KEN JE ONZE SCHOOL EN DE STUDIERICHTINGEN AL GOED? LOS DEZE VRAGEN OP... 1. Welke twee studievormen vind je in Campus IdP? 2. Binnen welke 3 studiegebieden kan je studeren aan Campus IdP? 3. Hoeveel procent van onze TSO-leerlingen studeert verder in het hoger onderwijs (bachelorstudies) na hun zesde jaar? Hoeveel BSO-leerlingen doen een 7de specialisatiejaar? 4. Hoeveel procent van de gestarte TSO-leerlingen slaagt erin zijn diploma te behalen in het hoger onderwijs (bachelorstudies)? Is dit meer of minder dan leerlingen die ASO-onderwijs gevolgd hebben? 5. Welke studierichtingen kan je volgen in Campus IdP in de tweede graad? 6. Hieronder vind je enkele opgesomde vakken: Frans en Engels / natuurwetenschappen / creatie / wiskunde / godsdienst / geschiedenis / integrale opdrachten / Nederlands / economie / vormgeving / praktijk / sociale wetenschappen / informatica / doorstromingsrichting naar het hoger onderwijs. Ze zijn typisch voor bepaalde van onze TSO-studierichtingen. Bij elke studierichting plaats je drie vakken/woorden die het meest typisch zijn voor die bepaalde studierichting. Als je goed gekozen hebt, schieten er nog vijf vakken/woorden over die bij alle drie even belangrijk zijn…!: handel (ha): ………………………………………………………………………………………………………………………… sociaal technische wetenschappen (stw): …………………………………………………………………………. creatie en mode (cm): ………………………………………………………………………………………………………. 7. Hieronder vind je enkele opgesomde vakken. Administratie / project algemene vakken / lichamelijke opvoeding / talen / voorbereiding op kinder- of bejaardenzorg / voorbereiding op medewerker in de voedings- of onderhoudsdienst / opvoedkunde / gespecialiseerde verkoopster-retoucheuse / informatica / interieur / modische werkstukken / godsdienst / huishoudkunde / kassabeheer / documentenstroom Hier passen de woorden bij de BSO-studierichtingen. Je plaatst de vier meest typische woorden bij elke studierichting. Dan houd je er nog drie over die bij alles evengoed passen. kantoor (ka): ………………………………………………………………………………………………………………………… verzorging-voeding (vv): …………………………………………………………………………………………………… moderealisatie en –presentatie (mrp): ……………………………………………………………………………… 8. Welke zijn de twee belangrijkste voorwaarden opdat een leerling goed zou presteren? 9. Hoe heet de scholengemeenschap waar onze school bij hoort? Welke andere scholen maken ook deel uit van die scholengemeenschap? 10. Hoeveel leerlingen telt onze school? b. Tussen de 300-350 leerlingen c. Tussen de 350-400 leerlingen d. Tussen de 400-450 leerlingen e. Tussen de 450-500 leerlingen