
8 minute read
Overlappende doelen
Grotere organisaties ontplooien diverse initiatieven op het gebied van veiligheid en duurzaamheid. Aangestuurd door separate afdelingen is er weinig overlap, maar toch kunnen ze elkaar versterken. In dit artikel enkele voorbeelden van wat bedrijven doen op het snijvlak van duurzaamheid en veiligheid.
tekst Dirk de Knecht
Duurzaamheid richt zich op drie pijlers: people, planet en profit. De theoretische overlap met veiligheid zou met name te vinden moeten zijn bij de people-pijler. Bij duurzaamheid wordt deze zeer breed gedefinieerd, van gezondheid tot armoede, honger en ongelijkheid. Maar ook arbeidsomstandigheden horen tot dit domein. En dit is een domein waar nog veel te doen is. Denk maar aan de vele sweatshops waar onze kleding wordt gemaakt. En aan de leerindustrie waar medewerkers vaak dagenlang in de chemicaliën staan of soms zelfs zwemmen. Maar ook in ons eigen land worden medewerkers soms meer dan 30 jaar lang blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, met in sommige gevallen zeer nadelige effecten voor de gezondheid. Denk maar aan blootstelling aan asbest en chroom-6. Het vinden van alternatieven is dus aan de ene kant goed voor de arbeidsomstandigheden (people), maar heeft ook positieve gevolgen voor onze leefomgeving (planet).
Een andere manier om de overeenkomsten te ontdekken, is in te zoomen op de zogenoemde sustainable development goals (SDG’s) van de Verenigde Naties. We zien dan overlappende doelen (zie figuur 1). In dit artikel gaan we uit van de simpele definitie van de drie p’s.
Planet meets People
In de chemische industrie loopt al een aantal jaar een project ‘product stewardship’: het beheer van de milieueffecten van verschillende producten en materialen in verschillende stadia van hun productie, gebruik en verwijdering. In dat kader zijn veel bedrijven bezig met het terugdringen van (milieu)gevaarlijke stoffen. Dat is natuurlijk heel erg goed voor het milieu. Tegelijkertijd profiteert de werknemer binnen de bedrijven daar ook van. Ook hij krijgt dan met minder gevaarlijke stoffen te maken en staat er dus ook minder aan bloot. Zo heeft DSM in Delft in het verleden hele grote sprongen gemaakt door over te stappen van een chemisch proces voor het maken van antibiotica naar een compleet ‘groen’ proces. Medewerkers waren in één keer af van de blootstelling aan tolueen en benzeen en hebben nu een vrij schoon biologisch proces.
Zo zien we ook bij andere bedrijven dezelfde beweging. Bij Xerox bijvoorbeeld heeft men een programma ‘responsible operations’, met als een van de doelstellingen eliminating the use of toxic and hazardous materials. Ook hier wordt weer een mensvoordeel bereikt door een milieuvoordeel na te streven.
Profit meets people
Mede gedreven door uitval vanwege stress en het langer in dienst moeten houden van werknemers, komen steeds meer bedrijven erachter dat het loont om te investeren in de duurzame inzetbaarheid van hun medewerkers. En dan hebben we het over zowel de PSA als de algemene gezondheid. Bekende voorbeelden hiervan zijn health-programma’s voor vrachtwagenchauffeurs.
Vitality@DSM program
DSM Investeert al jaren structureel in het verbeteren van de inzetbaarheid van medewerkers. Hierbij zetten ze vooral in op preventie op alle aspecten van inzetbaarheid: fysieke en
mentale gezondheid en een gezonde loopbaan. Enkele jaren geleden werd het expertisecentrum DSM FIT opgericht. Vanuit dit centrum wordt de cultuurverandering op het gebied van duurzame inzetbaarheid aangedreven. Sinds twee jaar wordt dit nog eens extra geboost door een programma voor duurzame inzetbaarheid. Dit programma is geïnitieerd door de centrale ondernemingsraad en de bestuurder van DSM Nederland. Het belangrijkste doel is om de onderwerpen gezondheid en inzetbaarheid (de H van Health in de SHE – Safety, Health en Environment) in de genen van de bedrijfscultuur te krijgen. Verschillende initiatieven ondersteunen dit streven, zoals een onderzoek naar het werkgeluk van medewerkers. Daarin geeft 85 procent aan de juiste persoon te zijn voor het uit te voeren werk, maar 48 procent zegt ook een opgejaagd gevoel te ervaren. In een onderzoek naar de vitaliteit van medewerkers in 2018 waaraan 1000 medewerkers deelnamen, rapporteerde 68 procent van hen lage risico’s en 32 procent gemiddelde tot hoge risico’s. Deelnemers kregen op basis hiervan gerichte adviezen om hun gezondheid en welzijn te verbeteren en hun inzetbaarheid te behouden. DSM investeert structureel in deze thema’s, waarbij de gedragsverandering van medewerkers en leidinggevenden het voornaamste doel is. DSM schat in hiermee circa 1 procent op kosten te besparen; door het terugdringen van verzuim, maar vooral door toename van de vitaliteit, motivatie en productiviteit van alle medewerkers.
Xerox
Om er zeker van te zijn dat alle gebouwen die Xerox wereldwijd in bezit heeft of huurt aan de strikte veiligheidseisen vol-
3.9 Tegen 2030 in aanzienlijke mate het aantal sterfgevallen en ziekten verminderen als gevolg van gevaarlijke chemicaliën en de vervuiling en besmetting van lucht, water en bodem.
8.8 De arbeidsrechten beschermen en veilige en gezonde werkomgevingen bevorderen voor alle werknemers, met inbegrip van migrantenarbeiders, in het bijzonder vrouwelijke migranten, en zij die zich in precaire werkomstandigheden bevinden.
9.4 Tegen 2030 de infrastructuur moderniseren en industrieën aanpassen om hen duurzaam te maken, waarbij de focus ligt op een grotere doeltreffendheid bij het gebruik van hulpbronnen en van schonere en milieuvriendelijke technologieën en industriële processen, waarbij alle landen de nodige actie ondernemen volgens hun eigen respectieve mogelijkheden.
12.4 Tegen 2020 komen tot een vanuit milieuvriendelijk beheer van chemicaliën en van alle afval gedurende hun hele levenscyclus, in overeenstemming met afgesproken nationale kaderovereenkomsten, en de uitstoot aanzienlijk beperken in lucht, water en bodem om hun negatieve invloeden op de menselijke gezondheid en het milieu zoveel mogelijk te beperken.
Als arboprofessionals de samenwerking zoeken met verantwoordelijken voor duurzaamheid zijn er mooie projecten te realiseren
doen, worden ze allemaal gescreend door de EHS&S-organisatie (Environment, Health, Safety & Sustainability). Xerox’ eisen omtrent (brand)veiligheid zijn wereldwijd geïmplementeerd, ongeacht locatie, grootte of soort werk. Ook op het gebied van ergonomie heeft Xerox een speciaal programma voor technisch personeel. Omdat er gemakkelijk werkgerelateerde blessures aan spieren en gewrichten kunnen ontstaan, is het bedrijf er heel alert op om deze risico’s te minimaliseren. Het bestudeert ergonomische risico’s en wijst werknemers op gevaren. Er worden cursussen en duidelijke instructies geboden, zowel voor werknemers in de fabrieken en op de kantoren als voor de engineers die bij klanten op bezoek gaan om hun printers te repareren.
ASN Bank
‘Mensenrechten’ is een van de drie pijlers van het duurzaamheidsbeleid van ASN Bank. Zij investeren in een specifiek project voor een leefbaar loon in de kledingindustrie. Dat doen zij in het kader van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) van de Verenigde Naties, vooral SDG 1 (Geen armoede) en SDG 8 (Fatsoenlijke banen en economische groei). ASN Bank neemt sinds 2016 het voortouw om een leefbaar loon voor textielwerkers breed onder de aandacht te brengen. Ze spreken erover met kledingbedrijven en inspireren anderen die er iets aan willen doen. De kledingbedrijven in het ASN Beleggingsuniversum voldoen aan de duurzaamheidscriteria. Maar ze zorgen er nog niet voor dat hun eigen textielwerkers en die van hun toeleveranciers een leefbaar loon ontvangen. ASN Bank zet haar invloed maximaal in om druk op de kledingsector uit te oefenen voor het realiseren van een leefbaar loon in de hele keten. Daartoe is ASN Bank in gesprek met veertien bedrijven: Adidas, Asics, Asos, Esprit, Gildan Activewear, Hanesbrands, H&M, Inditex, KappAhl, Lojas Renner, Marks & Spencer, Puma en V&F Corps.
Het belang van leefbaar loon
In veel landen is het minimumloon in de kledingsector niet genoeg om van te leven. Dat raakt tientallen miljoenen mensen wereldwijd. De invoering van een leefbaar loon helpt om de levensstandaard van arbeiders en hun gezin te verhogen. Met een leefbaar loon kunnen zij voorzien in hun basisbehoeften. Bovendien kan een leefbaar loon een katalysator zijn om andere arbeidsomstandigheden te verbeteren. Zo neemt de kans op kinderarbeid af als de ouders van een gezin genoeg verdienen.
Methodiek
Bij de introductie van het langetermijndoel in 2016 ontwikkelde ASN Bank een methodiek om te meten hoever de kledingbedrijven zijn met het invoeren van een leefbaar loon. Op basis daarvan voerden ze de eerste gesprekken. Sinds 2018 gebruikt men de Guiding Principles on Business and Human Rights van de VN, plus het bijbehorende Reporting Framework (zie https://www. ungpreporting.org/). Deze zijn wereldwijd erkend als gezaghebbend richtsnoer, waarmee bedrijven laten zien hoe ze de belangrijkste mensenrechtenkwesties aanpakken. Het internationale accountantsbureau Mazars, dat het Reporting Framework mede heeft opgesteld, helpt om de kledingbedrijven scherper langs de meetlat te leggen. De specialisten van Mazars geven een onafhankelijke waarborg op de meting.
Conclusie en tips
Juist als je als arboprofessional de samenwerking zoekt met verantwoordelijken voor duurzaamheid zijn er mooie en creatieve projecten te realiseren. Het aardige is dat je veel meer mensen gemobiliseerd krijgt omdat het een idealistisch doel betreft, duurzaamheid spreekt mensen aan. Vooral het terugdringen van gevaarlijke stoffen is daarbij een belangrijk thema. Dat is namelijk ook een groot arboprobleem. De inspectie besteedt er veel aandacht aan. De aanwezigheid van gevaarlijke stoffen wordt nu nog te veel als fait accompli gezien, maar dat is het niet. Kijk maar naar de schildersbranche, waar in een redelijk tempo de verf op terpetinebasis is vervangen door watergedragen verf. Daar moet in onze sectoren toch ook meer rek in zitten. Ook de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) concludeert dit in zijn adviesrapport ‘Greep op gevaarlijke stoffen’. Hierin schrijft de raad dat het overheidsbeleid voor het veilig omgaan met gevaarlijke stoffen de afgelopen decennia weliswaar de risico’s voor mens en milieu heeft gereduceerd, maar dat dit niet voldoende is voor de toekomst. En de chemische industrie (VNCI) ondersteunt eveneens de ambitie om blootstelling van mens en milieu aan gevaarlijke stoffen zoveel mogelijk te beperken of te voorkomen. Want dit is in lijn met hun Responsible Care-programma en past binnen de ambitie om de transitie te maken naar een circulaire economie.
Maar in samenwerking vind je soms ook andere synergieën. Het adagium is dus gewoon: samen ontdekken.
Dirk de Knecht is Human factors & Safety Concultant bij Intergo.