4 minute read

3.2.2 Consumenten

lokale groothandels, lokale horecazaken en een aantal andere korte keten initiatieven. Zo organiseert men een wekelijkse leveringsronde aan huis rondom het centrum van Gent. Hierbij kan de consument bestellen tot dondermiddag en worden de bestellingen al donderdagnamiddag geleverd aan huis. Opvallend is hierbij dat de voordelen die CSA-bedrijven hebben met de pakketabonnementen hier niet van toepassing zijn. Toch kan dit biologisch bedrijf overleven met deze strategie door de vele mogelijkheden aan afzet en door de ervaring die de landbouwer heeft m.b.t. de teeltplanning. Om een ruim assortiment te behouden in de winter, koopt men groenten aan bij collega’s die wel de mogelijkheden hebben om bepaalde groenten rendabel te kunnen telen. Zo kan De Voldoening een ruim assortiment presenteren met een goede prijs en kwaliteit. De prijzen van de groenten staan niet vast, maar de prijszetting houdt rekening met het aantal verkopen. Dit resulteert in een democratische prijs wat een groot voordeel biedt voor de consument. De vertegenwoordiger van De Voldoening is geïnteresseerd in het trefpunt omdat dit concept sterk gelijkaardig is aan zijn werkwijze. Een wekelijkse levering van bestellingen gemaakt door de consument is voor hem de logische keuze, maar de organisatie van het leveren zelf dient in zijn tijdsplanning mogelijk te zijn. De vertegenwoordiger heeft een ruime visie over de opstart van het trefpunt. Bij de start van het trefpunt zou hij als producent al tevreden zijn als er een break-even point wordt gerealiseerd. Dit concept zal voor hem niet onmiddellijk rendabel moeten zijn en hij geeft het trefpunt de ruimte om te groeien en aan te slaan bij het publiek. Indien het trefpunt na een tijd niet aanslaat, zal hij zich hierbij wel terugtrekken. Maar volgens hem moet eerst de uitdaging aangegaan worden om dan pas naderhand te concluderen of het trefpunt in stand gehouden kan worden.

3.2.2 Consumenten

Advertisement

Een eerste contact met de consumenten gebeurt via e-mail via de tussenstap van de bedrijven uit de ambachtelijke zone (Bijlage 3). Bedrijven die niet via e-mail bereikbaar zijn ontvangen een brief. Hierin wordt allereerst het concept verduidelijkt zonder het concept gedetailleerd uit te werken. Enerzijds wordt het duidelijk voorgelegd, maar anderzijds wordt er ook plaats gehouden voor tips of suggesties. Aan de eerste e-mail werd ook een korte enquête toegevoegd (Bijlage 4). Deze enquête vroeg naar:

- Het e-mailadres van de ontvanger: dit vergemakkelijkt nakomend contact.

Indien de ontvanger de e-mail doorstuurt naar collega’s, kan met het emailadres hier ook onderscheid in gebracht worden. - Naam van het bedrijf: hierdoor kan worden bijgehouden welke bedrijven er geantwoord hebben en/of bij welk bedrijf de geantwoorde werkt. - Het aantal werknemers in het bedrijf: dit aantal geeft een verduidelijkend beeld hoeveel interesse er in het trefpunt is en wat de toekomstige capaciteit van het trefpunt dient te zijn. Natuurlijk zullen niet het volledig aantal werknemers geïnteresseerd zijn en zullen er ook wat mensen hun interesse verliezen, toch zal dit een beeld kunnen geven van de theoretische maximale capaciteit van het trefpunt.

- De interesse naar het trefpuntconcept: hierbij zal effectief bevraagd worden of men interesse heeft in het concept van een korte keten trefpunt met verse biogroenten en fruit. - Enkele tips of suggesties: mensen met ideeën of tips over de uitwerking van het concept kunnen deze vrijwillig doorsturen. Dit is niet verplicht in te vullen wat maakt dat de enquête snel kan ingevuld worden en er wel nog voldoende informatie wordt verwezenlijkt.

Deze korte vragen zorgden ervoor dat de ontvanger de enquête snel kon invullen zodat er genoeg respons werd gerealiseerd. In de e-mail werd als laatste ook een einddatum gesteld. Deze bedroeg ongeveer een week na de verzending van de email. Hierdoor kon de ontvanger enigszins de werknemers zelf bevragen of bijlichten maar werd uitstelgedrag meer vermeden. Bijkomend kon ook de respons rate hierbij toenemen. Na deze week werd een herinneringsmail gestuurd om toch nog respons te krijgen van bedrijven die de enquête vergeten waren.

Een paar weken later werd de tweede enquête verstuurd (Bijlage 5). De vragen uit deze enquête waren gedetailleerder en bevroegen meer de mening van de consument over de organisatie van het trefpunt en het product. Er werd ook bewust voor meerkeuzevragen gekozen om enerzijds de enquête vlotter te maken zodat de consument hier amper tijd in moest steken en anderzijds om een gerichter antwoord te realiseren. Daarnaast hielpen de antwoorden ook onduidelijkheden bij de vragen te voorkomen. De consument kreeg wel nog de mogelijkheid om bij bepaalde vragen een ander antwoord in te vullen.

In totaal werden er 38 bedrijven gecontacteerd met een eerste e-mail. Verschillende bedrijven gelegen in de Ambachtsweg, Burgemeester Maenhautstraat, Hovenierstraat, Industriepark, Lembergsesteenweg, Neringsweg en de Salisburylaan ontvingen een e-mail of brief. Na de einddatum van de herinneringsmail werden de resultaten in Tabel 5 gerealiseerd. Volgende elementen werden in de tweede enquête bevraagd:

- Het e-mailadres van de ontvanger: dit vergemakkelijkt zoals bij de eerste enquête nakomend contact. Indien de ontvanger de e-mail doorstuurt naar collega’s, kan met het e-mailadres hier ook onderscheid in gebracht worden. - Naam van het bedrijf: hierdoor kan worden bijgehouden welke bedrijven er geantwoord hebben en/of bij welk bedrijf de geantwoorde werkt. - De regelmaat van de aankoop: deze vraag geeft een antwoord hoe vaak de consument de groenten en fruit willen bestellen. - De dag van de levering: de voorkeur van de consument m.b.t. de leveringsdag wordt bevraagd. - Productsamenstelling: de consument deelt zijn voorkeur mee of men de groenten en fruit als losse stukken wil aankopen per kg of per stuk of men de groenten en fruit in vooraf samengestelde pakketten wil aankopen.

This article is from: