VA 2-2017

Page 1

editie 2• zomer 2017

Mijn eigen hart kan ik kennelijk niet verkopen

Els Maasson over passie,

toeval en tarot

€ 4,85 2 3

Henk Fransen & de eerste stap naar een medicijnloos ziekenhuis Daniël van Egmond deelt zijn inspiratie: de brug tussen hemel en aarde | Een kat als spiegel: de innerlijke reis van Ella Maillart


Geniet van een (h)eerlijke zomer met 100% biologische producten

Natuurlijk kan het 

Ontdek Odin, de biologische voedselcoöperatie van Nederland al bijna 5.000 leden 100% biologisch eerlijk van boer tot bord eigen imkerij 

Alkmaar, Amersfoort, Amsterdam (Bos en Lommer, Ceintuurbaan, Czaar Peterstraat, Westerpark, Zeeburg), Arnhem, Bergen, Breda, Delft, Den Haag, Dordrecht, Driebergen, Ede, Maastricht, Nijmegen, Utrecht, Wageningen en Zutphen. Meer info: www.odin.nl Lekker je biologische boodschappen thuis laten bezorgen? Kijk op www.odinbezorgdienst.nl


© Irene Grassi

redactioneel

Rimpelloos meer en auto hadden we nog niet. Vanuit Nederland ging de bus naar Domodossola, en vandaar verder langs het mysterieuze kunstenaarsdorp Ascona tot aan het Lago Maggiore, en dan omhoog, de Noord-Italiaanse heuvels in, tot het heuveldorpje Gonte. We huurden bij een Milanese dame. Haar zoon was goed in het zoeken van eetbare paddenstoelen. Een Nederlandse sopraan en bas zongen in het dorpskerkje. En in de zwoele avondlucht maakten we door kamperfoelie bezwangerde schemerwandelingen over oude paden. Klauterde je de berg op, dan kwam je in een gehucht waar de tijd had stilgestaan. Bij het laatste huis namen we afscheid van de bewoonde wereld. Daarachter begon de wilde natuur. Bovenop de berg serveerde een Italiaanse dame een dampend bord spaghetti. Ook al zou nadien niemand er meer in slagen haar huis te vinden. Voor een verkoelende duik in het rimpelloze meer liep je in de omgekeerde richting de berg af. Daarvoor moest nog wel een weg worden overgestoken. Op een dag, wachtend op een langsrijdende auto, keken we door de voorruit in het gezicht van onze verbouwereerde vrienden die in dat mobielloze tijdperk de kluts kwijt waren geraakt en zich net bleken af te vragen hoe ze ons in hemelsnaam zouden kunnen vinden. Had Carl Jung niet verderop aan ditzelfde meer in 1951 zijn geruchtmakende lezing over ‘toeval’ gehouden? Vijftien jaar later zouden we terugkeren naar het Lago Maggiore, nu met ons gezin. Jung had me inmiddels volledig in zijn greep. In gedachten doopte ik het meer om in Lago di Jung. Gelijk na terugkomst zou ik mijn fascinatie proberen om te zetten in een groot artikel (nog altijd te lezen via vruchtbareaarde.nl). Op de dag van onze terugreis kon ik het niet laten. Het regende dat het goot, maar zo heel graag wilde ik even langs het huis waar Jung de wereld op zijn kop had gezet. En waar hij, tussen de voordrachten door, in de tuin onder de bomen, zo intens en onbedaarlijk in lachen kon uitbarsten dat toeristen wel aanklopten met de vraag wie daar toch zo aan het lachen was. Mijn gezin was schoorvoetend akkoord gegaan. Na flink zoeken leek het zowaar gelukt; langs de snel bewegende ruitenwissers keken we naar de voordeur van een huis. Het huis. Huize Eranos. Vanaf dat moment lopen de meningen uiteen. Ikzelf ben er van overtuigd dat ik hoogstens vijftien minuten binnen ben geweest, mijn familieleden houden het op een uur.

Onaangekondigd stond ik even later in de grote ruimte met uitzicht over het meer waar Jung zijn lezing had gehouden. Op de tafel een fotoboek, waar tot mijn schrik het mes in werd gezet, om er twee foto’s uit te halen ten behoeve van mijn nog te schrijven artikel. ‘Altijd als wij de dingen aan de natuur overlaten speelt het toeval er doorheen,’ had Jung gezegd. ‘Zoals een wijnexpert uit de smaak, geur en kleur van een wijn een jaartal en een herkomstgebied weet af te leiden, en zoals een goede antiquair met een angstwekkende nauwkeurigheid een meubelstuk weet te plaatsen door er alleen maar naar te kijken, heeft een astroloog aan uw persoonlijkheid genoeg om de positie van zon en maan te kunnen noemen op het moment van uw geboorte.’ De sprong naar de astrologie is fascinerend. Voor Jung was de expertise van een goede astroloog een vanzelfsprekendheid geworden. Het geheim van de horoscoop zat hem alleen niet in de straling van sterren, maar in een voor westerlingen moeilijk te vatten begrip: ‘moment’ – wat volgens het oude Chinese denken, waar Jung zich dertig jaar lang in had verdiept, een specifieke kwaliteit heeft. Jung schreef zelfs een voorwoord bij een nieuwe vertaling van de I Tjing. Het oud-Chinese orakelboek dat volgens hem een ‘ongemeen belangrijke’ ingang bood om het onbewuste te verkennen. Op jongere leeftijd had hij het nog niet gedurfd, erkende hij. Maar sinds hij de zeventig was gepasseerd, trok hij zich niets meer aan van de steeds wisselende opinies van mensen. ‘Het oud-Chinese beeld van het moment omvat,’ verduidelijkte Jung, ‘elke bijzonderheid, tot in het kleinste, absurdste detail – al deze ingrediënten samen vormen het geobserveerde moment.’ Wie drie munten of een handvol luciferstokjes op een tafel werpt, krijgt dus ook niet een toevallige, maar een voor dat moment karakteristieke uitkomst. Omgedraaid zouden de op tafel uitgespreide stokjes of de geworpen munten ons inzicht kunnen geven in andere bij dat moment horende bijzonderheden, inclusief de vragen en geestesgesteldheid van betrokkenen. Dit alles als opmaat naar het eerste artikel in dit blad waarin het ‘trekken’ van een of meerdere archetypische tarotkaarten ter sprake komt. Bart Hommersen

VA editie 2 • 2017 • 3


vrucht bare aarde

Inhoud editie 2 • 2017

Vruchtbare Aarde

Een uitnodiging tot blikverruiming. Vier keer per jaar zoekt Vruchtbare Aarde de dwarsverbanden en de samenhangen. Of we nu schrijven over kunst, reizen, architectuur, gezondheid, licht, water of de relatie mens - natuur. Op dat punt zijn we grenzeloos nieuwsgierig. Misschien willen we het onmogelijke en misschien lukt het ons niet altijd, maar we streven ernaar, elke drie maanden weer: op een leesbare wijze door proberen te dringen tot ‘de binnenkant’ der dingen. Vruchtbare Aarde als een driemaandelijkse inspiratiebron voor levenskunstenaars. Zie ook onze website: vruchtbareaarde.nl uitgever/hoofdredacteur

Bart Hommersen aan Vruchtbare Aarde werken mee

Amalia Baracs, Marjan van Duin, Rob Heiligers, Jaap Huibers, Frans Kusse, Marjet Maks, H.C. Moolenburgh, Frans Olofsen, Hapé Smeele (fotografie), Rob Top, Wil Uitgeest, Ada Volmer Weijland en Jos van Wunnik. vormgeving

Albert Hennipman (De Ruimte Ontwerpers) omslagbeeld Foto: wildewit.nl

Foto: Hapé Smeele

6 Haar onverkoopbare hart Op veertigjarige leeftijd beleefde beeldend kunstenaar/ tarotist/Jungiaans therapeute Els Maasson haar uur van de waarheid. Om zich heen kijkend naar carrièremakende en gesettelde vrienden stelde ze zichzelf de vraag hoe ze ooit zo naïef had kunnen zijn om te geloven in passie en een succesvol leven als kunstenaar. Op vijftigjarige leeftijd blikt ze terug op een serie wonderlijke levenswendingen. Een gesprek over tarot, Jung, synchroniciteit en natuurlijk haar eindexamenwerk: een hart met klemmende deurtjes dat gelukkig onverkoopbaar bleek.

e di t ie 2 20

Ineke Vlug druk

Graphius Group, Gent abonnementen

Nederland € 19,20 (4 nummers) België € 23 Overig buitenland € 35 Een abonnementsjaar wordt stilzwijgend verlengd, tenzij schriftelijk wordt opgezegd voor 1 december. redactie & advertenties

WG Plein 380, 1054 SG Amsterdam; tel 020 6898468; va@xs4all.nl

© Blazej Mrozinski (The Great Wall Mist)

correctie

advertenties

BMC-Metropolis, Bart Boudewijn Baudoin, tel 020-4194438, bartobar@xs4all.nl

36 Ella’s grote reis

Ellen Snel, Tegalstraat 47, 7541 ZC Enschede; tel 06 360 97 876; abonnementen-va@xs4all.nl website

vruchtbareaarde.nl webwinkel

vruchtbareaarde.nl/winkel

4

Een slow-reiziger zouden we haar nu noemen. Een van de bekendste vrouwelijke avonturiers van de eerste helft van de 20e eeuw. Een Zwitserse die de tijd nam om ergens te zijn en de landsaard op zich in te laten werken. Geïnteresseerd in wat mensen verbindt – meer dan in wat ze scheidt. Ze schreef een half dozijn boeken over haar reiservaringen, maar één periode springt eruit: de jaren veertig die ze doorbracht in het zuiden van India – met een poes als reisgenoot. Het was de tijd dat de Indiase wijze Ramana Maharshi nog leefde – die ze met grote regelmaat opzocht. Het verhaal van een innerlijke reis.

© ellamaillart.ch

abonnementen


30 Brug tussen hemel en aarde

Medicijnloos ziekenhuis

© wildewit.nl

2017

‘In vroeger tijden wist men dat het leven ongewis is. In onze eigen tijd kunnen we moeilijker omgaan met onzekerheid. Wie de controle verliest, gaat op zoek naar de schuldige – want het had niet mogen gebeuren.’ En toch, zegt Daniël van Egmond in een hartverwarmend gesprek met filmmaker Wout Boekeloo, is er een andere mogelijkheid. ‘Onze neiging om dingen te willen vasthouden wordt minder naarmate we niet meer zo vastzitten aan het eindige, sterfelijke deel in ons.’ Een bijzondere ervaring op zijn vijftiende jaar wees Van Egmond de weg.

47 Afscheid met een vraagteken Na tien jaar leek er een einde te komen aan de columns van H.C. Moolenburgh in dit blad. Niet voor niets gaf hij zijn veertigste stukje elders in dit nummer de titel ‘Afscheid’ mee. Dit voorjaar werd hij opgenomen met een haperend hart en een longontsteking, een vaak fatale combinatie op zijn leeftijd. Maar ineens klonk zijn stem weer als vanouds door de telefoon. Op zijn verzoek hebben we op de valreep een vraagteken aan de titel toegevoegd. Leuk om te melden: zijn veertig tot dusver verschenen VA-columns zullen najaar 2017 in boekvorm bij Lemniscaat verschijnen.

Tot het begin van onze eeuw bestond er in China een ongewoon ziekenhuis dat werk bood aan honderden stafleden en als een magneet patiënten aantrok vanuit heel China. Een goedkoop, medicijnloos gezondheidscentrum met een ongelooflijk succespercentage, tot het – naar verluidt om politieke redenen – in 2001 de deuren moest sluiten. Het ziekenhuis combineerde medische kennis met een 24-daags chi-versterkend programma van duizenden jaren oude qigong-oefeningen. De Nederlandse arts Henk Fransen doet uit de doeken waar zijn persoonlijke enthousiasme voor een eerste medicijnloos ziekenhuis in Nederland vandaan komt.

en verder 16 Frans Olofsen telt stoelen 18 Marjet Maks: Liefde voor schrijven 26 Frans Kusse: informatie via licht 26 Jos van Wunnik schildert Het Geheim 28 Rob Top over regen & onweer 42 Ada Volmer Weijland: Morgenstond 42 Marjan van Duin: Gezegende zeep 45 Jaap Huibers: Hooikoorts VA editie 2 • 2017 • 5


Els Maasson

© wildewit.nl

‘Er is een punt dat je moet sterven aan je eigen verhaal, om opnieuw geboren te kunnen worden – tijdens je leven’

6


over passie, kwetsbaarheid, Jung, toeval en het tarot-spel

Wat haar altijd heeft aangesproken, zijn mensen die voor hun passie durven gaan. Haar eigen doorbraak kwam rond haar veertigste. Op een Delfts festival maakte ze haar opwachting als kaartleggende zigeunerin in een troubadourstentje. Een bevrijdende ervaring. De ontdekking van een onbekende vrouwelijke kracht in zichzelf. Een archetype waar ze tot dan toe alleen aarzelend aan had durven ruiken. Els Maasson over haar ontdekkingsreis door de wereld van mythen en archetypen, kunst, psychologie, gnosis, synchroniciteit en tarot.

‘Wat het leven de

moeite waard maakt, is onbetaalbaar’

VA editie 2 • 2017 • 7


© jhoeko.nl

‘Mijn eindexamenwerkstuk uit 1992: mijn hart stopte ik weg achter gesloten deuren – zou ik nu zeggen’

Pijnlijk hart “In het eindexamenjaar van de kunstacademie maakte ik voor het eerst een symbool van mijn eigen hart, al besefte ik dat toen nog niet. Een eindexamenstuk met deurtjes die open of dicht konden. Wat van binnen zat, moest beschermd worden. Ik was 24 en het leven moest nog beginnen. De school had ik beleefd als een onveilige plek, waar ik vooral bezig was geweest met overleven. Wanneer de deurtjes van het Hart-object dicht waren, leek de toegang gecamoufleerd. Het mocht niet te veel opvallen dat ze ook open zouden kunnen. Tegelijkertijd had ik ze wel zo esthetisch gemaakt dat er een zekere aantrekkingskracht vanuit ging. Het pijnlijke hart dat ergens toch voorzichtig opengemaakt en uitgepeld wil worden. Mijn eindexamententoonstelling bestond uit dit soort werken. Het voelde enorm kwetsbaar om ze te maken en aan mijn docenten te laten zien. Later heb ik nog geprobeerd om dit Hart te verkopen. Maar dat is nooit gelukt, het is altijd bij me gebleven. Leuk hè, je kunt je eigen hart kennelijk niet verkopen.”

Patersschool “Enig meisje in een gezin met drie oudere broers. Een eigenzinnige vogel waar mensen moeilijk hoogte van konden krijgen. Weinigen begrepen iets van mijn vriendschap met de paters in het patershuis naast onze school. Bij hen voelde ik waardering – bij hen hoefde ik niet te vechten, hoefde ik niet moeilijk te doen. Zoeken naar dat diepe deel in jezelf deden zij immers ook. Het raakt me zelfs nu nog als ik aan hun vriendschap denk. Voor het eerst heb ik toen een vermoeden gekregen van ‘iets’ waar ik later naar op zoek ben gegaan. Een gevoel dat er iets is waarin je kunt rusten, waarin je kunt zijn. Het besef ook dat je er zelf niet over gaat of je al dan niet kunt stoppen met oordelen, of je jezelf lief kunt hebben. Als ik stopte met mijn best te doen, al was het maar een seconde, en me overgaf, was dat een bijna lichamelijk gebeuren – alsof er fysiek in mij iets verschoof.”

Ken U Zelve “Na mijn verhuizing in 2005 kwam ik naast een kerk te wonen. Van de pastorie ontving ik een brief waarin me werd gevraagd of er iemand op bezoek mocht komen en of ik kerkgeld wilde betalen. Maar ik dacht er al een

8

tijd aan me uit te laten schrijven. Ik wilde niet meer meegeteld worden als papenkop. Het gevoel: ‘Ik ben méér dan katholiek – het is klaar’. Mijn vader was binnen de kerk altijd een zoeker geweest. Altijd op zoek – in het leven, naar het leven. Hevig geïnteresseerd in de gnosis, de verborgen kant van het geloof. Het Ken U Zelve. Hij kon zich vreselijk opwinden over de kerk met de opgeheven vinger. De kerk volgens de letter, met de God die straft. Het ging hem om de beleving in of achter het geloof. Ik denk dat daar het zaadje is geplant.”

Hostie & symboliek “In het jaar van mijn uitschrijving maakte ik kennis met de vrij-katholieken, ik bezocht een klein kerkje, een paar straten verderop. Van mijn geboorte tot mijn achttiende had de verplichte katholieke mis me nooit iets gedaan. Maar hier bleek plek voor het esoterisch gedachtegoed en het vrouwelijke element. Ik werd geraakt door de aandacht en energie die in de symboliek werden gestopt. Met de hostie kwamen de tranen. Later is me dat nog een keer overkomen. Tranen die niets met verdriet te maken hadden. Alsof ik ineens de symboliek begreep. Een verwijzing naar het bestaan van iets groters. Een grotere liefde waar je zelf niets over te zeggen hebt, waar je – als je wilt – in opgenomen kunt worden.”

Rood potlood “Mijn vader overleed op mijn achttiende. Het heeft lang geduurd voor ik toe kon geven dat zijn dood een gat had achtergelaten. Op mijn 28e zei ik: ‘O, maar dat is iets van lang geleden, het speelt niet meer.’ Een therapeute gaf me een A4-tje en een doos kleurpotloden. Ik koos het rode potlood en kraste het hele vel vol. Slechts één vel papier, maar het had ook de hele muur kunnen zijn. Geen enkele verbinding met mijn gevoel. Ik herinner me dat de therapeute met interesse naar mijn gekras zat te kijken. Zelf dacht ik: ‘Wat ben ik in hemelsnaam aan het doen.’ Maar na die tekensessie begon er iets te kantelen. Ik kreeg in de gaten dat er iets was wat aandacht nodig had. Het begin van een periode van uitgestelde rouw en puberteit. Het begin ook van een zoektocht naar heling. Je komt in beweging omdat je gelooft dat er een uitweg is – een lichtpunt in de duisternis.”


Jeroen Bosch: De Marskramer, 1490-1505, olieverf op paneel, Museum Boijmans, Rotterdam

De Dwaas De afbeeldingen op de tarotkaarten zijn oerbeelden, door Jung archetypen genoemd. Voorbeelden: de heks, de held, de moeder, de koning. Maar ook de Dwaas is een archetype. ‘Kinderen en dwazen spreken de waarheid.’

De Dwaas is de nul, de pasgeborene. Hij die niet weet. Hij is de joker uit het gewone kaartspel, de paljas, de hansworst, de dorpsgek, de hofnar, de idioot, de junk, de geesteszieke, de potsenmaker, de grappenmaker, de clown, het kind of de toneelzot. Maar ook de held die aan het begin van een grote reis staat. Na vele incarnaties realiseert de mens zich dat hij arm is aan verlichte geest. Hij krijgt verlangen naar werkelijk leven, om zich te verbinden met het Goddelijke, met zijn ziel of met het Zelf. De eerste realisatie is dat hij een nul is. Hij is bewust onbewust. Net als Socrates is de beginnende mens wijs genoeg om te weten dat hij niets weet. Om dit dwaze en onwetende aspect te benadrukken loopt hij op één schoen en één slof. Niet geremd door kennis, vol goede moed en met opgeheven hoofd begint hij zijn levensweg. De opkomende zon aan de horizon op deze kaart verwijst naar het begin van de dag. De morgenstond toont ons het prille begin. Fier draagt de jongeling een rode veer in zijn haar, het ongeremde enthousiasme benadrukkend waarmee hij aan zijn weg begint. De witte roos in de linkerhand van De Dwaas symboliseert de reinheid, net als kleine kinderen rein en onschuldig zijn. En zoals een klein kind dat met moeder op straat loopt en zelf op onderzoek uit wil, meestal de andere kant oploopt dan de moeder wil, zo loopt ook in de tarot De Dwaas niet met de levenscyclus mee, hij loopt in tegengestelde richting. Alle bordspelen – denk aan ganzenbord – gaan tegen de richting van de klok in. Net als schaatswedstrijden op de ijsbaan en hardloopwedstrijden op de atletiekbaan. Het ‘tegen de klok in gaan’ verlangt wilskracht en presentie. Op abstract niveau doet een linksdraaiende beweglng ‘de tijd stilstaan’, waardoor er ruimte ontstaat voor overdenking en reflectie.

Ook De Dwaas loopt in tegengestelde richting, hij volgt vooral niet de gebaande paden. Het tegen de stroom in lopen versterkt zijn wilskracht en presentie vanwege het zoeken naar een eigen richting. Omdat De Dwaas niet oplet, stort hij zich bijna in de afgrond voor hem. Het witte hondje aan zijn voeten verbeeldt het dierlijke, primitieve aspect van de mens. Instinctmatig weet het hondje de juiste weg, als een blindengeleidehond wijst hij de mens op de gevaren op zijn pad. Wonder boven wonder loopt alles steeds net op tijd goed af, wat deel uitmaakt van het bij De Dwaas behorende beginnersgeluk. Aan zijn stok hangt een tas met daarin weggeborgen zijn gereedschap en talenten die hij nodig heeft voor zijn verdere levensweg. De Dwaas kent echter de inhoud van zijn buidel nog niet. Pas in de volgende fase op zijn levenspad gaat de beginneling zijn werktuigen voor het eerst gebruiken.

Tarotkaart De Dwaas uit De Tarot in de herstelde orde, getekend door Onno Docters van Leeuwen, 1995, Uitgeverij Servire, Utrecht / Antwerpen

VA editie 2 • 2017 • 9


© wildewit.nl

‘Welke kaarten op een bepaald moment getrokken worden, noemen we ‘toeval’, de kaarten vallen je toe – in feite is het de vraagsteller die middels de kaartlegger op zijn eigen antwoord wordt geattendeerd’

Stampende buurvrouw “Het was op een avond in 2005. Ik was net verhuisd binnen Den Haag. In mijn vorige huis had ik veel last gehad van geluid. Nu leek ik een nieuwe start te kunnen maken – tot ik mijn nieuwe buurvrouw boven me hoorde stampen. Ik bespeurde de neiging om weg te blijven uit mijn nieuwe huis – omdat ik de confrontatie met het gestamp niet aan wilde. ‘Nu heb ik zo’n fijne, nieuwe woning,’ dacht ik, ‘en nog ben ik op de vlucht.’ Niets meer te vrezen, en toch weer een bovenbuurvrouw die geluid maakt. Liet ik me daar nou echt door beïnvloeden? Op een avond maakte ik een afspraak met mezelf – om de ervaring van het geluid nu eens aan te gaan. De pijn die in mijn borst zat. Iedere keer als ik het stampen hoorde, ervoer ik: AU. Iedere keer opnieuw deed het zeer. BOEM – AU! Bij elk ‘boem’ richtte ik me fysiek op de ervaring. Na zoveel jaren geluid te hebben ontlopen, merkte ik nu dat er iets begon te kantelen. Ik zat op het volgende geluid te wachten, alsof ik op zoek was naar haar gestamp. Ik wilde het voelen! Tot ik even later ontdekte: ‘Hé, het doet geen zeer meer’.”

Ommezwaai “We lijden juist aan hetgeen we weg willen duwen – wat we buiten onszelf willen houden. Terwijl het weggeduwde deel, waar we zo’n hekel aan hebben, er juist bij wil. En net zo lang zal blijven sarren tot wij omkeren en het naar binnen halen. Het is een ommezwaai om de pijn te benoemen die we

10

voelen. En niet degene aan te wijzen die de pijn veroorzaakt. We willen de ander zo graag veranderen. ‘Als jij nou maar verandert, hoef ik de pijn niet meer te voelen.’ Maar de pijn was er al; de ander triggert de pijn alleen maar. En waarschijnlijk is het ook nog eens goed dat hij of zij de pijn triggert, want dan krijgt het helingsproces een kans. Het zou zelfs kunnen dat we onbewust de pijnlijke situatie opzoeken – een voorbeeld van synchroniciteit – opdat de pijn getriggerd kan worden. Dan verzuchten we: ‘Wat vreemd dat ik altijd tegen dezelfde bullebak aanloop.’ Als Jungiaans therapeut doe ik minder en minder mijn best de ander uit zijn duisternis te halen. Ik help hem of haar eerder de eigen duisternis te accepteren. Maar in die tijd wist ik dat nog niet.”

Tarot uit de kast “In 2003 maakte ik voor het eerst kennis met het tarotspel. Ik ging met een vriendin op vakantie. Bij haar thuis zag ik de tarot in de kast staan. Enthousiast: ‘Hé, je hebt tarot.’ Zij: ‘Ja, dat kunnen we wel meenemen.’ Van kinds af aan heb ik de verhalen willen leren kennen uit de glas-in-lood ramen van kerken en kathedralen. Erachter willen komen hoe het leven in elkaar steekt. Een verlangen ook om het universum in beeld te vertalen. Daarbij had de tarot iets van een duivels prentenboek, er zat een occult jasje omheen. Ook dat trok me aan. Al werd ik er op die vakantie niet zo heel veel wijzer van. Terug in Den Haag heb ik in een boekhandel wel een uur voor de plank met tarotversies gestaan. Ik kon niet kiezen. Tot ik De Tarot in de herstelde orde zag staan en


dacht: ‘Ja, natuurlijk – ik moet niet de verkreukelde orde hebben.’ Met dat boek ben ik naar huis gefietst. Het gevoel: ‘Nu heb ik alle antwoorden.’ Maar dat bleek tegen te vallen. Ik snapte er niets van. Uiteindelijk heb ik spel en boek in de kast gegooid – waar ze anderhalf jaar lang onaangeroerd hebben gestaan. Een vriendin vertelde me toen dat een van de auteurs van De Tarot in de herstelde orde, Onno Doctors van Leeuwen, in een verpleeghuis in mijn buurt was opgenomen. Ik hoorde dat hij iemand zocht die af en toe een briefje voor hem kon schrijven of een ander klusje voor hem kon doen. Ik zei dat ik dat wel wilde. Binnen een week kon ik op ‘audiëntie’ komen. Vanaf dat moment ben ik hem vier jaar lang, soms meerdere keren per week, blijven opzoeken. Heel spannend. Een vrijgevochten heerschap, die alles had gedaan wat God verboden had, maar die voor mij ook een intrigerend kennisvat was. Een mysticus die allerlei slapende aspecten in mij wakker maakte. Met mijn vragen ging ik naar hem toe en dan praatten we over tarot en wat daarmee samenhing. Ik was zijn hulpje. Een meester wil een leerling. En ik wilde die leerling wel zijn – zonder dat we dat overigens zo uitspraken.”

Katharenpad “Die zomer ben ik het Katharenpad in Zuid-Frankrijk gaan lopen. Ik was gefascineerd geraakt door de vitaliteit en de geschiedenis van het gebied. In elk mens schuilt een goddelijke vonk, leerden de Kathaarse gnostici. De Katharen hadden de kerk niet meer nodig om tot God te komen. De waarheid vonden ze in zichzelf. De Katharen werkten met de tarot. In de symbolische beeldtaal van de tarot valt af te lezen hoe je als mens tot zelfkennis kunt komen – zonder tussenkomst van paus of priester. In de levensweg die de tarot uitbeeldt, zie je hoe je wakker kunt worden – om er zo achter te komen wie je zelf bent. In de latere middeleeuwen is de tarot door de kerk in de ban gedaan. Een duivels prentenboek. De tarot was te populair geworden als bijbel van de ongeletterden.”

Liefdevolle uitwisseling Waar de tarotkaart De Geliefden de aardse liefde verbeeldt, verwijst Bekers Twee naar de platonische, geestelijke liefde. ‘De Beker staat voor spirituele kracht. Bekers Twee is de kaart van de liefdevolle uitwisseling. De twee figuren zijn androgyn. Het kunnen twee jongens of twee meisjes zijn. Ze wisselen gelijktijdig hun beker uit. Die uitwisseling is genezend. Vandaar de staf met de slang en het soefisymbool daarboven, als een parapluutje ter bescherming. Dat is wat wij nu eigenlijk ook doen. Het lijkt misschien of ik als geïnterviewde jou een beker aanreik door veel over mezelf te vertellen, maar eigenlijk doe jij als interviewer hetzelfde door de vragen die je me stelt. Liefdevolle uitwisseling. Onze uitwisseling is genezend. Dit is een van de mooiste kaarten, vind ik, in de hele tarot.’

Blanco kaarten “Na het lopen van het Katharenpad heb ik nog twee weken in mijn eentje gekampeerd, met een hele tas vol boeken als leesvoer. Intrigerend vond ik het verhaal achter de twee blanco kaarten in de meeste tarotversies. Hoe de kennis achter de kaarten De Waarheid en De Intuïtie in de middeleeuwen ondergronds is gegaan. De Waarheid verwijst naar het mannelijk principe, de vader, de Animus – in de antieke Romeinse versie Jupiter geheten. De Intuïtie of Innerlijke Waarheid verwijst naar het vrouwelijk principe – de moeder, de Anima. In de antieke versie Juno geheten. In de meeste tarotspelen zijn deze twee kaarten – Waarheid en Intuïtie – blanco gemaakt. Hun betekenis is nagenoeg vergeten. Volgens Onno Doctors van Leeuwen heeft de tarot daardoor nooit meer optimaal kunnen functioneren. In De Tarot van de herstelde orde hebben hij en zijn broer en medeauteur Rob die twee verdwenen kaarten teruggebracht – om het spel zo weer dichter bij zijn oorsprong te brengen. Toen ik terugkwam uit Zuid-Frankrijk was ik zo onder de

Tarotkaarten Bekers Twee, De Dwaas, De Waarheid en De Intuïtie uit De Tarot in de herstelde orde, getekend door Onno Docters van Leeuwen, 1995, Uitgeverij Servire, Utrecht / Antwerpen

VA editie 2 • 2017 • 11


© Mieke Meesen | m.miekemeesen.nl

indruk van de tarot en alles wat ik gelezen had dat ik besloot: ‘Hier wil ik in lesgeven.’ Onno’s reactie: ‘Dan gaan wij nu beginnen met het maken van de benodigde lessen.’ Een jaar lang heb ik wekelijks met hem afgesproken, iedere door hem getekende kaart uit het tarotspel kwam aan bod. Steeds vroeg ik: ‘Wat is dit, waar staat dat voor, waarom is hier een kasteeltje, waarom is daar water? Zo heb ik de symboliek leren kennen.”

Tante Leatitia “Een van de boeken op die camping in Zuid-Frankrijk ging over het ondergronds gaan van Maria Magdalena en de uitbanning van het vrouwelijke. Opgegroeid in een mannengezin met drie broers sprak dat thema mij zeer aan. Als mijn kleine nichtje van tien nu een boekje leest over Tante Leatitia, de heks, zegt ze: ‘Dat is Els’. Nu vind ik dat leuk. Maar toen mijn broers op mijn twaalfde plagerig vroegen waar ik mijn bezem had geparkeerd, was ik daar minder blij mee. Ze benoemden een kant in mij waar ik nog niet aan toe was. Vrouwelijke aspecten in mij waren taboe. Ik trok altijd naar het mannelijke – ook in de manier waarop ik me kleedde. Bevreesd om buiten de boot te vallen. Ik wilde er zo graag bij horen. Niet beseffend dat je er pas bij hoort als je je eigen uniciteit inneemt.”

Verkeerde keuzes “Op een bepaald moment in mijn leven speelde de behoefte aan zekerheid op. Een periode van zo’n twee maanden rond mijn veertigste. Iedere morgen schrok ik wakker met de gedachte: ‘Nou ben ik veertig en kom ik tot de ontdekking dat ik de verkeerde keuzes in het leven heb gemaakt. Hoe heb ik ooit kunnen denken dat je van kunst of tarot zou kunnen leven?’ Ik was mijn eigen weg gegaan, maar een eigen huis had ik nooit kunnen kopen; een spaarrekening had ik kunnen vullen. Mijn beeldend werk had altijd centraal gestaan. Maar alle daarin gestopte energie had zich nooit vertaald in succes. Een confronterende vraag op verjaardagen: En Els, hoe gaat het met de kunst? Kun je er nog een beetje van leven?”

Zigeunerin in Delft “Ik wist het even niet meer. Tot iemand in 2005 aan me vroeg: ‘Wat zou je nu het allerliefst willen doen?’ Mijn antwoord: ‘Met tarot bezig zijn.’ In die tijd organiseerde

12

‘Fascinerend hoe sterk kinderen op het archetype van de zigeunerin reageren’

een vriend van me festivalletjes in Delft. Hij zei: ‘Kom dan hier de kaart leggen’. Ik: ‘Dat is goed, maar niet in burger – ik kom als zigeunerin.’ Vervolgens ben ik een troubadourstent gaan maken en de bijpassende kleren gaan kopen. Ik wist precies wat ik als zigeunerin aan wilde trekken. En wat ik zocht, bleek makkelijk te vinden. En zo heb ik als Madame Maanzon de kaart gelegd. Alsof ik in die setting, met die kleren, ook het vrouwelijke makkelijker kon toelaten en daarmee het innerlijk weten en de intuïtie. Op een gegeven moment stond er een hele rij mensen te wachten, ze kregen zelfs woorden wie als eerste aan de beurt was. Kinderen, viel me op, reageren helemaal sterk op het archetype van de zigeunerin. Ze vinden het spannend en tegelijkertijd eng. Ze deden erg hun best me uit mijn tent te lokken. Ook Onno is nog langs geweest. Op gepaste afstand stond hij toe te kijken – kijkend en luisterend hoe ik het deed. Hij ondersteunde me op die manier enorm. Zelf kon hij het niet meer. Die dag in Delft ben ik mijn koudwatervrees kwijtgeraakt. Ik zag: ‘Je moet het gewoon doen, dan komt het vanzelf.’ De beste manier om iets te leren is er les in te geven.”

Tarotconsult “Zo’n tarotconsult op een festival duurt ongeveer vijftien minuten. Van de tachtig geschudde kaarten worden er een aantal opengedraaid. Welke kaarten er op zo’n moment getrokken worden, noemen we ‘toeval’. De kaarten ‘vallen je toe’. Wie geen vraag paraat had, hielp ik een beetje. Dan probeerde ik een echte vraag uit te lokken. Dus niet: ‘Wanneer heb ik mijn weggevlogen papagaai weer terug?’ Een vraag moest iets wezenlijks betreffen. En dan las ik de door de persoon getrokken kaarten – soms een enkele kaart, soms drie en soms tien, al naar gelang de vraag. De tarot werkt met synchroniciteit. In de Jungiaanse therapie spreken we over ‘voorzeggen’. Als je iets voorzegt of voorspelt, leg je als het ware een beeld aan de overkant van waar de persoon zich bevindt. Dan kan iemand daar naar toe. Het grappige is dat die overkant eigenlijk ook aan deze kant zit. Alleen weten we dat nog niet. Zelf denk ik dat de vraagsteller tijdens zo’n consult onbewust weet dat de kaartlegster het antwoord al voor hem of haar heeft. De onbewuste aantrekking is er al.


Prenten/druktechnieken Els Maasson, gemaakt in meerdere oplagen. Gecreëerd in de periode 1991 t/m 2004

Het slimme onbewuste loodst de vraagsteller in de richting van dat wat bewust wil worden. Anders gezegd: Er leeft al een vraag, zoals er ook aantrekking leeft tussen vraagsteller en kaartlegger. Wat er vervolgens gebeurt in het tentje, is alleen maar spel. Het gaat er niet om dat ík weet, het gaat erom dat de ander wetender over zichzelf vertrekt.”

Groeidiamant “De tarot heeft mij enorm veel inzicht gegeven. En doet dat nog steeds. Een groeidiamant. Alle levenskennis valt erin onder te brengen. De tarot vertelt de levenscyclus van de mens. Een hulpmiddel om duidelijk te maken dat iemand in deze of gene levensfase zit, en op weg is naar dit of dat archetype... De tarot zit inmiddels in mijn bloed, ik hoef er niets meer voor te doen. Ik weet niet of Onno het in mij wakker heeft gemaakt, of dat ik het heb ontvangen, of dat ik het stokje van hem over heb genomen. Het maakt ook niet uit. Het is een tweede natuur voor me geworden. Laatst crashte de harde schijf van mijn PC. De hele tarothandleiding die ik op basis van Onno’s lessen had geschreven, was weg. Een tijdlang ben ik behoorlijk van slag geweest. Tot ik besefte dat daar geen reden toe was. Een zelfde weten zie ik ook bij mijn cursisten. In hun ogen zie je dat er iets is gebeurd. Het complete beeld van de levenscyclus – van geboren worden en opgroeien naar manifesteren, sterven en reïncarneren – hoeft in feite alleen maar verteld te worden, om het weten wakker te laten worden. En vervolgens gaat het nooit meer weg. Zo zie ik het bij mijn cursisten gebeuren en zo is het bij mij gegaan.”

Reïncarnatie “Toen de kerk aan de macht was, werd het leven lineair voorgesteld. Je werd geboren en je ging dood. En na de dood kwam het oordeel. Je ging of naar de hemel of naar de hel. De verantwoordelijkheid lag buiten de mens. Maar het leven stopt niet bij de dood. De levenscyclus in de tarot draagt de gedachte van reïncarnatie in zich, waarbij je het leven iedere keer opnieuw aangereikt krijgt om erachter te komen wie jezelf bent. En daartoe moeten we de intuïtie en de waarheid, oftewel animus en anima, zoals Jung het noemt – het mannelijke en het vrouwelijke – bij elkaar zien te krijgen. Het heilig huwelijk uit de alchemie en de gnosis. Iedere keer krijgen we weer ‘het leven’ om die heelheid in onszelf te bewerkstelligen.”

© jhoeko.nl

“Radeloos kunnen cliënten bij een Jungiaans therapeut binnenkomen als ze in zichzelf stukken ontdekken die ze niet kennen. Ze zijn in de problemen gekomen omdat ze in de onderwereld zijn beland, hun eigen onderwereld – in de mythologie verbeeld door herfst en winter. In onze Westerse samenleving worden we niet voorbereid op herfst en winter. Wij zijn zo gehecht aan het leven dat we de herfst maar een moeilijk seizoen vinden. We leven het liefst in de zomer. We zijn goed in manifesteren. En veel minder goed in loslaten. Terwijl toch in elk leven het punt komt dat het opgebouwde losgelaten moet worden. Een moment dat we moeten sterven aan ons eigen verhaal, om opnieuw geboren te kunnen worden – tijdens het leven. Dan is het niet meer de schuld van pappie of mammie dat we geworden zijn zoals we geworden zijn. Dan word ik mijn eigen

Illustratie: Dafne Arlman

Herfst & winter

VA editie 2 • 2017 • 13


Albrecht Dürer: De soldaat en de Dood, 1510, houtsnede, Rijksmuseum

Tarotkaart De Dood uit De Tarot in de herstelde orde, getekend door Onno Docters van Leeuwen, 1995, Uitgeverij Servire, Utrecht / Antwerpen

Loutering & loslaten Voordat Els Maasson een nieuwe tarot-nieuwsbrief verstuurt, trekt ze meestal een kaart. Hier bij wijze van voorbeeld de tekst die ze lente 2016 schreef naar aanleiding van het trekken van De Dood. ‘Sommige kaarten zijn in de tarot niet populair. De Dood, De Toren en De Duivel. De Dood staat in een tarotreading echter nooit voor de fysieke dood, maar is een metafoor voor ‘het schoonmaken van de weg’, ‘een onverwachte totale verandering’, ‘eindiging van het oude, zodat er plaats komt voor het nieuwe’. Het begin van een nieuw tijdperk in het leven en ‘loutering’. De Dood vind ik meer een herfstkaart. Waarom zou ik er nu over willen schrijven, nu het buiten zo’n explosie is van pril lentegroen? Met mijn gedachten scan ik de gebeurtenissen van de afgelopen dagen en periode. Wat is er zoal aan het sterven in mij, in mijn leven? Ik zou wel wat feiten kunnen opnoemen, zoals het voltooien van mijn studie, een dierbare vriend van mijn man die onlangs is overleden, een eventuele op handen zijnde verandering in de gezinssituatie, het crashen van mijn harde schijf. Maar ik voel dat daar overheen nog iets groters aan de hand is. Laatst kwam ik het op het spoor. Het gaat over het loslaten van de ideeën over het leven zoals we jaren geleden dachten dat het leven zou worden. Rond 2012 deden de grootste griezelverhalen de ronde over hoe het de wereld zou vergaan. Na 21 december 2012 haalden we opgelucht adem. Gelukkig, alles was nog hetzelfde gebleven. Maar is dat zo? Niet als ik naar mijn eigen leven kijk. Ideeën gestoeld op voorbeelden van mijn ouders, hoe ik het nu juist wel of juist niet zou willen doen, blijken niet langer bruikbaar. Waarden die vroeger golden, hellen nu over naar de

andere kant. Waar ik vroeger uit veiligheid mijn geld naar de bank bracht, zou ik het er nu om dezelfde reden vanaf kunnen halen. Waar vroeger het water me in de mond liep bij het zien van een grote glimmende paprika, registreer ik nu argwaan. En waar ik vroeger braaf deed wat de dokter zei, zorg ik nu dat ik zo min mogelijk hoef te slikken van de farmaceutische industrie. Kocht ik vroeger antiek als investering, nu blijkt het niets meer waard. Niets is meer wat het is of wat ik dacht dat het was. Ik zie het in de winkelstraten, bij de producten die te koop worden aangeboden, het nieuws, de politiek, de menselijkheid in de samenleving etcetera. Maar ook in mijn eigen vak. Hoe ik dacht mijn beroepspraktijk als beeldend kunstenaar, tarotist of therapeut te kunnen leiden. Wat gister nog werkte, werkt vandaag niet meer. En wat doe ik? Blijf ik verbeten vasthouden aan hoe ik het vroeger altijd deed? Aan hoe het mij vroeger verteld en geleerd is, of ben ik bereid het oude los te laten? Hoe eerder we het oude loslaten, hoe sneller we klaar zijn voor het nieuwe. En wat is het nieuwe? Dat weet ik niet. Ik kan het namelijk niet bedenken. Als ik het zou kunnen bedenken, zou het gestoeld zijn op dat wat ik al weet en deed. Loslaten (sterven) kan ik wel. Want ik weet wat het oude is. Het werkt niet meer. Het mag en kan weg. Plaatsmaken voor iets nieuws. De ompoling gebeurt in mij. En hoe soepeler en makkelijker ik meegeef, hoe groter mijn overlevingskansen.’

‘Het leven stopt niet bij de dood. Dat is het mooie van de tarot. Je krijgt iedere keer weer het leven om heelheid in jezelf te bewerkstelligen’ 14


Prenten/druktechnieken Els Maasson, gemaakt in meerdere oplagen. Gecreëerd in de periode 1991 t/m 2004

vader en mijn eigen moeder. Zoals de sjamaan zegt: Moeder aarde en vader hemel.”

Licht & duisternis “Wat we van nature doen, is van pijn af willen komen. Nu – als Jungiaans therapeut – doe ik steeds minder mijn best de ander uit zijn eigen duisternis te halen. Ik help hem of haar eerder zijn duisternis te accepteren. Het heeft in mijn eigen leven een tijd geduurd voor ik erachter kwam dat duisternis is, en dat je daarin ook mag zijn. En dat ‘in duisternis zijn’ niet minder is dan ‘in het Licht zijn’. Uiteindelijk komt er in de levenscyclus van de tarot weer een sprankje licht. Dan verschijnt de kaart van De Ster. De hoop – de nieuwe incarnatie. Het vogeltje op de achtergrond van de kaart verwijst naar de nieuw geïncarneerde ziel, naar inspiratie.”

Stampende voeten “Een mens beweegt in een richting waarvan hij vermoedt dat die tot heling leidt. Een meer compleet worden. Je kunt vermoedelijk ook niet anders. Onbewust is dit de motor achter alles wat we doen. Al kunnen we de roep wel negeren. Achteraf bezien ging mijn eindexamenwerkstuk uit 1992 over de noodzaak om mijn hart vrij te maken. Het linkerdeurtje viel vanzelf open. Het rechterdeurtje klemde. Je moest er letterlijk aan trekken om het open te krijgen. In het diepste binnenste zat een ster. Een kleine zon, innerlijk goud. Het pijnlijke hart dat opengemaakt wilde worden, en dat uiteindelijk de drijfveer is geworden om op zoek te gaan. Het verhaal van Kali, de godin die niets ontziend alles vernietigt wat ze tegenkomt. Onder haar dansende stampende voeten dreigt alles vernietigd te worden. Op een gegeven moment realiseert ze zich dat ze bovenop Shiva, haar mannelijke wederhelft, staat te stampen. In dit beeld is het leven een slagveld, waarin we steeds opnieuw pogingen doen om het gat te vullen, tot we merken dat de gezochte geliefde voor onze voeten ligt. In mijn eigen pogingen om het gat te dichten ben ik van alles tegengekomen, om er uiteindelijk achter te komen dat er maar één iemand is die de wond kon dichten en dat was ikzelf – door voor mezelf die missende vader te zijn.”

Mijn vijftigste “De strijd is gestreden. Nu, op mijn vijftigste, is het geen ding meer dat ik er niet bij zou horen. In mijn kunstenaarschap heb ik altijd iets gemist. Er moest nog iets gebeuren. Mijn huidige therapeut-zijn is de kroon op een ontwikkeling – van kunstenaar tot tarotist. Pas nu, in mijn werk als therapeut, voel ik me echt op mijn plaats. De tarot heeft me geholpen om te ontdekken dat uiteindelijk alles in mezelf zit. Geluk blijkt geen zaak van buiten, maar vanbinnen te zijn.”

Els Maasson is te vinden op meerdere websites. • Als beeldend kunstenaar op elsmaasson.nl | • Haar tarotlessen en tarotconsulten via ridderspoor.nl, tarot-cursisten ontvangen een Studie- en praktijkboek | • Als Jungiaans therapeut is ze bereikbaar via innerlijk-beeld.nl || Onno en Rob Docters van Leeuwen: De Tarot in de herstelde orde | 1995, 2003 (zevende druk) | Uitgever: Servire | 422 pagina’s | ISBN 902158985-0 en 9789021589855

© jhoeko.nl

Bart Hommersen

VA editie 2 • 2017 • 15


advertentie

column

frans olofsen Frans Olofsen kijkt over

Toyota Prius rijdt op het zonnetje Elektrisch rijden is pas echt groen als je rijdt op schone, duurzaam opgewekte stroom. De Toyota Prius Plug-in Hybrid kan elektrisch rijden op uw eigen zonne-energie. Hiervoor is Toyota een samenwerking aangegaan met OpdeZon. Hoe werkt het? Stappenplan: 1 OpdeZon monteert op het dak van uw woning zonnepanelen. Die panelen zijn goed voor zo’n 2.000 kWh (kilowattuur) per jaar. En die zijn op hun beurt goed voor jaarlijks 8.000 tot 12.000 elektrische kilometers met de Toyota Prius Plug-in Hybrid. 2 OpdeZon zorgt voor uw eigen laadpunt om uw Toyota Prius thuis veilig en comfortabel op te laden! In twee uur is de batterij opgeladen. 3 OpdeZon regelt een omvormer en past indien nodig de meterkast aan. Puur op uw eigen duurzame zonnestroom kunt u een afstand van 50 km volledig elektrisch rijden, voldoende voor de gemiddelde woon-werkafstand. Voor langere afstanden is er de hybride rijstand. Groot voordeel is dat de Prius Plug-in Hybrid ook met een lege batterij nog steeds zuinig is. Informatie: toyota.nl/modellen/prius-plugin/

16

Een irect na binnenkomst stelt H. een vraag: ‘Hoeveel stoelen staan er in je huis?’ Lichtelijk overrompeld wijs ik naar de zes exemplaren rond de eettafel. ‘En boven?’ dringt hij aan. ‘Laat maar zitten,’ zegt hij glimlachend, ‘het zal wel door mijn verhuizing komen dat ik zo met meubilair bezig ben!’ Later die avond, hij is al lang en breed vertrokken, loop ik tóch nog even door het huis om te tellen … zestien stuks … best veel … nooit bij stilgestaan! Hoe dan ook, de toon is gezet. De volgende stap is onvermijdelijk: een kwantitatief onderzoek naar het fenomeen stoel. Proefopzet: een dag lang niet zitten en tegelijkertijd het aantal stoelen tellen dat ik tegenkom. Het geschikte moment dient zich aan in de vorm van een nog niet ingevulde zaterdag met stralend weer. Aan de slag! Staand ontbijten: prima te doen. Direct merk je een positieve uitwerking van niet zitten: je wint tijd. Geen onnodige aandacht voor het mooi dekken van de tafel, eitjes koken, sinaasappels uitpersen – dat soort dingen. Lekker tempo maken! Buiten kijk ik met enig dedain naar de auto’s in mijn straat. Feitelijk zijn dat rijdende stoelen. Ik twijfel nog even over mijn fiets. Nee, ook die laat ik staan. Een fiets is niets anders dan een mobiel zadel, en op een zadel zít je. Punt. Uit. Kortom, alleen lopen blijft als vervoersoptie over … en zo kuier ik de straat uit. Waar mijn tocht precies heen gaat, weet ik niet. Ik geef ruim baan aan mijn intuïtie en sla vrij willekeurig linksaf, rechtsaf. Zo stuit ik op nóg een positief aspect van het niet-zitten: je doorbreekt vastgeroeste patronen en leeft meer in het hier en nu. En met diezelfde intuïtie besluit ik in een toevallig naast me stoppende Connexxion-bus te stappen. Er zijn welgeteld drie passagiers. Logisch, het is weekend en nog redelijk vroeg in de ochtend. Ik tuur naar buiten, mijn duim in de aanslag op het handtellertje voor het te tellen aantal stoelen. We rijden langs stadspark de Haarlemmerhout … overal bankjes. Dat tikt meteen flink aan! Maar gaandeweg rijst de vraag of ik al die bankjes wel moet turven. Ik ga er immers niet op zitten. Ik besluit het perspectief van mijn onderzoek te vernauwen en niet langer te spreken over


© Grover Webb: Chairs

grenzen heen, denkt andersom, stulpt fenomenen binnenstebuiten en laat nieuwsgierig licht schijnen op het bijzondere en doodgewone. Zijn nieuwste column gaat over een zaterdag gewijd aan het fenomeen stoel. En Frans zal Frans niet zijn als daar niet alle mogelijke neveninzichten uit voort zullen komen.

dag lang niet zitten ‘stoelen’ maar over ‘potentieel bereikbare stoelen’. Trouwens, ‘stoel’ is eigenlijk geen goed woord, gezien de grote variatie aan vormen. Beter is te spreken over ‘zitplaats’. Bijna vergeet ik de zitplaatsen in de bus te tellen. Maar dan doemt alweer een volgend definiëringsvraagstuk op. Wat te doen met de zitplaatsen van medepassagiers? Ik kan moeilijk op hun schoot gaan zitten – en herdefinieer verder tot ‘potentieel bereikbare, niet-bezette zitplaatsen’. Vanwege de lengte van de definitie ligt een afkorting voor de hand: PBNZ. En zo groeit een zonnige, onbekommerde zaterdag uit tot een hersenbrekend vraagstuk. Het blijkt maar weer hoe lastig het is om betrouwbaar kwantitatief onderzoek te doen. Daarom een waarschuwing: wantrouw de rekenmeesters! Ze komen weliswaar objectief en betrouwbaar over met hun getallen en statistieken, maar voor je het weet venten ze niet-geëxpliciteerde aannames uit en dringen ze een gekleurde werkelijkheid aan je op. Maar dat terzijde. Ik stap mijn favoriete koffietentje binnen en bestel een cappuccino, staand uiteraard. Gelukkig is er een barretje waar ik nonchalant tegenaan kan leunen. Ik pak de ochtendkrant, maar lees alleen de koppen … ja … lezen doe je toch vooral zittend. Een beetje jaloers kijk ik naar twee vrouwen die, pontificaal zittend, koffie drinken en taart met slagroom eten. Zeker een nadeel van niet-zitten: een nogal solistische, ongezellige bezigheid. Maar niet getreurd … ik tel het aantal PNBZ’s in het café en blader wat door de zaterdagbijlage … een reportage over huisinterieur. De bewoner beweert dat zo’n beetje alles van IKEA komt. Ineens staat mijn volgende etappe me helder voor de ogen … IKEA Haarlem. Als je ergens zicht kunt krijgen op het PBNZ-concept is het daar wel! En zo beland ik in industriegebied Waarderpolder. Dat had ik bij vertrek niet kunnen bevroeden – waar zal dit project eindigen? Daar is de grote draaideur … ik sta binnen. En dan, tja … dan ben je in IKEA, want IKEA is

IKEA, waar ter wereld je ook bent. Ik grijp naar het tellertje in mijn jaszak, want direct in de ontvangsthal wemelt het van de PBNZ’s. Ik negeer het restaurant met al zijn zitmogelijkheden en doorkruis de zalen met bedden … maar ook daar blijken, onverwacht, aardig wat stoelen te staan. En dan ben ik er, op de afdeling stoelen, of, in het licht van onderhavig onderzoek: de afdeling PBNZ. De aanblik is overdonderend. Eerst tel ik nog exact, maar al snel schattend … het is anders niet te doen. Ja, waarom noemen we onszelf eigenlijk Homo sapiens, de wetende mens? Misschien is het beter te spreken van de zittende mens, de Homo sessilis. Vlak bij de uitgang gapen huizenhoge magazijnstellingen me aan, maar ik tel niet meer … Murwgebeukt sta ik even later buiten … voorlopig even geen IKEA meer. Intuïtief loop ik weg van het woonwarenhuis, in de richting van Halfweg. Eindelijk een PBNZ-vrij gebied … ontzitten … desessiliseren … dat zou een mooi nieuw werkwoord kunnen zijn. Bijna zes uur ben ik onderweg, ik merk het aan mijn rug. Mijn dorstig oog valt op een groot etablissement: Cafetaria Lunchroom Sandwich City. Het is er gierend leeg. Tientallen PBNZ’s gapen me hongerig aan. Om het zitten nog wat uit te stellen, doe ik mijn bestelling aan de kassa. De vrouw kijkt me onderzoekend aan … ik blijf zo lang mogelijk staan, maar al snel komt ze aanlopen. Ik wil haar niet in verlegenheid brengen en zijg neer … oeff … wat kan zitten lekker zijn. Rozig onderuitgezakt pak ik het tellertje en lees het eindresultaat, wetende dat het om een fractie gaat van het daadwerkelijke aantal eetkamerstoelen, bureaustoelen, tuinstoelen, kinderstoelen, schommelstoelen, krukjes, banken … 2341! Frans Olofsen

De volledige schat van alle door de jaren heen geschreven columns van Frans Olofsen is te vinden op salicornia.nl VA editie 2 • 2017 • 17


Een heerlijk tijdverdrijf column

marjet maks Kan een huis zijn bewoner uitkiezen? “Ja,” roept Marjet Maks volmondig. “Ons huis! En het staat in Spanje.” Een eeuwenoud huis met waterbron in een klein boerenbergdorp in de Spaanse Alpujarras dat Marjet sindsdien inspireert tot het schrijven van columns en verhalen. In dit lentenummer over dromen en schrijven. ‘Een mens schrijft boeken vol met verhalen en manuscripten die nooit het levenslicht tussen twee kaften zien.’

aarom? Waarom schrijft iemand zichzelf een RSI-arm in een donker hoekje als buiten de zon schijnt? Omdat schrijven dromen is, dromen over andermans levens, omdat het heerlijk is om een wereld te verzinnen die niet de jouwe is, maar waar je wel van alles van jezelf in kunt stoppen. Schrijven is dromen over de wens, en de vader, en de gedachte. Met dromen verdien je geen centen, als je naam niet Herman Koch of Connie Palmen is. Dromen zijn bedrog, maar dat wisten we al. Als niet een hebberige uitgever met dollartekens in de ogen je wil publiceren, dan schrijf je vooral voor jezelf en een handjevol fans zoals je moeder en wat Facebookvrienden. Schrijven is een manier om je gedachten te bepalen, je geest scherp te houden, metaforen te bedenken en die in mooie zinnen te verwoorden. Kortom, hier op mijn Spaanse berg is het een heerlijk tijdverdrijf. En aangezien de zon toch wel overdadig schijnt, en ik me allang niet meer schuldig voel dat ik er niet van geniet omdat het weldra zal gaan regenen, verstop ik me liever in een donker hoekje dan levend te verbranden. Op een ratelende typemachine uit de vorige eeuw was het beroep schrijver vooral eenzaam. Maar dankzij de digitale technologie is schrijven van iedereen geworden. Alleen al in Nederland schrijven honderdduizenden mensen serieus met een uitgeefdoel voor ogen. Dat kan tegenwoordig makkelijk in eigen beheer. Makkelijk, ja, maar daar zit ook de valkuil. Zonder goede redactie en professionele vormgeving doe je een lezer geweld aan en gaat je droom als een nachtkaars uit. We bloggen en podden (pod staat voor publishon-demand) tegenwoordig over van alles en nog wat, iedereen weet overal wel iets over te vertellen en we zijn opener over onszelf, onze gewoontes, herinneringen, liefdesleven, eet- en afvalgedrag dan ooit. Of dat nou goed of slecht is, weet ik niet. Goed, denk ik

18

toch, het draagt bij aan onze vrijheid van meningsuiting en die moeten we te allen tijde bewaken.

Proeflezer Er zijn tal van schrijffora en recensiesites, Facebooken LinkedIn-groepen waar je met elkaar over van alles op schrijfgebied kunt discussiëren en raad kunt vragen en geven. Op die fora zijn altijd mensen bereid om je verhaal te proeflezen. Een angstige fase in het schrijfproces. Je hebt maanden en maanden in je eentje zitten wroeten, spitten, schrappen en schaven en dan moet je met de billen bloot. Wat zegt de proeflezer? Is het niks of is het geweldig? Meestal geen van beide, een goede proeflezer reikt opbouwende kritiek aan, en je mag weer opnieuw beginnen met nieuwe inzichten, want we houden het leuk. Inspiratie? “Schrijven is jezelf op het spel zetten,” schreef Susan Sontag ooit ergens, en J.C. Bloem zei: “Wie zich het nauwkeurigst beschrijft, beschrijft allen.” Wijze woorden, die ik graag naleef. “Wat schrijf je dan?” wordt me vaak genoeg gevraagd. Romans, verhalen, columns. Ik begon met columns over tuinen die aan het eind van de vorige eeuw in het Utrechts Nieuwsblad verschenen. Toen ik in Spanje ging wonen, schreef ik over de aanleg van mijn eigen tuin op een Spaanse berg, daar kwamen kookcolumns en korte stukjes over mijn buren en het leven in een Spaans bergdorp bij. In 2003 schreef ik mijn oer-manuscript, een tuinthriller, die nooit het licht van een bedlampje zag. En zo gaat het zo vaak. Een mens schrijft boeken vol met verhalen en manuscripten die nooit het levenslicht tussen twee kaften zien. Urgentie Heb je wat te vertellen? Eh nee… Iemand zei me een keer dat een verhaal een urgentie moet hebben,


© Larryb Writer - zExposure Photo

Stemexpressie Vrijheid, vertrouwen en ruimte in jezelf Je stem als weg naar je essentie Dagen en weekends Oerzang, De Helende Stem, De Bekkenstem

Zomerweek 22-29 juli

Jaartraining

© rossyyume: Story

start 15 september

anders kan je het net zo goed laten. Ben ik het persoonlijk niet helemaal mee eens, want er zijn veel mensen die genieten van lectuur en de ontspanning van een spannend verhaal. Urgente verhalen vallen eerder onder het kopje ‘literatuur’ en dat kan lang niet iedereen schrijven of lezen. Ik heb net weer een historische roman geschreven, een lijvig werkstuk dat nu op zoek is naar een uitgever. Niet dat ik zoveel heb met geschiedenis, maar internet met het krantenarchief online is een onuitputtelijke bron van informatie. Onderzoek doen naar verdwenen tijden en bedenken hoe mensen in vorige eeuwen leefden, vind ik heel erg leuk. Uit de negentiende eeuw spreken boeken als De klop op de deur van Ina Boudier Bakker en Eline Vere van Louis Couperus tot mijn verbeelding. Levens in een tijd zonder mobiele telefoons en internet, een tijd met gaslicht en lantarenopstekers. Er waren nog geen auto’s, maar er was wel een paardentram, en een begrafenis ging per koets. Het mooie van die tijd is dat de mensen toen en nu veel dezelfde wensen en verlangens hebben. Een negentiende-eeuws personage verlangt ook naar vriendschap, goede gezondheid, een mooie dag, een belegde boterham, een onafhankelijke geest. Aan die innerlijke en uiterlijke conflicten van de mensheid door de eeuwen heen valt niet zoveel te tornen. Er zijn meer overeenkomsten dan verschillen, wat voor mij het schrijven van een historisch verhaal wel zo boeiend maakt.

www.mariusengelbrecht.nl 06 - 48 49 43 58

Ontdek het wonder in je levensreis Cursussen • Opleiding • Masterclass contact@biografiek.nl • 06 208 100 48

www.biografiek.nl

(Wordt vervolgd)

Marjet Maks

Marjet drijft met partner Raúl de B&B - guesthouse Viña y Rosales in de Alpujarras (Andalusië): alpujarras. alojamiento.raya.org – mail: VyR@raya.org

ZussenVeld inspiratiedagen voor levenspioniers op diverse locaties in Nederland

Kijk voor ons programma op www.zussenveld.nl VA editie 2 • 2017 • 19


Foto’s: Hapé Smeele

De geneeskunde

20


Henk Fransen werkt aan Nederlands eerste medicijnloze ziekenhuis

van de toekomst Een ziekenhuis zonder medicijnen – dat is al twintig jaar de droom van arts Henk Fransen. Een centrum waarin hij, samen met collega’s, een keur aan alternatieve behandelingen zou willen aanbieden. In 2015 kwam dit oude idee in een stroomversnelling na een ontmoeting met een Chinese Zhineng-leraar die in de jaren negentig in een Chinees medicijnloos ziekenhuis had gewerkt dat door meer dan 300.000 patiënten van over de hele wereld was bezocht. Dana Ploeger zocht Henk Fransen op om meer te horen over zijn plannen, dromen en visie. “Verbinding is een belangrijk thema in mijn leven.” e eerste keer dat zijn eigen idee van een medicijnloos ziekenhuis in hem opkwam, was het nog een paleis zonder inhoud – een ideaalbeeld. Pas de laatste jaren heeft zijn droom meer inhoud gekregen, vooral na een ontmoeting met de Chinese Zhineng-leraar Xie Chuan in 2015 – die in de jaren negentig in het grootste medicijnloze ziekenhuis van China werkte. In dat Chinese gezondheidscentrum bleek bij 95 procent van de mensen die er een maand verbleven de vitaliteit te verbeteren. “Ik hoop dat ook ik in mijn gedroomde ziekenhuis een plek kan creëren,” zegt Henk Fransen ergens in ons gesprek, “waar mensen, naast hun reguliere behandeling, terecht kunnen voor een alternatieve aanpak. Genezing van kanker valt nooit te garanderen, maar ik denk wel dat er veel méér mogelijk is en in die richting wil ik graag stappen zetten. “Tegelijk hoop ik ook een stuk van de grote angst weg te halen die de reguliere geneeskunde of farmaceutische industrie onbewust creëert. Mensen voelen zich onmachtig en ervaren angst. Zijn ze er op tijd bij? Kan er nog iets gedaan worden? Het is omgedraaid: ons lichaam is ontworpen er iets aan te doen, alleen dat innerlijk mechanisme werkt dan niet afdoende – dus moeten we dat beter faciliteren.”

Aan wat voor therapieën denkt u dan? “In dat gedroomde centrum wil ik mensen behandelen middels de Chinese bewegingsleer voor zelfgenezing: Zhineng (Chi Neng), een vorm van het bekendere Qigong, maar dan speciaal ontwikkeld voor zieke mensen. Je doet eenvoudige, maar vanbinnen zeer intense en sterk doorwerkende bewegingsoefeningen om de

innerlijke geneeskracht te stimuleren. Het ziekenhuis zou een integraal centrum moeten zijn waar mensen naast de Zhinengmethode terecht kunnen voor meerdere effectieve alternatieve therapieën en waar ze informatie krijgen over voeding, supplementen, ontgiften, stress en omgevingsfactoren.”

Maar zijn er niet al legio alternatieve therapeuten en klinieken? Waarin zit dan het verschil? “Ja, er zijn meerdere alternatieve klinieken, maar die vragen veel geld en dat kan niet iedereen betalen. Tien- tot dertigduizend euro voor een behandeling van twee tot drie maanden is geen uitzondering en wanneer je weer thuis bent, moet je de vaak dure behandeling nog voortzetten. Daarbij komt dat meerdere in mijn ogen belangrijke factoren in deze centra niet worden geadresseerd, zoals de oorsprong van onze innerlijke stress, spanningen in relaties en een slechte slaapplek. In mijn gedroomde centrum wil ik effectieve, natuurlijke en tegelijk goedkope behandelingen inzetten, zodat vrijwel iedereen ze zal kunnen betalen. Ook zal ik veel aandacht besteden aan de overgang naar de thuissituatie, zodat mensen er na een paar fijne kuurweken thuis niet weer alleen voor staan. Daarnaast is het de bedoeling online programma’s aan te bieden. Kennis, ervaring en onderzoek hoop ik zo gratis via YouTube-filmpjes te verspreiden, zodat zoveel mogelijk mensen er iets aan kunnen hebben.”

Verbinding

Het werk van basisarts Henk Fransen (58) bestaat sinds dertig jaar uit het bieden van hulp aan VA editie 2 • 2017 • 21


de rode draad in mijn leven geworden’

Levensloop

© Zola Zhou

‘Zo is mijn falende immuunsysteem

mensen met kanker die door de bomen het bos niet meer zien. En dan doelt hij met name op het oerwoud aan alternatieve behandelingen. Hij staat bekend om zijn persoonlijke, invoelende aanpak, maar critici als de Vereniging tegen de Kwakzalverij stellen dat hij mensen weg zou houden van reguliere behandelingen en geld verdient over de ruggen van ernstig zieke patiënten. Maar, zegt Henk Fransen dan, je verwijt een chirurg die iemands leven redt toch ook niet dat hij over de ruggen van ernstig zieke mensen rijk wordt. “Verder ben ik niet anti-reguliere geneeskunde en adviseer ik mensen nooit hun chemo of bestraling te staken. Regulier en alternatief ken ik een gelijkwaardige positie toe. Ik zie het als mijn persoonlijke uitdaging om die twee werelden meer met elkaar te verbinden.” Sterker nog, hij zou graag zien dat er één alomvattende geneeskunde komt – een geneeskunde die het beste uit alle geneeswijzen verenigt, ten dienste van de patiënt. Een dergelijke geneeskunde zal er volgens hem ook gaan komen, en zelfs sneller dan de meeste mensen denken. Tijdens zijn artsenstudie miste hij een aantal zaken. De reguliere geneeskunde reduceert de mens naar zijn smaak teveel tot een lichaam, soms haast tot een machine – die een mankement van buitenaf repareert. Het is geweldig wat de geneeskunde op die manier vermag, Fransen is er uitermate lovend over. Hij zegt: “Na een ernstig ongeval of bij complicaties en ernstige acute ziekten, zijn patiënten op vernuftige wijze in leven te houden. Ikzelf heb mijn leven daar nota bene meerdere keren aan te danken gehad. Maar bij chronische ziekten kent die benadering zijn beperkingen.”

22

In de huurwoning in Arnhem waar Fransen woont, krijg ik niet de indruk dat deze arts rijk is geworden van zijn levenswerk. In de kleine huiskamer staan een eenvoudige stoel en bank tussen diverse lampen en een groen doek – dit ten behoeve van de voorlichtende filmpjes die hij op YouTube en zijn website plaatst. “Sinds ik het potentieel van internet heb ontdekt, deel ik kennis en ervaring meer en meer langs deze weg. Daar verdien ik nauwelijks aan, maar zo bereik ik wel veel mensen. De filmpjes zijn nu in totaal 200.000 keer bekeken.” In zijn huiskamer neemt Henk Fransen me mee terug in zijn leven, allereerst naar het eerste jaar van zijn leven. Het moment waarop hij geboeid raakte door de geneeskunde. “Het ligt voor de hand om te zeggen dat ik geneeskunde ben gaan studeren omdat mijn oudere broer, waar ik veel mee optrok, diezelfde richting op trok. Op die manier kan ik mijn levensloop heel logisch maken, maar zelf denk ik dat de oorsprong van mijn werk toch dieper ligt, misschien zelfs teruggaat naar mijn eerste levensjaar. Als baby lag ik een half jaar in een isolatieruimte in het ziekenhuis. Mijn immuunsysteem werkte niet optimaal en keer op keer werd ik ernstig ziek. De dokters kwamen er maar niet achter wat ik had. Elke infectie maakte mij doodziek; daarom lag ik in die isolatiekamer, mijn handjes vastgebonden, zo klein als ik was.


Aan alle kanten ingeperkt – niet opgepakt, niet geknuffeld of vastgehouden. Als er al iemand bij me kwam was dat voor een injectie of voor onderzoek. Niemand heeft ooit ontdekt wat er mis was.” Op een gegeven moment werd hij naar huis gestuurd om te sterven. “Maar toen ik weer bij mijn moeder aan de borst lag, knapte ik langzaam op. Zo is dat falende immuunsysteem de rode draad in mijn leven geworden.”

Heling

Hoe heeft deze ervaring u beïnvloed? “Ken je het boek Je kunt je leven helen van Louise Hay uit 1984? Daarin beschrijft zij hoe je door zelfonderzoek je leven positief kunt veranderen. Nou, ik zou zelf nog heel graag een boek willen schrijven met een net wat andere titel: Het leven wil jou helen. Ik denk dat alles wat je in jezelf wegdrukt, uiteindelijk voor je neus wordt gelegd. Niet om je te pesten, maar om je heel te maken. We leren van de dingen die op ons pad komen. En als je ze negeert, komen ze keer op keer terug. In mijn geval denk ik dat het leven mij naar heling wilde drijven door mij uiteindelijk naast zieke kinderen te plaatsen – maar nu als dokter. Op mijn 26e stond ik zelf als co-assistent aan het bed van baby’s, en ervoer ik een onverwacht sterke terughoudendheid in mezelf. Ik vermoed dat ik op dat moment aanliep tegen de pijn van toen. Ik zag hoe ogenschijnlijk makkelijk mijn collega’s langs de gevoelens van patiënten scheerden. Hoeveel goede dingen reguliere artsen ook doen, tegelijkertijd wist ik dat dit niet mijn pad was. Voor mij was er te weinig aandacht voor de emotionele, mentale, relationele en zelfs zielsaspecten van de mens – die in de genezing ten slotte ook een rol spelen. Op zoek naar de menselijke aspecten van genezing begon ik me te verdiepen in alternatieve geneeswijzen. Ik las alles wat los en vast zat over Chinese, Japanse en Zuid-Amerikaanse therapieën, over westerse behandelingen als homeopathie, Kneippse wisselbaden en kuuroorden. Voor genezing leek me meer nodig dan pillen alleen.”

Moeder Theresa

Als jonge student reisde u de wereld rond; u werkte bij Moeder Theresa in India en in Afrika, en eenmaal terug in Nederland richtte u zich als basisarts vooral op mensen met kanker. Waarom? “Dat heeft met mijn vader te maken, hij kreeg in mijn studietijd een ongeneeslijke vorm van kanker. Als kritische wetenschapper had hij zijn leven lang op reguliere geneeswijzen vertrouwd, maar na deze diagnose keek hij toch verder. Samen bezochten we enkele alternatieve artsen, die hem adviseerden anders te gaan leven. Hij koos onder andere voor de Moermantherapie. We hadden samen veel discussies en door zijn benadering ben ik me gaan interesseren voor de wetenschappelijke onderbouwing van alternatieve

geneeswijzen. Dat heb ik aan mijn vader te danken. In die tijd kwam ik dichter bij hem te staan. Uiteindelijk heeft hij nog twaalf jaar geleefd. Bij een van de door mijn vader geconsulteerde natuurtherapeuten ben ik stage gaan lopen en zo ben ik me meer en meer in de alternatieve aanpak gaan verdiepen. Een paar maanden na mijn afstuderen startte ik mijn eigen artsenpraktijk – wat ik jarenlang met het grootste plezier heb gedaan. Ik kan redelijk goed mensen aan de hand nemen, zonder ze te vertellen wat ze moeten doen. Ik leg uit hoe het anders kan, zoek wat bij iemand past, maar leg niets op.”

Wat fascineert u zo aan deze ziekte? “Eerlijk gezegd gaat er voor mij niet zozeer een aantrekkingskracht uit van kanker, maar meer van het immuun­systeem. De ervaring uit mijn babytijd en de noodzaak mijn eigen immuunsysteem te versterken, waren daarin, denk ik, belangrijk. Ik vind het fascinerend hoe het immuunsysteem ons als mens helpt te overleven. Bij elke bedreiging van binnenuit of buitenaf staat dit afweersysteem klaar. Niet alleen is het druk met het verwijderen van aanvallers, het streeft ook naar optimale gezondheid. Elke cel moet zo goed mogelijk zijn werk kunnen doen. Maar een groot deel van ons zelfgenezend vermogen berust op een optimale informatieuitwisseling tussen de cellen. Een cel kan op zichzelf nog zo gezond zijn, als cellen niet goed communiceren, verzwakt het hele systeem. Wie optimaal wil leven, moet ook goed met zichzelf kunnen communiceren. Wie niet doet wat hij moet doen in het leven, niet doet waar zijn hart ligt, verzwakt zijn eigen systeem.”

Rat race

Wat ziet u als grootste bedreiging voor onze gezondheid? “Honderd jaar geleden had 1 op 50 mensen kanker, twintig jaar geleden was dat 1 op de 7 en tegenwoordig is dat al 1 op de 3. Kanker is een uitputtingsziekte, een degeneratieve welvaartsziekte die ook te maken heeft met de ‘rat race’ waarin wij leven. Ik noem dat leven in het rood. In die ‘rat race’ is het zwaar om als mens te overleven. Denk aan stress thuis, op het werk en soms ook geldzorgen, naast een slechte leefomgeving, weinig voedende voeding en straling. Die factoren plaatsen ons voor grote uitdagingen. Ik denk dat veel mensen tegenwoordig in de overlevingsmodus zitten. En een mens in de overlevingsmodus schakelt over op zijn energiereserves. Vervelend is dat het lichaam niet buffert of spaart. Cellen houden niets achter voor slechtere tijden. De enige reserves die we hebben, zitten in de bijnieren en wanneer je die bijnieren uitput, krijg je een burn-out. Zelfs twintigers lopen tegenwoordig al tegen een burn-out aan. Onlangs nog werd ik van mijn stoel geblazen door een gesprek met een therapeut die het menselijk lichaam doormeet middels een vrij reguliere test. Hij vertelde me dat hij geregeld tieners ziet bij wie VA editie 2 • 2017 • 23


de bijnieren al aan het uitputten zijn. Kun je je dat voorstellen? Kinderen in de opbouwfase! Een ander voorbeeld: de snel teruglopende kwaliteit van het zaad van jonge mannen; 1 op de 6 paren heeft nu al moeite om zwanger te worden. Mensen letten wat mij betreft te weinig op dit soort signalen.”

Zou een toekomstig kabinet iets kunnen betekenen met bijvoorbeeld preventieprogramma’s? “Ik ben absoluut voor preventie. Maar met meer preventie alleen zijn we er niet. Soms denk ik wel eens dat de situatie eerst nog verder moet verslechteren om ons echt in beweging te laten komen. Een kabinet dat het in dit opzicht verprutst, zorgt er indirect en onbedoeld voor dat we wakker worden. Kijk naar de Verenigde Staten, waar je een beweging van binnenuit ziet ontstaan, en mensen meer en meer opkomen voor wat werkelijk van belang is. Pas onder extremere omstandigheden worden we uitgedaagd om over het leven na te denken en in actie te komen. Dat kan een ziekte zijn, maar ook een faillissement. In mijn lezingen haal ik wel eens het volgende voorbeeld aan: ‘Waarom halen we niet alle moedermelk op, om die aan dure laboratoriumprofessoren te geven, die we daar de beste en meest essentiële voedingsstoffen uit laten halen – om die vervolgens weer in dure supplementen te kunnen stoppen en deze aan onze baby’s te geven?’ Als ik dat verhaaltje vertel, verklaart iedereen me voor gek. Maar waarom doen we zelf dan iets vergelijkbaars? Waarom leven veel mensen liever op een ongezonde manier dan dat ze het herstelvermogen van hun lichaam op een natuurlijke manier aanspreken? Waarom hechten we meer geloof aan een supplement dan aan natuurlijke voeding? Tachtig procent van alle kanker kan volgens onderzoekers worden voorkomen door leefstijlverandering. Maar zelfs de dreiging van een dodelijke ziekte blijkt niet genoeg mensen te laten stoppen met ongezond leven. Dus zoek ik naar de intrinsieke motivatie en probeer die aan te spreken.”

Bezieling

Wat kunnen we doen om gezond of gezonder te worden? “Mijn behandeling bestaat uit vijf onderdelen die alle vijf van belang zijn: lichaam, voelen, denken, relaties en de ziel. Wat het lichaam betreft: gezonde, natuurlijke voeding, maar ook goed ademen. Emoties krijgen aandacht – zoals ook alles wat we denken van invloed is. Alles staat in verbinding. Net als de relaties die we aangaan, die onze gezondheid beïnvloeden. Het kan zijn dat mensen eenzaam zijn in hun relatie, gezin, omgeving of werk. Het kan zijn dat er een muur staat tussen hen en de ander. Pas als je in dat geval naast de voedingssupplementen en de chemo ook deze aspecten meeneemt, kun je spreken van holistische geneeskunde. Tot slot gaan we aan de slag met bezieling. Als die weg is, is het moeilijk genezen. Hoeveel mensen zitten niet in een baan of relatie waarin ze geen enkele 24

bezieling meer voelen? Samen kijken we hoe je op je persoonlijke pad bij je passie en interesse kunt komen die je weer energie kunnen geven. Dat zijn hele essentiële stappen naar zelfgenezing.”

U zegt dus niet: ‘Ik ga jou genezen’? “Nee, nooit. Ik zeg wel: ‘Het lichaam is tot veel in staat, je bent nog niet dood, dus laten we samen onderzoeken hoe ver we kunnen komen? Ik weet niet hoe ver dat zal zijn, maar ik wil kijken wat ik voor je kan betekenen – en jíj moet het willen’. Van spontane genezingen weten we dat het belangrijk is dat mensen hun eigen pad weten te vinden. Het beste zou het zijn als je de verwachting los zou kunnen laten dat je beter wordt – zodat je je volledig kunt richten op een andere kwaliteit van leven in de tijd die je hebt. In mijn ogen faciliteert het leven van vandaag het leven van morgen. Helaas gaan mensen soms dood, ook wanneer ze van alles hebben geprobeerd. Maar geregeld hoor ik ze ook zeggen dat ze in de laatste maanden ‘meer geleefd hebben dan in tien jaar daarvoor’. Kwaliteit van leven is het enige wat we in de hand hebben.”

Schuld

Geeft uw aanpak mensen niet het idee dat ze zelf de oorzaak zijn, misschien zelfs schuld hebben aan hun eigen ziekte. “Ja, dat kan, maar dat gevoel van schuld zit dieper, en dat schuldgevoel was er voor de ziekte ook al – dat zit in onze christelijke cultuur gebakken. Goed en fout, schuld en onschuld. Heb ik het wel goed gedaan? Is het míjn fout? Als het erom spant in het leven, wordt die vraag vanzelf actief. Aanhoudende schuldgevoelens zijn ziekmakend en mogen geheeld worden. Wat mezelf betreft, ik zou me eerder schuldig voelen als ik mensen niet zou laten zien dat ze zichzelf kunnen verbeteren – dat het ook anders kan.” Hoe zit het met uw eigen levensthema’s? “Ik kom van ver, veertig jaar lang heb ik me heel erg onmachtig gevoeld. Lang heb ik een uitkering gehad – ik kon zelfs nauwelijks rondkomen – en twee keer ben ik gescheiden. Een flinke periode heb ik volledig vastgezeten in mezelf. Ik had mijn dromen, maar kon ze moeilijk verwezenlijken, ik begreep de wereld niet. Dan liep ik door de straat en keek naar al die huizen met gezinnen, een auto voor de deur, en ik snapte niet hoe zij dat voor elkaar hadden gekregen. Ik snapte niet hoe het spelletje werkte. Ik stond aan de rand van de samenleving, almaar roepende dat het niet goed ging; dat het anders moest. Maar zelf kon ik het niet voor elkaar krijgen. Pure onmacht. Ik riep: ‘Jullie doen het fout’, terwijl ik niet kon laten zien hoe het dan wel moest. Ik had vooral kritiek. Ook in mijn relaties.” Wat is er veranderd? “Een jaar of zes geleden volgde ik twee traumaopleidingen en die hebben veel in beweging gebracht. Ik besefte dat ik tot dat moment in een soort freeze had


gezeten – muurvast. Keihard ben ik daarna aan het werk gegaan, soms wel tachtig uur in de week. In die tijd heb ik veel opgebouwd van wat je nu ziet. Eindelijk kon ik mijn ideeën uitdrukken. Ik schreef het Handboek Kanker - hoe je reguliere en alternatieve behandelingen optimaal kunt combineren dat goed werd ontvangen. Ik kreeg een relatie, ervoer een echte klik. Zij leerde mij eerlijk te zijn over wat er bij mezelf gebeurde. Maar toen hield onze relatie op – en kwam ik op de bodem van een put terecht, en daar hebben zich dingen omgedraaid. Op die bodem voelde ik mijn eigen bodem.”

‘We leren van de dingen die op ons

Dromen

Hoe lang duurt het nog voordat de eerste patiënten uw nieuwe centrum, het eerste medicijnloze ziekenhuis, binnen zullen stappen? “Ik stop er zoveel mogelijk vrije tijd in om het te realiseren. Maar mijn centrum is er niet van vandaag op morgen. Mensen vragen me geregeld: hoe gaat het er nou uitzien? Dat is niet mijn grootste prioriteit. Als ik de inhoud goed heb, en de juiste mensen om me heen heb verzameld, komt pas het daadwerkelijke gebouw. Ik wil eerst laten zien dat het kan functioneren. Het kristalliseert zich stap voor stap uit – het is een zoektocht. Ik doe het minder voor de ander of om de wereld te verbeteren. Ik doe het voor mezelf; ik wil vrijheid van creëren voelen – dat een mens gewoon kan bouwen wat hij zich voorneemt. In dat opzicht wil ik tot inspiratie zijn. Daar heb ik vertrouwen in en in dat vertrouwen zet ik stappen vooruit. Moeder Theresa en Nelson Mandela zijn twee voorbeelden: Elke dag bouwen, anders komt het er niet.” Dana Ploeger Website Henk Fransen: henkfransen.nl| Op internet is interessante informatie te vinden over de tot 2001 in China functionerende medicijnloze Huaxia Zhineng Qigong Clinic, bijvoorbeeld op: chilel.com/WhatIsChilelQigong/hospital.htm

pad komen; zolang we ze negeren, komen ze keer op keer terug’

© Jarod Carruthers

Wat is er in essentie veranderd na deze crisis? “Mensen met kanker putten hoop en kracht uit mij, wellicht omdat ze ergens voelen waar ik vandaan kom en hoe vast ikzelf in mijn leven heb gezeten én dat ik nooit heb opgegeven. Ik heb me zo onmachtig gevoeld dat ik de neiging had mijn droom te begraven. Maar ook al lukt het niet een droom te realiseren, het heeft ook waarde als iemand durft te blijven dromen. Ook op relationeel vlak. Nu is er opnieuw een vrouw in mijn leven met wie het heel goed gaat. Soms denk ik: waar heb ik dit aan verdiend? Misschien omdat ik het nooit heb opgegeven en altijd in de liefde ben blijven geloven.”


We voeden ons niet met stoffen, maar met informatie, verpakt in licht, aldus de Duitse biofysicus Fritz-Albert Popp twintig jaar geleden in dit blad. Frans Kusse herinnert zich van nog langer geleden een voordracht die in precies dezelfde richting wees.

Informatie via licht Meer dan dertig jaar geleden hield de Amsterdamse arts Leo Duivenvoorden een lezing voor de Koninklijke Vereniging Homeopathie Nederland (KVHN). De essentie van zijn verhaal staat me nog helder voor de geest. ‘Stel u voor dat u een onbekend grottenstelsel binnen gaat. U bent gewapend met een hoofdlamp en u heeft materiaal en proviand om geruime tijd ondergronds te kunnen blijven. U ontdekt de ene grot na de andere – die via een ingewikkeld gangenstelsel verbonden blijken te zijn. Lage grotten waar u nauwelijks rechtop kunt staan en enorme ruimtes, zo groot als een kathedraal – de een nog indrukwekkender dan de ander, met schitterende stalagmieten en stalactieten waar prachtige beelden in te zien zijn – een uil, een mammoet, een bisschopsmantel. Om van de ene ruimte in de andere te komen, moet u zich soms door zeer nauwe holtes wurmen. Maar uw enthousiasme wint het van uw angst om ergens vast te komen zitten. Op een gegeven moment besluit u terug te keren naar de buitenwereld. Maar tot uw schrik merkt u dat de gang waardoor u dacht terug te keren niet naar de vorige ruimte leidt, maar naar een nieuwe ruimte. Na verloop van tijd moet u concluderen dat u verdwaald bent. Het licht van uw hoofdlamp wordt langzamerhand zwakker en ook uw proviand begint op te raken. U voelt zich verloren en de wanhoop slaat toe. Net op het moment dat u, voortstrompelend in het pikkedonker, de moed begint op te geven, ervan overtuigd dat uw einde nabij is, ziet u plotseling één lichtstraal door een nauwe kier in het plafond komen. Die ene lichtstraal is voldoende om nieuwe hoop en energie op te doen. Met hernieuwde krachten klautert u langs de rotswanden omhoog en gelukkig bereikt u weer de buitenwereld. U bent gered. Die ‘ene lichtstraal’ in dit verhaal is te vergelijken met de informatie van een geneesmiddel, bijvoorbeeld een homeopathisch geneesmiddel. Ons systeem – lichaam én geest – reageert op de juiste informatie, de informatie die we nú nodig hebben. Daarbij is niet de hoeveelheid van belang, en ook niet de biochemische vorm van de informatie. Waar het om gaat is een juist gekozen geneesmiddel dat de immateriële informatie bevat die nodig is om het zelfherstellend vermogen binnen een systeem te activeren.’ Leo Duivenvoorden was zijn tijd ver vooruit door de werking van een homeopathisch geneesmiddel te verklaren als een vorm van informatieoverdracht en licht te kiezen als metafoor. In dit verhaal is de informatie: ‘Hier is de buitenwereld, je bent gered.’ In de dagelijkse praktijk kan licht iedere mogelijke informatie dragen. Frans Kusse

26

beeldcolumn jos van wunnik

Al veertig jaar probeert hij het mysterie van de natuur te verbeelden. Wonderschone, etherische schilderijen en foto’s zijn in dit proces ontstaan waarin het mysterie van het leven gevangen lijkt. ‘Het schilderen is altijd een zoektocht geweest. Een behoorlijk heftige zoektocht zelfs, voortkomend uit een verlangen naar heelheid.’ Vierde van een serie beeldcolumns.

Ik heb een plek in het bos gevonden. Naast een eik ga ik zitten. Verwonderd merk ik hoe ik resoneer met deze plek. Het geheim van de dingen schilderen. Het geheim van het stromen van alle kleuren; het bloeien, stralen, verdiepen, verduisteren en versmelten. Er is geen onderscheid tussen de dingen en hun geheim. Kleuren van het onzichtbare versmelten tot een landschap van het hart. Een plek waar je alleen maar hoeft te zijn. Een beeld van ruimte die in mij is en mij omvat. Een beeld van volheid – de volheid van de aarde, de moeder, de volheid van het scheppen.

Lichtklank, moedersteen 6 / caseïnetempera op paneel / 100 x 70 cm / 2002


Een beeld van ruimte Bezielde aarde, hartcentrum / caseïnetempera op paneel / 100 x 70 cm / 2002

Website: vanwunnik.com

VA editie 2 • 2017 • 27


column magie in het dagelijks leven Natuurwetenschapper Rob Top, aan het einde van zijn carrière afdelingshoofd op het ministerie van VWS, ontdekte op enig moment in zijn leven de aantrekkingskracht van een oeroud ritueel, de vision quest. ‘Ergens, diep vanbinnen werd een knop omgedraaid en werd de koers van mijn leven verlegd.’ Na vele eigen ervaringen begeleidt hij nu vision quests van anderen.

Een verhelder

H

boeken van Els Maasson A van spin, Een eigenzinnig en onconventioneel ABC-boek van 20 × 20 cm met 26 full color reproducties van originele linoleumdrukken (26 prenten conform de letters van het alfabet) | 120 pagina’s. Waterkoning is een jubileumuitgave uitgebracht ter gelegenheid van 20 jaar kunstenaarschap en 40 jaar mens. Het bevat een overzicht en beschrijving van werk uit de periode 1987 – 2007 | 16 × 16 cm | 80 full color pagina’s | oplage: 850 | genummerd en gesigneerd. Bestellingen: Om een boek te ontvangen maakt u € 13,50 (€ 10,00 + € 3,50 verzendkosten) over: NL31 RABO 035 76 81 177 t.n.v. E. Maasson te Rotterdam o.v.v. ‘Waterkoning’ of ‘A van Spin’ plus naam en adres waarop u het boek wilt ontvangen. Of: € 25,00 indien u beide boeken tegelijk wilt ontvangen.

28

et is een onwaarschijnlijk, maar waar gebeurd verhaal. Op het eerste gezicht niet erg spectaculair, maar wel een verhaal met betekenis. Bizar en prozaïsch tegelijk. Noodweer en onweer spelen er een hoofdrol in. Sowieso dient noodweer zich met enige regelmaat in mijn leven aan. Ik kan daar tal van curieuze, wonderbaarlijke verhalen over vertellen. Hier één voorbeeld. Dit verhaal zou niet bestaan zonder de vierdaagse retraites voor het bedrijfsleven die ik verzorg voor een trainingsinstituut. Het belangrijkste onderdeel binnen zo’n retraite is een 24-uurs-verblijf van de deelnemers P(managers) op een begrensde plek in de natuur – zonder eten en in afzondering. Eén of twee begeleiders van het instituut zijn alle vier de dagen aanwezig. Voor dit verhaal moeten we enkele jaren terug in de tijd naar een plek in het zuiden van Spanje. Normaal gesproken een kurkdroog gebied. Deze keer echter bewolkt, er viel zelfs een druppel regen. Toen de deelnemers, bij zonsopgang, aan hun 24-uurs-solo-retraite begonnen, kwam de regen zelfs met bakken uit de lucht. Stortregens geselden de deelnemers. Zeldzaam, zo’n hoosbui in dit gebied. De volgende ochtend kwamen ze terug. De regen was een grote uitdaging geweest, maar had ook voor intense ervaringen gezorgd. Zes maanden later was ik terug in hetzelfde gebied. Met dezelfde begeleiders, maar met een nieuwe groep. De weergoden leken ons dit keer gunstig gezind. Het weerbericht beloofde twee weken zon. Echter, toen ik twee dagen van tevoren met Berend aankwam, een van de begeleiders van het instituut, begon het te betrekken. In de nacht voorafgaande aan de 24-uurs-retraite begon het tot onze ontzetting zelfs te regenen. Bijna onafgebroken, de volle dag en nacht. Hoe vaak doet een dergelijk noodweer zich hier eigenlijk voor, vroegen we de beheerder van het centrum. Zelden, zei deze. Wanneer was de vorige keer dan? Hij dacht even na: ‘Zes maanden geleden!’ Ongelooflijk. Zes maanden geleden was ons vorige verblijf. In de tussentijd had het dus nauwelijks geregend! Alentejo Voor onze volgende training verhuisden we van Spanje naar midden Portugal, de Alentejo. Ook een mooi-weergebied – droog, hoewel niet kurkdroog. Maar droog was het bij onze aankomst niet. Er viel nu en dan wat regen. Maar het kon erger, want tijdens de 24-uurs-retraite van de deelnemers


© Tom VanNortwick

end onweer

viel er ineens veel regen, vooral ’s nachts. En weer alleen in de 24-uurssolo. Niet op de andere dagen. De uitzonderlijkheid van de regenval, elke keer precies in onze 24-uurs-retraites, tartte elke kansberekening. Het jaar daarop was wederom Portugal aan de beurt. Op de betreffende ochtend verlieten dertien deelnemers het basiskamp, op weg naar hun 24-uursplek. En ’s nachts, jawel, barstte het noodweer weer los. Zelden zoiets meegemaakt. Nooit eerder in enige training, in vijftien jaar tijd. Felle regenbuien, plus een drie uur durend onweer. Donder en lichtflitsen spookten door de hemel. Een magisch schouwspel. Bijna de hele nacht was ik op. De deelnemers zelf bleken het buitengewoon goed te hebben doorstaan. Maar Berend en ik keken elkaar aan. Voor de vierde keer op rij!? Wat was hier toch aan de hand? Relatie Er kwam een merkwaardig antwoord. Op een van de voorbereidende dagen had Berend mij terloops gewezen op een volgens hem wat scheve verhouding tijdens de voorbereidende sessies. Geen verwijt, geen kritiek. Het was hem gewoon opgevallen. Zijn vraag hield me bezig. Het kwartje viel. Ik voel me in dit soort retraites altijd sterk verbonden met het gebied. Ik ervaar een sterke energetische uitwisseling. Alsof het gebied op me reageert, me antwoord geeft. En ik besefte dat ik tijdens deze samenkomsten steeds benieuwd was geweest naar de mening van Berends collega, Corrie. Hijzelf was voor mij veel onopvallender aanwezig geweest. Ik besefte dat ik hem en mezelf tekort

deed. Vanaf dat moment veranderde onze relatie. Ik stelde me open voor wat hij te zeggen had. The proof of the pudding is in the eating. In de twee volgende jaren van onze samenwerking hebben we mooi weer gehad. De noodzaak voor noodweer was verdwenen. Een bijzondere gebeurtenis staat beschreven in het prachtige boek Spirit Talkers van William Lyon. Hij vertelt daarin hoe een van de belangrijkste medicijnmannen van de Lakota indianen, Black Elk, aan het einde van zijn leven, en al ver in de negentig, nog één keer een ritueel zal doen op de berg. De lucht is helder. Black Elk zegt tegen zijn biograaf: ‘Als ik nog enige kracht in me heb, zal er tijdens het ritueel regen en onweer zijn.’ Eenmaal op de berg begint Black Elk aan zijn ritueel. Hij danst en zingt en rookt de indiaanse pijp ‘de chanupa’. Tijdens het ritueel begint de lucht te bewolken, het wordt donker en dan valt er regen en is het geluid van onweer te horen. Na afloop van het ritueel is de lucht weer helder. Zelf zie ik de eerder genoemde ervaring als een van de meest vergaande en onbegrijpelijk magische gebeurtenissen uit mijn sjamanistische ‘loopbaan’. Ik ben overtuigd dat er geen ‘toeval’ in het spel is. Eerder een aanzet om me open te stellen voor de ongelooflijke krachten die werkzaam zijn in natuur en universum, en een uitnodiging om me daar meer door te laten gidsen. Rob Top

Info: instituutvoorritesdepassage.nl VA editie 2 • 2017 • 29


Een brug tussen Ons lichaam en onze psyche zijn eindig, maar de mens heeft ook een hemelse kant – die eeuwig is en na de dood blijft bestaan. Op zijn vijftiende maakte Daniël van Egmond voor het eerst kennis met deze hemelse kant. Een mystieke ervaring die het dromerige jongetje van toen zou veranderen in een zoeker die in zijn latere leven legio mensen in contact zou brengen met dat tijdloze aspect in zichzelf. Filmmaker Wout Boekeloo maakte een intrigerend filmportret van Daniël van Egmond. Een impressie: ‘Ik denk dat wij mensen zijn bedoeld

Foto’s: Hapé Smeele

als brug tussen hemel en aarde.’

30

hemel


Filmmaker Wout Boekeloo ontmoet Daniël van Egmond

en aarde anaf mijn vijftiende heb ik ontzettend veel gelezen. Literatuur, gedichten… ik had een enorme leeshonger. Godsdienst, filosofie, alles door elkaar heen. Een leeshonger die ontstond na wat je nu een mystieke ervaring zou noemen. Vanaf dat moment wilde ik begrijpen wat er was gebeurd, en begon ik te lezen, te lezen, te lezen en te studeren. ‘Het gebeurde op de padvinderij – ik was alleen in het bos. Een zonsondergang – heel klassiek. Plotseling was er eenheid tussen het bos en de zonsondergang. Ik was een tijd weg, en ook weer niet weg. Hoelang het geduurd heeft, weet ik niet. Maar het leek wel een eeuwigheid. Het maakte een ongelooflijke indruk op me. Daarna ben ik vrij depressief geraakt. Achteraf zou je kunnen zeggen dat ik me niet meer thuis voelde in deze wereld – in wat ik altijd als thuis had ervaren. En tegelijkertijd voelde ik de drang om te willen begrijpen wat er nu eigenlijk was gebeurd.’ Een ervaring uit een andere wereld? ‘Nee, het was deze wereld, tegelijkertijd ervoer ik alles als een soort verschijning van het goddelijke.’ Zijn we als mens op zoek naar zulke ervaringen? ‘De meeste mensen kennen, denk ik, wel een soort verlangen in deze richting, misschien zelfs een heimwee. Maar we duiden dat verlangen doorgaans verkeerd – niet in verticale, maar in horizontale richting. In termen van carrière maken. Verre reizen maken. We zijn op zoek naar iets, maar eigenlijk weten we niet dat we op zoek zijn. Telkens zijn we even bevredigd tot de onrust weer toeslaat. Steeds opnieuw, en opnieuw. Zolang het verlangen alleen horizontaal geduid wordt, houden we een probleem. Ik ken veel mensen die vanuit zo’n onrust leven of geleefd hebben – tot het besef daagt dat het verlangen eigenlijk over iets heel anders gaat.’ Waarover dan? ‘Een soort terugkeer naar het paradijs. Een in contact komen met het heilige, of welke term VA editie 2 • 2017 • 31


je daarvoor ook zou willen gebruiken. Een volledig mens willen worden. Een van de mooiste beelden vind ik persoonlijk de beroemde gelijkenis van Plato: Plato’s grot. In de duisternis van een grot zitten mensen gevangen die de schaduwen op de wanden aanzien voor de werkelijkheid. Een religieuze ervaring kan je even uit deze grot trekken. Zodra je dan weer terugkeert, weet je: wat ik hier aan schaduwen zie, is dus niet de volledige werkelijkheid. Na zo’n ervaring houd je als mens een verlangen om weer naar buiten te gaan en niet langer gevangen te blijven in het rijk der schaduwen.’

Grote festivals Wat vindt u van de uitspraak dat je zonder zo’n mystieke ervaring niet volledig hebt geleefd? ‘Nee, ik denk niet dat die uitspraak juist is. Kijk, in onze cultuur hebben we nogal de neiging om te zeggen dat het in het leven gaat om ervaringen. We moeten naar grote festivals, we moeten verre reizen maken. Ervaren, ervaren, ervaren. Zelfs in een meditatieve weg menen we tot diepe ervaringen te moeten komen. En als een mystieke ervaring dan een prachtige beleving oplevert, denken we er gelijk te zijn. Maar zo’n piekervaring kun je ook via drugs of technieken bereiken. Een piekervaring zegt niets over wie je werkelijk bent. Het streven ernaar kan zelfs een zeer ik-gerichte activiteit worden die transformatie blokkeert. Kenmerkend voor een gelukte mystieke weg is dat je als mens verandert.’ Waarom zouden we eigenlijk moeten veranderen? ‘Omdat we als mens, naar mijn mening, op aarde zijn om een ziel in onszelf geboren te laten worden. In bijna alle mythen, bijna alle religies, kom je het beeld tegen dat de mens zowel een hemels aspect heeft als een aards aspect. Ik denk dat de mens bedoeld is als een brug tussen hemel en aarde. Maar dan moeten die beide niveaus wel in de mens aanwezig zijn.’ Hoe kan ik een brug worden als ik het andere uiteinde soms niet eens zie of zelfs niet weet dat het er is? ‘Ja, dat is een probleem. Misschien dat die onrust, waar we het net over hadden, ons uiteindelijk op zoek doet gaan… Misschien hebben we van alles in het leven bereikt en blijven we onrustig. ‘Is dit het nu?’ Het gevoel dat er nog iets anders moet zijn. En dat gevoel is in feite de roep om wakker te worden voor een andere dimensie.’

Mystieke hart Alles van boven komt van beneden, zegt de gereformeerde Nederlands theoloog Harry Kuitert. Alles aan die kant komt van deze kant. ‘Ja, vreselijk, hè? Een volstrekt onbegrijpelijke uitspraak en tegelijkertijd typisch voor onze tijd. Een tijd waarin wetenschap het moderne dogma is geworden. Als je

32

vroeger iets zei wat in strijd was met de Kerk, nou, dan had je het slecht. In onze tijd moet alles wetenschappelijk bewezen zijn. De rest is onzin. En als je dan ziet dat die andere niveaus van werkelijkheid zoveel schoner en intenser zijn, en meer met waarheidsgevoel en met goedheid te maken hebben dan wat we vaak zintuiglijk ervaren, dan is het begrijpelijk dat mensen na zo’n ervaring zeggen: ‘Ja, maar eigenlijk zijn het deze ervaringen die ons in het leven moeten leiden – en niet alleen wat we met onze zintuigen of met onze wetenschap hebben ontdekt.’ ‘De uiterlijke mens – de mens die voornamelijk leeft vanuit zintuiglijk niveau – kan zelden zonder zekerheden. Terwijl de mens die heeft geleerd om vanuit het mystieke hart te leven, en die wakker is geworden voor die andere dimensie, juist uitstekend met onzekerheden kan leven. Het verhaal van de Boeddha – alles is vergankelijk, alles gaat voorbij. Je hebt dan minder snel de neiging om de dingen vast te willen houden. Ja, als je in een slechte bui bent en je weer eens helemaal samenvalt met je persoonlijkheid of de uiterlijke mens. Maar zodra we weer een beetje wakker zijn geworden, verdwijnt die behoefte weer. Ik denk inderdaad dat het goed zou zijn om te leven met onzekerheden, met existentiële onzekerheden.’ Welke onzekerheden? ‘Nou … de dood. Elk moment kunnen we een ongeluk krijgen, kunnen er oorlogen uitbreken en kunnen zich natuurrampen voordoen. Kijk naar alle overstromingen wereldwijd. In Nederland hebben we het technisch zo goed voor elkaar dat we het nauwelijks kunnen voorstellen dat ons een echte natuurramp zou kunnen overkomen. En als het toch gebeurt, gaan we op zoek naar de schuldige – want het had niet mogen gebeuren. ‘Terwijl het leven nu eenmaal vol ongelukken en rampen zit. Dat wist men vroeger. Men leefde met lijden, dood en ziekte. In perioden dat het goed ging, was men dankbaar. Wij hebben de zaak omgedraaid. In onze ogen hebben we recht op een goed leven – recht op veiligheid. En mocht er onverhoopt toch iets gebeuren, dan zeggen we dat iemand een fout heeft gemaakt. Wat laat zien hoe krampachtig wij het leven in eigen hand proberen te houden. De maakbare wereld, de maakbare mens, met al zijn biotechnologie. Terwijl de werkelijkheid, als ik zo brutaal mag zijn, andersom is. Alles wat wij doen, is voorlopig… De mens kan proberen om de chaos een beetje tegen te houden, maar uiteindelijk wint de chaos.’

Eindigheid Ik heb begrepen dat u ziek bent. ‘Ja.’ Dus ook uw leven is eindig. ‘Ik heb kanker, ja.’


Schudde u op uw grondvesten bij het horen van dit nieuws? ‘Nee, nee. Ik vond het interessant. Een beetje dwaas hoor, maar nee, ik was niet verbijsterd, ik was niet angstig. Je schrikt wel even... Het betekent dat er ergens een einde is… Maar dat wist ik al. Ik zit sowieso in de laatste fase van mijn leven. Wij leven alsof wij oneindig zijn, alsof er geen dood is. In mystieke tradities wordt dat wel aangevoerd als een van de redenen waarom we in een toestand van bewustzijnsvernauwing leven. Als het besef daagt dat je stervend bent, kun je je ook makkelijker bewust worden van het goddelijke.’ Geldt dat ook in uw geval? ‘Ja, het voordeel van zo’n ziekte is dat je letterlijk weet: het is eindig. En dat je je dus gaat afvragen: wat is dan nog belangrijk? En wat is minder belangrijk?’ Wat is nog belangrijk voor u? ‘Gewoon elke dag leven, maar dan zo vol mogelijk, niet al te veel in slaap zijn. En daarnaast toch graag nog die paar boeken schrijven... En als dat niet lukt, nou ja, dan…’

Gene zijde Kunt u zich een voorstelling maken van gene zijde? ‘Een voorstelling is misschien niet het goede woord, maar ik denk dat ik wel een besef heb hoe het bewustzijn aan gene zijde eruit zou kunnen zien. Plato zegt niet voor niets dat wij als mens in schaduwen leven. Zoals anderen aangeven dat we voortdurend in slaap zijn. Dat laat duidelijk zien dat de intensiteit van wat wij in ons dagelijks leven zintuiglijk ervaren niet te vergelijken is met de kracht die we in meditatie kunnen ervaren en die soms na de dood ervaren wordt. Mijn lichaam zal vergaan en zal grondslag worden voor plantjes, diertjes en misschien ook wel stukjes mens. En zo zal ook mijn psyche, mijn persoonlijkheid, uiteenvallen en grondslag zijn voor psychische structuren van alle mogelijke wezens. Het enige blijvende is mijn essentie – alle ervaringen die mijn hart geraakt hebben en die iets te maken hebben met het samengaan van het verticale en deze horizontale wereld. De essentie van wie ik ben is tijdloos. Maar dat kun je nauwelijks meer Daniël noemen. Deze kern is wat ik de ziel noem.’ Waar blijft de psyche dan? ‘De psyche verdwijnt, zoals het lichaam verdwijnt. Alles van aardse makelij verdwijnt.’ Maar u zegt, er blijft iets over… ‘Ja, de essentie van wie of wat we zijn. Maar die essentie maakt reeds deel uit van wat wij in de christelijke traditie de hemelen noemen – dus van die andere werkelijkheid. En die essentie blíjft na de dood

‘De psyche verdwijnt, zoals het lichaam verdwijnt. Alles van aardse makelij verdwijnt.’


‘Het enige blijvende is mijn essentie – alle ervaringen die mijn hart hebben geraakt’ niet ergens – die is daar reeds. Dus als je mediteert en wakker wordt voor een ander niveau van werkelijkheid, is dat een niveau dat er altijd al is. Een niveau dat feitelijk ons thuisland zou kunnen zijn, of zou behóren te zijn. Als we sterven verdwijnt de buitenkant die bij de aardse werkelijkheid hoort. Maar onze kern blijft waar die altijd al was – namelijk op dat hemelse niveau. De essentie die we nu al zijn, gaat dus nergens naartoe. Die essentie is reeds daar.’

Hemel en aarde Wat zal Daniël aan gene zijde gaan missen? ‘O, ik zal heel veel missen. Vrouw en kinderen. Gewoon dit leven, want ik hou van dit leven. En de studie. De vrienden. Muziek. Gedichten. Veel zal ik gaan missen. Tegelijkertijd zullen alle dingen die ik heb mogen ervaren die het hart hebben geraakt in een andere vorm blijven bestaan. De vraag is alleen of in dat opzicht een gevoel van gemis kan ontstaan. Ik denk van niet, ik denk dat een gevoel van gemis echt bij de persoonlijkheid hoort. En niet bij wat ik ‘ziel’ noem.’ U zei dat de mens eigenlijk een brug zou moeten zijn tussen aarde en hemel. Zeg ik dat goed? ‘Ja, hemel en aarde. Of zelfs hemel en helle, om het nog mythologischer te zeggen.’

Daniël van Egmond schreef talloze boeken, meest recent: De wereld van de ziel | € 25 | Uitgeverij Nachtwind | Hardcover | 160 pagina’s | En: De mens en zijn engel / € 25 | Uitgeverij Nachtwind | Hardcover | 260 pagina’s | beide boeken te bestellen via nachtwind.nl || Van Daniël van Egmond verschenen ook vijf hoorcollege-cd’s (€ 25 per cd), elke cd bevat acht of negen lezingen: in totaal ruim 14 uur. Thema’s: Tempel van de mens; Rozenkruis; Plato; Griekse wijsheid & Adam, ook te bestellen via nachtwind.nl

34

Hoe kunnen we die brug zijn? ‘Ik denk dat meditatie, gebed, religieuze ceremoniën ons kunnen helpen wakker te worden voor die andere dimensie. En dat we zo met vallen en opstaan kunnen leren om in het dagelijkse leven vanuit die andere dimensie te leven. Een ‘brug zijn’ betekent overigens niet dat je 24 uur per dag brug kunt zijn, want daarvoor is de druk van de zintuiglijke wereld veel te groot. Wel kunnen er, als je blijft oefenen, in de loop van het leven meer van die momenten komen… eilandjes, in het dagelijks leven, waarin je iets van dat kruispunt kunt zijn. Dergelijke eeuwigheidsmomenten hebben niet met deze wereld te maken. Het zijn momenten waarop ons bewustzijn even niet vernauwd is tot zintuiglijke en psychologische ervaringen. We worden wakker voor een bewustzijn waarop de chronologische tijd niet functioneert. Elk eeuwigheidsmoment is voeding voor de ziel, voor die essentie waar we het al eerder over hebben gehad. Tegelijkertijd kan op dergelijke momenten heel concreet iets van goddelijke kracht op aarde aanwezig zijn. Bij priesters in alle religies en priesteressen gebeurt dat op een krachtiger manier. Bij sommige heiligen op een nog veel krachtiger manier. Al zijn die gradaties niet zo belangrijk. Het mes snijdt in ieder geval aan twee kanten.’


Films in VA’s Webwinkel

Geschenken

Zou de jongen die u eens was, geïnspireerd worden door de man die u geworden bent? ‘Ja, de jongen van vijftien jaar zeker. In de jaren ervoor was ik een zeer dromerig kind. Op school deed ik het ook niet al te best. Zo kwam ik uiteindelijk op een LTS terecht, waar ik in de kantine filosofische boeken zat te lezen.’

Aanbevolen zomerfilms: Heimatklänge Alpen. Aanstekelijk portret van drie Zwitserse stemkunstenaars die allemaal op hun eigen manier experimenteren met het oudste instrument ter wereld: de stem. Het Zwitserse boventoonzingen blijkt onlosmakelijk verbonden met de Alpen: de perfecte symbiose tussen jodelen en magische berglandschappen! Een roerende film over kunst in harmonie met natuur. (Docu | Ned. ondertiteld | € 8,50)

La Meglio Gioventù Italië. Na afloop van deze zes uur durende familiekroniek die veertig jaar recente geschiedenis omspant, is het moeilijk afscheid nemen van de Romeinse familie Caratia. Passie, tragiek, drama. Een fresco waarin niet alleen de geschiedenis van een familie, maar en passant ook die van een heel land en zelfs van een continent wordt geschilderd. (Speelfilm | Ned. ondertiteld | € 15)

Kunt u nog wat concreter maken hoe je stappen in die richting zou kunnen zetten? ‘Simpele zaken waar ik in meditatiecursussen op wees: alle wachttijden die je hebt bij kassa’s – die nu besteed worden aan het kijken op een telefoon – zijn geschenken. Dan kun je proberen je lijf te voelen. En je lijf is het middel om in het hier en nu te zijn. Gedachten en gevoelens zijn altijd overal, maar ons lijf is hier en nu. Dus je begint je adem los te laten, je begint je lijf te voelen. In zo’n moment van aanwezig zijn kan de wachttijd niet lang genoeg duren. En hetzelfde kun je doen in de file of in de trein. Het zijn eilandjes van aanwezig zijn, die je bovendien helpen weg te blijven uit al je fascinaties en automatismen. Ik bedoel… als u iets onaardigs tegen mij zegt, reageer ik woedend. Dat is een automatisme. Dat automatisme hoort tot deze wereld. Maar stel nou dat ik ‘ruimte’ ben? Dat is mijn term voor ‘aanwezig zijn’. U zegt iets onaardigs tegen mij. Ook dan kan irritatie in mij opkomen. Maar u bent dan niet meer de schuld van die irritatie, u bent hooguit een aanleiding. Dan is aan mij de keuze om me daarmee al dan niet te vereenzelvigen, en boos te worden, zoals gebeurt als de persoonlijkheid op de voorgrond treedt – of het gewoon te laten, en dan verdwijnt de reactie vanzelf. Of ik al of niet toegeef aan een negatieve emotie is mijn verantwoordelijkheid – niet uw verantwoordelijkheid. Het is een uitermate praktische manier om in deze wereld met negatieve emoties om te leren gaan, zeker in een land als Nederland met zoveel mensen met korte lontjes – waar alleen maar agressiever en agressiever wordt gereageerd. Het zou ideaal zijn als meer mensen zo met hun negatieve emoties zouden kunnen leren omgaan. Zo concreet is deze weg dus.’

Les vacances de Monsieur Hulot Frankrijk, Normandische kust. Vakantie vieren blijkt helemaal niet zo makkelijk. De meeste hotelgasten in Jacques Tati’s tweede grote film zijn er eigenlijk niet zo goed in. De zakenman komt niet los van zijn telefoon, de intellectueel niet van zijn spitsvondige praatjes, de oude commandant niet van zijn oorlogsdaden. Alleen Monsieur Hulot wil enkel met vakantie zijn. (Speelfilm | Ned. ondertiteld | € 9,50) Te bestellen via VA’s webwinkel op vruchtbareaarde.nl/winkel of bel 020-6898468

Wout Boekeloo Het volledige interview met Daniël van Egmond is te zien en te beluisteren op nachtwind.nl/daniel-van-egmond.html || Website Wout Boekeloo: woutboekeloo.nl

TE KOOP: RUIME STUDIOWONING In de bosrijke omgeving van ’t Gooi Download de brochure op FUNDA: * Huizerstraatweg 115D, Naarden *

Denkt u dat er aan gene zijde boeken zijn die u kunt lezen? ‘Ik hoop het. Ik wil daar wel bibliothecaris worden... Maar nee, ik denk niet dat ze er zijn.’

VA editie 2 • 2017 • 35


illustratie: Sanne Smit

Een poes

36

Een slow-reiziger zouden we haar nu noemen. Een van de bekendste vrouwelijke avonturiers van de eerste helft van de 20e eeuw. Een Zwitserse die de tijd nam om ergens te zijn en de landsaard op zich in te laten werken. Geïnteresseerd in wat mensen verbindt – meer dan in wat ze scheidt. Ze schreef een half dozijn boeken over haar reiservaringen, maar één periode springt eruit: de jaren veertig die ze doorbracht in het zuiden van India – met een poes als reisgenoot. Het was de tijd dat de Indiase wijze Ramana Maharshi nog leefde – die ze met grote regelmaat opzocht. Het verhaal van een innerlijke reis.


als spiegel

rt.ch ©: ellamailla

De Indiase reizen van Ella Maillart

elen kennen het twee keer verfilmde verhaal van de hond Hachiko – die zijn baasje elke ochtend naar het station vergezelde, om hem daar eind van de middag weer op te halen. Op een dag vertrok de baas zoals gewoonlijk van het station, maar door een hartstilstand zou hij er niet meer terugkeren. Zijn hond bleef de rest van zijn leven, negen jaar lang, op het hem bekende ophaaltijdstip naar het station komen. Een standbeeld op het pleintje voor het station herinnert aan dit ongelooflijke staaltje hondentrouw. De Zwitserse schrijfster-fotografe Ella Maillart maakte in de jaren veertig iets vergelijkbaars mee. Misschien niet zo spectaculair, het ging tenslotte niet om een tijdspanne van negen jaar, maar toch was ook deze ervaring bijzonder – al was het maar omdat het hier een kat betrof. Wie reist er eigenlijk met een poes? En dat in een land als India waar de kat als huisdier onbekend is. Ella Maillart – een intrigerende 20e eeuwse sportvrouw, fotografe, reisschrijfster die zelfs nu nog, twintig jaar na haar dood, tot de verbeelding blijft spreken – volgde haar eigen spoor. Er zijn prachtige beschrijvingen van haar reizen in volgepakte derdeklasrijtuigen, jaren veertig, waar Ella angsten uitstaat als ze haar Ti-Puss bij een tussenstop toch maar even loslaat om ergens haar behoefte te doen, terwijl de trein ieder moment kan wegrijden. Ti-Puss is haar grote liefde, maar ook een bijzonder grillige reisgenoot, op wie geen pijl te trekken valt. Met deze eigenzinnige partner doorkruist Ella het zuiden van India. Ze heeft er een compleet boek aan gewijd – dat vreemd genoeg pas vijftig jaar na dato in vertaling op de Nederlandse markt verscheen. In dit boek – simpelweg Ti-Puss geheten – vertelt Ella hoe ze op een gegeven moment probeert te ontsnappen aan de tropische hitte van het Indiase zuiden. Ze zoekt de relatieve verkoeling van de heuvels in het binnenland. En zo komt ze met de Trivandrum express aan op station Kodai Road Junction. De avondschemering is ingevallen. En de bus zal pas de volgende ochtend, om acht uur, vertrekken. Ze besluit de nacht door te brengen in de stationswachtkamer.

Ook Ti-Puss legt zich te ruste, maar met het krieken van de dag begint het dier zo dwingend te miauwen dat Ella haar laat gaan. Normaal gesproken geen probleem. Maar nu gaat het mis. Ti-Puss wordt aangevallen door een troep honden. Als een speer gaat ze er vandoor. Urenlang is Ella aan het roepen. De bus zal zonder haar vertrekken. Maar later op de dag geeft ze het op. Ze wil niet nog een nacht in de stikhete wachtkamer doorbrengen. Het poezenmandje laat ze achter bij een oude sjouwer. Dagen verstrijken. Dagen worden weken. De kans op hereniging slinkt. Tot … zes weken na het incident een vriendin bij het station arriveert om de avondtrein naar het zuiden te nemen. En warempel, ze vangt een glimp op van een katje dat verdraaid veel weg heeft van Ti-Puss. Met Ella’s stem weet ze het dier te lokken. Het beestje komt dichterbij, maar dan rijdt de avondtrein het station binnen. Ella wordt opgetrommeld met een telegram. En dan blijkt de uitgemergelde poes al die weken, elke avond, in het station te zijn opgedoken. Elke dag op hetzelfde tijdstip, steeds bij binnenkomst van de Trivandum express. Onbenaderbaar, rondsluipend als een wilde kat, grauwend en iedereen wegjagend die het waagde om in haar buurt te komen.

Ti-Puss Het is een wonderlijk boek, dit Ti-Puss, dat Ella Maillart over haar Zuid-Indiase reisavonturen heeft geschreven. Wonderlijk, omdat de bladzijden gevuld lijken met het doen en laten van een kat – terwijl je als lezer tegelijkertijd het gevoel hebt dat de reis over zoveel meer gaat. Een boek met levenslessen. Ti-Puss is Ella’s spiegel. Haar alter ego. Ze houdt van het eigenzinnige van het dier, het onberekenbare, de intensiteit en spontaniteit. De omgang met Ti-Puss houdt haar scherp, het tijgerkatje prikkelt haar om in het Heden te leven. ‘Tenslotte droomt een kat niet over een muis die ze volgende week zal vangen.’ Kijk eens, legt Ella uit, hoe een kat twee uur achtereen doodstil voor een muizenholletje de wacht kan houden. Hoelang ze in opperste concentratie aan de oever van een meer kan VA editie 2 • 2017 • 37


zitten, tot ze met een razendsnelle beweging een glinsterende vis te pakken heeft onder een nauwelijks natte poot. Vaak komt Ti-Puss pas diep in de nacht terug van haar nachtelijke escapades, de slapende Ella waarschuwend met een geluidje, waarop zij het muggennet even oplicht zodat het katje bij haar kan komen liggen. Er zijn ook perioden waarin de poes schuwer en schuwer wordt, nachtenlang aan het vechten is, en thuiskomt met een gescheurd oor of met een zwarte kras over het beige fluweel van haar neus. De beschrijvingen van hun gezamenlijke wandelingen zijn doordrenkt van een ongelooflijke intensiteit. Op een dag maken ze een ommetje over bijna dicht gegroeide paden en spelen ze verstoppertje in de tuinen van twee verlaten villa’s. In een schaduwrijk hoekje stuit Ella op een prachtige amaryllis met drie bloemen. Ze doet een poging de bloementak te bemachtigen. Maar schrikt dan van de ‘onthutste’ blik die ze meent te zien in de ogen van haar poes. Natuurlijk kijkt Ti-Puss niet onthutst. Maar de gedachte alleen al brengt een mooie bespiegeling op gang over de ‘vreemde menselijke neiging dingen te willen bezitten.’ Ella denkt aan Ramana Maharshi – die ze deze jaren in Zuid-India vaak opzoekt. ‘Het lijkt me onvoorstelbaar dat hij een bloem zou plukken.’

Arunachala

38

© Jane Adams: Ramana Maharshi | janeadamsart.wordpress.com | An illustrated Journal of eastern and western wisdom

Ineens is de naam gevallen van deze Indiase wijze. En ik realiseer me dat Ella’s avonturen in het zuiden van India zich afspelen in een tijd dat Ramana nog leefde (1879-1950). En ook dat zij diens ashram aan de voet van

de berg Arunachala regelmatig heeft bezocht, sterker nog, haar bezoeken schijnen talrijk te zijn geweest. Op internet vind ik zelfs een tekening van Ella’s Ti-Puss die zich de streling van Ramana laat welgevallen. Al in mijn late tienerjaren heb ik de verhalen voorbij zien komen over deze ongewone leraar, die in zijn jonge jaren onweerstaanbaar werd aangetrokken door Arunachala – de heilige Zuid-Indiase berg waar hij na aankomst nooit meer is weggegaan. In het Westen werd hij bekend door een aanstekelijk reisboek van de Engelsman Paul Brunton: A Search in Secret India. De Engelse schrijver zou een van de eerste Westerse bezoekers zijn in de Oude Hal onderaan de berg waar Ramana twintig jaar lang permanent beschikbaar was voor wie hem maar wilde bezoeken. Een snikhete Zuid-Indiase ruimte waar ramen en deuren permanent open stonden, alle mogelijke dieren in en uit liepen en vlogen; mussen hun nest in de dakspanten maakten en eekhoorns heen en weer renden. Lang geleden, nog in de tijd vóór internet, bestelde ik per post in India een boek met herinneringen. Weken en weken gingen er over heen voor het pakketje binnenkwam. Het gekst was ik op de hoofdstukken waarin het keukenpersoneel herinneringen ophaalde aan de tijd dat Ramana bij het krieken van de dag in de keuken opdook – om zijn bijdrage te leveren aan het schoonmaken van het graan, het kraken van de noten en andere keukenwerkzaamheden, verhalen vertellend, gelardeerd met een kwinkslag hier en een herinnering daar. Elke verspilling was uit den boze. Wat bruikbaar was, werd opgeborgen of opnieuw gebruikt; niets werd zomaar weggegooid. Eten dat over was, vormde de basis voor gerechten die later op de dag of de volgende dag gegeten werden. Toch is het niet zo dat Ramana niets plukte, zoals Ella Maillart lijkt te suggereren. Van zijn wandelingen in de omgeving bracht hij geregeld onbekende wilde planten mee, hij groef wortels op of verzamelde bladeren met een pikante smaak. ‘Planten waarover wij niet eens zouden dromen om ze als eetbaar te beschouwen,’ zei men in de keuken. Fascinerend om te lezen, hoe die bittere wortels en scherp geurende bladeren omgezet bleken te kunnen worden in heerlijke maaltijden. Wat wel klopt is dat Ramana niet méér plukte dan nodig was. Bekend is een herinnering aan de mangooogst op het terrein van de ashram. De plukkers kweten zich van die taak door de mango’s met lange stokken uit de bomen te slaan. Met de vruchten vielen ook talloze bladeren op de grond. Ramana hoorde het gebonk, sprong op en rende naar buiten. Toen hij zag wat er gaande was, verhief hij zijn stem op een manier die zelden voorkwam. ‘Nu is het genoeg! Wegwezen jullie! Als je gevraagd wordt om fruit te verzamelen, moet je de boom dan zo hard slaan dat de bladeren eraf vallen? Moet de boom in ruil voor het fruit dat hij geeft met stokken geslagen worden? Van wie moest je dat doen? Als je de boom slaat, kun je hem net zo goed bij zijn wortels omhakken. Jullie hoeven geen fruit meer te verzamelen. Ga maar weg!’


Witte pauw Bedelaar of miljonair; hond, kraai of aap – iedereen was voor hem gelijk. Tijdens de gezamenlijke maaltijden stond hij erop geen milligram meer opgediend te krijgen. En die regel strekte zich ook uit tot de armen en bedelaars buiten de poort. In de loop der jaren kwam daar nog de ongeschreven regel bij dat dieren eerst te eten moesten krijgen, en pas dan de mensen. Een mededogen dat mijlenver afstond van de destijds in India gebruikelijke omgang met dieren. Op zijn sterfbed presteerde hij het nog om te informeren of de witte pauw onder de boom verderop al te eten had gehad. Omgekeerd is er één voorbeeld bekend waarop apen in zijn aanwezigheid ongewoon altruïstisch gedrag lieten zien. Het incident deed zich voor op een hete dag waarop Ramana met een groep getrouwen een lange tocht rond de berg maakte. Op het heetst van de dag ging de hele groep onder een paar bomen zitten om uit te rusten. Maar toen bleek er niet genoeg te eten te zijn. Het verhaal gaat dat een groep apen daarop in een vijgenboom klom en net zo lang aan de takken schudde tot er genoeg rijpe vruchten op de grond lagen. Vreemd genoeg vertrokken de apen onmiddellijk, zonder zelf iets van het voedsel mee te nemen, hoewel deze dieren dol op vijgen zijn.

Annemarie Schwarzenbach en Ella Maillart in 1939. Foto: ellamaillart.ch

Een reislustige passant

Potten en aardewerk

© Jane Adams: Arunachala | janeadamsart.wordpress.com An illustrated Journal of eastern and western wisdom

Het bestelde boek zat vol intrigerende anekdotes, zoals die rond het bezoek van een Europeaan... Op een ochtend was hij met een rijtuig gebracht – om meteen daarna de Oude Hal binnen te gaan. Ramana staarde de vreemdeling aan. De onbekende man staarde terug. Geen woord werd er tussen hen gesproken.

Ze moet een intrigerende dame zijn geweest. Schrijfster van reisboeken, Olympisch sporter en fotografe. Een van de grote vrouwelijke avonturiers van de eerste helft van de 20e eeuw – hoewel ze zelf de eerste was om zulke kwalificaties onderuit te halen. Tussen alle reizen door verdiende ze wat geld met lezingen. Ze kon prachtig vertellen over haar belevenissen onderweg, in een tijd dat het niet bepaald gebruikelijk was voor een vrouw om zo vrij haar eigen weg te kiezen. ‘Ik volgde alleen mijn neus’ – zei ze dan – ‘nieuwsgierig naar het leven van andere volken, en naar antwoorden op levensvragen.’ In de late jaren dertig maakte ze al weer haar vijfde Aziatische reis, dit keer in de Ford van een psychisch wankele vriendin. Hoewel de auto uiteindelijk wankeler bleek dan de vriendin. Aan de vooravond van die reis duikt ze op in Parijs – het is 1939, de sfeer in Europa is loodzwaar en bedrukkend – om afscheid te nemen van de stad die ze zo goed kent en om voorbereidingen te treffen voor haar nieuwe reis. Ze haast zich van ambassade naar dokter; van uitgever naar antropoloog; en van garage naar bibliotheek. Op een van die Parijse dagen loopt ze over de ChampsElysees. Stuifmeel van bloeiende kastanjebomen fonkelend in de ochtendlucht. De sfeer is ‘lichtblauw, warm en vrolijk’. Ze ervaart een ondefinieerbaar gevoel van geluk. Maar dan belandt ze van het ene op het andere moment in een vrije val – het gevoel alsof haar keel wordt dichtgeknepen. Een enorm verdriet. Tranen stromen over haar gezicht. Ze grijpt zich vast aan een boom. Geen idee wat haar ineens overkomt. Later duidt ze deze bizarre ervaring in de richting van een compassie met ‘iets dat zoveel groter is dan zijzelf’, een leed waar ze nauwelijks de vinger op kon leggen. ‘Het was alsof iets onnoemelijk leed om Parijs – alsof lichaam en geest van deze prachtige stad werden verminkt, gemarteld en uit elkaar werden gescheurd.’ Wat anders kon ze doen dan huilen, zei ze. Geleidelijk kwam ze weer enigszins bij zinnen. Ten slotte had ‘het’ nog niet plaatsgevonden, en wellicht zou ‘het’ nooit plaatsvinden. En als dit leed al zou komen, zou het allemaal misschien niet zo vreselijk zijn… De volgende dag vertrok ze evenwel toch met het gevoel de stad nooit meer te zullen zien zoals ze die had gekend. VA editie 2 • 2017 • 39


Of het nu apen, honden of naamloze eekhoorntjes, duiven of mussen betrof, Ramana genoot ervan hun gedrag te observeren en te voorspellen wat ze in bepaalde situaties zouden doen. Hele families eekhoorns bouwden hun nesten in het dak van de hal. Hij gaf ze te eten, speelde met ze en wist ze als enige uit elkaar te houden. Dieren voelden zich vrijwel zonder uitzondering tot hem aangetrokken. Hij kende angst noch vijandschap. In zijn eerste jaren in het zuiden van India, verbleef hij in een grot op de berg Arunachala. Als een slang nabij kroop, was zijn reactie: ‘Wij zijn hun huis binnengekomen, we hebben het recht niet hen te storen of aan te vallen. Ze doen ons geen kwaad.’ Op een dag gleed een slang over zijn benen, zonder dat hij op enige manier reageerde. Zijn commentaar: ‘Slangen zetten hun nek uit, kijken je in de ogen en lijken te weten wanneer ze niet bang hoeven zijn – en dan glijden ze over je heen. Ik had niet het idee dat ik handelend hoefde op te treden.’ Over Mahatma Gandhi wordt een vergelijkbare anekdote verteld. In diens geval ging het om een cobra. Ook Gandhi zou niet hebben bewogen toen de slang over zijn lichaam gleed. Hij adviseerde omstanders niet in paniek te raken. En inderdaad gleed ook deze cobra even later van Gandhi’s lichaam, om probleemloos te verdwijnen. Over Ramana wordt nog het volgende verhaal verteld. Begin 20e eeuw zat hij eens, vergezeld van een bezoeker, op een rots op de berg Arunachala toen beneden hen een tijger, India’s meest gevreesde dier, en een luipaard met elkaar begonnen te spelen. Ramana zat het spel glimlachend te bekijken en was niet te vermurwen een schuilplaats te zoeken. De twee dieren gingen uiteindelijk ieder hun weg – zonder angst of agressie te tonen. Op de vraag of hij zelf niet bang was geweest, antwoordde Ramana glimlachend: ‘Waarom zou ik bang zijn? Ik wist toen ik ze bezig zag, dat een van de twee na een tijdje de berg op zou lopen, en de ander naar beneden zou gaan. En dat deden ze ook. Als we niet bang zijn, zullen ook zij niet bang zijn en vrij en vredig rondlopen.’

40

© Jane Adams: Ramana Maharshi | janeadamsart.wordpress.com

Zwitserse Alpen Op internet stuit ik op een filmopname waarin we Ella Maillart als inmiddels bejaarde dame hoog in de Zwitserse Alpen bezig zien in een tuin die bijna verticaal omhoog lijkt te lopen. Na haar terugkeer uit India heeft ze hier een huis betrokken, in een van de hoogst gelegen Zwitserse bergdorpen. Op filmbeelden zien we haar bezig in haar tuin als zich bezoek aandient uit de stad. De directeur van het museum waar Ella Maillart haar complete foto-archief heeft ondergebracht, klautert de steile helling op met het laatste nieuws over een tentoonstelling rond de ontelbare foto’s die Ella tijdens haar reizen heeft genomen. In gebukte houding kijkt ze op van haar tuinwerkzaamheden. In deze laatste periode van haar leven zoekt ook de Ierse reisschrijfster Mary Russell haar op. Ze toont zich onder de indruk van wat zij aanduidt als de helderheid in Ella’s ogen, aantrekkelijk genoeg om bij haar in de buurt te blijven ‘in de hoop dat iets van het licht overslaat.’

© ellamaillart.ch

Angst noch vijandschap

Even daarna sloot Ramana de ogen en de vreemdeling volgde zijn voorbeeld. Alles en iedereen was stil. De tijd gleed voorbij. Toen brak de lunchtijd aan. Nog altijd zat Ramana onbeweeglijk met gesloten ogen. Een van zijn vaste begeleiders stond klaar om hem naar de eetzaal te helpen. Maar niemand durfde het tweetal te storen. Ramana’s gezicht had volgens ooggetuigen een intense gloed. Een van de ashram-medewerkers probeerde diens aandacht te vangen door hardop tegen iemand anders te spreken. Er werd gerammeld met potten en aardewerk – alles zonder resultaat. Toen sloeg de klok twaalf. Ramana opende de ogen. De Europeaan stond op en verdween in zijn rijtuig. Niemand die hem ooit nog heeft gezien. Na zulke ontmoetingen werd Ramana wel gevraagd wat er nu eigenlijk was gebeurd. Zijn antwoord op dit soort momenten was altijd hetzelfde: ‘Deze stilte is in feite eindeloze spraak.’

Jarenlang, zegt Ella Maillart tegen Russell, heeft ze gedacht de zo verlangde innerlijke rust en vrede buiten zichzelf te kunnen vinden. Niet voor niets zocht ze keer op keer het contact met nomadenvolken in de hoop iets van hun natuurlijke evenwicht te kunnen pakken. In Ti-Puss haalt ze een herinnering op aan sommige van de onrustige, onvoldane momenten uit haar jeugd. Ze vertelt hoe somber ze kon worden van het gekras van een viool spelende man aan de overkant van haar ouderlijk huis. Vele, vele jaren later komt de herinnering terug als ze in India luistert naar het onhandige spel van een beginnende violist. Maar alles is anders, weet ze nu, op het moment dat je oog krijgt voor de ruimte rond de noten. Het geheim van het leven ligt in het aanwezig zijn. Pas dan krijgt elke ervaring glans. We kijken er alleen zo makkelijk aan voorbij. De aandacht is doorgaans te gericht op de ‘dingen’, op de wereld buiten ons. In haar eigen geval op haar geliefde Ti-Puss. ‘Haal de kat weg, en u houdt de liefde zelf over, uw eigen essentie, wakker gemaakt door het object van uw liefde,’ luidde een levensles waar ze destijds mee terugkeerde uit India.


Thuis Reeds als kind had ze het gevoel dat er een geheim verborgen zat in het moment. Maar pas nu beseft ze de diepere betekenis van het gezochte. ‘Nu weet ik,’ zegt ze tegen Mary Russell, ‘dat ik het al die jaren op de verkeerde plek heb gezocht. Het lag al die tijd voor mijn neus. Het is ons eigen bewustzijn dat elke ervaring zijn glans geeft.’ Op een iets ander wijze gezegd: ‘Het verleden is dood, de toekomst bestaat nog niet en het huidige moment behoort al bijna tot het verleden. Maar het lang gezochte nu, dat mysterieuze nu, heeft niets met tijd te maken. Dat ‘nu’ brengt vreemd genoeg de eeuwigheid mee.’ In haar autobiografie Cruises and Caravans schrijft Ella Maillart dat ze uiteindelijk ook heeft begrepen wat het betekent ‘thuis’ te komen. Waar ik ook komt, weet ze nu, voel ik me thuis – overal. ‘En hoewel ik op mezelf leef, is de eenzaamheid die ik in mijn leven zo vaak ben tegengekomen voorgoed verdwenen.’ Interviewers hebben haar wel eens gevraagd waarom ze eigenlijk naar Zwitserland is teruggekeerd. ‘Waarom niet?’ antwoordde ze dan. ‘Terugkeren was voor mij ook een test. Als ik werkelijk iets had opgestoken tijdens mijn reizen, zou ik het begrepene net zo goed in Zwitserland in de praktijk kunnen brengen. Bovendien is Zwitserland voor mij niet zomaar een land. Ik denk dat als je op een bepaalde plek geboren bent, dat ook de uitgelezen plek is om je leven en je lot te verwezenlijken.’ En vergeet niet: ‘Wie de stilte eenmaal heeft gevonden, raakt die nooit meer kwijt.’

In Nederlandse vertaling zijn verschenen: Ti-Puss | 2000, 1951 | Atlas | Een reis met een kat door India || Toerkestan Solo | 1990 | Uitgeverij Het Wereldvenster | Het verslag van haar reis door Russisch Toerkestan in 1932 || Zo wees dan een Columbus – Met een Ford door de woestijn | 1949, 1947 | 2e hands || in het Engels: The Cruel Way – Switzerland to Afghanistan in a Ford, 1939 | 2013, 1947 | University Of Chicago Press | E-book en paperback || Cruises and Caravans | 1942 | Haar meest autobiografische boek || Website: ellamaillart.ch

Ella Maillart in Chandolin. Foto: ellamaillart.ch

Over Ramana Maharshi zijn een groot aantal boeken verschenen. Mooi is de Nederlandstalige uitgave Sprekende stilte van Han van den Boogaard | Felix Uitgeverij | 2004 | ISBN 9021541467 || In de tekst wordt genoemd: Ramana Smrti – Birth Centenary Offering 1980 | Sri Ramanasramam, Tiruvannamali | 1999 || Een andere uitgaven met herinneringen is: Face to Face with Sri Ramana Maharshi | 2009, 2005 | Sri Ramana Kendram, Hyderabad || Website: sriramanamaharshi.org, met tal van downloadbare boeken Foto: sriramanamaharshi.org

illustratie: Sanne Smit

Bart Hommersen

VA editie 2 • 2017 • 41


column

ada volmer weijland

Morgen stond Het gebeurde zomaar op een avond. Ik had slaap. In bed gleed een VA van het dek op de grond. Ik weet nog vaag dat ik nadacht over het logo op de omslag ... Voeding voor de ziel ... En dat ik graag een kijkje in mijn ziel zou nemen om te zien of er al wat voeding in zit … zoals gedachten kunnen gaan voor het in slaap vallen. Het ontwaken de volgende morgen was van een heel andere orde. Met nog maar één oog half open zag ik op de muur naast mijn bed een levensgrote, dikke, zwarte spin – met wel tachtig poten. Ik griezelde, zoals elk jaar rond deze tijd als zo’n kokkerd kans had gezien binnen te komen. In andere jaren belde ik mijn aardige buurman die ik de hemel in prees om zijn talent als spinverwijderaar. Ik wachtte dan buiten tot de kust spinvrij was. De morgenstond had die morgen spin in de mond. Mijn buurman kon ik niet langer de hemel in prijzen, want hij zat er al. Die morgen was ik heel alleen, oog in oog met de vuistdikke spin op de muur naast mijn bed. De mooiste gedichten, de prachtigste muziek, de ontroerendste film bleken niet bij machte om mezelf te verheffen tot een dappere vrouw. Ik huiverde. Harde klap met vlakke hand op de zwarte griezel? Als hij tussen mijn vingers door zou weten te glippen, zou ik wekenlang op de bank in de huiskamer moeten slapen. Bij succes zou ik in mijn eigen hand een moordenaar zien. En een stofzuiger? Nee, dat zou voelen alsof ik zelf in het stof van de stofzuigerzak mijn einde streed. Een half uur heb ik oog in oog met de spin mijn eigen strijd gestreden. De spin keek naar mij en ik naar de spin. Mag je ook dit zielsverwantschap noemen? Noodgedwongen en voorzichtig, oh zo voorzichtig, kroop ik uit bed om een groot glas plus ansichtkaart te pakken. Met twee knieën op bed schoof ik de ansicht onder de spinnenpoten door. En daar zat ik, klem in mijn eigen bed. Rechterhand met glas en spin strak tegen de muur gedrukt. De andere hand steun zoekend tegen de kale muur. Door het glas met de nu spartelende spin was nog net op de ansicht te lezen: ‘Italië is geweldig. We genieten. Hoe gaat het met jou?’ De uitdrukking ‘Wachten tot Sint Juttemis’ heb ik op dat moment tot op het bot begrepen. Vraag niet hoe, maar ik zag uiteindelijk kans van het bed te glijden, glas met ansicht en spin in beide handen, om op blote voeten de tuin in te lopen, en het glas boven de rozenstruiken om te keren. Zonder om te kijken verdween de spin in de struiken. Eenmaal binnen overviel me een gevoel van blijdschap. Ik heb inzicht in mijzelf gekregen. ‘Voeding voor de ziel’ kan soms met spinnen gepaard gaan, besef ik nu. a.volmerweijland@telfort.nl

42

column

marjan van duin

Zet haar in een trein, vliegtuig of riksja, en ze is gelukkig. Het liefst wil ze voelen hoe de mensen onderweg zich onderling verhouden, hoe ze zijn, hoe ze eten, hoe ze met hun kinderen en ouders omgaan. Tuinontwerpster, reizigster, ayurvedatherapeute Marjan van Duin schrijft haar columns on the road.

gezegende

zeep icht op elkaar gepakt zitten we in een aftands Volkswagenbusje dat rijdt van Cotonou-centrum naar – min of meer – de plek waar we moeten zijn; het huisje van Vincent, altijd nog een eindje lopen vanaf de bushalte. Een rit van dik een uur, zo groot en uitgestrekt is de stad. We rijden op een vierbaanssnelweg, maar laat dat ‘snel’ maar weg. Er zijn een paar stoplichten, dat wel, maar de oversteekplekken zitten voortdurend vol kleine lichte motoren, vooral motortaxi’s, waardoor het verkeer op de snelweg maar hortend en stotend vooruitkomt. Niet alleen de busjes zitten volgepakt met mensen, de meeste motoren ook. Soms met wel twee volwassenen en drie kinderen, of drie volwassenen en twee kinderen. Drie mensen per motor is de standaard. De motortaxichauffeur plus twee volwassen klanten achter zich, de vrouw vaak nog met een baby bungelend in een doek op haar rug. Verhit tegen elkaar aan stuiterend zijn we zo dus op weg. Maar niet getreurd. In het busje speelt zich ter lering ende vermaak van de zeventien inzittenden een waar theaterstuk af. Eenmaal volgestouwd ontvouwt zich het volgende toneelspel: de man in het midden van de voorste bank, zittend naast de chauffeur, draait zich om, gaat op zijn knieën op de bank zitten, en kijkt ons allemaal één voor één lang en indringend aan. Hij heeft een schraal hoofd en een dikke hoornen bril op zijn neus waarin zijn ogen groot zijn als schoteltjes. Nogal intimiderend als je daarmee wordt aangekeken en je daar gevoelig voor bent. Dan begint hij met een vérdragende gebiedende stem te bidden; het ‘Onze Vader’ in het Frans. Dát kan ik nog verstaan. De mensen om me heen gaan als vanzelf meebidden. Zijn stem heeft een brallend, raspend, indringend geluid, niet fijn om naar te luisteren, maar we ontkomen er niet aan. Dan volgt er een preek in het Minan, een van de vele inlandse talen. Vincent, die naast me zit, legt me fluisterend in het Frans uit, wat de ‘priester’ zegt. Vrij vertaald gaat het ongeveer als volgt: ‘Gij zondaars, amèn (wij allemaal in koor herhalen ‘amèn’).


God zorgt goed voor ons, maar jullie maken er vaak een puinhoop van, amèn (amèn). Hier rijden we nu door Gods gezegende land, amèn (amèn). En allemaal hebben jullie zo je moeilijkheden, wensen, verlangens en dromen. Amèn (amèn).’ Zo gaat het nog een tijdje door, en wij maar op gepaste tijden het woordje ‘amèn’ herhalen. Vincent en ik worden er een beetje gniffelig van, net zoals ik dat vroeger ook altijd in de kerk werd, samen met mijn vriendinnetjes. Uit respect voor onze medepassagiers proberen we ons een beetje in te houden, dat weer wel. Dan komt de aap uit de mouw: ‘Om al jullie moeilijkheden lichter te maken, amèn (amèn) en al jullie wensen en verlangens uit te doen komen, heeft God hier iets voor jullie.’ (nergens bezigt hij het woordje ‘wij’; alsof hijzelf boven iedere zonde verheven is.) En met een groots gebaar pakt hij naast zich van de stoel een plastic pot. Het blijkt een pot met zeep. ‘Wanneer jullie je daarmee ‘s-morgens wassen, amèn (amèn), zullen al jullie wensen verhoord worden, amèn (amèn). Wil je directeur worden, dan word je binnen veertien dagen directeur, amèn (amèn). Wil je rijk worden, dan ben je binnen veertien dagen rijk, amèn (amèn). Is je kind ziek, binnen veertien dagen zal het beter zijn, amèn (amèn).’ Zo volgen er nog meer voorbeelden van de grote voordelen van de gezegende pot met zeep. Er volgt nog een andere pot met zeep, met nog grotere vermogens om je gebeden te laten verhoren. ‘Als je president of minister wilt worden, binnen veertien dagen ben je president of minister, amèn (amèn)’ De prijs? Die ben ik kwijt, maar Vincent zei me dat het duur was, amèn. Pas toen we bijna bij onze halte waren, dik een uur later, draaide de ‘priester’ zich weer om en konden we opgelucht ademhalen, omdat we die brallende stem niet meer hoefden te horen en de indringende ogen niet meer hoefden te zien. Of hij veel verkocht heeft? Dat weet ik niet. Vaak hebben Vincent en ik met twinkelende ogen verzucht dat het wel dom was achteraf, dat we niet de grootste pot zeep hadden gekocht, dan waren we nu vast en zeker héél rijk geweest. Of zouden we in ieder geval met uiterst schoon gewassen zielen ooit ten hemel op gaan stijgen. Amèn.

plaats van handeling:

Een busje, rijdend door Cotonou, hoofdstad van Benin, een land in West- Afrika. Voertaal Frans, naast de vele inlandse talen. hoofdpersonen:

Een ‘priester’. Vincent, mijn donkerbruine zwarte vriend, geboren en getogen in Benin (donkerbruin, omdat de meeste Afrikaanse talen minstens tien woorden hebben om de verschillende kleuren ‘zwart’ van hun huid te beschrijven: donkerbruin, geelbruin, grijszwart, blauwzwart, lichtbruin etc.) Marjan, de witte ‘ik’-persoon, geboren en getogen in Nederland. verdere personages:

De veertien andere inzittenden van het busje, inclusief de chauffeur en conducteur.

Marjan van Duin

VA editie 2 • 2017 • 43


4

er

6 3 2

7

1

even

uit

5 9

8

Geld erla n d 1 Logement B&B Klein Grut Klein Grut is gelegen in Wamel, in het land van Maas en Waal, en biedt grote en kleine groepen de gelegenheid om te verblijven en te overnachten in het sfeervol verbouwde boerderijgedeelte van het oude gemeentehuis. De groepsaccommodatie biedt plaats aan ong. 20 tot 25 personen. Daarnaast is het mogelijk gebruik te maken van de B&B-kamers (zelf koken kan ook), van de schitterende tuinkamer en veranda voor vergaderingen, lunches en andere ontmoetingen. Neem een kijkje op kleingrut.nl Folder? Bel 0487 50 16 72. Dorpsstraat 90 in Wamel.

2 Buitenzijn Schrijven, wandelen, Hanzesteden bezoeken, fietsen? BUITENZIJN is een comfortabel ingericht gastenverblijf (2 p.) met cv en goede bedden in het prachtige coulisselandschap van de IJsselvallei. Haardhout, prima fietsen en een warme ontvangst gratis. Kijk maar op buitenzijn.eu of bel 0575846317.

Noord -H o lla n d 3 De Bolhoed Vrolijk Health-Food-restaurant in hartje Amsterdam. Alles zo mogelijk van biologische kwaliteit. Zelfgemaakte verse pasta. Maandelijks wisselende exposities. Dagelijks wisselend veganistisch menu. Verschillende taarten uit eigen keuken Ook lunch en take-away. Adres: Prinsengracht 60-62. Amsterdam. Tel: 020 626 18 03.

4 Texel Inulatexla Onthaasten op het prachtige Texel, aan de rustige oostkant van het eiland, waar stilte, lucht, licht en donker nog betekenis hebben. Een warm bad van stilte in het rustieke dorp Oosterend. Mogelijkheid tot 3-4 daagse retraite of onthaasting. Of massages, introductie lichaamsbewustzijn, gesprekken, wandelingen, meditaties. Gewoon een paar dagen lekker uitwaaien en vakantie houden kan ook. Info: Cocky den Duyf | inulatexla.nl | 06 55920571

Z eeland 5 Kuuroord De Schouw Dé plek voor bewust vasten. Gun je lichaam rust, je geest ruimte. In de bedding van aandachtsvolle, bezielde en professionele begeleiding kun je je overgeven aan wat jij op dit ogenblik het meest nodig hebt. Het sfeervolle gebouw is rustig gelegen en biedt diverse faciliteiten. Een grote zonnige tuin met zwembad. Iedereen privé slaapkamers.

44

Er worden diverse behandelingen aangeboden, dagelijks groepsactiviteiten. Elke week, hele jaar geopend. Een NIEUW LEVEN begint met een vastenkuur bij De Schouw! Tel: 0111 40 21 91 | kuuroorddeschouw.nl

Flevoland 6 Het Vegetarisch Restaurant “... Toen mijn dochter en ik laatst in uw Restaurant mochten eten, waren wij getroffen, door zowel de sfeer van uw Restaurant alsook door de zorg waarmee de gerechten zijn bereid ...” Het Vegetarisch Restaurant. Trefpunt in het Transcendente Meditatie Sidhadorp. Donaustraat 183 Lelystad, tel. 0320-251515. Dagelijks geopend, tussen de middag en ’s avonds v.a. 17:30. Website: vegrest.hyves.nl/

Z u i d -H o l la nd 7 SPIRIT breakfast, lunch & dinner Bij SPIRIT worden elke dag alle gerechten zelf gemaakt met uitsluitend 100% biologische en 100% vegetarische ingrediënten. Ziltige zeespaghetti en zoete aardappels, linzen, tempeh, warme wakame en koude kouseband, reuzepompoenen en minitomaatjes. Een buffet met vijftig verschillende gerechten voor ontbijt, lunch en diner. Je betaalt alleen voor wat je opschept. Ontbijt € 1,95 per 100 gram. Lunch & Diner € 2,50 per 100 gram. Open maandag t/m zaterdag van 8.00 - 23.00 uur. Mariniersweg 9 Rotterdam. T 010 411 63 56. Info: spiritrotterdam.nl

Limburg 8 Pension Sint Rosa Ontbijten aan de Geul? Pension Sint Rosa, idyllisch gelegen in Schin op Geul (Zuid Limburg). Vegetarisch, l/o v.a. 26.95 p.p.p.n. Info: 043 - 4591542 | pensionsintrosa.com

N o o r d -B ra ba nt 9 Hof van Heden Gelegen in de Kempen, op de grens van ‘boeren buiten’ en het prachtige landgoed Baest. De plek nodigt uit los te komen van spijt van gisteren en zorgen voor morgen. Je vindt er een labyrint en een verhalentuin. Retraites, individueel of in groep, trainingen, workshops, stiltewandelingen en meer. Info: nieuwtij.nl/hof-van-heden | 06 22 491 501

Regeladvertenties Cursus Inspiratiedagen over het ‘WIJ’ met ZussenVeld: Speels, onderzoekend, ontmoetend, humorvol. Van 21-26 aug. op natuurrijk Schiermonnikoog. Meer info en opgave: zussenveld.nl

Vakantie & reizen De spiritualiteit van het dagelijks leven verkennen en ervaren tijdens een workshop, een themadag of een reis naar KENIA. Info: thuisinkenia.nl en debronnenvanhetleven.nl | Tel: 0638635860 ECOLONIE, al 28 jaar een inspirerende ontmoetingsplek voor de bewust levende mens in Frankrijk met een veelzijdig zomerprogramma! Info: ecolonie.eu/nl

Stilteplek Nabij het Twentse dorp Albergen vind u een bijzonder Stilte-plekje. In een bosje twee gebouwen, opgebouwd uit zwerfkeien. Een Grotje voor rust en bezinning, daarnaast een keukentje waar iedereen zelf koffie, thee, limonade kan maken. Goede, mooie boeken voor €1. Open Pasen t/m oktober, 10.00 tot 17.00 uur. Info: stilte-plekje.nl

Jaargangen Voor de liefhebber: oude jaargangen Vruchtbare Aarde (grote delen 2002, 2001, 2000, 1999, 1998, 1997, 5/86; heel 1987) en Jonas (jaargangen 1997/1998/1999/2000: vrijwel compleet). Gratis op te halen in Nieuwegein | Telefoon: 030-6037155 | L.deVreede@casema.nl

Conferentie Zomervierdaagse ‘Grensverkenningen’. In dialoog met het onzichtbare in de natuur – natuurwezens. 21-24 aug. op uniek landgoed. Info: kraaybeekerhof.nl

Zorgverzekering Kiezen voor een zorgverzekering, de GezondheidsVerzekering, die uitgaat van eigen kracht en natuurlijke geneeswijzen ruim vergoed? Ga dan naar gezondheidscooperatief. nl/ en bouw mee!

Therapie Spierpijn, spanningen, spit of andere kwalen? Een AYURVEDA-massage doet vaak wonderen! Aldus Marjan van Duin, ayurvedatherapeut, wonend en werkend in Eindhoven. Ayurveda is een 4000 jaar oud heelkundig systeem uit India. De WHO erkent deze heelkunde als evenwaardig aan onze eigen Westerse geneeskunde. Daarnaast ontwerpt Marjan ook tuinen en geeft ze tuinkundig advies. T: 06 539 609 42 | W: marjanvanduin.nl

Samen delen STICHTING HANASANEYE : Samen Delen, ondersteunt locale beginnende ondernemers in Namibië bij het opzetten van hun onderneming. Info: hanasaneye.com.


column

jaap huibers

In 1991 plaatste Vruchtbare Aarde een groot interview met de Amerongse natuurgeneeskundige Jaap Huibers. Op de cover aangekondigd met de quote: ‘Vergeleken met de mens is de plant een open boek’. 25 jaar later, is hij terug. Column nr. 5 gaat over hooikoorts en drie kruiden die enige verlichting kunnen bieden.

et zonnige en erg warme-temperaturen-weer is enerzijds een feestje, want bezig zijn in een zonovergoten tuin tussen al die heerlijk geurende (genees)kruiden, is letterlijk een weldaad, zowel fysiek als voor ons psychisch welbevinden. Maar…en dat is dan weer de keerzijde van al dat zonnige moois, mensen met een allergie voor pollen maken zware dagen door. Tranende ogen, een permanente ‘loopneus’, soms zelfs een benauwdheid vanuit de bronchiën. We noemen deze verschijnselen: hooikoorts. Wat is hooikoorts nu eigenlijk? Wel, juist tijdens die zeer zonnige en warme dagen is de lucht dus vol met pollen. Pollen zijn de stuifmeelkorrels van bloeiende planten en bomen. Stuifmeelkorrels bestaan voor een deel uit bepaalde eiwitten en tal van andere chemische structuren. Voor de mens zijn dat allemaal vreemde, of wel, niet lichaams‘eigen’ eiwitten. Die vreemde eiwitten moeten lichaamseigen gemaakt worden of geëlimineerd, want anders kunnen er erg vervelende problemen en klachten ontstaan. Een voorbeeld: onze voeding bestaat, waar het de eiwitten betreft, uit lichaams‘vreemde’ eiwitten. Maar tijdens de verwerking van ons voedsel, zo gedurende de ‘reis’ ervan door het spijsverteringskanaal (onder andere maag en darmen), worden die lichaamsvreemde eiwitten letterlijk ‘omgebouwd’ tot lichaamseigen eiwitten − voor het grootste deel met behulp van enzymen. Gelukkig maar, want dan kunnen we ons voedsel op een zinvolle wijze gebruiken, zonder al te veel vreemde of ongewenste reacties erop. Maar pollen eten we niet, pollen kunnen we dus niet in ons spijsverteringsorgaan ombouwen tot lichaamseigen substanties, onder andere lichaamseigen eiwitstructuren. Pollen komen via de neus en de ademhaling bij ons binnen, zoals ze ook op onze oogbol terechtkomen. Normaal gesproken hoeft dat niet tot hooikoortsnarigheid te leiden, want ons lichaam bezit een mogelijkheid om de invloed van die vreemde polleneiwitten te elimineren, ofwel ongedaan te maken. Nog iets wat u moet weten: pollen en dan met name die vreemde eiwitstructuren, kunnen de stof ‘histamine’ vrijmaken. Histamine bevindt zich bij ieder mens in de zogenaamde ‘mestcellen’. Die cellen bevinden zich net onder de huid en onder de slijmvliezen − in het zogenaamde epitheelweefsel. Vandaaruit heeft histamine soms een taak, bijvoorbeeld bij ontstekingen en verwondingen.

© Stephen Hall

H

Zonnig zomers Als nu pollen de histamine uit de mestcellen vrijmaakt, krijg je de bekende hooikoortsverschijnselen. De ogen, de keel, de neus en zelfs de bronchiën komen in een soort ontstekingstoestand, zonder dat er sprake is van een virus of bacterie als oorzaak. Dit histamine overgevoeligheids‘gedoe’ heeft dan weer te maken met het feit dat sommige mensen net even te weinig aanmaken van het enzym monoamino-oxidase. Want juist dat enzym is in staat om de vrijgekomen histamine te elimineren, zeg maar: uit te schakelen. In feite kun je hooikoorts en alle daarmee samenhangende verschijnselen dus beschouwen als een ‘enzymprobleem’. Laten we nu nog even kijken wat we kunnen doen, als de neus heftig loopt, de ogen rood worden en de bronchiën tot ‘piepen’ neigen… Er bestaan heel specifieke, natuurlijke middelen bij hooikoorts, die ik hier niet kan en mag noemen, omdat het namen van bepaalde merken betreft. Maar wel mag ik drie kruiden noemen die bij hooikoorts dikwijls een behoorlijke verlichting kunnen bieden: Pelargonium Sidoides (een geraniumsoort), dan de Cistus Incana (de Cistusroos) en tenslotte de Althaea Officinalis, die aloude Heemst. Je kunt van deze drie kruidentincturen een mix maken: gelijke delen van iedere kruidentinctuur en daar drie tot vier keer daags 25 tot 30 druppels op iets water van gebruiken. De overgevoeligheid voor het vrijgekomen histamine neemt af en de slijmvliezen zullen er enigszins van slinken. Zeker de moeite van het proberen waard. Ook bij langdurig gebruik zijn deze kruiden veilig bevonden. Jaap Huibers Een speciale door Jaap Huibers ingesproken middernachtscolumn is te beluisteren via vruchtbareaarde.nl | Wekelijks verzorgt hij een column op Radio M Utrecht, zondagochtend rond de klok van 11.30 uur. Op internet: rtvutrecht.nl/live/radiomutrecht/ VA editie 2 • 2017 • 45


Speciale supplementen... ...om u verder te helpen Blijf in beweging met Collasense met goed opneembaar collageen type II & natuurlijke vitamine C Slechts 1 kleine capsule per dag Collageen is het belangrijkste structurele eiwit in gewrichtskraakbeen en bestaat voor het grootste deel uit collageen type II. Het speciale verwerkingsproces van Collasense zorgt ervoor dat de structuur van collageen type II in Collasense behouden blijft. Dit is belangrijk voor een juiste werking. De goed opneembare, natuurlijke vitamine C in Collasense draagt bij aan de normale collageenvorming voor het normaal functioneren van kraakbeen. Geef Collasense twee maanden de kans 30 capsules met 10 mg collageen type II en 40 mg vitamine C

Aadexil probiotica met geleidelijke afgifte Aadexil bevat maar liefst 6 miljard kolonievormende bacteriën van zeven stammen. De gepatenteerde formulering met Bio-tract technologie zorgt voor een goede kwaliteit, optimale bescherming en geleidelijke afgifte op verschillende plaatsen in het darmtraject. Door de speciale verwerking blijven de bacteriën lange tijd stabiel. Aadexil is geschikt voor alle leeftijden vanaf 2 jaar. 30 caplets met 6 miljard bacteriën van 7 stammen

Cranaxil cranberryconcentraat met natuurlijk afgiftesysteem Cranaxil is een bijzonder voedingssupplement vanwege de hoge concentratie bestanddelen van de gehele cranberrybes – dus vruchtvlees, schil, zaad én sap. Alle bestanddelen blijven in hun natuurlijke verhouding, waardoor er synergie is. Voor één capsule van 500 mg wordt 17 gram verse cranberry’s gebruikt. De actieve bestanddelen van cranberry’s gaan bij bewaren relatief snel achteruit. In Cranaxil is het cranberryconcentraat op een bijzondere wijze verwerkt, waardoor de actieve bestanddelen beschermd zijn tegen achteruitgang tijdens de opslag en tevens bij inname beschermd zijn. Cranaxil heeft een bijzonder, natuurlijk afgiftesysteem (een matrix van vezels van de cranberry) dat de maag ontziet en de actieve bestanddelen beschermt. Dit systeem zorgt ook voor een constante, gereguleerde afgifte.

MenaQ7 met goed opneembare vitamine K2 Draagt bij aan het behoud van normale botten... en meer Met het verloop der jaren gaat de conditie van onze botten ons steeds meer aan het hart. Vitamine K2 kan daar mogelijk een rol bij spelen. Vitamine K2, in de vorm van menaquinone-7, komt voort uit fermentatie van natuurlijke bronnen. Een belangrijke innovatie zorgt voor een grotere zuiverheid en stabiliteit van menaquinone-7 in de natuurlijke vorm. Dit maakt dat de natuurlijke vitamine K2 in MenaQ7 goed opneembaar en beter beschikbaar is voor het lichaam. Vitamine K2 is van belang voor de opbouw van normale botten. Door de toevoeging van vitamine D is er een goede synergie voor het behoud van normale botten. Vitamine D draagt bij tot normale calciumgehalten in het bloed. 60 tabletten met 45 mcg vitamine K2 & 5 mcg vitamine D

MenaQ7 Forte met 180 mcg vitamine K2 MenaQ7 Forte bevat een hoger gehalte aan vitamine K2. Dit geeft een optimale voorziening van vitamine K2. 30 V-caps. met 180 mcg vitamine K2 Let op! Vitamine K2 180 mcg niet gebruiken wanneer iemand antistollingsmiddelen van het cumarinetype neemt.

30 V-capsules met 500 mg cranberryconcentraat

Onder andere verkrijgbaar bij Holland & Barrett/De Tuinen, Gezond & Wel, Vitaminstore en andere gezondheidswinkels en via drogisten als DIO en DA

46


column

h.c. moolenburgh

© Eddi van W.: Agape

‘Als je het terrein schoonmaakt en van de juiste hulpstoffen voorziet, merk je tot je verbazing hoe enorm het zelfherstellend vermogen van ons lichaam is, en dan wordt geneeskunde ook weer echt leuk.’ Met dit citaat uit het eerste interview met H. C. Moolenburgh, voorjaar 2007, openden we tien jaar lang zijn column. Na tien jaar en veertig columns lijkt de tijd gekomen om afscheid te nemen? Dit is nummer 40.

afscheid? ot mijn vreugde heb ik gehoord dat de tot nu toe gepubliceerde verhalen gebundeld worden tot een boekje. Daar past dit stukje dan perfect in. Op 27 januari j.l. veranderde mijn nog zeer actieve leven vol lezingen, interviews en schrijven radicaal. Ik werd in het ziekenhuis opgenomen met een heftig op hol geslagen hart en een fikse longontsteking. Beide aandoeningen zijn op mijn leeftijd (91) fataal. Men heeft mijn leven nog even weten te redden. Niets dan goeds dus, maar graag wil ik u iets laten zien. Tijdens zo’n opnamedag trekt een stoet van medewerkers langs je heen. De een prikt bloed, een tweede maakt een hartfilmpje, de derde neemt je bloeddruk op, enzovoort, enzovoort. De zo gevonden gegevens worden omgezet in getallen. De getallen verdwijnen in een computer en komen dan terecht op het bureau van de specialist. Sommige getallen keurt hij goed, andere zijn te hoog of te laag, en dan wordt de dosering van een van de chemische tabletten van de farmaceutische groothandel iets veranderd. Of een nieuw middeltje wordt aan het al indrukwekkende arsenaal toegevoegd. Dat gaat niet altijd geruisloos. Een ervan nam voor lange tijd bijna alle smaak weg. Pech gehad. De medische wetenschap wordt puur rechtlijnig en zuiver wiskundig-chemisch beoefend. Op een dag hoog bezoek! Daar stapt dan de specialist zelf, omringd door zijn staf, binnen. Een aardige, competente man die opgewekt zei: ‘U hebt een slecht hart!’ Nu had ik af en toe een moeizame, zwoegende ademhaling die ik van stervende patiënten kende, maar de specialist vond dat niet van veel belang.

Dus nam het opgewekte gezelschap afscheid, behalve een jonge vrouw achteraan (laag in rangorde dus), die zich omdraaide, naar me toeliep, zich vol medelijden naar me toeboog en vroeg: ‘U bent bang, hè?’ Ik gaf toe dat de benauwdheid me angst gaf. ‘Probeert u zich te ontspannen,’ zei ze rustig en vriendelijk. En waarachtig, de benauwdheid trok weg. ‘Wat hebt u voor functie?’ vroeg ik haar. ‘Ik ben sinds een maand in opleiding voor verpleegkundige.’ ‘Gaat u vooral door!’ zei ik haar. ‘U hebt meer van de essentie van het medisch vak begrepen dan de hele staf!’ Ze keek me vriendelijk aan en sloot weer bij de witgejaste adel aan. Dat was nu het beroemde agapé van de Grieken, de onbaatzuchtige, gevende liefde waar het in dit leven om gaat. Die liefde bloeide daar even onverwacht op als een krokus uit een spleet in het beton. Mogelijk, lieve lezer, is dit ook mijn laatste column – als ik als oud-huisarts mijn symptomen bekijk alsof ze van een ander zijn. Het leven hier is bijna op. In ieder geval dank ik u dat ik al die jaren voor u heb mogen schrijven en dank aan Bart Hommersen die me daar de gelegenheid voor gaf. Dat het tijdschrift zijn aandeel mag blijven houden in het bewaren en beschermen van deze prachtige aarde. H.C. Moolenburgh

VA editie 2 • 2017 • 47


Groot warmtelek bij vloerverwarming. Begane grondvloeren verliezen veel warmte naar de kruipruimte. Dat geldt ook voor nieuwbouwwoningen met vloerverwarming. TONZON Thermoskussens blokkeren de warmte uitstraling aan onderkant volledig en dichten dit warmtelek optimaal.

“Ook een nieuwbouwwoning draagt bij aan de opwarming van de aarde rondom het huis.” Thermoskussens TONZON Thermoskussens zijn speciale zilverkleurige, hoogglanzende kussens die worden gevuld met lucht. Ze worden vanuit de kruipruimte in banen tegen de onderzijde van de houten of betonnen vloer bevestigd. Daarmee wordt de vloer thermisch optimaal gescheiden van de kruipruimte. Op de bodem van de kruipruimte komt een stevige Bodemfolie te liggen. Deze Bodemfolie stopt de

Permanent warmtelek

verdamping van vocht waardoor er geen vocht uit

De onderkant van de vloer(isolatie) lekt permanent

de bodem kan doordringen tot in de woning.

warmte naar de kruipruimte door middel van warmtestraling. Dat is ook het geval bij woningen die al

TONZON Thermoskussens

bij de bouw zijn voorzien van EPS vloerisolatie of achteraf met purschuim zijn bespoten. Op de infraroodfoto van een nieuwbouwwoning met vloerverwarming is te zien dat de aarde

TONZON Bodemfolie

rondom het huis letterlijk wordt opgewarmd via de kruipruimte, ondanks de EPS vloerisolatie met Rc≥2,5. Het TONZON Thermoskussen is het enige materiaal dat deze warmtestraling volledig weet

Voordelen

te blokkeren eneenvoudig tegen de bestaande

Bij woningen met radiatoren scheelt de energie-

isolatie kan worden aangebracht.

besparing gemiddeld 15 tot 20% en bij woningen met vloerverwarming tot wel 40%. Naast de besparing op het gasverbruik is een goed geïsoleerde vloer ook een stuk comfortabeler. Een vloer zonder vloerverwarming wordt aanzienlijk warmer en vloeren met vloerverwarming zijn beter te regelen. Deze worden soms ook warm op plekken waar dat voorheen nauwelijks het geval was. De warmere vloer en lagere vochtigheid geven schimmels en huisstofmijten nauwelijks

Vloer lekt permanent warmte

kans en de muffe geur uit de kruipruimte verdwijnt voorgoed. TONZON Vloerisolatie is daardoor dé basis voor een energiezuinige, comfortabele en gezonde woning. Meer informatie of een vrijblijvende offerte? Kijk snel op tonzon.nl

www.tonzon.nl


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.