Wim Claes, JAVA
“Van koffie naar ‘foodservice’: het is helemaal geen grote stap” “Vanaf 2 januari zullen we onder de naam JAVA FRESH & Partners intens samenwerken met vier andere Belgische familiale voedingsbedrijven, met name Alva in Hasselt, Gastro Fish in Roeselare, Marmo in Diest en Pludis in Bree,” zegt Wim Claes. De algemeen directeur van JAVA meldt het met trots. Het is immers een nieuwe fase voor het 80 jaar oude familiebedrijf. “Een nieuwe doorstart,” noemt hij het zelf. JAVA begon ooit als koffiebranderij, maar koffie vertegenwoordigt vandaag nog slechts een klein deel van de omzet. Het leeuwendeel haalt Java uit haar activiteiten in de ‘foodservice’-distributie. Een sector met specifieke noden en uitdagingen, zo blijkt. “JAVA is van oorsprong een koffiebranderij. Daarnaast begon het bedrijf zich ook stilaan te richten op de invoer en verkoop van koloniale waren. In familiebedrijven heb je altijd golven van vernieuwing, vaak onder impuls van een nieuwe generatie.” In zijn kantoor in Rotselaar rakelt Wim Claes bedachtzaam de bedrijfshistorie op. Bij een kop koffie. Net zoals toen het ooit begon. B.M.: Merkwaardig dat JAVA in de publiek opinie vooral om koffie draait, terwijl het hooguit één tiende van jullie omzet bepaalt? Wim Claes: “We hebben inderdaad twee bedrijfstakken die we gelijkwaardig uitbouwen en ondersteunen, maar toch groeit de ene tak sneller dan de andere. Het aandeel van koffie is misschien niet zo groot, maar vanwege de naambekendheid opent hij veel deuren. Bovendien zijn het onze ‘roots’ en die zullen we nooit verloochenen. JAVA verwijst naar het eiland waar tussen de twee wereldoorlogen de allerbeste koffie vandaan kwam en is uitgegroeid tot een sterke merknaam.
Net daarom hebben we de naam ook behouden voor alle andere activiteiten van de groep.” B.M.: Die activiteiten omvat men onder de noemer ‘foodservice’-distributeur. Wat houdt dat precies in? “Eind jaren ’80 breidde JAVA zijn activiteiten uit naar ‘foodservice’. We leverden al koffie, suiker en porselein aan allerlei institutionele klanten als rust- en ziekenhuizen, gevangenissen en ministeries. De stap om ook andere producten voor grootkeukens te leveren was dus niet zo groot. Je kan ons als een grossier voor instellingen en collectiviteiten beschouwen.” B.M.: Het is merkwaardig dat u de horeca niet vernoemt? “We zijn van in de jaren ’70 tot midden jaren ’80 actief geweest in de lokale horeca. Maar toen de derde generatie het overnam, hebben we de horeca-activiteiten afgebouwd. Vanwege zijn zeer specifieke noden doen de horecaklanten meestal beroep op lokale
10
koffiebranders en grossiers. Wij wilden nationaal werken en dat gat in de markt was er wel in de institutionele ‘foodservice’.”
Generatieoverschrijdende groei B.M.: JAVA overleeft al drie generaties. Dat op zich is al een opzienbarend gegeven. Daarenboven is het bedrijf steeds blijven groeien... (snel) “De vierde generatie is zelfs al aanwezig. Mijn zoon Pieter is sinds twee jaar actief in het bedrijf en spitst zich toe op onze koffiedivisie. In 2003 heb ik met de hulp van de banken alle aandelen gekocht. In de beste verstandhouding zijn alle aandelen daarmee opnieuw in handen van één familietak en dat zorgt er onder meer voor dat we opnieuw kunnen doorstarten.” B.M.: JAVA is op dit moment de op één na grootste Belgische speler op de ‘foodservice’markt. Hebben jullie die groei op eigen kracht gerealiseerd? “Tot 1998 hebben we enkele gerichte overnames gedaan, maar sindsdien hebben we onze groei zelf verder ontwikkeld. We gaan uit van eigen sterkte. Toen we onze eerste stappen zetten op het vlak van distributie en logistiek, hebben we twee jaar lang intensief onze klanten bevraagd naar hun behoeftes. Op basis van dat onderzoek hebben we allerlei computerprogramma’s ontwikkeld. Het is dankzij deze innovatieve aanpak dat we een zeer kwalitatieve