Studiegebied Biotechniek Opleiding Agro- en biotechnologie Campus Waas
De economische en sociale impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Bachelorproef voorgelegd tot het behalen van het diploma van Bachelor in de Agro- en biotechnologie Afstudeerrichting Agro-industrie
Door: Lisa Vanderstappen
Promotor: Mevr. Greet Van Avermaet Mevr. Ella Roelant Academiejaar 2015-2016
Mentor: Dhr. Danny Vandebeeck
Dit proefschrift is een examendocument dat niet werd gecorrigeerd voor eventueel vastgestelde fouten. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van zowel de promotor(en) als de auteur(s) is overnemen, kopiĂŤren, gebruiken of realiseren van deze uitgave of gedeelten ervan verboden.
VOORWOORD Graag wil ik een woordje van dank schrijven voor de mensen die mij geholpen hebben bij het maken van deze bachelorproef. Eerst en vooral wil ik Mevr. G. Van Avermaet bedanken voor de raad en steun die zij mij heeft geboden tijdens het schrijven van dit eindwerk. Ook wil ik Mevr. E. Roelant bedanken voor haar begeleiding bij het opstellen van de enquĂŞte die een belangrijk onderdeel is van dit eindwerk.
Daarnaast wil ik ook mijn dank richten aan mijn mentor Dhr. D. Vandebeeck. Ik kon steeds bij hem terecht als ik vragen had over het project. Ook Mieke Van De Walle en alle andere mensen van het Vlaams Agrarisch Centrum wil ik zeer graag bedanken.
Ten slotte wil ik graag een speciaal woordje van dank richten aan mijn ouders, die mij tijdens het maken van dit eindwerk en tijdens deze opleiding op elk moment hebben gesteund. Hierbij wil ik ook mijn nonkel Bart Vanderstappen graag bedanken voor het helpen bij de verwoording van het deel over de economische impact. Lisa Vanderstappen Bachelor in de Agro-en biotechnologie Hogeschool Odisee, Sint-Niklaas Mei 2016
De economische en sociale impact van korte keten
Samenvatting
4
SAMENVATTING De verkoop van landbouwproducten via de ‘korte keten’ is bijna niet meer weg te denken in Vlaanderen. Steeds meer land- en tuinbouwers kiezen ervoor om hun producten rechtstreeks aan de consument te verkopen voor een eerlijke prijs. Maar is de verkoop via korte keten wel rendabeler dan via het gangbare circuit? En heeft deze manier van verkopen geen grote invloed op het bedrijf? Samen met het Vlaams Agrarisch Centrum voerde ik een onderzoek uit naar de sociale en economische impact van korte keten op het landbouwbedrijf. We hopen dan ook dat deze studie een leidraad kan zijn voor de land- en tuinbouwers die hun producten rechtstreeks verkopen en diegene die dit in de toekomst zouden willen doen. Op economisch vlak zijn er zeer grote verschillen tussen de verschillende bedrijven. Sommige bedrijven hebben een zeer grote omzet, maar hebben ook zeer hoge kosten. Andere bedrijven maken dan weer eerder een lage omzet en hebben ook lage kosten. De omzet en de kosten zijn vooral afhankelijk van het afzetkanaal en de verkochte producten (primaire of verwerkte producten). Het inkomen uit de korte keten kan dus ook zeer verschillend zijn. Het gemiddelde inkomen uit hoevezuivel zou 9.000 euro bedragen. Voor hoeveslagerijen zou dit gemiddeld hoger zijn, voor verkopers van groenten en fruit eerder lager.
Omdat de verschillen tussen de vele korte keten initiatieven zeer groot zijn, werd voor het onderzoek vooral ingegaan op de prijszetting. Hiervoor werd gebruik gemaakt het managementprogramma ‘VACwerk’ van het Vlaams Agrarisch Centrum. Dit programma werd recent geoptimaliseerd door de toevoeging van het onderdeel ‘korte keten’. Er werd voor drie situaties een bedrijfsresultaat berekend, dit zowel voor de korte keten als voor het volledige bedrijf. Het voorbeeldbedrijf is een melkveebedrijf met hoevezuivel, maar dit kan ook toegepast worden op andere types bedrijven en korte keten. In de eerste situatie worden de producten van het landbouwbedrijf aan een lage prijs aangerekend aan de korte keten. In de korte keten worden de producten verkocht aan een correcte prijs. In de tweede situatie worden de kosten in het landbouwbedrijf goed ingeschat, maar in de korte keten wordt het product ‘te goedkoop’ verkocht. In de laatste situatie worden alle kosten correct ingeschat en wordt er in de korte keten nog een marge gerekend voor de arbeid.
Men kan uit dit onderzoek besluiten dat de prijszetting van de producten een zeer grote invloed heeft op zowel het resultaat uit de korte keten als op het volledige bedrijfsresultaat. Het is niet alleen belangrijk om de juiste prijs te bepalen voor de producten uit de korte keten, maar ook van de grondstoffen uit het landbouwbedrijf. Het hoogste inkomen werd uiteraard gehaald uit situatie 3. Dit inkomen ligt 7.000 euro hoger dan in situatie 1 en zelfs 11.000 euro hoger dan in situatie 2. Dit verschil is toch wel zeer groot. Men kan dus een groot aandeel van het inkomen laten liggen als men geen goed inzicht heeft in de gemaakte kosten. Deze situatieschetsen zijn echter gemaakt met de veronderstelling dat men de prijs volledig onafhankelijke kan bepalen en dat de klant hetzelfde volume afneemt in het geval dat de prijs gestegen is. Dit is misschien niet voor alle bedrijven mogelijk, maar toch blijft het belangrijk om een correcte analyse te maken van de kostprijs. Dit maakt het ook mogelijk om alle kosten te beheersen. Als tweede deel van dit eindwerk heb ik de sociale impact van de korte keten onderzocht. Hierin werden verschillende aspecten besproken zoals het type landbouwer dat voor korte keten kiest, de arbeids- en tijdsbesteding, de omgang met klanten, de meerwaarde voor het bedrijf en de belangrijke talenten van de landbouwer. Dit werd gedaan via een enquête aan verschillende landbouwers met korte keten activiteiten.
Er is geen algemeen beeld van de bedrijven met korte keten. Er zijn veel verschillende soorten bedrijven die hun producten rechtstreeks proberen te verkopen. Wat wel opvalt is dat dit vooral gemengde bedrijven zijn en dus al een grote spreiding van hun inkomen hebben. Melkvee- en
De economische en sociale impact van korte keten
Samenvatting
5
tuinbouwbedrijven kiezen vaker voor de korte keten. De bedrijfsleiders in deze bedrijven zijn gemiddeld hoger opgeleid dan de gemiddelde landbouwer. Ook staan er vaker vrouwen aan het hoofd van een bedrijf met korte keten. De verantwoordelijke voor de korte keten is meestal de bedrijfsleider zelf, maar ook zeer vaak de meewerkende partner. Deze verantwoordelijke is gemiddeld net hoger opgeleid dan de bedrijfsleider. Deze studies werden vaak gevolgd in een economisch of sociaal studiegebied.
Uit de resultaten op vlak van tijds- en arbeidsbesteding kan men vooral besluiten dat korte keten een zeer arbeidsintensieve bezigheid is. De meerderheid van de respondenten verklaart weinig of geen tijd meer te hebben voor ontspannende activiteiten. Ook is er een zeer grote invloed op de werkzaamheden op het landbouwbedrijf. Toch wel een groot aandeel van de respondenten gaf aan dat het landbouwbedrijf soms lijdt onder de korte keten activiteiten.
De belangrijkste motivaties om voor korte keten te kiezen zijn de eerlijke prijs voor de producten en de voldoening en waardering die het geeft. Ook het contact met de klanten en het aanvullend inkomen zijn zeer belangrijk. De grootste knelpunten zijn de administratie, de moeilijke wetgeving en de hoge investeringen om aan deze wetten te voldoen. Volgens de respondenten zorgt de korte keten vooral voor een economische en sociale meerwaarde op het bedrijf. Korte keten kan heel wat hinder met zich meebrengen. Dit zijn dan bijvoorbeeld de geparkeerde auto’s en het uitstellen van de landbouwwerkzaamheden. Toch wordt deze hinder niet als remming beschouwd, omdat de meeste landbouwers zeer gemotiveerd zijn en nog steeds achter hun keuze voor korte keten staan. Meer dan de helft van de bedrijven wil in de toekomst zelfs nog groeien in hun korte keten activiteiten. De gemiddelde klantenkring van de deelnemende bedrijven bestaat uit 50 tot 99 personen. De grootte van de klantenkring is echter heel gevarieerd. Een derde van de respondenten ontvangt minder dan 50 klanten, terwijl een vijfde zelfs meer dan 200 klanten per week heeft. Enkele bedrijven gaven aan dat ze al negatieve ervaringen met klanten hebben gehad. Deze gaan dan vooral over de prijs of onduidelijkheden in de openingsuren. Een landbouwer die zijn producten rechtstreeks aan de consument wil verkopen, moet over heel wat talenten beschikken. Men moet klantvriendelijk, sociaal en creatief zijn. Ook een goede ondernemer en verkoper zijn is belangrijk. Ook moet men eerlijk zijn en gepassioneerd om het juiste verhaal aan de klant te brengen. Een goede teeltkennis en het kunnen leveren van een topproduct zijn van een zeer groot belang. Daarbij is het ook aangewezen om een verzorgd voorkomen te hebben naar de klant.
Vanuit het onderzoek naar de economische impact kunnen we besluiten dat de verkoop van landbouwproducten via de korte keten zeker voor een meerwaarde kan zorgen. De voorwaarde hiervan is echter een juiste prijszetting. De prijs van de verkoop van de producten vanuit het landbouwbedrijf en van de korte keten moet op de juiste manier bepaald zijn. Een goede kostprijsberekening en vooral een correcte bedrijfseconomische boekhouding zijn dus zeer belangrijk. Alleen op deze manier kan een goed beeld van alle gemaakte kosten gemaakt worden. Op sociaal vlak is het belangrijk om te weten dat de verkoop via korte keten zeer arbeidsintensief is. Dit kan maken dat het landbouwbedrijf hier toch wel onder lijdt. Verkoop via de korte keten is ook niet voor iedereen weggelegd. Men moet als landbouwer toch wel verschillende talenten hebben om de verkoop via de korte keten in goede banen te leiden. Het is dus vooral belangrijk om vooraf een goede kennis te hebben van de bedrijfseconomische situatie van het landbouwbedrijf en een goed bedrijfsplan op te stellen.
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Samenvatting
6
INHOUDSTAFEL
Voorwoord ................................................................................................................................... 3 Samenvatting ............................................................................................................................... 4
Inleiding ....................................................................................................................................... 8 1
Doelstellingen ................................................................................................................... 9
2.1
Wat is korte keten? .................................................................................................................. 10
2
2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4
Literatuurstudie .............................................................................................................. 10 Basisprincipes .......................................................................................................................................... 10 Voor- en nadelen ..................................................................................................................................... 11 Lokale voedselsystemen ......................................................................................................................... 12 Multifunctionele landbouw..................................................................................................................... 12
2.2
Kenmerken van korte keten ..................................................................................................... 13
2.3
Belang van korte keten ............................................................................................................ 18
2.4
Het bedrijf en de landbouwer .................................................................................................. 22
2.5
Besluit ....................................................................................................................................... 28
2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.3.1 2.3.2 2.4.1 2.4.2 2.4.3
Belang ...................................................................................................................................................... 13 Assortiment ............................................................................................................................................. 13 Afzetkanalen ........................................................................................................................................... 14 Klanten .................................................................................................................................................... 16 Rendabiliteit ............................................................................................................................................ 18 Arbeid ...................................................................................................................................................... 21
De landbouwer ........................................................................................................................................ 22 Het bedrijf ............................................................................................................................................... 23 Marketingprincipes ................................................................................................................................. 25
3
Materiaal en methoden ................................................................................................... 30
3.1.1 3.1.2 3.1.3
Managementprogramma met onderdeel ‘korte keten’ ......................................................................... 30 Prijszetting en bedrijfsresultaat .............................................................................................................. 31 Gekozen bedrijf ....................................................................................................................................... 31
3.1
Economische impact ................................................................................................................ 30
3.2
Sociale impact .......................................................................................................................... 31
4
Resultaten ...................................................................................................................... 33
4.1.1 4.1.3 4.1.4 4.1.5 4.1.6 4.1.7
Algemeen ................................................................................................................................................ 33 Situatie 1 ................................................................................................................................................. 35 Situatie 2 ................................................................................................................................................. 37 Situatie 3 ................................................................................................................................................. 39 Vergelijking.............................................................................................................................................. 41 Besluit...................................................................................................................................................... 41
3.2.1 3.2.2 3.2.3
4.1
4.2
4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5
Inhoud van de enquête ........................................................................................................................... 31 Vorm van de enquête en doelpubliek ..................................................................................................... 32 Verwerking van de resultaten ................................................................................................................. 32
Economische impact ................................................................................................................ 33
Sociale impact .......................................................................................................................... 42 Soort bedrijf en korte keten .................................................................................................................... 42 Profiel bedrijfsleider en verantwoordelijke korte keten ......................................................................... 45 Tijd- en arbeidsbesteding ........................................................................................................................ 47 Motivatie en knelpunten......................................................................................................................... 48 Omgang met klanten ............................................................................................................................... 51
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf 4.2.6 4.2.7 4.2.9
5
5.1 5.2
Samenvatting
7
Talenten van de landbouwer .................................................................................................................. 52 MarketingstrategieĂŤn.............................................................................................................................. 52 Bemerkingen respondenten ................................................................................................................... 53
Discussie ......................................................................................................................... 54 Economische impact ................................................................................................................ 54 Sociale impact .......................................................................................................................... 55
Besluit 57
Lijst van tabellen en figuren ........................................................................................................ 58 Lijst van tabellen ................................................................................................................................... 58 Lijst van figuren ..................................................................................................................................... 58
Bronnenlijst ................................................................................................................................ 60
Lijst van bijlagen......................................................................................................................... 62 Bijlage 1 ..................................................................................................................................... 63 Bijlage 2 ..................................................................................................................................... 73 Bijlage 3 ..................................................................................................................................... 85 Bijlage 4 ..................................................................................................................................... 88
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Inleiding
8
INLEIDING De land- en tuinbouwsector kent de dag van vandaag heel wat uitdagingen: de afschaffing van de quota, de lage prijzen, de druk op het milieu... De vele moeilijkheden in de sector zorgen ervoor dat land- en tuinbouwers op zoek moeten gaan naar oplossingen. Door de lage prijzen zoeken ze naar manieren om meer inspraak te hebben in de prijsvorming van hun producten. Maar landbouwers krijgen ook vaak de vinger naar zich toegewezen als het gaat over de belasting van ons leefmilieu. Via de korte keten kunnen landbouwers niet alleen hun eigen prijzen maken, ook op ecologisch vlak zorgt dit voor minder voedselkilometers. Omwille van deze redenen is de korte keten dan ook in opmars. Steeds meer land- en tuinbouwers kiezen ervoor om hun producten rechtstreeks aan de consument te verkopen voor een eerlijke prijs. Maar wat is de impact hiervan op het landbouwbedrijf en de landbouwer? Zijn de bedrijfsresultaten effectief beter als men de afzet van landbouwproducten in eigen handen neemt? Zorgt een extra bedrijfstak niet voor te veel extra arbeid? Samen met het Vlaams Agrarisch Centrum ga ik op zoek naar de antwoorden op deze vragen. We hopen dan ook dat deze studie een leidraad kan zijn voor de land- en tuinbouwers die in de toekomst graag hun producten rechtstreeks zouden willen verkopen. Ook alle land- en tuinbouwers die op zoek zijn naar nieuwe kansen voor hun bedrijf kunnen via dit werk geholpen worden.
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
1
Doelstellingen
9
DOELSTELLINGEN
De verkoop van landbouwproducten via de ‘korte keten’ is bijna niet meer weg te denken in Vlaanderen. Steeds meer land- en tuinbouwers uit alle verschillende sectoren kiezen ervoor om hun producten rechtstreeks aan de consument te verkopen. Hiermee hopen ze een eerlijke prijs te krijgen voor de producten waarvoor ze dagelijks weer en wind trotseren. Daarom is het van groot belang om volgende vraag te stellen: wat is de impact van korte keten op een landbouwbedrijf en de landbouwer?
Het doel van dit eindwerk is om zowel de economische als de sociale impact van korte keten op een landbouwbedrijf te onderzoeken. Dit onderzoek gebeurde samen met het Vlaams Agrarisch Centrum. Om de economische impact na te gaan werd gebruik gemaakt het managementprogramma ‘VACwerk’ van het VAC. Dit programma werd recent geoptimaliseerd door de toevoeging van het onderdeel ‘korte keten’. Via dit programma zal ik nagaan wat de invloed is van de juiste prijszetting van de verkochte producten op het bedrijfsresultaat.
Daarnaast wordt ook de sociale impact van korte keten onder de loep genomen. Hierbij wordt er meer aandacht besteed aan de thema’s arbeid- en tijdsbesteding, omgang met klanten en de talenten van de landbouwer. Ook de arbeidsorganisatie binnen het volledige bedrijf komt aan bod.
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
2
LITERATUURSTUDIE
2.1
WAT IS KORTE KETEN?
Literatuurstudie
10
Korte keten wordt in het ‘Strategisch plan voor korte keten’ omschreven als een duurzaam afzetsysteem van landbouwproducten. De consument en de producent komen rechtstreeks met elkaar in contact. Het is een lokaal voedselsysteem met vele sociale, economische en ecologische voordelen. Vaak is korte keten een synoniem voor verkoop op de hoeve. Dit is echter niet in elk geval waar. Er bestaan nog vele ander initiatieven zoals boerenmarkten, voedselteams, hoeve-automaten, groentepakketten, zelfpluktuinen, internetwinkels... De producten die in de korte keten vermarkt worden zijn voedingsproducten en sierteeltproducten en dit zowel in primaire (bv. melk, eieren, groenten, fruit, aardappelen) als verwerkte vorm (bv. yoghurt, platte kaas, boter, kaas, fruitsap, confituur) (Verstrynge, 2011).
Figuur 1: Hoevewinkel met hoeve-automaat (http://www.hoeve-indezon.be/verkoop/melk-enzuivelautomaat)
2.1.1
Basisprincipes
Het formuleren van een correcte definitie die de volledige lading dekt is bijna onmogelijk. Er is een te grote verscheidenheid aan bedrijven en initiatieven. Daarom kunnen we korte keten beter benaderen met enkele basisprincipes: - rechtstreekse relatie tussen producent en consument De consument is meer betrokken met het product, er is een persoonlijkere en sociale band. De consument kent de oorsprong van het product en de producent weet waar zijn producten naartoe gaan. Dit schept een vertrouwensrelatie en meer betrokkenheid van de consument. - beperkte afstand van product tot consument, transparante keten De tussenschakels in de keten worden beperkt. Zowel consument als producent kennen de schakels. - producent kiest zelf de prijs van zijn product De producent heeft zeggenschap in de prijszetting, het aanbod en de productiemethode. Alle activiteiten worden zelf of in samenwerking met een gelijkwaardige partner uitgevoerd. De producent krijgt meer waardering voor zijn producten en kan rekenen op een eerlijke prijs.
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
-
-
Literatuurstudie
11
lokale verkoop van plaatselijk geteelde producten De plaatselijke economie bloeit, doordat men zich richt tot lokale consumenten. Er is een verbondenheid en betrokkenheid bij de herkomst van het product. Bij verwerking van producten worden zo veel mogelijk grondstoffen uit eigen productie of lokale omgeving gehaald. consument komt in contact met landbouwpraktijken en productiemethode De producent heeft een ambassadeursfunctie en laat de consument kennismaken met de landbouw, de seizoenen, de productie en de afzet (Verstrynge, 2011).
Korte keten is geen nieuwigheid, we kennen het concept al zeer lang. Boerenmarkten zijn al eeuwen de belangrijkste manier voor de landbouwers om hun producten te vermarkten. De verandering van onze samenleving en de landbouw hebben hier verandering in gebracht. In de Westerse landen worden producten nu voornamelijk verkocht in supermarkten. De voedselketen is zo geglobaliseerd, dat we producten van de andere kant van de wereld tot onze dagelijkse voeding kunnen rekenen. Veel korte keteninitiatieven verdwenen hierdoor. In het Engels wordt korte keten aangeduid als ‘short food supply chain’. Dit duidt op de korte afstand die de producten afleggen van producent tot consument. Deze korte afstand kan op verschillende manieren bekeken worden. Men heeft de geografische afstand, temporele afstand, sociale afstand (aantal intermediairen), politieke en geografische grenzen (binnen gemeente of provincie) en bioregio’s (natuurlijke grenzen van een ecosysteem) (Cazaux, 2010).
2.1.2
Voor- en nadelen
Korte keten biedt heel wat voor- en nadelen op sociaal, ecologisch en economisch vlak. De voordelen zijn natuurlijk sterk afhankelijk van de vorm. Hierna volgt een overzicht van de verschillende voordelen: sociaal - Direct contact tussen consument en producent - Consument leert de landbouw opnieuw kennen - Verbetering van het imago van de landbouw - Beroepstrots van de landbouwer - Contact tussen stad en platteland
ecologisch - Minder voedselkilometers - Minder verpakkingsafval - Minder energieverbruik - Vaak extra milieumaatregelen of biologische teelt
economisch - Bevordert regionale economie - Kansen voor kleinschalige gemengde bedrijven - Kansen voor landbouwbedrijven in dicht bevolkte gebieden - Duidelijke en eerlijke prijs van de producten
Nadelen zijn vooral de onzekere rendabiliteit en afzet en het feit dat het zeer tijdrovend is (Cazaux, 2010).
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
2.1.3
Literatuurstudie
12
Lokale voedselsystemen
In een lokaal voedselsysteem worden producten geproduceerd, verwerkt en op de markt gebracht binnen een bepaald geografisch gebied. Korte keten is dus een onderdeel van lokale voedselsystemen. Producten uit lokale voedselsystemen hebben een duidelijke plaats van herkomst en hebben vaak onderscheidende kwaliteiten of kenmerken. Meestal zijn het primaire of ambachtelijk verwerkte producten. Er is nog geen duidelijke definitie geformuleerd van lokale voedselsystemen. Ook is er geen algemene afspraak over de geografische omvang van ‘lokaal’. ‘Lokaal’ kan zowel bekeken worden in regionale, nationale als mondiale context. Zo kan een internationaal verspreide supermarkt zelfs een volledig land beschouwen als ‘lokale’ bron. Volgens een onderzoek in het Verenigd Koninkrijk hebben ook consumenten niet dezelfde interpretatie van ‘lokale producten’. Ook producten die lokaal geproduceerd zijn, maar een grote afstand afgelegd hebben naar de verwerking en dan terug op dezelfde plaats verkocht worden, kunnen als lokale producten aanzien worden. Lokale voedselsystemen hebben dus een veel ruimere betekenis dan korte keten. Vooral bij korte keten ligt meer de nadruk op het lage aantal voedselkilometers (Kneafsey et al, 2013). Een voorbeeld van een lokaal voedselsysteem in België is Délimel. Het is een initiatief van enkele melkveehouders die zelf hun producten verkopen aan grootwarenhuizen. Ze nemen hierbij het hele verwerkingsproces in eigen handen. Op deze manier is het feitelijk een korte keten activiteit, met als afzetkanaal de grootwarenhuizen (MIKKA, sd).
2.1.4
Figuur 2: Délimel (www.delimel.be)
Multifunctionele landbouw
Korte keten is ook een onderdeel van multifunctionele of verbrede landbouw. Naast het produceren van voedsel kunnen land- en tuinbouwers op zoek gaan naar andere manieren om hun inkomen te verhogen. Landbouwers spelen daarbij in op de vraag van de maatschappij. Er komen meer en meer mensen op het platteland wonen en de bevolking uit de stad komt graag ontspannen op het platteland. Op landbouwbedrijven kan men dus ook zorgen voor ontspanning, sociale diensten, natuurbehoud en verkoop van hoeveproducten. De multifunctionele landbouw kan verschillende diensten aanbieden. Zo zijn er de groene diensten, waarbij de landbouwers aandacht geven aan milieu- en natuurdoelstellingen. Een voorbeeld hiervan zijn de ‘Weidevogelboeren’ in Nederland, die met hun kruidenrijke weides plaats bieden aan broedende weidevogels1. Met de blauwe functies vervullen ze diensten binnen het integraal waterbeleid, zoals het beheersen van de waterkwaliteit en het beheer van overstromingsgebieden (Vandenberghe, 2016). Via de gele diensten dragen landbouwbedrijven bij aan de vitaliteit van het platteland met hoevetoerisme, educatie, zorg... Voedselveiligheid en voedselzekerheid worden aangeboden via de witte functies. Korte keten en hoeveproductie vallen dus onder de witte functies van multifunctionele landbouw (De Regt, Deuninck & D’hooghe, 2010). 1
www.redderijkeweide.nl
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
2.2
KENMERKEN VAN KORTE KETEN
2.2.1
Belang
Literatuurstudie
13
Volgens het Landbouwrapport (LARA) van 2014 zijn er in Vlaanderen 2.133 bedrijven met hoeveverkoop. Dat zijn 8,5% van alle Vlaamse landbouwbedrijven. 457 landbouwers doen ook aan hoeveverwerking. Dit zijn dan de hoevezuivelaars, hoeveslagers en ook alle anderen die primaire landbouwproducten (groenten, fruit...) verwerken tot confituur, fruitsap, soep‌ (Platteau, Van Gijseghem, & Van Bogaert, 2014)
De bedrijfstypes die het vaakst aan korte keten doen zijn gemengde bedrijven, tuinbouwbedrijven en rundveebedrijven. In de varkenshouderij en de akkerbouw zijn er slechts zeer weinig bedrijven die zich aan de korte keten wagen. Als men meer in detail gaat kijken naar de bedrijven, dan ziet men in Figuur 3 dat het bij de rundveebedrijven vooral om melkveebedrijven gaat. In de tuinbouw zien we vooral fruit- en groentebedrijven die rechtstreeks aan de consument verkopen (Gfk Panel Services Benelux, 2014).
Figuur 3: Soorten bedrijven met korte keten (GfK Panel Services Benelux, 2014)
2.2.2
Assortiment
Iedereen kan zich wel de producten voorstellen die op de hoeve en in de korte keten verkocht worden. De producten die het meest aangeboden worden zijn aardappelen en verwerkte zuivel. Beide producten worden bij meer dan 35% van de korte keten initiatieven aangeboden. Daarna volgen melk en eieren. Ook fruit, groenten, vlees en fruitbereidingen worden vaak rechtstreeks aan de consument verkocht. Er bestaan dan weer zeer weinig verkooppunten voor kruiden, verwerkte groenten, planten en bloemen (Gfk Panel Services Benelux, 2014).
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Literatuurstudie
14
Figuur 4: producten verkocht in korte keten (GfK Panel Services Benelux, 2014)
Het Departement Landbouw en Visserij deed in 2014 een bevraging bij 123 bedrijven die aan korte keten doen. Volgens hun steekproef verkoopt een vierde van de ondervraagde landbouwers enkel verse producten, terwijl een derde enkel verwerkte producten verkoopt. De rest van de ondervraagden verkoopt zowel primaire als verwerkte producten. Voor de oorsprong van de producten is er een gelijke verdeling. De helft verkoopt enkel eigen producten, de andere helft verkoopt ook producten afkomstig van collega landbouwers. Productuitwisseling komt dus zeer vaak voor om het aanbod aan te vullen in de korte keten. In het onderzoek werd ook nagegaan welk aandeel van de totale eigen productie wordt afgezet in de korte keten. Gemiddeld werd er door de correspondenten 41% van de totale productie op een alternatieve wijze vermarkt. Er is hierin echter een grote spreiding tussen de verschillende landbouwbedrijven. Zo verkoopt de helft maximum 25% van de eigen productie. Een op drie verkoopt dan weer meer dan de helft van de totale eigen productie (Van Buggenhout & Vuylsteke, 2015). 2.2.3
Afzetkanalen
In de korte keten wordt gebruik gemaakt van verschillende soorten verkooppunten. Op de website www.rechtvanbijdeboer.be wordt een mooi overzicht gegeven: 1
 hoevewinkel In de eerste plaats is er natuurlijk de verkoop van op de hoeve. In een hoevewinkel kunnen primaire of verwerkte producten van het eigen bedrijf verkocht worden. Daarnaast kan dit assortiment nog aangevuld worden met producten van landbouwers uit de buurt. Meestal bevindt een hoevewinkel zich op het eigen bedrijf. Soms komt het voor dat de winkel zich dichter bij de dorpskern bevindt.  boerenmarkt Een ander afzetkanaal, dat steeds populairder wordt, is de boerenmarkt. Dit is een markt waar verschillende landbouwers hun producten aanbieden. In sommige gemeenten wordt elke week een boerenmarkt georganiseerd. In andere is het eerder een maandelijks of jaarlijks evenement. Boerenmarkten bieden het voordeel aan de consument dat er een veel ruimer aanbod is aan producten. 1
http://www.rechtvanbijdeboer.be./nl/tips/verkooppunten-in-de-korte-keten/algemene-info
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Literatuurstudie
15
automaten Ook automaten komen steeds vaker voor bij landbouwbedrijven. Voorbeelden hiervan zijn een melkautomaat en een aardappelautomaat. Soms wordt er in automaten een uitgebreid assortiment aangeboden.
zelfoogst Op bedrijven met kleinfruit of groenten kan men ook werken volgens het principe van zelfoogst. De land- of tuinbouwer staat in voor de teelt, maar de consument oogst zelf zijn groenten of fruit.
groenteabonnementen Een ander afzetkanaal zijn groenteabonnementen. De consument koopt op regelmatige basis groenteof fruitpakketten. De landbouwer levert deze pakketten met zijn eigen groenten of fruit aangevuld met producten van collega-landbouwers. Op deze manier kan hij heel het jaar door een volledig en divers pakket samenstellen. Via dit abonnement systeem is de landbouwer zeker van zijn afzet. CSA (Community Supported Agriculture). De zelfoogst- en pakkettensystemen komen ook vaak voor op CSA-bedrijven Dit type bedrijven zijn gebaseerd op het principe dat de oogst en de kosten gedeeld worden met de consument. Deze koopt in het begin van het seizoen een oogstaandeel en staat dus mee in voor de risico’s. Op het einde van het seizoen krijgt de consument dan een deel van de opbrengst via zelfoogst of pakketten.
voedselteams Een ander mogelijk afzetkanaal in de korte keten zijn voedselteams. Er bestaan verschillende van deze initiatieven, maar meestal is de werking gelijkaardig. Een groep mensen werkt samen voor de rechtstreekse aankoop van − vaak biologische − producten. Praktisch gebeurt dit vaak via een webwinkel. Er worden afspraken gemaakt met verschillende landbouwers die producten aanbieden. De consumenten kunnen via de webwinkel de producten bestellen die zij wensen. Wekelijks worden de bestellingen verzameld in een centraal depot. Hier kunnen de consumenten hun bestelde producten afhalen.
Figuur 5: CSA boerderij 'De Groentelaar' (https://sites.google.com/site/degroentelaar/foto-s)
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Literatuurstudie
16
Volgens Van Buggenhout en Vuylsteke (2015) is thuisverkoop het meest voorkomende afzetkanaal in Vlaanderen. Zij voerden in opdracht van het Departement Landbouw en Visserij een onderzoek naar korte keten in Vlaanderen (Figuur 6). Het grootste deel van de correspondenten uit hun enquête verklaarden een thuisverkoop te hebben. In de helft van de gevallen was dit in combinatie met een ander afzetkanaal. Ook horeca en collega’s behoren hier tot een belangrijk afzetkanaal. Een derde van de landbouwers die aan korte keten doet verkoopt zijn producten aan horecazaken. Een vierde wisselt producten uit met collega’s. De andere belangrijke kanalen zijn voedselteams, boerenmarkten en automaten. In de figuur is ook een aanzienlijk aandeel te zien bij andere kanalen. Dit zijn bijvoorbeeld winkels, grootkeukens, stand op evenementen, thuisleveringen…
Figuur 6: Verdeling van afzetkanalen andere dan hoevewinkel, 2014 (GfK Panel Services Benelux, 2014)
2.2.4
Klanten
Als er geen klanten over de vloer komen, kan korte keten niet werken. Daarom is het interessant om te weten welke consumenten er via de korte keten kopen en welke producten ze kopen.
Volgens een onderzoek naar het gemiddeld aantal klanten per week in het hoogseizoen bij WestVlaamse thuisverwerkers heeft 66% van de thuisverwerkers en –verkopers minder dan 100 klanten per week, 14% heeft tussen de 100 en 200 klanten per week. 20% zou dan meer dan 200 klanten hebben (Van de Velde et al, 2005). De correspondenten van de enquête van het departement Landbouw en Visserij gaven ongeveer hetzelfde aan voor Vlaanderen: 42% van de correspondenten heeft een klantenkring van minder dan 100 klanten per week. 15% ontvangt tussen de 100 en 200 klanten per week en 28% meer dan 200 klanten. 15% van de correspondenten schijnt echter niet te weten hoe groot de klantenkring is (Van Buggenhout & Vuylsteke, 2015).
Ook het Vlaams Centrum voor Landbouw en Visserij Marketing (VLAM) voerde een consumentenonderzoek uit om het koopgedrag van de Vlaamse hoevekoper na te gaan. De Vlaamse hoevekoper spendeerde in 2009 gemiddeld €17,2 per aankoop en jaarlijks €141 aan hoeveproducten (VLAM, 2011). Uit de resultaten van een ander onderzoek van VLAM in 2014 blijkt dat gepensioneerden de grootste groep van het cliënteel op de hoeve zijn. Deze staan samen met de welgestelde gezinnen met kinderen in voor een kleine 60% van de hoeve-omzet. Gezinnen met slechts
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Literatuurstudie
17
één kostwinner vinden ook vaker hun weg naar korte keten. Uit Figuur 8 kan men afleiden dat er grote verschillen zijn in de gekochte producten per type koper. Jonge alleenstaanden kopen bijna uitsluitend groenten, fruit en aardappelen. Gezinnen met een beperkt inkomen kiezen er vaker voor om vlees te kopen op de hoeve, omwille van de lagere gemiddelde prijs tegenover de reguliere handel. De andere kopers hebben een meer gevarieerd bestedingspatroon. Op de boerenmarkt vindt men een gelijkaardig cliënteel met enkel een groter aandeel welgestelden en tweeverdieners. Er zit wel een verschil op het gekochte assortiment. Jonge alleenstaanden kopen vooral fruit, oudere alleenstaanden fruit en zuivel. De ander Figuur 7: Boerenmarkt bevolkingsgroepen hebben opnieuw een gevarieerd (http://www.boerenmarkt-gaasbeek.be/nieuws/) bestedingspatroon. Consumenten kopen ook vaker biologische producten op de hoeve. 17% van hun totale besteding in korte keten gaat naar producten van biologische oorsprong (VLAM, 2015).
Figuur 8: Gekochte producten per type koper (VLAM, 2015)
VLAM besteedde ook aandacht aan de reden waarom consumenten kopen op de hoeve. Motieven om rechtstreeks op de hoeve te kopen zijn het directe contact met de boer, de versheid en de meerwaardebeleving. De belangrijkste reden is echter het prijsvoordeel. Al zijn er wel grote prijsverschillen tussen de producten. Voor aardappelen is de hoeve het goedkoopste aankoopkanaal. Andere prijzen liggen dan weer op een gelijk niveau met de supermarkt (vlees, groenten, fruit en melk). Dit verklaart waarom vooral aardappelen, groenten en fruit de meest verkochte producten zijn in korte keten. Huisbereide zuivelproducten zijn dan weer duurder dan in de supermarkt (VLAM, 2015).
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
2.3
Literatuurstudie
18
BELANG VAN KORTE KETEN
Veel cijfers over de korte keten in Vlaanderen zijn niet bekend. Een algemeen beeld maken over alle verschillende korte keten initiatieven is dus niet eenvoudig. VLAM verzamelt samen met GfK Panel Services Benelux jaarlijks resultaten over de verkoop op de hoeve en op boerenmarkten. Zelfpluktuinen en andere initiatieven zijn hier echter niet in opgenomen (Verstrynge, 2011).
De totale omzet uit de verkoop op de hoeve en de boerenmarkt in 2014 bedroeg in Vlaanderen 64 miljoen euro. Dit is 1,5% minder dan in het jaar 2013, maar dit is vooral te wijten aan een slechte aardappelverkoop. Als men enkel de andere producten meerekent, kent Vlaanderen zelf een stijging van 6%. Het grootste deel van de omzet wordt gerealiseerd door de hoevewinkels. Boerenmarkten zorgen voor een kleiner aandeel, maar zijn wel fors in opmars. Hoeveverkoop en boerenmarkten zijn dus meer dan ooit in en ook de consument is overtuigd. Vooral in Vlaanderen kopen de consumenten meer en meer via de korte keten. Vooral de hoeveelheid dat uitgegeven wordt per keer stijgt. Een Belg gaat zo’n 9 keer per jaar langs bij een hoevewinkel en besteedt gemiddeld 116 euro op jaarbasis. Voor Vlaanderen zal dit in beide gevallen meer zijn (VLAM, 2015).
Figuur 9: Omzet verkoop op de hoeve en boerenmarkt 2014 (VLAM, 2015)
2.3.1 a
Rendabiliteit Omzet
De omzet die uit korte keten gehaald wordt is voor vele bedrijven sterk verschillend. Volgens de studie van Venema et al. (2006) in Nederland is dit bevestigd. De bruto-opbrengst van een derde van de bedrijven was meer dan 50.000 euro, de helft van de bedrijven behaalde dan weer een omzet tussen de 1.000 en de 5.000 euro. De omzet is vooral sterk afhankelijk van het afzetkanaal, blijkt uit cijfers uit Nederland van Roest et al (2009). De omzet bij de verkoop van producten in een hoevewinkel zou tussen de 20.000 en de 100.000 euro liggen. Verkoop langs de weg zou een omzet opleveren van 3.000 Ă 5.000 euro. Een marktkraam en verkoop aan de horeca zouden beiden een bruto-opbrengst tussen de 15.000 en de 20.000 euro opleveren. Wanneer producten verkocht worden via internet of via abonnementen zou een omzet van gemiddeld 35.000 euro gehaald worden. Ook de tabel van Venema (2012) geeft een grote spreiding weer naargelang het afzetkanaal. De meeste cijfers liggen in dezelfde lijn, de omzet uit verkoop op de markt en via internet wordt echter hoger ingeschat.
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Literatuurstudie
19
Tabel 1: Omzet volgens afzetkanaal (Venema, 2012)
Het landbouwmonitoringsnetwerk onderzocht de bruto-opbrengst van verschillende melkveebedrijven met zuivelverwerking en –verkoop in 2008 en 2007. Deze bedrijven haalden een gemiddelde omzet van 38.000 euro. De minimum omzet bedroeg 10.000 euro, de maximum omzet 80.000 euro (De Regt, Deuninck & D’hooghe, 2010).
Idea Consult voerde in 2010 een onderzoek uit naar de omzet volgens de aangeboden producten. Door de grote spreiding van de omzetcijfers is het correcter om niet het gemiddelde maar de mediaan weer te geven. De korte ketenverkoop van groenten en fruit zou in Vlaanderen een omzet van 39.000 euro opleveren. De mediaan van de omzet uit vlees zou 91.000 euro bedragen. De mediaan van de omzet uit hoevezuivel is volgens Idea Consult 39.000 euro. b
Kosten
Met de omzet alleen weten we echter nog niet veel over de economische situatie van de korte keten. Ook de kosten spelen een belangrijke rol in de vorming van het inkomen en zijn afhankelijk van het type product dat men aanbiedt. Het is logisch dat er een verschil is in de structurele en variabele kosten bij de verkoop van primaire producten en verwerkte producten. Zo zeggen Van de Velde et al. (2005) dat de verkoop en verwerking van vlees een grote bruto-opbrengst oplevert, maar ook hoge kosten met zich meebrengt. Volgens het Landbouwmonitoringsnetwerk bestaan de operationele kosten vooral uit de aankoop van grondstoffen, de nutsvoorzieningen en de verkoopkosten. In 2007 en 2008 bedroegen de kosten gemiddeld 23.000 euro. Als men dit aftrekt van de gemiddelde omzet (38.000 euro), bekomt men een bruto saldo van 15.000 euro (De Regt, Deuninck & D’hooghe, 2010).
Idea Consult geeft de variabele kosten weer volgens de aangeboden producten. De gemiddelde kost bij de verkoop van groenten en fruit is 27.230 euro. De verwerking en verkoop van hoevezuivel zorgt voor variabele kosten van gemiddeld 36.038 euro. De variabele kosten in een hoeveslagerij bedragen gemiddeld 59.000 euro (Idea Consult, 2010).
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Literatuurstudie
20
Met de operationele kosten en het bruto saldo wordt nog geen rekening gehouden met de structurele kosten. De structurele kosten bestaan vooral uit de investeringen en worden besproken onder de volgende titel. c
Investeringen
De investeringen zijn sterk afhankelijk van het afzetkanaal. De verkoop via een kraam langs de weg zal veel minder investeringen vragen dan de inrichting van een winkel. Ook het type producten dat aangeboden wordt, bepaalt de hoogte van de investeringen. Bij de verwerking van producten, zoals melk en vlees, moet er ook een verwerkingsruimte voorzien worden die voldoet aan hygiënische normen. Ook een koelcel en machines voor de verwerking kunnen bijdragen tot hoge investeringskosten.
Investeringen zijn ook niet eenmalig bij de opstart van korte ketenverkoop. Bijna alle respondenten van de enquête van het Departement Landbouw en Visserij in 2014 gaven aan de voorbije 5 jaar geïnvesteerd te hebben in hun korte keten activiteit. Gemiddeld zou dit bedrag zelfs 99.000 euro zijn. Dit getal is echter redelijk hoog door een maximum bedrag van 1.450.000 euro. Beter is om te zeggen dan een vierde minder dan 15.000 euro investeerde en een vierde meer dan 90.000 euro investeerde. Aan de respondenten werd ook gevraagd in welke deeltaken ze dan investeerden. Meer dan de helft van hun ondervraagden heeft de laatste 5 jaar geïnvesteerd in de verwerking en verkoop. Een aanzienlijk deel van de hoeveverkopers investeerde ook in verpakking en promotie. Het afzetkanaal dat de meeste investeringen vraagt is een winkelruimte. Andere kanalen, zoals voedselteams, vragen volgens hun respondenten dan weer minder investeringen (Van Buggenhout & Vuylsteke, 2015). Tabel 2: Aandeel bedrijven dat geïnvesteerd heeft in een bepaalde deeltaak, 2014
In een bedrijfseconomische boekhouding is het niet de investering zelf, maar de jaarlijkse afschrijving die mee het inkomen bepaalt. Volgens de cijfers van het Landbouwmonitoringsnetwerk (2007 en 2008) bedragen de afschrijvingen en fictieve intresten van de investeringen gemiddeld 3.000 euro per bedrijf. Tussen de verschillende bedrijven is er echter een grote spreiding. De laagste afschrijvingen zijn slechts 25 euro, de hoogste 10.000. De lage afschrijvingen kunnen er op wijzen dat er de laatste jaren weinig geïnvesteerd is; ze geven dus niet altijd een correct beeld van alle investeringen in de korte keten activiteiten (De Regt, Deuninck & D’hooghe, 2010). Idea Consult heeft bij de korte keten verkopers het geïnvesteerde bedrag volgens het producttype opgevraagd. De mediaan van de investeringen van verkopers van groenten en fruit is 8.500 euro. Het minimuminvesteringsbedrag is 0 euro en het maximumbedrag is 384.000 euro. Bedrijven die enkel verse groenten en fruit verkopen investeren weinig. Hogere investeringsbedragen zijn afkomstig van
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Literatuurstudie
21
bedrijven die verwerkte producten verkopen zoals soep, confituur, fruitsap... Hoeveslagers zouden de laatste 5 jaar gemiddeld 98.750 euro geĂŻnvesteerd hebben. Producenten van vleespakketten voorzien vaak echter enkel een koelcel of diepvriezer en investeren dus gemiddeld minder. De investeringen bij hoevezuivelaars bedragen gemiddeld 78.325 euro (Idea Consult, 2010). d
Inkomen
Over het inkomen uit korte keten zijn weinig gegevens beschikbaar. Dit is dan ook sterk afhankelijk van de aangeboden producten en de gekozen afzetstrategie.
De Regt, Deuninck & D’hooghe (2010) bestudeerden het arbeidsinkomen van de zuivelverwerkers in het Landbouwmonitoringsnetwerk. Het familiale arbeidsinkomen van deze verwerkers was gemiddeld 9.000 euro. Dit is de bruto-opbrengst min alle kosten (de variabele kosten en afschrijvingen). Als men hier dan ook de vergoeding van de familiale arbeid aftrekt, bekomt men het netto-bedrijfsresultaat. Dat getal is echter voor veel bedrijven negatief. Dit wil zeggen dat de eigen arbeid bij vele hoeveverwerkers niet vergoed kan worden. Van de Velde et al. (2005) stelden vast dat het inkomen uit korte keten 22% bedraagt van het totale bedrijfsinkomen. De hoogte van het inkomen hangt sterk af van de aangeboden producten. Een hoeveslagerij zorgt met 28% voor het grootste aandeel in het bedrijfsinkomen. Daarna volgt de verkoop van hoevezuivel met een aandeel van 18%. Het laagste aandeel in het totale bedrijfsinkomen (14%) wordt geleverd met de verkoop van groenten en fruit. De verkoop op boerenmarkten levert gemiddeld een aandeel van 13% op het inkomen. 2.3.2
Arbeid
De arbeid in korte keten is niet te onderschatten. Het bereiden en verkopen van producten, transport, kuisen en administratie vragen veel arbeid, maar zijn cruciaal voor het slagen van de korte keten. Mieke Vander Schueren voerde een onderzoek uit naar de kostprijs van zuivelproducten. Arbeid bepaalt een groot deel van de kostprijs. De verwerking en verkoop van zuivelproducten zorgt voor gemiddeld 66 arbeidsuren per week. In het hoogseizoen kan dit zelfs oplopen tot 74 uur. Dit zijn bijna 2 voltijdse jobs, terwijl een volledig landbouwbedrijf meestal maar door 2 partners wordt uitgebaat. Meestal is de korte keten een taak van 1 of 2 partners. Slechts 2 van de 12 bedrijven uit het onderzoek deed permanent een beroep op externe arbeidskrachten. De andere bedrijven schakelden dan wel tijdelijke arbeidskrachten, zoals jobstudenten en familie, in tijdens het drukste seizoen. Van alle arbeidsuren gaat het meeste naar het openhouden van de winkel en het bereiden van producten. Dit zijn dan ook de belangrijkste taken in een hoevewinkel. Volgens de bedrijven uit het onderzoek vraagt de administratie maar weinig van de arbeidsuren. Dit kan echter een onderschatting zijn, omdat dit gebeurt samen met de andere bedrijfsadministratie. De minste arbeidsuren gaan naar promotie. De meeste promotie Figuur 10: verdeling arbeidsuren over de gebeurt vooral via mondelinge reclame, enkele bedrijven verschillende taken bij verwerking van hoevezuivel (Vander Schueren, 2012) hebben een website die ze regelmatig moeten onderhouden (Vander Schueren, 2012).
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Literatuurstudie
22
Volgens het onderzoek van ‘Recht van bij de boer(in)’, dat gaat over alle korte keten-initiatieven, werken er gemiddeld 1,55 voltijdse arbeidsequivalenten (VTE) in de korte keten. In het volledige landbouwbedrijf zijn gemiddeld 2 à 3 voltijdse arbeidskrachten aan het werk. In 78% van de bedrijven werkt de partner ook mee op het bedrijf en in de korte keten. Als de partner ook in het bedrijf zit, dan is de korte keten meestal een verantwoordelijkheid van die partner. Dit wil echter niet zeggen dat de bedrijfsleiders niet meewerken in de korte keten. Als er externe arbeidskrachten op het bedrijf zijn, is dit meestal in de korte keten. De helft van de respondenten van het onderzoek doet een beroep op externe of familiale arbeidskrachten in drukke periodes. Toch blijft de rechtstreekse verkoop voornamelijk in handen van de bedrijfsleider en de meewerkende partner (Van Buggenhout & Vuylsteke, 2015).
Ook volgens Van Buggenhout en Vuylsteke (2015) gaat de meeste tijd naar verwerking en verkoop. Daarna volgt de verpakking van de producten en het klaarmaken van bestellingen. Administratie vraagt volgens de respondenten van hun onderzoek slechts 10% of minder van alle tijd die naar de korte keten gaat. Ook leveringen vragen gemiddeld weinig tijd omdat deze taak vaak wordt uitbesteed. Promotie neemt ook hier blijkbaar het kleinste deel van de tijd in.
2.4
HET BEDRIJF EN DE LANDBOUWER
2.4.1
De landbouwer
a
Kenmerken van de landbouwer
Welke landbouwers kiezen voor korte keten? Het zou interessant zijn om deze vraag te kunnen beantwoorden. We proberen een profiel te maken van de landbouwer en eventueel zijn partner die ervoor kiezen om hun producten rechtstreeks aan de consument te verkopen. Van Buggenhout en Vuylsteke (2015) vroegen in hun onderzoek naar de kenmerken van de bedrijfsleiders met korte keten-initiatieven. 20% van de ondervraagde bedrijfsleiders zijn vrouwen. De gemiddelde leeftijd van de bedrijfsleiders is 47, 20% is zelfs jonger dan 40 jaar. Dit is een heel ander beeld dan de cijfers van uit het Landbouwzakboekje (2013), die stellen dat de gemiddelde leeftijd van de Vlaamse landbouwer is 51,5 jaar oud. Slechts 12,3% is jonger dan 40 jaar. Het grootste deel (55,8%) ouder is dan 50 jaar. Bedrijfsleiders die kiezen voor korte keten zijn dus vaker een vrouw en gemiddeld jonger dan in andere landbouwbedrijven.
Van alle bedrijfsleiders uit het onderzoek heeft 87% een diploma secundair onderwijs. Bijna de helft heeft zelfs een diploma hoger onderwijs. Dit maakt dat landbouwers met korte keten gemiddeld hoger opgeleid zijn dan andere landbouwers (Van Buggenhout & Vuylsteke, 2015).
De verantwoordelijke van de korte keten is niet altijd de landbouwer. In meer dan de helft van de bedrijven uit het onderzoek van ‘Recht van de Boer(in)’ is dit een vrouw. Vaak staat dus de partner van de landbouwer aan het hoofd in de korte keten. De verantwoordelijke voor de korte keten is gemiddeld 46 jaar. Meer dan de helft heeft een diploma hoger onderwijs en 1/3 heeft een diploma secundair onderwijs. De verantwoordelijke voor de korte keten of de partner van de landbouwer is dus iets vaker hooggeschoold dan de landbouwer zelf (Van Buggenhout & Vuylsteke, 2015). b
Talenten van de landbouwer
De landbouwer zelf is eigenlijk de belangrijkste schakel in het bedrijf en de korte keten. De bedrijfsleider en eventueel de meewerkende partner maken het bedrijf tot wat het is. Hun karakter en vaardigheden zijn bepalend voor wat er met de korte keten bereikt wordt. Zo kan een landbouwer
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Literatuurstudie
23
bijvoorbeeld veel technische vaardigheden hebben. Hij kan een echt vakman zijn in het melken van de koeien, het bewerken van het land, het bereiden van producten... Anderen hebben meer economische vaardigheden en hebben goed overzicht in het management van hun bedrijf. Er zijn ook bedrijfsleiders met meer organisatorische vaardigheden. Dit zijn de echte ondernemers die goed kunnen onderhandelen, hun werk organiseren en leiding geven. Tot slot kan een bedrijfsleider ook eerder commerciële vaardigheden hebben. Deze personen zien veel kansen in de markt en kunnen goed inschatten waar de consument behoefte aan heeft. Meestal blinkt een bedrijfsleider uit in één of twee van deze vaardigheden. De andere moet hij dan leren ontwikkelen of de hulp inroepen van iemand anders. Zo kan een meewerkende partner of een personeelslid over andere vaardigheden beschikken (Robberecht, Symons & Vandeputte, 2004). Het is belangrijk dat een landbouwer zijn vaardigheden kent en weet hoe hij ermee moet omgaan. Wie niet veel commerciële vaardigheden heeft kan beter samenwerken met een collega-landbouwer of marktkramer voor de verkoop van zijn producten. Landbouwers met weinig organisatietalent kiezen beter niet voor verschillende afzetkanalen. Wanneer zij een thuisverkoop combineren met boerenmarkten en een automaat zullen zij het werk niet meer rond krijgen. Wanneer de bedrijfsleider niet goed is in het management, werkt hij misschien beter samen met een boekhouder. Een goed inzicht in de vaardigheden helpt om een gepaste strategie te ontwikkelen voor het bedrijf en de kwaliteiten zo goed mogelijk te benutten (Robberecht, Symons & Vandeputte, 2004).
Volgens het Handboek Directe Verkoop van boerderijproducten moeten landbouwers met korte ketenverkoop goed zijn in het vertellen van hun verhaal. Ze moeten er plezier in hebben mensen te ontvangen op hun bedrijf of hun producten te verkopen. Korte keten verkoop vraagt marktgerichte denkers die heel creatief zijn. Deze landbouwers moeten goede commerciële vaardigheden hebben en risico’s durven nemen. Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. toont een schema waarin landbouwers kunnen ontdekken welk type korte keten het best bij hun past (van Boxtel & Schlaman, 2008).
Figuur 11: Schema aanpak korte keten (van Boxtel & Schlaman, 2008)
2.4.2 a
Het bedrijf
Bedrijfsmissie
Voor men begint met korte keten of andere verbredingsactiviteiten kan het interessant zijn om het toekomstbeeld van het bedrijf te schetsen. Wat wil u met uw bedrijf bereiken? In deze bedrijfsmissie moeten zowel economische, ecologische als sociale aspecten bekeken worden. Er moet ook rekening gehouden worden met 5 externe invalshoeken: personeel, omgeving, leveranciers, klanten en maatschappij. Het is de bedoeling dat er een duurzame vertrouwensband is tussen het bedrijf en deze partijen (Robberecht, Symons & Vandeputte, 2004).
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Literatuurstudie
24
Een bedrijf met korte keten moet ook bereid zijn om de bedrijfsvoering aan te passen. Wanneer bijvoorbeeld slechts één soort sla geteeld wordt die in één bepaalde periode geoogst wordt, zal de korte keten niet werken. Het is dan beter verschillende soorten te telen, waarvan er elke dag een beetje kunnen verkocht worden. Er zijn ook verschillende afzetmogelijkheden waaruit een landbouwer kan kiezen. De verschillende verkoopvormen stellen andere eisen aan het bedrijf. De benodigde arbeid en investeringen zijn verschillend en soms zijn aanpassingen of bestemmingswijzigingen in de vergunning nodig (van Boxtel & Schlaman, 2008). b
Sterkten en zwakten
Ieder bedrijf heeft zijn sterke en minder sterke kanten. Ook de mogelijkheden en beperkingen zijn voor ieder bedrijf verschillend. Daarom is het voor iedere landbouwer die wil starten met korte keten relevant om dit eens in kaart te brengen. Dit kan via de SWOT-analyse (strenghts, weaknesses, opportunities en treats). In deze SWOT-tabel bevinden zich linksboven alle sterktes en rechtsboven alle zwaktes van het bedrijf zelf. Onderaan zijn dan links alle kansen opgesomd en rechts de bedreigingen. De elementen die zeker geëvalueerd dienen te worden zijn bijvoorbeeld de landbouw technische situatie en markt en inkomenspositie. Dit zijn bijvoorbeeld de juiste teeltkeuzes, prijsvorming, schuldgraad en afzetzekerheid. Samenwerkingsverbanden zijn een belangrijke sterkte. Ook de arbeids- en gezinssituatie mag niet vergeten worden. Zo kan de leeftijd van de bedrijfsleider eventueel een belemmering zijn. Belangrijke kansen en bedreigingen zijn de ligging van het bedrijf en de regelgeving. Een bedrijf langs een fietsroute kan veel mogelijkheden bieden voor een hoevewinkel. Anderzijds kan het niet verwerven van een vergunning een grote bedreiging zijn. Sommige bedreigingen kunnen ook kansen worden. Een rode PAS-brief kan ervoor zorgen dat een bedrijf niet meer kan uitbreiden, maar korte keten kan dan wel voor een extra inkomen zorgen (Robberecht, Symons & Vandeputte, 2004). In Figuur 12 is de SWOT-analyse van een voorbeeldbedrijf te zien. STERKTEN
ZWAKTEN
KANSEN
BEDREIGINGEN
Gediversifieerde inkomsten Goede mechanisatie en werkorganisatie Weinig schulden Goede klantenrelatie Uitgebreide kring van relaties Schitterende omgeving Fietsroute langs hoeve Nabijheid stad Vergoeding voor landschapsbeheer en groene zorg Nieuwe tendensen
De liquiditeit is beperkt Plafond nutriëntenhalte bereikt Zeer druk en hectisch Rommelig bedrijf Versnipperde percelen Administratie onvoldoende op punt Neerwaartse prijzendruk Bedrijfsopvolging twijfelachtig
Figuur 12: SWOT-analyse (Robberecht, Symons & Vandeputte, 2004)
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
2.4.3 a
Literatuurstudie
25
Marketingprincipes
Onderscheidend vermogen
De consument kan overtuigd worden voor het kopen van een product als het zich onderscheidt van andere producten. Daarom is het als rechtstreekse verkoper van land- en tuinbouwproducten belangrijk om te benadrukken dat men verse, seizoensgebonden en bedrijfseigen producten aanbiedt. Verwerkers kunnen hun ambachtelijke verwerking in de kijker zetten. Men kan ook zorgen voor een goede service, vriendelijk zijn in de winkel, belevering aan huis, tips en recepten voor bepaalde producten… Ook de presentatie is zeer belangrijk, zowel van het bedrijf en de winkel als het assortiment. Een schoon bedrijf met een warme, landelijke winkel spreekt direct aan bij de consument. Ook mooie verpakkingen en een ruim assortiment zijn een troef. De belangrijkste manier om de korte keten te onderscheiden van een gewone supermarkt is natuurlijk het directe contact met de klanten. Er is een vertrouwensband tussen de klant en de landbouwer. De landbouwer kan ook het verhaal van zijn bedrijf en zijn producten vertellen. Op deze manier kan ook een eerlijke prijs gevraagd worden voor zowel de landbouwer als de klant (Robberecht, Symons & Vandeputte, 2004).
Ook volgens van Boxtel & Schlaman (2008) is onderscheiding van producten belangrijk. Zij benadrukken vooral de 4 P’s van marketing (product, prijs, plaats en promotie). Ook persoon en presentatie passen volgens hun in het rijtje thuis. -
-
-
-
-
plaats Opnieuw wordt aangehaald dat de authentieke manier van produceren en de bijzondere locatie een belangrijke troef zijn. Men moet hier zeker gebruik van maken, zoals bijvoorbeeld de automaat naast de grazende koeien of foto’s van de eigen dieren of teelten in de winkel of het marktkraam. prijs De juiste prijs voor een product bepalen is niet gemakkelijk. Klanten verwachten misschien goedkope producten, maar goedkoop is geen synoniem voor kwaliteit. Als landbouwer moet men de juiste prijs durven vragen. Een marge boven de kostprijs zorgt voor een goede vergoeding van de arbeid. Ook in grootwarenhuizen wordt vaak een grote marge gerekend, dus een marge van ongeveer 30% is zeker niet verkeerd. Zo kan men vaste klanten af en toe een extraatje bieden, zoals een cadeautje met de dag van de klant. Dit zorgt dan weer voor een goede band met de klanten. product Het is belangrijke om een juiste assortiment aan te bieden. Consumenten kiezen graag uit verschillende producten. In hoevewinkels of op markten wordt dus best een voldoende groot assortiment aangeboden. Het is echter ook niet goed om er een hele supermarkt van te maken. Klanten komen net voor de authentieke sfeer en de beste marge heeft men op de eigen producten. Webwinkels met een minimumbedrag voor de bestelling bieden ook best geen te beperkt assortiment aan. Het is ook aangeraden om seizoensgebonden producten in de kijker te zetten. promoties Op vlak van promotie is het vooral belangrijk om als landbouwer je eigen verhaal te vertellen. Dit kan rechtstreeks aan de klant, maar ook via een nieuwbrief, website, folder… Een activiteit als de ‘Dag van de landbouw’ kan de interesse wekken bij bezoekers om producten te kopen. Ook een persoonlijk praatje zorgt voor klantenbinding. Tevreden klanten vertellen hun ervaringen verder. persoon Klanten zijn nieuwsgierig naar de oorsprong van de producten en willen graag kennismaken met de landbouwer. Deze band maakt dat zij graag terugkomen. Trouwe klanten zijn
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
-
b
Literatuurstudie
26
waardevol en overtuigen anderen. Ook in een webwinkel kan men de boer bereikbaar maken. Denk maar aan persoonlijke nieuwsbrieven, een foto van de landbouwer en zijn gezin op de website, leveren aan huis… presentatie De eerste indruk blijft hangen bij de klant. Een lege parking of geen volk aan het marktkraam maken geen goede indruk. Naar een warme en persoonlijke winkel komen ze graag terug. Bij webwinkels is een vlotte toegankelijkheid en mooie presentatie heel belangrijk. Klantenrelatie
Klantenrelatie is een zeer belangrijk aspect in de korte keten. Zowel het verzamelen als het behouden van klanten is een actieve taak. Eerst en vooral moeten klanten weten dat u bestaat en interesse krijgen in de producten. De drempel om te komen kijken en een eerste aankoop te doen moet laag zijn. Daarna is het de bedoeling dat de klanten tevreden zijn en terugkomen om het opnieuw te kopen. Enthousiaste klanten vertellen hun ervaringen verder en zijn de beste manier van reclame maken (Robberecht, Symons & Vandeputte, 2004). Volgens van Boxtel & Schlaman (2008) staan de eerste stappen voor een aankoop los van het product, maar zijn afhankelijk van de presentatie, bereikbaarheid… Daarna bepaalt de kwaliteit van het product en de meerwaarde of de klant terugkomt. Klanten weten graag welke service ze kunnen verwachten voor ze ergens gaan kopen. Nieuwe klanten vertrouwen dus op informatie van bekenden. Klanten tevreden houden en het gevoel geven dat ze speciaal zijn, zorgt voor goede reclame. Om nieuwe klanten te werven kan men het bedrijf promoten. c
Marketingstrategieën
Communiceren naar de klanten en het bedrijf promoten kan volgens verschillende strategieën. De gekozen marketingstrategieën hangen af van de doelgroep die men wil bereiken en de gekozen afzetstrategie.
naam en huisstijl Herkenbaarheid is heel belangrijk voor klanten. Een pakkende en herkenbare naam doet veel. Men moet wel opletten dat de naam al niet in gebruik is door een ander bedrijf. Het is ook heel raadzaam om een logo te ontwerpen. Dit moet dan consequent gebruikt worden op alle producten en publiciteit. Landbouwers die aan thuisverkoop doen stellen best duidelijke openingstijden op, want een klant staat niet graag voor een gesloten deur. Deze openingstijden staan dan best op een duidelijk bord, goed zichtbaar voor toevallige passanten (van Boxtel & Schlaman, 2008). folder Een klassieke manier om het bedrijf en het productaanbod voor te stellen is via een folder. Deze folder kan dan verspreid worden via ander hoevewinkels in de buurt, toeristische diensten, op markten… Het is belangrijk om een mooie folder te maken omdat deze de eerste indruk van het bedrijf maakt. Het mag geen geknutselde folder zijn, er moet aandacht gegeven worden aan een mooie opmaak, geen schrijffouten en het gebruik van de huisstijl. Er moet plaats zijn voor een bondige, boeiende tekst met het verhaal van het bedrijf en het productassortiment. Ook foto’s zijn hier op hun plaats. Op de achterkant van de folder kan de zakelijke informatie komen zoals adres, contactgegevens, openingsuren en een routebeschrijving. De prijzen worden hier best niet in vermeld omdat de folder dan snel verouderd zal zijn. Naast een folder kunnen er eventueel ook visitekaartjes gemaakt worden. Deze worden vaak langer bewaard dan een folder (Robberecht, Symons & Vandeputte, 2004; van Boxtel & Schlaman, 2008).
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Literatuurstudie
27
reclamebord en wegwijzers Onder deze rubriek vallen affiches, reclamepanelen, uithangborden, bewegwijzering, stoepborden en nog veel meer. Een mooie uitstraling van deze borden biedt heel wat voordelen. Toch is het beter de tekst te beperken. Enkel de belangrijkste informatie (bedrijfsnaam, logo, productaanbod, openingsuren, adres, website) kan gelezen worden als men er voorbij rijdt. Sommige landbouwers bedenken heel originele formules voor reclameborden zoals een plastic koe of een oude tractor en voor tijdelijke evenementen zelfs een stropop. Voor wegwijzers en vaste reclameborden moet wel vaak een aanvraag gedaan worden bij de gemeente (Robberecht, Symons & Vandeputte, 2004). nieuwsbrief Een nieuwsbrief is volgens Robberecht et al. (2004) een krachtig maar tijdsintensief initiatief. Het is een heel persoonlijke manier van promotie maken. Men kan de klanten vertellen over het werk en de gebeurtenissen op de boerderij en in de familie, over nieuwe producten en over aankomende evenementen. Het gevaar is echter dat men in het begin heel wat inspiratie heeft, maar na verloop van tijd heel wat minder. Daarom is het beter een nieuwsbrief bijvoorbeeld maar driemaandelijks uit te sturen. Op deze manier kan men deze gebruiken om nieuwe seizoengebonden producten aan te bieden. Ook kan men receptjes of acties meedelen.
Ook via de sociale media kan men nieuwberichten delen met klanten en geïnteresseerden. Op facebook kan een bedrijfspagina gemaakt worden met een wekelijkse update. Ook acties zoals het verloten van geschenkmanden kunnen hiermee gedaan worden. Pinterest kan dan weer gebruikt worden om interessante ideeën en receptjes te delen via een facebookpagina. Andere sociale media zijn dan weer minder interessant, omdat hiermee niet de juiste doelgroep bereikt kan worden. Via facebook is het wel mogelijk om een breed doelpubliek te bereiken met dan vooral jonge gezinnen. Toch moet men wel weten dat niet iedereen bereikbaar is via de sociale media (D'hanens, 2016).
website Mensen zoeken vandaag graag informatie via het internet. Ze verwachten daarbij actuele gegevens en een interessante website. Dit kan via een vermelding op een verzamelsite als www.rechtvanbijdeboer.be, maar ook door zelf een website te ontwikkelen (van Boxtel & Schlaman, 2008). Veel websitebezoekers kennen het bedrijf niet wanneer ze de website bezoeken. De mensen moeten direct overtuigd zijn van het verhaal en benieuwd zijn om producten te kopen. Daarom moet het productaanbod centraal staan. Het moet duidelijk zijn waar men de producten kan kopen. En ook de contactgegevens (adres, telefoonnummer en e-mailadres) moeten duidelijk vermeld staan. De website moet een verzorgd geheel zijn met geen te lange teksten en landbouwtechnische woorden. Veel foto’s maken de website aantrekkelijker. De domeinnaam is best kort en gemakkelijk te onthouden (Robberecht, Symons & Vandeputte, 2004).
speciale acties Met speciale acties en activiteiten voor vaste en nieuwe klanten kan men de klantengroep binden. Mensen willen graag dingen doen tijdens hun vrije tijd. Er is dan ook veel interesse bij een open dag, rondleidingen in de stal, workshops koken, een klantenfeest. Op zo’n evenement kan men dan producten verkopen om ook nieuwe klanten te overtuigen (Robberecht, Symons & Vandeputte, 2004; van Boxtel & Schlaman, 2008).
andere mogelijkheden Een artikel in de krant of een plaatselijk tijdschrift kan de nieuwsgierigheid van de lezers wekken. Dit kan bij een speciaal evenement of een nieuw product. Zolang het nieuws interessant is voor iedereen is het een effectieve en gratis manier van publiciteit (Robberecht, Symons, & Vandeputte, 2004). Ook via andere organisaties kan promotie gemaakt worden. Denk maar een opname in de gemeentegids, een streekgids over recreatie en toerisme... (van Boxtel & Schlaman, 2008)
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Literatuurstudie
28
Tot slot is er nog de betaalde reclame. Dit zijn bijvoorbeeld een spot op de radio of een advertentie in de streekkrant. Deze reclame is duur en vaak niet efficiënt omdat het verloren gaat tussen vele andere advertenties. Advertenties worden pas onthouden als ze minstens 7 keer gezien zijn (Robberecht, Symons, & Vandeputte, 2004). De beste reclame blijft mondelinge reclame. Garandeer eerst en vooral goede service en kwaliteit. Daarna kan men pas denken aan adverteren. Zorg voor een herkenbare boodschap en een eigen huisstijl. Tevreden klanten komen graag terug en vertellen verder (van Boxtel & Schlaman, 2008).
2.5
BESLUIT
Korte keten is een duurzaam afzetsysteem van land- en tuinbouwproducten. Dit kunnen zowel primaire producten zijn als verwerkte producten. Er is geen definitie voor korte keten, maar er zijn wel 5 basisprincipes. Er is een rechtstreekse relatie tussen de producent van de producten en de consument. De producent kan hierbij een eerlijke prijs vragen voor zijn product. Ook is er een beperkte afstand die het product aflegt en is er een transparante keten. Er is een lokale verkoop van plaatselijk geteelde producten. En tot slot wordt de consument in contact gebracht met de landbouw en productie van voedingsmiddelen. Korte keten is eigenlijk een heel oud concept, dat nu terug in opmars is. Het biedt heel wat sociale, economische en ecologische voordelen zoals de weinige voedselkilometers, eerlijke prijs en het contact met de klant. De nadelen zijn echter de onzekere rendabiliteit en afzet en het feit dat het zeer tijdrovend is.
In Vlaanderen zijn naar schatting 2.133 bedrijven met korte keten verkoop en 457 daarvan doen aan verwerking. Het gaat vooral om gemengde bedrijven, tuinbouwbedrijven en rundveebedrijven. Het aangeboden assortiment bestaat vooral uit aardappelen en verwerkte zuivelproducten. Ook eieren, melk, fruit en groenten en vlees- en fruitbereidingen worden vaak in de korte keten verkocht. 1/4 van de korte ketenverkopers verkoopt enkel verse producten, ongeveer de helft verkoopt zowel primaire als verwerkte producten. De helft verkoopt naast eigen producten, ook producten van anderen, zoals bijvoorbeeld collega landbouwers of de veiling. De helft van de hoeveverkopers verkoopt slechts 25% van hun eigen productie, terwijl 1/3 meer dan de helft van de eigen productie verkoopt. De meest voorkomende afzetkanalen zijn thuisverkoop, horeca, collega’s, voedselteams en boerenmarkten. Ook automaten en webwinkels komen veel voor. Abonnementen, zelfoogst en CSA komen dan weer minder vaak voor. De meeste verkopers hebben tot 100 klanten, maar toch ook een groot deel heeft zelfs meer dan 100 klanten. De klanten gaven in 2009 ongeveer €18 uit per aankoop en €141 op een heel jaar. De meeste hoeveproducten worden verkocht aan gepensioneerden en welgestelde gezinnen met kinderen. Ook jonge alleenstaanden met een beperkter inkomen kopen via de korte keten. Zij kiezen vooral voor producten die goedkoper zijn dan in de supermarkt, zoals groenten, fruit en aardappelen. De motieven waarom mensen via de korte keten willen kopen zijn het contact, de versheid en de meerwaarde. Ook de prijs speelt een grote rol.
Dat korte keten terug steeds meer voorkomt, is goed te zien in de algemene omzetcijfers van Vlaanderen en België. De totale omzet (exclusief aardappelen) in 2014 is in België met 3% gestegen en in Vlaanderen zelfs met 6%. Op bedrijfsniveau is de omzet per bedrijf sterk verschillend. De helft van de korte ketenverkopers maakt een omzet tussen de 1.000 en de 5.000 euro. Een derde behaalt dan weer een omzet van meer dan 50.000 euro. De behaalde omzet is sterk afhankelijk van het afzetkanaal. De hoogste omzet wordt behaald met een hoevewinkel. Ook verkoop via internet en abonnementen zorgen voor een behoorlijke omzet. Daarna volgen verkoop op (boeren)markten en aan horeca en tot slot verkoop langs de weg. Als men naar de aangeboden producten kijkt, zorgt vooral vlees voor een zeer hoge omzet.
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Literatuurstudie
29
Daarna volgen verwerking van groenten en fruit en hoevezuivel. Ook op vlak van de kosten zijn er grote verschillen in zowel de structurele als de variabele kosten. Deze verschillen zitten voornamelijk tussen de verkopers van primaire producten en de verwerkers. Bedrijven die enkel primaire producten verkopen hebben vaak lage kosten, maar ook een lage omzet. Verwerkers maken dan weer vaker een hoge omzet met ook zeer hoge kosten. De variabele kosten van een hoeveslagerij zijn vaak dubbel zo hoog als bij de verkoop van groenten en fruit. De investeringen zijn een onderdeel van de structurele kosten. De investeringen gaan vooral naar verwerking, verkoop en verpakking. Bij veel bedrijven blijven de investeringen onder de 15.000 euro. Toch zijn ze echter bij veel bedrijven ook groter dan 90.000 euro. Verkopers van groenten en fruit zitten meestal in de laagste groep. Hoeveslagers en hoevezuivelaars zitten vaker in de hoogste groep. De jaarlijkse afschrijvingen zijn gemiddeld 3.000 euro. Duurdere investeringen worden dan ook op een langere termijn afgeschreven. De investeringen zijn niet alleen afhankelijk van de keuze tussen primaire of verwerkte producten, maar ook van het afzetkanaal. Een volledig ingerichte hoevewinkel vraagt grotere investeringen dan een eenvoudig marktkraam of een afhaalruimte. Van het inkomen zijn veel minder gegevens beschikbaar. Volgens een onderzoek in 2005 zou korte keten 22% van het totale bedrijfsinkomen uitmaken. Voor een hoeveslagerij zou dit gemiddeld meer zijn, voor verkopers van groenten en fruit minder. Voor hoevezuivel zou het arbeidsinkomen gemiddeld 9.000 euro bedragen. Als men hiervan echter de kosten voor familiale arbeid zou aftrekken komt men negatief uit. Gemiddeld werken er 1,55 voltijdse arbeidskrachten in de korte keten. Dat is bijna meer dan de helft dan in het volledige bedrijf. Bij 78% er van de bedrijven is een meewerkende partner die ook meestal in de korte keten werkt. In het hoogseizoen wordt vaak gebruik gemaakt van externe arbeidskrachten. Wanneer we gaan kijken naar de landbouwers die voor korte keten kiezen, merken we dat deze gemiddeld jonger zijn en hoger opgeleid dan in andere landbouwbedrijven. Het zijn ook vaker vrouwelijke bedrijfsleiders. De verantwoordelijke van de korte keten is vaak de partner van de landbouwer en is gemiddeld hoger opgeleid dan de landbouwer zelf.
Om te beginnen met korte keten heeft een landbouwer de juiste talenten nodig, hiervan is echter weinig concrete informatie te vinden in de literatuur. Mensen kunnen verschillende vaardigheden of talenten hebben zoals technische, economische, organisatorische en commerciële. De meeste mensen blinken slechts uit in één of twee van deze talenten. Daarom is het belangrijk om jezelf te kennen en hulp in te roepen of de strategie aan te passen. Wat ook belangrijk is om te slagen in korte keten is dat landbouwers graag omgaan met mensen, hun verhaal vertellen en creatief en marktgericht zijn. Niet alleen de talenten van de landbouwer spelen een rol, ook het bedrijf moet geschikt zijn. Hiervoor kan men best vooraf eens de sterktes en zwaktes overwegen. Mogelijk moet de bedrijfsvoering aangepast worden of kunnen er net veel kansen zijn door een goede ligging van het bedrijf. In het onderzoek zullen we meer te weten komen over de impact van korte keten op het landbouwbedrijf. Om de korte keten te doen slagen moet men ook reclame maken. Er zijn verschillende marketingstrategieën voor handen. Voorbeelden hiervan zij een duidelijke naam en huisstijl die zorgen voor mondelinge reclame, een folder, reclameborden en wegwijzers, een nieuwsbrief, een website… Verder in het onderzoek zal te zien zijn welke strategieën het meeste toegepast worden.
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Materiaal en methoden
3
MATERIAAL EN METHODEN
3.1
ECONOMISCHE IMPACT
3.1.1
Managementprogramma met onderdeel ‘korte keten’
30
Voor het bespreken van de economische impact zal in dit onderzoek vooral ingegaan worden op de prijszetting van de producten. De prijs van de te verkopen producten heeft een grote invloed op het bedrijfsresultaat, zowel voor het onderdeel korte keten als het volledige bedrijf. De impact van de prijszetting wordt besproken met behulp van het ingaveprogramma voor bedrijfseconomische boekhoudingen.
In het Vlaams Agrarisch Centrum worden de bedrijfseconomische resultaten berekend aan de hand van het managementprogramma ‘VACwerk’. De bedrijfseconomische boekhouding is voor het Vlaams Agrarisch Centrum het managementinstrument voor elk land- en tuinbouwbedrijf. Het geeft inzicht inzake: technische prestaties, economische prestaties, mestbalans, energiebalans en arbeidskosten dit per bedrijfstak en in totaliteit. Op basis van de bedrijfseconomische resultatenrekening worden samen met de bedrijfsleidingsadviseur berekende strategische beslissingen genomen. Het programma kan eenvoudig online ingevuld worden via het platform ‘VACcent’ (zie Figuur 13 en Figuur 14).
Figuur 13: VACcent bedrijfstakken
Figuur 14: VACcent ‘korte keten’, vak ‘verkoop producten’
Voor het berekenen van de bedrijfsresultaten van het boekjaar 2015 is er recent een nieuw onderdeel ‘korte keten’ aan het programma toegevoegd. Hierin kunnen de resultaten uit de korte keten aan het bedrijfsresultaat toegevoegd worden. In de andere onderdelen van het programma (teeltplan, melkvee, vleesvee, varkens...) kunnen producten toegewezen worden naar de korte keten. Hier vult men ook de verkoopprijs van de producten van het landbouwbedrijf naar de korte keten in. Deze producten komen dan in de stock van korte keten. Hier kunnen dan andere kosten worden toegevoegd, zoals ingrediëntenkosten, arbeidskosten en kosten van andere verkoopsproducten. Ook de inkomsten van de verkochte producten worden ingevuld. Aan de hand van deze gegevens en de kosten en inkomsten uit de andere onderdelen kan het bedrijfsresultaat berekend worden.
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
3.1.2
Prijszetting en bedrijfsresultaat
3.1.3
Gekozen bedrijf
Materiaal en methoden
31
Om de impact van de prijszetting op het bedrijfsresultaat na te gaan, zal ik voor een bepaald bedrijf verschillende situaties ingeven in het ingaveprogramma. In de eerste situatie worden de producten van het landbouwbedrijf ‘te goedkoop’ aangerekend aan de korte keten. In de korte keten worden de producten verkocht aan een correcte prijs. Dus alle kosten worden vergoed en er is een zekere marge voor de arbeid. In de tweede situatie worden de kosten aan het product in het landbouwbedrijf goed ingeschat, maar in de korte keten wordt het product ‘te goedkoop’ verkocht. In de laatste situatie worden alle kosten correct ingeschat en wordt er in de korte keten nog een marge voor de arbeid gerekend. Daarna worden de bedrijfsresultaten van de 3 situaties naast elkaar gelegd en vergeleken, dit zowel voor het totale bedrijfsresultaat als voor de resultaten uit het landbouwbedrijf en de korte keten.
Het gekozen bedrijf is een melkveebedrijf met hoevewinkel en verbruikszaal. De producten die aangeboden worden zijn melk, boter, karnemelk, yoghurt en hoeve ijs.
Deze resultaten zullen zeker ook bruikbaar zijn voor andere types bedrijven met andere afzetkanalen. Het gaat namelijk enkel om de prijszetting. Er moet dan enkel rekening gehouden worden met de eigen kosten van het land- of tuinbouwbedrijf en de korte keten. Voor verkopers van primaire producten, zoals groenten en fruit, zijn dit enkel de teeltkosten en eventuele verkoopkosten (afhankelijk van het afzetkanaal). Voor verwerkers wordt dit wat ingewikkelder want zij moeten ook rekening houden met ingrediënten- en verwerkingskosten.
3.2
SOCIALE IMPACT
3.2.1
Inhoud van de enquête
Als tweede deel van dit eindwerk zal ik de sociale impact van de korte keten onderzoeken. Ik zal verschillende aspecten bespreken zoals het type landbouwer dat voor korte keten kiest, de arbeidsen tijdsbesteding, de omgang met klanten, de meerwaarde voor het bedrijf en de belangrijke talenten van de landbouwer. De beste manier om dit te weten te komen is via de landbouwer zelf en daarom werd een enquête opgesteld. Aanvankelijk zouden we ze enkel toesturen aan landbouwers met korte keten activiteiten, maar de landbouwers die recent opgestart zijn, zouden we hierdoor over het hoofd zien. Daarom is ze toegestuurd naar alle landbouwers uit het gegevensbestand van het Vlaams Agrarisch Centrum.
Eerst en vooral werden enkele vragen gesteld om een beter beeld te krijgen van de steekproef. Dit kon ook een leidraad zijn bij het verwerken van de resultaten. De vragen die hier gesteld werden gingen over het bedrijf, het type korte keten en de kenmerken van de bedrijfsleider en de verantwoordelijke voor de korte keten. Daarna volgden enkele vragen over de arbeidsverdeling en tijdsbesteding in het bedrijf en de korte keten. De landbouwers moesten per arbeidskracht weergeven hoeveel uren ze in het hoogseizoen en laagseizoen werken. Ook de verdeling van de arbeid tussen de korte keten en het landbouwbedrijf werd gevraagd en of er nog voldoende tijd over is voor ontspannende activiteiten. Tot slot werd ook nog de tijdverdeling tussen de verschillende taken in de korte keten gevraagd en welke taken ze graag doen.
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Materiaal en methoden
32
Vervolgens werden enkele vragen gesteld over positieve en negatieve aspecten van de korte keten, zoals de motivaties en knelpunten, de meerwaarde voor het bedrijf en of er hinder ondervonden wordt. Ze moesten hierbij ook aanduiden hoe ze hun korte keten verkoop over een aantal jaar zien en of ze nog tevreden zijn met hun keuze om hieraan te beginnen. Daarna werden enkele vragen gesteld over de omgang met klanten.
Eén van de belangrijkste vragen uit deze enquête is over welke talenten een landbouwer moet beschikken om een succesvolle korte keten te hebben. Er werden hiervoor enkele talenten gegeven die de respondenten moesten beoordelen. Ook was er de mogelijkheid om nog enkele talenten toe te voegen. Op vraag van het VAC werd nog een vraag toegevoegd over marketingprincipes. De respondenten moesten aanduiden op welke manier er op dit moment reclame gevoerd wordt en hoe ze dit in de toekomst zouden aanpakken. De enquête is in een vereenvoudigde weergave te vinden in bijlage 1. 3.2.2
Vorm van de enquête en doelpubliek
De enquête werd opgesteld in het programma Qualtrics van de hogeschool. Via mail wordt deze dan verspreid naar het doelpubliek. Deze personen konden dan via een link de enquête online invullen. Het doelpubliek zijn vooral de klanten van het Vlaams Agrarisch Centrum die ook actief zijn in de korte keten. Dit zijn de beste ervaringsdeskundigen om de sociale impact van korte keten na te gaan. Het zijn landbouwers met zowel grote als kleine bedrijven en met elk een eigen assortiment en afzetkanaal. Op deze manier kunnen de resultaten een algemeen beeld schetsen van de gehele korte keten. 3.2.3
Verwerking van de resultaten
De antwoorden uit de enquête werden verwerkt en omgezet in grafieken die besproken zullen worden in het hoofdstuk resultaten. Er zijn ongeveer 130 antwoorden binnen gekomen. Dit was een veel groter aantal dan aanvankelijk ingeschat. Veel enquêtes waren echter niet afgewerkt. Deze zijn dan niet verder meegenomen in het bespreken van de resultaten. Uiteindelijk zijn er nog 100 respondenten overgebleven. Moeilijkere vragen, zoals de arbeidsverdeling werden niet altijd correct beantwoord. Per onderdeel heb ik dus nog een selectie gemaakt met de relevante antwoorden. De grootte van de steekproef wordt bij ieder onderdeel vermeld. Bij de vraag over het studiegebied waren de antwoorden zeer gespreid. Ik heb dan zelf een opdeling gemaakt naar enkele studiegebieden als techniek en bouw, sociale studies, wetenschappen en economie, om de resultaten overzichtelijk te kunnen weergeven.
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
4
RESULTATEN
4.1
ECONOMISCHE IMPACT
4.1.1
Algemeen
Resultaten
33
Voor het deel over de economische impact zal ik zoals eerder gezegd de prijszetting van de producten verder bekijken. Aan de hand het boekhoudprogramma van het VAC worden de bedrijfsresultaten voor 3 situaties berekend en vergeleken, in analysejaar 2015. Zowel het arbeidsinkomen van het volledige bedrijf als het arbeidsinkomen voor korte keten worden dan geanalyseerd.
Met volgende gegevens wordt rekening gehouden in de drie situaties.
Jaarlijks wordt er 6.805 liter melk verkocht via de korte keten. In de korte keten wordt dan 1.545 liter verkocht als verse melk. De rest wordt verwerkt tot boter, yoghurt, ijs en platte kaas. Er wordt 200 kg boter geproduceerd. Er wordt 590 liter yoghurt verkocht. Van platte kaas wordt 310 liter verkocht. Er wordt 700 liter karnemelk en 3.100 liter ijs verkocht.
Om deze producten te produceren werden een aantal kosten gemaakt. Eerst en vooral werden ingrediënten aangekocht. Om de producten te mogen verkopen moeten ze ook verpakt zijn. Ten slotte werd er ook rekening gehouden met enkele verkoopskosten zoals marketingkosten en de verplichte productanalyses. Al deze kosten zijn weergegeven in Tabel 3. Ter verduidelijking, er wordt geen rekening gehouden met (para-)fiscale aspecten, zoals bv. BTW, inkomstenbelasting en sociale zekerheid. Tabel 3: Variabele kosten
Variabele kosten voor korte keten
Kosten ingrediënten en additieven Zuursel voor yoghurt Fruit
Zuursel voor kaas
Stremsel voor kaas
Verpakkingskosten Plastic flessen 1L Plastic flessen 2L Etiketten
Plastic potjes met deksel Plastic dozen 2L
Verkoopskosten
€35,90
€100,00
€14,96 €34,16
€300,00 €275,00
€70,00
€1.130,00
€800,00
Winkelinrichting
€480,00
Productanalyses
€120,00
Marketingkosten Totaal variabele kosten
€150,00 €3.390,02
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Resultaten
34
Daarnaast werden ook nog structurele kosten in rekening gebracht. In 2006 werd geïnvesteerd in de bouw van de hoevewinkel voor 75.000 euro en de afschrijvingsperiode hiervoor is 25 jaar. In 2008 werd bijkomend geïnvesteerd in de inrichting voor 35.000 euro en de afschrijvingsperiode hiervoor is 10 jaar. In 2015 is er geïnvesteerd in een ijsmachine voor 30.000 euro. Ook dit bedrag telt mee in de afschrijvingen en rentes van de korte keten voor 10 jaar. De afschrijvingen zijn een boekhoudkundig gegeven en worden meegeteld in het arbeidsinkomen (het boekhoudkundige resultaat). In Tabel 4 worden de structurele kosten voor de korte keten weergegeven. Tabel 4: Structurele kosten
Structurele kosten
Investering in 2006 in hoevewinkel Investering in 2008 in inrichting hoevewinkel Investering in 2015 ijsmachine Toewijzing van Algemene investeringen aan korte keten Totaal aan afschrijving
Rentekosten verbonden aan de afschrijvingen Diverse algemene onkosten
Totaal van de structurele kosten
Afschrijving
75.000 over 25 jaar
€ 3.000,00
30.000 over 10 jaar
€ 3.000,00
35.000 over 10 jaar Toewijzing van 2%
€ 3.500,00 € 84,29
€ 9.584,29 € 4.431,66
€ 11.184,30 € 25.200,25
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
4.1.3
Situatie 1
a
Beschrijving van de situatie
Resultaten
35
De producten worden vanuit het landbouwbedrijf aan een lage prijs doorgerekend naar de korte keten. In de korte keten wordt de prijs goed ingeschat aan de hand van de kosten en er is een zekere marge voor de arbeid. In situatie 1 wordt rekening gehouden met de gegevens weergegeven in Tabel 5. De kostprijs voor de verkoop van melk naar de korte keten is dan in totaal 2.041,50 euro. De verkoopprijs van de verkochte producten is vermeld per liter of per kilogram. Deze prijs werd berekend op basis van de kosten voor de bereiding (ingrediënten en verpakking). Hierbij werd ook een marge van 30% gerekend voor de arbeid. Ook de totale bedragen van de verkochte producten zijn in de tabel te zien. De totale omzet van de verkochte producten bedraagt 37.836,50 euro. Tabel 5: Beschrijving situatie 1
Product
Hoeveelheid
Melk naar korte keten
6.805 liter
€0,30 / liter
€2.041,50
Melk
1.545 liter
€772,50
Boter
150 kg
€0,50 / liter €4,80 / liter of €0,60 per potje €8,00 / kg of €2,00 per pakje €0,60 / liter €5,20 / liter of €1,3 per potje €10,00 / liter of €2,50 per coupe
Aankopen vanuit landbouwbedrijf Verkoop van producten Yoghurt Karnemelk
Platte kaas Hoeve ijs
Totaal verkoop b
Eenheidsprijs
590 liter 700 liter 310 liter
3.100 liter
Resultaat
Totaal
€2.832,00 €1.200,00
€420,00
€1.612,00
€31.000,00
€ 37.836,50
Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. toont de bruto opbrengst en het arbeidsinkomen van zowel de korte keten als van het totale bedrijf. Het arbeidsinkomen uit de korte keten is 6.554,73 euro. Voor het volledige bedrijf is dit 48.229,81 euro. De volledige resultatenrekeningen zijn te vinden in bijlage 2.
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Resultaten
FinanciĂŤle rekening van Korte-Keten Jaar 2015
Bruto Opbrengst
36
Arbeidsinkomen
verkoop handelsproducten (101%)
37.836,50
verkoop anderen (0%)
0,00
verkoop diensten (0%)
0,00
voorraadwijziging handelsproducten (-1%)
-400,00
producten eigen bedrijf (36%)
-2.041,50
voorraadwijziging (2%)
-100,00
Totaal bruto-opbrengst
andere producten (62%)
Totaal variabele kosten
37.436,50
-3.540,02
-5.681,52
Bruto marge
Structurele kosten
31.754,98 Afschrijvingen
-9.584,29
Algemene onkosten
-11.184,30
Rentes
Totaal structurele kosten
Arbeidsinkomen:
FinanciĂŤle rekening totaal Jaar 2015
Bruto Opbrengst
Structurele kosten
Korte-Keten
121.021,90
Diverse inkomsten
28.805,12
Afschrijvingen Rentes
Figuur 15: Resultaat bedrijf situatie 1
6.554,73
37.436,50
Melkvee
Algemene onkosten
Totaal structurele kosten
-25.200,25
Arbeidsinkomen
Para-agrarisch
Totaal bruto-opbrengst Variabele kosten Bruto marge
-4.431,66
Fictieve pacht
12.617,39
-23.744,68 -15.015,48 -40.558,76 -5.119,40
199.880,91 -67.212,81 132.668,10
-84.438,32 Arbeidsinkomen: 48.229,78
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
4.1.4
Situatie 2
a
Beschrijving van de situatie
Resultaten
37
De producten worden aan een goede prijs vanuit het landbouwbedrijf aangerekend naar de korte keten. In de korte keten wordt de prijs te laag gezet. In situatie 2 wordt rekening gehouden met de gegevens weergegeven in
Tabel 6. De kostprijs voor de verkoop van melk naar de korte keten is dan in totaal 2.722 euro. De verkoopprijs van de verkochte producten is vermeld per liter of per kilogram. Deze kostprijs werd berekend op basis van de kosten voor de bereiding (ingrediënten en verpakking). Er werd geen marge gerekend en de kosten zijn niet altijd volledig gedekt. Ook de totale bedragen van de verkochte producten zijn vermeld. De totale omzet van de verkochte producten bedraagt 34.008,50 euro. Tabel 6: Beschrijving situatie 2
Product
Hoeveelheid
Melk naar korte keten
6.805 liter
€0,40 / liter
€2.722,00
Melk
1.545 liter
€772,50
Boter
150 kg
€0,50 / liter €4,00 / liter of €0,50 per potje €8,00 / kg of €2,00 per pakje €0,50 / liter €4,60 / liter of €1,15 per potje €9,00 / liter of €2,25 per coupe
Aankopen landbouwbedrijf Verkoop van producten Yoghurt Karnemelk
Platte kaas Hoeve ijs
Totaal verkoop b
Eenheidsprijs
590 liter 700 liter 310 liter
3.100 liter
Resultaat
Totaal
€2.360,00 €1.200,00
€350,00
€1.426,00
€27.900,00
€ 34.008,50
Figuur 16 toont de bruto opbrengst en het arbeidsinkomen van zowel de korte keten als van het totale bedrijf. Het arbeidsinkomen uit de korte keten is 2.046,23 euro. Voor het volledige bedrijf is dit 44.401,81 euro. De volledige resultatenrekeningen zijn te vinden in bijlage 2.
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Resultaten
FinanciĂŤle rekening van Korte-Keten Jaar 2015
Bruto Opbrengst
Arbeidsinkomen
verkoop handelsproducten (101%)
34.008,50
verkoop anderen (0%)
0,00
verkoop diensten (0%)
Totaal bruto-opbrengst
0,00
voorraadwijziging handelsproducten (-1%)
-400,00
producten eigen bedrijf (43%)
-2.722,00
voorraadwijziging (2%)
-100,00
andere producten (55%)
Totaal variabele kosten Bruto marge Structurele kosten
-9.584,29
Algemene onkosten
-11.184,30
FinanciĂŤle rekening totaal Jaar 2015
Bruto Opbrengst
Structurele kosten
Korte-Keten
-25.200,25 Arbeidsinkomen: 2.046,23
33.608,50
121.702,40
Diverse inkomsten
28.805,12
Afschrijvingen Rentes
Figuur 16: Resultaat bedrijf situatie 2
-4.431,66
Melkvee
Algemene onkosten
Totaal structurele kosten
-6.362,02 27.246,48
Arbeidsinkomen
Para-agrarisch
Totaal bruto-opbrengst Variabele kosten Bruto marge
33.608,50
-3.540,02
Afschrijvingen Rentes
Totaal structurele kosten
38
Fictieve pacht
12.617,39
-23.744,68 -15.015,48 -40.558,76 -5.119,40
196.733,41 -67.893,31 128.840,10
-84.438,32 Arbeidsinkomen: 44.401,78
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
4.1.5
Situatie 3
a
Beschrijving van de situatie
Resultaten
39
De producten worden aan een lage prijs vanuit het landbouwbedrijf doorgerekend naar de korte keten. In de korte keten wordt de prijs goed ingeschat aan de hand van de kosten en er is een zekere marge voor de arbeid. In situatie 3 wordt rekening gehouden met de gegevens weergegeven in Tabel 7.
De kostprijs voor de verkoop van melk naar de korte keten is dan in totaal 4.083 euro. De verkoopprijs van de verkochte producten is vermeld per liter of per kilogram. Deze kostprijs werd berekend op basis van de kosten voor de bereiding (ingrediënten en verpakking). Hierbij werd ook een marge van 30% gerekend voor de arbeid. Ook de totale bedragen van de verkochte producten is in de tabel te weergegeven. De verkoop van de producten zorgden voor een totale omzet van 44.839,50 euro. Tabel 7: Beschrijving situatie 3
Product
Hoeveelheid
Melk naar korte keten
6.805 liter
€0,40 / liter
€2.722,00
Melk
1.545 liter
€927,00
Boter
150 kg
€0,60 / liter €5,20 / liter of €0,65 per potje €9,25 / kg of €2,30 per pakje €0,70 / liter €5,70 / liter of €1,42 per potje €12,00 / liter of €3,00 per coupe
Aankopen landbouwbedrijf Verkoop van producten Yoghurt Karnemelk
Platte kaas Hoeve ijs
Totaal verkoop b
Eenheidsprijs
590 liter 700 liter 310 liter
3.100 liter
Resultaat
Totaal
€3.068,00 €1.387,50
€490,00
€1.767,00
€37.200,00
€ 44.839,50
Figuur 17 toont de bruto opbrengst en het arbeidsinkomen van zowel de korte keten als van het totale bedrijf. Het arbeidsinkomen uit de korte keten is 12.817,23 euro. Voor het volledige bedrijf is dit 55.172,81 euro. De volledige resultatenrekeningen zijn te vinden in bijlage 2.
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Resultaten
FinanciĂŤle rekening van Korte-Keten Jaar 2015
Bruto Opbrengst
40
Arbeidsinkomen
verkoop handelsproducten (101%)
44.839,50
verkoop anderen (0%)
0,00
verkoop diensten (0%)
0,00
voorraadwijziging handelsproducten (-1%)
-460,00
producten eigen bedrijf (43%)
-2.722,00
voorraadwijziging (2%)
-100,00
Totaal bruto-opbrengst
andere producten (55%)
Totaal variabele kosten Bruto marge Structurele kosten
Totaal structurele kosten
Afschrijvingen
Rentes Algemene onkosten
FinanciĂŤle rekening totaal Jaar 2015
Bruto Opbrengst
Structurele kosten
Korte-Keten Para-agrarisch Diverse inkomsten
Afschrijvingen
Rentes Algemene onkosten
Totaal structurele kosten Figuur 17: Totaal resultaat bedrijf situatie 3
-3.540,02
-6.362,02 38.017,48
-9.584,29 -4.431,66
-11.184,30
-25.200,25 Arbeidsinkomen: 12.817,23 Arbeidsinkomen
Melkvee
Totaal bruto-opbrengst Variabele kosten Bruto marge
44.379,50
Fictieve pacht
44.379,50
121.702,40 12.617,39 28.805,12
207.504,41 -67.893,31 139.611,10
-23.744,68 -15.015,48 -40.558,76 -5.119,40
-84.438,32 Arbeidsinkomen: 55.172,78
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
4.1.6
Resultaten
41
Vergelijking
In Tabel 8 worden de 3 resultaten naast elkaar weergegeven. Tabel 8: Vergelijking
netto opbrengst korte keten
Situatie 1
€ 6.554,73
Situatie 2
€ 2.046,23
netto opbrengst melkvee
€ 18.250,99
€ 18.931,49
Arbeidsinkomen
€ 48.229,81
€ 44.401,81
netto opbrengst andere bedrijfstakken
€ 23.424,09
€ 23.424,09
Situatie 3
€ 12.817,23 € 18.931,49 € 23.424,09
€ 55.172,81
Zoals u ziet geeft situatie 3 het beste resultaat. Dit resultaat mag niet verrassen, het staat of valt met de veronderstellingen die in rekening zijn gebracht. Immers situatie 3 geeft het ideale scenario weer waarbij de bedrijfsleider ten eerste een correcte inschatting maakte van de kosten in de melkveetak en ten tweede voldoende marge heeft genomen in de korte keten. De bedrijfsleider in situatie 1 had wel enige marge genomen in de korte keten, maar ging in de fout bij de inschatting van de kosten in de melkveetak. De bedrijfsleider in situatie 2 had wel een goede inschatting van de kosten in de melkveetak, maar maakte geen goede analyse van de kosten in de korte keten. 4.1.7
Besluit
De prijszetting van de producten heeft een zeer grote invloed op zowel het resultaat uit de korte keten als op het volledige bedrijfsresultaat. Het is niet alleen belangrijk om de juiste prijs te bepalen voor de producten uit de korte keten, maar ook van de grondstoffen uit het landbouwbedrijf. Een verschil van 11.000 in het arbeidsinkomen is toch wel zeer groot. Door niet op de hoogte te zijn van de kosten in het bedrijf misloopt men bijna een half jaarloon. Dit geld had anders een eerlijke vergoeding kunnen zijn voor de eigen arbeid of had kunnen gebruikt worden voor (noodzakelijke) vervangings- of (gewenste) uitbreidingsinvesteringen in het bedrijf.
Er wordt voor de verschillende situaties verondersteld dat men de prijs, berekend in functie van een goede analyse van de kostprijs, volledig onafhankelijk kan bepalen en dat de klant hetzelfde volume afneemt bij een variërende eindprijs. Dit is uiteraard iets te kort door de bocht want logischerwijze kan aangenomen worden de verkoop daalt naargelang de prijs stijgt. Toch neemt dit niet weg dat het belangrijk is een goed inzicht te hebben op je kostenstructuur, idealiter in alle verschillende takken van het bedrijf, met het oog op de “eerlijke” prijszetting. Immers, zoals eerder werd gezegd, behoort het juist tot de kenmerken van de korte keten dat men zijn prijzen (meestal) zelfstandig kan zetten op een “eerlijk” prijsniveau, en dat kan worden aangenomen dat de prijzen minder prijsgevoelig zijn in de korte keten dan bij verkoop buiten korte keten.
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
4.2
SOCIALE IMPACT
4.2.1
Soort bedrijf en korte keten
Resultaten
42
Hierna worden de resultaten uit de enquête over de sociale impact van korte keten weergegeven.
a
Bedrijf
In Figuur 18 zijn de deelnemende bedrijven volgens sector weergegeven. De meeste bedrijven die deelnamen aan de enquête zijn gemengde bedrijven. Zij vertegenwoordigen bijna 40% van de respondenten. De tweede grootste groep zijn de tuinbouwbedrijven (34%). Ook melkveehouders vormen een aanzienlijke groep (10%). Daarna volgen vleesvee, pluimvee, akkerbouw en varkens, respectievelijk 9%, 4%, 3% en 2%. Als men de gemengde bedrijven verder in detail bekijkt, gaat het voornamelijk om bedrijven met akkerbouw (32%), melkvee (23%) en/of vleesvee (18%). Ook tuinbouw komt vaak voor op gemengde bedrijven (14%). Daarnaast komen ook de takken varkens en pluimvee voor (8% en 5%).
4,00%
3,00%
9,00% 10,00%
2,00% Gemengd 38,00%
Tuinbouw Melkvee
Vleesvee
Pluimvee 34,00%
Akkerbouw Varkens
Figuur 18: Deelnemende bedrijven volgens sector (n=100)
b
Korte keten
In de enquête werd gevraagd welke activiteit in de korte keten wordt uitgevoerd, de resultaten hiervan zijn weergegeven in Figuur 19. Er waren meerdere antwoorden mogelijk. 68 van de 100 respondenten verkopen primaire producten. Daarna volgen de zuivelverwerkers en de verwerkers van groenten en fruit (respectievelijk 20 en 16). 14 ondervraagden gaven aan een hoeveslagerij te hebben. 11 respondenten duidden de optie anders aan. Dit waren bijvoorbeeld verwerkers van koolzaad, verkoop van producten verwerkt door een externe en een wijnbouwer.
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
80 70
43
68
60 50 40 30 20 10 0
Resultaten
20
Verkoop van primaire producten
16
Zuivelverwerking Verwerking van groenten en fruit
14
11
Hoeveslagerij
Anders
Figuur 19: Soort korte keten (n=100)
In Figuur 20 is weergegeven hoe lang de bedrijven al actief zijn in de korte keten. De antwoorden hierop waren zeer uiteenlopend. Er zijn bedrijven die pas recent gestart zijn. 19 van de 100 bedrijven zijn pas de voorbije 5 jaar gestart. 40% van de respondenten is nog maar 10 jaar met korte keten bezig. De andere helft van de bedrijven gaf aan al veel langer actief te zijn in de korte keten. De meesten hiervan zijn 16 Ă 20 jaar actief, ook de groep die al meer dan 30 jaar in de korte keten zit is goed vertegenwoordigd. Er was zelfs een bedrijf dat aangaf al 95 jaar hun producten rechtstreeks te verkopen. De gemiddelde leeftijd van de korte keten initiatieven is 18,39 jaar.
25
21
20 15 10 5 0
12 7
11
15
12
10
12
minder dan 2 - 5 jaar 6 - 10 jaar 11 - 15 jaar 16 - 20 jaar 21 - 25 jaar 26 - 30 jaar meer dan 2 jaar 30 jaar
Figuur 20: Jaren actief in de korte keten (n=100)
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Resultaten
44
Assortiment
c
Het assortiment dat in de korte keten aangeboden wordt, kunnen zowel bedrijfseigen producten zijn als producten van collega landbouwers en zelfs helemaal andere producten. Figuur 21 toont de aangeboden producten van de deelnemende bedrijven. 96 van de 100 respondenten verkoopt bedrijfseigen producten, 67 daarvan verkoopt enkel bedrijfseigen producten. 28 ondervraagden verruimen hun assortiment met producten van collega landbouwers en 15 van de 100 verkopen ook nog andere producten. Dit zijn dan bijvoorbeeld streekproducten, groenten en fruit van de veiling, bioproducten of brood. Er zijn 4 landbouwers die enkel producten van collega landbouwers of andere producten aanbieden. 120
96
100
80
67
60
28
40 20
15
0
Figuur 21: Aangeboden assortiment (n=100)
d
Afzetkanaal
In Figuur 22 zijn de afzetkanalen van de ondervraagde landbouwers weergegeven. 61 respondenten verkopen hun producten via een winkel op het bedrijf. Bijna de helft levert aan winkels of horeca. Ook voedselteams is een veelgebruikt afzetkanaal. Daarna volgen levering aan huis, (boeren)markten en zelfpluk. 8 ondervraagden hebben een zaaltje waar de producten, vaak zuivelproducten, ter plaatse kunnen geconsumeerd worden. De minst voorkomende afzetkanalen zijn automaten, abonnementen en CSA. 23 respondenten gaven aan nog een ander afzetkanaal te hebben, zoals een thuisverkoop zonder winkel, boeren en buren, bestelling via mail of een vaste afhaaldag. Op deze vraag konden meerdere antwoorden aangeduid worden. 70 60 50 40 30 20 10 0
61
44 23
Figuur 22: Afzetkanalen (n=100)
20
14
9
9
8
7
7
6
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
4.2.2 a
Resultaten
45
Profiel bedrijfsleider en verantwoordelijke korte keten Bedrijfsleider
De meeste bedrijfsleiders van de deelgenomen bedrijven zijn mannen (79%). Toch is 21% vrouw, dit is toch nog wel een redelijk grote groep. Figuur 23 geeft het opleidingsniveau van de bedrijfsleider mee. 86% van de bedrijfsleiders heeft minstens een diploma secundair onderwijs en 39% heeft zelfs een diploma hoger onderwijs. 6% van de respondenten gaf aan een universitair diploma te hebben. Het studiegebied van de landbouwers is ongeveer gelijk verdeeld, 51% volgde een opleiding in de land- of tuinbouw en 49% in een ander studiegebied. In Figuur 24 is het studiegebied van de bedrijfsleider weergegeven van de landbouwers die geen opleiding in het studiegebied landbouw volgden. Dit deel van de bedrijfsleiders heeft zeer verschillende opleidingen gevolgd. Vooral het studiegebied techniek en bouw is sterk vertegenwoordigd.
1%
13%
Lager secundair
39%
Hoger secundair
Hoger onderwijs
47%
Anders
Figuur 23: Opleidingsniveau bedrijfsleider (n=100)
14 12 10
12
11 7
8 6
6
6
Sociaal
Wetenschappen
7
4 2 0
Techniek en bouw
Economie
Figuur 24: Studiegebied niet landbouw, bedrijfsleiders (n=49)
Anders
Niet ingevuld
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
b
Resultaten
46
Verantwoordelijke korte keten
Figuur 25 geeft weer wie de verantwoordelijke voor de korte keten is. In bijna 70% van de bedrijven is dit de bedrijfsleider zelf. Bij bijna een vierde van de bedrijven staat de meewerkende partner aan het hoofd van de korte keten. In 10% van de bedrijven is dit een familielid of een externe arbeidskracht. De verantwoordelijke voor de korte keten (als deze niet de bedrijfsleider is) is bijna altijd een vrouw (70%). Slechts 27% van de verantwoordelijken voor de korte keten is man. Figuur 27 geeft het opleidingsniveau weer van de verantwoordelijken voor de korte keten, met uitzondering van de bedrijfsleiders. 87% van deze personen gaf aan een diploma secundair onderwijs te hebben. 37% heeft een diploma hoger onderwijs. Dit is vergelijkbaar met de resultaten van de bedrijfsleider. Als men echter naar het studiegebied van dit diploma gaat kijken (Figuur 26), valt op dat de meeste verantwoordelijken een opleiding in de economische of sociale sector gevolgd hebben. Bijna 2 op 3 heeft geen diploma in het studiegebied landbouw. 4%
Bedrijfsleider
6%
Meewerkende partner
21% 69%
5
37%
Hoger onderwijs
50%
Andere
Figuur 27: Opleidingsniveau verantwoordelijke korte keten, niet bedrijfsleider (n=30)
5 4
4 3
4
2
2
2 1
1 0
Lager secundair
Hoger secundair
Familie
Figuur 25: Verantwoordelijke voor de korte keten (n=100) 6
13%
Sociaal
Economie
Techniek en bouw
Voeding
Niet ingevuld
Figuur 26: Studiegebied niet landbouw, verantwoordelijke korte keten (n=30)
Anders
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
4.2.3 a
Resultaten
47
Tijd- en arbeidsbesteding Arbeidsverdeling
Als eerste werd gevraagd naar de lengte ven het hoogseizoen en het laagseizoen in het bedrijf en de korte keten. Wat hier vooral opvalt is dat de verkopers van primaire producten de lengte van het hoogseizoen in zowel het bedrijf als in de korte keten hoog inschatten. Het hoogseizoen in het bedrijf en de korte keten zou respectievelijk gemiddeld 36 en 34,39 weken duren. Bij verwerkers van groenten en fruit zou het hoogseizoen het minst lang duren. In het landbouwbedrijf is dit gemiddeld 24,44 weken en in de korte keten gemiddeld slechts 19,44 weken. Het hoogseizoen in de korte keten duurt het langst bij de verkopers van primaire producten en de hoevezuivelaars. Dit is respectievelijk gemiddeld 34,39 en 33,20 weken. Het kortste hoogseizoen vindt men bij de hoeveslagers en verwerkers van groenten en fruit. Dit is respectievelijk gemiddeld 25,83 weken en 19,44 weken. De lengte van het laagseizoen is het langst bij de verwerking van groenten en fruit (gemiddeld 24,33 weken). Voor hoevezuivelaars duurt het laagseizoen gemiddeld 18,80 weken. Voor hoeveslagers en de verkopers van primaire producten is dit het kortst (12,67 en 12,39 weken). De gemiddelde lengte van het hoogseizoen in de korte keten is 31,33 weken, van het laagseizoen is dit 14,78 weken. In de korte keten is ook vaak een non-productie seizoen. Dit komt vooral voor bij de verwerking van groenten en fruit, de hoeveslagerijen en de verkoop van primaire producten.
Ook het aantal arbeidskrachten werd gevraagd. In het bedrijf werken gemiddeld 2,09 arbeidskrachten, in de korte keten 2,53. In het hoogseizoen werken gemiddeld 2,52 personen in het bedrijf en 2,20 de korte keten. In het laagseizoen zijn dit 1,39 personen. Wanneer men gaat kijken naar het assortiment, dan zien we het meeste arbeidskrachten bij de verwerking van hoevezuivel. Dit zijn gemiddeld 3,25 arbeidskrachten. Daarna volgt de verwerking van groenten en fruit met gemiddeld 3,06 arbeidskrachten. Hoeveslagers werken gemiddeld met 2,58 personen in de korte keten. De verkopers van primaire producten volstaan met gemiddeld 2,11 arbeidskrachten. Op het landbouwbedrijf vragen vooral groenten en fruit de meeste arbeidskrachten. Gemiddeld vragen zowel het bedrijf als de korte keten 2 arbeidskrachten. Op een gemiddeld landbouwbedrijf zijn echter slechts 2Ă 3 arbeidskrachten aanwezig. Om nog een beter beeld te krijgen van de arbeid in de korte keten kan men beter naar het aantal arbeidsuren kijken. Hier valt vooral op dat de verwerking van hoevezuivel veel arbeidsuren vraagt. In het hoogseizoen zijn hier gemiddeld 150 arbeidsuren per week. Dit is ook te zien aan het aantal arbeidsuren in het bedrijf. Bij de meeste respondenten zijn hier gemiddeld 129 arbeidsuren. Bij hoevezuivelaars zijn dit er slechts 107. Dit wil zeggen dat de verwerking van hoevezuivel toch wel een grote invloed heeft op de arbeid in het landbouwbedrijf. Een tabel met de volledige resultaten op vlak van de arbeidsverdeling is te vinden in bijlage 3. b
Tijd
Figuur 28 geeft verdeling weer van de tijd die gaat naar het bedrijf en de korte keten. Meer dan de helft van de respondenten zegt dat er meer tijd gaat naar het landbouwbedrijf dan naar de korte keten. Meer dan een vierde verklaart dat de arbeid gelijk verdeeld is. Toch wel 17% van de respondenten verklaart dat er meer tijd gaat naar de korte keten dan naar het landbouwbedrijf. Bijna een vierde geeft toe dat het landbouwbedrijf lijdt onder de korte keten activiteiten. In Figuur 29 is te zien dat ruim de helft van de respondenten bijna geen tijd heeft voor ontspannende activiteiten. 20% geeft aan dat ze hier helemaal geen tijd meer voor hebben.
We kunnen dus stellen dat korte keten verkoop op het bedrijf zeer arbeidsintensief is en een grote invloed heeft op de werkzaamheden op de rest van het bedrijf.
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Resultaten
Meer tijd naar landbouwbedrijf dan korte keten
17%
Evenveel tijd
55%
28%
20%
20%
Voldoende Weinig
Minder tijd naar landbouwbedrijf dan korte keten
Figuur 28: Verdeling tijd landbouwbedrijf korte keten (n=69)
Geen
60%
Figuur 29: Vrije tijd (n=69)
Taken
c
48
In Figuur 30 is de appreciatie van de verschillende taken in de korte keten weergegeven. De taken die de respondenten het liefste uitvoeren zijn de verkoop en bereiding van producten. Dit is ook wel een belangrijke reden om voor korte keten te kiezen. Kuisen en administratie doen de meeste respondenten minder graag. Dit was wel te verwachten, maar wil toch zeggen dat veel administratief werk en het strikt volgen van de hygiĂŤnewetgeving een struikelblok is. Dit kunnen we verder dan ook zien bij de knelpunten. Voor de taken marketing en transport zijn de meningen meer verdeeld. De helft van de respondenten duidden de keuze neutraal aan. Aan deze taken wordt dan ook veel minder tijd besteed. 0%
20%
40%
Verkoop
Transport
17%
23%
5%
47%
6%
Graag
Neutraal
Minder graag
0% 16%
50%
14% NVT
Figuur 30: Taken in de korte keten (n=64)
4.2.4
Motivatie en knelpunten
2%
6%
48% 48%
23%
2%
17%
30%
45% 27%
100% 22%
55%
Kuisen
Marketing
80%
75%
Bereiding
Administratie
60%
De grafieken voor motivatie en knelpunten zijn te vinden in bijlage 3.
9% 13%
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
a
Motivatie
b
Knelpunten
Resultaten
49
Er werd in de enquĂŞte gevraagd naar de motivatie van de respondenten om te kiezen voor korte keten. Enkele punten kwamen hierbij sterk naar voor. De grootste motivatie om voor korte keten te kiezen is om een eerlijke prijs te krijgen voor hun producten. Bijna 90% van de respondenten vindt dat verkoop via de korte keten voldoening en waardering geeft. Meer dan 80% van de respondenten koesteren het contact met de klanten en het aanvullend inkomen. Ook vinden de meeste respondenten dat ze meer autonomie hebben door de verkoop in eigen handen te nemen. Arbeidsplaatsen creĂŤren en de kans vergroten voor bedrijfsopvolging zijn dan weer geen belangrijke motivaties. Andere motivatie die door de respondenten zelf zijn aangegeven zijn: hun verhaal kunnen vertellen, geen vertrouwen in andere afzetkanalen, de voeling met de markt en onafhankelijkheid. Verder werd ook naar de knelpunten in de korte keten gevraagd. Hier zijn de meningen meer verdeeld. Toch komen enkele knelpunten duidelijk naar voor. Dit zijn te veel administratie en een ingewikkelde wetgeving en de hoge investeringen om aan die wettelijke vereisten te voldoen. Verder zijn ook gebrek aan tijd en arbeidskrachten en het niet winstgevend zijn toch wel eerder belangrijk bevonden. Volgende knelpunten zijn dan eerder onbelangrijk: lastige klanten, klanten die een goedkoop product verwachten en weinig mogelijkheden in de omgeving. Een knelpunt dat door de respondenten zelf was aangegeven is de inschatting hoeveel producten er moeten voorzien worden op elk tijdstip. Voor de meeste knelpunten duidde meer dan 50% van de respondenten neutraal of onbelangrijk aan. Dit wil zeggen dat de respondenten nog steeds achter hun keuze voor korte keten staan en de knelpunten er graag bij nemen. Meerwaarde voor het bedrijf
c
Op welk vlak brengt de korte keten een meerwaarde aan het bedrijf? De antwoorden op deze vraag zijn weergegeven in Figuur 31. Bijna alle respondenten duidden aan dat de korte keten vooral een meerwaarde is op economisch vlak. Dit kwam ook sterk naar voor bij de motivaties, waar bijna 85% het aanvullend inkomen belangrijk vond. Ook de meerwaarde op sociaal vlak scoort hoog. De landbouwers die kiezen voor korte keten houden dus ook van het contact met de consument. De meerwaarde op ecologisch vlak is voor veel landbouwers minder duidelijk. Toch werd dit ook door 40% van de respondenten aangeduid. De meeste bedrijven kiezen dus vooral voor korte keten voor het aanvullend inkomen en het contact met de kanten. Enkele correspondenten gaven ook een eigen meerwaarde aan. Zo vertelde een melkveehouder dat je voor de melkerij een nummer bent en in de korte keten niet. Ook persoonlijke voldoening en een verhaal hebben dat klopt werden aangehaald. 100% 80%
92%
76%
60%
42%
40% 20%
0%
5% Economisch vlak
Sociaal vlak
Figuur 31: Meerwaarde voor het bedrijf (n=59)
Ecologisch vlak
Anders
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Resultaten
50
Hinder voor bedrijf
d
De antwoorden op de vraag of de korte keten soms voor hinder op het bedrijf zorgt, waren erg verdeeld. Enkele bedrijven gaven aan dat de korte keten absoluut niet voor hinder zorgde omdat het bedrijf gemaakt was voor korte keten en sommige dingen er gewoon bij horen. Andere bedrijven vertelden dat er soms wel kleine hinder was door geparkeerde auto’s, de landbouwwerkzaamheden die aangepast moeten worden door aanwezige bezoekers en het feit dat alles altijd op en top netjes moet zijn. Ook onrechtstreekse hinder kwam veel aan bod, zoals de vele administratie en controle en een onduidelijke wetgeving. Ook enkele verassende dingen kwamen aan bod. Zo zou een thuisverkoop zorgen voor extra aantrekking van dieven. Een bedrijf gaf ook aan dat sommige investeringen voor het landbouwbedrijf uitgesteld werden door investeringen voor de korte keten. Soms gaat de korte keten zelfs voor tijdens piekmomenten in het landbouwbedrijf. Een algemene conclusie, die ook enkele respondenten aangaven is dat er altijd wel wat hinder is, maar dit is niets onoverkomelijks mits een goede planning en wat verdraagzaamheid. Tevredenheid over de korte keten
e
Zijn de respondenten nog steeds tevreden over hun keuze voor korte keten verkoop? Ja, dit is duidelijk te zien in Figuur 32. Bijna alle bedrijven staan nog steeds achter hun keuze om hun producten rechtstreeks aan de consument te verkopen. Slechts 3% van de respondenten gaf aan dat ze niet tevreden waren. De redenen die ze hiervoor aangaven zijn de vele administratie, de moeilijke wetgeving en het lage inkomen tegenover de tijd en arbeid die gevraagd wordt. 100%
93%
80% 60% 40% 20%
0%
Ja
3%
3%
Neen
Geen mening
Figuur 32: Tevredenheid over de korte keten (n=59)
f
De korte keten verkoop in de toekomst
In Figuur 33 is weergegeven hoe de respondenten hun korte keten verkoop in de toekomst zien. Meer dan de helft van de bedrijven wil verder groeien. Bijna 27% zou graag gelijk blijven. Slechts 7% van de respondenten wil kleiner worden.
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
60% 40%
27%
30% 10%
0%
51
54%
50%
20%
Resultaten
8%
7% Kleiner worden
Gelijk blijven
Groeien
Weet het niet
Figuur 33: Evolutie van de korte keten in de toekomst (n=59)
4.2.5 a
Omgang met klanten
Grootte klantenkring
Figuur 34 geeft de grootte weer van de klantenkring van de deelnemende bedrijven. 10% heeft minder dan 20 klanten. Een vierde van de respondenten ontvangt wekelijks tussen de 20 en 49 klanten. De gemiddelde grootte van de klantenkring is tussen de 50 en 99 personen. Een vijfde van de respondenten verklaarden zelfs meer dan 200 klanten per week hebben. De grootte van de klantenkring is dus heel gevarieerd. Het is ook afhankelijk van het afzetkanaal. Bedrijven met een beperkte thuisverkoop hebben een kleinere klantenkring dan bedrijven die leveren aan winkels en horeca of die een uitgebreide hoevewinkel hebben. 30% 25% 20% 15% 10%
5% 0%
Minder dan 20 Tussen 20 en Tussen 50 en Tussen 100 en Meer dan 200 Weet het niet 49 99 200
Figuur 34: Aantal klanten (n=60)
b
Ervaringen met klanten
Het grootste deel van de respondenten verklaarden nog geen last te hebben gehad van negatieve ervaringen met klanten. 39% van de respondenten gaf aan dat ze wel al eens negatieve ervaringen gehad hebben met klanten. Voorbeelden hiervan zijn klanten die niet correct willen betalen of die ontevreden zijn. Deze opmerkingen gaan dan over het product zelf, maar vooral over de prijs. Sommige respondenten verklaarden hier een duidelijk antwoord op te hebben door te vertellen dat een kwaliteitsvol product niet hetzelfde is dan een goedkoop product van de supermarkt. Klanten zijn soms heel veeleisend en verwachten dat ze op elk moment op het bedrijf terecht kunnen, zeker als er geen duidelijke openingsuren zijn. Veel respondenten gaven aan dat niet alle klanten zo zijn en dat dit beter gerelativeerd wordt.
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
4.2.6
Resultaten
52
Talenten van de landbouwer
Om te slagen in korte keten heeft een landbouwer bepaalde talenten of vaardigheden nodig. Het belangrijkste talent om producten rechtstreeks te kunnen verkopen is klantvriendelijk zijn. Daarna volgen sociaal zijn, gepassioneerd zijn en creatief zijn. Ook een goede verkoper en ondernemer zijn is heel belangrijk. Een verzorgd voorkomen is niet echt een talent, maar wordt toch ook als belangrijke eigenschap aanzien. Minder belangrijke talenten zijn de wetgeving volgen en goed zijn in administratie. Geen enkel talent werd door de respondenten als heel onbelangrijk aangeduid. Enkele talenten die de respondenten zelf aangaven zijn: eerlijkheid, openheid, een topproduct kunnen leveren, goede teeltkennis, innovatief zijn, polyvalent zijn en werken aan netheid en hygiëne.
Een landbouwer moet dus zeer veel talenten hebben om de rechtstreekse verkoop van zijn producten tot een goed einde te brengen. In bijlage 3 is de grafiek te vinden die deze resultaten weergeeft. 4.2.7
Marketingstrategieën
Tot slot werd gevraagd welke marketingstrategieën momenteel worden toegepast. Deze resultaten zijn weergegeven in Figuur 35. De meest voorkomende marketingstrategieën naast mondelinge reclame zijn een website, de sociale media en reclameborden of wegwijzers. Daarna volgen flyers, netwerking en een label. Enkele respondenten vertelden ook gebruikt te maken van nieuwsbrieven, een opendeurdag en een blog. Strategieën die zeer weinig voorkomen zijn spaaracties en wedstrijden en product in de kijker. 17% van de respondenten rekent enkel op mondelinge reclame. 60 50 40 30
57
35
27
27
20 10 0
Figuur 35: Marketingstrategieën (n=60)
18
16
12
11
10
5
7
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
4.2.9
Resultaten
53
Bemerkingen respondenten
Tot slot gaven de respondenten nog enkele algemene bemerkingen. Dit waren zowel bemerkingen over het onderzoek zelf, de algemene wetgeving, de perceptie van de consument en de gang van zaken op het eigen bedrijf. De frustraties over het vele papierwerk en de moeilijke en soms onduidelijke wetgeving kwamen hier opnieuw naar boven. Een aantal keer werd aangehaald dat het toch wel veel werken is voor het inkomen dat men eruit haalt. Enkele respondenten gaven aan dat ze het onderzoek zeker interessant vonden. Ze zijn benieuwd naar de resultaten en willen zichzelf graag vergelijken met andere bedrijven om hun werking te verbeteren. Dit toont aan dat vele landbouwers met korte keten verkoop toch wel erg gepassioneerd zijn.
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
5
DISCUSSIE
5.1
ECONOMISCHE IMPACT
Discussie
54
Voor de economische impact konden we uit de literatuurstudie besluiten dat de omzet, kosten en het inkomen uit de korte keten sterk verschillend is. De helft van de korte ketenverkopers maakt een omzet onder de 5.000 euro. Een derde behaalt een omzet boven de 50.000 euro (Schoorlemmer, Michels & Venema, 2006). Deze omzet is sterk afhankelijk van het afzetkanaal. Vooral verkoop via een hoevewinkel en via internet en abonnementen zorgen voor een hoge omzet. De laagste omzet haalt men uit verkoop langs de weg. De verkoop via (boeren)markten en aan horeca maakt een omzet die ertussen in ligt. Op vlak van de aangeboden producten is vooral de verkoop van vlees de koploper. Daarna volgen de verwerking van groenten en fruit en hoevezuivel (Roest, et al., 2009; Venema, 2012). Bij de kosten zijn er grote verschillen in zowel de variabele kosten als in de vaste kosten. De grootste verschillen zitten tussen de verkopers van primaire producten en de verwerkers. Verkopers van primaire producten hebben vaak lage kosten, maar ook een lage omzet. Verwerkers maken daarentegen een hoge omzet, maar ook zeer hoge kosten (Idea Consult, 2010; Van de Velde et al., 2005). De investeringen zijn een onderdeel van de structurele kosten. Er wordt vooral geïnvesteerd in verwerking, verkoop en verpakking. Bij veel bedrijven, vooral verkopers van groenten en fruit, blijven de investeringen onder de 15.000 euro. Bij andere bedrijven, zoals de hoevezuivelaars en de hoeveslagers, zijn deze daarentegen ook groter dan 90.000 euro (Van Buggenhout & Vuylsteke, 2015). De jaarlijks afschrijvingen zijn gemiddeld 3.000 euro. De investeringen zijn vooral afhankelijk van het aangeboden product en het gekozen afzetkanaal (De Regt, Deuninck, & D’hooghe, 2010). Van het inkomen zijn er veel minder gegevens beschikbaar. Volgens een onderzoek in 2005 zou korte keten voor 22% van het totale bedrijfsinkomen zorgen. Voor hoeveslagerijen zou dit gemiddeld meer zijn, voor verkopers van groenten en fruit minder (Van de Velde et al., 2005). Het inkomen uit hoevezuivel zou gemiddeld 9.000 euro bedragen. Als men hiervan echter de kosten voor familiale arbeid zou aftrekken, komt men negatief uit (De Regt, Deuninck, & D’hooghe, 2010). Omdat de verschillen tussen de vele korte keten initiatieven zeer groot zijn, werd voor het onderzoek vooral ingegaan op de prijszetting. Dit werd dan gedaan voor een voorbeeldbedrijf met hoevezuivel, maar kan ook toegepast worden op andere types bedrijven en korte keten. In de eerste situatie worden de producten van het landbouwbedrijf aan een lage prijs aangerekend aan de korte keten. In de korte keten worden de producten verkocht aan een correcte prijs. In de tweede situatie worden de kosten in het landbouwbedrijf goed ingeschat, maar in de korte keten wordt het product ‘te goedkoop’ verkocht. In de laatste situatie worden alle kosten correct ingeschat en wordt er in de korte keten nog een marge gerekend voor de arbeid. Men kan uit dit onderzoek besluiten dat de prijszetting van de producten een zeer grote invloed heeft op zowel het resultaat uit de korte keten als op het volledige bedrijfsresultaat. Het is niet alleen belangrijk om de juiste prijs te bepalen voor de producten uit de korte keten, maar ook van de grondstoffen uit het landbouwbedrijf. Het hoogste inkomen werd uiteraard gehaald uit situatie 3. Dit inkomen ligt 7.000 euro hoger dan in situatie 1 en zelfs 11.000 euro hoger dan in situatie 2. Dit verschil is toch wel zeer groot. Men kan dus zeer veel laten liggen als men geen goed inzicht heeft in de gemaakte kosten. Deze situatieschetsen zijn echter wel gemaakt met de veronderstelling dat men de prijs volledig onafhankelijke kan bepalen en dat de klant hetzelfde volume afneemt in het geval dat de prijs gestegen is. Dit is misschien niet voor alle bedrijven mogelijk, maar toch blijft het belangrijk om een correcte analyse te maken van de kostprijs. Dit maakt het ook mogelijk om de kosten te beheersen.
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
5.2
Discussie
55
SOCIALE IMPACT
Over de sociale impact van korte keten is nog niet veel bekend. Om hier meer over te weten te komen, werd een enquête opgesteld. Met de eerste vragen van de enquête probeerden we een beeld te vormen van de deelgenomen bedrijven en landbouwers. Deze resultaten worden dan vergeleken met de resultaten uit de studie van ‘Recht van bij de boer(in)’.
Eerst werd in de enquête gevraagd naar de sector van het landbouwbedrijf. De meeste bedrijven die deelnamen aan deze enquête zijn gemengde bedrijven (40%). Ook de tuinbouwbedrijven (34%) en de melkveebedrijven (10%) vormden een grote groep. Daarna volgden vleesvee (9%), pluimvee (4%), akkerbouw (3%) en varkens (2%). Als men deze cijfers vergelijkt met de gegevens uit de literatuurstudie komen ze goed overeen. In het onderzoek ‘Recht van bij de boer(in)’ waren er iets minder gemengde bedrijven (27%) en meer melkveebedrijven (24%). De andere cijfers zijn zeer gelijklopend, vooral het aandeel tuinbouwbedrijven komt heel goed overeen (Van Buggenhout & Vuylsteke, 2015).
Daarna volgde de vraag welke activiteit in de korte keten wordt uitgevoerd. 68% van de respondenten verkopen primaire producten. Een vijfde van de deelnemende bedrijven verwerkt hoevezuivel en 16% verwerkt groenten en fruit. 14% van de respondenten heeft een hoeveslagerij of verkoop van vleespaketten. Ook deze resultaten zijn vergelijkbaar met de gegevens uit de literatuurstudie. De resultaten in het onderzoek van Van Buggenhout & Vuylsteke (2015) zijn per product weergegeven, maar als men naar de verschillende primaire producten kijkt, zoals aardappelen, melk, fruit en groenten, zorgen deze samen voor een zeer groot aandeel. Het percentage zuivelverwerkers is in hun onderzoek toch wat hoger (37%). Het percentage verwerkers van groenten en fruit is dan weer gelijklopend (16% en 3%). 20% van de respondenten van hun onderzoek verkoopt vlees. Dit is vergelijkbaar met mijn resultaten als men bij de hoeveslagerijen ook de verkopers van vleespaketten verwerkt door een externe bijtelt, dit komt dan op 18%. Bijna alle deelnemende bedrijven verkopen bedrijfseigen producten. 67% verkoopt enkel bedrijfseigen producten, terwijl 28% ook producten van collega landbouwers verkoopt. Enkele respondenten verkopen ook andere producten, zoals streekproducten of groenten en fruit van de veiling. Vervolgens werd ook gevraagd naar de gebruikte afzetkanalen. 61% verkoopt hun producten via een winkel op het bedrijf. Bijna de helft levert aan winkels of horeca en ook voedsleteams (20%) is een veelgebruikt afzetkanaal. Ook levering aan huis, zelfpluk en (boeren)markten komen redelijk veel voor (14%, 9% en 9%). 8% van de ondervraagden heeft een verbruikszaal. Minder voorkomende afzetkanalen zijn automaten (7%), abonnementen en CSA. Ook hier zijn er weinig verschillen met de gegevens uit de literatuurstudie. In het onderzoek van ‘Recht van bij de boer(in)’ (2015) scoorden horeca en voedselteams ook heel hoog (32% en 17%). Voor automaten en (boeren)markten zijn de resultaten dan weer veel hoger (16% en 12%). CSA, zelfpluk en abonnementen scoren dan weer nog lager dan in dit onderzoek. Met deze enquête werden dus meer bedrijven met alternatieve afzetkanalen bereikt.
De meeste bedrijfsleiders van de deelgenomen bedrijven zijn mannen (79%). Toch is 21% vrouw, dit is ongeveer evenveel dan aangenomen in de literatuurstudie en meer dan de gemiddelde landbouwer (Van Buggenhout & Vuylsteke, 2015; Van Lieffringe, 2013). 86% van de bedrijfsleiders heeft minstens een diploma secundair onderwijs en 39% heeft zelfs een diploma hoger onderwijs. Opnieuw komen deze resultaten goed overeen met de gegevens uit de literatuurstudie. Men kan dus stellen dat de landbouwer met korte keten vaak hoger opgeleid is (Van Buggenhout & Vuylsteke, 2015).
De resultaten uit het eerste deel van de enquête komen goed overeen met wat te vinden is in de literatuurstudie. Hieruit kunnen we besluiten dat de juiste respondenten bereikt zijn en de resultaten een goed beeld weergeven van alle bedrijven met korte keten activiteiten.
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Discussie
56
Er is geen algemeen beeld van de bedrijven met korte keten. Er zijn veel verschillende soorten bedrijven die hun producten rechtstreeks proberen te verkopen. Wat wel opvalt is dat dit vooral gemengde bedrijven zijn die dus al een spreiding van hun inkomen hebben. Ook melkveebedrijven en tuinbouwbedrijven kiezen vaker voor de korte keten. De bedrijfsleiders in deze bedrijven zijn gemiddeld hoger opgeleid dan de gemiddelde landbouwer. Ook staan er vaker vrouwen aan het hoofd van een bedrijf met korte keten. De verantwoordelijke voor de korte keten is meestal de bedrijfsleider zelf, maar ook zeer vaak de meewerkende partner. Deze verantwoordelijke is gemiddeld net hoger opgeleid dan de bedrijfsleider. Deze studies werden vaak gevolgd in een economisch of sociaal studiegebied.
Uit de resultaten op vlak van tijds- en arbeidsbesteding kan men vooral besluiten dat korte keten een zeer arbeidsintensieve bezigheid is. De meerderheid van de respondenten verklaart weinig of geen tijd meer te hebben voor ontspannende activiteiten. Ook is er een zeer grote invloed op de werkzaamheden op het landbouwbedrijf. Toch wel een groot aandeel van de respondenten gaf aan dat het landbouwbedrijf soms lijdt onder de korte keten activiteiten. De belangrijkste motivaties om voor korte keten te kiezen zijn de eerlijke prijs voor de producten en de persoonlijke voldoening en waardering die het geeft. Ook het contact met de klanten en het aanvullend inkomen zijn zeer belangrijk. De grootste knelpunten zijn de administratie, de moeilijke wetgeving en de hoge investeringen om aan deze wetten te voldoen. De meeste knelpunten worden echter als neutraal en onbelangrijk ervaren. Dit wil zeggen dat landbouwers die overtuigd kiezen voor korte keten niet geremd worden door deze knelpunten. Volgens de respondenten zorgt de korte keten vooral voor een economische en sociale meerwaarde op het bedrijf. Enkele deelnemers duidden ook de ecologische meerwaarde aan. Zij beschouwen de korte keten dus als een echt duurzaam initiatief. De meeste landbouwers kiezen er echter voor om een aanvullend inkomen te behalen en de voldoening van het contact met de klanten. Het is dus eerder een persoonlijke en bedrijfsafhankelijke keuze.
Korte keten kan heel wat hinder met zich meebrengen. Dit zijn dan bijvoorbeeld de geparkeerde auto’s, het uitstellen van de landbouwwerkzaamheden en van investeringen voor het landbouwbedrijf. Deze hinder is echter geen remming met een goede planning en een beetje verdraagzaamheid. In sommige bedrijven wordt er zelfs helemaal geen hinder ondervonden door de korte keten. Dit zijn vooral bedrijven die zeer sterk gemotiveerd zijn en korte keten niet echt als onderdeel maar meer als het doel van hun bedrijf zien. Bijna alle respondenten zijn nog steeds tevreden met hun keuze. Meer dan de helft van de bedrijven wil in de toekomst zelfs nog groeien in hun korte keten activiteiten. De gemiddelde klantenkring van de deelnemende bedrijven bestaat uit 50 tot 99 personen. De grootte van de klantenkring is echter heel gevarieerd. Een derde van de respondenten ontvangt minder dan 50 klanten, terwijl een vijfde zelfs meer dan 200 klanten per week heeft. Enkele bedrijven geven aan dat ze al negatieve ervaringen met klanten gehad hebben. Deze gaan dan vooral over de prijs van het product. Soms is er ook onduidelijkheid over de openingsuren of de afhaalmomenten. Een landbouwer die zijn producten rechtstreeks aan de consument wil verkopen, moet over heel wat talenten beschikken. Men moet klantvriendelijk, sociaal en creatief zijn. Ook een goede ondernemer en verkoper zijn is belangrijk. Ook moet men eerlijk zijn en gepassioneerd om het juiste verhaal aan de klant te brengen. Een goede teeltkennis en het kunnen leveren van een topproduct zijn van een zeer groot belang. Daarbij is het ook aangewezen om een verzorgd voorkomen te hebben naar de klant.
De meest gebruikte marketingstrategieĂŤn zijn mondelinge reclame, een website, de sociale media en reclameborden of wegwijzers.
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Besluit
57
BESLUIT Bij het begin van dit werk stelden we ons enkele vragen: ‘Wat is de impact van korte keten op een landbouwbedrijf en de landbouwer? Zijn de bedrijfsresultaten effectief beter als men de afzet van landbouwproducten in eigen handen neemt? Zorgt een extra bedrijfstak niet voor te veel extra arbeid?’ Na dit onderzoek kunnen we op deze vragen een antwoord formuleren. Vanuit het onderzoek naar de economische impact kunnen we besluiten dat de verkoop van landbouwproducten via de korte keten zeker voor een meerwaarde kan zorgen. De voorwaarde hiervan is echter een juiste prijszetting. De prijs van de verkoop van de producten vanuit het landbouwbedrijf en van de korte keten moet op de juiste manier bepaald zijn. Er zijn verschillende instrumenten voorhanden om een goede kostprijsbepaling te doen. Eerst en vooral is het echter heel belangrijk om een goed inzicht te hebben in de gemaakte kosten in zowel het landbouwbedrijf als in de korte keten. De basis van een goede kostprijsberekening is dus een correcte bedrijfseconomische boekhouding. Alleen op deze manier kan een goed beeld van alle gemaakte kosten gemaakt worden. Een verkeerde inschatting van de kosten kan een zeer groot verschil maken in zowel het bedrijfsresultaat van het landbouwbedrijf en de korte keten, maar ook in het totale bedrijfsresultaat. Daarnaast werd ook de sociale impact van korte keten van naderbij bekeken. Hieruit kan men besluiten dat de verkoop van producten via de korte keten een zeer arbeidsintensieve bezigheid is. Dit kan maken dat het landbouwbedrijf hier toch wel onder lijdt. Verkoop via de korte keten is ook niet voor iedereen weggelegd. Men moet als landbouwer toch wel verschillende talenten hebben om de verkoop via de korte keten in goede banen te leiden. De boodschap die ik wil brengen met dit werk luidt dus: ‘Bezint voor ge begint!’ Dit wil echter niet zeggen dat ik de keuze voor korte keten verkoop afraad. Helemaal niet, want zelf ben ik nog steeds een grote voorstander. Het is vooral belangrijk om vooraf een goede kennis te hebben van de bedrijfseconomische situatie van het landbouwbedrijf en een goed bedrijfsplan op te stellen.
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Lijst van tabellen en figuren
58
LIJST VAN TABELLEN EN FIGUREN LIJST VAN TABELLEN
Tabel 1: Omzet volgens afzetkanaal (Venema, 2012) ........................................................................... 19 Tabel 2: Aandeel bedrijven dat geïnvesteerd heeft in een bepaalde deeltaak, 2014 .......................... 20
Tabel 3: Variabele kosten ...................................................................................................................... 33 Tabel 4: Structurele kosten ................................................................................................................... 34
Tabel 5: Beschrijving situatie 1.............................................................................................................. 35 Tabel 6: Beschrijving situatie 2.............................................................................................................. 37 Tabel 7: Beschrijving situatie 3.............................................................................................................. 39 Tabel 8: Vergelijking .............................................................................................................................. 41
LIJST VAN FIGUREN
Figuur 1: Hoevewinkel met hoeve-automaat (http://www.hoeve-indezon.be/verkoop/melk-enzuivelautomaat) .................................................................................................................................... 10
Figuur 2: Délimel (www.delimel.be) ..................................................................................................... 12 Figuur 3: Soorten bedrijven met korte keten (GfK Panel Services Benelux, 2014)............................... 13
Figuur 4: producten verkocht in korte keten (GfK Panel Services Benelux, 2014) ............................... 14
Figuur 5: CSA boerderij 'De Groentelaar' (https://sites.google.com/site/degroentelaar/foto-s) ........ 15
Figuur 6: Verdeling van afzetkanalen andere dan hoevewinkel, 2014 (GfK Panel Services Benelux, 2014) ..................................................................................................................................................... 16 Figuur 7: Boerenmarkt (http://www.boerenmarkt-gaasbeek.be/nieuws/) ......................................... 17 Figuur 8: Gekochte producten per type koper (VLAM, 2015)............................................................... 17
Figuur 9: Omzet verkoop op de hoeve en boerenmarkt 2014 (VLAM, 2015) ....................................... 18 Figuur 10: verdeling arbeidsuren over de verschillende taken bij verwerking van hoevezuivel (Vander Schueren, 2012) .................................................................................................................................... 21
Figuur 11: Schema aanpak korte keten (van Boxtel & Schlaman, 2008) .............................................. 23 Figuur 12: SWOT-analyse (Robberecht, Symons & Vandeputte, 2004) ................................................ 24
Figuur 13: VACcent bedrijfstakken ........................................................................................................ 30 Figuur 14: VACcent ‘korte keten’, vak ‘verkoop producten’ ................................................................. 30
Figuur 15: Resultaat bedrijf situatie 1 ................................................................................................... 36 Figuur 16: Resultaat bedrijf situatie 2 ................................................................................................... 38 Figuur 17: Totaal resultaat bedrijf situatie 3 ......................................................................................... 40
Figuur 18: Deelnemende bedrijven volgens sector (n=100) ................................................................. 42 Figuur 19: Soort korte keten (n=100) .................................................................................................... 43
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Lijst van tabellen en figuren
59
Figuur 20: Jaren actief in de korte keten (n=100) ................................................................................. 43 Figuur 21: Aangeboden assortiment (n=100) ....................................................................................... 44
Figuur 22: Afzetkanalen (n=100) ........................................................................................................... 44 Figuur 23: Opleidingsniveau bedrijfsleider (n=100) .............................................................................. 45
Figuur 24: Studiegebied niet landbouw, bedrijfsleiders ....................................................................... 45 Figuur 25: Verantwoordelijke voor de korte keten (n=100) ................................................................. 46 Figuur 26: Studiegebied niet landbouw, verantwoordelijke korte keten ............................................. 46
Figuur 27: Opleidingsniveau verantwoordelijke korte keten, niet bedrijfsleider ................................. 46 Figuur 28: Verdeling tijd landbouwbedrijf korte keten......................................................................... 48
Figuur 29: Vrije tijd ................................................................................................................................ 48 Figuur 30: Taken in de korte keten, n=64 ............................................................................................. 48
Figuur 31: Meerwaarde voor het bedrijf (n=59) ................................................................................... 49 Figuur 32: Tevredenheid over de korte keten (n=59) ........................................................................... 50
Figuur 33: Evolutie van de korte keten in de toekomst (n=59)............................................................. 51 Figuur 34: Aantal klanten (n=60)........................................................................................................... 51 Figuur 35: MarketingstrategieĂŤn (n=60) .............................................................................................. 52
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Bronnenlijst
60
BRONNENLIJST Cazaux, G. (2010). Korte keten initiatieven in Vlaanderen. Een overzicht. Brussel: Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en studie.
De Regt, E., Deuninck, J., & D’hooghe, J. (2010). Economische rendabiliteit van hoeveproductie: een verkenning. Brussel: Beleidsdomein Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie. D'hanens, K. (2016, januari 26). tips en trics voor sociale media.
Gfk Panel Services Benelux. (2014). Stuurgroep Hoeve - Jaarpresentatie GfK Gegevens 2014. VLAM.
Idea Consult. (2010). Verfijnen van een instrument voor het meten van de economische impact van plattelandsinitiatieven in het kader van het interregproject GROEI.kans! Antwerpen: Vlaamse Landmaatschappij. Kneafsey, M., Venn, L., Schmutz, U., Balázs, B., Trenchard, L., Eyden-Wood, T., . . . Blacket, M. (2013). Short Food Supply Chains and Local Food Systems in the EU. A State of Play of their SocioEconomic Characteristics. Luxembourg: Publications Office of the European Union. MIKKA. (sd). Délimel. Opgeroepen op 2 maart 2016, van http://www.delimel.be/
Platteau, J., Van Gijseghem, D., & Van Bogaert, T. (2014). Landbouwrapport 2014. Brussel: Departement Landbouw en Visserij.
Robberecht, F., Symons, K., & Vandeputte, L. (2004). Je eigen producten verkopen, hoe doe je dat? Een kennismaking voor boer en tuinder. Leuven: Innovatiesteunpunt voor landbouw en platteland.
Roest, A., Oltmer, K., Venema, G., Jager, J., Schoorlemmer, H., Goossens, V., . . . Visser, A. (2009). Kijk op multifunctionele landbouw, omzet en impact. Achtergronddocument, Rapport 2009-041. Den Haag: LEI. Schoorlemmer, H., Michels, G., & Venema, G. (2006). Meer dan landbouw: kansen voor verbreding. Wageningen: Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO). van Boxtel, M., & Schlaman, G. (2008). Handboek directe verkoop van boerderijproducten. Stichting Biologica.
Van Buggenhout, E., & Vuylsteke, A. (2015). Recht van bij de boer(in): een blik achter de schermen bij 130 bedrijven met korteketenverkoop in Vlaanderen. Brussel: Departement Landbouw en Visserij, Afdeling Monitoring en Studie. Van de Velde, L., Calus, M., Lecoutere, E., Vanslembrouck, I., & Mettepenningen, E. (2005). Landbouwverbreding in West-Vlaanderen. Gent: Onderzoek in opdracht van Provincie WestVlaanderen, UGent. Van Lieffringe, J. (2013). Landbouwzakboekje 2013. Brussel: Landbouw en Visserij.
Vandenberghe, H. (2016). Zoeken naar nieuwe verdienmodellen. de Drietand nr.6, 18-19.
Vander Schueren, M. (2012). Rendabiliteit van hoevezuivel. Sint-Niklaas: Kaho Sint-Lieven.
Venema, G. (2012). Kijk op multifunctionele landbouw. Omzet en impact 2007-2011. LEI/Wageningen UR. Opgehaald van http://edepot.wur.nl/202948
Verkooppunten in de korte keten. (sd). Opgeroepen op 20 december 2015, van Recht van bij de boer: http://www.rechtvanbijdeboer.be./nl/tips/verkooppunten-in-de-korte-keten/algemene-info
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Bronnenlijst
61
Verstrynge, J. (2011). Strategisch plan korte keten. Brussel: Beleidsdomein Landbouw & Visserij, afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling.
Vilt. (2010). Kansen voor de korte keten in Vlaanderen. Hoeveverkoop als duurzaam alternatief? Vilt 8 november 2010. Opgehaald van Vilt: http://www.vilt.be/Kansen_voor_de_korte_keten_in_Vlaanderen_Hoeveverkoop_als_duurz aam_alternatief VLAM. (2011). Dossier erkend verkooppunt hoeveproducten. Opgeroepen op 20 december 2015, van VLAM: http://pers.vlam.be/public/uploads/pers/files/basisinfo.pdf
VLAM. (2015). Feiten en cijfers, korte keten. Opgeroepen op 20 december 2015, van VLAM: http://www.vlam.be/public/uploads/files/feiten_en_cijfers/bistro/hoeve_en_boerenmarkt_ 2014.pdf
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
LIJST VAN BIJLAGEN Bijlage 1: EnquĂŞte korte keten
Bijlage 2: Volledige resultaten bedrijfseconomische boekhouding Bijlage 3: Extra tabellen en grafieken sociale impact Bijlage 4: Vulgariserend artikel
Lijst van bijlagen
62
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
BIJLAGE 1 EnquĂŞte korte keten
Bijlage 1
63
Enquête korte keten Q1.1 Beste landbouwer, Ik ben Lisa Vanderstappen en studeer agro- en biotechnologie aan hogeschool Odisee in Sint-Niklaas. Samen met het Vlaams Agrarisch Centrum doe ik een onderzoek naar de economische en sociale impact van korte keten op een landbouwbedrijf. In deze enquête stel ik dus enkele vragen over de tijd- en arbeidsbesteding, de omgang met klanten, het profiel van de bedrijfsleider en de verantwoordelijke voor de korte keten,.. De resultaten van deze enquête zullen verwerkt worden in mijn bachelorproef. Het invullen van de enquête zal ongeveer een kwartiertje duren. Alvast bedankt voor uw medewerking! Q1.2 1. Soort bedrijf en verbreding Q1.3 a. Welke sector is voor uw bedrijf van toepassing? (Meerdere antwoorden zijn mogelijk) Melkvee (1) Vleesvee (2) Varkens (3) Pluimvee (4) Tuinbouw (5) Akkerbouw (6) Q1.4 b. Voor welk type korte keten werd gekozen op uw bedrijf? (Meerdere antwoorden zijn mogelijk) Verkoop van primaire producten (1) Hoeveslagerij (2) Zuivelverwerking (3) Verwerking van groenten en fruit (4) Anders: (5) ____________________ Q1.5 c. Waaruit bestaat uw assortiment? (Meerdere antwoorden zijn mogelijk) Bedrijfseigen producten (1) Producten van collega landbouwers (2) Andere producten: (3) ____________________ Q1.6 d. Van welke afzetkanalen maakt u gebruik? (Meerdere antwoorden zijn mogelijk) Hoevewinkel (1) Automaat (2) Levering aan winkels en horeca (3) Abonnementen (4) Voedselteams (5) Zelfpluk (6) CSA (7) Levering aan huis (8) Verbruikszaal (9) Andere afzetkanalen: (10) ____________________ Q1.7 e. Hoe lang is het bedrijf al actief in de korte keten? Jaar (1)
Q2.1 2. Profiel bedrijfsleider en verantwoordelijke korte keten Q2.2 a. Wat is het geslacht van de bedrijfsleider? Man (1) Vrouw (2) Q2.3 b. Wat is het opleidingsniveau van de bedrijfsleider? Lager secundair (1) Hoger secundair (2) Hoger onderwijs (3) Anders: (4) ____________________ Q2.4 c. In welk studiegebied werd deze opleiding gevolgd? Landbouw (1) Niet-landbouw (2) Q2.5 Indien het studiegebied niet-landbouw is specifieer dan: Q2.6 d. Wie is de verantwoordelijke voor de korte keten? Bedrijfsleider (1) Meewerkende partner (2) Vast personeel (3) Andere: (4) ____________________ Q2.7 e. Wat is het geslacht van de verantwoordelijke korte keten? Man (1) Vrouw (2) Q2.8 f. Wat is het opleidingsniveau van de verantwoordelijke korte keten? Lager secundair (1) Hoger secundair (2) Hoger onderwijs (3) Anders: (4) ____________________ Q2.9 g. In welk studiegebied werd deze opleiding gevolgd? Landbouw (1) Niet-landbouw (2) Q2.10 Indien het studiegebied niet-landbouw is specifieer dan:
Q3.1 3. Arbeidsverdeling Q3.2 a. Geef aan hoeveel weken het hoog- en laagseizoen duurt. Maak een opsplitsing naar bedrijf en korte keten. Lengte hoogseizoen (in weken) (1)
BEDRIJF (1)
KORTE KETEN (2)
Lengte laagseizeoen (in weken) (2) Q3.3 b. Specifieer per persoon hoeveel uren ze werken in elk seizoen en splits dit op naar het bedrijf en de korte keten. BEDRIJF hoogseizoen
ja/nee (1) Bedrijfsleider (1) Partner (2)
Familiale arbeidskracht 1 (3) Familiale arbeidskracht 2 (4) Familiale arbeidskracht 3 (5) Externe arbeidskracht 1 (6) Externe arbeidskracht 2 (7) Externe arbeidskracht 3 (8)
aantal uren per week (2)
BEDRIJF laagseizoen
ja/nee (1)
aantal uren per week (2)
KORTE KETEN hoogseizoen
KORTE KETEN laagseizoen
ja/nee (1)
ja/nee (1)
aantal uren per week (2)
aantal uren per week (2)
Q4.1 4. Tijd- en arbeidsbesteding Q4.2 a. Hoe is de verhouding tijd besteed aan het landbouwbedrijf en de korte keten? Meer tijd naar landbouwbedrijf dan korte keten (1) Evenveel tijd (2) Minder tijd naar landbouwbedrijf dan korte keten (3) Q4.3 b. Hebt u het gevoel dat het landbouwbedrijf lijdt onder de tijd besteed aan korte keten? Ja (1) Nee (2) Q4.4 c. In welke mate blijft er nog tijd over voor ontspanning? Geen (1) Weinig (2) Voldoende (3) Meer dan voldoende (4) Q4.5 d. Tijdsverdeling over de verschillende taken: Hoeveel uur wordt er in een gemiddelde week aan volgende taken besteed? (Vul eventueel aan met andere belangrijke taken) Algemeen (1)
BEDRIJF hoogseizoen (1)
BEDRIJF laagseizoen (2)
KORTE KETEN hoogseizoen (3)
KORTE KETEN laagseizoen (4)
Verkoop (2)
Bereiding (3) Kuisen (4)
Administratie (5) Marketing (6) Transport (7)
Vul zelf aan: (8) (9) (10) Q4.6 e. Welke taken in de korte keten doet u graag, welke minder? Verkoop (1)
Bereiding (2) Kuisen (3)
Administratie (4) Marketing (5) Transport (6) Vul zelf aan: (7) (9)
(10)
Minder graag (1)
Neutraal (2)
Graag (3)
Q5.1 5. Motivatie en knelpunten Q5.2 a. Wat is uw motivatie om voor korte keten te kiezen? Duid aan of u volgende motivaties heel belangrijk, eerder belangrijk, neutraal, eerder onbelangrijk of heel onbelangrijk vindt. (Vul eventueel aan met eigen motivaties)
Een aanvullend inkomen behalen (1)
heel belangrijk (1)
eerder belangrijk (2)
neutraal (3)
eerder onbelangrijk (4)
heel onbelangrijk (5)
Spreiden van inkomen (risico beperken) (2)
Meer autonomie door verkoop in eigen handen te nemen (4)
Tegemoet komen aan vraag (5)
Geeft voldoening en waardering (7)
Kans vergroten voor bedrijfsopvolging (9)
Beter toekomstperspectief (11)
Zelf in te vullen: (12)
(14)
Eerlijke prijs voor producten (3)
Contact met consumenten (6)
I.p.v. uitbreiden landbouwactiviteit (8)
Arbeidsplaatsen creëren (10)
(13)
Q5.3 b. Wat zijn de knelpunten? Duid aan of u volgende knelpunten zeer belangrijk, eerder belangrijk, neutraal,eerder onbelangrijk of heel onbelangrijk vindt. (Vul eventueel aan met eigen knelpunten)
Slechte bereikbaarheid (1)
heel belangrijk (1)
eerder belangrijk (2)
neutraal (3)
eerder onbelangrijk (4)
heel onbelangrijk (5)
Hoge investeringen om aan wettelijke vereisten te voldoen (12)
Zelf in te vullen: (13) (14)
(15)
Lastige klanten (2) Klanten verwachten goedkoop product (3)
Niet winstgevend (4)
Te veel werk voor wat men ervoor terugkrijgt (5) Te beperkt of weinig aantrekkelijk assortiment (6)
De landbouwactiviteit lijdt eronder (7) Gebrek aan tijd / arbeidskrachten (8)
Gebrek aan mogelijkheden in de omgeving (9)
Onzekerheid over afname producten (10) Te veel administratie, ingewikkelde wetgeving (11)
Q5.4 c. Op welk vlak is de korte keten een meerwaarde voor het bedrijf, de bedrijfsleider en het gezin? (Meerdere antwoorden zijn mogelijk) Economisch vlak (1) Sociaal vlak (2) Ecologisch vlak (3) Anders: (4) ____________________ Q5.5 d. Ondervindt het bedrijf hinder van de korte keten? (Geef eventueel enkele voorbeelden zoals aanpassing van de landbouwwerkzaamheden, hinder door geparkeerde auto’s, nieuwsgierige klanten in de stallen,..) Q5.6 e. Bent u nog steeds tevreden over uw keuze om korte ketenverkoop toe te passen op het bedrijf? Ja (1) Neen (2) Geen mening (3) Q5.7 f. Verwacht u dat uw korte ketenverkoop de komende 5 jaar zal veranderen? Groeien (1) Gelijk blijven (2) Kleiner worden (3) Stoppen (4) Het bedrijf zal in zijn geheel worden stopgezet (5) Ik weet het niet (6)
Q6.1 6. Omgang met klanten Q6.2 a. Hoe groot is de klantenkring van de korte keten? (Wekelijks) Minder dan 20 (1) Tussen 20 en 49 (2) Tussen 50 en 99 (3) Tussen 100 en 200 (4) Meer dan 200 (5) Ik weet het niet (6) Q6.3 b. Had u al negatieve ervaringen met klanten? Ja (1) Nee (2) Q6.4 Zo ja, geef enkele voorbeelden:
Q7.1 7. Talenten van de landbouwer Q7.2 a. Wat vindt u belangrijke eigenschappen/ talenten voor de landbouwer om te slagen in de korte keten? Duid aan of u volgende talenten heel belangrijk, eerder belangrijk, neutraal, eerder onbelangrijk of heel onbelangrijk vindt. (Vul eventueel aan met andere belangrijke eigenschappen of talenten.)
Goede verkoper zijn (1)
heel belangrijk (1)
eerder belangrijk (2)
neutraal (3)
eerder onbelangrijk (4)
heel onbelangrijk (5)
Sociaal zijn (2)
Klantvriendelijk (4)
Kansen in de markt zien (6)
Sterk in administratie (8)
Zelf in te vullen: (11)
(13)
Gepassioneerd zijn (3) Goede ondernemer (5)
Creatief zijn (7)
Wetgeving volgen (9)
Verzorgd voorkomen (10) (12)
Q8.1 8. Marketingstrategieën Q8.2 a. Welke marketingstrategieën past u nu toe? (meerdere antwoorden zijn mogelijk) Mondelinge reclame (1) Spaaracties en wedstrijden (2) Product in de kijker (3) Reclamebord of wegwijzers (4) Flyers (5) Advertenties (6) Website (7) Sociale media (facebook, pinterest,..) (8) Netwerking (9) Label (10) Andere: (11) ____________________ Q8.3 b. Welke marketingstrategieën zou u in de toekomst willen toepassen? (meerdere antwoorden zijn mogelijk) Mondelinge reclame (1) Spaaracties en wedstrijden (2) Product in de kijker (3) Reclamebord of wegwijzers (4) Flyers (5) Advertenties (6) Website (7) Sociale media (facebook, pinterest,..) (8) Netwerking (9) Label (10) Andere: (11) ____________________ Q9.1 Heeft u tot slot nog enkele andere opmerkingen, ideeën of bedenkingen met betrekking tot de korte keten?
Hartelijk dank voor uw deelname!
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
BIJLAGE 2 Volledige resultaten situatie 1
Bijlage 2
73
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Volledige resultaten situatie 2
Bijlage 2
77
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Volledige resultaten situatie 3
Bijlage 2
81
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Bijlage 2
82
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Bijlage 2
83
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Bijlage 2
84
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Bijlage 3
85
BIJLAGE 3
Zuivel
Verwerkte G&F
Primaire producten
0
52
35,00
31,11
24,44
36,00
Bedrijf laagseizoen
16,16
14
0
52
12,67
20,89
24,22
14,83
Lengte hoogseizoen en laagseizoen (in weken) Korte keten hoogseizoen Korte keten laagseizoen Aantal arbeidskrachten
31,33 14,78
30 12
0 0
Max
32
Min
33,68
Mediaan
Bedrijf hoogseizoen
Gemiddelde
Vlees
Tabel arbeidsverdeling
52 48
25,83 12,67
33,20 18,80
19,44 24,33
34,39 12,39
Bedrijf hoogseizoen
2,52
2
0
8
2,33
1,78
3,44
2,44
Totaal hoogseizoen
2,86
3
1
8
2,67
3,30
3,44
2,50
Korte keten hoogseizoen Bedrijf laagseizoen
Korte keten laagseizoen Totaal laagseizoen
Gemiddelde bedrijf
Gemiddelde korte keten
Aantal arbeidsuren per week
2,20 1,66 1,39 1,88 2,09 2,53
2 2 1 2 2 2
0 0 0 0
0,5 0,5
6 6 7 7
6,5 6
2,50 1,33 1,33 1,67 1,83 2,58
3,20 1,11 1,80 2,00 1,44 3,25
2,67 2,89 1,89 2,89 3,17 3,06
1,72 1,78 1,44 1,83 2,11 2,11
Bedrijf hoogseizoen
124,59
105
0
368
129,33
107,00
125,67
129,44
Totaal hoogseizoen
191,44
180
31,5 452
201,67
247,00
183,44
178,83
Korte keten hoogseizoen Bedrijf laagseizoen
Korte keten laagseizoen Totaal laagseizoen
Gemiddelde bedrijf
Gemiddelde korte keten
69,29 66,05 27,12 90,05 96,24 48,04
50 60 14 76
0 0
280
0
335,5
0
84,75 10 28,5
332
0
312 295 322
72,33 65,92 28,00 93,92 97,63 50,17
150,70 55,89 55,20
105,50 81,44
102,95
57,78 94,11 19,56
113,67 109,89 38,67
49,39 64,65 25,65 85,28 99,64 37,08
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Bijlage 3
Motivaties om voor de korte keten te kiezen Een aanvullend inkomen behalen
0%
10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%
Spreiden van inkomen (risico beperken)
Eerlijke prijs voor producten
Meer autonomie door verkoop in eigen handen te… Tegemoet komen aan vraag Contact met consumenten
Geeft voldoening en waardering
I.p.v. uitbreiden landbouwactiviteit
Kans vergroten voor bedrijfsopvolging
Arbeidsplaatsen creëren
Beter toekomstperspectief Heel belangrijk
Eerder belangrijk
Neutraal
Eerder onbelangrijk
Heel onbelangrijk
Knelpunten in de korte keten Slechte bereikbaarheid
0%
10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%
Lastige klanten
Klanten verwachten goedkoop product Niet winstgevend
Te veel werk voor wat men ervoor terugkrijgt
Te beperkt of weinig aantrekkelijk assortiment
De landbouwactiviteit lijdt eronder
Gebrek aan tijd / arbeidskrachten
Gebrek aan mogelijkheden in de omgeving Onzekerheid over afname producten
Te veel administratie, ingewikkelde wetgeving
Hoge investeringen om aan wettelijke vereisten te… Heel belangrijk
Eerder belangrijk
Neutraal
Eerder onbelangrijk
Heel onbelangrijk
86
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
Bijlage 3
87
Talenten van de landbouwer
Goede verkoper zijn
0%
20%
40%
60%
80%
100%
Sociaal zijn
Gepassioneerd zijn Klantvriendelijk
Goede ondernemer
Kansen in de markt zien Creatief zijn
Sterk in administratie
Wetgeving volgen
Verzorgd voorkomen Heel belangrijk
Eerder belangrijk
Neutraal
Eerder onbelangrijk
Heel onbelangrijk
De impact van korte keten op het landbouwbedrijf
BIJLAGE 4 Vulgariserend artikel
Bijlage 4
88
Ken je prijs !
DE IMPACT VAN KORTE KETEN OP EEN LANDBOUWBEDRIJF De verkoop van landbouwproducten via de ‘korte keten’ is bijna niet meer weg te denken in Vlaanderen. Steeds meer land- en tuinbouwers kiezen ervoor om hun producten rechtstreeks aan de consument te verkopen voor een eerlijke prijs. Maar is de verkoop via korte keten wel rendabeler dan via het gangbare circuit? En heeft deze manier van verkopen geen grote invloed op het bedrijf? Samen met het Vlaams Agrarisch Centrum voerde ik een onderzoek uit naar de sociale en economische impact van korte keten op het landbouwbedrijf. We hopen dan ook dat deze studie een leidraad kan zijn voor de land- en tuinbouwers die hun producten rechtstreeks verkopen en ook voor diegene die dit in de toekomst zouden willen doen. Proefopzet Om de economische impact na te gaan werd gebruik gemaakt van het managementprogramma ‘VACwerk’ van het Vlaams Agrarisch Centrum. Dit programma werd recent geoptimaliseerd door de toevoeging van het onderdeel ‘korte keten’. Via dit programma heb ik nagegaan wat de invloed is van de juiste prijszetting van de verkochte producten op het bedrijfsresultaat.
Als tweede deel van dit eindwerk heb ik de sociale impact van de korte keten onderzocht. Hierin werden verschillende aspecten besproken zoals het type landbouwer dat voor korte keten kiest, de arbeids- en tijdsbesteding, de omgang met klanten, de meerwaarde voor het bedrijf en de belangrijke talenten van de landbouwer. Dit werd gedaan via een enquête bij landbouwers met korte keten activiteiten.
Economische impact Er werd voor drie situaties een bedrijfsresultaat berekend, dit zowel voor de korte keten als voor het volledige bedrijf. Het voorbeeldbedrijf is een melkveebedrijf met hoevezuivel, maar dit kan ook toegepast worden op andere types bedrijven en korte keten. In de eerste situatie worden de producten van het landbouwbedrijf aan een lage prijs aangerekend aan de korte keten. In de korte keten worden de producten verkocht aan een correcte prijs. In de tweede situatie worden de kosten in het landbouwbedrijf goed ingeschat, maar in de korte keten wordt het product ‘te goedkoop’ verkocht. In de laatste situatie worden alle kosten correct ingeschat en wordt er in de korte keten nog een marge gerekend voor de arbeid.
Men kan uit dit onderzoek besluiten dat de prijszetting van de producten een zeer grote invloed heeft op zowel het resultaat uit de korte keten als op het volledige bedrijfsresultaat. Het is niet alleen belangrijk om de juiste prijs te bepalen voor de producten uit de korte keten, maar ook van de grondstoffen uit het landbouwbedrijf. Het hoogste inkomen werd uiteraard gehaald uit situatie 3. Dit inkomen ligt 7.000 euro hoger dan in situatie 1 en zelfs 11.000 euro hoger dan in situatie 2. Dit verschil is toch wel zeer groot. Men kan dus een groot aandeel van het inkomen laten liggen als men geen goed inzicht heeft in de gemaakte kosten. Deze situatieschetsen zijn echter gemaakt met de veronderstelling dat men de prijs volledig onafhankelijke kan bepalen en dat de klant hetzelfde volume afneemt in het geval dat de prijs gestegen is. Dit is misschien niet voor alle bedrijven mogelijk, maar toch blijft het belangrijk om een correcte analyse te maken van de kostprijs. Dit maakt het ook mogelijk om alle kosten te beheersen. Sociale impact Er is geen algemeen beeld van de bedrijven met korte keten. Er zijn veel verschillende soorten bedrijven die hun producten rechtstreeks proberen te verkopen. Wat wel opvalt is dat dit vooral gemengde bedrijven zijn en dus al een grote spreiding van hun inkomen hebben. Ook melkveebedrijven en tuinbouwbedrijven kiezen vaker voor de korte keten. De bedrijfsleiders in deze bedrijven zijn gemiddeld hoger opgeleid dan de gemiddelde landbouwer. Ook staan er vaker vrouwen aan het hoofd van een bedrijf met korte keten. De verantwoordelijke voor de korte keten is meestal de bedrijfsleider zelf, maar ook zeer vaak de meewerkende partner. Deze verantwoordelijke is gemiddeld net hoger opgeleid dan de bedrijfsleider.
Deze studies werden vaak gevolgd in een economisch of sociaal studiegebied. Uit de resultaten op vlak van tijds- en arbeidsbesteding kan men vooral besluiten dat korte keten een zeer arbeidsintensieve bezigheid is. De meerderheid van de respondenten verklaart weinig of geen tijd meer te hebben voor ontspannende activiteiten. Ook is er een zeer grote invloed op de werkzaamheden op het landbouwbedrijf. Toch wel een groot aandeel van de respondenten gaf aan dat het landbouwbedrijf soms lijdt onder de korte keten activiteiten.
De belangrijkste motivaties om voor korte keten te kiezen zijn de eerlijke prijs voor de producten en de voldoening en waardering die het geeft. Ook het contact met de klanten en het aanvullend inkomen zijn zeer belangrijk. De grootste knelpunten zijn de administratie, de moeilijke wetgeving en de hoge investeringen om aan deze wetten te voldoen. Volgens de respondenten zorgt de korte keten vooral voor een economische en sociale meerwaarde op het bedrijf. Korte keten kan heel wat hinder met zich meebrengen. Dit zijn dan bijvoorbeeld de geparkeerde auto’s en het uitstellen van de landbouwwerkzaamheden. Toch wordt deze hinder niet als remming beschouwd, omdat de meeste landbouwers zeer gemotiveerd zijn en nog steeds achter hun keuze voor korte keten staan. Meer dan de helft van de bedrijven wil in de toekomst zelfs nog groeien in hun korte keten activiteiten. De gemiddelde klantenkring van de deelnemende bedrijven bestaat uit 50 tot 100 personen. De grootte van de klantenkring is echter heel gevarieerd. Een derde van de respondenten ontvangt minder dan 50 klanten, terwijl een vijfde zelfs meer dan 200 klanten per week heeft. Enkele bedrijven gaven aan dat ze al negatieve ervaringen met klanten hebben gehad. Deze gaan dan vooral over de prijs of onduidelijkheden in de openingsuren.
Een landbouwer die zijn producten rechtstreeks aan de consument wil verkopen, moet over heel wat talenten beschikken. Men moet klantvriendelijk, sociaal en creatief zijn. Ook een goede ondernemer en verkoper zijn is belangrijk. Ook moet men eerlijk zijn en gepassioneerd om het juiste verhaal aan de klant te
brengen. Een goede teeltkennis en het kunnen leveren van een topproduct zijn van een zeer groot belang. Daarbij is het ook aangewezen om een verzorgd voorkomen te hebben naar de klant.
Besluit Vanuit het onderzoek naar de economische impact kunnen we besluiten dat de verkoop van landbouwproducten via de korte keten zeker voor een meerwaarde kan zorgen. De voorwaarde hiervan is echter een juiste prijszetting. De prijs van de verkoop van de producten vanuit het landbouwbedrijf en van de korte keten moet op de juiste manier bepaald zijn. Een goede kostprijsberekening en vooral een correcte bedrijfseconomische boekhouding zijn dus zeer belangrijk. Alleen op deze manier kan een goed beeld van alle gemaakte kosten gemaakt worden. Op sociaal vlak is het belangrijk om te weten dat de verkoop via korte keten zeer arbeidsintensief is. Dit kan maken dat het landbouwbedrijf hier toch wel onder lijdt. Verkoop via de korte keten is ook niet voor iedereen weggelegd. Men moet als landbouwer toch wel verschillende talenten hebben om de verkoop via de korte keten in goede banen te leiden. Het is dus vooral belangrijk om vooraf een goede kennis te hebben van de bedrijfseconomische situatie van het landbouwbedrijf en een goed bedrijfsplan op te stellen. De boodschap die ik wil brengen met dit werk luidt dus: ‘Bezint voor ge begint!’ Dit wil echter niet zeggen dat ik de keuze voor korte keten verkoop afraad. Helemaal niet, want zelf ben ik nog steeds een grote voorstander. Het is vooral belangrijk om vooraf een goede kennis te hebben van de bedrijfseconomische situatie van het landbouwbedrijf en een goed bedrijfsplan op te stellen. Lisa Vanderstappen Bachelor Agro- en biotechnologie Hogeschool Odisee, Sint-Niklaas