SG CW2012-2013

Page 1

studiegids

bachelor | master

cultuurwetenschappen

2012 2013


Inhoud 03 Voorwoord Nieuw en anders in 2012-2013 06 Studeren aan de Open Universiteit 07

Faculteit Cultuurwetenschappen Bachelor Algemene cultuurwetenschappen, master Kunst- en cultuurwetenschappen Beroepsperspectieven Voorzieningen voor studenten

10 Studiebegeleiding Persoonlijke begeleiding Begeleiding per cursus Docenten en mentoren Informatiekanalen 14

Bacheloropleiding Algemene cultuurwetenschappen Opbouw Startpakket en propedeuse Postpropedeuse: drie varianten Aanbevolen volgorde van studeren (het ‘normtraject’)

18 Bachelor – reguliere variant / opleidingsschema 21 Bachelor – variant educatieve minor / opleidingsschema 25 Bachelor – open variant / opleidingsschema 29 Vrijstellingen voor de bacheloropleiding 32

Cursusbeschrijvingen bachelor Cursussen propedeuse Cursussen postpropedeuse Cultuurgeschiedenis Kunstgeschiedenis Letterkunde Filosofie Algemene cultuurwetenschappen Cursussen educatieve minor Cursussen vrije ruimte

63 Masteropleiding Kunst- en cultuurwetenschappen Opleidingsschema Toelating tot de masteropleiding 66 Cursusbeschrijvingen master 74 Alumni en promoveren 76 Tentamens 77 Inschrijven en kosten 79 Procedures en regelgeving 80 Service en informatie

Open Universiteit

www.ou.nl

Omslagfoto: Giulio Paolini, L’altra figura (1984), Art Gallery New South Wales, Australië. Maker foto onbekend.



Voorwoord Vorig jaar kondigde ik op deze plek met enige trots aan, dat wij de bachelor Algemene cultuurwetenschappen voortaan in drie varianten konden aanbieden. Dit jaar heb ik weer belangrijk nieuws. Zowel in de bachelor- als de masteropleiding bieden wij u, als u dat wilt, een traject aan dat de vrijheid van studietempo en -tijd flink inperkt met als doel uw studierendement te verhogen. Cultuurwetenschappen start, samen met alle andere faculteiten van de Open Universiteit, een traject waarin de bestudering van cursussen is gebonden aan vaste begin- en einddata. Tussentijds zijn er op gezette tijden opdrachten te maken en bijeenkomsten te bezoeken. Een tutor volgt uw studieverrichtingen, neemt regelmatig contact met u op en geeft raad en advies. U begint samen met een aantal andere studenten op hetzelfde moment aan een cursus en werkt samen met hen naar de eindstreep. U ontmoet uw medestudenten en uw tutor tijdens virtuele overleggen op Studienet, maar ook tijdens bijeenkomsten in centraal gelegen studiecentra. We noemen het OUX, Open Universiteit Extra, en het is een experiment. We hopen dat de deelnemende studenten baat zullen vinden bij meer structuur en meer begeleiding en dat ze daardoor sneller zullen studeren. De faculteit heeft allereerst ingezet op de inleidende cursussen in de propedeuse. In de master bieden we eenzelfde soort traject aan, maar vooralsnog niet onder de noemer OUX. Belangrijk in het academisch jaar 2012-2013 is ook de complete vernieuwing van de inleidende cursussen in de propedeuse. De met de Inleiding kunstgeschiedenis van 2010 ingezette vernieuwing wordt voortgezet met een herziene en geactualiseerde Inleiding letterkunde, Inleiding in de filosofie, en – voor het eerst – een Inleiding cultuurgeschiedenis. De derde grote vernieuwing betreft de masteropleiding. Het aantal inhoudelijke cursussen is bijna verdubbeld. Daarmee heeft de masterstudent aanzienlijk meer te kiezen, want alle nieuwe cursussen kunnen ook leiden tot een vervolgonderzoek ten behoeve van de masterscriptie. De nieuwe cursussen zijn mede een gevolg van de uitbreiding van de wetenschappelijke staf. Tot slot is natuurlijk belangrijk dat in 2012-13 het inhoudelijk deel van de educatieve minor Letterkunde wordt ingevuld. Tevens komen wij tegemoet aan twee vaak geuite wensen van onze studenten: het opnemen van een stage in het programma en de mogelijkheid een extra module te vullen met seminars. Ook afgelopen jaar scoorden de opleidingen van onze faculteit weer goed in de landelijke metingen onder studenten. U toonde zich als klanten zeer tevreden over de inhoud en het niveau van de opleidingen en de kwaliteitszorg daaromheen. Dat geeft goede moed voor de academische visitatie en accreditatie die de faculteit tegen het eind van het academisch jaar 2012-2013 voor de derde keer in haar geschiedenis zal ondergaan. Het wordt dus voor ons een belangrijk jaar. Steeds meer realiseren wij ons, hoeveel doorzettingsvermogen en volharding vereist zijn om naast werk en gezin een academische studie als Cultuurwetenschappen te volgen. Chapeau dus, dat u deze studiegids (wederom) openslaat om komend jaar uw kennis, inzicht en academische vaardigheden te vergroten.

Prof. dr. Jaap van Marle Decaan faculteit Cultuurwetenschappen

3


Nieuw en anders in 2012-2013 Nieuwe cursussen in de propedeuse

Nieuwe onderwerpen bij de bachelorscriptie

In de propedeuse zijn drie van de vier inleidende cursussen vernieuwd. - Inleiding letterkunde (C16112). Een geheel nieuw opgezette cursus, bestaande uit een analytisch deel en een historisch deel aangevuld met een tekstbundel. Zie pag. 33. - Inleiding in de filosofie (C13132). De cursus is gereviseerd en aangepast. De studielast is teruggebracht. De cursus wordt voortaan in twee etappes getentamineerd. Zie pag. 36. - Inleiding cultuurgeschiedenis (C04212). Voor het eerst kent de propedeuse ook een inleidende cursus voor cultuurgeschiedenis. In deze cursus is de oude cursus Ancien regime (C09221) ondergebracht. De tweede helft van de inhoud bestaat uit de vorig jaar aangekondigde, maar niet gerealiseerde cursus Staten, naties en identiteit. De Inleiding cultuurgeschiedenis wordt in twee delen getentamineerd: het eerste tentamen betreft het Ancien regime, het tweede Nationalisme in Europa 1800-heden. Zie pag. 35.

- Onderzoekspracticum bachelorscriptie (C42333). Bij drie van de vier disciplines van cultuurwetenschappen schrijft u vanaf 1 september 2012 uw bachelorscriptie over een ander onderwerp. Bij cultuurgeschiedenis staat het verenigingsleven en de civil society centraal, bij letterkunde de verbeelding van nationale identiteiten in de Nederlandse literatuur en bij kunstgeschiedenis de perceptie van de zeventiende-eeuwse schilderkunst. Het onderwerp van filosofie, denken over Europa, werd nog niet zolang geleden vernieuwd en kan nog even mee. Zie pag. 57.

Nieuwe cursussen in de postpropedeuse - Zomerschool cultuurgeschiedenis (C61321). De naam is niet nieuw, maar de inhoud en opzet van deze cursus zullen geheel anders zijn dan de zomerschool die het afgelopen decennium elke twee jaar in Maastricht werd aangeboden. Bij het ter perse gaan van deze gids wordt nog stevig hierover nagedacht. Houd de berichtgeving in de gaten. Zie pag. 46. - Cultuurwetenschappelijke seminars 2 (C55211): voortaan kunt u zonder problemen een tweede module vullen met seminars. Zie pag. 55. - Stage Cultuurwetenschappen (C80212). Onder bepaalde voorwaarden kunt u in deze tweemoduuls cursus een stage inbrengen. Zie pag. 56.

Nieuwe cursussen ten behoeve van de educatieve minor - Vanaf het tweede semester (1 februari 2013) is de inhoudelijke invulling van de educatieve minor Letterkunde beschikbaar. Drie nieuwe cursussen worden in dit kader ontwikkeld: Taalkunde van het Nederlands (C23212), Taalbeheersing van het Nederlands (C24212) en Schoolgrammatica (C16211). Zie pag. 51 - Al eerder, vanaf 1 september 2012 is de cursus Vakdidactiek geschiedenis (C31211) beschikbaar. Zie pag. 59.

4

Nieuwe cursussen in de master In de master worden vier nieuwe cursussen aangeboden, naast de bestaande cursussen. De nieuwe cursussen kennen alle vaste begindata, tussentijdse opdrachten en toetsen, en vaste inleverdata van de werkstukken. Zie voor meer informatie pagina 63. - Volop vertier! Vrije tijd en stedelijke cultuur 1870-2010 (C50312). Zie pag. 67. - De eeuw van de lezers (C44312). Vanaf 1 februari 2013. Zie pag. 69. - Hedendaagse cultuuranalyses en cultuurkritieken (C11312). Vanaf 1 februari 2013. Zie pag. 71. - De koloniale ervaring vanuit letterkundig en cultuurhistorisch perspectief (C43312). Zie pag. 72. - Onder cursuscode van het Onderzoekspracticum Cultuurwetenschappen (C95312) wordt alleen nog het practicum Sensus catholicus aangeboden. Zie pag. 70.

Laatste tentamenkansen Ook in 2012-2013 verdwijnt door het ter beschikking komen van nieuwe cursussen, een aantal oude cursussen uit het aanbod. - De laatste tentamenkans voor de oude cursus Inleiding letterkunde (C12122) vindt plaats op 26 augustus 2013. - De laatste tentamenkans voor de oude cursus Inleiding in de filosofie (C13122) vindt plaats op 25 juni 2013. - De laatste tentamenkans voor de cursus Veranderende grenzen. Nationalisme in Europa (1919-1989) (C07321) vindt plaats op 28 juni 2013. - Bachelorscripties (disciplines letterkunde, kunstgeschiedenis en cultuurgeschiedenis) die geschreven zijn onder de cursuscode C42323 kunnen nog worden ingeleverd tot 1 juli 2013. - Werkstukken gemaakt in het kader van het Onderzoekspracticum cultuurwetenschappen (C95312) voor de varianten ‘Literatuur’ en ‘Nederland moderniseert’ kunnen nog ingeleverd worden tot 1 juli 2013.


Open Universiteit Extra - OUX Vanaf 1 september 2012 start de Open Universiteit met Open Universiteit Extra (OUX). Met OUX bieden wij meer gestructureerd onderwijs met als kernaspecten minder vrijblijvendheid en meer binding. Dit nieuwe aanbod wordt naast het onderwijs met vrijheid van tijd, plaats en tempo aangeboden. U kunt dus kiezen tussen vrij studeren of in een vast tempo onder begeleiding van een tutor. Alle faculteiten, dus ook Cultuurwetenschappen, bieden vanaf 1 september één of meer studieblokken in OUX aan. Een blok heeft een vaste startdatum en duurt één jaar, het bestaat in de meeste gevallen uit vier modulen, vergt 400 tot 480 uur studie en is opgebouwd uit bestaande cursussen. Alle studenten beginnen op 1 september met het blok en doen op dezelfde momenten tentamen. Aan het eind van elk blok is een herkansingsperiode. Per blok is er een tutor die studenten actief volgt en worden activiteiten georganiseerd, zoals een (virtuele) introductiebijeenkomst, een tentamentraining of een nabespreking van het tentamen. Ook worden er per blok deadlines vastgelegd. Als blijkt dat u een bepaalde deadline niet gehaald hebt, neemt de tutor contact met u op. Studenten die zich inschrijven voor een blok geven daarmee aan dat zij actief willen participeren en actief gevolgd willen worden. Met alle studenten die zich inschrijven voor OUX wordt contact opgenomen voor een elektronisch of telefonisch intakegesprek. Studenten die sneller willen studeren kunnen naast het blok ook nog losse cursussen kopen. OUX is vooralsnog een experiment. In het flankerende onderzoek gaat de Open Universiteit na, of deze aanpak ertoe leidt dat studenten sneller en succesvoller studeren. Op het moment dat deze studiegids ter perse ging werd OUX nog voorbereid. Zodra er meer informatie is over de precieze inrichting van de OUX-blokken, de roostering van de tentamens en de planning van de activiteiten, wordt dit via Studienet bekend gemaakt.

Cultuurwetenschappen Vanaf 1 september 2012 biedt de faculteit Cultuurwetenschappen twee blokken OUX aan: - Blok 1: Inleiding letterkunde (1e semester) + Inleiding kunstgeschiedenis (2e semester) - Blok 2: Inleiding cultuurgeschiedenis (1e semester) + Inleiding filosofie (2e semester) U kunt ook starten met de OUX-blokken per 1 februari 2013. Dan doet u eerst de cursus van het 2e semester en aansluitend de cursus van het 1e semester.

5


Studeren aan de Open Universiteit Het onderwijsaanbod van de Open Universiteit (OU) is anders samengesteld dan dat van de reguliere Nederlandse en Belgische universiteiten. Wij bieden afstandsonderwijs, deels elektronisch aangeboden met gebruikmaking van de mogelijkheden van internet. Dit betekent dat u als student niet naar college hoeft te gaan (al zijn er uitzonderingen), maar thuis achter uw bureau of op welke andere plaats dan ook, en op een tijdstip dat u schikt, kunt studeren. Het studiemateriaal is zelfinstruerend, de docent is als het ware aan het woord. Het studietempo bepaalt u zelf, want soms is er veel gelegenheid om te studeren, soms ook absoluut niet. Bij de Open Universiteit betaalt u geen collegegeld om een jaar lang onderwijs te kunnen volgen. Bij de OU koopt u cursussen, elk jaar het aantal dat u zelf wilt. U kunt op elk moment met uw studie aan de OU beginnen.

Toelatingseis

Cursussen en opleidingen

Iedereen kan een studie op academisch niveau starten bij de Open Universiteit. De enige toelatingseis is de leeftijd van 18 jaar of ouder. Zonder computer met een goede internetaansluiting is het niet mogelijk om een opleiding van de OU te voltooien. Houd er ook rekening mee, dat voor veel cursussen Engels op havo-niveau een vereiste is.

Cursussen vormen de bouwstenen van het onderwijs aan de Open Universiteit. Een pakket van tekstboeken, werkboeken (al of niet elektronisch aangeboden), cd-roms, dvd’s, een cursuswebsite en soms nog andersoortige informatiedragers vormen het studiemateriaal van een cursus. Elke cursus die u koopt, is afzonderlijk te bestuderen en wordt afgesloten met een tentamen. U krijgt standaard veertien maanden om de drie tentamenkansen te benutten. Als u slaagt, ontvangt u een cursuscertificaat. Vele cursussen samen vormen een wetenschappelijke opleiding. De cursusbeschrijvingen elders in deze studiegids geven een indruk van de inhoud van elke cursus die de faculteit Cultuurwetenschappen aanbiedt. Bij elke cursusbeschrijving staat de url (het elektronisch adres) van de cursus op de website www.ou.nl/studieaanbod vermeld. Daar vindt u uitgebreidere informatie en kunt u online cursussen bestellen.

www.ou.nl en eigen e-mailadres Het adres van de openbare website van de Open Universiteit is www.ou.nl . Alle algemene informatie over studeren aan de OU en alle benodigde formulieren worden gepubliceerd op deze website. Iedereen die aan de OU studeert, krijgt een eigen e-mailadres bestaande uit uw naam en de uitgang @studie.ou.nl. Dit adres gebruikt de universiteit wanneer zij met u in contact wil treden.

Studiebegeleiding Zelfstudie en afstandsonderwijs betekenen niet studeren zonder begeleiding. De Open Universiteit biedt begeleiding op een aantal manieren. Zie voor details pagina 9. Wanneer u besluit een academische opleiding aan de OU te volgen, krijgt u een mentor toegewezen die fungeert als vast en persoonlijk aanspreekpunt voor zaken als planning, aanpak en voortgang van de studie. www.ou.nl/begeleiding

Modulen, studiepunten en studie-uren Een cursus van de Open Universiteit bestaat uit één of meer modulen, waarbij 1 module gelijk staat aan 4,3 studiepunten. De cursusomvang in deze studiegids wordt uitgedrukt in modulen. Voor het bestuderen van 1 module staat een studieduur van 100 tot 120 studie-uren.

Studienet en cursuswebsites Studiecentra Uw mentor houdt kantoor op een studiecentrum. Bij uw mentor en de andere medewerkers van een studiecentrum kunt u terecht voor alle informatie over uw studie. U kunt in een studiecentrum begeleidingsbijeenkomsten volgen, tentamens afleggen, praten met andere studenten, werken aan een computer en het studiemateriaal inzien. Er worden workshops en lezingen georganiseerd en er vinden diploma-uitreikingen plaats. Een studiecentrum is dan ook dé ontmoetingsplaats voor studenten. De Open Universiteit beschikt over zestien studiecentra in Nederland en zes in Vlaanderen. www.ou.nl/studiecentra

6

Alle cursussen hebben een eigen site op de elektronische leeromgeving van de Open Universiteit, Studienet. Om op de hoogte te blijven van alle extra en actuele informatie die rond een cursus wordt aangeboden, is een geregeld bezoek aan deze cursuswebsite noodzakelijk. Zodra u zich heeft ingeschreven voor een cursus, krijgt u toegang tot de cursussite. Daar vindt u uitgebreide informatie over de begeleiding en het tentamen. Ook is het in het discussieforum mogelijk contact te leggen met andere studenten die met de stof bezig zijn en zo samen de antwoorden op vragen te vinden. Docenten mengen zich soms ook in deze discussie. Op Studienet heeft de faculteit Cultuurwetenschappen een eigen plek (‘tab’) voor het doorgeven van belangrijke informatie aan haar studenten.


Faculteit Cultuurwetenschappen (CW) Bij cultuur denken wij vooral aan wat ons met andere mensen bindt. Dat kan taal zijn, nationaliteit, godsdienst, de krant waar wij op geabonneerd zijn, onze politieke voorkeur of de manier waarop wij met elkaar omgaan. Cultuur is dus een heel ruim begrip, waarin in elk geval identiteit, omgangs-vormen en gemeenschappelijke ideeën en codes een grote rol spelen. Belangrijk in het cultuurbegrip is dat die gemeenschappelijke kenmerken ooit gegroeid zijn, maar ook – en dat maakt het spannend – constant veranderen. Denkt u zich in uw eigen woonplaats eens drie eeuwen terug. Die is dan aanzienlijk kleiner, er staan andere gebouwen, u bent anders gekleed en de taal en omgangsvormen zijn anders. Ook de beleving van godsdienst, natuur of maatschappelijke identiteit wijkt af van wat u op dit moment ervaart. De voortdurende ontwikkeling in de cultuur van het bestaande naar het nieuwe is kort samengevat onder de noemer ‘traditie en vernieuwing’, een begrippenpaar dat in de opleidingen van de Faculteit Cultuurwetenschappen centraal staat.

Bachelor Algemene cultuurwetenschappen, master Kunst- en cultuurwetenschappen De faculteit Cultuurwetenschappen (CW) biedt een wetenschappelijke bachelor-opleiding Algemene cultuurwetenschappen en een masteropleiding Kunst- en cultuurwetenschappen aan. Dit zijn twee geheel zelfstandige opleidingen: - de bachelor Algemene cultuurwetenschappen, een afgeronde academische opleiding die wordt bekroond met een diploma en bijbehorende titel Bachelor of Arts. De bacheloropleiding wordt aangeboden in drie varianten: de reguliere bachelor, de open bachelor en de bachelor met educatieve minor (zie vanaf pagina 14). Alle drie de varianten van de bachelor geven toegang tot de master Kunst- en cultuurwetenschappen van de Open Universiteit. - de master Kunst- en cultuurwetenschappen, waarin sprake is van verdere wetenschappelijke verdieping en die leidt tot het diploma Master of Arts. De cursussen waaruit de opleidingen van de faculteit Cultuurwetenschappen (en de andere faculteiten van de OU) bestaan, worden elk academisch jaar door de Raad van decanen vastgesteld en gepubliceerd in de Onderwijs- en examenregeling (OER). De OER kent een ‘Algemeen deel’ met algemene regels aangaande het onderwijs, een ‘Specifiek deel’ waarin de cursussen waaruit het programma is opgebouwd worden opgesomd en ‘Uitvoeringsregels’, waarin nadere regels aangaande cursussen en opleidingen worden gesteld (zie ook: www.ou.nl/documenten). Met uitzondering van practica, vaardigheidscursussen en scripties zijn alle cursussen waaruit de opleidingen cultuurwetenschappen bestaan, ook als losse cursus aan te schaffen, te bestuderen en af te sluiten met een tentamen. Wel zijn er soms ingangseisen waaraan voldaan moet worden. Of u kiest voor een opleiding of een losse cursus hangt af van het doel waarmee u gaat studeren en de tijd die u beschikbaar heeft. De certificaten behaald voor losse cursussen kunt u later altijd inbrengen in een opleiding. Ze kunnen ook vrijstelling opleveren bij andere universiteiten of hogescholen.

Cultuur is overal Cultuur is overal. We maken er zelf deel van uit en worden er constant en overal mee geconfronteerd. Maar cultuur en de uitingen daarvan zijn veelal niet eenduidig. Cultuur is geen statisch gegeven, maar voortdurend aan verandering onderhevig, met als gevolg dat ook cultuuruitingen in hoge mate divers en heterogeen zijn. De opleidingen van de Faculteit Cultuurwetenschappen zijn erop gericht om cultuuruitingen te analyseren, te interpreteren en in een breder perspectief te plaatsen. Met andere woorden, onze wetenschappelijke opleidingen zijn niet alleen gericht op het bijbrengen en vergroten van de kennis op het terrein van de cultuur, maar ook op het ‘actief omgaan’ met cultuuruitingen. Dat ook reflectie op cultuur daarbij hoort, is bijna vanzelfsprekend. U verwerft dus niet alleen kennis, maar leert met deze kennis ook iets te doen. Vandaar de aandacht in het

Beroepsperspectieven

studieprogramma voor academische vorming en vaardigheden.

Algemene cultuurwetenschappen kent vier constituerende disciplines: cultuurgeschiedenis, kunstgeschiedenis, filosofie en letterkunde. Na het voltooien van uw opleiding hebt u een schat aan kennis opgedaan over een breed scala van culturele verschijnselen, zoals taal, ideeën, symbolen, beelden, gebouwen en afbeeldingen. Uw kennis strekt zich uit over een periode die begint bij de renaissance en doorloopt tot de huidige samenleving. Naast kennis en inzicht verwerft u als cultuurwetenschapper ook de vaardigheden om teksten en bronnen te analyseren, zelf een onderzoek op te zetten en daarover wetenschappelijk verantwoord te rapporteren, zowel schriftelijk als mondeling. De kennis en vaardigheden waarover u na het behalen van een bachelordiploma Algemene cultuur-wetenschappen en/of een masterdiploma Kunst- en cultuurwetenschappen beschikt, maken u geschikt voor staf- en beleidsfuncties bij overheid en culturele instellingen.

Inhoudelijk stoelen de bachelor Algemene cultuurwetenschappen en de master Kunst- en cultuurwetenschappen op vier disciplines: (cultuur)geschiedenis, kunstgeschiedenis, letterkunde en filosofie.

7


In de zogenaamde beleidsvariant van de open bacheloropleiding worden cultuurwetenschappelijke vakken gecombineerd met de grondslagen van een management- en juridische opleiding en zet u tijdens uw studie al direct in op dergelijke functies. De bachelor Algemene cultuurwetenschappen en master Kunst- en cultuurwetenschappen bieden ook kansen voor een carrière in het onderwijs. Het is mogelijk in de bacheloropleiding een educatieve minor op te nemen, waarmee u een tweedegraads bevoegdheid Geschiedenis of Nederlands behaalt. De master biedt uitzicht op een eerstegraads bevoegdheid Geschiedenis, Nederlands of Kunstgeschiedenis/Culturele en kunstzinnige vorming (CKV). Kijk voor meer informatie en de condities op pagina 63.

Voorzieningen voor studenten Studienet Elke cursus die u koopt bij de Open Universiteit, heeft een eigen website op Studienet, de elektronische leeromgeving van de universiteit. Deze cursuswebsite is een integraal onderdeel van elke cursus. U dient deze cursuswebsite dan ook te raadplegen om op de hoogte te blijven van alle relevante informatie over uw cursus(sen). Vaak is bestudering van de cursus zonder de website niet mogelijk. Wie voor het eerst toegang tot Studienet wil krijgen gaat naar www.ou.nl en klikt vervolgens op Studienet. Volg de instructies. Als u bent ingelogd staan de door u aangeschafte cursussen op uw werkplek. Via de tab ‘Cursussen’ > Cultuurwetenschappen komt u in de complete lijst met cursussen en kunt u als gast ook op websites van andere cursussen kijken.

Studiepad online

Ik heb een vraag… - Over algemene zaken met betrekking tot de studie, de faculteit of de universiteit: www.ou.nl/directcontact of bel +31 (0)45 - 576 2888.

Voor elke student die een opleiding volgt, maakt de OU een studiepad aan in het Studieresultatensysteem (SRS). In dit studiepad kunt u uw studievorderingen raadplegen. SRS geeft een overzicht van het afgelegde, lopende en resterende studiepad van de opleiding waarmee u bezig bent. Maar let op! Het studiepad geeft niet de aanbevolen volgorde van het bestuderen van cursussen weer. Deze volgorde vindt u in het schema op pagina 17 van deze gids. Het studiepad is louter een overzicht van uw studievorderingen. www.ou.nl/studiepad

Studentenblad (e-)Modulair - Over de planning en aanpak van mijn studie (online): www.ou.nl/studieplanner en www.ou.nl/studiecoach (zie voor meer informatie pagina 10 van deze studiegids). - Over de planning en aanpak van

Als student van de Open Universiteit ontvangt u een aantal keer per jaar het (gratis) studentenblad Modulair. Modulair staat vol met achtergronden, human interest, opinie en debat. Studenten vertellen over hoe zij het doen met de studie; docenten en hoogleraren vertellen over interessante ontwikkelingen in hun vakgebied. Ook vertegenwoordigers van het College van Bestuur, de studiecentra en het Onderwijs Service-centrum komen regelmatig aan het woord. In service-rubrieken staat de laatste informatie over tentamenroosters, bijzondere inschrijvingen, afgestudeerden en dergelijke. Modulair kent ook een elektronische editie voor het laatste nieuws. www.ou.nl/modulair

mijn studie (persoonlijk): uw mentor van de faculteit

(Digitale) Bibliotheek

Cultuurwetenschappen. Kijk op

Als student van de Open Universiteit kunt u via Studienet/Mijn werkplek de digitale bibliotheek raadplegen. U krijgt rechtstreeks toegang tot de digitale bibliotheek met een reeks belangrijke e-journals, informatiebestanden en zoeksystemen voor wetenschappelijke tijdschriften en artikelen. De website Studiecoach geeft onder andere uitleg over het gebruik van de digitale bibliotheek. In de bibliotheek zelf krijgt u meer informatie via de veelgestelde vragen en de nieuwsberichten. Heeft u inhoudelijke vragen over de collectie, dan kunt u Ask Your Librarian raadplegen. www.ou.nl/bibliotheek of www.ou.nl/ub

pagina 12 van deze studiegids wie dat is en stuur een e-mail. - Over de inhoud van een cursus: kijk bij de cursusbeschrijving elders in deze studiegids wie de examinator en/of begeleider van uw cursus is en stuur een e-mail.

Endnote en Reference manager Studenten van de Open Universiteit kunnen gratis Endnote en Reference manager downloaden. Dit zijn beide softwarepakketten voor het opslaan van bibliografische gegevens. Hiermee downloadt u eenvoudig literatuurverwijzingen van websites van uitgeverijen en bibliotheken uit buiten- en binnenland. Daarnaast kunt u met deze programma’s zoeken in bibliotheekdatabases. Zo kunt u zelf een database aanmaken van literatuurverwijzigen om die te gebruiken in uw afstudeeronderzoek, tijdschriftartikelen, boeken en andere publicaties. U kunt beide programma’s één maand nadat u bent ingeschreven downloaden. Op de website Studiecoach staat een instructiefilm over het gebruik van Endnote.

8


Academia en SURFspot De Open Universiteit is aangesloten op de SURFfederatie, waardoor u als student gebruik kunt maken van de mediabibliotheek Academia maar ook producten bestellen via SURFspot. Het Academia-materiaal bevat een enorme collectie aan beeld- en geluidmateriaal over de Nederlandse geschiedenis, de medische wereld, media-geschiedenis, politiek en recht, natuur en milieu en zelfs over entertainment en curiosa. Er zijn Polygoon-journaals, amateurfilms, programma’s van de publieke omroep, radiofragmenten, foto’s en artikelen te vinden. SURFspot is de ict-webwinkel voor het onderwijs waar officiële software en andere ICT-producten tegen voordelige prijzen aangeschaft kunnen worden. De link naar de winkel treft u aan op uw werkplek op Studienet. www.ou.nl/studievoorzieningen

Facultaire opleidingscommissie Binnen de faculteit Cultuurwetenschappen is een (wettelijk verplichte) Facultaire opleidingscommissie (FOC) actief. Deze commissie bestaat uit minimaal drie studenten en drie stafleden. De commissie brengt advies uit over de Onderwijs- en examenregeling (OER) voor de opleidingen van de faculteit Cultuurwetenschappen, beoordeelt jaarlijks de uitvoering van die regeling en geeft verder gevraagd en ongevraagd advies over het CW-onderwijs. Verslagen van de vergaderingen van de FOC kunt u vinden in de rubriek ‘Facultaire Opleidingscommissie’ onder de tab ‘Cultuurwetenschappen’ op uw werkplek op Studienet. De samenstelling van de commissie is in het voorjaar van 2012 als volgt: prof. dr. Leo Wessels, voorzitter Studentleden Jos de Jonge, Leni Luierweert, Michel Severijns, Danny Tabruyn, Marian Vaags, Koos van der Zwet Docentleden drs. Lieke van den Bulck-Van der Linden, dr. Mieke Rijnders; plaatsvervangers: dr. Frank Inklaar, drs. Herman Simissen Ondersteuning Ambtelijk secretaris: drs. Paul van den Boorn, E paul.vandenboorn@ou.nl; secretariaat: Petra de Munnik, E petra.demunnik@ou.nl

Studentenverenigingen Studenten Cultuurwetenschappen hebben zich georganiseerd in studentenverenigingen en studiegroepen. De meeste zijn gekoppeld aan een studie-centrum en geven een nieuwsbrief uit. De verenigingen organiseren uiteenlopende activiteiten, zoals lezingen, excursies, congressen of studiereizen. Het is een gemakkelijke manier om contact te krijgen met andere studenten en docenten van de faculteit en het studiecentrum. De verenigingen zijn er natuurlijk ook voor de gezelligheid. Voor velen zijn de sociale contacten onmisbaar; onderling worden veel studie-ervaringen uitgewisseld. Actuele informatie over adressen, contactpersonen en activiteiten kunt u vinden op www.ou.nl/studentenvereniging of de link ‘studentenverenigingen’ onder de tab ‘Cultuurwetenschappen’ op uw werkplek op Studienet.

Studentenraad De belangen van alle studenten worden behartigd door de Studentenraad. De Studentenraad is een wettelijk inspraakorgaan en gesprekspartner van het College van bestuur. De raad ziet er op toe dat de student centraal blijft staan en de studie optimaal kan doorlopen. Bovendien heeft de raad de wettelijke taak de kwaliteit van het onderwijs te bewaken. Hierdoor kan (on)gevraagd advies aan het College van bestuur worden uitgebracht. De Studentenraad kan voor overleg vertegenwoordigers van bestuurlijke organen uitnodigen en zich laten bijstaan door inhoudelijk deskundigen. De Studentenraad bestaat uit maximaal negen leden die bij geheime stemming worden gekozen door en uit studenten. De zittingstermijn is twee jaar. De Studentenraad vergadert één keer per maand en overlegt eens per kwartaal met het College van bestuur; de vergaderingen zijn openbaar. Wilt u een bijeenkomst bijwonen? Meldt u aan via studentenraad@ou.nl. Informatie over de agendapunten, notulen, reglement en andere berichten van de Studentenraad staan op Studienet.

U studeert niet alleen! Hoewel de faculteit Cultuurwetenschappen van de Open Universiteit afstandonderwijs verzorgt, dat u in principe zelfstandig thuis kunt bestuderen, hoeft uw studie geen eenzaam avontuur te zijn. Aan onze faculteit staan zo’n 2500 studenten ingeschreven, die zich voor een deel hebben georganiseerd in studentenverenigingen. Medestudenten kunt u ook ontmoeten in de studiecentra, waar u bovendien bij docenten (mentoren) van de faculteit terecht kunt voor studieadvies en begeleidingsbijeenkomsten. Mentoren en studentenverenigingen organiseren in overleg elk jaar een programma van lezingen, voorlichtingsavonden, discussiegroepen, excursies et cetera. Deze activiteiten vinden wij een wezenlijk bestanddeel van de bacheloropleiding Algemene cultuurwetenschappen. Zij dragen bij aan een bredere academische vorming. Daarom heeft de faculteit deze activiteiten ondergebracht in de aparte module ‘Cultuurwetenschappelijk debat’. Op die manier wordt uw deelname beloond met studiepunten.

9


Studiebegeleiding Begeleide zelfstudie Het studeren aan de Open Universiteit wordt wel aangeduid als ‘begeleide zelfstudie’. Dat een student aan de Open Universiteit wordt geacht zoveel mogelijk zelfstandig te studeren, komt bijvoorbeeld tot uiting in de zelf- en eindtoetsen die in vrijwel alle gevallen tot het studiemateriaal van cursussen behoren. Het zijn proeftentamens waarmee u zelf kunt testen of u de stof van een leereenheid (zelftoets) of de hele cursus (eindtoets) beheerst. Daarnaast zijn van vrijwel alle cursussen tentamenbundels beschikbaar, bestaande uit reeds afgenomen tentamens of in het verleden gemaakte opdrachten. Maar zelfstudie betekent niet ‘geen begeleiding’. De faculteit Cultuurwetenschappen biedt diverse vormen van begeleiding aan. Uitgebreide informatie daarover vindt u bijvoorbeeld in de opleidingsschema’s van de bachelor en master elders in deze gids, op de cursuswebsites en de tab Cultuurwetenschappen op Studienet, en op www.ou.nl onder studieaanbod en studie-informatie. We onderscheiden de volgende begeleidingsvormen:

Persoonlijke begeleiding Onderwijsadviseur en mentor

Laatste nieuws rond studiebegeleiding In de rubriek Studiebegeleiding in Modulair en op de cursuswebsites wordt u op de hoogte gehouden van wijzigingen van data, locaties en spreekuurtijden van docenten/mentoren. Raadpleeg daarom altijd deze rubriek en de cursuswebsite. Voor veranderingen op zeer korte termijn kunt u het beste de website van uw studiecentrum raadplegen: www.ou.nl/studiecentra.

Hebt u vragen met betrekking tot studieplanning, studievoortgang, studievaardigheden of organisatie (dus vragen die geen betrekking hebben op de inhoud van een specifieke cursus), dan kunt u allereerst elke werkdag van 9.00 tot 16.30 uur terecht bij de onderwijsadviseurs van de faculteit Cultuurwetenschappen, T +31 (0)45 - 576 2888. Daarnaast kunt u voor soortgelijke vragen een beroep doen op uw CW-mentor. Deze heeft als standplaats het studiecentrum in uw regio en is een vast aanspreekpunt tijdens uw hele studie. Aan elk Nederlands studiecentrum is een CW-mentor verbonden (zie de foto’s op pagina X). Deze organiseert voorlichtingsbijeenkomsten over het nieuwe cursusaanbod, lezingen in het kader van het studium generale van CW of excursies. Op deze bijeenkomsten ontmoet u medestudenten uit uw eigen regio, hetgeen soms leidt tot het vormen van studiegroepjes. CW-mentor en onderwijsadviseur richten zich op gezette tijden ook tot u via een mail in het kader van het zogenaamde bachelormentoraat. Aan de Vlaamse studiecentra zijn eveneens CW-mentoren verbonden. Bij hen kunt u informatie krijgen over CW-docenten en begeleiding. Zie voor de namen de tab Cultuurwetenschappen op Studienet onder ‘begeleiding en mentoraat’.

Studiecoach en workshops Veel studenten merken dat een studie aan een afstandsuniversiteit een nieuwe aanpak van studeren vergt. Waarschijnlijk bent u al een tijdje uit het studieritme en moet u er weer even inkomen. Een goed timemanagement is dan geen overbodige luxe! Maar ook een goede motivatie en studieplanning zijn dan belangrijk. Er zijn verschillende methoden om informatie op te nemen en te onthouden en er zijn ook veel manieren om hoofd- en bijzaken te onderscheiden. De elektronische Studiecoach geeft u tips en suggesties om u actief te leren studeren. Daarnaast worden in de studiecentra regelmatig workshops georganiseerd waar u samen met andere studenten kunt werken aan het verbeteren van uw kwaliteiten en studievaardigheden. www.ou.nl/studiecoach

Studieplanner Om een goed studieresultaat te behalen en zo veel mogelijk gebruik te maken van uw beschikbare studietijd is het plannen van uw studie raadzaam. De Studieplanner, een elektronisch hulpmiddel, maakt op basis van een aantal gegevens het plannen van uw studie inzichtelijk. Nadat u hebt ingevoerd hoeveel uren per week u beschikbaar hebt voor de studie, ziet u meteen wanneer u klaar bent voor het afleggen van een tentamen. Andersom kan ook, als u op een bepaalde datum uw cursus wilt afronden, berekent de studieplanner hoeveel studie-uren u per week nodig hebt. U kunt ook meerdere cursussen plannen en rekening houden met vakanties. Het is ook mogelijk gebruik te maken van de voorbeeldplanningen van de faculteit. www.ou.nl/studieplanner

10


Begeleiding per cursus Standaardbegeleiding Elke cursus heeft een docent bij wie u voor inhoudelijke vragen terecht kunt. Dit kan telefonisch of via e-mail. Bij de cursusbeschrijvingen in deze gids en op de cursussite in Studienet ziet u wie de docent is en wanneer hij/zij telefonisch spreekuur houdt. Op Studienet kunt u ook via de discussiegroep of het forum vragen stellen aan medestudenten. Docenten kijken mee in de discussiegroep.

Groepsbegeleiding Voor een aantal cursussen worden in de studiecentra groepsbijeenkomsten georganiseerd. Het betreft vooral de inleidende cursussen in de propedeuse en dan met name de ‘startcursus’, de eerste cursus van de opleiding. Voor sommige cursussen later in de opleiding worden bijeenkomsten belegd in de belangrijkste studiecentra. Tijdens de bijeenkomsten gaat u samen met docent en medestudenten dieper in op de leerstof en bereidt u zich voor op het tentamen. Alle informatie rondom studiebegeleiding wordt gepubliceerd op de betreffende cursussite. Tenzij anders aangegeven is het bezoeken van begeleidingsbijeenkomsten niet verplicht. Van sommige bijeenkomsten bestaan opnames, die te volgen zijn via de cursussite op Studienet.

Elektronische begeleiding Bij sommige cursussen worden ‘virtuele begeleidingsbijeenkomsten’ georganiseerd. Samen met de docent en medestudenten logt u op een afgesproken tijdstip in op de ‘virtuele klas’ op internet en behandelt een deel van de studiestof.

Studiedagen Bij een aantal cursussen wordt op een centrale plaats in Nederland een studiedag georganiseerd. Een studiedag heeft een ander karakter dan een begeleidingsbijeenkomst. Tijdens een studiedag maken docenten de inhoud van een cursus aanschouwelijk door bijvoorbeeld een bezoek aan een museum, door lezingen of door het samen lezen van oorspronkelijke teksten. De dagen hebben een ‘plus-karakter’, inhoud van de cursus en tentamen komen slechts zijdelings ter sprake. Over data, locaties en inhoud van deze dagen wordt u tijdig via de cursuswebsite en het studentenblad Modulair geïnformeerd. De meeste studiedagen kunnen worden meegenomen in het traject van de cursus Cultuurwetenschappelijk debat. Zie de cursusbeschrijving op pagina 54.

Ongewenste verbreking contact Als u een cursus van de OU koopt, bent u voor 14 maanden ingeschreven als student. Na die 14 maanden hebt u geen ‘inschrijfrechten’ meer, tenzij u uw rechten verlengt (zie pagina 77). Mocht er even geen tijd zijn om uw studie op dat moment voort te zetten, en verlengt u rechten niet, dan u kunt geen tentamen meer doen in de betreffende cursus. Wel zorgt de OU ervoor dat u nog

Individuele begeleiding bij de afstudeeropdracht

één jaar toegang behoudt tot de

Bij het schrijven van de bachelorscriptie wordt u gedeeltelijk individueel begeleid. U maakt samen met uw docent afspraken. De begeleiding van de scriptie van de masteropleiding is geheel individueel.

nog Modulair.

cursussite op Studienet. U krijgt ook Maar één jaar nadat de laatste inschrijfrechten zijn verlopen, worden alle contacten verbroken, tenzij u actie onderneemt. Laat het ons weten als u uw studie noodgedwongen tijdelijk op een laag pitje hebt gezet, maar toch betrokken en op de hoogte wilt blijven. Neem contact op met uw CW-mentor. In de meeste gevallen kunnen wij dan in overleg iets regelen.

11


Docenten en mentoren Decanen

Mentoren

Overige stafleden

Prof. dr. Jaap van Marle

drs. Janny Bloembergen-

dr. Marjolijn Bol

Decaan

Lukkes (geschiedenis)

(kunstgeschiedenis)

jaap.vanmarle@ou.nl

janny.bloembergen-lukkes@

marjolijn.bol@ou.nl

ou.nl CW-mentor Utrecht en Almere www.open.ou.nl/modern

Hoogleraren

dr. Toon Bosch drs. Lieke van den Bulck-van

universitair hoofddocent

prof. dr. Paul van den Akker

der Linden (cultuurweten-

(geschiedenis)

(kunstgeschiedenis)

schappen)

toon.bosch@ou.nl

paul.vandenakker@ou.nl

lieke.vandenbulck-vanderlinden@ou.nl CW-mentor Breda en Eindhoven

drs. Dick Disselkoen (letterkunde)

mw. prof. dr. Erica van Boven

drs. Tom van Dorp

(letterkunde)

(filosofie / geschiedenis)

erica.vanboven@ou.nl

tom.vandorp@ou.nl CW-mentor Rotterdam en Vlissingen

(filosofie)

dr. Frank Inklaar

wil.derkse@ou.n

(geschiedenis) frank.inklaar@ou.nl CW-mentor Zwolle en Enschede www.open.ou.nl/modern

prof. dr. Jan-Hein FurnĂŠe

(kunstgeschiedenis)

(geschiedenis)

dr. Lizet Duyvendak universitair hoofddocent (letterkunde) lizet.duyvendak@ou.nl

(geschiedenis)

prof. dr. Ype Koopmans

dr. Caroline DrieĂŤnhuizen caroline.drieenhuizen@ou.nl

prof. dr. Wil Derkse

janhein.furnee@ou.nl

dick.disselkoen@ou.nl

dr. Jos Pouls (kunstgeschiedenis)

dr. Elisabeth den Hartog-de

jos.pouls@ou.nl

Haas (filosofie)

CW-mentor Heerlen (Parkstad)

elisabeth.denhartog-dehaas@

www.jospouls.nl

ou.nl

Hanna Riezebos MA

drs. Marjolein van Herten

(geschiedenis)

(letterkunde)

hanna.riezebos@ou.nl

marjolein.vanherten@ou.nl

CW-mentor Groningen,

www.ou.nl/leesclubonderzoek

ype.koopmans@ou.nl

mw. prof. dr. Carla Rita Palmerino (filosofie)

Leeuwarden en Emmen

carlarita.palmerino@ou.nl

prof. dr. Leo Wessels (geschiedenis) leo.wessels@ou.nl

dr. Susan Hogervorst drs. Wouter Steffelaar

(geschiedenis)

(letterkunde)

susan.hogervorst@ou.nl

wouter.steffelaar@ou.nl CW-mentor Amsterdam en Alkmaar dr. Frauke Laarmann (kunstgeschiedenis) Arjan Vader MA

frauke.laarmann@ou.nl

(cultuurwetenschappen) arjan.vader@ou.nl CW-mentor Den Haag

drs. Wil Michels (taalcorrectie)

dr. Jeroen Vanheste

wil.michels@ou.nl

(filosofie) jeroen.vanheste@ou.nl CW-mentor Nijmegen

dr. Sarah de Mul (letterkunde) sarah.demul@ou.nl

12


Opleidingsmanager/ Scriptiecoördinator dr. Jan Oosterholt

dr. Patricia van Ulzen

drs. Paul van den Boorn

(letterkunde)

(kunstgeschiedenis)

paul.vandenboorn@ou.nl

jan.oosterholt@ou.nl

patricia.vanulzen@ou.nl

+31 (0)45-576 24 78

dr. Mieke Rijnders

dr. Leonieke Vermeer

Secretariaat

universitair hoofddocent

(geschiedenis)

Het secretariaat van de faculteit Cultuurwetenschap-

(kunstgeschiedenis)

leonieke.vermeer@ou.nl

pen is bereikbaar op de volgende dagen/tijden: ma - do 08.30 - 16.00 uur; vr 08.30 - 12.00 uur.

mieke.rijnders@ou.nl

T + 31 (0)45 – 576 2375 / 2451 / 2162. E secretariaat.cultuurwetenschappen@ou.nl dr. Ronald Rommes

drs. Irmin Visser

(geschiedenis)

(kunstgeschiedenis)

Ronald.rommes@ou.nl

irmin.visser@ou.nl

Nicole Gruisen nicole.gruisen@ou.nl tel. 23 75

drs. Herman Simissen (filosofie / geschiedenis) herman.simissen@ou.nl

Véronique Smits véronique.smits@ou.nl tel. 24 51

Petra de Munnik petra.demunnik@ou.nl tel. 21 62

Informatiekanalen Welke informatie?

Ga naar…

Algemene informatie over studeren aan de Open Universiteit

- www.ou.nl/studeren - www.ou.nl/directcontact - +31 (0)45-576 28 88 - info@ou.nl

Faculteit Cultuurwetenschappen (organisatie, nieuws, agenda, medewerkers)

- Deze studiegids - www.ou.nl/cultuurwetenschappen - ‘Tab’ Cultuurwetenschappen op Studienet

Begeleiding (van cursussen)

- Cursusbeschrijvingen in deze studiegids - Hoofdstuk Studiebegeleiding in deze studiegids - www.ou.nl/begeleiding - www.ou.nl/cursussen - www.ou.nl/studieaanbod

Cursussen (algemene informatie, bestellen, tentamendata, begeleiders)

- Cursusbeschrijvingen in deze studiegids - www.ou.nl/cursussen - www.ou.nl/studieaanbod

Cursussen: opgeven voor CW-debat, activiteiten (behalve studium generale), - secretariaat Cultuurwetenschappen studiedagen, pluspaketten, seminars, zomerscholen. secretariaat@cultuurwetenschappen@ou.nl Aanmelden studium generale lezingen: bij het betreffende studiecentrum - www.ou.nl/studiecentra Cursussen: volgorde van studeren (normtraject)

- pag 16-17 van deze studiegids

Cursussen (gedetailleerde informatie over gang van zaken, begeleiding, data bijeenkomsten, materialen, tentamen, bronnen, opdrachten)

- De cursuswebsite op Studienet

Mentoraat: wie is mijn mentor?

- Hoofdstuk Studiebegeleiding in deze studiegids - ‘Tab’ Cultuurwetenschappen op Studienet

Studiecentra (ook voor data en tijdstippen van begeleidingsbijeenkomsten)

- www.ou.nl/studiecentra

Studie-informatie (algemene informatie over studeren aan de OU)

- www.ou.nl/studeren

Studentenverenigingen

- ‘Tab’ Cultuurwetenschappen op Studienet - www.ou.nl/studentenvereniging

13


Bacheloropleiding Algemene cultuurwetenschappen Bij het bepalen van de inhoud van de bacheloropleiding is de gedachte wat nu zo kenmerkend is voor onze cultuur richtinggevend geweest. Maar de cultuur waarin wij leven kent veel verworvenheden en toevallige overblijfselen uit het verleden. Aan de historische component, die onlosmakelijk verbonden is met de bestudering van cultuurfenomenen binnen het thema ‘traditie en vernieuwing’, wordt in de meeste cursussen van de opleiding dan ook een belangrijke plaats toegekend. De accenten liggen qua plaats op West-Europa en qua tijd op het tijdvak vanaf de renaissance (vanaf vijftiende eeuw), de periode waarin onze cultuur haar vorm kreeg. De cultuurgeschiedenis is echter slechts één van de vier constituerende disciplines van de opleiding Algemene cultuurwetenschappen. De andere drie, kunstgeschiedenis, filosofie en letterkunde, zorgen voor een reeks cursussen met een thematische benaderingswijze, die nader ingaan op de belangrijkste uitingen van cultuur zoals taal, symbolen, beelden, gebouwen en afbeeldingen. In het begin van het studieprogramma worden de constituerende disciplines zelfstandig aangeboden, later in de opleiding zitten de cursussen waarin zij in onderling verband worden geplaatst.

Opbouw De bacheloropleiding Algemene cultuurwetenschappen telt 42 modulen (180 studiepunten). De bacheloropleiding wordt aangeboden in 3 varianten en kent de volgende opbouw: Propedeuse

- 14 modulen. - Verplicht: 12 modulen. - Gebonden keuze: 2 modulen kiezen uit 4.

Postpropedeuse

- 28 modulen

Postpropedeuse (alle varianten)

- Verplicht: 2 modulen: Schrijfpracticum 2 en CW-Vaardigheden 2

Postpropedeuse (reguliere variant) - Gebonden keuze: 18 modulen kiezen uit een gegeven lijst van cursussen - Vrije ruimte: 5 modulen, in principe in te vullen naar eigen inzicht (zie verderop in dit hoofdstuk). Postpropedeuse (variant educatieve minor) - Verplicht inhoudelijk deel ten behoeve van de educatieve minor: 10 modulen - Gebonden keuze: 6 modulen kiezen uit een gegeven lijst van cursussen - Educatieve minor: 7 modulen. De cursussen van de educatieve minor worden in de vrije ruimte geplaatst. Postpropedeuse (open variant) - - - Afstudeertraject (alle varianten)

Gebonden keuze: 8 modulen kiezen uit een gegeven lijst van cursussen Verbredingpakket: 10 modulen elders (buiten de faculteit) behaald niet- verwant onderwijs. Vrije ruimte: 5 modulen, in principe in te vullen naar eigen inzicht (zie onder).

- Verplicht: 3 modulen (Onderzoekspracticum bachelorscriptie)

Programma voor alle varianten gelijk Programma verschilt per variant

De propedeuse bestaat uit 14 modulen (11 cursussen, waarvan 4 gebonden keuze) en de postpropedeuse uit 28 modulen. De postpropedeuse kent standaard drie verplichte cursussen (samen 5 modulen); de invulling van de overige 23 modulen verschilt al naar gelang de door u gekozen variant van de bachelor. Zowel propedeuse als postpropedeuse kennen een ‘gebondenkeuzeblok’: de cursussen die tot dat blok behoren, hoeft u niet allemaal te doen; door uw eigen voorkeur te volgen kunt u inhoudelijke accenten leggen. De propedeuse wordt gekenmerkt door een algemene, inleidende aanpak. De postpropedeuse zorgt voor een verdieping van kennis en inzicht en wordt afgesloten met een scriptie.

14


Kennis én academische vaardigheden Tijdens de opleiding doet u een schat aan kennis op over cultuur, maar ook over de eigen aard en ontwikkeling van de vier cultuurwetenschappelijke disciplines. U maakt kennis met de verschillende typen bronnen waar cultuurwetenschappers mee werken en u krijgt inzicht in de verschillende benaderingswijzen die ze hanteren (en de debatten die hierover gevoerd worden). U leert ook parate kennis toe te passen op concrete vraagstukken, kritisch na te denken over de wetenschappelijke benaderingswijzen, zelf bronnen te analyseren en daarvan verslag uit te brengen. Aan het eind van uw bachelorstudie voert u zelf een klein onderzoek uit en doet daar schriftelijk en mondeling verslag van.

- CW-vaardigheden 2 (1 module), waarbij het erom gaat, dat u de fundamentele competenties die nodig zijn voor het doen van wetenschappelijk onderzoek, onder de knie krijgt. Aan het einde van de opleiding staat het: - Onderzoekspracticum bachelorscriptie (3 modulen). In het laatste half jaar van de bachelorstudie bent u bezig met het schrijven van een scriptie op basis van een eigen leeronderzoek. De inhoud van deze scriptie moet zowel schriftelijk als mondeling correct gepresenteerd worden. De opbouw en invulling van de rest van de postpropedeuse verschilt sterk per variant. Zie hiervoor het volgende hoofdstuk waarin de varianten uitvoerig worden voorgesteld.

Startpakket en propedeuse Gebonden keuze De propedeuse is voor alle varianten van de bacheloropleiding gelijk. De propedeuse start met de Oriëntatiecursus cultuurwetenschappen, waarin u kennis maakt met de cultuurwetenschappelijke benadering. Deze cursus kunt u kopen in de vorm van een Startpakket (zie pagina 32). Het bestuderen van de Oriëntatiecursus Cultuurwetenschappen duurt ongeveer een half jaar. Vervolgens volgt u inleidingen in de vier cultuurwetenschappelijke disciplines. Deze kunt u naar believen uitbreiden met een ‘pluspakket’ (zie pagina 38), waarin door middel van lezingen, tentoonstellingen en ontmoetingen met de begeleiders de leerstof wordt genesteld in de actualiteit. Volgt u de ‘pluspakketten’ niet, dan maakt u in de cursus Geschiedenis van het privéleven kennis met allerhande soorten bronnen die bij historisch onderzoek een rol kunnen spelen. De cursus Expressionisme leert u over een belangrijke kunststroming in het begin van de twintigste eeuw. U voltooit de propedeuse met de bestudering van de cursussen Schrijfpracticum 1 (schrijfvaardigheid) en Cultuurwetenschappelijke vaardigheden 1. De academische vaardigheden die u daarin leert, zijn van belang voor het goed kunnen volgen van het postpropedeuseprogramma en later de masteropleiding.

Postpropedeuse: drie varianten Na de propedeuse wordt de bacheloropleiding Algemene Cultuurwetenschappen aangeboden in de vorm van drie varianten. Alle varianten kennen drie dezelfde verplichte cursussen. Twee daarvan gaan over vaardigheden: - Schrijfpracticum 2 (1 module), waarin (wederom) de schrijfvaardigheid centraal staat, speciaal de in de wetenschap gebruikte genres.

In de postpropedeuse vindt verdieping van kennis en inzicht plaats en gaat u deze op kritische wijze toepassen. Het centrale thema ‘traditie en vernieuwing’ vormt de rode draad. De inhoudelijke cursussen zijn ondergebracht in het gebondenkeuzeblok, waarvan u er al naar gelang de variant die u kiest, een groter of kleiner aantal moet kiezen. Doet u een educatieve minor, dan is een deel van de cursussen uit het gebondenkeuzeblok verplicht. In de cursussen van de gebonden keuze is er onder andere aandacht voor de cultuur van de Grieks-Romeinse oudheid, voor de middeleeuwen, voor de invloed van de Amerikaanse cultuur op de Europese samenleving, voor ontwikkelingen in de stedenbouw en kunsten, voor ethische en filosofische kwesties in samenleving en wetenschap, voor de interpretatie en receptie van kunstvormen in later tijden, voor de nieuwste geschiedenis van Nederland en Vlaanderen, en voor de invloed van andere culturen op de Nederlandse letterkunde. U bestudeert cursussen waarin de behandeling van een bepaald onderwerp wordt aangegrepen om dieper in te gaan op de analyse van bronnen, de confrontatie van theorie en praktijk, en op wetenschappelijke benaderingswijzen. Kritische reflectie en het plaatsen van casussen binnen wetenschappelijke debatten staan daarbij centraal. Andere cursussen stellen fundamentele vragen aan de orde als ‘wat is wetenschap eigenlijk?’ en ‘wat is cultuur?’. In de gebonden keuze zitten ook seminars en zomerscholen, waarbij het OU-adagium ‘afstandsonderwijs’ even opzij wordt gezet: samen met docenten discussieert u over relevante thema’s, luistert u naar lezingen, bezoekt steden en kunstschatten. De cursus Cultuurwetenschappelijk debat bestaat uit de deelname aan een hele reeks van lezingen, debatten, excursies en studiedagen, waarover u dan later schriftelijk rapporteert. Onder strikte voorwaarden kunt u ook een stage inbrengen in de gebonden keuze (zie pag. 56).

15


Vrije ruimte

Buitenlandse cursussen

In de postpropedeuse mag u zelf vijf modulen kiezen uit het totale cursusaanbod van de Open Universi-teit, of – na toestemming – uit het aanbod van andere universiteiten. Daarmee vult u de zogenaamde ‘vrije ruimte’ in, geheel naar eigen inzicht. Daarbij moet wel worden aangetekend, dat bij de variant ‘bachelor met educatieve minor’ de vrije ruimte verplicht gevuld wordt met educatieve cursussen (zie pagina 21). Dit zijn de mogelijkheden die u hebt: - u kiest modulen uit het overig cursusaanbod van de faculteit Cultuurwetenschappen. Dat kunnen gebondenkeuzecursussen zijn die ‘overschieten’, nadat u het gebondenkeuzeblok hebt gevuld. Het kunnen ook de cursussen zijn die de faculteit nog extra aanbiedt (zie de cursusbeschrijvingen op pagina 61-62). Wel geldt de regel dat bachelorstudenten in de vrije ruimte geen cursussen mogen kiezen uit de (aansluitende) masteropleiding. - u kiest modulen uit het cursusaanbod van andere faculteiten van de Open Universiteit. In de variant ‘open bachelor’ is het daarbij mogelijk het verbredingpakket uit te breiden met vijf extra cursussen in de vrije ruimte (zie pagina 25). - u kiest voor cursussen (opleidingsonderdelen) bij een andere universiteit. Dit hoeft niet per se een Nederlandse of Belgische universiteit te zijn (elders gevolgd onderwijs, zie onder). - u kiest voor een stage. Deze kan onder strikte voorwaarden worden ingebracht in de gebonden keuze of de vrije ruimte. Neem van te voren contact op met een betrokken staflid en de opleidingsmanager (zie pagina 56). Voor het inbrengen van een stage dient u vooraf toestemming te vragen aan de Facultaire toetsingscommissie (FTC) van de faculteit Cultuurwetenschappen.

Onder de vlag van de European Association of Distance Teaching Universities (EADTU) werkt een aantal faculteiten geestes- en cultuurwetenschappen van open universiteiten in Europa samen. Het zogenaamde Humanities Network heeft in het kader van het EPICS-project afspraken gemaakt over de wederzijdse erkenning van een flink aantal cursussen. Onder de noemer van ‘elders gevolgd onderwijs’ kunt u deze cursussen, aangeboden door andere Europese open universiteiten, inbrengen in het programma van de bachelor Algemene cultuurwetenschappen. Hiervoor gelden dezelfde voorwaarden als voor de inbreng van onderwijs van andere Nederlandse of Belgische universiteiten: u moet vooraf toestemming vragen bij de FTC van de faculteit Cultuurwetenschappen en u moet zelf alles regelen. Het aanbod 2012-2013 van door de faculteit erkende buitenlandse cursussen staat op www.ou.nl/buitenlandsecursuscw. Cursussen waarover de faculteit een overeenkomst over wederzijdse erkenning met een buitenlandse zusterfaculteit heeft afgesloten, zullen altijd door de FTC worden goedgekeurd.

Elders gevolgd onderwijs (aanschuifonderwijs) Voor het invullen van uw vrije ruimte en het vullen van maximaal twee modulen in het gebondenkeuzeblok van de reguliere variant kunt u opleidingsonderdelen van een andere universiteit inbrengen. Voor dit elders gevolgd onderwijs dient u vooraf toestemming te vragen aan de Facultaire toetsingscommissie (FTC) van de faculteit Cultuurwetenschappen. U draagt zelf zorg voor inschrijving, betaling et cetera aan die andere universiteit. Meer informatie over elders gevolgd onderwijs vindt u in de Uitvoeringsregeling bij de onderwijs- en examenregeling van de bacheloropleiding 2012-2013, zie: www.ou.nl/documenten.

16

Aanbevolen volgorde van studeren (het ‘normtraject’) U bepaalt zelf in welk tempo u door de studie gaat, maar het is wel raadzaam om een bepaalde volgorde in acht te nemen. Voor deze volgorde hanteert de faculteit de term ‘normtraject’. Dit normtraject treft u hieronder aan, uitgewerkt voor een studietempo van 3 tot 4 modulen per jaar. U kunt uw tempo aanpassen aan uw eigen wensen, door meer of minder cursussen in een jaar te bestuderen. In het normtraject zijn de cursussen zo gerangschikt, dat kennis wordt opgebouwd: het al bestudeerde vormt een basis voor wat nog volgt. Verder weerspiegelt het normtraject ook de opbouw in moeilijkheidsgraad. Bij het opstellen van uw planning is het zeker mogelijk om hier en daar wat in de weergegeven volgorde te veranderen, bijvoorbeeld wanneer dit voor uw (tentamen)planning beter uitkomt. Maar let er dan wel op dat elke cursus gebonden is aan een semester: begeleidingsactiviteiten bij de cursus worden slechts in dat semester aangeboden, net als twee van de drie jaarlijkse tentamenkansen, om, zo nodig, snel een herkansing te bieden. Bij sommige modulen worden harde ingangseisen gesteld, bijvoorbeeld dat u de module pas mag bestellen, nadat u een andere (voorbereidende) module heeft afgerond. Deze informatie treft u aan bij de cursusbeschrijvingen elders in deze gids.


Voor de volgorde waarin u de cursussen bestudeert, moet u dus het schema van het normtraject raadplegen; voor de opbouw van het programma, de precieze titels van cursussen, de omvang, de tentamenen de begeleidingsvorm van een cursus kunt u terecht in de opleidingsschema’s van de varianten van de bachelor. Het opleidingsschema van de bachelorvariant volgens welke u studeert, vindt u ook terug in uw elektronisch studiepad. Ondanks het feit dat de naam anders suggereert, geeft het studiepad niet de volgorde van studeren weer. Normtraject reguliere variant bachelor Studietempo: 3 tot 4 modulen per jaar Jaar 1e semester (september-januari) Propedeuse 1 Oriëntatiecursus cultuurwetenschappen

2e semester (februari-augustus)

Modulen

Inleiding cultuurgeschiedenis + pluspakket

4,5

2

Inleiding letterkunde + pluspakket

Inleiding kunstgeschiedenis + pluspakket

5

3

Inleiding in de filosofie + pluspakket

Schrijfpracticum 1

3,5

4 CW-vaardigheden 1 Expressionisme of Geschiedenis van het privéleven Postpropedeuse

1-3

5

Schrijfpracticum 2 + CW-debat (lint)

Culturele dialoog + Ethiek

4

6

Kijken naar Amerika + vrije ruimte 1

Literaire canon

3

7

Argumentatieleer + historische cursus

CW-seminars (lint) + Wetenschapsleer

4

8

Gouden eeuw + Stedenbouw

Literatuurwetenschap

3

9

Lieux de mémoire

Oudnederlandse schilderkunst+ vrije ruimte 2

3

10

Kabinetten + vrije ruimte 3

Historiografie + vrije ruimte 4

4

11

Modernisering NL/VL+ vrije ruimte 5

Denken over cultuur

3

12

CW-vaardigheden 2

Onderzoekspracticum bachelorscriptie

4

- In de propedeuse kunnen in plaats van de ‘pluspakketten’ de cursussen Geschiedenis van het privéleven en Expressionisme worden gedaan. Deze cursussen kunnen ook worden toegevoegd aan de gebonden keuze. - Op de plek van elke gebondenkeuzecursus kan een zomerschool worden gevolgd, bij voorkeur tegen het eind van de studie. - De cursussen Cultuurgeschiedenis van de oudheid, Middeleeuwen, Sociaal-economische geschiedenis en Nederland in de 19e en 20e eeuw kunnen willekeurig in het studietraject van de postpropedeuse worden ingevoerd. - Lint = lintmodule: invulling vindt plaats op verschillende tijdstippen over langere periode.

17


Bachelor Algemene cultuurwetenschappen – reguliere variant Door de reguliere variant van de bachelor Algemene cultuurwetenschappen te volgen kiest u voor het meest brede aanbod van cursussen van de faculteit. Daarbij geniet u van een grote mate van keuzevrijheid om de postpropedeuse in te richten. In alle vier de disciplines van de cultuurwetenschappen bent u goed ingevoerd, u komt in aanraking met een zeer breed scala van cultuuruitingen. In de loop van de opleiding raakt u optimaal geëquipeerd om verbanden tussen de verschillende vormen van cultuur te leggen en deze in hun historische context te plaatsen. Wie in de reguliere bachelorvariant inhoudelijk de nadruk legt op één van de disciplines geschiedenis, letterkunde of kunstgeschiedenis (ook in de scriptie), en, na het behalen van het bachelorgetuigschrift, zijn studie onder dezelfde condities voortzet met de master Kunst- en cultuurwetenschappen, zal in principe kunnen instromen in een postmaster pedagogisch-didactische opleiding tot eerstegraads docent Geschiedenis, respectievelijk Nederlands of Kunstgeschiedenis/Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV). Deze opleidingen worden echter niet door de Open Universiteit aangeboden. Soms worden er toch nog extra inhoudelijke eisen gesteld. Neem contact op met de lerarenopleiding van de universiteit in uw regio/van uw keuze. De reguliere variant van de bachelor Algemene cultuurwetenschappen is als volgt opgebouwd: 1. De propedeuse (14 modulen). Deze verschilt niet van de andere varianten. 2. Twee verplichte vaardigheidscursussen (2 modulen: Schrijfpracticum 2 en CW-vaardigheden 2). 3. Een gebondenkeuzeblok van 18 modulen. De cursussen van de gebonden keuze staan gegroepeerd naar discipline (zie het opleidingsschema). Er zijn ook enkele ‘algemene CW-cursussen’. Uit het aanbod van cursussen (dat per jaar verschilt) dient u 18 modulen te kiezen. Deze moeten in de reguliere variant gespreid zijn over alle vier de disciplines van Algemene cultuurwetenschappen. De ‘algemene CW-cursussen’ kunt u uiteraard ook opnemen. 4. Een vrije ruimte van 5 modulen, die u mag invullen naar eigen inzicht (zie pagina 16; zie ook onder vrijstellingen, pagina 29). 5. Het afstudeertraject, het Onderzoekspracticum bachelorscriptie (3 modulen).

Opleidingsschema bachelor Algemene cultuurwetenschappen – reguliere variant code titel modulen begeleidingsvorm tentamenvorm tentamendata sept ‘12 – aug ‘13

blz

Propedeuse Verplichte cursussen C44122 Oriëntatiecursus Cultuurwetenschappen 2 Startpakket

groepsbijeenkomsten per studiecentrum 1e en 2e semester1

open boek open vragen

14-11, 29-1, 10-4 24-6, 28-8

32

C19112 Inleiding kunstgeschiedenis 2

groepsbijeenkomst per regio2 2e semester, of OUX

schriftelijk (mc)

14-11, 26-6, 28-8

33

C16112 Inleiding letterkunde 2

groepsbijeenkomsten per regio2 1e semester, of OUX

schriftelijk (mc + ov)

28-1, 8-4, 26-8

33

C04212 Inleiding cultuurgeschiedenis 2 studiedag 1e semester, of OUX schriftelijk (mc)

1e deel: 13-11, 29-1, 35 9-4 2e deel: 30-1, 10-4, 26-6

schriftelijk (mc) C13132 Inleiding in de filosofie 2 groepsbijeenkomst per regio2 2e semester, of OUX

1e deel: 8-4, 24-6, 26-8 2e deel: 25-6, 28-8, nov. ‘13

36

C51111 Schrijfpracticum 1 – zakelijk schrijven 1 standaard

schriftelijk (mc + ov)

12-11, 30-1, 26-6

36

groepsbijeenkomst per regio2 (v) 1e en 2e semester

opdracht

volgens afspraak

37

C48211 Cultuurwetenschappelijke vaardigheden 1 1 Gebonden keuze (eis: 2 modulen)

18

C10311 Expressionisme

1

studiedag

CBI (mc)

volgens afspraak

37

C50111 Geschiedenis van het privéleven. Bronnen en benaderingen

1

standaard

CBI (mc)

volgens afspraak

38


code titel modulen begeleidingsvorm tentamenvorm tentamendata sept ‘12 – aug ‘13

blz

C57111

Disciplinaire verdieping 1

1

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

38

C58111

Disciplinaire verdieping 2

1

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

38

C51211 Schrijfpracticum 2 – academisch schrijven 1 standaard + elektronisch opdracht

4 tentamen- periodes

40

C49211

volgens afspraak

41

Gebonden keuze (eis: 18 modulen, te kiezen uit alle 4 de disciplines en eventueel de algemene cursussen) Cultuurgeschiedenis C21211 Cultuurgeschiedenis van de oudheid 1 standaard schriftelijk (ov)

12-11, 8-4, 24-6

42

C12221 Middeleeuwen

1

standaard

schriftelijk (ov)

13-11, 29-1, 25-6

42

C13221 Sociaal-economische geschiedenis

1

standaard

schriftelijk (ov)

14-11, 30-1, 26-6

43

C10222 Nederland in de 19e en 20e eeuw

2

standaard

mondeling

volgens afspraak

43

C19111 Kijken naar Amerika. Twintigste-eeuwse 1 Amerikaanse cultuur in de VS en Nederland

standaard

opdracht

volgens afspraak

44

C39211 Historiografie. Geschiedschrijving in de 1 studiedag Nederlanden van Renaissance tot heden

open boek open vragen

13-11, 9-4, 27-8

44

C48321 Lieux de mémoire

standaard

opdracht

volgens afspraak

45

C36321 Modernisering: Nederland en Vlaanderen 1 1948-1973

landelijke groepsbijeenkomst 1e semester

schriftelijk (ov)

29-1, 10-4, 26-8

45

C61321 Zomerschool cultuurgeschiedenis4

1

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

46

C05211 De Gouden Eeuw in perspectief

1

studiedag

CBI (mc)

volgens afspraak

47

C41211 Kabinetten, galerijen en musea C08321 Stedenbouw. De vroegmoderne stad in de Nederlanden

1

studiedag

schriftelijk (mc)

12-11, 30-1, 24-6

47

1

studiedag

CBI (mc)

volgens afspraak

48

C17311 Oudnederlandse schilderkunst

1

studiedag

schriftelijk (mc)

13-11, 9-4, 26-6

48

C13382 Zomerschool Florence4

2

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

49

C02211 Literatuurwetenschap 1 standaard

schriftelijk (mc + ov)

12-11, 10-4, 24-6

49

C33211 Culturele dialoog: lezen en schrijven tussen twee culturen

studiedag

schriftelijk (ov)

13-11, 26-6, 28-8

50

C03211 De literaire canon 1

landelijke groepsbijeenkomst (v) 1e en 2e semester

opdracht

volgens afspraak

50

C59321 Zomerschool letterkunde

1

contactonderwijs

opdracht

Niet in 2012-2013

Postpropedeuse Verplichte cursussen

Cultuurwetenschappelijke vaardigheden 2 1

1

4 landelijke trainingsdagen (v)

opdracht

Kunstgeschiedenis

Letterkunde en taalkunde

1

C23212

Taalkunde van het Nederlands3, 5

2

nader te bepalen

51

C24212

Taalbeheersing van het Nederlands3, 5

2

nader te bepalen

51

C16211

Schoolgrammatica3, 5

1

nader te bepalen

51

C01221 Wetenschapsleer

1

studiedag

CBI (mc)

volgens afspraak

51

C23221 Ethiek

1

studiedag

schriftelijk (mc)

12-11, 10-4, 26-8

52

Filosofie

19


code titel modulen begeleidingsvorm tentamenvorm tentamendata sept ‘12 – aug ‘13 C52211 Argumentatieleer 1 standaard C01321 Denken over cultuur 1 C60311 Zomerschool filosofie 1

blz

schriftelijk (mc + ov)

13-11, 8-4, 25-6

52

landelijke groepsbijeenkomst 1e en 2e semester

opdracht

volgens afspraak

53

contactonderwijs

opdracht

Niet in 2012-2013

Algemeen C53211 Het cultuurwetenschappelijk debat

1

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

54

C54211 Cultuurwetenschappelijke seminars

1

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

55

Cultuurwetenschappelijke seminars2

1

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

55

1

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

56

2 C80212 Stage Cultuurwetenschappen6 Vrij te kiezen cursussen vrije ruimte 7 5

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

56

individueel + groepsbijeenkomsten (v)

scriptie + presentatie

volgens practicum- 57 data

C55211

C56311 Zomerschool Roma Caput Mundi4

Afstudeertraject 3 C42323 Onderzoekspracticum: bachelorscriptie8

Groepsbijeenkomsten in het 2e semester alleen in Amsterdam, Utrecht, Den Haag, Nijmegen, Eindhoven, Groningen en Rotterdam De regio’s zijn: Randstad (Alkmaar, Almere, Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Rotterdam); Noordoost (Leeuwarden, Groningen, Emmen, Zwolle en Enschede), Zuid (Vlissingen, Breda, Eindhoven, Nijmegen en Heerlen) en Vlaanderen. Zie voor nadere informatie de cursussite. Voor begeleiding in Vlaanderen: neem contact op met het studiecentrum. 3 Cursus beschikbaar vanaf 1 februari 2013. 4 Voor zomerscholen gelden afwijkende inschrijvingsvoorwaarden. Zie de cursusbeschrijving verderop in de gids en op www.ou.nl. 5 De cursussen C23212, C24212 en C16211 kunnen in de gebonden keuze alleen als pakket van 3 cursussen worden opgenomen. 6 Het inbrengen van een stage kan alleen onder speciale voorwaarden. Zie de cursusbeschrijving verderop in de gids en de uitvoeringsregeling. 7 De volgende cursussen maken geen deel uit van de bacheloropleiding ACW, maar worden aanbevolen ten behoeve van de vrije ruimte: C14222 Van Babylon tot Brugge, C14311 Opera: twaalf opera’s als spiegels van hun tijd, C17122 Thema’s en genres in de muziekgeschiedenis, C27231 Bewegend beeld 8 Te kiezen 1 uit 4: geschiedenis, kunstgeschiedenis, letterkunde, filosofie 1 2

Legenda opleidingsschema Voor een nadere toelichting op de verschillende vormen van begeleiding zie pagina 10. Zie de algemene regelgeving voor tentamens op pagina 76. Zorg dat u zich op tijd aanmeldt voor een tentamen. Groepsbijeenkomsten Zie ook de cursusbeschrijvingen elders in deze gids. De landelijke groepsbijeenkomsten vinden plaats in één centraal gelegen Nederlands studiecentrum. Studiedag Niet-verplichte begeleidingsdag bij cursus met een extra-karakter (zie ook pag. 11). Trainingsdag Dag waarop academische vaardigheden worden getraind in het kader van de module Cultuurwetenschappelijke vaardigheden 2. Zie cursusbeschrijving op pagina 41. (v) Deelname is verplicht. Zonder deelname geen toelating tot het tentamen. Contactonderwijs Onderwijs wordt gegeven in de vorm van bijeenkomsten. Tentamen door middel van een opdracht. CBI Computergebaseerde toetsing Individueel (voorheen: SYS-tentamen.) U kunt een CBI-tentamen op vaste tijden afleggen op uw studiecentrum in de week die u schikt. De afname van het tentamen geschiedt via een pc. De vragen van het tentamen zijn door de computer uit een databestand van vragen geselecteerd.

20

CBG Computergebaseerde toetsing Groepsgewijs (voorheen: regulier schriftelijk tentamen). U kunt een CBG-tentamen afleggen op 3 van tevoren vastgelegde tentamendata per jaar. De afname van het tentamen geschiedt via een pc. open boek Studiematerialen mogen meegenomen worden naar het tentamen. Check altijd de tentameninformatie op de cursuswebsite op Studienet. opdracht Een opdracht (ook wel: ‘bijzondere verplichting’) kan bestaan uit een werkstuk, een verslag, een referaat, een presentatie of anderszins. Bij de cursusbeschrijving vindt u nadere informatie. schriftelijk Regulier schriftelijk tentamen. Bestaat uit meerkeuzevragen (mc) en/of open vragen (open). Wordt op 3 van tevoren vastgestelde tentamendata per jaar afgenomen. Tentamendata Voor regulier schriftelijke en CBG-tentamens worden de data van tevoren vastgesteld; het is niet mogelijk hiervan af te wijken. volgens afspraak Het afleggen van CBI-tentamens en het inleveren van opdrachten verloopt volgens afspraak; u kunt de tentamendata in principe zelf bepalen. Mondelinge tentamens vinden plaats in vastgestelde maanden. Datum en locatie worden in onderling overleg vastgesteld.


Bachelor Algemene cultuurwetenschappen – variant educatieve minor Als u kiest voor het opnemen van een educatieve minor in uw bacheloropleiding Algemene cultuurwetenschappen, hebt u belangstelling voor het behalen van een tweedegraads bevoegdheid in de schoolvakken Geschiedenis of Nederlands. Daarmee legt u ook de inhoud van het postpropedeutisch deel van de bachelor voor een belangrijk deel vast. U dient zich immers de nodige inhoudelijke kennis van het vakgebied eigen te maken. Na het behalen van de bachelor met de educatieve minor Geschiedenis of Nederlands kunt u uw studie voortzetten met de master Kunst- en cultuurwetenschappen. Vult u deze ook weer inhoudelijk in met de disciplines cultuurgeschiedenis dan wel letterkunde, dan kunt u na afronding daarvan kiezen voor een post-master pedagogisch-didactische opleiding die opleidt voor een eerstegraads bevoegdheid. Zo’n opleiding wordt door de Open Universiteit niet aangeboden. Hoe de door u reeds behaalde educatieve minor verdisconteerd wordt in het programma van deze post-master, hangt af van de regeling die de lerarenopleiding van de universiteit in uw regio hanteert. Informeer uzelf goed van tevoren. Voor nadere informatie: paul.vandenboorn@ou.nl. De variant van de bachelor Algemene cultuurwetenschappen met een educatieve minor is als volgt opgebouwd: 1. De propedeuse (14 modulen). Deze verschilt niet van de andere varianten. 2. Twee verplichte vaardigheidscursussen (2 modulen: Schrijfpracticum 2 en CW-vaardigheden 2). 3. Een verplicht inhoudelijk blok van cursussen waarvoor de educatieve minor wordt behaald (10 modulen). Kiest u voor een educatieve minor voor het schoolvak Geschiedenis, dan zijn alle cursussen van de discipline cultuur geschiedenis verplicht. Ligt uw voorkeur bij een educatieve minor voor het schoolvak Nederlands, dan zijn alle cursussen van de discipline letterkunde (incl. taalkunde en taalbeheersing) verplicht. De verplichte cursussen staan genoemd in het opleidingsschema. 4. De educatieve minor (7 modulen). Deze is uiteraard verplicht. Drie modulen kunnen gekenschetst worden als ‘alge- mene didactiek’, ‘pedagogiek’ en ‘onderwijswetenschappen’. Ze zijn voor de schoolvakken Geschiedenis en Nederlands gelijk. De andere vier betreffen een module vakdidactiek en de vakdidactische stage op een middelbare school van drie modulen. De modulen van de educatieve minor worden ondergebracht in de vrije ruimte, die daardoor bij deze variant vervalt. Nog niet alle cursussen van de educatieve minor worden in 2012-2013 aangeboden. 5. Een gebondenkeuzeblok van 6 modulen. De cursussen van de gebonden keuze staan gegroepeerd naar discipline (zie het opleidingsschema). Er zijn ook enkele ‘algemene CW-cursussen’. Uit het aanbod van cursussen (dat per jaar verschilt) dient u 6 modulen te kiezen uit 2 van de 3 resterende CW-disciplines. U mag ook kiezen voor een zomer- school geschiedenis of letterkunde en voor de ‘algemene CW-cursussen’. 6. Het afstudeertraject, het Onderzoekspracticum bachelorscriptie (3 modulen).

Opleidingsschema bachelor Algemene cultuurwetenschappen – educatieve minor code titel modulen begeleidingsvorm tentamenvorm tentamendata sept ‘12 – aug ‘13

blz

Propedeuse Verplichte cursussen C44122 Oriëntatiecursus Cultuurwetenschappen 2 Startpakket

groepsbijeenkomsten per studiecentrum 1e en 2e semester1

schriftelijk (ov) open boek

14-11, 29-1, 10-4 24-6, 28-8

32

C19112 Inleiding kunstgeschiedenis 2

groepsbijeenkomst per regio2 2e semester, of OUX

schriftelijk (mc) 14-11, 26-6, 28-8

33

C16112 Inleiding letterkunde 2

groepsbijeenkomsten per regio2 1e semester, of OUX

schriftelijk (mc + ov)

33

C04212 Inleiding cultuurgeschiedenis 2 studiedag 1e semester, of OUX schriftelijk (mc) C13132 Inleiding in de filosofie 2 groepsbijeenkomst per regio2 schriftelijk (mc) 2e semester, of OUX

28-1, 8-4, 26-8

1e deel: 13-11, 29-1, 35 9-4 2e deel: 30-1, 10-4, 26-6 1e deel: 8-4, 24-6, 26-8 2e deel: 25-6, 28-8, nov. ‘13

36

21


code titel modulen begeleidingsvorm tentamenvorm tentamendata sept ‘12 – aug ‘13

blz

C51111 Schrijfpracticum 1 – zakelijk schrijven 1 standaard C48211 Cultuurwetenschappelijke vaardigheden 1 1

schriftelijk (mc + ov)

12-11, 30-1, 26-6

36

groepsbijeenkomst per regio2 (v) 1e en 2e semester

opdracht

volgens afspraak

37

Gebonden keuze (eis: 2 modulen) C10311 Expressionisme

1

studiedag

CBI (mc)

volgens afspraak

37

C50111 Geschiedenis van het privéleven. Bronnen en benaderingen4

1

standaard

CBI (mc)

volgens afspraak

38

C57111

Disciplinaire verdieping 1

1

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

38

C58111 Disciplinaire verdieping 2

1

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

38

C51211 Schrijfpracticum 2 – academisch schrijven 1 standaard + elektronisch opdracht

4 tentamen- periodes

40

C49211 Cultuurwetenschappelijke vaardigheden 2 1

Postpropedeuse Verplichte cursussen

4 trainingsdagen (v)

opdracht

volgens afspraak

41

Educatieve minor Geschiedenis Verplicht inhoudelijk traject geschiedenis (10 modulen) C21211 Cultuurgeschiedenis van de oudheid

1

standaard

schriftelijk (ov)

12-11, 8-4, 24-6

42

C12221 Middeleeuwen

1

standaard

schriftelijk (ov)

13-11, 29-1, 25-6

42

C13221 Sociaal-economische geschiedenis

1

standaard

schriftelijk ( ov)

14-11, 30-1, 26-6

43

C10222 Nederland in de 19e en 20e eeuw

2

standaard

mondeling

volgens afspraak

43

C19111 Kijken naar Amerika. Twintigste-eeuwse Amerikaanse cultuur in de VS en Nederland

1

standaard

opdracht

volgens afspraak

44

C39211 Historiografie. Geschiedschrijving in de 1 studiedag Nederlanden van Renaissance tot heden

schriftelijk (ov) open boek

13-11, 9-4, 27-8

44

C48321 Lieux de mémoire

standaard

opdracht

volgens afspraak

45

C36321 Modernisering: Nederland en Vlaanderen 1 1948-1973

landelijke groepsbijeenkomst 1e semester

schriftelijk (ov)

29-1, 10-4, 26-8

45

C50111 Geschiedenis van het privéleven4 Bronnen en benaderingen

standaard

CBI (mc)

volgens afspraak

46

O01311 Onderwijswetenschap van de educatieve 1 standaard minor CW

schriftelijk + open boek

14-11, 10-4, 28-8

58

C46311

Kennis van leren en onderwijzen

1

standaard

opdracht

volgens afspraak

58

C47211

Kennis van de leerling

1

standaard

opdracht

volgens afspraak

59

C30211

Vakdidactiek

1

standaard + elektronisch

opdracht

volgens afspraak

59

3

beschikbaar vanaf 2013-2014

C02211 Literatuurwetenschap 1 standaard

schriftelijk (mc + ov)

12-11, 10-4, 24-6

49

C33211 Culturele dialoog: lezen en schrijven tussen twee culturen

studiedag

schriftelijk (ov)

13-11, 26-6, 28-8

50

landelijke groepsbijeenkomst (v) 1e en 2e semester

opdracht

volgens afspraak

50

1

1

Verplicht educatief traject Geschiedenis (7 modulen)

C62313 Vakdidactische stage Geschiedenis

educatieve minor Nederlands Verplicht inhoudelijk traject Nederlands (10 modulen)

1

C03211 De literaire canon 1

22


code titel modulen begeleidingsvorm tentamenvorm tentamendata sept ‘12 – aug ‘13

C59321 Zomerschool Letterkunde

1

contactonderwijs

opdracht

blz

Niet in 2012-2013

C23212

Taalkunde van het Nederlands3

2

nader te bepalen

51

C24212

Taalbeheersing van het Nederlands3

2

nader te bepalen

51

1

nader te bepalen

51

C16211 Schoolgrammatica3

Verplicht educatief traject Nederlands (7 modulen) O01311 Onderwijswetenschap van de educatieve 1 standaard minor CW C46311 Kennis van leren en onderwijzen 1 standaard

schriftelijk (ov) open boek

14-11, 10-4, 28-8

58

opdracht

volgens afspraak

58

C47211 Kennis van de leerling

1

standaard

opdracht

volgens afspraak

59

C31211 Vakdidactiek Nederlands

1

beschikbaar vanaf 2013-2014

C63313 Vakdidactische stage Nederlands

3

beschikbaar vanaf 2013-2014

Gebonden keuze (eis: 6 modulen, te kiezen uit 2 van de 3 niet-verplichte disciplines en eventueel zomerscholen en algemene cursussen) Cultuurgeschiedenis (bij educatieve minor Geschiedenis mag alleen de Zomerschool geschiedenis in de gebonden keuze worden ingebracht) C21211 Cultuurgeschiedenis van de oudheid

1

standaard

schriftelijk (ov)

12-11, 8-4, 24-6

42

C12221 Middeleeuwen

1

standaard

schriftelijk (ov)

13-11, 29-1, 25-6

42

C13221 Sociaal-economische geschiedenis

1

standaard

schriftelijk (ov)

14-11, 30-1, 26-6

43

C10222 Nederland in de 19e en 20e eeuw

2

standaard

mondeling

volgens afspraak

43

C19111 Kijken naar Amerika. Twintigste-eeuwse Amerikaanse cultuur in de VS en Nederland

1

standaard

opdracht

volgens afspraak

44

C39211 Historiografie. Geschiedschrijving in de 1 studiedag Nederlanden van Renaissance tot heden

schriftelijk (ov) 13-11, 9-4, 27-8 open boek

44

C48321 Lieux de mémoire

standaard

opdracht

volgens afspraak

45

C36321 Modernisering: Nederland en Vlaanderen 1 1948-1973

landelijke groepsbijeenkomst 1e semester

schriftelijk (ov)

29-1, 10-4, 26-8

45

C61321 Zomerschool cultuurgeschiedenis5

1

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

46

C05211 De Gouden Eeuw in perspectief

1

studiedag

CBI (mc)

volgens afspraak

47

C41211 Kabinetten, galerijen en musea

1

studiedag

schriftelijk (mc) 12-11, 30-1, 24-6

47

C08321 Stedenbouw. De vroegmoderne stad in de Nederlanden

1

studiedag

CBI (mc)

48

C17311 Oudnederlandse schilderkunst

1

studiedag

schriftelijk (mc) 13-11, 9-4, 26-6

48

C13382 Zomerschool Florence5

2

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

49

1

Kunstgeschiedenis

volgens afspraak

Letterkunde (bij educatieve minor Nederlands mag alleen de Zomerschool letterkunde in de gebonden keuze worden ingebracht) C02211 Literatuurwetenschap 1 standaard

schriftelijk (mc + ov)

12-11, 10-4, 24-6

49

C33211 Culturele dialoog: lezen en schrijven tussen twee culturen

studiedag

schriftelijk (ov)

13-11, 26-6, 28-8

50

C03211 De literaire canon 1

landelijke groepsbijeenkomst (v) 1e en 2e semester

opdracht

volgens afspraak

50

C59321 Zomerschool letterkunde

1

contactonderwijs

opdracht

Niet in 2012-2013

2

nader te bepalen

C23212

Taalkunde van het Nederlands3, 6

1

51

23


code titel modulen begeleidingsvorm tentamenvorm tentamendata sept ‘12 – aug ‘13 C24212

Taalbeheersing van het Nederlands3, 6

blz

2

nader te bepalen

51

1

nader te bepalen

51

C01221 Wetenschapsleer

1

studiedag

CBI (mc)

volgens afspraak

51

C23221 Ethiek

1

studiedag

schriftelijk (mc) 12-11, 10-4, 26-8

52

C52211 Argumentatieleer 1 standaard

schriftelijk (mc + ov)

13-11, 8-4, 25-6

52

C01321 Denken over cultuur 1

landelijke groepsbijeenkomst 1e en 2e semester

opdracht

volgens afspraak

53

C60311 Zomerschool filosofie

1

contactonderwijs

opdracht

Niet in 2012-2013

Algemeen C53211 Het cultuurwetenschappelijk debat

1

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

54

C54211 Cultuurwetenschappelijke seminars

1

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

55

C55211

1

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

55

1

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

56

2

contactonderwijs

opdracht

individueel + groepsbijeenkomsten (v)

scriptie + presentatie

C16211 Schoolgrammatica3, 6 Filosofie

Cultuurwetenschappelijke seminars 2

C56311 Zomerschool Roma Caput Mundi5 C80212

Stage Cultuurwetenschappen7

volgens afspraak

56

Afstudeertraject 3 C42333 Onderzoekspracticum: bachelorscriptie8

volgens practicum- 57 data

Groepsbijeenkomsten in het 2e semester alleen in Amsterdam, Utrecht, Den Haag, Nijmegen, Eindhoven, Groningen en Rotterdam De regio’s zijn: Randstad (Alkmaar, Almere, Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Rotterdam); Noordoost (Leeuwarden, Groningen, Emmen, Zwolle en Enschede), Zuid (Vlissingen, Breda, Eindhoven, Nijmegen en Heerlen) en Vlaanderen. Zie voor nadere informatie de cursussite. Voor begeleiding in Vlaanderen: neem contact op met het studiecentrum. 3 Cursus beschikbaar vanaf 1 februari 2013. 4 Let op! Deze cursus maakt ook deel uit van het verplicht inhoudelijk traject Geschiedenis. Indien de cursus gekozen wordt in de propedeuse, wordt het gebonden keuzeblok van de postpropedeuse 1 module groter. 5 Voor zomerscholen gelden afwijkende inschrijvingsvoorwaarden. Zie de cursusbeschrijving verderop in de gids en op www.ou.nl. 6 De cursussen C23212, C24212 en C16211 kunnen in de gebonden keuze alleen als totaalpakket worden ingebracht.. 7 Het inbrengen van een stage kan alleen onder speciale voorwaarden. Zie de cursusbeschrijving verderop in de gids en de uitvoeringsregeling. 8 Te kiezen 1 uit 2: geschiedenis of letterkunde 1 2

legenda pagina 20

24


Bachelor Algemene cultuurwetenschappen – open variant In de open variant van de bachelor Algemene cultuurwetenschappen combineert u cultuurwetenschappen met studieonderdelen van één of meer andere, inhoudelijk niet-verwante opleidingen (voor verwantschap van opleidingen, zie pag. 29). Die laatste brengt u onder in een zogenaamd ‘verbredingpakket’ van 10 modulen. U kunt het verbredingpakket nog uitbreiden met de 5 modulen van de vrije ruimte. Zo’n combinatie van vakken kan interessant zijn, als u bijvoorbeeld een beleids- of managementfunctie bij een culturele instelling ambieert. U kunt dan het CW-programma van de bachelor combineren met een verbredingpakket uit de faculteiten Management- en Rechtswetenschappen. We noemen dat de ‘Beleidsvariant’. De cursusbeschrijvingen van deze cursussen kunt u inzien op www.studieaanbod.ou.nl/[cursuscode].htm. De cursuscodes staan in het schema hieronder. De open bachelor is ook bedoeld voor studenten die ‘in een vorig studieleven’ al een (gedeeltelijke) academische opleiding hebben gevolgd. Deze studenten kunnen in het verbredingpakket (eventueel plus de vrije ruimte) eerder behaalde studiepunten inbrengen. Voorwaarde hiervoor is, dat de behaalde vakken een eenheid vormen en dat het om onderwijs van academisch niveau gaat. Wanneer u de open variant van de bachelor Algemene cultuurwetenschappen wenst te volgen, dient u een gemotiveerd verzoek daartoe in te dienen bij de Commissie voor de Examens (CvE). De Facultaire toetsingscommissie van de faculteit Cultuurwetenschappen adviseert de CvE inzake de te nemen beslissing. Een dergelijk verzoek hoeft u pas in te dienen na afronding van de propedeuse. De gehele regeling treft u aan op www.ou.nl/openbachelor. De open variant van de bachelor Algemene cultuurwetenschappen bestaat uit een ‘facultair programma’ (de punten 1, 2, 3, en 6) van 27 modulen, een ‘verbredingpakket’ van 10 modulen (punt 4) en de vrije ruimte van 5 modulen (punt 5). De open bachelor is als volgt opgebouwd: 1. De propedeuse (14 modulen). Deze verschilt niet van de andere varianten. 2. Twee verplichte vaardigheidscursussen (2 modulen: Schrijfpracticum 2 en CW-vaardigheden 2). 3. Een gebondenkeuzeblok van 8 modulen. De cursussen van de gebonden keuze staan gegroepeerd naar discipline (zie het opleidingsschema). Er zijn ook enkele ‘algemene CW-cursussen’. Uit het aanbod van cursussen (dat per jaar verschilt) dient u 8 modulen te kiezen uit 2 van de 4 CW-disciplines. De ‘algemene CW-cursussen’ kunt u uiteraard ook opnemen. 4. Het verbredingpakket van 10 modulen, gevuld met elders behaald onderwijs. U mag het verbredingspakket uitbreiden met de 5 modulen van de vrije ruimte tot 15 modulen. 5. Een vrije ruimte van 5 modulen, die u mag invullen naar eigen inzicht (zie pagina 16; zie ook onder vrijstellingen, pagina 29). De vrije ruimte mag toegevoegd worden aan het verbredingpakket. 6. Het afstudeertraject, het Onderzoekspracticum bachelorscriptie (3 modulen).

Beleidsvariant Cultuurwetenschappen (10 modulen) Verbredingpakket voor de open bachelor Algemene cultuurwetenschappen Code

Cursus

Aanbevolen cursussen vanuit Managementwetenschappen (MW) B01111

Human Resource management

B38111

Administratieve processen en accounting (‘Inleiding Boekhouden”)

B09111

Managementaccounting (‘kostencalculaties’)

B13121

Organisatie en management

B04111

Management competenties

Aanbevolen cursussen vanuit Rechtswetenschappen (RW) R01162

Basiscursus recht

R21281

Ondernemingsrecht

R01331

Arbeidsovereenkomstenrecht

R08191

Inleiding bestuursrecht

Uitgebreide informatie over deze cursussen op www.ou.nl/studieaabod/[cursuscode].htm

25


Opleidingsschema bachelor Algemene cultuurwetenschappen – variant open bachelor code titel modulen begeleidingsvorm tentamenvorm tentamendata sept ‘12 – aug ‘13

blz

Propedeuse Verplichte cursussen C44122 Oriëntatiecursus Cultuurwetenschappen 2 Startpakket

groepsbijeenkomsten per studiecentrum 1e en 2e semester1

open boek open vragen

14-11, 29-1, 10-4 24-6, 28-8

32

C19112 Inleiding kunstgeschiedenis 2

groepsbijeenkomst per regio2 2e semester, of OUX

schriftelijk (mc)

14-11, 26-6, 28-8

33

C16112 Inleiding letterkunde 2

groepsbijeenkomsten per regio2 1e semester, of OUX

schriftelijk (mc + ov)

28-1, 8-4, 26-8

33

C04212 Inleiding cultuurgeschiedenis 2 studiedag 1e semester, of OUX schriftelijk (mc)

1e deel: 13-11, 29-1, 35 9-4 2e deel: 30-1, 10-4, 26-6

schriftelijk (mc) C13132 Inleiding in de filosofie 2 groepsbijeenkomst per regio2 2e semester, of OUX

1e deel: 8-4, 24-6, 26-8 2e deel: 25-6, 28-8, nov. ‘13

36

C51111 Schrijfpracticum 1 – zakelijk schrijven 1 standaard

schriftelijk (mc + ov)

12-11, 30-1, 26-6

36

groepsbijeenkomst per regio2 (v) 1e en 2e semester

opdracht

volgens afspraak

37

C48211 Cultuurwetenschappelijke vaardigheden 1 1 Gebonden keuze (eis: 2 modulen) C10311 Expressionisme4

1

studiedag

CBI (mc)

volgens afspraak

37

C50111 Geschiedenis van het privéleven. Bronnen en benaderingen4

1

standaard

CBI (mc)

volgens afspraak

38

C57111 Disciplinaire verdieping 1

1

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

38

C58111 Disciplinaire verdieping 2

1

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

38

1

standaard + elektronisch

opdracht

4 tentamenperiodes 40

4 trainingsdagen (v)

opdracht

volgens afspraak

41

Postpropedeuse Verplichte cursussen C51211 Schrijfpracticum 2 – academisch schrijven

C49211 Cultuurwetenschappelijke vaardigheden 2 1

Gebonden keuze (eis: 8 modulen, te kiezen uit 2 van de 4 disciplines, en eventueel de algemene cursussen) Cultuurgeschiedenis C21211 Cultuurgeschiedenis van de oudheid

1

standaard

schriftelijk (ov)

12-11, 8-4, 24-6

42

C12221 Middeleeuwen

1

standaard

schriftelijk (ov)

13-11, 29-1, 25-6

42

C13221 Sociaal-economische geschiedenis

1

standaard

schriftelijk (ov)

14-11, 30-1, 26-6

43

C10222 Nederland in de 19e en 20e eeuw

2

standaard

mondeling

volgens afspraak

43

C19111 Kijken naar Amerika. Twintigste-eeuwse Amerikaanse cultuur in de VS en Nederland

1

standaard

opdracht

volgens afspraak

44

C39211 Historiografie. Geschiedschrijving in de 1 studiedag Nederlanden van Renaissance tot heden

open boek open vragen

13-11, 9-4, 27-8

44

C48321 Lieux de mémoire

standaard

opdracht

volgens afspraak

45

landelijke groepsbijeenkomst 1e semester

schriftelijk (ov)

29-1, 10-4, 26-8

45

1

C36321 Modernisering: Nederland en Vlaanderen 1 1948-1973

26


code titel modulen begeleidingsvorm tentamenvorm tentamendata sept ‘12 – aug ‘13

blz

C50111 Geschiedenis van het privéleven. Bronnen en benaderingen4

1

standaard

CBI (mc)

volgens afspraak

38

C61321 Zomerschool cultuurgeschiedenis5

1

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

46

Kunstgeschiedenis C05211 De Gouden Eeuw in perspectief

1

studiedag

CBI (mc)

volgens afspraak

47

C41211 Kabinetten, galerijen en musea

1

studiedag

schriftelijk (mc)

12-11, 30-1, 24-6

47

C08321 Stedenbouw. De vroegmoderne stad in de Nederlanden

1

studiedag

CBI (mc)

volgens afspraak

48

C17311 Oudnederlandse schilderkunst

1

studiedag

schriftelijk (mc)

13-11, 9-4, 26-6

48

C10311 Expressionisme4

1

studiedag

CBI (mc)

volgens afspraak

37

C13382 Zomerschool Florence5

2

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

49

C02211 Literatuurwetenschap 1 standaard

schriftelijk (mc + ov)

12-11, 10-4, 24-6

49

C33211 Culturele dialoog: lezen en schrijven tussen twee culturen

studiedag

schriftelijk (ov)

13-11, 26-6, 28-8

50

C03211 De literaire canon 1

landelijke groepsbijeenkomst (v) 1e en 2e semester

opdracht

volgens afspraak

50

C59321 Zomerschool letterkunde C23212 Taalkunde van het Nederlands3, 6

1

contactonderwijs

opdracht

Niet in 2012-2013

2

nader te bepalen

51

C24212 Taalbeheersing van het Nederlands3, 6

2

nader te bepalen

51

C16211 Schoolgrammatica3, 6

1

nader te bepalen

51

C01221 Wetenschapsleer

1

studiedag

CBI (mc)

volgens afspraak

51

C23221 Ethiek

1

studiedag

schriftelijk (mc)

12-11, 10-4, 26-8

52

C52211 Argumentatieleer 1 standaard

schriftelijk (mc + ov)

13-11, 8-4, 25-6

52

C01321 Denken over cultuur 1

landelijke groepsbijeenkomst 1e en 2e semester

opdracht

volgens afspraak

53

C60311 Zomerschool filosofie

1

contactonderwijs

opdracht

Niet in 2012-2013

C53211 Het cultuurwetenschappelijk debat

1

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

54

C54211 Cultuurwetenschappelijke seminars

1

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

55

C55211 Cultuurwetenschappelijke seminars 2

1

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

55

C56311 Zomerschool Roma Caput Mundi 5

1

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

56

C80212 Stage Cultuurwetenschappen7

2

contactonderwijs

opdracht

volgens afspraak

56

Letterkunde

1

Filosofie

Algemeen

27


code titel modulen begeleidingsvorm tentamenvorm tentamendata sept ‘12 – aug ‘13 Verbredingpakket Open bachelor Verbredingpakket Door student zelf in te vullen (goedkeuring Facultaire Toetsingscommissie vereist). Mogelijkheden: 1) verbredingpakket van andere OU-faculteit 2) inbreng elders behaalde studieresultaten. Zie www.ou.nl/openbachelor

blz

10

Vrij te kiezen cursussen vrije ruimte8 5 Het verbredingspakket mag worden uitge breid met de vrije ruimte tot 15 modulen. Afstudeertraject C42323 Onderzoekspracticum: bachelorscriptie9 3

individueel + groepsbijeenkomsten (v)

scriptie + presentatie

volgens practicum- 57 data

Groepsbijeenkomsten in het 2e semester alleen in Amsterdam, Utrecht, Den Haag, Nijmegen, Eindhoven, Groningen en Rotterdam

1

De regio’s zijn: Randstad (Alkmaar, Almere, Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Rotterdam); Noordoost (Leeuwarden, Groningen, Emmen, Zwolle en Enschede), Zuid (Vlissingen, Breda, Eindhoven,

2

Nijmegen en Heerlen) en Vlaanderen. Zie voor nadere informatie de cursussite. Voor begeleiding in Vlaanderen: neem contact op met het studiecentrum. Cursus beschikbaar vanaf 1 februari 2013.

3

Indien u deze cursus reeds in het gebonden-keuzeblok van de propedeuse hebt gekozen, kunt u deze cursus niet meer kiezen in het gebonden-keuzeblok van de postpropedeuse.

4

Voor zomerscholen gelden afwijkende inschrijvingsvoorwaarden. Zie de cursusbeschrijving verderop in de gids en op www.ou.nl.

5

De cursussen C23212, C24212 en C16211 kunnen in de gebonden keuze alleen als totaalpakket worden ingebracht.

6

Het inbrengen van een stage kan alleen onder speciale voorwaarden. Zie de uitvoeringsregeling.

7

De volgende cursussen maken geen deel uit van de bacheloropleiding ACW, maar worden aanbevolen ten behoeve van de vrije ruimte:

8

C14222 Van Babylon tot Brugge, C14311 Opera: twaalf opera’s als spiegels van hun tijd C17122 Thema’s en genres in de muziekgeschiedenis, C27231 Bewegend beeld Te kiezen 1 uit 4: geschiedenis, kunstgeschiedenis, letterkunde, filosofie

9

Legenda opleidingsschema Voor een nadere toelichting op de verschillende vormen van begeleiding zie pagina 10. Zie de algemene regelgeving voor tentamens op pagina 76. Zorg dat u zich op tijd aanmeldt voor een tentamen. Groepsbijeenkomsten Zie ook de cursusbeschrijvingen elders in deze gids. De landelijke groepsbijeenkomsten vinden plaats in één centraal gelegen Nederlands studiecentrum. Studiedag Niet-verplichte begeleidingsdag bij cursus met een extra-karakter (zie ook pag. 11). Trainingsdag Dag waarop academische vaardigheden worden getraind in het kader van de module Cultuurwetenschappelijke vaardigheden 2. Zie cursusbeschrijving op pagina 41. (v) Deelname is verplicht. Zonder deelname geen toelating tot het tentamen. Contactonderwijs Onderwijs wordt gegeven in de vorm van bijeenkomsten. Tentamen door middel van een opdracht. CBI Computergebaseerde toetsing Individueel (voorheen: SYS-tentamen.) U kunt een CBI-tentamen op vaste tijden afleggen op uw studiecentrum in de week die u schikt. De afname van het tentamen geschiedt via een pc. De vragen van het tentamen zijn door de computer uit een databestand van vragen geselecteerd.

28

CBG Computergebaseerde toetsing Groepsgewijs (voorheen: regulier schriftelijk tentamen). U kunt een CBG-tentamen afleggen op 3 van tevoren vastgelegde tentamendata per jaar. De afname van het tentamen geschiedt via een pc. open boek Studiematerialen mogen meegenomen worden naar het tentamen. Check altijd de tentameninformatie op de cursuswebsite op Studienet. opdracht Een opdracht (ook wel: ‘bijzondere verplichting’) kan bestaan uit een werkstuk, een verslag, een referaat, een presentatie of anderszins. Bij de cursusbeschrijving vindt u nadere informatie. schriftelijk Regulier schriftelijk tentamen. Bestaat uit meerkeuzevragen (mc) en/of open vragen (open). Wordt op 3 van tevoren vastgestelde tentamendata per jaar afgenomen. Tentamendata Voor regulier schriftelijke en CBG-tentamens worden de data van tevoren vastgesteld; het is niet mogelijk hiervan af te wijken. volgens afspraak Het afleggen van CBI-tentamens en het inleveren van opdrachten verloopt volgens afspraak; u kunt de tentamendata in principe zelf bepalen. Mondelinge tentamens vinden plaats in vastgestelde maanden. Datum en locatie worden in onderling overleg vastgesteld.


Vrijstellingen voor de bacheloropleiding Iedereen van 18 jaar of ouder kan bij de Open Universiteit starten met een bacheloropleiding. Er is dus geen vooropleidingseis zoals bij andere universiteiten. Hebt u in het verleden een wo- of hbo-opleiding 1 afgerond, dan komt u altijd in aanmerking voor vrijstelling. De vrijstelling is ruimer naarmate er meer overeenkomst (verwantschap) bestaat tussen de door u afgeronde wo- of hbo-opleiding en de te volgen opleiding aan de Open Universiteit. Is er minder of geen verwantschap, dan is de vrijstelling beperkt. Hebt u de opleiding niet voltooid, dan wordt per afgerond vak bekeken of er sprake kan zijn van vrijstelling. Een vrijstellingsverzoek wordt altijd individueel bekeken.

Vrijstelling vrije ruimte De reguliere en open varianten van de bacheloropleiding Algemene cultuurwetenschappen hebben een vrije ruimte van vijf modulen die u naar eigen keuze met cursussen van de Open Universiteit of met elders gevolgd onderwijs kunt invullen (zie pagina 16). Hiermee wordt het belang van de breedte van een universitaire opleiding onderstreept. Bij een reeds voltooide hbo- of wo-opleiding wordt aangenomen dat aan die breedte voldaan is. U komt dan, ook als die opleiding verder geen verwantschap heeft met Algemene cultuurwetenschappen, in aanmerking voor vrijstelling van de vrije ruimte.

Vrijstelling op basis van gelijkwaardige of verwante getuigschriften en vakken Is er tussen de eerder gevolgde opleiding en de bacheloropleiding Algemene cultuurwetenschappen (ACW) verwantschap, dan wordt op grond van de inhoud, het niveau en de omvang van de gevolgde vooropleiding in onderling verband bepaald welke cursussen u krijgt vrijgesteld. Als gelijkwaardig aan de bacheloropleiding ACW gelden gelijknamige bacheloropleidingen Algemene cultuurwetenschappen gevolgd aan een andere Nederlandse of Belgische universiteit (en in bepaalde gevallen een Nederlandse hbo-opleiding) met een aantoonbaar vergelijkbaar programma. Hebt u bijvoorbeeld een propedeuse algemene cultuurwetenschappen gehaald, dan krijgt u in principe de propedeuse ACW van de OU vrijgesteld. Als verwant aan de bacheloropleiding ACW worden beschouwd wo-, mo- en hbo-opleidingen op het gebied van geschiedenis, filosofie, letterkunde en kunstgeschiedenis. Dit geldt ook voor opleidingen met een sterke verwantschap met ACW, zoals opleidingen ‘kunsten, cultuur en media’. Bij een verwante vooropleiding hangt de omvang van uw vrijstelling af van de inhoud, het bereikte niveau en van uw eventuele keuze voor een educatieve minor. Hebt u bijvoorbeeld een propedeuse filosofie behaald, dan zullen met name filosofische cursussen in de propedeuse worden vrijgesteld. Bij voornamelijk praktijkgerichte opleidingen als hbo-muziek (conservatorium) en hbo-beeldende kunst (kunstacademie) beperkt de vrijstelling zich tot enkele specifieke cursussen. Op het niveau van een specifiek elders gevolgd vak wordt gekeken naar het aantal studiepunten waarmee dat vak in de eerdere opleiding wordt gehonoreerd, het niveau waarop het is gegeven en het aantal studiepunten dat de corresponderende cursus in onze opleiding heeft. Hiernaar zal met extra aandacht worden gekeken als u kiest voor een bacheloropleiding met een educatieve minor.

Vrijstelling op grond van praktijkervaring/educatieve minor De Commissie voor de examens heeft een procedure opgesteld op basis waarvan het mogelijk is vrijstelling aan te vragen voor op basis van praktijkervaring. Zie www.ou.nl/vrijstelling. Studenten die beschikken over aantoonbare praktijkervaring in het voortgezet onderwijs, hebben meestal recht op vrijstellingen in de educatieve minor. Neem contact op met de onderwijsadviseur CW voor nadere informatie T +31 (0)45 - 576 2888, E info@ou.nl.

Vrijstellingsprofielen Voor een aantal veelvoorkomende vooropleidingen bestaan vrijstellingsprofielen. In het schema kunt u zien voor welke cursussen uit de bacheloropleiding Algemene cultuurwetenschappen u met de genoemde opleidingen vrijstelling kunt krijgen. Aangezien de vrijstellingsprofielen bijgesteld kunnen worden, betreft het een indicatief overzicht waaraan geen rechten kunnen worden ontleend. Alleen aan een beschikking van de Commissie voor de examens kunt u rechten ontlenen.

Waar in deze tekst gesproken wordt over hbo- of wo-opleiding,wordt bedoeld een Nederlandse hogere-beroeps- of wetenschappelijke opleiding die is opgenomen in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO). Vlaamse hogere en wetenschappelijke opleidingen worden op dezelfde voorwaarden behandeld. Voor het bepalen van het niveau van de opleidingen wordt gebruik gemaakt van de methodiek Waardering Buitenlandse Getuigschriften van NUFFIC.

1

29


Standaardvrijstellingen Bachelor Algemene Cultuurwetenschappen

verwante opleidingen

Geschiedenis

Filosofie

Overige talen

Cursussen

Nederlands

Kunstgeschiedenis

Opleidingen

Modulen

Propedeuse WO ACW-achtige opleiding

Propedeuse 14 OriĂŤntatiecursus Cultuurwetenschappen 2 Inleiding kunstgeschiedenis

2 2

Inleiding letterkunde

2 2 2 2 2 2

Schrijfpracticum 1

1 1 1

individueel bepaald

Inleiding cultuurgeschiedenis Inleiding in de filosofie

2

Gebonden keuze Expressionisme

1 1

Geschiedenis van het privĂŠleven

1

1

1

1

Disciplinaire verdieping 1+2*

1

1*

1*

1*

Postpropedeuse

28

1*

1*

Gebonden keuze Geschiedenis Cultuurgeschiedenis van de oudheid

1

Sociaal-economische geschiedenis

1 1

1

Kijken naar Amerika

1

Historiografie

1 1

1

Kunstgeschiedenis De Gouden Eeuw in perspectief

1

1

Kabinetten, galerijen en musea

1

1

Oudnederlandse schilderkunst

1

1

Letterkunde Literatuurwetenschap

1 1 1

Culturele dialoog. Lezen en schrijven

1

1

1

Filosofie Wetenschapsleer

1 1

Ethiek

1 1

Argumentatieleer Vrije ruimte

5 2 2 2 2 2 2

1 1

Totale vrijstelling 9 9 9 9 9 9 Niet genoemde cursussen worden nooit standaard vrijgesteld. * = De vrijstelling behelst het pluspakket dat bij de verwante, vrijgestelde opleiding hoort, plus een pluspakket naar keuze.

30


Opleiding

Vrijstellingen

Aantal modulen

Enigszins verwante 4-jarige HBO-opleidingen Drama Inleiding letterkunde 2 Vrije ruimte 5 Muziek Vrije ruimte 5 Beeldende kunst

Inleiding kunstgeschiedenis Expressionisme Vrije ruimte

2 1 5

Journalistiek, Communicatie

Schrijfpracticum 1 Schrijfpracticum 2 Vrije ruimte

1 1 5

Bibliotheek opleiding

CW-vaardigheden 1 Vrije ruimte

1 5

WO-doctoraal WO-master MOB

Schrijfpracticum 1 CW-vaardigheden 1 Vrije ruimte

1 1 5

WO-kandidaats, WO-bachelor MO-A

Vrije ruimte

5

Vrije ruimte

5

Prof. bachelor 4-jarig HBO

Vrije ruimte

5

Propedeuse

Deel vrije ruimte

2

Niet-verwante opleidngen

Aanvragen vrijstellingen Bij de Open Universiteit beslist de Commissie voor de examens over vrijstellingsaanvragen. Elke aanvraag wordt individueel bekeken aan de hand van eerdergenoemde beoordelingscriteria. Daarom is het van belang dat u een verzoek tot vrijstelling voor de bacheloropleiding ook daadwerkelijk indient. Alleen aan een officiÍle, persoonlijke beschikking van de Commissie voor de examens kunt u rechten ontlenen. Een verzoek tot vrijstelling voor de bacheloropleiding moet schriftelijk worden gedaan met een aanvraagformulier Vrijstellings- en/of toelatingsverzoek. Het aanvraagformulier bevat een toelichting en een overzicht van de vereiste bewijsstukken die u met uw aanvraag moet mee sturen. Het formulier kunt u telefonisch aanvragen T + 31 (0)45 – 576 2888 of downloaden, www.ou.nl/vrijstelling. Wanneer u vrijstelling aanvraagt, kunt u in afwachting van de beschikking van de Commissie voor de examens, al starten met een cursus uit bacheloropleiding Algemene cultuurwetenschappen, waarvoor geen vrijstelling zal worden verleend. Daarom is het raadzaam om in elk geval vooraf advies in te winnen (T + 31 (0)45 - 576 2888). Omdat elke aanvraag voor vrijstelling voor de bacheloropleiding afzonderlijk wordt beoordeeld, moet de tekst in deze studiegids gezien worden als een globale uiteenzetting van het door de Open Universiteit gehanteerde vrijstellingsbeleid. Bij vrijstellingsverzoeken hanteert de Commissie voor de examens als maatstaf de overeenkomst tussen de oorspronkelijk voltooide opleiding en de opleiding van de Open Universiteit. De Commissie baseert haar oordeel op adviezen van de Facultaire Toetsingscommissie (FTC) Cultuurwetenschappen. Sommige onderdelen, zoals de scriptie/afstudeeropdracht, zijn van vrijstelling uitgesloten.

31


Cursusbeschrijvingen bachelor De cursusbeschrijvingen zijn gerangschikt volgens de opleidingsschema’s. De meest actuele en uitgebreide gegevens over een cursus vindt u op de website www.ou.nl/studieaanbod. Bij elke cursusbeschrijving in deze gids staat het webadres vermeld dat direct toegang geeft tot deze informatie. U vindt hier extra informatie over ingangsvoorwaarden, cursusinhoud, tentaminering en begeleiding. Bent u eenmaal ingeschreven voor een cursus, dan krijgt u automatisch toegang tot de cursuswebsite op Studienet. Hier vindt u de meest uitgebreide informatie over een cursus met vele aanwijzingen voor de bestudering ervan. Sommige websites zijn voorzien van elektronische werkboeken. Als u een opleiding volgt, raadpleeg dan voordat u nieuwe cursussen gaat bestellen uw persoonlijke studiepad www.ou.nl/studiepad. In uw studiepad staan de cursussen echter niet in de aangeraden volgorde van bestuderen. Bekijk daarvoor het normtraject op pagina 17. Voor invulling van de vrije ruimte van de bacheloropleiding mogen geen mastercursussen worden gekozen. Cursussen educatieve minor: zie pagina 58. Cursussen uitsluitend voor de vrije ruimte: zie pagina 61. Cursussen masteropleiding: zie pagina 66.

Oriëntatiecursus cultuurwetenschappen

Cursuscode: C44122 Cursusniveau: 1 Studielast: 2 modulen

In de Oriëntatiecursus cultuurwetenschappen maakt u kennis met de disciplines cultuurgeschiedenis, kunstgeschiedenis, letterkunde en filosofie, die aan de Open Universiteit tezamen de opleiding Algemene cultuurwetenschappen vormen. De opbouw is zodanig dat u zowel meer te weten komt over de afzonderlijke disciplines als over een historische periode waarin de Nederlanden een eigen identiteit en in het noorden een bijzondere staatsvorm kregen. De titels van de twee delen spreken voor zichzelf: Van Bourgondische Nederlanden tot Republiek en De Gouden Eeuw van de Republiek.

Begeleidingsvorm Begeleidingsbijeenkomsten in beide semesters. In het eerste semester (vanaf 1 september) worden in alle studiecentra (behalve in Almere en Emmen; in Vlissingen alleen bij voldoende belangstelling) begeleidingsbijeenkomsten aangeboden. In het tweede semester (vanaf 1 februari) alleen in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht, Eindhoven, Nijmegen, Groningen.

Tentamen Openboektentamen bestaande uit open vragen. Openboektentamen: www.ou.nl/web/studeren/ hulpmiddelen Data: 14-11, 29-1, 10-4, 24-6, 28-8

Docenten

PROPEDEUSE

Examinator: drs. Janny Bloembergen-Lukkes. Begeleiders: drs. Janny Bloembergen-Lukkes (Utrecht en Almere), drs. Herman Simissen (Nijmegen), drs. Lieke van den Bulck-van der Linden (Breda en Eindhoven), drs. Jean-Pierre Demoustiez (Diepenbeek, Gent), drs. Tom van Dorp (Rotterdam en Vlissingen), prof. dr. Dirk de Geest (Leuven), dr. Frank Inklaar (Enschede en Zwolle), prof. dr. Hubert Meeus (Antwerpen), mw. Hanna Riezebos MA (Groningen, Leeuwarden en Emmen), dr. Jos Pouls (Heerlen/Parkstad Limburg), drs. Wouter Steffelaar (Alkmaar en Amsterdam), dhr. Arjan Vader MA (Den Haag).

32

www.ou.nl/studieaanbod/C44122.htm


Inleiding kunstgeschiedenis

Inleiding letterkunde

Cursuscode: C19112 Cursusniveau: 1 Studielast: 2 modulen

De Inleiding kunstgeschiedenis is erop gericht de westerse kunst sinds de Griekse oudheid tot en met de huidige tijd te leren bekijken, begrijpen en in een maatschappelijke context te plaatsen. De cursus bestaat uit twee tekstboeken en een werkboek. Het eerste tekstboek, 101 hoogtepunten van de westerse kunst, gaat uitvoerig in op een selectie van kunstwerken en gebouwen uit verschillende tijden en landen. Elk van deze 101 objecten wordt gedetailleerd beschreven, geïnterpreteerd en in verband gebracht met historische omstandigheden. Het tweede tekstboek biedt, zoals de titel Manieren van kijken al aangeeft, verschillende manieren om naar de in het eerste boek behandelde werken te kijken en betrekt daarbij andere kunstwerken en gebouwen. De eerste vier hoofdstukken gaan over de basisproblemen van het vak kunstgeschiedenis: de definitie van kunst, de groepering van werken, de relatie tussen kunst en historische context, en over de verschillende oplossingen die voor die problemen zijn aangedragen. De verdere veertien hoofdstukken brengen verbanden aan tussen verschillende werken, ze gaan in op mogelijke betekenissen en ze belichten de relatie met de tijd en plaats waarin de schilderijen, beelden en gebouwen zijn gemaakt. Het werkboek helpt u de tekstboeken te bestuderen.

Begeleidingsvorm Voor deze cursus wordt begeleiding aangeboden in het tweede semester (1 februari-1 september). Tevens wordt in het voorjaar een architectuur- en kunstpracticum georganiseerd in Utrecht. Kijk voor precieze informatie op de cursuswebsite op Studienet.

Pluspakket kunstgeschiedenis In het kader van de cursus Disciplinaire verdieping 1 (C57111) worden extra activiteiten georganiseerd. Zie de beschrijving op pagina 38-39.

Cursuscode: C16112 Cursusniveau: 1 Studielast: 2 modulen

Aan de basis van deze cursus staat leesplezier. Want wat is er prettiger dan je terugtrekken met een goed boek: genieten van mooie taal, je in vervoering laten brengen of je hoofd breken over moeilijke kwesties? Dat leesplezier kan worden vergroot door grip te krijgen op de betovering door ‘literatuur’. Om zinvol over een literaire tekst te kunnen praten, is het nodig om over dezelfde terminologie te kunnen beschikken. Deze cursus helpt u bij het aanleren van dit ‘instrumentarium’. Het doel van de cursus is kennis bij te brengen van en inzicht te geven in literaire werken, hun mogelijke betekenis, hun werking en hun plaats in de (internationale en) Nederlandstalige literaire traditie van middeleeuwen tot heden. U leert proza en poëzie te analyseren met behulp van de in de cursus aangeboden technieken en uiteindelijk kunt u literaire werken plaatsen in de literaire en culturele traditie. Daarvoor krijgt u een historisch overzicht van de Nederlandstalige literatuurgeschiedenis waarbij de literaire werken mede worden bezien binnen de West-Europese culturele context.

Begeleidingsvorm Bij deze cursus wordt in Nederland in het eerste semester (1 september-1 februari) begeleiding aangeboden. Zie voor precieze informatie de cursuswebsite op Studienet.

Pluspakket letterkunde In het kader van de cursus Disciplinaire verdieping 2 worden extra activiteiten georganiseerd in aanvulling op de cursus Inleiding letterkunde. Zie de beschrijving op pagina 38-39.

Tentamenvorm Schriftelijk, multiple choice en open vragen. Data: 28-1, 8-4 en 26-8.

Tentamenvorm Docenten Examinator: drs. Dick Disselkoen. Begeleiders: drs. Lieke van den Bulck-Van der Linden, drs. Wouter Steffelaar, drs. Jean-Pierre Demoustiez (Diepenbeek, Gent), prof. dr. Dirk De Geest (Leuven), prof. dr. Hubert Meeus (Antwerpen).

Docenten Examinator en begeleider: drs. Irmin Visser. Begeleider voor de Vlaamse studiecentra: drs. Jean-Pierre Demoustiez.

www.ou.nl/studieaanbod/C16112.htm

PROPEDEUSE

40 meerkeuzevragen met 4 mogelijke antwoorden. U mag deel 1 van de studiematerialen (101 hoogtepunten van de westerse kunst) meenemen naar het tentamen. Ook een loep is toegestaan. Data: 14-11, 26-6, 28-8

www.ou.nl/studieaanbod/ C19112.htm 33


Ancien Régime (Inleiding cultuurgeschiedenis 1)

Veranderende grenzen. Nationalisme in Europa (1815-1919) (Inleiding cultuurgeschiedenis 2)

Beperkte inschrijving; zie onder!

Beperkte inschrijving; zie onder!

Cursuscode: C09221 Cursusniveau: 2 Studielast: 1 module

Cursuscode: C06311 Cursusniveau: 3 Studielast: 1 module

Met de term ‘ancien regime’ wordt de periode bedoeld uit de Europese geschiedenis die begint aan het einde van de Middeleeuwen en eindigt met de Franse revolutie. Het is een tijd waarin de meerderheid van de Europese bevolking nog van de landbouw leeft en in kleine dorpen op het platteland woont. De maatschappelijke relaties worden beheerst door de verdeling van de samenleving in standen. Het bestuur is verbrokkeld en de politiek is in handen van een kleine groep bevoorrechte personen uit de samenleving. Maar onmiskenbaar draagt het ‘oude regime’ al tal van moderne kenmerken in zich. Men spreekt daarom ook wel van de ‘vroeg-moderne’ of ‘nieuwe tijd’ als men de periode 1450-1800 bedoelt. Deze periode vormt de bakermat van het moderne Europa: de Europese economie krijgt voor het eerst een mondiale reikwijdte; tijdens renaissance en Verlichting worden belangrijke uitgangspunten van het moderne gedachtegoed geformuleerd; en de eerste moderne gecentraliseerde staten ontstaan. De cursus biedt aan de hand van veertien uiteenlopende bijdragen een overzicht van de hoofdlijnen van de geschiedenis van Europa in de periode 1450-1800 en van de belangrijkste en meest karakteristieke aspecten van de vroeg-moderne samenleving.

De Europese geschiedenis sinds de Franse revolutie is in belangrijke mate bepaald door het nationalisme, te omschrijven als de problematiek van het al dan niet samenvallen van de grenzen van natie en staat. De in deze cursus gehanteerde scheidslijnen betreffen het Congres van Wenen (1815) en het Verdrag van Versailles (1919), twee momenten waarop de geopolitieke kaart van Europa opnieuw werd getekend. In die tussenliggende periode blijkt de toenemende invloed van het nationalisme, dat zich telkens weer, afhankelijk van de politieke, sociale, culturele en economische context, in uiteenlopende gedaanten manifesteert. Nationalisme kan regeringen en regimes legitimeren én aanvallen. Het kan de vorm aannemen van een tolerant cultureel nationalisme of van economisch nationalisme, maar er zijn ook agressieve of geëxalteerde varianten. Nationalisme kan de interne cohesie versterken (bijvoorbeeld in oude natiestaten als Frankrijk en Groot-Brittannië), kan een verenigend effect hebben (bijvoorbeeld de vereniging van Duitsers en Italianen rond 1870 in de natiestaten Duitsland en Italië), maar kan ook desintegrerend werken zoals het geval was met de uitgestrekte rijken van de Habsburgse keizer, de Russische tsaar of de Turks-Ottomaanse sultan.

Inschrijving

Inschrijving

Inschrijving in het academisch jaar 2012-2013 uitsluitend voor studenten die de cursus Veranderende grenzen. Nationalisme in Europa (1815-1919). (Inleiding cultuurgeschiedenis 2) (C06311) al eerder hebben afgerond, besteld of vrijgesteld gekregen.

Inschrijving in het academisch jaar 2012-2013 uitsluitend voor studenten die de cursus Ancien regime (Inleiding cultuurgeschiedenis 1)(C09221) al eerder hebben afgerond, besteld of vrijgesteld gekregen.

Begeleidingsvorm Begeleidingsvorm

Standaard.

Standaard.

Pluspakket geschiedenis Pluspakket geschiedenis

PROPEDEUSE

In het kader van de cursus Disciplinaire verdieping 2 worden extra activiteiten georganiseerd in aanvulling op de cursussen Inleiding cultuurgeschiedenis. Zie de beschrijving van de cursus C58111.

34

In het kader van de cursus Disciplinaire verdieping 2 worden extra activiteiten georganiseerd in aanvulling op de cursussen Inleiding cultuurgeschiedenis. Zie de beschrijving van de cursus C58111.

Tentamen Tentamen 80 juist/onjuist vragen. Data: 13-11, 29-1, 9-4.

80 juist/onjuist vragen Data: volgens afspraak (CBI-tentamen).

Docenten Docenten Examinator en begeleider: mw. Hanna Riezebos MA.

Examinator en begeleider: drs. Janny Bloembergen-Lukkes.

www.ou.nl/studieaanbod/C09221.htm

www.ou.nl/studieaanbod/C06311.htm


Inleiding cultuurgeschiedenis

Cursuscode: C04212 Cursusniveau: 2 Studielast: 2 modulen

De Inleiding cultuurgeschiedenis bestaat uit twee delen: 1) Ancien Régime en 2) Nationalisme, naties en staten. Europa van circa 1800 tot heden. Met de term ‘ancien regime’ wordt de periode bedoeld uit de Europese geschiedenis die begint aan het einde van de middeleeuwen en eindigt met de Franse revolutie. Het is een tijd waarin de meerderheid van de Europese bevolking nog van de landbouw leeft en in kleine dorpen op het platteland woont. De maatschappelijke relaties worden beheerst door de verdeling van de samenleving in standen. Het bestuur is verbrokkeld en de politiek is in handen van een kleine groep bevoorrechte personen uit de samenleving. Maar onmiskenbaar draagt het ‘oude regime’ al tal van moderne kenmerken in zich. Men spreekt daarom ook wel van de ‘vroeg-moderne’ of ‘nieuwe tijd’ als men de periode 1450-1800 bedoelt. De Europese geschiedenis sinds de Franse revolutie is in belangrijke mate bepaald door het nationalisme, te omschrijven als de problematiek van het al dan niet samenvallen van de grenzen van natie en staat. In dit deel van de cursus maakt u kennis met de ontwikkeling van het nationalisme in Europa in de periode van circa 1800 tot heden. Aan de hand van allerlei relevante concrete historische gebeurtenissen en ontwikkelingen worden de ontstaansgeschiedenis van het nationalisme, c.q. de natiestaten in verschillende delen van Europa, beschreven. Daarbij wordt ook ruime aandacht geschonken aan de gewijzigde rol en betekenis van Europa op het wereldtoneel: van negentiende-eeuwse koloniale wereldmacht tot een positie op het tweede plan. De cursus eindigt heel nadrukkelijk in het huidige tijdsgewricht, omdat het nationalisme als politieke en culturele factor vandaag de dag nog altijd een prominente rol speelt, zowel in de context van internationalisering en supranationale samenwerking, als waar het discussies en spanningen genereert in relatie tot vraagstukken van nationale identiteit, globalisering en (nieuwe vormen van) regionalisering.

Begeleidingsvorm Standaard en een aantal begeleidingsbijeenkomsten, georganiseerd in het eerste semester. Zie Studienet voor de precieze data.

Pluspakket geschiedenis In het kader van de cursus Disciplinaire verdieping 2 worden extra activiteiten georganiseerd in aanvulling op de cursus Inleiding cultuurgeschiedenis. Zie de beschrijving van de cursus C58111.

Tentamen Tentaminering in twee deeltentamens. Deel 1: 80 juist/onjuist vragen; data: 13-11, 29-1 en 9-4. Deel 2: 40 meerkeuzevragen met 4 mogelijke antwoorden; data: 30-1, 10-4 en 26-6.

Docenten Examinatoren en begeleiders: mw. Hanna Riezebos MA en dr. Toon Bosch. www.ou.nl/studieaanbod/C04212.htm

PROPEDEUSE

35


Inleiding in de filosofie

Schrijfpracticum 1: zakelijk schrijven

Cursuscode: C13132 Cursusniveau: 1 Studielast: 2 modulen

Filosofie kan men omschrijven als het onderzoeken van de vooronderstellingen die ten grondslag liggen aan de vragen die in het dagelijkse leven, in de cultuur en in de wetenschappen worden gesteld. In de filosofie wordt gezocht naar een algemene grondslag voor ware kennis en voor juist en rechtvaardig handelen, naar de structuur van de werkelijkheid zelf, naar het wezen van de mens, het leven en de schoonheid. Dergelijke grote, om niet te zeggen allesomvattende vragen maken het onvermijdelijk dat de filosofie zich beweegt op een hoger niveau van abstractie, maar dit hoeft niet te impliceren dat de betekenis voor de praktijk minder wordt. Het betekent wél dat de filosofie geen specifiek eigen object heeft. Het gaat in de filosofie niet om feitelijke kennis van bijvoorbeeld bepaalde technische mogelijkheden of van de normen die gelden in een bepaald land. Zulke kennis is het doel en het onderwerp van de verschillende vakwetenschappen. Filosofen vragen naar de grondslagen, de relevantie en de grenzen van dergelijke kennis. Dit houdt in dat de filosofie raakvlakken heeft met alle mogelijke wetenschappen en cultuuruitingen. In de cursus Inleiding in de filosofie maakt u kennis met een aantal van de belangrijkste denkers en stromingen uit de westerse filosofiegeschiedenis.

Cursuscode: C51111 Cursusniveau: 1 Studielast: 1 module

Legt u eens een paar teksten naast elkaar. Teksten die u zelf geschreven hebt in verschillende situaties. Een sms’je, een passage uit een dagboek, een e-mailbericht, het verslag van een vergadering of een brief; het zijn allemaal producten van één schrijver en toch zijn er waarschijnlijk grote verschillen wat betreft toon, zinsbouw en woordkeus. Elke tekst brengt een boodschap over en bij elk soort boodschap hoort een bepaalde verpakking. Die verpakking, de tekst, moet passen in de situatie. En bij elke situatie past een bepaalde vorm en een bepaalde inhoud. Waardoor worden vorm en inhoud van een tekst bepaald? Het antwoord krijg je door drie vragen te stellen: Wie is de schrijver en in welke functie schrijft hij? Welke boodschap wil hij overbrengen? En wie is de beoogde lezer? In de cursus Schrijfpracticum 1: zakelijk schrijven bestudeert u de vorm en inhoud van zakelijke teksten. Welke kennis en vaardigheid hebt u nodig om effectief te schrijven? Uw schrijfproducten dienen aan een aantal eisen te voldoen: effectieve schriftelijke communicatie is duidelijk, efficiënt, gepast, aantrekkelijk en correct. Al deze eisen komen in de cursus aan bod.

Begeleidingsvorm Standaard.

Begeleidingsvorm Bij deze cursus wordt in Nederland in het tweede semester (1 februari-1 september) begeleiding aangeboden. Zie voor precieze informatie de cursuswebsite op Studienet.

Pluspakket filosofie In het kader van de cursus Disciplinaire verdieping 1 (C57111) worden extra activiteiten georganiseerd in aanvulling op de cursus Inleiding in de filosofie. Zie de beschrijving van de cursus C57111.

Tentamen 30 meerkeuzevragen met 4 mogelijke antwoorden + open vragen. Geen hulpmiddelen toegestaan. Ook geen verklarend Nederlands woordenboek Data: 12-11, 30-1 en 26-6.

Docenten Examinator: drs. Lieke van den Bulck-van der Linden. Begeleiders: drs. Lieke van den Bulck-van der Linden, drs. Wil Michels en drs. Wouter Steffelaar.

PROPEDEUSE

Tentamen

36

Regulier schriftelijk tentamen met meerkeuzevragen (mc). De cursus wordt in twee delen getentamineerd. Data: Tentamendata deel 1: 10-4, 26-6 en 28-8. Tentamendata deel 2: 24-6, 26-8 en november 2013.

Docenten Examinator: dr. Jeroen Vanheste. Begeleiders: dr. Jeroen Vanheste (Nederland); dr. Jean-Pierre Demoustiez, Paul Cordy (Vlaanderen). www.ou.nl/studieaanbod/C13132.htm

www.ou.nl/studieaanbod/C51111.htm


Cultuurwetenschappelijke vaardigheden 1

Expressionisme

De cursus Cultuurwetenschappelijke vaardigheden 1 heeft als centrale doelstelling de student kennis te laten maken met de academische vaardigheden die noodzakelijk zijn om cultuurwetenschappelijk onderzoek te kunnen doen. Zo leert u wetenschappelijke teksten te analyseren op probleemstelling en onderzoeksvragen. Voorts maakt u kennis met wetenschappelijke bibliotheken, archieven en musea, de ‘schatkamers’ waar veel bronnen voor cultuurwetenschappelijk onderzoek te vinden zijn. Door gerichte opdrachten leert u er gebruik van te maken. Ook gaat u de mogelijkheden van internet voor cultuurwetenschappelijk onderzoek verkennen.Het cursusmateriaal bestaat uit een studiehandleiding, het Vademecum (een naslagwerk dat u uw hele verdere studie kunt gebruiken) en een dossiermap met opdrachten.

Ingangseisen De cursus kan pas worden gevolgd nadat u drie van de vijf volgende cursussen (of hun voorgangers) met succes hebt afgerond: Oriëntatiecursus cultuurwetenschappen, Inleiding in de filosofie, Inleiding kunstgeschiedenis, Inleiding cultuurgeschiedenis en Inleiding letterkunde. U dient zich te realiseren dat u op enkele werkdagen onderzoek moet verrichten in een universiteitsbibliotheek, in een provinciaal archief en in een museum. Computer met internetverbinding vereist. Woont u in het buitenland of bent u anderszins verhinderd een bibliotheek, archief en museum in Nederland of België te bezoeken, neem dan contact op met de examinator.

Begeleidingsvorm Er worden groepen geformeerd per regio en per semester. Er is één verplichte groepsbijeenkomst. Hiervoor meldt u zich vóór het begin van het semester aan bij het secretariaat van de faculteit. Dat is alleen mogelijk als u ingeschreven staat voor de cursus. In Vlaanderen vindt de begeleiding alleen plaats in het tweede semester.

Cursuscode: C10311 Cursusniveau: 3 Studielast: 1 module

Over het algemeen wordt onder ‘expressionisme’ een specifiek Duitse bijdrage aan de beeldende kunst van de 20e eeuw verstaan. Deze cursus kent aan het begrip een ruimere betekenis toe, namelijk: de stroming die in het eerste kwart van de 20e eeuw een omwenteling teweegbracht in de kunst in Duitsland en de stijl waarvan zich in de loop van de 20e eeuw verschillende groepen kunstenaars hebben bediend. Concreet zijn dat de fauvisten in het eerste decennium van de 20e eeuw in Frankrijk, de Duitse expressionisten van 1908 tot 1924, de leden van Cobra direct na de Tweede Wereldoorlog in Denemarken, België en Nederland, en de abstract-expressionisten in West-Europa en de Verenigde Staten. De tweedeling - stroming/stijl - keert terug in de verdeling van het studiemateriaal. Het eerste deel behandelt de argumenten die theoretici, zoals Max Raphael, Wilhelm Worringer en Paul Fechter, en kunstenaars als Kirchner en Kandinsky aanvoeren om het expressionisme te definiëren en te legitimeren tegenover de tegenstanders uit de traditionele hoek. Bovendien wordt onderzocht wat het expressionisme als stroming in de beeldende kunst gemeen heeft met het expressionisme in de bouwkunst, de filmkunst, de literatuur, de muziek en de dans. De vraag naar de ontstaansachtergrond en de juistheid van de terminologie loopt als een rode draad door dit deel. Het tweede deel beschrijft en analyseert de momenten in de beeldende kunst van de 20e eeuw waarop het ‘expressieve’ en het ‘primitieve’ elkaar raken. In het bijzonder wordt nagegaan wat de invloed was van het ‘primitieve’. Wat zochten de (expressionistische) kunstenaars in de uitingen die niet tot de traditionele kunst behoren, zoals ‘kunst’werken van ‘primitieve’ volken en van geesteszieken, kindertekeningen en vormen van westerse volkskunst?

Begeleidingsvorm Standaard en jaarlijkse studiedag.

Tentamen

Tentamen

4 opdrachten.

60 meerkeuzevragen met 3 mogelijke antwoorden. Data: volgens afspraak (CBI-tentamen).

Docenten Examinator: drs. Lieke van den Bulck-van der Linden. Begeleiders: drs. Lieke van den Bulck-van der Linden, dr. Frank Inklaar en dhr. A. Vader MA. Coördinatie: secretariaat.cultuurwetenschappen@ou.nl.

Docenten Examinator en begeleider: dr. Mieke Rijnders. www.ou.nl/studieaanbod/C10311.htm

PROPEDEUSE

Cursuscode: C48211 Cursusniveau: 2 Studielast: 1 module

www.ou.nl/studieaanbod/C48211.htm 37


Geschiedenis van het privéleven. Bronnen en benaderingen

Disciplinaire verdieping 1/2

Cursuscode: C50111 Cursusniveau: 1 Studielast: 1 module

Lang hebben historici onderzoek naar het persoonlijke en huiselijke leven gemeden. Geschiedenis ging over staten, samenlevingen of economische verbanden. Maar sinds het privéleven is erkend als een boeiend historisch domein, heeft het onderzoek ernaar een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. De cursus Geschiedenis van het persoonlijk leven heeft een drietal doelstellingen. Allereerst maakt u kennis met een groot aantal bronnen en methoden waarmee de wetenschapper inzicht krijgt in de geschiedenis van het persoonlijk leven. Een breed scala van benaderingswijzen en bronnen komt aan bod, zoals egodocumenten, literaire teksten, schilderijen, foto’s, grafmonumenten, huisraad, kinderspeelgoed, enzovoort. In de tweede plaats krijgt u een overzicht van de gezinsgeschiedenis in West-Europa van de late middeleeuwen tot heden. Tenslotte passeert in de teksten van het cursusboek ook een aantal belangrijke debatten binnen de geschiedwetenschap de revue. Na bestudering van de cursus heeft u zicht gekregen op het methodische gebruik van diverse historische bronnen en de voor- en nadelen van verschillende benaderingswijzen. Dat betekent dat u ook een zekere vaardigheid heeft verworven om zelf bronnen op hun waarde te schatten.

Begeleidingsvorm Standaard.

Tentamen 60 meerkeuzevragen met 3 mogelijke antwoorden. Data: volgens afspraak (CBI-tentamen)

Docenten Examinator en begeleider: dr. Ronald Rommes

Cursuscode: C57111 Cursusniveau: 1 Studielast: 1 module

Cursuscode: C58111 Cursusniveau: 1 Studielast: 1 module

In de cursussen Disciplinaire verdieping 1 en 2 zijn de pluspakketten ondergebracht. In pluspakketten worden aspecten van de inleidende cursussen op een alternatieve manier aangeboden. Zij bieden: - extra begeleiding in de vorm van toelichting, beantwoording van vragen en lezingen; - verdieping van de studiestof door het bezoek onder deskundige leiding aan tentoonstellingen, lieux de mémoire, musea en evenementen die aansluiten bij onderwerpen van de cursussen; - extra motivatie, door het directe en regelmatige contact met medestudenten en de cursusbegeleider; - extra vaardigheden. Pluspakketten worden eenmaal per jaar aangeboden in hetzelfde semester als de inleidende cursussen worden begeleid (kijk op de cursuswebsites voor de data). Zij staan voor 60 studie-uren. De onderbrenging van de pluspakketten kunstgeschiedenis en filosofie in Disciplinaire verdieping 1 (C57111) en de pluspakketten letterkunde en cultuurgeschiedenis in Disciplinaire verdieping 2 (C58111) is louter administratief. U kunt de pluspakketten op de door uzelf gewenste manier over de cursussen verdelen. Alle combinaties zijn mogelijk. Houd er rekening mee, dat aan pluspakketten naast de cursusprijs extra kosten zijn verbonden.

www.ou.nl/studieaanbod/C50111.htm

PROPEDEUSE

Ingangseisen

38

Om een pluspakket te kunnen volgen dient u ingeschreven te zijn voor bijbehorende inleidende cursus, te weten Inleiding kunstgeschiedenis (C19112), Inleiding in de filosofie (C13132), Inleiding letterkunde (C16112) of Inleiding cultuurgeschiedenis (C04212). Ook geldig is een inschrijving voor Ancien regime (C09221) en Veranderende grenzen. Nationalisme in Europa (1815-1919) (C06311). Studenten die de inleidende cursussen (of hun voorgangers) hebben afgerond, zijn ook welkom. Bij het toekennen van plaatsen gaan ingeschreven studenten voor.


‘Hard hat’-excursie tijdens de verbouwing van het Rijksmuseum. Pluspakket Kunstgeschiedenis 28 september 2010.

Inschrijving

Pluspakket letterkunde

Na inschrijving voor de cursus Disciplinaire verdieping 1 of 2 meldt u zich aan voor een pluspakket via secretariaat. cultuurwetenschappen.nl

De rode draad in het pluspakket letterkunde (1e semester 2012) vormt de roman ‘De avonden’ van Gerard Reve. In het pluspakket leest en analyseert u het boek en u bekijkt de verfilming uit 1989. Met de tekstanalyse en de verfilming leert u hoe op verschillende, uiteenlopende manieren met een tekst omgegaan kan worden. Daarnaast bezoekt u het Letterkundig Museum en het Huis van het boek/Museum Meermanno in Den Haag en u krijgt een uitgebreide voordracht over de wereld van de literaire kritiek. U sluit het Pluspakket af met een schriftelijke analyse over ‘De avonden’.

Pluspakket kunstgeschiedenis Het pluspakket kunstgeschiedenis bestaat uit een vijftal bezoeken aan steden inclusief het stedelijk museum. Daarbij staan vier tijdvakken centraal: de middeleeuwen, 17e eeuw, 18e eeuw en moderne tijd. In de vijfde stad worden deze tijdvakken gecombineerd. Tijdens het vierde en vijfde bezoek houdt elke deelnemer een referaat over een kunstwerk uit het museum of een belangrijk gebouw.

Begeleidingsvorm Het pluspakket filosofie bestaat uit een viertal bijeenkomsten met sprekers, waarin een thema (in 2010 ‘vrijheid’, in 2011 ‘de kunst van het leven’, in 2012 ‘Zwei Seelen wohnen, ach!, in meiner Brust’) vanuit verschillende invalshoeken belicht wordt. Gerenommeerde filosofen behandelen het thema aan de hand van het werk van de denkers die in de cursus Inleiding in de filosofie behandeld worden. In principe wordt afgesloten met een bezoek aan de ‘Dag van de filosofie’ van de Universiteit van Tilburg.

Pluspakket cultuurgeschiedenis Het pluspakket geschiedenis heeft als thema het koloniale verleden van Nederland en België. In dit kader worden twee dagen met lezingen aangeboden en werden vorig jaar bezoeken gebracht (met rondleiding) aan het Tropenmuseum in Amsterdam en het Koninklijk Afrika Museum in Tervuren (bij Brussel). Als afsluiting van het pluspakket schrijft u een kort werkstuk.

Contactonderwijs.

Tentamen Elk pluspakket wordt afgesloten met een opdracht. Data: volgens afspraak.

Docenten Pluspakket kunstgeschiedenis: drs. Irmin Visser. Pluspakket filosofie: dr. Elisabeth den Hartog. Pluspakket cultuurgeschiedenis: dr. Toon Bosch en dr. Caroline Drieënhuizen. Pluspakket letterkunde: drs. Dick Disselkoen. Examinator cursus: drs. Dick Disselkoen. www.ou.nl/studieaanbod/C57111.htm www.ou.nl/studieaanbod/C58111.htm

PROPEDEUSE

Pluspakket filosofie

39


Schrijfpracticum 2: academisch schrijven

Cursuscode: C51211 Cursusniveau: 2 Studielast: 1 module

Schrijfpracticum 2 is een vervolg op de cursus Schrijfpracticum 1. Doel van de cursus is het verhogen van de vaardigheid in het schrijven en beoordelen van teksten waarmee academici veelvuldig in aanraking komen. Voorbeelden van deze genres zijn onderzoeksverslag, (populair-)wetenschappelijk artikel en recensie. In de tentamenperiode schrijft u zelf twee teksten en beoordeelt u vier teksten die door andere studenten geschreven zijn. Aan de hand van het commentaar van twee medestudenten herschrijft u uw eigen teksten. Deze eigen teksten (in twee versies) en de beoordeling van het werk van anderen vormen samen het schrijfdossier dat u aan het eind van de rit inlevert.

Ingangseisen Studenten Cultuurwetenschappen en losse cursisten: Schrijfpracticum 1 afgerond.

Begeleidingsvorm Standaard. Er zijn vier tijdstippen per jaar waarop u kunt beginnen met de tentamenopdrachten. Begeleiding gaat deels elektronisch via de cursuswebsite van Studienet.

Tentamen

POSTPROPEDEUSE

Schrijfopdrachten. Data: Er zijn 4 tentamenperiodes waarin u twee teksten en vier beoordelingen schrijft en vervolgens een gereviseerde versie van uw twee teksten. U kunt niet van de periodes afwijken. In studiejaar 2012-2013 kunt u deelnemen aan de volgende tentamenperiodes: periode 1: week 35 t/m 44 (start op 27 augustus 2012) periode 2: week 45 t/m 2 (start op 5 november 2012) periode 3: week 3 t/m 12 (start op 14 januari 2013) periode 4: week 13 t/m 22 (start op 25 maart 2013)

40

Docenten Examinator: drs. Lieke van den Bulck-van der Linden. Begeleiders: drs. Lieke van den Bulck-van der Linden, drs. Wil Michels en drs. Wouter Steffelaar. www.ou.nl/studieaanbod/C51211.htm


Cultuurwetenschappelijke vaardigheden 2

Cursuscode: C49211 Cursusniveau: 2 Studielast: 1 module

In de cursus Cultuurwetenschappelijke vaardigheden 2 traint u zich verder in cultuurwetenschappelijke academische vaardigheden. Dan moet u denken aan het analyseren van cultuurwetenschappelijk bronmateriaal, het contextualiseren van cultuuruitingen en het schrijven van een wetenschappelijk verantwoord onderzoeksvoorstel. U oefent dit in vier verplichte trainingsdagen, die inhoudelijk gekoppeld aan de vier disciplines van cultuurwetenschappen. De teksten die op de trainingsdagen centraal staan wordt u geacht van tevoren thuis te bestuderen. Op de bijeenkomsten wordt u in een groep ingedeeld. U wordt geacht een inhoudelijke bijdrage te leveren aan de analyse van de aangeboden teksten. Tevens krijgt u een bepaalde taak toegewezen. Dit kan zijn het geven van een mondelinge samenvatting van een tekst, het aandragen van discussiepunten over een tekst, het leiden van de discussie over een tekst, het notuleren van de gevoerde discussie, het achteraf mondeling presenteren van de discussie, enzovoort. Naast de vier trainingsdagen schrijft u in het kader van de Cultuurwetenschappelijke vaardigheden 2 een kort werkstuk in de vorm van een beredeneerd onderzoeksvoorstel dat beoordeeld wordt. U schrijft dit werkstuk onder begeleiding van één van de docenten van de trainingsdagen. Welke docent dat is, mag u zelf bepalen. Zie voor meer informatie de cursuswebsite op Studienet.

Ingangseisen De gehele propedeuse is met succes afgerond.

Begeleidingsvorm Standaardbegeleiding en vier verplichte trainingsdagen. De data van de trainingsdagen worden aangekondigd op de cursuswebsite op Studienet. Na inschrijving voor een trainingsdag krijgt u van de faculteit nadere informatie over de begeleiding van die dag.

Tentamen Opdracht: het schrijven van een onderzoeksvoorstel.

Docenten Examinator: dr. Frank Inklaar. Begeleiders: Letterkunde: drs. Dick Disselkoen, dr. Jan Oosterholt; Cultuurgeschiedenis: drs. Janny Bloembergen-Lukkes, dr. Frank Inklaar; Filosofie: dr. Jeroen Vanheste, drs. Herman Simissen; Kunstgeschiedenis: dr. Jos Pouls, dr. Frauke Laarmann . Coördinatie en aanmelden trainingsdagen: secretariaat.cultuurwetenschappen@ou.nl www.ou.nl/studieaanbod/C49211.htm

De volgende trainingsdagen worden aangeboden: 1. Cultuurgeschiedenis 2. Filosofie 3. Kunstgeschiedenis 4. Letterkunde De vier trainingsdagen worden per semester eenmaal aangeboden. Aan het eind van de trainingsdag krijgt u van de begeleider een bewijs van deelname. Om de cursus te kunnen afsluiten moet u een trainingsdag van elk van de vier disciplines hebben gevolgd. De cursus wordt afgesloten met een werkstuk. Daartoe zoekt u contact met een van de begeleiders van de trainingsdagen. Op dat moment moet u ingeschreven staan voor de cursus. U verkrijgt het certificaat voor Cultuurwetenschappelijke vaardigheden 2 als u vier deelnamebewijzen van trainingsdagen kunt overleggen en nadat u het bij de cursus horende werkstuk met een voldoende hebt afgerond.

POSTPROPEDEUSE

Procedure

41


Cultuurgeschiedenis van de Oudheid

Middeleeuwen

Cursuscode: C21211 Cursusniveau: 2 Studielast: 1 module

Cursuscode: C12221 Cursusniveau: 2 Studielast: 1 module

In de Ilias beschrijft Homerus Mycene als de machtigste van alle steden op de Peloponnesus en noemt het ‘het goudrijke Mycene’, gesticht door Perseus, de zoon van oppergod Zeus en Danaë. De stadsmuur zou zijn gebouwd door de reus Cyclops. De opgravingen van Schliemann bevestigden in de 19e eeuw het bestaan van Mycene en de grootsheid ervan, maar veel andere beweringen van Homerus moeten toch worden geïnterpreteerd als mythen, als verhalen die de mensen eeuwenlang aan elkaar door vertelden. De auteurs van Cultuurgeschiedenis van de Oudheid grijpen de stad Mycene aan om de mythologie te behandelen, die zo’n belangrijke rol speelt in de klassieke teksten. Zo gaan zij voortdurend te werk: twaalf steden dienen als uitgangspunt voor de behandeling van een hoofdthema uit de cultuurgeschiedenis van de klassieke Oudheid in haar geheel. Zo dient Milete voor de filosofie, Athene voor ‘oorlog en vrede’ en ‘beeldende kunst’, Alexandrië voor ‘literatuur’, Delos voor ‘economie en handel’, Rome voor ‘staatsinstellingen en recht’ en ‘de samenleving’, Nijmegen voor ‘centrum en periferie’, Ephese voor ‘stedenbouw en architectuur’, Constantinopel voor ‘religie’ en Ravenna voor ‘de Oudheid na de Oudheid’. Aan het eind van de cursus heeft u een uitstekend cultuurhistorisch overzicht gekregen van de Griekse en Romeinse wereld.

In de cursus Middeleeuwen bestudeert u het boek Eeuwen des onderscheids. Een geschiedenis van middeleeuws Europa (Amsterdam 2004 2e druk, 476 pagina’s) van Wim Blockmans en Peter Hoppenbrouwers. De middeleeuwen roepen het beeld op van torens en kastelen, waar minstrelen hoofse liederen ten gehore brachten en koene ridders elkaar op het toernooiveld eervol bestreden. Het is een onuitroeibaar cliché dat slechts betrekking heeft op een klein en door verbeelding vertekend deel van een complexe periode uit de Europese geschiedenis die meer dan duizend jaar duurde. God heerste met harde hand over deze wereld die naar huidige maatstaven technologisch onderontwikkeld, arm, onrechtvaardig en uiterst gewelddadig was. Hoewel de middeleeuwen in veel opzichten ver van ons af staan en totaal ‘anders’ waren dan de tijd waarin wij leven, hebben nogal wat karakteristieke elementen van onze huidige samenleving middeleeuwse wortels. Dat geldt niet alleen voor het nederzettingspatroon en de staatkundige kaart van Europa, maar ook voor bepaalde instellingen die wij als wezenlijk beschouwen, zoals parlement, universiteit en vakvereniging.

Inschrijving

Begeleidingsvorm

Aanbevolen wordt deze cursus te bestuderen na de propedeuse.

Standaard.

Voorkennis Aangeraden wordt deze cursus pas te bestuderen na afronding van de propedeuse.

Tentamen Begeleidingsvorm Standaard

Schriftelijk. Open vragen. Data: 13-11, 29-1 en 25-6.

Tentamen

Docenten

Open vragen. Data: 12-11, 8-4 en 24-6.

Examinator: dr. Rob Meens. Begeleider: drs. Herman Simissen. Dr. Meens is verbonden aan het Instituut voor geschiedenis van de Universiteit Utrecht. Hij is specialist op het gebied van de middeleeuwen.

GESCHIEDENIS

Docenten

42

Examinatoren: dr. Nathalie de Haan en dr. Stephan Mols. Beide zijn verbonden aan de Faculteit letteren van de Radboud Universiteit Nijmegen. www.ou.nl/studieaanbod/C21211.htm

www.ou.nl/studieaanbod/C12221.htm


Sociaal-economische geschiedenis

Nederland in de 19e en 20e eeuw

Cursuscode: C13221 Cursusniveau: 2 Studielast: 1 module

In de cursus Sociaal-economische geschiedenis bestudeert u het tweede deel van het handboek van B. De Vries (red.), Van agrarische samenleving naar verzorgingsstaat. Demografie, economie, maatschappij en cultuur in West-Europa, 1450-2000. Het boek is een inleiding op de demografische, economische en sociaal-mentale geschiedenis van West-Europa tussen 1450 en 2000. De agrarische sector, de nijverheid en handel, alsmede de groei en stagnatie ervan, zijn onderwerp van beschouwing. Ook de staatsvormen en de sociale structuren krijgen een prominente plaats. Aan de ‘burgerlijke’ negentiende eeuw, de klassenmaatschappij en de verzorgingsstaat zijn aparte hoofdstukken gewijd. Vier landen staan centraal: Engeland, Nederland, Duitsland en Frankrijk. In het eerste deel gaat over de periode tussen het midden van de vijftiende eeuw en het einde van de achttiende eeuw. Het tweede deel behandelt dezelfde onderwerpen sedert het einde van de achttiende eeuw. Tot ongeveer 1880 worden de onderlinge verschillen tussen de landen groter, omdat de industrialisatie op verschillende tijdstippen plaatsvond. Daarbij behouden de samenlevingen nog lang ‘agrarische trekken’. Pas na 1880 groeien de landen op demografisch, economisch en sociaal gebied naar elkaar toe. De verzorgingsstaat, die na de Tweede Wereldoorlog ontstond, laat deze sterke overeenkomsten duidelijk zien.

Cursuscode: C10222 Cursusniveau: 2 Studielast: 2 modulen

In het kader van de cursus Nederland in de 19e en 20e eeuw bestudeert u twee handboeken: Land van kleine gebaren. Een politiek geschiedenis van Nederland 1780-1990 van Remieg Aerts (red). en Een nieuwe wereld. Het ontstaan van het moderne Nederland van Auke van der Woud. Een land van grote gebaren is Nederland niet, ook niet in de politiek. Maar geheel zonder drama is het toch niet gegaan, de ontwikkeling van het elitaire bestel van de achttiende eeuw en het patriarchale bewind van na de Franse tijd naar de liberale politieke cultuur van de tweede helft van de vorige eeuw en de door massapartijen gedragen politieke gemeenschap van nu. Constitutionele monarchie, de schoolstrijd, het kiesrecht, de sociale kwestie, de parlementaire democratie, ze zijn inzet geweest van langdurige en soms hevige conflicten. De ontwikkelingen worden in vier studies geschetst: de eenwording van Nederland, de toename van de politieke participatie, de uitbreiding van het politieke domein, maar ook het diffuser worden van de politieke besluitvorming. Rond 1850 ontwaakte Nederland uit een diepe slaap. Langzaam kwamen toen de intensieve communicatie, mobiliteit en de massale productie en consumptie van energie op gang. We zijn inmiddels gewend dat verschijnsel als een overbekende geschiedenis (‘industriële revolutie’) af te doen. De tijdgenoot die in 1850, 1860 leefde, zag echter een ongekende nieuwe wereld verschijnen waarin niets vanzelfsprekend was: dit perspectief is de leidraad van Een nieuwe wereld.

Voorkennis Aangeraden wordt deze cursus pas te bestuderen na afronding van de propedeuse.

Voorkennis Aangeraden wordt deze cursus pas te bestuderen na afronding van de propedeuse.

Begeleidingsvorm Standaard.

Begeleidingsvorm Standaard.

Tentamen

Docenten Examinator en begeleider: dr. Ronald Rommes.

Tentamen Mondeling. In de loop van het jaar zal de tentamenvorm worden veranderd in schrifelijk. Data: in onderling overleg in de maanden november, januari en juni. Aanmelden: een mail (minimaal drie weken van te voren) aan dr. Toon Bosch (toon.bosch@ou.nl).

www.ou.nl/studieaanbod/C13221.htm

Docenten Examinator: prof. dr. Leo Wessels. Begeleiders: prof. dr. Leo Wessels en dr. Toon Bosch. www.ou.nl/studieaanbod/C10222.htm

GESCHIEDENIS

Schriftelijk. Open vragen. Data: 14-11, 30-1, 26-6.

43


Kijken naar Amerika. Twintigste-eeuwse Amerikaanse cultuur in de VS en in Nederland

Historiografie. Geschiedschrijving in de Nederlanden van Renaissance tot heden

Cursuscode: C19111 Cursusniveau: 1 Studielast: 1 module

Waarom kijken naar Amerika? Amerika is overal om u heen! U eet cereals en hamburgers en drinkt Coca Cola, leest over Amerikaanse toestanden in onze grote steden en leest Peanuts met Charley Brown. We spreken over consultants, marketingmanagers of andere business en betalen in de supermarkt met creditcard. We doen aan fitness of basketbal, en gaan uit naar de disco. De Star Wars-rage, commerciële televisie met The Simpsons en Jerry Springer, westerns met Clint Eastwood, internet, Elvis en Little Richard en Mickey Mouse T-shirts: Amerika komen we de hele dag overal tegen. In de twintigste eeuw hebben de VS zich ontwikkeld tot de dominante wereldmacht, economisch, politiek en cultureel. Kijken naar Amerika heeft daarom een grote urgentie gekregen. Door het brede culturele panorama dat u in de cursus Kijken naar Amerika krijgt aangeboden, zult u beter begrijpen wat Amerika eigenlijk is en wat Amerikanen bezighoudt. Is Amerika wel zo eenvormig als het oppervlakkig gezien lijkt? Hoe blijft een natie met zo’n heterogene bevolkingssamenstelling bijeen? Welke grondslagen in het politieke en economische systeem zijn hiervoor te vinden? Hoe beïnvloeden cultuuruitingen als film, televisie, muziek en sport dit proces? Hoe wordt het leven in Amerikaanse grote steden verwerkt in etnische literatuur? Is er zoiets als een Amerikaanse architectuur of kunst, of zelfs een Amerikaanse cultuur? Ten slotte stelt de cursus de vermeende Amerikanisering van Nederland ter discussie. Is Nederland echt al een culturele kolonie van Amerika?

Cursuscode: C39211 Cursusniveau: 2 Studielast: 1 module

Hoe zagen de mensen in het verleden hún verleden? Hoe beschouwden de bewoners van de Lage Landen hun eigen geschiedenis in de jaren rond 1500, de overgangsperiode van middeleeuwen naar renaissance? En hoe veranderde het aanwezige historisch besef later, gedurende de periode van humanisme, verlichting en romantiek? De cursus Historiografie behandelt de geschiedenis van de geschiedschrijving en de geschiedbeoefening, inclusief die van het veranderend historisch besef (de verhouding tussen heden en verleden), in Nederland en België vanaf de renaissance tot in onze tijd. Aan de hand van essays (het tekstboek), bronteksten en opdrachten wordt getoond hoe de omgang met het verleden vanaf de renaissance ook in de Nederlanden steeds weer nieuwe vormen heeft aangenomen. De kroniek, de erudiete verhandeling, het pamflet, het nationale epos, de historische monografie, het tijdschriftartikel, het essay, alle zijn het voorbeelden van genres die historici (mede) hebben ontwikkeld en beoefend. Door deze vormverandering kon de geschiedschrijving beantwoorden aan de noden van de tijd en vond zij meteen ook aansluiting bij de eigenheid van opeenvolgende cultuurstromingen als humanisme, verlichting, romantiek, modernisme en postmodernisme. De in het bronnenboek gepresenteerde (delen van) bronnen zijn exemplarisch voor de in het tekstboek behandelde en geanalyseerde genres. Het Vademecum is een werkboek en vormt het derde deel van de cursus. Het biedt een terugkoppeling op de stof van tekst- en bronnenboek.

Begeleidingsvorm Standaard.

Begeleidingsvorm Standaard en een studiedag.

GESCHIEDENIS

Tentamen

44

Opdracht. Data: de opdrachten zijn slechts gedurende 4 periodes in het jaar toegankelijk: Periode 1: 1-15 januari Periode 2: 1-15 april Periode 3: 1-15 juli Periode 4: 1-15 oktober

Docenten Examinator en begeleider: dr. Frank Inklaar. www.ou.nl/studieaanbod/C19111.htm

Tentamen Openboektentamen bestaande uit open vragen. Openboektentamen: www.ou.nl/web/studeren/hulpmiddelen

Docenten Examinator en begeleider: prof. dr. Leo Wessels. www.ou.nl/studieaanbod/C39211.htm


Lieux de mémoire

Modernisering: Nederland en Vlaanderen 1948-1973

Cursuscode: C48321 Cursusniveau: 3 Studielast: 1 module

Waterloo, Ieper, Guernica, Auschwitz, de Mokerhei, Nova Zembla, Loevestein. Deze plaatsen roepen onwillekeurig en onmiddellijk de herinnering op aan ingrijpende historische gebeurtenissen. Ze vormen daarmee voorbeelden bij uitstek van wat de Franse historicus Pierre Nora ‘lieux de mémoire’ heeft genoemd, letterlijk: plaatsen van herinnering. Op deze plaatsen lijken heden en verleden met elkaar in contact te komen. Dit is een wederzijds contact: lieux de mémoire bieden inzicht in de omgang met het verleden in het heden, maar ook in de impact die het verleden op het heden kan hebben. Het analyseren van dergelijke plaatsen kan dus interessante perspectieven opleveren op de cultuurgeschiedenis van een gebied, en tevens op de identiteit van een bepaalde groep. Waarom wordt een bepaalde plaats als een lieu de mémoire beschouwd, en door wie? Wat heeft zich er precies afge-speeld? (Hoe) is de betekenis van deze plek door de jaren heen veranderd? Het begrip lieux de mémoire is niet alleen relevant voor de (cultuur)geschiedenis, maar ook voor de andere constituerende disciplines binnen de cultuurwetenschappen. Zo roept ‘de Kapellekensbaan’ onmiddellijk een boek van Louis-Paul Boon in herinnering, ‘Gezicht op Delft’ Johannes Vermeer, en kan bij Rotterdam worden gedacht aan Erasmus. Bovendien hoeven lieux de mémoire volgens grondlegger Nora niet noodzakelijk fysieke plaatsen te zijn. Ook herdenkingsdagen, symbolen, personen of zelfs liederen kunnen onwillekeurig en onmiddellijk de herinnering aan een specifieke historische gebeurtenis oproepen. Deze symbolische herinneringsplaatsen zijn vaak belangrijke bouwstenen voor de identiteit van een land, stad of streek. Te denken valt aan le 14e Julliet of 9/11; de nationale vlag of hamer en sikkel; Jeanne d’Arc of Aletta Jacobs; of ‘Merck toch hoe sterck’ en ‘Adiós Nonino’. Mede door zijn brede toepassingsmogelijkheden is het concept Lieux de mémoire sinds de jaren negentig uitgegroeid tot één van de belangrijkste begrippen binnen de cultuurgeschiedenis.

Begeleidingsvorm Standaard.

Tentamen

Cursuscode: C36321 Cursusniveau: 3 Studielast: 1 module

In 1958 vond in Brussel de Wereldtentoonstelling plaats. Deze Expo’58 gaf uiting aan de sfeer van hoop en vooruitgang en bovenal aan het vertrouwen in een heil en welvaart brengende moderniteit. Centraal stond het atoom, fysiek vormgegeven in het Atomium. Een bijzondere ode aan de moderniteit was te horen in het Philips paviljoen. Daar weerklonk het Poème Electronique van Le Corbusier, op muziek van Edgar Varese, een elektronisch gestuurd licht- en geluidsspel. De cursus Modernisering: Nederland - Vlaanderen 1948-1973 biedt u een inkijk in deze wereld van moderniteit. Tussen 1945 en 1973 hebben zowel Nederland als Vlaanderen een fundamentele transformatie doorgemaakt op economisch, sociaal en cultureel gebied. Deze weg naar de moderne verzorgingsstaat wordt wel aangeduid met de term ‘modernisering’. In deze cursus wordt vanuit twee invalshoeken naar de modernisering van Nederland en Vlaanderen gekeken. Enerzijds gaat het om de veranderingen zelf, zoals die zich in vele gedaanten hebben voorgedaan. Deze veranderingen worden beschreven in de handboeken die behoren tot de cursus. Anderzijds wordt nagegaan hoe deze handboeken zelf zijn opgebouwd. Welke theoretische en historiografische uitgangspunten hanteren zij, hoe komen zij aan hun informatie? Met andere woorden hoe is een cultuurwetenschappelijke studie tot stand gekomen? U gaat aan de hand van een zelf gekozen thema na welke keuzes er zijn gemaakt en hoe cultuurwetenschappelijke literatuur in het handboek is verwerkt. U leert zo kritisch te kijken naar cultuurwetenschappelijke producten.

Ingangseisen Cultuurwetenschappelijke vaardigheden 1 en 2 afgerond.

Begeleidingsvorm Standaard en landelijke groepsbijeenkomst.

Tentamen U beoordeelt een onderzoeksvoorstel aan de hand van open vragen. Veertien dagen voor de tentamendatum dient u een persoonlijk dossier te hebben ingeleverd. Ook dit dient voldoende te zijn. Data: 29-1, 10-4 en 26-8.

Examinator: Dr. Frank Inklaar Begeleiders: drs. Janny Bloembergen-Lukkes en dr. Frank Inklaar.

GESCHIEDENIS

De cursus kent twee varianten: een Nederlandse en een Vlaamse. Na inschrijving ontvangen Vlaamse studenten op verzoek hun eigen cursusmateriaal.

www.studieaanbod.ou.nl/C36321.htm

45

Werkstuk.

Docenten Docenten Examinator: dr. Susan Hoogervorst www.ou.nl/studieaanbod/C48321.htm


Zomerschool geschiedenis

Cursuscode: C61321 Cursusniveau: 3 Studielast: 1 module

U kunt inschrijven voor de zomerschool na een oproep daartoe in Modulair en op de website van de faculteit Cultuurwetenschappen in het najaar van 2012. Aan de zomerschool zijn extra kosten verbonden.

Begeleidingsvorm Contactonderwijs.

Inschrijving

GESCHIEDENIS

Inschrijving is alleen mogelijk voor opleidingsstudenten.

46

De 19e eeuw was een periode waarin ingrijpende veranderingen plaatsvonden. Op het gebied van ziektebestrijding en hygiëne werden grote successen geboekt. Rioleringen en waterleidingen werden aangelegd en de oorzaken van steeds meer ziekten werden gevonden en behandelingen daartegen ontwikkeld. Toch speelden (kinder)sterfte, ziektes en lichamelijke ongemakken een grote rol in het leven (misschien nog wel meer dan vandaag). Beschrijvingen daarvan vonden hun weg naar ‘egodocumenten’, een verzamelnaam die de historicus Jacques Presser (1899-1970) gaf aan persoonlijke getuigenissen zoals brieven en dagboeken. In de Zomerschool geschiedenis 2013 zullen wij egodocumenten uit de 19e eeuw vanuit deze invalshoek bestuderen. Welke kwalen en ziektes teisterden de negentiende-eeuwers? Hoe dachten zij daarover en hoe gingen ze ermee om? Welke rol vervulden de egodocumenten in deze problematiek? Zien wij bij vergelijking van verschillende egodocumenten uit diverse periodes veranderingen optreden? En hoe vallen die veranderingen te verklaren? De zomerschool, die plaatsvindt op het Meertens Instituut in Amsterdam, is als volgt opgezet: - Vooraf: u bestudeert een reader met relevante literatuur. - 1e dag: werkcolleges ‘theorie en historiografie’ en introductie onderzoeksopdracht. - 2e dag: lezingen over het gebruik van egodocumenten en over de invloed van egodocumenten zelf op mensen; kennismaking Meertens Instituut; start eigen onderzoek. - 3e dag: lezing, voortzetting onderzoek en nabespreken onderzoeksdag en knelpunten. - 4e dag: lezing, afronden onderzoek en nabespreken onderzoeksdag en knelpunten; diner. - 5e dag: presentatie voorlopige onderzoeksverslagen aan medestudenten en docenten; gezamenlijke bespreking verslagen; toelichting eindopdracht; afsluiting. - Na afloop van de zomerschool schrijft u een essay.

Ingangseisen De zomerschool Cultuurgeschiedenis staat open voor bachelorstudenten die hun propedeuse hebben afgerond.

Tentamen Opdracht.

Docenten Dr. Caroline Drieënhuizen, dr. Susan Hogervorst en dr. Leonieke Vermeer.

www.studieaanbod.ou.nl/C61321.htm


De Gouden Eeuw in perspectief

Kabinetten, galerijen en musea

Cursuscode: C05211 Cursusniveau: 2 Studielast: 1 module

De schilderijenproductie in de gouden eeuw had een enorme omvang. Schattingen spreken van acht tot negen miljoen schilderijen. In de loop der eeuwen zijn er vele verdwenen, verloren gegaan of beschadigd, maar desondanks blijft er een vrijwel onafzienbare massa kunstwerken over. In de cursus De Gouden Eeuw in perspectief wordt de waarderingsgeschiedenis behandeld van schilderijen uit de zeventiende eeuw, met als kernvragen: wat hebben mensen in het verleden (en heden) in binnenen buitenland over de zeventiende-eeuwse schilderkunst gezegd en gedacht en wat hebben ze ermee gedaan? Aan de hand van de beschrijving van de waarderingsgeschiedenis van de zeventiende-eeuwse schilderkunst wordt een aantal belangrijke keerpunten in de westerse cultuurgeschiedenis gemarkeerd. Het handboek valt uiteen in drie delen. Het eerste deel heet Liefhebbers, omdat de beeldvorming van de gouden eeuw in de achttiende eeuw gedragen werd door mensen die zelf dicht bij de praktijk van de kunstbeoefening stonden. Het tweede deel, Ideologen, is gewijd aan visies waarin politieke, filosofische en andere overwegingen een doorslaggevende rol speelden in het oordeel over de kunst. In het laatste deel, Kunsthistorici, komt de opkomst van de kunstgeschiedenis als wetenschap aan de orde.

Voorkennis Kunsthistorische voorkennis op het niveau van de cursus Inleiding kunstgeschiedenis wordt verondersteld. Kennis van Inleiding cultuurgeschiedenis (C04212) of Ancien rĂŠgime (C09221) aanbevolen.

Begeleidingsvorm

Cursuscode: C41211 Cursusniveau: 2 Studielast: 1 module

Kabinetten, galerijen en musea behandelt de uiterst gevarieerde geschiedenis van het verzamelen in Europa van circa 1500 tot heden. De gekozen voorbeelden behoren deels tot de nationale, deels tot de internationale geschiedenis. U maakt kennis met allerlei soorten collecties, niet alleen van kunstobjecten maar ook van voorwerpen uit de natuur en uit het domein van de natuurwetenschappen. De cursus beoogt geen compleet historisch overzicht te geven van de verschillende soorten collecties die in de loop van de geschiedenis zijn gevormd. Tot de thema’s die in de verschillende hoofdstukken terugkeren, behoren de motieven die vorsten, overheden en particulieren ertoe brachten verzamelingen aan te leggen en de functies die deze collecties, uitgegroeid tot kabinetten, galerijen en musea, werden geacht te vervullen. Omdat de functies goed afgelezen kunnen worden uit de wijzen waarop collecties worden geordend en tentoongesteld, loopt de presentatiegeschiedenis als een rode draad door de cursus. Nauw hiermee verbonden is het proces van geleidelijke openbaarmaking dat in de verzamel- en museumgeschiedenis getraceerd kan worden. In twaalf leereenheden worden aan de hand van representatieve voorbeelden de opvattingen over en de praktijk van het verzamelen en presenteren beschreven en onderzocht in samenhang met ontwikkelingen in het denken over zowel de kunst als de natuur. Zo wordt de geschiedenis van het verzamelen opgevat als een aspect van de wetenschapsgeschiedenis.

Begeleidingsvorm Standaard en een jaarlijkse studiedag in het eerste semester.

Standaard en een jaarlijkse studiedag.

60 meerkeuzevragen met 3 mogelijke antwoorden. Data: volgens afspraak. CBI-tentamen.

60 meerkeuzevragen met 3 mogelijke antwoorden. Data: 12-11, 30-1 en 24-6.

Docenten Docenten

Examinator en begeleider: dr. Mieke Rijnders.

Examinator en begeleider: drs. Irmin Visser. www.ou.nl/studieaanbod/C41211.htm www.ou.nl/studieaanbod/C05211.htm

KUNSTGESCHIEDENIS

Tentamen Tentamen

47


Stedenbouw. De vroegmoderne stad in de Nederlanden

Oudnederlandse schilderkunst

Cursuscode: C08321 Cursusniveau: 3 Studielast: 1 module

De stad is de zichtbare staalkaart van onze cultuur. Hoe die expliciet gelezen moet worden, is het onderwerp van de cursus Stedenbouw. Daarbij gaat u eerst heel praktisch te werk. Zo leert u historische kaarten van steden in Nederland en België uit de zestiende en zeventiende eeuw te lezen en geografische kenmerken te duiden. Kadasteren recente kaarten, luchtfoto’s en videobeelden voeren u naar de stad van nu. Deze praktijk wordt verdiept in teksten over de ontwikkeling van de stad in de Nederlanden tot aan 1900, toen de binding met de historisch gegroeide invulling van het land definitief werd verlaten. Bovendien staat u het Practicum Stedenbouw op dvd ter beschikking, op grond waarvan weer andere, nu interactieve opgaven uitgewerkt kunnen worden tot en met het samenstellen van ‘tentoonstellingen’ over stedenbouwkundige onderwerpen aan toe. De cursus heeft de geschiedenis van de stad als fysieke structuur tot onderwerp, haar gebouwen en de stedenbouw zelf, alsook de relatie met de regio en andere steden en het verstedelijkingsproces op ‘nationaal’ niveau. Het spanningsveld tussen ideaal en werkelijkheid wordt nadrukkelijk verkend. Na deze cursus zal geen enkel bezoek aan een historische binnenstad meer hetzelfde zijn.

Tentamen

Vanaf het begin van de negentiende eeuw hebben de intrigerende houten panelen van de ‘Vlaamse primitieven’ de kunsthistorici voor vragen gesteld. Wat is karakteristiek voor de scholen in de vijftiende eeuw? Is er wel sprake van een Noordelijke renaissance? Verhullen de realistische afbeeldingen symbolische boodschappen, zoals de iconologische benadering wil? En zijn de werken wel geschilderd door de meesters zelf? Centraal in deze cursus staat een representatieve keuze van belangrijke werken van Oudnederlandse meesters die u door middel van verschillende invalshoeken uitgebreid leert kennen. Aan het begin van de 19e eeuw steeg, parallel aan de ontwikkeling van de Europese natiestaten, de belangstelling voor de werken van de zogenaamde ‘Vlaamse primitieven’. Het was mede een reactie op de alom bewonderde kunst van de Italiaanse renaissance. Hoe kunnen echter de voor huidige beschouwers soms cryptische voorstellingen worden geïnterpreteerd? De cursus laat zien hoezeer de interpretatie van de werken van de Oudnederlandse meesters in de afgelopen 200 jaar afhankelijk is geweest van de culturele context en de technische mogelijkheden van hun tijd. Er is volop aandacht voor de methodes die beroemde kunstkenners als Max Friedländer, cultuurhistorici als Jacob Burckhard en Huizinga, en kunsthistorici als Erwin Panofsky hanteerden. Daarnaast worden ook recente kunsthistorische interpretatiemethodes behandeld. De vraag blijft echter in hoeverre technisch onderzoek met behulp van röntgen- en infraroodstraling en archiefonderzoek naar opdrachtgevers ons zekere informatie kunnen verschaffen over de ware betekenis van de Oudnederlandse schilderkunst.

40 meerkeuzevragen met 4 mogelijke antwoorden. Data: volgens afspraak (CBI-tentamen).

Voorkennis

Begeleidingsvorm Standaard en jaarlijkse studiedag in hartje Amsterdam, bestaande uit twee stadswandelingen, gedurende welke elke deelnemer een kort referaat houdt.

Tentamenhulpmiddelen

KUNSTGESCHIEDENIS

Cursuscode: C17311 Cursusniveau: 3 Studielast: 1 module

Een ‘schoon’ verklarend Nederlands woordenboek (op eigen risico). Het bij het cursusmateriaal behorende Kaartendeel.

Kennis van de cursussen Oriëntatiecursus cultuurwetenschappen en Inleiding kunstgeschiedenis (Kunst) met klem aanbevolen.

Begeleidingsvorm Standaard en jaarlijkse studiedag.

Docenten Examinator en begeleider: drs. Irmin Visser.

Tentamenvorm 40 meerkeuzevragen met 4 mogelijkheden. Data: 13-11, 9-4 en 26-6.

www.ou.nl/studieaanbod/C08321.htm

Docenten Examinator en begeleider: dr. Frauke Laarmann. www.ou.nl/studieaanbod/C17311.htm

48


Zomerschool Florence

Literatuurwetenschap

U kunt inschrijven voor de zomerschool na een oproep daartoe in Modulair en op de website van de faculteit Cultuurwetenschappen rond de jaarwisseling 20122013. Aan de zomerschool zijn extra kosten verbonden. Florence is een van de belangrijkste centra van kunst en cultuur uit de Italiaanse renaissance. Een studiebezoek aan deze stad vormt een waardevolle aanvulling op ander cursusmateriaal van de faculteit Cultuurwetenschappen. Naast aandacht voor de kunst van Florence gaat minstens zoveel aandacht uit naar de ontwikkeling van mondelinge en schriftelijke vaardigheden, het zelfstandig plegen van literatuuronderzoek en het ontwikkelen van een eigen vraagstelling. Een referaat, te houden in Florence zelf, en een werkstuk, te vervaardigen na het verblijf in Florence, zijn verplichte onderdelen van deze zomerschool. Een student uit een van de eerdere zomerscholen schreef in LOCUS, het tijdschrift van Cultuurwetenschappen, over haar ervaringen: `In de eerste plaats schreef ik me voor deze cursus in om veel kunst te gaan zien en te bestuderen. Ik heb niet kunnen vermoeden hoe stimulerend het is om op reis te gaan met een groep studenten, die weliswaar dezelfde interesse hebben, maar op alle andere gebieden van elkaar verschillen, en verderop in haar verslag: `Wat bij alle referaten opviel, was dat iedereen er ongelooflijk veel tijd en energie in had gestoken om zich in het onderwerp te verdiepen.’

Cursuscode: C02211 Cursusniveau: 2 Studielast: 1 module

U weet globaal gesproken wel wat literatuur is. Veel moeilijker te beantwoorden is de vraag: waarom? Waarom is er literatuur? Waarom is literatuur wat het is? Waarom is volgens deskundigen een bepaalde auteur (nog) wel literatuur en een andere niet (meer)? Waarom vinden wij niet allemaal, altijd, dezelfde teksten literatuur? Waarom vindt u de ene tekst de moeite waard en de andere niet? De cursus Literatuurwetenschap is reflectief van opzet en benadering. De cursus probeert de vele waarom-vragen die men over literatuur kan stellen, te beantwoorden. In de loop der jaren zijn er verschillende theorieën en benaderingswijzen ontwikkeld die het verschijnsel ‘literatuur’ nader zouden moeten kunnen verklaren. Benaderingen van literatuur worden in deze cursus thematisch aan de orde gesteld. Afhankelijk van de doelstelling van de onderzoeker zijn er verschillende invalshoeken mogelijk van het verschijnsel literatuur. De cursus beschouwt literatuur als een veelzijdig cultureel verschijnsel, en laat zien dat de literatuurwetenschap het best beoefend kan worden binnen het bredere kader van de cultuurwetenschappen. Ook de relatie tussen literatuur en andere media is daarbij relevant.

Voorkennis Kennis van de cursussen Inleiding letterkunde, Culturele dialoog en Wetenschapsleer is gewenst.

Begeleidingsvorm Ingangseisen

Standaard.

Propedeuse afgerond; bij voorkeur ook Schrijfpracticum 2 (of Schrijven in studie en beroep) afgerond.

Tentamen

Contactonderwijs.

20 meerkeuzevragen met 4 mogelijke antwoorden + een aantal open vragen Data: 12-11, 10-4 en 24-6

Tentamen

Docenten

Het schrijven van een werkstuk waarin u het referaat dat u in Florence houdt, verwerkt. Data: werkstuk inleveren uiterlijk drie maanden na verblijf in Florence.

Examinator en begeleider: dr. Lizet Duyvendak.

Begeleidingsvorm

Docenten Examinator en begeleider: drs. Irmin Visser. www.ou.nl/studieaanbod/C13382.htm

www.ou.nl/studieaanbod/C02211.htm

KUNSTGESCHIEDENIS/LE T TERKUNDE

Cursuscode: C13382 Cursusniveau: 3 Studielast: 2 modulen

49


Culturele dialoog: lezen en schrijven tussen twee culturen

De literaire canon

Cursuscode: C33211 Cursusniveau: 2 Studielast: 1 module

In 2001 was het thema van de Nederlandse boekenweek ‘Schrijven tussen twee culturen’. Belangrijke Nederlandse literatuurprijzen worden de laatste jaren in de wacht gesleept door zogenaamde ‘nieuwe Nederlanders’. Een vergelijkbare doorbraak van niet-autochtone schrijvers zagen we in Groot-Brittannië bij de Bookerprijs al eerder. Zijn deze prijzen bedoeld als ‘aanmoedigingsprijs’? Wat voor soort literatuur schrijven de ‘schrijvers tussen twee culturen’? Ziet de Nederlandse literatuur er dankzij hen anders uit dan voorheen? De cursus bespreekt de literatuur uit de laatste tien jaar van auteurs die schrijven vanuit een culturele achtergrond uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten, zoals Turkije, Iran en Marokko. De redenen voor deze inperking zijn didactisch én inhoudelijk: het gaat om literatuur van schrijvers uit een ‘contrasterende’, niet-westerse cultuur (in tegenstelling tot de schrijvers die afkomstig zijn vanuit de voormalige koloniën). De centrale vraag van de cursus is wat voor literatuur de confrontatie tussen deze twee culturen oplevert. Daarbij gaat het niet alleen om de literaire thematiek; er is bewust gekozen voor een thema dat binnen de cultuurwetenschappen algemene, wetenschappelijke en ook actuele importantie heeft, namelijk het thema van de culturele dialoog. De cursus is opgezet aan de hand van een aantal studietaken met steeds één specifiek thema.

Voorkennis

Cursuscode: C03211 Cursusniveau: 2 Studielast: 1 module

Wie het onderwerp ‘de literaire canon’ aansnijdt, komt al snel te praten over een virtuele ‘lijst van meesterwerken’. Het is een leuk gezelschapsspel na te gaan of er een verzameling klassieke teksten bestaat, die ieder beschaafd mens gelezen zou moet hebben. Wetenschappers richten zich tegenwoordig vooral op de vraag naar het proces van canonisering: welke instituties spelen bijvoorbeeld een sturende rol? En omgekeerd, wie worden er buitengesloten en hoe gaat die uitsluiting in zijn werk? Centraal staat het debat. We kijken naar de debatten die in Nederland al gedurende twee eeuwen rondom het verschijnsel ‘de literaire canon’ gevoerd worden. Die discussies zijn vaak bijzonder verhit. Geen wonder: er staat veel meer op het spel dan alleen het behoud van literaire meesterwerken. De canon wordt steeds weer gebruikt om te reflecteren op de vraag wie ‘wij’ zijn, wat onze gemeenschappelijke kenmerken zijn - of waarom het juist zo ontbreekt aan gemeenschappelijke kenmerken. Bovendien raakt de canon onmiddellijk aan de moeilijke vraag, waar wij als samenleving of cultuur in de toekomst naartoe willen. Wat gaan wij overdragen op de kinderen en hoe gaan we dat doen? Welke literaire werken moeten ze lezen en welke niet? Onderwijs, opvoeding en overdracht van kennis blijken een terugkerend punt van zorg. We trachten deze kluwen van sentimenten en argumenten enigszins te ontwarren. Welke stelling wordt door wie en wanneer betrokken? Waarom wordt de canon soms als een beknellend keurslijf gezien, en soms juist als een zeer bruikbaar instrument van culturele zelfdefiniëring?

Noodzakelijk niveau: Inleiding letterkunde (C12122).

Voorkennis

LETTERKUNDE

Begeleidingsvorm Standaardbegeleiding en een jaarlijkse studiedag.

Kennis van de cursussen Inleiding letterkunde en Culturele dialoog is gewenst.

Tentamen

Begeleidingsvorm

Open vragen. Data: 13-11, 26-6 en 28-8. Het tentamen bestaat uit een aantal open vragen over literaire tekstfragmenten en een meer theoretische vraag waarin een relatie wordt gelegd met de thematiek van de cursus.

Standaard en een verplichte groepsbijeenkomst. Op die bijeenkomst dient u een poster te presenteren met daarop een stelling in het canondebat.

Tentamen

Examinator en begeleider: drs. Dick Disselkoen.

Het verzorgen van een posterpresentatie én een schriftelijk werkstuk van maximaal 2000 woorden. Data: posterpresentatiedagen driemaal per jaar. Voor de data: zie cursuswebsite.

www.ou.nl/studieaanbod/C33211.htm

Docenten

Docenten

Examinator en begeleider: Jan Oosterholt. www.ou.nl/studieaanbod/C03211.htm

50


Taalkunde van het Nederlands

Wetenschapsleer

Inschrijving voor deze cursus is mogelijk vanaf 1 februari 2013.

Cursuscode: C23212 Cursusniveau: 2 Studielast: 2 modulen

De inhoud van deze cursus was bij het ter perse gaan van deze studiegids nog niet bekend. Kijk vanaf het najaar van 2012 op Studienet. www.ou.nl/studieaabod/C23212.htm

Taalbeheersing van het Nederlands

Inschrijving voor deze cursus is mogelijk vanaf 1 februari 2013.

Cursuscode: C24212 Cursusniveau: 2 Studielast: 2 modulen

De inhoud van deze cursus was bij het ter perse gaan van deze studiegids nog niet bekend. Kijk vanaf het najaar van 2012 op Studienet. www.ou.nl/studieaabod/C24212.htm

Schoolgrammatica

Inschrijving voor deze cursus is mogelijk vanaf 1 februari 2013.

Cursuscode: C16211 Cursusniveau: 2 Studielast: 1 module

Bij het ter perse gaan van deze studiegids was de precieze inhoud van deze cursus nog niet bekend. Meer informatie vanaf het najaar via Studienet.

Cursuscode: C01221 Cursusniveau: 2 Studielast: 1 module

In de cursus Wetenschapsleer wordt een integrale benadering van de wetenschappen gepresenteerd. Klassieke wetenschapsfilosofische vragen vormen het vertrekpunt: Wat is wetenschap? Waarop is de geldigheid van wetenschappelijke kennis gebaseerd? Hoe komt wetenschap tot stand? Moeten er grenzen gesteld worden aan de wetenschap? Bij de beantwoording wordt echter niet alleen een beroep gedaan op de filosofie maar ook op de wetenschapsgeschiedenis, de wetenschapssociologie en de wetenschapsantropologie. U bestudeert in de cursus de relatie tussen wetenschap en werkelijkheid, tussen theorie en empirie en de relatie tussen wetenschap, techniek en maatschappij. Belangrijke stromingen en denkers die daarbij worden besproken zijn onder andere(n): het logisch empirisme, de theorieĂŤn van Popper, Lakatos, Kuhn, het wetenschappelijk realisme, het sociaal constructivisme en Latours wetenschapsantropologie. In het onderdeel over de relatie tussen wetenschap, techniek en maatschappij wordt onder andere aandacht besteed aan de opvattingen van Foucault en aan de ontwikkeling van vrouwenstudies. In de cursus wordt ook de discussie over de eenheid van wetenschap gepresenteerd. Daarbij staat de moderne, empirisch-analytische natuurwetenschap tegenover de mens- en cultuurwetenschappen en tegenover de biologie. Gaandeweg zal blijken dat ook ten aanzien van de wetenschap rotsvaste garanties en zekerheden een illusie zijn. Bezinning op wetenschap is geen overbodige luxe. Ook omdat de wetenschappen niet alleen zichzelf sturen, blijft een permanente en breed georiĂŤnteerde reflectie op wetenschappelijke kennis wenselijk en zelfs noodzakelijk. Deze cursus zet u aan tot reflectie op het bedrijven van wetenschap. Na bestudering kunt u een zelfstandig oordeel formuleren over de verhoudingen tussen de wetenschappen onderling en de complexe relatie tussen de wetenschap en de samenleving.

Begeleidingsvorm Standaard en een studiedag.

Docenten Examinator en begeleider: drs. Herman Simissen.

Tentamen www.ou.nl/studieaabod/C16211.htm

40 meerkeuzevragen met 4 mogelijke antwoorden. Data: volgens afspraak (CBI-tentamen)

TA A L K U N D E / F I LO S O F I E

www.ou.nl/studieaabod/C01221.htm 51


Ethiek

Argumentatieleer

Cursuscode: C23221 Cursusniveau: 2 Studielast: 1 module

Cursuscode: C52211 Cursusniveau: 2 Studielast: 1 module

Ethiek maakt van oudsher een essentieel deel uit van de bezinning op de vooronderstellingen van het denken en handelen, die in de filosofie vorm krijgt. Het gaat om vragen als: welk handelen is goed en waarom? Hoe kan ik mijn handelen verantwoorden? Hoe zien de deugdzame mens en de rechtvaardige samenleving er uit? In de cursus komt onder meer naar voren dat filosofen teruggrijpen op de traditie als zij ethische problemen trachten te verhelderen. De antwoorden op ethische vragen door filosofen als Aristoteles en Kant zijn in de geschiedenis van de filosofie steeds opnieuw geïnterpreteerd en bekritiseerd. Dat verwerkingsproces kleurt onze huidige opvattingen over ethische vraagstukken. Door de theorieën van vijf invloedrijke filosofen te behandelen, biedt de cursus zicht op deze historische ontwikkeling. Opvattingen over juistheid en rechtvaardigheid, over het goede leven, verschillen per periode en per cultuur. De ethiek stelt zich niet tevreden met een afstandelijke beschrijving van zulke opvattingen, maar richt zich op de geldigheid en strekking van normen en waarden en vraagt zich af welke de meest rechtvaardige zijn. In de ethiek gaan theorie en praktijk hand in hand, want het rechtvaardige of goede is iets wat verwerkelijkt moet worden. Ethiek wordt daarom ook wel praktische filosofie genoemd. Ook het praktische aspect van ethiek komt in deze cursus daarom uitvoerig aan bod.

Argumentatie is er altijd op gericht een redelijke beoordelaar te overtuigen van de aanvaardbaarheid van een standpunt. Argumenteren veronderstelt dus een verschil van mening: als iemand een standpunt inneemt waar iedereen het mee eens is, zijn argumenten die een standpunt rechtvaardigen overbodig. In deze cursus wordt eerst stilgestaan bij het wezen van argumentatie: het innemen van standpunten, de verschillende soorten van meningsverschillen die kunnen worden onderscheiden, vormen van argumenteren en discussiëren. Vervolgens worden de belangrijkste kenmerken van dit hele proces geanalyseerd aan de hand van belangrijke theorieën en begrippen: de presentatie van de argumentatie, de verzwegen argumenten en standpunten, de argumentatiestructuur die een betoog kan aannemen, de deugdelijkheid van vormen van argumentatie en tenslotte drogredenen. Schrijvers en sprekers moeten in allerlei situaties hun publiek kunnen overtuigen. In deze cursus leert u niet alleen mondelinge en schriftelijke betogen te analyseren en beoordelen, maar krijgt u ook concrete aanwijzingen, soms in de vorm van modellen, om overtuigende schriftelijke en mondelinge betogen te maken. Een hele reeks oefeningen en verwijzingen naar achtergrondliteratuur helpen daarbij.

Voorkennis

Voorkennis

Bekendheid met de cursus Inleiding in de filosofie vergemakkelijkt de bestudering van deze cursus.

Schrijfpracticum 1 en 2 dringend aanbevolen.

Begeleidingsvorm Begeleidingsvorm

Standaard.

Standaard en een jaarlijkse studiedag.

Tentamen

F I LO S O F I E

Tentamen

52

80 juist/onjuist vragen. Data: 12-11, 10-4, 26,8.

15 meerkeuzevragen met 4 mogelijke antwoorden + 5 open vragen. Data: 13-11, 8-4 en 25-6.

Docenten

Docenten

Examinator en begeleider: dr. Elisabeth den Hartog

Examinator en begeleider: drs. Herman Simissen.

www.ou.nl/studieaanbod/C23221.htm

www.ou.nl/studieaabod/C52211.htm


Denken over cultuur

Cursuscode: C01321 Cursusniveau: 3 Studielast: 1 module

De cursus Denken over cultuur wil uw ‘denken over cultuur’, een van de hoofdbezigheden van de cultuurwetenschapper, bevorderen en versterken. In de vorm van opdrachten vragen wij u om u intensief bezig te houden met vragen als: wat is een goede omschrijving van cultuur? Hoe bouw ik een referentiekader op om cultuurverschijnselen te analyseren en te begrijpen? Wat is de taak van de cultuurwetenschappen? Welke wetenschappelijke en wijsgerige analyses zijn actueel voor het bestuderen van cultuurvraagstukken? Welke samenhang bestaat er tussen het analyseren en interpreteren van cultuurvraagstukken en het beoordelen en bekritiseren van deze vraagstukken? In de opdrachten wordt u gevraagd een antwoord op deze vragen en ook andere vragen te formuleren waarbij u zich kunt baseren op de ideeën en theorieën van cultuurwetenschappers die u in de cursus worden aangereikt, zoals Collingwood, Huizinga, Foucault, Nussbaum en Bourdieu. Hiertoe is een tekstenbundel samengesteld. Hiernaast zijn voor de cursus bijdragen geschreven door Mieke Bal, Hans van Driel en Geno Spoormans, Raymond Corbey en Jacques de Visscher. De opdrachten, die in de vorm van studietaken zijn uitgewerkt, vindt u op de elektronische leeromgeving Studienet. Om het werken op Studienet te ordenen en ook te verlevendigen hebben we de site de vorm gegeven van een congres over Denken over cultuur.

Voorkennis Om de cursus te kunnen bestuderen, is bekendheid met filosofie niet per se nodig. Basiskennis, bijvoorbeeld opgedaan in de cursussen Inleiding in de filosofie en Wetenschapsleer, zal een effectieve bestudering van de cursus ten goede komen.

Begeleidingsvorm Standaard en landelijke groepsbijeenkomst. De begeleiding van Denken over cultuur start op specifieke data in het eerste en tweede semester. Alleen dan zijn de opdrachten beschikbaar op de cursuswebsite op Studienet.

De schriftelijke opdracht kent drie onderdelen: een essaygedeelte, een logboek-gedeelte en een referaat. Data: De opdrachten worden tweemaal per jaar aangeboden. Kijk op de cursuswebsite op Studienet voor de juiste data.

Docenten Examinator en begeleider: drs. Tom van Dorp.

F I LO S O F I E

Tentamen

www.ou.nl/studieaabod/C01321.htm 53


Het cultuurwetenschappelijk debat

Cursuscode: C53211 Cursusniveau: 2 Studielast: 1 module

C U LT U U R W E T E N S C H A P P E N

Cultuurwetenschappelijk debat is een zogenaamde ‘lintmodule’. U verzamelt de 120 studie-uren van de module door het bijwonen van activiteiten die in het kader van de cursus worden georganiseerd. Elke keer dat u aanwezig bent geweest, ontvangt u (op vertoon van een geldig persoonsbewijs of u OU-studentkaart) een deelnamebewijs dat staat voor een aantal studie-uren. Als u 96 studie-uren bijeen hebt, kunt u beginnen aan de eindopdracht (24 studie-uren). Als u die met een voldoende hebt afgerond, verkrijgt u op basis van de overlegde deelnamebewijzen en de goedgekeurde opdracht het cursuscertificaat. U hoeft niet voor CW-debat ingeschreven te staan om deel te nemen aan een activiteit. U kunt voor de cursus inschrijven op het moment dat u dat het beste uitkomt. De enige voorwaarde is dat u ingeschreven bent wanneer u aan de eindopdracht begint. Dit wordt gecontroleerd. Deelnamebewijzen van activiteiten in het kader van de module Cultuurwetenschappelijk debat blijven vijf jaar geldig. Hebt u ingeschreven en overschrijdt u de reguliere cursusinschrijftermijn van 14 maanden en zijn uw inschrijfrechten niet door het kopen van andere cursussen hernieuwd, dan ontvangt u uw cursuscertificaat door middel van een gratis tentamenkans. Houd bij de cursus Cultuurwetenschappelijk debat rekening met reiskosten om de activiteiten en lezingen te bezoeken.

54

In het kader van de cursus Cultuurwetenschappelijk debat neemt u deel aan activiteiten die de faculteit organiseert over actuele thema’s of kwesties op het terrein van de cultuurwetenschappen. Als u aan voldoende activiteiten hebt deelgenomen, wordt u geacht een essay te schrijven waarin u een eigen visie geeft op het door u gevolgde traject. De volgende activiteiten maken deel uit van de cursus (tussen haakjes het aantal studie-uren dat u ervoor krijgt): 1. De landelijke CW-dag bij de opening van academisch jaar (8 studie-uren); 2. De CW-regiodagen (regio’s: Zuid-Nederland en Vlaanderen, Noordoost-Nederland, West-Nederland (Randstad) in het voorjaar (8 studie-uren); 3. Studium-generalelezingen in uw eigen of een ander studiecentrum (4 studie-uren), in het geval van een dagprogramma: 8 studie-uren; 4. Activiteiten en dagexcursies onder leiding van een staflid van de faculteit (8 studie-uren);

5. Het bijwonen van een studiedag van op de cursuswebsite op Studienet met name genoemde cursussen (8 studie-uren). Om deze studiedagen te kunnen bijwonen dient u ingeschreven te zijn voor de desbetreffende cursus, of deze al hebben afgerond. 6. Eindopdracht (verplicht): het schrijven van een essay van circa tweeduizend woorden waarin u een eigen visie geeft op het door uw gevolgde traject. Dit essay wordt beoordeeld en moet voldoende zijn (24 studie-uren). Het aanbod van activiteiten wordt voortdurend vernieuwd. Kijk voor het meest actuele aanbod op de cursuswebsite op Studienet.

Voorkennis Schrijfpracticum 1 dringend aanbevolen.

Begeleidingsvorm Contactonderwijs.

Tentamen Het schrijven van een essay en deelname aan activiteiten. Data: volgens afspraak.

Docenten Examinator: drs. Lieke van den Bulck-Van der Linden. Begeleiders: verschillen per activiteit. www.ou.nl/studieaabod/C53211.htm


Cultuurwetenschappelijke seminars Cultuurwetenschappelijke seminars 2

Cursuscode: C54211 Cursusniveau: 2 Studielast: 1 module

Cursuscode: C55211 Cursusniveau: 2 Studielast: 1 module

Cultuurwetenschappelijke seminars is georganiseerd als ‘lintmodule’. Studenten kiezen uit het aanbod een aantal seminars totdat zij 120 studie-uren hebben gevuld. Elk seminar wordt afgesloten met een beoordeelde opdracht. Wanneer deze is goedgekeurd ontvangt u een deelcertificaat. Deel-certificaten van de module Cultuurwetenschappelijke seminars blijven vijf jaar geldig. Overschrijdt u de reguliere cursusinschrijftermijn van 14 maanden en zijn uw inschrijfrechten niet door het kopen van andere cursussen hernieuwd, dan ontvangt u uw cursuscertificaat door middel van een gratis tentamenkans. Aan de meeste seminars zijn extra kosten verbonden in verband met de inhuur van sprekers, de extra begeleidingstijd, huur van locaties en reizen.Tijdens een seminar wordt een bepaald cultuurwetenschappelijk onderwerp onder leiding van een docent diepgaand bestudeerd. De vorm waarin dat gebeurt, loopt per seminar sterk uiteen. U kunt denken aan leesgroepen, excursies, lezingencycli, bezoek aan congressen, ‘hei-weekenden’, enzovoort. Na in-schrijving voor de cursus schrijft u apart in voor de aangeboden seminars. Het actuele aanbod staat vermeld op de cursuswebsite op Studienet. Er bestaan seminars van 30 en 60 studie-uren. Voor elk seminar geldt dat er een minimum en een maximum aan het aantal deelnemers is. Wanneer u 120 studie-uren hebt verzameld, ontvangt u bij overlegging van de deelcertificaten uw cursuscertificaat.

Tentamen De tentamenvorm verschilt per seminar. U kunt denken aan het houden van een referaat, het schrijven van een werkstuk, een mondeling tentamen, enzovoort. Data: volgens afspraak.

Docenten Elk seminar heeft zijn eigen docent(en). Eindverantwoordelijk examinator voor de cursus: drs. Dick Disselkoen. www.ou.nl/studieaanbod/C54211.htm www.ou.nl/studieaanbod/C55211.htm

Studenten dienen de propedeuse te hebben afgerond. Overige ingangseisen worden per seminar bepaald. Om in te mogen schrijven voor Cultuurwetenschappelijke seminars 2 (C55211) moet u Cultuurwetenschappelijke seminars (C54211) hebben afgerond. Overige ingangseisen worden per seminar bepaald.

Begeleidingsvorm Contactonderwijs.

C U LT U U R W E T E N S C H A P P E N

Ingangseisen

55


C U LT U U R W E T E N S C H A P P E N 56

Stage cultuurwetenschappen

Zomerschool Roma Caput Mundi

Cursuscode: C80212 Cursusniveau: 2 Studielast: 2 modulen

Cursuscode: C56311 Cursusniveau: 3 Studielast: 1 module

Studenten kunnen een stage voor de omvang van twee modulen onderbrengen in de gebonden keuze of vrije ruimte van de postpropedeuse van de bacheloropleiding Algemene cultuurwetenschappen. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: - Student dient zelf de stage te regelen. Een staflid van de faculteit Cultuurwetenschappen dient bereid te zijn de stage inhoudelijk te begeleiden. De faculteit heeft geen enkele inspanningsverplichting wat betreft het aanbieden van stageplaatsen. - Een stage dient academisch niveau te hebben. De stagebegeleider op het stageadres dient een afgestudeerd academicus te zijn met een voor de cultuurwetenschappen relevante opleiding. - De student moet voordat hij de stage gaat volgen schriftelijk toestemming vragen voor de inbreng van de stage in de opleiding. Een verzoek om toestemming wordt door de student gericht aan de Facultaire toetsingscommissie (FTC) van de faculteit Cultuurwetenschappen. - Het verzoek om toestemming gaat vergezeld van een stageplan dat opgesteld is volgens het daartoe door de faculteit aangereikte format. - De FTC zorgt voor een schriftelijke reactie aan de student. Indien de toestemming wordt verleend, doet de FTC daarvan ook mededeling aan de Commissie voor de examens. De eindopdracht bestaat uit een door de begeleider op het stageadres en de inhoudelijk begeleider vanuit de faculteit goedgekeurd stageverslag.

U kunt inschrijven voor de zomerschool na een oproep daartoe in Modulair en op de website van de faculteit Cultuurwetenschappen in het najaar van 2012. Aan de zomerschool zijn extra kosten verbonden.

Ingangseisen

Begeleidingsvorm

Propedeuse afgerond.

Contactonderwijs. Naast de zomerschool in Rome zijn er twee verplichte bijeenkomsten in Nederland.

‘Rome, hoofdstad en sieraad van de wereld’ (Roma, caput mundi, mundi decus) dichtte Alcuinus van York na de kroning in Rome van Karel de Grote tot keizer (Kerstmis 800). Zelfs al was de stad tot ruïnes vervallen, Rome sprak nog altijd tot de verbeelding. Meer dan twintig eeuwen daarvoor waren kleine hutdorpen ontstaan op heuveltoppen bij een doorwaadbare plaats in de Tiber. Samen zouden zij uitgroeien tot Rome, hoofdstad van een wereldrijk. Ook na de val van het West-Romeinse Rijk en het vertrek van de keizers bleef Rome een belangrijke rol spelen, omdat de stad inmiddels het centrum van de christenheid was geworden. Caput Mundi, ‘hoofdstad van de wereld’, kreeg zodoende een gelaagde betekenis: centrum van geestelijke én van wereldlijke heerschappij. De gelaagdheid van Rome staat centraal in deze zomerschool. Continuïteit en transformatie zijn daarbij de sleutelwoorden. Het verleden was en is in Rome tastbaar, zelfs onontkoombaar, meer dan in welke andere stad ter wereld ook. Weinig steden zijn immers gedurende zo’n lange tijd van hun bestaan als universele hoofdstad beschouwd. Het verleden is in Rome steeds weer ingezet en hergebruikt, waarbij oude vormen een nieuwe betekenis kregen.

Ingangseisen De propedeuse dient te zijn afgerond.

Begeleidingsvorm Individueel

Tentamen Opdracht waarvan in elk geval een stageverslag deel uitmaakt.

Tentamen Mondelinge presentatie in Rome die uitgewerkt wordt in een werkstuk na afloop van de zomerschool. Data: inlevering eerste versie: 1 maand na terugkeer uit Rome; inlevering definitieve versie: 3 maanden na terugkeer.

Docenten De student dient zelf een staflid van de faculteit te benaderen om zijn stage te begeleiden. www.ou.nl/studieaanbod/C80212.htm

Docenten Begeleiding en examinator: dr. Nathalie de Haan (Radboud Universiteit Nijmegen). Coördinatie: drs. Paul van den Boorn. www.ou.nl/studieaanbod/C56311.htm


Onderzoekspracticum: bachelorscriptie

Cursuscode: C42333 Cursusniveau: 3 Studielast: 3 modulen

Met het Onderzoekspracticum bachelorscriptie sluit u uw bacheloropleiding af. In het kader van dit practicum doet u een wetenschappelijk (literatuur)onderzoek naar een bepaald onderwerp, dat in sommige gevallen aangevuld wordt met een leeronderzoek op basis van een set voorgeselecteerde data. In de loop van het practicum rapporteert u over de opzet van uw onderzoek en aan het eind presenteert u mondeling en schriftelijk de resultaten. Deze presentaties dienen te voldoen aan de criteria en normen die in de Practicumwijzer Onderzoekspracticum bachelorscriptie zijn vastgelegd. U bent niet vrij in het kiezen van een scriptieonderwerp. De onderwerpen die u onderzoekt, sluiten inhoudelijk aan bij cursussen uit het programma van de bacheloropleiding. Elke van de vier constituerende disciplines van cultuurwetenschappen (cultuurgeschiedenis, kunstgeschiedenis, letterkunde en filosofie) heeft daartoe een cursus aangewezen. In het academisch jaar 2012-2013 zijn de onderwerpen: - Tot lering en vermaak. De opkomst van de genootschappen en verenigingen in de civil society (17501900) (cultuurgeschiedenis). - De verbeelding van nationale identiteiten in de Nederlandse literatuur (letterkunde). - Recente perspectieven op de 17e-eeuwse schilderkunst (kunstgeschiedenis). - Denken over Europa (filosofie). Uitgebreide informatie over de onderwerpen kunt u vinden op de cursuswebsite op Studienet.

Op vooraf vastgestelde data moet u stukken leveren en toelichten aan de begeleider en uw medestudenten. Vrijwel niemand zal tijd overhouden om naast het Onderzoekspracticum nog andere cursussen te bestuderen. Het onderzoekspracticum bachelorscriptie start tweemaal per jaar, op 1 september en 1 februari. Er zijn gedurende de practicumperiode minimaal vier verplichte bijeenkomsten. Tussendoor is er geregeld contact met de inhoudelijke begeleiders per telefoon en per mail.

Tentamen Scriptie en mondelinge presentatie. De inhoud van de scriptie, de schrijfstijl en de mondelinge presentatie worden alle drie apart beoordeeld. De inhoud bepaalt het cijfer, de andere twee prestaties moeten voldoende zijn.

Docenten Inhoudelijke begeleiders: dr. Ronald Rommes (cultuurgeschiedenis), dr. Frauke Laarmann (kunstgeschiedenis), dr. Jan Oosterholt (letterkunde), dr. Jeroen Vanheste (filosofie). Presentatie- en taalbegeleiders: drs. Lieke van den Bulckvan der Linden, drs. Wouter Steffelaar. Examinators: prof. dr. Leo Wessels (cultuurgeschiedenis), dr. Jos Pouls (kunstgeschiedenis), dr. Lizet Duyvendak (letterkunde) en drs. Herman Simissen (filosofie). Coรถrdinatie: dr. Toon Bosch en drs. Paul van den Boorn. www.ou.nl/studieaanbod/C42333.htm

Studenten die willen inschrijven voor het Onderzoekspracticum bachelorscriptie mogen nog twee cursussen van de bacheloropleiding hebben openstaan. Voor deze twee cursussen dienen zij wel te staan ingeschreven. De openstaande cursussen mogen geen cursussen zijn, die inhoudelijk tot dezelfde discipline behoren als het gekozen onderwerp van de bachelorscriptie, en ook niet de cursussen Schrijfpracticum 2 en CW-Vaardigheden 2. Van deze regel zijn uitgezonderd de cursussen van de vrije ruimte.

Begeleidingsvorm Het tijdschema van het Onderzoekspracticum bachelorscriptie is strak, de begeleiding intensief. U wordt geacht gelijk op te werken met de andere studenten die voor een bachelorscriptie in dezelfde discipline hebben gekozen.

C U LT U U R W E T E N S C H A P P E N

Ingangseisen

57


E D U C AT I E V E M I N O R

Cursusbeschrijvingen educatieve minor

58

Onderwijswetenschap voor de educatieve minor CW

Kennis van leren en onderwijzen

Cursuscode: O01311 Cursusniveau: 3 Studielast: 1 module Iedereen is ervaringsdeskundige als het gaat om het onderwijs. Ook na de school blijven we geïnformeerd over wat zich in het onderwijs afspeelt. Bijna iedere dag vernemen we via kinderen, de krant en de televisie wel iets dat betrekking heeft op het onderwijs: klassenverkleining, mogen hoofddoekjes nu wel of niet, hartenkreten van schoolbesturen over de Haagse bemoeizucht. Het onderwijs is een veelzijdig thema dat uit veel verschillende invalshoeken bestudeerd kan worden, zoals bijvoorbeeld de organisatie van het onderwijs, de structurering van de leerstof, de rol van de docent. Daarnaast wordt de kennisontwikkeling over het onderwijs gevoed vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines, zoals de psychologie, de sociologie, de pedagogiek, de organisatie- en bestuurskunde. Al met al een caleidoscopisch geheel van invalshoeken en disciplines. In deze cursus maakt u kennis met de kernthema’s van de onderwijskunde. Aandacht wordt besteed aan de context van het onderwijs (maatschappij en overheidsbeleid), schoolorganisatie, kenmerken van leerlingen en docenten, het beïnvloeden van leerprocessen, het ontwerpen van leeromgevingen, ICT in het onderwijs en evaluatie en assessment. Na deze cursus heeft u een breed inzicht in de actuele stand van zaken in de onderwijskundige praktijk en de achterliggende wetenschappelijke inzichten. De cursus bestaat uit een studieboek en een elektronisch werkboek voorzien van opdrachten die u helpen bij het bestuderen van de stof. Tevens bestaat de mogelijkheid dat studenten onderling en met de docent communiceren over de gemaakte opdrachten of elkaar vragen voorleggen.

Begeleidingsvorm

Tentamen

Standaard.

Opdracht. Data: volgens afspraak.

Cursuscode: C46311 Cursusniveau: 3 Studielast: 1 module

Deze cursus biedt u een breed theoretisch overzicht van de onderwijskunde en brengt u op de hoogte van actuele ontwikkelingen in het onderwijs. De cursus bevat tevens goede toepassingsmogelijkheden. U maakt kennis met opvattingen over wat leren is en hoe leerprocessen verlopen. De cursus introduceert en verdiept diverse onderwijsvisies op leren en instructie. Ook leert u gericht zelf onderwijs te ontwerpen. Belangrijke aspecten zijn curriculumtheorie en het omgaan met individuele verschillen tussen leerlingen. De hoofdlijnen van het Nederlands onderwijsstelsel worden beknopt geschetst. Daarnaast wordt u vertrouwd gemaakt met de theoretische basis van didactiek door een gedegen inleiding in leren en onderwijzen. Leidend principe daarbij zijn de essentiële vaardigheden die een leraar nodig heeft in de dagelijkse educatieve praktijk. Door het zelfstandig uitwerken van opdrachten bij digitale casussen met bijbehorende studietaken leert u algemeen didactische principes toe te passen en af te stemmen op de betreffende leersituaties.

Voorkennis Propedeuse afgerond; van de postpropedeuse moeten alle modulen horend bij het schoolvak waarvoor de lesbevoegdheid wordt beoogd succesvol zijn afgesloten, behalve de bachelorscriptie.

Begeleidingsvorm Standaard en elektronisch via de cursuswebsite in Studienet.

Tentamen Open vragen; open boek. Het studieboek mag worden meegenomen. Openboektentamen: www.ou.nl/web/studeren/hulpmiddelen

Docenten Dr. Maurice De Volder www.ou.nl/studieaanbod/O01311

Docenten Drs. Marion de Bie en drs. Henk Münstermann www.ou.nl/studieaanbod/C46311.htm


Kennis van de leerling

Vakdidactiek Geschiedenis

Cursuscode: C47211 Cursusniveau: 2 Studielast: 1 module

In deze cursus maakt u uitgebreid kennis met alle aspecten van de leeftijdsgroep 12-16 die van belang zijn voor het werken met pubers en adolescenten. De invalshoeken zijn vooral ontwikkelingspsychologisch en sociologisch van aard. Er wordt u een helder en actueel beeld geboden van hetgeen de meeste jongeren met elkaar gemeen hebben, namelijk de driedeling in hun leven die wordt gevormd door de elementen ‘thuis’, ‘op school’ en ‘de media in de wired world’. Een belangrijke invalshoek is de school als leefwereld van jongeren. In de cursus staat verder de vraag centraal of het bij puberteit en adolescentie daadwerkelijk om een ‘moeilijke’ leeftijd gaat in een belangrijke transitiefase. Dit is een terrein waarmee u als leraar in de onderbouw bij uitstek te maken krijgt. In de reader staan ook teksten over denken, geweten en relaties die goed bruikbaar zijn om de beweegredenen van leerlingen te analyseren en te interpreteren. Tot slot wordt in deze cursus uitvoerig aandacht besteed aan de pedagogische taak van de leraar. Het uitwerken van de bijbehorende studieopdrachten biedt aangrijpingspunten bij het ontwerpen en inrichten van onderwijs aan deze leeftijdsgroep. Met name als voorbereiding op en tijdens de stage vormt dit een onmisbare component.

Cursuscode: C30211 Cursusniveau: 2 Studielast: 1 module

Studenten die willen inschrijven voor deze cursus dienen het verplicht inhoudelijk pakket geschiedenis te hebben afgerond, alsmede de eerste drie modulen van de educatieve minor: Onderwijswetenschap XXX (O17311), Kennis van leren en onderwijzen (C46311) en Kennis van de leerling (C47211) Iedereen houdt zich bezig met geschiedenis. Geschiedenisonderwijs is daarom slechts nodig om iets bij te scholen dat mensen vanzelf al doen. Maar wat is nu precies die geschoolde manier van omgaan met het verleden? Waarom moeten leerlingen zich met geschiedenis bezighouden? Wat kan een docent doen om historisch denken bij leerlingen te stimuleren? Hoe kunnen verhalen, ICT of bewegend beeld op een zinvolle manier worden ingezet in de geschiedenisles? Dit soort abstracte én concrete vragen komen aan bod in deze cursus, waarin u wordt voorbereid op de praktijk van het geschiedenisonderwijs. Na afloop van deze cursus heeft u inzicht in de specifieke aard en het doel van het geschiedenisonderwijs en beschikt u over een repertoire aan didactische hulpmiddelen om betekenisvol geschiedenisonderwijs te kunnen geven.

Begeleidingsvorm Standaard en via de cursuswebsite in Studienet.

Voorkennis Propedeuse afgerond; van de postpropedeuse moeten alle modulen horend bij het schoolvak waarvoor de lesbevoegdheid wordt beoogd, succesvol zijn afgesloten, behalve de bachelorscriptie.

Tentamen Opdrachten. Data: volgens afspraak.

Examinator en begeleider: dr. Susan Hogervorst

Standaard en elektronisch via de cursuswebsite in Studienet.

www.ou.nl/studieaanbod/C30211.htm

Tentamen Opdracht. Data: volgens afspraak.

Docenten Drs. Marion de Bie en drs. Henk Münstermann. www.ou.nl/studieaanbod/C47211.htm

E D U C AT I E V E M I N O R

Docent Begeleidingsvorm

59


Vakdidactiek Nederlands

Cursuscode: C31211 Cursusniveau: 2 Studielast: 1 module

Vakdidactische stage Geschiedenis

Cursuscode: C62313 Cursusniveau: 3 Studielast: 3 modulen

Vakdidactische stage Nederlands

E D U C AT I E V E M I N O R

60

Cursuscode: C63313 Cursusniveau: 3 Studielast: 3 modulen

Voor bovenstaande cursussen kan in het jaar 2012-2013 nog niet worden ingeschreven. U kunt deze cursussen wel meenemen in uw langetermijnplanning. Neem voor nadere informatie contact op met paul.vandenboorn@ou.nl


Cursusbeschrijvingen vrije ruimte Bewegend beeld

Opera: twaalf opera’s als spiegels van hun tijd

Cursuscode: C27231 Cursusniveau: 2 Studielast: 1 module

De alomtegenwoordigheid en invloed van de audiovisuele media, in het bijzonder die waarbij bewegend beeld is betrokken, kan niemand ontgaan. De aandacht voor die media is navenant. In de media zelf, maar ook de wetenschap blijft niet achter. De vakgebieden film, televisie en/of nieuwe media zijn op veel plaatsen een belangrijk onderdeel van het hoger onderwijs geworden. De cursus Bewegend Beeld wil u leren bewegende beelden te analyseren, door u een algemene kennis van het fenomeen bewegend beeld en zijn geschiedenis te verschaffen, en inzicht in het bewegend beeld als product van een historische context, en als historische bron. Dit klinkt erg abstract, maar de module wil u bovenal laten kijken naar beelden, en zeker niet alleen over beelden laten lezen. Het hart van de module wordt gevormd door vier taken waarin u concrete beelden analyseert beelden die u zelf uitkiest! U zet in hoge mate uw eigen traject uit, in aansluiting op uw belangstelling, beroep, actualiteit, en studieomgeving. Na afloop zult u met andere ogen kijken naar de vele bewegende beelden waarmee u overal geconfronteerd wordt.

Voorkennis Bij voorkeur Schrijfpracticum 1 en 2 (of de cursussen Tekst en effect en Schrijven in studie en beroep) afgerond.

Begeleidingsvorm

Cursuscode: C14311 Cursusniveau: 3 Studielast: 1 module

‘Opera barst van de onwaarschijnlijkheden. Van alle muzikale vormen is opera de meest prestigieuze, de meest absurde, de meest irrationele. Opera is een mysterie.’ Er zijn steeds meer mensen die belangstelling hebben voor opera, al lopen hun meningen over dit genre vaak sterk uiteen. Opmerkelijk is dat het wetenschappelijk onderzoek in Nederland nogal achterloopt bij de groeiende publieke belangstelling. De cursus Opera maakt op dit punt veel goed. Opera als nieuwe theatervorm in de eerste decennia van de zeventiende eeuw was voorbehouden aan vorsten en rijke families. Zij lieten opera’s opvoeren tijdens groots opgezette feesten. Langzamerhand kwam er een verschuiving van opera als hofvermaak naar opera voor het volk, waardoor het karakter van opera ingrijpend veranderde. Een opera is een totaalkunstwerk, dat het resultaat is van het bijeenbrengen van muziek, literatuur, toneel, beeldende decoratie en dans. Per periode, per taalgebied en per stad is dit kunstwerk op de meest uiteenlopende wijze vormgegeven. Die levendige geschiedenis wordt in de cursus toegankelijk gemaakt via een caleidoscopische aanpak, waarbij twaalf opera’s in hun verschillende aspecten ‘als spiegels van hun tijd’ worden geanalyseerd: de opdracht, het publiek, de herkomst van het libretto, de theaterpraktijk, het muzikale idioom enzovoorts. Tevens wordt apart aandacht besteed aan operaregie en verschillende vormen van operabeleving.

Standaard.

Voorkennis Examinator en begeleider: drs. Wouter Steffelaar.

Aanbevolen wordt deze cursus pas te bestuderen na de propedeuse.

Tentamen

Begeleidingsvorm

Opdracht. Er zijn 4 studietaken. Bij 3 ervan dient u een werkstuk in te leveren. Het werkstuk behorende bij taak 4 bepaalt het eindcijfer.

Standaard.

www.ou.nl/studieaanbod/C27231.htm

Tentamen 45 meerkeuzevragen met 3 mogelijke antwoorden + open vragen. Data: 12-11, 28-1 en 8-4.

Docenten Examinator en begeleider: drs. Wouter Steffelaar. www.ou.nl/studieaanbod/C14311.htm

VRIJE RUIMTE

Docenten

61


Thema’s en genres in de muziekgeschiedenis

Van Babylon tot Brugge

Cursuscode: C17122 Cursusniveau: 1 Studielast: 2 modulen

Muziek is niet weg te denken uit de moderne cultuur. Soms is het geluidsbehang, maar meestal weet muziek ons te raken of in ieder geval onze aandacht te trekken. De cursus is geen droge opsomming van de klassieke muziekgeschiedenis en de muziektheorie, maar speelt juist in op het wezen van muziek. De cursus beschrijft diverse thema’s en genres en laat ze ook horen om zo de muziek te kunnen doorgronden en te begrijpen. Het object staat daarbij centraal en tevens de context waarin het figureert. Niet alleen de klassieke muziek komt aan bod, maar ook genres die in onze cultuur alom vertegenwoordigd zijn, zoals popmuziek, jazz en etnische muziek. Integraal onderdeel van de cursus is een set van vijf cd’s met muziekfragmenten. Deze zijn zo gekozen dat essentiële elementen van de ontwikkeling van thema’s en genres erin kunnen worden aangetoond. Want alleen de wisselwerking tussen luistervaardigheid en kennis van de muziekgeschiedenis maakt een goed begrip van muziek mogelijk. Thema’s die in deel 1 van de cursus aan de orde komen, zijn onder andere de ontwikkeling van de meerstemmigheid, de wording en evolutie van de muzieknotatie, nationale stijlen, het klassieke strijkkwartet, Beethoven als innovator van de symfonie en muziek en de andere kunsten in de 19e eeuw. De grote 20ste-eeuwse muziekstromen ‘kunstmuziek’, jazz en pop worden in deel 2 elk volgens het vaste stramien van een drieluik behandeld. De panelen van de drieluiken bevatten achtereenvolgens: wortels en grondleggers van het genre; Short history van het genre; recente ontwikkelingen in het genre. Deel 3 van de cursus stelt vijf cross-overs aan de orde: de relatie tussen klassieke muziek en Nederlandse volksmuziek, klassieke muziek en ‘wereldmuziek’, jazz-klassiek, jazz-pop en pop-klassiek. De cursus is allereerst een vaardigheidscursus gericht op het luisteren.

Steden hebben een cruciale rol gespeeld in het civilisatieproces. Via de cursus Van Babylon tot Brugge krijgt u een uitstekend overzicht van de sociale, politieke, economische en cultureel-ideologische aspecten van de stedelijke samenleving vanaf het oude Mesopotamië tot de late middeleeuwen. Bovendien leert u de continuïteit en de discontinuïteit in de ontwikkeling van de stedelijke samenleving aan te geven. U leert in de cursus de stedelijke samenleving te relateren aan ruimere samenlevingsverbanden. Vanuit de opgedane kennis over de ontwikkeling van de stedelijke samenleving bent u ook in staat meer algemene historische en historiografische problemen te analyseren, bijvoorbeeld het vraagstuk van de periodisering. De leerstof is verdeeld over vier cursusdelen: Algemene inleiding en Mesopotamië; Athene en Sparta; Rome, Efeze en Trier; Florence en Brugge. Bij de behandeling van de verschillende steden keren telkens dezelfde thema’s terug: naast ontstaan en groei, met in het bijzonder aandacht voor de relatie tussen stad en achterland, worden de sociale en de politieke structuur, het economisch leven en bepaalde aspecten van de stedelijke cultuur behandeld. Deze aanpak maakt het mogelijk de verschillende thema’s van stad tot stad en van cursusdeel tot cursusdeel te volgen, en op deze wijze de steden, op vruchtbare wijze met elkaar te vergelijken.

Voorkennis

Docenten

Kennis van muziektheorie en notenschrift is wenselijk.

Examinator en begeleider: drs. Tom van Dorp.

Begeleidingsvorm

www.ou.nl/studieaanbod/C14222.htm

VRIJE RUIMTE

Standaard.

Tentamen 60 meerkeuzevragen met 3 mogelijkheden. Data: 14-11, 25-6 en 27-8.

Docenten Examinator en begeleider: drs. Wouter Steffelaar. www.ou.nl/studieaanbod/C17122.htm

62

Cursuscode: C14222 Cursusniveau: 2 Studielast: 2 modulen

Begeleidingsvorm Standaard.

Tentamen 60 meerkeuzevragen met 3 mogelijke antwoorden. Data: volgens afspraak (CBI-tentamen).


Masteropleiding Kunst- en cultuurwetenschappen De master Kunst- en cultuurwetenschappen is een aparte academische opleiding die wordt afgesloten met een getuigschrift. De masteropleiding heeft een omvang van veertien modulen en sluit direct aan op de bacheloropleiding. Het bachelordiploma Algemene cultuurwetenschappen van de Open Universiteit biedt onvoorwaardelijk toelating tot de master Kunst- en cultuurwetenschappen. De variant van de bachelor die u gevolgd hebt, doet niet ter zake. In de master wordt u opgeleid tot zelfstandig wetenschappelijk onderzoeker. Bij de mastercursussen moet u ervan uit gaan dat een flink deel van het studiemateriaal in het Engels is. Na de brede benadering in de bachelor, kenmerkt de masteropleiding zich door specialisatie. Masterstudenten specialiseren zich in één of twee van de vier constituerende cultuurwetenschappelijke disciplines door te kiezen voor bepaalde cursussen. Specialisatie en verdieping komen uiteindelijk samen in de masterscriptie, een verslag van een zelfstandig uitgevoerd wetenschappelijk onderzoek, waarin de opgedane kennis, inzichten en vaardigheden worden geïntegreerd. Een plan voor de opzet en uitvoering van uw onderzoek en scriptie maakt u in de module Scriptieplan. De masterscriptie zelf heeft een omvang van vijf modulen. Voor u aan de masterscriptie kunt beginnen, dient u eerst drie van de vier inhoudelijke cursussen af te ronden.

Eerstegraads bevoegdheid Het is mogelijk op basis van een master Kunst- en cultuurwetenschappen een eerstegraads bevoegdheid voor de schoolvakken Geschiedenis, Nederlands of Kunstgeschiedenis/Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV) te verwerven. Voorwaarde is wel dat u zowel de bachelor als de master inhoudelijk op het schoolvak van uw keuze hebt afgestemd. Alle inhoudelijke cursussen betreffende het door u gekozen schoolvak dienen te zijn opgenomen in uw studieprogramma. Bovendien dienen de bachelor- en de masterscriptie in de betreffende discipline te zijn geschreven. Als u aan deze voorwaarden voldoet, zult u onder voorwaarden kunnen instromen in een postmaster pedagogisch-didactische opleiding tot eerstegraads docent Geschiedenis, respectievelijk Nederlands of Kunstgeschiedenis/CKV. Deze post-master eerstegraadsopleidingen worden echter niet door de Open Universiteit aangeboden. Er gelden allerlei inhoudelijke ingangscriteria. Neem contact op met de lerarenopleiding van de universiteit in uw regio. Nadere informatie: paul.vandenboorn@ou.nl

Opleidingsschema masteropleiding Kunst- en cultuurwetenschappen code titel modulen begeleidingsvorm tentamenvorm tentamendata sept ‘12 – aug ‘13

blz.

gebonden keuze (eis: 6 van de 8 modulen) Cultuurgeschiedenis C47312 Techniek en de cultuur van tijd en ruimte 2 standaard (1880-1940)

mondeling + opdracht

volgens afspraak1 (okt, jan en april)

66

C50312 Volop vertier! Vrije tijd en stedelijke cultuur 2 1870-2010 Letterkunde

2/3 groepsbijeenkomsten (v) opdracht volgens afspraak 67 1e semester

C37312 De negentiende-eeuwse roman 2

1 groepsbijeenkomst (v) 2e semester

opdracht

volgens afspraak

68

2 C44312 De eeuw van de lezers2

2/3 groepsbijeenkomsten (v) 2e semester

opdracht

volgens afspraak

69

C38312 De canon in de kunst: theorie en geschiedenis 2 van de westerse beeldende kunst

1 groepsbijeenkomst (v) 1e semester

opdracht

volgens afspraak

70

C95312 Onderzoekspracticum CW – Sensus catholicus

2

individueel

opdracht

volgens afspraak

70

Filosofie C39312 In het licht der rede

2

standaard

opdracht

volgens afspraak

71

Kunstgeschiedenis

63


code titel modulen begeleidingsvorm tentamenvorm tentamendata sept ‘12 – aug ‘13 C11312 Hedendaagse cultuuranalyses en 2 2/3 groepsbijeenkomsten opdracht volgens afspraak 2e semester cultuurkritieken2 Algemeen C43312 De koloniale ervaring vanuit letterkundig en cultuur-historisch perspectief

blz.

71

2

2/3 groepsbijeenkomsten

opdracht

volgens afspraak

72

C55311 Scriptieplan

1

individueel

scriptieplan

volgens afspraak

72

C98319 Masterscriptie

5

individueel

scriptie

volgens afspraak

73

Verplicht

1 Bij grote belangstelling worden meer tentamendagen georganiseerd. Zie voor actuele informatie de cursuswebsite. 2 Cursus beschikbaar vanaf 1 februari 2013. (v) Verplicht

Toelating tot de masteropleiding Rechtstreekse toelating Om te worden toegelaten tot de masteropleiding Kunst- en cultuurwetenschappen dient een student – volgens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek – te beschikken over het bachelorgetuigschrift van een eraan voorafgaande wo-bacheloropleiding van de Open Universiteit. Als een student niet beschikt over dat diploma, kan tot toelating worden besloten, mits men kennis en vaardigheden heeft die vergelijkbaar zijn met die van iemand die wel dat bachelorgetuigschrift heeft verworven. Ook studenten die een wo-bachelorgetuigschrift van een gelijkwaardig geachte opleiding hebben behaald bij een andere Nederlandse of Belgische universiteit, worden toegelaten tot de master Kunst- en cultuurwetenschappen. Gelijkwaardig geachte opleidingen zijn gelijknamige bacheloropleidingen Algemene cultuurwetenschappen behaald aan een andere Nederlandse of Belgische wo-instelling. Studenten die over een dergelijk getuigschrift beschikken, zullen overigens wel formeel toelating tot de masteropleiding moeten aanvragen. Studenten die over een bachelorgetuigschrift van een verwante wo-opleiding beschikken (Geschiedenis, Nederlands of een andere taal, filosofie, kunstgeschiedenis), kunnen onder bepaalde voorwaarden ook rechtstreeks instromen in de master. Neem van tevoren contact op met de onderwijsadviseur Cultuurwetenschappen (T +31 (0)45 - 576 2888).

Toelating via een schakelprogramma Behalve de rechtstreekse toelating is het ook mogelijk toegelaten te worden tot de master Kunst- en cultuurwetenschappen onder de voorwaarden van een zogeheten schakelprogramma. Daarmee worden studenten die bij een andere Nederlandse of Belgische universiteit of hogeschool een verwante doctoraal-, kandidaats, mo-A/B of bacheloropleiding van ten minste 180 studiepunten hebben voltooid, in de gelegenheid gesteld hun kennis en vaardigheden op het peil te brengen van de eindtermen die behoren bij de bacheloropleiding Algemene cultuurwetenschappen van de Open Universiteit. Voor deze studenten stelt de faculteit Cultuurwetenschappen op individuele basis een schakelprogramma samen, waarmee zij kunnen instromen in de masteropleiding Kunst- en cultuurwetenschappen. De maximale omvang van een schakelprogramma is 14 modulen. De precieze omvang en samenstelling wordt vastgesteld aan de hand van het vakkenpakket van de vooropleiding. Bij het voltooien van een schakelprogramma wordt geen bachelorgetuigschrift afgegeven. Wanneer geen toelating tot de masteropleiding kan worden verleend, staat voor de aanvrager de vrijstellingsprocedure voor de bacheloropleiding Algemene cultuurwetenschappen open. Als u zich zonder een toelatingsbewijs inschrijft voor cursussen die deel uitmaken van een schakelprogramma, dan betekent dat niet dat u na afronding van die cursussen automatisch toegelaten bent tot de masteropleiding. Het is daarom van belang dat u vooraf een aanvraag tot toelating tot de masteropleiding indient. Inschrijven voor een van de onderdelen van het schakelprogramma is voor eigen risico.

64


Vrijstellingen masteropleiding Voor een cursus uit de masteropleiding Kunst- en cultuurwetenschappen wordt slechts vrijstelling verleend als het overeenkomende vak is afgerond in het kader van een universitaire opleiding ĂŠn aldaar op wetenschappelijk niveau is getentamineerd. Voorwaarde voor vrijstelling is dat u bent toegelaten tot de masteropleiding. Voor het aanvragen van een vrijstelling wordt verwezen naar de procedure zoals omschreven bij de bachelor. Zie pagina 29.

Aanvragen toelating tot de master Bij de Open Universiteit beslist de Commissie voor de examens over verzoeken tot toelating tot de masteropleidingen, ongeacht of het hier gaat om verzoeken tot rechtstreekse toelating of toelating via een schakelprogramma. Elke aanvraag wordt individueel bekeken aan de hand van de bovengenoemde beoordelingscriteria. Daarom is het van belang dat u een verzoek tot toelating ook daadwerkelijk indient en zo volledig mogelijk. Alleen aan een officiĂŤle, persoonlijke beschikking van de Commissie voor de examens kunt u rechten ontlenen. Een verzoek tot toelating moet schriftelijk worden gedaan met een aanvraagformulier Vrijstellings- en/of toelatingsverzoek. Wanneer u rechtstreeks doorstroomt van de bachelor-opleiding naar de masteropleiding moet u ook een verzoek tot toelating indienen, maar dit is gratis. Het formulier kunt u telefonisch aanvragen, T +31 (0)45 - 576 2888 of downloaden www.ou.nl/vrijstelling. Omdat elke aanvraag voor toelating tot de masteropleiding afzonderlijk wordt beoordeeld, moet de tekst in deze studiegids gezien worden als een globale uiteenzetting van het door de Open Universiteit gehanteerde toelatingsbeleid. Bij toelatingsverzoeken hanteert de Commissie voor de examens als maatstaf de overeenkomst tussen de oorspronkelijke voltooide opleiding en de opleiding van de Open Universiteit, waarvoor u opteert. De Commissie baseert haar oordeel op adviezen van de toetsingscommissies van de opleidingen.

65


Cursusbeschrijvingen master De cursusbeschrijvingen zijn gerangschikt volgens het opleidingsschema. De meest actuele en uitgebreide gegevens over een cursus vindt u op de website www.ou.nl/studieaanbod. Bij elke cursusbeschrijving in deze gids staat het webadres vermeld dat direct toegang geeft tot deze informatie. U vindt hier extra informatie over ingangsvoorwaarden, cursusinhoud, tentaminering en begeleiding. Raadpleeg voordat u nieuwe cursussen gaat bestellen uw persoonlijke studiepad, www.ou.nl/studiepad. Let goed op de ingangseisen die bij de mastercursussen gesteld worden.

Techniek en de cultuur van tijd en ruimte (1880-1940)

Cursuscode: C47312 Cursusniveau: 3 Studielast: 2 modulen

In de periode 1880-1940 moderniseerden de westerse samenlevingen ongekend snel. In deze mastercursus bestuderen we in een breed cultuurwetenschappelijk, respectievelijk interdisciplinair perspectief de snelle en veelomvattende modernisering van westerse samenlevingen in de periode 1880-1940. Er is volop aandacht voor de ‘culturele schokken en breuken’ die in wisselwerking met tal van wetenschappelijke en technische en culturele innovaties de materiële en immateriële aspecten van leven en leefstijl letterlijk en figuurlijk veranderden. Denk in dit verband aan de quantum- en relativiteitstheorie, de opkomst van de psychoanalyse, nieuwe literaire technieken zoals de `monologue intérieur’ en `stream of consciousness’ , het kubisme, de zeer snelle doorbraak van de elektrificatie, (auto)mobilisering, urbani-sering, telefonie, cinema, et cetera. We behandelen deze periode met behulp van twee handboeken (P. Burke, What is Cultural History? en Stephen Kern, The Culture of Time and Space 1880-1918), en een reader vanuit respectievelijk een historiografische, een cultuurhistorische en een thematische invalshoek. Daarbij staat de relatie tussen technologie en cultuur centraal. De historiografische component beoogt uw kennis te verdiepen van de theorie en praktijk van cultuurhistorisch onderzoek vanuit een algemeen en een bijzonder perspectief. Na bestudering van de literatuur bereidt u zich voor op het eindgesprek.

Ingangseisen Deze cursus is alleen toegankelijk voor masterstudenten Kunst- en cultuurwetenschappen.

Begeleidingsvorm Standaard.

MASTER

Tentamen

66

U schrijft eerst een kritische beschouwing (een essay) over het boek ‘The Culture of Time and Space’. Vervolgens toont u tijdens een mondeling tentamen aan dat u voldoet aan de doelstellingen van de cursus. U mag pas tentamen doen als het essay is goedgekeurd. Data: oktober, januari en april. Data en locaties in overleg. Aanmelden via een mail (minimaal 3 weken van tevoren) naar dr. Toon Bosch (toon.bosch@ou.nl)

Docenten Examinator: dr. Toon Bosch. Begeleiders: drs. Tom van Dorp en dr. Toon Bosch. www.ou.nl/studieaanbod/C47312.htm


Volop vertier! Vrije tijd en stedelijke cultuur 1870-2010

Start

1 september 2012

Cursuscode: C50312 Cursusniveau: 3 Studielast: 2 modulen

Vrijetijdsbesteding is een belangrijk en karakteristiek onderdeel van de moderne stedelijke massacultuur. Het is een onderwerp dat overal om ons heen zichtbaar is, dat veel mogelijkheden biedt voor (lokaal) onderzoek en dat door zijn inhoud en breedte recht doet aan de cultuurwetenschappelijke benadering. Het is een onderwerp waarin juist de verknoping van de veelheid van maatschappelijke ontwikkelingen in de moderne samenleving duidelijk aan kan worden geïllustreerd. Aan de hand van een reader met artikelen verwerft u in de cursus kennis van en inzicht in de historische ontwikkeling van vrijetijdscultuur in Nederland en andere westerse landen in de ‘lange twintigste eeuw’; de belangrijkste ontwikkelingen in de historiografie; en de vragen, concepten en bronnen die u kunt inzetten voor een eigen (lokaal) historisch onderzoek. De cursus focust op een negental vormen van (semipubliek) vertier: theater- en muziekleven; de bioscoop; sport; evenementen en feesten; musea; winkels; parken en groen; cafés, horeca en restaurants; toerisme (dagjes uit). Uitdrukkelijk wordt geen aandacht besteed aan vrijetijdsbesteding in de privésfeer. De reader biedt u een brede waaier van benaderingswijzen en onderzoeksperspectieven: onderzoek vanuit een politieke invalshoek (subsidiëring of regulering), een (bedrijfs)economische invalshoek, vanuit klasseperspectief, vanuit genderperspectief en vanuit een identiteitsperspectief; en dat gespreid over de hele onderzoeksperiode. Nadat u kennis hebt gemaakt met het onderwerp en de diverse onderzoeksperspectieven gaat u zelf de rol van onderzoeker uitoefenen. In de tweede helft van de cursus voert u een kleinschalig onderzoek uit (aan bronnen geen gebrek!) en schrijft op basis daarvan een werkstuk/artikel dat een bijdrage biedt aan de bestaande literatuur.

Tentamen Iedere fase van de cursus kent een specifieke opdracht: een opdracht met betrekking tot de te lezen literatuur (toets van uw kennis van de reader), een opdracht met betrekking tot het praktische onderzoek en een opdracht met betrekking tot de mondelinge presentatie van uw onderzoek en het schrijven van een onderzoeksverslag.

Docenten Examinatoren en begeleiders: dr. Frank Inklaar en prof. dr. Jan-Hein Furnée. www.ou.nl/studieaanbod/C50312.htm

Begeleidingsvorm De cursus kent een vast beginmoment, 1 september 2012, en wordt eenmaal per jaar aangeboden. U legt samen met uw medestudenten onder intensieve begeleiding een vast traject af in een vast tempo. Er zijn minimaal twee verplichte bijeenkomsten.

67


De negentiende-eeuwse roman

Cursuscode: C37312 Cursusniveau: 3 Studielast: 2 modulen

De cursus De negentiende-eeuwse roman is ontworpen om uw plezier in en begrip van de negentiende-eeuwse roman te vergroten, door bestudering van een zorgvuldige selectie romans uit Groot-Brittannië, Frankrijk en de Verenigde Staten. De nadruk ligt op de tekst in zijn context, omdat de roman in de negentiende eeuw zich nadrukke-lijk bezighield met de gebeurtenissen en opvattingen van zijn tijd. De cursus concentreert zich op de karakteristieke thema’s van de negentiende-eeuwse romans en de typerende kenmerken van het toen nog relatief nieuwe genre. De romans worden in chronologische volgorde besproken, maar er zijn ook thematische excursies naar bijvoorbeeld de weergave van het platteland en de grote stad, misdaad, de heldin, het fin de siècle en de wereld van uitgevers en lezers. U krijgt ook informatie over de boekhistorische achtergronden van de roman: de hoofdstukken Books and their readers verschaffen een beeld van de context van productie (uitgeven, drukken, verspreiden) en consumptie (wie las wat in de negentiende eeuw?) van literatuur. Aan de orde komen (in vertaling) Jane Eyre van Charlotte Brontë, Dombey en Zoon van Charles Dickens, De mijn van Emile Zola, Madame Bovary van Gustave Flaubert, Portret van een dame van Henry James en De ontnuchtering van Kate Chopin. De cursus is een bewerking van de cursus The nineteenthcentury novel van de Britse Open Universiteit.

Begeleidingsvorm Standaard en één landelijke groepsbijeenkomst. Deze bijeenkomst is verplicht.

Tentamen Werkstuk. Data: volgens afspraak.

Docenten Examinator en begeleider: dr. Sarah de Mul.

MASTER

www.ou.nl/studieaanbod/C37312.htm

68


De eeuw van de lezers

Start

1 februari 2013

Cursuscode: C44312 Cursusniveau: 3 Studielast: 2 modulen

De twintigste eeuw is de eeuw van de lezers. Het lezerspubliek groeide en werd gaandeweg een sterke, invloedrijke factor in het literaire veld. Die ontwikkeling zette in vanaf 1900, toen grote groepen nieuwe lezers de markt betraden en er steeds meer initiatieven werden genomen ten behoeve van de ontwikkeling en participatie van de nieuwe lezersgroepen. Zo werden de openbare bibliotheken gesticht, leesprogramma’s en leeskringen waren populair, de collectieve propaganda voor het boek kwam op. Een deel van de literaire kritiek en de literaire tijdschriften ging zich speciaal richten op voorlichting aan het grote publiek. Ook het literaire aanbod veranderde onder invloed van de nieuwe lezersmarkt: de titelproductie steeg, de oplagen groeiden en er was steeds meer vraag naar ‘boeken van de dag’: boeken die niet alleen interessant waren voor de intellectuele elite, maar die het grote lezerspubliek wisten aan te spreken. De bestseller kwam op en werd een fenomeen dat gedurende de twintigste eeuw de markt steeds sterker is gaan beheersen. Dit hele terrein van publieksgerichte teksten, actoren en praktijken wordt tegenwoordig wel aangeduid als middlebrow. Met deze term doelt men op het grote culturele segment tussen de ‘hoge’, officiële literatuur (highbrow) en de ‘lage’, commerciële massacultuur (lowbrow). Dit culturele tussengebied is tot nu toe in de literatuurwetenschap onderbelicht gebleven. In deze cursus richten we de schijnwerpers op dit grote, veelvormige culturele middengebied, hier verder aan te duiden als ‘publiekscultuur’ vanuit verschillende invalshoeken, in verschillende thema’s. Afwisselend wordt het accent gelegd op de lezers (leescultuur), de teksten die ze lazen (bestsellers) en de bemiddelaars tussen literatuur en publiek. Binnen deze thema’s gaan de deelnemers aan de cursus zelf als onderzoeker aan het werk. Doel is niet alleen kennis en inzicht te verwerven in de literaire (publieks)cultuur van de twintigste eeuw, maar ook onderzoeksvaardigheden te ontwikkelen door middel van eigen, zelfstandig onderzoek.

Begeleidingsvorm De cursus kent een vast beginmoment, 1 februari 2013, en wordt eenmaal per jaar aangeboden. U legt samen met uw medestudenten onder intensieve begeleiding een vast traject af in een vast tempo. Er zijn drie verplichte bijeenkomsten.

Tentamen Iedere fase van de cursus kent een specifieke opdracht: een opdracht met betrekking tot de te lezen literatuur, een opdracht met betrekking tot het praktische onderzoek en een opdracht met betrekking tot presentatie en verslag.

Docenten Examinatoren en begeleiders: dr. Lizet Duyvendak en prof. dr. Erica van Boven. www.ou.nl/studieaanbod/C44312.htm

MASTER

69


De canon in de kunst: theorie en geschiedenis van de westerse beeldende kunst

Onderzoekspracticum cultuurwetenschappen: sensus catholicus

Cursuscode: C38312 Cursusniveau: 3 Studielast: 2 modulen

In de cursus De canon in de kunst maakt u kennis met de verschillende opvattingen die door de eeuwen heen hebben bestaan over kwaliteit en ‘eeuwigheidswaarde’ in de beeldende kunst. Aan de hand van casestudies besteedt u aandacht aan kunstwerken die in Europa vanaf de zeventiende eeuw beschouwd werden als voorbeelden voor ‘goede kunst’. Wat waren voor kunstenaars, theoretici en publiek de criteria om bepaalde kunstwerken al dan niet te rekenen tot die, op het eerste oog tamelijk ongrijpbare, categorie die ‘de westerse canon’ wordt genoemd? Welke rol speelden instituties, zoals kunstacademies en musea, in de vorming van dat corpus van voorbeeldige kunst? Maar ook: hoe is de canon in de loop der tijd geëvolueerd, ter discussie gesteld en aangepast? De kern van de cursus wordt gevormd door twee rijk geïllustreerde handboeken. Het eerste boek (Academies, Canons and Museums of Art) stelt het begrip ‘canon’ expliciet centraal. Aan de hand van de deelonderzoeken in het tweede boek (The Challenge of the Avant-Garde) verkrijgt u inzicht in de wijze waarop kunstenaars en kunsttheoretici in het geweer komen tegen het keurslijf van de gevestigde academische canon. Een tekstbundel met artikelen waarin actuele academische opinies over het proces van canonvorming in het algemeen en meer specifiek over onder meer de vorming van de canon van de Noord-Nederlandse kunst van de gouden eeuw worden gepresenteerd, verdiept de stof van de handboeken. De cursus is een bewerking van gedeelten van de cursus Art and its Histories van de Britse Open Universiteit.

Voorkennis Basiskennis van de kunstgeschiedenis op het niveau van de cursus Inleiding kunstgeschiedenis (Kunst).

Cursuscode: C95312 Cursusniveau: 3 Studielast: 2 modulen

Kenmerkend voor de Nederlandse samenleving tussen 1919 en 1968 was het ‘zuilensysteem’. Nederland was een gesegmenteerde maatschappij, waarin enkele grote, ideologische bewegingen in overleg en concurrentie met elkaar de inrichting van de samenleving bepaalden. In deze cursus staat de katholieke zuil centraal. Met name in Brabant en Limburg - deels ook daarbuiten - waren tot voor enkele decennia kunst, architectuur, media en zelfs het landschap in de eerste plaats ‘katholiek’. Volgens het katholieke sensus-catholicus-ideaal bepaalde de kerkelijke leer het leven en denken van de katholieke gemeenschap inclusief haar culturele opvattingen. De moderne l’art pour l’art-opvatting werd verworpen omdat kunst en cultuur moesten worden ingezet voor historisch verankerde, godsdienstige belangen (l’art pour Dieu). Om die reden bleef de negentiende-eeuwse voorkeur voor de kunst en cultuur van de middeleeuwen tot in de jaren 1950 voortleven en lieten kerkelijke kunstenaars zich inspireren door historische voorbeelden. Op alle terreinen van de samenleving rukte na 1900 evenwel de moderniteit op, waardoor de kloof tussen de traditioneel-katholieke cultuuropvatting en de moderne kunst en cultuur groeide. De cursus Sensus catholicus. Reflecties op de cultuur- en kunstgeschiedenis van het moderne katholicisme, onderzoekt een belangrijk onderdeel van de moderne, katholieke cultuur, namelijk de kerkelijk kunst. Veldwerk vormt daarbij het uitgangspunt. U gaat in dit onderzoekspracticum aan de slag met moderne godshuizen en leert die als het ware ‘lezen’ als de materiële en artistieke neerslag van sociale, culturele, theologische en (kerk)politieke opvattingen.

Begeleidingsvorm Begeleidingsvorm Standaard en één landelijke verplichte groepsbijeenkomst, die zowel in het eerste als in het tweede semester wordt aangeboden.

Individueel of in kleine groepen (afhankelijk van de groepsgrootte).

Tentamenvorm Opdracht.

MASTER

Tentamen

70

Werkstuk. Data: volgens afspraak.

Docenten

Docenten

www.ou.nl/studieaanbod/C95312.htm

Examinator en begeleider: dr. Marjolijn Bol. www.ou.nl/studieaanbod/C38312.htm

Examinering en begeleiding: dr. Jos Pouls.


In het licht der rede

Cursuscode: C39312 Cursusniveau: 3 Studielast: 2 modulen

De Verlichting wordt gewoonlijk gezien als een uiterst belangrijke periode in de geschiedenis van Europa. De Verlichting was immers een intellectuele beweging, die haar invloed deed gelden op tal van gebieden: politiek, maatschappij, godsdienst, filosofie, literatuur, kunst. Ideeën waaraan wij nu grote waarde hechten over gelijke rechten, tolerantie, de manier waarop de samenleving moet worden ingericht, de manier waarop wetenschap moet worden bedreven hebben hun oorsprong in de Verlichting. Maar veel van de ideeën uit de Verlichting zijn in later tijden bekritiseerd; zo verwijt men denkers uit de Verlichting wel, dat zij eenzijdig rationalistisch zijn. In deze cursus maakt u kennis met woordvoerders en critici van de Verlichting. Het cursusmateriaal bestaat uit een bloemlezing met teksten uit de Verlichting en uit een werkboek. De bloemlezing is Het licht der rede. De Verlichting in brieven, essays en verhalen (Amsterdam en Antwerpen 2000), samengesteld door Cyrille Offermans; hierin zijn, in Nederlandse vertaling, teksten opgenomen van bijvoorbeeld Montesquieu, Voltaire, David Hume en Immanuel Kant. Het werkboek omvat onder meer teksten van critici van het Verlichtingsdenken.

Begeleidingsvorm Standaard.

Hedendaagse cultuuranalyses en cultuurkritieken

Start

1 februari 2013

Cursuscode: C11312 Cursusniveau: 3 Studielast: 2 modulen

Cultuurkritiek is even oud als onze cultuur. Van oudtestamentische profeten als Jeremia en Ezechiël tot de grote ‘arts van de cultuur’ Nietzsche en hedendaagse denkers als Zizek, Gray en Sloterdijk en romanschrijvers als Houellebecq en Franzen: altijd is onze cultuur door filosofen en literatoren becommentarieerd en bekritiseerd. Het oordeel viel daarbij vaak niet erg gunstig uit. Ook in onze eigen tijd omschrijven vele auteurs het Westen als een cultuur in crisis. Als manifestaties van deze crisis noemen zij bijvoorbeeld de neergang van het onderwijs, de milieuvervuiling en klimaatproblematiek, de overwaardering van rationaliteit en technologie, de kloof tussen arm en rijk, de geestelijke armoede van de media, de commercialisering en het consumentisme en het ontbreken van enig kompas in het leven van de moderne westerse mens. In deze cursus maakt u kennis met een aantal belangrijke hedendaagse westerse cultuurcritici. Het cursusmateriaal bestaat uit een reader met een bundeling van artikelen van vooraanstaande cultuurfilosofen en andere denkers. Tevens leert u in de cursus welke methoden en invalshoeken gebruikt worden bij cultuuranalyses en cultuurkritieken. Het analyseren hoe een cultuur er voor staat is een vorm van filosofie die direct gerelateerd is aan actuele ontwikkelingen op sociaal, cultureel en maatschappelijk gebied. Het vermogen om kritisch te reflecteren op dergelijke ontwikkelingen en op de daarmee gepaard gaande culturele veranderingen, is voor elke cultuurwetenschapper van groot belang.

Tentamen Begeleidingsvorm

Examinator: dr. Jeroen Vanheste. Begeleider: drs. Tom van Dorp.

Er wordt eenmaal per jaar (begin februari) gestart in een groep studenten. Gedurende het traject, dat een doorlooptijd van circa vijf maanden heeft, vinden twee verplichte begeleidingsbijeenkomsten plaats. Ook daarnaast is er regelmatig contact met de begeleider per telefoon of email.

www.ou.nl/studieaanbod/C39312.htm

Tentamen

Docenten

Gedurende het traject maakt u een opdracht en verzorgt u een mondelinge presentatie verzorgd. Het traject wordt afgesloten met een eindwerkstuk. Het cijfer wordt bepaald door een gewogen gemiddelde van deze drie opdrachten.

Docenten Examinator: drs. Herman Simissen. Begeleider: dr. Jeroen Vanheste. www.ou.nl/studieaanbod/C11312.htm

MASTER

Werkstuk. Data: volgens afspraak.

71


De koloniale ervaring vanuit letterkundig en historisch perspectief

Start

1 februari 2013

Cursuscode: C43312 Cursusniveau: 3 Studielast: 2 modulen

Een leven in de kolonie was voor veel mensen een ingrijpende gebeurtenis. Velen voelden dan ook de behoefte om hun persoonlijke verhalen en ervaringen vast te leggen. Zo hebben bijvoorbeeld een groot aantal Indiëgangers hun ervaringen in den Oost opgetekend in romans, verhalen, fotoalbums, reisverhalen, films, ‘oral history’ of autobiografiëen. De verzameling van persoonlijke getuigenissen noemt men binnen de cultuurwetenschap gebruikelijk ‘egodocumenten’. In deze cursus staat het egodocument over het leven in de kolonie centraal. U maakt kennis met het egodocument als literair genre en als cultuurhistorische bron. We nemen recente cultuurwetenschappelijke debatten over het ego-document onder de loep en beantwoorden vragen zoals: Hoe onthullen egodocumenten informatie over het individu? Over het leven in de koloniale cultuur? Over het (post)koloniale erfgoed? Per jaar worden twee onderzoeksthema’s aangeboden (‘koloniale herinnering en nostalgie’ en ‘ervaringen van vrouwen’) waardoor uw eigen onderzoek deel uitmaakt van een breder lopend onderzoeksproject. Deze cursus is opgebouwd volgens een aantal stappen. Eerst leest u de reader en raakt u vertrouwd met het belang en de studie van het egodocument in de letterkunde en de cultuurgeschiedenis. Tevens zal de historiografie van de onderwerpen aan de orde komen. U beantwoordt hierover een aantal schriftelijke opdrachten in een tussentoets. Vervolgens start u uw eigen onderzoek naar een egodocu-ment naar keuze onder begeleiding van de docenten. U presenteert de onderzoeksresultaten mondeling aan uw medestudenten tijdens een bijeenkomst. Tenslotte schrijft u een werkstuk.

Scriptieplan

Cursuscode: C55311 Cursusniveau: 3 Studielast: 1 module

Het schrijven van een scriptie is voor de meeste studenten een lastige opgave. De ervaring leert dat veel problemen kunnen worden voorkomen als u werkt op basis van een goed doordacht en logisch samenhangend scriptieplan. Dat maakt u in de loop van deze cursus onder begeleiding van uw beoogde scriptiebegeleider. Allereerst moet u duidelijkheid krijgen over de vraag of het door u beoogde onderzoek aansluit bij onderzoek van de wetenschappelijke staf van de faculteit Cultuurwetenschappen (al zijn er onder strikte voorwaarden uitzonderingen mogelijk). Vervolgens moet soms van tevoren onderzocht worden of uw onderzoek haalbaar is: zijn er genoeg bronnen? Zijn die toegankelijk? Is er genoeg literatuur? Is het onderzoek haalbaar binnen het tijdsbestek dat voor een scriptie staat (600 studie-uren)? In een goed scriptieplan is de structuur van uw onderzoek al duidelijk zichtbaar. Het plan moet u houvast bieden bij het doen van uw onderzoek en het schrijven van de scriptie doordat het duidelijk aangeeft op basis van welke onderzoeksvragen u uw onderzoek structureert, welke bronnen en literatuur u ter beschikking staan. Op basis van uw plan kiest u welk materiaal (bronnen, literatuur, voorwerpen) u wel en niet bij uw onderzoek betrekt en welke gegevens u opneemt in de uiteindelijke tekst van de scriptie.

Ingangseisen 25,8 studiepunten in de master behaald.

Begeleidingsvorm Begeleidingsvorm

MASTER

De cursus kent een vast beginmoment en wordt eenmaal per jaar aangeboden. U legt samen met uw medestudenten onder intensieve begeleiding een vast traject af in een vast tempo. Er zijn twee verplichte bijeenkomsten.

Tentamen Een scriptieplan. Data: volgens afspraak.

Tentamen

Docenten

U dient eerst de tussentoets over de inhoud van de reader af te leggen. Een voldoende is noodzakelijk om verder te mogen gaan. De resultaten van uw onderzoek presenteert u mondeling (voldoende noodzakelijk) en schriftelijk. Het resultaat voor het eindwerkstuk bepaalt uw eindcijfer.

Examinator en begeleider: zie cursuswebsite van de masterscriptie. Het onderzoek dat u uitvoert bepaalt de naam van uw begeleider en examinator. Coördinatie: drs. Paul van den Boorn. www.ou.nl/studieaanbod/C55311.htm

Docenten Examinatoren en begeleiders: dr. Sarah de Mul en dr. Caroline Drieënhuizen www.ou.nl/studieaanbod/C43312.htm

72

Individueel.


Masterscriptie

Cursuscode: C98319 Cursusniveau: 3 Studielast: 5 modulen

De inschrijvingsduur van uw scriptie gaat lopen vanaf de datum vermeld op het inschrijvingsbewijs. Na 14 maanden kunt u de inschrijving gratis verlengen met nog eens 8 maanden. Daartoe dient u te reageren op een brief die u krijgt. Hebt u uw scriptie na 22 maanden nog niet afgerond, dan dient u een extra tentamenkans te kopen.

Docenten Het onderzoek dat u uitvoert bepaalt de naam van de examinator en begeleider (zie cursuswebsite). Scriptiecoördinator: drs. Paul van den Boorn. www.ou.nl/studieaanbod/C98319.htm

De masterscriptie is een schriftelijk onderzoeksverslag over een cultuurwetenschappelijk onderwerp. Het resultaat dient te voldoen aan de criteria en normen voor een wetenschappelijke publicatie zoals die in de eindkwalificaties voor de masteropleiding Kunst- en cultuurwetenschappen zijn vastgelegd. Het onderwerp van uw onderzoek en scriptie moet in principe aansluiten bij lopend onderzoek van de wetenschappelijke staf van de faculteit Cultuurwetenschappen. Minimaal tweemaal per jaar wordt een scriptiemarkt georganiseerd, waarop u persoonlijk kunt kennismaken met de scriptiebegeleiders en met hen kunt spreken over mogelijke onderzoeksonderwerpen. Uitvoerige informatie over de onderzoeksthema’s van de westenschappelijke staf en derhalve over de scriptieonderwerpen vindt u ook op de cursuswebsite van de masterscriptie op Studienet. Meer informatie over procedures en de criteria die aan de masterscriptie gesteld worden, vindt u in de Scriptiewijzer Masterscriptie (te downloaden van de cursuswebsite en/of te bestellen bij secretariaat.cultuurwetenschappen@ou.nl). Indien u na het doorlezen van de Scriptiewijzer nog vragen heeft kunt u die het beste voorleggen aan uw scriptiebegeleider. Wendt u anders tot de scriptiecoördinator.

Ingangseisen Studenten die willen beginnen met hun masterscriptie dienen drie van de vier mastercursussen te hebben afgerond, dan wel door vrijstelling verkregen. Kiest een student voor specialisatie, dan behoren hiertoe in elk geval twee cursussen die tot dezelfde discipline behoren als het onderwerp van de scriptie.

Begeleidingsvorm Tentamen Masterscriptie. Data: volgens afspraak.

MASTER

Individueel.

73


Alumni en promoveren (Bijna) alumnus? Als u de eindstreep van uw bachelor- of masterstudie (bijna) hebt bereikt, betekent dat niet dat het contact met de faculteit Cultuurwetenschappen en de Open Universiteit komt te vervallen. Als alumnus bent u graag gezien, u bent tenslotte ambassadeur van onze faculteit/universiteit. Wederzijds contact vinden wij belangrijk, omdat we iets voor elkaar kunnen betekenen. U bent voor ons een belangrijke ervaringsdeskundige als het gaat om de relevantie van de opleiding voor de samenleving. Daarom bent u van harte welkom op onze studiedagen, symposia en academische zittingen. Ook de meeste cursussen staan voor u open. De faculteit Cultuurwetenschappen organiseert jaarlijks een alumnidag en geeft een alumni-nieuwsbrief uit waarin alle interessante seminars, zomerscholen en studiedagen staan vermeld. Alumnus zijn betekent ook dat u in aanmerking komt voor het lidmaatschap van de algemene OU-Alumnivereniging. Deze vereniging is zelfstandig en voert haar eigen beleid. De alumnivereniging faciliteert het contact met andere afgestudeerden en het onderhouden van een netwerk. U kunt OU-cursussen bestellen (zonder tentamenrechten) tegen een gereduceerd tarief. De vereniging organiseert geregeld lezingen, excursies en bedrijfsbezoeken. www.open.ou.nl/alumni

Promoveren bij Cultuurwetenschappen Alumni die nadenken over een promotie kunnen voor meer informatie contact opnemen met mw. Petra de Munnik: E petra.demunnik@ou.nl. Zij stuurt u het format voor een promotievoorstel van de faculteit toe. Daarmee kunt u zich een goed beeld vormen van een promotietraject. Meestal begint een dergelijk traject met een oriënterend gesprek met de decaan, Prof. dr. Jaap van Marle. Via mevrouw De Munnik kunt u een (bel)afspraak maken. Er bestaat geen lijst van onderwerpen voor proefschriften. U wordt geacht zelf een voorstel doen. Per onderwerp wordt gekeken of dit aansluit bij de expertise van de hoogleraren. Promovendi worden bij de faculteit Cultuurwetenschappen begeleid door: - prof. dr. Paul B.M. van den Akker (kunstgeschiedenis; oudere kunst), - mw. prof. dr. Erica M.A. van Boven (letterkunde), - prof. dr. Wil Derkse (filosofie), - prof. dr. Jan-Hein Furnée (geschiedenis), - prof. dr. Ype Koopmans (kunstgeschiedenis; moderne kunst), - mw. prof. dr. Carla Rita Palmerino (filosofie), - prof. dr. Leo H.M. Wessels (geschiedenis). Wanneer uw promotievoorstel is geaccepteerd, krijgt u een contract bij de Open Universiteit als ‘buitenpromovendus’. Dit contract geeft u allerlei rechten en faciliteiten die van pas komen bij het schrijven van een proefschrift.

Graduate School Het promotiebeleid van de faculteit Cultuurwetenschappen komt voort uit de wens van de Open Universiteit om naast bachelor- en masterstudenten ook promovendi aan zich binden. Zowel promovendi die bij de OU werken (aio’s en andere medewerkers), als buitenpromovendi, die bijvoorbeeld parttime promoveren naast hun werk, kunnen bij de OU een promotietraject afleggen. De Graduate School van de OU biedt (buiten)promovendi een inspirerende omgeving en faciliteiten om intern en ‘op afstand’ binnen de gestelde tijd te kunnen promoveren. Inhoudelijke begeleiding van (buiten)promovendi vindt plaats door de faculteiten en onderzoeksinstituten van de OU.

74


Wat doet de Graduate School? De Graduate School is een thuishaven voor (buiten)promovendi, hun promotores en begeleiders. De Graduate School informeert aankomende promovendi, faciliteert promovendi en biedt hun toegang tot de online promovendi-community. Voorbeelden van deze faciliteiten zijn gebruikmaking van de digitale bibliotheekvoorzieningen en individuele begeleiding bij het maken van een onderzoeksvoorstel. Ook organiseert de Graduate School jaarlijks een PhD-dag voor al haar promovendi. Voor interne en externe promovendi die formeel tot een promotietraject zijn toegelaten biedt de Graduate School additioneel bijvoorbeeld gratis toegang tot enkele basiscursussen die relevant zijn voor promovendi, zoals academic writing en academic presenting. Ook stelt de Graduate School voor iedere promovendus een individueel scholingsbudget ter beschikking, dat in samenspraak met de faculteit kan worden ingevuld. Daarnaast is de Graduate School een communicatie- en ontmoetingsplatform voor promovendi, waar zij ervaringen en tips kunnen uitwisselen. Informatie vindt u op www.ou.nl/web/graduate-school. Een e-mail sturen is ook mogelijk: graduate.school@ou.nl.

Promovendidag CW, 26 april 2012

75


Tentamens Elke cursus wordt afgesloten met een of meer tentamens. Een combinatie van tentamenvormen is ook mogelijk. In de opleidingsschema’s (kernachtig) en op de cursussites op Studienet (uitgebreid) staat aangegeven waaruit het tentamen bestaat. Om u goed te kunnen voorbereiden op het tentamen, zijn er in het studiemateriaal oefententamens opgenomen, zodat duidelijk is wat u tijdens het tentamen mag verwachten. Meestal staan oefententamens op de cursussites op Studienet.

Regulier schriftelijk tentamen Een regulier schriftelijk tentamen bestaat uit gesloten vragen (meerkeuzevragen en juist-onjuistvragen) en/of open vragen. Een regulier schriftelijk wordt afgenomen op (meestal drie) vastgestelde dagen tijdens vijf tentamenperiodes per academisch jaar. Tentamenperiode 20 t/m 22 augustus 2012

Sluitingsdatum aanmelding

Tentamenperiode

Sluitingsdatum aanmelding

25 juli 2012

8 t/m 10 april 2013

13 maart 2013

12 t/m 14 november 2012

17 oktober 2012

24 t/m 26 juni 2013

29 mei 2013

28 t/m 30 januari 2013

2 januari 2013

26 t/m 28 augustus 2013

31 juli 2013

De geleidelijke invoering van computergebaseerde toetsing kan van invloed zijn op het tentamenrooster.

Computergebaseerd toetsen - CBI of CBG Aan de Open Universiteit worden steeds meer tentamens afgenomen via de computer. De tentamens vinden plaats in de gebruikelijke tentamenlocaties op de studiecentra. In de opleidingsschema’s komt u de afkortingen CBI of CBG tegen. Staat er CBI, dan betekent dit dat het tentamen individueel wordt afgenomen. U kunt in de week die u het beste uitkomt, tentamen doen. Voorheen stonden deze tentamens bekend als SYS-tentamens. Staat er CBG, dan wordt het tentamen groepsgewijs afgenomen en zijn er drie vaste data. De invoering van CBG kan van invloed zijn op de in het tentamenrooster weergegeven planning. Zodra er sprake is van een roosterwijziging voor de cursus of cursussen waarvoor u bent ingeschreven, zult u hierover worden geïnformeerd.

Voor studenten met een functiebeperking, studenten die langdurig buiten Europa verblijven, of voor studenten in detentie gelden andere procedures en aanmeldtermijnen. Raadpleeg hiervoor de gegevens op de website. www.ou.nl/tentamen

Uitslag tentamen Afhankelijk van de tentamenvorm ontvangt u eerst een voorlopige uitslagbrief en zodra de Commissie voor de examens de uitslag formeel heeft vastgesteld, volgt uw definitieve uitslagbrief met een officieel certificaat als u geslaagd bent. Bij schriftelijke tentamens wordt het antwoordmodel twee dagen na het tentamen op de cursussite op Studienet geplaatst.

Compensatorische regeling Mondeling tentamen Een mondeling tentamen wordt minimaal drie keer per jaar afgenomen. Een mondeling tentamen duurt 30 tot 45 minuten.

Opdracht Een opdracht kan een werkstuk, referaat, practicum, paper, casus of een combinatie van deze zijn. Met de examinator wordt afgesproken wanneer de opdracht wordt ingeleverd.

Studenten die een propedeuse-, of bachelorgetuigschrift aanvragen kunnen gebruik maken van een compensatorische regeling. Kort gezegd komt de regeling erop neer, dat in de propedeuse en postpropedeuse elk één vijf mag blijven staan. De algemene regeling is vastgelegd in art. 20a van de Nadere regels inrichting tentamen en examen 2012-2013. De volledige tekst van dit artikel en van de Nadere regels kunt u vinden op www.ou.nl/tentamen. Sommige cursussen zijn uitgesloten van de compensatorische regeling. Zie daarvoor de uitvoeringsregels. www.ou.nl/documenten

Aanmelden tentamen Voor alle tentamens, met uitzondering van de opdracht, is het nodig dat u zich tijdig aanmeldt. Dit kan online door in te loggen bij Mijn account op de website. U kunt zich ook aanmelden met een formulier dat u kunt downloaden van de website. Er wordt een ontvangstbevestiging verstuurd, nadat uw aanmelding is verwerkt. Een week voor de tentamendatum volgt uw oproepbrief. Hierop staan de tentamenlocatie, -datum, en het tafelnummer vermeld.

76

Fraude Indien bij het afleggen van een tentamen fraude wordt geconstateerd kan de Commissie voor de examens passende maatregelen treffen. Zie voor de volledige regelgeving Nadere regels inrichting tentamen en examen 2012-2013. www.ou.nl/tentamen


Inschrijven en kosten Inschrijven U bepaalt zelf op welk moment u een cursus koopt en daarmee inschrijft voor een onderdeel van het onderwijsprogramma van de Faculteit cultuurwetenschappen. Kopen/inschrijven kan op twee manieren. - Via digitale inschrijving op www.ou.nl/studieaanbod/inschrijven.htm. Door te klikken op ‘Bestellen’ in uw studiepad komt u ook op deze site. - Met een schriftelijk inschrijfformulier. Dit formulier kunt u downloaden van www.ou.nl/inschrijven Wanneer u voor de eerste keer inschrijft voor een cursus, moet u een kopie van uw paspoort of identiteitskaart (beide zijden) bijvoegen of nasturen.

Inschrijfmogelijkheden Cursus U schrijft in en studeert per cursus. Een cursus bestaat uit één of meer modulen. Binnen de inschrijfduur van 14 maanden zijn studiebegeleiding en drie tentamenkansen inbegrepen. Startpakket Twee vaste inleidende modulen van de bacheloropleiding met uitgebreide begeleiding. Studiepakket Met een studiepakket schrijft u in voor minimaal drie modulen naar eigen keuze. Extra voordeel is dat u met het kopen van een studiepakket ook de inschrijfduur van eerder gekochte cursussen die u nog niet heeft afgerond, verlengt met opnieuw 14 maanden, inclusief drie extra tentamenkansen. Dit geldt uiteraard alleen voor zover deze cursussen nog getentamineerd worden.

Wanneer inschrijven? Voor een goede studieplanning en een optimale benutting van de inschrijfduur, de begeleiding en de beschikbare tentamenmomenten, adviseren wij u eerst de opleidingsschema’s en het normtraject in deze gids te raadplegen (zie pagina’s 16 en 17), alsmede uw studiepad. Maak eventueel ook gebruik van de Studieplanner. www.ou.nl/studieplanner Na verwerking van uw inschrijving, ontvangt u bericht op welke datum u bent ingeschreven. De inschrijfduur van 14 maanden gaat op die datum in.

Extra tentamenkansen Heeft u al uw tentamenkansen verbruikt, of laten verlopen, maar de cursus nog niet afgerond, dan kunt u extra kansen bijkopen. Dit kan zowel binnen de inschrijfduur als daarna, zolang de cursus wordt getentamineerd. Met een extra tentamenkans krijgt u acht maanden tijd om tentamen te doen of uw opdracht in te leveren. Het is niet noodzakelijk de tentamenkans aansluitend aan uw inschrijfduur te kopen. U kunt ook kiezen voor een tentamenpakket. Daarmee krijgt u voor elke nog niet afgeronde cursus opnieuw 14 maanden inschrijfduur inclusief drie tentamenkansen. (Een Studiepakket geeft dezelfde rechten, maar dan koopt u er ook drie nieuwe modulen bij; zie boven.) www.ou.nl/tentamenkansen

Kosten Wettelijk en instellingscollegegeld Sinds de Wet op het Hoger en Wetenschappelijk onderzoek (WHW) van kracht is geworden op 1 september 2010, wordt onderscheid gemaakt tussen wettelijk collegegeld en instellingscollegegeld. Hoeveel een cursus voor u kost, is onder meer afhankelijk van uw studieverleden, uw woonplaats, uw nationaliteit en uw keuze voor bacheloren/of mastercursussen. Het College van bestuur stelt het wettelijk collegegeld vast. Daarbij komt een bedrag voor studiemateriaal. De inschrijving voor de cursus en de levering van het studiemateriaal zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Inschrijving exclusief studiemateriaal resp. bestelling van het studiemateriaal zonder inschrijving voor de betreffende cursus is niet mogelijk. Ingeval u instellingscollegegeld verschuldigd bent, wordt het wettelijk collegegeld verhoogd met een bepaald bedrag per module. Een tarievenoverzicht vindt u ook terug op www.ou.nl/kosten. Daar kunt u ook precies zien welk soort collegegeld voor u van toepassing is.

77


U koopt een…

Toelichting

Cursus

Een cursus bestaat uit 1 of meer modulen

Startpakket

Twee vaste inleidende modulen van een bacheloropleiding

Studiepakket

Drie of meer modulen, tegelijk besteld

Instellingscollegegeld (toeslag per module)

Afhankelijk van uw nationaliteit, woonland en een evt. eerder behaalde graad (of getuigschrift), moet u soms per module een toeslag betalen.

Administratiekosten

Bij betaling van uw cursusbestelling in 6 of 12 termijnen

Extra tentamenkans

Per cursus

Tentamenpakket

Voor alle nog niet afgeronde cursussen drie kansen per cursus, te benutten binnen 14 maanden

Aanvraag vrijstelling/toelating

Vrijstelling voor onderdelen van de opleiding of toelating tot de masteropleiding, op grond van de vooropleiding

Aanvraag Open bachelorprogramma

Zie www.ou.nl/openbachelor

Kortingsregeling cursusgeld – KCOU Heeft u een (gezamenlijk) belastbaar inkomen tot 110% van het belastbaar minimumloon en geen voordeel uit sparen en beleggen, dan kunt u een korting op het cursusgeld aanvragen. Getoetst wordt onder meer het belastbaar jaarinkomen van u en uw partner/ouder in het kalenderjaar waarin de aanvraag wordt ingediend, en of u voldoet aan de overige wettelijke voorwaarden om voor de kortingsregeling in aanmerking te komen. U kunt de brochure met het aanvraagformulier downloaden van de website www.ou.nl/kcou. Vraag de korting aan voordat u inschrijft voor een cursus.

Belastingaftrek studiekosten Soms kunt u studiekosten aftrekken als u aangifte inkomstenbelasting doet, maar dit is aan regels gebonden. Om te beginnen moet u de studie volgen voor uw huidige of toekomstige baan. (Geen studie uit interesse; het moet voor de hand liggend zijn dat de opleiding daadwerkelijk tot inkomsten zal leiden.) U kunt alleen studiekosten aftrekken als u ze zelf heeft gemaakt. Er dient sprake te zijn van een leertraject. Vergoedt uw werkgever een deel van uw studiekosten? Dan dient u de aftrekbare kosten te verminderen met de ontvangen vergoeding. Let wel: de voor eigen rekening blijvende studiekosten zijn slechts aftrekbaar voor zover deze méér bedragen dan € 500,-.

Niet-aftrekbare kosten - kosten voor huisvesting, werkkamer of studeerruimte, eten, drinken en kleding, - betaalde rente op een studielening, - reiskosten naar studiecentrum en kosten van excursies en studiereizen.

Aftrekbare kosten - kosten van boeken, leermiddelen en lesgeld (waaronder collegegeld en instellingscollegegeld), waaronder de kosten voor modules, tentamens, - aanvraag voor vrijstellingen en voor toelating tot de masteropleiding, www.belastingdienst.nl

78


Procedures en regelgeving OER en Uitvoeringsregelingen In de Onderwijs en examenregeling (OER) staat het onderwijsprogramma beschreven en de rechten en plichten van de student. Onderdeel van de OER zijn de Uitvoeringsregelingen waarin voor elke opleiding de specifieke bepalingen zijn opgenomen. Deze regelingen kunt u downloaden van de website of de faculteitstab op Studienet. www.ou.nl/documenten

Getuigschriften De Open Universiteit verstrekt dossierverklaringen, propedeusegetuigschriften, wo-bachelorgetuigschriften en wo-mastergetuigschriften. www.ou.nl/getuigschrift

Beroepsprocedure Bij het College van beroep voor de examens kan binnen zes weken (administratief ) beroep worden ingesteld tegen o.a. beslissingen van de Commissie voor de examens of een examinator. Voorbeelden van een beslissing zijn: een individuele tentamenuitslag, een vrijstellingsbeslissing of een toelatingsbeslissing tot een wo-masteropleiding.

Bezwaarprocedure Bezwaar kan gemaakt worden tegen een besluit, genomen door of namens het College van bestuur, waartegen geen (administratief ) beroep mogelijk is. Deze besluiten kunnen betrekking hebben op bijvoorbeeld: de inschrijving, het cursusgeld.

Klachtencommissie Voor klachten, waarvoor u geen beroep of bezwaar kunt aantekenen, bijvoorbeeld over de dienstverlening of de wijze waarop u bent behandeld, kunt u terecht bij de Klachtencommissie. Meld uw klacht eerst bij Service en informatie: 0031 (0)45-576 28 88. Wordt uw klacht daar niet naar tevredenheid verholpen, dan kunt u schriftelijk een formele klacht indienen. Uitgebreide informatie rondom de Nadere regels inrichting tentamens, Beroep, Bezwaar en Klachten en de benodigde formulieren kunt u vinden op de website. www.ou.nl/klachten.

Vertrouwenspersonen ongewenst gedrag De Open Universiteit heeft vertrouwenspersonen aangesteld die kennis hebben van de organisatie en de problemen die zich daarin kunnen voordoen. Als u hulp nodig heeft bij het oplossen van een probleem van ongewenst gedrag tijdens de studie kunt u contact opnemen met een van de vertrouwenspersonen via vertrouwenspersonen.oomgang@ou.nl, of kijk op onze website voor meer informatie. www.ou.nl/vertrouwenspersonen Alle bovenstaande informatie is ook verkrijgbaar in de studiecentra of telefonisch aan te vragen bij de afdeling Service en informatie, T +31 (0)45 - 576 2888.

79


Service en informatie Heeft u vragen over uw studie of wilt u informatie over het dichtstbijzijnde studiecentrum? Neem dan contact op met een van onze medewerkers of kijk op de website voor onze bereikbaarheid T + 31 45 - 576 28 88 www.ou.nl/directcontact www.ou.nl/studiecentra

Colofon Open Universiteit Faculteit Cultuurwetenschappen Onderwijs Service Centrum Tekst en samenstelling Faculteit Cultuurwetenschappen, Paul van den Boorn Ontwerp Team Visuele Communicatie, Janine Cranshof Fotografie decanen Team Visuele Communicatie, Isabelle van Kollenburg en Chris Peeters Valkenburgerweg 177, 6419 AT Heerlen - NL Postbus 2960, 6401 DL Heerlen - NL Aan deze uitgave kunnen geen rechten worden ontleend. Juni 2012

80


Overige studiegidsen van de Open Universiteit

onderwijswetenschappen

informatica

managementwetenschappen

rechtswetenschappen

natuurwetenschappen

80127 5212108

psychologie

Faculteit Cultuurwetenschappen bezoekadres: Valkenburgerweg 177, 6419 AT Heerlen postadres: Postbus 2960, 6401 DL Heerlen, T +31 (0)45 - 576 2888 www.ou.nl/cultuurwetenschappen


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.