
2 minute read
2.5.2 De meerwaarde van korte keten
In Vlaanderen zijn de korte keten initiatieven de laatste jaren dus populairder geworden, maar in het marktaandeel valt op dat deze trend nog niet sterk uitblinkt. Omwille van kwalitatieve producten die men kan verkrijgen, een aangename winkelbeleving en het streven naar duurzaamheid in de voedselketen, heeft de consument een positief gevoel over de korte keten (Driesen, 2020). De consument erkent de meerwaarde waarvan hij zelf kan proeven en waarmee hij de lokale producent in Vlaanderen kan ondersteunen. Ook tijdens de Coronapandemie van 2020 bleef de consument de Vlaamse korte keten steunen. Ondanks vele financiële bezorgdheden in de economische sector, realiseerde o.a. hoevewinkels omzetstijgingen tot wel vier keer de normale omzet (VILT, 2021). Ook kregen de buurderijen volgens ‘Boeren en Buren’ een enorme boost tijden de Coronacrisis (KVRO, 2021). Peilingen wezen uit dat 40% meer Vlaamse gezinnen producten aankochten via een korte keten initiatief. Zo is de verkoop van vlees via de korte keten in 2020 met 55% gestegen (Ferm, 2021). De stijgende interesse zet ook meer landbouwers aan om een korte keten initiatief op te starten. In 2020 ontving het Steunpunt Korte Keten in vergelijking met 2019, 320 adviesaanvragen meer van Vlaamse landbouwers. Ondanks de Coronapandemie blijft de landbouwer dus een toekomst zien in de korte keten sector (VILT, 2021). Daarnaast toont de populariteit aan dat de consument de lokale landbouwer echt wil steunen (Ferm, 2021).
2.5.2 De meerwaarde van korte keten
Advertisement
Landbouwers richtten enkel een korte keten initiatief op indien dit voor de landbouwer een meerwaarde is en/of hij een extra inkomst genereert. De consument zal bij dit initiatief aankopen verrichten, enkel en alleen als ook hij hieraan een meerwaarde ondervindt. Een korte keten initiatief opzetten is dus enkel interessant indien dit voor zowel de producent als de consument een meerwaarde vormt. De producent zal zijn tijd en arbeid niet willen besteden aan iets dat niet verdient. De landbouwer wil zijn werk graag omgezet zien in winst of verdienste, anders verkiest men logischerwijs andere landbouwactiviteiten. Naast tijd en werk komt er ook een extra investering bij kijken om de opstart te realiseren. Om winst te genereren, moet eerst deze investeringskost terug verdiend worden en deze parameter schrikt vele landbouwers af (Kerselaers et al., 2017). Omdat de landbouwer streeft naar winst en dus ook zoveel mogelijk wil verkopen, is het voor hem dan ook belangrijk dat het trefpunt voor zijn consument een meerwaarde is. De consument zal enkel interesse tonen indien het initiatief of het product in vergelijking met andere koopmogelijkheden een meerwaarde uitstraalt. De meerwaarde kan optreden op vlakken zoals onder meer verkoopsprijs en toegankelijkheid. Deze parameters verschillen van klant tot klant en kunnen voor de consumenten verschillende waardes hebben. De uitdaging voor de landbouwer is om voor zoveel mogelijk consumenten zijn korte keten initiatief een meerwaarde te maken.
Factoren die de producent overhalen te verkopen en de consument overhalen te kopen, zijn niet altijd een meerwaarde voor hen. Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen factoren die effectief een meerwaarde vormen en factoren die aantrekkelijk zijn. Deze laatste zijn elementen die de producenten en consumenten 24