10
Internationaal
de
Linkse Socialist
Libanon. Opstand van de hongerigen gaat ook tijdens Covid-19 crisis door
D
e lockdowns maakten een einde aan de golf van massale straatprotesten in landen als Irak, Algerije, Chili, Frankrijk en Hongkong in 2019. Libanon lijkt het eerste land te zijn waar het protest opnieuw op straat komt.
door Christian (Leuven) De lockdown van Libanon midden maart maakte een einde aan de golf van protest sinds 17 oktober 2019. Dat protest was aanvankelijk gericht tegen een reeks nieuwe belastingen die onderdeel waren van een ongekend besparingsprogramma. Het groeide al snel uit tot een veel algemener protest tegen de gevolgen van jaren van neoliberaal beleid. Op het hoogtepunt betoogden bijna twee miljoen mensen, zowat een derde van de bevolking. Het massaprotest oversteeg sectaire verdeeldheid. Economische crisis verscherpt
Al in november 2019 voorspelde de Wereldbank dat het aantal mensen dat in armoede leeft zou stijgen van 30 tot 50% in 2020. In het begin van het jaar bedroeg de werkloosheid volgens de president van Libanon 46%. In totaal verdienden twee derden van de werkenden een laag loon. Dit was voordat de lockdown de situatie nog verder verergerde. Libanon heeft het hoogste percentage vluchtelingen per hoofd van de bevolking ter wereld, waarbij alleen al de Syrische vluchtelingen een kwart van de 5,9 miljoen inwoners van het land uitmaken. Een ongelooflijke 97% van de vluchtelingen werkt in de informele sector, die goed is voor 55% van de Libanese economie. Dit brengt hen in het grootste gevaar voor het virus en de honger. Met een nationale schuldenberg, die momenteel 170% van het BBP bedraagt - één van de hoogste ter wereld - is de Libanese regering op 9 maart in gebreke gebleven op een euro-obligatie van 1,2 miljard dollar. Momenteel voorspelt het IMF dat de economie in 2020 met 12% zal krimpen, na een krimp van 6,5% in 2019. De afgelopen maanden heeft de Lira in feite twee derden van zijn waarde
Libanese betoger: “Ons protest is niet sectair, het is een klassenstrijd tegen het feit dat het Libanese volk verpletterd wordt door de armoede.” verloren. Officieel is hij gekoppeld aan de Amerikaanse dollar tegen een koers van 1.507 tegen één. Op de parallelle valutamarkt wordt de munt nu echter verhandeld tegen een koers van 4.300 tegen één. Dit heeft geleid tot een prijsexplosie. De crisis vandaag vergroot de schuldenberg. De kapitaalvlucht uit de ‘opkomende economieën’ is nu al vier keer zo groot als in de crisis van 2008-09. De Libanese staat is niet de enige die mogelijk failliet kan gaan. Wereldwijd is er een tendens van deflatie, maar in landen als Libanon is er het gevaar van inflatie en zelfs hyperinflatie. Zelfs de Verenigde Naties waarschuwen voor een hongersnood die “bijbelse proporties” kan aannemen. Terugkeer van het protest
De eerste heropleving van het protest was er op 21 april. Toen trokken betogers in grote autokonvooien door het land, waarbij de auto’s getooid waren met een Libanese vlag. Dit protest was tamelijk braaf in vergelijking met dat in Tripoli vanaf 26 april. Daar werd de avondklok aangevochten. Voorlopig gaat het om relatief kleine acties, met honderden deelnemers in plaats van duizenden. Dit is begrijpelijk te midden van een pandemie en een lock-
down. De mensen die op straat leven zijn degenen die wanhopig en/of geradicaliseerd genoeg zijn om het risico van infectie en staatsrepressie te lopen. Honger is een terugkerend thema onder de betogers. Toch blijven ze ook het aftreden van de regering eisen. Naast het corrupte en sectaire politieke systeem worden de banken gezien als verantwoordelijk voor de crisis. Het veelgelezen dagblad “L’Orient le Jour” citeerde een betoger: “Ons protest is niet sectair, het is een klassenstrijd tegen het feit dat het Libanese volk verpletterd wordt door de armoede. Het is gericht tegen het banksysteem dat verantwoordelijk is voor de verslechtering van de economische situatie.” Na vier dagen van gewelddadige confrontaties tussen betogers en veiligheidstroepen werd de regering gedwongen een economisch reddingsplan aan te nemen. De regering hoopt een lening van 10 miljard dollar te krijgen van het IMF, naast de vrijmaking van 11 miljard dollar die in 2018 is toegezegd. Dit zal echter niet gebeuren voordat er grote politieke en economische hervormingen en maatrege-
len tegen corruptie zijn doorgevoerd. Geschat wordt dat Libanon ten minste 80 miljard dollar nodig heeft om uit de benarde situatie te geraken. Dergelijke middelen zullen niet gemakkelijk te vinden zijn, vooral niet tijdens een diepe economische wereldcrisis. De door het IMF geëiste hervormingen zullen de arbeidersklasse en de onderdrukten natuurlijk niet bevoordelen. Het onvermogen van het politieke en economische systeem om de meest elementaire behoeften van de massa’s op korte termijn te verzekeren, is een recept voor de voortzetting en de groei van de protesten. Politieke taken
Het is dringend noodzakelijk om onafhankelijke organisaties van de arbeidersklasse op te bouwen, waaronder onafhankelijke, strijdbare vakbonden, zodat de arbeidersklasse de leidende rol in de beweging op zich kan nemen. Dit is van cruciaal belang om te voorkomen dat er opnieuw sectaire verdeeldheid onder de massa’s ontstaat. De arbeidersklasse heeft ook een ei-
gen politieke organisatie nodig, met een revolutionaire socialistische visie. De rampzalige situatie in Libanon toont aan dat hervorming van het huidige systeem geen optie is. Er is zelfs geen ruimte meer voor beperkte sociale vooruitgang. Werkende mensen en de onderdrukte massa’s moeten zich organiseren op hun werkplek en in hun buurt. Democratisch gekozen comités die op deze basis zijn gevormd, zijn nodig om ervoor te zorgen dat de basisbehoeften van de mensen, zoals voedsel en gezondheid, worden vervuld en om de prijzen te beheersen. Middelen en het werk moeten daartoe worden georganiseerd. De coördinatie van deze comités zou de basis kunnen vormen voor een revolutionaire grondwetgevende vergadering die het huidige sectaire en corrupte politieke systeem moet vervangen en de banken, natuurlijke grondstoffen en productiemiddelen overneemt als onderdeel van een democratisch geleide planeconomie, een socialistische economie, zodat in de behoeften van de gewone mensen wordt voorzien.
Brazilië in het epicentrum van de crisis in Zuid-Amerika
Extreemrechts beleid van Bolsonaro in impasse
M
et meer dan 15.000 doden midden mei werd Brazilië het epicentrum van de Covid-19 pandemie in Zuid-Amerika. Gezondheidsinstanties waarschuwen dat dit cijfer een onderschatting is. De reële dodentol kan tot 12 keer hoger liggen.
door Jeremy (Namen) Ondanks de omvang van de ramp blijft president Jair Bolsonaro zich verzetten tegen de maatregelen die de Wereldgezondheidsorganisatie voorstelt op vlak van preventie en lockdown. Hij voert een beleid dat het risico op een hoog aantal slachtoffers verder doet toenemen. Inzake van gezondheidsmaatregelen kwam Bolsonaro niet verder dan het aanmoedigen van het gebruik van hydroxychloroquine (een omstreden molecuul dat wordt gebruikt bij de behandeling van malaria en waarvan de effectiviteit tegen het coronavirus niet is bewezen). Het zette de minister van Volksgezondheid ertoe aan om “de handdoek in de ring te gooien.” Hij deed dit nadat de president hem dwong om een ultimatum te stellen om het testprotocol te wijzigen, tegen het advies van artsen in. Het is de tweede minister van
Volksgezondheid op minder dan een maand die ontslag neemt. Bolsonaro kwam in 2018 aan de macht na een campagne die hem voorstelde als een volks alternatief op de corrupte elite. Deze voorstelling van zaken is sindsdien grotendeels ondermijnd door rechtszaken tegen Bolsonaro en zijn familie. De affaires zorgden ervoor dat zijn populaire minister van Justitie, Sérgio Moro, ontslag nam. Bolsonaro staat steeds geïsoleerder en zoekt bondgenoten onder senatore n d ie dicht bij het bedrijfsleven staan.
Bolsonaro blijft zich verzetten tegen de maatregelen die de WHO voorstelt op vlak van preventie en lockdown. Hij voert een beleid dat het risico op een hoog aantal slachtoffers verder doet toenemen.
Het feit dat die professionele politici niet minder corrupt zijn dan tijdens de campagne van Bolsonaro tegen hen, lijkt voor de president geen probleem te zijn. Het optreden van Bolsonaro is controversieel, ook onder de kapitalisten die zich bij de opgang van Bolsonaro achter hem schaarden en die een vreedzaam sociaal klimaat nodig hebben om hun winsten veilig te stellen. Velen maken zich nu zorgen dat hij olie op het vuur giet en verwijten Bolsonaro onbeheersbaarheid. Dit verklaart waarom een dertigtal afzettingsprocedures tegen Bolsonaro zijn opgezet. De traditionele rechterzijde hoopt op basis van de politieke crisis de in 2018 verloren steun terug te winnen. In deze drievoudige gezondheids-, politieke en economische crisis kan alleen de georganiseerde arbeidersbeweging een programma verdedigen dat breekt met het kapitalisme. Onze Braziliaanse zusterorganisatie LSR (Liberdade, Socialismo e Revolução) moedigt strijd van onderuit tegen Bolsonaro aan, maar ook tegen heel de regering en het kapitalisme.