Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019

Page 1

VLAAMS AGRARISCH CENTRUM Administratie, advies & belangenverdediging voor agrarische ondernemers

Jaarlijkse uitgave - Editie 2020

2015-2019

VAC • Burgemeester Maenhautstraat 44E • 9820 Merelbeke • 09 252 59 19 • vac@vac.eu • www.vac.eu

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse


Inhoud Moderne, nieuwe look........................................................................pag. 4 Intro voorzitter, bestuur, team, kantoren......................................pag. 5 VACbond - onze syndicale actie....................................................pag. 6 VACrom - even voorstellen.............................................................. pag. 7 Keuring stookolietanks.......................................................................pag. 8 VACconsult............................................................................................pag. 9 Agrarische verzekeringen...............................................................pag. 10 Gunstige energietarieven................................................................pag. 11 Klanten enquête................................................................................ pag. 12 Akkerbouwteelten............................................................................. pag. 13 Ruwvoederteelten........................................................................... pag. 23 Fruitteelt...............................................................................................pag. 27 Varkenshouderij................................................................................ pag. 35 Pluimveehouderij.............................................................................. pag. 38 Geitenhouderij................................................................................... pag. 42 Vleesveehouderij.............................................................................. pag. 45 Quick-scan vleesvee....................................................................... pag. 48 Melkveehouderij................................................................................ pag. 49 Quick-scan melkvee........................................................................ pag. 53 VACcent in 10 vragen...................................................................... pag. 54 Mestbalans realtime........................................................................ pag. 55 Bedrijfseconomisch resultaat...................................................... pag. 56 VACwerk - dé bedrijfseconomische boekhouding.................pag. 57

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  2

Disclaimer Deze publicatie werd met de grootst mogelijke zorg samengesteld en kan louter dienstig zijn als richtlijn of ten titel van inlichting. Het raadplegen of het gebruik van deze publicatie ontslaat de gebruiker geenszins van diens verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. Noch het VAC noch de auteurs kunnen op generlei wijze aansprakelijk worden gesteld door de gebruiker van deze publicatie. Vermenigvuldiging en/of overname van gegevens zijn toegestaan mits de bron expliciet vermeld wordt: "Rentabiliteits- en kostprijsanalyse' - Vlaams Agrarisch Centrum - Merelbeke VU: Danny Vandebeeck - Burgemeester Maenhautstraat 44E - 9820 Merelbeke


Voorwoord Geachte lezer De 4de editie van de “Rentabiliteits- en kostprijsanalyse” uitgegeven door het Vlaams Agrarisch Centrum is volledig in een nieuw kleedje gestoken en refereert naar onze transitie tijdens de afgelopen maanden. Het VAC is en blijft het buitenbeentje in het agrarische landschap. Ons uniek ondernemingsmodel waarbij enerzijds het syndicale werk wordt gefinancierd door de ledenbijdragen en de dienstverlening van VAC cv en anderzijds de dienstverlening inhoudelijk wordt versterkt en gestuurd vanuit het syndicale werk garandeert onze onafhankelijkheid. Dat er nood is aan onafhankelijk en deskundig advies staat als een paal boven water. Meermaals worden signalen in die richting door de pers verspreid. Het VAC heeft de organisatie getransfereerd tot een onderneming die een plaats heeft veroverd in de agrarische dienstverlening. De verdere uitbouw van ons netwerk van autonome en onafhankelijke experts in ieders vakgebied, maakt onze werking uniek. Inmiddels hebben we door statutaire aanpassingen onze werking verduurzaamd. Zichtbaar zijn ons nieuwe logo en huisstijl. Minder zichtbaar is de erkenning en appreciatie die we mogen ontvangen van onze klanten. In de showbusiness ben je maar zoveel waard als je laatste optreden. De boutade geldt zeker en vast voor onze dienstverlening waar we én een complexe regelgeving, het bedrijfsvermogen én menselijke eigenschappen trachten te verzoenen. Om de kwaliteit te kunnen handhaven, vinden wij onszelf dagelijks opnieuw uit. Dit naslagwerk bevat cijfermateriaal over de verschillende sectoren die onze landbouw rijk en kenmerkend is. Het stelt de agrarische ondernemer in de mogelijkheid om de bedrijfsvoering te toetsen en de mogelijkheden te ontdekken in de andere sectoren. Deze editie stelt ons dienstverlening en de relaties met onze partners in het voetlicht. Het cijfermateriaal is gebaseerd op de data van het VAC-landbouwboekhoudprogramma VACWERK. Dit uitgangsmateriaal werd aangevuld en getoetst aan de bestaande openbaar gestelde data.

Iedere (agrarische) ondernemer stelt zich tot doel het grootst mogelijk rendement te halen op het geïnvesteerd kapitaal. Vergelijkend cijfermateriaal is belangrijk om het bedrijf te sturen en de rentabiliteit te verhogen. Dit naslagwerk kan een bijdrage leveren voor het maken van berekeningen, evaluaties en begrotingen. Het interpreteren van de cijfers is belangrijk. U moet de cijfers zien als een richtlijn en een tendens binnen een bepaalde sector. Afhankelijk van de actuele bedrijfssituatie, de marktwerking en de normen, kunnen de cijfers opgenomen worden in de managementplanning van het individueel bedrijf. We bieden u met fierheid deze editie aan.

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  3

Per sector wordt de methodiek verklaard.


Moderne, nieuwe look wij gingen ervoor!

Zeer tevreden over het resultaat blikken we even terug. In onderstaand artikel geven wij graag een inkijk over het tot stand komen van onze nieuwe huisstijl. We delen ons stappenplan graag met onze klanten/ leden, landbouwers/ondernemers. Een groeiproces met vallen en opstaan.

Stap 1 Strategische sessie met het ganse team, waar willen we naartoe, wat zijn onze doelstellingen, enz… De beslissing wordt genomen om onze huisstijl (logo, website, …) te veranderen, te moderniseren,

Stap 2 Professionele hulp zoeken/vinden.

Alles begint met het verwoorden van onze verzuchtingen, doelen, wensen, vooruitzichten. Graviteit moet goed weten wie we zijn, wat we doen, waar we voor staan en waar we naartoe willen met het Vlaams Agrarisch Centrum vooraleer zij aan de slag kunnen gaan

Stap 4 Eerste ontwerpen. Ze zien er al fantastisch uit, we zijn verwonderd waartoe een gesprek kan leiden. Onze ideeën op papier zien staan geeft een goed gevoel. We hebben er alle vertrouwen in.

Stap 5 Keuze maken.

Dit is niet onze dada, we kunnen veel maar zelf zo’n volledige make-over realiseren lukt ons niet. Gelukkig kennen we een jong bedrijf dat geknipt is voor deze job, twee jonge ondernemers Frank en Ines snellen ons te hulp. Graviteit staat ons de komende periode bij met raad en daad.

Stap 3 Het gesprek aangaan.

Ons logo de kern van onze make-over is zoveel meer dan dat het er mooi en modern uitziet. Over alles is nagedacht. De kleuren

De cirkelbeweging brengt een dynamiek en samenhang in het logo die evolutie en vooruitgang moet uitstralen. De landbouwer/ondernemer van vandaag is niet meer die van gisteren. De strakke typografie en rechte lijnen geven VAC een professionele uitstraling.

Stap 6 Keuze gemaakt en met volle kracht vooruit. Nu we weten wat we willen, wat we voor ogen hebben is het kwestie van tijd om alles gestroomlijnd te laten verlopen. De nieuwe website, nieuwe VAC-flash, ons briefpapier, enveloppes, presentatiemappen, folder, … We staan niet stil, zo begeven we ons op het pad van de sociale media. Je kan ons nu ook terugvinden op Facebook en Linkedin.

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  4

VAC heeft een hart voor leven en natuur: groen, geel en rood zijn de voornaamste kleuren in onze natuur. Onze gewassen, bloemen, planten, bladeren kleuren doorheen het jaar groen, rood, geel. Doorheen dat hele jaar dat de natuur evolueert is VAC de steun van jouw landbouwbedrijf. De blauwgrijze kleur accentueert de zakelijkheid en het professionalisme van onze dienstverlening.

Stap 7

De vormgeving

Niet op onze lauweren rusten.

De omsluitende cirkelbeweging staat symbool voor de samenhang die VAC wil creëren tussen de verschillende diensten die het VAC te bieden heeft. VAC centraliseert alle administratie van de landbouwer/ondernemer. VAC ontzorgt de landbouwer.

Dit is geen eindpunt. De uitdagingen voor de agrarische ondernemer zijn gigantisch. VAC gaat samen met de agrarische ondernemer de uitdaging aan. VAC ontzorgt en borgt, ontwikkelt hefbomen om samen een succesverhaal te schrijven.

2 jaar geleden gestart en nu afgerond. Wij zijn meer dan tevreden met het resultaat en naar de eerste reacties van onze klanten / leden te horen zijn jullie dit ook. Met dank aan Frank en Ines van Graviteit en hun medewerkers.

Stap 8


Intro voorzitter Toen het Vlaams Agrarisch Centrum in 1985 als VZW werd opgericht, was het de stichtende leden (o.l.v. Ignace Van de Walle) er voornamelijk om te doen de landbouwers op alle vlakken (administratief, educatief en syndicaal) te ondersteunen. Vanuit de gedachtegang dat deze beweging van onderuit diende gedragen te worden door haar leden, werd in 1999 de CVBA opgericht: een coöperatieve vennootschap met als doel de steeds maar groeiende administratieve druk bij de landbouwers weg te nemen, waarbij de landbouwers zelf aandeelhouder konden zijn.

Met een beperkt, maar professioneel team heeft het VAC haar leden ondertussen door de veranderende wetgeving en papierbergen geloodst. Het landschap is doorheen de jaren letterlijk en figuurlijk aangrijpend gewijzigd en terecht spreken we vandaag van ‘agrarische ondernemers’, die voor heel wat bijkomende uitdagingen staan (korte keten, energievoorzieningen, …). Om aan al deze uitdagingen tegemoet te komen, werden in de loop van 2021 de statuten van CVBA Vlaams Agrarisch Centrum aangepast en gemoderniseerd, teneinde het toegankelijker te maken voor landbouwers

en investeerders om toe te treden en mee te beslissen over de toekomst van de landbouw in het algemeen en het VAC in het bijzonder. Willen we een stempel kunnen blijven drukken op de ontwikkelingen en de toekomst van de familiale, duurzame landbouwbedrijven, dan kunnen we dat alleen maar doen indien we door de sterke schouders van de aandeelhouders worden gedragen. We hopen dan ook op een enthousiast engagement van onze leden en sympathisanten te mogen rekenen. Samen staan we sterker. Raf Van Gysel, Voorzitter

Bestuur Bestuurders

Gedelegeerd bestuurder

› Charles Beauduin

› Danny Vandebeeck

› Yvan Van de Velde › Lieve Van de Walle › Raf Van Gysel

VACconsult

VACcount

VAC algemeen

Danny Vandebeeck 09 252 59 19 danny.vandebeeck@vac.eu

Gerry Poppe 0477 32 75 79 gerry.poppe@vac.eu

Danny Vandebeeck 09 252 59 19 danny.vandebeeck@vac.eu

Kim Van Royen 0471 58 17 61 kim.vanroyen@vac.eu

Güven Durgun 0476 89 37 64 vaccount@vac.eu

Mieke Van de Walle 09 252 59 19 mieke.vandewalle@vac.eu

Linde Schouteeten 0473 32 25 70 linde.schouteeten@vac.eu

Yousra Dahouch 0475 88 54 22 vaccountoffice@vac.eu

Veerle Van de Walle 0470 97 61 64 veerle.vandewalle@vac.eu

VACrom

VACbond

Erica Nijs 0473 32 10 13 erica.nijs@vac.eu

Koen Vandennoortgate woordvoerder 0475 57 91 69 koenvdn@yahoo.be

Onze kantoren VAC hoofdkantoor

VAC Antwerpen

VAC Limburg

Burgemeester Maenhautstraat 44E 9820 Merelbeke 09 252 59 19

Morckhovenlei 93 bus 2 2140 Borgerhout 0477 32 75 79

Vennestraat 333 bus 1 3600 Genk 089 62 93 50

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  5

Ons dynamisch team


VACbond Onze syndicale actie Met VACbond bieden we de enige, echte onafhankelijke organisatie voor belangbehartiging Het VAC is waarschijnlijk, tot het tegendeel beweerd wordt, de enige landbouworganisatie in Europa de erin slaagt een syndicale werking uit te bouwen zonder enige subsidie of sponsoring. U weet wel, wiens brood men eet, diens woord men spreekt,…. We hebben maar één agenda, de belangen van agrarische ondernemers behartigen. De belangenbehartiging vertrekt meer dan ooit vanuit het ondernemerschap. Een visie die meer en meer wordt gewaardeerd door onze leden. Onze syndicale werking wordt gefinancierd door de ledenbijdragen en door de dienstverlening. Het VAC heeft een permanente vertegenwoordiging in de SALV, het overleg met de VLM en het dep. Landbouw&Visserij en andere adviesorganen. We worden weleens beschouwd als een steentje in de schoen maar we blijven slagkrachtig reageren zoals het embleem van Schotland, de onbuigzame distel. Ondanks onze beperkte middelen doch met een tomeloze inzet van bestuursleden en medewerkers slagen we erin vanuit pragmatisch en praktisch oogpunt steentjes in de rivier te verleggen. Onze aanwezigheid in de SALV wordt wederzijds gerespecteerd. Het VAC heeft de hoogste aanwezigheidsgraad van alle organisaties binnen de SALV. Voor de rampenfondsdossiers hebben we aangedrongen om zonnebrand te erkennen als schade en om een administratieve vereenvoudiging van de schademeldingen te doen via het E-loket. Bij de VLM (mestbank) maakt het VAC deel uit van de maatschappelijke klankbordgroep – het overleg met de landbouworganisaties en het consulentenoverleg. Voor de tussentijdse evaluatie hebben we o.a. de verlaging van de fosfaatnorm voor vast dierlijk mest, de complexiteit van de vanggewassen en de rechten bij de nitraatresiducampagne op de agenda geplaatst. Het nieuwe GLB post 2020 komt in rassenschreden naar ons toe. Voor het statuut “actieve landbouwer” hebben we een voorstel gelanceerd op basis van de nacebelcode en blijven we aandringen voor een vereenvoudiging van de aangifte, ... Dankzij onze inspanningen, werd de termijn voor het indienen van de aangiften omwille van Corona verlengd. Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  6


VACrom

even voorstellen ... VACrom is gespecialiseerd in de ondersteuning van agrarische ondernemers wanneer er een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden. Een omgevingsvergunning is nodig wanneer men wil bouwen, verbouwen of uitbreiden. Of wanneer een bestaande milieuvergunning bijna ten einde loopt en hernieuwd moet worden. De omgevingsvergunning De omgevingsvergunning vervangt en verenigt verschillende vergunningen, zoals een vergunning voor stedenbouwkundige handelingen, een vergunning voor de exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten (de vroegere milieuvergunning), een vergunning voor het wijzigen van kleine landschapselementen of voor het wijzigen van vegetatie (de vroegere natuurvergunning),... Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt tegenwoordig digitaal op het omgevingsloket ingediend.

Wat wij doen VACrom begeleidt de klant bij het opstellen van aanvragen voor omgevingsvergunningen. In een eerste fase maken wij, op basis van de wensen van de klant, een voorstudie om de mogelijkheden en haalbaarheid van zijn project te onderzoeken in samenspraak met een architect, indien dat nodig is. Wij leggen ook de nodige contacten wanneer voorafgaand advies van een bevoegde overheidsdienst wenselijk is. Vervolgens stellen wij, na uitgebreid overleg met klant en architect, het milieuluik van het aanvraagdossier voor de vergunning op het omgevingsloket samen. Wanneer een bestaande vergunning hernieuwd moet worden, verzorgen we eveneens het hele aanvraagdossier, zodat de klant geen kopzorgen heeft over deze administratieve verplichting. Nadat een aanvraag op het omgevingsloket ingediend is, blijft VACrom dit voor de klant opvolgen totdat er een beslissing over de aanvraag genomen is door de vergunningverlenende overheid.

Actueel: het stikstofbeleid Sinds februari van dit jaar heeft een gerechtelijke uitspraak het stikstofbeleid zoals dat in Vlaanderen de laatste jaren toegepast werd, helemaal onderuit gehaald. Zeker in de veeteeltsector heeft dit grote gevolgen en worden er momenteel nog amper vergunningen goedgekeurd, ondanks een overgangsregeling met tijdelijke richtsnoeren. De Vlaamse Regering belooft in het najaar met een definitieve regeling uit te pakken. VAC rekent op een duurzaam wettelijk kader dat in de praktijk niet uitdraait op een koude sanering van onze veeteeltsector. Wij blijven dit opvolgen...

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  7

De agrarische ondernemer kan bij VACrom ook terecht voor advies over de praktische toepassing van de milieuwetgeving uit Vlarem II. In de omgevingsvergunning worden immers voorwaarden opgelegd, en het is belangrijk dat deze in de praktijk gebracht worden.


Controle brandstoftank Vergeet de periodieke controle van uw brandstoftank niet! Opslagtanks voor brandstoffen voor professioneel gebruik dienen periodiek gecontroleerd te worden.

advies en wettelijke controles van opslaginstallaties voor gevaarlijke stoffen en gassen.

Waarden & troeven:

Het VAC heeft met GNO-EXPERTS een externe partner gevonden om onder gunstige voorwaarden uw stookolietank te inspecteren en te certificeren.

De missie van GNO (www.gno-experts. be) is het bijstaan van professionelen in het voorkomen en beperken van milieuverontreiniging en veiligheidsrisico’s met als doel het aanleveren van duidelijke rapportage en oplossingsgericht advies met nauwgezette opvolging.

› Vakbekwaam

GNO is sinds 1996 gespecialiseerd in

› Flexibiliteit › Besluitvaardigheid

Is de driejaarlijkse termijn van controle verstreken en wenst u te genieten van de gunstige voorwaarden van GNO, contacteer VAC (vac@vac.eu) en wij doen voor u het nodige.

Even de regelgeving opfrissen Controle vóór de tank in gebruik genomen wordt Elke bovengrondse tank voor stookolie moet na de plaatsing, maar vóór de ingebruikname gecontroleerd worden. Elke ondergrondse houder moet tevens tijdens plaatsing gevontroleerd worden. Als er in de stookolietank(s) bij het gebouw 200 liter of meer stookolie zonder GHS02-symbool of 100 kg of meer stookolie met GHS02-symbool kan, dan moet u dat ook melden bij het college van burgemeester en schepenen van uw gemeente.

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  8

U moet een omgevingsvergunning aanvragen vóór de tank geplaatst wordt: › als er in totaal meer dan 20 ton stookolie met GHS02-symbool kan worden opgeslagen › als er in totaal meer dan 50.000 liter stookolie zonder GHS02-symbool kan worden opgeslagen. Controle als de stookolietank in gebruik is Ook na ingebruikname moet u uw stookolietank regelmatig laten controleren.

Hoe vaak dat moet, hangt af van het volume van de tank, de plaatsing ervan (ondergronds of bovengronds) en de ligging (binnen of buiten de waterwingebieden en beschermingszones). De eigenaar van een stookolietank heeft volgende onderhoudsverplichtingen. Een ‘ondergrondse tank’ is een tank die in de grond is ingegraven. Een tank in een kelder is dus een ‘bovengrondse tank’. › Een ondergrondse stookolietank: · moet om de 2 jaar een beperkt onderzoek ondergaan (dit moet jaarlijks gebeuren als de tank in een waterwingebied of beschermingszone ligt) en · moet om de 15 jaar een grondig algemeen onderzoek ondergaan (dit moet om de 10 jaar gebeuren als de tank in een waterwingebied of beschermingszone ligt). Ondergrondse tanks van gewapende, thermohardende kunststof zijn vrijgesteld van het grondig algemeen onderzoek. › Een bovengrondse stookolietank: · moet om de 3 jaar een beperkt onderzoek ondergaan en · moet als de tank een inhoudsvermogen van meer dan 20.000 liter

heeft, bijkomend om de 20 jaar een algemeen onderzoek ondergaan. Wie controleert de stookolietank? Een stookolietank moet gecontroleerd worden door een erkende technicus stookolietanks of erkende milieudeskundige in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen. Na de controle Bij iedere controle of onderzoek stelt de erkende technicus of milieudeskundige een certificaat op voor de eigenaar of exploitant. Daaruit moet ondubbelzinnig blijken dat de tank al dan niet voldoet aan de wettelijke bepalingen. Na de controle krijgt uw installatie een groene, oranje of rode dop of merkplaat. Op het certificaat en de dop of merkplaat moeten altijd de volgende zaken staan: › naam en erkenningsnummer van de uitvoerende technicus of milieudeskundige › datum van de controle › datum van controle.

de

eerstvolgende


VACconsult Lees verder om te ontdekken wat VACconsult voor u en uw klant kan betekenen ...

VACconsult is onze adviesdienst voor de begeleiding en advisering van de agrarische ondernemers.

De begeleiding en advisering van agrarische ondernemers is een complex gegeven geworden. Om onze brede waaier van begeleiding bevattelijk te schetsen geven een we een inzicht van onze werking vanaf de start van de onderneming tot aan de stopzetting. VACconsult zorgt bij de opstart van de onderneming voor de administratieve verplichtingen en dit in samenspraak met de boekhouder, die vaak als vertrouwenspersoon fungeert. We bekijken samen welke bedrijfsvorm (eenmanszaak, maatschap, vennootschap, BTW statuut) het beste past voor het type bedrijfsvorm. Wij kunnen zorgen voor: KBO-nr., volledige omschrijving in nacebelcode, landbouwnummer, mestbank en informeren bevoegde administraties zoals FAVV, omgevingsvergunning, DGZ, sanitel, fytolicentie al naargelang de exploitatie. Indien nodig stellen we samen met de bedrijfsleider een ondernemingsplan / financieel plan op. Wanneer een start van bedrijf gepaard

gaat met een gehele of gedeeltelijke overname, faciliteren we de besprekingen tussen de overlaters en de overnemers. Wanneer de overdracht in familieverband plaats vindt hebben we aandacht voor de familiale bezorgdheden. Tevens bespreken we de mogelijkheden van het schenken van familiale ondernemingen. Voordat de overname plaats vindt, wordt het VLIF dossier opgesteld. Na de overname / start van de agrarische onderneming begeleiden we de onderneming op bedrijfseconomisch vlak teneinde de bedrijfsvoering te optimaliseren. Dankzij het VACwerkprogramma kunnen we simulaties berekenen voor andere bedrijfsuitbatingsvormen, het aanboren van andere inkomsten, enz. We loodsen het bedrijf doorheen de ingewikkelde regelgeving van het mestdecreet en het Europees landbouwbeleid. Uniek is de pro-actieve begeleiding voor onze VACcent-klanten waarbij op geregelde tijdsstippen of ad-hoc het bedrijf een advies ontvangt om zich te wapenen tegen potentiële boetes of tijdig te anticiperen op subsidiemogelijkheden.

bouwde strategische beslissing. Het VAC zorgt voor een deskundige onderbouwing van strategische beslissingen voor uitbreiding, ontwikkeling, bedrijfsvormen, het aanboren van andere agrarische activiteiten. Helaas komen agrarische ondernemers weleens in conflict met derde partijen. Vanuit onze ervaring kunnen we de agrarische ondernemers voorstellen om in een bemiddelingsprocedure te stappen of via gerechtelijke weg een verdediging op te bouwen. Onze bezwaarschriften of verzoekschriften worden opgesteld zonder sentiment maar met de nodige technische en juridische onderbouwing. In overleg met de sociale secretariaten werken we aan een optimaal sociaal statuut. Wanneer de pensioenleeftijd in zicht komt, prikken we voor de agrarische ondernemer de pensioendatum en bekijken we samen met de bedrijfsleider de eindeloopbaanproblematiek zoals de werking / voortzetting van het bedrijf in functie van de eventuele beperkingen op vlak van sociale zekerheid, fiscaliteit en pacht. Bij stopzetting zorgen we voor de administratieve afhandeling zoals KBO, de bevoegde overheden, de sociale zekerheid, enz.

Een agrarische onderneming runnen vraagt ten gepaste tijde een onder-

Begeleiding en advisering van agrarische bedrijven is complex en in volle transitie. Omwille van de complexiteit worden onze medewerkers gescreend op de drie ‘B’s’. › Iedere dag is een wit Blad, › Niet Bibberen voor een uitdaging, › Niet Blazen voor een probleem.

Ieder dossier, vraag, probleem heeft recht op een oplossing. Het VAC zet sterk in op opleidingen voor haar medewerkers. De opleidingen zijn zeer divers en gaan van landbouwkundige aspecten over sociale en fiscale aspecten.

Onze medewerkers zijn tevens onze vertegenwoordigers op het overleg. Deze aanwezigheid beantwoordt aan de behoefte om mensen uit het veld rond de onderhandelingstafel te hebben die de praktische haalbaarheid van de regelgeving toetsen.

U bent als boekhouder – dienstverlener begaan met het succes van uw klant. Wij schrijven graag samen met u en uw klant mee aan dit verhaal.

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  9

U leest het goed, we spreken liever over agrarische ondernemers – ondernemingen, omdat de ‘boeren’ het verdienen om gerespecteerd te worden als ondernemer.


Agrarische verzekeringen Onze specialiteit Als agrarisch ondernemer kent u als geen ander de kansen en risico’s van uw bedrijf. Een agrarisch bedrijf verzekeren vraagt om specialistisch advies en kennis. Het VAC heeft haar netwerk van experten uitgebreid met het kantoor Nelissen Verzekeringen. Met meer dan 50 jaar ervaring in de akkerbouw, veeteelt, (glas)tuinbouw en fruitteelt heeft Nelissen Verzekeringen aangepaste producten op maat en dat betekent gemoedsrust voor u.

Waarom Nelissen Verzekeringen? › Specialisten in verzekeringen voor de agrarische sector › Helder advies met keuze welke risico’s u wenst te verzekeren › Op maat gemaakte oplossingen › Wij ontzorgen u bij schade Kortom dé specialist agrarische verzekeringen zodat u zich kan focussen op uw activiteiten.

Geniet van een gratis audit van uw verzekeringen Onze partner Nelissen verzekeringen biedt u een gratis audit van uw verzekeringen aan. Is uw bedrijf wel goed verzekerd? Ziet u geen risico’s over het hoofd? Een doorlichting van uw verzekeringsdossier? Wij helpen u met onze kosteloze Verzekeringscheck! Maak gebruik van dit aanbod en bespaar tot wel 20% Contacteer ons via: › landbouw@nelissenverzekeringen.be Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  10

› +32(0)11 59 07 97 › www.nelissenverzekeringen.be


Gunstige energietarieven

Wij gaan ervoor!

ENERGIESTUDIE ISM ONAFHANKELIJK ADVIESPLATFORM (OAP) De energiekost weegt zwaar op het budget van agrarische ondernemingen. Samen met OAP bekijken we welke de meest gunstige energietarieven zijn voor jouw bedrijf. Er zijn geen extra kosten aan verbonden en de administratieve rompslomp nemen we met veel plezier over, gratis en voor niets.

Interesse in dit VAC-ledenvoordeel? Neem contact met ons op. Kan u nog besparen op uw energiefactuur? Onafhankelijk Adviesplatform stelt met veel trots een partnerschap voor met VAC. VAC zet haar schouders onder uw landbouwbedrijf door een onafhankelijke en deskundige dienstverlening te bieden. Ook kan u bij VAC terecht voor advies, voorlichting en belangenverdediging voor agrarische ondernemers. VAC ontneemt landbouwbedrijven van hun zorgen, zodat ze optimaal kunnen ontwikkelen.

Jaarlijkse check energietarief Wij helpen u graag met het zoeken naar de voordeligste energieleverancier. Aan de hand van een uitgebreide energiescan en een jaarlijkse check kunnen wij uw energiefactuur jaar na jaar verlagen. Wij staan bij het Onafhankelijk Adviesplatform klaar om er voor te zorgen dat u niet langer teveel betaalt. Bovendien zijn wij niet verbonden aan leveranciers, op die manier kunnen we u onafhankelijk het best mogelijk advies geven.

Voordelen samenwerking OAP / VAC › Eén contactpunt › Gratis analyse › Vrije keuze › Zorgeloze overstap

Bij Onafhankelijk Adviesplatform staan we de leden van VAC met plezier bij in alles omtrent energie.

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  11

Als trotse partner helpen wij u de energiefactuur zo laag mogelijk te houden door een jaarlijkse check uit te voeren. Bovendien ontvangt u als lid van VAC exclusieve voordelen en kortingen.


VAC klanten enquête Na onze voorjaarscampagne vroegen wij onze klanten om deel te nemen aan een enquête. 49 klanten name de tijd om onze vragen te beantwoorden. Hieronder ziet u het resultaat van deze enquête. Inhoudelijk Ik ervaar de toepassing van het mestdecreet (MAP6) op mijn bedrijf als

Ik ervaar de toepassing van de vanggewassen GBT2 en 3 volgens mestdecreet (MAP6) op mijn bedrijf als

Ik ervaar de berekening van de waterheffing via de facturatie van de waterleiding als

Ik ervaar de toepassing van het Europees landbouwbeleid in mijn verzamelaanvraag als

Ik ervaar de combinatie vanggewassen - groenbedekkers nateelt als

De informatie die de VAC-medewerker mij gaf over de mestbankaangifte en mestbalans was

De informatie die de VAC-medewerker mij gaf over de verzamelaanvraag was

De informatie die ik via VACcent kon raadplegen was

Het ontvangen per mail van een mestbalans in realtime betekent een meerwaarde voor mijn bedrijf

De tijd die de VAC medewerker aan mijn dossier besteedt is

Een maandelijkse vaste zitdag in mijn provincie zou de dienstverlening aan mijn bedrijf

Begeleiding en informatie De informatie in de VAC-flash over het mestdecreet en de mestbankaangifte vind ik

De informatie in de VAC-flash over de ve r z a m e l a a nv ra a g vind ik

Organisatorische aanpak VAC

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  12

De organisatie van zitdagen / bedrijfsbezoeken of aangifte vanop afstand omwille van de Corona maatregelen vond ik

Het online raadplegen van de relevante documenten op VACcent betekent een meerwaarde voor mijn bedrijf


Akkerbouwteelten

Het gaat hierbij zowel om bedrijven gespecialiseerd in akkerbouw als om gemengde bedrijven die akkerbouw combineren met tuinbouw en / of veeteelt. De akkerbouwbedrijven met bio-teelten zijn tevens opgenomen in de cijfergegevens.

GEWAS

OPPERVLAKTE (HA)

TOTAAL

45996

56465.3

aardappelen (niet-vroege) aardappelen (vroege, rooi 19/6)

8712

aardappelen (pootgoed)

1536

aardappelen (primeur, rooi voor 20/6)

222

wintertarwe

63824

korrelmaïs

45211

wintergerst

15961

triticale

2017

spelt

1074

zomergerst

660

zomertarwe

467

winterrogge

294

zomerhaver

279

winterhaver

135

andere granen (bv. mengkoren)

129

brouwgerst

18

zomerrogge

14

Wanneer we schrijven over opbrengsten bedoelen we de kg opbrengsten. Wanneer we schrijven over omzet, bedoelen we de financiële opbrengsten.

boekweit

11

Opbrengst = kg / Omzet = euro

Totaal

Methodiek De gemiddelden zijn berekend per kengetal waardoor de bedragen afwijken van het rekenkundig resultaat. Gemiddelden zijn bruikbaar voor het aantonen van een tendens en kunnen niet als absoluut beschouwd worden. Het arbeidsinkomen is het resultaat van de omzet vermindert met de variabele en structurele kosten.

suikerbieten

18873

18873

cichorei (inuline)

1648

1664.31

cichorei (koffiesurrogaat)

16 207096

De omzet is samengesteld uit de verkoop van het hoofdproduct, de verkoop van het bijproduct en voorraadwijzigingen. De perceelsgebonden subsidies worden niet opgenomen in de resultatenrekening. De variabele kosten zijn kosten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de opbrengsten. Ze zijn samengesteld uit de kosten voor zaad en pootgoed, de gewasbeschermingsmiddelen, de meststoffen, het loonwerk, de diverse directe teeltkosten en energie.

130093

9%

1% 63% Granen

27%

Aardappelen Suikerbiet Chicorei

De structurele kosten hebben geen invloed op de opbrengst. Deze bestaan uit grondlasten, pacht, onderhoud machines en gebouwen, afschrijvingen, toegerekende rentes en algemene kosten zoals verzekeringen, enz.

Evolutie

De vaste kosten zijn niet per teelt toegewezen maar wel per bedrijfstak, ttz akkerbouw.

De akkerbouwgewassen nemen 207096 ha van het landbouwareaal in beslag.

Alle cijfers zijn uitgedrukt per ha.

Dit is iets meer dan een derde van het

Vlaamse landbouwareaal. De grootste groep akkerbouwgewassen zijn de granen, inclusief korrelmais. De droogte van 15 juni 2019 tot en met 30 september 2019 werd erkend als een landbouwramp.

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  13

De analyse gebeurt voor bedrijven met akkerbouwgewassen welke voor de bedrijfseconomische boekhouding beroep doen op het VACwerk programma van het VAC.


Aardappelen De omzet van aardappelen zijn sterk marktgevoelig. Het schommelend areaal , volgend op een goed jaar, en schommelden opbrengsten zijn hier debet aan. Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de omzet €5197 per ha. De schommeling tussen de jaren met de hoogste omzet en de laagste omzet bedraagt ca 23%. De schommeling tussen de jaren met de hoogste opbrengst en de laagste opbrengst bedraagt ca 65%. Dit toont aan dat de aardappelteelt een sterk prijsgevoelige en opbrengstgevoelige teelt is met weinig voorspelbare elementen. De droogte van 2019 veroorzaakt een lagere opbrengst dan verwacht. De impact ervan is lager dan de droogte van 2018. Uit de financiële kengetallen kunnen we opmaken dat de impact van de variabele kosten op de omzet relatief gering is. De invloed van de markt weegt zwaarder door. De variabele kosten zijn fluctuerend omwille van de prijs van het pootgoed, ook hier is het areaal de bepalende factor en de ziektedruk (bestrijdingsmiddelen) door de weersomstandigheden. De structurele kosten fluctueren minder aangezien in ons cijfermateriaal het areaal redelijk constant blijft. De variabele kosten stijgen sterker dan de structurele kosten.

de gewasbeschermingsmiddelen zijn de zwaartse uitgaven binnen de variabele kosten en zijn beide samen goed voor 62%.

% variabele kosten van de omzet

52%

% structurele kosten van de omzet

21%

schommeling omzet

123%

schommeling opbrengst

165%

Productiviteit kg per ha 55000 50000 45000 40000 35000 30000 25000 20000 15000 2015

2016

2017

2018

2019

Euro per 100 kg 19 17 15 13 11 9 7 5 2015

2016

2017

Euro per 100 kg

2018

2019

Lineair (Euro per 100 kg)

Financiële kengetallen 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0 2015

2016

totaal bruto omzet structurele kosten

De kosten voor zaad- en pootgoed en

2017

2018

variabele kosten arbeidsinkomen

2019 bruto marge

2015

2016

2017

2018

2019

GEMIDDELD

TOV GEMIDDELD (%)

TOV VORIG JAAR (%)

totaal bruto omzet

5637

5433

4569

4938

5409

5197

104

110

bruto-omzet hoofdproduct

5637

5433

4569

4938

5409

5197

104

110

variabele kosten

1537

1761

2248

1732

2791

2014

139

161

zaad en pootgoed

577

584

754

836

1024

755

136

122

meststoffen

183

191

298

262

302

247

122

115

gewasbescherming

408

583

512

602

794

580

137

132

loonwerk

308

346

364

362

388

354

110

107

diverse teeltkosten

59

58

65

89

111

76

145

125

energie

131

118

101

106

183

128

143

173

4099

3671

2565

3306

2584

3245

80

78

structurele kosten

935

945

1125

969

1148

1024

112

118

arbeidsinkomsten

3196

2820

1315

1966

1426

2145

66

73

kg opbrengst

31107

31484

51450

34890

43158

38418

112

124

euro per 100 kg

18.12

17.26

8.88

14.15

12.53

14.00

88

89

AARDAPPELEN

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  14

bruto marge


Evolutie kosten 3300 2800 2300 1800 1300 800 300 2015

2016

2017

variabele kosten

2018

2019

structurele kosten

Samenstelling variabele kosten 6% 4%

zaad en pootgoed 35%

16%

meststoffen gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten

27%

12%

energie

Suikerbieten De prijsvorming is verbeterd en bedroeg in 2019 +6% van het vijfjarige gemiddelde.

Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de opbrengst €2509.

De variabele kosten bedragen ca 53% van de gerealiseerde omzet. Het aandeel variabele kosten nadert opnieuw de norm van 50%.

De omzet in 2019 was 12% hoger dan het vijfjarige gemiddelde. De variabele kosten stegen tot 12% boven het vijfjarig gemiddelde.

opbrengsten. De kosten voor het loonwerk en de gewasbeschermingsmiddelen zijn de zwaarste uitgaven binnen de variabele kosten en zijn beide samen goed voor 57%.

De productiviteit overschrijdt de grens van 80 ton per ha.

De structurele kosten blijven stabiel tgv van het stabiele areaal en de stabiele

% variabele kosten van de omzet

53%

% structurele kosten van de omzet

47%

schommeling omzet

128%

schommeling opbrengst

110%

2015

2016

2017

2018

2019

GEMIDDELD

TOV GEMIDDELD (%)

TOV VORIG JAAR (%)

totaal bruto omzet

2800

2191

2430

2323

2801

2509

112

121

bruto-omzet hoofdproduct

2800

2191

2420

2323

2784

2504

111

120

variabele kosten

1339

1143

1224

1436

1479

1324

112

103

zaad en pootgoed

278

251

259

264

265

263

101

100

meststoffen

244

189

196

212

200

208

96

94

gewasbescherming

356

307

321

359

384

345

111

107

loonwerk

438

385

415

538

448

445

101

83

diverse teeltkosten

23

11

10

13

15

14

104

115

energie

102

99

103

112

99

103

96

88

bruto marge

1461

1049

1205

888

1322

1185

112

149

structurele kosten

880

1320

984

986

935

1021

92

95

arbeidsinkomsten

581

-271

449

163

382

261

146

234

78000

80500

84500

77840

85492

81266

105

110

3.59

2.72

2.86

2.98

3.26

3.08

106

109

SUIKERBIETEN

kg opbrengst euro per 100 kg

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  15

De omzet van de suikerbieten is onderhevig aan de suikerprijs en het suikergehalte. Het verschil tussen de hoogste omzet en laagste omzet bedraagt 28% terwijl het verschil tussen de hoogste en laagste opbrengst 10% bedraagt.


Productiviteit kg per ha 88000 86000 84000 82000 80000 78000 76000 74000 2015

4,00

2016

2017

2018

2019

Euro per 100 kg

3,50 3,00 2,50 2,00 2015

2016 Euro per 100 kg

2017

2018 2019 Lineair (Euro per 100 kg) Financiële kengetallen

3000 2500 2000 1500 1000 500 0 -500

2015

2016

totaal bruto omzet structurele kosten

2017 variabele kosten arbeidsinkomen

2018

2019

bruto marge

Evolutie kosten 1700 1500 1300 1100 900 700 500 300 2015

2016 variabele kosten

Samenstelling variabele kosten 8% 1%

19%

zaad en pootgoed meststoffen

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  16

32%

15%

gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten

25%

energie

2017

2018 structurele kosten

2019


Granen Wintertarwe , wintergerst en korrelmais zijn de voornaamste graangewassen. Spelt is aan een opmars bezig.

Wintertarwe De omzet van de teelt wintertarwe is onderhevig geworden aan sterkere wereldmarktschommelingen. De prijsvorming in de granen is sterk afhankelijk van de vraag (veevoeding) en de samenstelling van de voeders. Het verschil tussen de hoogste omzet en laagste omzet bedraagt 52% terwijl het verschil tussen de hoogste en laagste opbrengst 15% bedraagt. Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de omzet €1696 waarvan stroverkoop ca 12% deel van uit maakt.

Productiviteit kg per ha 9400 9200 9000 8800 8600 8400 8200 8000 7800 7600 7400 7200 2015

25

2016

2017

2018

2019

Euro per 100 kg

20

De productiviteit blijft stabiel rond 8500 kg.

15 10 2015

2016 Euro per 100 kg

De prijsvorming lijkt herstellend. De variabele kosten bedragen ca 47% bedragen van de gerealiseerde omzet.

2017 2018 Lineair (Euro per 100 kg)

2019

Financiële kengetallen 2500

De variabele kosten zijn licht stijgend. De verhouding tussen de verschillende componenten van de variabele kosten blijft stabiel.

2000

De kosten voor loonwerk en gewasbeschermingsmiddelen zijn de zwaarste uitgaven binnen de variabele kosten en zijn beide samen goed voor 59%.

-500

1500 1000 500 0 2015

2016

2017

totaal bruto omzet

variabele kosten

structurele kosten

arbeidsinkomen

2018

2019

bruto marge

2015

2016

2017

2018

2019

GEMIDDELD

TOV GEMIDDELD (%)

TOV VORIG JAAR (%)

totaal bruto omzet

1644

1337

1543

1922

2032

1696

120

106

bruto-omzet hoofdproduct

1564

1263

1352

1620

1744

1509

116

108

bruto-omzet bijproduct

80

74

251

298

289

198

146

97

variabele kosten

916

773

821

857

962

866

111

112

zaad en pootgoed

129

126

111

113

115

119

97

102

meststoffen

210

165

155

162

172

173

100

106

gewasbescherming

270

237

232

253

262

251

104

104

loonwerk

287

235

229

258

269

256

105

104

diverse teeltkosten

20

9

8

12

15

13

117

125

energie

35

34

33

59

51

42

120

86

bruto marge

728

564

792

1033

1165

856

136

113

structurele kosten

736

722

726

654

709

709

100

108

arbeidsinkomsten

-8

-157

61

402

464

152

304

115

kg opbrengst

9154

8006

8490

8392

9224

8653

107

110

euro per 100 kg

17.09

15.78

15.92

19.30

18.91

17.43

108

98

WINTERTARWE

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  17

De omzet is in 2019 20% hoger dan het vijfjarig gemiddelde.


Evolutie kosten 1000 900 800 700 600 500 400 300 2015

2016

2017

2018

variabele kosten

% variabele kosten van de omzet

47%

% structurele kosten van de omzet

35%

schommeling omzet

152%

schommeling opbrengst

115%

2019

structurele kosten

Samenstelling variabele kosten 2%

5% 14% zaad en pootgoed meststoffen

30%

gewasbescherming

20%

loonwerk diverse teeltkosten energie

29%

Wintergerst De omzet van wintergerst is in 2019 11% lager dan in 2018. Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de omzet €1563. Het verschil tussen de hoogste omzet en laagste omzet bedraagt 33% terwijl het verschil tussen de hoogste en laagste opbrengst 23% bedraagt.

Productiviteit kg per ha 9500 9000 8500 8000 7500 7000 6500 6000 5500 5000 2015

2016

2017

2018

2019

De productiviteit is 9% hoger dan het vijfjarig gemiddelde.

2015

2016

2017

2018

2019

GEMIDDELD

TOV GEMIDDELD (%)

TOV VORIG JAAR (%)

totaal bruto omzet

1644

1337

1475

1780

1580

1563

101

89

bruto-omzet hoofdproduct

1175

1263

1288

1543

1378

1329

104

89

bruto-omzet bijproduct

80

74

129

206

212

140

151

103

variabele kosten

916

773

689

838

766

796

96

91

zaad en pootgoed

120

126

125

143

107

124

86

75

meststoffen

163

165

126

143

109

141

77

76

gewasbescherming

137

237

219

236

234

213

110

99

loonwerk

221

235

201

236

222

223

100

94

diverse teeltkosten

20

9

5

4

4

8

48

100

energie

37

35

37

77

89

55

162

116

bruto marge

728

564

615

870

816

719

114

94

structurele kosten

715

632

632

513

667

632

106

130

arbeidsinkomsten

-8

-68

164

416

184

138

134

44

kg opbrengst

7380

8159

8549

8245

8978

8262

109

109

euro per 100 kg

15.92

15.48

15.07

18.71

15.35

16.09

95

82

WINTERGERST

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  18


De variabele kosten bedragen ca 48% van de gerealiseerde omzet. Dit is vergelijkbaar met de wintertarwe.

20

De variabele kosten zijn gedaald tov van het vorige jaar en het vijfjarig gemiddelde.

14

Euro per 100 kg

18 16

12 10 2015

De kosten voor de gewasbeschermingsmiddelen en het loonwerk zijn de zwaarste uitgaven binnen de variabele kosten en zijn beide samen goed voor 57%.

2016

2017

Euro per 100 kg

2018

2019

Lineair (Euro per 100 kg)

Financiële kengetallen 2000 1500

% variabele kosten van de omzet

48%

1000

% structurele kosten van de omzet

42%

500

schommeling omzet

133%

0

schommeling opbrengst

122%

-500

2015

2016

totaal bruto omzet structurele kosten

2017

2018

variabele kosten arbeidsinkomen

2019

bruto marge

Evolutie kosten 1000 900 800 700 600 500 400 300 2015

2016

2017

variabele kosten

2018

2019

structurele kosten

Samenstelling variabele kosten 1%

7% 16% zaad en pootgoed meststoffen

29%

gewasbescherming

19%

loonwerk diverse teeltkosten energie

Triticale De omzet van triticale is sinds 2017 sterk hersteld. De omzetstijging bedraagt +42% tov van het vijfjarige gemiddelde en zelfs 32% tov vorig jaar. Dit herstel is volledig toe te schrijven aan de betere prijsvorming. De prijsvorming in de granen is sterk afhankelijk van de vraag vanuit de veevoeding en het aanbod/prijs van alternatieven. Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de opbrengst €1155.

Productiviteit kg per ha 8500 8000 7500 7000 6500 6000 5500 5000 2015

2016

2017

2018

2019

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  19

28%


Het verschil tussen de hoogste omzet en laagste omzet bedraagt het dubbel terwijl het verschil tussen de hoogste en laagste opbrengst 33% bedraagt. De productiviteit is gestegen en bedraagt 11% hoger dan het vijfjarig gemiddelde. De variabele kosten bedragen ca 51% bedragen van de gerealiseerde omzet. De variabele kosten zijn stijgend. De verhouding tussen de verschillende componenten van de variabele kosten blijft stabiel.

De kosten voor de gewasbeschermingsmiddelen en het loonwerk zijn de zwaarste uitgaven binnen de variabele kosten en zijn beide samen goed voor 58%. 19

% variabele kosten van de omzet

51%

% structurele kosten van de omzet

30%

schommeling omzet

204%

schommeling opbrengst

133%

Euro per 100 kg

17 15 13 11 9 7 5

2015

2016

2017

Euro per 100 kg

2018

2019

Lineair (Euro per 100 kg)

Financiële kengetallen 1800 1600 1400 1200 1000 800 600 400 200 0 2015 2016 totaal bruto omzet

2017 variabele kosten

structurele kosten

arbeidsinkomen

2018 2019 bruto marge

Evolutie kosten 900 800 700 600 500 400 300 2015

2016

2017

variabele kosten

2018

2019

structurele kosten

2015

2016

2017

2018

2019

GEMIDDELD

TOV GEMIDDELD (%)

TOV VORIG JAAR (%)

totaal bruto omzet

1118

806

955

1250

1644

1155

142

132

bruto-omzet hoofdproduct

789

688

748

1074

1395

939

149

130

bruto-omzet bijproduct

322

246

199

355

302

285

106

85

variabele kosten

745

709

746

821

832

771

108

101

zaad en pootgoed

129

106

121

127

156

128

122

123

meststoffen

260

152

124

128

92

15

61

72

gewasbescherming

168

159

161

155

207

170

122

134

loonwerk

268

232

279

288

341

282

121

118

diverse teeltkosten

15

15

18

16

6

14

43

38

energie

27

22

24

33

35

28

124

106

bruto marge

755

473

588

837

825

696

119

99

structurele kosten

409

399

426

478

488

440

111

102

arbeidsinkomsten

367

178

191

349

337

284

118

97

kg opbrengst

8049

6249

7488

7257

8292

7467

111

114

euro per 100 kg

9.80

11.01

9.99

14.80

16.82

12.57

134

114

TRITICALE

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  20


Samenstelling variabele kosten 2%

4% 16% zaad en pootgoed meststoffen

36%

20%

gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten energie

22%

Korrelmais

Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de opbrengst €1528 De productiviteit is lager dan het vijfjarig gemiddelde. Het verschil tussen de hoogste omzet en laagste omzet bedraagt 65%l terwijl het verschil tussen de hoogste en laagste opbrengst 36% bedraagt. De variabele kosten bedragen ca 49% bedragen van de gerealiseerde omzet. De variabele kosten zijn stijgend. De verhouding tussen de verschillende componenten van de variabele kosten blijft stabiel.

Productiviteit kg per ha 13000 12000 11000 10000 9000 8000 7000 6000 5000 2015

20

2016

2017

2018

2019

Euro per 100 kg

18 16 14 12 10 2015

2016 Euro per 100 kg

2017 2018 Lineair (Euro per 100 kg)

2019

2015

2016

2017

2018

2019

GEMIDDELD

TOV GEMIDDELD (%)

TOV VORIG JAAR (%)

totaal bruto omzet

1478

1544

1946

1179

1491

1528

98

126

bruto-omzet hoofdproduct

1478

1544

1946

1179

1491

1528

98

126

variabele kosten

670

622

723

684

725

685

106

106

zaad en pootgoed

184

170

185

168

174

176

99

104

meststoffen

102

103

96

98

111

102

109

113

gewasbescherming

119

125

116

134

127

124

102

95

loonwerk

256

222

206

212

222

224

99

105

diverse teeltkosten

9

3

6

4

7

6

121

175

energie

51

59

60

69

71

62

115

103

bruto marge

809

918

1006

495

767

799

96

155

structurele kosten

643

658

706

742

711

692

103

96

arbeidsinkomsten

165

249

286

-246

55

102

54

-22

kg opbrengst

9675

12035

12337

9096

10674

10763

99

117

euro per 100 kg

15.28

12.83

15.77

12.96

13.97

14.19

98

108

KORRELMAÏS

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  21

De omzet van de korrelmais zijn in 2019 nog iets lager dan het vijfjarig gemiddelde.


De structurele kosten zijn terug dalend, waarschijnlijk te wijten aan het groter areaal. De kosten voor het zaadgoed en het loonwerk zijn de zwaarste uitgaven binnen de variabele kosten en zijn beide samen goed voor 57%. % variabele kosten van de omzet

49%

% structurele kosten van de omzet

48%

schommeling omzet

165%

schommeling opbrengst

136%

Financiële kengetallen 2500 2000 1500 1000 500 0 -500

2015

2016

totaal bruto omzet structurele kosten

2017

2018

variabele kosten arbeidsinkomen

2019

bruto marge

Evolutie kosten 760 740 720 700 680 660 640 620 600 580 560 2015

2016

2017

variabele kosten

2018

2019

structurele kosten

Samenstelling variabele kosten 9% 1% 25%

zaad en pootgoed meststoffen

32% 15%

gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten

18%

energie

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  22


Ruwvoederteelten Evolutie

DETAIL GEWAS

De ruwvoederteelten nemen meer dan 351455 ha of ca 57% van het landbouwareaal in beslag. De grootste groep ruwvoedergewassen wordt gevormd door de graslanden. Het areaal voedergewassen is met 0.4% gedaald ten opzichte van 2018.

Methodiek De analyse gebeurt voor bedrijven met ruwvoedergewassen welke voor de bedrijfseconomische boekhouding beroep doen op het VACwerk programma van het VAC. Het gaat hierbij zowel om bedrijven gespecialiseerd in melkvee of vleesvee als om gemengde bedrijven die veeteelt combineren met akkerbouw of tuinbouw.

2015

2016

2017

2018

2019

weiden

217575

223906

219504

223144

224541

maïs

119915

117485

120043

125159

122281

4796

4957

4799

4506

4623

andere voedergewassen

De gemiddelden zijn berekend per kengetal waardoor de bedragen afwijken van het rekenkundig resultaat. Gemiddelden zijn bruikbaar voor het aantonen van een tendens en kunnen niet als absoluut beschouwd worden.

bewaringsmiddelen, plastiek enz. De structurele kosten hebben geen invloed op de opbrengst. Deze bestaan uit grondlasten, pacht, onderhoud machines en gebouwen, afschrijvingen, toegerekende rentes en algemene kosten zoals verzekeringen, taksen enz.

De variabele kosten zijn kosten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de opbrengsten. Ze zijn samengesteld uit de kosten voor zaad en pootgoed, de gewasbeschermingsmiddelen, de meststoffen, het loonwerk, energie en de diverse directe teeltkosten. De diverse andere teeltkosten zijn o.a.

De vaste kosten zijn niet per teelt toegewezen maar wel per bedrijfstak, ttz rundveehouderij. Alle cijfers zijn uitgedrukt per ha.

Grasland Voor grasland wordt een onderscheid gemaakt tussen intensief productieve weiden (tijdelijk grasland) en de blijvende weiden.

Blijvende weiden De kosten voor de blijvende weiden zijn gestegen ten gevolge van herstellingsingrepen (onkruidbestrijding) na de droogte.

Uit de stijging voor de kosten van het loonwerk en diverse kosten (bewaring) kunnen we besluiten dat er meer aandacht wordt besteed aan de productie van kwalitatief beter gras.

Het aandeel kunstmeststof is dalend.

Samenstelling variabele kosten 8%

15%

Evolutie variabele kosten 300

4%

250

25%

200 150 100

3%

50 2015 zaad en pootgoed loonwerk

2016

2017

2018

meststoffen diverse teeltkosten

2019

zaad en pootgoed gewasbescherming diverse teeltkosten

gewasbescherming energie

meststoffen loonwerk energie

2015

2016

2017

2018

2019

GEMIDDELD

TOV GEMIDDELD (%)

TOV VORIG JAAR (%)

405

402

405

489

598

460

130

122

zaad en pootgoed

25

21

45

33

47

34

137

141

meststoffen

167

158

125

137

150

147

102

110

gewasbescherming

10

7

10

12

19

12

164

158

loonwerk

189

190

192

212

268

210

128

127

diverse teeltkosten

13

23

22

22

22

20

108

100

energie

71

72

78

74

92

77

119

125

WEIDEN variabele kosten

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  23

45%

0


Tijdelijke graslanden De kosten voor het tijdelijk grasland liggen in 2019 16% hoger dan het vijfjarig gemiddelde De stijging van de kosten is toe te wijzen aan de grotere aandacht voor graslandvernieuwing.

Samenstelling variabele kosten 12%

15%

Evolutie variabele kosten 300

3%

250

21%

200 150

48%

100

1%

50 0 2015

2016

zaad en pootgoed loonwerk

2017

2018

meststoffen diverse teeltkosten

2019

zaad en pootgoed gewasbescherming diverse teeltkosten

gewasbescherming energie

meststoffen loonwerk energie

2015

2016

2017

2018

2019

GEMIDDELD

TOV GEMIDDELD (%)

TOV VORIG JAAR (%)

variabele kosten

463

356

359

492

505

435

116

103

zaad en pootgoed

53

44

62

48

62

54

115

129

meststoffen

152

93

144

134

105

126

84

78

3

3

4

12

3

5

60

25

219

202

263

204

242

226

107

119

diverse teeltkosten

7

11

24

19

18

16

114

96

energie

74

73

77

75

75

75

100

100

TIJDELIJK GRASLAND

gewasbescherming loonwerk

Silomais De kosten voor silomais zijn t.o.v. het vijfjarig gemiddelde 13% gestegen. De grootste stijging situeert zich in de energie en de diverse teeltkosten. Er wordt meer aandacht besteed aan de bewaring van de kuilen.

Samenstelling variabele kosten 10% 5%

Evolutie variabele kosten 500 450 400 350 300 250 200 150 100 50 0

18%

12%

11%

44%

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  24

2015 2016 zaad en pootgoed loonwerk

2017 meststoffen diverse teeltkosten

2018 2019 gewasbescherming energie

zaad en pootgoed gewasbescherming diverse teeltkosten

meststoffen loonwerk energie

2015

2016

2017

2018

2019

GEMIDDELD

TOV GEMIDDELD (%)

TOV VORIG JAAR (%)

variabele kosten

866

867

842

920

1024

904

113

111

zaad en pootgoed

179

176

167

183

186

178

104

102

meststoffen

126

117

117

82

122

114

107

137

gewasbescherming

116

116

107

112

117

114

103

104

loonwerk

414

406

418

403

451

418

108

112

diverse teeltkosten

31

26

34

48

47

37

127

99

energie

77

72

78

86

101

83

122

117

SILOMAIS


Voederbiet Samenstelling variabele kosten

Evolutie variabele kosten

1%

6%

18%

700 600 500

8%

400 300

42%

200

25%

100 0 2015

2016

zaad en pootgoed loonwerk

2017

2018

meststoffen diverse teeltkosten

2019

zaad en pootgoed gewasbescherming diverse teeltkosten

gewasbescherming energie

meststoffen loonwerk energie

2015

2016

2017

2018

2019

GEMIDDELD

TOV GEMIDDELD (%)

TOV VORIG JAAR (%)

variabele kosten

1340

1454

1219

1504

1539

1411

109

102

zaad en pootgoed

301

314

275

283

273

289

94

97

meststoffen

211

207

105

155

129

161

80

83

gewasbescherming

345

388

398

415

383

386

99

92

loonwerk

487

541

548

566

639

556

115

113

6

5

4

7

23

9

255

321

80

81

78

79

93

82

113

118

VOEDERBIETEN

diverse teeltkosten energie

Klaver De kosten voor de ruwvoederproductie uit klaver en gras-klaver bedragen gemiddeld ca €400. Ook bij deze teelt is de loonwerkkost de hoogste kost. Samenstelling variabele kosten 2%

Evolutie variabele kosten

24%

300

12%

250

8%

200 150

4%

100

50%

50 0 2017 meststoffen diverse teeltkosten

2018 2019 gewasbescherming energie

zaad en pootgoed gewasbescherming diverse teeltkosten

meststoffen loonwerk energie

2015

2016

2017

2018

2019

GEMIDDELD

TOV GEMIDDELD (%)

TOV VORIG JAAR (%)

variabele kosten

413

379

398

430

362

396

91

91

zaad en pootgoed

97

66

46

78

9

59

15

20

meststoffen

85

36

45

86

42

59

71

93

gewasbescherming

32

9

4

11

29

17

171

725

loonwerk

197

261

275

142

181

211

86

66

diverse teeltkosten

3

12

15

19

15

13

118

100

energie

75

88

89

94

85

86

99

96

KLAVER

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  25

2015 2016 zaad en pootgoed loonwerk


Luzerne De kosten voor de ruwvoederproductie uit luzerne bedragen gemiddeld €560. Hiervan beslaan de loonwerkkosten het grootste deel. 250

Samenstelling variabele kosten 7%

Evolutie variabele kosten 10%

14%

200 14%

150 53%

100

2%

50 0 2015 2016 zaad en pootgoed loonwerk

2017 meststoffen diverse teeltkosten

2018 2019 gewasbescherming energie

zaad en pootgoed gewasbescherming diverse teeltkosten

meststoffen loonwerk energie

2015

2016

2017

2018

2019

GEMIDDELD

TOV GEMIDDELD (%)

TOV VORIG JAAR (%)

variabele kosten

411

553

676

606

543

558

97

80

zaad en pootgoed

212

179

181

155

75

160

47

42

meststoffen

61

52

51

83

75

64

116

147

gewasbescherming

18

17

19

12

13

16

81

66

loonwerk

108

243

248

270

288

232

125

116

diverse teeltkosten

35

33

33

52

55

41

132

166

energie

34

37

34

36

36

35

103

106

LUZERNE

Toekomst In aanloop naar het nieuwe GLB dat ingaat op 1 januari 2023, keurde de Vlaamse Regering vijf pre-ecoregelingen goed. De uitvoeringsbesluiten over de pre-ecoregelingen moeten wel nog worden goedgekeurd, daarom is onderstaande informatie nog onder voorbehoud. Omdat er voor de pre-ecoregeling productief kruidenrijk grasland al teelthandelingen zullen nodig zijn in het najaar van 2021, hebben we deze informatie reeds opgenomen in deze uitgave. De vijf pre-ecoregelingen zijn: › inzaai productief kruidenrijk grasland, › ecologisch beheerd grasland, Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  26

› inzaai van milieu-, klimaat- en biodiversiteitsvriendelijke teelten, › precisielandbouw, › verhoging van organisch koolstof van bouwland via teeltplan. De agrarische ondernemer zal de subsidie voor deze pre-ecoregelingen in 2022 kunnen aanvragen via de verzamelaanvraag. Belangrijk om weten: voor productief kruidenrijk grasland zal het grasland dus al in het najaar 2021 kunnen ingezaaid worden.

De vijf maatregelen op een rijtje Bij inzaai van productief kruidenrijk grasland wordt het grasland ingezaaid met een verplicht mengsel van grassen, vlinderbloemigen en kruiden, zodat het grasland meer droogteresistent is. Daarnaast is er een positief effect op de biodiversiteit en het landschap. Er is slechts een beperkte stikstofbemesting noodzakelijk. Ecologisch beheerd grasland is grasland dat extensiever wordt uitgebaat, omdat er geen gewasbeschermingsmiddelen of kunstmest op toegepast worden. Deze maatregel draagt dus positief bij tot de verlaging van de milieudruk. De agrarische ondernemer zal dit kunnen toepassen op percelen grasland waarvoor geen derogatie werd aangevraagd. Onder de teelten met een positief effect op milieu, klimaat of biodiversiteit vallen drie soorten teelten: de éénjarige eiwitteelten (vlinderbloemigen of mengsels van vlinderbloemigen en granen), een aantal diepwortelende maaigewassen en tot slot faunavriendelijke teelten in de beheergebieden voor akkervogelsoorten. Een minder voor de hand liggende,

maar tevens efficiënte maatregel waarvoor de agrarische ondernemer in 2022 subsidies kunt aanvragen, is precisielandbouw. Met een door GPS aangestuurde landbouwmachine kan de agrarische ondernemer nauwkeuriger meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen toedienen. Daardoor kan er bespaard worden op gewasbeschermingsmiddelen, vloeibare kunstmeststoffen en korrelmeststoffen en zal de milieu- en klimaatimpact ervan verminderen. Het plaatsspecifiek toedienen van inputs op basis van perceelsgegevens (bodemgegevens, gewasbeelden of opbrengstgegeven) is een volgende stap in precisielandbouw. Percelen die in 2022 bekalkt worden op basis van een taakkaart aangemaakt vanaf de goedkeuring van de subsidieregeling, komen in aanmerking voor de subsidie. De laatste pre-ecoregeling die principieel werd goedgekeurd, is de verhoging van organische koolstof van bouwland via teeltplan. Het organische koolstofgehalte in een groot deel van de Vlaamse bodem is laag. Een verhoging van de organische stof in de bodem zal ervoor zorgen dat de bodem beter gewapend is tegen droogte, wateroverlast of erosie.


Fruitteelten Het gaat hierbij zowel om bedrijven gespecialiseerd in fruitteelt als om gemengde bedrijven die fruitteelt combineren met akkerbouw / veeteelt.

Methodiek De gemiddelden zijn berekend per kengetal waardoor de bedragen afwijken van het rekenkundig resultaat. Gemiddelden zijn bruikbaar voor het aantonen van een tendens en kunnen niet als absoluut beschouwd worden. Wanneer we spreken over opbrengst bedoelen we kg. Wanneer we spreken over omzet hebben we het over het financieel resultaat. Het arbeidsinkomen is het resultaat van de omzet vermindert met de variabele en vaste kosten. De omzet is samengesteld uit de verkoop van het hoofdproduct. De perceelsgebonden subsidies, voorraadwijzigingen en opwaardering aanplantingen zijn niet opgenomen in de resultatenrekening. De variabele kosten zijn kosten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de opbrengsten. Ze zijn samengesteld uit de kosten voor plantgoed, de gewasbeschermingsmiddelen, de meststoffen, het loonwerk , de diverse directe teeltkosten, verkoopkosten, kosten voor bewaring, energie en de seizoensarbeid.

De structurele kosten hebben geen invloed op de opbrengst. Deze bestaan uit grondlasten, pacht, onderhoud machines en gebouwen, afschrijvingen, lonen voor vast personeel, toegerekende rentes en algemene kosten zoals verzekeringen, boekhouding,enz. De vaste kosten zijn niet per teelt toegewezen maar wel per bedrijfstak, ttz tuinbouw.

Sinds boekjaar 2015 worden de kosten van seizoensarbeid opgedeeld in productkosten, oogstkosten en teeltkosten.

AANTAL

boomgaarden

1192

appelaars

668

perelaars

833

kerselaars

367

pruimelaars

49

andere fruitbomen

147

kleinfruit in openlucht

247

aantal ha

BOOMGAARDEN

15946

appelaars

Alle cijfers zijn uitgedrukt per ha en per 100 kg. De aardbeien worden behandeld per are.

5215 Golden

503

Boskoop

207

Cox's

-

Jonagold

2582

Jonagored

429

Elstar

163

Jonagold en mutanten Nicoter (Kanzi)

Vanaf boekjaar 2017 worden de energiekosten opgesplitst per bedrijfstak. De uitsplitsing is opgenomen in de gemiddelden.

Andere

125 1206

perelaars

9482 Conférences

In de aardbeien wordt geen onderscheid gemaakt tussen de teelttypes. De biologische landbouw wordt integraal opgenomen in de gemiddelden.

8400

Doyenné

527

Durondeau

146

Andere

409

kerselaars

Evolutie De tuinbouw neemt 9% in van het landbouwareaal. Ruim de helft van dat areaal wordt gebruikt voor de groenteteelt. De fruitteelt neemt een derde

BEDRIJVEN MET

in en de resterende oppervlakte wordt gebruikt voor de sierteelt (niet-eetbare tuinproducten).

998 zoete kers

800

zure kers

198

pruimelaars

25

walnoten

31

hazelnoten

5

andere

189

KLEINFRUIT IN OPENLUCHT

478

wijnstokken

198

frambozen

38

rode bessen

52

zwarte bessen

2

andere bessen

188

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  27

De analyse gebeurt voor bedrijven met fruitteeltgewassen welke voor de bedrijfseconomische boekhouding beroep doen op het VACwerk programma van het VAC.


Appelen Het productievolume aan appelen bedroeg voor het oogstjaar 2019 136655011 kg of 9% hoger dan het vorige jaar. De gemiddelde prijs kende een stijging van 18%. De relance heeft zich in 2019 verder gezet. Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de omzet €13542. De schommeling tussen de jaren met de hoogste omzet en de laagste omzet per ha bedraagt ca 120%. De omzet per ha bedroeg in 2019 66% hoger dan het vijfjarig gemiddelde. De omzet per ha was 67% hoger dan het vorige jaar.

APPELEN PER HA totale bruto omzet

2018-2019

SEIZOEN AUG. TEM JUNI

2019-2020

volume (kg)

prijs (euro)

volume (kg)

prijs (euro)

Boskoop

4680185

0.370

2815664

0.504

Braeburn

3717285

0.298

2262188

0.365

Delbare Estival

893674

0.667

390883

0.659

Elstar

2518485

0.520

2156604

0.494

Gala

2100871

0.491

2599151

0.322

Golden Delicious

8083107

0.360

7500118

0.388

Jonagold + mutanten

26602680

0.341

33006909

0.448

Jonagored + mutanten

12562334

0.324

11236463

0.416

124894367

0.289

136655011

0.341

alle appelen*

2015

2016

2017

2018

2019

GEMIDDELD

11482

10132

10124

13486

22487

13542

meststoffen

182

186

221

215

252

211

gewasbescherming

1557

1875

1719

1965

1974

1818

loonwerk

355

222

181

336

345

288

diverse teeltkosten

102

110

138

193

224

153

energie

839

983

843

745

679

712

verkoopkosten

1422

1352

1410

1142

1548

1375

bewaarkosten

158

28

5

64

93

70

seizoensarbeid

2900

2030

2047

4845

5423

3449

oogst

2305

1818

1264

3262

3458

2451

product

506

412

267

988

1120

697

teelt

89

95

517

705

845

541

variabele kosten

6677

5584

6671

9048

10488

7694

bruto marge

4805

4548

4393

3923

11458

5825

structurele kosten

4984

6222

5678

5727

6145

5751

arbeidsinkomsten

-179

-1675

-2225

-1805

5313

-114

39264

33230

26323

48456

59788

41412

2015

2016

2017

2018

2019

GEMIDDELD

totale bruto omzet

27.33

33.11

35.57

27.83

37.61

32.29

meststoffen

0.37

0.72

1.00

0.44

0.42

0.59

kg opbrengst

APPELEN PER 100 KG

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  28

gewasbescherming

3.21

7.12

8.52

4.06

3.30

5.24

loonwerk

0.76

0.50

1.33

0.69

0.58

0.77

diverse teeltkosten

0.11

0.43

0.51

0.40

0.37

0.36

energie

2.14

2.95

3.75

1.54

1.14

1.34

verkoopkosten

2.90

4.43

5.52

2.36

2.59

3.56

bewaarkosten

0.30

0.10

1.00

0.13

0.16

0.34

5.45

7.36

8.47

10.00

9.07

8.07

4.16

5.86

5.73

6.73

5.78

6.03

product

1.05

1.50

1.07

2.04

1.87

1.62

teelt

0.24

0.31

1.67

1.45

1.41

1.21

variabele kosten

13.10

20.18

29.12

18.67

17.54

19.72

bruto marge

14.23

12.93

10.20

8.10

19.16

12.92

structurele kosten

11.90

25.05

28.60

11.82

10.28

17.53

seizoensarbeid oogst

arbeidsinkomsten kg opbrengst

2.33

-12.12

-22.15

-3.73

8.89

-5.36

39264

33230

26323

48456

59788

41412


De omzet per 100 kg was in 2019 16% hoger dan het vijfjarig gemiddelde. De omzet per 100 kg was 35% hoger dan het vorige jaar.

Productiviteit 70000 60000 50000 40000

Productiviteit

30000

2019 was een goed productief jaar met een herstellende middenprijzen.

10000

Financiële kengetallen De variabele kosten met voornamelijk de kosten voor seizoensarbeid, zijn per ha in 2019 fors gestegen gelet op de hoge opbrengst. Dit fenomeen heeft een omgekeerd effect wanneer we de kosten delen door de opbrengst. De variabele kosten per ha bedragen 47% van de omzet. Het aandeel variabele kosten per 100 kg bedraagt 47%. Er is derhalve relatief weinig verschil tussen beiden. De norm is niet overschreden. De drie grootste kostenposten zijn seizoensarbeid, gewasbescherming en verkoopkosten. Er is weinig verschil in samenstelling tussen de eenheid per ha of per 100 kg. Zoals eerder beschreven volgen de variabele kosten de productie. De structurele kosten (pacht, afschrijvingen, rentes, algemene kosten enz.) daarentegen volgen de productie niet en bedragen tijdens rampjaren meer dan de variabele kosten. Dit zijn economisch gevaarlijke situaties en zorgt voor druk op de financiele reserves van de fruitbedrijven.

20000 2015

2016

2017

2018

2019

Financiële kengetallen per ha 25000 20000 15000 10000 5000 0 2015

-5000

2016

2017

totaal bruto omzet structurele kosten

2018

variabele kosten arbeidsinkomen

2019

bruto marge

Financiële kengetallen per 100 kg 50 40 30 20 10 0 2015

-10

2016

2017

2018

2019

-20 -30

totaal bruto omzet structurele kosten

variabele kosten arbeidsinkomen

Samenstelling variabele kosten per ha

bruto marge

Samenstelling variabele kosten per 100 kg 3%

3% 43%

22%

26%

40%

De evolutie is niet gunstig. De structurele kosten per ha zijn gestegen van €3298 per ha naar €5727.

3%

4%

2%

Door de hogere structurele kost worden de fruitteeltbedrijf structureel tegen een hoger ondernemersrisico uitgebaat.

Arbeidskosten Aangezien de gelegenheidsarbeid de omvangrijkste variabele kost is, is het interessant deze belangrijke kost dieper te analyseren. De arbeidskosten worden opgedeeld

2%

9% 1% meststoffen loonwerk energie bewaarkosten

6%

2% 17%

17%

meststoffen loonwerk energie bewaarkosten

gewasbescherming diverse teeltkosten verkoopkosten seizoensarbeid

gewasbescherming diverse teeltkosten verkoopkosten seizoensarbeid

Evolutie variabele en structurele kosten per 100 kg 35 30 25 20 15 10 5 2015

2016 variabele kosten

2017

2018 structurele kosten

2019

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  29

De hogere structurele kosten zijn te verklaren door de aanwas van de perenaanplantingen, de investeringen in oogstprotectie en de stijgende loonkost van vast personeel (meer aanwervingen).


in teeltkosten, dit zijn de arbeidskosten voor het planten, opkweken, en snoeien van de planten, de oogstkosten, dit zijn de pluk- en oogstkosten en tenslotte de productkosten. Dit zijn de kosten verbonden aan het sorteren, inpakken enz. van het fruit. Per ha bedragen de oogstkosten 15% van de omzet. Per 100 kg ha bedragen de oogstkosten 24% van de omzet. De productkosten bedragen voor appelen €1.87 per 100 kg. Dit geeft de bedrijfsleider de nodige tools om af te wegen of het loont om de productbehandeling (voornamelijk sorteren en verpakken) uit te besteden of in eigen beheer te organiseren.

Evolutie variabele en structurele kosten per ha 11500 10500 9500 8500 7500 6500 5500 4500 3500 2500 2015

2016

2017

variabele kosten

2018

2019

structurele kosten

Samenstelling arbeidskosten per 100 kg

Samenstelling arbeidskosten per ha

14%

15%

68%

66%

18%

19% oogst

oogst

product

product

teelt

teelt

Peren Het productievolume aan peren bedroeg voor het oogstjaar 2019 186225721 kg of 9% lager dan het vorige jaar. De gemiddelde prijs kende een stijging van 60%. Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de omzet €16393. De schommeling tussen de jaren met de hoogste omzet en de laagste omzet per ha bedraagt ca 69% 2018-2019

SEIZOEN

volume (kg)

prijs (euro)

volume (kg)

prijs (euro)

Conférence

156387729

0.357

159552078

0.592

Doyenné Du Comice

11686963

0.344

9542543

0.505

Durondeau

2397750

0.337

1358324

0.402

Triomphe De Vienne

1007383

0.450

756766

0.425

191657737

0.357

186225721

0.573

alle peren*

PEREN PER HA totale bruto omzet

2019-2020

AUG. TEM JUNI

2015

2016

2017

2018

2019

GEMIDDELD

18163

13120

15132

13337

22215

16393

meststoffen

222

237

298

345

349

290

gewasbescherming

1869

2422

2118

1946

2060

2083

loonwerk

280

288

177

306

345

279

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  30

diverse teeltkosten

111

106

195

247

255

183

energie

873

938

940

849

750

800

verkoopkosten

1616

1214

1372

1086

1314

1320

bewaarkosten

322

156

133

133

42

157

seizoensarbeid

4066

2468

2677

3243

4182

3327

oogst

2823

2022

1607

2019

1998

1912

product

983

397

642

929

1833

950

teelt

260

49

427

296

351

281

variabele kosten

8501

6609

7783

8249

9300

8088

bruto marge

9662

6511

8288

5476

12875

8562

structurele kosten

5215

7142

6459

6035

6145

6199

arbeidsinkomsten kg opbrengst

4447

-631

890

-559

6847

2199

33846

28363

30808

31584

36277

32176


2015

2016

2017

2018

2019

GEMIDDELD

totale bruto omzet

PEREN PER 100 KG

53.66

46.26

49.12

42.23

61.24

50.50

meststoffen

0.66

0.84

0.97

1.09

0.96

0.90

gewasbescherming

5.52

8.54

6.87

6.16

5.68

6.56

loonwerk

0.83

1.02

0.57

0.97

0.95

0.87

diverse teeltkosten

0.33

0.37

0.63

0.78

0.70

0.56

energie

2.58

3.31

3.05

2.69

2.07

2.38

verkoopkosten

4.77

4.28

4.45

3.44

3.62

4.11

bewaarkosten

0.95

0.55

0.43

0.42

0.12

0.49

12.01

8.70

8.69

10.27

11.53

10.24

8.34

7.13

5.22

6.39

5.51

6.06

product

2.9

1.40

2.08

2.94

5.05

2.87

teelt

0.77

0.17

1.39

0.94

0.97

0.87

variabele kosten

25.12

23.30

25.26

26.12

25.64

25.09

bruto marge

28.55

22.96

26.90

17.34

35.49

26.25

structurele kosten

15.41

25.18

20.97

19.11

16.94

19.52

seizoensarbeid oogst

arbeidsinkomsten kg opbrengst

13.14

-2.22

2.89

-1.77

18.87

6.18

33846

28363

30808

31584

36277

32176

terwijl de schommeling tussen de jaren met de hoogste omzet per 100 kg product en de laagste omzet per 100 kg product bedraagt ca 45%. Dit toont aan dat prijsvorming sterk afhankelijk is van het aanbod. De omzet per ha was in 2019 36% hoger dan het vijfjarig gemiddelde. De omzet per ha was 67% hoger dan het vorige jaar.

Productiviteit 40000 35000 30000 25000 20000 15000 10000 5000 0 2015

2016

2017

2018

2019

Financiële kengetallen per ha

Productiviteit De productiviteit stabiliseert zich rond de 32 ton per ha.

25000 20000 15000 10000 5000 0 -5000

Financiële kengetallen De variabele kosten per ha bedragen 42% van de omzet. Het aandeel variabele kosten per 100 kg bedraagt 42%. De drie grootste kostenposten zijn seizoensarbeid, gewasbescherming en verkoopkosten.

2015

2016

totaal bruto omzet structurele kosten

2017

2018

variabele kosten arbeidsinkomen

2019 bruto marge

Financiële kengetallen per 100 kg 70 60 50 40 30 20

Er is weinig verschil in samenstelling tussen de eenheid per ha of per 100 kg. Zoals eerder beschreven volgen de variabele kosten de productie. De structurele kosten (pacht, afschrijvingen, rentes, algemene kosten enz.) berekend per ha vertonen een dalende trend ten gevolge van het groter areaal en een groter areaal afgeschreven aanplantingen.

10 0 -10

2015

2016

totaal bruto omzet structurele kosten

2017 variabele kosten arbeidsinkomen

2018

2019 bruto marge

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  31

De omzet per 100 kg was in 2019 21% hoger dan het vijfjarig gemiddelde. De omzet per 100 kg was 45% hoger het vorige jaar.


Arbeidskosten Aangezien de gelegenheidsarbeid de omvangrijkste variabele kost is, is het interessant deze belangrijke kost dieper te analyseren. De arbeidskosten worden opgedeeld in teeltkosten, dit zijn de arbeidskosten voor het planten, opkweken, en snoeien van de planten, de oogstkosten, dit zijn de pluk- en oogstkosten en tenslotte de productkosten. Dit zijn de kosten verbonden aan het sorteren, inpakken enz. van het fruit. Per ha bedragen de oogstkosten 19% van de omzet. Per 100 kg ha bedragen de oogstkosten 19 % van de omzet. De productkosten bedragen voor de peren €5.05 per 100 kg. Dit geeft de bedrijfsleider de nodige tools om af te wegen of het loont om de productbehandeling (voornamelijk sorteren en verpakken) uit te besteden of in eigen beheer te organiseren.

Samenstelling variabele kosten per ha

Samenstelling variabele kosten per 100 kg

3%

4%

39%

25%

25%

39%

3%

3% 2%

2%

16%

meststoffen loonwerk energie bewaarkosten

9%

2%

10%

2%

16%

meststoffen loonwerk energie bewaarkosten

gewasbescherming diverse teeltkosten verkoopkosten seizoensarbeid

gewasbescherming diverse teeltkosten verkoopkosten seizoensarbeid

Evolutie variabele en structurele kosten per ha 10000 9000 8000 7000 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0 2015

2016

2017

variabele kosten

30

2018

2019

structurele kosten

Evolutie variabele en structurele kosten per 100 kg

25 20 15 10 5 0 2015

2016 variabele kosten

2017

Samenstelling arbeidskosten per ha

2018 2019 structurele kosten

Samenstelling arbeidskosten per 100 kg

9%

9% 61%

62%

30%

29% oogst product teelt

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  32

Aardbeien De cijfers van de aardbeien hebben betrekking op alle teeltwijze. Zowel de teelt onder verwarmd als volle grond met alle tussenliggende teeltwijze zijn opgenomen in het gemiddelden. Het productievolume aan aardbeien bedroeg voor het oogstjaar 2019 186 225 721 kg of 5% hoger dan het vorige

2018

SEIZOEN JAN. TEM DEC.

oogst product teelt

2019

volume (kg)

prijs (euro)

volume (kg)

prijs (euro)

Elsanta

32785744

3.407

33709819

3.271

Murano

901807

2.927

813840

2.731

Portola

2369040

2.408

2161573

2.642

Sonata

4216121

4.414

4117324

3.776

48753120

3.128

51283849

3.044

alle aardbeien*


AARDBEIEN PER ARE

2016

2017

2018

2019

GEMIDDELD

774.97

834.84

596.95

533.64

703.91

688.86

planten

53.42

52.56

91.34

69.12

123.28

77.94

meststoffen

18.50

21.54

10.32

12.16

8.85

14.27

gewasbescherming

33.94

27.86

24.44

20.93

27.39

26.91

loonwerk

8.27

7.62

10.24

7.17

5.04

7.67

diverse teeltkosten

39.96

41.55

36.40

10.90

19.38

29.64

energie

6.95

6.45

7.77

6.22

4.66

6.41

verkoopkosten

32.42

42.54

9.50

38.57

33.62

31.33

bewaarkosten

4.10

4.22

0.06

1.43

0.76

2.11

seizoensarbeid

216.27

282.87

178.27

184.92

175.56

207.58

oogst

177.66

79.76

102.45

101.39

97.07

95.17

product

30.68

2.23

4.40

15.34

30.10

13.02

7.94

200.88

71.42

68.18

48.39

97.22

variabele kosten

406.87

480.76

360.84

351.42

398.53

399.68

bruto marge

368.09

354.08

236.11

182.22

305.38

289.18

structurele kosten

124.86

244.37

72.52

130.94

67.00

127.94

arbeidsinkomsten

243.23

109.72

163.60

51.28

238.38

161.24

236

298

252

217

268

254

2015

2016

2017

2018

2019

GEMIDDELD

328.38

280.15

237.22

245.92

262.65

270.86

22.64

17.64

36.30

31.85

46.00

30.88

teelt

kg opbrengst

AARDBEIEN PER 100 KG totale bruto omzet planten meststoffen

7.84

7.23

4.10

5.60

3.30

5.61

gewasbescherming

14.38

9.35

9.71

9.65

10.22

10.66

loonwerk

3.50

2.56

4.07

3.30

1.88

3.06

diverse teeltkosten

16.93

13.94

14.47

5.02

7.23

11.52

energie

2.94

2.16

3.09

2.87

1.74

2.56

verkoopkosten

13.74

14.28

3.78

17.77

12.54

12.42

bewaarkosten

1.74

1.42

0.02

0.66

0.28

0.82

seizoensarbeid

91.64

94.92

70.84

85.22

65.51

81.63

oogst

75.28

26.77

40.71

46.72

36.22

37.61

product

13.00

0.75

1.75

7.07

11.23

5.20

teelt

3.36

67.41

28.38

31.42

18.06

36.32

variabele kosten

172.40

161.33

143.40

161.94

148.71

157.56

bruto marge

155.97

118.82

93.83

83.97

113.95

113.31

structurele kosten

52.91

82.00

28.82

60.34

25.00

49.81

arbeidsinkomsten

103.06

36.82

65.01

23.63

88.95

63.49

236

298

252

217

268

254

kg opbrengst

jaar. De gemiddelde prijs kende een daling van 3%.

Productiviteit 350 300

De omzet van de aardbeien waren in 2019 2% lager dan het vijfjarig gemiddelde.

250 200 150 100 2015

2016

2017

2018

2019

Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de opbrengst €688. De schommeling tussen de jaren met de hoogste omzet bedraagt ca 56 %. De schommeling tussen de jaren met de hoogste omzet per 100 kg product en de laagste omzet per 100 kg product bedraagt ca 38%. Dit toont aan dat prijsvorming sterk afhankelijk is van het aanbod.

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  33

2015

totale bruto omzet


Financiële kengetallen

Financiële kengetallen per are

De variabele kosten per ha bedragen 43% van de omzet. De grootste kostenpost seizoensarbeid.

is

de

900 800 700 600 500 400

Zoals voorheen aangetoond volgt de variabele kost de productie. De structurele kosten (pacht, afschrijvingen, rentes, algemene kosten enz.) volgen in tegenstelling tot het hardfruit de productie. De aardbeiteelt is structureel een gezonde teelt.

300 200 100 0 2015

2016

2017

2018

totaal bruto omzet

variabele kosten

structurele kosten

arbeidsinkomen

2019 bruto marge

Financiële kengetallen per 100 kg 350

Arbeidskosten

300

Aangezien de gelegenheidsarbeid de omvangrijkste variabele kost is, is het interessant deze belangrijke kost dieper te analyseren.

200

250

De arbeidskosten worden opgedeeld in teeltkosten, dit zijn de arbeidskosten voor het planten en verzorgen van de planten, de oogstkosten, dit zijn de pluk- en oogstkosten en tenslotte de productkosten. Dit zijn de kosten verbonden aan het sorteren, inpakken enz. van het fruit.

150 100 50 0 2015 2016 totaal bruto omzet structurele kosten

2017 variabele kosten arbeidsinkomen

Samenstelling variabele kosten per are 4%

2018 2019 bruto marge

Samenstelling variabele kosten per 100 kg 4%

8%

8%

2%

2%

9%

9%

2% 64%

De seizoensarbeid per are bedraagt 25% van de omzet.

2%

64%

10%

10%

1% meststoffen loonwerk energie bewaarkosten

1%

gewasbescherming diverse teeltkosten verkoopkosten seizoensarbeid

meststoffen loonwerk energie bewaarkosten

gewasbescherming diverse teeltkosten verkoopkosten seizoensarbeid

Evolutie variabele en structurele kosten per are 600 500 Samenstelling arbeidskosten per are

400 300

47%

46%

200 100 0

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  34

2015 oogst

2016 variabele kosten

2017

2018 2019 structurele kosten

product 7%

teelt

Samenstelling arbeidskosten per 100 kg 47%

46%

oogst product 7%

teelt

Evolutie variabele en structurele kosten per 100 kg 200 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0 2015

2016 variabele kosten

2017

2018 structurele kosten

2019


Varkenshouderij

De structurele kosten hebben geen invloed op de opbrengst. Deze bestaan uit grondlasten, pacht, onderhoud machines en gebouwen, afschrijvingen, toegerekende rentes en algemene kosten zoals verzekeringen, enz. De cijfers zijn uitgedrukt per zeug, per big en per verkocht vleesvarken.

De productiviteit van de zeugen is na een stagnatie terug verbeterd en eindigt in 2019 op 31.59 geboren biggen per zeug. Het percentage gestorven biggen blijft

2018

2019

Evolutie aantal bedrijven met varkens en aantal varkens per bedrijf, Vlaanderen, 2015-2019 aantal bedrijven met varkens

4145

3977

3790

3731

3598

aantal varkens per bedrijf

2050

2066

2121

2179

2232

Evolutie aantal varkens, Vlaanderen, in 1000 stuks, 2015-2019 varkens

5981.2

5804.8

5738.2

5832.5

5321.8

zeugen

429.9

407.6

401.0

391.9

385.2

5000

Aantal bedrijven

3000 2800 2600 2400 2200 2000 1800 1600 1400 1200 1000

4500 4000 3500 3000 2500 2015 2016 2017 aantal bedrijven met varkens

6.500

32,0 31,5 31,0 30,5 30,0 29,5 29,0 28,5 28,0

600

6.000

550

5.500

500

5.000

450

4.500

400

4.000

350 2016 2017 totaal varkens

2018 2019 zeugen

Levend geboren biggen per zeug

2015 0,16 0,14 0,12 0,10 0,08 0,06 0,04 0,02 0,00

2018 2019 aantal varkens per bedrijf

Aantal varkens

2015

Zeugenhouderij Productiviteit

2017

2016

2017

2018

2019

2017

2018

2019

Percentage gestorven biggen

2015

2016

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  35

De variabele kosten zijn kosten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de opbrengsten. Ze zijn samengesteld uit de kosten voor voederaankopen, eigen gewonnen voeders, veeartskosten, dekkingskosten, kosten aan energie en de diverse directe kosten zoals mestafzet-mestverwerking.

2016

aantal varkens per bedrijf

Het arbeidsinkomen is het resultaat van de opbrengsten vermindert met de variabele en structurele kosten. De opbrengsten zijn samengesteld uit de verkoop van de varkens, aanwas en de voorraadwijzigingen.

2015

Het aantal varkens per bedrijf stijgt met 9%. Het totaal aantal varkens is gedaald met 11%. De daling vleesvarkens – zeugen is gelijklopend.

zeugen (in 1.000 stuks)

De gemiddelden zijn berekend per kengetal waardoor de bedragen afwijken van het rekenkundig resultaat. Gemiddelden zijn bruikbaar voor het aantonen van een tendens en kunnen niet als absoluut beschouwd worden.

Het aantal bedrijven met varkens is in Vlaanderen gedurende de laatste vijf jaren gedaald met 13%.

aantal bedrijven met varkens

Methodiek

Evolutie

totaal varkens (in 1.000 stuks)

Op basis van de cijfergegevens vanuit de bedrijfseconomische boekhoudingen van de boekjaren 2015 tot en met 2019 schetsen we een beeld van de productiviteit en rentabiliteit in de varkenshouderij gedurende de voorbije vijf jaren. Er dient opgemerkt dat de cijfers werden bekomen van zeugenbedrijven en gesloten varkensbedrijven. De verdeling van de opbrengsten en kosten in de gesloten varkensbedrijven is niet zo evident daar opbrengsten en kosten interbedrijf worden doorgeschoven.


dalen naar 10%. Het sterftegetal ligt 13% lager dan 5 jaar geleden. De worpindex schommelt weinig en situeert zich rond de 2.3. De worpindex is hoger op de betere bedrijven. Verschillen hier komen zowel voort uit het dekmanagement als uit de kortere speenleeftijd.

2,45

Worpindex

2,40 2,35 2,30 2,25 2,20 2,15 2,10 2015

In 2019 bedroeg de worpindex 2% lager dan het vijfjarig gemiddelde.

Variabele kosten De daling van de variabele kosten (voederkosten, sanitaire kosten, energiekosten, mestafzetkosten en veeartskosten) is sinds 2018 gestagneerd. De stagnatie is voornamelijk toe te schrijven aan de stijgende voederprijzen en de hogere kosten voor de mestafzet. Het voederverbruik per zeug fluctueert tussen 1166 kg per zeug en 1204 kg per zeug.

800 700 600 500 400 300 200 100 0

2016

2018

2019

Variabele kosten per zeug

2015

2016

voederkost per zeug

1450 1400 1350 1300 1250 1200 1150 1100 1050 1000 950

2017

2017

2018

andere kosten per zeug

2019

energiekosten per zeug

Voederverbruik in kg per zeug

2015

2016

2017

2018

2019

OVR per zeug 2,6 2,4 2,2 2,0 1,8 1,6 1,4 1,2 1,0 2015

30

Een reden temeer om de opbrengst-voerkostratio onder de loep te nemen.

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  36

De opbrengst-voerkostratio geeft de verhouding weer tussen de opbrengst en de voederkosten. In 2014 bedroeg de opbrengst-voerratio 1.56 wat betekent dat de opbrengst 1.56 keer hoger was dan de voederkostprijs. U ziet in de grafiek dat de opbrengst-voerkostratio sinds 2015 terug in stijgende lijn is. In 2019 komen we uit op 2.44. Eenzelfde tendens merken we op wanneer de variabele kosten per big bekijken. De andere variabele kosten , exclusief voederkosten, vormen relatief een grotere kostenpost. We denken dan aan de kosten voor de mestafzet.

2016

2017

2018

2019

Variabele kosten per big

25 20 15 10 5 0 2015 2016 voederkost per big

2017 andere kosten per big

2018 2019 energiekost per big

Kostenstructuur zeugen 1000 900 800 700 600 500 400 300 200 100 0 2015 2016 variabele kosten per zeug

2017

2018 2019 structurele kosten per zeug


Structurele kosten Bijgaande figuur geeft de evolutie weer van de kostenstructuur van de zeugenhouderij. Wegens de daling van het aantal zeugen, zijn de structurele kosten onder invloed van de significante milieu-investeringen (mestopslag, groepshuisvesting, luchtwassers, aankoop nutrienten) per eenheid niet gedaald.

35

Kostenstructuur biggen

30 25 20 15 10 5 0 2015

2016

2017

variabele kosten per big

2018

2019

structurele kosten per big

Vleesvarkenshouderij De variabele kosten (voederkosten, sanitaire kosten, energiekosten en veeartskosten) zijn licht gedaald in 2019 doch bevinden zich 2% boven, het vijfjarig gemiddelde. Het voederverbruik per geproduceerd vleesvarken is structureel dalend, m.a.w. de voederconversie verbetert stelselmatig. De opbrengst-voerkostratio geeft de verhouding weer tussen de opbrengst en de voederkosten.

70

Variabele kosten per vleesvarken

60 50 40 30 20 10 0 2015

2016

2017

voederkosten per geproduceerd varken energiekosten per geproduceerd varken

275

2018

2019

andere kosten per geproduceerd varken

Voederverbruik in kg per vleesvarken

250 225 200 175 150 2015

2,5

2016

2017

2018

2019

OVR vleesvarkens

2,0 1,5 1,0 0,5 0,0 2015

2016

2017

2018

2019

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  37

In 2015 bedroeg de opbrengst-voerratio 1.22 wat betekent dat de opbrengst 1.22keer hoger was dan de voederkostprijs. U ziet in de grafiek dat de opbrengst-voerkostratio een grilliger verloop kent.


Pluimveehouderij De pluimveehouderij bestaat, vereenvoudigd, uit de leghennenhouderij, de moederdierenhouderij en vleeskiphouderij. Op basis van de cijfergegevens vanuit de bedrijfseconomische boekhoudingen van de boekjaren 2015 tot en met 2019 geven we een beeld van de rentabiliteit in de pluimveehouderij gedurende de voorbije vijf jaren. Er dient opgemerkt dat de cijfers werden bekomen van gangbare (alle huisvestingssystemen) en biologische pluimveebedrijven. Wegens de opname van de bio-legbedrijven is de gemiddelde omzet per 1000 plaatsen hoger dan het algemene gemiddelde.

Methodiek De gemiddelden zijn berekend per kengetal waardoor de bedragen afwijken van het rekenkundig resultaat. Gemiddelden zijn bruikbaar voor het aantonen van een tendens en kunnen niet als absoluut beschouwd worden. Het arbeidsinkomen is het resultaat van de opbrengsten vermindert met de variabele en vaste kosten.

Aantal pluimvee 30000000 25000000 20000000 15000000 10000000 5000000 0

2015

2016

2017

2018

2019

Vleeskippen

19930414

23721329

22145969

27177329

28310152

Legkippen

11667474

12451100

11409263

13170944

13022203

530407

640246

592755

663179

643600

Ander pluimvee

De omzet is samengesteld uit de verkoop van de eieren en dieren vermindert met de aankoop en wijziging vee-inventaris. De variabele kosten zijn kosten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de opbrengsten. Ze zijn samengesteld uit de kosten voor voeders, eigen gewonnen voeders, veeartskosten, sanitaire kosten energie en de diverse directe kosten.

invloed op de opbrengst. Deze bestaan uit grondlasten, onderhoud machines en gebouwen, afschrijvingen, toegerekende rentes en algemene kosten zoals verzekeringen, begeleiding, enz. De cijfers zijn uitgedrukt per 1000 plaatsen.

Evolutie De pluimveestapel is sinds 2015 gegroeid met 9.850.000 eenheden.

De structurele kosten hebben geen

Legkippenhouderij Prijsvorming en productie De eierprijs situeert zich in een vork tussen 90 en 145 euro per 100 kg . De tendens van de eierprijs is licht stijgend. Het aantal eieren per leghen bedraagt in 2019 293 eieren. Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  38

Variabele kosten De variabele kosten (voederkosten, sanitaire kosten en veeartskosten) zijn sterk afhankelijk van de voederprijzen, vnl de graanprijzen. De voederkosten zijn in 2019 14 % hoger dan het vijfjarig gemiddelde. Voornamelijk door de stijging van de granen.

Structurele kosten De structurele kosten per 1000 plaatsen zijn in 2018 licht gedaald.

Eierprijs per 100 kg 140 130 120 110 100 90 80 2015 300 295 290 285 280 275 270 265 260 255 250

2016

2017

2018

2019

2016

2017

2018

2019

Productie

2015


Terwijl bijvoorbeeld in de melkveehouderij de melkproductie per koe kan verhoogd worden door selectie, voedersamenstelling en diermanagement ligt de impact van het management in de eierproductie per leghen op andere vlakken. De eiproductie per leghen hangt samen met de lengte van de productieperiode, de bereikte topproductie, de uitval en de persistentie van de legcurve. Het management richt zich op stalsystemen (structurele kost) en voedersamenstelling variabele kost). De kengetallen weergegeven in het bedrijfseconomisch resultaat geven een beeld van het management. Kengetallen geven een zicht op wat voorbij is. Ze stellen de bedrijfsleider in staat om de kengetallen en management bij te sturen. De bedrijfsleider dient zich echter te behoeden voor tunnelvisie op zijn eigen bedrijfsresultaat en moet durven de cijfers vergelijken met de sectorgemiddelden. Zoals hierboven beschreven heeft de bedrijfsleider direct een impact op de variabele kosten en de opbrengsten ongeacht de marktprijzen en de kostprijzen.

We gebruiken hiervoor Nederlandse cijfergegevens. STANDAARD LEGHENNENBEDRIJF PER 1000 LEGHENNEN omschrijving

bedrag (euro)

opbrengsten

30970

eieren

30655

slachthennen

315

30000

Opbrengst en kosten per 1000 leghennen

25000 20000 15000 10000 5000 0 2015 2016 2017 2018 2019 bruto-omzet per 1000 plaatsen variabele kosten per 1000 plaatsen bruto-marge per 1000 plaatsen structurele kosten per 1000 plaatsen jaar arbeidsinkomen per 1000 plaatsen Voederkosten per 1000 leghennen 14000 13000 12000 11000 10000 9000 8000 2015

16000

2016

2017

2018

2019

Kostenstructuur per 1000 leghennen

14000 12000 10000 8000 6000 4000 2000 0 2015

2016

2017

variabele kosten per 1000 plaatsen

2018

2019

structurele kosten per 1000 plaatsen

Wanneer we deze cijfers vergelijken met de verschillende systemen komen we aan volgend resultaat. Bio-leghennen bedrijven hebben potentieel een brutosaldo dat 79% hoger ligt dan een gangbaar standaardbedrijf. volgens type (%)

kooi

scharrel

vrije uitloop

bio

opbrengsten

71

83

93

153

eieren

71

83

93

153

slachthennen

83

86

105

127

variabele kosten

22932

variabele kosten

82

86

88

143

voeder

21580

voeder

82

85

86

146

0

100

100

200

stro

30

stro

veekosten

375

veekosten

80

85

112

123

energie

345

energie

96

101

113

90

overige directe kosten

602

overige directe kosten

88

100

123

90

saldo

40

73

108

179

saldo

8037

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  39

Groei door ontwikkeling


Vleeskippenhouderij

Prijs van braadkuikens (65%-kip)

Prijsvorming en productie De vleesprijs situeert zich in een vork tussen 147 en 195 euro per 100 kg . De groei per dag per vrijwel gestaag. Deze resultaat van verdere management en voedersamenstelling.

dier verbetert groei is het selectie,groeievenwichtiger

Variabele kosten De variabele kosten (voederkosten, energie, sanitaire kosten en veeartskosten) zijn sterk afhankelijk van de voederprijzen, vnl de graanprijzen. De voederkosten zijn in 2019 2% hoger dan het vijfjarig gemiddelde.

Structurele kosten De structurele kosten per 1000 plaatsen kennen een licht dalende trend.

Groei door ontwikkeling De kengetallen weergegeven in het bedrijfseconomisch resultaat geven een beeld van het management. Kengetallen geven een zicht op wat voorbij is. Ze stellen de bedrijfsleider in staat om de kengetallen en management bij te sturen. De bedrijfsleider dient zich echter te behoeden voor tunnelvisie op zijn eigen bedrijfsresultaat en moet durven de cijfers vergelijken met de sectorgemiddelden.

Groei/dag/dier

61,0 60,5 60,0 59,5 59,0 58,5 58,0 57,5 57,0 56,5 56,0

2015

14000

2016

2017

2018

2019

Opbrengst en kosten per 1000 vleeskippen

12000 10000 8000 6000 4000 2000 0 2015 2016 2017 2018 2019 bruto-omzet per 1000 plaatsen variabele kosten per 1000 plaatsen jaar bruto-marge per 1000 plaatsen structurele kosten per 1000 plaatsen arbeidsinkomen per 1000 plaatsen

Voederkost per 1000 plaatsen

Zoals hierboven beschreven heeft de bedrijfsleider direct een impact op de variabele kosten en de opbrengsten ongeacht de marktprijzen en de kostprijzen.

7600 7400 7200 7000

We gebruiken hiervoor Nederlandse cijfergegevens. Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  40

De technische prestaties zijn gestabiliseerd. Dit resulteert dat de impact van het stalsysteem (bezettingsgraad) een grotere impact heeft op het bedrijfsresultaat dan de evolutie van de technische prestaties.

6800 6600 2015

9000 8000 7000 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0

2016

2017

2018

2019

Kostenstructuur per 1000 vleeskippen

2015 2016 2017 2018 2019 variabele kosten per 1000 plaatsenjaar structurele kosten per 1000 plaatsen


SALDOBEREKENING PER 1000 OPGEZETTE VLEESKUIKENS omschrijving

hoeveelheid

eenheidsprijs

bedrag

BEZETTING 42 KG/M² opbrengsten kg vlees

1957.00 2316

0.84

variabele kosten

1957.00 1734.70

aankoop hennen

1000

0.33

330.00

voeder

3706

0.325

1204.30

stro

10.00

veekosten

50.00

energie

65.00

overige directe kosten

75.40

saldo

222.30

BEZETTING MAX. 38 KG/M² EN EEN LAGERE GROEISNELHEID < 50 G/DAG opbrengsten kg vlees

2351.30 2330

1.01

variabele kosten

2351.30 2027.90

aankoop hennen

1000

0.36

360.00

voeder

4423

0.32

1415.40

stro

17.50

veekosten

50.00

energie

95.00

overige directe kosten

90.00

saldo

323.40

BEZETTING MAX. 12 KUIKENS PER/M² EN EEN LAGERE GROEISNELHEID < 45 G/DAG opbrengsten 2340

1.17

variabele kosten

2737.80 2193.30

aankoop hennen

1000

0.365

365.00

voeder

4914

0.31

1523.30

stro

25.00

veekosten

45.00

energie

120.00

overige directe kosten

115.00

saldo

544.50

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  41

kg vlees

2737.80


Geitenhouderij Op basis van de cijfergegevens vanuit de bedrijfseconomische boekhoudingen van de boekjaren 2015 tot en met 2019 schetsen we een beeld van de rentabiliteit in de melkgeitenhouderij gedurende de voorbije vijf jaren. Er dient opgemerkt dat de cijfers werden bekomen van gangbare en biologische melkgeitenhouderij al dan niet met een korte keten activiteit.

Methodiek De gemiddelden zijn berekend per kengetal waardoor de bedragen afwijken van het rekenkundig resultaat. Gemiddelden zijn bruikbaar voor het aantonen van een tendens en kunnen niet als absoluut beschouwd worden. Het arbeidsinkomen is het resultaat van de omzet vermindert met de variabele en vaste kosten. De omzet is samengesteld uit de verkoop van de melk, aanwas van de veestapel en verkoop en aankoop van dieren. De variabele kosten zijn kosten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de opbrengsten. Ze zijn samengesteld uit de kosten voor voederaankopen, eigen gewonnen voeders, veeartskosten, dekkingskosten, energiekosten en de diverse directe kosten. De structurele kosten hebben geen invloed op de opbrengst. Deze bestaan uit grondlasten, pacht, onderhoud machines en gebouwen, afschrijvingen, toegerekende rentes en algemene kosten zoals verzekeringen, taksen, begeleiding enz.

De cijfers zijn uitgedrukt per melkgeitenplaats en per 100 liter geproduceerde melk. We opteren om de berekeningen te maken per geitenmelkplaats omdat we dan de totale kosten kunnen in rekening brengen en omrekenen per plaats.

Evolutie De melkgeitenhouderij kent een gestage uitbreiding. Volgens de gegevens uit de opeenvolgende mestrap-

porten leren we dat er in 2019 44217 geiten ouder dan 1 jaar geregistreerd in de mestbankaangifte. Dit is een stijging met 77% tov 2015. De geitenmelkprijs komt tot stand op basis van vraag en aanbod. Na 2010 zijn de melkprijzen gaan stijgen met een uitzonderlijk hoge prijs sinds 2014. In 2019 is de dalende trend doorbroken en kennen we opnieuw een stijging van de prijs. De melkprijs situeert zich op €66/100 liter.

aantal

2015

2016

2017

2018

2019

geiten > 1 jaar

24951

31216

37383

39941

44217

50000 45000 40000 35000 30000 25000 20000 15000 10000 5000 0

Aantal Geiten > 1 jaar

2015 80

2016

2017

2018

2019

Melkprijs

70 60 50 40 30 20 10 0 2015

2016

2017

2018

2019

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  42

Analyse per plaats Variabele kosten De variabele kosten (voederkosten, sanitaire kosten, veeartskosten en energiekosten) zijn licht gestegen tgv de vraag naar ruwvoeders en de hogere krachtvoederprijzen. De voederkosten vormen het grootste aandeel in de variabele kosten. Bij eigen ruwvoederteelt, uitgaande van een rantsoen met 60% maiskuil

600

Opbrengst en kosten per plaats

500 400 300 200 100 0 2015 2016 bruto-opbrengst per plaats bruto-marge per plaats arbeidsinkomen per plaats

2017 jaar

2018 2019 variabele kosten per plaats structurele kosten per plaats


De opfokkosten van een lam bedraagt ca €180. Per drachtige geit worden jaarlijks gemiddeld 1.8 levende lammeren geboren. Gemiddeld wordt per worp 0.35 lammeren opgefokt tot melkgeit. De overige lammeren worden verkocht voor de afmesting.

200 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0

Voederkosten per plaats

2015

2016 KV kost per plaats

2017 jaar

Voederkosten per plaats

Voederkosten per 100 l 16%

17%

Structurele kosten De structurele kosten zijn gestegen gevolge van hogere investeringen en uitbreiding rente op levend kapitaal (stijging veestapel). De mestproblematiek (NER) is debet aan de stijging van de structurele kosten. In 2018 dalende, waarschijnlijk door de verminderde afschrijvingskosten.

Productie De stijging van de melkproductie per plaats zet zich na een knik in 2017 verder door. De stijging bedraagt 7% tov van vorig jaar en is 11% meer dan het vijfjaarlijks gemiddelde.

Analyse per 100 liter Variabele kosten De variabele kosten (voederkosten, sanitaire kosten, energiekosten en veeartskosten) zijn gestabiliseerd door de hogere gerealiseerde productie. De voederkosten vormen het grootste aandeel in de variabele kosten. De voederkost kennen een stijging van 12% per 100 l voornamelijk toe te schrijven aan een hogere krachtvoedergift en ruwvoederprijzen.

Structurele kosten De hogere afschrijvingen en kosten aan levende have dragen bij tot een hogere structurele kost die niet volledig werd gecompenseerd door een hogere productie.

2018 2019 ruwvoederkost per plaats

61%

60%

22%

24%

KV kost per plaats

350

KV kost per 100 l

ruwvoederkost per plaats

ruwvoederkost per 100 l

overige kosten per plaats

overige kosten per 100 l

Kostenstructuur per plaats

300 250 200 150 100 50 0 2015 2016 variabele kosten per plaats 900 800 700 600 500 400 300 200 100 0

2018 2019 structurele kosten per plaats

Melkproductie per plaats

2015

80

2017 jaar

2016

2017

2018

2019

Opbrengst en kosten per 100 l

70 60 50 40 30 20 10 0 2015 2016 bruto-opbrengst per 100 l bruto-marge per 100 l arbeidsinkomen per 100 l 25

2017 jaar

2018 2019 variabele kosten per 100 l structurele kosten per 100 l

Voederkosten per 100 l

20 15 10 5 0 2015

2016 KV kost per 100 l

2017 jaar

2018 2019 ruwvoederkost per 100 l

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  43

en 40% graskuil, stalvoedrring en een jaaropbrengst van 16000 kVEM/ha mais en 9500 kVEM/ha gras, is per 100 geiten nodig: 31550/13400 = 2.4 ha gras- en maisland.


45 40 35 30 25 20 15 10 5 0

Kostenstructuur per 100 l

2015 2016 variabele kosten per 100 l

2017 jaar

2018 2019 structurele kosten per 100 l

Groei door ontwikkeling De kengetallen weergegeven in het bedrijfseconomisch resultaat geven een beeld van het management. Kengetallen geven een zicht op wat voorbij is. Ze stellen de bedrijfsleider in staat om de kengetallen en management bij te sturen.

De bedrijfsleider dient zich echter te behoeden voor tunnelvisie op zijn eigen bedrijfsresultaat en moet durven de cijfers vergelijken met de sectorgemiddelden. Zoals hierboven beschreven heeft de bedrijfsleider direct een impact op de

variabele kosten en de opbrengsten ongeacht de marktprijzen en de kostprijzen. Deze impact dient zich prioritair te richten op de melkproductie. We gebruiken hiervoor Nederlandse cijfergegevens.

We gaan uit van een standaardbedrijf gebaseerd op 1000 geiten met een gemiddelde productie van 1.100 kg melk/ geit/jaar. omschrijving

hoeveelheid

prijs

bedrag

1100 kg

0.58

638.00

verkoop foklammeren

8%

275

22.00

verkoop geiten

26%

20

5.20

verkoop nuchtere lammeren

1.3%

-10

-13.00

opbrengst verkoop melk

totaal

652.20

variabele kosten voeder

270.00

stro

41.10

veekosten

28.00

energie

15.00

overige directe kosten

10.00

totaal

364.10

saldo per geit

288.10

Wanneer we deze cijfers omrekenen naar verschillende productieniveaus krijgen we volgend resultaat.

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  44

productie

900

1100

1300

opbrengst

59.29

59.29

59.29

voeder

26.11

24.55

23.54

stro

3.74

3.74

3.74

veekosten

2.80

2.55

2.37

energie

1.67

1.36

1.15

overige directe kosten

1.11

0.91

0.77

totaal

35.43

33.10

31.57

saldo per 100kg melk

23.87

26.19

27.72

variabele kosten

Bij een melkproductiestijging van 44%, van 900 liter naar 1300 liter, stijgt het saldo met 16%. Saldostijging is lager dan vorig jaar.


Vleesveehouderij bedrijfsleiders er de brui aangeven. De economische rendabiliteit en de arbeid doen zulke bedrijven uitkijken naar andere inkomstenbronnen zoals beheersovereenkomsten op graslanden activeren.

In 2019 hadden 3047 zoogkoehouders recht op 133.114 rechten waarvan 90% werden benut. De impact van de hervorming van de gekoppelde steun zoogkoerechten welk tot doel had de rentabiliteit op de zoogkoebedrijven te verbeteren is eerder beperkt gebleven.

De zoogkoerechten maken een belangrijk deel uit van het inkomen van de zoogkoehouders.

Methodiek De gemiddelden zijn berekend per kengetal waardoor de bedragen afwijken van het rekenkundig resultaat. Gemiddelden zijn bruikbaar voor het aantonen van een tendens en kunnen niet als absoluut beschouwd worden. Het arbeidsinkomen is het resultaat van de opbrengsten vermindert met de variabele en vaste kosten. De opbrengsten zijn samengesteld uit de aan- en verkoop van de runderen, de aanwas van de veestapel, de voorraadwijzigingen en de gekoppelde steun (zoogkoepremie). De variabele kosten zijn kosten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de opbrengsten. Ze zijn samengesteld uit de kosten voor voederaankopen, eigen gewonnen voeders, veeartskosten, energiekosten, dekkingskosten en de diverse directe kosten. De structurele kosten hebben geen invloed op de opbrengst. Deze bestaan uit grondlasten, pacht, onderhoud machines en gebouwen, afschrijvingen, toegerekende rentes en algemene kosten zoals verzekeringen, begeleiding enz. De cijfers worden weergegeven per GVE (Groot-Vee-Eenheid).

2015

2016

2017

2018

2019

% TOV 2015

153268

165000

148607

143005

141013

92

AANTAL BEDRIJVEN

8244

8478

7415

7103

6784

82

AANTAL ZOOGKOEIEN PER BEDRIJF

22.09

21.31

23.00

23.20

23.40

106

AANTAL ZOOGKOEIEN

Aantal zoogkoeien 170000 165000 160000 155000 150000 145000 140000 2015

9000

2017

2018

2019

Lineair (aantal zoogkoeien)

Aantal bedrijven

8500 8000 7500 7000 6500 6000 2015

2016

2017

aantal bedrijven

Evolutie Het aantal zoogkoeien als het aantal bedrijven met zoogkoeien nemen jaarlijks af. Het aantal zoogkoeien is met 8% gedaald tov 2015 . Het aantal bedrijven met zoogkoeien is gedaald met 18%.

2016 aantal zoogkoeien

24,00

2018

2019

Lineair (aantal bedrijven)

Zoogkoeien per bedrijf

23,50 23,00 22,50 22,00

Het aantal zoogkoeien per bedrijf stijgt door de specialisatie met 6%.

21,50 21,00

Het lijkt een tendens te worden dat vooral kleinere bedrijven met oudere

2015

2016

aantal zoogkoeien per bedrijf

2017

2018

2019

Lineair (aantal zoogkoeien per bedrijf )

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  45

Op basis van de cijfergegevens vanuit de bedrijfseconomische boekhoudingen van de boekjaren 2015 tot en met 2019 schetsen we een beeld van de rentabiliteit in de rundveehouderij gedurende de voorbije vijf jaren. Er dient opgemerkt dat de cijfers werden bekomen van zoogkoebedrijven, vleesbedrijven en gemengde rundveebedrijven.


INDELING BEDRIJVEN MET ZOOGKOEIEN (INCL. REFORME) PER GROOTTEKLASSE, VLAANDEREN, 2019 GROOTTEKLASSE

AANTAL BEDRIJVEN

PERCENTAGE BEDRIJVEN

AANTAL ZOOGKOEIEN

PERCENTAGE ZOOGKOEIEN

1-4 ZOOGKOEIEN

1640

24.20

3653

2.30

5-9 ZOOGKOEIEN

1122

16.50

7628

4.80

10-19 ZOOGKOEIEN

1423

21.00

20102

12.70

20-39 ZOOGKOEIEN

1451

21.40

40540

25.50

40 OF MEER ZOOGKOEIEN

1148

16.90

86884

54.70

GEHEEL VAN BEDRIJVEN

6784

100.00

158807

100.00

Voermanagement De voederkosten zijn de zwaarste kost op een zoogkoe/vleesveebedrijf. Ten gevolge van de droogte, werden op de rundveebedrijven de slinkende voorraad ruwvoeder aangevuld met ruwvoederaankopen, aankopen van alternatieve voeders en krachtvoeders. Door deze omstandigheden zijn de

voederkosten 21% hoger dan het vijfjarig gemiddelde. Vooral de aankoop

800

van krachtvoeders is spectaculair gestegen.

Voederkosten

700 600 500 400 300 200 100 0 2015 2016 ruwvoederkosten

2017 krachtvoederkosten

2018 2019 totale voederkosten

Kg krachtvoeder 1200 1000 800 600 400 200 0 2015

2016

2017

2018

2019

Bedrijfseconomische analyse

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  46

Registreren, meten en haalbare doelstellingen formuleren.

bedrijf en zich zelf kent, kunnen er doelstellingen worden geformuleerd.

De rundveehouderij heeft het moeilijk. De rentabiliteit blijft onder druk staan.

Opbrengsten

In de boekhoudingen treffen we een grote diversiteit aan van bedrijfsvoeringen welk een doorslag is van de rundveesector. Van gespecialiseerde topbedrijven die het economisch beter doen, over gemengde bedrijven die het grasland wensen te valoriseren tot kleinschalige extensieve bedrijven.

De gerealiseerde opbrengsten waren in 2019 8% hoger dan het meerjarige gemiddelde. 1200

Variabele kosten In 2019 zijn de variabele kosten 17% hoger dan het vijfjarig gemiddelde. Vooral de gestegen krachtvoederkosten en dekkingskosten zijn debet aan deze stijging. De voederkosten vormen het grootste deel van de vari-

Bruto opbrengst

1150 1100 1050

Ieder bedrijfstype heeft zijn wetmatigheden en specifieke eigenschappen. Wanneer de rundveehouder de wetmatigheden en eigenschappen van zijn

1000 950 2015

2016

2017

2018

2019


abele kosten en zijn dus vatbaar om bij afwijkingen de rendabiliteit danig te beïnvloeden.

Structurele kosten De structurele kosten zijn in 2019 14% hoger dan het vijfjarig gemiddelde. Deze stijging is voornamelijk toe te schrijven aan de daling van het vleesveerunderen – zoogkoeien, hogere pachtprijzen, de investeringslasten van rundveestallen en de overnames van rechten (zoogkoerechten en NER).

8%

3%

Variabele kosten

2% 35% 8% ruwvoederkosten

Arbeidsinkomen

krachtvoederkosten veeartskosten

De licht verbetering van de verkoopsprijzen hebben niet geresulteerd in een verbetering van het arbeidsinkomen wegens de stijgende kosten.

dekkingskosten overige veekosten

44%

energie

Veekosten

Terwijl de veeartskosten dalen per GVE onder invloed van andere vleesrassen welke minder keizersnede behoeven stijgt significant de uitgaven voor dekkingsgelden. Dit betekent dat de rundveehouder verder inspanningen getroost in de veredeling.

Toekomst Volgens het Vlaams regeerakkoord wordt er gekozen voor een uitfasering ten laatste tegen 2027 van gekoppelde inkomenssteun en voor een duurzaam alternatief om zowel de weggevallen inkomenssteun op te vangen als de klimaatdoelstellingen te realiseren waarvoor de betrokken veehouders inspanningen leveren.

800 700 600 500 400 300 200 100 0

2015

300

Het Vlaams Agrarisch Centrum stelt voor om de zoogkoepremie integraal om te zetten in een premie voor blijvend grasland. De één op één compensatie voor de zoogkoehouders kan gehaald worden door een deel te financieren met het budget van de slachtpremie vleeskalveren.

0

Dit bekomt men door het totaal van

2016

2017

2018

2019

2018

2019

Arbeidsinkomen 0 -50 -100 -150 -200 -250 -300 -350 -400 -450

Geen enkele maatregel zal een volledige één op één compensatie kunnen bieden voor de weggevallen gekoppelde steun. De doelgroep zal bovendien, afhankelijk van de voorwaarden die gesteld worden, in meer of mindere mate kunnen bereikt worden.

De waarde van de steun wordt uitgedrukt per ha blijvend grasland.

Structurele kosten

2015

2016

2017

Veekosten

250 200 150 100 50 2015 veeartskosten

2016 dekkingskosten

de zoogkoepremies te delen door de totale oppervlakte blijvend grasland geregistreerd door agrarische ondernemers die tevens zoogkoepremie gerechtigd zijn. Dit getal is de eenheid per ha die kan toegekend worden aan de zoogkoehouders.

2017 2018 2019 overige veekosten totale overige veekosten

We schatten in, dat wanneer de zoogkoepremie wordt omgezet in een blijvend graslandpremie het aantal zoogkoeien zal verminderen (daling van de veestapel), er minder kalveren zijn en daardoor de druk op het aanbod van rundsvlees zal dalen welk de prijs doet stijgen.

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  47

De totale overige veekosten zijn in 2019 sterk gestegen ten opzichte van het vijfjarig gemiddelde.


QUICK-SCAN In 2020 hebben onze adviseurs de bedrijfsbezoeken moeten beperken. Om de vleesveehouder op een snelle manier inzicht te geven in de cijfers hebben we een quick-scan vlees ontwikkeld. In een oogopslag ziet de vleesveehouder een aantal KPI’s (kritische prestatie indicatoren) welke in vergelijking staan met het gemiddeld bedrijf. Op babis van deze KPI’s kan de vleesveehouder de nodige bijsturingen verrichten.

Gemidde l d

Aantal GVE

GVE per ha groenvoeder

Kalvingsindex

8 7, 4 2

3 , 19

0, 7

uw bedrijf

QUICK-SCAN V LE E S VE E

Aantal GVE

GVE per ha groenvoeder

Kalvingsindex

3 2 ,3

3 ,0 2

0 ,5 7

Hoeveelheid krachtvoeder (kg per GVE)

Krachtvoederkost (€/GVE)

Totale voederkost (€/GVE)

370

670

1200

600

1800

175

200 54

Be d r ijf BK J

VAC123456 20 20

1000 256

Vaste kosten (€/GVE)

Kredietlasten (€/GVE)

500

0

100

0

340

53

140

Veeartskosten (€/GVE)

550

250

750 547

0

0 -148,94

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  48


Melkveehouderij De agrarische ondernemer staat voor momenten dat strategische management beslissingen dienen genomen te worden. De boekhoudkundige cijfergegevens over een lange termijn zijn een essentieel element in de opbouw van de beslissing. Op basis van de cijfergegevens vanuit de bedrijfseconomische boekhoudingen van de boekjaren 2015 tot en met 2019 tonen we een beeld van de rentabiliteit in de melkveehouderij gedurende de voorbije 5 jaren. Er dient opgemerkt dat de cijfers werden bekomen van gespecialiseerde en niet-gespecialiseerde melkveebedrijven en van bedrijven met korte keten activiteit en zonder hoeveverwerking.

Methodiek De gemiddelden zijn berekend per kengetal waardoor de bedragen afwijken van het rekenkundig resultaat. Gemiddelden zijn bruikbaar voor het aantonen van een tendens en kunnen niet als absoluut beschouwd worden. Het arbeidsinkomen is het resultaat van de opbrengsten vermindert met de variabele en vaste kosten. De omzet is samengesteld uit de aan- en verkoop van de runderen, de aanwas van de veestapel, de melkopbrengsten en de voorraadwijzigingen.

Evolutie

Deels wordt de productiestijging gerealiseerd door de stijging van het aantal liters geproduceerde melk per koe. De melkproductie per koe is gestegen naar 8.332 liter en is 7% hoger dan het vijfjarig gemiddelde. De productiestijging per koe kende een daling in 2019 ten gevolge van de droogte.

Het aantal melkkoeien bedraagt in 2019 309.031, een stijging van 9.6% ten opzichte van 2015. De specialisatie van de melkveehouderij zet zich verder. We kunnen deze tendens afleiden uit de cijfers van onze boekhoudingen. Het aantal melkkoeien is met 4% gestegen tov van 2018. Op Vlaams niveau bedraagt de gemiddelde melkproductie per bedrijf 690.751 liter.

De productiestijging per bedrijf wordt voor een groter gedeelte gerealiseerd door de uitbreiding van de veestapel De productiecijfers per koe stijgen minder snel wat een oranje knipperlicht doet verschijnen voor de toekomst.

Het aantal geleverde liters melk per bedrijf in de VAC boekhoudingen bedraagt 666.707 liter. Dit is 20% boven het 5 jarig gemiddelde en een stijging van 9% tov van vorig jaar. De stijging van de bedrijfsmelkproductie wordt deels gerealiseerd door de stijging van het aantal gemolken koeien. Het aantal gemolken koeien per bedrijf stijgt van 72 naar 75 of een stijging met 4%.

Productiviteit: aantal geleverde liters 800000 700000 600000 500000 400000 300000

De structurele kosten hebben geen invloed op de opbrengst. Deze bestaan uit grondlasten, pacht, onderhoud machines en gebouwen, afschrijvingen, toegerekende rentes en algemene kosten zoals verzekeringen, begeleiding enz. De cijfers worden weergegeven per 100 liter en per GVE (Groot-Vee-Eenheid. De grafieken werden uitgebreid met de kengetallen melkprijs- kalvingsindex- vervangingspercentage en ruwvoedermelk.

200000 100000 0 2015

2016

2017

2018

2019

Productiviteit: aantal koeien per bedrijf 80 60 40 20 0 2015

10000

2016

2017

2018

2019

Productiviteit: aantal liters per koe

8000 6000 4000 2000 0 2015

2016

2017

2018

2019

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  49

De variabele kosten zijn kosten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de opbrengsten. Ze zijn samengesteld uit de kosten voor voederaankopen, eigen gewonnen voeders, veeartskosten, dekkingskosten, energiekosten en de diverse directe kosten. De energiekosten zijn ofwel opgenomen bij de diverse directe kosten (elektriciteit) en opgenomen in de ruwvoederkost (brandstof voor ruwvoederwinning).


Voermanagement Krachtvoeder De melkproductiestijging per koe kan gerealiseerd worden door aandacht te hebben voor de genetica, de gezondheidstoestand van de koe, de voedersamenstelling en de kwaliteit van het voeder. Krachtvoeder is een zeer belangrijk element in de productie, samenstelling en kostprijs. Krachtvoederkosten zijn variabele kosten en bepalen mee de opbrengst en dus het saldo. Door het niet efficiënt verstrekken van krachtvoeder, gaan de kosten omhoog. Een hogere krachtvoedergift resulteert niet altijd in een productiestijging. Hierdoor zal het rendement per liter melk dalen. De wet van de afnemende meeropbrengsten, weet u wel. Het krachtvoederverbruik per koe is in 2019 sterk gestegen van 1.555 kg per koe naar 1.849 kg per koe. Het krachtvoederverbruik ligt 25% hoger dan het vijfjarig gemiddelde. Deze sterke stijging is te wijten aan de daling van de voorraden ruwvoeder ten gevolge van de opeenvolgende droogtes. In 2015 werd er 192 gram krachtvoeder vervoederd per 100 l melk. In 2019 werd er 235 gram krachtvoeder vervoederd per 100 l melk. Het vijfjarig gemiddelde bedraagt 212 gram per liter. Het vetgehalte is gestagneerd tot 42.14 Het vetgehalte was in 2019 1% lager dan het vijfjarig gemiddelde. Het eiwitgehalte is gestagneerd tot 34.32. Het eiwitgehalte is 1% lager dan het vijfjarige gemiddelde.

Productiviteit: krachtvoederverbruik 2000 1800 1600 1400 1200 1000 800 600 400 200 0 2015

250

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  50

Uit de VAC-boekhoudingen blijkt dat de geproduceerde ruwvoedermelk is gedaald tot 4.947 liter. In 2019 bedroegen deze liters 4% lagerdan het vijfjarig gemiddelde. De stijging van het aantal melkkoeien per bedrijf resulteert in een intensiever gebruik van de beschikbare oppervlakte ruwvoeder. Het aantal geproduceerde liters melk

2017

2018

2019

kg KV per jongvee

Productiviteit: gram krachtvoeder per liter

200 150 100 50 0 2015

2016

2017

2018

2019

2017

2018 eiwit

2019

Productiviteit: vet en eiwit 50 40 30 20 10 0 2015

6000

2016 vet

Productiviteit: liters ruwvoedermelk

5500 5000 4500 4000 2015

Ruwvoeder Het is de betrachting van iedere melkveehouder om het aandeel ruwvoedermelk te verhogen. Uit Nederlandse cijfers blijkt dat bedrijven met een goed voermanagement is staat zijn om 4000 liter per ha extra melk te produceren.

2016 kg KV per melkkoe

14500 14000 13500 13000 12500 12000 11500 11000

2017

2018

2019

2018

2019

Productiviteit: aantal liters per ha groenvoeder

2015

2,55 2,50 2,45 2,40 2,35 2,30 2,25 2,20

2016

2016

2017

Productiviteit: aantal GVE per ha groenvoeder

2015

2016

2017

2018

2019


per ha ruwvoeder is gestegen naar 13.981 liter. Het aantal GVE (grootvee-eenheden) per ha is gedaald naar 2.33 GVE/ha.

Ontvangen melkprijs per 100 l

40 35 30 25 20

Bedrijfseconomische resultaten

15 10 5

Bruto-opbrengst

0 2015

De bruto-opbrengst is samengesteld uit de opbrengsten van de verkoop van melk en melkproducten, de aan- en verkoop van dieren en de wijziging in de veestapel (aanwas). Zoals u merkt in de grafiek van zijn de melkprijzen per 100 l melk sterk schommelend. Wanneer we de totale opbrengsten weergeven zien we dezelfde tendens.

2016

2017

2018

2019

2017

2018

2019

Bruto-opbrengst per 100 l

41 40 39 38 37 36 35 34

Variabele kosten

33

De variabele kosten zijn de kosten die je maakt om het product te produceren en zijn derhalve direct gelinkt aan het productieniveau. De variabele kosten zijn in de melkveehouderij samen te vatten in krachtvoederkosten, ruwvoederkosten en overige veekosten zoals veeartskosten en dekgelden. In de ruwvoederkosten zijn de energiekosten inbegrepen. De variabele kosten bedragen €20.14 per liter melk en zijn in 2019 4% hoger dan het vijfjarig gemiddelde. Deze stijging is voornamelijk toe te schrijven aan de voederprijzen en energieprijzen.

2015

2500

2016

Bruto-opbrengst per GVE

2000 1500 1000 500 0 2015

2016

2017

2018

2019

Samenstelling variabele kosten per 100 l 10 8

Het saldo is een maat voor het vakmanschap op het melkveebedrijf. Hoe hoger dit saldo, hoe beter de melkveehouder in staat blijkt te zijn om goede opbrengsten te combineren met lage kosten. Het gemiddelde saldo bedroeg in 2019 €19.60 per 100 l. Dit is 4% hoger dan het vijfjarig gemiddelde.

6 4 2 0 2015

2016

ruwvoederkosten

2017

2018

krachtvoederkosten

2019 overige kosten

2015

2016

2017

2018

2019

GEMIDDELD

TOV GEMIDDELD %

TOV VORIG JAAR

RUWVOEDERKOST

7,10

6,44

6,50

5,90

6,08

6,40

95%

103%

KRACHTVOEDERKOST

7,58

6,60

7,02

7,47

8,17

7,37

111%

109%

TOTALE VOEDERKOST

15,96

14,11

14,85

14,81

15,71

15,09

104%

106%

OVERIGE KOSTEN

3,69

3,58

3,46

3,88

4,43

3,81

116%

114%

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  51

De opbrengsten vermindert met de variabele kosten geeft ons de bruto-marge.


Structurele kosten De structurele kosten zijn jaarlijks weerkerende kosten die geen rechtstreeks verband hebben met de productie. De structurele kosten zijn samengesteld uit de afschrijvingen van de investeringen, de rentes op het geïnvesteerd kapitaal, pacht, onderhoud en de algemene kosten.

Financiële kengetallen per 100 l 25 20 15 10 5 0 2015

De structurele kosten zijn in 2019 gestegen met 6 % tov van 2018. Dit wijst op een kostenstijging boven de index en investeringen.

1400

Arbeidsinkomen

1000

De VAC landbouwboekhoudingen houden geen rekening met de fictieve lonen voor de bedrijfsleider. Dit betekent dat het berekende arbeidsinkomen de winst is van het bedrijf waarmee de bedrijfsleider de kosten voor privé-uitgaven zoals levensonderhoud, sparen, sociale zekerheid en belastingen en reserveringen voor investeringen financiert. Het arbeidsinkomen per 100 liter melk is gestegen ten opzicht 2018. Bekeken over het vijfjarig gemiddelde was het arbeidsinkomen in 2019 30 % hoger.

Analyse

2016

variabele kosten per 100 l

2017

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  52

De kritieke melkopbrengst is gedaald van €33.31 per 100 liter melk in 2015 naar €31.98 per 100 liter melk in 2019. Er is in 2019 iets meer mogelijkheid gecreëerd om financiële reserves aan te leggen.

De operationele hefboom Een interessante ratio is de operationele hefboom. Het VAC hanteert deze ratio om het risico-profiel van het bedrijf te duiden. De operationele hefboom meet het operationeel risico van de activiteit of de graad waarin de opbrengstwijzigingen de winst beïnvloeden. Het operationele hefboomeffect ook wel degree of operating leverage

2019

arbeidsinkomen per 100 l

Financiële kengetallen per GVE

1200 800 600 400 200 0 2015

2016

variabele kosten per GVE

2017

2018

structurele kosten per GVE

2019

arbeidsinkomen per GVE

Kritieke melkopbrengst 100 l 50 40 30 20 10 0 2015

2016 bruto-opbrengst per 100 l

Kritieke melkopbrengst De kritieke melkopbrengst geeft de melkopbrengst weer waarbij de lopende uitgaven voor de bedrijfsvoering kunnen worden betaald. Indien de kritieke melkopbrengst meerdere jaren dicht bij de ontvangen melkprijs ligt, is dat een indicatie dat er geen ruimte is om financiële reserves op te bouwen.

2018

structurele kosten per 100l

genoemd komt voort uit het bestaan van vaste kosten in het bedrijf. De operationele hefboomwerking gebruikt de vaste kosten voor het vergroten van de effecten van omzetveranderingen op het bedrijfsresultaat. Hierbij geldt hoe groter de hefboomwerking des te risicovoller de bedrijfsvoering is maar daar tegen over staat de kans op een aanzienlijke stijging in winsten. Een lagere hefboomwerking is vice versa. De operationele hefboom komt tot stand door de brutomarge te delen door de winst. Voor bedrijven met een hoge operationele hefboom is de winstrealisatie sterk beïnvloedbaar, zowel in positieve (winst) als negatieve (verlies) zin. Terwijl de operationele hefboom in 2015 nog 5.20 bedroeg is deze door de verminderde structurele kosten verbeterd naar 2.65. Gezien over vijfjarige gemiddelde bedraagt de verbetering 27%.

2017

2018

2019

kritieke melkopbrengst

MANAGEMENT is voordenken in plaats van nadenken Een goed en doordacht management is essentieel voor een agrarisch onderneming. Om goed doordachte managementbeslissingen te nemen ( op lange termijn) of om op korte termijn in te grijpen in de bedrijfsvoering is een correct bijgehouden landbouwboekhouding meer dan een noodzakelijk hulpmiddel. Uit de boekhoudingen leren we dat er nog efficiëntiewinsten te boeken zijn.


BEDRIJFSECONOMISCHE BOEKHOUDING De bedrijfseconomische boekhouding is zijn geld waard. De bedrijfseconomische boekhouding van het Vlaams Agrarisch Centrum, VACwerk, is dè boekhouding voor de moderne en vooruitstrevende agrarische ondernemer. Voortdurend wordt het programma aangepast aan de noden en wensen van de deelnemende landbouwers. En, niet onbelangrijk, u krijgt gegarandeerd onafhankelijk advies, waarbij enkel u en uw bedrijf centraal staat. De agrarische ondernemer wordt geconfronteerd met ingewikkelde productieprocessen en complexe wetgeving. De combinatie van VACwerk en VACcent is dé managementtool bij uitstek.

QUICK-SCAN In 2020 hebben onze adviseurs de bedrijfsbezoeken moeten beperken. Om de melkveehouder op een snelle manier inzicht te geven in de cijfers hebben we een quick-scan melk ontwikkeld. In een oogopslag ziet de melkveehouder een aantal KPI’s (kritische prestatie indicatoren) welke in vergelijking staan met het gemiddeld bedrijf. Op babis van deze KPI’s kan de melkveehouder de nodige bijsturingen verrichten.

Gemiddeld

Liters per koe

Vervangingspercentage

Kalvingsindex

887 9

32 %

0 , 84

uw bedrijf

Q U I C K- SC A N M E L KV E E

Liters per koe

Vervangingspercentage

Kalvingsindex

8597

1 4%

1

Ruwvoedermelk Ruwvoedermelk (liter)

Krachtvoederkost (€/100l)

4500

10

Hoeveelheid krachtvoeder (gram per liter melk) 275

150

2000

400

Totale voederkost (€/100l)

Overige variabele kosten (€/100l)

Vaste kosten per 100l melk

Vaste kosten (€/100l) 10

5

12,07

0

10

20 5,81

3,37

Kredietlast (€/100l)

Kostendekkende melkprijs (€/100l)

10

30

20

0 1,29

40

20 17,07

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  53

0

30

0

VAC00000 20 19

20 6,29

5024

15

Be d r ij f BK J R

0

7000

202


VACcent in 10 vragen of hoe communiceert het VAC met jouw? VAC ontzorgt, jouw bedrijf ontwikkelt. En dat alles met de up to date managementtool voor jouw bedrijf. VACcent is ons digitaal platform ontwikkeld door het Vlaams Agrarisch Centrum. Hierbij komt zowel landbouwboekhouding als raadpleging bedrijfsdocumenten, informatie én borging samen. Kortom jouw persoonlijk klantendossier op ons digitaal platform, raadpleegbaar via PC, tablet of smartphone.

Log regelmatig in op jouw vaccent via www.vac.eu

Wat is VACcent? VACcent is ons digitaal platform waarbij én landbouwboekhouding én raadpleging bedrijfsdocumenten én informatie én borging samenkomt.

Is VACcent interessant voor mij? Vast en zeker! De VACcent-klant kan bijvoorbeeld tijdens het plaatsbezoek van de schattingscommissie op de smartphone de fotoplannen en de verzamelaanvraag raadplegen. Als VACcent-klant vind je in één opslag ons boekhoudprogramma VACwerk, jouw laatste berichten, de laatste nieuwsfeiten en jouw documenten terug.

Hoe weet ik of er een document is geplaatst? VACcent-klanten ontvangen een mail met de boodschap dat er een document is geplaatst met vermelding van het onderwerp.

Hoe werkt VACcent? Via onze website kan de VACcent-klant inloggen op zijn persoonlijke bedrijfspagina. Elke klant ontvangt een unieke login.

Wat indien ik mijn login niet meer weet? Een eenvoudig mailtje naar ons volstaat om jouw login te verkrijgen.

Hoe moet ik “borging” begrijpen?

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  54

Hierbij geven wij graag een voorbeeld: Momenteel worden VACcent-klanten die een verplicht nitraatresidustaal moeten nemen door VACcent geborgen. De percelen van de VACcent-klant zijn raadpleegbaar op VACcent. De klant wordt geïnformeerd over wat er te doen staat. Op 10 oktober worden de klanten gecontacteerd om te informeren naar de stand van zaken. Zo vermijd je een boete van € 150 per niet genomen staal.

Wat kost VACcent? VACcent is gratis voor klanten die genieten van een VAC-dienstverlening vanaf € 435 op jaarbasis en die lid zijn van het VAC.

Zijn er nog andere voordelen? VACcent klanten genieten van een weerkerende doorlichting naar de bestekoop energieleverancier.

Ik heb twee bedrijven. Heb ik dan twee logins? Keep it simple. Je krijgt één login voor één of meerdere bedrijven.

Kan ik zelf documenten opslaan op VACcent? Neen, enkel de beheerder archiveert de documenten.


Mestbalans realtime Voor (agrarische) ondernemers is tijd een kostbaar goed. Om onze klanten doorheen de verplichtingen van het mestdecreet te loodsen heeft VAC de “mestbalans in realtime” ontwikkeld. Op één pagina kan de klant een overzicht raadplegen van zijn bedrijf tov het mestdecreet en dit over de vier belangrijkste facetten van het decreet. 1. De mestbalans: is een overzicht van de beschikbare bemestingsruimte op een bepaald moment (realtime) 2. NER: geeft de benutting/overschrijding weer van het aantal NER 3. Vanggewassen: checkt het doelareaal met het geregistreerd areaal 4. Staalname stikstofanalyse: geeft weer hoeveel bodmestalen de klant dient te laten nemen. De mestbalans in realtime wordt geregeld geüpdated en steeds voor het einde van een bemestingsperiode zodat de klant de nodige bijsturingen kan uitvoeren. Raadpleegbaar op VACcent.

Mestbalans Realtime Naam: Datum van berekening:

Agro onderneming 26/04/2021

Mestbalans Fosfaat totaal -971,40

Dierlijke stikstof -1811,37

Werkzame Stikstof -4232,15

Fosfaat bemerkingen: Het eindtotaal van uw fosfaatverbruik bedraagt -971,4 kg. U heeft nog bemestingsruimte.

Stikstof bemerkingen: U heeft nog bemestingsruimte inzake dierlijke stikstof. U heeft nog bemestingsruimte inzake werkzame stikstof.

NER's:

-1785,77 (Beschikbaar - Productie)

U heeft voldoende NER ter beschikking.

Vanggewassen Doelareaal vanggewassen:

9,65 ha

Gerealiseerd vanggewas, zonder indiening inzaaiperiodes:

2,96 ha

Potentieel vanggewas, MITS indiening inzaaiperiodes:

7,44 ha

Totaal gerealiseerd areaal vanggewassen:

10,4 ha

U heeft het voorlopig doelareaal bereikt.

Aantal stalen verplichte stikstofanalyse U dient

0

bodemstalen te laten nemen voor stikstofanalyse.

Disclaimer: Deze mestbalans in realtime is gebaseerd op de beschikbare gegevens op datum van berekening, is van zuiver informatieve aard en niet bindend voor het VAC.

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  55


Bedrijfseconomisch resultaat Hoe is de rekening opgebouwd? ARBEIDSINKOMEN

BESCHIKBAAR INKOMEN per eenheid, ha, are, 100 kg, 100 l, dierenplaats

OMZET (+) + verkopen marktbare producten

+ andere inkomsten

+ verkopen marktbare producten

+ verkopen dieren

+vergoedingen

+ verkopen dieren

- aankopen dieren

+ subsidie

- aankopen dieren

+ gekoppelde steun

+ gekoppelde steun

- voorraadwijziging VARIABELE KOSTEN (-) voeders

voeders

zaden/planten

zaden/planten

meststoffen

meststoffen

fyto

fyto

andere teeltkosten

andere teeltkosten

veekosten

veekosten

veearts

veearts

loonwerk

loonwerk

energie

energie

seizoenarbeid

seizoenarbeid

bewaarkosten

bewaarkosten

verkoopkosten

verkoopkosten BRUTO-MARGE (=) STRUCTURELE KOSTEN

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  56

afschrijvingen

kapitaalaflossingen

rente

intresten

pacht

pacht

fictieve pacht grondlasten

grondlasten

onderhoud gebouwen

onderhoud gebouwen

onderhoud machines

onderhoud machines

algemene kosten

algemene onkosten

reguliere lonen

reguliere lonen

ARBEIDSINKOMEN (=)

BESCHIKBAAR INKOMEN (=)


VACwerk Dé bedrijfseconomische boekhouding Het VACwerk programma maakt integraal deel uit van ons digitaal platform VACcent

Het VACwerk ingaveprogramma

De klant kan op ieder tabblad in eigen bewoordingen commentaar toe voegen. Deze commentaar kan een geheugensteuntje zijn, of een aandachtspunt voor de adviseur of andere…. De klant kan vanuit ieder tabblad per mail een bericht sturen naar de dienst om een probleem of bemerking te melden. De dienst ziet vanuit welk tabblad de mail werd verstuurd zodat er snel en zelfs in realtime het probleem kan behandeld worden. Wanneer de klant oordeelt dat alle gegevens genoteerd zijn, sluit hij het boekjaar af waarna de dienst hiervan automatisch wordt geïnformeerd.

afhankelijk van de bestemming van het krediet. Voor de energie heeft de klant keuze uit alle soorten vormen van energie. Hij kan deze bestemmen volgens bedrijfstak. De brandstofkosten voor ruwvoeders worden integraal opgenomen in de teeltkost en niet apart doorgerekend aan het rundvee.

De inventaris De inventaris is een overzicht van alle bezittingen en schulden van het bedrijf. De gebouwen, werktuigen, rechten enz. kunnen in eigen bewoordingen worden genoteerd. De klant beschikt over een keuzelijst van omschrijvingen met afschrijvingsduur en kan de investering toewijzen aan een bedrijfstak.

Hiermee slagen we erin, om binnen een respectabele termijn een resultatenrekening te bezorgen aan de klant.

Omdat de investeringen over een lange periode worden afgeschreven en dus bepalend zijn voor het resultaat, kan de klant zelf geen wijzigingen aanbrengen aan de bestaande investeringslijst. De investeringslijst wordt jaarlijks geüpdatet in samenspraak met de klant.

Het algemene deel

De teelten

In het algemene deel wordt het teeltplan, de algemene kosten zoals onderhoud machines, onderhoud gebouwen, onderhoud trekker, pachten, huur, verzekeringen, begeleidingskosten, lidgelden, lonen van vaste werknemers, het aantal (familiale) volwaardige arbeidskrachten en de andere inkomsten en uitgaven genoteerd.

Alle teelten hebben dezelfde opbouw van ingave. Eigen benaming, teeltnaam, oppervlakte, categorie en bedrijfstak. De klant kan de gegevens per perceel of percelengroep registreren.

Volgens weging van een bedrijfstak of volgens inzicht van de begeleider, worden deze kosten toebedeeld aan een bedrijfstak. Van de kredieten worden de jaarlijkse lasten, kapitaal en intrest genoteerd. De bestemming van deze kost is

Binnen de teelt worden de volgende gegevens genoteerd: › Kosten aan zaden en plantgoed, loonwerk en diverse teeltkosten › Fytoproducten (hoeveelheid en prijs) met een keuzelijst van de erkende middelen. Automatisch verschijnt soort, actieve stof en erkennningsnummer waardoor de klant tevens een registratie heeft voor het FAVV. De lijst van erkende middelen wordt

geregeld geüpdatet. › Meststoffen, hoeveelheid en prijs (met een keuzelijst ) › De kosten aan arbeid worden gespecificeerd volgens handelingen aan de teelt (schoffelen-snoeien), oogst (plukken) en product (sorteren). › Het product kan worden verkocht (handel-veiling-korte keten) of verbruikt. Indien het product wordt verbruikt worden de aantallen toegewezen aan de bedrijfstak die het product verbruikt.

De bedrijfstakken De bedrijfstakken bestaan uit alle diersoorten, de korte keten en para-agrarische activiteiten. De klant kan de activiteiten activeren. Voor de diersoorten is de opbouw van de ingave identiek. De ingave start met de begin-en eindinventaris waarbij de klant kan kiezen voor een eigen waardering of een centraal geregistreerde waardering. De verkoop bestaat uit de verkoop van dieren, dierproducten en specifieke inkomsten. De klant kan aanduiden of de verkoop geschiedt in het kader van de korte keten. De productiegegevens (geboorten en sterftes) worden geregistreerd. Via een controleknop kan de klant de veebeweging controleren. De kosten bestaan uit voeders (per soort en diersoort), veeartskosten, KI en specifieke kosten. Met de bedrijfstak “korte keten” kan de klant de kostprijs berekenen van het product dat hij verkoopt in de korte keten. Bijvoorbeeld: Een klant verkoopt rundvlees op de hoeve. Het rund wordt boekhoudkundig verkocht tegen

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  57

Dankzij de verticale structuur is het VACwerk-ingaveprogramma toegankelijk vanop PC, laptop en smartphone. Het ingaveprogramma bevat vier componenten: het algemene deel, de inventaris, de teelten en de bedrijfstakken.


marktwaarde aan de korte keten. In de korte keten wordt deze waarde automatisch overgenomen als aankoop. Deze aankoopprijs wordt aangevuld met slacht- en versnijdingkosten,

verpakkingsmateriaal, additieven enz... De investeringen (vb. koeltoog) worden afgeschreven in de korte keten. De klant krijgt een berekening van de omzetkosten en winst per eenheid (vb.

kg) van het vlees. Para-agrarische activiteiten kunnen toevallige inkomsten zijn, of opbrengst – kosten van vb. zonnepanelen.

Het bedrijfsresultaat Financieel-economisch resultaat Het bedrijfsresultaat geeft een schematisch overzicht van het financieel-economisch resultaat. Het bedrijfsresultaat geeft dit resultaat weer voor het ganse bedrijf en specifiek per bedrijfstak. Hierbij wordt het arbeidsinkomen berekend en het beschikbaar inkomen (de werkelijke omzet en kosten). Dit cijfermateriaal wordt weergeven in zijn totaliteit en per eenheid (ha, are, 100 kg, dierplaats, GVE, 100 ltr melk). De fictieve rente op het geïnvesteerd kapitaal bedraagt 3%.

Technisch resultaat De landbouwboekhouding geeft de technische prestaties weer zoals productie per eenheid, vruchtbaarheid, voederkost in kg per koe enz... Op basis van deze gegevens kan een advies geformuleerd worden om de technische prestaties te verbeteren.

Balans – bedrijfskenmerken en financiële ratio De balans geeft een overzicht van het vermogen (actief) en de schulden (passief). De balans vormt een element in de waardebepaling van het bedrijf. De bedrijfskenmerken geeft een overzicht

van de teelten, de rechten, de gronden in eigendom en de arbeidskrachten. De financiële ratio’s geven een overzicht van de financiële prestaties zoals cashflow, aanwending financiële middelen, schuldratio, rendabiliteit van het (eigen-vreemd) vermogen.

Milieuenergieprestatiegraad De klant kan op het overzichtsblad een idee vormen van het energie- en waterverbruik per eenheid en kan desgevallend de energiestromen van nabij opvolgen.

Het nut van een bedrijfseconomische boekhouding Ondanks de administratieve “over”-last op de bedrijven is het voeren van een bedrijfseconomische boekhouding noodzakelijk als managementtool om het bedrijf te runnen. Het totaal aan cijfergegevens geeft de klant het nodige inzicht om de bedrijfsvoering tijdig bij te sturen. De vork tussen de lage inkomensvormende

bedrijven en de hoge inkomensvormende bedrijven toont aan dat er nog rek zit in de bedrijfsvoering. Een degelijk advies op basis van correcte gegevens draagt bij tot inkomen verhogende ingrepen die ver de kostprijs van het boekhoudingadvies overstijgen. De bedrijfseconomische boekhouding dient als basis voor het opstellen

van een financieel plan, een ondernemingsplan en waardebepaling bij verkoop of overdracht van het bedrijf(stak). Tevens kan er op basis van de bedrijfseconomische boekhouding het fiscale statuut van het bedrijf geoptimaliseerd worden.

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  58


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2015-2019  -  59


VAC KANTOOR Burgemeester Maenhautstraat 44E • 9820 Merelbeke tel. 09 252 59 19 • vac@vac.eu • www.vac.eu


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.