
12 minute read
De consument in een


Advertisement
Een betere wereld begint bij onszelf. Het klinkt als een cliché, maar eens onze mindset veranderd is, moet ook ons gedrag veranderen. Een duurzame wereld komt er door een optelsom van verschillende activiteiten binnen de kaders voeding, wonen, energie en mobiliteit.
Als iemand toont hoe het moet, dan wel Steven Vromman die onder zijn alter ego Low Impact Man bekendheid verwierf met het gelijknamige Canvas-programma. Vromman houdt zijn ecologische voetafdruk zo klein mogelijk en dat resulteert in één PMD-zak per jaar. Hij is overtuigd dat het bewustzijn bij consumenten al decennia aan het groeien is.
“Mensen beseffen steeds meer dat ze door hun keuzes een ecologische voetafdruk hebben”, vertelt Vromman. “90 procent van de Europeanen erkent het klimaat als een groot probleem. Ongeveer 40 procent van de Belgen zegt dat hij duurzaamheid meeneemt in het aankopen van voeding. De pandemie en de stijgende energieprijzen hebben echter de aandacht voor milieukwesties verminderd. Onzekerheid rond de toekomst zorgt ervoor dat het ecologische aspect wat minder zwaar doorweegt in de keuzes die we maken. Er blijft een grote kloof tussen intentie en gedrag.”
Vromman stelt dat het belangrijk is om naar het geheel te kijken. “Al te vaak wordt milieubewust leven gereduceerd tot afval sorteren en het licht uitdoen. De zwaarste impact komt echter van voeding, wonen en mobiliteit.” Bij voedsel zorgt overstappen naar een meer plantaardig dieet voor grote klimaatwinst, zegt Vromman. “Kiezen voor biologisch en lokaal voedsel én voedselverspilling vermijden zijn ook belangrijk.”
Wat wonen betreft is niet enkel de woning zelf van belang, maar ook waar die zich bevindt. Vromman: “Compacter wonen in een goed geïsoleerde woning dicht bij alle voorzieningen blijft heel belangrijk. Verstandig gebruik van toestellen en warm water helpen zeker mee. Water opvangen voor het toilet en andere toepassingen speelt ook een grote rol. Een heel eenvoudige actie met veel impact is kiezen voor 100 procent hernieuwbare stroom. Bij mobiliteit blijft de auto de grote boosdoener. Nog te veel kleine verplaatsingen gebeuren met de wagen.” Els Slembrouck is zaakvoerder en milieucoach bij Coachessence. De focus ligt bij haar op preventie en milieu. Slembrouck deelt de hedendaagse consument graag op in drie groepen: de ‘bewusten’, de ‘aanklagers’ en zij die er helemaal niet mee bezig zijn. “Zogenoemde ‘bewusten’ zijn mensen die er echt voor gaan: van consu-minderen tot het zelf bouwen van een tiny house, van zero waste tot gebruikmaken van circulaire economie en zelfs de wagen collectief aankopen naast de elektrische fiets. Deze groep mensen groeit. Hun creativiteit is aanstekelijk, en hun stem wordt met de dag luider.”
Aanklagers zijn volgens Slembrouck dan weer vooral bezig met het met de vinger wijzen naar anderen en hun praktijken: de overheid, de Winterspelen, het WKvoetbal, langeafstandsreizigers… “Die groep legt de schuld liever bij anderen.” En dan is er nog de derde groep. “Zij zullen al snel zeggen dat met de coronapandemie en alles wat we hebben moeten doormaken, het klimaat hen even gestolen kan worden. ‘Ik probeer wat minder plastic zakjes te gebruiken, dat helpt ook.’”
Steven Vromman omarmt wel het idee dat zowel bedrijven als consumenten duidelijk bezig zijn met duurzaamheid. “Het feit dat de omschakeling naar meer plantaardige voeding zich de komende jaren zal doorzetten, is positief. Niet alleen de consument kiest ervoor, ook de stikstof- en klimaatproblemen dwingen ons in de richting van een eiwitevolutie. Een terrein binnen de voeding waar nog enorm veel winst te boeken valt, is het vermijden van voedselverspilling. Ook hierrond komen steeds meer initiatieven van de grond. De weg naar een circulairdere economie blijft echter nog lang.”
Vromman: “Kringwinkels en repaircafés kunnen nog aan belang winnen evenals deelsystemen die maken dat we niet alle spullen individueel moeten bezitten. Globaal gezien worden nog te veel wegwerpartikelen gemaakt en is ingebouwde veroudering nog steeds een strategie bij veel producenten.”

— Steven Vromman, Low Impact Man
Boodschappen in herbruikbare glazen potten aan huis geleverd? Het kan dankzij de eerste verpakkingsvrije online supermarkt Pieter Pot.

Pieter Pot heeft als einddoel de hele boodschappenketen verpakkingsvrij te maken. Het van oorsprong Nederlandse concept en nu gevestigd in Vlaanderen is oersimpel: “We leveren lekkere producten aan huis, in glazen potten of flessen met statiegeld, zonder verpakkingsafval”, aldus Puck Schaaphok, Head of Belgium van Pieter Pot.
Hoe werkt het?
Pieter Pot koopt producten in bulk aan en vult hiermee vervolgens herbruikbare glazen potten. De bezorger levert de producten aan huis. Bij een volgende bestelling neemt de bezorgdienst de lege potten weer mee. Op die manier komt er geen verpakkingsafval bij kijken.
Ruim assortiment, ook A-merken
Het assortiment van Pieter Pot bestaat vandaag voornamelijk uit houdbare producten - zowel voeding als huishoudelijke artikelen - en groeit elke week. Puck Schaaphok, Head of Belgium van Pieter Pot: “We zijn voortdurend in gesprek met een groot aantal producenten in België en Nederland, om te bekijken of zij in bulk kunnen leveren. Onze olijfolieproducent bijvoorbeeld levert in vaten van 1.000 liter en neemt deze vaten weer terug om opnieuw te vullen. Zo werken we hard om de hele boodschappenketen verpakkingsvrij te maken. Het is voor Pieter Pot van groot belang dat de hele keten, van fabricage bij de producent tot levering bij de consument, verpakkingsvrij is.”
Het aanbod van Pieter Pot is niet duurder dan dat van een doorsnee supermarkt. Schaaphok: “We werken met lokale producenten, maar evengoed met internationale A-merken. We hebben bijvoorbeeld Belgische chocolade van Callebaut, ketchup van Heinz of snoepjes van Haribo in ons assortiment. We willen zo veel mogelijk consumenten stimuleren om verpakkingsvrije boodschappen te doen!”
Kleinere voetafdruk
Naast de verpakkingen die Pieter Pot bespaart - al meer dan 2 miljoen op 2 jaar tijd - berekende de online supermarkt ook de CO2-voetafdruk van hun concept. De analyse gebeurde door het onafhankelijke onderzoeksbureau Partners for Innovation. Het bedrijf kan aantonen dat een gevuld winkelmandje van Pieter Pot een lagere CO2 uitstoot heeft dan
een winkelmandje met identieke producten van een reguliere supermarkt. Voor een fles ketchup uit de regulier supermarkt, ligt de CO2 uitstoot bijvoorbeeld 157% hoger dan bij een aan huis geleverde herbruikbare glazen pot - met dezelfde ketchup erin - van Pieter Pot .
“Aan huis leveren kan dus gegarandeerd op een duurzame manier, doordat wij zoveel mogelijk transporten combineren én doordat de bezorgdiensten ook foodboxen voor andere bedrijven meenemen. Door met herbruikbare potten te werken elimineren we eenmalige verpakkingen. Die veroorzaken de grootste uitstoot, zelfs als ze recycleerbaar zijn.” aldus Schaaphok.
GEZONDE EN DUURZAME ALTERNATIEVEN DIE NIET INBOETEN OP SMAAK
Hoewel Belgen echte bourgondiërs zijn, ontbreekt het ons vaak aan tijd en energie om uitgebreid en gezond te koken, laat staan om boodschappen te doen. HelloFresh wil mensen aanmoedigen om lekkere en voedzame maaltijden te koken die bovendien een positieve impact hebben op het milieu. De missie van HelloFresh is daarom: “change the way people eat - forever”, zegt Thomas Stroo, COO HelloFresh Benelux.
Met de maaltijdbox van HelloFresh tover je in een handomdraai een lekkere, voedzame maaltijd op tafel waarmee je tegelijkertijd je ecologische voetafdruk verkleint. “Het is onze verantwoordelijkheid om zowel maatschappelijk als ecologisch ons steentje bij te dragen”, zegt Stroo. “Kwaliteit, versheid én duurzaamheid staan bij ons centraal. Met onze maaltijdboxen bieden we toegankelijke alternatieven om dagelijks verse en gevarieerde maaltijden op tafel zetten.”
De impact op het milieu speelt een belangrijke rol in het aanbod van HelloFresh. Zo worden er wekelijks minstens tien vegetarische recepten en vegan opties aangeboden die mensen inspireren om hun vleesconsumptie te verminderen. Een stijgende trend volgens HelloFresh: in 2021 was Veggie in België de meest gekozen receptcategorie. Daarnaast streeft HelloFresh op korte termijn naar het reduceren van de hoeveelheid verpakkingen in de maaltijdbox. Wanneer het niet anders kan, gebruiken ze recycleerbare, gerecycleerde of hernieuwbare materialen.
Daarnaast streeft HelloFresh via zijn korte keten naar een zo duurzaam mogelijk operationeel model. Hiervoor binden ze de strijd aan met twee belangrijke boosdoeners: voedselverspilling en CO2-uitstoot.
“We hebben een nultolerantie voor voedselverspilling. We gaan dan ook voor zero food waste in onze eigen distributieketen en bij klanten thuis. We bestellen wekelijks de juiste hoeveelheden ingrediënten op basis van de bestellingen, wat in onze eigen keten resulteert in minder dan 0,2% voedselverspilling. Daarnaast bezorgen we exacte hoeveelheden bij de klanten thuis, waardoor er door te koken met HelloFresh zo’n 22% minder voedsel verspild wordt in vergelijking met wanneer klanten zelf boodschappen zouden doen”, zegt Stroo.
“De bezorging van maaltijdboxen wordt gepland met een speciale routeplanningssoftware om de meest efficiënte route te bepalen. Daarnaast hebben we in België vijf plaatselijke hubs zo gelokaliseerd dat we het aantal gereden kilometers kunnen beperken. We werken bovendien vaker met elektrische busjes die we opladen met 100% groene windenergie. Zo hebben we de CO2-uitstoot per box in de afgelopen drie jaar met 50% kunnen verminderen en door 100% van onze directe CO2-uitstoot te compenseren, zijn we de eerste internationale CO2-neutrale maaltijdboxleverancier”, vertelt Stroo. “Tegen eind 2022 willen we 50% van de boxen in België elektrisch bezorgen. En vanaf 2030 zullen alle bezorgingen volledig emissievrij gebeuren.”
Om het ecologische aspect te verbinden met maatschappelijke betrokkenheid, werken de verschillende inpaklocaties en logistieke hubs van HelloFresh nauw samen met lokale voedselbanken. Op die manier krijgen achtergebleven boxen, bijvoorbeeld omdat niemand thuis was, toch een goede bestemming. Zo kunnen mensen dankzij HelloFresh elke dag opnieuw, hapje per hapje, kiezen voor duurzame, lekkere en voedzame maaltijden.
Wil je zelf duurzamer koken? Scan de QR-code en ontdek tips om minder voedsel te verspillen.
Hoog tijd voor de nieuwe verlichting

Onze verlichting heeft nog heel wat marge om milieuvriendelijker te worden. Niet alleen in het energieverbruik, maar ook in de gebruikte materialen van de armaturen en de recycleerbaarheid en herstelbaarheid daarvan.
Hoe maak je verlichting circulair? Hoe zorg je ervoor dat de voetafdruk van je verlichtingsproducten zo laag mogelijk is, zonder te besparen op comfort en kwaliteit? Bij de Belgische verlichtingsproducent ETAP wordt er elke dag over die vraag nagedacht, zegt CEO Dominiek Plancke. En er is geen eenduidig antwoord, maar een kwestie van verschillende factoren.
“Als je verlichting circulair wilt maken, moet je in de eerste plaats een product met een lange levensduur maken”, zegt hij. “Natuurlijk gebruiken we ledverlichting, maar de ene led is de andere niet. In de verlichtingswereld spreken we van de L-waarde, die aanduidt hoeveel licht-output een lamp nog heeft na 50.000 branduren. 70 procent is zo ongeveer het marktgemiddelde, wat dus betekent dat je 30 procent van je licht kwijt bent. Sommige producenten proberen dat op te vangen door de led’s op te drijven en er meer energie in te steken om dat verlies te compenseren. Maar dan gaat je stroomrekening natuurlijk pijlsnel omhoog. Een ETAP-lamp is meestal wat duurder in aankoop, maar heeft een L-waarde van 97 procent.”
Zulke zaken duiden aan dat, wat circulaire verlichting betreft, alles al begint in de designfase van een armatuur, zegt Plancke. “Circulariteit zit ingebouwd in je ontwerp. Daar leg je al het fundament voor een maximaal nuttige levensduur van je lamp. Sommige lamponderdelen maken we bijvoorbeeld van 100 procent gerecycleerd polycarbonaat. Dat lukt voorlopig alleen als het zwarte polycarbonaat is, voor de witte zijn we zo ver nog niet. Producten kun je ook zo ontwerpen dat ze heel gemakkelijk onderhouden en hersteld kunnen worden. Wij zijn zelfs begonnen met het verkopen van ‘refurbished’ producten: die herstellen we volledig en kijken we na om dan terug op de markt te brengen, een beetje zoals dat ook met tweedehands iPhones gebeurt. Uit bijvoorbeeld een oude ‘fluobak’ halen we de TLlamp en de optiek er uit en vervangen we dat door een ledmodule. Op die manier krijgt dat armatuur een tweede leven en moet het niet weggegooid worden.”
ETAP was bijvoorbeeld betrokken bij de vernieuwing van de verlichting in een Brusselse Steinerschool. De school is volledig gebouwd met materiaal dat gerecycleerd werd uit de afgebroken WTC-torens aan het Noordstation. Zowel de deuren als het sanitair en de verlichting hing ooit in die torens. Voor de school was dat financieel een meevaller, alleen was de kwaliteit van die oude verlichting niet bepaald om over naar huis te schrijven. De armaturen werden daarop door ETAP ‘gerefurbished’ met de nieuwste materialen en volgens de nieuwste technieken. Het resultaat: een dubbel zo hoge lichtopbrengst aan 67 procent meer energie-efficiëntie. Meer licht voor minder energie. Bovendien werd zo ook een hoop staal en verf van de afvalberg gered. “Zo’n aanpak is perfect voor renovatieprojecten”, zegt Plancke. “Ik geloof absoluut dat we op die manier een zeer grote impact kunnen maken. Als we de doelstellingen van de Green Deal willen halen, mogen we ons niet enkel focussen op nieuwbouw. Renovatie van wat we hebben is minstens zo belangrijk.”
ETAP kwam recent ook met een nieuw concept op de proppen: ‘Circular Lighting as a Service’ (CLaaS). Daarbij wordt het verkopen van lichtarmaturen vervangen door een abonnement. Voor een bepaalde vergoeding zorgen zij ervoor dat bedrijfslokalen, scholen en overheidsgebouwen verlicht worden. Ook in deze aanpak heeft circulariteit en het groene denken een prominente plaats, aldus Plancke. “Wij ontwerpen, financieren, installeren en regelen heel de verlichting en zorgen ook voor het onderhoud. Dat zorgt er al voor dat alle motivatie om een goed product af te leveren bij de fabrikant zit, omdat het armatuur onze eigendom blijft. Wij ‘verhuren’ als het ware. De circulariteit zit op het eind van het contract, want dan heeft de klant namelijk verschillende opties. Ofwel verlengt die het contract en gaan we gewoon verder, ofwel koopt de klant de installatie, met of zonder onderhoud. Trekt de klant uit het gebouw, kunnen we ofwel alles on site refurbishen of we halen de installatie weg en refurbishen ze in de fabriek, voor een nieuwe of bestaande klant. Ten slotte kan de installatie ook gerecycleerd worden. Dat doen we dan volgens de strenge WEEEnormen, voor Waste Electric and Electronic Equipment.”
CLaaS is een work in progress, zegt Plancke. Nog niet elk van de 6500 referenties in de ETAP-catalogus is er al klaar voor. “Maar zo kunnen we de levensduur van onze apparatuur enorm opschroeven en voor een tweede en zelfs derde levenscyclus gaan. Dat zijn markten die zelfs nog niet bestaan.”
Dominiek Plancke
CEO
Het bedrijf ETAP (ElektroTechnische APparaten) werd in 1949 opgericht in Antwerpen. De activiteiten lagen oorspronkelijk vooral in de scheepvaart: het herwikkelen van elektrische motoren. Al snel kwam daar verlichting bij, eerst voor schepen, maar later ook functionele verlichting voor binnen en buiten. Vandaag is het daarin een van de belangrijkste Europese spelers. ETAP focust zich op de B2B-markt en levert voornamelijk aan bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden. Alle producten wordt lokaal ontwikkeld en geproduceerd in Malle.