VLAAMS AGRARISCH CENTRUM Administratie, advies & belangenverdediging voor agrarische ondernemers
Jaarlijkse uitgave - Editie 2021
VAC • Burgemeester Maenhautstraat 44E • 9820 Merelbeke • 09 252 59 19 • vac@vac.eu • www.vac.eu
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020
Inhoud Akkerbouwteelten...............................................................................pag. 5 Ruwvoederteelten............................................................................ pag. 15 Fruitteelten.......................................................................................... pag. 19 Groententeelten................................................................................ pag. 28 Varkenshouderij................................................................................ pag. 35 Melkveehouderij................................................................................ pag. 39 Quick-scan melkvee........................................................................ pag. 44 Vleesveehouderij.............................................................................. pag. 45 Quick-scan vleesvee....................................................................... pag. 49 Geitenhouderij................................................................................... pag. 50 Mestbalans realtime........................................................................ pag. 53 VACcent in 10 vragen...................................................................... pag. 54 VACwerk - dé bedrijfseconomische boekhouding................ pag. 55 Bedrijfseconomisch resultaat.......................................................pag. 57 Landbouwbarometer...................................................................... pag. 60
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 2
Disclaimer Deze publicatie werd met de grootst mogelijke zorg samengesteld en kan louter dienstig zijn als richtlijn of ten titel van inlichting. Het raadplegen of het gebruik van deze publicatie ontslaat de gebruiker geenszins van diens verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. Noch het VAC noch de auteurs kunnen op generlei wijze aansprakelijk worden gesteld door de gebruiker van deze publicatie. Vermenigvuldiging en/of overname van gegevens zijn toegestaan mits de bron expliciet vermeld wordt: "Rentabiliteits- en kostprijsanalyse' - Vlaams Agrarisch Centrum - Merelbeke VU: Danny Vandebeeck - Burgemeester Maenhautstraat 44E - 9820 Merelbeke
Voorwoord Geachte lezer De 5de editie van het “Rentabiliteits- en kostprijsanalyse” uitgegeven door het Vlaams Agrarisch Centrum is er weer. Deze lustrumeditie staat bol met cijfers en grafieken over de vele sectoren die de landbouw rijk is. Twee of meer sectoren komen samen in de agrarische ondernemingen en vormen uiteindelijk het bedrijfsinkomen. Daarom is deze brochure uniek in zijn soort. Het geeft inzicht in de rendabiliteit van de verschillende sectoren meestal afkomstig van cijfermateriaal van gemengde bedrijven. Het stelt de agrarische ondernemer in de mogelijkheid om de bedrijfsvoering te toetsen en de mogelijkheden te ontdekken in de andere sectoren. Het cijfermateriaal is gebaseerd op de data van het VAC-landbouwboekhoudprogramma VACWERK. Dit uitgangsmateriaal werd aangevuld en getoetst aan de bestaande openbaar gestelde data. Per sector wordt de methodiek verklaard. Iedere (agrarische) ondernemer stelt zich tot doel het grootst mogelijk rendement te halen op het geïnvesteerd kapitaal. Vergelijkend cijfermateriaal is belangrijk om het bedrijf te sturen en de rentabiliteit te verhogen. Dit naslagwerk kan een bijdrage leveren voor het maken van berekeningen, evaluaties en begrotingen. Het interpreteren van de cijfers is belangrijk. U moet de cijfers zien als een richtlijn en een tendens binnen een bepaalde sector. Afhankelijk van de actuele bedrijfssituatie, de marktwerking en de normen, kunnen de cijfers opgenomen worden in de managementplanning van het individueel bedrijf. Graag bieden we deze editie aan onze relaties betrokken in de agrarische wereld. Het VAC heeft een uitgebreid netwerk van experts en zakenpartners opgebouwd. Samen met onze relaties kunnen we de agrarische ondernemers met de best mogelijke adviezen en dienstverlening bijstaan. Elk van onze relaties dragen zorg voor de man en vrouw achter de agrarische onderneming. Eenieder beseft dat achter de cijfers mensen staan van vlees en bloed met hun eigen tekortkomingen maar ook met succesverhalen. Dit betekent veel voor onze werking. De mens achter het dossier is minstens zo belangrijk als het dossier. Deze houding vraagt veel energie en inspanning van het VAC en haar medewerkers. Tevens is het onze drive om ons uniek ondernemersmodel voortdurend te verbeteren en te professionaliseren.
We bieden u met fierheid deze lustrumeditie aan.
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 3
We mogen getuigen dat deze houding wederzijds respect afdwingt. De schouderklopjes die we mogen ontvangen zijn welgemeend waarvoor onze dank.
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 4
Akkerbouwteelten
Het gaat hierbij zowel om bedrijven gespecialiseerd in akkerbouw als om gemengde bedrijven die akkerbouw combineren met tuinbouw en/of veeteelt. De akkerbouwbedrijven met bio-teelten zijn tevens opgenomen in de cijfergegevens.
Methodiek De gemiddelden zijn berekend per kengetal waardoor de bedragen afwijken van het rekenkundig resultaat. Gemiddelden zijn bruikbaar voor het aantonen van een tendens en kunnen niet als absoluut beschouwd worden. Het arbeidsinkomen is het resultaat van de omzet vermindert met de variabele en structurele kosten. Wanneer we schrijven over opbrengsten bedoelen we de kg opbrengsten. Wanneer we schrijven over omzet, bedoelen we de financiële opbrengsten. Opbrengst = kg / Omzet = euro De omzet is samengesteld uit de verkoop van het hoofdproduct, de verkoop van het bijproduct en voorraadwijzigingen. De perceelsgebonden subsidies worden niet opgenomen in
Aardappelen De omzet van aardappelen zijn sterk marktgevoelig. Het schommelend areaal, volgend op een goed jaar, en schommelden opbrengsten zijn hier debet aan. Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de omzet €5109 per ha. De schomme-
de resultatenrekening.
OPPERVLAKTE (HA)
GEWAS
De variabele kosten zijn kosten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de opbrengsten. Ze zijn samengesteld uit de kosten voor zaad en pootgoed, de gewasbeschermingsmiddelen, de meststoffen, het loonwerk, de diverse directe teeltkosten en energie. De structurele kosten hebben geen invloed op de opbrengst. Deze bestaan uit grondlasten, pacht, onderhoud machines en gebouwen, afschrijvingen, toegerekende rentes en algemene kosten zoals verzekeringen, enz.
aardappelen (geplande oogst vanaf 1/9)
46157
aardappelen (geplande oogst voor 1/9)
7119
aardappelen (pootgoed)
1470
boekweit
16
brouwgerst
17
triticale
1877
wintergerst
14779
winterhaver
141
winterrogge
315
spelt
1216
wintertarwe
58480
De vaste kosten zijn niet per teelt toegewezen maar wel per bedrijfstak, ttz akkerbouw.
zomergerst
1375
zomerhaver
308
zomerrogge
28
Alle cijfers zijn uitgedrukt per ha.
zomertarwe
790
cichorei (inuline)
1693
Evolutie
cichorei (koffiesurrogaat)
De akkerbouwgewassen nemen ca 208.799 ha van het landbouwareaal in beslag. Dit is 33% van het Vlaamse landbouwareaal. De grootste groep akkerbouwgewassen zijn de granen, inclusief korrelmais.
12
suikerbieten
18856
Totaal
154649
Na 2019 werd ook 2020 getroffen door een ernstige droogte. De droogte van maart – september 2020 werd erkend als landbouwramp. Vanaf deze editie worden de cijfers voor de teelt van chicorei opgenomen in de analyse.
Productiviteit kg per ha 55000 50000 45000 40000 35000 30000 25000 20000 15000 2016
2017
2018
2019
2020
% variabele kosten van de omzet
49%
% structurele kosten van de omzet
23%
schommeling omzet
119%
schommeling opbrengst
163%
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 5
De analyse gebeurt voor bedrijven met akkerbouwgewassen welke voor de bedrijfseconomische boekhouding beroep doen op het VACwerk programma van het VAC.
ling tussen de jaren met de hoogste omzet en de laagste omzet bedraagt ca 19%. De schommeling tussen de jaren met de hoogste opbrengst en de laagste opbrengst bedraagt ca 63%. Dit toont aan dat de aardappelteelt een sterk prijsgevoelige en opbrengstgevoelige teelt is met weinig voorspelbare elementen.
de structurele kosten en zijn tevens volatiler.
de gewasbeschermingsmiddelen zijn de zwaarste uitgaven binnen de variabele kosten en zijn beide samen goed voor 63%.
De kosten voor zaad- en pootgoed en
Euro per 100 kg 19 17 15
De droogte van 2020 veroorzaakt een lagere opbrengst dan verwacht. De impact ervan is hoger dan de droogte van 2019. Uit de financiële kengetallen kunnen we opmaken dat de impact van de variabele kosten op de omzet relatief gering is. De invloed van de markt weegt zwaarder door. De variabele kosten zijn fluctuerend omwille van de prijs van het pootgoed, ook hier is het areaal de bepalende factor en de ziektedruk (bestrijdingsmiddelen) door de weersomstandigheden.
13 11 9 7 5 2016
2017
2018
Euro per 100 kg
2019
2020
Lineair (Euro per 100 kg)
Financiële kengetallen 6000 5000 4000 3000 2000
De structurele kosten fluctueren minder aangezien in ons cijfermateriaal het areaal redelijk constant blijft.
1000 0 2016
2017
totaal bruto omzet structurele kosten
De variabele kosten stijgen sterker dan
2018
2019
variabele kosten arbeidsinkomen
2020
bruto marge
Evolutie kosten
Samenstelling variabele kosten
3300
5% 4%
35%
16%
zaad en pootgoed meststoffen gewasbescherming loonwerk
28%
12%
diverse teeltkosten energie
2800 2300 1800 1300 800 300 2016
2017
2018
variabele kosten
2019
2020
structurele kosten
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
TOV GEMIDDELD (%)
TOV VORIG JAAR (%)
totaal bruto omzet
5433
4569
4938
5409
5194
5109
2
-4
bruto-omzet hoofdproduct
5433
4569
4938
5409
5120
5094
1
-5
variabele kosten
1761
2248
1732
2791
2541
2215
15
-9
zaad en pootgoed
584
754
836
1024
845
809
5
-17
meststoffen
191
298
262
302
283
267
6
-6
gewasbescherming
583
512
602
794
803
659
22
1
loonwerk
346
364
362
388
410
374
10
6
diverse teeltkosten
58
65
89
111
151
95
59
36
energie
118
101
106
183
115
125
-8
-37
bruto marge
3671
2565
3306
2584
1995
2824
-29
-23
structurele kosten
945
1125
969
1148
1205
1078
12
5
arbeidsinkomsten
2820
1315
1966
1426
1155
1736
-33
-19
kg opbrengst
31484
51450
34890
43158
42580
40712
5
-1
17
9
14
13
12
13
-6
-3
AARDAPPELEN
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 6
euro per 100 kg
Suikerbieten De omzet van de suikerbieten is onderhevig aan de suikerprijs en het suikergehalte. Het verschil tussen de hoogste omzet en laagste omzet bedraagt 28% terwijl het verschil tussen de hoogste en laagste opbrengst 11% bedraagt. De opbrengstschommeling is constant.
% variabele kosten van de omzet
56%
% structurele kosten van de omzet
40%
schommeling omzet
128%
schommeling opbrengst
111%
Productiviteit kg per ha
Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de omzet €2489. De omzet in 2020 was 9% hoger dan het vijfjarige gemiddelde. De variabele kosten stegen tot 11% boven het vijfjarig gemiddelde. De prijsvorming is verbeterd en bedroeg in 2020 +4% van het vijfjarige gemiddelde. De productiviteit is overschrijdt de grens van 85 ton per ha. De variabele kosten ca 56% bedragen van de gerealiseerde omzet. Het aandeel variabele kosten overschrijdt de norm van 50%.
88000 86000 84000 82000 80000 78000 76000 74000 72000 2016
3,50
2017
2018
2019
2020
Euro per 100 kg
3,00
2,50
2,00 2016
De structurele kosten blijven stabiel tgv van het stabiele areaal en de stabiele opbrengsten.
2017 Euro per 100 kg
2018
2019 2020 Lineair (Euro per 100 kg)
Financiële kengetallen 3000
De kosten voor het loonwerk en de gewasbeschermingsmiddelen zijn de zwaarste uitgaven binnen de variabele kosten en zijn beide samen goed voor 59%.
2500 2000 1500 1000 500 0 2016
2017
totaal bruto omzet structurele kosten
2018
2019
variabele kosten arbeidsinkomen
2020
bruto marge
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
TOV GEMIDDELD (%)
TOV VORIG JAAR (%)
totaal bruto omzet
2191
2430
2323
2801
2702
2489
9
-4
bruto-omzet hoofdproduct
2191
2420
2323
2784
2547
2453
4
-9
variabele kosten
1143
1224
1436
1479
1514
1359
11
2
zaad en pootgoed
251
259
264
265
264
261
1
0
meststoffen
189
196
212
200
175
194
-10
-13
gewasbescherming
307
321
359
384
430
360
19
12
loonwerk
385
415
538
448
460
449
2
3
diverse teeltkosten
11
10
13
15
20
14
45
33
energie
99
103
112
99
91
101
-10
-8
bruto marge
1049
1205
888
1322
1093
1111
-2
-17
structurele kosten
1320
984
986
935
831
1011
-18
-11
arbeidsinkomsten
-271
449
163
382
262
197
33
31
80500
84500
77840
85492
86550
82976
4
1
2.72
2.86
2.98
3.26
2.94
2.96
0
-10
SUIKERBIETEN
kg opbrengst euro per 100 kg
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 7
-500
Evolutie kosten
Samenstelling variabele kosten
1700 1500 1300 1100 900 700 500 300
7% 1%
19% zaad en pootgoed meststoffen 14%
gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten
2016
2017
2018
2019
variabele kosten
26%
33%
2020
energie
structurele kosten
Cichorei Het areaal cichorei is constant en bedraagt ca 1700 ha. Het verschil tussen de hoogste omzet en laagste omzet bedraagt 32% terwijl het verschil tussen de hoogste en laagste opbrengst 26 % bedraagt. De prijsvorming is constant. Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de omzet€2819. De omzet in 2020 was 12% lager dan het vijfjarige gemiddelde. De variabele kosten daalden eveneens met 9% tov het vijfjarig gemiddelde. De prijsvorming is constant. De rentabiliteitswinsten kunnen gehaald worden op de verhouding opbrengst en inzet variabele kosten. De productiviteit nadert de grens van 50 ton per ha. De variabele kosten ca 41% bedragen van de gerealiseerde omzet. Het aandeel variabele kosten blijft onder de norm van 50%. Er wordt geen zaadgoed gekocht.
% variabele kosten van de omzet
41%
% structurele kosten van de omzet
42%
schommeling omzet
132%
schommeling opbrengst
126%
Productiviteit kg per ha 60000 55000 50000 45000 40000 35000 30000 25000 20000 15000 2016
2017
2018
2019
2020
Euro per 100 kg 7 7 6 6 5 5 4 2016
2017
2018
Euro per 100 kg
2019
2020
Lineair (Euro per 100 kg)
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
TOV GEMIDDELD (%)
TOV VORIG JAAR (%)
totaal bruto omzet
3253
3200
2612
2562
2470
2819
-12
-4
bruto-omzet hoofdproduct
3253
3200
2612
2562
2470
2819
-12
-4
variabele kosten
1098
1152
1167
1107
1002
1105
-9
-9
meststoffen
175
145
137
141
145
149
-2
3
gewasbescherming
350
421
400
372
359
380
-6
-3
loonwerk
330
355
303
362
353
341
4
-2
diverse teeltkosten
170
185
165
164
0
137
-100
-100
energie
96
98
102
105
97
100
-3
-8
bruto marge
2255
2037
1568
1485
1406
1750
-20
-5
structurele kosten
1168
1089
1056
1034
1042
1078
-3
1
arbeidsinkomsten
1142
945
745
845
409
817
-50
-52
47872
54600
49750
53210
43489
49784
-13
-18
7
6
5
5
6
6
0
18
CICHOREI
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 8
kg opbrengst euro per 100 kg
Financiële kengetallen
De structurele kosten blijven stabiel tgv van het stabiele areaal en de stabiele opbrengsten.
3500 3000 2500 2000
De kosten voor het loonwerk en de gewasbeschermingsmiddelen zijn de zwaarste uitgaven binnen de variabele kosten en zijn beide samen goed voor 65%.
1500 1000 500 0 2016
2017
totaal bruto omzet structurele kosten
2018
2019
variabele kosten arbeidsinkomen
2020
Samenstelling variabele kosten
bruto marge
9%
Evolutie kosten
14%
12%
1300 1200 1100 1000 900 800 700 600 500 400 300
meststoffen gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten
34%
31%
2016
2017
2018
2019
variabele kosten
energie
2020
structurele kosten
Granen Wintertarwe , wintergerst en korrelmais zijn de voornaamste graangewassen. Het areaal spelt blijft in stijgende lijn gaan.
Wintertarwe
De prijsvorming in de granen is sterk afhankelijk van de vraag (veevoeding) en de samenstelling van de voeders. Het verschil tussen de hoogste omzet en laagste omzet bedraagt 52% terwijl het verschil tussen de hoogste en laagste opbrengst 15% bedraagt. De verschillen zijn gestabiliseerd. Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de omzet €1765 waarvan ca 12% het stroverkoop deel van uit maakt. De omzet is in 2020 13% hoger dan het vijfjarig gemiddelde.
Productiviteit kg per ha 9400 9200 9000 8800 8600 8400 8200 8000 7800 7600 7400 7200 2016
25
2017
2018
2019
2020
Euro per 100 kg
20 15 10 2016
2017
2018
Euro per 100 kg
De productiviteit stijgt licht naar 8600 kg.
2019
2020
Lineair (Euro per 100 kg)
Financiële kengetallen
De prijsvorming is sterk verbeterd ten gevolge van de lagere wereldopbrengsten en de hogere vraag. De variabele kosten bedragen ca 44% bedragen van de gerealiseerde omzet. De variabele kosten zijn gedaald tov vorig jaar. Vooral het kunstmestgebruik is gedaald.
2500 2000 1500 1000 500 0 -500
2016
2017
2018
totaal bruto omzet
variabele kosten
structurele kosten
arbeidsinkomen
2019 bruto marge
2020
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 9
De omzet van de teelt wintertarwe is onderhevig geworden aan sterkere wereldmarktschommelingen.
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
TOV GEMIDDELD (%)
TOV VORIG JAAR (%)
totaal bruto omzet
1337
1543
1922
2032
1990
1765
13
-2
bruto-omzet hoofdproduct
1263
1352
1620
1744
1851
1566
18
6
bruto-omzet bijproduct
74
251
298
289
169
216
-22
-42
variabele kosten
773
821
857
962
880
859
2
-9
zaad en pootgoed
126
111
113
115
110
115
-4
-4
meststoffen
165
155
162
172
161
163
-1
-6
gewasbescherming
237
232
253
262
278
252
10
6
loonwerk
235
229
258
269
245
247
-1
-9
diverse teeltkosten
9
8
12
15
13
11
14
13
energie
34
33
59
51
61
48
28
20
bruto marge
564
792
1033
1165
1148
940
22
-1
structurele kosten
722
726
654
709
651
692
-6
-8
arbeidsinkomsten
-157
61
402
464
500
254
97
8
kg opbrengst
8006
8490
8392
9224
9163
8655
6
-1
euro per 100 kg
15.78
15.92
19.30
18.91
20
18
12
7
WINTERTARWE
De verhouding tussen de verschillende componenten van de variabele kosten blijft stabiel. De kosten voor het loonwerk en de gewasbeschermingsmiddelen zijn de zwaartse uitgaven binnen de variabele kosten en zijn beide samen goed voor 60 %.
Evolutie kosten 1000 900 800 700 600 500 400 300 2016
2017
2018
2019
variabele kosten
2020
structurele kosten Samenstelling variabele kosten 1%
% variabele kosten van de omzet
44%
% structurele kosten van de omzet
33%
schommeling omzet
152%
6%
14% zaad en pootgoed meststoffen gewasbescherming 19%
30%
schommeling opbrengst
115%
30%
loonwerk diverse teeltkosten energie
Productiviteit kg per ha
Wintergerst De omzet van wintergerst is in 2020 2% hoger dan in 2019. Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 10
Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de omzet €1557. Het verschil tussen de hoogste omzet en laagste omzet bedraagt 33% terwijl het verschil tussen de hoogste en laagste opbrengst 23% bedraagt.
9500 9000 8500 8000 7500 7000 6500 6000 5500 5000 2016
20
2017
2018
2017
2018
2019
2020
Euro per 100 kg
18 16 % variabele kosten van de omzet
48%
% structurele kosten van de omzet
34%
12
schommeling omzet
133%
10
schommeling opbrengst
117%
14
2016
Euro per 100 kg
2019 Lineair (Euro per 100 kg)
2020
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
TOV GEMIDDELD (%)
TOV VORIG JAAR (%)
totaal bruto omzet
1337
1475
1780
1580
1611
1557
3
2
bruto-omzet hoofdproduct
1263
1288
1543
1378
1485
1391
7
8
bruto-omzet bijproduct
74
129
206
212
143
153
-6
-33
variabele kosten
773
689
838
766
778
769
1
2
zaad en pootgoed
126
125
143
107
107
122
-12
0
meststoffen
165
126
143
109
140
137
2
28
gewasbescherming
237
219
236
234
232
232
0
-1
loonwerk
235
201
236
222
234
226
4
5
diverse teeltkosten
9
5
4
4
2
5
-58
-50
energie
35
37
77
89
67
58
15
-11
bruto marge
564
615
870
816
833
740
13
2
structurele kosten
632
632
513
667
543
597
-9
-19
arbeidsinkomsten
-68
164
416
184
287
197
46
56
kg opbrengst
8159
8549
8245
8978
7685
8323
-8
-14
15
15
19
15
19
17
16
26
WINTERGERST
euro per 100 kg
De productiviteit is gedaald met 8% tov het vijfjarig gemiddelde ne 14% lager dan vorig jaar. De variabele kosten bedragen ca 48% bedragen van de gerealiseerde omzet. Dit is vergelijkbaar met de wintertarwe. De variabele kosten zijn gestegen tov van het vorige jaar en het vijfjarig gemiddelde voornamelijk ten gevolge van de hogere kosten voor het kunstmestgebruik.
Financiële kengetallen 2000 1500 1000 500 0 -500
2016
2017
totaal bruto omzet structurele kosten
2018
2019
variabele kosten arbeidsinkomen
2020
bruto marge
Evolutie kosten 900 800 700 600 500 400 300 2016
2017
2018
variabele kosten
2019
2020
structurele kosten
Samenstelling variabele kosten 1%
7% 16%
zaad en pootgoed meststoffen gewasbescherming loonwerk
17%
29%
diverse teeltkosten energie
30%
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 11
De kosten voor de gewasbeschermingsmiddelen en het loonwerk zijn de zwaarste uitgaven binnen de variabele kosten en zijn beide samen goed voor 59%.
Triticale De omzet van triticale die sinds 2017 sterk hersteld was, is in 2020 weer flink gedaald. Hierdoor noteren we een omzetdaling van 2% tov van het vijfjarige gemiddelde en zelfs 31% tov vorig jaar. De daling zou zijn oorzaak vinden in de daling van de verkoop van het stro. Waarschijnlijk wordt het stro meer gebruik voor inzet op eigen bedrijf en bodemverbetering. Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de omzet €1158. Het verschil tussen de hoogste omzet en laagste omzet bedraagt het dubbel terwijl het verschil tussen de hoogste en laagste opbrengst 35% bedraagt. De productiviteit is gestegen en bedraagt 12% hoger dan het vijfjarig gemiddelde. De variabele kosten bedragen ca 79% bedragen van de gerealiseerde omzet.
componenten van de variabele kosten blijft stabiel. De kosten voor de gewasbescherProductiviteit kg per ha 9000 8500 8000 7500 7000 6500 6000 5500 5000 2016
19
% variabele kosten van de omzet
79%
% structurele kosten van de omzet
39%
schommeling omzet
204%
schommeling opbrengst
135%
2017
2018
2019
2020
Euro per 100 kg
17 15 13 11 9 7 5
2016
De variabele kosten zijn stijgend. De stijging van de variabele kosten is nefast voor de rentabiliteit van de teelt. De verhouding tussen de verschillende
mingsmiddelen en het loonwerk zijn de zwaarste uitgaven binnen de variabele kosten en zijn beide samen goed voor 62%.
2017
2018
Euro per 100 kg
2019
2020
Lineair (Euro per 100 kg)
Financiële kengetallen 1800 1600 1400 1200 1000 800 600 400 200 0 -200
2016
2017
2018
2019
totaal bruto omzet
variabele kosten
structurele kosten
arbeidsinkomen
2020
bruto marge
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
TOV GEMIDDELD (%)
TOV VORIG JAAR (%)
totaal bruto omzet
806
955
1250
1644
1136
1158
-2
-31
bruto-omzet hoofdproduct
688
748
1074
1395
1120
1005
11
-20
bruto-omzet bijproduct
246
199
355
302
16
224
-93
-95
variabele kosten
709
746
821
832
893
800
12
7
zaad en pootgoed
106
121
127
156
165
135
22
6
meststoffen
152
124
128
92
93
118
-21
1
gewasbescherming
159
161
155
207
200
176
13
-3
loonwerk
232
279
288
341
371
302
23
9
diverse teeltkosten
15
18
16
6
13
15
-14
-7
energie
22
24
33
35
37
30
23
6
bruto marge
473
588
837
825
325
610
-47
-61
structurele kosten
399
426
478
488
438
446
-2
-10
arbeidsinkomsten
178
191
349
337
-102
191
-154
-130
kg opbrengst
6249
7488
7257
8292
8450
7547
12
2
euro per 100 kg
11.01
9.99
14.80
16.82
13
13
0
-21
TRITICALE
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 12
Evolutie kosten
Samenstelling variabele kosten
1000 900 800 700 600 500 400 300
4%
2%
17% 39% zaad en pootgoed meststoffen gewasbescherming
15%
loonwerk diverse teeltkosten
2016
2017
2018
variabele kosten
2019
23%
2020
energie
structurele kosten
Korrelmais
Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de omzet €1528 De productiviteit is 5% lager dan het vijfjarig gemiddelde. De opeenvolgende droge jaren veroorzaken een productiviteitsdaling. Het verschil tussen de hoogste omzet en laagste omzet bedraagt 65% terwijl het verschil tussen de hoogste en laagste opbrengst 36% bedraagt. De variabele kosten bedragen ca 49% bedragen van de gerealiseerde omzet.
% variabele kosten van de omzet
49%
% structurele kosten van de omzet
48%
schommeling omzet
165%
schommeling opbrengst
136%
Productiviteit kg per ha 13000 12000 11000 10000 9000 8000 7000 6000 5000 2016 20
De variabele kosten zijn stijgend. De verhouding tussen de verschillende componenten van de variabele kosten blijft stabiel. De kosten voor het zaadgoed en het loonwerk zijn de zwaarste uitgaven binnen de variabele kosten en zijn beide samen goed voor 55%.
2017
2018
2019
2020
Euro per 100 kg
18 16 14 12 10 2016
2017 Euro per 100 kg
2018 2019 Lineair (Euro per 100 kg)
2020
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
TOV GEMIDDELD (%)
TOV VORIG JAAR (%)
totaal bruto omzet
1544
1946
1179
1491
1479
1528
-3
-1
bruto-omzet hoofdproduct
1544
1946
1179
1491
1479
1528
-3
-1
variabele kosten
622
723
684
725
729
697
5
1
zaad en pootgoed
170
185
168
174
171
174
-1
-2
meststoffen
103
96
98
111
115
105
10
4
gewasbescherming
125
116
134
127
115
123
-7
-9
loonwerk
222
206
212
222
245
221
11
10
diverse teeltkosten
3
6
4
7
9
6
55
29
energie
59
60
69
71
64
65
-1
-10
bruto marge
918
1006
495
767
765
790
-3
0
structurele kosten
658
706
742
711
706
705
0
-1
arbeidsinkomsten
249
286
-246
55
75
84
-11
36
12035
12337
9096
10674
10330
10894
-5
-3
13
16
13
14
14
14
2
2
KORRELMAÏS
kg opbrengst euro per 100 kg
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 13
De omzet van de korrelmais is in 2020 nog iets lager dan het vijfjarig gemiddelde.
Financiële kengetallen 2500 2000 1500 1000 500 0 2016
-500
2017
2018
totaal bruto omzet structurele kosten
2019
variabele kosten arbeidsinkomen
2020
bruto marge
Evolutie kosten 760 740 720 700 680 660 640 620 600 580 560 2016
2017
2018
variabele kosten
2019 structurele kosten
Samenstelling variabele kosten 9% 1% 25%
zaad en pootgoed meststoffen
32% 15%
gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten
18%
energie
2020
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 14
Ruwvoederteelten Evolutie
DETAIL GEWAS
De ruwvoederteelten nemen in 2020 meer dan 351.317 ha of ca 56% van het landbouwareaal in beslag. De grootste groep ruwvoedergewassen wordt gevormd door de graslanden. Het areaal voedergewassen is met 1.5% gedaald ten opzichte van 2019.
Methodiek De analyse gebeurt voor bedrijven met ruwvoedergewassen welke voor de bedrijfseconomische boekhouding beroep doen op het VACwerk programma van het VAC. Het gaat hierbij zowel om bedrijven gespecialiseerd in melkvee of vleesvee als om gemengde bedrijven die veeteelt combineren met akkerbouw of tuinbouw.
2016
2017
2018
2019
2020
weiden
223906
219504
223144
224541
221389
maïs
117485
120043
125159
122281
125231
4957
4799
4506
4623
4697
andere voedergewassen
De gemiddelden zijn berekend per kengetal waardoor de bedragen afwijken van het rekenkundig resultaat. Gemiddelden zijn bruikbaar voor het aantonen van een tendens en kunnen niet als absoluut beschouwd worden.
bewaringsmiddelen, plastiek enz. De structurele kosten hebben geen invloed op de opbrengst. Deze bestaan uit grondlasten, pacht, onderhoud machines en gebouwen, afschrijvingen, toegerekende rentes en algemene kosten zoals verzekeringen, taksen enz.
De variabele kosten zijn kosten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de opbrengsten. Ze zijn samengesteld uit de kosten voor zaad en pootgoed, de gewasbeschermingsmiddelen, de meststoffen, het loonwerk, energie en de diverse directe teeltkosten. De diverse andere teeltkosten zijn o.a.
De vaste kosten zijn niet per teelt toegewezen maar wel per bedrijfstak, ttz rundveehouderij. Alle cijfers zijn uitgedrukt per ha.
Grasland Voor grasland dient er een onderscheid gemaakt te worden tussen intensief productieve weiden (in dit artikel tijdelijk grasland genaamd) en de blijvende weiden.
Blijvende weilanden De kosten voor de blijvende weiden zijn gedaald tov van het vorig jaar. Hogere herstellingsingrepen in 2019 zijn debet aan de daling. Het aandeel kunstmeststoffen is dalend. Samenstelling variabele kosten
Evolutie variabele kosten
14%
300 250
5%
4% 28%
200 150 100 50
4%
0 2016 zaad en pootgoed loonwerk
2017
2018
2019
meststoffen diverse teeltkosten
2020
zaad en pootgoed gewasbescherming diverse teeltkosten
gewasbescherming energie
meststoffen loonwerk energie
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
TOV GEMIDDELD (%)
TOV VORIG JAAR (%)
402
405
489
598
483
475
2
-19
21
45
33
47
25
34
-27
-47
158
125
137
150
137
141
-3
-9
7
10
12
19
17
13
31
-11
loonwerk
190
192
212
268
215
215
0
-20
diverse teeltkosten
23
22
22
22
21
22
-5
-5
energie
72
78
74
92
68
76
-12
-27
WEIDEN variabele kosten zaad en pootgoed meststoffen gewasbescherming
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 15
45%
Tijdelijke graslanden De kosten voor het tijdelijk grasland liggen in 2020 6% lager dan in 2019 en 9% hoger dan het vijfjarig gemiddelde. Het is een tendens om grasland tijdig te hernieuwen deels om de kwaliteitstoetsing te doorstaan, deels om te ontsnappen aan het begrip permanent grasland. Samenstelling variabele kosten
Evolutie variabele kosten 300
12%
250
11%
3%
200 150
25%
47%
100 50
2%
0 2016
2017
zaad en pootgoed loonwerk
2018
2019
meststoffen diverse teeltkosten
2020
zaad en pootgoed gewasbescherming diverse teeltkosten
gewasbescherming energie
meststoffen loonwerk energie
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
TOV GEMIDDELD (%)
TOV VORIG JAAR (%)
variabele kosten
356
359
492
505
475
437
9
-6
zaad en pootgoed
44
62
48
62
52
54
-3
-16
meststoffen
93
144
134
105
119
119
0
13
gewasbescherming
3
4
12
3
8
6
28
154
202
263
204
242
226
227
-1
-7
diverse teeltkosten
11
24
19
18
12
17
-26
-31
energie
73
77
75
75
58
72
-19
-22
TIJDELIJK GRASLAND
loonwerk
Silomais De kosten voor silomais zijn t.o.v. het vijfjarig gemiddelde met 5% gestegen. De grootste stijging situeert zich in de energie en het zaadgoed. Er wordt meer aandacht besteed aan de bewaring van de kuilen. Dit verklaart de stijging van de diverse teeltkosten. Samenstelling variabele kosten
Evolutie variabele kosten
5%
450 400 350 300 250 200 150 100 50 0
8%
20%
11%
44%
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 16
2016 2017 zaad en pootgoed loonwerk
2018 meststoffen diverse teeltkosten
2019 2020 gewasbescherming energie
12%
zaad en pootgoed gewasbescherming diverse teeltkosten
meststoffen loonwerk energie
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
TOV GEMIDDELD (%)
TOV VORIG JAAR (%)
variabele kosten
866
867
842
920
933
886
5
1
zaad en pootgoed
179
176
167
183
188
179
6
3
meststoffen
126
117
117
89
101
110
-8
14
gewasbescherming
116
116
107
112
115
113
1
2
loonwerk
414
406
418
403
414
411
1
3
diverse teeltkosten
31
26
34
48.
44
37
20
-8
energie
77
72
78
86
71
77
-8
-18
SILOMAIS
Voederbiet De kosten van de voederbietenteelt zijn t.o.v. het vijfjarig gemiddelde met 4% gestegen. De grootste stijging situeert zich in de diverse teeltkosten (bewaring) en zaadgoed. Samenstelling variabele kosten
Evolutie variabele kosten 700
1%
5%
600
20%
500 400 37%
300
10%
200 100 0
27%
2016
2017
zaad en pootgoed loonwerk
2018
2019
meststoffen diverse teeltkosten
2020
zaad en pootgoed gewasbescherming diverse teeltkosten
gewasbescherming energie
meststoffen loonwerk energie
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
TOV GEMIDDELD (%)
TOV VORIG JAAR (%)
1454
1219
1504
1540
1501
1444
4
-3
zaad en pootgoed
314
275
283
273
303
290
5
11
meststoffen
207
105
155
129
155
150
3
20
gewasbescherming
388
398
415
383
401
397
1
5
loonwerk
541
548
566
639
550
569
-3
-14
diverse teeltkosten
5
4
7
23
15
11
38
-35
energie
81
78
79
93
77
81
-5
-17
VOEDERBIETEN variabele kosten
Klaver De kosten voor de ruwvoederproductie uit klaver en gras-klaver bedragen gemiddeld ca €461. Ook bij deze teelt is de loonwerkkost de hoogste kost. De kosten zijn in 2020 gestegen met 6% tov het vijfjarig gemiddelde.
Samenstelling variabele kosten
Evolutie variabele kosten
12%
16%
300 250
3%
200
13%
150
2%
100 50 2016 2017 zaad en pootgoed loonwerk
2018 meststoffen diverse teeltkosten
2019 2020 gewasbescherming energie
zaad en pootgoed gewasbescherming diverse teeltkosten
meststoffen loonwerk energie
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
TOV GEMIDDELD (%)
TOV VORIG JAAR (%)
variabele kosten
379
398
558
483
487
461
6
1
zaad en pootgoed
66
46
78
47
60
59
1
28
meststoffen
36
45
86
42
62
54
15
48
gewasbescherming
9
4
11
29
8
12
-31
-71
loonwerk
261
275
270
265
260
266
-2
-2
diverse teeltkosten
12
15
19
15
16
15
4
7
energie
88
89
94
85
80
87
-8
-6
KLAVER
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 17
54%
0
Luzerne De kosten voor de ruwvoederproductie uit luzerne bedragen gemiddeld €511. Hiervan beslaan de loonwerkkosten het grootste deel. 200 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0
Samenstelling variabele kosten
Evolutie variabele kosten
6% 11%
21%
46%
14% 2%
2016 2017 zaad en pootgoed loonwerk
2018 meststoffen diverse teeltkosten
2019 2020 gewasbescherming energie
zaad en pootgoed gewasbescherming diverse teeltkosten
meststoffen loonwerk energie
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
TOV GEMIDDELD (%)
TOV VORIG JAAR (%)
variabele kosten
553
676
606
543
511
578
-12
-6
zaad en pootgoed
179
181
155
75
105
139
-24
39
meststoffen
52
51
83
75
72
66
8
-4
gewasbescherming
17
19
12
13
12
14
-17
-5
loonwerk
243
248
270
288
234
257
-9
-19
diverse teeltkosten
33
33
52
55
55
45
21
1
energie
37
34
36
36
33
35
-6
-9
LUZERNE
Sorghum Een of hét antwoord klimaatwijziging
op
de
Rundveehouders zijn op zoek naar alternatieve ruwvoedergewassen die bestand zijn tegen de droogte en die vergelijkbare opbrengsten kunnen opleveren. In 2020 werd er 143 ha sorghum ingezaaid.
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 18
Voedersorghum is een laag gewas met dikke pluim en wordt gehakseld, vergelijkbaar met maïs. Sorghum is van origine een tropische plant. De plant verdraagt geen vorst en gedijt bij een bodemtemperatuur >12°C. Sorghum stoelt uit en heeft geen kolf maar een pluim. Het wortelstelsel is dieper en verspreidt zich meer dan het wortelstelsel van maïs. De beginontwikkeling is traag waarbij voldoende vocht ter beschikking moet zijn om het kiemproces te activeren. De plant is droogtetoleranter dan maïs. Er is minder evaporatie door de aangepaste waslaag en bladopvouw, uitgebreider wortelgestel en uitstellen van de bloei en kolfzetting tijdens droogteperiode. Waterbehoefte bedraagt ongeveer 1,5 tot 2 mm per dag voor en 3-4 mm per dag na het sluiten van de rijen. Sorghum kan geteeld worden op alle bodemtypes en bodemtexturen waar
mais goed kan geteeld worden. Het zaaibed dient druimelig, egaal te zijn en dit voor een snelle opwarming De plant vraagt eerder een hoge pH; 5,5 à 7 (pH KCl) Daar sorghum vorstgevoelig is wordt aanbevolen te zaaien rond half mei bij een bodemtemperatuur rond de 12°-14° C. Sorghum wordt gezaaid aan 200 tot 250 000 pl/ha met een zaaidiepte van 3 à 4 cm al naar gelang het ras -hybride. De bietenzaaimachine of maiszaaimachine wordt uitgerust met sorghumschijven. Controleer of de schijven geschikt zijn voor het sorghumzaad. Het zaaien gebeurt in rijen bij voorkeur met een machine met trechtervormige bak waarvan eventueel de helft van de pijpen worden afgesloten. Door zijn uitgebreid wortelstelsel is sorghum goed in het benutten van nutriënten. Een gift van ca 25-30m³ runderdrijfmest zou voldoende moeten zijn. Sorghum groeit ook goed op minder rijke bodems. Sorghum zou efficiënter zijn in het benutten van stikstof dan maïs. De bemestingsbehoefte ligt waarschijnlijk iets lager dan deze van maïs per kg droge stof. Wanneer in rijen gezaaid wordt schof-
felen aangeraden. Bij volvelds zaaien is wiedeggen mogelijk. Een combinatie van mechanische en chemische onkruidbestrijding, wanneer mogelijk, wordt aanbevolen. Een rij-afstand van ca 50 cm is werkbaar. Er zijn een beperkt aantal fytoproducten met erkenning voor sorghum beschikbaar. Toegelaten middelen kan je raadplegen op www.fytoweb.be. Door de trage afrijping gebeurt de oogst zo laat mogelijk in het najaar vaak eind oktober. De laatste weken vertraagt het afrijpingsproces. Inkuilen bij min. 30% droge stof is aangewezen. Het oogsten (hakselen) kan met een maishakselaar. De haksellengte is groter dan 11 mm. Het inkuilen kan in een aparte kuil of gemengd met mais. De opbrengsten schommelen tussen 10 en 23 ton droge stof/ha/jaar. Sorghum is geen vervanger voor de maïs doch is een alternatief voor de derde teelt en teeltwisseling. Het zetmeelgehalte is lager dan deze van mais. Men realiseert meer ruw eiwit. Sorghumkuilen bevatten meer ruwe celstof wat zorgt voor een lagere verteerbaarheid en dus minder VEM en meer structuur.
Fruitteelten
Het gaat hierbij zowel om bedrijven gespecialiseerd in fruitteelt als om gemengde bedrijven die fruitteelt combineren met akkerbouw/veeteelt.
Teeltkosten zijn de kosten aan de teelt zoals planten, snoeien, bemesten, enz... Onder oogstkosten verstaan we het plukken en transporteren van het fruit terwijl de productkosten het sorteren en verpakken omvat. In de aardbeien werd geen onder-
scheidt gemaakt tussen de teelttypes. De biologische landbouw werd integraal opgenomen in de gemiddelden. Alle cijfers zijn uitgedrukt per ha en per 100 kg. De aardbeien worden behandeld per are.
Methodiek
Evolutie
De gemiddelden zijn berekend per kengetal waardoor de bedragen afwijken van het rekenkundig resultaat. Gemiddelden zijn bruikbaar voor het aantonen van een tendens en kunnen niet als absoluut beschouwd worden.
De tuinbouw neemt 9% in van het landbouwareaal. Ruim de helft van dat areaal wordt gebruikt voor de groenteteelt. De fruitteelt neemt een derde in en de resterende oppervlakte wordt gebruikt voor de sierteelt (niet-eetbare tuinproducten).
Wanner we spreken over opbrengst bedoelen we kg. Wanneer we spreken over omzet hebben we het over het financieel resultaat. Het arbeidsinkomen is het resultaat van de omzet vermindert met de variabele en structurele kosten.
In 2020 is het areaal fruit met 319ha gekrompen. GEWAS
2016
2017
2018
2019
2020
221963
214821
210947
213947
208055
Fruit
17972
18087
18488
18055
17736
Groenten
32705
34614
33895
33318
33798
Sierteelt
6539
6572
6469
6177
6067
388586
392129
395031
394430
395766
13146
12737
12731
9619
12791
Akkerbouw
Voedergewassen
De omzet is samengesteld uit de verkoop van het hoofdproduct. De perceelsgebonden subsidies, voorraadwijzigingen en opwaardering aanplantingen zijn niet opgenomen in de resultatenrekening.
Overig aangegeven areaal
De variabele kosten zijn kosten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de opbrengsten. Ze zijn samengesteld uit de kosten voor plantgoed, de gewasbeschermingsmiddelen, de meststoffen, het loonwerk , de diverse directe teeltkosten, verkoopkosten, kosten voor bewaring, energie en de seizoensarbeid.
Meerjarige fruitteelten (perzik)
5.39
Meerjarige fruitteelten (pruim)
33.09
Meerjarige fruitteelten (appel)
4812.25
De structurele kosten hebben geen invloed op de opbrengst. Deze bestaan uit grondlasten, pacht, onderhoud machines en gebouwen, afschrijvingen, lonen voor vast personeel, toegerekende rentes en algemene kosten zoals verzekeringen, boekhouding, enz. De vaste kosten zijn niet per teelt toegewezen maar wel per bedrijfstak, ttz tuinbouw. De kosten van de seizoensarbeid wordt opgedeeld in teeltkosten, oogstkosten en productkosten.
Aangegeven areaal (ha)
Bron: Departement Landbouw en Visserij - Landbouwcijfers
GEWAS
OPPERVLAKTE (HA)
Meerjarige fruitteelten hoogstam (appel)
71.90
Andere bessen
17.37
Blauwe bessen
108.66
Braambessen
42.62
Kiwibes
16.24
Stekelbessen
10.21
Zwarte bessen
1.10
Druiven
52.12
Meerjarige fruitteelten (zoete kers, hoogstam)
35.55
Meerjarige fruitteelten (zoete kers, laagstam
794.95
Meerjarige fruitteelten (zure kers)
179.94
Hazelnoten Walnoten Meerjarige fruitteelten (peer) Meerjarige fruitteelten (hoogstam, peer)
7.48 48.32 9537.92 3.08
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 19
De analyse gebeurt voor bedrijven met fruitteeltgewassen welke voor de bedrijfseconomische boekhouding beroep doen op het VACwerk programma van het VAC.
Appelen Het productievolume aan appelen bedroeg voor het oogstjaar 2020 79.954.709 kg of 48% lager dan het vorige jaar. De gemiddelde prijs kende een stijging van 56%.
SEIZOEN
2019-2020
AUG. TEM JUNI
2020-2021
volume (kg)
prijs (euro)
volume (kg)
prijs (euro)
Boskoop
2815664
0.504
2925862
0.698
Braeburn
2262188
0.365
2160235
0.515
Het oogstjaar start op 1 augustus tot 31 juli van het volgende jaar.
Delbare Estival
390883
0.659
694361
0.844
Elstar
2156604
0.494
1656854
0.741
Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de omzet €15186. De schommeling tussen de jaren met de hoogste omzet en de laagste omzet per ha bedraagt ca 122%.
Gala
2599151
0.322
1603174
0.585
Golden Delicious
7500118
0.388
6567868
0.504
Jonagold + mutanten
33006909
0.448
17258883
0.709
Jonagored + mutanten
11236463
0.416
5559616
0.644
136778995
0.343
72954709
0.535
alle appelen*
APPELEN PER HA totale bruto omzet
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
10132
10124
13486
22487
19700
15186
meststoffen
186
221
215
252
264
228
gewasbescherming
1875
1719
1965
1974
1790
1865
loonwerk
222
181
336
345
548
326
diverse teeltkosten
110
138
193
224
197
172
energie
983
843
745
679
688
684
verkoopkosten
1352
1410
1142
1548
1560
1402
bewaarkosten
28
5
64
93
85
55
seizoensarbeid
2030
2047
4845
5423
4048
3679
oogst
1818
1264
3262
3458
2400
2596
product
412
267
988
1120
1087
866
teelt
95
517
705
845
561
657
variabele kosten
5584
6671
9048
10488
9670
8292
bruto marge
4548
4393
3923
11458
10794
7023
structurele kosten
6222
5678
5727
6145
6861
6127
arbeidsinkomsten
-1675
-2225
-1805
5313
3920
706
kg opbrengst
33230
26323
48456
59788
38020
41163
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
totale bruto omzet
33.11
35.57
27.83
37.61
51.81
37.09
meststoffen
0.72
1.00
0.44
0.42
0.69
0.64
gewasbescherming
7.12
8.52
4.06
3.30
4.71
5.37
loonwerk
0.50
1.33
0.69
0.58
1.44
0.92
diverse teeltkosten
0.43
0.51
0.40
0.37
0.52
0.39
energie
2.95
3.75
1.54
1.14
1.81
1.47
verkoopkosten
4.43
5.52
2.36
2.59
4.10
3.91
bewaarkosten
0.10
1.00
0.13
0.16
0.22
0.36
APPELEN PER 100 KG
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 20
seizoensarbeid
7.36
8.47
10.00
9.07
10.65
8.20
oogst
5.86
5.73
6.73
5.78
6.31
5.92
product
1.50
1.07
2.04
1.87
2.86
1.83
teelt variabele kosten
0.31
1.67
1.45
1.41
1.48
1.22
20.18
29.12
18.67
17.54
25.43
21.08
bruto marge
12.93
10.20
8.10
19.16
28.39
16.98
structurele kosten
25.05
28.60
11.82
10.28
18.05
18.77
arbeidsinkomsten
-12.12
-22.15
-3.73
8.89
10.31
-2.55
kg opbrengst
33230
26323
48456
59788
38020
41163
De omzet per ha bedroeg in 2020 30% hoger dan het vijfjarig gemiddelde. De omzet per ha was 12% lager dan het vorige jaar. De omzet per 100 kg was in 2020 40% hoger dan het vijfjarig gemiddelde. De omzet per 100 kg was 38 % hoger dan het vorige jaar.
Productiviteit 2020 kende een lagere productie doch de gunstige prijsvorming compenseerde deels het productieverlies.
Financiële kengetallen De variabele kosten met voornamelijk de kosten voor seizoensarbeid, zijn per ha in 2019 fors gestegen gelet op de hoge opbrengst. Dit fenomeen heeft een omgekeerd effect wanneer we de kosten delen door de opbrengst. De variabele kosten per ha bedragen 49% van de omzet. Het aandeel variabele kosten per 100kg bedraagt 49%. Er is derhalve relatief weinig verschil tussen beiden. De norm is niet overschreden.
Omzet per ha 27000 22000 17000 12000 7000 2000 2016
2017
2018
2019
2020
2017
2018
2019
2020
2017
2018
2019
2020
Omzet per 100 kg 60,00 50,00 40,00 30,00 20,00 10,00 2016
Productiviteit 70000 60000 50000 40000 30000 20000 10000 2016
Financiële kengetallen per ha
De drie grootste kostenposten zijn seizoensarbeid, gewasbescherming en verkoopkosten. De verschillen in de verhoudingen tussen de kostenposten zijn groter dan vorig jaar. Evolutie kosten Zoals eerder beschreven volgen de variabele kosten de productie. De structurele kosten (pacht, afschrijvingen, rentes, algemene kosten enz.) daarentegen volgen de productie niet en bedragen tijdens rampjaren meer dan de variabele kosten. Dit zijn economisch gevaarlijke situaties en zorgt voor druk op de financiële reserves van de fruitbedrijven.
25000 20000 15000 10000 5000 0 -5000
2016
2017
totaal bruto omzet structurele kosten
2018
2019
variabele kosten arbeidsinkomen
2020
bruto marge
Financiële kengetallen per 100 kg 60 50 40 30 20 10 0 -10
2016
2017
2018
2019
2020
-20 -30
totaal bruto omzet structurele kosten
variabele kosten arbeidsinkomen
bruto marge
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 21
Samenstelling variabele kosten
Samenstelling variabele kosten per 100 kg
Samenstelling variabele kosten per ha
44%
meststoffen
3% 22%
meststoffen
3% 39%
gewasbescherming
gewasbescherming
25%
loonwerk
4% 2% 8% 0%
17%
De evolutie is niet gunstig. De structurele kosten per ha zijn jaarlijks gestegen en situeren zich rond de €6200 per ha. De hogere structurele kosten zijn te verklaren door een lager areaal appelen.
Arbeidskosten
Per ha bedragen de oogstkosten 12% van de omzet. Per 100 kg ha bedragen de oogstkosten 12% van de omzet. De productkosten bedragen voor appelen €2.86 per 100 kg. Dit geeft de bedrijfsleider de nodige tools om af te wegen of het loont om de productbehandeling (voornamelijk sorteren en verpakken) uit te besteden of in eigen beheer te organiseren.
diverse teeltkosten
4%
energie verkoopkosten
2%
bewaarkosten
2%
seizoensarbeid
verkoopkosten
7%
18%
energie
bewaarkosten seizoensarbeid
Evolutie variabele en structurele kosten per ha 11500 10500 9500 8500 7500 6500 5500 4500 3500 2500 2016
Aangezien de gelegenheidsarbeid de omvangrijkste variabele kost is, is het interessant deze belangrijke kost dieper te analyseren. De arbeidskosten worden opgedeeld in teeltkosten, dit zijn de arbeidskosten voor het planten, opkweken, en snoeien van de planten, de oogstkosten, dit zijn de pluk- en oogstkosten en tenslotte de productkosten. Dit zijn de kosten verbonden aan het sorteren, inpakken enz. van het fruit.
loonwerk
diverse teeltkosten
2017
2018
2019
variabele kosten
2020
structurele kosten
Evolutie variabele en structurele kosten per 100 kg 35 30 25 20 15 10 5 2016
2017
2018
2019
variabele kosten
Samenstelling arbeidskosten per ha 16%
Samenstelling arbeidskosten per 100 kg 14%
63%
20%
21%
2020
structurele kosten
oogst product teelt
66%
oogst product teelt
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 22
Peren
SEIZOEN AUG. TEM JUNI
volume (kg)
prijs (euro)
volume (kg)
prijs (euro)
Het productievolume aan peren bedroeg voor het oogstjaar 2020 211422703 kg of 11% hoger dan het vorige jaar. De gemiddelde prijs kende een daling van 17%.
Conférence
159552078
0.592
177879198
0.478
Doyenné Du Comice
9542543
0.505
9295107
0.519
Durondeau
1358324
0.402
1412633
0.469
756766
0.425
808115
0.398
186225721
0.573
211422703
0.474
Triomphe De Vienne alle peren*
PEREN PER HA
2020-2021
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
13120
15132
13337
22215
17855
16332
237
298
345
349
344
315
gewasbescherming
2422
2118
1946
2060
1981
2105
loonwerk
288
177
306
345
478
319
totale bruto omzet meststoffen
diverse teeltkosten
106
195
247
255
302
221
energie
938
940
849
750
755
750
verkoopkosten
1214
1372
1086
1314
1584
1314
bewaarkosten
156
133
133
42
103
113
2468
2677
3243
4182
4159
3346
2022
1607
2019
1998
2637
1875
397
642
929
1833
1026
1135
seizoensarbeid oogst product
49
427
296
351
487
358
6609
7783
8249
9300
9666
8321
bruto marge
6511
8288
5476
12875
8948
8420
structurele kosten
7142
6459
6035
6145
6681
6492
teelt variabele kosten
arbeidsinkomsten
-631
890
-559
6847
2243
1758
28363
30808
31584
36277
35233
32453
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
totale bruto omzet
46.26
49.12
42.23
61.24
50.68
49.90
meststoffen
0.84
0.97
1.09
0.96
0.98
0.97
gewasbescherming
8.54
6.87
6.16
5.68
5.62
6.58
loonwerk
1.02
0.57
0.97
0.95
1.36
0.97
diverse teeltkosten
0.37
0.63
0.78
0.70
0.86
0.67
energie
3.31
3.05
2.69
2.07
2.14
2.11
verkoopkosten
4.28
4.45
3.44
3.62
4.50
4.06
bewaarkosten
0.55
0.43
0.42
0.12
0.29
0.36
kg opbrengst
PEREN PER 100 KG
seizoensarbeid
8.70
8.69
10.27
11.53
11.80
10.20
oogst
7.13
5.22
6.39
5.51
7.48
6.15
product
1.40
2.08
2.94
5.05
2.91
3.25
0.17
1.39
0.94
0.97
1.38
1.17
variabele kosten
23.30
25.26
26.12
25.64
27.43
25.55
bruto marge
22.96
26.90
17.34
35.49
25.40
25.62
structurele kosten
25.18
20.97
19.11
16.94
18.96
20.23
teelt
arbeidsinkomsten
-2.22
2.89
-1.77
18.87
6.37
4.83
kg opbrengst
28363
30808
31584
36277
35233
32453
Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de omzet €16332. De schommeling tussen de jaren met de hoogste omzet en de laagste omzet per ha bedraagt ca 69% terwijl de schommeling tussen de jaren met de hoogste omzet per 100 kg product en de laagste omzet per 100 kg product bedraagt ca 45%. Dit toont aan dat prijsvorming sterk
Omzet per ha 27000 22000 17000 12000 7000 2000 2016
2017
2018
2019
2020
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 23
2019-2020
afhankelijk is van het aanbod. De schommelingen vertonen een permanent karakter. De omzet per ha was in 2020 9% hoger dan het vijfjarig gemiddelde. De omzet per ha was in 2020 20% lager dan het vorige jaar. De omzet per 100 kg was in 2020 2% hoger dan het vijfjarig gemiddelde. De omzet per 100 kg was 17% lager dan het vorige jaar.
Productiviteit
Omzet per 100 kg 60,00 50,00 40,00 30,00 20,00 10,00 0,00 2016
2017
2018
2019
2020
2017
2018
2019
2020
Productiviteit 40000 35000 30000 25000 20000
De productiviteit stabiliseert zich rond de 32 ton per ha.
15000 10000 2016
Financiële kengetallen
Financiële kengetallen per ha
De variabele kosten per ha bedragen 49% van de omzet. Het aandeel variabele kosten per 100 kg bedraagt 54%.
25000 20000 15000
Samenstelling variabele kosten
10000
De drie grootste kostenposten zijn seizoensarbeid, gewasbescherming en verkoopkosten.
5000 0 2016
-5000
2017
2018
totaal bruto omzet structurele kosten
Er is weinig verschil in samenstelling tussen de eenheid per ha of per 100 kg.
2019
variabele kosten arbeidsinkomen
2020 bruto marge
Financiële kengetallen per 100 kg
Evolutie kosten
70
Zoals eerder beschreven volgen de variabele kosten de productie. De structurele kosten (pacht, afschrijvingen, rentes, algemene kosten enz.) berekend per ha zijn gestabiliseerd wegens de vertraging op het uitbreiden van het areaal.
60 50 40 30 20 10 0 2016
-10
Arbeidskosten
2017
2018
totaal bruto omzet structurele kosten
Aangezien de gelegenheidsarbeid de omvangrijkste variabele kost is, is het interessant deze belangrijke kost dieper te analyseren.
2019
variabele kosten arbeidsinkomen
2020 bruto marge
Samenstelling arbeidskosten per 100 kg
Samenstelling arbeidskosten per ha
11%
10%
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 24
De arbeidskosten worden opgedeeld in teeltkosten, dit zijn de arbeidskosten voor het planten, opkweken, en snoeien van de planten, de oogst-
58%
31%
56%
34%
oogst
oogst
product
product teelt
teelt
Samenstelling variabele kosten per 100 kg
Samenstelling variabele kosten per ha
4%
4%
meststoffen
meststoffen
39%
25%
4%
gewasbescherming
25%
39%
loonwerk
loonwerk
diverse teeltkosten
diverse teeltkosten energie
energie
4%
verkoopkosten
3% 1%
9% 15%
gewasbescherming
3%
bewaarkosten seizoensarbeid
1%
16%
8%
verkoopkosten bewaarkosten seizoensarbeid
kosten, dit zijn de pluk- en oogstkosten en tenslotte de productkosten. Dit zijn de kosten verbonden aan het sorteren, inpakken, enz. van het fruit. Per ha bedragen de oogstkosten 12% van de omzet. Per 100 kg ha bedragen de oogstkosten 15% van de omzet. De productkosten bedragen voor de peren €2.91 per 100 kg. Dit geeft de bedrijfsleider de nodige tools om af te wegen of het loont om de productbehandeling (voornamelijk sorteren en verpakken) uit te besteden of in eigen beheer te organiseren.
12000
Evolutie variabele en structurele kosten per ha
10000 8000 6000 4000 2000 0 2016
30
2017 variabele kosten
2018
2019 2020 structurele kosten
Evolutie variabele en structurele kosten per 100 kg
25 20 15 10 5 0
Aardbeien
2017 variabele kosten
JAN. TEM DEC.
AARDBEIEN PER ARE
planten
2020
volume (kg)
prijs (euro)
volume (kg)
prijs (euro)
Elsanta
33709819
3.271
28714120
4.232
Murano
813840
2.731
961988
3.113
Portola
2161573
2.642
1832120
2.766
Sonata
4117324
3.776
3785358
5.186
51283849
3.044
48433035
3.974
alle aardbeien*
totale bruto omzet
2019 2020 structurele kosten
2019
SEIZOEN
De cijfers van de aardbeien hebben betrekking op alle teeltwijze. Zowel de teelt onder verwarmd als volle grond met alle tussenliggende teeltwijze zijn opgenomen in het gemiddelden.
2018
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
834.84
596.95
533.64
703.91
1115.66
757.00
52.56
91.34
69.12
123.28
210.82
109.42
meststoffen
21.54
10.32
12.16
8.85
9.48
12.47
gewasbescherming
27.86
24.44
20.93
27.39
27.07
25.54
loonwerk
7.62
10.24
7.17
5.04
3.74
6.76
diverse teeltkosten
41.55
36.40
10.90
19.38
26.81
27.01
energie
6.45
7.77
6.22
4.66
8.84
6.79
verkoopkosten
42.54
9.50
38.57
33.62
150.55
54.96
bewaarkosten
4.22
0.06
1.43
0.76
0.97
1.49
seizoensarbeid
282.87
178.27
184.92
175.56
170.73
198.47
oogst
79.76
102.45
101.39
97.07
98.65
99.89
product
2.23
4.40
15.34
30.10
19.36
17.30
200.88
71.42
68.18
48.39
52.71
60.18
variabele kosten
480.76
360.84
351.42
398.53
609.01
440.11
bruto marge
354.08
236.11
182.22
305.38
506.65
316.89
structurele kosten
244.37
72.52
130.94
67.00
62.89
115.54
arbeidsinkomsten
109.72
163.60
51.28
238.38
443.76
201.35
298
252
217
268
393
286
teelt
kg opbrengst
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 25
2016
AARDBEIEN PER 100 KG
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
280.15
237.22
245.92
262.65
283.88
261.96
planten
17.64
36.30
31.85
46.00
53.64
37.09
meststoffen
7.23
4.10
5.60
3.30
2.41
4.53
gewasbescherming
9.35
9.71
9.65
10.22
6.89
9.16
totale bruto omzet
loonwerk
2.56
4.07
3.30
1.88
0.95
2.55
diverse teeltkosten
13.94
14.47
5.02
7.23
6.82
9.50
2.16
3.09
2.87
1.74
2.25
2.42
14.28
3.78
17.77
12.54
38.31
17.34
energie verkoopkosten bewaarkosten
1.42
0.02
0.66
0.28
0.25
0.53
seizoensarbeid
94.92
70.84
85.22
65.51
43.44
71.99
oogst
26.77
40.71
46.72
36.22
25.10
37.19
product
0.75
1.75
7.07
11.23
4.93
6.24
67.41
28.38
31.42
18.06
13.41
22.82
variabele kosten
161.33
143.40
161.94
148.71
154.96
154.07
bruto marge
118.82
93.83
83.97
113.95
128.92
107.90
structurele kosten
82.00
28.82
60.34
25.00
16.00
42.43
arbeidsinkomsten
36.82
65.01
23.63
88.95
112.92
65.47
298
252
217
268
393
286
teelt
kg opbrengst
Productiviteit 500 400 300 200 100 2016
2017
2018
2019
2020
Omzet per are 1300,00 1100,00 900,00 700,00 500,00 300,00 100,00 2016
Het productievolume aan aardbeien bedroeg voor het oogstjaar 2020 48433035 kg of 5% lager dan het vorige jaar. De gemiddelde prijs kende een stijging van 30%.
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 26
De omzet van de aardbeien waren in 2020 47% hoger dan het vijfjarig gemiddelde. Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de opbrengst €757. De schommeling tussen de jaren met de hoogste omzet bedraagt ca 109%. De schommeling tussen de jaren met de hoogste omzet per 100 kg product en de laagste omzet per 100 kg product bedraagt ca 20%. Dit toont aan dat prijsvorming sterk afhankelijk is van het aanbod.
2017
2018
2019
2020
Omzet per 100 kg 300,00 280,00 260,00 240,00 220,00 200,00 2016
2017
2018
2019
2018
2019
2020
Financiële kengetallen per are 1200 1000 800 600 400 200 0 2016
2017
totaal bruto omzet
variabele kosten
structurele kosten
arbeidsinkomen
2020
bruto marge
Financiële kengetallen
300
De variabele kosten per ha bedragen 55% van de omzet.
200
Financiële kengetallen per 100 kg 250
150
Samenstelling variabele kosten De grootste kostenpost seizoensarbeid.
100
is
de
50 0 2016 2017 2018 totaal bruto omzet variabele kosten structurele kosten arbeidsinkomen
Evolutie kosten Zoals voorheen aangetoond volgt de variabele kost de productie. De structurele kosten (pacht, afschrijvingen, rentes, algemene kosten enz.) volgen in tegenstelling tot het hardfruit de productie.
2019 bruto marge
2020
Evolutie variabele en structurele kosten per are 700 600 500 400 300 200 100 0
De aardbeiteelt is structureel een gezonde teelt.
2016
Arbeidskosten
2017 variabele kosten
2018
2019 2020 structurele kosten
Evolutie variabele en structurele kosten per 100 kg
Aangezien de gelegenheidsarbeid de omvangrijkste variabele kost is, is het interessant deze belangrijke kost dieper te analyseren.
180 160 140 120 100 80 60 40 20 0
De arbeidskosten worden opgedeeld in teeltkosten, dit zijn de arbeidskosten voor het planten en verzorgen van de planten, de oogstkosten, dit zijn de pluk- en oogstkosten en tenslotte de productkosten. Dit zijn de kosten verbonden aan het sorteren, inpakken enz. van het fruit.
2016
2017 variabele kosten
2018
2019 2020 structurele kosten
De seizoensarbeid per are bedraagt 15% van de omzet Samenstelling variabele kosten per are 8%
Samenstelling variabele kosten per 100 kg 4%
2%
meststoffen
8%
8% 8%
loonwerk
2%
2%
diverse teeltkosten
60%
energie
16%
meststoffen
2%
gewasbescherming
61%
0%
seizoensarbeid
35% 56%
56%
oogst
oogst
product
product 10%
teelt
verkoopkosten
seizoensarbeid
Samenstelling arbeidskosten per 100 kg
34%
diverse teeltkosten
bewaarkosten
bewaarkosten
Samenstelling arbeidskosten per are
loonwerk
energie
15%
verkoopkosten
0%
gewasbescherming
9%
teelt
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 27
4%
Groententeelten Voor de eerste maal nemen we in deze brochure tuinbouwcijfers op. De groentesector is qua economisch gewicht een belangrijke tak binnen de landbouwwereld. De analyse gebeurt voor bedrijven met groenten welke voor de bedrijfseconomische boekhouding beroep doen op het VACwerk programma van het VAC. Het gaat hierbij zowel om bedrijven gespecialiseerd in de groententeelt, fijne als grove groententeelt als om gemengde bedrijven die de groententeelt combineren met akkerbouw en/of veeteelt. De groentebedrijven met bio-teelten zijn tevens opgenomen in de cijfergegevens.
Methodiek De gemiddelden zijn berekend per kengetal waardoor de bedragen afwijken van het rekenkundig resultaat. Gemiddelden zijn bruikbaar voor het aantonen van een tendens en kunnen niet als absoluut beschouwd worden. Het arbeidsinkomen is het resultaat van de omzet vermindert met de variabele en structurele kosten. Wanneer we schrijven over opbrengsten bedoelen we de kg opbrengsten. Wanneer we schrijven over omzet, bedoelen we de financiële opbrengsten. Opbrengst = kg / Omzet = euro De omzet is samengesteld uit de verkoop van het hoofdproduct, de verkoop van het bijproduct en voor-
raadwijzigingen. De perceelsgebonden subsidies worden niet opgenomen in de resultatenrekening. De variabele kosten zijn kosten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de opbrengsten. Ze zijn samengesteld uit de kosten voor zaad en pootgoed, de gewasbeschermingsmiddelen, de meststoffen, het loonwerk, de diverse directe teeltkosten en energie. De structurele kosten hebben geen invloed op de opbrengst. Deze bestaan uit grondlasten, pacht, onderhoud machines en gebouwen, afschrijvingen, toegerekende rentes en algemene kosten zoals verzekeringen, enz. De vaste kosten zijn niet per teelt toegewezen maar wel per bedrijfstak, ttz tuinbouw. Alle cijfers zijn uitgedrukt per ha.
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 28
Bloemkolen 2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
TOV GEMIDDELD (%)
totale bruto omzet
15915.70
11155.95
14960.48
21595.57
13669.41
15459
-12
-37
zaad en pootgoed
1362.49
1369.95
1322.70
2461.02
1923.66
1688
14
-22
meststoffen
436.25
288.84
250.67
298.61
571.01
369
55
91
gewasbescherming
474.56
321.14
359.52
344.43
561.46
412
36
63
loonwerk
421.40
307.51
268.12
643.72
313.42
391
-20
-51
diverse teeltkosten
172.06
65.79
41.65
239.70
322.48
168
92
35
energie
443.41
423.71
527.48
379.65
382.99
380
1
1
verkoopkosten
546.71
577.21
678.06
287.75
951.59
608
56
231
BLOEMKOOL PER HA
seizoensarbeid
TOV VORIG JAAR (%)
466.17
847.42
333.80
1183.80
167.96
600
-72
-86
variabele kosten
4323.06
3277.38
3012.32
5126.92
4608.06
4070
13
-10
bruto marge
11592.65
7878.56
9383.33
16468.65
9031.36
10871
-17
-45
structurele kosten
3330.85
5005.69
5167.83
2539.29
8078.15
4824
67
218
arbeidsinkomsten
8261.80
2872.87
4215.51
13929.37
953.22
6047
-84
-93
De prijsvorming van bloemkolen is sterk volatiel.
Omzet per ha 25000
Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de omzet €15459 per ha. De schommeling tussen de jaren met de hoogste omzet en de laagste omzet bedraagt ca 48%.
20000
De variabel kosten maken 34% van de omzet uit, terwijl de structurele 59% van de omzet opslorpen. Hierdoor is de teelt zeer prijsgevoelig inzake rendabiliteit.
0
De structurele kosten fluctueren minder aangezien in ons cijfermateriaal het areaal redelijk constant blijft. De kosten voor seizoensarbeid en verkoopkosten zijn de zwaarste uitgaven binnen de variabele kosten en zijn beide samen goed voor 41%.
15000 10000 5000
Financiële kengetallen per ha 25000 20000 15000 10000 5000 0
totaal 2016 bruto omzet 2017 structurele kosten
variabele kosten 2018 arbeidsinkomen
2019bruto marge 2020
Samenstelling variabele kosten per ha 13%
20%
14%
meststoffen gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten
21%
13%
energie verkoopkosten
13%
6%
seizoensarbeid
2016
2017 variabele kosten
2018
2019 2020 structurele kosten
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 29
Evolutie variabele en structurele kosten per ha 9000 8000 7000 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0
Bonen BONEN PER HA
TOV GEMIDDELD (%)
TOV VORIG JAAR (%)
2027
8
21
410
-1
4
204.58
163
25
82
361.78
361
0
14
217.83
264.16
204
30
21
24.47
36.87
25
48
51
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
totale bruto omzet
1927.41
2015.15
2203.32
1802.35
2187.22
zaad en pootgoed
444.75
432.43
374.49
391.93
405.97
meststoffen
95.89
156.27
247.67
112.57
gewasbescherming
353.94
351.14
418.53
318.42
loonwerk
154.39
165.64
216.42
diverse teeltkosten
30.27
15.06
17.93
energie
49.76
39.87
89.63
72.37
71.53
72
-1
-1
variabele kosten
1104.11
1140.49
1031.63
1138.07
1344.89
1152
17
18
bruto marge
823.30
874.66
847.61
713.96
842.35
820
3
18
structurele kosten
982.40
1660.99
1433.59
633.42
1198.16
1182
1
89
arbeidsinkomsten
466.56
-786.33
-585.98
-555.54
701.00
-152
-561
-226
12413
14443
11333
9760
12304
12050
2
26
kg opbrengst
De prijsvorming van de bonen volgt de productie. De grootste schommeling aan aanbodzijde bedraagt 32% terwijl de grootste schommeling binnen de prijsvorming 28% bedraagt. Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de omzet €2027 per ha. De schommeling tussen de jaren met de hoogste omzet en de laagste omzet per ha bedraagt ca 18%. De productiviteit is sterker onderhevig aan schommelingen dan de prijsvorming. De variabel kosten maken 61% van de omzet uit, terwijl de structurele 55% van de omzet opslorpen. Hierdoor is de rendabiliteit van de teelt sterk prijsgevoelig.
Productiviteit 16000 14000 12000 10000 8000 6000 4000 2000 0 2016
2017
2018
2019
2020
Omzet per ha 2500 2000 1500 1000 500 0
Financiële kengetallen per ha 2500 2000 1500 1000 500 0
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 30
De kosten voor gewasbeschermingsmiddelen en het loonwerk zijn de zwaarste uitgaven binnen de variabele kosten en zijn beide samen goed voor 68%.
-500 -1000
2016
2017
totaal bruto omzet structurele kosten
2018
2019
variabele kosten arbeidsinkomen
2020 bruto marge
Evolutie variabele en structurele kosten per ha Samenstelling variabele kosten per ha 9% 3%
20%
24% meststoffen gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten
44%
energie
1800 1600 1400 1200 1000 800 600 400 200 0 2016
2017 variabele kosten
2018
2019
2020
structurele kosten
Erwten ERWTEN PER HA
TOV GEMIDDELD (%)
TOV VORIG JAAR (%)
2252
-13
-20
415
-24
-15
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
totale bruto omzet
1503.13
1726.02
3605.96
2461.02
1964.34
zaad en pootgoed
370.29
283.44
733.09
373.30
317.39
meststoffen
86.37
87.82
123.79
123.73
115.30
107
7
-7
gewasbescherming
213.24
170.27
283.50
240.35
231.68
228
2
-4
loonwerk
220.54
312.90
900.90
241.92
328.17
401
-18
36
18.77
6.55
7.81
51.57
22.56
21
5
-56
diverse teeltkosten energie
32.18
43.20
64.28
57.10
42.11
57
-26
-26
variabele kosten
941.38
879.29
2109.45
1087.96
1057.20
1215
-13
-3
bruto marge
561.75
846.73
1496.51
1373.07
907.27
1037
-13
-34
structurele kosten
852.00
942.59
418.36
821.74
646.52
736
-12
-21
arbeidsinkomsten
290.25
-44.69
1078.16
551.33
260.76
427
-39
-53
5563
5564
5938
9195
6459
6564
-2
-30
kg opbrengst
De prijsvorming van de erwten is marktgevoelig. De schommeling in prijsvorming bedraagt 56% terwijl de schommeling in productiviteit 39% bedraagt.
Productiviteit 10000 8000 6000 4000
De variabel kosten maken 54% van de omzet uit, terwijl de structurele 33% van de omzet opslorpen Hierdoor is de rendabiliteit van de teelt minder prijsgevoelig. De kosten voor gewasbeschermingsmiddelen en het loonwerk zijn de zwaarste uitgaven binnen de variabele kosten en zijn beide samen goed voor 77%. Samenstelling variabele kosten per ha 3%
7%
13%
28%
2000 0 2016
2017
2018
2019
2020
Omzet per ha 4000 3000 2000 1000 0
Financiële kengetallen per ha 4000 3500 3000 2500 2000 1500 1000 500 0 -500
meststoffen
2016 2017 totaal bruto omzet structurele kosten
2018 variabele kosten arbeidsinkomen
2019
2020 bruto marge
2019
2020
gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten
49%
energie
Evolutie variabele en structurele kosten per ha 2500 2000 1500 1000 500 0 2016
2017 variabele kosten
2018
structurele kosten
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 31
Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de omzet €2252 per ha. De schommeling tussen de jaren met de hoogste omzet en de laagste omzet per ha bedraagt ca 58%. De prijsvorming is sterker onderhevig aan schommelingen dan de productiviteit.
Prei PREI PER HA
TOV GEMIDDELD (%)
TOV VORIG JAAR (%)
26400
9
14
4305
-11
8
347.23
334
4
34
1378.49
823.66
1122
-27
-40
364.31
353.26
302
17
-3
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
totale bruto omzet
24835.19
22911.55
30317.30
25214.47
28722.46
zaad en pootgoed
2354.55
5885.16
5906.75
3544.75
3831.68
meststoffen
311.73
380.92
369.91
259.02
gewasbescherming
857.03
1215.48
1335.43
loonwerk
292.77
259.29
238.25
diverse teeltkosten
131.80
59.15
155.78
177.98
80.86
121
-33
-55
energie
876.26
1040.91
1205.96
964.93
566.57
965
-41
-41
verkoopkosten
1502.25
1085.80
1340.31
1830.56
1368.69
1426
27
94
seizoensarbeid
1257.80
2718.50
3001.18
1486.90
2882.64
2269
27
94
variabele kosten
7080.65
9424.83
9879.28
9467.66
9189.32
9008
2
-3
bruto marge
17754.04
13486.72
19979.38
15896.81
19518.14
17327
13
23
structurele kosten
7006.06
8812.27
2641.85
6598.52
5442.51
6100
-11
-18
arbeidsinkomsten
10747.98
4674.45
6937.53
9298.29
14075.63
9147
54
51
32913
39183
38560
38149
39001
37561
4
2
2019
2020
kg opbrengst
De prijsvorming van prei is minder marktgevoelig. De schommeling in prijsvorming bedraagt 26% terwijl de schommeling in productiviteit 16% bedraagt. Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de omzet €26400 per ha. De schommeling tussen de jaren met de hoogste omzet en de laagste omzet per ha bedraagt ca 24%. De prijsvorming is sterker onderhevig aan schommelingen dan de productiviteit.
Productiviteit 50000 40000 30000 20000 10000 0 2016 Omzet per ha 30000 25000 20000 15000 10000 5000 0
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 32
De variabel kosten maken 32% van de omzet uit, terwijl de structurele 19% van de omzet opslorpen. Hierdoor is de rendabiliteit van de teelt minder prijsgevoelig.
30000
De kosten voor de seizoensarbeid en verkoopkosten zijn de zwaarste uitgaven binnen de variabele kosten en zijn beide samen goed voor 77%.
5000
20000 15000 10000 0
12000
meststoffen
2%
22%
variabele kosten 2018 arbeidsinkomen
2019bruto marge 2020
Evolutie variabele en structurele kosten per ha
8000
gewasbescherming
6000
loonwerk
4000
diverse teeltkosten energie
15%
totaal 2016 bruto omzet 2017 structurele kosten
10000
17%
4%
Financiële kengetallen per ha
25000
Samenstelling variabele kosten per ha 35%
2018
35000
35000
5%
2017
verkoopkosten seizoensarbeid
2000 0 2016
2017 variabele kosten
2018
2019 structurele kosten
2020
Spinazie SPINAZIE PER HA
TOV GEMIDDELD (%)
TOV VORIG JAAR (%)
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
totale bruto omzet
1050.01
2312.91
2122.66
2039.88
2020.91
1909
6
-1
zaad en pootgoed
432.87
486.75
379.40
362.01
492.41
431
14
36
meststoffen
191.39
206.41
145.49
143.77
158.06
169
-6
10
gewasbescherming
191.92
167.84
169.69
160.82
161.53
170
-5
0
loonwerk
116.04
330.15
192.57
205.39
183.62
206
-11
-11
diverse teeltkosten
24.29
38.81
41.87
30.40
59.11
39
52
94
energie
101.58
119.65
118.76
73.07
106.92
73
46
46
variabele kosten
1058.10
1270.38
990.32
960.24
1161.64
73
46
46
8.08
1042.53
1132.34
1079.64
859.27
824
4
-20
structurele kosten
775.30
1074.63
456.08
610.72
777.69
739
5
27
arbeidsinkomsten
783.38
-32.10
478.23
468.92
81.58
356
-77
-83
12331
23366
28579
25816
23783
22775
4
-8
2018
2019
2020
2018
2019
bruto marge
kg opbrengst
Productiviteit
De prijsvorming van spinazie is minder marktgevoelig. De schommeling in prijsvorming bedraagt 25% terwijl de schommeling in productiviteit 57% bedraagt. De contracten van de groentenverwerkende industrie zorgen voor een prijsstabiliteit. Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de omzet €1909 per ha. De schommeling tussen de jaren met de hoogste omzet en de laagste omzet per ha bedraagt ca 55%. De productiviteit heeft een grotere invloed op de omzet per ha dan de prijsvorming.
35000 30000 25000 20000 15000 10000 5000 0 2016
2017
Omzet per ha 2500 2000 1500 1000
De variabel kosten maken 57% van de omzet uit, terwijl de structurele 38% van de omzet opslorpen. Hierdoor is de rendabiliteit van de teelt minder prijsgevoelig. De kosten voor loonwerken en gewasbeschermingsmiddelen zijn de zwaarste uitgaven binnen de variabele kosten en zijn beide samen goed voor 57%.
500 0
Financiële kengetallen per ha 2500 2000 1500 1000 500 0
11% 6%
26%
2016
2017
totaal bruto omzet structurele kosten
variabele kosten arbeidsinkomen
2020 bruto marge
Evolutie variabele en structurele kosten per ha meststoffen gewasbescherming loonwerk
31%
diverse teeltkosten
26%
energie
1400 1200 1000 800 600 400 200 0 2016
2017 variabele kosten
2018
2019
2020
structurele kosten
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 33
-500
Samenstelling variabele kosten per ha
Wortelen WORTELEN PER HA
2020
GEMIDDELD
TOV GEMIDDELD (%)
3430.13
3161.92
4033
-22
-8
555.54
1455.43
796
83
162
319.93
243
32
68
554.46
480
16
40
808.34
775
4
24
40.79
74.04
149
-50
82
151.71
146.40
152
-4
-4
2016
2017
2018
2019
totale bruto omzet
5117.33
3755.65
4702.20
zaad en pootgoed
724.98
607.47
636.59
meststoffen
279.28
202.50
222.54
190.10
gewasbescherming
514.98
456.59
477.86
396.00
loonwerk
884.63
754.01
773.87
652.29
diverse teeltkosten
250.72
184.56
196.99
energie
141.88
168.89
176.46
TOV VORIG JAAR (%)
variabele kosten
1589.84
1063.17
1075.59
693.33
2064.54
1297
59
198
bruto marge
2390.02
1465.23
1527.50
1435.25
1565.05
1677
-7
9
structurele kosten
1367.56
1254.33
1268.69
1036.07
1131.51
1212
-7
9
arbeidsinkomsten
1022.46
211.40
259.31
434.49
-917.37
202
-554
-311
63590
63107
59312
56177
49401
58318
-15
-12
kg opbrengst
De prijsvorming van wortelen is minder marktgevoelig. De schommeling in prijsvorming bedraagt 26% terwijl de schommeling in productiviteit 22% bedraagt. De stabiele opbrengsten dragen bij tot een stabiele prijsvorming. Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de omzet €4033 per ha. De schommeling tussen de jaren met de hoogste omzet en de laagste omzet per ha bedraagt ca 38%. De productiviteit heeft een grotere invloed op de omzet per ha dan de prijsvorming. De variabel kosten maken 65% van de omzet uit, terwijl de structurele 36% van de omzet opslorpen. Hierdoor is de rendabiliteit van de teelt minder prijsgevoelig.
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 34
De kosten voor loonwerken en gewasbeschermingsmiddelen zijn de zwaarste uitgaven binnen de variabele kosten en zijn beide samen goed voor 70%. Samenstelling variabele kosten per ha 8%
Productiviteit 70000 60000 50000 40000 30000 20000 10000 0 2016
2017
2018
2019
2020
Omzet per ha 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0
Financiële kengetallen per ha 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0 -1000 -2000
2500
2016
2017
totaal bruto omzet structurele kosten
2018 variabele kosten arbeidsinkomen
2019
2020 bruto marge
Evolutie variabele en structurele kosten per ha
2000
14%
1500
8% 27%
meststoffen gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten
43%
energie
1000 500 0 2016
2017 variabele kosten
2018
2019 2020 structurele kosten
Varkenshouderij 2016
3790
3731
3598
3530
aantal varkens per bedrijf
2066
2121
2179
2232
2264
Evolutie aantal varkens, Vlaanderen, 2016-2020 varkens
5804844
5738154
5832465
5706993
5833068
zeugen
407582
400977
391898
385186
382741
Aantal bedrijven met varkens 4100
De gemiddelden zijn berekend per kengetal waardoor de bedragen afwijken van het rekenkundig resultaat. Gemiddelden zijn bruikbaar voor het aantonen van een tendens en kunnen niet als absoluut beschouwd worden.
De cijfers zijn uitgedrukt per aanwezige zeug, per geproduceerd big en per verkocht vleesvarken.
Evolutie Het aantal bedrijven met varkens is in Vlaanderen gedurende de laatste vijf jaren gedaald met 11%.
2020
3977
3800
De structurele kosten hebben geen invloed op de omzet. Deze bestaan uit grondlasten, pacht, onderhoud machines en gebouwen, afschrijvingen, toegerekende rentes en algemene kosten zoals verzekeringen, enz.
2019
aantal bedrijven met varkens
4000
De variabele kosten zijn kosten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de opbrengsten. Ze zijn samengesteld uit de kosten voor voederaankopen, eigen gewonnen voeders, veeartskosten, dekkingskosten, kosten aan energie en de diverse directe kosten zoals mestafzet-mestverwerking.
2018
Evolutie aantal bedrijven met varkens en aantal varkens per bedrijf, Vlaanderen, 2016-2020
Methodiek
Het arbeidsinkomen is het resultaat van de omzet vermindert met de variabele en structurele kosten. De omzet is de verkoop van de varkens.
2017
3900 3700 3600 3500 3400 3300 3200 2016
2300
2017
2018
2019
2020
Aantal varkens per bedrijf
2250 2200 2150 2100 2050 2000 1950 2016
5860000
2017
2018
2019
2020
Aantal varkens
5840000 5820000 5800000 5780000 5760000 5740000 5720000 5700000 5680000 5660000 5640000 2016
410000
2017
2018
2019
2018
2019
2020
Aantal zeugen
405000
Het aantal varkens per bedrijf stijgt met 10%. Het totaal aantal varkens is gestabiliseerd.
400000 395000 390000 385000 380000 375000 2016
2017
2020
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 35
Op basis van de cijfergegevens vanuit de bedrijfseconomische boekhoudingen van de boekjaren 2016 tot en met 2020 schetsen we een beeld van de productiviteit en rentabiliteit in de varkenshouderij gedurende de voorbije vijf jaren. Er dient opgemerkt dat de cijfers werden bekomen van zeugenbedrijven en gesloten varkensbedrijven. De verdeling van de omzet en kosten in de gesloten varkensbedrijven is niet zo evident daar omzet en kosten interbedrijf worden doorgeschoven.
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
aantal dekkingen per zeug
2.75
2.55
2.58
2.61
2.28
2.55
aantal worpen per zeug
2.40
2.23
2.25
2.27
2.29
2.29
levend geboren biggen per zeug
31.40
30.39
29.22
31.59
31.24
30.77
gestorven biggen per zeug
3.42
3.96
3.68
3.52
3.17
2.77
% gestorven biggen
13
12
12
10
9
11
voederkost per zeug
656
586
611
632
609
619
andere kosten per zeug
117
118
138
127
125
125
energiekosten per zeug
61
61
63
61
51
59
bruto-opbrengst per zeug
1126
1187
1066
1540
1251
1234
variabele kosten per zeug
876
781
812
820
785
815
bruto-marge per zeug
247
508
246
703
292
399
structurele kosten per zeug
257
261
251
255
206
246
arbeidsinkomen per zeug
-3
154
27
468
85
146
1.72
2.03
1.74
2.44
2.05
2.00
ovr per zeug operationele hefboom
-82.33
3.30
9.10
1.50
3.44
-13.00
voederkost per big
23.00
21.56
22.45
23.45
26.83
23.46
variabele kosten per big
28.60
29.56
31.48
30.46
37.79
31.58
andere kosten per big
5.60
8.00
9.03
7.01
10.96
8.12
energiekost per big
2.92
2.43
2.61
2.25
2.24
2.49
structurele kosten per big
10.25
9.58
9.45
9.58
9.26
9.62
arbeidsinkomen per big
1.40
5.97
1.12
1.66
6.84
3.40
kg krachtvoer per zeug
1201
1166
1204
1383
1175
1226
kg krachtvoer per big
30.28
27.89
23.42
27.13
32.50
28.24
voederkost per geproduceerd varken
61.50
63.45
65.03
55.88
62.58
61.69
andere kosten per geproduceerd varken
3.08
2.44
5.13
12.57
6.67
5.98
energiekosten per geproduceerd varken
1.08
1.15
1.22
1.55
1.00
1.20
bruto-opbrengst per geproduceerd varken
87.56
88.45
84.56
115.45
71.89
89.58 142.94
omzet vleesvarkens
130.00
146.00
150.00
153.00
135.69
variabele kosten per geproduceerd varken
64.58
65.89
70.16
68.45
69.25
67.67
bm per mestvarken
22.98
22.56
14.40
47.00
2.64
21.92
structurele kosten per geproduceerd varken
11.45
11.25
10.16
11.55
11.89
11.26
arbeidsinkomen per geproduceerd varken
14.88
7.15
1.15
24.00
9.35
11.31
kg krachtvoeder per geproduceerd varken
242
242
246
243
250
245
ovr per geproduceerd varken
1.42
1.39
1.30
2.07
1.15
1.47
operationele hefboom
1.54
3.16
12.52
1.96
0.28
3.89
Zeugenhouderij
32,0
Productiviteit
31,0
Levend geboren biggen per zeug
31,5 30,5
De productiviteit van de zeugen is gestagneerd en eindigt in 2020 op 31.24 geboren biggen per zeug.
30,0
Het percentage gestorven biggen blijft dalen naar 9%. Het sterftegetal ligt 20% lager dan het vijfjarig gemiddelde.
28,0
29,5 29,0 28,5 2016
0,14
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 36
De worpindex schommelt weinig en situeert zich rond de 2.3. De worpindex is hoger op de betere bedrijven. Verschillen hier komen zowel voort uit het dekmanagement als uit de kortere speenleeftijd. In 2020 bedroeg het gemiddelde aantal biggen per zeug 2% hoger dan het vijfjarig gemiddelde.
2017
2018
2019
2020
2017
2018
2019
2020
2017
2018
2019
2020
Percentage gestorven biggen
0,12 0,10 0,08 0,06 0,04 0,02 0,00 2016
2,45
Worpindex
2,40 2,35 2,30 2,25 2,20 2,15 2,10 2016
De daling van de variabele kosten (voederkosten, sanitaire kosten, energiekosten, mestafzetkosten en veeartskosten) is sinds 2018 gestagneerd. De stagnatie is voornamelijk toe te schrijven aan de stijgende voederprijzen en de hogere kosten voor de mestafzet. De totale variabele kost bedraagt gemiddeld €815 per zeug. Het voederverbruik per zeug (zeugen en biggen) fluctueert tussen 1166 kg en 1383 kg. Een reden temeer om de opbrengst-voerkostratio onder de loep te nemen. De opbrengst-voerkostratio geeft de verhouding weer tussen de opbrengst en de voederkosten. In 2016 bedroeg de opbrengst-voerratio 1.76 wat betekent dat de opbrengst 1.76 keer hoger was dan de voederkostprijs. U ziet in de grafiek dat de opbrengst-voerkostratio sinds 2016 terug in stijgende lijn is. In 2020 komen we uit op 2.05. Eenzelfde tendens merken we op wanneer de variabele kosten per big bekijken. De andere variabele kosten, exclusief voederkosten, vormen relatief een grotere kostenpost. We denken dan aan de kosten voor de mestafzet.
700 600 500 400 300 200 100 0
2016
1450 1400 1350 1300 1250 1200 1150 1100 1050 1000 950
2,6
andere kosten per zeug
2020
energiekosten per zeug
2017
2018
2019
2020
2017
2018
2019
2020
OVR per zeug
2,2 2,0 1,8 1,6 1,4 1,2 1,0 2016 30,00
Variabele kosten per big
25,00
10,00
Ondanks de lagere variabele en structurele kosten is het arbeidsinkomen minimaal en eindigt op €85 per zeug. Dit is 42% lager dan het vijfjarig gemiddelde en 82% lager dan vorig jaar.
2019
2,4
Bijgaande figuur geeft de evolutie weer van de kostenstructuur van de zeugenhouderij.
De omzet per zeug bedroeg in 2020 €1251. Dit is 1% meer dan het vijfjarig gemiddelde doch 9% lager dan het vorige jaar.
2018
Voederverbruik in kg per zeug
2016
20,00
Financieel
2017
voederkost per zeug
Structurele kosten
Wegens de daling van het aantal zeugen, zijn de structurele kosten onder invloed van de significante milieu-investeringen (mestopslag, groepshuisvesting, luchtwassers, aankoop nutriënten) per eenheid niet gedaald.
Variabele kosten per zeug
15,00
5,00 0,00 2016 2017 voederkost per big
2018 andere kosten per big
2019 2020 energiekost per big
Kostenstructuur zeugen 1000 900 800 700 600 500 400 300 200 100 0 2016 2017 2018 variabele kosten per zeug
40 35 30 25 20 15 10 5 0
2019 2020 structurele kosten per zeug
Kostenstructuur biggen
2016
2017
variabele kosten per big
2018
2019
2020
structurele kosten per big
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 37
Variabele kosten
Vleesvarkenshouderij Variabele kosten
70,00
Variabele kosten per vleesvarken
60,00 50,00
De variabele kosten (voederkosten, sanitaire kosten, energiekosten en veeartskosten) zijn licht gedaald in 2020 doch bevinden zich 2% boven, het vijfjarig gemiddelde.
40,00 30,00 20,00 10,00 0,00 2016
Het voederverbruik per geproduceerd vleesvarken is stagnerend. De stagnatie zou kunnen te wijten zijn aan de langere aanhouding (zwaarder gewicht) van de varkens. De opbrengst-voerkostratio geeft de verhouding weer tussen de opbrengst en de voederkosten. In 2016 bedroeg de opbrengst-voerratio 1.60 wat betekent dat de opbrengst 1.60 keer hoger was dan de voederkostprijs. U ziet in de grafiek dat de opbrengst-voerkostratio een grilliger verloop kent. De tendens is positief.
Financieel De werkelijke financiële middelen worden in gesloten bedrijven gerealiseerd bij de verkoop van de vleesvarkens.
2017
2018
voederkosten per geproduceerd varken energiekosten per geproduceerd varken
275
2019
2020
andere kosten per geproduceerd varken
Voederverbruik in kg per vleesvarken
250 225 200 175 150 2016
2,5
2017
2018
2019
2020
OVR vleesvarkens
2,0 1,5 1,0 0,5 0,0 2016
2017
2018
2019
2020
Financieel per vleesvarken 155,00
De omzet per geproduceerd vleesvarken bedroeg in 2020 €135. Dit is 5% minder dan het vijfjarig gemiddelde en 11 minder dan het vorige jaar.
50,00 45,00 40,00 35,00 30,00 25,00 20,00 15,00 10,00 5,00 0,00
150,00 145,00 140,00 135,00 130,00
Hierdoor is het arbeidsinkomen gedaald naar €9.35. Dit arbeidsinkomen is 17% lager dan het vijfjarig gemiddelde en 61% lager dan vorig jaar. Het effect van de prijszetting van de vleesvarkens op het arbeidsinkomen is lager dan het effect van de brutosaldo op het arbeidsinkomen. De biggenprijzen en aanwas hebben boekhoudkundig een grotere invloed op het arbeidsinkomen.
125,00 120,00 115,00 2016 Omzet vleesvarkens
2017
2018
bm per mestvarken
2019
2020
arbeidsinkomen per geproduceerd varken
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 38
Melkveehouderij De boekhoudkundige cijfergegevens over een lange termijn zijn een essentieel element in de opbouw van de beslissing. Op basis van de cijfergegevens vanuit de bedrijfseconomische boekhoudingen van de boekjaren 2016 tot en met 2020 tonen we een beeld van de rentabiliteit in de melkveehouderij gedurende de voorbije 5 jaren.
Het arbeidsinkomen is het resultaat van de opbrengsten vermindert met de variabele en vaste kosten.
diverse directe kosten (elektriciteit) en opgenomen in de ruwvoederkost (brandstof voor ruwvoederwinning).
De omzet is samengesteld uit de aan- en verkoop van de runderen, de aanwas van de veestapel, de melkopbrengsten en de voorraadwijzigingen.
De structurele kosten hebben geen invloed op de opbrengst. Deze bestaan uit grondlasten, pacht, onderhoud machines en gebouwen, afschrijvingen, toegerekende rentes en algemene kosten zoals verzekeringen, begeleiding enz.
De variabele kosten zijn kosten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de opbrengsten. Ze zijn samengesteld uit de kosten voor voederaankopen, eigen gewonnen voeders, veeartskosten, dekkingskosten, energiekosten en de diverse directe kosten. De energiekosten zijn ofwel opgenomen bij de
Er dient opgemerkt dat de cijfers werden bekomen van gespecialiseerde en niet-gespecialiseerde melkveebedrijven en van bedrijven met korte keten activiteit en zonder hoeve verwerking al dan niet bio-gecertificeerd.
De cijfers worden weergegeven per 100 liter en per GVE (Groot-Vee-Eenheid). De grafieken werden uitgebreid met de kengetallen melkprijs- kalvingsindex- vervangingspercentage en ruwvoedermelk.
Evolutie De specialisatie van de melkveehouderij zet zich verder.
Methodiek
Het aantal melkkoeien bedraagt in 2020 343.840 stuks, een stijging van 5.6% ten opzichte van 2016 terwijl het aantal melkleveraars jaarlijks afneemt met ca 3%.
De gemiddelden zijn berekend per kengetal waardoor de bedragen afwijken van het rekenkundig resultaat. Gemiddelden zijn bruikbaar voor het aantonen van een tendens en kunnen niet als absoluut beschouwd worden.
Op Vlaams niveau bedraagt de gemiddelde melkproductie per bedrijf 741.907 liter. 2016
2017
2018
2019
2020
ontvangen melkprijs
28.75
36.87
33.92
34.76
31.88
bruto-opbrengst per 100l
35.88
40.12
37.86
39.74
37.43
variabele kosten per 100l
18.19
19.55
20.04
20.14
20.75
bruto-marge per 100l
17.69
20.37
18.62
19.60
16.68
structurele kosten per 100l
13.92
13.70
11.19
11.84
13.60
arbeidsinkomen per 100l
3.77
6.67
7.21
7.40
3.08
bruto-opbrengst per GVE
1741.59
2212.00
2117.93
2354.11
2166.89
variabele kosten per GVE
809.62
898.15
1205.63
1203.40
1196.99
bruto-marge per GVE
931.97
1315.64
912.30
1150.71
969.90
structurele kosten GVE
731.60
766.31
643.29
701.85
759.89
arbeidsinkomen per GVE
200.37
549.33
269.01
448.86
210.01
aantal geleverde liters
492342
560685
610404
666707
654949
aantal koeien
62
67
72
75
73
7797
8200
9192
8879
8979
vet
42
42
43
42
42
eiwit
35
35
36
34
34
aantal liters per koe
kalvingsindex
0.82
0.83
0.82
0.84
0.85
vervangingspercentage
32.60
29.71
30.06
31.54
33.06
kg KV per melkkoe
1325
1506
1555
1849
1743
kg KV per jongvee
250
191
222
276
229
gram per liter
203
214
215
235
231
ruwvoedermelk
4979
4997
5885
4947
5272
aantal liters per groenvoeder
14567
12435
12766
13167
13981
GVE per ha groenvoeder
2.46
2.39
2.39
2.33
2.43
kritieke melkopbrengst
32.11
33.25
31.23
31.98
34.35
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 39
De agrarische ondernemer staat voor momenten dat strategische management beslissingen dienen genomen te worden.
Het aantal geleverde liters melk per bedrijf in de VAC boekhoudingen bedraagt 654.949 liter.
Productiviteit: aantal geleverde liters 800000 700000 600000
Dit is 10% boven het 5 jarig gemiddelde. De productie op de bedrijven met een VAC boekhouding stabiliseerde. Waarschijnlijk is de stabilisatie toe te wijzen aan het sterkere gemengde karakter van de aangesloten bedrijven waardoor het absolute getal relatief minder gewicht betekent in het geheel.
500000 400000 300000 200000 100000 0 2016
2017
2018
2019
2020
Productiviteit: aantal koeien per bedrijf
De opeenvolgende jaren met de schade ten gevolge de droogte en regen noopt de bedrijfsleider tot het nemen van strategische beslissingen om een antwoord te beiden aan de dalende ruwvoedervoorraad. Om de kredietlast niet te verzwaren hebben een groot deel van de agrarische ondernemers beslist om tijdelijk de veestapel te verkleinen in plaats van duurder ruwvoeder aan te kopen.
80
Deels wordt de productiestijging gerealiseerd door de stijging van het aantal liters geproduceerde melk per koe. De melkproductie per koe is gestegen naar 8.979 liter en is 4% hoger dan het vijfjarig gemiddelde. De productiestijging per koe stagneert.
9000
60 40 20 0 2016
9500
2017
2018
2019
2020
Productiviteit: aantal liters per koe
8500 8000 7500 7000 2016
2017
2018
2019
2020
2019
2020
Voermanagement Krachtvoeder De melkproductiestijging per koe kan gerealiseerd worden door aandacht te hebben voor de genetica, de gezondheidstoestand van de koe, de voedersamenstelling en de kwaliteit van het voeder. Krachtvoeder is een belangrijk element in de productie, de samenstelling en kostprijs. Krachtvoederkosten zijn variabele kosten en bepalen mee de opbrengst en dus het saldo. Door het niet efficiënt verstrekken van krachtvoeder stijgen de kosten.
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 40
Een hogere krachtvoedergift resulteert niet in een evenredige productiestijging waardoor het rendement per liter melk daalt. De wet van de afnemende meeropbrengsten, weet u wel. Het krachtvoederverbruik per koe is in 2020 gedaald met 106 kg KV per koe per jaar naar 1.743 kg per koe. Het krachtvoederverbruik ligt toch nog 9% hoger dan het vijfjarig gemiddelde. De stijging is toe te wijzen naar beslissingen om dalende productievolumes op te vangen met krachtvoeder door de slinkende ruwvoedervoorraden.
Productiviteit: krachtvoederverbruik 2000 1800 1600 1400 1200 1000 800 600 400 200 0 2016
2017
2018
kg KV per melkkoe
240
kg KV per jongvee
Productiviteit: gram krachtvoeder per liter
230 220 210 200 190 180 2016
2017
2018
2019
2020
In 2016 werd er 203 gr krachtvoeder vervoederd per 100 l melk. In 2020 werd er 231 g krachtvoeder vervoederd per 100 l melk. Het vijfjarig gemiddelde bedraagt 220 gram per liter. Het vetgehalte stagneert rond 42 Het vetgehalte was in 2020 1% lager dan het vijfjarig gemiddelde.
Productiviteit: vet en eiwit 50 40 30 20 10 0 2016
Het eiwitgehalte stagneert rond 34. Het eiwitgehalte is 3% lager dan het vijfjarige gemiddelde.
2017 vet
2018
2019 eiwit
2020
2019
2020
Ruwvoeder
Uit de VAC-boekhoudingen blijkt dat de geproduceerde ruwvoedermelk opnieuw is gestegen, na het rampjaar 2019, naar 5.272 liter. In 2020 bedroegen de ruwvoedermelkliters 1 % hoger dan het vijfjarig gemiddelde. De stijging van het aanwezige jongvee (vervangingsvee) per bedrijf resulteert in een intensiever gebruik van de beschikbare oppervlakte ruwvoeder. Het aantal geproduceerde liters melk per ha ruwvoeder is gestegen naar 14 567 liter of een stijging met 9% ten opzichte van het vijfjaarlijkse gemiddelde. Het aantal GVE (grootvee-eenheden) per ha is gestegen naar 2.43 GVE/ha.
Bedrijfseconomische resultaten Bruto-opbrengst De bruto-opbrengst is samengesteld uit de opbrengsten van de verkoop van melk en melkproducten, de aan- en verkoop van dieren en de wijziging in de veestapel (aanwas).
Productiviteit: gram krachtvoeder per liter
240 230 220 210 200 190 180
2016
15000
Wanneer we de totale opbrengsten weergeven zien we dezelfde tendens.
2018
Productiviteit: aantal liters per ha groenvoeder
14000 13000 12000 11000 2016 2,50
2017
2018
2019
2020
Productiviteit: aantal GVE per ha groenvoeder
2,45 2,40 2,35 2,30 2,25 2016
38 36 34 32 30 28 26 24 22 20
41
2017
2018
2019
2020
Ontvangen melkprijs per 100 l
2016
Zoals u merkt in de grafiek van zijn de melkprijzen per 100 l melk sterk schommelend.
2017
2017
2018
2019
2020
2018
2019
2020
Bruto-opbrengst per 100 l
40 39 38 37 36 35 34 33 2016
2017
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 41
Het is de betrachting van iedere melkveehouder om het aandeel ruwvoedermelk te verhogen. Uit Nederlandse cijfers blijkt dat bedrijven met een goed voermanagement is staat zijn om 4000 liter per ha extra melk te produceren.
Variabele kosten
Samenstelling variabele kosten per 100 l
De variabele kosten zijn de kosten die je maakt om het product te produceren en zijn derhalve direct gelinkt aan het productieniveau. De variabele kosten zijn in de melkveehouderij samen te vatten in krachtvoederkosten, ruwvoederkosten en overige veekosten zoals veeartskosten en dekgelden. In de ruwvoederkosten zijn de energiekosten inbegrepen. De variabele kosten bedragen €20.75 liter melk en zijn in 2020 5% hoger dan het vijfjarig gemiddelde. Deze stijging is voornamelijk toe te schrijven aan de voederprijzen en energieprijzen. De stijging van 5% betekent dat de stijging
10 8 6 4 2 0 2016
2017
2018
ruwvoederkosten
2019
2020
krachtvoederkosten
van de productie de hogere kosten niet kan bijbenen en dus de absolute kostenstijging groter is dan de relatieve (per 100 l melk).
overige kosten
vakmanschap op het melkveebedrijf. Hoe hoger dit saldo, hoe beter de melkveehouder in staat blijkt te zijn om goede opbrengsten te combineren met lage kosten.
De opbrengsten vermindert met de variabele kosten bezorgt ons de bruto-marge.
Het gemiddelde saldo bedroeg in 2020 €16.68 per 100 l. Dit is 10% lager dan het vijfjarig gemiddelde.
Het saldo is een maat voor het
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
TOV GEMIDDELD %
TOV VORIG JAAR
RUWVOEDERKOST
6,44
6,50
5,90
6,08
5,27
6,04
-13%
-13%
KRACHTVOEDERKOST
6,60
7,02
7,47
8,17
8,49
7,55
12%
4%
TOTALE VOEDERKOST
14,11
14,85
14,81
15,71
15,60
15,02
4%
-1%
OVERIGE KOSTEN
3,58
3,46
3,88
4,43
4,64
4,00
16%
5%
Structurele kosten De structurele kosten zijn jaarlijks weerkerende kosten die geen rechtstreeks verband hebben met de productie. De structurele kosten zijn samengesteld uit de afschrijvingen van de investeringen, de rentes op het geïnvesteerd kapitaal, pacht, onderhoud en de algemene kosten. De structurele kosten per 100 ltr zijn in 2020 gestegen met 15 % tov van 2019. De kostenstijging uitgerekend per GVE is weliswaar lager (+8%), doch de kostenstijging in de structurele kosten is een aandachtspunt.
Arbeidsinkomen Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 42
De VAC landbouwboekhoudingen houden geen rekening met de fictieve lonen voor de bedrijfsleider. Dit betekent dat het berekende arbeidsinkomen de winst is van het bedrijf waarmee de bedrijfsleider de kosten voor privé-uitgaven zoals levensonderhoud, sparen, sociale zekerheid en belastingen en reserveringen voor investeringen financiert. Het arbeidsinkomen per 100 liter melk is sterk gedaald ten opzicht 2019. Bekeken over het vijfjarig gemiddelde was het arbeidsinkomen in 2020 45% lager.
Financiële kengetallen per 100 l 25 20 15 10 5 0 2016
2017
variabele kosten per 100 l
1400
2018 structurele kosten per 100l
2019
2020
arbeidsinkomen per 100 l
Financiële kengetallen per GVE
1200 1000 800 600 400 200 0 2016
2017
variabele kosten per GVE
2018 structurele kosten per GVE
2019
2020
arbeidsinkomen per GVE
Analyse Kritieke melkopbrengst
Kritieke melkopbrengst 100 l 50 40 30 20 10 0 2016
Indien de kritieke melkopbrengst meerdere jaren dicht bij de ontvangen melkprijs ligt, is dat een indicatie dat er geen ruimte is om financiële reserves op te bouwen. De kritieke melkopbrengst per 100 l melk is gestegen van €32.11 in 2016 naar €34.35 in 2020. Er is in 2020 geen tot weinig ruimte gecreëerd om financiële reserves aan te leggen.
De operationele hefboom Een interessante ratio is de operationele hefboom. Het VAC hanteert deze ratio om het risico-profiel van het bedrijf te duiden. De operationele hefboom meet het operationeel risico van de activiteit of de graad waarin de opbrengstwijzigingen de winst beïnvloeden. Het operationele hefboomeffect ook wel degree of operating leverage genoemd komt voort uit het bestaan van vaste kosten in het bedrijf. De operationele hefboomwerking gebruikt de vaste kosten voor het vergroten van de effecten van omzetveranderingen op het bedrijfsresultaat. Hierbij geldt hoe groter de hefboomwerking des te risicovoller de bedrijfsvoering is maar daar tegen over staat de kans op een aanzienlijke stijging in winsten. Een lagere hefboomwerking is vice versa. De operationele hefboom komt tot stand door de brutomarge te delen door de winst. Voor bedrijven met een hoge operationele hefboom is de winstrealisatie sterk beïnvloedbaar, zowel in positieve (winst) als negatieve (verlies) zin. Terwijl de operationele hefboom in 2016 nog 4.69 bedroeg is deze door de gestegen structurele kosten verslechterd naar 5.42. Gezien over vijfjarige gemiddelde bedraagt de verslechtering 47%.
Management is voordenken in plaats van nadenken Een goed en doordacht management is essentieel voor een agrarische onderneming.
2017 bruto-opbrengst per 100 l
Om goed doordachte managementbeslissingen te nemen ( op lange termijn) of om op korte termijn in te grijpen in de bedrijfsvoering is een correct bijgehouden landbouwboekhouding meer dan een noodzakelijk hulpmiddel. Uit de boekhoudingen leren we dat er nog efficiëntiewinsten te boeken zijn.
2018
2019
2020
kritieke melkopbrengst
basis voor een gezonde onderneming. Het maken ervan zet de ondernemer aan tot nadenken. De agrarische ondernemer kan ad hoc of geregeld teruggrijpen naar het plan om ontstane of toekomstige sitiuatie te toetsen. In feite biedt het ondernemingsplan een antwoord op de vraag waar sta ik nu en waar sta ik achter 5 en 10 jaar.
Bedrijfseconomische boekhouding De bedrijfseconomische boekhouding is zijn geld waard. De bedrijfseconomische boekhouding van het Vlaams Agrarisch Centrum, VACwerk, is dè boekhouding voor de moderne en vooruitstrevende agrarische ondernemer. Voortdurend wordt het programma aangepast aan de noden en wensen van de deelnemende landbouwers. En, niet onbelangrijk, u krijgt gegarandeerd onafhankelijk advies, waarbij enkel u en uw bedrijf centraal staat. De agrarische ondernemer wordt geconfronteerd met ingewikkelde productieprocessen en complexe wetgeving. De combinatie van VACwerk en VACcent is de managementtool bij uitstek.
Een goed ondernemingsplan bevat een beschrijving van de volgende onderdelen: › ondernemer
Bedrijfsontwikkeling
› onderneming
Een melkveebedrijf is door gebouwen en grond zeer kapitaalsintensief. Melkveebedrijven zijn veelal familiebedrijven, nieuwe ondernemers in de melkveehouderij komen dan ook meestal via opvolging een melkveebedrijf binnen. De overnamekosten zijn meestal beneden de marktwaarde.
› bedrijfsopzet en bedrijfsvoering
› omgeving › investeringsplan middelen
/
benodigde
› financieringsplan › exploitatiebegroting › liquiditeitsprognose Ondernemer
Allereerst moet de melkveehouder in beeld hebben wat hij met zijn bedrijf wil. Vervolgens inventariseert en analyseert hij de sterke en zwakke punten van zichzelf en zijn onderneming. Daarna kan een ondernemingsplan worden opgesteld.
Het ondernemingsplan
De agrarische ondernemer omschrijft naast zijn persoonlijke gegevens ook persoonlijke motieven waarom de ondernemer het bedrijf wil starten/ voortzetten. De vraag of hij/zij over de nodige capaciteiten beschikt kan hier beantwoord worden door aan zelf-reflectie te doen of bij naasten om een opinie te vragen.
Opstellen van diverse plannen Een goed ondernemingsplan legt een
Iedereen wenst een zo ruim mogelijk inkomen verwerven. Deze vage
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 43
De kritieke melkopbrengst geeft de melkopbrengst weer waarbij de lopende uitgaven voor de bedrijfsvoering kunnen worden betaald.
omschrijving dient geconcretiseerd te worden volgens wensen en behoefte waardoor een duidelijk omschreven doel ontstaat.
opmaak van de bedrijfsopzet. Het gaat vooral om de materiele structuur van het bedrijf zoals inplanting gebouwen, aandeel loonwerk/mechanisatie of keuzes voor nieuwe technieken , andere inkomensbronnen. Vanuit de bedrijfsopzet en de bedrijfsvoering kunnen dan toekomstige investeringsplannen en dito financieringsplannen worden opgemaakt.
Onderneming In welke rechtsvorm zal het bedrijf opereren en welke rechtsvorm kan er in de toekomst mogelijk zijn? Omgeving
Investeringsplan middelen
Hoe evolueert de markt waarin de onderneming opereert? Dit geldt zowel voor de aankoop als de verkoop. Zijn er alternatieven? De Overheid is een belangrijk item binnen de omgeving. Wat zijn de spelregels inzake de omgevingsvergunning, de nutriënten, het milieu enz... Zijn er binnen afzienbare tijd problemen te verwachten rond erkenningen, pacht, asbest enz.
/
pende termijn. Vb 10 jaar. Hieraan wordt best een liquiditeitsprognose gekoppeld. Ondernemingsplan, aan de slag ermee! Ondernemen is niet enkel uitvoeren doch is geregeld de kengetallen van het bedrijf toetsen aan het opgestelde ondernemingsplan.
benodigde
Nadat de bedrijfsresultaten en kengetallen gekend zijn kan de analyse en de evaluatie gebeuren.
Het investeringsplan omschrijft de nodige en geplande investeringen en finacieringsbronnen.
Vergelijking van de cijfers met de ondernemingsplan laat zien op welke punten je goed scoort en welke de aandachtspunten zijn.
Financieringsplan In het financieringsplan geeft de ondernemer aan waar de benodigde gelden uit het investeringsplan vandaan komen. Het is een aanrader om op basis van de laatst gekende financiële gegevens (drie jaren) een financieel plan op te stellen over de terugbetalingstermijn van de langslo-
Bedrijfsopzet en bedrijfsvoering Technische en organisatorische aspecten worden belicht voor de
Het kan nodig zijn werk te maken van de aandachtspunten en/of het ondernemingsplan bij te stellen. Niet realiseerbare doelen zijn nefast voor een gezonde bedrijfsvoering.
QUICK-SCAN Om de melkveehouder op een snelle manier inzicht te geven in de cijfers hebben we een quick-scan melk ontwikkeld. In een oogopslag ziet de melkveehouder een aantal KPI’s (kritische prestatie indicatoren) welke in vergelijking staan met het gemiddeld bedrijf. Op babis van deze KPI’s kan de melkveehouder de nodige bijsturingen verrichten.
Gemidde l d
Liters per koe
Vervangingspercentage
Kalvingsindex
87 3 2
0, 3 3
0 ,7 8
uw be d r i j f
Q U I C K- SC A N M E L KV E E
Liters per koe
Vervangingspercentage
Kalvingsindex
813 8 Hoeveelheid krachtvoeder (gram per liter melk)
0, 39
1, 0 0
Ruwvoedermelk Ruwvoedermelk (liter)
Krachtvoederkost (€/100l)
4500
10
275
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 44
150
2000
400
Totale voederkost (€/100l)
Overige variabele kosten (€/100l)
Vaste kosten per 100l melk
Vaste kosten (€/100l) 10
5
0
30
0 17,06
0
10
20 10,21
3,45
Kredietlast (€/100l)
Kostendekkende melkprijs (€/100l)
10
30
20
0 1,40
LKL111111 20 20
20 8,69
3838
15
Bedrijf BKJR
0
7000
264,97
40
20 26,54
Vleesveehouderij Op basis van de cijfergegevens vanuit de bedrijfseconomische boekhoudingen van de boekjaren 2016 tot en met 2020 schetsen we een beeld van de rentabiliteit in de rundveehouderij gedurende de voorbije vijf jaren. Er dient opgemerkt dat de cijfers werden bekomen van zoogkoebedrijven, vleesbedrijven en gemengde rundveebedrijven.
Methodiek De gemiddelden zijn berekend per kengetal waardoor de bedragen afwijken van het rekenkundig resultaat. Gemiddelden zijn bruikbaar voor het aantonen van een tendens en kunnen niet als absoluut beschouwd worden.
2016
2017
2018
2019
2020
% TOV 2016
188883
171316
164788
158807
149309
-21
AANTAL BEDRIJVEN
8478
7415
7103
6784
6372
-25
AANTAL ZOOGKOEIEN PER BEDRIJF
22.28
23.10
23.20
23.41
23.43
5
AANTAL ZOOGKOEIEN INCL REFORM
Aantal zoogkoeien 200000 190000 180000 170000 160000 150000 140000 2016
Het arbeidsinkomen is het resultaat van de omzet vermindert met de variabele en vaste kosten. De omzet is samengesteld uit de aan- en verkoop van de runderen, de aanwas van de veestapel, de voorraadwijzigingen en de gekoppelde steun (zoogkoepremie).
2017
2018
aantal zoogkoeien incl reform
2019
2020
Lineair (aantal zoogkoeien incl reform)
Aantal bedrijven 9000 8500 8000 7500 7000
De structurele kosten hebben geen invloed op de opbrengst. Deze bestaan uit grondlasten, pacht, onderhoud machines en gebouwen, afschrijvingen, toegerekende rentes en algemene kosten zoals verzekeringen, begeleiding enz. De cijfers worden weergegeven per GVE (Groot-Vee-Eenheid).
Evolutie Zowel het aantal zoogkoeien als het aantal bedrijven met zoogkoeien nemen jaarlijks af. Het aantal zoogkoeien is met 21% gedaald tov 2016. Het aantal bedrijven met zoogkoeien is gedaald met 25%. Het aantal zoogkoeien per bedrijf is gestegen met 5%. De stijging neemt af wat er op duidt dat de specialisatie vertraagt.
6500 6000 2016
2017
2018
2019
aantal bedrijven
24,00
2020
Lineair (aantal bedrijven)
Zoogkoeien per bedrijf
23,50 23,00 22,50 22,00 21,50 21,00 2016
2017
aantal zoogkoeien per bedrijf
Het is interessant in het kader van de besprekingen over het GLB 2023 en de gekoppelde steun (zoogkoepremie) de evolutie van naderbij te bekijken. Het lijkt een tendens te worden dat vooral kleinere bedrijven met oudere bedrijfsleiders er de brui aangeven. De economische rendabiliteit en de arbeid doen zulke bedrijven uitkijken naar andere inkomstenbronnen zoals beheersovereenkomsten op graslanden activeren.
2018
2019
2020
Lineair (aantal zoogkoeien per bedrijf )
De daling van het aantal bedrijven zet zich het sterkst door in de categorie met minder dan 4 zoogkoeien. Het aantal zoogkoeien op de andere bedrijven is gestabiliseerd wat er nogmaals op wijst dat de specialisatie is vertraagd tot zelfs gestopt. Voor campagne 2020 bedroeg de zoogkoepremie €203,08 per dier.
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 45
De variabele kosten zijn kosten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de opbrengsten. Ze zijn samengesteld uit de kosten voor voederaankopen, eigen gewonnen voeders, veeartskosten, energiekosten, dekkingskosten en de diverse directe kosten.
INDELING BEDRIJVEN MET ZOOGKOEIEN (INCL. REFORME) PER GROOTTEKLASSE, VLAANDEREN, 2016 GROOTTEKLASSE
AANTAL BEDRIJVEN
PERCENTAGE BEDRIJVEN
AANTAL ZOOGKOEIEN
PERCENTAGE ZOOGKOEIEN
1-4 ZOOGKOEIEN
2874
31.90
5732
3.00
5-9 ZOOGKOEIEN
1382
15.30
9389
5.00
10-19 ZOOGKOEIEN
1585
17.60
22342
11.80
20-39 ZOOGKOEIEN
1803
20.00
50341
26.70
40 OF MEER ZOOGKOEIEN
1366
15.20
101079
53.50
GEHEEL VAN BEDRIJVEN
9010
100.00
188883
100.00
INDELING BEDRIJVEN MET ZOOGKOEIEN (INCL. REFORME) PER GROOTTEKLASSE, VLAANDEREN, 2020 GROOTTEKLASSE
AANTAL BEDRIJVEN
PERCENTAGE BEDRIJVEN
AANTAL ZOOGKOEIEN
PERCENTAGE ZOOGKOEIEN
1-4 ZOOGKOEIEN
1536
24.10
3397
2.30
5-9 ZOOGKOEIEN
1046
16.40
7142
4.80
10-19 ZOOGKOEIEN
1317
20.70
18585
12.40
20-39 ZOOGKOEIEN
1368
21.50
38056
25.50
40 OF MEER ZOOGKOEIEN
1105
17.30
82129
55.00
GEHEEL VAN BEDRIJVEN
6372
100.00
149309
100.00
aantal zoogkoebedrijven 2016 40 of meer zoogkoeien
aantal zoogkoebedrijven 2020
1.366
40 of meer zoogkoeien
20 - 39 zoogkoeien
1.803
10 - 19 zoogkoeien
1.585
5 - 9 zoogkoeien
1.105
20 - 39 zoogkoeien
1.368
10 - 19 zoogkoeien
1.382
1.317
5 - 9 zoogkoeien
1 - 4 zoogkoeien
2.874
1.046
1 - 4 zoogkoeien
1.536
EVOLUTIE 2016-2020
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 46
GROOTTEKLASSE
AANTAL BEDRIJVEN
AANTAL ZOOGKOEIEN
1-4 ZOOGKOEIEN
-47%
-41%
5-9 ZOOGKOEIEN
-24%
-24%
10-19 ZOOGKOEIEN
-17%
-17%
20-39 ZOOGKOEIEN
-24%
-24%
40 OF MEER ZOOGKOEIEN
-19%
-19%
GEHEEL VAN BEDRIJVEN
-29%
-21%
Evolutie 2016-2020 geheel van de bedrijven met zoogkoeien 40 of meer zoogkoeien 20 - 39 zoogkoeien 10 - 19 zoogkoeien 5 - 9 zoogkoeien 1 - 4 zoogkoeien -50%
-45%
-40%
-35%
-30%
-25%
-20%
-15%
aantal zoogkoeien
-10%
-5%
0%
aantal bedrijven
Bedrijfseconomische analyse PER GVE
2016
2017
2018
2019
2020
GEMIDDELD
bruto-omzet
1058
1047
1119
1185
1256
1133
variabele kosten
657
718
821
856
902
791
bruto-marge
326
103
298
329
354
282
structurele kosten
572
526
652
671
691
622
arbeidsinkomen
-246
-423
-354
-342
-337
-340
ruwvoederkost
242
245
251
284
273
259
krachtvoederkost
244
270
295
360
312
296
totale voederkost
529
580
595
700
585
598
veeartskost
76
86
83
71
83
80
dekkingskost
9
12
11
15
13
12
overige veekost
43
40
51
63
54
50
totale veekost kg krachtvoeder
51
51
58
23
21
41
179
189
277
171
171
198
660
822
941
1013
937
875
30.98
30.00
30.75
30.76
29.97
30.00
GVE per ha ruwvoeder
2.70
2.84
2.82
2.94
3.15
2.89
kalvingsindex
0.99
0.97
0.82
0.75
0.76
0.86
€/100 kg KV
Registreren, meten en haalbare doelstellingen formuleren. De rundveehouderij heeft het moeilijk. rundveesector. Van gespecialiseerde De rentabiliteit blijft onder druk staan. topbedrijven die het economisch beter In de boekhoudingen treffen we een doen, over gemengde bedrijven die grote diversiteit aan van bedrijfsvoehet grasland wensen te valoriseren tot ringen welk een doorslag is van de kleinschalige extensieve bedrijven.
Opbrengsten
Arbeidsinkomen
De gerealiseerde omzet was in 2020 11% hoger dan het meerjarige gemiddelde en 6% hoger dan het vorige jaar.
De licht verbetering van de verkoopsprijzen hebben niet geresulteerd in
Variabele kosten
1400
In 2020 zijn de variabele kosten 14% hoger dan het vijfjarig gemiddelde en 5% hoger dan het vorige jaar. Vooral de gestegen kosten voor de veearts (administratieve lasten) zijn debet aan deze stijging. De voederkosten vormen het grootste deel van de variabele kosten en zijn dus vatbaar om bij afwijkingen de rendabiliteit danig te beïnvloeden.
Structurele kosten
Variabele kosten 3%
een verbetering van het arbeidsinkomen wegens de stijgende kosten.
Bruto-omzet
1300 1200 1100 1000 900 800 700 600 2016
750
De structurele kosten zijn in 2020 14% hoger dan het vijfjarig gemiddelde en 3% hoger dan het vorige jaar. Deze stijging is voornamelijk toe te schrijven aan de daling van het aantal vleesveerunderen – zoogkoeien.
Ieder bedrijfstype heeft zijn wetmatigheden en specifieke eigenschappen. Wanneer de rundveehouder de wetmatigheden en eigenschappen van zijn bedrijf en zich zelf kent, kunnen er doelstellingen worden geformuleerd.
2017
2018
2019
2020
Structurele kosten
700 650 600 550 500 450 400 2016
2017
2018
2019
2020
2017
2018
2019
2020
7% 2%
36% 11%
0 -100 -200 -300
41%
ruwvoederkosten veeartskosten overige veekosten
-400 krachtvoederkosten dekkingskosten energie
-500
Arbeidsinkomen 2016
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 47
energie
Voermanagement
800
De voederkosten zijn de zwaarste kost op een zoogkoe/vleesveebedrijf.
600
Voederkosten
700 500
Door de hogere aankoop van voeders tijdens de voorgaande jaren zijn de voederkosten vergeleken met de voorgaande jaren gedaald.
Veekosten De totale overige veekosten zijn in 2020 gestabiliseerd.
400 300 200 100 0 2016
2017
ruwvoederkosten
2018 krachtvoederkosten
2019
2020
totale voederkosten
Kg krachtvoeder 1200 1000 800 600 400 200 0 2016
2017
2018
2019
2020
Veekosten 300 250 200 150 100 50 0 2016
Technische kengetallen Binnen de zoogkoehouderij zijn enerzijds de technisch economische kengetallen op het vlak van de vruchtbaarheid en anderzijds het voederverbruik belangrijk voor het uiteindelijk economisch resultaat. Ruwvoeder en vooral kwalitatief ruwvoeder is het goedkoopste voeder dat de rundveehouder ter beschikking heeft.
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 48
Uit de tendenslijn kunnen we opmaken dat de oppervlakte ruwvoeder intensiever wordt gebruik. Het intensiever gebruik kan verklaard worden door de voortdurend kwaliteitsbetering waardoor een groter deel van het beschikbare areaal kan omgezet worden naar akkerbouwteelten of een groter aantal dieren kan gehouden worden. Het groter belang aan kwaliteitsvol ruwvoeder vertaalt zich in een lager krachtvoedergebruik. Ondanks de inspanningen op het vlak van vertiliteit blijft de kalvingsindex dalend. Hoogstwaarschijnlijk zal er in de toekomst meer aandacht moeten geschonken worden aan de beschikbare mineralen en de mineralenbalans.
veeartskosten
2017 dekkingskosten
2018 overige veekosten
2019
2020
totale overige veekosten
GVE per ha ruwvoeder 5,00 4,00 3,00 2,00 1,00 0,00 2016
1200 1100 1000 900 800 700 600 500 400 300
2017
2018
2019
2020
2017
2018
2019
2020
2017
2018
2019
2020
kg krachtvoeder
2016 Kalvingsindex 1,00 0,90 0,80 0,70 0,60 0,50 0,40 0,30 0,20 0,10 0,00 2016
QUICK-SCAN Om de vleesveehouder op een snelle manier inzicht te geven in de cijfers hebben we een quick-scan vlees ontwikkeld. In een oogopslag ziet de vleesveehouder een aantal KPI’s (kritische prestatie indicatoren) welke in vergelijking staan met het gemiddeld bedrijf. Op babis van deze KPI’s kan de vleesveehouder de nodige bijsturingen verrichten.
Gemidde l d
Aantal GVE
GVE per ha groenvoeder
Kalvingsindex
8 0, 47
3 , 15
0,76
uw bedrijf
Q U I C K - S CA N V LE E S VE E
Aantal GVE
GVE per ha groenvoeder
Kalvingsindex
125,5
1,9
0 ,9 8
Hoeveelheid krachtvoeder (kg per GVE)
Krachtvoederkost (€/GVE)
Totale voederkost (€/GVE)
370
670
1200
600
1800
175
1165
Veeartskosten (€/GVE)
200 31
1000 712
Kredietlasten (€/GVE)
500
0
250
750 319
0
0 -52,69
LFL111111 20 20
BEDRIJFSECONOMISCHE BOEKHOUDING De bedrijfseconomische boekhouding is zijn geld waard. De bedrijfseconomische boekhouding van het Vlaams Agrarisch Centrum, VACwerk, is dè boekhouding voor de moderne en vooruitstrevende agrarische ondernemer. Voortdurend wordt het programma aangepast aan de noden en wensen van de deelnemende landbouwers. En, niet onbelangrijk, u krijgt gegarandeerd onafhankelijk advies, waarbij enkel u en uw bedrijf centraal staat. De agrarische ondernemer wordt geconfronteerd met ingewikkelde productieprocessen en complexe wetgeving. De combinatie van VACwerk en VACcent is dé managementtool bij uitstek.
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 49
Be d r ijf BK J
340
Vaste kosten (€/GVE)
100
0
550 384
Geitenhouderij Op basis van de cijfergegevens vanuit de bedrijfseconomische boekhoudingen van de boekjaren 2016 tot en met 2020 schetsen we een beeld van de rentabiliteit in de melkgeitenhouderij gedurende de voorbije vijf jaren. Er dient opgemerkt dat de cijfers werden bekomen van de gangbare en biologische melkgeitenhouderij al dan niet met een korte keten activiteit.
Methodiek De gemiddelden zijn berekend per kengetal waardoor de bedragen afwijken van het rekenkundig resultaat. Gemiddelden zijn bruikbaar voor het aantonen van een tendens en kunnen niet als absoluut beschouwd worden. Het arbeidsinkomen is het resultaat van de omzet vermindert met de variabele en vaste kosten. De omzet is samengesteld uit de verkoop van de melk, aanwas van de veestapel en verkoop en aankoop van dieren.
algemene kosten zoals verzekeringen, taksen, begeleiding enz. De cijfers zijn uitgedrukt per melkgeitenplaats en per 100 liter geproduceerde melk. We opteren om de berekeningen te maken per geitenmelkplaats omdat we dan de totale kosten kunnen in rekening brengen en omrekenen per plaats.
Evolutie De melkgeitenhouderij kent een gestage uitbreiding. Volgens de gege-
vens uit de opeenvolgende mestrapporten leren we dat er in 2020 48169 geiten ouder dan 1 jaar geregistreerd in de mestbankaangifte. Dit is een stijging met 54% tov 2016. Het aantal geleverde liters geitenmelk is gestegen met 75%. Dit betekent dat de productiviteit per geit stijgt. De geitenmelkprijs komt tot stand op basis van vraag en aanbod. Na 2010 zijn de melkprijzen gaan stijgen met een uitzonderlijk hoge prijs sinds 2014. De melkprijs situeert zich op €68/100 liter.
Aantal Geiten > 1 jaar
60000 50000 40000 30000 20000 10000 0
De variabele kosten zijn kosten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de opbrengsten. Ze zijn samengesteld uit de kosten voor voederaankopen, eigen gewonnen voeders, veeartskosten, dekkingskosten, energiekosten en de diverse directe kosten. De structurele kosten hebben geen invloed op de opbrengst. Deze bestaan uit grondlasten, pacht, onderhoud machines en gebouwen, afschrijvingen, toegerekende rentes en
70 68 66 64 62 60 58 56 54 52
2017
2018
2019
2020
Melkprijs
2016
2017
2018
2019
2020
2016
2017
2018
2019
2020
GROEI TOV VORIG JAAR (%)
GROEI TOV VIJF JAAR (%)
31216
37383
39941
44217
48169
9
54
25068964
32865472
39318868
42827866
43870443
2
75
Aantal geiten ouder dan 1 jaar
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 50
Liters melk in België
2016
Analyse per plaats Variabele kosten De variabele kosten (voederkosten, sanitaire kosten, veeartskosten en energiekosten) zijn sterk gestegen tgv de vraag naar ruwvoeders en de hogere krachtvoederprijzen. De voederkosten vormen het grootste aandeel in de variabele kosten.
700
Opbrengst en kosten per plaats
600 500 400 300 200 100 0 2016 2017 bruto-opbrengst per plaats bruto-marge per plaats arbeidsinkomen per plaats
2018 jaar
2019 2020 variabele kosten per plaats structurele kosten per plaats
Bij eigen ruwvoederteelt, uitgaande van een rantsoen met 60% maiskuil en 40% graskuil, stalvoedering en een jaaropbrengst van 16000 kVEM/ha mais en 9500 kVEM/ha gras, is per 100 geiten nodig: 31550 : 13400 = 2.4 ha gras- en maisland. De opfokkosten van een lam bedraagt ca €180. Per drachtige geit worden jaarlijks gemiddeld 1.8 levende lammeren geboren. Gemiddeld wordt per worp 0.35 lammeren opgefokt tot melkgeit. De overige lammeren worden verkocht voor de afmesting. Voederkosten per plaats 17% 60%
23%
250
Voederkosten per plaats
200 150 100 50 0 2016
450 400 350 300 250 200 150 100 50 0
KV kost per plaats
Productie
2017
900 800 700 600 500 400 300 200 100 0
Analyse per 100 l
80
2019
2020
structurele kosten per plaats
Melkproductie per plaats
2016
De stijging van de melkproductie per plaats zet zich na een knik in 2017 verder door. De stijging bedraagt 7% tov van vorig jaar en is 11 % meer dan het vijfjaarlijks gemiddelde.
2018
variabele kosten per plaats jaar
overige kosten per plaats
De structurele kosten zijn gestegen gevolge van hogere investeringen en uitbreiding rente op levend kapitaal (stijging veestapel).
2018 2019 2020 ruwvoederkost per plaats jaar
Kostenstructuur per plaats
2016
ruwvoederkost per plaats
Structurele kosten
2017 KV kost per plaats
2017
2018
2019
2020
Opbrengst en kosten per 100 l
70 60 50 40 30 20
Variabele kosten
10 0
Voederkosten per 100 l
2016 2017 bruto-opbrengst per 100 l bruto-marge per 100 l arbeidsinkomen per 100 l 25
jaar
2019 2020 variabele kosten per 100 l structurele kosten per 100 l
2018 jaar
2019 2020 ruwvoederkost per 100 l
Voederkosten per 100 l
20 15 10 5 0
17%
2016
2017 KV kost per 100 l
59%
24%
2018
KV kost per 100 l ruwvoederkost per 100 l overige kosten per 100 l
Structurele kosten De hogere afschrijvingen en kosten aan levende have dragen bij tot een hogere structurele kost die niet volledig werd gecompenseerd door een hogere productie.
50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0
Kostenstructuur per 100 l
2016
2017
variabele kosten per 100 l
2018 jaar
2019
2020
structurele kosten per 100 l
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 51
De vairabele kosten (voederkosten, sanitaire kosten, energiekosten en veeartskosten) zijn ondanks de hogere productie flink gestegen. De voederkosten vormen het grootste aandeel in de variabele kosten. De voederkost kennen een stijging van 11% per 100 l voornamelijk toe te schrijven aan een hogere krachtvoedergift en ruwvoederprijzen.
Groei door ontwikkeling De kengetallen weergegeven in het bedrijfseconomisch resultaat geven een beeld van het management. Kengetallen geven een zicht op wat voorbij is. Ze stellen de bedrijfsleider in staat om de kengetallen en management bij te sturen. De bedrijfsleider dient zich echter te behoeden voor tunnelvisie op zijn eigen bedrijfsresultaat en moet durven de cijfers vergelijken met de sectorgemiddelden. Zoals hierboven beschreven heeft de bedrijfsleider direct een impact op de variabele kosten en de opbrengsten ongeacht de marktprijzen en de kostprijzen. Deze impact dient zich prioritair te richten op de melkproductie. We gebruiken hiervoor Nederlandse cijfergegevens.
We gaan uit van een standaardbedrijf gebaseerd op 1000 geiten met een gemiddelde productie van 1100 kg melk/ geit/jaar. omschrijving
hoeveelheid
prijs
bedrag
1100 kg
0.68
753.00
verkoop foklammeren
8%
275
22.00
verkoop geiten
26%
20
5.20
opbrengst verkoop melk
totaal
780.20
variabele kosten voeder
301.00
stro
41.10
veekosten
28.00
energie
15.00
overige directe kosten
10.00
totaal
395.10
saldo per geit
385.10
Wanneer we deze cijfers omrekenen naar verschillende productieniveaus krijgen we volgend resultaat. productie
900
1100
1300
opbrengst
73.47
73.47
73.47
29.33
27.36
26.00
stro
3.74
3.74
3.74
veekosten
2.80
2.55
2.37
energie
1.67
1.36
1.15
overige directe kosten
1.11
0.91
0.77
totaal
38.65
35.92
34.03
saldo per 100kg melk
34.82
37.55
39.44
variabele kosten voeder
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 52
Bij een melkproductiestijging van 44%, van 900 liter naar 1300 liter, stijgt het saldo met 13%. Het saldostijging is lager dan vorig jaar.
Mestbalans realtime Voor (agrarische) ondernemers is tijd een kostbaar goed. Om onze klanten doorheen de verplichtingen van het mestdecreet te loodsen heeft VAC de “mestbalans in realtime” ontwikkeld. Op één pagina kan de klant een overzicht raadplegen van zijn bedrijf tov het mestdecreet en dit over de vier belangrijkste facetten van het decreet. 1. De mestbalans: is een overzicht van de beschikbare bemestingsruimte op een bepaald moment (realtime) 2. NER: geeft de benutting/overschrijding weer van het aantal NER 3. Vanggewassen: checkt het doelareaal met het geregistreerd areaal 4. Staalname stikstofanalyse: geeft weer hoeveel bodmestalen de klant dient te laten nemen. De mestbalans in realtime wordt geregeld geüpdated en steeds voor het einde van een bemestingsperiode zodat de klant de nodige bijsturingen kan uitvoeren. Raadpleegbaar op VACcent.
Mestbalans Realtime Naam: Datum van berekening:
Agro onderneming 26/04/2021
Mestbalans Fosfaat totaal -971,40
Dierlijke stikstof -1811,37
Werkzame Stikstof -4232,15
Fosfaat bemerkingen: Het eindtotaal van uw fosfaatverbruik bedraagt -971,4 kg. U heeft nog bemestingsruimte.
Stikstof bemerkingen: U heeft nog bemestingsruimte inzake dierlijke stikstof. U heeft nog bemestingsruimte inzake werkzame stikstof.
NER's:
-1785,77 (Beschikbaar - Productie)
U heeft voldoende NER ter beschikking.
Vanggewassen Doelareaal vanggewassen:
9,65 ha
Gerealiseerd vanggewas, zonder indiening inzaaiperiodes:
2,96 ha
Potentieel vanggewas, MITS indiening inzaaiperiodes:
7,44 ha
Totaal gerealiseerd areaal vanggewassen:
10,4 ha
U heeft het voorlopig doelareaal bereikt.
Aantal stalen verplichte stikstofanalyse U dient
0
bodemstalen te laten nemen voor stikstofanalyse.
Disclaimer: Deze mestbalans in realtime is gebaseerd op de beschikbare gegevens op datum van berekening, is van zuiver informatieve aard en niet bindend voor het VAC.
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 53
VACcent in 10 vragen of hoe communiceert het VAC met jouw? VAC ontzorgt, jouw bedrijf ontwikkelt. En dat alles met de up to date managementtool voor jouw bedrijf. VACcent is ons digitaal platform ontwikkeld door het Vlaams Agrarisch Centrum. Hierbij komt zowel landbouwboekhouding als raadpleging bedrijfsdocumenten, informatie én borging samen. Kortom jouw persoonlijk klantendossier op ons digitaal platform, raadpleegbaar via PC, tablet of smartphone.
Log regelmatig in op jouw vaccent via www.vac.eu
Wat is VACcent? VACcent is ons digitaal platform waarbij én landbouwboekhouding én raadpleging bedrijfsdocumenten én informatie én borging samenkomt.
Is VACcent interessant voor mij? Vast en zeker! De VACcent-klant kan bijvoorbeeld tijdens het plaatsbezoek van de schattingscommissie op de smartphone de fotoplannen en de verzamelaanvraag raadplegen. Als VACcent-klant vind je in één opslag ons boekhoudprogramma VACwerk, jouw laatste berichten, de laatste nieuwsfeiten en jouw documenten terug.
Hoe weet ik of er een document is geplaatst? VACcent-klanten ontvangen een mail met de boodschap dat er een document is geplaatst met vermelding van het onderwerp.
Hoe werkt VACcent? Via onze website kan de VACcent-klant inloggen op zijn persoonlijke bedrijfspagina. Elke klant ontvangt een unieke login.
Wat indien ik mijn login niet meer weet? Een eenvoudig mailtje naar ons volstaat om jouw login te verkrijgen.
Hoe moet ik “borging” begrijpen?
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 54
Hierbij geven wij graag een voorbeeld: Momenteel worden VACcent-klanten die een verplicht nitraatresidustaal moeten nemen door VACcent geborgen. De percelen van de VACcent-klant zijn raadpleegbaar op VACcent. De klant wordt geïnformeerd over wat er te doen staat. Op 10 oktober worden de klanten gecontacteerd om te informeren naar de stand van zaken. Zo vermijd je een boete van € 150 per niet genomen staal.
Wat kost VACcent? VACcent is gratis voor klanten die genieten van een VAC-dienstverlening vanaf € 435 op jaarbasis en die lid zijn van het VAC.
Zijn er nog andere voordelen? VACcent klanten genieten van een weerkerende doorlichting naar de bestekoop energieleverancier.
Ik heb twee bedrijven. Heb ik dan twee logins? Keep it simple. Je krijgt één login voor één of meerdere bedrijven.
Kan ik zelf documenten opslaan op VACcent? Neen, enkel de beheerder archiveert de documenten.
VACwerk Dé bedrijfseconomische boekhouding Het VACwerk programma maakt integraal deel uit van ons digitaal platform VACcent
Het VACwerk ingaveprogramma
De klant kan op ieder tabblad in eigen bewoordingen commentaar toe voegen. Deze commentaar kan een geheugensteuntje zijn, of een aandachtspunt voor de adviseur of andere…. De klant kan vanuit ieder tabblad per mail een bericht sturen naar de dienst om een probleem of bemerking te melden. De dienst ziet vanuit welk tabblad de mail werd verstuurd zodat er snel en zelfs in realtime het probleem kan behandeld worden. Wanneer de klant oordeelt dat alle gegevens genoteerd zijn, sluit hij het boekjaar af waarna de dienst hiervan automatisch wordt geïnformeerd.
Hiermee slagen we erin, om binnen een respectabele termijn een resultatenrekening te bezorgen aan de klant.
Het algemene deel In het algemene deel wordt het teeltplan, de algemene kosten zoals onderhoud machines, onderhoud gebouwen, onderhoud trekker, pachten, huur, verzekeringen, begeleidingskosten, lidgelden, lonen van vaste werknemers, het aantal (familiale) volwaardige arbeidskrachten en de andere inkomsten en uitgaven genoteerd. Volgens weging van een bedrijfstak of volgens inzicht van de begeleider, worden deze kosten toebedeeld aan een bedrijfstak. Van de kredieten worden de jaarlijkse lasten, kapitaal en intrest genoteerd. De bestemming van deze kost is afhankelijk van de bestemming van het krediet.
Voor de energie heeft de klant keuze uit alle soorten vormen van energie. Hij kan deze bestemmen volgens bedrijfstak. De brandstofkosten voor ruwvoeders worden integraal opgenomen in de teeltkost en niet apart doorgerekend aan het rundvee.
De inventaris De inventaris is een overzicht van alle bezittingen en schulden van het bedrijf. De gebouwen, werktuigen, rechten enz. kunnen in eigen bewoordingen worden genoteerd. De klant beschikt over een keuzelijst van omschrijvingen met afschrijvingsduur en kan de investering toewijzen aan een bedrijfstak. Omdat de investeringen over een lange periode worden afgeschreven en dus bepalend zijn voor het resultaat, kan de klant zelf geen wijzigingen aanbrengen aan de bestaande investeringslijst. De investeringslijst wordt jaarlijks geüpdatet in samenspraak met de klant.
De teelten Alle teelten hebben dezelfde opbouw van ingave. Eigen benaming, teeltnaam, oppervlakte, categorie en bedrijfstak. De klant kan de gegevens per perceel of percelengroep registreren. Binnen de teelt worden de volgende gegevens genoteerd: › Kosten aan zaden en plantgoed, loonwerk en diverse teeltkosten › Fytoproducten (hoeveelheid en prijs) met een keuzelijst van de erkende middelen. Automatisch verschijnt soort, actieve stof en erkennningsnummer waardoor de klant tevens een registratie heeft voor het FAVV. De lijst van erkende middelen wordt geregeld geüpdatet. › Meststoffen, hoeveelheid en prijs (met een keuzelijst ) › De kosten aan arbeid worden gespecificeerd volgens handelingen aan de teelt (schoffelen-snoeien), oogst
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 55
Dankzij de verticale structuur is het VACwerk-ingaveprogramma toegankelijk vanop PC, laptop en smartphone. Het ingaveprogramma bevat vier componenten: het algemene deel, de inventaris, de teelten en de bedrijfstakken.
(plukken) en product (sorteren). › Het product kan worden verkocht (handel, veiling, korte keten) of verbruikt. Indien het product wordt verbruikt worden de aantallen toegewezen aan de bedrijfstak die het product verbruikt.
De bedrijfstakken De bedrijfstakken bestaan uit alle diersoorten, de korte keten en para-agrarische activiteiten. De klant kan de activiteiten activeren. Voor de diersoorten is de opbouw van de ingave identiek. De ingave start met de begin-en eindinventaris waarbij de
klant kan kiezen voor een eigen waardering of een centraal geregistreerde waardering. De verkoop bestaat uit de verkoop van dieren, dierproducten en specifieke inkomsten. De klant kan aanduiden of de verkoop geschiedt in het kader van de korte keten. De productiegegevens (geboorten en sterftes) worden geregistreerd. Via een controleknop kan de klant de veebeweging controleren. De kosten bestaan uit voeders (per soort en diersoort), veeartskosten, KI en specifieke kosten. Met de bedrijfstak “korte keten” kan de klant de kostprijs berekenen van het
product dat hij verkoopt in de korte keten. Bijvoorbeeld: Een klant verkoopt rundvlees op de hoeve. Het rund wordt boekhoudkundig verkocht tegen marktwaarde aan de korte keten. In de korte keten wordt deze waarde automatisch overgenomen als aankoop. Deze aankoopprijs wordt aangevuld met slacht- en versnijdingkosten, verpakkingsmateriaal, additieven enz... De investeringen (vb. koeltoog) worden afgeschreven in de korte keten. De klant krijgt een berekening van de omzetkosten en winst per eenheid (vb. kg) van het vlees. Para-agrarische activiteiten kunnen toevallige inkomsten zijn, of opbrengst – kosten van vb. zonnepanelen.
Het nut van een bedrijfseconomische boekhouding Ondanks de administratieve “over”-last op de bedrijven is het voeren van een bedrijfseconomische boekhouding noodzakelijk als managementtool om het bedrijf te runnen. Het totaal aan cijfergegevens geeft de klant het nodige inzicht om de bedrijfsvoering tijdig bij te sturen. De vork tussen de lage inkomensvormende
bedrijven en de hoge inkomensvormende bedrijven toont aan dat er nog rek zit in de bedrijfsvoering. Een degelijk advies op basis van correcte gegevens draagt bij tot inkomen verhogende ingrepen die ver de kostprijs van het boekhoudingadvies overstijgen. De bedrijfseconomische boekhouding dient als basis voor het opstellen
van een financieel plan, een ondernemingsplan en waardebepaling bij verkoop of overdracht van het bedrijf(stak). Tevens kan er op basis van de bedrijfseconomische boekhouding het fiscale statuut van het bedrijf geoptimaliseerd worden.
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 56
Bedrijfseconomisch resultaat Hoe is de rekening opgebouwd? ARBEIDSINKOMEN
BESCHIKBAAR INKOMEN per eenheid, ha, are, 100 kg, 100 l, dierenplaats
OMZET (+) + verkopen marktbare producten
+ andere inkomsten
+ verkopen marktbare producten
+ verkopen dieren
+vergoedingen
+ verkopen dieren
- aankopen dieren
+ subsidie
- aankopen dieren
+ gekoppelde steun
+ gekoppelde steun
- voorraadwijziging VARIABELE KOSTEN (-) voeders
voeders
zaden/planten
zaden/planten
meststoffen
meststoffen
fyto
fyto
andere teeltkosten
andere teeltkosten
veekosten
veekosten
veearts
veearts
loonwerk
loonwerk
energie
energie
seizoenarbeid
seizoenarbeid
bewaarkosten
bewaarkosten
verkoopkosten
verkoopkosten BRUTO-MARGE (=)
afschrijvingen
kapitaalaflossingen
rente
intresten
pacht
pacht
fictieve pacht grondlasten
grondlasten
onderhoud gebouwen
onderhoud gebouwen
onderhoud machines
onderhoud machines
algemene kosten
algemene onkosten
reguliere lonen
reguliere lonen
ARBEIDSINKOMEN (=)
BESCHIKBAAR INKOMEN (=)
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 57
STRUCTURELE KOSTEN
Het resultaat toegelicht De resulatenrekening van de landbouwbedrijfseconomische boekhouding is opgebouwd in drie delen, met name de financiële toestand van het bedrijf en per bedrijfstak, de economisch technische prestaties per teelt en bedrijfstak en de balans. De financiële rekening (totaal)
berekenen we de werkelijke financiële opbrengsten en kosten. De verschillen tussen beide kolommen zijn als volgt te verklaren:
De landbouwbedrijfseconomische boekhouding is naamloos. Er wordt enkel verwezen naar een intern dossiernummer welk is samengesteld uit drie letters (bedrijfstak en landbouwstreek) en 6 cijfers. (1)
Bij de opbrengsten wordt enkel rekening gehouden met de werkelijk verkoop. De aanwas en de inventarisverschillen worden hier niet mee opgenomen. Bij de variabele kosten wordt geen rekening gehouden met de voorraadverschillen.
De financiële rekening totaal geeft een overzicht van de omzet per bedrijfstak, de totale bruto-opbrengst, de variabele kosten en de structurele kosten.
De structurele kosten omvatten in deze kolom de betaalde algemene kosten, de kapitaalsaflossingen, de betaalde intresten op de schulden en de betaalde pacht.
De bruto-opbrengst is het resultaat van de verkoop (omzet) de aankoop dieren en de aanwas. Na aftrek van de variabele kosten en structurele kosten bekomen we het arbeidsinkomen (2). De structurele kosten omvatten de afschrijvingen, de berekende rentes de algemene kosten en de fictieve pacht. De rente wordt berekend op de boekwaarde van de gebouwen, werktuigen, rechten, vee, voorraden en het omlopend kapitaal. De rente bedraagt 3%.
Gemakshalve kun je besluiten dat wanneer het beschikbaar inkomen hoger is dan het arbeidsinkomen het bedrijf financieel gezond is. Echter dient de adviseur toe te kijken dat het bedrijf niet wordt geconsumeerd.
Bedrijfskenmerken Op het blad bedrijfskenmerken lezen we:
De fictieve pacht is de berekende pacht op de eigendommen. De fictieve pacht is vastgelegd op €380 per ha.
› Aantal VAK: is het aantal volwaardige arbeidskrachten op het bedrijf › Oppervlakte eigendom uitgedrukt per are
Deze toepassing stelt ons in staat het bedrijfsresultaat te vergelijken met andere bedrijven zonder rekening te moeten houden met het vermogen in eigendom.
› Oppervlakte pacht uitgedrukt per are › Totaal oppervlakte teeltplan: Het totaal oppervlakte teeltplan stelt de adviseur in staat om correcties aan te brengen aan de oppervlakte in pacht
In de kolom “beschikbaar inkomen” (3)
1
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 58
2
3
of eigendom. › Teeltplan in detail: Het teeltplan geeft een overzicht van de teelten en het aandeel per teelt in het teeltplan. Hiermee kan de adviseur aan de slag om het percentage pachtbelang manuaal aan te passen aan het teeltplan. › Verdeelsleutels: · Het berekeningsprogramma VACWERK voorziet om de bedrijfsbelangen en pachtbelangen automatisch te verdelen over de verschillende bedrijfstakken. De adviseur, die de bedrijfssituatie het best kan inschatten kan de verdeling manuaal aanpassen. · Investeringen die worden toegewezen aan een bedrijfstak worden enkel aan de ze bedrijfstak toegewezen. Investeringen toegewezen aan “algemeen” bijvoorbeeld een trekker en algemene kosten worden volgens “gewicht’ van de bedrijfstak automatisch volgens de verdeelsleutel toegewezen of deze wordt door de adviseur manuaal aangepast. › Betalingsrechten: het aantal aanwezige betalingsrechten. › Zoogkoeienquotum: het aantal aanwezige quotum. › NER: het aantal aanwezige NER.
Financiële ratio › Cashflow: Dit is de vrije ruimte om investeringen te doen ofwel om een bijkomende financiering aan te gaan. We berekenen volgens het principe van de vrije cashflow. Formule: arbeidsinkomen + afschrijvingen + rente + fictieve pacht – intresten › Besteedbaar inkomen: Is het deel van het inkomen dat kan besteed worden aan investeringen. Formule: cashflow - aanwending financiële middelen + nieuwe leningen › Aanwending financiële middelen: Is het bedrag dat werd besteed aan nieuwe investeringen en de financiering van de voorraadverschillen. Formule: aankoopbedrag nieuwe investeringen + voorraadverschillen › Moderniteitsgraad: Geeft een notie van de frequentie van investeringen. Formule: is verhouding tussen
huidige boekwaarde en de initiële waarde › Rendabiliteit: De rendabiliteit wordt berekend door de totale opbrengsten te delen door de totale kosten. De rendabiliteit geeft weer hoeveel opbrengsten men kan verkrijgen per 1 euro kosten.
besteed aan rentelasten. Formule: (netto bedrijfsresultaat + financiële opbrengsten)/financiële kosten) › Aflossingspercentage: Dit getal geeft weer hoe snel de kredieten worden afgelost. Best een getal boven de 8.
› EBITDA/omzet: Deze ratio geeft een indicatie van de rentabiliteit van een onderneming. Aan de hand van deze ratio wordt de verhouding tussen haar bedrijfsresultaat en haar omzet uitgedrukt. Hoe hoger deze ratio is, hoe rendabeler de onderneming is.
› Rendabiliteit van het totale vermogen: Geeft de vergoeding weer van de van het geïnvesteerd vermogen. Formule: arbeidsinkomen gedeeld door kapitaal in eigendom › Rendabiliteit van het eigen vermogen: Geeft de vergoeding weer van de van het geïnvesteerd eigen vermogen. Formule: arbeidsinkomen gedeeld door het eigen kapitaal › Rendabiliteit van het vreemde vermogen: Geeft de vergoeding weer van de van het geïnvesteerd vreemd vermogen. Formule: arbeidsinkomen gedeeld door het bankkapitaal › Solvabiliteitsgraad: Dit cijfer geeft de verhouding weer van het eigen vermogen op het totale vermogen. Formule: (eigen middelen/balanstotaal) x 100% › Operationele hefboom: geeft het operationeel risico weer › Schuldratio: Dit cijfer geeft de verhouding weer van het vreemd vermogen op het totale vermogen. › Omloopsnelheid: Een onderneming wil zo veel mogelijk opbrengsten realiseren met zo weinig mogelijk middelen. Het cijfer geeft weer wat de verhouding is tussen de totale opbrengsten en het totale vermogen. Formule: omloopsnelheid van de ingezette middelen=bedrijfsopbrengsten/(gemiddeld)balanstotaal
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 59
› Rentedekking: Dit getal geeft weer hoe zwaar de rentelasten drukken op het resultaat. Dit getal moet steeds boven de 1 zijn. Gelijk of lager dan 1 betekent dat alle middelen worden
Landbouwbarometer Gemiddelde prijzen landbouwgrond In de eerste helft van 2021 steeg de gemiddelde prijs per hectare van een landbouwgrond in ons land met +10,3%. Dat blijkt uit de nieuwe Landbouwbarometer van de Federatie van het Notariaat (Fednot). Naast de traditionele productiefactoren land, kapitaal en arbeid worden de secundaire productiefactoren, kennis, milieu en overheid steeds belangrijker. Een deel van het inkomen wordt bepaald door de relatie met de overheid (premie, kortingen en boetes) en investeringen en kosten om de milieudoelstellingen te behalen.
Reken daarbovenop de stijgende grondprijzen en er ontstaat een cocktail voor een stressverhogende situatie. Goede landbouwgrond is schaars en beperkt in aanbod. Dit resulteert in een forse stijging van de gronden waardoor ook beleggers "brood" zien in het investeren van landbouwgrond wat de
prijs verder de hoogte in jaagt. Hierdoor is de toegang tot landbouwgrond voor de modale agrarische ondernemer problematischer geworden.
BRON: NOTARIS.BE
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 60
Landbouwgronden België- gemiddelde prijzen en oppervlakte
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 61
Landbouwgronden Vlaanderen - gemiddelde prijzen en oppervlakte
Landbouwgronden Wallonië - gemiddelde prijzen en oppervlakte
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 62
Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2016-2020 - 63
VAC KANTOOR Burgemeester Maenhautstraat 44E • 9820 Merelbeke tel. 09 252 59 19 • vac@vac.eu • www.vac.eu