Mestwijzer 2023

Page 18

Administratie, advies & belangenverdediging voor agrarische ondernemers

MESTWIJZER 2023

VLAAMS AGRARISCH CENTRUM
VAC • Burgemeester Maenhautstraat 44E • 9820 Merelbeke • 09 252 59 19 • vac@vac.eu • www.vac.eu

Inhoud

Dierlijke productie pag. 4

Bemestingsnormen stikstof pag. 8

Bemestingsnormen fosfaat .......................................................... pag. 10

Uitrijregeling MAP6 pag. 11

Limiterende bemestingsnormen pag. 12

Kunstmestregister pag. 14

Vanggewassen pag. 15

Vrijstellingen pag.16

Aanhoudperiodes pag. 17

Overzicht bodemstaalnames pag. 18

Administratieve kalender .............................................................. pag. 20

De bemestingsprognose onder de loep pag. 21

Disclaimer

Deze publicatie werd met de grootst mogelijke zorg samengesteld en kan louter dienstig zijn als richtlijn of ten titel van inlichting. Het raadplegen of het gebruik van deze publicatie ontslaat de gebruiker geenszins van diens verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. Noch het VAC noch de auteurs kunnen op generlei wijze aansprakelijk worden gesteld door de gebruiker van deze publicatie.

Toepassingen op ondernemingsniveau dienen steeds getoetst worden aan het mestdecreet en we verwijzen hiervoor naar de website van de VLM https://www.vlm.be

Mestwijzer 20232

Voorwoord

Na intens overleg hebben de landbouworganisaties en de natuurverenigingen een akkoord bereikt over MAP7. De teksten zijn in behandeling bij Europa en het Vlaams Parlement.

Na goedkeuring gaat MAP7 vanaf 01/01/2024 in voege.

In 2023 is MAP6 nog steeds van toepassing en vind je in deze uitgave een update van de huidige regelgeving.

Indien relevant, is er een verwijzing naar MAP7 toegevoegd en dit onder voorbehoud.

Belangrijk om weten is dat er in 2023 geen derogatie mogelijk is, de gebiedstypes gewijzigd zijn en sommige registraties gevolgen hebben voor MAP7.

Bepaalde voorschriften vanuit MAP6 zijn opgenomen in de condionaliteitsvoorwaarden van het GLB2023. Deze worden in deze brochure dan ook specifiek benoemd.

Onze betrachting: een duidelijk, geordend en gebruiksvriendelijke mestwijzer samen te stellen.

Omdat niet alle cijfers voor je agrarische onderneming van toepassing zijn, markeer de nuttige gegevens met fluo of druk deze enkel af. Zo bespaar je tijd en win je aan efficiëntie.

Op de achterflap vind je de versie van de mestbalans realtime. Deze tool ontwikkeld door het VAC geeft onze klant geregeld een update van de mestbalans. Nieuw is de berekening van de NER bezetting en dit in functie van MAP7.

Mestwijzer 20233
Het VAC-team Overleg landbouworganisaties en natuurverenigingen
DIERSOORT UITSCHEIDING IN KG/DIER, JAAR NER-D-WAARDE1 P2O5 N Rundvee Melkvee Melkkoeien met een melkproductie (in kg melk/jaar) van: maximaal 4000 26 81 127 > 4000 tem 4250 26,5 83 127 > 4250 tem 4500 27 85 127 > 4500 tem 4750 27,5 87 127 > 4750 tem 5000 28 89 127 > 5000 tem 5250 28,5 91 127 > 5250 tem 5500 29 93 127 > 5500 tem 5750 29,5 95 127 > 5750 tem 6000 30 97 127 > 6000 tem 6250 31 99 127 > 6250 tem 6500 31,5 101 127 > 6500 tem 6750 32,5 103 127 > 6750 tem 7000 33 105 127 > 7000 tem 7250 34 107 127 > 7250 tem 7500 34,5 109 127 > 7500 tem 7750 35,5 111 127 > 7750 tem 8000 36 113 127 > 8000 tem 8250 37 115 127 > 8250 tem 8500 37,5 117 127 > 8500 tem 8750 38,5 119 127 > 8750 tem 9000 39 121 127 > 9000 tem 9250 40 123 127 > 9250 tem 9500 40,5 125 127 > 9500 tem 9750 41,5 127 127 > 9750 tem 10000 42 129 127 hoger dan 10000 43 131 127 Vervangingsvee jonder dan 1 jaar 10 33 43 Vervangingsvee van 1 tot 2 jaar 19,2 58 73 Mestvee Zoogkoeien 25 65 127 Mestkalveren 3,6 10,5 14,1 Runderen jonger dan 1 jaar 7 22,3 31,7 Runderen van 1 tot 2 jaar 19,2 58 83 Andere runderen 29,5 77 106,5 1 De NER-D-waarde is de waarde waarmee landbouwers hun gemiddelde veebezetiing per diercategorie moeten vermenigvuldigen. Dat getal moeten landbouwers vergelijken met de NER-D-waarde die ze gekregen hebben om te weten of ze niet te veel dieren houden. Mestwijzer 20234
Dierlijke productie Uitscheidingscijfers dieren

en

1 De NER-D-waarde is de waarde waarmee landbouwers hun gemiddelde veebezetiing per diercategorie moeten vermenigvuldigen. Dat getal moeten landbouwers vergelijken met de NER-D-waarde die ze gekregen hebben om te weten of ze niet te veel dieren houden.

DIERSOORT UITSCHEIDING IN KG/DIER, JAAR NER-D-WAARDE 1 P2O5 N Varkens Biggen van 7 tot 20kg 1,09 2,18 4,48 Beren 13,19 25,19 38,5 Zeugen, incl. biggen van minder dan 7kg 13,19 25,19 38,5 Andere varkens van 20 tot 110kg 4,51 12,26 18,33 van meer dan 110 kg 13,19 25,19 38,5 Pluimvee Legrassen Legkippen 0,45 0,81 1,18 (Groot)ouderdieren van legkippen 0,45 0,81 1,18 Opfokpoeljen van legkippen 0,18 0,34 0,57 Vleesrassen Slachtkuikens 0,26 0,61 0,91 Slachtkuikenouderdieren 0,69 1,31, 1,91 Opfokpoeljen van slachtkuikenouderdieren 0,26 0,52 0,74 Struisvogels Struisvogels fokdieren 9,8 18 27,8 Struisvogels slachtdieren 4,5 8,6 13,1 Struisvogels van 0 tot 3 maanden 1,7 3,5 5,2 Kalkoenen Kalkoenen slachtdieren 1,05 1,7 2,99 Kalkoenen ouderdieren 1,47 2 3,47 Andere pluimvee 0,19 0,24 0,43 Paarden en Pony's Paarden van meer dan 600kg 30 65 95 Paarden en Pony's van 200 tot 600kg 21 50 71 Paarden en Pony's van minder dan 200kg 12 35 47 Andere diersoorten Konijnen Gesloten bedrijven per vrouwelijk konijn 3,91 7,22 12,18 Vetmesterij per dier 0,368 0,621 1,11 Kwekerij per volwassen dier 1,619 3,06 5,03 Geiten
schapen Geiten en schapen jonger dan 1 jaar 1,72 4,36 6,08 Geiten en schapen ouder dan 1 jaar 4,14 10,5 14,64 Nertsen Gesloten bedrijven per moederdier 1,3 2,3 4,82 Vetmesterij per dier 0,4 0,7 1,56 Kwekerij per volwassen dier 0,5 0,9 1,78
Mestwijzer 20235

Mestsamenstellingen dierlijke mest

MESTCODE1 DIERSOORT VORM2 N (KG/TON) P2O5 (KG/TON) DICHTHEID (TON/M3) Runderen 1 Runderen G 4,0 0,2 1,0 2 Runderen M 4,8 1,4 1,0 3 Runderen V 7,1 2,9 0,8 4 Mestkalveren M 3,0 1,3 1,0 Varkens 8 Zeugen en biggen G 2,0 0,9 1,0 9 Zeugen en biggen M 3,2 1,4 1,0 10 Zeugen en biggen V 7,5 9,0 0,8 11 Vleesvarkens G 5,8 0,9 1,0 12 Vleesvarkens M 6,4 3,5 1,0 13 Vleesvarkens V 7,5 9,0 0,8 499 Biggen van 7 tot 20kg M 4,3 1,7 1,0 Pluimvee 690 Slachtkuikens V 27,1 14,1 0,5 691 Leghen kooi - rechtstreekse mestafvoer VV 22,7 14,3 0,8 692 Leghen kooi - mestopslag in loods VV 26,9 21,3 0,8 693 Legen kooi - mestopslag in loods + droging VD 31,5 28,5 0,6 694 Leghen scharrel of volière V 19,8 27,4 0,5 695 Leghen ouderdier V 19,8 27,4 0,5 696 Opfok leghen kooi VV 23,6 14,6 0,8 697 Opfok leghen scharrel of volière V 25 24,4 0,5 698 Opfok slachtkuikenouderdieren V 19,8 26,2 0,5 699 Slachtkuikenouderdieren VD 20,9 31,8 0,6 22 Ander pluimvee V 17,4 19,3 0,5 23 Eenden V 11,0 14,0 0,8 Andere diersoorten 24 Schapen V 8,3 3,5 0,8 25 Paarden G 4,0 0,2 1,0 26 Paarden V 5,0 3,0 0,7 27 Geiten V 6,6 3,5 0,8 28 Nertsen V 14,1 25,3 0,6 29 Nertsen G 2,0 0,2 1,0 30 Konijnen G 1,4 0,0 1,0 31 Konijnen M 8,5 13,5 1,0 32 Konijnen V 16,9 13,8 0,8 33 Konijnen in deeppitstal V 13,4 12,7 0,7 Overige 172 Champost V 6,3 4,0 0,7 1 code voor het invullen van de mestsoort op een mestafzetdocument via MTIL 2 M: mengmest, G: gier, V: vaste mest, VV: vochtige, vaste mest, VD: vaste, gedroogde mest Mestwijzer 20236

Werkingscoëfficiënt voor omzetting naar werkzame stikstof

MESTSOORT WERKINGSCOËFFICIËNT % totale stikstof Kunstmest, spuistroom en effluenten 100 Vloeibare dierlijke mest en andere meststoffen (uitgezonderd spuistroom en effluenten) 60 Vaste dierlijke mest, traagwerkende meststoffen met attest (uitgezonderd gecertificeerde gft- en groencompost) en boerderijcompost 30 Stikstof van rechtstreekse uitscheiding bij begrazing 20 Gecertificeerde gft- en groencompost 15 Mestwijzer 20237

Bemestingsnormen stikstof Algemeen regime water 1

1 Gewassen met een lage stikstofbehoefte zijn cichorei, witloof, fruit (behalve aardbeien), sjalotten, uien en vlas.

2 Z: zandgrond, NZ: niet-zandgrond

TEELT WERKZAME N (KG/HA, JAAR) DIERLIJKE N (KG/HA, JAAR) GEBIEDSTYPE 0 EN 1 GEBIEDSTYPE 2 (-10%) GEBIEDSTYPE 3 (-20%) ZAND NIET-ZAND ZAND NIET-ZAND ZAND NIET-ZAND Grasland maaien 375 385 338 347 300 308 170 maaien + grazen 235 245 212 221 188 196 170 Wintertarwe of triticale 160 175 144 158 128 140 100 Wintergerst of andere graangewassen 110 125 99 113 88 100 100 Suikerbieten 135 150 122 135 108 120 170 Voederbieten 235 260 212 234 188 208 170 Aardappelen 190 210 171 189 152 168 170 Maïs 135 150 122 135 108 120 170 Groenten groep I 225 250 203 225 180 200 170 Groenten groep II 160 180 144 162 128 144 170 Groenten groep III 115 125 104 113 92 100 170 Sierteelt en boomkweek 160 180 144 162 128 144 170 Aardbeien 160 160 144 144 128 128 170 Spruitkool 225 250 203 225 180 200 170 Teelten met een lage stikstofbehoefte1 115 125 104 113 92 100 125 Andere leguminosen dan erwten en bonen 70 75 63 68 56 60 120 (Z) / 125 (NZ)2 Andere teelten incl. voederkool en bladrammenas 130 145 117 131 104 116 170
Mestwijzer 20238

0 EN 1

N (KG/HA, JAAR)

2 (-10%)

3 Snijrogge geteeld als voedergewas (geoogst na 15 maart en afgevoerd) of één snede gras (gemaaid na 1 april en afgevoerd)

4 Vanggewas, wintergewas of ander volggewas TEELT

Algemeen regime natuur

N (KG/HA, JAAR)

GEBIEDSTYPE 0 EN 1

GEBIEDSTYPE 2 (-10%)

GEBIEDSTYPE 3 (-20%)

N (KG/HA, JAAR)

1 De maximale hoeveelheid werkzame stikstof mag uitsluitend door begrazing afgezet worden.

2 Bemesting alleen via begrazing door maximum 2 grootvee-eenheden/ha op jaarbasis. 2 GVE/ha, jaar komt overeen met 170kg N/ha, jaar. Die hoeveelheid mag uitsluitend door begrazing afgezet worden.

3 Voor percelen met de biologische waardering 'Potentieel belangrijk grasland' in de hierboven vermelde bestemmingen kan de beheerovereenkomst 100kg/ ha uit kunstmest (BKM) jaarlijks aangevraagd worden via de verzamelaanvraag van het Departement Landbouw en Vissserij.

4 De maximale hoeveelheid werkzame stikstof mag uitsluitend door kunstmest afgezet worden.

5 De maximale hoeveelheid werkzame stikstof mag uitsluitend door een combinatie van begrazing en kunstmest (maximaal 100kg N/ha) afgezet worden.

TEELTCOMBINATIE WERKZAME
DIERLIJKE N (KG/HA, JAAR) GEBIEDSTYPE
GEBIEDSTYPE
GEBIEDSTYPE
ZAND NIET-ZAND ZAND NIET-ZAND ZAND NIET-ZAND Gras / snijrogge + maïs3 200 230 180 207 160 184 170 Wintertarwe of triticale met nateelt4 180 195 162 176 144 156 170 Wintergerst of andere graangewassen met nateelt 130 145 117 131 104 116 170 Groep I en I 315 350 284 315 252 280 170 Andere hoofdteelt met voor- of nateelt, groep I 315 350 284 315 252 280 170 Groep I en II 270 300 243 270 216 240 170 Andere hoofdteelt met voor- of nateelt, groep II 270 300 243 270 216 240 170 Groep I en III 250 275 225 248 200 220 170 Andere hoofdteelt met voor- of nateelt, groep III 250 275 225 248 200 220 170 Groep II en II 250 275 225 248 200 220 170 Groep II en III 205 225 185 203 164 180 170 Groep III en III 180 200 162 180 144 160 170 3 of meerdere groenteteelten waarvan minstens één groente van groep II 250 275 225 248 200 220 170 3 of meerdere groenteteelten met geen enkele groente van groep II 180 200 162 180 144 160 170
3 (-20%)
WERKZAME
DIERLIJKE
ZAND NIET-ZAND ZAND NIET-ZAND ZAND NIET-ZAND Grasland maaien 0 0 0 0 0 0 0 maaien + grazen 341 341 311 311 271 271 1702 maaien met BKM1-3 1004 1004 904 904 804 804 0 maaien + grazen met BKM1-3 1345 1345 1215 1215 1075 1075 1702 Akker 0 0 0 0 0 0 0 Akker met BKM1-3 1004 1004 904 904 804 804 0
Mestwijzer 20239

Bemestingsnormen fosfaat Fosfaatklasse algemeen regime

1 Gewassen met een lage stikstofbehoefte zijn cichoreit, witloof, fruit (behalve aardbei), sjalotten, uien en vlas

2 Snijrogge geteeld als voedergewas (geoogst na 15 maart en afgevoerd) kan gebruikt worden als alternatief voor één snede gras (gemaaid na 1 april en afgevoerd).

Fosfaatklasse in combinatie met natuur

1 Bemesting alleen via begrazing door maximum 2 grootvee-eenheden/ha op jaarbasis. 2 GVE/ha, jaar komt overeen met 60kg P2O5/ha, jaar. Die hoeveelheid mag uitsluitend door begrazing afgezet worden.

› Geen derogatie in 2023

Mestwijzer 202310 TEELT
KLASSE I KLASSE II KLASSE III KLASSE IV Grasland Maaien 115 95 90 70 Maaien + Grazen 115 95 90 70 Wintertarwe of triticale 95 75 70 55 Wintergerst of andere graangewassen 95 75 70 55 Suikerbieten 85 65 55 45 Voederbieten 85 65 55 45 Aardappelen 95 75 70 55 Maïs 100 80 70 55 Groenten groep I 85 65 55 45 Groenten groep II 85 65 55 45 Groenten groep III 85 65 55 45 Sierteelt en boomkweek 85 65 55 45 Aardbeien 85 65 55 45 Spruitkool 85 65 55 45 Teelten met een lage stikstofbehoefte1 85 65 55 45 Andere leguminosen dan erwten en bonen 85 65 55 45 Andere teelten incl. voederkool en bladrammenas 85 65 55 45 TEELTCOMBINATIE Gras/snijrogge + maïs2 115 95 90 70
TOTALE P2O5 (KG/HA, JAAR) TEELT TOTALE P2O5 (KG/HA, JAAR)
Grasland Maaien 0 0 0 0 Maaien + Grazen 601 601 601 601 Akker 0 0 0 0
KLASSE I KLASSE II KLASSE III KLASSE IV

Uitrijregeling MAP6

TYPE 1 ja ja ja ja - Niet-Derogatie

Dosis: max. 50kg werkzame N/ha

grasland neen ja neen

akkerland zware klei neen ja Verbod na oogst van de hoofdteelt tenzij er voor 16/09 een nateelt is ingezaaid

TYPE 2

TYPE 3

Enkel als er een teelt aanwezig is of binnen de 14 dagen ingezaaid wordt

D Dosis: max. 100kg werkzame N/ha

neen

grasland + akkerland neen

akkerland andere dan zware klei neen ja Verbod na oogst van de hoofdteelt tenzij er voor 01/08 een nateelt is ingezaaid

specifieke

teelten: andere dan fruit

ja

Dosis: max. 50kg werkzame N/ha

Enkel na een niet-nitraatgevoelige hoofdteelt waarbij uiterlijk op 15/09 een vanggewas wordt ingezaaid

Dosis na oogst hoofdteelt: max. 36kg werkzame N/ha (meststof type 2 als type 3 samen)

Na een niet-nitraatgevoelige hoofdteelt waarbij uiterlijk op 15/09 een vanggewas wordt ingezaaid of

Als er op uiterlijk 31/08 een specifieke teelt ingezaaid wordt

Dosis na oogst hoofdteelt: max 36kg werkzame N/ha (voor akkerland niet-zware klei: mesttof type 2 els type 3 samen)

neen

neen

ja, mits bemestingsadvies

Dosis: max. 100kg werkzame N/ha

max. 60kg werkzame N/ha in 2 weken max. volgens verplicht bodemadvies

specifieke teelten: fruit neen ja ja

ja, als er een gewas aanwezig is, of binnen 7 dagen wordt ingezaaid

Meststoffen type 3 met lagen N-inhoud

Dosis: max. 30kg werkzame N over volledige winterperiode (waarvan max. 10kg minerale N)

ja

Type 1: stalmest, champost, traagwerkend meststof

Type 2: alle meststoffen die niet tot type 1 of type 3 behoren

Type 3: kunstmest, spuistroom en effluenten

neen

Dosis: max. 40kg werkzame N/ha neen

ja, als er een gewas aanwezig is, of binnen 7 dagen wordt ingezaaid

Dosis: max. 30kg werkzame N over volledige winterperiode (waarvan max. 10kg minerale N)

MESTSTOFFEN TEELT 16/01 - 15/02 16/02 - 31/07 01/08 - 14/08 15/08 - 31/08 01/09 - 15/10 16/10 - 31/10 01/11 - 15/01
neen
Mestwijzer 202311
neen
FOSFAATKLASSE I Biggen 7-20kg (M) Zeugen en biggen (M) Vleesvarkens (M) Mengmest runderen Stalmest runderen Slachtkuikens 4,3 3,2 6,4 4,8 7,1 27,1 N (kg/ton) 1,7 1,4 3,5 1,4 2,9 14,1 P2O5 (kg/ton) FOSFOR IS BEPERKEND Totale P2O5 (kg/ha, jaar) Dierlijke N (kg/ha, jaar) ZONDER DEROGATIE grasland maaien 115 170 39,53 53,13 26,56 35,42 23,94 6,27 ton/ha maaien en grazen 115 170 39,53 53,13 26,56 35,42 23,94 6,27 granen nateelt 95 170 39,53 53,13 26,56 35,42 23,94 6,27 geen nateelt 95 100 23,26 31,25 15,63 20,83 14,08 3,69 suikerbieten 85 170 39,53 53,13 24,29 35,42 23,94 6,03 voederbieten 85 170 39,53 53,13 24,29 35,42 23,94 6,03 aardappelen 95 170 39,53 53,13 26,56 35,42 23,94 6,27 maïs 100 170 39,53 53,13 26,56 35,42 23,94 6,27 gras of snijrogge & maïs (1) 115 170 39,53 53,13 26,56 35,42 23,94 6,27 teelten met lage N-behoefte (2) 85 125 29,07 39,06 19,53 26,04 17,61 4,61 leguminosen (3) zand 85 120 27,91 37,50 18,75 25,00 16,90 4,43 niet-zand 85 125 29,07 39,06 19,53 26,04 17,61 4,61 andere gewassen 85 170 39,53 53,13 24,29 35,42 23,94 6,03 Mestwijzer 202312 Limiterende bemestingsnormen
FOSFAATKLASSE II Biggen 7-20kg (M) Zeugen en biggen (M) Vleesvarkens (M) Mengmest runderen Stalmest runderen Slachtkuikens 4,3 3,2 6,4 4,8 7,1 27,1 N (kg/ton) 1,7 1,4 3,5 1,4 2,9 14,1 P2O5 (kg/ton) FOSFOR IS BEPERKEND Totale P2O5 (kg/ha, jaar) Dierlijke N (kg/ha, jaar) ZONDER DEROGATIE grasland maaien 95 170 39,53 53,13 26,56 35,42 23,94 6,27 ton/ha maaien en grazen 95 170 39,53 53,13 26,56 35,42 23,94 6,27 granen nateelt 75 170 39,53 53,13 21,43 35,42 23,94 6,27 geen nateelt 75 100 23,26 31,25 15,63 20,83 14,08 3,69 suikerbieten 65 170 38,24 46,43 18,57 35,42 22,41 4,61 voederbieten 65 170 38,24 46,43 18,57 35,42 22,41 4,61 aardappelen 75 170 39,53 53,13 21,43 35,42 23,94 5,32 maïs 80 170 39,53 53,13 22,86 35,42 23,94 5,67 gras of snijrogge & maïs (1) 95 170 39,53 53,13 26,56 35,42 23,94 6,27 teelten met lage N-behoefte (2) 65 125 29,07 39,06 18,57 26,04 17,61 4,61 leguminosen (3) zand 65 120 27,91 37,50 18,57 25,00 16,90 4,43 niet-zand 65 125 29,07 39,06 18,57 26,04 17,61 4,61 andere gewassen 65 170 38,24 46,43 18,57 35,42 22,41 4,61 FOSFAATKLASSE III Biggen 7-20kg (M) Zeugen en biggen (M) Vleesvarkens (M) Mengmest runderen Stalmest runderen Slachtkuikens 4,3 3,2 6,4 4,8 7,1 27,1 N (kg/ton) 1,7 1,4 3,5 1,4 2,9 14,1 P2O5 (kg/ton) FOSFOR IS BEPERKEND Totale P2O5 (kg/ha, jaar) Dierlijke N (kg/ha, jaar) ZONDER DEROGATIE grasland maaien 90 170 39,53 53,13 25,71 35,42 23,94 6,27 ton/ha maaien en grazen 90 170 39,53 53,13 25,71 35,42 23,94 6,27 granen nateelt 70 170 39,53 50,00 20,00 35,42 23,94 4,96 geen nateelt 70 100 23,26 31,25 15,63 20,83 14,08 3,69 suikerbieten 55 170 32,35 39,29 15,71 35,42 18,97 3,90 voederbieten 55 170 32,35 39,29 15,71 35,42 18,97 3,90 aardappelen 70 170 39,53 50,00 20,00 35,42 23,94 4,96 maïs 70 170 39,53 50,00 20,00 35,42 23,94 4,96 gras of snijrogge & maïs (1) 90 170 39,53 53,13 25,71 35,42 23,94 6,27 teelten met lage N-behoefte (2) 55 125 29,07 39,06 15,71 26,04 17,61 3,90 leguminosen (3) zand 55 120 27,91 37,50 15,71 25,00 16,90 3,90 niet-zand 55 125 29,07 39,06 15,71 26,04 17,61 3,90 andere gewassen 55 170 32,35 39,29 15,71 35,42 18,97 3,90 Mestwijzer 202313

In het verhandelingsregister noteert u alle kunstmest die u:

› op uw bedrijf ontvangt;

› overdraagt aan een derde;

› gebruikt op eigen grond buiten Vlaanderen.

Wat moet u noteren?

› Gegevens van de meststof:

· mestcode van de Mestbank

· eventueel een eigen naam voor de meststof (verplicht als het 'kunstmest eigen samenstelling' betreft)

· %N en %P2O5 (verplicht als het 'kunstmest eigen samenstelling' of 'ammoniumsulfaat uit zure wasser' betreft)

· hoeveelheid (kg of l)

› Datum ontvangst of vertrek of gebruik buiten Vlaanderen op eigen grond van de meststof

› Identificatie tegenpartij:

· landbouwernummer of uitbatingsnummer

· of KBO-nummer

· of naam en adres

Wanneer registreren?

In het gebruiksregister noteert u het gebruik van kunstmest op percelen in Vlaanderen.

Wat moet u noteren?

› Gegevens van de meststof:

· mestcode van de Mestbank

· eventueel een eigen naam voor de meststof

· %N en %P2O5

· hoeveelheid (kg of l)

› Datum van gebruik van de meststof.

› Identificatie van het perceel:

· selectie op kaart of uit lijst

· of landbouwernummer, campagnejaar en perceelsnummer

› Handelingen moeten ten laatste 7 dagen na de feiten in beide registers geregistreerd worden.

› Vrijstelling voor gebiedsgerichte maatregelen: er is tijd tot het einde van de maand die volgt op de maand van de feiten om de handeling te registeren. De handeling moet per handeling geregistreerd worden.

Elke landbouwer kan een vrijstelling aanvragen. De vrijstelling moet uiterlijk 1 juni aangevraagd worden en kan bekomen worden na een positieve bedrijfsevaluatie van het nitraatresidu.

FOSFAATKLASSE
Biggen 7-20kg (M) Zeugen en biggen (M) Vleesvarkens (M) Mengmest runderen Stalmest runderen Slachtkuikens 4,3 3,2 6,4 4,8 7,1 27,1 N (kg/ton) 1,7 1,4 3,5 1,4 2,9 14,1 P2O5 (kg/ton) FOSFOR IS BEPERKEND Totale P2O5 (kg/ha, jaar) Dierlijke N (kg/ha, jaar) ZONDER DEROGATIE grasland maaien 70 170 39,53 50,00 20,00 35,42 23,94 4,96 ton/ha maaien en grazen 70 170 39,53 50,00 20,00 35,42 23,94 4,96 granen nateelt 55 170 32,35 39,29 15,71 35,42 18,97 3,90 geen nateelt 55 100 23,26 31,25 15,63 20,83 14,08 3,69 suikerbieten 45 170 26,47 32,14 12,86 32,14 15,52 3,19 voederbieten 45 170 26,47 32,14 12,86 32,14 15,52 3,19 aardappelen 55 170 32,35 39,29 15,71 35,42 18,97 3,90 maïs 55 170 32,35 39,29 15,71 35,42 18,97 3,90 gras of snijrogge & maïs (1) 70 170 39,53 50,00 20,00 35,42 23,94 4,96 teelten met lage N-behoefte (2) 45 125 26,47 32,14 12,86 26,04 15,52 3,19 leguminosen (3) zand 45 120 26,47 32,14 12,86 25,00 15,52 3,19 niet-zand 45 125 26,47 32,14 12,86 26,04 15,52 3,19 andere gewassen 45 170 26,47 32,14 12,86 32,14 15,52 3,19 Mestwijzer 202314 Kunstmestregister
IV

Vanggewassen Beslissingsboom

U moet minstens de verplichte oppervlakte vanggewassen registreren op de verzamelaanvraag 2023. Om te weten welke gewassen in welke categorie behoren kunt u de beslissingsboom raadplegen.

Beslisboom extra verplichting vanggewassen in gebiedstypes 2 en 3 - geldig in 2023

Is de h oofdteelt tijde ijk grasland facel a of tagetes dat blijft staan tot het einde van het j aar?

Is er een vanggewas ingezaa d uiterl jk 15 sept én b jft het aangehouden tot het einde van de aanhoudperiode?

Is de h oofdteelt n et-nitraatgevoelig?

Is de 1ste n ateelt een laag-risico nateelt?

Zi n de n atee ten aag-risico tee ten die geen vanggewas zijn?

Is de aatst in gezaaide n ateelt een vanggewas of wordt het vanggewas gevo gd door een spec fieke teelt?

Blijft het vanggewas aangehouden tot h et einde van de aanhoudperiode?

Is de 1ste nateelt een specif eke teelt?

Is de h oofdteelt mais of niet-vroege aardappelen?

Is de 1ste of 2de nateelt een vanggewas? Is het vanggewas n gezaaid uiterli k 15 okt én b ijft het aangehouden tot het einde van de aanhoudperiode?

(De hoofdteelt is een nitraatgevoelige hoofdteelt andere dan mais of niet-vroege aardappelen)

Vergeet niet de juiste code te registreren in de verzamelaanvraag voor 31 oktober 2023

VGV: vanggewas ingezaaid uiterlijk 15/9

VGM: vanggewas ingezaaid uiterlijk 15/10

VGL: vanggewas ingezaaid uiterlijk 15/10

Mestwijzer 202315
JA
JA J JA NEE N
NEE
JA JA NEE N J JA
JA
J JA NEE
J NEE JA NEE
(1) (2) (3b) (3d) NEE
JA (3a) J NEE N NEE J NEE
(4a) JA N NEE N (3e) (4b) (3c)
(5) (4c)

Vrijstellingen

Het mestdecreet voorziet een aantal mogelijkheden aan agrarische ondernemers om vrijstellingen te bekomen indien er kan bewezen worden dat er betere mestpraktijken worden toegepast op het bedrijf.

Fosfaatnormen

Indien je voordeel hebt aan een lagere fosfaatklasse is het raadzaam een fosfaatstaal te laten nemen, liefst voor 1 oktober zodat een mogelijke verlaging van de fosfaatklasse kan ingaan het volgende kalenderjaar. De nieuwe fosfaatklasse indeling is 5 jaar geldig te rekenen vanaf het jaar van staalname. Staalname in 2023, verwerkt door de mestbank in 2023 is een fosfaatklasse-indeling geldig tot 2028.

Wanneer het perceel wordt ingedeeld in fosfaatklasse I of II en er een klassedaling is, ontvangt u een tegemoetkoming tbv €50 voor grasland of €25 voor akkerland.

Vrijstelling vanggewassen

Agrarische ondernemingen kunnen vrijgesteld worden van de gebiedsgerichte maatregelen voor percelen in gebiedstype 2 en 3 voor:

› de verstrengde bemestingsnormen,

› de verplichting tot het inzaaien van hun doelareaal vanggewassen,

› de verplichting om vanaf 1 augustus alle transport van vloeibare dierlijke mest naar akkers te laten uitvoeren door een erkende mestvoerder.

Voorwaarden om een vrijstelling te krijgen en te behouden:

› Een vrijstelling kan pas verleend worden na een positieve bedrijfsevaluatie van het nitraatresidu.

› De beoordeling van een bedrijfsevaluatie van het nitraatresidu voor het verkrijgen van een vrijstelling gebeurt altijd ten opzichte van de strengste drempelwaarden . Dat zijn de drempelwaarden die gelden voor percelen in gebiedstype 2 en 3. Een bedrijfsevaluatie van het nitraatresidu is positief als het gewogen gemiddelde nitraatresidu beneden de gewogen gemiddelde eerste drempelwaarde ligt.

› Jaarlijks het nitraatresidu bepalen om de vrijstelling te behouden.

› De aanvraag dient voor 1 juni te gebeuren.

Als u in het najaar sowieso een bedrijfsevaluatie moet uitvoeren, hoeft u geen aanvraag in te dienen.

Verlenging termijnen kunstmestregister

Indien vrijstelling van gebiedsgerichte maatregelen: voor het einde van de maand volgend op de maand van het gebruik.

Bovendien mag u dan de hoeveelheid kunstmest die u hebt gebruikt, sommeren per meststof, per perceel en per maand (in plaats van per dag).

Heeft u enkel percelen in gebiedstype 0 of 1, dan kan u via de aanvraag vrijstelling een ruimere termijn bekomen.

De aanvraag dient voor 1 juni te gebeuren.

Mestwijzer 202316

MINIMALE BODEMBEDEKKING OP 80% VAN BOUWLAND

OOGST

voor 31/08 15/09 31/01

na 31/08

na 1/12

Na stoppels of plantenresten op veld 31/01

Teelt of plantenresten behouden Tot inzaai volgende teelt

RANDVOORWAARDEN EROSIE BASISPAKKET

OOGSTDATUM

Geoogst voor 31/08

Geoogst voor 15/10

Geoogst na 15/10

kleigrond: 15/10

Leem: 1/12

kleingrond: 15/10

Leem: 1/12

Geen aanhoudperiode bepaald

Geen aanhoudperiode bepaald

Geoogst na 15/10 (korrelmais en kolen) Stoppels en / of plantenresten behouden tot aan inzaai van de volgende teelt

Niet geoogst op 1/12

Meerjarige teelt minstens 80% bedekken

BEHEEROVEREENKOMSTEN BEHEEROVEENKOMST

BASISMAATREGEL VANGGEWASSEN

Teelt- of teeltresten behouden tot aan inzaai van de volgende teelt

In gebiedstype 1, 2 & 3 en enkel als de hoofdteelt uiterlijk op 31/08 geoogst is, tenzij er een nateelt wordt ingezaaid (voor een nateelt is geen aanhoudingsperiode bepaald).

EXTRA MAATREGEL VANGGEWASSEN

Er zijn nog andere mogelijkheden om aan de vanggewasverplichting te voldoen, bijvoorbeeld: niet-nitraatgevoelige hoofdteelt gevolgd door laag-risico nateelt. Voor deze nateelt is geen aanhoudingsperiode bepaald.

INZAAI GROENBEDEKKER AANHOUDEN TOT AANHOUDEN TOT OP KLEI- EN LEEMBODEM
INZAAIEN
AANHOUDEN EN ONDERWERKEN VANAF
TOT EN MET
15/09
Geen aanhoudperiode bepaald
30/11
30/11
INZAAIEN TOT EN MET AANHOUDPERIODE ONDERWERKEN VANAF Waterkwaliteit (BW4) 14/10 15/10 tem 15/11 16/11
LANDBOUWSTREEK INZAAIEN TOT EN MET AANHOUDPERIODE ONDERWERKEN VANAF Zware kleigrond Maatregel niet van toepassing Leemstreek 15/09 16/09 tem 30/11 1/12 Andere streken 15/09 16/09 tem 31/01 1/02
TEELT INZAAIEN TOT EN MET AANHOUDPERIODE ONDERWERKEN VANAF Alle teelten 15/09 Zware kleigrond 16/09 tem 15/10 16/10 Leemstreek 16/09 tem 30/11 1/12 Zandleemstreek en andere streken 16/09 tem 31/01 1/02 Niet-vroege aardappelen & maïs 15/10 Zware kleigrond NVT NVT Leemstreek 16/09 tem 30/11 1/12 Zandleemstreek en andere streken 16/09 tem 31/01 1/02
Mestwijzer 202317
Aanhoudperiodes

Overzicht bodemstaalnames

TYPE STAAL ANALYSE DIEPTE PERIODE AANTAL BODEMSTALEN Groente-advisering nitraatstikstof 30 - 60 - 90 cm relevante periode min aantal percelen groep ammoniumstikstof 30 cm Specifieke teelten (kunstmest of andere meststoffen) nitraatstikstof 30 - 60 - 90 cm na 15/08 1 per ammoniumstikstof 30 cm Nitraatresidu op bedrijfsniveau nitraatstikstof 30 - 60 - 90 cm 1/10 --> 15/11 min. 1 per teeltgroep van de Nitraatresidu opdracht VLM nitraatstikstof 30 - 60 - 90 cm 1/10 --> 15/11 Randvoorwaarden pH 23 of 30 cm gans jaar 1 per OC textuur Niet-fosfaatverzadigde bodem fosfaatklasse fosfaatbindend vermogen (FBV) en P-oxalaat 30 - 60 - 90 cm gans jaar textuurbepaling 23 of 30 cm Fosfaatklasse planbeschikbaar fosfaat 30 cm liefst voor 1/10 1 per Niet-zandgrond textuurbepaling 23 of 30 cm gans jaar 1 per Leemgronden vergelijkbaar met zware kleigronden textuurbepaling 23 of 30 cm gans jaar 1 per perceel waarvan van Staalname BW4 pH en OC 1/10 --> 15/11 per perceel Staalname BW4 nitraatstikstof 1/10 --> 15/11 per perceel Erosiegevoeligheidsbepaling pH en OC Mestwijzer 202318

percelen of ha van groenten groep I of II ja, per teelt OC gekend max 3 jaar VLM

per perceel ja, per teelt OC gekend max 3 jaar VLM

teeltgroep en vierkantswortel opp. met min 3 niet nodig nvt VLM

1 niet nodig nvt

5ha akkerland ja analyse en advies max 5 jaar oud ALV

1 per 2ha niet nodig max 5 jaar oud VLM

per perceel niet nodig max 5 jaar oud VLM per perceel niet nodig nvt VLM

waarvan minstens 30%

oppervlakte niet nodig nvt VLM

perceel > 30are en per 2ha 1x bedrijfsadviseur VLM 1ste jaar BO VLM

perceel > 30are en per 2ha jaarlijks VLM

BODEMSTALEN
BRON COMPATIBILITEIT 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
BEMESTINGSADVIES VOORWAARDEN
VLM
Mestwijzer 202319

Administratieve kalender

TIMING

15 februari

15 februari

15 februari

28 februari

15 maart

7 mei

7 mei

7 mei

1 juni

30 juni

30 juni

30 september

1 oktober - 15 november

31 oktober

31 oktober

20 januari 2024

ONDERWERP

Uiterste datum voor wijziging jaarlijkse keuze mestsamenstelling tussen mestanalyse of forfait

Uiterste datum om vrijstelling gebiedsgerichte maatregelen in te trekken

Uiterste datum voor melding samenwerking circulaire bedrijven

Uiterste datum wijzigingen mesttransportdocumenten

Uiterste datum indienen Mestbankaangifte

Uiterste datum aanvraag equivalente maatregelen

Uiterste datum voor aanduiden van equivalente maatregelen 'afvoer oogstresten' en 'inzaai onbeteelde stroken' in verzamelaanvraag

Uiterste datum indienen Verzamelaanvraag

Uiterste datum aanvraag bedrijfsevaluatie nitraatresidu voor vrijstelling gebiedsgerichte maatregelen (vanaf 2024)

Uiterste datum indienen vanggewasovereenkomst

Uiterste datum om verzamelaanvraag te wijzigen met gevolgen voor mestwetgeving

Uiterste datum verhandeling MVC's voor basismestverwerkingsplicht

Staalnameperiode nitraatresidu

Uiterste datum om nateelten en vanggewassen te wijzigen in de verzamelaanvraag

Uiterste datum voor aanduiden van equivalente maatregel 'wintergranen of wintervlas na nitraatgevoelige hoofdteelten' in de verzamelaanvraag

Jaarlijkse aangifte gewestoverschrijdende mestbewegingen

Mestwijzer 202320

De bemestingsprognose onder de loep

Na het indienen van de verzamelaanvraag kan de agrarische ondernemer de bemestingsprognose 2023 raadplegen op het mestloket.

VACcent-klanten kunnen de bemestingsprognose raadplegen op VACcent.

De bemestingsprognose 2023 bevat een heleboel informatie die je als agrarische ondernemer best weet om calamiteiten te voorkomen.

Bemestingsprognoses 2022 op basis van de ingediende verzamelaanvraag 2022 - Indieningsdatum 24/03/2022

Rechtsboven vind je in één oogopslag de totaal toegelaten hoeveelheid stikstof en fosfaat op de gronden waarvan je de mestrechten bezit.

Het fosfaat wordt weergegeven in zijn totaliteit en het fosfaat uit kunstmest. Het fosfaat uit kunstmest is lager dan

het totale fosfaat omdat er percelen in gebruik zijn met enkel begrazingsrechten en dus niet mogen bemest worden. De stikstof wordt weergegeven uit de totale stikstof uit dierlijke mest en de totale werkzame stikstof. De werkzame stikstof is de stikstof uit kunstmest plus de stikstof uit dierlijke mest verminderd met de werkingscoëfficiënt.

WERKINGSCOËFFICIËNT
WERKZAME STIKSTOF (% VAN TOTALE STIKSTOF) Mestsoort Werkingscoëfficiënt % Kunstmest, spuistroom en effluenten 100 Vloeibare dierlijke mest en andere meststoffen (uitgez. spuistroom en affluenten) 60 Vaste dierlijke mest, traagwerkende meststoffen met attest (uitgez. gecertificeerde gft- en groencompost) en boerderijcompost 30 Stikstof van rechtstreekse uitscheiding bij begrazing 20 Gecertificeerde gft- en groencompost 15 Mestwijzer 202321
VOOR DE OMZETTING NAAR
LANDBOUWER: Naam landbouwer: Adres landbouwer: FOSFAAT (P2O5 max) STIKSTOF (N max) Totaal: Vermindering door maatregelen: / Eindtotaal: TOTAAL KUNST WERKZAAM DIER dero KUNSTWERKZAAM 4024 3537 8915 5497 3768 0 4024 3537 8915 5497 3768 0

We nemen als voorbeeld perceel 8 grasland enkel maaien

Het perceel heeft een oppervlakte van 1.08 ha. De werkzame stikstof bedraag 405 kg en de dierlijke stikstof bedraagt 270 kg (derogatie). Het fosfaat bedraagt 124 kg. We gaan uit van een forfaitaire samenstelling van runderdrijfmest 4.8 kg N per ton en 1.4 kg P per ton.

De maximale hoeveelheid runderdrijfmest op perceel 8 bedraagt:

› 270 kg N / 4.8 kg = 56.25 ton

› 124 kg P / 1.4 kg = 88.57 ton.

De toediening is beperkt tot het kleinste getal met name 56.25 ton.

Hoeveel stikstof uit kunstmest mag er toegediend worden?

We rekenen hiervoor met het begrip werkzame stikstof: 405 kg werkzame N vermindert met de runderdrijfmest (56.25 T x 4.8) x 60% werking = 162 kg.

U kan nog 405 kg – 162 kg = 243 kg stikstof uit kunstmest toedienen.

Perceelsinformatie

Per perceel vind je de nuttige informatie van het perceel te beginnen met de perceelsnummer uit je verzamelaanvraag, de oppervlakte en de teeltcode. De gespecialiseerde productiemethode heeft betrekking op scheuren van blijvend grasland en het uitsluitend maaien van het grasland.

Handig in 2022 is de tool om de gegevens te downloaden in excel. Hiermee kan je berekeningen maken op perceelsniveau.

In de verdere kolommen ontdek je of het perceel in aanmerking komt voor derogatie, en/of de derogatie op perceelsniveau werd aangevraagd via de verzamelaanvraag.

De kolommen over de ligging van het perceel informeren je over de fosfaatklasse I, II, III of IV, de bodemklasse en het gebieds-type 0 - 1 - 2 of 3 en welk bemestingsregime van toepassing is.

Tot slot kun je in de tabel de percelen detecteren waar er een bemestingsverbod geldt (geheel of gedeeltelijk).

De percelen waarvan de bemestingsnormen zijn gemerkt met een asterix (*) kunnen enkel bemest worden door begrazing. Het toedienen van dierlijk mest en kunstmest is niet toegelaten. (Denk eraan bij het invullen van je kunstmestregister).

Mestwijzer 202322
TOTAAL KUNST WERKZAAM DIER dero KUNSTWERKZAAM Verzamelaanvraag 2022 PERCEELSGEGEVENS VANGGEWASSEN AANVRAGEN LIGGING BEMESTINGSNORMEN (kg) FOSFAAT (P2O5max) STIKSTOF (Nmax) Exploitatie Perceel nr Opp(ha)¹ Voor- Hoofd- Na- Na- Gespec. teelt teelt teelt teelt2 productiemethode Bouw- Geldige land gewascombinatie² Dero- BKM gatie Fosfaat- Bodem Gebieds- Bemestingsklasse³ type regime 1. Percelen met bemestingsrechten A 1 0,73 - 60 - - - - J G IV Z 0 Water + Z 51 0 171 182 A 3 0,36 - 60 - - - - J G III Z 0 Water + Z 32 0 84 90 A 4 3,12 - 201 659 - - - G G II Z 0 Water + Z 249 249 421 530 A 5 2,45 - 60 - - - - J G II Z 0 Water + Z 232 232 575 612 A 6 2,33 - 512 - - - - G G III Z 0 Water + Z 128 128 267 396 A 7 1,51 - 60 - - - - G G I Z 0 Water + Z 173 173 354 256 A 8 1,08 - 60 - - MAA - J G I Z 0 Water + Z 124 124 405 270 A 9 0,33 - 201 - - - - G G III N 0 Water 23 23 49 56 A 10 0,30 - 201 - - - - G G III N 0 Water 21 21 45 51 A 11 1,10 - 201 - - - - G G III N 0 Water 77 77 165 187 TOTAAL KUNST WERKZAAM DIER dero KUNSTWERKZAAM Verzamelaanvraag 2022 PERCEELSGEGEVENS VANGGEWASSEN AANVRAGEN LIGGING BEMESTINGSNORMEN (kg) FOSFAAT (P2O5max) STIKSTOF (Nmax) Exploitatie Perceel nr Opp(ha)¹ Voor- Hoofd- Na- Na- Gespec. teelt teelt teelt teelt2 productiemethode Bouw- Geldige land gewascombinatie² Dero- BKM gatie Fosfaat- Bodem Gebieds- Bemestingsklasse³ type regime 1. Percelen met bemestingsrechten A 1 6,57 - 60 - - - - G G IV Z 0 Natuur/Grup Int 459 459 1543 1116 + Z A 2 1,63 - 60 - - - - G G IV Z 0 Natuur/Grup Ext 97* 0 55* 277* + Z A 3 6,97 - 60 - - - - G G III Z 0 Water + Z 627 627 1637 1184 A 4 2,27 - 60 - - - - G G IV Z 0 Water + Z 158 158 533 385 A 5 0,65 - 201 639 - - B P G G IV Z 3 Water + Z 35 35 70 110 A 7 1,93 - 60 - - - - G G IV Z 0 Natuur/Grup Pot 115* 0 65* 328* + Z A 8 1,29 - 60 - - - - G G IV Z 0 Natuur/Grup Pot 77* 0 43* 219* + Z A 9 6,22 - 60 - - - - G G IV Z 0 Natuur/Grup Int 373* 0 211* 1057* + Z

Zijn je percelen gelegen in gebiedstype 2 en 3 en je hebt geen vrijstelling op de gebiedsgerichte maatregelen, dan kan je het voorlopige doelareaal aflezen en zien of je voldoende oppervlakte vanggewassen ter beschikking hebt.

BEREKENING VAN UW VOORLOPIGE DOELAREAAL 2022 (MAP6):

Uw referentiepercentage = 75%

Verhoging voor gebiedstype 2 in 2022 = 10%

Verhoging voor gebiedstype 3 in 2022 = 20%

Berekening van het toe te passen percentage vanggewassen per gebiedstype:

2022 groter dan uw totale oppervlakte bouwland in de gebiedstypes 2 en 3? Dan wordt uw

doelareaal 2022 gelijkgesteld (‘afgetopt’) aan uw totale oppervlakte bouwland in de gebiedstypes 2 en 3.

De oppervlakte voorzien met een “J” rekent mee in het realiseren van het doelareaal zonder dat je dit moet registreren in de verzamelaanvraag.

De oppervlakte met een “P” is de oppervlakte van de percelen die je in de verzamelaanvraag moet registeren als vanggewas en periode van inzaaien.

Tot slot voor de ondernemers met groenten, aardbeien, sierteelt en boomkweekgewassen. Hier kan je aflezen hoeveel stikstofstalen je dient te nemen en over welke percelen dit betrekking heeft.

VERPLICHTE STIKSTOFANALYSES MET BEMESTINGSADVIES 2022 voor groenten groep I of II, aardbeien, sierteelt - of boomkweekgewassen

BEREKENING VAN HET AANTAL STALEN

I. Percelen in gebiedstype 0 met als voor-, hoofd- en/of nateelt een teelt van de groep aardbeien (AB), sierteelt of boomkweek, groenten van groep I of groenten van groep II. Door MAP6 is het niet meer verplicht om op deze percelen een stikstofstaal te laten nemen.

II. Percelen in gebiedstype 1, 2 of 3 waarop alleen een meerjarige teelt van de teeltgroep sierteelt of boomkweek (SB), groenten van groep I (G1) of groenten van groep II (G2) wordt geteeld.

Aantal percelen Oppervlakte (ha) Berekening

III. Percelen in gebiedstype 1, 2 of 3 met als voor-, hoofd- en/of nateelt een teelt van de groep aardbeien (AB), sierteelt of boomkweek, groenten van groep I of groenten van groep II, die geen meerjarige teelt is. 14

Totaal (afgerond) 14

Minimum aantal te nemen stalen

= minimum van het aantal percelen en van het aantal stalen berekend op basis van de oppervlakte

Mestwijzer 202323
Eenheid Gebiedstype 2 Gebiedstype 3 Referentiepercentage + x% (verhoging per gebiedstype) % 85 95 Toe te passen percentage per gebiedstype % 85 95 Berekening voorlopig basis-doelareaal: Eenheid Gebiedstype
Gebiedstype
Totaal Oppervlakte bouwland⁴ ha 6,71 4,23 10,94 Basis-doelareaal ha 5,70 4,02 9,72 Aandeel basis-doelareaal t.o.v bouwland 89% Basis-doelareaal (begrenzing max. 80% van oppervlakte bouwland) ha 8,75 Berekening van uw voorlopige doelareaal: Basis-doelareaal (begrenzing max. 80% van
Areaal niet-ingezaaide vanggewassen in 2021 8,75 ha UW VOORLOPIGE DOELAREAAL VANGGEWASSEN VOOR 2022⁵ 8,75 ha Is uw voorlopige
definitieve
47,48 TOTAAL: Totale oppervlakte onder vanggewasverplichting 2022: J: 1,84 ha P: 8,09 ha A 21 - - 11 - - - - G G III N 3 Water 0 0 0 0 A 22 - - 11 - - - - G G III N 3 Water 0 0 0 0 A 29 - - 12 - - - - G G III N 3 Water 0 0 0 0 A 37 - - 4 - - - - G G III Z 0 Water + Z 0 0 0 0 A 38 - - 4 - - - - G G III Z 0 Water + Z 0 0 0 0
2
3
oppervlakte bouwland)
doelareaal
0 0,00
0 0,00 x 1/6 0,00
0,47 x 1/2 0,24
1
1

Vlaams Agrarisch Centrum ontzorgt, jouw bedrijf ontwikkelt.

Exclusief voor VACcent klanten

Kom niet voor verrassingen te staan!!!

De mestbalans realtime bezorgt de klant in één oogopslag een overzicht van de mesttoestand

› Focus op mestbalans

› Focus op NER

› Focus op vanggewassen

› Focus op stikstofstalen

De rode velden duiden op een actie die moet ondernomen worden.

Mestbalans Realtime

Naam: Agro-onderneming

Datum van berekening:

Vraag naar de voordelen van VACcent

Mestbalans

Fosfaat bemerkingen: Het eindtotaal van uw fosfaatverbruik bedraagt -3728 kg. U heeft nog bemestingsruimte.

Stikstof bemerkingen:

U heeft nog bemestingsruimte inzake dierlijke stikstof.

U heeft nog bemestingsruimte inzake werkzame stikstof.

 NER's: -2065,00 (Beschikbaar - Productie) 83% (Bezetting)

U heeft voldoende NER ter beschikking.

MAP 7 : U dreigt NER te verliezen

 Vanggewassen

Doelareaal vanggewassen: 15,6 ha

Gerealiseerd vanggewas, zonder indiening inzaaiperiodes: 7,25ha

Potentieel vanggewas, MITS indiening inzaaiperiodes: 8,73ha

Totaal gerealiseerd areaal vanggewassen: 15,98 ha

U heeft het voorlopig doelareaal bereikt.

 Aantal stalen verplichte stikstofanalyse

U dient 0 bodemstalen te laten nemen voor stikstofanalyse.

Disclaimer:

Deze mestbalans in realtime is gebaseerd op de beschikbare gegevens op datum van berekening, is van zuiver informatieve aard en niet bindend voor het VAC.

VU: Danny Vandebeeck • Burgemeester Maenhautstraat 44E • 9820 Merelbeke
VAC KANTOOR Burgemeester Maenhautstraat 44E • 9820 Merelbeke tel. 09 252 59 19 • vac@vac.eu • www.vac.eu Mestbalans realtime
Klaar om de stap te zetten?
Fosfaat totaal -3728,00 Dierlijke stikstof -5762,00 Werkzame Stikstof -10423,00 20/04/2023

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.