Ik draag van alles, brood, kaas een bom of een verminkte kat. Dragen is mijn redding. Ook van binnen draag ik, vragen, tranen, gedaas en een karrenvracht solaas. Als ik niet draag is er een gemis dat niet te dragen is. Het dood dier dat ik droeg heeft mij gelikt tot ik geen gezicht meer had.