
6 minute read
Voldoet-ie wel of niet?
Nieuwe Handreiking Preventiemedewerker biedt hulp
Voldoet-ie wel of niet?
De wettelijk voorgeschreven preventiemedewerker ondersteunt de werkgever bij zijn arbotaken. In de praktijk is in bedrijven een uiterst divers beeld ontstaan. Sommige preventiemedewerkers boeken heel goede resultaten, anderen krijgen bijna niets voor elkaar. Een nieuwe handreiking kan hulp bieden.
tekst Koen Langenhuysen en Huub Pennock
Iedere werkgever moet passende keuzes maken rond de preventiemedewerker. De risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) van de organisatie is de basis voor al die keuzes. Zo dient een werkgever het aantal preventiemedewerkers binnen een organisatie en hun beschikbare tijd met name af te stemmen op de aard en ernst van de arborisico’s. En daarnaast op het aantal locaties en de bedrijfsomvang. Zo zullen er meerdere preventiemedewerkers nodig zijn in grotere bedrijven en instellingen die te maken hebben met meerdere arbo- risico’s. Naast een centrale preventiemedewerker die zich met name richt op beleidsmatige taken, zijn er dan ook één of meer lokale preventiemedewerkers aangewezen. Die voeren met name praktische arbotaken uit op een locatie of omvangrijke afdeling. Naast een basisopleiding om preventiemedewerkers wegwijs te maken in hun taken en de wettelijke achtergronden, is de benodigde opleiding afhankelijk van een aantal zaken. Denk daarbij aan de plaats van de preventiemedewerkers in de organisatie en hun onderlinge taakverdeling. Maar met name, wederom, van de arborisico’s die er spelen binnen de organisatie.
Uitdagingen in de praktijk
Helaas is er geen recent onderzoek naar het functioneren van preventiemedewerkers in bedrijven en instellingen. Geluiden uit de praktijk laten zien dat talloze preventiemedewerkers hun vak goed verstaan. Zij weten hun inhoudelijke expertise te koppelen aan een doordachte manier van samenwerken met de betrokkenen binnen de organisatie. Maar er zijn ook organisaties met grote tekortkomingen als het gaat om de preventiemedewerker. Die zijn grofweg te verdelen in drie categorieën: 1) er is geen preventiemedewerker aangewezen, 2) de voorwaarden voor goed functioneren ontbreken in het bedrijf en/of 3) de preventiemedewerker zelf schiet tekort.
1. Geen preventiemedewerker aanwezig
Als de werkgever intern geen preventiemedewerker heeft aangewezen, is hij in overtreding. De Arbowet schrijft immers zo’n functie voor in elke organisatie. Het rapport ‘Arbo in bedrijf’ van de Inspectie SZW dat in de zomer van 2019 is verschenen, laat zien dat maar liefst 46 procent van de werkgevers in Nederland niet beschikt over een preventiemedewerker. Uit het gegeven dat 21 procent van de werknemers in deze bedrijven werkzaam is, blijkt dat kleine bedrijven in deze groep sterk vertegenwoordigd zijn.
2. Niet goed geregeld
Steeds weer rijst het beeld op dat in te
Er zijn preventiemedewerkers die goede resultaten boeken, terwijl sommige anderen bijna niets voor elkaar krijgen
veel organisaties de voorwaarden waaronder men met een preventiemedewerker moet werken, niet goed geregeld zijn. Dan gaat het vooral om het aantal preventiemedewerkers in het bedrijf en hun beschikbare uren, hun opleiding, een heldere taakomschrijving en de juiste positie in de organisatie. Zonder deze voorwaarden is het voor preventiemedewerkers lastig om tot goede resultaten te komen. Vaak moet één enkele preventiemedewerker opereren binnen een bedrijf, met als enige achtergrond een korte basisopleiding die niet specifiek op de arboproblemen in de eigen organisatie is gericht. Ook zijn de preventietaken regelmatig bovenop een volledige functie gestapeld, op een afdeling als de technische dienst, HR of facilitair. Dan lijkt het er sterk op dat er alleen een preventiemedewerker is aangewezen om aan de wet te voldoen. En daar is niet veel meerwaarde van te verwachten.
3. Zwakke preventiemedewerker
Soms kan een preventiemedewerker
Tips voor de arboprofessional
» Als arboprofessional heeft u voordeel bij een preventiemedewerker die goed functioneert. Verloopt dat niet naar tevredenheid? Ga dan eerst een gesprek aan met de preventiemedewerker en vraag hoe die zelf oordeelt over zijn mogelijkheden. Vraag ook naar zijn voorstellen om hier verbetering in aan te brengen. » Zoek ook eens in de RI&E van uw bedrijf of organisatie. Is daarin de verplichte beschrijving opgenomen van de manier waarop uw bedrijf de functie van preventiemedewerker hoort in te vullen? Het gaat daarbij om zaken als aantal, beschikbare uren, deskundigheid, opleiding en plaats in de organisatie. » Staat zoʼn uitgebreide beschrijving inderdaad in de RI&E? Ga dan samen met de preventiemedewerker na of de praktijk overeenkomt met die beschrijving. Ook de ʻHandreiking Preventiemedewerkerʼ kan helpen bij het vaststellen van de organisatorische aspecten rond de preventiemedewerker die aan verbetering toe zijn. » Ga afhankelijk van uw rol en invloed het gesprek aan met de directie, een arbocommissie of de OR en probeer tot afspraken te komen ‒ eventueel met steun van de preventiemedewerker of andere stafleden. » Als de werkgever geen preventiemedewerker heeft aangewezen, kunt u hem daarop (laten) aanspreken. Zorg dat in dit gesprek niet alleen de wettelijke verplichtingen, maar vooral ook de mogelijke voordelen voor hem goed over het voetlicht komen.
niet tot goede resultaten komen door een gebrek aan persoonlijke kwaliteiten of ambities. Even een praktijkvoorbeeld. Een HR-functionaris in een ziekenhuis stuitte op een muur van onwil toen zij bij de preventiemedewerker aankaartte dat na twee jaar nog slechts 40 procent van de afdelingen de RI&E-vragenlijst had ingevuld. De preventiemedewerker gaf toe dat het percentage tegenviel. Hij verschool zich echter achter de constatering dat hij geen lijnfunctie bekleedde: hij had dus geen zeggenschap over de weigerachtige leidinggevenden. Formeel was dit juist. Maar hij vergat dat een goede preventiemedewerker ook een handige speler is die creatieve openingen zoekt. Die nagaat waar de weerstanden precies zitten en daar oplossingen voor bedenkt. En die zo nodig steun zoekt bij de directie, actieve leidinggevenden, de OR, et cetera. Het moge duidelijk zijn: een preventie- medewerker die moeite heeft om het politieke spel in een organisatie te spelen, zal weinig tot stand brengen. Hetzelfde geldt als die persoon geen interesse of deskundigheden rond arbovraagstukken heeft, andere prioriteiten heeft of over onvoldoende communicatieve vaardigheden beschikt. Vaak liggen de oorzaken van dit disfunctioneren niet alleen bij de persoon van de preventiemedewerker. Het zit hem vaak ook in de manier waarop de werkgever de organisatorische aspecten rond de preventiemede- werker heeft geregeld.
Nieuwe Handreiking
In juli 2020 hebben de Stichting van de Arbeid en de SER een geheel vernieuwde Handreiking Preventiemedewerker (zie https://bit.ly/3fwInCQ) uitgebracht. Die handreiking biedt praktische informatie over het werk van de preventiemedewerker. En geeft met name de afwegingen om tot goede organisatorische keuzes rond de preventiemedewerker te komen. Daarnaast zijn wettelijke achtergronden, tips voor effectief werken en handige checklists opgenomen. Ook is er aandacht voor de voornaamste werkterreinen van preventiemedewerkers, de benodigde deskundigheden en de daarvoor vereiste opleidingen. Ten slotte wordt effectief samenwerken met andere partijen binnen en buiten de eigen organisatie belicht, naast effectief aanspreken en succesvol adviseren. Daarmee is de handreiking een goed hulpmiddel voor alle betrokkenen die het functioneren van een preventie- medewerker in de organisatie willen verbeteren.
Wat zegt de wet?
In artikel 13 van de Arbeidsomstandighedenwet staat inmiddels al vijftien jaar: ”De werkgever laat zich ten aanzien van zijn verplichtingen op grond van de Arbowet bijstaan door een of meer deskundige werknemers. (…) Deze werknemers beschikken over een zodanige deskundigheid, ervaring en uitrusting en zijn zodanig in aantal, gedurende zoveel tijd beschikbaar en zodanig georganiseerd dat zij de bijstand naar behoren kunnen verlenen.” In de RI&E moeten maatregelen worden beschreven om hieraan te voldoen. Verder moeten preventiemedewerkers zelfstandig en onafhankelijk kunnen opereren en genieten zij dezelfde ontslagbescherming als OR-leden. Met de wetswijziging van 2017 is de positie van de preventiemedewerker enigszins versterkt. Zo is overleg met de arbodienst/ bedrijfsarts als extra taak in de wet opgenomen. Ten slotte heeft de OR instemmingsrecht over een regeling rond preventiemedewerkers, en bij nieuwe preventiemedewerkers over de persoon en zijn plaats in de organisatie.
Koen Langenhuysen (Fijn Werk, www.fijnwerk.nl) en Huub Pennock (Ergo-balans, www.ergo-balans.nl) zijn auteurs van de Handreiking Preventiemedewerker.