4 minute read

Camila Roskam sport

tekst en beeld/Stichting Life Goals

‘Ik legde de schuld vaak bij de ander’

CAMILA ROSKAM (25) KWAM

VIER JAAR GELEDEN VOOR

HET EERST IN AANRAKING

MET DE SPORTLESSEN

VAN KEES. KEES GEEFT

SPORTCOACHING AAN

DEELNEMERS VAN HET LEGER

DES HEILS, EN BETEKENT VEEL

VOOR CAMILA.

Na jaren van tegenslag zette hij haar aan het denken. “’Als iedereen zo reageert’, zei hij dan, ‘dan moet je misschien zelf anders communiceren. Niet zo negatief.’ Dat heb ik geprobeerd. En het werkte, mensen reageerden opeens anders.”

Alle smaken

Wie haar een paar jaar geleden tegenkwam, kon zich nauwelijks voorstellen dat Camila tegenwoordig kalm en met zelfvertrouwen over haar verleden spreekt en inderdaad een inspirerende werking op anderen heeft. De omslag is bijna onwerkelijk. “Ik sprak niet over mijn problemen”, zegt ze zelf, “ik had het idee dat niemand naar me luisterde. Dat ze toch allemaal tegen me waren.”

Toen Camila vier was, werd ze geadopteerd door een christelijk gezin uit Oudewater, een dorp in de buurt van Gouda. Haar adoptieouders hadden nog twee jongens uit Colombia. “Met z’n drieën trokken we in Oudewater wel de aandacht. Mijn ene broer is heel donker, de ander een stuk lichter en ik stam af van de

oorspronkelijke indianen in Colombia. Alle smaken hadden we in huis, haha.”

Zwanger

“Ik heb best wel herinneringen aan die periode. Begrijp me niet verkeerd: ik houd van mijn ouders, zij hebben me kansen in het leven gegeven, maar ik had al heel jong het besef dat ik niet in Nederland thuishoor. Ik was tegendraads nog voordat de pubertijd begon.” Dat liep zo uit de hand dat Jeugdzorg crisisopvang adviseerde. Camila werd uit huis geplaatst en ging van de ene crisisopvang naar de andere. Tot ze zwanger raakte. “Vijftien was ik, dat was wel een shock. Ook voor mijn strenggelovige vader.

Die praatte wekenlang niet met me. Mijn vader en vriend konden vanaf het begin al niet samen door één deur. Als hij mijn kind accepteerde, moest hij de vader ook accepteren. Hij wist niet of hij dat zou kunnen. Wel het kind en niet de vader accepteren vond hij niet eerlijk tegenover mijn kind.”

Camila verhuisde naar een tienermoederhuis in Zeewolde. De naam van de plaats kan ze niet zonder afkeuring uitspreken. “Verschrikkelijk vond ik het daar. Na drie maanden liep de relatie met mijn vriend ook stuk. Later kwam ik in Zeewolde iemand tegen die achttien jaar

‘Hoe kan het dat Kees me altijd is blijven steunen? Ook toen ik slecht in m’n vel zat?’

ouder was. Dat hij ouder was gaf me juist rust.” Probleem was alleen dat haar nieuwe vriend niet vies was van de drugs. “Ik blowde wel, maar harddrugs had ik nooit geprobeerd. Naïef als ik was zei ik: ‘Tuurlijk, doe mij ook maar wat. Voordat ik het doorhad was ik verslaafd aan de coke.”

Sport

Twintig jaar was Camila toen ze uit dat huis werd gezet. “Het opvanghuis ontving geen geld meer voor me. Stond ik opeens met mijn kind op straat. Ik kon bij mijn ouders terecht, maar dat zou geen succes worden. Ik was daar al vijf jaar weg. Gelukkig kon ik in Harderwijk een huis krijgen. Daar kwam ik voor het eerst met sport in aanraking.”

Camila werkte als overblijfjuf toen een van de andere moeders vroeg of ze niet eens mee wilde sporten met een clubje mensen die allen op een of andere manier een uitdaging hadden. “De vrouw had gezien dat ik afleiding nodig had. Ik was van mijn ex af, maar nog niet van de verslaving. Sporten zou me helpen. Maar lichamelijk was ik een wrak – coke is funest voor je spieren. Ik was zwak, kon lichamelijk niks hebben en blowde veel, maar toch ben ik naar dat voetbalveldje gegaan. Die sfeer daar, dat was heel anders dan ik gewend was. Open, heel open. En de coach bleef ook maar vragen hoe het met me was, hoe ontwijkend mijn antwoorden ook waren.”

Altijd steun

Die coach was Kees Grovenstein – Camila spreekt zijn naam met groot respect uit. “Hij heeft me laten nadenken over mezelf. Ik legde de schuld vaak bij de ander. Maar Kees daagde me uit daarover na te denken. ‘Als iedereen zo reageert’, zei hij dan, ‘dan moet je misschien zelf anders communiceren. Niet zo negatief.’ Dat heb ik geprobeerd. En het werkte, mensen reageerden opeens anders. Later, toen het beter met me ging, ben ik gaan terugdenken. Hoe kan het dat Kees me altijd is blijven steunen? Ook toen ik slecht in m’n vel zat? Toen mijn dochter onder toezicht werd gesteld? Hoe kan iemand zoveel positieve energie hebben? Het lijkt zo simpel: een beetje sporten, een babbeltje maken met de deelnemers en alle problemen zijn opgelost. Zo simpel is het natuurlijk niet, maar zijn aanpak heeft me enorm geïnspireerd.”

This article is from: