol op zich nemen, hoewel de algemene vormgeving en de druk zonder meer slordig zijn. SF-GIDS 14 Eddy C. Bertin, Residentie Murillo, Dr. VanBockxstaelestraat 80, 9002 Ledeberg, BelgiĂŤ. Uitsluitend te verkrijgen per los nummer (20 BF) of per abonnement (160 BF voor 10 nummers). Dit aprilnummer verschijnt dus in september, maar Eddy C. Bertin meent dat hij tegen het einde van het jaar zijn achterstand zal hebben ingehaald. Laten wij alle goden van het fandom aanroepen opdat dit zou gebeuren. Dit 14 blz. tellende nummer is als overgang bedoeld en brengt uitsluitend informatie. Zonder de bedoeling te hebben om te kankeren, meen ik dat dit vrij weinig is, ook al is de reden daartoe mij bekend. Ik zou Eddy aanraden dan maar dubbele nummers samen te stellen, aangezien hij blijkbaar vast besloten is zijn verschijningsschema van tienrnaaI per jaar aante houden. Hiermee is zeker geen kritiek bedoeld : ik weet zelf maar al te best hoe moeilijk en hoe tijdrovend het is om een vast verschijningsplan te respecteren. PHOTRON 11 Steve Beatty, 1662 College Terrace Drive, Murray, KY 42071, USA. Gebruikelijke verkrijgbaarstelling, of 25 dollarcent per stuk. Een typische "genzine" : veel goede wil maar weinig talent, en irriterend slecht gedrukt. Waarom vermeld ik het dan ? De brievenrubriek geeft een ontstellend goed inzicht in de problematiek van de Amerikaanse doorsnee-fan. Er staat in het 18 blz. tellende tijdschrift echter wel een redelijk goed kort verhaal. ALGOL 22 Andy Porter, PO Box 4175, New York, NY 10017, USA. Verschijnt 2 maal per jaar, als heus gedrukt blad. Prijs per nummer : 1,25 dollar, of 5 dollars voor 6 nummers. Verdiende dit jaar de HUGO, samen met "The Alien Critic" van Dick Geiss. Er kan natuurlijk lang over worden geredetwist, of dit amateur-tijdschrift nog een fanzine in de echte zin van het woord is. Persoonlijk denk ik van niet, maar de kwaliteit van het gebodene is er niet minder om. Het is een van de weinige bladen die ik absoluut kan aanbevelen, ook al is de lay-out te professioneel opgezet. Dit meinummer (ja, met de zeepost duurt het soms maanden voor je het betreffende blad in huis hebt - zucht -) telt 52 blz., inclusief de prachtige dubbele cover, die jammer genoeg ontsierd wordt door de rode opdruk van de korte inhoud.
SF-MAGAZINE P. 09 Een bespreking is onmogelijk; oordeel zelf : bijdragen van Robert Bloch, Poul Anderson, Richard Lupoff, Barry Malzberg, en natuurlijk de "column" van Ted White. Met illustraties van de besten die je in de essef ontmoet. En een lezersrubriek die zo mogelijk nog interessanter is dan de artikels (dat zeg ik niet omdat ik er zelf in voorkom). NEWS FROM BREE 12 Hartley Patterson, Finches, 7 Cambridge Road, Beaconsfield, Bucks hp9 1HW, Groot-BrittanniĂŤ. Verkrijgbaar voor het "gebruikelijke" alsmede voor een pint bier (een eerlijke koop, als je 't mij vraagt). 14 blz. Weer een "genzine", ditmaal in de eersteplaats verbonden met het Tolkien-fandom. Voor belangstellenden is het zeker zeer interessant en Hartley weet beslist ook wat "droge humor" is. Een vrij lang artikel over het fabriceren van miniatuurtjes van Midden-Aarde leek mij het belangrijkst. Druk en lay-out behoren blijkbaar tot de minste zorgen van Hartley Patterson. Stuur hem eens een briefje : hij zal het enorm waarderen. SF COMMENTARY 40 Bruce Gillespie, GPO Box 519AA, Melbourne, Victoria 3001, AustraliĂŤ. 60 blz. Officieel agent voor Europa : Simon Joukes, "De Oude Roos", Geleeg 7/8, B-2860 ONZE-LIEVE-VROUW-WAVER, BELGIE, PCR 000-0452947-54. Prijs van 1 nummer : 50 BF; prijs voor 10 nummers : 500 F. Dit is de prijs voor zeepost; voor zending per luchtpost moeten deze tarieven worden verdubbeld. Ja, het blad is zeer duur geworden en de leden van SFAN die in het begin van het jaar een abonnement genomen hebben, mogen dus van geluk spreken. Maar wat wilt u : in alle landen zijn de posttarieven enorm gestegen en hetzelfde geldt voor pa pier en inkt. ik ben ervan overtuigd dat vele fanzines in de loop van dit jaar zullen verdwijnen, dank zij Tante Post. SFC 40 is dus toch verschenen, hoewel ik op een bepaald ogenblik wanhoopte. De reden wordt door Bruce zelf aangegeven : hij was helemaal de put in van de kwaliteit van bladen zoals Science Fiction Studies en Foundation en dacht er zelfs aan ermee te stoppen. Gelukkig, en dank zij de Australische vrienden die hem financieel bijstaan, steekt hij weer van wal. Onderhavig nummer brengt eerst het tweede deel van zijn reisverslag naar en van TORCON 2. Misschien geen b ijdrage voor de "High Brows" onder ons, maar met ontzettend goede typeringen van de fans die hij ontmoette en met een poging tot verklaring van nationale eigenaardigheden. Een bijzonder leesbaar stuk. De brievenrubriek, grotendeels aan kritiek op het dikke Lem-nummer van verleden jaar gewijd, is een absolute must en een van de hoofdredenen waarom SFC nooit mag verdwijnen. Woorden schieten ons ook te kort om in te gaan op Richard Delap's bijdrage
SF-MAGAZINE P. 10 van 13 blz. over de bundel "Again, Dangerous Visions" : dit is een bespreking op het hoogste niveau. Bruce brengt vervolgens enkele bladzijden boekbesprekingen ,zoals hij die schreef voor het nu ter ziele satirische Australische maandblad "Rats"; hij toont zich daarin een echte meester. ASH-WING 14 Frank Denton, 14654-8th Avenue S.W., Seattle, WA 98166, USA. Verkrijgbaar voor het "gebruikelijke", alsmede voor Oekra誰nische Paaseieren (hee hee !) en geld, nl. 1 dollar per stuk. Dit zijn dan 48 blz., maar dan uit "mini-elite", dus doe er gerust 10 bij. Volledig op electrostencil, met bijzonder keurige lay-out en uitmuntend gereproduceerde illustraties, waarvan de kwaliteit trouwens ook zeer goed is, vooral de cover van Jim Garrison. ASH-WING is een van die kwaliteits-fanzines in de Verenigde Staten, met "fanhish-writing" die er mag zijn, "fan-fiction" die bij ons het etiket "professioneel" zou krijgen, boekbesprekingen van heel behoorlijk niveau en tenslotte een lezersrubriek die zo mogelijk nog interessanter is dan al de rest bij elkaar. Blijkbaar klimmen Engelstaligen toch veel vlugger in de pen dan Europeanen en dat maakt dit soort fanzines veel levendiger dan wij gewend zijn. Ik geloof dat dit fanzine net een tikkeltje tekort komt om voor een HUGO te worden genomineerd, maar het mag er beslist zijn en als u het bestelt zult u zich niet bekocht voelen. SF-MAGAZINE 39 U dacht toch niet dat ik ons bloedeigen produkt ging afkammen, wel ? Nu, dan maar tot een volgende keer. O ===oooOoOooo===
SF-MAGAZINE P. 11 Ik heb vermoed hoe verschrikkelijk het zou zijn, maar ik heb het niet kunnen beseffen. Ik weet niet waarom ze me hebben gepakt. Ik was zo'n kleine en onbelangrijke schakel in het grote netwerk van verbindingen dat blijkbaar over het hele land was verbreid. Tenminste, te oordelen naar de felheid waarmee ze te keer gingen tegen hun tegenstanders, die ze verachtelijke verraders noemden, en naar de wreedheid waarmee ze hun vijanden behandelden. Ze haalden me van mijn bed op de manier die me bekend was van de verhalen die langs geheimzinnige wegen tot ons kwamen over de manier waarop de tegenstanders van het regime behandeld werden. Maar wat er verder met ze gebeurde wist niemand. Er was nooit iemand teruggekomen uit de ver afgelegen kampen waar de gearresteerden werden opgeborgen. De eerste ondervrager was een vriendelijke, wat oudere man die me behandelde alsof hij het eigenlijk met me eens was maar die me als een vader verweet dat ik iets te ver was gegaan. "Je moet ons precies vertellen wie jou hebben meegesleept". Zijn stem klonk zacht spinnend en ik had inderdaad even het gevoel dat zijn woorden taaie, dunne draden waren waarmee hij me omwikkelde. Het kostte me moeite van zijn zangerig medelijden afstand te blijven bewaren. En verder wist ik niks. Ze hadden waarschijnlijk een fout gemaakt toen ze me oppikten. Ik was een kleine ontevredene, meer niet. Tegen mijn intiemste vrienden had ik me wel eens met minachting en haat geuit over de ergste eccessen van de diktatuur waaronder we leven moesten. Ik kon dus niets anders dan de waarheid spreken. "Ik weet van niks". "Natuurlijk", zei hij strelend. "Dat spreekt vanzelf. Niemand weet ooit van iets. Maar dat neemt niet weg dat men beter zou moeten weten". Hij liep in kringen die steeds kleiner werden om me heen. Hij stond nu heel dicht bij me. "Men zou ook beter moeten weten dat het beter is iets te weten dan niets te weten. Gelukkig wordt dat inzicht bij de meesten snel bereikt". Ik was bang voor hem. Ik vraag me af of ik niet onmiddellijk iets had losgelaten als ik werkelijk iets geweten had. De zachtmoedige kracht van zijn dreiging was scherper dan de onmiddellijke wreedheid die ik had verwacht. Plotseling glimlachte hij vertederd. Hij schudde mijn hand. "Ga maar.
Misschien spreek je wel de waarheid".
SF-MAGAZINE P. 12 Een vent met een gezicht zonder herkenbare trekken kwam plotseling te voorschijn en nam me mee naar een kleine, wit geverfde kamer waarin alleen strikt noodzakelijke meubelen stonden. Ik hoorde duidelijk het sissen van het magnetische slot. Ik was dus wel gevangen. Mijn angst was dieper geworden. Deonverwachte vriendelijkheid van mijn eerste ondervrager had het beoogde doel bereikt. Ze wisten nauwkeurig hoe ze me moesten behandelen. Toen pas voelde ik hoe mijn ondervrager me bij zijn handdruk iets had meegegeven. Het was een bedrukt stuk papier. Ik kon het lezen. Ik behoorde tot de derde kaste, die van de dienstverleners. Er waren er vier en al bij je geboorte werd beslist waartoe je zou behoren door middel van elektronische rekentuigen die uit de hersenimpulsende mate van intelligentie, de speciale begaafdheden en de karaktereigenschappen van de pasgeborene konden ontleden. Bij mij hadden ze vastgesteld dat ik het meeste geschikt voor heelmeester zou zijn en dat was ik ook geworden. Ik behandelde zieken. Daarom kon ik lezen. Dienstverleners moesten soms oude boeken raadplegen. De arbeiders, de kaste die onder de mijne stond, konden niet lezen. Dat hadden ze ook niet nodig. Alles wat ze weten moesten kregen ze van de beeldkap die rechtstreeks op hun hersenstel werkte. Ik had een afdruk van mijn Ik-profiel meegekregen. Dat was zeldzaam. Die dingen hielden de burokraten bijna altijd geheim. Zij waren de heersers, de bovenste kaste. Onder hen stonden de beziters. Daar stond het dus. Mijn naam, mijn kaste, mijn beroep, mijn intelligentiegraad, de blauwdruk van mijn emotionele sterkte, het patroon van mijn tegenstellingen, de bekwaamheidsdrempel in mijn vak, het aantal kinderen dat ik mocht hebben, de afwijkingsspeling. Dat laatste was vetgedrukt. Ik was labiel in de leer, vatbaar voor ongeoorloofde denkbeelden. Misschien dat ze me daarbij bij de minste verdenking hadden opgepikt. Ik bleef er verbijsterd naar kijken. Ik herkende alles. Ikzelf stond daar gedrukt. En toch bleef er een kleine afwijking bestaan tussen wat ik las en wat ik over mezelf voelde. Er ontbrak iets, maar ik wist niet wat. Het zat zo diep in me dat het niet alleen verborgen bleef voor de hersenaftasters, maar ook voor mezelf. Het was alsof ik een tweelingbroer van me in de spiegel zag. Toen ging ik slapen. Het viel mee dat ik het licht kon uitdraaien. Ik sliep spoedig in. In het dikste donker werd ik hijgend wakker, doodsbenauwd en bang, zonder nabeeld van een droom, tot ik merkte dat er een hoge fluittoon door de kamer sneed. Er zijn geluiden die de zenuwen afschrapen. Ik kreeg er pijn van in mijn hart. De toon veranderde van hoogte en van ritme. Soms bleef hij weg maar het wachten erop was nog erger dan de aanval
SF-MAGAZINE P. 13 zelf. Plotseling verdween de toon. Eerst kwam er rust, toen achterdocht, dan angst en tenslotte een leegte in mijn hersens waardoor het leek of er een holle ruimte in mijn schedel was ontstaan die door schijnwerpers van binnen werd afgebakend. Langzaam kwamen er schaduwen achter mijn ogen, als vingers die mijn gedachten begonnen af te tasten. Ik werd leeggezogen. Er waren zachte krachten in de ruimte ontstaan die in duidelijk voelbare orde iedere hoek van mijn hersens onderzochten, koel en doelmatig. Mijn geheimste gedachten moesten daarbij betrokken zijn, neigingen die ik me zelf niet eens bewust had kunnen zijn, gevoelens die verborgen waren gebleven in de droesem van ongescheiden aandoeningen die in de diepste lagen huis hielden. Alles werd wit en doorschijnend in me en ook van een verschrikkelijke leegte, maar toen de krachten uit me wegtrokken had ik toch de vage aandoening dat er iets was overgebleven dat zich aan hun onderzoek had onttrokken, dat te diep en te ver was geweest, zelfs voor de meedogenloze doordringingskracht van de stralingen die ze op me hadden afgestuurd. Plotseling kwamen mijn vertrouwde gedachten en gevoelens terug. Als een lawine drongen ze bij me naar binnen. Ik was meer de man die ik altijd was geweest, maar nu met de herinnering die ik had beleefd. Ik wist nu dat ze nu alles van me wisten. Bijna alles, een rest was verborgen gebleven. Maar wat het was b leef ook voor mezelf verborgen. Toen de kweller me voedsel kwam brengen was dat bijna een opluchting voor me. Hij zag er uit zoals ik me hem had voorgesteld, een kleine, forsgebouwde man, met een dom, sluw gezicht en een uitdrukking van bijna wellustige wreedheid. Hij had weinig voorbereidingen nodig. Hij gaf me een harde klap in de buik, hij trapte me en vroeg, bijna terloops, of ik van gedachten veranderd was. Hij was zelfs geen burokraat, maar een handlanger, een lid va n de laagste kaste, die met minachting in de hoogste kringen werd geduld en om zijn aanhankelijkheid werd beloond met tweede-rangs eer en met bezittingen die bijna aan de voorrechten van de heersers deden denken. Waarschijnlijk woonde hij in een eigen huis, mocht hij zich aan ĂŠĂŠn zelf-uitgekozen vrouw binden en misschien zelfs zijn eigen aantal kinderen bepalen. Hij bleef niet lang. De pijn die hij me deed was bijna dragelijk. Hij was duidelijk alleen als voorbereider bedoeld. Hij liet me wel met twijfel achter. Ik vroeg me af of het feit dat ik zijn kwellingen zo goed had verdragen was ontstaan uit het besef dat ik een bodem van weerstand in mezelf had ontdekt. "Misschien hebben ze dat gevoel doelbewust bij je laten ontstaan". dacht ik nu. "Dan ben je bij hun volgende stap veel weerlozer als ze je laten beseffen dat er werkelijk niets voor ze verborgen kan blijven".
SF-MAGAZINE P. 14 Maar de zekerheid dat er inderdaad een onaantastbare rest in me leefde werd zo sterk dat de twijfel er door verslagen kon worden. De droom waarvan in een deel onthouden had gaf me het bewijs dat ik gelijk moest hebben gehad. Ik liep in een vlak landschap met veel groene planten die onordelijk groeiden, alsof niemand er voor zorgde dat ze in baan en maat werden gehouden. Er liepen dieren rond, ook in vrijheid en sommigen daarvan herkende ik uit boeken. Ze waren als sinds lange tijd uitgestorven, vossen, duiven, kleine zangvogels, en ook paarden, grote, grove dieren die zelfs in mijn droom verdwaald leken in een omgeving waar ze niet meer hoorden. Een man kwam uiteen tuchthuis, waar ons vlees en ons groenvoedsel onder druk werden vervaardigd en joeg de beesten op. Toen hij ze in een omheining had samengebracht zette hij een lazerstraal op ze en ze stierven onbeschadigd, in hun dood even ruw en nutteloos als ze tijdens hun leven geweest waren, maar met dezelfde bandeloze schoonheid die me zelfs in mijn droom benauwde. Het was of ik iets had gezien dat ik niet had mogen zien. Ik zag mezelf verschijnen en ik wist dat ik medelijden met de dieren had en dat hun slachter dat voelde. We waren allebei bang voor elkaar. Ik deed alsof ik de slachting normaal vond en hij deed alsof hij medelijden had met de beesten die hij zojuist had afgeslacht. Hij streelde de kop van een paard dat hem stijf aankeek. Hij keek me aan. Ik zag zijn gezicht duidelijk. "Jij bent een oplichter", dacht ik in mijn droom. "Je doet net alsof je iets voor die dieren voelt. Maar jij bent een burokraat. Beesten zijn wild, die kun je niet beheersen. Daarom heb je ze vermoord, zoals jouw soortgenoten ze hebben laten uitsterven". Toen ik wakker werd was zijn gezicht in mijn herinnering gebleven, ook nadat ik de inhoud van de droom al lang in vage trekken was opgelost. Ik werd eigenlijk wakker door een onregelmatig geluid dat niet bij mijn herinnering paste. Ergens in mijn omgeving werd geklopt. Na een poosje kon ik er een patroon in ontdekken. Het was niet moeilijk. In de ondergrondse pamfletten, die ik natuurlijk soms onder ogen kreeg, werd er veel verteld over de manieer waarop gevangenen elkaar boodschappen konden overbrengen. Als je lezen geleerd had en de volgorde van het alfabet kende kon je die boodschappen verstaan. Ze spelden mijn naam. Na enige minuten begreep ik dat. Ze spelden steeds mijn naam. Ik klopte terug. "Begrepen" seinde ik. Toen hield het kloppen van de anderen op. Ik voelde me nu minder eenzaam. . Op geregelde tijden riepen ze
SF-MAGAZINE P. 15 me op. Ze brachten boodschappen over, onbegrijpelijke mededelingen die me ook niet belangrijk leken maar die in ieder geval het voordeel hadden dat mijn angst erdoor verminderde. Als je niet eenzaam bent is de dood minder dichtbij. Toen op een dag een bewaker mijn voedsel bracht verzuimde hij de deur op slot te doen. Ik vertrouwde het niet. Misschien wilden ze me in een val lokken. Misschien wilden ze me eerst de illusie van vrijheid geven om me dan des te scherper te kunnen treffen. Toen de man uit mijn droom langzaam naar binnen sloop was de herkenning zo sterk dat ik niet schrok en me zelfs niet verbaasde. Ik vond het alleen vreemd dat hij mij niet herkende en toen schoot het door me heen dat ik hem alleen in mijn droom eerder had gezien. Hij groette me en ging op het bed zitten. "Die bewaker is niet slecht", zei hij, "Hij is met een kleinigheid om te kopen". Zelfs zijn stem herkende ik. Ik bleef hem aankijken als een visioen in de droomkap, waarvan je weet dat hij niet bestaat, terwijl je voelt dat hij wel bestaat. Hij werd er onrustig van en keek me doordringend aan alsof hij de gedachten uit mijn hersens wou plukken, zonder hulp van aftappers. "Wie ben je ?" vroeg ik tenslotte. "Ik heb je daarnet opgeroepen met kloptekens. Ik ben hier ook gevangen. Ik hoorde dat je pas was aangekomen en zodra ik kon ben ik je komen opzoeken. We moeten elkaar helpen". "Kun je elkaar zo maar opzoeken ?" "Die bewaker kijkt wel eens langs je heen. Soms geven we hem wat van onze rantsoenen". En toen vertelde hij van de organisatie. Hij bleek een stamhoofd van de Provokaten te zijn. Ik had wel eens van ze gehoord. Iedereen had wel eens van ze gehoord. Ze schenen in afgelegen streken in stamverband te leven en hadden hun handlangers in de grote steden. Ze waren de belangrijkste tegenstanders van het regiem. Vroeger had ik het vage vermoeden gehad dat ze niet bestonden, dat ze waren bedacht door de leiders van ons stelsel. Maar soms kreeg ik ook aanwijzingen dat ze wel degelijk bestonden. Ze maakten propaganda. Ze verspreidden droombanden en boeken. Ik had eens zo'n boek onder handen gehad. Het had plotseling in mijn onderzoekskamer gelegen. EĂŠn van mijn patiĂŤnten moest het er hebben neergelegd. Ik heb het natuurlijk verbrand. Maar ik heb er toch in gelezen. De titel was : "Het ludieke leven". Er stonden teksten in van historische voorgangers van de Provokaten. Ze schilderden een onmogelijke samenleving waarin de mensen vrij waren, waarin ze ongehinderd konden doen waarin ze zin hadden, hun eigen paarge-
SF-MAGAZINE P. 16 noten konden kiezen, konden spelen en zingen en de droombanden van hun eigen keuze konden omleggen en waarin ze vooral gelijk waren. Ze hoefden geen meerderen te erkennen. Daarvan was ik het meeste geschrokken. Wat die provokaten zeiden was gevaarlijke onzin, maar iedereen die van hun opvattingen kennis nam werd toch gedwongen na te denken. Dat was het gevaarlijkste. Ze knaagden aan de zekerheden van het bestaande stelsel. Ze brachten je aan het denken. En daar komt twijfel van. En wie eenmaal begint te denken en twijfelen zakt steeds verder af. Toen ik dat boek gelezen had wist ik dat de provokaten gevaarlijk waren. Maar ik wist dat ik aan hun kant stond. Misschien was ik daarom gevangen genomen. Misschien hadden ze vermoed dat ik was aangetast. Het klonk allemaal zo aannemelijk wat de provokaten beweerden. Net alsof hun opvattingen redelijk pasten bij de aard van de mens. Als je ervan kennis nam leek het of de wereld waarin we werkelijk leefden een afwijking was. Ja, de Provokaten waren gevaarlijk. En één van hun stamhoofden zat in mijn cel. Hij sprak over het ludieke leven, zonder omwegen, zonder zich te verontschuldigen, zonder verdedigingsbewijzen. Hij sprak erover alsof het een vanzelfsprekend ideaal was en geen perverse afwijking van schemerige mismaakten. Hij had me bijna meegesleept met zijn geestdrift en zijn natuurlijke eerlijkheid. Hij moest het gemerkt hebben. Hij greep mijn hand. "Jij bent één van ons". Toen trok mijn hand terug. Ik herinerde me mijn droom. Ik wist dat ik hem niet kon vertrouwen. Hij was een uithoorder. Ook dat merkte hij. Zijn gezicht vertrok. Hij ging weg zonder groeten. Daarna lieten ze me lange tijd alleen. Soms werd er weer geklopt maar ik antwoordde niet meer. Ik was er steeds op verdacht het slachtoffer van uithoorders te zijn. Soms verwonderde ik me er over dat ik mijn waarschuwing in een droom had gekregen. Maar op den duur begon ik er aan te wennen dat de droom misschien een uitvloeisel was geweest van een diepere achterdocht. "Maar misschien heb je alleen maar gedacht dat je zijn gezicht herkende. Misschien heb je die man uit je droom en de uithoorder aan elkaar gelijk gemaakt toen hij verscheen. Dat is toch mogelijk ?" "Dat is mogelijk" antwoordde ik mezelf. Maar de twijfel bleef. Toen er twee kerels in mijn cel kwamen die me wenkten dat ik ze moest volgen wist ik dat het beslissende moment was gekomen. In de wereld buiten waren geruchten in omloop over de behande-
SF-MAGAZINE P. 17 ling van gevangenen in opvoedingsgestichten. Soms kwamen er hervormde oproerders terug in de maatschappij. Natuurlijk spraken ze niet over wat ze hadden meegemaakt. Misschien konden ze het niet eens herinneren, waren hun hersens schoongeveegd door de ondervragers. Maar wat ze onuitgesproken uitstraalden was genoeg om afschrikwekkend te werken. Ze waren levende zenders van gruwelen die iemand die ze niet ha d ondergaan zelfs niet zou kunnen bedenken. De zaal waarin ze me voerden was groot, wit en zonder enig meubel of instrument. In het midden was op de vloer een metalen plaat geschroefd. Ik moest er op staan. Mijn bewakers verdwenen. Ik kreeg een kap om mijn schedel. Hij leek op een droomkap zonder keuzeknoppen. Ik hoorde een stem in mijn hoofd. "Zodra je iets te zeggen hebt kun je spreken. We zullen het horen. Als we tevreden zijn met je bekentenis kan het onderzoek ophouden. Dat moet je blijven beseffen : ieder ogenblik kan het onderzoek ophouden als je dat wilt. Je hoeft het alleen maar te willen. En de waarheid te spreken. Dat is alles". "Maar ik weet niks". "Dat weten we. Je bent erg voorzichtig. Erg voorzcihtig". De stem klonk scherper alsof de spreker me kwalijk nam dat ik de uithoorder had herkend. Misschien verbeeldde ik het me. Ik werd plotseling moe. Ik wilde gaan zitten. Toen ik de metalen plaat aanraakte ging er een schok door me heen die van mijn hele lichaam een brandende pijnpunt maakte. Het duurde kort. Het was genoeg om me overeind te houden. Ik wist dat hetzelfde met me zou gebeuren als ik probeerde mijn plaats te verlaten. "Praat maar" zei de stem in mijn hoofd. "Ik weet niet waarover". Er begonnen tastende vingers door mijn hersens te glijden. Het deed geen echte pijn. Maar het was zo verschrikkelijk dat ik begon te gillen. Meteen h ield het gewriemel op. "Je hoeft alleen maar te praten" hoorde ik weer. "Ik weet niks" zei ik wanhopig, "Geloof me toch". Ik was gelukkig. Plotseling en intens diep. Mijn hele lichaam gloeide van genot. In mijn hersens was een goudkleurige rust ontstaan die me herinnerde aan de oerverrukking van een heel klein kind dat vol is van de melk van het heelal. Maar het geluk was te diep om blijvend te zijn. Onmiddellijk begon wantrouwen zich met de verrukking te mengen en toen de eerste uitlopers van nieuwe pijn zich aankondigden was ik bijna blij omdat ze me meer vertrouwd waren. Snel kwam het hoogtepunt. Als de pijn sterker werd zou ik het bewustzijn niet kunnen handhaven. De grens was nauwkeurig be-
SF-MAGAZINE P. 18 paald. In snelle golven werd de pijn tot het uiterste toegediend en teruggetrokken. Kort afgebeten flarden van stemmen klonken ertussen, als deel ervan. "Zeg watje weet, zeg wat je weet". Maar ik wist niets. Ik zou nu gesproken hebben. Zelfs als ik mijn leven ervoor zou over hebben gehad om te zwijgen zou het me niet mogelijk zijn geweest. De pijn kwam steeds net op de grens van de dood, maar ging er niet overheen. Nu kwelden ze me niet meer. Ze onderzochten me met koele stralen. Ze tastten mijn hersens af. Ik kon me duidelijk voorstellen dat de golven van gedachten die ze oppikten op schermen werden weerkaatst, en daarna vertaald. Ze wisten nu alles wat ik wist. Op een kleine rest na. Ik besefte dat in iedere herinnering een kleine rest overblijft die vergrendeld is tegen ieder onderzoek. Ook bij mij was dat het geval. Maar ik kende de inhoud niet. Wat ik wist was ook voor mezelf verborgen. De onderzoekers hadden er geen toegang toe. Maar ikzelf ook niet. Ik had het graag gewild. Ik zou het ze hebben meegedeeld. Het was de moeite niet meer waard het verborgen te houden. Niets was meer de moeite waard. Alleen rust en het afweren van de pijn. Ze begonnen te boren in mijn hersens. Ze staken er draaiende naalden in. Ik begon te gillen. Ik hoorde mijn eigen stem. "Hou op.
Ik zal spreken".
Ze hielden onmiddellijk op. Een kort ogenblik was het gebrek aan pijn nog erger dan de aanwezigheid. "Praat maar", hoorde ik. Ik begon te spreken, rustig, afgemeten, alsof ik een les opzei. Ik moest iets verzinnen. Het viel me op hoe gemakkelijk de leugens kwamen. "We zijn verdeeld in cellen van drie personen. EĂŠn van ons is de hoofdman. Die maakt dan weer deel uit van drie hoofdmannen". "Genoeg. 'Hoe heten ze?" Ik aarzelde. Ik wist de namen nauwkeurig. Ze stonden in mijn hoofd gedrukt als op papier. Ik kon ze lezen. Misschien omdat ik lezen kon. Ik had ze makkelijk meteen kunnen opzeggen. Maar ik aarzelde om daarmee mijn leugens geloofwaardig te maken. "Ik ken alleen de naam van de hoofdman". Ik voelde hoe ze mijn hersens doorzochten. Ik voelde ook dat ze me begonnen te vertrouwen. Het leek of de instrumenten die de elektronische banen van mijn geheugen aftastten in zekere mate leven hadden gekregen en uitstralingen van gevoel in me konden overbrengen. Ze begonnen me te vertrouwen.
SF-MAGAZINE P. 19 "Het zou een schuilnaam kunnen zijn". "Vertel hem". "Johan Breitenbach". "Hoe ziet hij eruit ?" Ik gaf een nauwkeurige beschrijving. Iets groter dan ik, een smal, bleek gezich met een korte neus, tanden die niet aangesloten waren waardoor hij een goedmoedig roofdier leek als hij lachte, zwart haar met gro te inhammen aan de slapen, wijd-uitstaande oren en een groot litteken boven zijn rechteroog waardoor zijn wenkbrouw in twee delen gespleten was. Ik hoefde alleen maar met woorden te schilderen wat ik met gesloten ogen kon zien. Het beeld verdween en kwam even later terug, bijna hetzelfde als van mijn fantasie. Het was of ze snel een portret van hem hadden gemaakt en me dat nu lieten zien. "Lijkt het ?" "Ja". Toen werd ik van binnen leeg en rustig. Mijn bewakers verschenen weer en brachten me terug naar mijn cel. Ik vroeg me af of ze me zouden vrij laten maar het was geen diep verlangen. Het enige belangrijke was dat ik met onberoerde hersens kon leven. De rest was bijzaak. Ik bleef op mijn bed liggen. Ik was niet moe. Ik kon niet denken. Er zweefde een lichte, witte, stralende bol in mijn schedel, een vredige leegte die verwant moest zijn aan de uiterste gelukzaligheid die ik beschreven had gevonden in oude boeken van godzoekers. Ik moest ongemerkt in slaap gevallen zijn. Toen ik wakker werd hoorde ik doffe knallen, geschreeuw en toen een onwaarschijnlijke stilte. De deur van mijn cel ging open. Ik zag buiten een menigte vrijzinnig geklede lieden staan. Zo moesten de Provokaten er uit zien, volgens de geruchten die over ze in omloop waren. Het viel me tegen dat ze zozeer met hun merkbeeld overeenstemden. En man kwam binnen. "Je bent vrij" zei hij, "De heerschappij van de hersenkwellers is voorbij". "Wie ben je ?" Hij had een smal, bleek gezicht met een korte neus, tanden die niet aaneengesloten waren waardoor hij een goedmoedig roofdier leek als hij lachte, zwart haar met grote inhammen aan de slapen, wijd-uitstaande oren en een groot litteken boven zijn rechter oog waardoor zijn wenkbrauw in twee delen gespleten was. "Johan Breitenbach", zei hij.
SF-MAGAZINE P. 20
Sinds het begin van dit jaar prijkt er in elk nummer van SFMAGAZINE een heus "editoriaal". Dat hoort nu eenmaal bij een blad : het is onmisbaar om de verschillende bijdragen aan te kondigen en het geheel even te belichten. En uiteraard wordt het editoriaal door de hoofdredacteur geschreven; u begrijpt het al, ik was de klos ! Nu weet iedereen die mij een beetje kent dat ik me - mag ik het voorzichtig uitdrukken ? - onbehaaglijk voel in een dergelijk keurslijf. Gaandeweg verzuimde ik de editorialen te schrijven of in te leveren en na samenspraak met de redaktie werd besloten dat Robert Smets deze taak van mij zou overnemen, althans voorlopig, tot een definitieve oplossing opduikt tijdens of na de ledenvergadering van 19 oktober eerstkomend te Gent. Zo weet u meteen wat die afkorting a.i. betekent, die voor Smet's naam wordt afgedrukt : ad interim; een tussentijdse oplossing, dus. Er bleek nog een andere probleem te bestaan : blijkbaar had en heeft een flink aantal lezers nogal heimwee naar mijn vroegere, soms lang uitgesponnen KLETSPRAATJES met ditjes en datjes, die voor dat vervloekte EDITORIAAL moesten wijken. Weer na ruggespraak met de redaktie, werd mij een "column" aangeboden waarin ik de teugels kan laten vieren en waarin ik mijn frustraties kwijt kan tot "vermaeck ende jolijt" van de lezers : weshalve ik wenend van vreugde mijn ganzeveders aanscherpte en, na vijf minuten breintasten, de hoofding DE SNORREPIJP 1 (één) neerkraste. Voor de argwanende lezers moet ik dit nog even zeggen : ik weet niet wat een snorrepijp precies is en ben te lui om het op te gaan zoeken in Van Dale. Maar het klinkt nogal essef-erig in mijn oren : een toestel waarmee de muziek der sferen van universum tot universum wordt doorgeseind, gebruikmakend van trillende membranen in een vacuüm. Hoe dit natuurkundig te verklaren is, weet ik ook niet, maar niemand minder dan "the good wise doctor" Isaac Asimov was mijn rechtstreekse inspiratiebron voor DE SNORREPIJP : in "The Gods Themselves" - moet ik ècht ook eens bespreken - heeft-ie het over een elektronenpomp, een bijzonder vernuftig apparaat met een even bijzonder eenvoudige naam en dagenlang is dat woord in mijn hersens blijven nazinderen, bizarre en soms angstwekkende connotaties oproepend ... Uiteindelijk was de neerslag van dit gepeins nogal teleurstellend, namelijk dat de platvloerse vaststelling dat het meestal
SF-MAGAZINE P. 21 onhandig is de stijlvormen op elkaar te stapelen om een overdonderend effekt bij de lezer te verkrijgen : eenvoudige en klare taal en stijl heeft gewoonlijk meer zeggingskracht dan barokke Lovecraftiaanse bouwsels die de verbeelding van de lezer het zwijgen opleggen of haar in een bepaalde richting wringen; waarbij het vanzelf spreekt dat ook het persoonlijk temperament van zowel lezer als auteur medebepalend is voor wat kan en niet kan. En bovenstaande betekend ook niet dat stijleenvoud en stijlarmoede synoniem zijn. Blijkbaar is ook de studie van de lingu茂stiek in dit verband niet zonder belang. Schrijvers als Zelazny, Delany (wiens THE EINSTEIN INTERSECTION en BABEL 17 absolute "musts" zijn) LeGuin en de jonge Brit Ian Watson zijn linguisten en kunnen als voorbeelden voor helder taal- en stijlgebruik gelden. Als ik ooit tijd en zin heb, zou ik me best eens aan een lingu茂stische benadering en vergelijking van deze auteurs willen wagen ... zucht ... alsmede aan het gebruik van de bijvoeglijke naamwoorden "Brooding" en "Smoldering" in de werken van Philip Dick ... nogmaals zucht ... ! Dit brengt me op het probleem van de oplagen van essefboeken. In het Nederlandstalige gebied bedraagt dit gewoonlijk 12.00017.000 voor een pocket; dit is geen toeval : het is gewoon de normale limiet voor een behoorlijke rentabiliteit. Overigens betekent oplage niet alleen dat alle exemplaren worden verkocht. Mijn schattingen hieromtrent schommelen naargelang de auteur, tussen 8.000-11.000 : geen cijfers om werkelijk enthousiast over te zijn. Maar een vergelijking met Amerika kan hier verhelderend werken. In de States zijn er, naast de zeer gespecialiseerde uitgevers die kleine, vaak bibliofiele of akademische oplagen brengen, twee grote markten : de ingebonden boeken en het pocketboek. Van een ingebonden werk worden meestal 3.000 tot 6.000 exemplaren op de markt gebracht. Deze oplaag wordt volledig door de bibliotheken afgenomen. Hoogstzelden wordt er dan een tweede druk van dit gebonden boek verzorgd. Een half jaar tot een jaar later, wanneer de markt als het ware "v贸贸rgestimuleerd" werd door de recensies en de aanvragen in de bibliotheken, wordt een pocketuitgave van 50.000 tot 100.000 exemplaren, wat in Amerika de normale "minimum print run" is, om uit de kosten te kunnen raken. Van deze eerste druk worden in ieder geval, hoe goed of hoe slecht het boek ook is, 20.000 tot 30.000 exemplaren verkocht. Dit geschiedt tijdens de eerste maand, want in Amerika is er een enorm distributie-probleem en het komt zelfs voor dat een boek slechts 2 dagen in de rekken blijft : daarna moet het de plaats ruimen voor een nieuw boek. Na die eerste maand worden alle onverkochte exemplaren tot pulp verwerkt en alleen de omslagen worden als bewijs voor het "onverkocht blijven" terug naar de uitgever gestuurd. Het aantal onverkochte exemplaren van een pocketboek bedraagt na 3 maanden 40 tot 60 % van de oorspronkelijke uitgave en in bepaalde gevallen zelfs 80 % (met name wanneer er slechts 20.000 van de 100.000 aan de man werden gebracht !). Aangezien de winst- en verliesrekening slechts bij
SF-MAGAZINE P. 22 een verkoop van 50.000 tot 100.000 (naargelang de uitgever) in evenwicht komt, is de uitgever verplicht zeer snel een tweede, soms derde druk (20.000 tot 40.000 exemplaren) te vervaardigen. Meestal gebeurt dit met een nieuwe omslag en geregeld met een nieuwe titel, wat meteen verklaart waarom fans vrij vaak twee maal hetzelfde boek kopen. Natuurlijk zijn er pocketuitgaven die het veel beter doen dan bovengenoemde cijfers : Asimov en Heinlein zijn altijd goed voor verkoopcijfers boven de 100.000, maar het ging hier niet om uitzonderlijke bestsellers (zoals STRANGER IN A STRANGE LAND, dat thans ver boven het miljoen ligt) dan wel om de doorsnee pocket. En als we die cijfers vergelijken met de Nederlandstalige pbckets, dan stellen we vast dat er procentueel zelfs iets meer essef in ons land wordt gelezen dan in de bakermat zelf! Reserveer ondertussen uw exemplaar van F & SF (The Magazine of Fantasy & Science Fiction) september 1974, want er staat een roman in van de beroemde Kilgore Trout : VENUS ON THE HALF-SHELL. Niemand weet wie Kilgore Trout is (het is ĂŠcht niet Kurt Vonnegut zelf) maar de roman gaat over Simon Wagstaff die door het universum zwerft en zich de eerste en laatste vragen stelt : " Waarom zijn wij uitsluitend geschapen om te lijden en te sterven ?" Ik waarschuw u : hij vindt het antwoord ! Om te besluiten nog een paar goede boeken die het lezen alleszins waard zijn, maar waarvan het weinig waarschijnlijk is dat ze eerstdaags in SF-MAGAZINE kunnen besproekn worden. SCIENCE-FICTION - AN INTRODUCTION door L. David Allen in de fameuze Cliffs Notes-reeks (een soort Amerikaanse "Que Sais-je", 187 blz, 1973, $ 1.95. Een uitmuntende inleiding tot het genre, met analyses en samenvattingen van een dertiental werken. THE ENCYCLOPEDIA OF SCIENCE-FICTION & FANTASY (deel 1) door Donald H. Tuck, 300 blz, 1974, $ 20. Dit werk zou de "volleedige" encyclopedie moeten worden. Het is een enorm werk en aanbevolen ondanks de forse prijs. Te verkrijgen bij T-K Graphics. SCIENCE-FICTION - TODAY AND TOMORROW, samengesteld door Reginald Bretnor, 1973, 300 blz., $ 8.95 bij Harper & Row. Een uitstekende visie op het genre met essays, kritieken, enz. CHRONICLES OF A COMER AND OTHER RELIGIOUS SCIENCE FICTION STORIES samengesteld door Roger Elwood, 1974, paperback, 200 blz., $2.95, bij Uitg. John Knox, 6 goede verhalen over godsdienstige themata's. WANDERING STARS, samengesteld door Jack Dann, 1974, 240 blz., $ 6.95, bij Harper & Row - Een verrassend goede bloemlezing van Joodse auteurs (wat in Amerika niet moeilijk te vinden is) over Joodse thema's. Absloluut aanbevolen, ook al wegens de inleiding door Asimov.
SF-MAGAZINE P. 23 THE SCIENCE FICTION BOOK door de bekende Oostenrijke criticus Franz Rottensteiner, 1974, 208 blz., $ 12.50 via Collectors Book Store. Een must : topkwaliteit bijdragen en illustraties over uiteenlopende facetten van ons genre, van de Golden age tot fandom. Een Europese visie ! MEMOIRS OF A SPACEWOMEN door Naomi Mitchison, 1973, 176 blz., $ 0.75, Berkley Medallion Books. Een nieuwe uitgave van een in 1962 verschenen boek dat onopgemerkt bleef ondat het zijn tijd ver vooruit was. Het is ontstellend goed voor iemand van wie ik nog nooit gehoord had. Probeer eens een exemplaar te pakken te krijgen. 2020 VISIONS, samengesteld door Jerry Pournelle, 1974, 192 blz., $ 0.95, bij Avon Paperbacks - een prima bloemlezing over toekomstvisies, met Anderson, Ellison, Niven en Bova in de glansrollen. NEW WORLDS FOR OLD door David Ketteren, 1974, 300 blz., $ 2.95 bij Doubleday Anchor - een boek bestemd om het gebrek aan academische kritiek inzake essef op te vangen. Goed gedocumenteerd hoewel vrij droog geschreven. Ben het persoonlijk lang niet altijd eens met de uitgangspunten van de auteur, maar als geheel toch waardevol. SUPERNATURAL CATS, samengesteld door Claire Necker; 1974, 446 blz., $ 1.75 bij Warner Paperback Library (verscheen oorspronkelijk ingebonden bij Doubleday in 1972) - Dat is nu eens een boek naar mijn hart : een boek dat volledig gewijd werd aan de kat in de literatuur en de geschiedenis. Het interessants voor ons, is het gedeelte dat handelt over de kat in de essef : een heerlijke bloemlezing van Cordwainer Smith, James White, Fritz Leiber, Cartmill, Lovecraft, Poe, Ron HUBBART, Lewis Padgett, Dorothy L. Sayers, A. Derleth, Sheridan Le Fanu, Bram Stoker, M.R. James, Gerald Heard, Al Blackwood en Henry Slezar. Werkelijk aanbevolen ! Bovenstaande herinnert er ons aan dat ook vriend Heinlein een grote poezenvriend is en dat hij in A DOOR INTO SUMMER - wat ik nog steeds een van zijn beste werken vind - op een bijzonder gevoelige manier met deze dieren op stap gaat in de tijd en naar parallelle werelden. Het zou leuk zijn om eens een behoorlijke studie te wijden aan het aardse (huis)dier als gezel van de mens in de essef, waarbij dus onder meer alle buitenaardse monsters, poezelvacht symbioten e.d. buiten beschouwing worden gelaten. Clarke, Meyers, Niven, Merle en anderen hebben dit uitstekend gedaan met de dolfijn als hoofdpersoon. Ik herinner me ook een verhaal over een telepatische koe met moederlijke gevoelens die met een knaapje optrekt - de naam wil me maar niet te binnen schieten - en, kriskras door elkaar : arenden, tijgers, leeuwen, olifanten, honden, eekhoorns, apen, enz. Om het bekende liedje maar weer eens te zingen : als ik ooit tijd en zin heb ... Wie mij wil helpen mag mij alvast boekenlijsten en suggesties opsturen. Tot volgende maand dan maar? (als ik zin en tijd heb ???)
SF-MAGAZINE P. 24
sed in diutina deliberatione ceteri cruciantes mora consilii mea praecordia, immo miserum spiritum elidentes tandem novicii latronis accedunt sententiae et protinus vinculis exsolvunt virginem. (Apuleius, VII-10) Opgedragen aan F. Rottensteiner en R. Zondergeld 1. Nooit heb ik mij onbehaaglijker gevoeld als juist die ogenblikken, waarop ik bewijzen voor een bepaalde opvatting moest aanvoeren : over literatuur, haar provincies, haar nauwkeurig en met redelijkheid afgebakende gebieden, nooit heb ik mij onbehaaglijker gevoeld zoals gezegd. Toch wil ik proberen nog één keer deze weg af te leggen : positieve resultaten zal dit niet tot gevolg hebben, inzichten evenmin, geen feiten, die ons als feiten tegemoet treden, maar momenten zullen wellicht ontstaan, die in hun structuur niet meer zijn dan een poging. De taal botst voortdurend tegen haar zegbare grenzen (ook de ideeën hebben dit lot) op - en het is goed dat te weten. Een hele tijd geleden las ik Thomas M. Dish, toen ik naar een rustig motto voor een van mijn opgewonden gedichten, die ik toendertijd POËMEN noemde, op zoek was; mij had de titel van een roman geïrriteerd en niet met rust gelaten - hij heette "Camp Concentration". Dat las ik toen in omgekeerde volgorde en zeker erg Duits - want ik wist niet, dat er in Amerika een begrip als "Camp literatuur" bestond. Nu weet ik dat - maar dat maakt mij veeleer onzeker, zoals de laatste films van John Huston mij onzeker maken, die mij teveel tonen, wat ik zelf zou willen laten zien, als ik eens de mogelijkheid zou hebben, zo'n film te maken. Ballard kwam veel later. In ieder geval is het zijn schuld, dat ik me als literair voyeur betrapt voelde. Hij is het geweest, die met gepaste ernst mijn jeugdigste overdenkingen uit mijn broekzak weer naar boven toverde. Nooit had ik voordien begre-
SF-MAGAZINE P. 25 pen, dat literatuur ook zoiets als muziek kan zijn - verderop zal ik citeren. Van Brahms had ik nooit gehouden en toen las ik "The four-dimensional nightmare", "Christal World" en natuurlijk ook "The drowned world" en op dit ogenblik luister ik naar Brahms en denk, dat het bijna een belijdenis lijkt. Bradbury heb ik altijd al gelezen - en waarschijnlijk was hij de eerste die ik 端berhaupt gelezen heb, hoewel dit een leugen is. Wanneer men iets over literatuur zegt, heeft dit altijd veel van een leugen (omdat men zoveel buiten beschouwing laat) - maar leugens zijn misschien de enige dingen, die je behoedzaam maken, niet omdat een ander ze zou kunnen ontkrachten, maar omdat je consequent wilt blijven ook in zulke uitspraken (of juist bij hen ?). Ik moet in dit opzicht aan Wittgenstein denken, aan Carnap, aan Kant : allemaal grote geesten, dat wel. En zo hoor ik dan ook bij die mensen, die bang zijn, de laatste bladzijde van een goed boek te lezen, de laatste zinnen van een goed toneelstuk te horen, en de laatste tonen van een goede muziek : dat is ook de reden, waarom ik de beste schilderijen alleen maar vluchtig bekijk - en toch weet ik eigenlijk niet wat "goed" is. 2. Soms zou ik de dingen aan hun woord willen houden, de goede en de slechte, en soms zie ik de titels van mijn boeken voor mij, zonder me aan hun inhoud te herinneren. Dan moet ik mij als het ware er mee behelpen, er in te bladeren, er in te snuffelen, zoals de bibliofielen zouden zeggen - maar ik hou niet van boeken; ik zou niet weten, wat ik zonder hen zou moeten beginnen. Gustav Meyrink heb ik gelezen, ook "Der Golem", dat was zier. Maar op bladzijde 34 stond een goede zin (en die een twee keer zo dik boek gerechtvaardigd) : "En ik had uitgelezen en hield het nog in mijn handen, en het kwam alsof ik zoekend in mijn hersens gebladerd had, en niet boek" - dat was een ervaring !
geen plehad ook het boek mij voor, in een
Frederik Pohl en O.M. Kornbluth heb ik gelezen, ook "Time of the Pussyfoot", dat was verbluffend. Zulke boeken had ik lange tijd voor tweederangs gehouden, hoewel ik ze nog niet gelezen had. Ook Prokofieff hield ik vroeger voor tweederangs, hoewel ik zijn muziek nog niet gehoord had. En het ging mij net zo met de akwarellen van Tom Philips - pas de mogelijkheid, ze in de catalogus van de Nueue Galerie te Aken nauwkeuriger te bekijken, overtuigde me van het tegendeel, hoewel ik meer dan een jaar geleden in de TateGallery minstens twee uur voor zijn schilderijen gestaan had. Dish is de grootste schilder, die nooit een penseel in de hand nemen zal,nooit een doek zal gebruiken - maar wat bij hem het schildersdoek vervangt heeft zoveel niveau's, zoveel talenten, zoveel speculaties,dat ik er haast zeker van ben, dat hij het knappe essay "Een nieuwe literatuur" van Michael Moorcock niet alleen gelezen heeft, al lagen zijn romans dan ook al in de boekhandel.
SF-MAGAZINE P. 26 Elke dag wacht ik op nieuwe vertalingen van Thomas M. Disch in het Duits - maar wij zijn zo langzaam, zo onberekenbaar. In Wenen hangen een paar erg mooie schilderijen van Bellotte. Ze geven bijna allemaal de stad Wenen weer. De stad zelf heeft me dan teleurgesteld - misschien was het nog niet het juiste ogenblik. Beslist zal er in de buurt van Disch' woonplaats, een museum zijn, waarin schilderijen van Bellotto hangen, daar ben ik van overtuigd, volkomen. De science-fiction-literatuur heeft een voordeel, dat ze niet met andere literaire genres delen kan : ze voert een onderzoek in de toekomst uit. Ze is niet visionair. Ze is reëel, zoals de met een bijl bewapende en zich naar voor strekkende hand op één meter voor de boom, die geveld moet worden; ik heb er bewijzen voor. Ze is speculatief, zoals de overpeinzingen over het waarschijnlijk verloop van een avond met een verstandige vrouw. Ze is zo direct als iedere letter van ieder woord hier : ik weet niet, waarom ik de titel "een hypotaktisch visioen" noemde, maar ik zal hem laten staan, omdat ik bij het begin van mening was, dat hij paste. 3. Over Ballard valt niet veel meer te zeggen, als men er tenminste niet van verdacht wil worden, aanmatigend te zijn (en daarvan verdenk ik ook een paar sneldenkertjes, die de werken van Christine Lavant of ook "alleen maar" van Klopstock geïnterpreteerd hebben.) Daarom zal ik niets over Ballard zeggen. Na de op één na laatste bladzijde van "Christal World" was ik zelfs van plan, de roman een tweede keer te lezen, wat ik dan ook gedaan heb. Ballard, de poëet, ja, dat klinkt goed. Ballard zal voor mij wel altijd de auteur blijven, van wie ik twee-drie zinnen zoU kunnen citeren, zonder dit echter ooit te doen. Ballard zal ook altijd één van die schrijvers blijven, die mijn fijngevoeligheid nivelleren en hermeneutische problemen voor mij tot belachelijke problemen maken, die in dit verband niet belangrijk of noemenwaardig zijn, maar tot intellectuele klouterpartijtjes gereduceerd worden. Ik heb dit schaamteloze geharrewar steeds gehaat - en ik heb het nooit durven zeggen. Wat dit betreft hoort Ballard ook bij die schrijvers die mijn tong hebben losgemaakt, wat ik verder alleen nog maar van Schiller zou kunnen beweren - en eigenlijk is mijn hele werk, altijd en een klein beetje, Schillers geweldig en hopeloos onderschat oeuvre gewijd, ja, dit durf ik te zeggen. Ballard moet een Klopstock-kenner zijn, zeker zal hij al de belangrijkste werken, die onze cultuur heeft voorgebracht, bij zich hebben, hij zal altijd de auteur van de speculatieve poging blijven, daaraan verandert ook de weinig geslaagde tekst "Coïtus 80" niets. Het is in geen geval een Science-Fiction-auteur - wie dat gelooft, vergist zich. Hij is ook geen Weird-Fiction-auteur. En nog minder is hij een auteur, die speculatieve teksten schrijft.
SF-MAGAZINE P. 27 Zeker is hij van alles een beetje, maar misschien is ook dat onjuist. Elke benaming schiet aan haar doel tekort. Elke gedachte naar aanleiding van een tekst kan niet meer zijn dan een eerste vage beschrijving. Elke beschouwing brengt zichzelf door het "natuurlijk" perspectief in het nauw. En dat toont Ballard aan, daarom is het absoluut overbodig, dat hij het ook nog met ondubbelzinnige woorden zegt, want die zijn er niet. Misschien zou uitgaande van de opperv lakte-structuur van zijn zinnen een wezenlijker interpretatie geleverd kunnen worden, misschien, maar pas dan, wanneer alle literatuur, al het gesprokene, al het gedachte in ondubbelzinnigheid overgaat - en zoiets zal nooit bestaan, we kunnen er wel op wachten, maar het zal tevergeefs zijn. (overigens zou er, indien ooit ondubbelzinnigheid zou ontstaan, niets meer te interpreteren zijn - men zou als het ware een geheel van nieuwe problemen moeten verzinnen, om niet alleen het verstand in beweging te houden, maar ook de gevoelens). Daarom moeten we altijd aandacht op data, aanwijzingen, en gesprekken met vrienden gericht houden - daar is het mogelijk iets te ontdekken, niet bij de psychopatische kruisgangers. 4. Van Savona komend rijdt men urenlang door heuvelachtig gebied, een stenige kust voorbij. Die Italianen noemen hun kust hier ietwat overdreven "Rivièra". En als je dan verderop komt, achter Monaco heet ze "Côte d'Azur". De Fransen hebben nu eenmaal nog een zuiverder gevoel voor de dingen. De weg gaat dan snel over Genua en Nervi - de omgeving wordt steeds groener. En plotseling komt je met 130 Kilometer Rapallo tegemcret. Rapallo ligt nog altijd tussen zijn twee baaien, de lampions reiken nog altijd tot ver in zee, en overal dan paddelbootjes, de kleine roeibootjes. Toen ik aankwam was het juist vloed, die het zand van het kunstmatige strand veegde. De geïllustreerde man lag op de achterbank en ik zoch italiaans en overdreven naar een parkkerplaats, hier aan de promenade. Ik had toen direct deze drie Bradbury-verhalen gelezen. Later op de avond ben ik dan langs de slingerende weg de heuvel opgereden en wist, dat ik precies de volgende dag weer op weg naar huis zou gaan. Het is altijd eenzamer en nauwkeuriger 's nachts te reizen - de koplampen abstraheren in het omgevende landschap en je hoort duidelijk elk geluidje van de motor. De geuren zijn, als je de raampjes niet gesloten houdt, haast concreet en in de bochten, naar beneden en weer omhoog moet flink geschakeld worden. Soms reikt de steppe tot aan de rand van de weg, dan opeens weer huizen en mensen en motorrijders met van die zwarte jasjes waarop klinknagels blinken. De kinderen zijn dan meestal in bed, hebben hun verhalen gelezen - en hier hebben ze hun gebedjes al opgezegd. Bij dit landschap past Bradbury niet : maar hier moet hij gelezen worden. Toen ik weer thuis was draaide daar juist de nieuwe Truffaut "Fa-
SF-MAGAZINE P. 28 hrenheit 451" met Oscar Werner. Bradbury kan ook niet verfilmd worden en eigenlijk maakt Truffaut ook geen films, net zo min als Bradbury verhalen schrijft. Oscar Werner moet inmiddels aan de drank geraakt zijn en in Lichtenstein wonen. Ik zal hem niet schrijven, net zo min als ik Truffaut of Bradbury zal schrijven. Aan de Italiaans-Oostenrijkse grens ging het erg vlot, zodat de man bij mij op de achterbank nauwelijks tijd had, de rest van zijn lires in te wisselen - mijn laatste geld had ik vlak voor de grens voor benzine uitgegeven, ook het hele munt geld. Soms geloof ik , dat het beter zou zijn al die verhalen van Bradbury met het mooitste gedicht van Droste-Hülshoff "Im Grase" te vergelijken. Maar ik denk, dat me dat op dit ogenblik nog niet zou lukken, als ik het probeerde. Bradbury hoort van het begin af aan tot mijn verleden, zoals deze woorden tot mijn heden behoren en op het eerste gezicht lijkt het onmogelijk daartussen een brug uit mijn gedachten te slaan. Nee. Mijn beste collega zei me eens, dat er voor hem ogenblikken waren waarop hij Dickens moest lezen (wie kan dat niet werkelijk en volkomen begrijpen ?). Ik heb ogenblikken waarop ik Bradbury moet lezen - en op een of andere manier hebben we alle voor bepaalde ogenblikken hepaalde namen. Over Bradbury kan je niet spreken, je kan alleen maar beschrijven wat je met hem meemaakt. 5. Thomas M. Disch is nuchter bezien een nuchtere, koele en ik zou zeggen willen intellectualistische schrijver, die geen citaten schuwt; hij is niet overmoedig - hij formuleert de zinnen naar de hand van de gedachten : daarom vinden we bij hem zo betrekkelijk weinig bijvoegelijke zinnen. Ballard is de idee, die niet naar oriëntering streeft, die tot raakpunt wordt van metaforen, en visioenen; hij is gekleurd - je leest daar geen zinnen : ze zijn zo vanzelfsprekend als vluchtige gevoelens. Bradbury droomt, zijn feiten en verhalen zijn dit : droom; technische beschrijvingen liggen hem niet, worden kaal- hij vormt de gedachten naar hand van de dingen en daarom doet hij historisch aan en is het ook. Hoe verdacht klinken zulke zinnen - wanneer het zo gezegd kon worden, dan zou al het voorafgaande niets meer zijn dan een overbodig nawoord. Alles holle woorden. De ratio zou het echter een plicht moeten zijn zich uit zich zelf te ontslaan (dat zou in ieder geval een imperatieve dimensie moeten worden - maar misschien zijn mijn ideeën hier vooruitstrevender dan de huidige werkelijkheid het toelaat). Elke relatie tot iets anders, die de lezer voor zich zelf ontdekt is juist en waar : maar hij moet ze ontdekken.
SF-MAGAZINE P. 29 Niets onttrekt zich werkelijk aan het licht. Alle vergelijkingen zijn gerechtvaardigd, alle; men leest toch, wat men lezen wil. En met andere woorden zou Capulet-Junac zeker zeggen : "de te grote gedachten glijden omlaag tot vaststellingen". "Pallas ou la tribulation" is in dit opzicht een mislukt meesterwerk : een samenzwering van ideeÍn tegen hun auteur. Maar nu, nu de zaken zo staan, en mij nog vier of vijf zinnen blijven tot het einde van deze tekst, lijkt het me, dat ik dit jaar of het volgende mijn eigen Fantasy-roman zal hebben geschreven. En ook als dit niet gebeurt (zo onmogelijk is de scène bij Lugones helemaal niet), zal ik er toch steeds aan moeten terugdenken - en in zeker opzicht zou het dan toch waar zijn, dat ik dit boek schreef en er nu over sp reek, alsof het al bestond. JORG KRICHBAUM uit het Duits vertaald door Rein A. Zondergeld
SF-MAGAZINE P. 30
Er zijn nog steeds mensen die het niet kunnen en niet willen begrijpen. Het wezen van het fandom, bedoel ik. Neem nou die programmabrochure voor BENELUXCON 2 in Amersfoort (wat zien ik, zijn jullie nog altijd niet ingeschreven ? Doe het snel, schrijf naar R. Smets, want anders mag je niet binnen ... 't is in Holland hoor !). Daarin wordt aangekondigd dat ene Jo Dautzenberg, neerlandicus (effe kuche ...), "het essef-fandom niet zal sparen". Ons wordt voorts verzocht onze assegaaien, pila (meervoud van "pilum" voor wie het nog niet wist) en nationale goedendags in de garderobe ("vestiaire", in het Vlaams) achter te laten. ZOU HIJ REEDS ARGWAAN KOESTEREN ? De esseffan, 't is welbekend, is in't algemeen een doorbrave, schuchtere en vrij introverte persoon, die meestal graag SF leest, en die een haast lichamelijke afkeer heeft voor geweld. Bon, daar wil ik niet op ingaan. Maar tekenend voor zijn braafheid is wel dat hij op een bijeenkomst, die voor en door hem wordt ingericht, een tegenstander aan het woord laat komen. Iemand die hem - waarschijnlijk in heel nette bewoordingen, overigens - voor achtergebleven kaffer zal uitschelden. Welnu, ik-pik dat niet ! Dat vind ik masochisme. Wie is die Jo Dautzenberg ? Geen mens kent hem. 't Is misschien een kraan in zijn vakgebied, maar nog nooit hebben wij van hem een fanzine gezien, nog nooit hebben wij hem op een echte convention ontmoet. En die man zal ons komen vertellen wat er in onze allemaal mis zit ! Hij weze gewaarschuwd : wij zijn inderdaad zo braaf dat we hem zullen laten oreren, we zullen hem beslist niet buitengooien, maar hem keihard van antwoord dienen, zodat er van zijn hele betoog geen sprietje meer overeind blijft staan. Komt allen naar Amersfoort om het genadeschot te aanschouwen ! Zo, en nu maar hopen dat Leo en Annemarie Kindt (respectievelijk voorzitter en eindredactrice van onze Nederlandse zustervereniging NCSF) niet alvast politiebescherming gaan aanvragen voor hun "Antifan" ... Zoals iemand onlangs opmerkte : de beschaving is nog niet tot daar doorgedrongen (= hij bedoelde het fandom, natuurlijk). Tijdens SFANCON 5 is Peter Roberts erin geslaagd een tiental leden van SFAN een presupporting membership af te persen voor BRITAIN IS FINE IN '79, het Wereldcongres voor SF in Groot-
SF-MAGAZINE P. 31 Brittannië is 1979. Dat is niet genoeg. Het Comité (bestaande uit Peter Weston, Peter Roberts en Malcolm Edwards) heeft alle steun nodig die het kan krijgen, want er zijn meer kapers aan de kust om de World Covention in te richten en het is hels moeilijk om een dergelijke bijeenkomst in Europa te krijgen. Ik doe derhalve beroep op jullie zin voor verantwoordelijkheid en vraag jullie, als Belgisch agent voor het Comité zo snel mogelijk de luttele som van 40 BF op mijn PCR nr. 000-0452947-54 te storten, als voorinschrijvingsrecht. Hoe meer leden het Comité krijgt, hoe meer kans er is dat deze World Convention vlak bij ons komt. Ondertussen probeer ik er al voor te zorgen dat er op die Convention, naast Engelse lezingen, ook Franse en Duitse programmapunten zullen voorkomen. Met jullie massale steun zal ik daar zeker in slagen ! Wat het Wereldcongres 1975 betreft, dat wordt dus georganiseerd in Australië, in Melbourne om precies te zijn, en wel van 14 tot 17 augustus. Het is uiteraard weinig waarschijnlijk dat de Belgische fans daar met drommen naar toe zullen trekken, maar het lijkt me dat we deze onderneming niet alleen moreel maar ok financieel moeten steunen. Het Australische fandom kan namelijk op vele punten met het onze worden vergeleken en die jongens kunnen ginds zeker een opkikker gebruiken. Doe hen dus een lol en schrijf in voor een "supporting membership": 120 BF op mijn PCR. Hiervoor krijg je alle congresliteratuur, met inbegrip van het programma, alsmede je deelnemerskaart. En als je dan volgend jaar niet naar Australië gaat, dan droom je maar over Ursula K. LeGuin die er Eregaste is. Het 2de Franse Nationale SF Congres vindt plaats in Angoulème van 28 april tot 4 mei 1975. Uiteindelijk zijn de Fransen er dus ook in geslaagd een convention in te richten. Ik wens ze van harte alle succes toe maar hoe ze buitenlanders een volle week naar Angoulème kunnen lokken is mij een raadsel, want per slot van rekening is de portemonnee van een esseffan niet buitengewoon rekbaar. Ik vind, eerlijk gezegd, een weekend meer dan genoeg ! Nadere informatie over dit gebeuren krijgt u van me zodra ik er zelf meer van weet. Op 1 en 2 november wordt er in het Cultureel Centrum van Oudergem (de "organisateurs" schrijven Auderghem) een soort convention ingericht, met steun van het ministerie van cultuur. Je moet wel 250 BF dokken. Wij richten, zonder enige steun van het ministerie van cultuur, een internationale convention in voor 120 BF. Juist ja, een tekening is overbodig. Aangezien ik verantwoordelijk uitgever ben van SF-MAGAZINE, zal ik het maar ronduit zeggen : dat ding daar in Oudergem, dat moet haast wel "commercie" zijn, ... en dat stinkt. Ik zou dus zeggen : te mijden, ware het niet dat ik toch niet graag veroordeel vooraleer het zelf te hebben gezien. Het probleem is echter dat ik er eigenlijk geen 250 BF voor over heb om het te gaan vaststellen ... Uit datzelfde vaatje kan ik nog een ander biertje tappen : jaren-
SF-MAGAZINE P. 32 renlang hebben enkelingen gewroet en gewerkt om de essef in eigen land uit het ghetto te halen en te bevorderen. In het beste geval werd er meewarig met die mensen gelachen. Maar plotseling is SF mode geworden, het is "in", zoals dat heet, en meteen staat er een heel legertje haaien klaar om "op te kar te springen" en om rijke graantjes mee te pikken. Dat zijn de "experts van het elfde uur", die kranten en tijdschriften vol pennen, met hun in der haast ontleende wijsheid, die SF-kursussen gaan geven terwijl ze zelf nooit oorspronkelijk SF-werk hebben gebracht, die radio- en tv-uitzendingen orchestreren, en noem maar op, terwijl de ĂŠchte kenners en werkers in de kou blijven staan. Bij SFAN, zullen we daar nooit en te nimmer aan meedoen : onze SFAN AWARDS zullen steeds gereserveerd blijven voor mensen die werkelijk iets gepresteerd hebben op essefgebied en mocht er eens een "mager jaar" voorkomen, wel dan zullen onze Awards gewoon niet worden toegekend. Ik geef me er tenvolle rekenschap van dat wat ik hierboven geschreven heb, niet van aard is om het Ministerie van Cultuur ertoe te bewegen, SFAN alsnog een royale toelage van 5000 BF toe te kennen, maar het moest toch maar eens gezegd worden ... En ondertussen timmeren wij maar verder aan de weg, tot spijt van de nijdassen en jaloersigaards, die maar niet begrijpen dat wij er niet de brui aan geven. SFANCON 5 heeft blijkbaar nog meer indruk gemaakt op de buitenlanders, dan we ons zelf konden voorstellen. Niet alleen werden er in Engeland reeds heel wat voorinschrijvingen voor BENELUXCON 3 (= SFANCON 6) genoteerd, maar ontvangen wij dagelijks brieven van fans in Europa die er volgend jaar beslist bij willen zijn. Ik zou zeggen, blijft niet achter en stort nu reeds het voorinschrijvingsrecht van 50 BF op de rekening van de vereniging : dat weten we over enkele maanden waar we aan toe zijn, en kunnen we naar grotere lokalen uitzien. Wie wil, mag trouwens ook reeds de volledige prijs betalen, namelijk 200 BF (volgend jaar zijn namelijk ook de films en het programmaboekje in de prijs begrepen). Wanneer u dit artikel leest is waarschijnlijk de jaarlijkse algemene vergadering achter de rug, maar op dit ogenblik - namelijk 15 september - weet ik nog niet hoe alles zal verlopen. Wel heb ik vastgesteld dat er tot hiertoe bedroevend weinig kandidaten zijn komen opdagen om de een of andere verantwoordelijkheid op zichte nemen. Hoogstwaarschijnlijk wordt het dus weer een aftreden en weer aantreden van dezelfde personen. Zonder ermee rekening te houden dat deze mensen hun job naar beste vermogen hebben uitgevoerd, wil ik met nadruk wijzen op het gevaar van een dergelijke toestand. Na verschillende jaren verenigingswerk treedt er immers onherroepelijk slijtage op, die zich begint te uiten in humeurigheid en die er in bepaalde gevallen zelfs toe kan leiden dat waardevolle leden met een zekere verbittering afstand nemen van de vereniging. Het is allernood-
SF-MAGAZINE P. 33 zakelijkst dat de "wacht" geregeld wordt "afgelost", dat er fris bloed in het bestuur wordt gepompt en dat de "Old and Tired Fen" met een vriendelijk schouderklopje op rust worden gestuurd. Gebeurt dit niet, dan is het niet uitgesloten dat er opeens een laaiende ruzie ontstaat tussen mensen die nochtans de beste vrienden zijn en dat een vereniging plotseling uit elkaar valt. Dat dit tot nu toe niet bij SFAN is gebeurd, hoeft zeker niet te betekenen dat de bestuursleden immuun voor dergelijke zaken zijn. Daarom herhaal ik dat het een wonder is dat SFAN vandaag nog bestaat en dat jonge, enthousiaste werkers absoluut naar voren moeten komen om hun deel van de arbeid te verrichten. Het is trouwens niet voor niets dat ook Eregast KEN BULMER, dermate op dit feit heeft gehamerd tijdens zijn openingsrede op SFANCON 5 : als Britse fan van het eerste uur weet hij maar al te goed waarover hij spreekt en persoonlijk ben ik hem dan ook zeer dankbaar dat hij dit netelige onderwerp durfde aansnijden. Wie zich verdienstelijk wenst te maken zonder daarom de verantwoordelijkheid van een officiĂŤle bestuursfunctie op zich te willen nemen is natuurlijk ook welkom. Vooral in het Antwerpse kan het bestuur talrijke krachten gebruiken, mede omdat BENELUXCON 3 (= SFANCON 6) naar alle waarschijnlijkheid in deze stad zal worden georganiseerd. Aarzelt niet om contact op te nemen met ROBERT SMETS, die een hele reeks karweitjes heeft bedacht die geknipt zijn voor U ! Hopelijk kan mijn pijp volgende maand tevreden snorren ...
O ===oooOoOooo=== O
SF-MAGAZINE P. 34
Toen ze haar hadden vastgebonden in het met pek bestreken hemd en de takkebossen van de brandstapel knetterend vlam vatten, glimlachte zij flauw. Die glimlach dreef het kippevel op de huid van de omstanders. Anders placht men te joelen en te juichen voor en tijdens zulke executies die een volksvermaak vormden. Nu was het alleen maar stil. Anders - waren heksen boosaardige oude vrouwen, lelijke vrouwen, kreupele, kwaadaardige vrouwen, gebochelde oude mannen soms. Nu was het een jonge vrouw, van wie niets kwaads gezegd kon worden. Zij was en deed alleen anders, zij wist dingen, die niemand weten kon. Zij was gevaarlijk - omdat zij met haar wetenschap boze daden verijdelde en ongevallen voorkwam. En omdat zij die boze daden willen verrichten vaak de meeste macht hebben, althans de machtigste vijanden zijn, kon gebeuren wat nu te gebeuren stond, werd - zoals zoveel vaker al sedert de jaartelling en eerder nog - een mens gestraft voor het goede dat niet te verklaren was - en dat geen verklaring behoefde. - Ze heeft mijn kind gered, fluisterde een vrouw met bleke lippen. Het was bij de molen te water geraakt. Zij kwam het mij zeggen. Wij waren daardoor net op tijd om het te grijpen. - Maar ... zij was zelf helemaal niet bij de molenbeek geweest. Zij was thuls en toch wist zij ... - Er zijn er die zeggen dat zij op een bezemsteel ... Een man legde het meisje dat dit fluisterde met een kort gebaar het zwijgen op. - Stil, dwaas kind, ik weet welke tongen zulke leugens hebben voortgebracht. Denk aan vrouw Beeker, die voordien een roep had veel van geneeskundige kruiden te weten. Maar toen zij kwam, begreep het wijf dat haar bedrog moest uitkomen. Die ze nu verbranden weet meer dan de geleerdste doctoor. De vlammen knetterden en begonnen te loeien toen zij hoger oplaaiden. Het stonk naar brandend hout en naar smeltende pek. Alleen de andere reuk was er niet, de misselijkmakende stank die elke terechtstelling met vuur begeleidde. Nee, die was er niet en die kwam niet. Dus toch ... ?
SF-MAGAZINE P. 35 De mensen keken, een koude stroom besten onder hen moésten - en zij zag.
huiverend ondanks de hitte van het vuur, alsof waarschuwend langs hun haarwortels streek. De wilden niet kijken. Maar het was alsof zij gehoorzaamden die drang - met afschuw, met ont-
Toch waren er ook die keken met genoegen, met verwachting en met haat voor wat zij niet begrepen, met al de zucht van de sensatiezoekenden. Een man in blinkende wapenrusting dacht aan de plannen die hij gekoesterd had, geheime plannen, waarvan zelfs zijn naaste omgeving niets had vermoed. O, die plannen zelf waren gerust niet slecht geweest, de omstandigheden in aanmerking genomen. Zij zouden alleen maar aan vele van zijn onderhorigen vermoedelijk het leven hebben gekost. Alsof levens van zulke domme arme lieden er veel toe deden ! Het was onmogelijk dat er iets van was uitgelekt. Toch, zij die daar nu op de brandstapel stond, had ervan geweten. Een raadsel ! Maar het was dan toch maar gebeurd. Zij had zijn vijanden gewaarschuwd en degenen die gestorven zouden zijn, leefden nu nog. Toegegeven : toen men daarna op het punt stond hèm te overvallen was zij eensklaps bij hem in het kasteel gekomen en had hem gewaarschuwd. Meer nog, zij had hem bij de hand genomen en hem meegevoerd zonder dat hij zich daartegen had verzet. Zonder dat hij zich had kunnen verzetten ? Bitter was het dit in verwe ging te nemen. Zolang zij hem had aangeraakt was het zelfs zo geweest, dat hij de dingen met hààr ogen had gezien. Er was iets tot hem gekomen van de nutteloosheid van een strijd om een paar akkers. Later zou die grond niet eens meer vruchtbaar zijn. Er zouden vreemde dingen mee gebeuren. Wonderlijk hoe hij dat plotseling geweten had. En als in een visioen had hij rook gezien en vuur en zware, donderende machines, die over ijzeren staven bewogen en zich verloren in de verte. Uren, nee, dagen later pas was hij van zijn verbijstering bekomen en weer zichzelf geworden. Die vrouw had hem betoverd, behekst ! Als dat geen hekserij was ... Dit vuur en deze rook waren nodig om wat in zijn hersenen brandde te verschroeien, om de grote vraagtekens die zij had opgeroepen weg te branden en de vreemde, niet te onthouden woorden, die pijn deden in zijn herinnering. Wonderlijke niet te duiden woorden over ruimten en tijden en dingen die er waren en er niet konden zijn. De wind stak op. De recht opstijgende vlammen weken vaneen. Het gezicht van de veroordeelde was in een flits te zien : de schitterende ogen, de nog altijd glimlachende lippen ... Die het zagen huiverden nog meer en sommigen sloegen een kruis en enkelen waren er zelfs die luidop beden. De glimlach van de vrouw die geen naam had voor hen en die zij niet als kind hadden gekend, maar die plotseling in hun midden
SF-MAGAZINE P. 36 was verschenen, verdiepte zich zodat haar gave tanden blonken in de rosse schijn. Men kon haar geen kwaad doen, niet meer dan zijzelf toestond. Een barrière van eeuwen - tijd en ruimte - omringde en beschermde haar. Zij was in staat de hitte van de vlammen te voelen, maar zij hield dit voelen weg om niets aan haar lichaam te laten beschadigen. Het mocht niet verbrand worden in een tijd waarin het nog niet geboren was. "Men mag niets veranderen in de loop van de geschiedenis", herhaalde zij fluisterend het grote gebod dat men haar had ingeprent zolang zij kon herinneren. Maar waarom dan niet ? Waarom niet ? Waarom niet boosheden en onnodig leed wegvagen uit de geschiedenis - als daar dan een mogelijkheid voor was ? Het "gij zult" en "gij zult niet" erkent immers het bestaan van andere mogelijkheden. En zij had het gebod overtreden - welbewust en bijna als een uitdaging. Zij had de onderhori gen gered en de kasteelheer weggeleid van de aanslag op zijn leven. Zelfs had zij hem beelden laten zien van later; zij had die op de binnenzijde van zijn oogleden als het ware geprojecteerd. Moest men niet elk gebod ten spijt het goede doen en het kwade nalaten ? En - zouden deze kleine daden van haar, van één mens, een verandering, een kettingreactie kunnen aanbrengen in het bestel van eeuwen ? Zo ja, dan toch alleen ten goede. Waren het geen uitingen van liefde en mededogen geweest ? Het was alles zo ingewikkeld en zo heel moeilijk te begrijpen. ER was nog altijd, ook in haar eigen leven en tijd, de beperking van het lichaam en de hersenfunkties. Men kon nog steeds niet àlles, de schepping was nog niet voltooid. De Liefde was nog niet voltooid, het eenheidsbewustzijn van de mensheid. Haar gedachten vochten zich voort door wat zij wel en wat zij niet begreep. Axioma's waren gevallen met het verstrijken van dagen en jaren, waren soms vervaagd, vaker nog onhoudbaar gebleken. ZE hadden altijd een waarom opgeroepen, duizend vragen. Waarom mag dit wel en dat niet ?"Men mag niets veranderen in de geschiedenis". Het grote gebod van hààr levenstijd. Zij stond zichzelf toe even de hitte in alle verzenging tot haar lichaam te laten doordringen voor zij zich weer terugtrok in haar ik. Die hitte, die straf, die dood ... De dingen waren gebeurd in de loop der eeuwen, de dingen die niet góed waren, maar die niet veranderd mochten worden omdat zij waren gebeurd, omdat zij realiteiten waren. Maar waarom zou men als dat dan kon realiteiten niet veranderen ? Zij had ze veranderd. Zij had mensen laten verderleven door haar kennis uit later eeuwen, mensen die ten dode waren opgeschreven, en die gestorven waren - in de geschiedenis. Zij had overvallen verijdeld en complotten ontmaskerd en wapengeweld ongedaan gemaakt. Voor wat zij had gedaan en wat de mensen niet begrepen - hoewel zij nu niet wisten hoe het oorspronkelijk had moeten zijn - werd zij nu als heks verbrand.
SF-MAGAZINE P. 37 Maar de vuurdood vreesde zij niet, daaraan kon zij zich onttrekken door terug te treden in haar eigen tijd - om een hoek van de lucht, in het vermogen van haar weten dat tijd niet anders dan een denkvorm is. Waar zij wèl voor vreesde was hoe men haar zou ontvangen in haar eigen omgeving. Het Tribunaal waarvoor zij zou moeten verschijnen omdat zij had ingegrepen in de geschiedenis en hiermee een ernstig en strafbaar vergrijp had gepleegd. O men kende geen lijf- of vrijheidsstraffen meer. Alleen het lamleggen van bepaalde denkprocessen, de inperking van denkmogelijkheden en dankcommunicaties. En zij vreesde de vermindering van haar begripsvermogen, dat helder was en wit, zo wit dat het soms als een nauw zichtbare rook om voorhoofd en slapen kringelde. Degene die dat in deze oude tijden toevallig hadden opgemerkt, waren er hevig door ontsteld geraakt. Sommigen waren er zelfs voor op de vlucht geslagen. Nu zou zij niet veel langer kunnen wachten om zich aan dit haar hier omringende te onttrekken. De takkebossen onder haar begonnen te verkolen en door te zakken. De touwen die haar geboeid gehouden hadden waren al door het vuur verteerd. Zij trok zich terug in tijd en ruimte. In haar witte kleed in haar eigen omgeving wachtte zij met kloppend hart op haar rechters die het schuldig over haar zouden uitspreken. Daar kwamen zij binnen, de zeven, die aangesteld waren om te weten. Groot en licht en sterk waren zij. Zij boog het hoofd ten groet naar hun hoge gestalten en klare ogen. Zij bogen terug en keken - zonder strengheid, zonder ongenaakbaarheid, zonder bewogen te zijn. - Vergeef mij, zei ze kalm, ik heb de wet gebroken en de geschiedenis veranderd. - De wet gebroken, herhaalden de zeven. Er klonk geen bevestiging en ook geen vraag in de klank van hun stemmen, alleen een vage verwondering. - Men mag niets veranderen in de loop van de geschiedenis, citeerde zij die dat feit had gepleegd. - Dat is een gebod dat wij niet kennen, sprak de eerste van de zeven. Waarom zou men de geschiedenis niet mogen veranderen als daardoor het heden aan volheid wint ? Oog in oog - zij en de grote zeven - tot het begrip daagde in acht harten dat juist door die kleine veranderingen, die kleine inbreng van een kleine dosis mildheid de kettingreaktie was begonnen die nu maakte dat deze gebodsbepaling er nooit was geweest. Er trok een fijne glimlach om hun lippen. - Gij die dit gedaan hebt, Monsaera, wilt gij ons adviseren over de nu verder te volgen gedragslijn ? verzocht haar de eerste als een gelijkwaardige - Wij zullen uitgaan en de oorlogen wegnemen uit de tijden, ant-
SF-MAGAZINE P. 38 woordde zij onmiddellijk en haar ogen blonken; het licht om haar voorhoofd was duidelijk te zien en stralend wit. - Monsaera, vroeg een ander van de zeven, en de klank van de stem deed haar kennen als een vrouw, wat men de oorlogen in de harten ? De kleine heimelijke lusten en onlusten, die uitgroeiend en gebundeld dat alles aan ellende hebben veroorzaakt. Monsaera richtte zich op en zond haar gedachten op hen af, gedachten waarvoor geen woorden waren - en zij zag de verwondering en bewondering lichten in hun blikken. Ik heb overwonnen omdat het goede altijd overwint, dacht zij. Ik heb overwonnen omdat het goede altijd sterker is dan het kwade, altijd, eeuwig en uiteindelijk. - Dan zal Kaïn Abel niet gedood hebbenmogen, sprak zij die het laatst gesproken had, dan zal men tot daartoe in de tijden moeten teruggaan. - En waarom niet, spraken zeven stemmen zonder werkelijk te vragen, zonder te bevestigen, zelfs zondet verwondering. - Waarom dan niet ? De brandstapel zonk ineen in een wijd uitsproeiende vonkenregen. Achter het k netteren stond de stilte pal tegen de hoog bestarde oneindige hemel. Er was geen mens verbrand. De wereld doodde niet langer die het goede doen. Bij het dankvuur om het begrip dat men voor elkander had, stonden zij allen : de kasteelheer en zijn onderhorigen en de pachters en de dorpelingen en de wijze jonge vrouw in haar wittte kleed, die een kind had gered uit de molenbeek, vele zieken had genezen en onheil voorkomen. Zij glimlachte hen toe toen de vlammen doofden, een glimlach die veel betekende wat zij niet begrepen en ook niet begrijpen konden, maar die een weerkaatsing opriep in de harten van de mensen en de dieren, over de Aarde met al wat leefde, de wateren, de wind - en zelfs het vuur. Geen volmaakte mensen, die geen God meer nodig hadden, maar mensen die léérden mensen te zijn. O ===oooOoOooo=== O
SF-MAGAZINE P. 39
DE MAN DIE ZICHZELF UITVOUWDE door David Gerrold Prisma SF nr. 1632 (vert. A. Kindt) David Gerrold, die nauw bij de "Startrek"-serie betrokken was, verraste de SF-lezer voor enige tijd met zijn bijzonder veelzijdige "When Harlie was one" (De G.O.D.-computer - Prisma nr. 1596) een boek dat ondanks zekere formele tekortkomingen toch tot de beste SF-werken van de laatste jaren dient gerekend. Wat "The Man who folded himself" met "Harlie" gemeen heeft is de exhaustieve behandeling van het onderwerp, nl. in dit geval het tijdreizen. De "ik"-figuur-overigens het enige personage in het boek - krijgt een riem in handen, die de drager toelaat doorheen de tijd te reizen. Honderden malen zal hij zichzelf ontmoeten op alle plaatsen en tijdstippen, op elke leeftijd en van elk geslacht. Wordt het technische aspect nauwelijks aangeraakt, dan diept Gerrold hier meer in het bijzonder de zg. tijd-paradoxen uit. "Ik" wordt beurtelings zijn broer, zijn vader, zijn moeder, enz. Op zichzelf schuilt er m.i. geen kwaad in het hernemen van een thema, maar Gerrold gaat hierin toch niet verder dan o.m. Heinlein in "By his Boothstraps" of "All you Zombies". Speculatief gesproken dan : wel diept hij het sentimentele aspect van de zaak uit, en meer bepaald het sexuele. Het verrast wel even "ik" met zijn alter ego (en alter ega (sic !) betrekkingen te zien aanknopen. Nu is Gerrold heel delikaat waar het menselijke betrekkingen betreft, zoals we ook reeds in "Harlie" merkten en dit narcissistische element is bepaald wat in dit boek het sterkst boeit. Jammer echter dat het verhaal zelf bitter weinig origineels bevat (je kan het slot als het ware van de eerste bladzijden voelen aankomen) en onvermijdelijk aan reekswerk doet denken. In die zin een teleurstelling van deze bepaald interessant auteur. Net als "Harlie" overigens een voortreffelijke Nederlandse tekst. ROBERT SMETS BARBARELLA door Jean-Claude Forrest Livre de Poche nr. 4055 Een uitgave die we signaleren willen omwille van de lage prijs en
SF-MAGAZINE P. 40 (welja) omwille van een vleugje nostalgie ... Is men in Franse B.D.-kringen (ces gens qui font des petits mickeys ...) thans iets minder overtuigd de primeur te hebben gehad "de ces héroines peu vêtues que le monde nous envie ...", dan is het toch zo dat Barbarella (die nu overigens warm gekleed voorkomt) ergens als catalysator fungeerde voor een hele reeks erotico-fantastische strips, die inmiddels legio werden en waarin de SF-lezer toch steeds wel ergens aan zijn trekken kwam. Een zijspoor ? Accoord, maar wel een leuke omweg, Barbarella, als je 't mij vraagt. Opvallend is bij deze druk, de weg, die de SF-strip aflegde : vergelijk bv. Forest's tekeningen met de prestigieuze publicaties van Druillet. Een verschil dat nog duidelijker naar voren komt in een pocket-editie die nu toch niet helemaal voor dit medium geschikt lijkt : terecht zullen de verlichte liefhebbers deze editie als een bedenkelijk consumptieprodukt van de hand wijzen. En ja, zo zijn we terug bij ons vertrekpunt, niet ? ROBERT SMETS THE ATROCITY EXHIBITION door J.G. Ballard Panther SF nr. 586-03574-5 In pocket-editie , vijftien van Ballard's teksten uit de periode 1966-69 waarin de "new wave" haar hoogtepunt bereikte in publicaties als Ambit en New Worlds, International Times, Transatlantic, e.a. Vijftien van Ballard's moeilijkste, meest experimentele en vaak ook meest schokkende teksten, waarin hij de apocalypsen van "The Burning World", "The Drought", "The Cristal World" en "Terminal Beach" achter zich liet om zich te keren tot de hedendaagse catastrofe en als eerste een psycho-pathologische exploratie doorvoerde van onze technologische maatschappij. Doorlichting van tot een instelling geworden geweld, van politicopolitionele intrige, van met glamour verweven presidentiële carrière. Codificatie van gebeurtenissen die werden versplinterd, van tot geografie geworden vrouwelijke lichamen of van de sexuele symboliek van de auto en van het verkeersongeval; compilatie van technische gegevens en irrelevante details, die als verwarrende wegwijzer fungeren in hun surreële samenhang. "The Atrocity Exhibition", "The Assassination Weapon", "You : Coma : Marilyn Monroe", "The Great American Nude", "Crash !", "The Assassination of J.F. Kennedy" Considered as a Downhill Motor Race", "evenveel haast onderling uitwisselbare teksten, waarin dezelfde gegevens als een obsessie terugkomen, vervloeien, elkaar beïnvloeden en versterken in monotoon herhaalde reeksen. Uitsluitend voor wie een ernstige inspanning wil doen; dan ook ten sterkste aanbevolen. ROBERT SMETS
SF-MAGAZINE P. 41 THE EYE OF THE LENS door Langdon Jones Collier Books nr. 02180 Langdon Jones behoort tot de minder bekende auteurs van de Britse "new wave", waarin hij m.i. nochtans een hoge plaats inneemt; bovendien fungeerde hij lang als mede-uitgever van "New Worlds" en stelde hij de inmiddels klassieke "The New SF"-bundel samen .waarin helaas zijn eigen werk ontbrak. Vijf verhalen uit de periode 1965-69 (praktisch al wat L. Jones in de loop van die jaren schreef), samen met een interessante inleiding tot zijn werk : een verzorgde publikatie, die ongetwijfeld (als veel experimenteler new-wave werk) bepaald een inspanning vraagt van de le zer, maar deze dan ook ten volle loont. Als voornaamste thema's geeft L. Jones zelf verschillende benaderingen van de tijd aan ("The Great Clock", "The Time Machine"), samen met elementen uit de wereld van de schizofrenie en variaties op de sexuele verhoudingen, en deze analyse is heel accuraat. Zijn proza is fragementarisch samengesteld, met poĂŤtische interrupties en typografische experimenten - die aan Apollinaire herinneren - doorbreekt geregeld de realiteit, dwaalt in werelden van terreur en vervreemding en strandt vaak op een getormenteerde liefde. L. Jones verhalen kenden diverse peripatiĂŤn, leidden o.m. tot "New Worlds" moeilijkheden met de distributie ("The Eye of the Lens" ...) of met de uitgevers ("The Time Machine") en zijn m.i., zoals ik reeds zei, te weinig bekend. Hopelijk draagt deze bundel, die vooral de meer literaire lezer niet mag missen, bij tot een betere appreciatie van zijn auteur. ROBERT SMETS THE IRON DREAM door Norman Spinrad Panther SF nr. 586-04019-6 Spinrad's presentatie van de herdruk van een in 1954 posthuum verschenen en met een Hugo bekroonde SF-roman van een zekere Adolf Hitler, nl. "Lord of the Swastika", inclusief Bio en bibliografie, cover-publiciteit en nawoord : een heel sluitende onderneming. Genotypisch zuivere helden, een s(wastika)-s(quad), de strijd om de macht tegen de mutanten in eigen land, de verplettering van het "universalistische" Zind, en, tenslotte, het vertrek van een raket die het zaad van de zuiveren naar de sterren zal brengen. Minder dan een (weinig originele en weinig volledige) ontmaskering van nazistische manipulatie bij middel van flagrante phallische symboliek, houdt het boek m.i. een waarschuwing in tegen rechtse bevliegingen in een land dat - in defensieve positie teruggedrongen, met een apatisch reagerende bevolking - een begeesterende filosofie best zou kunnen gebruiken, zoals de schrijver van het nawoord terloops aanstipt. "A beacon of hope", zegt
SF-MAGAZINE P. 42 de uitgever van zijn kant ... Ongetwijfeld ook een ontmaskering van twijfelachtige symboliek en racistische en fascitoïde elementen, waarbij Spinrad zowel SF als bepaalde schrijvers, zowel uitgeverspraktijken als ijverig psychanalyserende critici op de korrel neemt. Bovendien zijn sommige passages, als bv. de slotscène, gewoon monumentaal. Een boek dat iedere SF-lezer zou dienen door te nemen en waarover veel en veel meer kan en werd gezegd. Hoewel het niet de vieze woordjes bevat, die de brave zielen in "Bug Jack Baron" schokten, werd ook "The Iron Dream" noch met Hugo, noch met Nebula bekroond. Dat dergelijke eer wel aan "Lord of the Swastika" wordt toegeschreven, voegt aan de ironie nog toe. En Spinrad ? Na wat hij de transpositie van een moderne mythe noemde, reageerde hij de bezetenheid waarmee hij Ferric Jaggar's verhalen beschreef af in een "lang boek dat niets met SF te maken heeft". Never mind, Norman, we understand ! ROBERT SMETS TH E 7TH ANNUAL BEST SF 1973 ed. H. Harrison & B. Aldiss Berkley 425-02581-0 M.i. moet elke uitgeverij nu zowat haar "BEST SF 19.."-serie hebben. Een devaluatie van het begrip ligt voor de hand. Promotie van gepubliceerde en te publiceren bundels, met het onvermijdelijke stukje van Ellison of Silverberg, incl. een slechte Lafferty. Dit lijkt me wel zowat de formule, meen ik. Nu ben ik hierbij wel onrechtvaardig tegenover deze uitgave, waarin de editors een ernstige inspanning deden ook ander werk te brengen : mainstream-auteurs, poëzie en twee Oost-Europese en één Zweedse bijdrage (Nesvadba, Varshavsky, Bringsvaerd, ...). Representatief wordt het er echter niet door. Achteraf een stukje van Brian Aldiss over Karel Thole, waarmee hij op het Wearmouth 1300 Festival blijkt te hebben kennisgemaakt. Tiens, nu meende ik ... Maar ja, laten we niet chauvinistisch worden, niet ? ROBERT SMETS EMPHASIS I
ed. David Gerrold
Ballantine nr. 345-23962 Orbit, Universe, New Dimensions, Alpha, Clarion, New Worlds ... Aan "originele anthologieën momenteel geen gebrek in de States. Behoudt Orbit van Damon Knight voor mij nog steeds zijn eerste plaats, dan zou ik deze nieuwkomer, van Ballantine toch onmiddellijk hoog in het lijstje willen plaatsen. "The Emphasis is on maturity ... in idea and concept and storytelling ability. Maturity in Science-Fiction" preciseert David Gerold ('Harlie'), die hier als editor fungeert en die hier acht
SF-MAGAZINE P. 43 verhalen bijeenbracht van nieuwere auteurs, los van beschouwingen omtrent richtingen en definities. Acht verhalen waarvan drie of vier in een (correcte) "Best SF of the Year" niet zouden misstaan : ik denk aan Ronald Cain's "Telepathos" (gevoels-kunst, met een haarscherpe analyse van gevoelens an sich), Robert Borski's "In the crowded part of Heaven", W. Macfarlane's "The Rubaiyat of Ambrose Bagley", Don Picard's "Gato-o" (Leven in een Amerikaans ghetto in Mexico, na een oorlog tussen grootmachten, vanuit de optiek van een adolescent) of aan Michael Bishop's "On the streets of the Serpents" ("or : The Assassination of Chairman Mao, as effected by the autor in Seville, Spain, in the Spring of 1992, etc."). Weinig bekende auteurs voor mij, behoudens Michael Bisshop, doch een selectie verhalen die het opzet van deze reeks behoorlijk benadert en die haar samensteller eens temeer als een intelligent en gevoelig man in het licht stelt. Werkelijk een goede bundel ! ROBERT SMETS CLARION III ed. Robin Scott Wilson Signet 451-Q5503 Een cijfer waar men van opkijkt : dezer dagen voorzien Amerikaanse colleges en universiteiten in zowat 400 verschillende kursussen, die in meer of mindere mate aan SF zijn gewijd. Voor enkele jaren nog een nieuwigheid, fungeren nu reeds een viertal zg. "Clarion Writers' Workshops" van Seattle tot Tullane. Het betreft hier kursussen waarbij gevestigde SF-grootheden als Delany, Ellison, Knight, LeGuin, Pohl, Silverberg of Sturgeon volgens verschillende losse formules aspiranten inwijden in SF, SF-thema's en SF-schrijf-technieken, samen verhalen schrijven en het geleverde werk beoordelen. "Clarion III", een bundel die werd samengesteld door een der promotors van deze workshops, biedt (net als beide vorige deeltjes) een dertigtal teksten, waaronder verklaringen omtrent Clarion zelf, o.m. van Harlan Ellison, interessante gegevens over het schrijven van SF, o.m. van Ursula K. LeGuin, T. Sturgeon en Damon Knight, en, tenslotte maar in zekere zin in de eerste plaats, een hele reeks kortere verhalen van nieuwere auteurs, waarvan sommigen ondertussen reeds in bekendere bundels doordrongen. Hieronder ook de winnaars van de NAL-prijzen voor 1972, behalve Vonda Mc. Intyre. Verrassend vanuit een Europees standpunt, dat alleszins. ROBERT SMETS
SF-MAGAZINE P. 44
ST-POST-POST-POST-POST-POST.
EEN DAG POST IN HET LEVEN VAN EEN SFAN-SECRETARIAAT Allerlei commentaar ditmaal : Nrs. 36 & 37 bevielen PETER PAUWELS uit BOOM : "... Nu wat commentaar bij twee vroegere nummers van SFM (36 & 37) : "Het boekje van en voor de groene SF-fan" was interessant en verstrekte ons, SFANners, heel wat informatie, zelfs de nietgroentjes, denk ik. Het verhaal van Bertin was superb en ik wacht met ongeduld op zijn derde bundel. Toch ook enige kritiek (slechte dan) op nr. 37. Het verhaal van K. Lannoy had ik al gelezen in Holland-SF. Bij vorige gelegenheden gebeurde het omgekeerde met een verhaal van Wilfried Hendrickx ..." Tja, Peter, zulke zaken trachten we te vermijden, maar ze vallen wel eens voor. Zoals je zegt, eens gebeurt het ons, een andere keer Holland-SF. Maar bij deze twee malen bleef het toch, dacht ik. Bovendien zijn (spijtig genoeg) slechts weinigen op beide bladen geabonneerd ... HERMAN SAEGEMAN uit ANTWERPEN drukt zich wel anders uit : "Voor mij was "Voor jou, Poppetje" ongenietbaar. Laat ECB nu eens verhaaltjes maken die leesbaar zijn. Ik weet wel dat ik hard schrijf, maar beter een afbrekende kritiek dan tien mensen die altijd zeggen hoe mooi het is. Ik denk dat men vaak angst heeft voor onvolwassen te worden aanzien, wanneer men een andere mening vooropstelt (Denk maar eens aan het sprookje van de nieuwe kleren van de keizer ... )".
SF-MAGAZINE P. 45 Volgende uitspraak van Herman hoort overigens in ons knipselboek te worden bewaard : "... Ik begin zowaar te geloven dat er in SFM, naast de gekke bende die er maar los op ezelt, ook een goedmenende groep is, die SF echt ziet als een ontspannende of opbouwende vorm van literatuur ..." Idem voor volgend, bepaald niet zo onjuiste, visie van RONNY DE SCHEPPER uit SINT-NIKLAAS : " ... Uw tijdschrift heeft me zeer geboeid ... Een SF-schrijver moet ipso-facto een kritisch bewustzijn bezitten (een blik op de nabije toekomst alleen maakt ons dit al duidelijk). Zoals de zaken nu staan lijken jullie echter wel een clubje welstellende burgers met een ietwat uit de band springende hobby. Omdat dat sjiek staat wellicht." JOZEF PEETERS uit KESSELLO die ons "Jean Ray" dossier verzorgde zegt ons : "Hartelijk dank voor de toezending van de exemplaren van SFM. Dank voor de uitstekende lay-out i.v.m. de bijdragen ..." Zo ziet men toch maar dat wij niet bang zijn ook goede commentaar op te nemen. Wat hierover ook worde beweerd ! O ===oooOoOooo=== O
SF-MAGAZINE P. 46
ER KOMT BEWEGING ... in de Belgische fan-wereld. Langs Franstalige zijde dan. Noteer vooreerst het nieuwe adres van BERNARD GOORDEN, de sympathieke leiders van de "IDES ... ET AUTRES"-ploeg : BERNARD GOORDEN Rue de la Natation 18 1040 BRUXELLES' Noteer verder de oprichting van een nieuwe groep te Luik, met een tweemandelijks blad ditmaal, dat de titel "BETWEEN" meekreeg. Nr. 2000 zag deze maand het licht, telt 23 verzorgd gestencilde blz., heeft een origineel cover en kost 25 BF. Het adres luidt : THIERRY STEKKE Rue Louis Fraigneux 1 4000 LIEGE EEN ONTEGENSPREKELIJKE BEKOORLIJKHEID Dixit de SA. P.R.O. (Public Relations Office). Het betreft de "eerste SF-conventie die zich tot het groot publiek richt met niettemin een ontegensprekelijke bekoorlijkheid voor de specialist ..." (sic). Zeven SF-films, diverse exposanten en een "alien-bal" te Oudergem (= Auderghem), Vorstlaan 185 (= Blvd. du Souverain), in het Cultureel Centrum op 1, 2 en 3 november e.k. Ingericht door de groep FLUXUS en door het Ministerie van Cultuur. EN ATLAN, EN TERRA ? Nederlandse bladen, resp. van Kees van Toorn, Marinestraat 9c, ROTTERDAM 3001-Z.H. en van J. Slotema, Jacob van Lennepstraat 342/1 te Amsterdam. Hierover weldra meer. Doch vraag een proefnummer op bovenstaande adressen. EN EEN OPROEP !!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!! Wanneer u een kruisje vindt op de eerste pagina... Wel ja, maar waarom dienen wij zovele leden herhaaldelijk te manen ?
SF-MAGAZINE P. 47 Kijkt u nu even op die eerste pagina en is uw lidgeld vervallen, stort het dan onmiddellijk. Daarmee bespaart u ons jaarlijks een hoop ellende. DOE HET NU !!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!! NIEUWE LEDEN ROBERT VAN LAERHOVEN JOHN GARRISON EDDY DE MEYERE DIRK MAERTENS M.C. OLEFF ROSITA TIEBORTS FRANK DE CUYPER BERNARD GOORDEN THIERRY STEKKE ROBERT WAEGENEIRE NOEL BRAECKMAN JOHAN MESTACH DIRK SAMEYN KOENRAAD BUYTAERT MONIKA DE BACKER
Grote Baan 94 Hofstadestraat 9 Kortrijksesttraat 366 Diksmuideheirweg 25 Spoormakerstraat 50 Martenlemmenstraat 17 Voskenlaan 181 Rue de la Natation 18 Rue Louis Fraigneux 1 Lossystraat 4 Dendermondestwg. 29 Rozenlaan 26 Mandellaan 409 Oude Brusselseweg 206 Opvoedingstraat 59
2380 2600 8600 8200 1000 3220 9000 1040 4000 9120 9200 9860 8800 9219 9000
RAVELS BERCHEM MENEN BRUGGE BRUSSEL AARSCHOT GENT BRUSSEL LIEGE DESTELBERGEN WETTEREN DRONGEN ROESELARE GENTBRUGGE GENT
EN NEI EN NIEUWE KERNEN ! Ingevolge contacten welke wij onmiddellijk voor en tijdens SFANCON hadden, namen volgende personen op zich (naar het beroemde Gentse voorbeeld ... ) een SFAN-KERN samen te brengen in hun omgeving. TURNHOUT : Leslie CORNWELL, Herentalsestraat 50, 2300 TURNHOUT LEUVEN : Jozef PEETERS, Lobergenbos, 27, 3200 KESSEL-LO ROESELARE : Dirk SAMYN, Mandellaan 409, 8800 ROESELARE Woont u in een dezer drie steden, of in de onmiddellijke omgeving (of iets verder, wanneer u een kleine verplaatsing u niet afschrikt ... ), kontakteer dan deze mensen en kijk samen wat u ter plaatse kan doen (bijeenkomsten, bibliotheek, filmavonden, voordrachtavonden, ruilen van boeken, fanzines, enz). Voor alle technische problemen als publiciteit, vinden van films of van sprekers en zo meer, contacteer AndrĂŠ De Rycke, die niet zal aarzelen zijn ruime ervaring terzake met u te delen ! ALL REET ?