VLAAMS AGRARISCH CENTRUM Administratie, advies & belangenverdediging voor agrarische ondernemers
VAC • Burgemeester Maenhautstraat 44E • 9820 Merelbeke • 09 252 59 19 • vac@vac.eu • www.vac.eu
MESTWIJZER 2021
Inhoud Dierlijke productie................................................................................pag. 4 Bemestingsnormen stikstof............................................................pag. 8 Bemestingsnormen fosfaat...........................................................pag. 10 Derogatie...............................................................................................pag. 11 Limiterende bemestingsnormen.................................................. pag. 12 Uitrijregeling MAP6........................................................................... pag. 16 Kunstmestregister..............................................................................pag. 17 Vanggewassen...................................................................................pag. 18 Vrijstellingen..........................................................................................pag.19 Aanhoudperiodes............................................................................. pag. 20 Overzicht bodemstaalnames.........................................................pag. 22 Administratieve kalender............................................................... pag. 24 De bemestingsprognose onder de loep.................................... pag. 25
Disclaimer Mestwijzer 2021 - 2
Deze publicatie werd met de grootst mogelijke zorg samengesteld en kan louter dienstig zijn als richtlijn of ten titel van inlichting. Het raadplegen of het gebruik van deze publicatie ontslaat de gebruiker geenszins van diens verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. Noch het VAC noch de auteurs kunnen op generlei wijze aansprakelijk worden gesteld door de gebruiker van deze publicatie. Toepassingen op ondernemingsniveau dienen steeds getoetst worden aan het mestdecreet en we verwijzen hiervoor naar de website van de VLM https://www.vlm.be
Voorwoord Agrarische ondernemers worstelen met de praktische toepassing van het mestdecreet MAP6. De VAC-adviseurs krijgen tijdens de bedrijfsbezoeken talrijke en zeer diverse vragen over MAP6. Het juiste antwoord kunnen geven op de pertinente vragen vereist een zoektocht doorheen MAP6. Het idee van onze medewerkers om een samenvattende mestwijzer samen te stellen om efficiënt te kunnen adviseren werd een insteek om deze publicatie samen te stellen ten dienste van de agrarische ondernemers. Onze betrachting: een duidelijk, geordend en gebruiksvriendelijke mestwijzer samen te stellen. Omdat niet alle cijfers voor je agrarische onderneming van toepassing zijn, markeer de nuttige gegevens met fluo of druk deze enkel af. Zo bespaar je tijd en win je aan efficiëntie.
Mestwijzer 2021 - 3
Het VAC-team
Dierlijke productie Uitscheidingscijfers dieren DIERSOORT
UITSCHEIDING IN KG/DIER, JAAR
NER-D-WAARDE1
P2O5
N
26
81
127
> 4000 tem 4250
26,5
83
127
> 4250 tem 4500
27
85
127
> 4500 tem 4750
27,5
87
127
> 4750 tem 5000
28
89
127
> 5000 tem 5250
28,5
91
127
> 5250 tem 5500
29
93
127
> 5500 tem 5750
29,5
95
127
> 5750 tem 6000
30
97
127
> 6000 tem 6250
31
99
127
> 6250 tem 6500
31,5
101
127
> 6500 tem 6750
32,5
103
127
> 6750 tem 7000
33
105
127
> 7000 tem 7250
34
107
127
> 7250 tem 7500
34,5
109
127
> 7500 tem 7750
35,5
111
127
> 7750 tem 8000
36
113
127
> 8000 tem 8250
37
115
127
> 8250 tem 8500
37,5
117
127
> 8500 tem 8750
38,5
119
127
> 8750 tem 9000
39
121
127
> 9000 tem 9250
40
123
127
> 9250 tem 9500
40,5
125
127
> 9500 tem 9750
41,5
127
127
> 9750 tem 10000
42
129
127
hoger dan 10000
43
131
127
Vervangingsvee jonder dan 1 jaar
10
33
43
19,2
58
73
Zoogkoeien
25
65
127
Mestkalveren
3,6
10,5
14,1
7
22,3
31,7
Runderen van 1 tot 2 jaar
19,2
58
83
Andere runderen
29,5
77
106,5
Rundvee Melkvee Melkkoeien met een melkproductie (in kg melk/jaar) van: maximaal 4000
Vervangingsvee van 1 tot 2 jaar Mestvee
Mestwijzer 2021 - 4
Runderen jonger dan 1 jaar
De NER-D-waarde is de waarde waarmee landbouwers hun gemiddelde veebezetiing per diercategorie moeten vermenigvuldigen. Dat getal moeten landbouwers vergelijken met de NER-D-waarde die ze gekregen hebben om te weten of ze niet te veel dieren houden. 1
DIERSOORT
UITSCHEIDING IN KG/DIER, JAAR
NER-D-WAARDE 1
P2O5
N
Biggen van 7 tot 20kg
1,38
2,18
4,48
Beren
15,25
29,61
38,5
Zeugen, incl. biggen van minder dan 7kg
15,25
29,61
38,5
van 20 tot 110kg
4,97
12,68
18,33
van meer dan 110 kg
15,25
29,61
38,5
Legkippen
0,45
0,81
1,18
(Groot)ouderdieren van legkippen
0,45
0,81
1,18
Opfokpoeljen van legkippen
0,18
0,34
0,57
Slachtkuikens
0,26
0,61
0,91
Slachtkuikenouderdieren
0,69
1,31,
1,91
Opfokpoeljen van slachtkuikenouderdieren
0,26
0,52
0,74
Struisvogels fokdieren
9,8
18
27,8
Struisvogels slachtdieren
4,5
8,6
13,1
Struisvogels van 0 tot 3 maanden
1,7
3,5
5,2
Kalkoenen slachtdieren
1,05
1,7
2,99
Kalkoenen ouderdieren
1,47
2
3,47
Andere pluimvee
0,19
0,24
0,43
Paarden van meer dan 600kg
30
65
95
Paarden en Pony's van 200 tot 600kg
21
50
71
Paarden en Pony's van minder dan 200kg
12
35
47
3,91
7,22
12,18
Vetmesterij per dier
0,368
0,621
1,11
Kwekerij per volwassen dier
1,619
3,06
5,03
Geiten en schapen jonger dan 1 jaar
1,72
4,36
6,08
Geiten en schapen ouder dan 1 jaar
4,14
10,5
14,64
Gesloten bedrijven per moederdier
1,3
2,3
4,82
Vetmesterij per dier
0,4
0,7
1,56
Kwekerij per volwassen dier
0,5
0,9
1,78
Varkens
Andere varkens
Pluimvee Legrassen
Vleesrassen
Struisvogels
Kalkoenen
Paarden en Pony's
Andere diersoorten Konijnen Gesloten bedrijven per vrouwelijk konijn
Nertsen
De NER-D-waarde is de waarde waarmee landbouwers hun gemiddelde veebezetiing per diercategorie moeten vermenigvuldigen. Dat getal moeten landbouwers vergelijken met de NER-D-waarde die ze gekregen hebben om te weten of ze niet te veel dieren houden. 1
Mestwijzer 2021 - 5
Geiten en schapen
Mestsamenstellingen dierlijke mest MESTCODE1
DIERSOORT
VORM2
N
P2O5
DICHTHEID
(KG/TON)
(KG/TON)
(TON/M3)
Runderen 1
Runderen
G
4,0
0,2
1,0
2
Runderen
M
4,8
1,4
1,0
3
Runderen
V
7,1
2,9
0,8
4
Mestkalveren
M
3,0
1,3
1,0
Varkens 8
Zeugen en biggen
G
2,0
0,9
1,0
9
Zeugen en biggen
M
3,2
1,4
1,0
10
Zeugen en biggen
V
7,5
9,0
0,8
11
Vleesvarkens
G
5,8
0,9
1,0
12
Vleesvarkens
M
6,4
3,5
1,0
13
Vleesvarkens
V
7,5
9,0
0,8
499
Biggen van 7 tot 20kg
M
4,3
1,7
1,0
V
27,1
14,1
0,5
Pluimvee 690
Slachtkuikens
691
Leghen kooi - rechtstreekse mestafvoer
VV
22,7
14,3
0,8
692
Leghen kooi - mestopslag in loods
VV
26,9
21,3
0,8
693
Legen kooi - mestopslag in loods + droging
VD
31,5
28,5
0,6
694
Leghen scharrel of volière
V
19,8
27,4
0,5
695
Leghen ouderdier
V
19,8
27,4
0,5
696
Opfok leghen kooi
VV
23,6
14,6
0,8
697
Opfok leghen scharrel of volière
V
25
24,4
0,5
698
Opfok slachtkuikenouderdieren
V
19,8
26,2
0,5
699
Slachtkuikenouderdieren
VD
20,9
31,8
0,6
22
Ander pluimvee
V
17,4
19,3
0,5
23
Eenden
V
11,0
14,0
0,8
Andere diersoorten
Mestwijzer 2021 - 6
24
Schapen
V
8,3
3,5
0,8
25
Paarden
G
4,0
0,2
1,0
26
Paarden
V
5,0
3,0
0,7
27
Geiten
V
6,6
3,5
0,8
28
Nertsen
V
14,1
25,3
0,6
29
Nertsen
G
2,0
0,2
1,0
30
Konijnen
G
1,4
0,0
1,0
31
Konijnen
M
8,5
13,5
1,0
32
Konijnen
V
16,9
13,8
0,8
33
Konijnen in deeppitstal
V
13,4
12,7
0,7
V
6,3
4,0
0,7
Overige 172 1 2
Champost
code voor het invullen van de mestsoort op een mestafzetdocument via MTIL M: mengmest, G: gier, V: vaste mest, VV: vochtige, vaste mest, VD: vaste, gedroogde mest
Werkingscoëfficiënt voor omzetting naar werkzame stikstof WERKINGSCOËFFICIËNT % totale stikstof
Kunstmest, spuistroom en effluenten
100
Vloeibare dierlijke mest en andere meststoffen (uitgezonderd spuistroom en effluenten)
60
Vaste dierlijke mest, traagwerkende meststoffen met attest (uitgezonderd gecertificeerde gft- en groencompost) en boerderijcompost
30
Stikstof van rechtstreekse uitscheiding bij begrazing
20
Gecertificeerde gft- en groencompost
15
Mestwijzer 2021 - 7
MESTSOORT
Bemestingsnormen stikstof Algemeen regime water 1 WERKZAME N (KG/HA, JAAR) GEBIEDSTYPE 0 EN 1
TEELT
GEBIEDSTYPE 2 (-5%)
GEBIEDSTYPE 3 (-15%)
DIERLIJKE N (KG/HA, JAAR)
ZAND
NIET-ZAND
ZAND
NIET-ZAND
ZAND
NIET-ZAND
maaien
375
385
356
366
319
327
170
maaien + grazen
235
245
223
233
200
208
170
Wintertarwe of triticale
160
175
152
166
136
149
100
Wintergerst of andere graangewassen
110
125
105
119
94
106
100
Suikerbieten
135
150
128
143
115
128
170
Voederbieten
235
260
223
247
200
221
170
Aardappelen
190
210
181
200
162
179
170
Maïs
135
150
128
143
115
128
170
Groenten groep I
225
250
214
238
191
213
170
Groenten groep II
160
180
152
171
136
153
170
Groenten groep III
115
125
109
119
98
106
170
Sierteelt en boomkweek
160
180
152
171
136
153
170
Aardbeien
160
160
152
152
136
136
170
Spruitkool
225
250
214
238
191
213
170
Teelten met een lage stikstofbehoefte1
115
125
109
119
98
106
125
Andere leguminosen dan erwten en bonen
70
75
67
71
60
64
120 (Z) / 125 (NZ)2
Andere teelten incl. voederkool en bladrammenas
130
145
124
138
111
123
170
Grasland
1 2
Gewassen met een lage stikstofbehoefte zijn cichorei, witloof, fruit (behalve aardbeien), sjalotten, uien en vlas. Z: zandgrond, NZ: niet-zandgrond
Mestwijzer 2021 - 8
WERKZAME N (KG/HA, JAAR) TEELTCOMBINATIE
GEBIEDSTYPE 0 EN 1
GEBIEDSTYPE 2 (-5%)
GEBIEDSTYPE 3 (-15%)
DIERLIJKE N (KG/HA, JAAR)
ZAND
NIET-ZAND
ZAND
NIET-ZAND
ZAND
NIET-ZAND
Gras / snijrogge + maïs3
200
230
190
219
170
196
170
Wintertarwe of triticale met nateelt4
180
195
171
185
153
166
170
Wintergerst of andere graangewassen met nateelt
130
145
124
138
111
123
170
Groep I en I
315
350
299
333
268
298
170
Andere hoofdteelt met voor- of nateelt, groep I
315
350
299
333
268
298
170
Groep I en II
270
300
257
285
230
255
170
Andere hoofdteelt met voor- of nateelt, groep II
270
300
257
285
230
255
170
Groep I en III
250
275
238
261
213
234
170
Andere hoofdteelt met voor- of nateelt, groep III
250
275
238
261
213
234
170
Groep II en II
250
275
238
261
213
234
170
Groep II en III
205
225
195
214
174
191
170
Groep III en III
180
200
171
190
153
170
170
3 of meerdere groenteteelten waarvan minstens één groente van groep II
250
275
238
261
213
234
170
3 of meerdere groenteteelten met geen enkele groente van groep II
180
200
171
190
153
170
170
3 4
Snijrogge geteeld als voedergewas (geoogst na 15 maart en afgevoerd) of één snede gras (gemaaid na 1 april en afgevoerd) Vanggewas, wintergewas of ander volggewas
Algemeen regime natuur WERKZAME N (KG/HA, JAAR) TEELT
GEBIEDSTYPE 0 EN 1
GEBIEDSTYPE 2 (-5%)
GEBIEDSTYPE 3 (-15%)
DIERLIJKE N (KG/HA, JAAR)
ZAND
NIET-ZAND
ZAND
NIET-ZAND
ZAND
NIET-ZAND
0
0
0
0
0
0
0
maaien + grazen
341
341
321
321
291
291
1702
maaien met BKM1-3
1004
1004
954
954
854
854
0
maaien + grazen met BKM1-3
1345
1345
1275
1275
1145
1145
1702
0
0
0
0
0
0
0
1004
1004
954
954
854
854
0
maaien
Akker Akker met BKM1-3
De maximale hoeveelheid werkzame stikstof mag uitsluitend door begrazing afgezet worden. Bemesting alleen via begrazing door maximum 2 grootvee-eenheden/ha op jaarbasis. 2 GVE/ha, jaar komt overeen met 170kg N/ha, jaar. Die hoeveelheid mag uitsluitend door begrazing afgezet worden. 3 Voor percelen met de biologische waardering 'Potentieel belangrijk grasland' in de hierboven vermelde bestemmingen kan de beheerovereenkomst 100kg/ ha uit kunstmest (BKM) jaarlijks aangevraagd worden via de verzamelaanvraag van het Departement Landbouw en Vissserij. 4 De maximale hoeveelheid werkzame stikstof mag uitsluitend door kunstmest afgezet worden. 5 De maximale hoeveelheid werkzame stikstof mag uitsluitend door een combinatie van begrazing en kunstmest (maximaal 100kg N/ha) afgezet worden. 1
2
Mestwijzer 2021 - 9
Grasland
Bemestingsnormen fosfaat Fosfaatklasse algemeen regime TOTALE P2O5 (KG/HA, JAAR)
TEELT
KLASSE I
KLASSE II
KLASSE III
KLASSE IV
Maaien
115
95
90
70
Maaien + Grazen
115
95
90
70
Wintertarwe of triticale
95
75
70
55
Wintergerst of andere graangewassen
95
75
70
55
Suikerbieten
85
65
55
45
Voederbieten
85
65
55
45
Aardappelen
95
75
70
55
Maïs
100
80
70
55
Groenten groep I
85
65
55
45
Groenten groep II
85
65
55
45
Groenten groep III
85
65
55
45
Sierteelt en boomkweek
85
65
55
45
Aardbeien
85
65
55
45
85
65
55
45
Teelten met een lage stikstofbehoefte
85
65
55
45
Andere leguminosen dan erwten en bonen
85
65
55
45
Andere teelten incl. voederkool en bladrammenas
85
65
55
45
115
95
90
70
Grasland
Spruitkool 1
TEELTCOMBINATIE Gras/snijrogge + maïs2
Gewassen met een lage stikstofbehoefte zijn cichoreit, witloof, fruit (behalve aardbei), sjalotten, uien en vlas Snijrogge geteeld als voedergewas (geoogst na 15 maart en afgevoerd) kan gebruikt worden als alternatief voor één snede gras (gemaaid na 1 april en afgevoerd). 1
2
Fosfaatklasse in combinatie met natuur TOTALE P2O5 (KG/HA, JAAR)
TEELT Maaien
KLASSE I
KLASSE II
KLASSE III
KLASSE IV
0
0
0
0
601
601
601
601
0
0
0
0
Grasland Maaien + Grazen Akker
Bemesting alleen via begrazing door maximum 2 grootvee-eenheden/ha op jaarbasis. 2 GVE/ha, jaar komt overeen met 60kg P2O5/ha, jaar. Die hoeveelheid mag uitsluitend door begrazing afgezet worden. 1
Mestwijzer 2021 - 10
Derogatie › Eerste aanvraag uiterlijke 15 februari › Tweede aanvraag via verzamelaanvraag › Opstellen bemestingsplan: voor 15 februari voor elk perceel of elke perceelsgroep › Mest- en bodemstalen: voor 31 mei WERKZAME N (KG/HA, JAAR) GEBIEDSTYPE 0 EN 1
TEELT
GEBIEDSTYPE 2 (-5%)
GEBIEDSTYPE 3 (-15%)
DIERLIJKE N (KG/HA, JAAR)
ZAND
NIET-ZAND
ZAND
NIET-ZAND
ZAND
NIET-ZAND
maaien
375
385
356
366
319
327
250
maaien + grazen
235
245
223
233
200
208
250
Wintertarwe of triticale met vanggewas2
180
195
171
185
153
166
200
Suikerbieten
135
150
128
143
115
128
200
Voederbieten
235
260
223
247
200
221
200
Gras/snijrogge3 met maïs
200
230
190
219
170
196
250
Maïs met gras in onderzaai4
135
150
128
143
115
128
250
Grasland1
Het betreft alle grasland inclusief grasklaver met maximum 50% klaver. De lijst met vanggewassen vindt u op pagina 16 Eén snede gemaaid (na 1 april) en afgevoerd gras of één snede geoogste (na 15 maart) en afgevoerde snijrogge. 4 Gras in onderzaai mag u na de oogst van de maïs pas omploegen of inwerken vanaf 15 februari het volgende jaar. 1
2
Mestwijzer 2021 - 11
3
Limiterende bemestingsnormen FOSFAATKLASSE I
Biggen 7-20kg (M)
Zeugen en biggen (M)
Vleesvarkens (M)
Mengmest runderen
Stalmest runderen
Slachtkuikens
4,3
3,2
6,4
4,8
7,1
27,1
N (kg/ton)
1,7
1,4
3,5
1,4
2,9
14,1
P2O5 (kg/ton)
Totale P2O5 (kg/ha, jaar)
Dierlijke N (kg/ha, jaar)
maaien
115
170
39,53
53,13
26,56
35,42
23,94
6,27
maaien en grazen
115
170
39,53
53,13
26,56
35,42
23,94
6,27
nateelt
95
170
39,53
53,13
26,56
35,42
23,94
6,27
geen nateelt
95
100
23,26
31,25
15,63
20,83
14,08
3,69
suikerbieten
85
170
39,53
53,13
24,29
35,42
23,94
6,03
voederbieten
85
170
39,53
53,13
24,29
35,42
23,94
6,03
aardappelen
95
170
39,53
53,13
26,56
35,42
23,94
6,27
maïs
100
170
39,53
53,13
26,56
35,42
23,94
6,27
gras of snijrogge & maïs (1)
115
170
39,53
53,13
26,56
35,42
23,94
6,27
teelten met lage N-behoefte (2)
85
125
29,07
39,06
19,53
26,04
17,61
4,61
zand
85
120
27,91
37,50
18,75
25,00
16,90
4,43
niet-zand
85
125
29,07
39,06
19,53
26,04
17,61
4,61
85
170
39,53
53,13
24,29
35,42
23,94
6,03
maaien
115
250
52,08
35,21
maaien en grazen
115
250
52,08
35,21
nateelt
95
200
41,67
28,17
suikerbieten
85
200
41,67
28,17
voederbieten
85
200
41,67
28,17
gras of snijrogge & maïs (1)
115
250
52,08
35,21
maïs of gras in onderzaai
100
250
52,08
35,21
FOSFOR IS BEPERKEND
ZONDER DEROGATIE
grasland
granen
leguminosen (3)
andere gewassen
ton/ha
MET DEROGATIE
grasland
granen
ton/ha
Mestwijzer 2021 - 12
FOSFAATKLASSE II
Biggen 7-20kg (M)
Zeugen en biggen (M)
Vleesvarkens (M)
Mengmest runderen
Stalmest runderen
Slachtkuikens
4,3
3,2
6,4
4,8
7,1
27,1
N (kg/ton)
1,7
1,4
3,5
1,4
2,9
14,1
P2O5 (kg/ton)
Totale P2O5 (kg/ha, jaar)
Dierlijke N (kg/ha, jaar)
maaien
95
170
39,53
53,13
26,56
35,42
23,94
6,27
maaien en grazen
95
170
39,53
53,13
26,56
35,42
23,94
6,27
nateelt
75
170
39,53
53,13
21,43
35,42
23,94
6,27
geen nateelt
75
100
23,26
31,25
15,63
20,83
14,08
3,69
suikerbieten
65
170
38,24
46,43
18,57
35,42
23,94
4,61
voederbieten
65
170
38,24
46,43
18,57
35,42
23,94
4,61
aardappelen
75
170
39,53
53,13
21,43
35,42
23,94
5,32
maïs
80
170
39,53
53,13
22,86
35,42
23,94
5,67
gras of snijrogge & maïs (1)
955
170
39,53
53,13
26,56
35,42
23,94
6,27
teelten met lage N-behoefte (2)
65
125
29,07
39,06
18,57
26,04
17,61
4,61
zand
65
120
27,91
37,50
18,57
25,00
16,90
4,43
niet-zand
65
125
29,07
39,06
18,57
26,04
17,61
4,61
65
170
38,24
46,43
18,57
35,42
23,94
4,61
maaien
95
250
52,08
35,21
maaien en grazen
95
250
52,08
35,21
nateelt
75
200
41,67
28,17
suikerbieten
65
200
41,67
28,17
voederbieten
65
200
41,67
28,17
gras of snijrogge & maïs (1)
95
250
52,08
35,21
maïs of gras in onderzaai
80
250
52,08
35,21
FOSFOR IS BEPERKEND
ZONDER DEROGATIE
grasland
granen
leguminosen (3)
andere gewassen
ton/ha
MET DEROGATIE
granen
ton/ha
Mestwijzer 2021 - 13
grasland
FOSFAATKLASSE III
Biggen 7-20kg (M)
Zeugen en biggen (M)
Vleesvarkens (M)
Mengmest runderen
Stalmest runderen
Slachtkuikens
4,3
3,2
6,4
4,8
7,1
27,1
N (kg/ton)
1,7
1,4
3,5
1,4
2,9
14,1
P2O5 (kg/ton)
Totale P2O5 (kg/ha, jaar)
Dierlijke N (kg/ha, jaar)
maaien
90
170
39,53
53,13
25,71
35,42
23,94
6,27
maaien en grazen
90
170
39,53
53,13
25,71
35,42
23,94
6,27
nateelt
70
170
39,53
50,00
20,00
35,42
23,94
4,96
geen nateelt
70
100
23,26
31,25
15,63
20,83
14,08
3,69
suikerbieten
55
170
32,35
39,29
15,71
35,42
18,97
3,90
voederbieten
55
170
32,35
39,29
15,71
35,42
18,97
3,90
aardappelen
70
170
39,53
50,00
20,00
35,42
23,94
4,96
maïs
70
170
39,53
50,00
20,00
35,42
23,94
4,96
gras of snijrogge & maïs (1)
90
170
39,53
53,13
25,71
35,42
23,94
6,27
teelten met lage N-behoefte (2)
55
125
29,07
39,06
15,71
26,04
17,61
3,90
zand
55
120
27,91
37,50
15,71
25,00
16,90
3,90
niet-zand
55
125
29,07
39,06
15,71
26,04
17,61
3,90
55
170
32,35
39,29
15,71
35,42
18,97
3,90
maaien
90
250
52,08
31,03
maaien en grazen
90
250
52,08
31,03
nateelt
70
200
41,67
24,14
suikerbieten
55
200
39,29
18,97
voederbieten
55
200
39,29
18,97
gras of snijrogge & maïs (1)
90
250
52,08
31,03
maïs of gras in onderzaai
70
250
50,00
24,14
FOSFOR IS BEPERKEND
ZONDER DEROGATIE
grasland
granen
leguminosen (3)
andere gewassen
ton/ha
MET DEROGATIE
grasland
granen
ton/ha
Mestwijzer 2021 - 14
FOSFAATKLASSE IV
Biggen 7-20kg (M)
Zeugen en biggen (M)
Vleesvarkens (M)
Mengmest runderen
Stalmest runderen
Slachtkuikens
4,3
3,2
6,4
4,8
7,1
27,1
N (kg/ton)
1,7
1,4
3,5
1,4
2,9
14,1
P2O5 (kg/ton)
Totale P2O5 (kg/ha, jaar)
Dierlijke N (kg/ha, jaar)
maaien
70
170
39,53
50,00
20,00
35,42
23,94
4,96
maaien en grazen
70
170
39,53
50,00
20,00
35,42
23,94
4,96
nateelt
55
170
32,35
39,29
15,71
35,42
18,97
3,90
geen nateelt
55
100
23,26
31,25
15,63
20,83
14,08
3,69
suikerbieten
45
170
26,47
32,14
12,86
32,14
15,52
3,19
voederbieten
45
170
26,47
32,14
12,86
32,14
15,52
3,19
aardappelen
55
170
32,35
39,29
15,71
35,42
18,97
3,90
maïs
55
170
32,35
39,29
15,71
35,42
18,97
3,90
gras of snijrogge & maïs (1)
70
170
39,53
50,00
20,00
35,42
23,94
4,96
teelten met lage N-behoefte (2)
45
125
26,47
32,14
12,86
26,04
15,52
3,19
zand
45
120
26,47
32,14
12,86
25,00
15,52
3,19
niet-zand
45
125
26,47
32,14
12,86
26,04
15,52
3,19
45
170
26,47
32,14
12,86
32,14
15,52
3,19
maaien
70
250
50,00
24,14
maaien en grazen
70
250
50,00
24,14
nateelt
55
200
39,29
18,97
suikerbieten
45
200
32,14
15,52
voederbieten
45
200
32,14
15,52
gras of snijrogge & maïs (1)
70
250
50,00
24,14
maïs of gras in onderzaai
55
250
39,39
18,97
FOSFOR IS BEPERKEND
ZONDER DEROGATIE
grasland
granen
leguminosen (3)
andere gewassen
ton/ha
MET DEROGATIE
granen
ton/ha
Mestwijzer 2021 - 15
grasland
Uitrijregeling MAP6 MEST-STOFFEN
TEELT
16/01 - 15/02
16/02 - 31/07
ja
Derogatiepercelen
01/08 - 14/08
15/08 - 31/08
ja
TYPE 1
grasland
akkerland zware klei
neen
ja
Verbod na oogst van de hoofdteelt tenzij er voor 16/09 een nateelt is ingezaaid
neen
specifieke teelten: andere dan fruit
TYPE 3
specifieke teelten: fruit
Meststoffen type 3 met lagen N-inhoud
neen
ja
Verbod na oogst van de hoofdteelt tenzij er voor 01/08 een nateelt is ingezaaid
Dosis: max. 50kg werkzame N/ha
neen
ja - Niet-Derogatie
Na een niet-nitraatgevoelige hoofdteelt waarbij uiterlijk op 15/09 een vanggewas wordt ingezaaid of Als er op uiterlijk 31/08 een specifieke teelt ingezaaid wordt Dosis na oogst hoofdteelt: max 36kg werkzame N/ha (voor akkerland niet-zware klei: mesttof type 2 els type 3 samen) ja
ja
Type 1: stalmest, champost, traagwerkend meststof Type 2: alle meststoffen die niet tot type 1 of type 3 behoren Type 3: kunstmest, spuistroom en effluenten
neen
Enkel als er een teelt aanwezig is of binnen de 15 dagen ingezaaid wordt
neen
D Dosis: max. 50kg werkzame N/ha
neen
Dosis na oogst hoofdteelt: max. 36kg werkzame N/ha (meststof type 2 als type 3 samen)
ja, als er een gewas aanwezig is, of binnen 7 dagen wordt ingezaaid Dosis: max. 30kg werkzame N over volledige winterperiode (waarvan max. 10kg minerale N)
01/11 - 15/01
Dosis: max. 50kg werkzame N/ha
Enkel na een niet-nitraatgevoelige hoofdteelt waarbij uiterlijk op 15/09 een vanggewas wordt ingezaaid
ja grasland + akkerland
16/10 - 31/10
neen
ja neen
TYPE 2
akkerland andere dan zware klei
ja
01/09 - 15/10
neen ja, mits bemestingsadvies Dosis: max. 100kg werkzame N/ha max. 60kg werkzame N/ha in 2 weken max. volgens verplicht bodemadvies ja Dosis: max. 40kg werkzame N/ha
ja, als er een gewas aanwezig is, of binnen 7 dagen wordt ingezaaid Dosis: max. 30kg werkzame N over volledige winterperiode (waarvan max. 10kg minerale N)
neen
neen
neen
Mestwijzer 2021 - 16
Kunstmestregister Verhandelingsregister In het verhandelingsregister noteert u alle kunstmest die u: › op uw bedrijf ontvangt; › overdraagt aan een derde; › gebruikt op eigen grond buiten Vlaanderen.
Wat moet u noteren? › Gegevens van de meststof: · mestcode van de Mestbank · eventueel een eigen naam voor de meststof (verplicht als het 'kunstmest eigen samenstelling' betreft) · %N en %P2O5 (verplicht als het 'kunstmest eigen samenstelling' of 'ammoniumsulfaat uit zure wasser' betreft) · hoeveelheid (kg of l) › Datum ontvangst of vertrek of gebruik buiten Vlaanderen op eigen grond van de meststof › Identificatie tegenpartij: · landbouwernummer of uitbatingsnummer · of KBO-nummer · of naam en adres
Wanneer registreren? Ten laatste de 30ste dag na de feiten. Indien vrijstelling van gebiedsgerichte maatregelen: voor het einde van de maand volgend op de maand van de handeling. Uw verhandelingen moet u per verhandeling registreren.
Gebruiksregister In het gebruiksregister noteert u het gebruik van kunstmest op percelen in Vlaanderen.
Wat moet u noteren? › Gegevens van de meststof: · mestcode van de Mestbank · eventueel een eigen naam voor de meststof · %N en %P2O5 . · hoeveelheid (kg of l) › Datum van gebruik van de meststof. › Identificatie van het perceel: · selectie op kaart of uit lijst · of landbouwernummer, campagnejaar en perceelsnummer
Wanneer registreren? › u binnen 7 dagen de feiten hebt genoteerd in een papieren register, of in een eigen digitaal systeem; › uw bedrijf de volgende teelten niet op volle grond teelt: sierteelt, boomkweek, groenten van groep I of groep II, aardbeien. Indien vrijstelling van gebiedsgerichte maatregelen: voor het einde van de maand volgend op de maand van het gebruik. Bovendien mag u dan de hoeveelheid kunstmest die u hebt gebruikt, sommeren per meststof, per perceel en per maand (in plaats van per dag).
Mestwijzer 2021 - 17
Om uw gebruik op het Mestbankloket te registreren hebt u tot 30 dagen na de feiten de tijd, op voorwaarde dat:
Vanggewassen Beslissingsboom U moet minstens de verplichte oppervlakte vanggewassen registreren op de verzamelaanvraag 2021. Om te weten welke gewassen in welke categorie behoren kunt u de beslissingsboom raadplegen.
Beslisboom extra verplichting vanggewassen in gebiedstypes 2 en 3 - geldig in 2021 Is de hoofdteelt tijdelijk grasland, facelia of tagetes dat blijft staan tot het einde van het jaar?
JA
J
( 1)
J
(2)
NE E
Is er een vanggewas ingezaaid uiterlijk 15 sept én blijft het aangehouden tot het einde van de aanhoudperiode?
JA
NE E
JA
Is de hoofdteelt niet-nitraatgevoelig?
Is de 1ste nateelt een laag-risico nateelt?
NE E
N
( 3a )
JA
J
( 3b )
JA Zijn de n ateelten laag-risico teelten die geen vanggewas zijn?
NE E
NE E Is de laatst ingezaaide nateelt een vanggewas of wordt het vanggewas gevolgd door een specifieke teelt?
JA
Is de hoofdteelt mais of niet-vroege aardappelen?
JA
J
( 3c )
J
( 4b )
NE E
NE E
J
JA
Blijft het vanggewas aangehouden tot het einde van de aanhoudperiode?
N
( 3d )
Is de 1ste nateelt een specifieke teelt?
JA
N
( 3e )
( 4 a)
NE E NEE
JA Is de 1ste of 2de nateelt een vanggewas?
NE E
N
(5)
(De hoofdteelt is een nitraatgevoelige hoofdteelt andere dan mais of niet-vroege aardappelen)
JA
Is het vanggewas ingezaaid uiterlijk 15 okt én blijft het aangehouden tot het einde van de aanhoudperiode?
NE E
N
( 4c )
Mestwijzer 2021 - 18
Vrijstellingen Via de aanvraag derogatie kun je mits het voldoen van een reeks voorwaarden en handelingen een hoge afzet dierlijke stikstof bekomen door derogatie aan te vragen. Het mestdecreet voorziet een aantal mogelijkheden aan agrarische ondernemers om vrijstellingen te bekomen indien er kan bewezen worden dat er betere mestpraktijken worden toegepast op het bedrijf.
Fosfaatnormen Indien je voordeel hebt aan een lagere fosfaatklasse is het raadzaam een fosfaatstaal te laten nemen, liefst voor 1 oktober zodat een mogelijke verlaging van de fosfaatklasse kan ingaan het volgende kalenderjaar. De nieuwe fosfaatklasse indeling is 5 jaar geldig te rekenen vanaf het jaar van staalname. Staalname in 2021, verwerkt door de mestbank in 2021 is een fosfaatklasse-indeling geldig tot 2026. Wanneer het perceel wordt ingedeeld in fosfaatklasse I of II en er een klassedaling is, ontvangt u een tegemoetkoming tbv €50 voor grasland of €25 voor akkerland.
Vrijstelling vanggewassen Agrarische ondernemingen kunnen vrijgesteld worden van de gebiedsgerichte maatregelen voor percelen in gebiedstype 2 en 3 voor: › de verstrengde bemestingsnormen, › de verplichting tot het inzaaien van hun doelareaal vanggewassen, › de verplichting om vanaf 1 augustus alle transport van vloeibare dierlijke mest naar akkers te laten uitvoeren door een erkende mestvoerder. Voorwaarden om een vrijstelling te krijgen en te behouden: › Een vrijstelling kan pas verleend worden na een positieve bedrijfsevaluatie van het nitraatresidu. › De beoordeling van een bedrijfsevaluatie van het nitraatresidu voor het verkrijgen van een vrijstelling gebeurt altijd ten opzichte van de strengste drempelwaarden . Dat zijn de drempelwaarden die gelden voor percelen in gebiedstype 2 en 3. Een bedrijfsevaluatie van het nitraatresidu is positief als het gewogen gemiddelde nitraatresidu beneden de gewogen gemiddelde eerste drempelwaarde ligt. › Jaarlijks het nitraatresidu bepalen om de vrijstelling te behouden. › De aanvraag dient voor 1 juni te gebeuren. Als u in het najaar sowieso een bedrijfsevaluatie moet uitvoeren, hoeft u geen aanvraag in te dienen.
Verlenging termijnen kunstmestregister Indien vrijstelling van gebiedsgerichte maatregelen: voor het einde van de maand volgend op de maand van het gebruik. Bovendien mag u dan de hoeveelheid kunstmest die u hebt gebruikt, sommeren per meststof, per perceel en per maand (in plaats van per dag). Heeft u enkel percelen in gebiedstype 0 of 1, dan kan u via de aanvraag vrijstelling een ruimere termijn bekomen.
Mestwijzer 2021 - 19
De aanvraag dient voor 1 juni te gebeuren.
Aanhoudperiodes EAG GROENBEDEKKING LANDBOUWSTREEK
INZAAIEN TOT EN MET
AANHOUDPERIODE
ONDERWERKEN VANAF
Polders en Duinen
19/08
20/08 tem 15/10
16/10
Leemstreek
30/09
1/10 tem 30/11
1/12
Zandleem en andere streken
31/10
1/11 tem 31/01
1/02
RANDVOORWAARDEN EROSIE BASISPAKKET OOGSTDATUM
INZAAIEN TOT EN MET
AANHOUDEN EN ONDERWERKEN VANAF
Geoogst voor 15/10
30/11
Geen aanhoudperiode bepaald
Geoogst na 15/10
30/11
Geen aanhoudperiode bepaald
Niet geoogst op 1/12
Niet mogelijk om groenbedekker in te zaaien
GMO-ACTIE GROENBEDEKKING LANDBOUWSTREEK
INZAAIEN TOT EN MET
AANHOUDPERIODE
ONDERWERKEN VANAF
31/10
1/11 tem 31/01
1/02
INZAAIEN TOT EN MET
AANHOUDPERIODE
ONDERWERKEN VANAF
2 weken na oogst hoofdteelt en ten laatste op 15/09
16/09 tem 14/02
15/02
Gras voor maïs
30/11
1/12 tem 31/03
1/04
Snijrogge voor maïs
30/11
1/12 tem 14/03
15/03
Alle landbouwstreken
DEROGATIE TEELT Wintertarwe / Triticale
Gras in onderzaai bij maïs
15/02
BEHEEROVEREENKOMSTEN BEHEEROVEENKOMST
INZAAIEN TOT EN MET
AANHOUDPERIODE
ONDERWERKEN VANAF
Waterkwaliteit (BW4)
14/10
15/10 tem 15/11
16/11
BASISMAATREGEL VANGGEWASSEN In gebiedstype 1, 2 & 3 en enkel als de hoofdteelt uiterlijk op 31/08 geoogst is, tenzij er een nateelt wordt ingezaaid (voor een nateelt is geen aanhoudingsperiode bepaald).
LANDBOUWSTREEK
INZAAIEN TOT EN MET
Zware kleigrond
AANHOUDPERIODE
ONDERWERKEN VANAF
Maatregel niet van toepassing
Leemstreek
15/09
16/09 tem 30/11
1/12
Andere streken
15/09
16/09 tem 31/01
1/02
Mestwijzer 2021 - 20
EXTRA MAATREGEL VANGGEWASSEN TEELT
Alle teelten
Niet-vroege aardappelen & maïs
INZAAIEN TOT EN MET
15/09
15/10
AANHOUDPERIODE
ONDERWERKEN VANAF
Zware kleigrond
16/09 tem 15/10
16/10
Leemstreek
16/09 tem 30/11
1/12
Zandleemstreek en andere streken
16/09 tem 31/01
1/02
Zware kleigrond
NVT
NVT
Leemstreek
16/09 tem 30/11
1/12
Zandleemstreek en andere streken
16/09 tem 31/01
1/02
Mestwijzer 2021 - 21
Er zijn nog andere mogelijkheden om aan de vanggewasverplichting te voldoen, bijvoorbeeld: niet-nitraatgevoelige hoofdteelt gevolgd door laag-risico nateelt. Voor deze nateelt is geen aanhoudingsperiode bepaald.
Overzicht bodemstaalnames TYPE STAAL
ANALYSE
DIEPTE
plant beschikbare fosfor
PERIODE
akkerland 23/30 cm grasland 6 of 30 cm
AANTAL BODEM
1/06 --> 31/05
org. stof gehalte
23 of 30 cm
1/06 --> 31/05
nitraatstikstof
30 - 60 - 90 cm
1/01 --> 31/05
ammoniumstikstof
30 cm
1/01/ --> 31/05
nitraatstikstof
30 - 60 - 90 cm
ammoniumstikstof
30 cm
nitraatstikstof
30 - 60 - 90 cm
ammoniumstikstof
30 cm
nitraatstikstof
30 - 60 - 90 cm
ammoniumstikstof
30 cm
Nitraatresidu op bedrijfsniveau
nitraatstikstof
30 - 60 - 90 cm
1/10 --> 15/11
Nitraatresidu opdracht VLM
nitraatstikstof
30 - 60 - 90 cm
1/10 --> 15/11
23 of 30 cm
gans jaar
Voorjaarsstaal derogatie
Voorjaarsstaal begeleidende maatregelen nitraatresidu
Groente-advisering
Specifieke teelten (kunstmest of andere meststoffen)
1
relevante periode
1 per m
relevante periode
min aantal perc g
na 15/08
1p
min. 1 per teeltg van de
pH Randvoorwaarden
OC
1 per
textuur fosfaatbindend vermogen (FBV) en P-oxalaat
30 - 60 - 90 cm
textuurbepaling
23 of 30 cm
planbeschikbaar fosfaat
30 cm
liefst voor 1/10
1p
Niet-zandgrond
textuurbepaling
23 of 30 cm
gans jaar
1p
Leemgronden vergelijkbaar met zware kleigronden
textuurbepaling
23 of 30 cm
gans jaar
1 per perceel w van
Niet-fosfaatverzadigde bodem fosfaatklasse
Fosfaatklasse
gans jaar
Staalname BW4
pH en OC
1/10 --> 15/11
per perceel
Staalname BW4
nitraatstikstof
1/10 --> 15/11
per perceel
Erosiegevoeligheidsbepaling
pH en OC
Mestwijzer 2021 - 22
BEMESTINGSADVIES
1 per 20ha
niet nodig
jaarlijks andere percelen
VLM
ja, per teelt
OC gekend max 3 jaar
VLM
ja, per teelt
OC gekend max 3 jaar
VLM
ja, per teelt
OC gekend max 3 jaar
VLM
niet nodig
nvt
VLM
niet nodig
nvt
VLM
ja
analyse en advies max 5 jaar oud
ALV
1 per 2ha
niet nodig
max 5 jaar oud
VLM
per perceel
niet nodig
max 5 jaar oud
VLM
per perceel
niet nodig
nvt
VLM
niet nodig
nvt
VLM
1x bedrijfsadviseur VLM
1ste jaar BO
VLM
jaarlijks
VLM
maatregel perceel
celen of ha van groenten groep I of II
per perceel
groep en vierkantswortel e opp. met min 3 1
5ha akkerland
waarvan minstens 30% n oppervlakte
l > 30are en per 2ha
l > 30are en per 2ha
VOORWAARDEN
BRON
COMPATIBILITEIT 1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
Mestwijzer 2021 - 23
MSTALEN
Administratieve kalender TIMING
ONDERWERP
15 februari
Uiterste datum derogatieaanvraag
15 februari
Uiterste datum voor wijziging jaarlijkse keuze mestsamenstelling tussen mestanalyse of forfait
15 februari
Uiterste datum om vrijstelling gebiedsgerichte maatregelen in te trekken
15 februari
Uiterste datum voor melding samenwerking circulaire bedrijven
28 februari
Uiterste datum wijzigingen mesttransportdocumenten
31 maart
Uiterste datum indienen Mestbankaangifte
30 april
Uiterste datum aanvraag equivalente maatregelen
30 april
Uiterste datum voor aanduiden van equivalente maatregelen 'afvoer oogstresten' en 'inzaai onbeteelde stroken' in verzamelaanvraag
30 april
Uiterste datum indienen Verzamelaanvraag
31 mei
Uiterste datum voor aanduiden van derogatiepercelen in verzamelaanvraag
1 juni
Uiterste datum aanvraag vrijstelling 2022 gebiedsgerichte maatregelen
30 juni
Uiterste datum indienen vanggewasovereenkomst
30 juni
Uiterste datum om verzamelaanvraag te wijzigen met gevolgen voor mestwetgeving
30 september
Uiterste datum verhandeling MVC's
1 oktober - 15 november
Staalnameperiode nitraatresidu
31 oktober
Uiterste datum om nateelten en vanggewassen te wijzigen in de verzamelaanvraag
31 oktober
Uiterste datum voor aanduiden van equivalente maatregel 'wintergranen na nitraatgevoelige hoofdteelten' in verzamelaanvraag
Mestwijzer 2021 - 24
De bemestingsprognose onder de loep Na het indienen van de verzamelaanvraag kan de agrarische ondernemer de bemestingsprognose 2021 raadplegen op het mestloket. VACcent-klanten kunnen de bemestingsprognose raadplegen op VACcent.
Rechtsboven vind je in één oogopslag de totaal toegelaten hoeveelheid stikstof en fosfaat op de gronden waarvan je de mestrechten bezit. Het fosfaat wordt weergegeven in zijn
We nemen als voorbeeld perceel 4 met als voorteelt gras, de hoofdteelt silomais en als nateelt gras. Het perceel heeft een oppervlakte van 2.65 ha. De werkzame stikstof bedraagt 530 kg en de dierlijke stikstof bedraagt 450 kg. Het fosfaat bedraagt 185 kg. We gaan uit van een forfaitaire samenstelling van runderdrijfmest 4.8 kg N per ton
totaliteit en het fosfaat uit kunstmest. Het fosfaat uit kunstmest is lager dan het totale fosfaat omdat er percelen in gebruik zijn met enkel begrazingsrechten en dus niet mogen bemest worden.
De stikstof wordt weergegeven uit de totale stikstof uit dierlijke mest en de totale werkzame stikstof. De werkzame stikstof is de stikstof uit kunstmest plus de stikstof uit dierlijke mest verminderd met de werkingscoëfficiënt.
en 1.4 kg P per ton.
Hoeveel stikstof uit kunstmest mag er toegediend worden?
De maximale hoeveelheid runderdrijfmest op perceel 4 bedraagt: › 185 kg P / 1.4 kg = 132 ton.
We rekenen hiervoor met het begrip werkzame stikstof: 530 kg werkzame N vermindert met het runderdrijfmest (93.75 T x 4.8) x 60% werking = 270 kg.
De toediening is beperkt tot het kleinste getal met name 93.75 ton.
U kan nog 530 kg – 270 kg = 260 kg stikstof uit kunstmest toedienen.
› 450 kg N / 4.8 kg = 93.75 ton
Mestwijzer 2021 - 25
De bemestingsprognose 2021 bevat heel wat informatie die je als agrarische ondernemer best weet om camaliteiten te voorkomen.
Per perceel vind je de nuttige informatie van het perceel te beginnen met de perceelsnummer uit je verzamelaanvraag, de oppervlakte en de teeltcode. De gespecialiseerde productiemethode heeft betrekking op scheuren van blijvend grasland en het uitslui-
tend maaien van het grasland. In de verdere kolommen ontdek je of het perceel in aanmerking komt voor derogatie, en/of de derogatie op perceeslniveau werd aangevraagd via de verzamelaanvraag.
perceel informeren je over de fosfaatklasse I, II, III of IV, de bodemklasse en het gebiedstype 0-1-2 of 3 en welk bemestingsregime van toepassing is.
De kolommen over de ligging van het
Je kan in de tabel de percelen detecteren waar er een bemestingsverbod geldt (geheel of gedeeltelijk).
Mestwijzer 2021 - 26
Zijn je percelen gelegen in gebiedstype 2 en 3 en je hebt geen vrijstelling op de gebiedsgerichte maatregelen, dan kan je het voorlopige doelareaal aflezen en zien of je voldoende oppervlakte
vanggewassen ter beschikking hebt. De oppervlakte voorzien met een “J” rekent mee in het realiseren van het doelareaal zonder dat je dit moet registreren in de verzamelaanvraag.
De oppervlakte met een “P” is de oppervlakte van de percelen die je in de verzamelaanvraag moet registeren als vanggewas en periode van inzaaien.
Tot slot voor de ondernemers met groenten, aardbeien, sierteelt en boomkweekgewassen.
Mestwijzer 2021 - 27
Hier kan je aflezen hoeveel stikstofstalen je dient te nemen en over welke percelen dit betrekking heeft.
Vlaams Agrarisch Centrum ontzorgt, jouw bedrijf ontwikkelt. Klaar om de stap te zetten?
Mestbalans Realtime Naam: Datum van berekening:
Agro onderneming 26/04/2021
Mestbalans Fosfaat totaal -971,40
Dierlijke stikstof -1811,37
Werkzame Stikstof -4232,15
Fosfaat bemerkingen: Het eindtotaal van uw fosfaatverbruik bedraagt -971,4 kg. U heeft nog bemestingsruimte.
Stikstof bemerkingen: U heeft nog bemestingsruimte inzake dierlijke stikstof. U heeft nog bemestingsruimte inzake werkzame stikstof.
NER's:
-1785,77 (Beschikbaar - Productie)
U heeft voldoende NER ter beschikking.
Vanggewassen Doelareaal vanggewassen:
9,65 ha
Gerealiseerd vanggewas, zonder indiening inzaaiperiodes:
2,96 ha
Potentieel vanggewas, MITS indiening inzaaiperiodes:
7,44 ha
Totaal gerealiseerd areaal vanggewassen:
10,4 ha
U heeft het voorlopig doelareaal bereikt.
Aantal stalen verplichte stikstofanalyse U dient
0
bodemstalen te laten nemen voor stikstofanalyse.
Disclaimer: Deze mestbalans in realtime is gebaseerd op de beschikbare gegevens op datum van berekening, is van zuiver informatieve aard en niet bindend voor het VAC.
VAC KANTOOR Burgemeester Maenhautstraat 44E • 9820 Merelbeke tel. 09 252 59 19 • vac@vac.eu • www.vac.eu
VU: Danny Vandebeeck • Burgemeester Maenhautstraat 44E • 9820 Merelbeke