Twitter bij de redacties van NOS Studio Sport, Voetbal International en NUsport
Marnix Haacke 1577174 31 augustus 2012 MA-scriptie Journalistiek Begeleider: Pleijter, dr. A.R.J. (Alexander) Rijksuniversiteit Groningen
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding...................................................................................................................................2 Hoofdstuk 2 Theoretisch kader....................................................................................................................4 2.1 Veranderingen in de journalistiek......................................................................................................4 2.2 Onderzoek naar innovatie..................................................................................................................5 2.3 Eerder gedaan onderzoek naar innovaties op redacties....................................................................6 2.3.1 User-generated content: ............................................................................................................6 2.3.2 Blogs...........................................................................................................................................7 2.4 Twitter................................................................................................................................................8 Hoofdstuk 3 Methode van onderzoek.......................................................................................................10 3.1 Het kwantitatieve onderzoeksdeel: de analyse van tweets..............................................................10 3.2 Het kwalitatieve onderzoeksdeel: interviews met journalisten.......................................................12 3.2.1 Topiclijst ...................................................................................................................................12 3.2.2 Analyse van de interviews.........................................................................................................13 3.2.3 Selectie van ge誰nterviewden ...................................................................................................13 Hoofdstuk 4 Resultaten..............................................................................................................................15 4.1 Resultaten analyse tweets...............................................................................................................15 4.2 Resultaten interviews..........................................................................................................................18 4.2.1 Motieven om wel of niet te twitteren.......................................................................................19 4.2.2 Twitter op de redactie...............................................................................................................20 4.2.3 Gebruik van Twitter...................................................................................................................21 Hoofdstuk 5 Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................24 Bibliografie.................................................................................................................................................26
Bijlage 1 Topiclijst Bijlage 2 Interviews
1
Hoofdstuk 1 Inleiding De afgelopen 15 jaar zijn er heel wat innovaties in de journalistiek geweest. Van internetjournalistiek tot blogs. Een van de meest recente innovaties is Twitter. Vaak wordt op Twitter nieuws als eerste bekend. Niet alleen journalisten spelen daar een rol in, ook andere bronnen zoals gewone burgers, artiesten en sporters geven nieuws vaak als eerste weg op Twitter. Artiesten en sporters maken nieuws niet bekend op een persconferentie, maar brengen het naar buiten via Twitter. Twitter wordt dus een steeds belangrijker medium en bron van informatie, ook voor sportjournalisten. Enkele bekende internationale voorbeelden die Twitter gebruiken zijn wielrenner Lance Armstrong, voormalig aanvoerder van de Engelse voetbalploeg Rio Ferdinand en de Spaanse wereldkampioenen voetbal Gerard Pique en Cesc Fabregas. Enkele bekende Nederlandse sporters die veel gebruik maken van Twitter zijn zwemster Ranomi Kromowidjojo en de voetballers Ryan Babel en Robin van Persie. Door het plaatsen van dagelijkse ‘tweets’ geven sporters hun fans een kijkje in het leven van een sporter. Op deze manier wordt het contact met de fans hersteld/onderhouden. Zo blijkt dat voetballers niet zo’n sterrenleven hebben als weleens wordt beweerd op tv. Ze kijken namelijk gewoon tv-series en voetbalwedstrijden of luisteren naar muziek. Ze zijn niet de hele tijd aan het feesten. Sergio Agüero, een voetballer van Manchester City gebruikte zijn twitteraccount om zijn voetbalschoenen en zijn Argentinië-voetbalshirt weg te geven. (Twitter 2011a) Dit is een goed voorbeeld van hoe door het gebruik van Twitter sporters iets terug kunnen doen voor de vele fans. De Engelse voetballers Michael Owen en Jack Wilshere geven bijvoorbeeld vaak twee kaarten voor een wedstrijd van hun eigen team weg via Twitter. Soms kan een simpel bericht op Twitter van een sporter leiden tot een hoop media-aandacht. Een voorbeeld van een tweet die de aandacht van de internationale media trok was de tweetpic (foto verstuurd via Twitter) van Ryan Babel die na een verloren wedstrijd van zijn toenmalige ploeg Liverpool tegen Manchester United. Hij plaatste een gemanipuleerde foto van de scheidsrechter Howard Webb in een Manchester United shirt. Dit kreeg wereldwijde belangstelling, want Ryan Babel werd de eerste speler die een boete kreeg en van onbehoorlijk gedrag beschuldigd werd na 2
een opmerking gemaakt op Twitter. (Wordpress 2011) Tweets van sporters hebben ook in Nederland voor opschudding gezorgd. Dit was het geval op 11 september toen Khalid Sinouh een tweet plaatste over de herdenking van de aanslagen op 11 september 2001.Zijn tweet was:” Mensen zullen we ons nu weer concentreren op het heden, word een beetje moe van die 9/11 propaganda!!! Pffff’’. (Elsevier 2011) Door Twitter kan er ook nieuws naar buiten komen, dat de geschreven media niet naar buiten mogen brengen. Een goed voorbeeld hiervan is de superinjuction die Ryan Giggs, stervoetballer van Manchester United, heeft gekregen over het feit dat hij een buitenechtelijke relatie had met het fotomodel Imogen Thomas. Dit houdt in dat een gerechtelijk bevel de geschreven media verbied om iets te mogen zeggen over de affaire en zelfs niet over het feit dat het voor hen verboden is om over de affaire te publiceren. (NOS 2011) Via een anoniem twitteraccount is de affaire toch naar buiten gekomen. Dit is een mooi staaltje van de mediawaakhond functie van Twitter. Twitter wordt ook gebruikt voor het geven van updates tijdens een voetbalwedstrijd. De Groningse amateurclub vv Hoogkerk tweet tijdens de wedstrijden of er gescoord is en voor spelers van de eigen club worden de namen gegeven van de doelpuntenmakers of van de spelers die een gele kaart krijgen. (Twitter 2011b) Twitter speelt dus een rol in de nieuwsverspreiding over sport en helpt spelers en clubs met het aanhalen van banden met hun supporters. Ze kunnen via Twitter direct met hun achterban communiceren, daar hebben ze geen journalisten voor nodig. Twitter is echter ook een gereedschap dat gebruikt kan worden door sportjournalisten op een hoop verschillende manieren. Niet alleen clubs, maar ook journalisten kunnen Twitter gebruiken worden om via Twitter een live-verslag te geven van bepaalde sportwedstrijden zoals voetbal- en tenniswedstrijden en stelt hen in staat om hun eigen visie te geven op de wedstrijd. Dit kan een extra service zijn voor de sportfan.
Aan de ene kant wordt Twitter gebruikt door door sporters en clubs om direct met hun achterban in gesprek te treden, aan de andere kant gebruiken journalisten Twitter om verslag te doen en 3
gebeurtenissen te analyseren. Twitter kan gezien worden als een bedreiging voor de rol van sportjournalisten, omdat sporters niet meer de klassieke media nodig hebben om veel personen te voorzien van nieuws. Aan de andere kant biedt het journalisten ook de mogelijkheid om 24 uur per dag in contact te staan met hun lezers, kijkers en luisteraars. Het is opvallend dat sommige journalisten fanatiek bezig zijn met Twitter. Willem Vissers van De Volkskrant heeft bijvoorbeeld al bijna 3000 tweets verstuurd en meer dan 5000 volgers. (Twitter 2012a) Er zijn ook andere sportjournalisten die helemaal niets met Twitter doen Waar ligt dat aan? Waarom twitteren bepaalde sportjournalisten fanatiek en anderen niet? Zijn er verschillende richtlijnen op de redacties? Is er beleid op de redacties om het gebruik van Twitter te stimuleren? Deze vragen hebben geleid tot de volgende onderzoeksvraag: Hoe gebruiken de journalisten van de redacties van Studio Sport, Voetbal International en NUSport Twitter?
In hoofdstuk 2 zal ik het theoretisch kader van mijn scriptie bespreken. In hoofdstuk 3 wordt de methode van onderzoek/de onderzoeksopzet besproken. In hoofdstuk 4 zullen de resultaten van mijn onderzoek besproken worden en in hoofdstuk 5 zullen de conclusies en aanbevelingen gedaan worden.
4
Hoofdstuk 2 Theoretisch kader In dit hoofdstuk schets ik het theoretisch kader voor het beantwoorden van mijn onderzoeksvraag. Allereerst zal ik in 2.1 beschrijven hoe de journalistiek de afgelopen jaren is veranderd door de opkomst van nieuwe media zoals blogs en Twitter. Na het geven van deze beschrijving is het voor de beantwoording van de hoofdvraag van belang om te kijken naar de manier waarop nieuwsorganisaties omgaan met dergelijke innovaties en hoe deze innovaties worden geĂŻntegreerd in het dagelijks leven van de journalist. In 2.2 zal ik verder in gaan op de theorie achter innovatie op redacties, met name op de theorie van Domingo (2008) over de verschillende fasen in dit proces zoals uiteengezet in zijn constructivistische studie over de ontwikkeling van online nieuws. In paragraaf 2.3 beschrijf ik voorgaand onderzoek dat toepast is op innovaties op de redacties. Daarbij besteed ik met name aandacht aan de adoptie van usergenerated content en blogs aangezien deze twee innovaties de voorbode waren voor de opkomst van Twitter. In 2.4 bespreek ik het onderzoek dat gedaan is naar de impact van Twitter op de moderne journalistiek.
2.1 Veranderingen in de journalistiek De afgelopen jaren hebben veel veranderingen in de journalistiek plaats gevonden. Traditioneel was de journalist een zogeheten ‘gatekeeper’. Dat houdt in dat de journalist niet alleen bepaalt wat het publiek moest weten, maar ook wanneer en op welke manier de informatie aan het publiek wordt verstrekt. De rol van gatekeeper wordt onderhouden en gehandhaafd door professionele routines en conventies waarvan gezegd wordt dat ze de kwaliteit en neutraliteit van de institutionele journalistiek garanderen.(Schoemaker 1991) Zoals in de inleiding beschreven komt de rol van de gatekeeper onder druk te staan door de opkomst van digitale media die het publiek de mogelijkheid geeft om deel te nemen aan het nieuwsproces: For the first time, its hegemony as gatekeeper of the news is threatened by not just new technology and competitors but, potentially, by the audience it serves. Armed with easy-to-use Web publishing tools, always-on connections and increasingly powerful mobile devices, the
5
online audience has the means to become an active participant in the creation and dissemination of news and information. (Bowman & Willis 2003:7)
Volgens Axel Bruns (2003) hebben die nieuwe media ook gevolgen voor de rol van journalisten. Hij beschrijft hoe de rol van ‘gatekeeper’ steeds meer verschuift naar die van ‘gatewatcher’. ‘Gatewatchers’ laten de lezers via hyperlinks weten waar interessant nieuws te vinden is en zorgen er ook voor dat de lezers bij additionele bronnen komen die zorgen voor de duiding. (Bruns 2003) Doordat de burgers nu gebruik kunnen maken van weblogs, nieuwsgroepen, fora op internet, mobiele telefoons met een camera en ‘instant messaging’ is er een nieuwe vorm van journalistiek ontstaan. Deze vorm van journalistiek wordt participatieve journalistiek genoemd. Hiermee wordt de handeling van een burger of groep burgers bedoeld, die een actieve rol spelen in het proces van verzamelen, rapporteren, analyseren en verspreiden van nieuws en informatie. (Nip 2006:12) Het is in dit verband van belang onderscheid te maken tussen participatieve journalistiek en burgerjournalistiek volgens Nip. (Nip 2006) Participatieve journalistiek omschrijft Nip als volgt: Nieuwsgebruikers kunnen op verschillende manieren deelnemen in het nieuwsproces van nieuwsorganisaties; ze kunnen materiaal (artikelen, foto’s, video’s, etc) aandragen, berichten aanvullen en corrigeren, tips geven, reageren op artikelen etc. Maar dit vindt allemaal plaats binnen bestaande nieuwsorganisaties, die dus ook bepalen of ze wat doen met de input van het publiek. (Nip 2006:12) Dat is bij burgerjournalistiek anders, want dan zijn de burgers helemaal zelf verantwoordelijk voor het nieuws en de publicatie daarvan. Ze gaan zelf op zoek naar nieuws, produceren zelf content en publiceren dat op een eigen platform, helemaal buiten de bestaande nieuwsbedrijven om. (Nip 2006:14) Waar nieuwsgebruikers zelf helemaal verantwoordelijk zijn voor het verzamelen van inhoud, visievorming, produceren en het publiceren van een nieuwsproduct noemt Nip burgerjournalistiek. (Nip 2006:14) In dit model zijn de professionele journalisten helemaal niet betrokken. Dit kan een individuele burger zijn die zelf een nieuwsblog runt. In traditionele journalistiek zijn de journalisten de poortwachters die filteren uit het aanbod van gebeurtenissen, de belangrijkste gebeurtenissen selecteren en die rapporteren aan het publiek. 6
(Nip 2006:10) In participatieve journalistiek kunnen die activiteiten uitgevoerd worden door het publiek. Domingo gaat in zijn onderzoek naar de participatieve journalistiek in de media uit van vijf fasen van het nieuwsproces die hij gebruikt om te kijken in welke mate er sprake is van (burger)participatie. (Domingo, Quandt, Heinonen, Paulussen, Singer and Vujnovic 2008:330) Deze vijf fasen zijn: 1. Toegang en observatie: het waarnemen van nieuwsgebeurtenissen en het bedenken en
aandragen van verhaal ideeën aan journalisten. 2. Selectie en filteren van info: Beslissen welke informatie en welke onderwerpen of
gebeurtenissen nieuws zijn en waar dus over gepubliceerd zal worden. 3. Informatieverwerking en bewerking: Het verwerken van informatie en materiaal tot een
product dat gepubliceerd wordt. Bijvoorbeeld het schrijven van een artikel of het redigeren van een video-item. 4. Distributie: Het verspreiden van nieuwsproducten naar het publiek. 5. Interpretatie:
discussie,
commentaar
en
analyse
van
nieuwsgebeurtenissen
of
onderwerpen die in het nieuws zijn. Deze vijf fasen zijn de normale fasen voor het journalistiek proces. In de traditionele journalistiek voeren de nieuwsorganisaties de vijf fasen helemaal zelf uit. Van het aandragen van verhaal ideeën, nieuws verzamelen, schrijven, redigeren tot aan het publiceren en distribueren van hun werk. (Nip 2006) De participatie in de verschillende fasen kan op meerdere manieren plaatsvinden. In de eerste fase, de toegang en observatiefase, kan participatie bijvoorbeeld plaatsvinden op de volgende manieren. De meeste kranten hebben een e-mailadres op hun website, waar gebruikers een email naartoe kunnen sturen. Dit kan of naar een algemeen e-mailadres of naar een individuele journalist. In Israël bieden Ynet en Haaretz aan lezers aan om een email te sturen naar zowel de redactie als een individuele journalist. Bij NRG (Israëlische krant) kunnen er alleen e-mails naar de redactie verstuurd worden.(Hermida 2011) Twee Finse kranten te weten Helsingin Sanomat en Kaleva bieden ook de opties aan om via een email naar de redactie of een individuele 7
journalist nieuwstips te sturen. (Hermida 2011) Een andere manier hoe participatie in de eerste fase kan plaatsvinden is door gebruikers foto’s en video’s te laten indienen die dan door journalisten verdeeld kunnen worden in nieuw gerelateerde of lifestyle gerelateerde onderwerpen. Dit is de meest voorkomende methode. Bij bijvoorbeeld het Nieuwsblad (Belgische krant) kunnen gebruikers hun nieuwsfoto zelf uploaden. (Hermida 2011) In de tweede fase, het selecteren en filteren van info, is sprake van participatie als het publiek bepaalt wat het belangrijkste nieuws is. Een voorbeeld hiervan is lePost.fr, een spin-off website van de Franse krant Le Monde. (Hermida 2011) Gebruikers worden aangemoedigd om nieuws te vinden van andere bronnen en er hun eigen draai aan te geven. Gebruikers selecteren hier dus zelf het nieuws wat ze belangrijk vinden. (Hermida 2011) Een goed voorbeeld hiervan in Nederland is de website nujij.nl. (Nujij 2012a) Op deze website kunnen burgers nieuws aandragen en door middel van stemmen worden de berichten gerangschikt. Aan de rechterkant staan de berichten die het best gewaardeerd worden. (de rangorde wordt bepaald door middel van het aantal stemmen) en aan de linkerkant staan de nieuwe berichten. (Nujij 2012b) In de derde fase, informatieverwerking en bewerking, is er sprake van een grote redactionele controle als gebruikers eigen verhalen indienen. Bij de Spaanse krant El País moesten de gebruikers zich eerst registreren op de website en een telefoonnummer en e-mailadres achterlaten. De verhalen werden gefilterd en nagekeken op feiten door journalisten van El País. (Hermida 2011) The Guardian, een Engelse krant, heeft een Had Been There section waar gebruikers reisverslagen en advies kunnen plaatsen. Een deel van de inhoud wordt uitgekozen en gepubliceerd in de papieren versie van de Guardian (Hermida 2011). Lavanguardia(Spanje) (Lavanguardia 2012), de Telegraph (UK), USA Today en Vecernji List (Croatia) hebben allemaal een collectie blogs geschreven door burgers op hun website staan. (Hermida 2011) In de vierde fase, de distributiefase, maken redacties vooral gebruik van de top-5 'meest gelezen', wat bepaald wordt door het automatisch tellen van de views. In Nederland gebruiken de Volkskrant (Volkskrant 2011a) en Trouw (Trouw 2011) dit. Voorbeelden van buitenlandse kranten die dit gebruiken zijn de Guardian (UK) (Guardian 2011) en El Mundo (Spanje) (El Mundo 2011a)
8
Bij veel kranten kunnen gebruikers links verspreiden via sociale media zoals Facebook en Twitter. In Nederland maken onder andere het NRC Handelsblad (NRC 2011) en de Volkskrant (De Volkskrant 2011b) hier gebruik van. Enkele buitenlandse kranten maken ook gebruik van het verspreiden van links via sociale media. Enkele voorbeelden zijn El País (Spanje) (El País 2011)en Die Welt (Duitsland) (Die Welt 2011). In de vijfde en laatste fase, de interpretatiefase, heeft de gebruiker duidelijk de meeste kans om te participeren. De meest makkelijke is een poll met een simpele vraag. In Nederland maakt bijvoorbeeld het Algemeen Dagblad hier gebruik van. (Algemeen Dagblad 2011). Over de grens gebruiken sportkranten Sport (Spanje) (Sport 2011) en de Gazetta dello Sport (Italië) ( Gazetta 2011) bijvoorbeeld een poll. Naast polls is er een andere vorm van interpretatie die het meest gebruikt wordt in deze fase van het nieuwsproces. Dit is de mogelijkheid om commentaar te leveren op de artikelen. De meeste kranten bieden de mogelijkheid tot het plaatsen van commentaar bij artikelen. In Nederland bieden alle kranten deze mogelijkheid aan. In het buitenland bieden onder andere El Mundo (Spanje) (El Mundo 2011b) en Bild (Duitsland) (Bild 2011) de mogelijkheid om commentaar te leveren bij artikelen. Verder zijn er nog enkele andere vormen van interpretatie die gebruikt worden. Dit zijn bijvoorbeeld fora en blogs geschreven door journalisten . De Nederlandse kranten hebben geen fora. In het buitenland heeft bijvoorbeeld der Spiegel (Duitsland) (Der Spiegel 2011) een forum. Twitter is een goed voorbeeld van een nieuw medium dat gebruikt kan worden voor participatieve journalistiek. Deze bovengenoemde vijf fasen zijn dan ook toe te passen op Twitter. Van elke van de fasen geef ik een voorbeeld hoe Twitter hiervoor gebruikt zou kunnen worden. (1) Allereerst is Twitter een bron voor journalisten om aan nieuws te komen. Burgers met Twitter kunnen namelijk foto’s uploaden van nieuwsgebeurtenissen waarvan ze ooggetuige zijn en deze tweeten of doorsturen naar journalisten. Zo maken ze journalisten à la minute attent op nieuwsfeiten. (2) In de fase van het selecteren en filteren van info beslist het publiek welke verhalen het nieuws halen. Twitter zou hier een rol in kunnen spelen doordat redacties van kranten/tijdschriften via Twitter aan het publiek kunnen vragen welk onderwerp of welke foto ze het liefst op de voorpagina willen zien. (3) Informatieverwerking en bewerking kan plaatsvinden op Twitter, doordat de burgers met verhaal ideeën bijvoorbeeld al een getuigenverslag op Twitter 9
kunnen plaatsen. (4) Ook bij distributie kan Twitter van pas komen. Links naar berichten op nieuwssites kunnen geplaatst worden op een twitteraccount en razendsnel gedeeld worden met duizenden volgers (5) Bij de laatste fase, interpretatie, is Twitter ook een handig hulpmiddel. Burgers kunnen via Twitter hun mening kenbaar maken over artikelen in de krant/tijdschriften, programma’s op tv/radio en wat bepaalde personen te melden hebben op de tv en radio. De mensen die beschikken over Twitter kunnen hun mening op hun account plaatsen of als er meerdere mensen een mening hebben over een onderwerp kan er een # aangemaakt worden. Deze #(hashtag) houdt in dat alle meningen over bijvoorbeeld de #wkfinale in één oogopslag te zien zijn. Dit komt omdat er gebruik gemaakt wordt van een tijdlijn. De meest recente tweet met de # komt bovenaan in een tijdlijn te staan. Deze fasen zullen in mijn onderzoek gebruikt worden om te kijken in welke fase de journalisten Twitter met name gebruiken. Tevens kan gekeken worden hoe het met de burgerparticipatie door Twitter staat. Alvorens ik in ga op eerder onderzoek naar innovaties op redacties zal ik eerst een uiteenzetting geven van de fasen die het onderzoek naar internetjournalistiek heeft doorlopen.
2.2 Onderzoek naar innovatie Mijn onderzoek gaat over hoe journalisten Twitter hebben geïntegreerd in hun werk. Twitter kan beschouwd worden als een innovatie. Om te analyseren hoe met deze innovatie door de journalisten omgegaan wordt is het van belang dat er gekeken wordt hoe eerder onderzoek naar de adoptie van innovaties in de journalistiek is gedaan. Er is in het verleden heel wat onderzoek geweest naar innovaties op de redactie. Een goed voorbeeld is het onderzoek na de opkomst van internetjournalistiek. Volgens Domingo heeft dit onderzoek plaatsgevonden in drie golven vanaf de jaren 1990. (Domingo 2008:16) De eerste golf bestond uit normatieve bespiegelingen over deze nieuwe vorm van journalistiek. Er werd nagedacht over ideale modellen voor de ontwikkeling van online nieuws. Men keek naar de communicatieve mogelijkheden van internet (hypertekstualiteit, multimedialiteit, directheid en interactiviteit). In deze golf werd in feite gebrainstormd over wat het nieuwe product allemaal kan. 10
Volgens Dahlgren (Dahlgren 1996)heeft internet specifieke eigenschappen die andere media niet hebben. Daardoor onderscheidt internetjournalistiek zich ook van andere vormen van journalistiek.
Zoals
printjournalistiek
en
televisiejournalistiek.
(Dahlgren
1996)
De
internetjournalistiek moet multimediaal, hypertekstueel, interactief zijn, een archieffunctie hebben en figuurlijk zijn. (Dahlgren 1996:64) Multimediaal houdt in dat verschillende mediatypen gebruikt worden, zoals video, audio, tekst, foto’s en tekeningen. Multimedia is dus een convergentie van verschillende traditionele media. (Dahlgren 1996:64) Internet is hypertekstueel. Hypertekst is een protocol dat sinds de vroegste stadia van ontwikkelingen van het internet in gebruik is en waarbij kruisverbanden tussen verschillende pagina’s worden gelegd door middel van een codering. In het tekstuele domein werkt cyberspace (internet) vooral via associatieve verbanden. Sleutelwoorden kunnen makkelijk aangegeven worden in een tekst en door op het woord te klikken worden meer relevante teksten/bronnen geopend. Dit is de fundamentele logica van het internet.(Dahlgren 1996:64) Een centrale functie van digitale communicatie in het algemeen is dat technisch gezien er geen directionele voorkeur is. Zenden en ontvangen zijn in principe gelijke functies op technisch niveau en dit maakt het internet interactief. Een belangrijk punt is dat individuen publiekelijk feedback kunnen geven aan journalisten en nieuwsorganisaties omdat ze hetzelfde medium gebruiken. (Dahlgren 1996:65) Archieffunctie: Een belangrijke functie van het internet is de toegang die zij geeft tot databanken en andere archieven. Gezien vanuit het standpunt van media logica zorgt internet ervoor dat de journalistiek niet slechts gebonden is aan het heden.(Dahlgren 1996:66) Journalisten kunnen bijvoorbeeld achtergrondinformatie op internet zoeken. Op internet is in feite geen sprake van ruimtegebrek. Op televisie en in kranten zijn journalisten gebonden aan beperkte tijd en ruimte voor hun verhalen. Dat geldt op internet niet. Je kan een bericht zo lang maken als je zelf wilt. De tweede golf in het onderzoek naar internetjournalistiek bestaat uit empirisch onderzoek op basis van de uitgangspunten van de eerste golf. De ideale modellen worden getest middels analyse van nieuwssites om erachter te komen in hoeverre de kenmerkende eigenschappen van internetjournalistiek toegepast worden op nieuwssites. De onderzoekers vragen zich bijvoorbeeld af hoe het zit met de interactiviteit van de internetjournalistiek; in hoeverre is hier sprake van bij 11
nieuwssites? En in welke mate zijn sites multimediaal? Veel onderzoekers waren zich ervan bewust dat de applicaties die nog niet goed werkten in de loop van de tijd opgelost zouden worden. De ontwikkeling zou door blijven gaan tot het ideale model was bereikt. Deuze stelt als samenvatting van deze golf van onderzoek vast dat: “Studies of how online newssites make use of the typical advantages of the Internethypertextuality, multimediality and specifically interactivity-show that most sites do no not offer much ‘extra’ online. (Deuze 2001:2)
De derde golf is empirisch onderzoek op basis van een constructivistische benadering van de technologische veranderingen. Deze fase verschilt duidelijk met de eerste twee golven van onderzoek. De eerste twee golven gingen uit van technologisch determinisme. Dit houdt in dat de techniek centraal staat. De techniek is bepalend voor de ontwikkelingen. Zo ging men ervan uit dat uiteindelijk nieuwssites alle specifieke kenmerken van internetjournalistiek zouden toepassen. En zouden móeten toepassen, want anders zou er sprake zijn van volgroeide internetjournalistiek. In de derde golf staat het constructivisme centraal. Dat houdt in dat er nu gekeken wordt naar het proces van innovatie; hoe gaan nieuwsredacties om met nieuwe technologie? Met andere woorden werd de mens nu een centrale positie toegedicht en niet de techniek. De ideaalmodellen zoals beschreven in de eerste en tweede golf worden nu gezien als factor, maar niet als eindpunt. Verder wordt innovatie gezien als een open proces en willen de onderzoekers nu specifieke gevallen in de diepte analyseren. Dit is ook een verandering ten opzichte van de eerste twee golven. Avilés en Carvajal geven in hun artikel ook aan dat techniek niet alleen voor innovaties zorgt: ‘Technical innovation is usually based on professional and economic decisions and journalists use new tools in order to fit their own expectations, skills and practices.’ (Avilés en Carvajal 2008:226)
12
Ook Boczkowski heeft bedenkingen bij het technologisch determinisme. Volgens hem zijn de werkwijze, organisatiestructuren en de representatie van gebruikers de belangrijkste zaken die voor innovatie zorgen. (Boczkowski 2004a) Dit is ook van belang voor onderzoek naar de toepassing van Twitter op redacties. Door allerlei deskundigen wordt Twitter gezien als een onmisbaar en relevant instrument voor journalisten. En ze noemen daarbij allerlei pluspunten van Twitter, zoals interactiviteit met het publiek, live verslag kunnen doen van nieuws, informatie verzamelen en checken, etc. Maar gebruiken journalisten Twitter ook echt op die manier? En waarom wel of niet? Om dit te onderzoeken ligt een constructivistische benadering voor de hand.
2.3 Eerder gedaan onderzoek naar innovaties op redacties Om te kunnen onderzoeken in hoeverre de adoptie van Twitter anders is dan bij andere innovaties is het belangrijk om te weten hoe eerdere innovaties zoals user-generated content en blogs zijn ingevoerd door verschillende redacties. Zijn ze geaccepteerd of is er veel weerstand tegen? In deze paragraaf zal gekeken worden hoe redacties zijn omgegaan met de verschillende innovaties. Dit is ook belangrijk voor mijn onderzoek want het geeft een aanwijzing hoe de integratie van Twitter op de redacties zou kunnen verlopen.
2.3.1 User-generated content
Er is al behoorlijk veel onderzoek gedaan naar de adoptie van innovaties op redacties. Onderzoek heeft zicht met name togespitst op user-generated content (UGC). Met UGC wordt gedoeld op de verschillende vormen van media-inhoud die gemaakt en aangeleverd worden door de eindgebruikers. (Kaplan & Haenlein 2010:61) Voorbeelden van UGC zijn blogs geschreven door lezers, vraag en antwoord (lezers sturen vragen in, die beantwoord worden door journalisten) en polls (het publiek kan stemmen op een stelling). Een belangrijk onderzoek is uitgevoerd door 13
Hermida en Thurman (2008) Zij onderzochten het gebruik van UGC bij twaalf Britse kranten. (Hermida &Thurman 2008) Het onderzoek laat een toename zien van de mogelijkheden van de lezers om bij te dragen aan de website ten opzichte van een onderzoek dat uitgevoerd werd door Thurman waarin gekeken werd naar de mogelijkheden van lezers om een bijdrage te leveren aan websites in april 2005.(Thurman 2008) Er is vooral een grote groei waar te nemen in lezersblogs, commentaar op verhalen en rubrieken met wat de lezer vindt. (Hermida & Thurman 2008:346) In het Verenigd Koninkrijk biedt meer dan 80% van de toonaangevende kranten in ieder geval een blog aan in november 2006, tegen slechts 17 % in april 2005.(Hermida & Thurman 2008:346) In een ander onderzoek van Hermida en Thurman komt naar voren dat mediaorganisaties steeds meer opschuiven in de richting van het modereren van UGC. Het suggereert volgens Hermida en Thurman dat mediaorganisaties weliswaar grotere waarde zien in materiaal dat wordt aangeboden door gebruikers, maar dat ze grip willen houden op wat ze aanbieden. Dat doen ze door te selecteren op inhoud die past bij hun merk en waarden. Er is in Europa meer onderzoek gedaan naar het gebruik van UGC, namelijk UGC, die geplaatst wordt in de tabloids The Sun (Verenigd Koninkrijk) en Aftonbladet (Zweden). (Örnebring 2008) De conclusies van het onderzoek waren dat beide tabloids vergelijkbaar zijn en zij de gebruikers vooral
in
de
gelegenheid
stellen
om
populair-cultuur
gerelateerde
inhoud
en
persoonlijk/alledaagse inhoud the genereren. Er is heel weinig of bijna geen mogelijkheid om nieuws of informatiegeoriënteerde inhoud te genereren.(Örnebring 2008:783) Het enige lezersmateriaal dat dezelfde status heeft als materiaal dat door de nieuwsorganisatie wordt gemaakt zijn lezersfoto’s van ‘breaking news’ gebeurtenissen. (Örnebring 2008:783) Hierbij valt te denken aan de aanslagen in Londen op 7 juli 2005, de opstand in Egypte in februari 2011, de aardbeving/tsunami in Japan op 11 maart 2011 en de onlusten in Syrië in maart/april 2011. In Nederland is er een onderzoek gedaan naar het gebruik van amateurfoto’s in de landelijke kranten. (Pantti &Bakker 2009) De bekendste amateurfoto die geplaatst is door een landelijke krant is de foto van de moord op Theo van Gogh. Deze foto is geplaatst door De Telegraaf. (Pantti & Bakker 2009:472) Het onderzoek toont aan dat visuele inhoud (foto’s en video’s) zwaar worden bewerkt door de redactie. (Pantti & Bakker 2009:484) Dit duidt erop dat journalistiek vasthoudt aan haar traditionele rol als gatekeeper. 14
De BBC maakt op dit moment gebruik van een UGC Hub. Deze Hub is ontstaan in 2005 en kwam voort uit het interactieve nieuws gedeelte van de redactie. (Wardle & Williams 2010) De UGC Hub heeft ervoor gezorgd dat de BBC twee dingen kon doen. Ten eerste het snel filteren van beelden van ‘breaking news’ en het laten filteren van het materiaal door een lokale redactie voordat het wordt teruggestuurd naar de centrale locatie. Als tweede is de UGC Hub een centrale plaats waar opmerkingen op discussie fora kunnen worden vergaard voor doeleinden die gepaard gaan met het verzamelen van nieuws (bronnen en case studies) (Wardle & Williams 2010) Door deze UGC hub is de BBC beter in staat om samen te werken met het publiek en het gebruik van materiaal dat ingediend wordt door het publiek wordt ook aangemoedigd. Dit is een functioneel initiatief om de participatie van de burgers te vergroten. UGC kan ook goed gebruikt worden als een vorm van participatory journalism. Paulussen en Ugille hebben onderzoek gedaan naar het gebruik van UGC bij twee Belgische kranten, Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg en een lokale gemeenschap website die hyperlokaal nieuws verzorgt in de regio Hasselt genaamd HasseltLokaal. Deze site wordt onderhouden door ongeveer 15 burger reporters die dit werk vrijwillig doen. Het platform voor het lokale nieuws wordt gecoördineerd en gemodereerd door twee professionele redacteuren van de online newsroom van het Belang van Limburg. (Paulussen & Ugille 2008:30) Dit geeft al duidelijk aan dat de vrijwilligers wel toegang hebben tot de eerste fase van het nieuwsproces, maar dat de twee redacteuren vanaf daar de regie overnemen. De coördinator van Hasselt Lokaal zegt hierover: ‘sometimes, when a citizen journalist witnesses something ‘big’, I report this to the print journalists in the newsroom. But it never appears in the newspaper.’ (coordinator HasseltLokaal in Paulussen & Ugille 2008:10) Een ander punt dat naar voren kwam uit hun onderzoek is dat het implementeren van een nieuw management systeem voor wrijving zorgde. Dit systeem werd in gebruik genomen om het bewerken van teksten makkelijker te maken Er kwam naar voren dat de redacteuren het moeilijk vonden om er mee te werken en dat ICT-ers het raar vonden dat de redacteuren zoiets simpels niet snapten. Dit geeft duidelijk aan dat er spanning is tussen het redactionele personeel en de ICT wat een beperking vormt voor de toepassing van innovaties in de nieuwsroom.(Paulussen & Ugille 2008:33) 15
Journalisten bij de twee Belgische kranten krijgen ’s ochtends twee gebeurtenissen waarvan ze een verhaal moeten maken. Die gebeurtenissen worden gehaald uit andere media of uit de agenda van persconferenties.(Paulussen & Ugille 2008:34) Doordat het nieuwsproces wordt gekenmerkt door een hoge mate van institutionalisering en doordat de journalisten redelijk routinematig en passief vertrouwen op een aantal officiële leveranciers voor nieuws zal het gebruik van UGC door deze journalisten beperkt zijn. (Paulussen & Ugille 2008:34) Lezers van Het Belang van Limburg worden aangemoedigd om persoonlijk verhalen en foto’s in te dienen voor de human-interest sectie. Dit is duidelijk een vorm van ‘soft news’. (Paulussen & Ugille 2008:36) Dit komt overeen met het onderzoek dat verricht werd door Örnebring naar het gebruik van UGC door The Sun (UK) en Aftonbladet (Zwe). (Örnebring 2008) In een ander onderzoek dat Paulussen et al. hebben uitgevoerd keken zij naar de ontwikkeling van participatieve journalistiek in vier landen: België, Finland, Duitsland en Spanje. (Paulussen et al. 2007) De belangrijkste resultaten van dit onderzoek waren dat de professionele journalisten in de vier genoemde landen nogal sceptisch zijn over interactiviteit met hun gebruikers. De journalisten zien de rol van journalistiek nog echt als iets wat top-down moet gebeuren en niet ook bottom-up zoals het geval is bij participatieve journalistiek. (Paulussen et al. 2007:146) Verder laat het onderzoek zien dat organisatorische factoren van invloed zijn op het al dan niet gebruik maken van burgerparticipatie. Enkele van deze factoren zijn de diepgewortelde werkroutines en het gebrek aan middelen. (Paulussen et al. 2007:147) Uit het eerder gedaan onderzoek naar de adoptie van UGC valt te concluderen dat dit langzaam ging. Belangrijke reden was dat journalisten vast willen houden aan hun rol als ‘gatekeeper’. Zij willen hun rol als professionele nieuwsproducent niet graag delen met amateurs. Een andere reden is dat ze van mening zijn dat het materiaal van amateurs weinig toevoegt en van slechte kwaliteit is. Verder is het arbeidsintensief om amateurmateriaal te modereren en te checken of het materiaal wel betrouwbaar is. Ondanks de verhalen over de toegevoegde waarde van UGC voor journalisten, zorgden de genoemde factoren ervoor dat het gebruik ervan maar langzaam van de grond kwam.
2.3.2 Blogs
16
Een andere innovatie waar redacties mee te maken kregen was het fenomeen blogs. In deze paragraaf omschrijf ik hoe de redacties met blogs omgaan en dit kan ook indicatie geven hoe er omgegaan kan worden met Twitter. Allereerst is het belangrijk te weten wat er onder een blog verstaan wordt. Ik gebruik de definitie die Bowman & Willis geven: “Weblogs are frequently updated online journals, with reverse-chronological entries and numerous links, that provides up-to-the-minute takes on the writer’s life, the news, or on a specific topic of interest. Often riddled with opinionated commentary, they can be personally revealing (such as a college student’s ruminations on dorm life) or straightforward and fairly objective (Romenesko) (Bowman & Willis 2003:8) Een van de eerste onderzoeken naar blogs is gedaan door Matheson. Hij deed onderzoek naar het weblog van The Guardian. (Matheson 2004) Matheson geeft aan dat weblogs helemaal niet zo revolutionair zijn want ze linken vaak naar gevestigde traditionele nieuwsinstellingen. De rol van poortwachter blijft dus gehandhaafd. Verder blijft de journalist een autoriteit en wordt de gebruiker niet aan het woord gelaten. (Matheson 2004:460) Toch ziet Matheson een aantal punten waardoor de normen en waarden van de journalistiek een beetje veranderen. Zo leggen de journalisten van The Guardian minder een claim op wat de lezers willen weten of wat een gebeurtenis betekent. Het blog geeft door het aanbieden van links naar andere nieuwsaanbieders een wijdere blik op de gebeurtenissen. De journalist blijft nog wel de poortwachter, want hij selecteert de stukken. Door het plaatsen van links kan de lezer zien waar de journalist het nieuws vandaan heeft. De gebruiker moet nu zelf meer moeite doen om duiding te geven aan een gebeurtenis. (Matheson 2004:460-461) Matheson vindt wel dat blogs de journalistiek veranderen. Journalisten worden op een blog gedwongen te schrijven voor een groot publiek wat een persoonlijkere, intiemere stijl vereist dan een artikel schrijven voor de krant. (Matheson 2004:460) Hermida (2009) schreef een artikel over het gebruik van blogs bij de BBC. In dit onderzoek wordt gesteld dat de BBC een aantal barrières heeft moeten overwinnen om het bloggen serieus te nemen. De BBC staat voor nauwkeurigheid, eerlijkheid, betrouwbaarheid en onpartijdigheid, terwijl bloggen bekend staat als onmiddellijk, opiniërend
en ongecensureerd. (Hermida 17
2009:268) Bij de introductie van blogs op de website van de BBC konden lezers bijvoorbeeld niet meteen commentaar leveren op een blogpost. (BBC 2005) Bloggen heeft er wel voor gezorgd dat onderwerpen waar geen ruimte is voor in de uitzending op een blog behandeld worden. In het begin stonden de redacteuren bij BBC News sceptisch tegenover blogs, maar toen de redacteuren het succes van Peston zagen met zijn blog dat gemiddeld 650.000 bezoekers had waren ze om.(BBC 2008) De BBC journalisten zien bloggen vooral als een middel om op een persoonlijke en informele manier nieuws te brengen.(Hermida 2009). In 2005 begon Nick Robinson met het eerste blog voor de BBC (Hermida 2009) en een paar jaar later zijn er meer dan 90 blogs bij de BBC. Er zijn blogs van individuele journalisten zoals Alastair Eykyn en blogs over een bepaald onderwerp zoals BBC Food blog. (BBC 2012)
Lowrey en Mackay (2008) hebben onderzoek gedaan hoe bloggers het professioneel proces van de journalistiek blootleggen en hoe journalisten omgaan met blogs Dit hebben zij gedaan door te kijken naar de fasen in het professioneel proces. Dit proces bestaat uit diagnose, gevolgtrekking en behandeling. Diagnose houdt het verzamelen van informatie en het categoriseren van problemen in. De gevolgtrekking zorgt ervoor dat de diagnose op de behandeling aangesloten wordt. De behandeling levert uiteindelijk de oplossingen aan. (Lowrey & Mackay 2008:66) Het onderzoek werd uitgevoerd bij 303 Amerikaanse krantenredacties russen januari en maart 2006. De resultaten van het onderzoek waren dat het bewust zijn van lokale blogs impact heeft hoe journalisten hun beroep uitoefenen. Dit valt te zien in alle fasen van het professioneel proces, maar vooral in de fase van gevolgtrekking. Deze fase behelst onder meer het rapporteren en beslissen over nieuwswaarde. Bij kranten waar de journalisten kijken naar lokale blogs voor de inhoud van de krant zijn de verslaggevers meer geneigd om de lokale blogs als bron te zien en zal de inhoud van de blogs ook besproken worden tijdens redactievergaderingen.(Lowrey & Mackay 2008:75)
Singer (2005) heeft onderzoek gedaan naar het gebruik van blogs door politieke journalisten. Bloggen biedt drie uitdagingen voor de professionele normen en praktijken die al lang door journalisten worden gebezigd. Namelijk het geen partij kiezen in vraagstukken die publieke 18
controverse oproepen, inclusief politiek. De tweede heeft betrekking op de traditionele rol als gatekeeper van de journalist. De journalist bepaalt welk nieuws het waard is om mede te delen aan het publiek. (Singer 2005:177) Verder biedt bloggen nog een uitdaging voor journalisten, namelijk de idee van verantwoording en transparantie. Uit het onderzoek van Singer is gebleken dat de meeste journalisten-bloggers vasthouden aan hun rol van traditionele poortwachter door beperkt of helemaal geen materiaal van gebruikers in hun blog te gebruiken. Dit is ondanks het duidelijke communicatieve en participatieve karakter van blogs. (Singer 2005:192) De mate waarin de bloggers afstand nemen van het onpartijdig verslaan van de evenementen varieert per blog. Een meerderheid geeft weleens een persoonlijke mening. Een aantal bloggende journalisten gebruikt het blog als een stap in de goede richting om verantwoording af te leggen en transparanter te zijn. Dit doen zij door links te verstrekken naar andere bronnen en aanverwante materialen. (Singer 2005:192) Er is ook een onderzoek geweest naar sportjournalisten die bloggen. Dit onderzoek is uitgevoerd door Schultz en Sheffer (2007). Uit hun onderzoek kwam naar voren dat bloggen van invloed is op de manier van het presenteren van informatie en distributie. Veel sportjournalisten hielden wel vast aan de traditionele manier van nieuws verzamelen, het schrijven en rapporteren van die inhoud. Sommige van deze houdingen zouden gerelateerd kunnen worden aan leeftijd. Mocht de weerstand van journalisten verband houden met leeftijd en ervaring dan zullen blogs veel meer geaccepteerd worden als die groep met pensioen gaat. Dat kan leiden tot meer veranderingen in de werkrol van de journalist. (Schultz & Sheffer 2007:72) Een belangrijk verschil kwam naar voren met betrekking tot het aantal jaren ervaring als journalist. Journalisten met meer dan tien jaar ervaring zeiden vaker dat ze begonnen met bloggen, omdat hun managers dat verplicht stelden. De journalisten met meer dan tien jaar ervaring waren ook meer bezorgd over zaken als geloofwaardigheid, ethiek en training. Ook vonden ze minder vaak dat bloggen een positieve invloed had op hun nieuwsorganisatie en dat door te bloggen ze een betere journalist zouden worden.(Shultz & Sheffer 2007:70) De sportjournalisten vonden ook dat bloggen geen impact had op hun publiek en dat een blog bijhouden hun werk niet veel veranderde. (Schultz & Sheffer 2007:68) In de analyse naar de adoptie van UGC en blogs valt op dat de redacties terughoudend zijn met het implementeren van innovaties. Het publiek mag alleen invloed uitoefenen op de eerste fase 19
van het nieuwsproces, maar uiteindelijk worden hun inzendingen wel bewerkt. Verder kan het publiek haar mening geven bij de vijfde fase van het nieuwsproces. De redacties blijven hun rol van poortwachter vervullen en ze zijn bang om invloed op de nieuwsagenda te verliezen. Over de adoptie van blogs op redacties valt op dat de redacties bloggen zien als meer opiniërend en persoonlijk. De BBC stond eerst sceptisch tegenover het fenomeen bloggen, maar op het moment zijn er meer dan 90 blogs van journalisten. De politieke journalisten die bloggen houden vast aan de traditionele rol van poortwachter, maar een aantal journalisten wordt transparanter. Bij sportjournalisten die bloggen valt op dat vooral jongere journalisten dit uit eigen beweging doen en dat bloggen volgens hun een positieve invloed heeft op de nieuwsorganisatie.
2.4 Twitter Twitter is een online sociaal netwerk dat gebruikt wordt door miljoenen mensen wereldwijd. Door het gebruik van Twitter blijven mensen verbonden met familieleden, vrienden en collega’s via hun computers en mobiele telefoons. De interface maakt het mogelijk dat gebruikers korte berichten (maximaal 140 tekens) posten die gelezen kunnen worden door andere Twitter gebruikers. (Java, Song, Finin & Tseng 2007:57) Twitter is een vorm van micro-blogging. Micro-blogging kan gedefinieerd worden als een nieuwe media-technologie die het mogelijk maakt om in een aantal woorden nieuws te delen met de hele wereld. (Hermida 2010:298) Het maakt: “users to share brief blasts of information, (usually in less than 200 characters) to friends and followers from multiple sources including websites, third-party applications, or mobile devices” (De Voe 2009:212) Wat het meest aanspreekt aan Twitter is dat gewone burgers beroemdheden als sporters, acteurs, zangers en politici kunnen ‘volgen’. Dit houdt in dat wanneer een van de beroemdheden een nieuw bericht op Twitter plaatst, de mensen die hem/haar volgen een bericht op hun computer, mobiele telefoon of tablet krijgen dat de beroemdheid een nieuw bericht heeft geplaatst. De gewone burger blijft dus ‘persoonlijk’ op de hoogte van het doen en laten van de beroemdheden.
20
Twitter onderscheidt zich van andere sociale media als Facebook en Hyves, doordat diegene die gevolgd wordt, niet per se de andere persoon ook moet ‘volgen’. Twitter heeft een lage wederkerigheid (persoon die iemand volgt, wordt ook gevolgd door die persoon) Bij Twitter ligt dit percentage op 22,1% en bij bijvoorbeeld Flickr is dit 68% en bij Yahoo! zelfs 84%. (Kwak, Lee, Park & Moon 2010:593) Dit komt doordat de topgebruikers van Twitter vaak beroemdheden en massamedia zijn. Zij worden het meest gevolgd, maar zij volgen de mensen die hun volgen maar zelden (Kwak, Lee, Park & Moon 2010:593) Uit het onderzoek blijkt ook dat 67,6% van de gebruikers helemaal niet gevolgd wordt door een van de personen die ze zelf volgen. De auteurs vermoeden dat voor deze personen Twitter meer een bron van informatie is dan een sociale netwerk site. (Kwak, Lee, Park & Moon 2010:593)
Maar waarom gebruiken mensen Twitter? Deze belangrijke vraag wordt beantwoord in een artikel van Zhao en Rosson (2009) Uit hun onderzoek bleek dat mensen Twitter vooral gebruiken om in contact te blijven met collega’s, het verzamelen van nuttige informatie voor je beroep of andere persoonlijke dingen, het verhogen van de zichtbaarheid van dingen die interessant voor je sociale netwerk kunnen zijn, op zoek gaan naar hulp en adviezen en als laatste punt noemen zij het afreageren van emoties op Twitter. (Zhao and Rosson 2009:245) Twitter is ook in de journalistiek doorgedrongen en wordt door steeds meer journalisten gebruikt. Ook naar de invloed van Twitter op de journalistiek zijn inmiddels enkele onderzoeken uitgevoerd. Volgens Ahmad (2010) wordt Twitter nu gebruikt als een collaboratief onderzoeksinstrument door redacteuren en journalisten die bezig zijn met het schrijven van verhalen en die aan het bloggen zijn, zowel voor ideeën en het bewijs te leveren voor alle takken van het nieuws, ‘breaking news’, buitenland, shownieuws enzovoort. (Ahmad 2010:151) Met collaboratief onderzoeksinstrument wordt bedoeld dat de redacteuren en journalisten samenwerken met hun volgers op Twitter om zo onderzoek te doen naar het nieuws. Dit blijkt vooral een effectief middel om in de verkennende fase van een verhaal bewijs of feedback van de gebruikers of volgers te krijgen. Doordat de journalisten vragen aan gebruikers om te twitteren voelen de gebruikers dat zij onderdeel uitmaken van het bouwen van een verhaal en dat zorgt/produceert 21
voor veel positieve betrokkenheid bij het lezerspubliek. (Ahmad 2010:151) Dit is een veel betere respons dan wat de lezers zeggen bij lezersreacties onder artikelen op nieuwssites, waar de lezers zich vooral geroepen voelen om tegen de autoriteit van de schrijver in te gaan. Hier worden namelijk de argumenten van de schrijver panklaar aan de lezer aangeboden. (Ahmad 2010:151) Journalisten gebruiken Twitter ook als marketinginstrument. Elke sectie van The Guardian heeft bijvoorbeeld een eigen twitter account, elk met een contingent van duizenden volgers, die op de hoogte worden gehouden van nieuwe publicaties op de website. Zo geeft het twitter account van de Society Guardian in elke tweet een link naar een net gepubliceerd artikel op de Society -pagina. Individuele journalisten worden aangemoedigd om nieuws via Twitter te verspreiden, Twitter interactief te gebruiken en vaker te twitteren om zo te laten zien dat de journalisten van The Guardian meegaan met hun tijd. (Ahmad 2010:150) Zoals ik heb laten zien in de voorafgaande paragraaf is er eerder onderzoek geweest naar de adoptie van blogs en UGC door redacties. Nu de impact van Twitter op de journalistiek zichtbaarder wordt, nemen ook de onderzoeken naar de adoptie van Twitter door journalisten toe en staat de mens weer centraal. Dit is analoog met de drie golven zoals beschreven door Domingo (2008). Hoe zit dat eigenlijk met het gebruik van Twitter door de redacties? Arceneaux en Schmitz Weiss (2010) vergelijken de reacties van journalisten op Twitter als een nieuw medium met de reacties op de introductie van de telegraaf, radio en internet. Zij proberen er zo achter te komen of Twitter gezien wordt als een serieus te nemen fenomeen of dat Twitter gezien wordt als een tijdelijke hype. (Arceneaux & Schmitz Weiss 2010:1263) Dit onderzoek valt onder de derde fase van het onderzoek naar de opkomst van internet dat Domingo (2008) beschrijft, want er wordt in het onderzoek van Arceneaux en Schmitz Weiss niet gekeken naar de techniek als bepalende factor voor het gebruik van Twitter, maar naar culturele, politieke en sociale factoren. (Arceneaux & Schmitz Weiss 2010:1263) De conclusie van hun onderzoek was dat journalisten vooral positief over Twitter oordeelden. Uit het onderzoek kwam bijvoorbeeld naar voren dat er een discussie plaatsvond over het ‘juiste’ gebruik van Twitter tijdens redactievergaderingen. Daarmee volgt Twitter de voetsporen van de telefoon en de mobiele telefoon. Ook toen deze opkwamen speelde er een discussie over gepast gebruik. Deze nieuwe uitvindingen werden tegenstrijdig ontvangen en veranderden de ideeën over publiek en 22
privégedrag. Doordat de pers positief oordeelt over Twitter is dit een teken dat Twitter zich nog volop verder kan ontwikkelen.(Arceneaux & Schmitz Weiss 2010:1274) De huidige groei van mobiele media applicaties waar Twitter uitermate geschikt voor is helpt ook mee aan de groei van Twitter. (Arceneaux & Schmitz Weiss 2010:1274)
Armstrong en Gao (2010) hebben ook onderzoek naar het gebruik van Twitter gedaan. Zij onderzochten het gebruik van Twitter bij negen nieuwsorganisaties en deden dit door het analyseren van 361 tweets tijdens een periode van vier maanden. (Armstrong & Gao 2010:225) De uitkomsten waren dat er het meest getweet wordt over criminaliteit. Twitter is een goed middel om constant updates van een nieuwsgebeurtenis te geven en zo het publiek te bereiken. Maar de onderzochte nieuwsorganisaties gebruikten Twitter vooral om met hyperlinks publiek naar hun nieuwssites te lokken (86 % van de onderzochte tweets). (Armstrong & Gao 2010:231) Zeer weinig tweets werden gebruikt om het laatste nieuws te bieden of live verslag te doen van een event. Armstrong en Gao vinden dat nieuwsorganisaties Twitter beter kunnen gebruiken als een publieke service (mededelen van afgesloten wegen en waarschuwingen voor extreme weersomstandigheden), nieuwsupdates en voor ‘breaking news’. Dit onderzoek kan getypeerd worden als de tweede golf van het onderzoek verricht door Domingo, omdat hier getoetst wordt hoe nieuwsorganisaties Twitter zouden moeten gebruiken. (Domingo 2008:17) Op het onderzoek van Armstong en Gao is wel wat aan te merken. Zij hebben namelijk alleen de officiële twitteraccounts van de nieuwsorganisaties onderzocht en niet gekeken naar de twitteraccounts van de individuele journalisten. Het zou interessanter zijn geweest om te kijken waar de journalisten over twitteren. Posetti heeft een artikel geschreven dat uitgaat van de visie van de journalist. In haar artikel beschrijft ze het nut van Twitter voor de journalisten, maar bespreekt ze ook de dilemma’s die Twitter met zich meebrengt. (Posetti 2009) Zij vindt dat Twitter een grote rol kan spelen in de burgerparticipatie getuige haar woorden voor de mensen die menen dat Twitter geen journalistiek is “No, but it is like blogging, it can be a platform for journalistic practice for both professionals and amateurs”(Posetti, 2009) 23
Verder omschrijft Posetti het dilemma van Twitter: Twitter vermengt het persoonlijke en professionele en ook nog het privé domein met het publieke domein. Dit houdt in dat de rol van de journalisten verandert van didactische waarnemers en commentatoren bij gebeurtenissen tot deelnemer aan deze debatten. Het is vooral moeilijk te combineren als de journalist het beste uit zijn netwerken wil halen. (Posetti 2009) Het artikel van Posetti besteedt aandacht aan wat Twitter betekent voor de journalisten en ik doe in mijn onderzoek hetzelfde door de journalisten te interviewen. Een ander onderzoek over het gebruik van Twitter is uitgevoerd door Lasorsa et.al (2012) Zij onderzochten hoe journalisten zich hielden aan de professionele normen en waarden. Ze analyseerden hiervoor 22.000 tweets. (Lasorsa et al. 2012:25) De resultaten van het onderzoek waren dat de journalisten vrijer hun mening uiten op Twitter en dat journalisten van de grote landelijke dagbladen, de nationale nieuws kanalen en cable news minder geneigd zijn om in tweets afstand te doen van hun ’gatekeepers’ rol door te laten zien waar hun nieuws vandaan komt of om verantwoording en transparantie te bieden door informatie over hun baan te geven dan journalisten die werken voor minder aansprekende nieuwsdiensten. Het eerdere onderzoek dat gedaan is naar Twitter wijst uit dat Twitter gebruikt wordt voor veel verschillende
dingen.
Het
wordt
gebruikt
voor
marketingdoeleinden,
updates
van
nieuwsgebeurtenissen en journalisten zeggen openlijker wat ze denken op Twitter. Mijn onderzoek voegt toe hoe sportjournalisten Twitter gebruiken en of zij bijvoorbeeld veel persoonlijke meningen op Twitter zetten, de ‘gates’ openen en hoe zij Twitter gebruiken. Het laat zien hoe Twitter als medium is ingeburgerd in de sportjournalistiek. De conclusie die getrokken kan worden uit de verschillende paragrafen is dat er in het begin weerstand is bij elke innovatie, maar dat naar verloop van tijd de innovaties geaccepteerd worden. De journalisten passen zich gewoon aan de nieuwe situatie aan, maar ze zijn wel huiverig om afstand te doen van hun ‘gatekeepers’ rol. Journalisten die bloggen schrijven persoonlijker en geven soms wat los over hoe ze aan hun nieuws komen. Op Twitter zijn journalisten wel meer geneigd om persoonlijke meningen te vermelden en snel updates van nieuwsfeiten te doen. Het proces waarin gekeken wordt naar de innovatie van Twitter bevindt zich in de derde golf van Domingo (2008). De mens staat nu centraal en niet meer de techniek.
24
Er wordt namelijk gekeken hoe de nieuwsredacties omgaan met Twitter. In het volgende hoofdstuk zal ik mijn methode van onderzoek uitleggen.
25
Hoofdstuk 3 Methode van onderzoek
In dit hoofdstuk zal ik verder ingaan op de methodologie die ik het resterende deel van mijn onderzoek zal hanteren. Mijn onderzoek bestaat uit een kwantitatief element (het analyseren van tweets) en een kwalitatieve component (interviews aan de hand van een topiclijst). De noodzaak om de kwantitatieve studie aan te vullen met een kwalitatief deel is tweeledig. Ten eerste is het alleen mogelijk om het actieve gebruik van Twitter (de tweets) te analyseren, terwijl journalisten Twitter ook passief kunnen gebruiken, bijvoorbeeld door tweets te lezen en nieuws te vergaren. Daarnaast bieden interviews de gelegenheid om dieper in te aan op de relatie van de journalist met het nieuwe medium. het kernpunt van de constructivistische benadering van Domingo. In 3.1 bespreek ik het kwantitatieve onderzoeksdeel: de analyse van tweets. In 3.2 komt aan de orde wie ik heb geĂŻnterviewd en hoe ik de interviews heb verwerkt en geanalyseerd.
3.1 Het kwantitatieve onderzoeksdeel: de analyse van tweets De eerste stap van het onderzoek bestaat uit het analyseren van de tweets van journalisten. Het doel daarvan is om inzicht te krijgen in het actieve twittergebruik van de journalisten. Dat houdt in dat ik kijk naar de tweets die de journalisten verzonden hebben. Ik heb de tweets van de maand april 2012 geanalyseerd van de journalisten die ik wil gaan interviewen. Hier kom ik op terug in paragraaf 3.4. Ik heb gekozen voor april 2012, omdat dit op het moment dat ik met mijn onderzoek bezig was, de meest recente maand was. Om zoveel mogelijk synergie te houden tussen het kwantitatieve deel en het kwalitatieve deel heb ik mij geconcentreerd op de tweets in aanloop naar de interviews om een zo actueel mogelijk beeld te hebben van hun twittergedrag. Om tot de wetenschappelijke analyse van de tweets te komen is een instrument nodig. Het instrument dat ik heb gebruikt komt overeen met het instrument dat Lasorsa et al. gebruikten in hun onderzoek naar het gebruik van Twitter door de 500 meest gevolgde journalisten op Twitter. (Lasorsa et al. 2012:26) Zij gebruikten de volgende categorieĂŤn: 26
1 Type informatie in tweet. Nieuws hoort neutraal en objectief te zijn, maar doen de journalisten dat ook op Twitter? Of geven ze ook een mening? En gebruiken ze het medium niet alleen om te zenden of gebruiken ze het ook actief als informatiebron door vragen te stellen? De informatie die in een tweet wordt verstuurd kan worden ingedeeld in drie subcategorieën: a. Informatieve tweet. Dit is een tweet met louter neutrale informatie. Een voorbeeld is “Weer Terry door de benen gespeeld door Suarez. En nu is het wel raak: 1-0, eigen doelpunt Essien na uitstekende actie Suarez.” (Twitter 2012b) b. Opinietweet. Tweet waarin een journalist een eigen opinie geeft. Voorbeeld van een opinietweet: “#Tafeltennisvrouwen ook als team naar #Londen. Lijkt mij niet meer dan logisch dat de nummer zes van de wereld naar de #Spelen gaat.. #OS.”(Twitter 2012c) c. Informatievraagtweet Dat houdt een tweet in waarin de journalist anderen vraagt om informatie. Een voorbeeld van een tweet waarin informatie gezocht werd: “Kan iemand mij vertellen waarom de naam @MisaKrajicek niet in het speelschema van Praag staat? #tweeweken met vakantie geweest #iets gemist?”(Twitter 2012d) 2 Gatekeeping: Om te zien of journalisten vasthouden aan gatekeeping wordt gekeken of een bericht ‘geretweet’ is inclusief de originele bron. Wanneer journalisten de onbewerkte berichten doorgeven aan hun volgers geven ze toegang tot hun publiek. Op deze manier is ‘retweeting’ een indicatie dat de journalist ‘de poorten opent’ door anderen te laten deelnemen in het nieuws productieproces. (Lasorsa et al. 2012:26) Daarom is gecodeerd welke tweets van de journalisten retweets zijn van tweets van andere twitteraars. Er is ook gecodeerd als een tweet geen retweet is. 3 Professionele verantwoording en transparantie. Om te zien of de journalisten bijdragen aan professionele verantwoording en transparant zijn werd er gekeken naar de volgende vier subcategorieën namelijk: a. ‘praten over werk’. Dit houdt in dat journalisten vertellen over hun werkzaamheden als journalist. Zo kunnen ze vertellen dat ze iemand geïnterviewd hebben of dat ze voor een reportage op weg zijn naar het vliegveld. Promotie van het eigen werk werd niet meegeteld. Een voorbeeld van een tweet die valt in deze categorie is “Zojuist gearriveerd in Sauwerd, hometown Kromowidjojo. Er gaat dus toch iets boven Groningen.”(Twitter 2012e) 27
b. Discussie. Houdt een discussie met een volger in. Vaak gaan die discussies over hoe de journalist zijn baan verricht en helpen deze tweets dus met het afleggen van verantwoording en transparantie. c. Persoonlijke leven. Journalisten zullen vaak over privé-zaken twitteren, zoals hobby’s en hun gezinsleven en dat kan een persoonlijke noot bevatten die weer informatie kan geven over het werk van de journalist en zo meehelpt met de verantwoording en transparantie. d. Linking. Dit houdt in dat de journalist kan linken naar a. de eigen nieuwsorganisatie van de journalist b. een ander nieuws medium en c. een blog en d. een andere link. Externe links geven vaak aan waar de journalist informatie vandaan haalt en helpen mee met de transparantie, doordat de volgers kunnen zien waar de tweet vandaan komt. Ik heb via dit instrument ook de tweets geanalyseerd van de personen die ik heb geïnterviewd. Daarvoor heb ik een codeerinstrument gebruikt dat gebaseerd is op het onderzoek van Lasorsa et al. (Lasorsa et al. 2012:26) Mijn codeerinstrument is weergegeven in tabel 1. Tabel 1 Codeerschema Variabele 1
2
Naam Type tweet
Gatekeeping
Categorieën Persoonlijke mening
Code 1
Informatie geven
2
Informatie vragen
3
Retweet
1
Geen retweet
2
Toelichting Tweet waarin de journalist zijn/haar mening geeft Tweet met louter neutrale informatie
Tweet waarin de journalist anderen vraagt om informatie Dit houdt in dat de journalist een tweet van iemand anders doorstuurt (‘retweet’) om hem zo met de eigen volgers te delen. De andere mensen kunnen aan de tweet zien van wie het originele bericht afkomstig is Wanneer er niet geretweet is vallen
Voorbeeld “Ajax wint dik van PSV, mooi zo!” “Weer Terry door de benen gespeeld door Suarez. En nu is het wel raak: 1-0, eigen doelpunt Essien na uitstekende actie Suarez.” “Hoe lang is Suarez eigenlijk geschorst? #dtv” Boris Becker @Becker_Boris Bayern braucht jz den Uwe Bein Pass... Retweeted by Bart Vlietsra
Luuk de Jong kan na griepje ook gewoon starten. #tweaja
28
3
4
Professionele verantwoording en transparantie
Linking
Praten over werk
1
Discussie
2
Persoonlijke leven
3
Eigen nieuwsmedium
1
Een ander nieuws medium
2
Blog
3
Een andere link
4
de tweets hieronder Hiermee wordt bedoeld wanneer er gesproken wordt over de werkzaamheden van een journalist. Dit houdt in dat de journalist in gesprek of discussie gaat met andere twitteraars. Dit betekent dat tweets specifiek gericht zijn op een andere twitteraar; dat zie je aan het feit dat een tweet begint met een @ en de naam van de twitteraar waaraan het bericht is gericht. Daarmee worden de tweets bedoeld die iets vertellen over het privé-leven van de journalist, zoals hobby’s, gezinsleven en vrije tijd.
“Zojuist gearriveerd in Sauwerd, hometown Kromowidjojo. Er gaat dus toch iets boven Groningen.”
@gjhoekman Pfff... ken uw clichés! Google maar ff: 'Lineker Germans' Is zojuist uitgekomen. Terecht ditmaal
Barendlindeboom Uitstekend, ouwe! #Dauwpop! Regelen we ook nog weer backstage-passen...
Een link naar het medium waarvoor de journalist werkt. Een journalist van VI linkt bijvoorbeeld naar vi.nl. Een link naar een andere organisatie dan de journalist voor werkt. Journalist van VI linkt bijvoorbeeld naar nos.nl. Een link naar een blog.
Verslag van zinderend #CL-duel #ReaBay nu te lezen op #VI.nl: http://tinyurl.com/bw9qky3
Een link naar iets anders dan een nieuwsorganisatie of blog.
Och wat is de verleiding toch weer groot http://lockerz.com/s/203009255
Voorpagina van The #Sun van morgen. Best geestig, nietwaar.... http://twitpic.com/9dho4u Retweeted by Daan Smink
F1 innovations rule out reprise of Nigel Mansell's Monaco thriller | Richard Williams http://gu.com/p/37mf3/tw via @guardian
29
Linking naar eigen foto of video
5
Geen linking
6
Bijvoorbeeld een link naar een webshop als Amazon. Een link die verwijst naar een eigen foto of video
Er wordt geen link gegeven
En even buiten het OS van Barcela zag ik deze tegel. De held van PvdH. http://pic.twitter.com/OqTfFYcM Gisteravond achter goal gezeten bij Barca - Milan. Eerste kwartier prachtig. Messssssiiiiiiiiiii. Zelfs als hij kansen mist is het mooi.
De kwantitatieve analyse wordt uitgevoerd om te zien waar de verschillende personen over twitteren. Ik heb al deze tweets uit de maand 2012 gecodeerd met behulp van mijn codeerinstrument van tabel 1. Het voordeel van een kwantitatieve analyse is dat het de betrouwbaarheid van het onderzoek verhoogt. Volgens Van Peet et al.(2010) wordt onder betrouwbaarheid verstaan: het meetinstrument moet onder identieke omstandigheden (bijvoorbeeld herhaalde metingen bij eenzelfde persoon) dezelfde waarden opleveren. (Van Peet et al. 2010) Betrouwbaarheid houdt ook in dat het instrument identieke resultaten moet opleveren als het wordt toegepast door verschillende mensen. Een ander persoon heeft voor dit onderzoek daarom ook een aantal tweets gecodeerd. Deze uitkomsten heb ik vergeleken met mijn coderingen om te zien of het coderen betrouwbaar is gedaan. (Lasorsa et al. 2012:27) Uit deze uitkomsten kwam dat de andere persoon de tweets in dezelfde categorieĂŤn had ingedeeld. Deze uitkomst verhoogt de betrouwbaarheid van mijn coderingen. Een ander begrip dat van belang is bij kwantitatief onderzoek is validiteit. Van Peet et al. verstaan onder validiteit dat het meetinstrument datgene moet meten wat het pretendeert te meten. (Van Peet et al. 2010) De validiteit van een meetinstrument heeft te maken met de betekenis van de scores, de bruikbaarheid ervan en de juistheid van de conclusies die uit de scores kunnen worden getrokken. (Van Peet et al. 2010) Mijn onderzoek heeft gebruik gemaakt van data uit de werkelijkheid en mijn data zeggen dus ook iets over der werkelijkheid. Mijn onderzoek is dus valide.
30
3.2 Het kwalitatieve onderzoeksdeel: interviews met journalisten Er zijn ook voordelen aan het gebruik van kwalitatief onderzoek. Door gebruik te maken van kwalitatief onderzoek is er meer interesse voor het standpunt van de geïnterviewde en de interviewer is niet gebonden aan een op voorhand vastliggend schema. (Bryman 2004:313) Wanneer de interviewer interessante nieuwe gezichtspunten ziet kan de interviewer hier snel op inspringen. De interviewer kan ingaan op de antwoorden en variëren met de vragen. De voorgaande punten leiden allemaal tot meer flexibiliteit in het interview. Dit komt overeen met de analyse die Lasorsa et al. (2012) ook hebben gebruikt. Bij kwalitatief onderzoek wordt de mogelijkheid gecreëerd dat onverwachte verbanden of verschijnselen worden beschreven die de theorievorming stimuleren. (Van IJzendoorn 1988:281)
3.2.1 Topiclijst
Interviews bieden de mogelijkheid tot flexibiliteit, maar om een vergelijking te maken tussen de resultaten van de interviews is er behoefte aan een zekere mate van overlap tussen de interviews. Om toch een eenduidige structuur in de interviews te handhaven, heb ik elk interview een vaste topiclijst aangehouden. De volgende onderwerpen heb ik aan bod laten komen bij de interviews: -
Hoe is Twitter ingebed in de redactie (richtlijnen, stimulans) Twitter als nieuwsbron Twittergebruik (werk of privé) Interactie via Twitter
Deze onderwerpen zal ik hieronder toelichten. Twitter ingebed in de redactie Dit onderwerp is van belang om erachter te komen of Twitter wordt gebruikt op persoonlijk initiatief of dat er beleid op de redacties is. Twitter wordt door veel sporters gebruikt, verplicht de hoofdredactie het gebruik van Twitter om zo beter en sneller op de hoogte te blijven van het sportnieuws? Ik wilde ook graag weten of er richtlijnen zijn voor het Twittergebruik, bijvoorbeeld alleen twitteren onder de vlag van je werkgever of ook op persoonlijke titel? Het is verder ook goed om te weten of de journalisten een cursus hebben gehad hoe om te gaan met Twitter of moesten ze het zelf maar uitzoeken. Op die manier moet duidelijk worden of Twitter
31
echt een onderdeel van de redactionele routines is of een instrument dat op persoonlijke basis wordt gebruikt. Twitter als nieuwsbron Dit onderwerp is van belang om uit te zoeken hoe de verschillende journalisten Twitter gebruiken om bijvoorbeeld te citeren uit tweets van sporters. Halen de journalisten veel nieuws van Twitter en wat doen ze er vervolgens mee? Twitter als publicatiemedium Hoe de journalisten Twitter gebruiken is ook van belang om te weten. Gebruikt de journalist het als een platform om nieuws op te zetten of wordt het ook gebruikt om te laten zien hoe ‘cool’ de persoon is en twittert hij ook dat die bij een concert aanwezig is? Verder werd er gekeken of de journalisten Twitter ook gebruikten om verslag te doen van sportevenementen. Dit zou betekenen dat volgers een sportverslag kunnen bijwonen door het volgen van de journalist. Dit betekent concurrentie voor het live-blog. Belangrijk is ook hoe de journalisten omgaan met de journalistieke onafhankelijkheid. Dit is één van de belangrijkste waarden van de journalistiek. Wat vinden de journalisten het journalistieke nut van Twitter? Wordt Twitter ook gebruikt om een primeur te plaatsen of wordt er voorrang gegeven aan de website of tv? Dit is van belang om te weten hoe de organisaties Twitter zien. Interactie via Twitter Bij dit onderdeel heb ik besproken hoe de journalisten omgaan met de mogelijkheden tot interactie via Twitter. Dit is van belang om te weten hoe journalisten omgaan met kritiek of een vraag van volgers. Blijven ze altijd netjes en beantwoorden ze elke vraag dan heeft dit een positief effect op het imago van de organisatie waarvoor de twitteraar werkt. Dit kan goed uitpakken voor de verkoop van het tijdschrift of de kijkcijfers van het programma. De interviews zijn opgenomen en naderhand heb ik de interviews getranscribeerd. Tijdens het transcriberen heb ik vooral gelet op het gesproken woord en minder op de ehs en ahs.
3.2.2 Analyse van de interviews
De interviewtranscripten zijn geanalyseerd door middel van de analysemethode zoals die uiteengezet is in het artikel A Purposeful Approach to the Constant Comparative Method in the 32
Analysis of Qualitative Interviews van Boeije. (2002) Eerst zijn de interviews gefragmenteerd. Dit betekent dat ik de interviews heb verdeeld in relevante fragmenten. Bij de verdeling zullen de fragmenten over hetzelfde onderwerp moeten gaan zoals Boeije betoogt. (Boeije 2002:397) Dit is vergemakkelijkt door de vaste topiclijst die ik heb gehanteerd. Erna zijn de interviewtranscripten gecodeerd (toekennen van trefwoorden). Deze trefwoorden waren op dit moment hetzelfde als de onderwerpen van de topiclijst te weten: Twitter op de redactie, nieuwsbron, werk of privé gebruik, en de interactie via Twitter. Aan de hand van de interviews werd bekeken of er meer trefwoorden konden worden gebruikt. Dit was één van de voordelen van het gebruik van kwalitatief onderzoek. Ik heb dan ook gekozen voor een constante vergelijking. Ik heb elke journalist gedeeltelijk dezelfde vragen voorgelegd. Op deze manier zorgde ik voor mogelijkheden tot een constante vergelijking. Door het vergelijken is de onderzoeker in staat om te doen wat nodig is om een meer of minder inductieve theorie te ontwikkelen: namelijk het categoriseren, coderen, de afbakening van categorieën en het verbinden van uitspraken.(Boeije 2002:393) De constante vergelijking gaat hand in hand met theoretische sampling. Dit houdt in dat de onderzoeker bepaalt welke gegevens worden verzameld en waar ze te vinden zijn op basis van voorlopige theoretische ideeën. (Boeije 2002:393) Op deze manier is het mogelijk om vragen te beantwoorden die zijn ontstaan uit de analyse van en reflectie op eerdere gegevens. (Boeije 2002:393) Voor de interviews heb ik de geïnterviewden vooraf geselecteerd. Ik heb gebruik gemaakt van doelgerichte sampling: het doelgericht kiezen van bepaalde mensen om te interviewen omdat je verwacht dat zij het meest kunnen vertellen.
3.2.3 Selectie van geïnterviewden
Ik heb gekozen om de redacties van NOS Studio Sport, Voetbal International en NUsport te onderzoeken. Ik heb voor deze drie redacties gekozen, omdat ik zo een vergelijking kon maken tussen een televisieprogramma en twee wekelijkse sport tijdschriften. Voetbal International bericht alleen over voetbal en NUsport ook over andere sporten.
33
Ik heb per redactie vier personen geïnterviewd. Ik heb per redactie mensen met dezelfde functie geïnterviewd, omdat het dan mogelijk is om vergelijkingen te maken. Ik heb gekozen voor eindredactie, bureauredactie en twee verslaggevers. Ik heb dit onderscheid gemaakt omdat ik wilde weten of de manier waarop Twitter gebruikt wordt verschilt per functie. Een eindredacteur is degene die als laatste naar een tekst, tv-item of radio item kijkt voordat het gepubliceerd of uitgezonden wordt. De eindredacteur is de laatste fase in het productieproces. Verder stuurt een eindredacteur redacteuren en verslaggevers aan. Ze beslissen welke onderwerpen gemaakt worden. Een bureauredacteur zoekt veel informatie op en schrijft teksten voor de uitzendingen (bij tv) en bij een tijdschrift heeft een bureauredacteur vaak een specialisme: bijvoorbeeld Engels voetbal. Verder houdt een bureauredacteur zich bezig met het bedenken van onderwerpen voor de uitzendingen of het tijdschrift en het regelen van mensen voor reacties op actueel sportnieuws. Een verslaggever is iemand die op pad gaat en van daaruit verslag uitbrengt of een stuk schrijft over een bepaalde gebeurtenis. Ik heb ook gekozen om een onderscheid te maken in mensen die wel twitteren en mensen die niet twitteren. Dit heb ik gedaan om te laten zien dat er ook redenen zijn om niet te twitteren en ik was benieuwd naar die redenen. Bij Voetbal International heb ik de volgende vier personen geïnterviewd: Chris Tempelman (eindredactie Voetbal International). Heeft Twitter Tom Wildvank (bureauredacteur Voetbal International). Heeft Twitter Peter Wekking (verslaggever Voetbal International). Heeft Twitter Anton Lippold (verslaggever Voetbal International). Geen Twitter Bij NUsport heb ik de volgende vier personen geïnterviewd: Kees Schaapman (eindredactie NUsport). Heeft geen Twitter. Daan Smink (bureauredacteur NUsport). Heeft Twitter Bart Vlietstra (verslaggever NUsport). Heeft Twitter Daan Dekker (verslaggever NUsport). Heeft geen Twitter Bij Studio Sport heb ik de volgende vier personen geïnterviewd: 34
Jeroen Koster (eindredacteur) Heeft Twitter Mark Brasser (bureauredacteur). Heeft Twitter Martin Vriesema (verslaggever) Heeft Twitter. Joep Schreuder (verslaggever). Geen Twitter Ik denk dat deze twaalf personen een juiste afspiegeling zijn van de functies en het twittergebruik. Iedereen wilde meewerken aan mijn onderzoek. Ik heb elke journalist ondervraagd en het gesprek opgenomen. Alleen Anton Lippold van Voetbal International en Kees Schaapman stuurden een email met antwoord op de vraag waarom ze geen Twitter gebruikten. Anton Lippold schreef een uitgebreide email over Twitter en ik kon schriftelijk vragen stellen. Kees Schaapman wist niet veel te melden over Twitter en schreef daarom een email. In mijn onderzoek heb ik gebruik gemaakt van de volgende instrumenten. Ik heb zowel kwantitatieve als kwalitatieve methodes gebruikt om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de constructivistische theorie die in het theoretisch kader gepresenteerd is. Voor het kwalitatieve deel, voor het analyseren van het actieve twittergebruik, maak ik gebruik van de classificatiemethode die eerder gehanteerd is door Lasorsa et al. Het kwalitatieve deel, de interviews, biedt de mogelijkheid de relatie tussen het medium en de journalist te analyseren. In het volgende hoofdstuk worden de resultaten van de analyse en de interviews besproken
35
Hoofdstuk 4 Resultaten In dit hoofdstuk zal ik de uitkomsten van mijn onderzoek bespreken. In paragraaf 4.1 zal ik de resultaten van mijn analyse van de tweets van de onderzochte journalisten bespreken. In paragraaf 4.2 worden de uitkomsten van de interviews uiteen gezet. Vervolgens zal ik in 4.2.1 de motieven van de sportjournalisten om wel of niet te twitteren uiteenzetten. Daarna zal ik in paragraaf 4.2.2 ingaan op Twitter op de redactie. Ik eindig in paragraaf 4.2.3 met het gebruik van Twitter.
4.1 Resultaten analyse tweets Voor het kwantitatieve deel van mijn onderzoek heb ik in totaal 619 tweets geanalyseerd die gepost werden in de maand april van het jaar 2012. De verdeling van deze 619 tweets over de onderzochte journalisten is weergegeven in tabel 1. Tabel 1 . Aantal tweets en gemiddeld aantal tweets per dag. Naam Journalist
Nieuwsorganisatie
Aantal Tweets
Jeroen Koster Daan Smink Mark Brasser Chris Tempelman Tom Wildvank Bart Vlietstra Peter Wekking Martin Vriesema
Studio Sport NUsport Studio Sport Voetbal International Voetbal International NUsport Voetbal International Studio Sport
178 132 91 76 59 43 24 16
Gemiddeld dag 5,9 4.4 3.0 2.5 2.0 1.4 0.8 0.5
per
Uit deze tabel komt naar voren dat Jeroen Koster gemiddeld 5,9 keer per dag een tweet verstuurt en dat Martin Vriesema, die van de geselecteerde sportjournalisten diegene is die het minste twittert, gemiddeld één keer per twee dagen een tweet stuurt. Dit houdt in dat Jeroen Koster bijna 12 keer meer tweets verstuurt. Het valt op dat alle journalisten geen ‘veel-twitteraars’ zijn. Er zijn journalisten die veel en veel meer twitteren. Bij Twittergids.nl onder het kopje journalisten
36
zie je dat journalisten als Wilfried de Jong en Peter R. de Vries veel meer twitteren. (Twittergids 2012)
Tabel 2: Type tweets per journalist en totaal (aantal en percentage)
Journalist Martin Vriesema Mark Brasser Jeroen Koster Peter Wekking Chris Tempelman Tom Wildvank Bart Vlietstra Daan Smink Totaal
Persoonlijke mening N % 10 63
Informatie geven N % 5 31
Informatie vragen N % 1 6
N 16
% 100
43
47
37
41
11
13
91
100
83
47
73
41
22
12
178
100
5
21
19
79
0
0
24
100
VI
55
72
15
20
6
8
76
100
VI
16
27
37
63
6
10
59
100
NUSport 31
72
10
23
2
5
43
100
NUSport 80 323
61 52
41 237
31 38
11 59
8 10
132 619
100 100
Medium Studio Sport Studio Sport Studio Sport VI
Totaal
Uit de tabel komt naar voren dat meer dan de helft van de tweets een persoonlijke mening bevat en dat het vragen om info het minst gebeurt. Uit tabel 2 komt naar voren dat Chris Tempelman (72 %), Bart Vlietstra(72%) en Martin Vriesema (63%) het meest een persoonlijke mening in hun tweets naar voren brengen. Het feit dat in meer dan de helft van de tweets een persoonlijke mening staat geeft aan dat de journalisten niet hun neutraliteit en objectiviteit bewaren. De meeste persoonlijke meningen hebben te maken met de sportwedstrijden die de journalisten bekijken en dan ventileren ze hun soms (gepeperde) mening. Een goed voorbeeld is de tweet van Chris Tempelman op 25 april @fcarie En nu gaat ie beweren dat Messi het wel doet in belangrijke wedstrijden en Ronaldo niet. Onmiddellijk vervangen die Roelfs! Vaak wordt er ook een mening gegeven over een
37
individuele speler zoals Bart Vlietstra op 24 april. Had die razendsnelle, hyperbeweeglijke Tello maar de trap en het inzicht van Theo. En vice versa #barchel Peter Wekking geeft de meeste informatie in een tweet (79%). Tom Wildvank is met 63% een goede tweede. In het oog springt ook dat Peter Wekking nooit om informatie vraagt.(0%). Maar hij tweet ook weinig. Hetzelfde geldt voor Martin Vriesema, die weinig tweet, en slechts 1 keer om informatie heeft gevraagd. De vragen die gesteld worden hebben te maken met het werk van de journalist in een discussie zoals Mark Brasser die vraagt aan @RMisset (een journalist van De Volkskrant)op 11 april Zonder Federer wel?. Verder worden ook veel vragen gesteld aan collega’s zoals Jeroen Koster vaak iets vraagt @mjhendriks, maar in de privésfeer. Een goed voorbeeld daarvan is de volgende tweet op 26 april aan @ mjhendriks Just in case, wat is je schoenmaat? Het valt op dat er nooit gebruik wordt gemaakt om informatie te vragen van volgers die niet in het journalistenwereldje zitten of als bijvoorbeeld oud-tennisser nu vaak als analist gevraagd worden. Dit houdt in dat de journalisten Twitter interactief gebruiken, maar geen informatie vragen aan de ‘gewone’ volgers.
Tabel 3: Retweets per journalist en totaal (aantal en percentage) Journalist Martin Vriesema Mark Brasser Jeroen Koster Peter Wekking Chris Tempelman Tom Wildvank Bart Vlietstra Daan Smink Totaal
Medium Studio Sport
Retweet N % 0 0
Geen retweet Totaal N % N 16 100 16
% 100
Studio Sport Studio Sport
17 44
19 25
74 134
81 75
100 100
VI
0
0
24
100 24
100
VI
14
18
62
82
76
100
VI
10
17
49
83
59
100
NUSport NUSport
6 17 108
14 13 17
37 115 511
86 87 83
43 132 619
100 100 100
91 178
38
Tabel 3 geeft de volgende informatie: Martin Vriesema en Peter Wekking retweeten nooit (0%). Van de geselecteerde journalisten is het aandeel retweets het grootst bij Jeroen Koster (25%). Van alle tweets die verstuurd werden in april 2012 waren 17 % een retweet. Uit deze tabel blijkt dus dat de journalisten vasthouden aan hun traditionele rol als gatekeeper. De journalisten sturen bijna nooit een tweet door, dus de volgers weten niet waar de journalisten hun nieuws vandaan halen. Aan de hand van deze tabel heb ik de journalisten gevraagd waarom ze zo weinig retweeten. Om ook hier de contante vergelijking toe te passen stelde ik alle journalisten dezelfde vraag. Uit de antwoorden kwamen 5 motieven naar voren. 1. Zakelijkheidmotief: Journalisten retweeten niet veel, omdat het twitteraccount alleen zakelijk wordt gebruikt. Dit is het geval bij Peter Wekking die reageert met:” Nee, want dat zal vooral te maken hebben met het feit dat ik het puur zakelijk hou. Zitten een paar opstellingen bij van wedstrijden”. 2.Grappigheidsmotief: Journalisten retweeten alleen als iets grappig is, bijvoorbeeld een leuke opmerking. Jeroen Koster is hier een voorbeeld van en zegt daarover het volgende:” Nee dat ik anderen retweet, ik retweet , als iets leuk is retweet ik. Als ik iets leuks lees of als iemand zegt ‘eindelijk weer gefietst naar 3 maanden blessure’. Dan retweet ik dat ofzo. Ik heb relatief veel volgers in de wielerwereld enzo en in de schaatswereld. Dus als ik dan een grappig berichtje van iemand hoor en dat retweet dat dan zijn er altijd mensen die ja daar een plezier mee doet denk ik dan maar. Dat kost niks, dus dan doe ik het maar”. Chris Tempelman sluit zich hierbij aan. Hij retweet alleen als “Dan moet het echt leuke dingen zijn hoor die ik retweet haha”. 3.Ergernismotief: Journalisten vinden het ergerlijk als mensen teveel tweets versturen en veel retweets werken daar aan mee zoals Tom Wildvank mededeelt:” ja eigenlijk wel, want ik erger mezelf altijd aan mensen die twintig keer per dag een tweet versturen. Want dan komt mijn hele timeline vol en blijf ik de hele tijd scrollen op een gegeven moment”. 4.Makkelijkheidsmotief: Enkele journalisten vinden het wel erg makkelijk om steeds te retweeten van andere mensen. Het lijkt dan net of je zelf niks te melden hebt. Bart Vlietstra is hier helder over:” Want ja retweeten zou je kunnen opvatten dat je zelf niks te melden hebt weet je wel. Ik vind eigenlijk dat je zelf zoveel te melden moet hebben dat het niet eens nodig is.
39
5.Interessantsheidsmotief: Journalisten retweeten alleen bepaalde tweets als de journalist ze zelf interessant vindt. Mark Brasser zegt hier het volgende over:� mm ja nou het is meer zo dat ik echt zelf wel iets interessant moet vinden of belangwekkend moet vinden of iemand is als eerste ergens mee dan ga ik zeg maar niet datzelfde bericht optypen om er dan zelf mee te gaan pronken bij wijze van spreken. Dus dan doe ik weleens retweet, maar ik ga niet het moet echt wel iets breaking news zijn of heel interessant of een heel aparte mening of zoiets dat ik het ga retweeten�. De journalisten retweeten
niet veel en houden daarmee de regie over de vierde fase van
Domingo et al. (2010) de distributiefase. Zij bepalen namelijk welke tweets verder hergedistribueerd worden. De journalisten zijn bang om te laten zien waar ze hun nieuws vandaan halen. Dit kan namelijk hun functie als journalist ondermijnen. Tabel 4: Professionele verantwoording en transparantie per journalist en totaal (aantal en percentage)
Journalist Martin Vriesema Mark Brasser Jeroen Koster Peter Wekking Chris Tempelman Tom Wildvank Bart Vlietstra Daan Smink Totaal
Praten over werk
Discussie % 6
Persoonlijk leven N % 2 13
Medium Studio Sport Studio Sport Studio Sport VI
N 13
% 81
N 1
41
45
53
Totaal N 16
% 100
41
45
9
10
91
100
30
117
66
8
4
178
100
21
88
3
12
0
0
24
100
VI
14
18
62
82
0
0
76
100
VI
35
59
17
29
7
12
59
100
NUSport 27
63
9
21
7
16
43
100
NUSport 92 317
70 51
33 260
25 42
7 42
5 7
132 619
100 100
Tabel 4 laat zien dat twee journalisten bijna alleen over het werk praten. Te weten Peter Wekking (88 %) en Martin Vriesema (81%). Chris Tempelman (82 %) en Jeroen Koster (62%) voeren de
40
meeste discussies op Twitter. Alleen Bart Vlietstra (16 %) en Martin Vriesema (13%) praten redelijk veel over hun persoonlijk leven. Chris Tempelman en Peter Wekking praten niet over hun persoonlijke leven (0%). Met de professionele verantwoording en transparantie van de journalisten is het goed gesteld. Veel journalisten laten weten waar ze mee bezig zijn. Martin Vriesema laar bijvoorbeeld weten op 22 april dat Vandaag op bezoek geweest bij Salomon Kalou. Morgen te zien op Nederland 2 in Nieuwsuur. Lachen met dat neefje van hem. Zo is hij transparant naar zijn volgers toe. Peter Wekking praat veel over zijn werk zoals uit de tabel blijkt en is transparant. Jeroen Koster is in zijn discussie het meest transparant over wat hij doet tijdens hun werk. Jeroen Koster vraagt aan de BMX rijder @jellevangorkum gaan we in wapendeal sowieso interviewen natuurlijk, even kijken hoe laat en hoe lang we gaan maken. Komt goed man. Met deze tweet is hij heel transparant naar zijn volgers toe en weten zij ook dat er binnenkort een item met Jelle van Gorkum op de tv komt. Tabel 5: Linking per journalist en totaal
Journalist Martin Vriesema Mark Brasser Jeroen Koster Peter Wekking Chris Tempelma n Tom Wildvank Bart Vlietstra Daan Smink Totaal
Eigen Nieuws medium Medium N % Studio 0 0 Sport Studio 1 2 Sport Studio 9 5 Sport VI 0 0
Ander Blog Nieuws medium N % N 0 0 0 4
4
4
VI
0
VI
4
NUSpor 0 t NUSpor 13 t 27
Andere Link
Geen linking
Totaal
% N 0 0
Linking eigen foto/video % N % 0 2 12
N 14
% 88
N 16
% 100
0
0
1
2
5
4
80
88
91
100
2
0
0
9
5
3
2
86
0
0
0
0
0
0
0
100
17 8 24
100
0
15 3 24
0
1
1
0
0
3
4
0
0
72
95
76
100
7
0
0
0
0
3
5
1
2
51
86
59
100
0
0
0
0
0
2
5
1
2
40
93
43
100
1 0 4
4
3
0
0
2
2
0
0
85
2
0
0
20
3
12
2
13 2 61 9
100
13
11 3 54 7
89
41
100
10
Uit tabel 5 valt op te maken dat geen enkele journalist linkt naar een blog (0%). 89 % van de verstuurde tweets bevatten geen link. Daan Smink linkt het meest naar zijn eigen nieuwsmedium, te weten NUSport. Dit is nog maar in 10 % van de gevallen. Door het linken geeft Daan Smink een professionele verantwoording wat hij in zijn tweet zegt zoals op 23 april En Metta World Peace, die voorheen Ron Artest heette, heeft al de langste NBA-schorsing op z'n naam staan. http://bit.ly/I9ET3c Martin Vriesema linkt veel naar een eigen foto of video. In 12 % van de gevallen doet hij dit. Daarbij moet gezegd worden dat dit maar in 2 van zijn tweets is. Uit de tabellen blijkt dat de verslaggevers niet veel twitteren, maar de bureauredacteuren daarentegen wel. Naar aanleiding van deze analyse vroeg ik de journalisten waarom ze niet veel linken. De journalisten gaven 5 motieven. 1. Gemakzuchtsmotief: Enkele journalisten plaatsten niet vaker een linkje naar de eigen nieuwsorganisatie, omdat ze daar te lui voor zijn en het gewoon vergeten. Tom Wildvank bijvoorbeeld zegt over dit onderwerp:” Nee nou eigenlijk dat het een beetje gemak is. Ik zou het misschien moeten doen, maar het is bij ons op de redactie vaak zo vluchtig en hectisch, dat je meteen weer je aandacht verlegd naar iets anders. En als ik dan een linkje erbij moet doen, slaat nergens op, maar dat is dan weer een minuut Linkje plakken, shorten en bijplakken. Is eigenlijk vaak gewoon gemak”. 2. Handelingsmotief: Journalisten vinden dat de volgers van de journalist een extra handeling moeten verrichten. Jeroen Koster hierover:” Want linken dan vraag je al weer heel wat anders dan lees deze 140 tekens even. Linken vraag je ‘kijk dit eens’. Dus dan moet je er veel bewuster mee bezig zijn. Dus als er op je telefoon staat een linkje dat is altijd zon vreselijke url met honderdduizend tekens waar je niet uit kan opmaken wat het is en dan moet je daar op drukken en dan opent die weer een browser/scherm weet ik veel. Je vraagt veel meer van je volger natuurlijk als je iets linkt”. 3. Arrogantiemotief: Journalisten vinden het arrogant om te linken naar de eigen artikelen. Chris Tempelman zegt het volgende:” Ik vind het sowieso zelfbevlekking als je naar je eigen artikelen gaat linken. Daar hou ik niet zo van. Ik sta me er niet op voor. Ik doe mijn verhaal, mijn werk en 42
als mensen dat mooi vinden is het mooi en anders vind ik het ook prima. Ik ga daar niet zelf de aandacht op vestigen ‘kijk eens wat ik gemaakt heb en hier is de link’. Zo ben ik niet”. 4. Persoonlijke titelmotief: Niet alle journalisten twitteren onder de naam van de nieuwsorganisatie waar die voor werkt. De journalist voelt zich dan niet verplicht om te linken naar de eigen nieuwsorganisatie. Mark Brasser vertelt:” Nee, maar dat is puur niet dat ik daar niet aan denk ofzo dat is inderdaad . Er staat ook boven dat ik op persoonlijke titel tweet. Dat staat in mijn beschrijving en dat is ook zo. Sommige dingen wil ik ook niet dat er een linkje wordt gelegd met de NOS, alhoewel dat wel heel moeilijk is, ik weet wel als zijnde commentator van de NOS”. 5. Onhandigheidsmotief: Journalisten weten technisch niet hoe ze een linkje moeten plaatsen bij het bericht. Dit is het geval bij Martin Vriesema die antwoordt waarom hij geen linkjes plaatst met de volgende woorden:” Als ik dat technisch zou weten zou ik dat zeker doen. Maar ik vrees dat ik daar niet eens uitkom”. Voor de volledigheid even het citaat van Daan Smink waarom hij het meest van de ondervraagde journalisten linkt naar zijn eigen medium. “Als het te linken is of als ik zeg dit is leuk moet je lezen deze column of opinie of wat dan ook dan zet ik het linkje er wel bij ja”. Een ander belangrijk pluspunt van Twitter is dat de journalist een linkje kan plaatsen naar een eigen artikel, website of item. De journalist kan ook werk van collega’s aanprijzen. Dit zorgt ervoor dat meer mensen naar de website van de nieuwsorganisatie gaan en er meer mensen naar het programma kijken. Dit is goed voor het aantal pageviews of kijkcijfers. Analyse wijst uit dat de ondervraagde journalisten dit bijna niet doen. De resultaten uit de kwantitatieve analyse geven aan dat de journalisten Twitter vooral gebruiken om hun persoonlijke mening op kwijt te kunnen. Dit sluit aan op de vijfde fase van Domingo et al. (2010), de interpretatiefase. De ‘gatekeepers’ rol houden de journalisten ook intact. De journalisten retweeten bijna nooit. Zij geven hier een aantal redenen voor, waaronder dat er pas een retweet geplaatst wordt als de tweet interessant of grappig is. De vierde fase van Domingo, distributiefase, blijft stevig in handen van de journalisten. Linken wordt ook niet veel gedaan door de journalisten. De journalisten geven hier verschillende redenen voor zoals technische 43
onhandigheid en dat ze op persoonlijke titel twitteren. Door het inschakelen van hun volgers en linken na een eigen stuk kan de link sneller gedistribueerd worden wat weer ten goede komt aan de nieuwsorganisatie.
4.2 Resultaten interviews
Na analyse van het actieve twittergedrag zal ik nu dieper ingaan op de relatie tussen de sportjournalisten en het medium Twitter, door middel van interviews die ik met hen heb afgenomen.
4.2.1 Motieven om wel of niet te twitteren
Van de journalisten die ik geïnterviewd heb twitteren er acht. Diegene die het langst twittert is Jeroen Koster die ongeveer 2,5 jaar Twitter gebruikt. Martin Vriesema die ongeveer sinds 9 maanden gebruik maakt van Twitter, is de kortste twitteraar. Er zit dus verschil in de tijd dat de journalisten Twitter gebruiken. De manier waarop de journalisten begonnen met Twitter is ook verschillend. Naar aanleiding van mijn onderzoek kom ik tot vier manieren die ik hieronder beschrijf:
1. Eigen initiatief. Dit houdt in dat de journalist zelf is begonnen met Twitteren. Dit is het geval bij Daan Smink van NUsport. Die reageerde op de vraag hoe die met Twitteren begonnen was met: “eigen initiatief. Nee het is niet zo dat het erg gestimuleerd werd of wordt bij ons hoor”. 2. Collega’s deden het ook. Doordat collega’s ook twitterden, was dat de reden om te gaan twitteren. Dit is het geval bij Chris Tempelman. “eigenlijk omdat collega’s en vrienden dat ook deden. Dat klinkt misschien heel flauw, maar dat was wel de reden dat ik het ook maar eens ben gaan bekijken”.
44
3. Vrienden deden het ook. Hiermee worden vrienden bedoeld buiten de werkkring. Een voorbeeld hiervan is Tom Wildvank van VI. Die begon met twitteren omdat “Toen op een gegeven moment zag ik een aantal vrienden om mij heen het gebruiken om hun mening te geven over van alles en nog wat. En toen dacht ik dat lijkt me ook wel grappig”. 4. Nieuwe telefoon van het werk. Doordat de nieuwe telefoon een aansluiting met internet heeft is de journalist begonnen met Twitteren. Mark Vriesema van Studio Sport: “Nou dat heeft allereerst te maken met een telefoon die we dus kregen via het werk. Vroeger hadden we een Nokia, zon simpel dingetje. Daar kon je niet zoveel mee. Op een gegeven moment zijn we via het werk geswitcht naar HTC en daar kun je dus ook zo’n twitteraccount aanmaken. Die telefoon maakte dat mogelijk”.
Op de vraag wat het motief is voor journalisten om Twitter te gebruiken werden de volgende motieven genoemd: 1.Informatiemotief: Journalisten menen dat ze Twitter nodig hebben om aan relevante informatie te komen. Dit houdt in dat door het hebben van Twitter de journalist op de hoogte blijft wat de sporters aan het doen zijn. Twitter geeft veel informatie over de sporters. Mark Brasser van Studio Sport zegt hierover het volgende: “en als je toch een beetje op de hoogte wilt blijven van wat ze meemaken, wat ze bezighoudt en met wie ze trainen. En hoe ze spelen en dat soort dingen ja dan is het natuurlijk een mooi medium zeg maar om ze te volgen”. 2.Amusementsmotief: Journalisten twitteren omdat ze het leuk vinden. Ze zeggen dat het leuk is om op Twitter te volgen wat sporters doen. 3. Praktisch motief:
Journalisten zeggen dat Twitter hun werk in bepaalde opzichten
vergemakkelijkt. Jeroen Koster van Studio Sport verwoordt dit goed: “. Dus ik hoef niet meer iedere maand Theo Bos te bellen en vragen ‘hoe gaat het?’ als ik zijn Twitter gewoon volg”. 4. Communicatiemotief. Met Twitter kan de journalist communiceren met de lezers van zijn blad of de kijkers van het programma. Vindt er nu iets plaats op het trainingsveld dan kan dat meteen via Twitter gemeld worden aan het publiek. Peter Wekking van Voetbal International verklaart: “Het is natuurlijk handig stel dat je op het trainingsveld bent en iemand breekt een been. Daar kun je à la minute melding van doen. Dus vooral voor clubwatchers die zeg maar kleine dingen kwijt willen en waarvan het toch geen zin heeft dat ze die opsparen voor het verhaal van een 45
week later is Twitter natuurlijk een heel goed medium”. Mark Brasser van Studio Sport zegt hierover:” “En ik vind het ook wel positief dat je af en toe reacties krijgt op de tweets die je zelf verstuurt en op de mening die jij hebt, hoe jij bepaalde dingen ziet en dat mensen daar op reageren die een andere mening hebben of die het met je eens zijn”. 5. Sociaal motief: Journalisten vinden het interessant om te zien wat andere mensen (vrienden familie, bekenden) bezig houdt. Tom Wildvank van VI hierover:” Soms zaten we met zijn allen op de bank voetbal te kijken en zat je een beetje naar elkaar te twitteren van slechte speler dit, geniale actie dat”.
De journalisten die geen gebruik maken van Twitter hebben daar ook motieven voor. Alleen het vijfde en zesde motief zijn afkomstig van een journalist die zelf twittert. Het ‘motief om niet te twitteren’ is onderverdeeld in de volgende categorieën: 1.Stressmotief: Twitter levert sommige journalisten teveel stress op. Dit houdt in dat het teveel moeite kost om alles bij te houden en op Twitter te plaatsen. Daan Dekker van NUsport: “Ik heb niet zo’n zin om alles wat mij bezighoudt en wat ik tegenkom op Twitter te gooien”. Kees Schaapman zegt hierover: “Ook heb ik het meestal druk en heb ik er simpelweg geen tijd voor”. 2.Overbodigheidsmotief: Sommige journalisten vinden het niet nodig om via Twitter te communiceren en profileren. Dit houdt in dat de verslaggever er in zijn ogen niet zit om te communiceren, maar om de kijker iets wil meegeven of iets wil leren in een reportage. Joep Schreuder van Studio Sport: “Als het item goed is dan kunnen de mensen het zien op een site of wat dan ook. Een item, een goed item verkoopt zichzelf, daar heb ik geen hulpmiddel bij nodig als tweet of Twitter”. Over profileren via Twitter is Joep Schreuder heel fel. “Twitter is voor mensen die zich willen profileren. Het is ‘branding’. De helft van wat op Twitter staat van mensen is ook niet waar. Is overdreven en klopt niet”. 3.Egomotief: Journalisten hebben geen behoefte om via Twitter aandacht te trekken. Hiermee wordt bedoeld dat Twitter een soort van egotripperij is. Anton Lippold van VI verwoordt het als volgt. “Als ik voor onze doelgroep relevante nieuwtjes over Duitsland heb, of een mooie quote van Huntelaar en/of Robben, dan gebruik ik daar liever onze website en radiozender VI Radio voor, en natuurlijk ons blad. Ik heb geregeld contact met ‘onze’ Nederlanders in Duitsland, met name met Huntelaar en Robben. Als ik daarvan een stukje maak, probeer ik dat toch exclusief te 46
houden voor eerder genoemde podia in plaats van stoer een tweet plaatsen onder het mom: zie mij eens, ik heb Huntelaar of Robben gesproken”. 4.Weggeefmotief: Sommige journalisten zijn er bang voor om zomaar dingen weg te geven. Dit houdt in dat de kans bestaat dat er primeurs worden weggegeven via Twitter. Vooral Anton Lippold van VI is hier beducht voor:”het gevaar bestaat, in mijn ogen, dat ik nieuws zomaar weggeef en daar voel ik iets voor”. 5.Afschrikmotief: Een enkele journalist vindt het irritant dat mensen de journalist gewoon aanspreken. Peter Wekking van VI hierover:” In die zin dat je merkt dat er heel veel respons op is en dat je ineens ook direct aanspreekbaar wordt voor de mensen die je volgen of die komen met suggesties die komen met op of aanmerkingen of hele scheldtirades als ze het niet met je eens zijn”. 6.Moeilijkheidsmotief. Journalisten vinden het soms moeilijk hoe Twitter werkt. Martin Vriesema van Studio Sport vindt: “Nou, in het begin vond ik het best wel een beetje onhandig en omdat ik ook nog wel een beetje moeite heb, dat klinkt een beetje suf, beetje ouwemannerig. Dat ik dan berichten lees en ze reageren ergens op maar waar reageren ze nou op? Dat ik vaak de context een beetje miste”. Motief 4 het weggeefmotief is te koppelen aan het gatekeepersmotief. De journalist wil graag de primeur weggeven via het blad of de website. Het gebruik van Twitter kan dat in de war brengen.
4.2.2 Twitter op de redactie
In het theoretisch kader is gekeken naar de adoptie van nieuwe technieken door nieuwsredacties. In de interviews ben ik dieper op de adoptie van Twitter op de redactie ingegaan. Het eerste wat belangrijk is om te weten is of het gebruik van Twitter gestimuleerd wordt door de hoofdredactie. Bij de drie redacties die ik heb onderzocht kwam ik tot de volgende conclusies. Studio Sport Bij NOS Studio Sport wordt vanuit de hoofdredactie niet gestimuleerd om Twitter te gebruiken. Jeroen Koster formuleert dit helder.” Nou dat wordt niet gestimuleerd. Ze volgen het wel.” NUSport 47
Bij de redactie van NUsport wordt door de hoofdredactie niet gestimuleerd om Twitter te gebruiken. Uit de interviews blijkt wel dat de hoofdredactie het fijn zou vinden getuige de woorden van Bart Vlietstra;” nee nee dat is nog niet aan de orde, maar je merkt wel in gesprekken dat het gewaardeerd wordt als je zeg maar dat doet.” Voetbal International De hoofdredactie van Voetbal International stimuleert het dat de journalisten gaan Twitteren. Chris Tempelman zegt hierover: “Ja het wordt wel gestimuleerd. Absoluut wel, het wordt wel gestimuleerd. Het is natuurlijk wel iets waar je je in kan onderscheiden wil niet zeggen, maar wel een rol kan inspelen. Laat ik het anders zeggen. Als je het niet doet dan vind ik en dat vindt de leiding ook wel dat dan je dan achterblijft bij andere media. Kijk een goed voorbeeldje. Als het Nederlands Elftal een belangrijke wedstrijd heeft en de verslaggever die daar zit die zou zodra die opstelling heeft dat er even op moeten zetten.” Ook Peter Wekking geeft aan dat het gebruik van Twitter wordt gestimuleerd door de hoofdredactie. Volgens hem is er in een vergadering met de hoofdredacteur gezegd. “Twitter is een aardig platform om te communiceren. En later in de vergadering zei de hoofdredactie:’Jongens als je geen zin hebt hoeft het niet, maar lijkt het je wat ga er dan mee aan de slag”. Er bestaat dus veel discussie op de redactie over de inzet van Twitter, dit strookt met de bevindingen van Arceneaux en Weiss, zoals besproken in het theoretisch kader. Dit duidt erop dat Twitter een belangrijke nieuwe innovatie is. Er is veel discussie over de wenselijkheid van richtlijnen voor (sociale) media en sommige buitenlandse media ook officiële richtlijnen hebben voor hun journalisten. Er is zelfs al een keer een sportjournalist naar aanleiding van een tweet ontslagen. (Algemeen Dagblad 2012) Hoe zit het eigenlijk met de richtlijnen op de redacties die ik heb onderzocht voor mijn onderzoek? Studio Sport NOS Studio Sport heeft geen Twitterrichtlijnen. Mark Brasser: “Geen aparte twitterregels. Wel een algemene gedragscode. Gij zult de NOS niet in diskrediet brengen..etc.”. Dit stuurde hij mij per sms na het interview. Martin Vriesema bevestigt dit: “Er zijn geen heel duidelijke richtlijnen, maar ja iedereen snapt natuurlijk wel dat je niet over collega’s gaat schrijven of over
48
programma’s als het over de NOS gaat en dat je dan negatief of kritisch bent ofzo. Dat lijkt me niet zo handig”. NUsport NUsport heeft ook geen richtlijnen voor het gebruik van Twitter op de redactie getuige de woorden van Daan Smink:” Nee bij mijn weten is er niks concreets over vastgelegd. Natuurlijk is er weleens nou ik weet niet of dat wel echt concreet besproken is ja je weet wel wat je wel en niet moet twitteren. Nou als er plotseling verslaggevers ter plaatse gingen bij een groot sportevenement of het afgelopen EK dan word vooraf wel toegezegd dat ze ook actief zullen twitteren ook omdat het zeg maar NUsport ten goede komt. Dan kun je laten zien dat je ter plekke bent en af en toe wat nieuws of relevante informatie twittert wat niet gelijk als nieuwsbericht aan de site gekoppeld wordt. Daar is wel over gesproken, maar het is niet zo dat er afspraken of richtlijnen m.b.t. Twitter zijn gemaakt. Dat niet.” Voetbal International Voetbal International heeft maar één twitterrichtlijn en daarover zegt Tom Wildvank:” De regel is wel dat je iets eerst via vi.nl bekend maakt en dan pas twittert. Dat is wel een regel, dus het is niet de bedoeling dat ik allemaal scoops/primeurs ga weggeven via mijn twitteraccount en VI daar helemaal buiten laat.” Peter Wekking zegt hierover:” Nee de afspraak is eigenlijk dat als het echt om hard nieuws gaat dat het eerst op de website van VI komt, omdat die een veel groter bereik heeft en daar zit echt onze merknaam aan gekoppeld zeg maar, de website Voetbal International. Die gaat voor. Het blad gaat altijd voor. Dat is de piramide. Bovenaan staat het blad. Dan heb je het televisieprogramma, de VI-website, VIradio en daaronder bungelt Twitter ergens. Dus dat is wel de afspraak ja.” VI hanteert dus nog sterk de oude gatekeepersrol van de media. Al het nieuws moet eerst via de traditionele wegen gepubliceerd worden, voor het op Twitter mag worden gepubliceerd. VI beslist namelijk op wel tijdstip en op welke manier het nieuws aan de lezers wordt verstrekt. De professionele conventies schrijven dit voor. Nieuwsorganisaties zouden sociale media gericht kunnen inzetten. Sommige media hebben daar een speciaal beleid voor of een strategie voor ontwikkeld. Er kan hiervoor ook een sociale mediaredacteur voor worden aangesteld. Hoe is dat bij de redacties die ik heb onderzocht? Studio Sport 49
Bij NOS Studio Sport is er geen beleid hoe ze sociale media kunnen inzetten. De NOS heeft geen idee hebben wat ze met Twitter moeten doen en hoe Twitter gebruikt kan worden op de redactie. Jeroen Koster is daar wel kritisch op: “We zijn nog steeds bezig met het maken van beleid en hoe gaan we ermee om. Laat ik zo zeggen, vooralsnog is de keuze alleen maar programmagerelateerde informatie te twitteren. Dus er komt keurig drie keer per dag wat er in het sportjournaal zit en welke reportage er in voetbal zit zeg maar.(dat staat dan op het NOS account) Dat is wat er nu beleidsmatig wordt getwitterd, verder niks”. NUsport Ook bij NUSport is er geen sprake van beleid getuige de woorden van Bart Vlietstra: “Nee, we hebben nog helemaal geen twitterbeleid”. Voetbal International Bij Voetbal International is er wel sprake van een beleid hoe Twitter gebruikt kan worden. Het beleid is om de lezer beter te bereiken met Twitter. Tom Wildvank zegt hierover: “Nou ja dan is het toch wel een manier om veel mensen te bereiken. Om er in ieder geval voor te zorgen dat mensen naar vi.nl gaan voor nieuws”. Nu bekend is dat Studio Sport en NUsport geen beleid hebben met betrekking tot Twitter en Voetbal International wel is het interessant om te kijken of het gebruik van Twitter wel verplicht is gesteld door de hoofdredactie. Uit de interviews met de journalisten kwam naar voren dat op geen enkele van de drie onderzochte redacties het gebruik van Twitter verplicht werd gesteld. Dit blijkt ook uit het feit dat ik mensen heb geïnterviewd die niet over Twitter beschikten. Het al dan niet of wel gebruik van Twitter is een individueel initiatief van de journalist. Bij Voetbal International wordt het gebruik wel gestimuleerd, maar blijkt uit de woorden van Chris Tempelman dat het geen verplichting is. “Het is geen eis, het is niet verplicht, maar er wordt wel gevraagd of mensen dat willen doen”. Er zijn dus journalisten die Twitter gebruiken en hoe hebben ze alle functies van Twitter onder de knie gekregen? Hebben de journalisten bijvoorbeeld een cursus of workshop gehad om de weg te weten in de wondere wereld van Twitter? Uit mijn interviews ontstaat een eenduidig beeld zoals hieronder te zien is. 50
Studio Sport Bij NOS Studio Sport hebben de journalisten geen cursus of workshop gehad voordat ze begonnen met Twitter. Martin Vriesema heeft geen cursus of workshop gehad maar geeft aan dat zijn zoon hem soms hielp. “En via mijn zoon van 17. Die heeft mij een beetje geholpen”. NUsport De hoofdredactie van NUsport heeft ook geen cursus of workshop gegeven aan de journalisten die Twitter gebruiken. De journalisten vonden alles zelf wel uit en vroegen soms hulp aan collega’s zoals blijkt uit de woorden van Bart Vlietstra.” Ik heb alles zelf uitgevonden en ja soms vraag je iets aan collega’s maar het wijst zich allemaal vanzelf joh”. Voetbal International Bij Voetbal International hebben de journalisten ook alles over Twitter zelf moeten uitvinden. Chris Tempelman geeft aan: “nee nee ik heb alles zelf uitgevonden. Zo moeilijk is het volgens mij niet haha. Maar nee ik heb geen cursus gevolgd”. Opvallend hieraan is dat de hoofdredactie van Voetbal International het gebruik van Twitter wel stimuleert, maar journalisten die zelf willen twitteren geen cursus of workshop over Twitter aanbiedt.
4.2.3 Gebruik van Twitter
Twitter is een medium dat de journalisten gebruiken voor verschillende dingen. Ze poneren vaak een persoonlijke mening op Twitter of praten over hun persoonlijke leven. Daar is Twitter een nuttig medium voor, maar wat vinden de journalisten nou eigenlijk het journalistieke nut van Twitter? Uit mijn interviews kwamen vijf zaken naar voren die gezien konden worden als journalistiek nut. 1.Nieuwsbron. Journalisten kijken vooral op Twitter voor het laatste nieuws. Dat nieuws staat meestal nog niet op websites van nieuwsorganisaties. Zoals Tom Wildvank zegt: “Twitter is in mijn ogen op dit moment de bron om snel achter het laatste nieuws te komen. Als De Boer of een
51
voetballer op het vliegtuig stapt om eventueel een transfer te maken dan zijn er altijd mensen die op Schiphol rondlopen en een fotootje maken en dat twitteren”. 2. Zelf nieuws plaatsen De journalisten kunnen bijvoorbeeld zelf nieuws op Twitter zetten en zo inspelen op de actualiteit. Peter Wekking laat dit zien met het volgende voorbeeld:” Ik was gister bij FC Twente en daar werd de selectiefoto gemaakt. Nou ja goed de transfer van De Jong was natuurlijk aanstaande. Hij trainde ’s ochtends nog, maar op het moment dat hij niet verscheen voor het maken van de elftalfoto ja dan weet je van hé het is nu zover dat die naar Mönchengladbach gaat. Dan twitter je dat en dan zit er meteen een stukje actueel nieuws in”. 3. Attentiefunctie. De journalisten die veel op Twitter kijken worden soms op dingen geattendeerd zoals Chris Tempelman zegt: “Het is weleens zo dat heel veel clubs twitteren ‘persconferentie om 16.00 uur’. En dat deden ze altijd door middel van een persbericht sturen en je ziet steeds meer dat bij de goeden gaat het samen. Er zijn ook clubs die denken we hebben het getwitterd dus we hoeven geen persbericht meer te sturen. Dus ik vind de manier dat je geattendeerd kan worden door tweets van sporters, mensen hetzij door officiële instanties die mededelingen via twitter naar buiten gooien”. 4. Uitwisselen van standpunten. Journalisten kunnen een discussie voren met andere twitteraars. Mark Brasser hierover: “het uitwisselen van standpunten en de discussie die daardoor ontstaat. Ik bedoel dat vind ik ook wel bij de journalistiek horen. En het leidt af en toe tot andere inzichten of het leidt tot een bepaalde discussie waardoor je een ander inzicht krijgt of ja je hebt het idee af en toe dat je iets wel goed gezien hebt of dat mensen waar jij waarde aan hecht het met jou eens zijn”. 5. Communicatie. Journalisten gebruiken Twitter om te communiceren met andere twitteraars. Jeroen Koster zegt hierover: “Nou ik gebruik het als nieuwsbron, soms ook wel als communicatie. Naar mensen toe of mensen hebben een opmerking of soms hebben ze een tip. Dat kan ook nog”. Deze vijf zaken komen overeen met de vijf fasen van Domingo et al. (2010) De attentiefunctie en het feit dat Twitter een nieuwsbron is zijn
goede voorbeelden van de eerste fase van
Domingo, namelijk toegang en observatie. Door goed op Twitter te letten kunnen er nieuwsfeiten worden gevonden waar de redactie iets mee kan zoals belangrijke mededelingen of persconferenties. Het zelf nieuws plaatsen komt overeen met de selectie en filteren van informatie, de zogenaamde tweede fase van Domingo. Vindt de journalist het nieuwsfeit 52
belangrijk dan kan het op Twitter gezet worden. Uitwisselen van standpunten en communicatie hebben te maken met de vijfde fase, interpretatie. Er kan namelijk een discussie gevoerd worden met ander volgers over nieuwsgebeurtenissen. Communiceren met andere twitteraars kan leiden tot een levendige discussie en verschillende interpretaties van nieuwsfeiten. Bij de omgang van Twitter verschillen de journalisten van mening over het wel of niet citeren uit tweets van sporters voor hun artikel of uitzending. Enkele journalisten vinden het prima om wel te citeren uit tweets van sporters, omdat sporters vaak hun twitteraccount gebruiken om nieuws de wereld in te slingeren. Daan Smink zegt hierover: “Als je zeker weet dat het de sporter zelf is want dat moet je altijd afwachten he. Daar moet je altijd mee oppassen maar bij veel sporters is dat wel na te gaan en ja sporters. Lang niet iedereen is tegenwoordig makkelijk bereikbaar en als ze dan via Twitter ergens op reageren of
gewoon zelf via Twitter nieuws bekend maken
blessures of wat dan ook dan citeer je wel eens een twitteraccount met een verwijzing erbij dat doe ik dan ook altijd, naar de betreffende sporter met de tweet”. Andere journalisten zullen dit nooit doen. Een journalist die daar niet over piekert is Chris Tempelman:”nee, nee dat niet nee. Ik zou er nooit uit citeren”. De reden die hij geeft om er niet uit tweets van sporters te citeren is de volgende.” Ik vind Twitter wel een vluchtig medium om daar 100 % op af te gaan. Want ik vind dat Twitter daarvoor een gevaarlijk medium is als ik heel eerlijk ben. Want iedereen kan er natuurlijk van alles opgooien en je moet niet alles voor waarheid aannemen”. Dit sluit aan bij de tweede fase van Domingo. De journalisten weten niet wat waar is op Twitter en daardoor is de selectiefunctie moeilijk, maar ook de taak van de journalist. De journalisten verschillen dus duidelijk van mening of ze wel of niet uit tweets van sporters citeren voor hun verhaal. Er zit ook een verschil in de mate dat journalisten op Twitter kijken. Sommige journalisten kijken de hele dag door op Twitter om te zien of er updates zijn waar ze iets aan hebben. Dit doet bijvoorbeeld Tom Wildvank die verklaart:” ik heb hem eigenlijk constant wel open staan. En dan volg je het eigenlijk constant”. Ook Daan Smink kijkt de hele dag op Twitter.” Ik heb het natuurlijk ook gewoon op mijn telefoon en zo hou ik ook vaak het nieuws in de gaten. Het begint ’s ochtends vroeg en het eindigt ’s avonds laat haha
53
Er is ook een middengroep die rond die 10 a 20 keer per dag op Twitter kijken. Bart Vlietstra behoort tot deze groep. “Ja ik denk 10-12 keer per dag zo’n beetje”. Mark Brasser behoort ook tot deze groep. Alle journalisten kijken dus minstens 10 keer of meer naar hun twitteraccount, alleen Martin Vriesema doet daar niet aan mee. “Nee dat houdt bij 1 keer per dag al op. Ik zit er niet constant naar te kijken. Dat zeker niet nee”. Nu we weten hoe de journalisten Twitter gebruiken en hoe vaak ze op Twitter kijken is het interessant om te kijken naar een andere discussie die woedt onder journalisten namelijk of journalisten ook over privé zaken zouden moeten twitteren. In de groep journalisten die ik heb onderzocht bestaat daar een onderscheid tussen, enerzijds zijn er journalisten die Twitter puur voor hun werk gebruiken en anderzijds zijn er journalisten die Twitter zowel privé als voor hun werk gebruiken. Een journalist die alleen twittert over zaken die met werk te maken hebben en geen tweet over zijn persoonlijk leven de wereld instuurt is Peter Wekking.” Ja ik heb mijzelf vanaf het begin eigenlijk voorgenomen om het puur zakelijk te houden. Tenslotte Twitter ik op titel van VI en ik vind niet dat ik mensen moet lastig vallen met allerlei meningen over allerhande zaken”. Daar tegenover staan journalisten die over werkgerelateerde zaken twitteren, maar ook privétweets posten. Tom Wildvank doet dit bijvoorbeeld en verklaart waarom:” ja beide, wat ik zeg ik heb er bewust voor gekozen om de naam VI niet in mijn naam te doen, zodat ik ook de vrijheid heb om privé te twitteren. Maar ik doe dat niet heel vaak, want ik besef ook dat ik denk dat 95 % van de mensen die mij volgen die volgen mij omdat ik VI redacteur ben en over voetbal twitter”. Ook Mark Brasser gebruikt zijn Twitter om soms ook over privé zaken te vertellen. “Ook wel privé, maar niet zo heel erg veel. Ik probeer er ook voor te waken dat het een soort sms dienst wordt. Daar vind ik het niet zo voor bedoeld, maar ik merk ook wel dat ik wat heb ik vorige week kwam ik al zappend bleef ik ergens hangen bij een programma waar een nummer van Van Morrison door Jeroen van der Boom verneukt werd en volgens mij heb ik dat wel als tweet verstuurd. ‘ondertussen verneukt Jeroen van der Boom op Nederland 3
nummer van Van
Morrison’.
54
In de interviews viel ook op dat de ondervraagde journalisten ervan overtuigd waren dat ze hun Twitter alleen gebruiken voor werkgerelateerde zaken, maar dat bleek niet het geval te zijn.
De meningen tussen de journalisten verschillen dus onderling over het gebruik van Twitter puur voor werk of dat Twitter soms ook gebruikt kan worden om een privétweet te plaatsen. De journalisten verschillen ook van mening of de journalistieke onafhankelijkheid in het geding komt als er te intiem getweet wordt met sporters. Daarmee wordt bedoeld dat journalisten over veel privé zaken praten en een goede band krijgen met sporters dat ze geen kritiek meer durven leveren. Sommige journalisten vinden dat de journalistieke onafhankelijkheid in het geding kan komen als er teveel getweet wordt met sporters. Daan Smink hierover: “Ja dat kan in het geding komen, net zo goed als je ook op persoonlijk vlak face to face een band met sporters kan hebben waardoor de onafhankelijkheid in het geding kan komen. Dat kan. Dat kan natuurlijk ook zo zijn als je via Twitter op een gegeven moment goed contact hebt en veel berichten naar elkaar stuurt. Daar moet je altijd voor oppassen”. Andere journalisten vinden dat dit niet het geval is. Martin Vriesema vertelt het volgende:” Maar nee daar ben ik zelf bij natuurlijk Het zou tot een wat vriendschappelijke band kunnen leiden, maar zolang je daar zelf bij bent en voor jezelf een grens bewaakt dan kan dat niet zoveel kwaad denk ik”. Chris Tempelman vindt duidelijk niet dat intiem twitteren met sporters de onafhankelijkheid in het geding brengt. “Nee nee wat mij betreft niet. Ik denk ook dat de echte mensen waarmee je contact hebt dat wel kunnen inschatten dat je ook weleens een keer kritisch kan zijn. Als ik twitter met een voetballer die een belangrijke strafschop mist dan snapt die heus wel dat ik daar een kritische kanttekening bij maak. Nee dat gevaar zie ik niet moet ik eerlijk zeggen”. Ook Jeroen Koster ziet er geen probleem in. “Nee maar dat heeft niks met Twitter te maken natuurlijk, want ik kan ook gewoon smsen of bellen of bij Marianne Vos drie keer in de week thuis koffie gaan drinken ja dat heeft niks met Twitter te maken. Dat vind ik overigens niet, want je kunt prima afstand bewaren. Waar ik het dan voor gebruik is ‘Train je alweer? En waar? Kunnen we langskomen met een cameraploeg donderdag?’.’Ja is goed hoor. Hoelang heb je nodig?’. Dan gaat het op die manier”. 55
Journalisten krijgen natuurlijk ook weleens kritiek op hun werk. Via Twitter is het dan heel makkelijk om gal te spuwen en opmerkingen te plaatsen op het twitteraccount van de desbetreffende journalist. Uit de interviews kwam naar voren dat de meeste journalisten (alleen Bart Vlietstra en Peter Wekking niet) zouden reageren op kritiek van een volger. Dit gebeurt echter alleen als de kritiek gefundeerd is en de toon waarop de kritiek geleverd wordt normaal is. Beginnen de volgers te schelden dan wordt er niet gereageerd. Martin Vriesema geeft aan dat de kritiek wel gefundeerd moet zijn: ” ja, als dat zeg maar op een fatsoenlijke manier gebeurt, dat je denkt deze persoon heeft er goed over nagedacht dan wel, maar als het een beetje in het schelden zit, wat je bij de commentatoren nog weleens ziet dan zou ik bedenken bekijk het maar. Daar ga ik niet op reageren”. Bart Vlietstra is ook duidelijk waarom hij niet kritiek van volgers ingaat:” Het is misschien niet goed, maar ik heb daar niet zo’n behoefte aan. Ik post wat ik kwijt wil en ja je hebt altijd iemand. Je kan zo redeneren mensen die leuk vinden wat je twittert die zelden wat laten horen en de mensen die het niet met je eens zijn die gaan meteen reageren. Zo werkt het nu eenmaal en dan ga ik niet op al die kritiek reageren. Dan beland je vaak in een discussie en daar heb ik gewoon geen tijd voor eigenlijk”. Dit geeft aan dat in de vijfde fase van Domingo, discussie en commentaar, de journalisten wel commentaar willen geven op wat ze zien op tv bijvoorbeeld, maar huiverig zijn om kritiek van een volger te pareren als die vanuit de emotie soms wat rauw reageert. De wederkerigheid van Twitter bevalt nog niet supergoed. Ook over het reageren op kritiek zijn de journalisten het niet eens. Twitter kan gebruikt worden om snel tips met elkaar uit te wisselen, zoals dat ook kan met een telefoontje of een sms. Zijn de journalisten in mijn onderzoek het hiermee eens of zijn de meningen verschillend. Sommige journalisten doen dit wel en anderen zouden dit niet doen. Daan Smink is één van de journalisten die geen tips met collega’s uit zou wisselen via Twitter. “Niet echt nee. Het is wel zo dat je wijst iemand wel eens ergens op. Maar ik ben nooit zo dat je constant met andere journalisten van andere media contact wil of moet hebben via Twitter, omdat dat handig of nuttig is. Nee dat ontaardt snel in geslijm en daar ben ik niet zo van”.
56
Andere journalisten wisselen wel eens informatie uit met andere journalisten. Dit gebeurt dan wel via een direct message. Tom Wildvank doet dat weleens. “ja nou ja dat probeer je natuurlijk wel met een direct message. Niet te openhartig informatie uitwisselen, dat kan iedereen die je volgt zien”. Uit mijn analyse viel ook op dat de verslaggevers minder of (helemaal niet twitteren) dan bureauredacteuren. Volgens Martin Vriesema kan dit te maken hebben met” Ja, je zou kunnen zeggen dat bureauredacteuren zijn misschien meer op zoek naar nieuws. Dat is bij ons he Omdat wij vaak on the run zijn enzo en bezig zijn met een onderwerp. Zij hebben misschien iets meer rust om goed om zich heen te kijken”. Ook opvallend is dat de eindredacteuren Jeroen Koster bij Studio Sport en Chris Tempelman van Voetbal International wel Twitter hebben, maar hun collega-eindredacteur Kees Schaapman van NUsport niet. Hij zegt namelijk:” Ik maak er geen gebruik van en heb het voor mijn werk als eindredacteur niet echt nodig, dat is meer iets voor verslaggevers en journalisten”. Uit mijn onderzoek komt naar voren dat alle vijf de fasen van het nieuwsproces zoals omschreven door Domingo et al. (2010) aanwezig zijn. Ik zal van elke fase een voorbeeld geven. De eerste fase, de toegang en observatie fase wordt gebruikt door journalisten om zelf nieuws te zoeken op Twitter. Mark Brasser doet dat bijvoorbeeld: “Maar ik bedoel tijdens de Wimbledon finale zie je een tweetje van Boris Becker of weet ik wat die toch recht van spreken heeft daar als oud-kampioen dan vind ik dat je dat best kan gebruiken ja”. Ook fase 2, selectie en filteren van info, is aanwezig zoals blijkt uit de woorden van Jeroen Koster;” En je moet zeker weten dat mensen zijn wie ze zijn hé. Ja niet iedereen heeft een verified account”. Ook de derde fase, informatieverwerking en bewerking, kwam naar voren in mijn onderzoek. De journalisten geven namelijk veel informatie in een tweet zoals deze tweet van Peter Wekking die hij op 30 april verzond: Peter Wisgerhof kan woensdag tegen SC Heerenveen gewoon spelen. Wissel tegen Ajax was vanwege vermoeidheid na zes weken absentie. De vierde fase is de distributiefase en die wordt ook benut door de journalisten. Tom Wildvank zegt het volgende: “Als ik ergens achter kom dan kan ik bijvoorbeeld twitteren van als ik iets
57
weet over Frank de Boer bijvoorbeeld. Dan kan ik twitteren van ‘Laatste nieuws Frank de Boer, zie vi.nl’. De laatste en vijfde fase, de interpretatiefase, is zeer duidelijk aanwezig. Veel journalisten verkondigen hun persoonlijke mening zoals in de tweet van Bart Vlietstra van 25 april. Jan Roelfs in tobvorm. Zat mis met penaltyveroorzaker en zegt daarna Robben moest met links dat maakt t niet makkelijker' #ReaBay. In het volgende hoofdstuk geef ik de conclusies van mijn onderzoek en de aanbevelingen.
58
Hoofdstuk 5 Conclusies en aanbevelingen Het doel van mijn scriptie was om uit te zoeken hoe Twitter gebruikt werd op de redacties van NOS Studio Sport, Voetbal International en NUsport. Dit heb ik gedaan door de tweets van de maand april 2012 te analyseren van de journalisten. Erna heb ik de journalisten ge誰nterviewd. Dit is inclusief de journalisten die geen Twitter gebruikten. Bij mijn interviews heb ik alle journalisten die Twitter gebruikten dezelfde vragen voorgelegd. De interviews heb ik eerst gefragmenteerd, erna gecodeerd en tot slot heb ik een constante vergelijking gemaakt. Bij mijn theoretisch kader ik vooral gebruikt van het artikel van Domingo et. Al (Domingo, 2010, 330) waarin de vijf fasen van et journalistieke proces beschreven zijn. Die vijf fasen zijn: 1. 2. 3. 4. 5.
Toegang en observatie Selectie en filteren van info Informatieverwerking en bewerking Distributie Interpretatie
Deze fasen zullen later in mijn conclusie besproken worden.
Uit de interviews kwam naar voren dat de journalisten Twitter niet veel gebruiken. Gemiddeld sturen de onderzochte journalisten 2,5 tweets per dag. Twitter als innovatie heeft het werk niet veranderd. De journalisten zien Twitter als een extra nieuwsbron. De hoofdredacties stellen het gebruik niet verplicht. Het werk van de journalisten verandert er niet door. De journalisten doen nog gewoon hetzelfde nu Twitter er is. Alleen in plaats van sporters te bellen sturen ze nu een tweet. De werkwijze van de journalisten verandert er een klein beetje door. Ze kijken nu vaker op Twitter voor het laatste nieuws terwijl ze vroeger op de websites van (buitenlandse) kranten keken om te zien of er nog nieuws was dat bruikbaar voor hun was. Bovendien volgen de journalisten sporters op Twitter waar ze soms nieuws vandaan halen.
59
Mijn onderzoek laat zien dat alle vijf de fasen van journalistiek, zoals beschreven door Domingo et al. op Twitter vertegenwoordigd zijn. Twitter is dus te beschouwen als een volwaardig journalistiek medium. De interactie met het publiek door journalisten blijft echter laag. Fase 1: Toegang en observatie Twitter wordt gebruikt in deze fase, blijkt uit mijn kwantitatieve analyse. Bureauredacteuren struinen nog wel eens Twitter af op zoek naar nieuwsfeiten. Verslaggevers doen dit veel minder. De journalisten maken weinig gebruik van de mogelijkheid om nieuws te vergaren via tips van volgers. Fase 2: Selectie en filteren van info Deze fase blijven de journalisten zelf doen blijkt uit mijn interviews met de journalisten. Ze vinden dat Twitter namelijk te onbetrouwbaar en te vluchtig is om al het nieuws wat op Twitter staat voor waarheid aan te nemen. De journalisten houden ook sterk vast aan de ‘gatekeepersfunctie’. Zij beslissen wat op welk tijdstip en op welke manier op Twitter gezet wordt. Fase 3: Informatieverwerking en bewerking Deze fase gebruiken de journalisten vooral voor kort nieuws. Want het is moeilijk om in 140 tekens een boodschap kwijt te kunnen. De journalisten gebruiken deze fase vooral om informatie te geven in de ruimte die een tweet hun biedt. Fase 4: Distributie Twitter kan worden gebruikt ter distributie, maar de journalisten zijn huiverig om hun traditionele positie weg te geven. Bij Voetbal International zijn zelfs speciale richtlijnen die ervoor waken dat nieuws eerst via de print media en de website worden gedistribueerd en dan pas via Twitter. Ook zijn journalisten terughoudend met het retweeten wegens vele motieven en terughoudend met het herdistribueren van andermans tweets. Een bijkomend probleem hierbij is dat journalisten weinig linken in hun berichten, zelfs niet naar eigen materiaal verkrijgbaar door andere media. Ook hier spelen er veel motieven, waaronder technische onkunde, een rol. Als
60
journalisten beter zouden linken, zouden zij hun volgers kunnen inschakelen om links naar hun artikelen nog sneller te distribueren. Fase 5: Interpretatie De kwalitatieve analyse heeft laten zien dat veruit de meeste tweets worden gebruikt voor het ventileren van een mening over een bepaald nieuwsfeit. De sportjournalisten geven aan te moeten wennen aan de burgerparticipatie en de wederkerigheid van Twitter. Ze sluiten discussies met het publiek echter niet uit, mits dit plaatsvindt op een fatsoenlijke toon en als de argumenten goed gefundeerd zijn. Uit mijn analyse van de tweets valt op dat meer dan de helft van de tweets een persoonlijke mening bevatten. Dit komt overeen met het onderzoek van Lasorsa et al. (2012) Uit hun onderzoek bleek dat journalisten vrijer hun persoonlijke mening uiten op Twitter. Dit komt overeen met mijn onderzoek. Een andere opvallende conclusie is dat de journalisten heel weinig retweeten. Dit houdt in dat zij hun rol als ‘gatekeeper’ graag willen behouden. Voor de lezer is het moeilijk om na te gaan hoe de journalisten aan hun nieuws komen. Dit komt overeen met het onderzoek van Lasorsa et al. (2012) Uit mijn onderzoek kwam ook dat de journalisten Twitter vooral gebruiken om op de hoogte te blijven van het laatste nieuws en het is een extra nieuwsbron. Deze bevindingen zijn hetzelfde als het onderzoek van Ahmad (2010) Mijn onderzoek heeft opgeleverd dat nu duidelijker wordt hoe sportjournalisten bij verschillende nieuwsorganisaties Twitter gebruiken. De beperkingen in mijn onderzoek zijn vooral tijdsgebonden. Door het tijdgebrek heb ik van elke redactie 4 personen geïnterviewd. Dit is natuurlijk niet representatief te noemen. Mijn onderzoek heeft gekeken naar de tweets van maar één maand. Beter zou zijn om meerdere maanden in de analyse te gebruiken. 61
Voor een vervolgonderzoek zou ik de analyse vergoten naar twee of drie maanden. Dit zal een beter beeld geven van het gebruik van Twitter door de journalisten. Om het onderzoek representatiever te maken is het vergoten van de onderzoeksgroep wenselijk. Handig is ook om te kijken naar de officiĂŤle twitteraccounts van Studio Sport, Voetbal International en NUsport. Het kan namelijk zijn dat daar meer nieuws vermeld wordt dan op de individuele twitteraccounts van de journalisten. Een ander vervolgonderzoek kan zijn om te onderzoeken hoe de redacties van verschillende sportbladen in Europese landen Twitter gebruiken. Een goed onderzoek zou zijn hoe bijvoorbeeld drie bladen die deel uitmaken van de European Sports Magazines (Eusm 2012) Twitter gebruiken. Te denken hier valt aan Sport Voetbalmagazine (Belgie), Sportmagazin Kicker (Duitsland) en A Bola (Portugal). Twitter is namelijk een groot medium in Nederland, maar hoe zit dat in andere landen?
62
Bibliografie
Ahmad, A, L. (2010), Is Twitter a useful tool for journalists? Journal of Media Practice, 11 (2), 145-155. Algemeen Dagblad, AD Lezerspoll, 25 oktober 2011, ww.ad.nl, (Geraadpleegd op 25 oktober 2011) Algemeen Dagblad, Journalist ontslagen om ‘seksistische’ tweet over vriendin Holande, 10 mei 2012,
http://www.ad.nl/ad/nl/1013/Buitenland/article/detail/3253558/2012/05/10/Journalist-
ontslagen-om-seksistische-tweet-over-vriendin-Hollande.dhtml, (Geraadpleegd op 7 september 2012) Arcenaux, N., & Schmitz Weiss, A. (2010). Seems stupid until you try it: press coverage of Twitter, 2006-9. New Media & Society , 12, 1262-1279. Armstrong, C,L. and Gao, F, (2010) Now Tweet This: How News Organizations Use Twitter. Electronic News, 4 (4), 218-235. Normatief, namelijk hoe nieuwsorganisaties Twitter moeten gebruiken.
Avilés, J.A.G. & Carvajal, M. (2008) ‘Integrated and Cross-Media Newsroom Covergence: Two Models of Multimedia News Production. The Cases of Novoténnica and La verdad Multimedia in Spain, Convergence, 14 (2), 221-239 BBC, From the editor’s desktop, 29 july 2005, http://news.bbc.co.uk/2/hi/uk_news/magazine/4727579.stm, (Geraadpleegd op 28 oktober 2011) BBC, Is blogging dead?, 22 oktober 2008, 63
http://www.bbc.co.uk/blogs/technology/2008/10/is_blogging_dead.html, (Geraadpleegd op 28 oktober 201) BBC, Blogs, 28 oktober 2011, http://www.bbc.co.uk/blogs/,, (Geraadpleegd op 28 oktober 201) Bild,
Gefahr
in
Brasilien
Panzer-Auto
f端r
Schumacher,
25
oktober
2011,
http://www.bild.de/sport/motorsport/michael-schumacher/faehrt-gepanzerten-mercedes21202812.bild.html, (Geraadpleegd op 25 oktober 2011). Boczkowski, P, J, (2004), The Processes of Adopting Multimedia and Interactivity in Three Online Newsrooms, Journal of Communication, 45,2:197-213 Boeije, H, (2002), A Purposeful Approach to the Constant Comparative Method in the Analysis of Qualitative Interviews, Quality & Quantity, 36, 391-409 Bowman, S. and Willis C (2003) We Media: How Audiences Are Shaping the Future of News and Information. Reston, VA: The Media Center at the American Press Institute. Bruns, A, (2003), Gatewatching, Not Gatekeeping: Collaborative Online News, Media International Australia Incorporating Culture and Policy: quarterly journal of media research and resources, 107, 31-44 Bryman, (2004), Interviewing in qualitative research, Social Research Methods, 312-333
Dahlgren, P, (1996), Media logic in Cyberspace: Repositioning journalism and its publics, Journalism at the Crossroads, 3,3: 59-71
Deuze, M, J, P (2001), Understanding the Impact of the Internet: On New Media Journalism, Mindsets and Buzzwords, Ejournalist(on-line), 1:1
64
Domingo, D. (2008). Inventing online journalism: a constructivist approach to the development of online news. In C. Paterson, & D. Domingo, Making online news. The ethnography of news media production (pp. 16-28). New York: Peter Lang Domingo, D, Quandt, T, Heinonen, A, Paulussen, S, Singer, J,B and Vujnovic, M, (2008), Participatory Journalism practices in the media and beyond, Journalism Practice, 2:3, 326-342 Elmundo, Noticias más leídas, 25 oktober 2011, www.elmundo.es, (Geraadpleegd op 25 oktober 2011) Elmundo, Blanco, tras anunciar que dejará la primera línea; ‘Hago lo que debo’, 25 oktober 2011,
http://www.elmundo.es/elmundo/2011/11/24/espana/1322171912.html?
a=30d96cfccf2fbce5d0998709242ecae8&t=1322218998&numero=,
(Geraadpleegd
op
25
oktober 2011) Elpais, El Ejército egipcio resiste la presíon popular para que entregue el poder, 25 oktober 2011, http://internacional.elpais.com/internacional/2011/11/25/actualidad/1322204876_253425.html, (geraadpleegd op 25 oktober 2011) Elsevier, PSV waarschuwt keeper naar opmerkingen 11 september, 12 september 2011, http://www.elsevier.nl/web/Nieuws/Sport/316312/PSV-waarschuwt-keeper-na-opmerkingen-11september.htm, (Geraadpleegd op 17 oktober 2011). European Sports Media, Magazines, 18 augustus 2012, http://www.eusm.eu/magazines.htm, (Geraadpleegd op 18 augustus 2012)
Gazzetta, Sondaggio, 25 oktober 2011, http://www.gazzetta.it/, (Geraadpleegd op 25 oktober 2011)
65
Guardian, Most viewed, 25 oktober 2011, http://www.guardian.co.uk/ (Geraadpleegd op 25 oktober 2011)
Hermida, A. (2010). Twittering the news. Journalism Practice , 4:3, 297-308 Hermida, A, (2009), ‘THE BLOGGING BBC’ Journalism Practice, 3:3: 268-284. Hermida, A and Thurman, N (2007) Comments please: How the British media are struggling with user-generated content, 7th International Synmposium on Online Journalism. Austin, Texas. Hermida, A and Thurman, N,(2008) ‘ A Clash of cultures, The integration of user generated content within professional journalistic frameworks at British newspaper websites’, Journalism Practice, 2:3,343-356. Hermida, A. (2011) Mechanisms of Participation, in Participatory Journalism: Guarding Open Gates at Online Newspapers (eds J. B. Singer, A. Hermida, D. Domingo, A. Heinonen, S. Paulussen, T. Quandt, Z. Reich and M. Vujnovic), Wiley-Blackwell, Oxford, UK.
van Ijzendoorn,M,H.,(1988), De navolgbaarheid van kwalitatief onderzoek 1:methodologische uitgangspunten, Nederlands tijdschrift voor Opvoeding, Vorming en Onderwijs, 4:5
Java, A., Song, X, Finin, T, Tseng, B,: Why we twitter: Understanding microblogging usage communities. Proceedings of the 9th WebKKD and the 1st SNA-KDD 2007 workshop on Web mining and social network analysis. WebKDD/SNA –KDD’07, New York, NY, USA, ACM, (2007), 56-65 Kaplan, A, M & Haenlein, M, (2010), Users of the World, unite!, The challenges and opportunities of Social Media, Business Horizons, 53 (1) January-February 2010, pag 59-68
66
Kwak, H, Lee, C, Park, H and Moon, S, (2010), What is Twitter, a Social Network or a News Media, Proceedings of the 19th international conference on World wide web, April 26-30, 2010, Raleigh, North Carolina, USA, WWW '10. ACM, New York, NY, 591-600. Lasorsa, D, l, Lewis, S,C, Holton, A, E,(2012) Normalizing Twitter, Journalism Studies, 13:1, 19-36 Lavanguardia,
La
Segunda
Guerra
Mundial,
http://www.lavanguardia.com/participacion/blogs-lectores/index.html.
11
maart
(Geraadpleegd
2011, op
14
maart 2012) Lowrey, W & Mackay,J, B, (2008), Journalism & Blogging, Journalism Practice, 2:1, 64-81. Matheson, D. (2004). Weblogs and the epistemology of news: some trends in online journalism. New Media Society , 6, 443-468. Nip, J, Y, M, (2006), Exploring the second phase of public journalism, Journalism Studies, 7(2): 212-236 NOS, Injunction ter discussie na Giggs-zaak, 24 mei 2011, http://nos.nl/op3/artikel/242942injunction-ter-discussie-na-giggszaak.html, (geraadpleegd op 17 oktober 2011)
NRC, ‘Egypte niet langer veilig voor vrouwelijke journalisten’, 25 oktober 2011, http://www.nrc.nl/nieuws/2011/11/25/egypte-niet-langer-veilig-voor-vrouwelijke-journalisten/ (Geraadpleegd op 25 oktober 2011) Nujij, Jouw nieuws telt, 29 augustus 2012, http://www.nujij.nl/#axzz1bJuI7Zrx, (Geraadpleegd op 29 augustus 2012)
Nujij, Best gewaardeerd, 29 augustus 2012, http://www.nujij.nl/#axzz1bJuI7Zrx. (Geraadpleegd op 29 augustus 2012)
67
Örnebring, H,(2008) 'THE CONSUMER AS PRODUCER—OF WHAT?', User-generated tabloid in The Sun (Uk) and Aftonbladet (Sweden) content Journalism Studies, 9: 5, 771-785. Pantti, M and Bakker, P (2009), Misfortunes, memories and sunset: Non- professional images in Dutch news media, International Journal of Cultural Studies, 12:471-489. Paulussen, S & Ugille, P,(2008), User Generated Content in the Newsroom: Professional and Organisational Constraints on Participatory Journalism, Westminster Papers in Communication and Culture, 5 (2): 24-41 Paulussen, S, Heinonen, A, Domingo, D, Quandt, T,(2007), Doing it together: Citizen Participation In The Professional News Making Process, Observatorio Journal, 3, 131-154 Peet, A, van, Namesnik , K, Hox, J (2010), Toegepaste Statistiek: Beschrijvende technieken, Noordhoff Uitgevers bv, Groningen/Houten Posetti J, (2009) Twitter’s difficult gift to journalism, http://newmatilda.com/2009/06/16/twittersdifficult-gift-journalism, geraadpleegd op 21.10.2011. Schoemaker, P,J, (1991), Gatekeeping, Thousand Oakes, CA:Sage Schultz, B, & Sheffer, M,L, (2007), Sport Journalists Who Blog Cling to Traditional Values, Newspaper Research Journal, 28:4, 62-76 Singer, J, B, (2005), The political j-blogger: ‘Normalizing’ a new media form to fit old norms and practices, Journalism, vol. 6:2, 173-198. Singer, J,B, Hermida, A, Domingo, D, Heinonen, A, Paulussen, S, Quandt, T, Reich, Z, Vujnovic, M, (2011), Participatory Journalism: Guarding Open Gates at Online Newspapers, WileyBlackwell, UK Spiegel, SpiegelOnline Forum, 25 oktober 2011, http://forum.spiegel.de/, (Geraadpleegd op 25 oktober 2011)
68
Sport, Ultima encuesta, 25 oktober 2011, http://www.sport.es/es/ (Geraadpleegd op 25 oktober 2011) Thurman, N, (2008), “Forum for Citizen Journalists?: adoptation of user generated content initiatives by online news media� New media & Society 10(1):139-157 Trouw, 5 meest gelezen, 25 oktober 2011, http://www.trouw.nl/ (Geraadpleegd op 25 oktober 2011) Twitter, The time is running to join the contest for my @pumafootball boots and the Argentina jersey. Sign up at http://bit.ly/q4PiZY, 20 oktober 2011, http://twitter.com/#!/aguerosergiokun, (Geraadpleegd op 28 oktober 2011) Twitter, 18' 1-0, doelpunt van Michiel Venema (v.v. Hoogkerk 1). 16 oktober 2011, http://twitter.com/#!/vvhoogkerk, (Geraadpleegd op 28 oktober 2011) Twitter, Willem Vissers, 3 september 2012, https://twitter.com/vkwillemvissers, (Geraadpleegd op 3 september 2012) Twitter, Weer Terry door de benen gespeeld door Suarez. En nu is het wel raak: 1-0, eigen doelpunt Essien na uitstekende actie Suarez, 8 mei 2012, https://twitter.com/daansmink, (Geraadpleegd op 19 mei 2012). Twitter, #Tafeltennisvrouwen ook als team naar #Londen. Lijkt mij niet meer dan logisch dat de nummer
zes
van
de
wereld
naar
de
#Spelen
gaat...
#OS
,
15
mei
2012,
https://twitter.com/brasser8, (Geraadpleegd op 19 mei 2012) Twitter, Kan iemand mij vertellen waarom de naam van @MisaKrajicek niet in het speelschema van
Praag
staat?
#tweewekenmetvakantiegeweest
#ietsgemist?,
14
mei
2012,
https://twitter.com/brasser8, (Geraadpleegd op 19 mei 2012).
69
Twitter, Zojuist gearriveerd in Sauwerd, hometown Kromowidjojo. Er gaat dus toch iets boven Groningen., 19 april 2012, https://twitter.com/dentreets, (Geraadpleegd op 19 mei 2012) Twittergids, Twittergids Journalisten Top 100, 3 september 2012, http://journalist.twittergids.nl/, (Geraadpleegd op 3 september 2012) Volkskrant, 5 meest gelezen, 25 oktober 2011, http://www.volkskrant.nl/ (Geraadpleegd op 25 oktober 2011) Volkskrant,
Junta
Egypte
benoemt
nieuwe
premier,
25
oktober
2011,
http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2668/Buitenland/article/detail/3048916/2011/11/24/Junta-Egyptebenoemt-nieuwe-premier.dhtml, (Geraadpleegd op 25 oktober 2011)
Wardle, C, & Williams, A, (2010), Beyond user-generated content: a production study examining the ways in which UGC is used at the BBC, Media Culture Society, 32:781-799. Welt,
Ex-Ministerpr채sident
M체ller
wird
Verfassungrichter,
25
oktober
2011,
http://www.welt.de/politik/deutschland/article13734856/Ex-Ministerpraesident-Mueller-wirdVerfassungsrichter.html, (Geraadpleegd op 25 oktober 2011) Wordpress, Twitter and Football: Good together? http://natterfootball.wordpress.com/2011/09/14/twitterand-football-good-together/ (Geraadpleegd op 17 oktober 2011).
Zhao, D & Rosson, M, B, (2009), How and Why people Twitter: The role that Micro-blogging Plays in Informal Communication at Work., Proceedings of the ACM 2009 international conference on Supporting Group Work.,243-252
70