Woekeren met wol Van het Nederlandse schaap kan je geen trui breien en zelfs China heeft geen trek meer in Hollandse ‘tapijtwol’. Voor de vacht van het zwarte schaap moet de herder geld toegeven. Milieu Magazine onderzoekt of wol van de verbrandingsoven is te redden. HARRY VAN DOOREN
A
an wol valt steeds minder te verdienen. Zelfs de beste kwaliteit levert nu minder dan € 2 per kilo op. Tapijtwol - zoals het scheersel uit de lage landen meestal wordt aangeduid – doet hooguit een dubbeltje, mits wit, want zwarte en bonte wol laten zich niet verven in elke gewenste kleur. Om daar vanaf te geraken moet de herder lappen. Schapen scheren met gesloten beurzen is daarmee uit de tijd. Hoe lager de wolprijs, hoe meer de boer moet bijbetalen voor dit zware ambachtelijke werk. Bij een gemiddelde kuddegrootte rekent de scheerder zo’n € 5 per schaap, dat is tien tot twintig keer meer dan een vacht van 2,5 kilo opbrengt. Zo’n 800.000 Nederlandse schapen leveren vlees en zuivel of doen dienst als grazende natuurbeheerders. Samen zijn ze jaarlijks goed voor twee miljoen kilo wol, al is dat meestal een bijproduct. Het schaap met de vijf poten bestaat niet. De rassen die de heide en dijken afgrazen, zijn sterk en stug net als hun vacht die daardoor moeilijker te verwerken is. Voor melk en kaas zijn andere soorten populair. De texelaar is het meest gehouden weideschaap in Nederland. Deze kruising levert naast goed vlees zeer behoorlijke wol.
26 MILIEUMAGAZINE | NR 5 | SEPTEMBER 2021
‘Synthetische alternatieven deden de vraag naar wol wereldwijd inzakken’ Milieuprofiel Alle wol heeft in meer of mindere mate bewerking nodig: reinigen, kaarden, spinnen, noppen, twijnen, verven of vervilten. Technieken die op industriële schaal allang uit Nederland zijn verdwenen wegens hoge arbeidskosten en strengere milieuwetgeving. De laatste fabriek in onze voormalige wolhoofdstad Tilburg sloot in 1983. De opkomst van synthetische alternatieven als nylon, polyester, elastaan en acryl deden de vraag naar wol wereldwijd inzakken. De alternatieven zijn goedkoop te produceren en hebben nauwelijks bewerkingen nodig. Hoewel de meeste alternatieven uit aardolie komen, is het milieuprofiel vaak gunstiger dan dat van het natuurproduct wol, dat veel chemie nodig heeft om er zachte garens van te maken. De benodigde bewerkingen worden voorname-
lijk in landen gedaan met minder strenge milieuwetgeving en vaak slechtere arbeidsomstandigheden. Tel daar de transportkilometers bij op en het feit dat methaanrijke schapenscheten een behoorlijke bijdrage aan de opwarming van de aarde leveren.
Van wol naar wol Wol concurreert ook met zichzelf. De sterke wolvezels zijn goed te recyclen. Dat gebeurt op steeds grotere schaal. De wol wordt op kleur gesorteerd alvorens het de vervezelaar in gaat, daarna worden er nieuwe garens van gesponnen. In de praktijk bedraagt het recycle-aandeel meestal tussen de 40 en 70 procent en worden andere vezels toegevoegd om de gelijkmatigheid van de draad, zachtheid of sterkte te bevorderen, maar in theorie is het mogelijk om een trui te maken van 100 procent hergebruikte vezels. Nieuwe wolwegen Mode Het Nederlandse wolmodemerk Joe Merino breide in samenwerking met The Knitwit Stable 250 truien die voor 80% uit Nederlandse schapenwol bestaan. Om de wol weefklaar te krijgen, moest wel een retourtje Italië worden geboekt. Het eindresultaat wordt