
4 minute read
2.2 Oorsprong korte keten
Wereldwijd is de evolutie van voedselsystemen een cruciale factor geweest in de ontwikkeling van de mensheid. In de loop van de geschiedenis heeft de ontwikkeling van voedselsystemen gezorgd voor meer en meer voedselzekerheid met een stijgende bevolking als gevolg. De industrialisering is het bekendste voorbeeld van een drijfveer die de evolutie van het globale voedselsysteem sterk opvoerde. Naast deze graduele veranderingen vonden er ook radicalere veranderingen plaats in het voedselsysteem. De meest recente radicale verandering of voedseltransitie nam plaats na Wereldoorlog II waarbij de focus wereldwijd naar schaalvergroting en intensivering van de voedselproductie verschoof. Met het uitgangspunt ‘nooit meer honger’ ontstond een globale voedselmarkt. Voedsel werd in verhoogde mate geproduceerd en aan zo laag mogelijke prijzen verkocht (Fernhout, 2018). Vandaag de dag is deze intensivering van de voedselproductie nog steeds aanwezig, maar krijgt dit voedselsysteem concurrentie met een opvallende trend op: de lokale voedselproductie. Ondanks de stijgende trend in afgelopen jaren is het wel altijd aanwezig geweest. Meer zelfs, de lokale voedselproductie was de start van het voedselsysteem. De intensivering van de voedselproductie dateert van enkele eeuwen geleden, terwijl de puurste vorm van lokale voedselsystemen al in het begin van de mensheid ontstond. Vandaag de dag zijn deze systemen sterk veranderd, maar het basisprincipe bleef hetzelfde.
Het conventioneel voedselsysteem dat sinds Wereldoorlog II geïntensiveerd werd, werd in de afgelopen decennia sterk in vraag gesteld. Meer en meer studies stellen dat het conventionele voedselsysteem een negatief effect heeft op zowel het ecologisch, sociaal als economisch vlak. (Zwart & Mathijs, 2020). Deze aspecten worden ook de laatste jaren onder meer beleidsmatig meer aangepakt. Denk maar aan de strengere stikstofnormen om de stikstofuitstoot te beperken, de opkomst en steun aan de biologische productiemethode, de trend naar meer vegetarische en veganistische voedingsmiddelen en de opstart van alternatieve afzetmogelijkheden zoals meer korte keten initiatieven. Er kan niet ontkend worden dat de landbouw die aan de basis staat van het voedselsysteem, geen impact heeft op het milieu. De omgeving wordt in de landbouw gebruikt als leverancier voor hernieuwbare en niethernieuwbare hulpbronnen om voedselproductie te realiseren. Om deze kwalitatief hoogstaand te houden, dienen de reststromen, afval en emissies op een gecontroleerde manier beheerd te worden. Indien dit niet zou gebeuren, zal het gebruik van deze hulpbronnen in gedrang komen. De landbouw dient zich aan de veranderde omstandigheden van het klimaat aan te passen en hierbij zo min mogelijk bij te dragen aan de verandering zelf. De vraag die hierbij al een tijd rondhangt, is of het voedselsysteem met hetzelfde productieniveau deze noden kan verwezenlijken (Platteau et al., 2016).
Advertisement
Wanneer de landbouw onder de loep wordt genomen met betrekking tot de ecologische impact, moet de volledige keten bekeken worden. De primaire productie is de grootste oorzaak van deze impact, omdat deze ook de grootste is in
hoeveelheid. Wanneer deze wordt vergeleken met de korte keten, zijn er wel verschillen op te merken. Korte keten initiatieven creëren bijvoorbeeld meer een gesloten kringloop van mineralen waardoor er minder externe bronnen moeten aangewend worden. Daarnaast zijn er bij korte keten initiatieven minder voedselkilometers. Het voedsel legt minder afstand af in vergelijking met voedsel uit de primaire productie en heeft bijgevolg minder impact op het milieu m.b.t. de broeikasgassen (Willems, 2020). Deze stelling wordt in een rapport van het Departement Landbouw en Visserij in vraag gesteld. Deze bevestigt dat de verminderde voedselkilometers bij de korte keten inderdaad minder ecologische impact realiseert, maar in de voedselketen bedraagt de impact van het transport niet zoveel als de impact dat de productie heeft op het milieu. In de voedselketen wordt 11% van de uitstoot van broeikasgassen veroorzaakt door transport, terwijl 83% wordt gevormd door de productie van voedingsmiddelen. Zoals het rapport stelt: “Voedselkilometers zijn nuttig om één milieuaspect van de voedselproductie en consumptie in beeld te brengen, maar schieten tekort voor genuanceerde beslissingen over de milieu-impact van een product.” (Platteau et al., 2016) De ecologische impact van een product moet bijgevolg over zijn volledige levenscyclus bepaald worden. De verminderde voedselkilometers kunnen wel bijdragen aan een vermindering van de ecologische impact, maar hierbij blijft belangrijk dat de producent ook op andere vlakken zoals productie en energieverbruik rekening houdt met de ecologische impact ervan.
Studies toonde ook aan dat het conventioneel voedselsysteem onevenwichtig is geworden met betrekking tot de marktmacht (Ilvo et al., 2017). In Vlaanderen wordt onder de supermarkten hard gestreden om de consument. Zo laag mogelijke prijzen en grote kortingen proberen de consument te overtuigen om in deze bikkelharde concurrentiestrijd voor een supermarkt te kiezen. Deze methodiek wordt de afgelopen jaren vaak in negatief daglicht gezet en wordt gezien als de oorzaak van de lage landbouwprijzen. De supermarkten worden ervan beschuldigd de prijzen van voedingsmiddelen zo laag te leggen dat het onleefbaar wordt voor een landbouwbedrijf. Toch is de supermarkt hier niet de grootste schuldige. De meeste supermarkten in Vlaanderen verrichten samen aankopen bij een vijftal grote aankoopcoöperaties. Deze Europese samenwerking zorgt in elke supermarkt voor een gevarieerd gamma voor de consument en biedt aan de supermarkt een financieel voordeel door het bestellen van grote volumes. Als gevolg hiervan worden de prijzen van de voedingsmiddelen enkel bepaald door deze vijf aankoopcoöperaties en dus bepalen zij ook de prijs die de landbouwer voor zijn product ontvangt. Deze monopolistische machtsverdeling wordt verduidelijkt in Figuur 1. Een 24 000 tal landbouwers voorzien via vijf inkoopkantoren voedsel voor 6,4 miljoen consumenten (Platteau et al., 2016).