9 minute read

Geen (duurzame) toekomst zonder kunststoffen

Kunststof of plastic? In de volksmond vallen kunststoffen en plastics vaak samen. Plastic is in feite een type kunststof waarvan onder verhitting een voorwerp kan worden gemaakt. Maar terwijl plastic vooral een negatieve connotatie heeft (lees: afvalzakken, verpakkingen, noppenfolies…), staan kunststoffen voor hoogkwalitatieve materialen in gebruiksvoorwerpen en apparatuur. In de brede definitie zijn kunststoffen en plastics synthetisch vervaardigde polymeren met additieven.

Advertisement

Circular Plastics Alliance De Circular Plastics Alliance is een Europees initiatief van de kunststofketen, waartoe alle publieke en private actoren uit de kunststofindustrie kunnen toetreden die duurzaam willen omgaan met materialen. De alliantie omvat 300 vertegenwoordigers uit de sector, de academische wereld en overheden. Een belangrijke doelstelling van de ondertekenaars is om tegen 2025 10 miljoen ton gerecycleerde kunststoffen terug in te zetten op de EU-markt.

In de publieke opinie slepen kunststoffen niet altijd het schoonste imago met zich mee. Maar het plastic wegwerptasje uit de supermarkt staat niet symbool voor de hele industrie. “Het probleem zit niet in het materiaal zelf, wel in de mentaliteit.”

Hoe ging het toen we allemaal nog een plastic zakje meekregen in de supermarkt? We gebruikten het voor het afvalemmertje onder de gootsteen. “Nu kopen we in de winkel een rol nieuwe vuilzakjes. Zijn we op die manier duurzamer bezig?”

Aan het woord is Wim Grymonprez die bij VKC, het competentiecentrum voor de kunststof- en textielverwerkende industrie, bedrijven ondersteunt in hun bijdrage aan een circulaire economie. Het debat rond kunststoffen wordt volgens de manager new business developments vaak te ongenuanceerd gevoerd. “Vroeger werd in het warenhuis alles in papier verpakt. Het eerste patent dat ingediend werd voor een kunststof zakje had als expliciete doelstelling om bomen te sparen. Vandaag is de slinger helemaal omgeslagen.”

De strijd tegen kunststoffen is onterecht, vindt Grymonprez. “Als je ’s ochtends een blaadje papier neemt en een streepje zet voor elk voorwerp uit kunststof dat je tegenkomt, heb je tegen de middag een A4 vol. Kunststof is overal, we kunnen niet meer zonder. Ook niet om de transitie te maken naar een duurzamere toekomst. Je kunt geen groene energie opwekken zonder kunststof. Zonnepanelen en windmolens zijn gemaakt uit kunststof, de behuizing van de batterij in een elektrische wagen is van kunststof. Precies door kunststoffen te gebruiken, sparen we schaarse grondstoffen uit. Waar vroeger de waterleidingen uit koper, ijzer of lood bestonden, zijn dat nu buizen in polyethyleen.”

Van dat soort toepassingen maakt niemand een probleem, stelt Grymonprez vast. Het imagoprobleem zit vooral bij de verpakkingsmaterialen, die een ultrakorte gebruiksduur hebben maar een heel lange afbraaktijd. “Als er plastic zakjes rondwaaien in onze voortuin, maken we ons daar met reden druk om. Alleen is zwerfvuil niet de schuld van het plastic, wel van de gebruiker. Voor mij zit het probleem niet in het materiaal zelf, maar in de mentaliteit van de mensen.” Ook Kim Ragaert, professor in Circular Plastics aan de universiteit van Maastricht, heeft moeite met de tunnelvisie op vervuilende plastics. “Terwijl de niet-duurzame verdienmodellen achter talloze van onze producten ongemoeid worden gelaten. De Europese Unie heeft plastic rietjes verboden ten gunste van de papieren variant – die overigens niet noodzakelijk duurzamer is. Beter zou men het singleuseconcept onder de loep nemen.”

De functionele eigenschappen van kunststoffen zijn in veel toepassingen nauwelijks te overtreffen, weet Ragaert. “Qua sterkte, afsluitbaarheid en functionaliteit per kilogram gebruikt materiaal zijn kunststoffen fenomenaal.” Maar hoe veelzijdig ze ook zijn, er is zeker nog ruimte om te verduurzamen. “Zo kunnen we de plastics die we produceren nog een stuk geschikter maken voor recyclage. Misschien moeten we nadenken over vulsystemen in de winkel, of over de keuze voor één materiaal per type product. Met minder verschillende materialen bereiken we namelijk makkelijker de kritieke massa om recyclage economisch interessant te maken.” Vanuit CO2-oogpunt is de productie van plastics behoorlijk energie-efficiënt, stelt ze. “Aardolie gebruiken om er plastics mee te vervaardigen is alleszins veel duurzamer dan er je auto mee vol te tanken. Willen we op de lange termijn weg van aardolie, dan zijn er al verschillende biobased oplossingen voorhanden. Al is het ook daar belangrijk om energie-kritisch te blijven.”

Of kunststoffen ook werkelijk de gangmakers kunnen worden van een circulaire economie? “De grootste technologische sprongen qua functionaliteit zijn na veertig jaar wel gemaakt”, meent Ragaert. “Wel denk ik dat er nog muziek zit in een ketensamenwerking. Als kunststofproducenten aan design for recycling doen, vergemakkelijken ze de latere inzameling en recyclage, stijgt de economische waarde van de producten, krijgt de consument meer incentives om goed te sorteren, enzovoort. Daar zie ik wel een interessant domino-effect ontstaan.”

De evolutie van de landbouwsector

Het is duidelijk dat de industrie en daarbij ook de landbouwsector niet meer dezelfde is dan 10 jaar geleden. Bedrijven voelen zich verplicht milieubewuster te werk te gaan, mede door een mentaliteitswijziging en een strengere milieuwetgeving.

Anorel, sinds 1997 producent en toeleverancier van meststoffen voor land- en tuinbouw, is steeds al bezig geweest met het onderzoeken en ontwikkelen van innovatieve en milieuvriendelijke producten in de landbouwsector. Vader en dochter Cafmeyer leggen uit hoe de mentaliteit in de landbouwsector wijzigde en hoe zij hiermee met Anorel op inspeelden. “Enkele jaren geleden reageerden bedrijven geïnteresseerd maar nog niet geactiveerd om hun teelten milieuvriendelijker te produceren. De tijd was toen nog niet rijp en dat is het verschil met de huidige situatie. Bedrijven voelen zich nu wel genoodzaakt om een verandering door te voeren”, zegt Steven Cafmeyer. Ook het gebruik van plantafval kan een positieve verandering scheppen.

Vandaag wordt het meeste plantafval van verschillende planten samen verwerkt en gecomposteerd. Het nadeel van deze methode is dat de beschikbare energie die nog aanwezig is in het afval hiermee wordt geneutraliseerd. Het Tombustion project van Anorel moet hier weerwerk tegen bieden. “10 jaar geleden is het idee ontstaan door mijn vader maar is het door de toenmalige tijdsgeest niet van start gegaan. Toen ik een jaar geleden in het bedrijf stapte, hebben we het idee uitgeschreven om het in te dienen als Vlaio-onderzoeksproject, in partnerschap met de Ugent. Aan de hand van komend onderzoek zullen we het ideale productieproces zoeken om uit bladafval de opgeslagen mineralen en energie te recupereren”, zegt Josephine Cafmeyer.

Het merendeel van de kunstmeststoffen werd tot voor kort vanuit China en Rusland ingevoerd. Hier kwam door de huidige internationale instabiliteit verandering in. In China werden er nieuwe exportbeperkingen op kunstmeststof opgelegd uit vrees dat er zich een tekort zou voordoen op de eigen markt. De Russische export op zijn beurt staat door de oorlog in Oekraïne erg wankel. Dit slaat niet enkel op kunstmest maar kan doorgetrokken worden naar de hele landbouwindustrie. Door zelfvoorzienend te werk te gaan zijn bedrijven niet meer volledig afhankelijk van buitenlandse import wat zorgt voor een grotere stabiliteit.

Als we echt een grote verandering willen doorvoeren met het oog op milieuvriendelijke landbouwprocessen, dan is een strenge milieuwetgeving essentieel. “Strengere wetten kunnen een grote impact hebben. Een goed voorbeeld hiervan is de stijging van de taks op afvalwater. Bedrijven die enkel synthetische grondstoffen gebruiken tijdens de productie zullen meer vervuiling aanrichten en daardoor een hogere taks moeten betalen. Bedrijven die kiezen voor milieuvriendelijke varianten zullen op hun beurt beloond worden door een veel lagere taks te moeten betalen. Via wetgeving kunnen bedrijven gestimuleerd worden om milieubewuster te gaan werken”, zegt Steven Cafmeyer. Het verschil met 10 jaar geleden is dat we allemaal, en daarbij ook de bedrijven, harder worden gewezen op de mogelijke gevolgen wanneer we blijven vervuilen. Zelf geen actie ondernemen is geen optie meer. Milieubewust en circulair te werk gaan is het nieuwe normaal en alle initiatieven die deze richting uitwijzen dragen reeds positief bij in de creatie van dit ideaal.

Steven Cafmeyer

Director

Josephine Cafmeyer

Strategic manager

Anorel, wat staat voor Anorganische elementen, werd in 1997 opgericht uit de joint-venture Soltech. Oorspronkelijk lag de focus lag op de productie van monoammoniumfosfaat. Dit evolueerde naar de ontwikkeling en productie van oplosbare meststoffen voor de irrigatielandbouw. Vandaag is Anorel een van de belangrijkste producenten en toeleveranciers van kunstmeststoffen in de Benelux. Ook buiten de Benelux is Anorel goed vertegenwoordigd. Aanwezig in wel 35 landen en 5 continenten, met per land telkens één exclusieve verdeler. Op deze manier wordt de kwaliteit van hun product telkens verzekerd.

Waarom methanol zowel groene brandstof als groene grondstof kan worden

INOVYN, onderdeel van INEOS en Europa’s toonaangevende producent van vinyls, is een sprekend voorbeeld van een bedrijf dat de verduurzaming van de chemiesector als prioriteit stelt. Vooral methanol lijkt daarbij de sleutel.

Het portfolio van INOVYN bestaat uit een breed scala aan producten, onderverdeeld in General Purpose Vinyls, Specialty Vinyls, Organic Chlorine Derivatives, Chlor Alkali, hydrogen and Vinyls Technologies. – grondstoffen die voor zowat elk industrieel proces kunnen dienen. Maar belangrijker nog is dat moederbedrijf INEOS eind 2020 een nieuwe business rond schone waterstof lanceerde, die geleid wordt door INOVYN. INOVYN produceert vandaag een aanzienlijke hoeveelheid restwaterstof uit haar chlooralkaliactiviteiten. Dat is nodig, want de energie-uitdagingen zijn – vandaag meer dan ooit – enorm en de ambitie van Europa om tegen 2050 CO2-neutraal te worden zal alleen waargemaakt worden als iedereen zijn steentje bijdraagt.

Circulaire economie avant la lettre

“Het is niet terecht dat de chemische industrie een minder goed reputatie heeft als het op duurzaamheid aankomt”, vertelt Luc van Opstal. Hij is in Antwerpen sitemanager van INOVYN Manufacturing Belgium. “Sinds de eerste oliecrisis in de jaren tachtig van de vorige eeuw besteedde de chemische industrie net veel aandacht aan de maximale recuperatie van restwarmte of de warmte die vrijkomt als gevolg van de chemische reactie. Nadien werd er ook ingezet om bijvoorbeeld vast afval en afvalwater op gepaste wijze te hergebruiken, een beetje circulaire economie avant la lettre. We geloven echter dat er nog meer kan gebeuren.”

Luc van Opstal

Koolstofneutrale samenleving

Dat is er meer kan gebeuren, is voor INOVYN de reden om de handen uit de mouwen te steken. “INOVYN, als de belangrijkste PVCproducent in Europa, zet sterk in op de recyclage van PVC. Daarnaast geloven we binnen INOVYN heel sterk in de ontwikkeling van onze waterstof-business, omdat waterstof volgens ons een heel belangrijke rol kan spelen in de ontwikkeling van een zero-CO2 emissie klimaat. De verdere ontwikkeling van de waterstoftechnologie en het gebruik van hernieuwbare energie biedt de mogelijkheid om tot een koolstofneutrale samenleving te komen.”

In dit opzicht zette INOVYN, samen met een aantal partners als de Port of Antwerp en Engie, het Power to methanol-project op, waarbij bestaande technologieën op innovatieve wijze worden samengebracht om met hernieuwbare energie groene waterstof te produceren en met CO2 in groene methanol om te zetten.

“Deze methanol kan ingezet worden als groene brandstof, maar ook als groene grondstof voor de productie van chemicaliën”, duidt Luc van Opstal. “INOVYN gelooft er dan ook sterk in dat duurzaamheid, ondernemerschap en winst maken hand in hand kunnen gaan. Belangrijke investeringen en fundamenteel (R&D) en toegepast onderzoek blijven echter een absolute must.”

This article is from: