
5 minute read
Inleiding
De directe aanleiding van dit boek is een stadswandeling in 2006 van zo’n twintig Van Sonsbeecken door Zwolle. De stad waar onze voorouders van de 14de tot de 20ste eeuw leefden en merendeels ook begraven zijn. Over hun levens hoorden wij van dhr. Albert Mensema en jhr. Arnold Gevers, beiden destijds archivaris bij het Historisch Centrum Overijssel. Het werd een middag die ons afstammelingen niet alleen bij elkaar bracht, maar ook bij onze voorouders en bij de stad die een stempel drukte op onze familie. Daaraan terugdenkend: een unieke ervaring, een gevoel van verwantschap, van trots en van nieuwsgierigheid …
Wij geven het boek de ondertitel ‘Een patriciërsfamilie schrijft geschiedenis’. Het gaat over een familie, over de afstammelingen van één gemeenschappelijke stamvader. De meest opvallende stamvader is Johan ‘den olde’, die leefde van ca. 1463 tot 1569 en die dus meer dan honderd jaar werd. Hij trouwde tweemaal en kreeg dertien zoons, die op hun beurt weer stamvader werden van takken in Deventer en Zeeland, en in Zwolle zelf van een katholieke tak en van meerdere gereformeerd geworden takken. Afstammelingen klinkt mooi, maar daarin is dit boek natuurlijk niet compleet. Het gaat over afstammelingen in de mannelijke lijn. Want er waren door de
Geert Gusen
Johan ‘den olde’
Zwolse stam 1364-1569
Arend Roelof en Herman Hans Johan en Winolt
Zeeuwse tak Tot 1875
Zwolse gereformeerde takken Voortgezet in Groningen Tot 1933 eeuwen heen ook vele vrouwen Van Sonsbeeck, wier kinderen een andere familienaam kregen, en die geen plek krijgen in dit boek.
Een patriciërsfamilie is een familie die vanaf de late middeleeuwen met haar verstedelijking en afbrokkeling van het feodale systeem, bestuurlijk in de steden op de voorgrond treedt. Zo leverde onze familie in Zwolle tot 1800 zeventien meenteleden, waarvan vier burgemeesters. Zij is een van de vijf Zwolse families die haar bestuurlijke stamboom tot in de middeleeuwen kan terugvoeren, zoals ook de families Knoppert, Wicherlinck, Van Haersolte en Van Ittersum. De Zeeuwse tak telde twee schepenen, twee burgemeesters en een lid van de Raad van State. De katholieke tak leverde in het Koninkrijk vijf burgemeesters, een minister en een commissaris van de Koningin.
Het boek gaat over haar geschiedenis, over bekende feiten, met als eerste feit de inschrijving van Geert Gusen in het Zwolse Burgerboek uit 1364. Binnen de familie is onze geschiedenis steeds een punt van nieuwsgierigheid en aandacht geweest, en werden relevante papieren verzameld. Het vroegst bekende geslachtsregister is van 1640. In de laatste drie eeuwen onderzochten meerdere familieleden in Zwolle en Zeeland onze geschiedenis, of gaven daar zelfs een opdracht toe. Dat leidde ook tot opname van de genealogie in de eerste uitgave van het Nederland’s Patriciaat (het Blauwe Boekje) in 1910 en 1911, geactualiseerd in 1957. Maar een doorbraak bracht de hierboven al genoemde Albert Mensema – overigens ook een ver familielid – toen hij het Stadsarchief van Zwolle inventariseerde en ‘en passant’ van
Zwolse katholieke tak Tot vandaag voortgezet in diverse plaatsen, waaronder Heino alles waarin hij onze familienaam tegenkwam, een aantekening maakte. Bijvoorbeeld de oudste stadsrekeningen. Met die aantekeningen werden tientallen afstammelingen uit het Blauwe Boekje opnieuw tot leven gewekt.
Impliciet zoeken wij met dit boek naar onze eigen identiteit; een wens die aan vele familiegeschiedenissen ten grondslag ligt. Het boek gaat zo óók over de vragen: wie ben ik en waar kom ik vandaan? Hoe sta ik in de wereld, wat verbindt mij ermee, hoe sta ik in de tijd, wie waren die ouders, grootouders, voorouders, die mij het leven hebben geschonken? Wij krijgen de antwoorden op deze vragen van de wolwevers, vetweiders, brouwers, artsen, handelaren, apothekers, en ook van de reders en bestuurders, die de mannelijke lijn telt. Jammer, dat in een boek met een dergelijke opzet de vrouwelijke lijn minder aandacht kan krijgen.
Rest de vraag: waarom over onze geschiedenis een boek publiceren? Een mogelijk antwoord is: trots, ermee gezien willen worden. Ja het is menselijk dit een rol te laten spelen. In die zin is het een activiteit vanuit het public relations gezegde ‘be good, and tell it’, net zoals de opname in het Blauwe Boekje dat is. Maar wij willen u ook inspireren met zes eeuwen geschiedenis langs de lijn van een familie. Een aanpak die u wellicht aan het denken zet over uw familie nu en vroeger.
Het boek is chronologisch opgebouwd in vier delen, met als periodes de vroege middeleeuwen vanaf 1364 tot de reformatie in 1580, de eeuwen daarna tot de Franse Revolutie van 1795, en tenslotte de jaren tot
Deventer tak Mogelijk voortgezet in Utrecht en met de Tweede Wereldoorlog. Het tussengelegen deel III gaat over de Zeeuwse tak. De tekst van ons boek is gebaseerd op feiten en bronnen, waar in noten naar wordt verwezen. Interpretaties en speculaties worden expliciet aangegeven. Wanneer over een onderwerp in de familie verhalen de ronde doen, zijn deze als zodanig vermeld. De tekst is aangevuld met afbeeldingen en kaders, zoals bijvoorbeeld over het stadsbestuur, de postkoets of een buitenplaats. Voor het overzicht zijn aan familieleden generatienummers in Romeinse cijfers toegevoegd.
De feitelijke totstandkoming van het boek verliep in fases. Albert Mensema en Arnold Gevers maakten in eerste instantie hun overzicht van ruim honderd pagina’s met de vermeldingen van onze familie in met name de Zwolse archieven. Vervolgens hebben zij deze aantekeningen omgezet in eerste biografieën. Ook schreven zij bijdragen over de familienaam en het familiewapen. In de derde fase hebben wij de Zwolse historicus drs. Jan ten Hove gevraagd om dit materiaal om te zetten in verhalende teksten, onder toevoeging van de historische stadscontext. In een aantal gevallen heeft hij ook aanvullend onderzoek verricht. Hij leverde de tekstbijdragen voor ruim zestig procent van het boek. Bijdragen over personen na ca. 1820 en over de Zeeuwse tak leverden de geschiedschrijvers Jan van de Wetering en Jan J.B. Kuipers, en wij zelf. Tijdens het gehele traject kregen wij de steun van het Historisch Centrum Overijssel, inmiddels Collectie Overijssel geheten. De eindteksten zijn door ons gezamenlijk, namens de familie redactioneel beoordeeld.
Nu, met het boek in handen, danken wij al diegenen die er een bijdrage aan leverden. Op de eerste plaats de in 2020 overleden Albert Mensema en zijn collega jhr. Arnold Gevers. Zij opperden het idee voor dit boek, brachten hun enorme kennis van de Zwolse archieven in, deden nader archiefonderzoek, schreven de vroegste biografieën en confronteerden ons met genealogische raadsels uit het prille begin en met betrekking tot de Zeeuwse tak. Vanuit de Collectie Overijssel hielpen Johan Seekles en wijlen Jan Wigger ons op diverse manieren met de planning, aanvullend archiefonderzoek en de redactie. Niet in het minst danken wij ook alle anderen die aan dit boek schreven en het redigeerden. Uit hun midden noemen we Mariska Vonk die de teksten met vaste hand redigeerde, Charlotte Klopper-van Sonsbeeck en Marloes van Sonsbeeck-Tijscholte die deelnamen aan de leescommissie, Frank de Wit die het boek vorm gaf en Winnie Urban die de gehele uitgave met veel deskundigheid en tact begeleidde.
Tot slot: een klein jaar voor het verschijnen van dit boek overleed onze oudste broer en oom Sander van Sonsbeeck. Hij nam vanuit onze familie het eerste initiatief tot de uitgave van dit boek. Voor zijn inhoudelijke bijdrage en zijn generositeit is onze familie hem zeer dankbaar.
Joost, Geert en Diederik van Sonsbeeck
