R E G L E M E N T Stichting Stichting Stichting Stichting Stichting Stichting
Vitalis Vitalis Vitalis Vitalis Vitalis Vitalis
R A A D
V A N
B E S T U U R
WoonZorg Groep; Zorg Groep; Behandel Groep; Sociale Woonvormen; Residentiële Woonvormen en Participaties
Dit reglement is opgesteld door de raad van bestuur van de stichtingen: (i) Stichting Vitalis WoonZorg Groep, (ii) Stichting Vitalis Zorg Groep, (iii) Stichting Vitalis Behandel Groep, (iv) Stichting Vitalis Sociale Woonvormen, (v) Stichting Vitalis Residentiële Woonvormen en (vi) Stichting Vitalis Participaties, alle statutair gevestigd te Eindhoven, in de vergadering van de raad van bestuur van vermelde stichtingen gehouden op 13 december 2006, na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en nadien gewijzigd en vastgesteld door beide raden op 11 juni 2008 respectievelijk 23 februari 2011. Overwegingen: (a) Dit reglement voor de raad van bestuur beoogt een richtlijn te zijn voor de leden van de raad van bestuur van de stichtingen: (i) Stichting Vitalis WoonZorg Groep, (ii) Stichting Vitalis Zorg Groep, (iii) Stichting Vitalis Behandel Groep, (iv) Stichting Vitalis Sociale Woonvormen, (v) Stichting Vitalis Residentiële Woonvormen en (vi) Stichting Vitalis Participaties alle statutair gevestigd te Eindhoven (hierna ieder afzonderlijk: de ‘Stichting’). (b) Dit reglement is het reglement voor de raad van bestuur als bedoeld in de statuten van de Stichting (het ‘Reglement’). (c) Door terhandstelling van een afschrift van dit reglement zijn dan wel zullen alle huidige en toekomstige leden van de raad van bestuur geïnformeerd worden ten aanzien van de inhoud van dit reglement. Inleiding/ toepassing Artikel 1 1.
De bepalingen opgenomen in dit reglement vullen de bepalingen aan met betrekking tot het functioneren en verantwoordelijkheden van de raad van bestuur van de Stichting als bedoeld in de statuten van de Stichting.
2.
De raad van bestuur en iedere afzonderlijk lid van de raad van bestuur is tot naleving van dit reglement gehouden.
3.
Ingeval van strijdigheid van het bepaalde bij dit reglement met de statuten van de Stichting en/of enige bepaling van Nederlands recht, wijken de bepalingen van dit reglement.
4.
Ingeval zou blijken dat dit reglement één of meer (ver)nietig(bar)e bepalingen bevat, leidt die (ver)nietig(baar)heid niet tot (ver)nietig(baar)heid van de overige bepalingen van dit reglement. De (ver)nietig(bar)e bepaling(en) zullen worden vervangen door één of meer rechtsgeldige bepalingen die zoveel mogelijk recht doen aan de strekking van de oorspronkelijke bepaling(en).
Reglement Raad van Bestuur 23 februari 2011
5.
De raad van bestuur zal mogelijke nieuwe leden van de raad van bestuur bij hun toetreding laten verklaren dat zij zich binden aan de verplichtingen opgenomen in dit reglement, voor zover deze op hen van toepassing zijn en dat zij aan deze verplichtingen toepassing zullen geven.
6.
De raad van bestuur heeft voorts kennis genomen van het reglement voor de raad van toezicht van de Stichting, vastgesteld bij besluit van de raad van toezicht van 13 december 2006, laatstelijk gewijzigd 23 februari 2011. De raad van bestuur zal de in dat reglement opgenomen regels voor zover die hem regarderen, naleven.
Doel Artikel 2 Dit reglement bepaalt het functioneren en de rapportage binnen de raad van bestuur van de Stichting, regels omtrent de interne taakverdeling alsmede de verantwoordelijkheden van elke individueel lid van de raad van bestuur. Dit reglement laat onverlet de wettelijke taken en verantwoordelijkheden van de raad van bestuur en ieder van de leden van de raad van bestuur, zoals voorgeschreven door de wet en de statuten van de Stichting. Dit reglement beoogt voorts regels te stellen ten aanzien van corporate governance in overeenstemming met de Zorgbrede Governancecode 2010 en de Aedescode, ook al is die code niet van toepassing op elke Stichting. Voorts zullen overige toepasselijke codes ten aanzien van goed bestuur en toezicht daarop zo mogelijk in acht worden genomen. Samenstelling, (her)benoeming, aftreden, schorsing, ontslag, bezoldiging en onafhankelijkheid van de raad van bestuur Artikel 3 1.
De statuten van de Stichting bepalen dat de raad van bestuur zal bestaan uit een door de raad van toezicht te bepalen aantal van ĂŠĂŠn of meer leden van de raad van bestuur, te benoemen door de raad van toezicht.
2.
Indien de samenstelling van de raad van bestuur verandert, kan dit reglement worden herzien en veranderd teneinde in overeenstemming te komen met de dan ontstane situatie, een en ander op de wijze als voorzien in artikel 13 van dit reglement.
3.
Op de (her)benoeming, het aftreden, schorsing en het ontslag van de leden van de raad van bestuur van de Stichting is het daaromtrent bepaalde in de statuten van de Stichting van toepassing.
4.
De bezoldiging van de leden van de raad van bestuur zal voor ieder lid van de raad van bestuur worden vastgesteld door de raad van toezicht, zulks overeenkomstig het daaromtrent bepaalde in de statuten van de Stichting. In het jaardocument Maatschappelijke Verantwoording Zorg (het jaardocument) c.q. in de jaarrekening zal de door de wet voorgeschreven informatie over de hoogte en de structuur van de bezoldiging van de individuele leden van de raad van bestuur worden opgenomen.
5.
De raad van bestuur is bij zijn functioneren onafhankelijk van de instructies van derden buiten de Stichting.
6.
Een lid van de raad van bestuur zal zonder schriftelijke toestemming van de raad van toezicht geen betaalde of onbetaalde nevenfuncties aanvaarden of continueren als deze nevenfuncties, al dan niet in samenhang met andere betaalde of onbetaalde nevenfuncties, een meer dan minimale werkbelasting kan opleveren of anderszins strijdig kan zijn met de belangen van de Stichting en de met haar verbonden onderneming(en) en instellingen. De leden van de raad van bestuur geven de raad van toezicht op eerste verzoek inzicht in de door hen uitgeoefende nevenfuncties. 2
Reglement Raad van Bestuur 23 februari 2011
De voorzitter van de raad van toezicht is bevoegd het betreffende lid van de raad van bestuur in kennis te stellen omtrent de besluitvorming over het al of niet verlenen van goedkeuring door de raad van toezicht. Het betreffende lid van de raad van bestuur mag vertrouwen op de juistheid van de schriftelijke mededeling van de voorzitter van de raad van toezicht hieromtrent. Taak en bevoegdheden raad van bestuur Artikel 4 1.
De raad van bestuur van de Stichting is collectief verantwoordelijk voor het bestuur van de Stichting en de algemene gang van zaken van de onderneming(en) en instellingen van de Stichting. De raad van bestuur draagt zorg voor een doelmatige en transparante bedrijfsvoering. De raad van bestuur is verantwoordelijk voor de realisatie van de doelstellingen van de Stichting en de met haar verbonden onderneming(en) en instellingen, de strategie en het beleid en de daaruit voortvloeiende resultatenontwikkeling. De raad van bestuur legt hierover verantwoording af aan de raad van toezicht.
2.
De raad van bestuur van de Stichting zal zich bij het vervullen van zijn taak richten naar het belang van de Stichting en de met haar verbonden onderneming(en) en instellingen. Hierbij zal de raad van bestuur de belangen afwegen van alle bij de Stichting betrokkenen. Hierbij houdt de raad van bestuur er rekening mee dat de zorginstelling(en) en de toegelaten instelling ondernemingen zijn met een bijzondere maatschappelijke verantwoordelijkheid.
3.
De vaststelling van de strategie van de Stichting, evenals de vaststelling van het algemene, commerciële, financiële, administratieve en sociale beleid, zoals dat gevoerd dient te worden in de afzonderlijke werkgebieden zal geschieden door de raad van bestuur, een en ander met dien verstande dat de raad van bestuur de aanwijzingen van de raad van toezicht van de Stichting betreffende de algemene lijnen van het te voeren financiële, sociale en economische beleid en personeelsbeleid zal opvolgen.
4.
Onverminderd het bepaalde in de statuten van de Stichting is de raad van bestuur ondermeer belast met: a. het geven van leiding aan de Stichting en managen van haar activiteiten, alsmede het realiseren van de doelstellingen van de Stichting; b. het voorbereiden, vaststellen en uitvoeren van het inhoudelijk beleid van de Stichting overeenkomstig de doelstelling zoals neergelegd in de statuten van de Stichting; c. de algemene gang van zaken binnen de Stichting en de resultaten van de Stichting; d. de inventarisatie en het management van mogelijke risico’s verbonden aan eventuele ondernemingsactiviteiten van de Stichting; e. het uitoefenen van vergaderrechten en stemrechten in en buiten vergadering van de raad van toezicht c.q. de raad van commissarissen van eventuele deelnemingen; f. het opstellen en voorbereiden van businessplannen, jaarbudgetten, kwartaalrapporten en jaarrekeningen van de Stichting en haar eventuele werkmaatschappijen, een en ander met inachtneming van het daaromtrent in de statuten van de Stichting en de betreffende werkmaatschappijen en dit reglement bepaalde; g. het voorbereiden van het inhoudelijk beleid van eventuele werkmaatschappijen; h. het naleven van wet- en andere regelgeving; i. al hetgeen met inachtneming van de statuten van de Stichting en het bij dit reglement bepaalde overigens binnen de taken en verantwoordelijkheden van de raad van bestuur past.
3
Reglement Raad van Bestuur 23 februari 2011
5.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor de tijdige, juiste en volledige, conform vigerende wet- en regelgeving ingerichte (externe) financiële verslaggeving en dient er ter zake voor zorg te dragen dat alle vereiste informatie bij hem bekend is en/of aan hem bekend zal worden gemaakt.
6.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het beheersen van de risico’s verbonden aan de activiteiten van de Stichting en voor de financiering van de Stichting. De raad van bestuur rapporteert hierover aan en bespreekt de interne risicobeheersings- en controlesystemen met de raad van toezicht ten minste eenmaal per jaar.
7.
De raad van bestuur zal ter zake zijn functioneren en zijn werkzaamheden een bestuursverslag opstellen die aan de jaarrekening zal worden toegevoegd. In dit bestuursverslag zal melding worden gemaakt van alle door de wet en/of andere regelgeving voorgeschreven informatie en/of andere gegevens.
8.
De raad van bestuur vertegenwoordigt de Stichting met inachtneming van het daartoe bij de statuten van de Stichting bepaalde.
Taakverdeling raad van bestuur Artikel 5 1.
De voorzitter van de Stichting wordt benoemd met inachtneming van het daaromtrent in de statuten van de Stichting bepaalde.
2.
Onverminderd het bepaalde in de statuten van de Stichting en dit reglement heeft de voorzitter van de raad van bestuur van de Stichting ondermeer tot taak: a. het coördineren van het beleid van de raad van bestuur; b. het vormgeven aan een doelmatig functioneren van de raad van bestuur; c. het geven van ondersteuning aan de overige leden van de raad van bestuur en indien nodig het bemiddelen tussen deze leden van de raad van bestuur; d. het voorzitten van de vergaderingen van de raad van bestuur; e. het (laten) verzorgen van een tijdige en volledige informatieverschaffing aan de leden van de raad van bestuur voor zover nodig voor de uitoefening van hun taak; f. het onderhouden van contacten met de raad van toezicht en het informeren van de overige leden van de raad van bestuur omtrent de uitkomst(en) hiervan, alsmede het (laten) verzorgen van een tijdige en volledige informatieverschaffing aan de raad van toezicht voor zover nodig voor de uitoefening van zijn taak. Informatie die op verzoek van individuele leden van de raad van toezicht wordt verschaft, wordt gelijktijdig aan de overige leden van de raad van toezicht verschaft.
3.
Voor zover de raad van bestuur bestaat uit meer dan één lid, zal de raad van bestuur in onderling overleg de overige werkzaamheden verdelen. De verdeling van de werkzaamheden behoeft de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht.
4.
Onverminderd het hiervoor bepaalde zal elk lid van de raad van bestuur in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het bestuur van de activiteiten en werkzaamheden die aan hem zijn toebedeeld. In die hoedanigheid zal het lid van de raad van bestuur verantwoordelijk zijn voor het dagelijks leiding geven van de aan hem toebedeelde activiteiten en werkzaamheden, in commercieel, financieel, operationeel en administratief opzicht. Een en ander binnen de grenzen van zijn taak, zoals vastgesteld door de raad van bestuur.
5.
Indien een lid van de raad van bestuur zijn taken en bevoegdheden in verband met zijn afwezigheid niet kan uitoefenen, zullen zijn taken en bevoegdheden worden uitgeoefend door een ander lid van de raad van bestuur, daartoe aangewezen door de raad van bestuur. 4
Reglement Raad van Bestuur 23 februari 2011
In geval van langdurige afwezigheid van het betreffende lid van de raad van bestuur, daaronder te verstaan een afwezigheid langer dan vier weken, zal de raad van bestuur de raad van toezicht hiervan in kennisstellen. 6.
Ter zake de vervulling van zijn taken en de uitoefening van zijn bevoegdheden is ieder lid van de raad van bestuur verantwoording verschuldigd aan de raad van bestuur en is hij gehouden de raad van bestuur regelmatig te rapporteren op een zodanige wijze dat de raad van bestuur een behoorlijk inzicht verkrijgt in de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden. Verder dient ieder lid van de raad van bestuur bij/voor de vervulling van zijn taak overleg te plegen met zijn medeleden van de raad van bestuur ter zake onderwerpen met een zodanig belang waarvoor overleg vereist en/of wenselijk is.
Vergaderingen van de raad van bestuur Artikel 6 1.
De voorzitter van de raad van bestuur zal ten minste één maal per maand vergaderingen bijeenroepen, waarin de raad van bestuur de bedrijfsvoering en verdere aangelegenheden zal bespreken, alsmede de algemene beleidskwesties, de financiële positie en specifieke belangrijke financiële aangelegenheden van de Stichting. De raad van bestuur vergadert voorts zo vaak een lid van de raad van bestuur dit noodzakelijk acht.
2.
De bijeenroeping van de vergaderingen van de raad van bestuur geschiedt door of namens de voorzitter, schriftelijk, op een termijn van ten minste drie (3) dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen en vermelding van de plaats en tijdstip van de vergadering. Indien de voorzitter niet binnen twee weken na daartoe een verzoek te hebben gekregen van een ander lid van de raad van bestuur, een vergadering heeft bijeengeroepen, is het desbetreffende lid van de raad van bestuur zelf bevoegd een vergadering bijeen te roepen.
3.
De vergaderingen worden gehouden te Eindhoven dan wel ter plaatse binnen Nederland te bepalen door degene die de vergadering bijeen heeft geroepen, dan wel deed bijeenroepen.
4.
Een bestuurder kan zich door een andere bestuurder ter vergadering schriftelijk of elektronisch doen vertegenwoordigen.
5.
De voorzitter leidt de vergaderingen van de raad van bestuur; bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
6.
De raad van bestuur kan ter vergadering slechts besluiten nemen, indien de meerderheid van de in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is.
7.
Ieder bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van één (1) stem.
8.
Voor zover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden alle besluiten van de raad van bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen, onverminderd het uitgangspunt dat de raad van bestuur streeft naar unanimiteit bij zijn besluitvorming. Naar buiten toe zal de raad van bestuur eenduidig zijn besluitvorming uitdragen, ook al is een bepaald besluit niet met unanimiteit genomen. Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht. Ingeval van staking van stemmen kan het voorstel, mits ongewijzigd, op de agenda voor de volgende vergadering worden gebracht. Bij staking van stemmen na een tweede behandeling heeft de voorzitter een beslissende stem. 5
Reglement Raad van Bestuur 23 februari 2011
9.
De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergadering worden gehouden, met dien verstande, dat indien een of meer bestuurders zulks verlangen, stemmingen over personen schriftelijk geschieden.
10. Indien in een vergadering alle in functie zijnde leden aanwezig zijn, kunnen besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen. 11. Een lid van de raad van bestuur kan via de telefoon of via videoconferentie deelnemen aan een vergadering en wordt dan beschouwd als aanwezig bij een vergadering in persoon. Voorts kan de gehele raad van bestuur vergaderen via de telefoon of via videoconferentie. Als voorwaarde voor het in de vorige twee zinnen bepaalde geldt dat de aan de vergadering deelnemende leden van de raad van bestuur elkaar te allen tijde kunnen horen en kunnen worden gehoord. 12. De raad van bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle bestuurders in de gelegenheid worden gesteld hun stem schriftelijk uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. 13. Het door de voorzitter van de vergadering ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. 14. De notulen van de vergadering worden gehouden door een door de voorzitter aangewezen notulist. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering en ten blijke daarvan door de voorzitter en de notulist ondertekend. 15. Onder ‘schriftelijk’ bedoeld in dit artikel wordt tevens begrepen per fax, e-mail of enig ander gangbaar elektronisch communicatiemiddel voor geschreven tekstoverdracht waarvan (elektronisch) aantekening kan worden gehouden. 16. De leden van de raad van bestuur zijn gehouden de vergaderingen van de raad van bestuur bij te wonen. 17. Voor het overige zijn alle in de statuten van de Stichting opgenomen bepalingen betreffende de oproeping tot vergaderingen van de raad van bestuur, de wijze van vergaderen en de besluitvorming onverkort van toepassing. Informatie en tegenstrijdig belang Artikel 7 1.
Teneinde een goed functioneren van de raad van bestuur in haar geheel te faciliteren, zal ieder lid van de raad van bestuur de andere leden van de raad van bestuur alle informatie met betrekking tot de onderneming, commerciële aangelegenheden en de financiële positie van de Stichting verstrekken.
2.
De raad van bestuur is integer en stelt zich toetsbaar ten aanzien van zijn eigen functioneren. Elke vorm en schijn van persoonlijke bevoordeling dan wel belangenverstrengeling tussen enig lid van de raad van bestuur en de zorgorganisatie wordt vermeden.
3.
Ieder lid van de raad van bestuur is gehouden eigener beweging aan zijn medeleden van de raad van bestuur en aan de raad van toezicht alle inlichtingen te verschaffen omtrent de mogelijkheid van tegenstrijdige belangen tussen hem en de Stichting. De raad van toezicht zal alsdan bepalen of sprake is van een tegenstrijdig belang. Indien de raad van toezicht hierop een positief oordeel geeft, zal zij aangeven of en zo ja, onder welke voorwaarden de betreffende (rechts)handeling door de raad van be6
Reglement Raad van Bestuur 23 februari 2011
stuur mag worden aangegaan, onverminderd het overigens in de statuten van de Stichting bepaalde ten aanzien van vertegenwoordiging in geval van belangenverstrengeling. 4.
Het lid van de raad van bestuur ten aanzien van wie is vastgesteld dat er van een tegenstrijdig belang sprake is, neemt niet deel aan de discussie en de besluitvorming over een onderwerp of transactie waarbij hij het vastgestelde tegenstrijdig belang heeft.
Budget en Investeringsplan Artikel 8 De raad van bestuur zal ieder jaar uiterlijk op ĂŠĂŠn december een budget met investeringsplan voor het komende jaar maken en ter goedkeuring aan de raad van toezicht voorleggen. Rapportage leden van de raad van bestuur Artikel 9 Vorm en opzet van de rapportage van de raad van bestuur aan de raad van toezicht zal worden vastgesteld door de raad van bestuur na goedkeuring door de raad van toezicht. Contacten en vertegenwoordiging ten opzichte van de raad van toezicht Artikel 10 1.
De voorzitter van de raad van bestuur draagt de verantwoordelijkheid voor contacten tussen de raad van bestuur en de raad van toezicht.
2.
In geval van belet of ontstentenis van een van de leden van de raad van bestuur, zullen de andere leden van de raad van bestuur de raad van bestuur vertegenwoordigen in besprekingen met de raad van toezicht, onder voorafgaande overlegging van de agenda voor die bespreking aan het niet aanwezige lid van de raad van bestuur. Wanneer onderwerpen besproken worden die betrekking hebben op taken die aan het niet bij die besprekingen aanwezige lid van de raad van bestuur zijn toebedeeld, zal het niet aanwezige lid van de raad van bestuur aangaande die onderwerpen door de andere leden van de raad van bestuur tevoren worden geraadpleegd. Het niet aanwezige lid van de raad van bestuur zal conform artikel 7 van dit reglement zo spoedig mogelijk na de in de vorige volzin bedoelde bespreking door de andere leden van de raad van bestuur omtrent het besprokene worden geĂŻnformeerd.
3.
Met elk lid van de raad van bestuur voert de (voorzitter van de) raad van toezicht ten minste jaarlijks een functionerings- en beoordelingsgesprek.
4.
De raad van toezicht voert ten minste jaarlijks met de raad van bestuur als geheel een evaluatiegesprek over het wederzijds functioneren van beide organen op zich en in relatie tot elkaar.
5.
De leden van de raad van bestuur zijn gehouden de vergaderingen van de raad van toezicht bij te wonen, tenzij de raad van toezicht voor een bepaalde vergadering anders besluit.
7
Reglement Raad van Bestuur 23 februari 2011
Voorafgaande goedkeuring bestuursbesluiten Artikel 11 De raad van bestuur neemt geen besluiten waarvoor, op grond van de wet- en regelgeving alsmede de statuten, goedkeuring van de raad van toezicht vereist is, indien deze goedkeuring niet voorafgaand verkregen is, noch verricht de raad van bestuur (rechts)handelingen met het oog op de tenuitvoerlegging van dergelijke besluiten, indien de goedkeuring niet voorafgaand verkregen is. De nadere invulling van artikel 9 lid 1 van de statuten van de Stichting luidt als volgt: Bouwprojecten Voor de projecten onder de € 10 miljoen (incl. btw) wordt eerst een ontwikkelingvoorstel en vervolgens een uitgewerkt investeringsvoorstel voorgelegd aan de raad van toezicht. Voor de projecten boven de € 10 miljoen (incl. btw) wordt eerst een ontwikkelingvoorstel en wordt vervolgens bij elke afronding van een fase (initiatief-, haalbaarheid-, ontwerpen bouwfase) een goedkeuringsmoment van de Raad van Toezicht ingebouwd. Hierbij wordt expliciet goedkeuring gevraagd voor het investeringsbedrag, de betrokken contractpartijen en de juridische vormgeving. Reguliere bedrijfsvoering a. het in gebruik nemen, al dan niet krachtens huur, van gebouwen of delen daarvan met een huurbedrag per jaar hoger dan € 50.000; b. het sluiten en wijzigen van arbeidsovereenkomsten waarbij een bruto beloning per jaar wordt overeengekomen dat hoger is dan het jaarmaximum van de FWG-schaal 80. Geheimhoudingsplicht Artikel 12 1.
Alle leden van de raad van bestuur en alle overige deelnemers aan en/of aanwezigen bij de vergaderingen van de raad van bestuur zullen ten aanzien van de informatie en gegevens uit die vergaderingen geheimhouding betrachten en zij zullen geen mededelingen en/of uitlatingen doen aan derden met betrekking tot onderwerpen waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs hadden behoren te kennen, tenzij zij tot het doen van dergelijke mededelingen en/of uitlatingen de uitdrukkelijke, voorafgaande, schriftelijke toestemming hebben van de raad van toezicht of tot het doen van die mededelingen en/of uitlatingen een wettelijke verplichting bestaat.
2.
Deze geheimhoudingsplicht geldt onverminderd hetgeen ter zake geheimhouding is bepaald in enige andere overeenkomst waarbij een lid van de raad van bestuur of de Stichting partij is.
3.
Meer in het algemeen zullen leden van de raad van bestuur en oud-leden van de raad van bestuur van vertrouwelijke informatie geen mededelingen en/of uitlatingen doen aan derden met betrekking tot onderwerpen waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs hadden behoren te kennen, tenzij zij tot het doen van dergelijke mededelingen en/of uitlatingen de uitdrukkelijke, voorafgaande, schriftelijke toestemming hebben van de raad van toezicht of tot het doen van die mededelingen en/of uitlatingen een wettelijke verplichting bestaat.
8
Reglement Raad van Bestuur 23 februari 2011
Wijzigingen reglement Artikel 13 1.
Dit reglement kan slechts gewijzigd en/of aangevuld door de raad van bestuur na verkregen goedkeuring van de raad van toezicht.
2.
Elke wijziging zal schriftelijk geschieden en zal worden opgenomen in een nieuwe, volledige tekst van dit reglement.
Incidentele buiten toepassing verklaring reglement Artikel 14 Onverminderd het bepaalde in artikel 1 leden 3 en 4 kan de raad van bestuur van de Stichting incidenteel besluiten geen toepassing te geven aan de bepalingen uit dit reglement. Hiervan zal de raad van bestuur de raad van toezicht op de hoogte stellen en de redenen uiteen zetten. Geschillenregeling en toepasselijk recht Artikel 15 1.
Eventuele geschillen die ter zake de toepasselijkheid, uitleg en/of uitvoering van de bepalingen van dit reglement mochten ontstaan, worden ter beslechting voorgelegd aan de raad van toezicht.
2.
De raad van toezicht zal aangaande het gerezen geschil aan de raad van bestuur een advies uitbrengen, welk advies voor alle leden van de raad van bestuur als bindend zal gelden en waarnaar zij zich zullen richten.
3.
Op dit reglement is Nederlands recht van toepassing.
Eindhoven, 23 februari 2011
9