
5 minute read
Jurisprudentie
RECENTE jurisprudentie
Waar gewerkt wordt gebeuren ongelukken, ontstaan conflicten en wordt verzuimd. Soms komt de rechter eraan te pas om te bepalen of iedereen wel volgens de regels heeft gehandeld. Een overzicht van recente rechterlijke uitspraken ten aanzien van arbeidsongevallen, conflicten, ziekteverzuim en re-integratie.
tekst Rob Poort

Brandwonden in een spuitcabine
Het zal je maar gebeuren: zware verbrandingen oplopen bij een brand in een spuitcabine. Omdat de werkgever het niet belangrijk genoeg vindt om veilig te werken: brandgevaarlijke afvalstoffen op voorraad, statische elektriciteit, te weinig maatregelen en toezicht. Wat vindt de rechter hiervan?
Op 8 mei 2015 ontstaat in een van de spuitcabines van een trailerbedrijf een grote brand na een explosie. Een werknemer raakt daarbij zwaar gewond en wordt met tweede- en derdegraads brandwonden opgenomen in het brandwondencentrum. Twee andere werknemers verblijven korte tijd in een ziekenhuis vanwege ademhalingsklachten. Ondanks diverse onderzoeken lukt het niet om de oorzaak exact vast te stellen. Het Openbaar Ministerie vervolgt het bedrijf daarop wegens diverse overtredingen van de Arbowetgeving en de Wet milieubeheer.
De rechtbank oordeelt als volgt. Er bleken in de spuitcabines meer vaten met (brand)gevaarlijke afvalstoffen aanwezig dan strikt nodig was voor het productieproces. Daarnaast hadden de spuiters soms te maken met statische elektriciteit; zij voelden schokjes en zagen soms vonken. Volgens de inspectie SZW was dit omdat de vaten onvoldoende geaard waren. Dit kwam mede door de sterke vervuiling door verfaanslag. Daarnaast voldeed het explosieveiligheidsdocument niet aan de eisen. Verder had het bedrijf onvoldoende gedaan om duidelijk te maken dat er sprake was van explosiegevaarlijke zones. Met het voorgaande is niet gezegd dat daarin de oorzaak lag van de explosie en de brand. Maar de rechtbank verwijt het bedrijf wel dat het onvoldoende maatregelen had genomen en onvoldoende toezicht had uitgeoefend om de risico’s afdoende te beperken. Daardoor kon in de spuitcabines een gevaarlijke situatie ontstaan. En het bedrijf had redelijkerwijs moeten weten dat daardoor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te verwachten was. Dat deskundige diensten waren ingeschakeld, maakt dit niet anders. Want het bedrijf had ook de plicht om deze deskundigen van adequate informatie te voorzien. En dat is volgens de rechtbank op onderdelen onvoldoende gedaan. Voor zover de werknemers een handelen of nalaten te verwijten viel, is dat volgens de rechtbank toe te rekenen aan het bedrijf. Als laatste stonden de vaten met gevaarlijke afvalstoffen uit de spuitcabines buiten opgeslagen. Daarbij had het bedrijf nagelaten afdoende maatregelen te treffen ter bescherming van het milieu. De rechtbank komt tot de slotsom dat het bedrijf de veiligheid van de werknemers niet heeft gewaarborgd. Ook had het onvoldoende maatregelen genomen om de ontsteking van explosieve atmosferen te voorkomen en/of schadelijke
(advertentie)
Arbo Actuaaiteitendag
In 1 dag up-to-date over aaae arbo onderwerpen 23 juni 2020 | BCN Utrecht


gevolgen van een (mogelijke) explosie te beperken. Wel volgt vrijspraak op het mengen van gevaarlijke (afval)stoffen. Mede daardoor valt de straf lager uit dan de eis van het OM. Het bedrijf krijgt een boete van 100.000 euro, (de eis was 150.000 euro), waarvan 25.000 euro voorwaardelijk.
(Bron: Rechtbank Gelderland, 7 maart 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:1006)
Dokken voor val door gat in vloer
Een werknemer valt door een gat in de vloer van een hal in aanbouw. Dit gebeurt tijdens het verschuiven van een niet gezekerde plank. Linksom of rechtsom heeft de werkgever het valgevaar niet voorkomen. En nalatigheid is net zo verwijtbaar als opzet of schuld.
In oktober 2016 is een onderaannemer aan het werk op de eerste verdieping van een bedrijfshal in aanbouw. Dan valt een werknemer door een sparing in de vloer ongeveer vijf meter naar beneden. De werknemer heeft de op dat gat liggende plank opzijgeschoven om een pad vrij te maken voor zijn rolsteiger. Door nalatigheid was die plank namelijk niet geborgd. De werknemer ligt vervolgens dertien dagen in het ziekenhuis. Volgens de Inspectie SZW is sprake van overtreding van artikel 3.16 eerste lid Arbobesluit: het valgevaar is niet voorkomen. De werkgever krijgt een boete van 18.000 euro. Bezwaar en beroep zijn vergeefs, waarop de werkgever in hoger beroep gaat.
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State stelt vast dat de werkgever zonder nadere toelichting vele argumenten en stellingen aanvoert. Dat betoog wordt verworpen. Volgens Richtlijn 92/57/EEG zou art. 3.16 Arbobesluit alleen betrekking hebben op permanente bouwplaatsen. Gelijkstelling van tijdelijke en permanente bouwplaatsen zou daarmee in strijd zijn. Maar de rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het niet van belang is of de arbeid wordt verricht op een tijdelijke of een permanente arbeidsplaats. Dit gelet op de plaats van het artikel (paragraaf 4 van hoofdstuk 3) en de definitie van arbeidsplaats (artikel 1 Arbowet). Ook is nalatigheid geen wezenlijk andere vorm van verwijtbaarheid dan opzet of schuld. Door het bestaan van valgevaar en door dat niet tegen te gaan, is voldaan aan de materiële voorwaarden van artikel 3.16 Arbobesluit. Daarmee is sprake van een overtreding van de werkgever. De sparing was vanaf de begane grond zichtbaar. Daardoor kon de werkgever vanaf die plek zien dat er valgevaar bestond. Vervolgens moet de werkgever erop toezien dat sprake is van doeltreffende voorzieningen om dat valgevaar tegen te gaan. Ja, de hoofdaannemer heeft ook een verantwoordelijkheid voor de veiligheid op de bouwplaats. En nee, de werkgever was niet over de sparing geïnformeerd. Maar dit doet niet af aan diens plicht om artikel 3.16 Arbobesluit na te leven. Dat het werkzaamheden op de eerste verdieping betrof, betekent niet dat de risico-inventarisatie zich tot die verdieping beperkte. De werkgever acht het gelijkheidsbeginsel geschonden, omdat de hoofdaannemer geen boete heeft gekregen. Maar de hoofdaannemer is in dit geval niet de werkgever van de gevallen werknemer. En daarom was die hoofdaannemer jegens deze werknemer niet verplicht tot naleving van artikel 3.16 Arbobesluit. Er is geen indicatie dat de hoofdaannemer niet heeft voldaan aan de naleving van zijn coördinatieverplichting. Daarom verwijst de Afdeling het beroep.
(advertentie) (Raad van State, afd. Bestuursrechtspraak, 13 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:789)
Rob Poort, jurist en veiligheidskundige, www.bureaupoort.nl.

