
17 minute read
Zeeboerderij

Toekomstplan Colruyt Group verwacht tegen de zomer van 2023 zo’n 200 ton mosselen op te halen. “Wat nog heel weinig is, als je weet dat in ons land jaarlijks bijna 30.000 ton mosselen worden geconsumeerd”, aldus Theys. “In de herfst zullen we de boeien leggen en tegen het einde van volgend jaar zullen we zo’n vijftig lijnen hebben uitgezet in een gebied van 1 km². We plannen in totaal maximaal 600 lijnen te plaatsen over een gebied van 5 km² met een verwachte oogst van meer dan 2.000 ton. Elke lijn ligt hopelijk tot twintig jaar in het water.”
Advertisement

Tegenstanders De zeeboerderij heeft ook tegenstanders. Zo diende Climaxi, een vereniging rond participatief burgerschap, bezwaar in omdat ze vrezen voor oneerlijke concurrentie. Ze vragen zich af wat de impact zal zijn op kleine kustvisserij. “We hebben alle partijen al uitgenodigd voor een gesprek en dat zullen we ook in de toekomst blijven doen”, klinkt het bij Colruyt.
Colruyt broedt op mosselen van Belgische bodem
Op zo’n vijf kilometer voor de kust van Nieuwpoort start Colruyt Group de allereerste zeeboerderij van ons land. Tegen 2023 zouden de eerste mosselen van Belgische bodem onder het huismerk Boni in de rekken moeten liggen.
De Noordzee lijkt een rustige en beheersbare watermassa, maar kenners weten dat de stromingen bijzonder heftig kunnen zijn. Dat is ook de reden waarom 90% van onze mosselen uit kalme, Nederlandse wateren komt. “Onze Noordzee is uitzonderlijk krachtig. Golfhoogte, stroming, windsnelheid, golftype, getijden zijn elementen die de moeilijkheid bepalen. Rond de Westdiepzone, ons onderzoeksterrein, zijn al golven gemeten tot 6 meter hoogte”, schetst Jeroen Theys, managing director bij Smart Technics, een start-up binnen Colruyt Group die het project aanstuurt.
De voorbije jaren verzamelde Colruyt dan ook een groep innovatieve experten rond zich, zoals MULTI. engineering en de Universiteit Gent. Een commercieel haalbare oplossing viel dit jaar uit de bus. “Concreet gaat het over kweekstructuren die onder water aan sterk verankerde touwen worden bevestigd, waarbij het geheel opgespannen wordt door boeien en mee kan bewegen met de zeestroming. De oogst wordt gerealiseerd door een aangepaste boot die in staat is om de juiste handelingen op een veilige manier uit te voeren op zee”, legt Theys uit.
Duurzaamheid wordt een belangrijke pijler in dit project. Mosselen zijn op zich al duurzaam, ze voeden zich met bestanddelen die natuurlijk in zee aanwezig zijn, en zijn met hun hoog eiwitgehalte een goede vleesvervanger, maar ook de kweek zal gebeuren met respect voor de biodiversiteit. “De kweek van mosselen, oesters en zeewier in open zee is een extractieve vorm van aquacultuur, waarbij er geen voedingsstoffen aan het ecosysteem worden toegevoegd”, legt Theys uit. “Het is een kweekvorm die de biodiversiteit verhoogt en kan dienen als schuilplaats voor het mariene leven. De kweek wordt gerealiseerd door de longline- of ‘hangcultuur’-technologie, die minimale tot geen bodemberoering veroorzaakt.” zoals GEOxyz, een West-Vlaams onderwaterdatabedrijf, koordenfabrikant EXSIL, milieuspecialist IMDC en Vincotte. De Blauwe Cluster, een onafhankelijke partner die Vlaamse bedrijven ondersteunt bij duurzame economische activiteiten op zee, werd betrokken bij het vooronderzoek. “Er lopen gelijkaardige projecten in binnen- en buitenland, zoals Wier&Wind, maar de meeste van die projecten lopen nog en het uiteindelijke succes moeten we nog afwachten, maar het ziet er veelbelovend uit”, vertelt Bart Hillewaert. Grootschalige aquacultuur vind je op dit moment wel al in Azië, waar ze de gecontesteerde pangasius kweken, maar dan spreek je over een heel andere productieomgeving. “Daar wordt op gigantische schaal gekweekt, zonder de controlemechanismen die we in ons land kennen. Hier is het bijzonder moeilijk om een dergelijk project op te starten”, weet Hillewaert. “Alle economische activiteiten op zee vallen onder federale bevoegdheid en zijn strikt gereguleerd. Colruyt moest niet alleen een gebruiksvergunning, maar ook een milieuvergunning bemachtigen. Bovendien valt de financiële ondersteuning bijna volledig weg zodra je de overstap maakt van de onderzoeksfase naar de commerciële uitwerking.”
De Blauwe Cluster merkt op dat er heel wat maatregelen worden genomen om duurzaamheid te waarborgen en de impact op de biodiversiteit te beperken. “Maar het volledige plaatje zullen we pas op lange termijn kennen. Vergelijk het met de windmolens op zee. Die moeten op termijn weer afgebroken worden, maar de funderingen blijken een gunstige plaats te zijn voor visjes en planten. In het geval van de zeeboerderij zullen er af en toe mosselen van de touwen loskomen en op de zeebodem belanden. Die kunnen mogelijk een voedingsbodem creëren voor nieuw leven onder water, maar uitsluitsel daarover hebben we nog niet. De zeeboerderij en haar omgeving worden in elk geval uitgebreid gemonitord.”

— Jeroen Theys, managing director bij Smart Technics
Innovatie in drinkwaterproductie: hoe FARYS in meerdere opzichten de leiding in handen neemt

Het goede nieuws: we zullen onszelf van drinkwater kunnen blijven voorzien. Maar daar moet wel de nodige inspanning en focus op innovatie tegenover staan. FARYS neemt die handschoen op, met de uitbreiding van zijn innovatieve drinkwaterproductiecentrum in Oostende, het onderzoek naar ondergrondse drinkwateropslag én het inzetten van artificiële intelligentie (A.I.).
We hebben de droogste april en natste juni ooit achter de rug. Om maar te zeggen dat ons klimaat vreemde capriolen maakt. Als je bovendien weet dat de provincies West- en Oost-Vlaanderen, door een gebrek aan eigen water van goede kwaliteit, historisch afhankelijk zijn van invoer van drinkwater uit het oosten van het land, dan moet je beginnen kijken naar eigen waterproductie. Met dat idee in het achterhoofd werd in 2010 gestart met het concept en de uiteindelijke bouw van een drinkwaterproductiecentrum in Oostende, waar brak kanaalwater via hoogstaande technologie wordt gefilterd tot drinkbaar water. Een economisch verantwoorde en decentrale oplossing die de leveringszekerheid van Oost- en West-Vlaanderen verhoogde. Vorig jaar werd de eerste fase opgestart – goed voor 500 kubieke meter water per uur – met de mogelijkheid van een capaciteitsverdubbeling.
“Door het feit dat we tussen 2017 en 2020 vier droge voorjaren hebben gekend, besloten we meteen werk te maken van die verdubbeling, waardoor we nu 1000 kubieke meter water per uur kunnen behandelen”, aldus Wim Jacobs, innovatiemanager van FARYS. “Wij kunnen namelijk het probleem van de droogte niet oplossen, maar wel de drinkwatervoorziening blijven verzekeren. Daarom bouwen we er momenteel ook een heel groot bufferreservoir van 35.000 kubieke meter, om de volumes naar het binnenland te kunnen wegpompen tijdens de ochtendpiek. Eigenlijk is de focus van het project in Oostende door de droogte opgeschoven van leveringszekerheid naar diversificatie van bronnen. De traditionele waterwinningsbronnen – vooral oppervlaktewater – staan namelijk sterk onder druk van die droogte.”
Systemen robuuster maken
Let wel: het drinkwatercentrum in Oostende heeft ook zijn limieten. Zo is het niet gebouwd om zeewater zelf te ontzilten – daar zijn nog duurdere machines en zwaardere pompen voor nodig. “Maar er wordt wel gekeken om in de toekomst de robuustheid van het systeem te verhogen”, verduidelijkt Jacobs. “Daarnaast kijken we, samen met Aquaduin en De Watergroep, naar een installatie die effectief zeewater zou kunnen ontzilten en die in Nieuwpoort zou komen te staan, aan de monding van de IJzer – waar dus ook zoet water ter beschikking is, zodat de installatie naargelang het seizoen of de droogte zou kunnen afwisselen tussen het behandelen van zoet of zeewater.
Verder onderzoeken we de mogelijkheid van ondergrondse drinkwateropslag – het zogenaamde principe van Aquifer Storage and Recovery (ASR). De uitdaging is daarbij dat opgeslagen drinkwater snel aan kwaliteit inboet – zeker in open reservoirs en bekkens, maar ook zelfs in watertorens. Waar kwaliteitsbehoud wél zou kunnen, is in de diepe ondergrond. Dat gaan we de komende jaren dus gaan onderzoeken, opnieuw met het oog op het robuuster maken van onze systemen.”
Inzetten van A.I.
Het gaat FARYS echter niet alleen om het produceren en bewaren van water, maar ook om het tegengaan van waterverlies. “In de netten die wij gebruiken is daar altijd sprake van”, licht Wim Jacobs toe. “En water dat we kwijt geraken, raakt niet tot bij de klant, dus dat moeten we zoveel mogelijk zien te vermijden. Ook op dat gebied zijn we met innovatieve zaken bezig. Zo loopt er momenteel een heel groot project waarbij we met satellietfoto’s verdachte locaties kunnen aanduiden. Een ander project, dat meer de lange termijn beoogt, is het gebruik van artificiële intelligentie. Daar gaan we drukken en debieten gaan meten op bepaalde plekken in onze netten. De daaruit voortkomende big data worden door A.I. en zelflerende programma’s verwerkt, die patronen leren herkennen in die meetgegevens. Zo kunnen afwijkingen snel worden gedetecteerd en kunnen we ingrijpen nog voor iets aan de oppervlakte is te zien. Of het bij die lekkages om grote hoeveelheden gaat? Dat zit tussen de twaalf en twintig procent, met dien verstande dat we spreken over niet-bemeterd verbruik –niet per se om water dat verloren gaat, maar bijvoorbeeld ook pompwater van de brandweer of water dat we gebruiken om de netten te reinigen. Het werkelijke lekverlies ligt een stuk lager. Maar toch.
Kan de consument zelf dan ook zijn steentje bijdragen, bijvoorbeeld door op zijn waterverbruik te letten? “Uiteraard”, beaamt Wim Jacobs. “Elke kubieke meter water die we niet verbruiken, betekent minder belasting voor het systeem en minder energieverbruik. De beste tip? Laat de wagen al eens staan, want voor de CO2-uitstoot van één liter diesel kan je 10 tot 20.000 liter drinkwater maken.”
Virtueel bezoek waterproductiecentrum Oostende:
https://www.openbedrijvendagvirtueel.be/virtual-tour/farys/wpc-oostende
Wim Jacobs Christophe Peeters
Christophe Peeters, voorzitter TMVW:
De combinatie van diverse activiteiten en uiteenlopende expertises stelt FARYS in de unieke positie om tegelijk vrager en gebruiker te zijn van nieuwe oplossingen voor de uitdagingen zowel als er ook facilitator van te zijn. Het stelt ons in staat om gerichte samenwerkingen aan te gaan met universiteiten, kenniscentra, waterbedrijven en dienstverleners en daarbij ook een substantiële rol te spelen. Zowel als facilitator bij conceptueel en fundamenteel onderzoek als door toegepaste expertise bij ontwerp, bouw, operationele toepassing, en dergelijke. De drive en engagement om steeds realistische, effectieve en efficiënte oplossingen toe te passen in alle activiteiten typeert het bedrijf. Wij grijpen dan ook graag de wetenschappelijke en technologische evoluties van de laatste jaren aan om, onder meer in het kader van de Blue Deal, de uitdagingen in het waterlandschap op een duurzame en verantwoorde wijze aan te gaan.
FARYS | TMVW biedt als ondernemende vertrouwenspartner van gemeenten een groot gamma van producten en diensten aan. We leveren kwaliteitsvol drinkwater en industrieel water, saneren afvalwater en bouwen en beheren publieke gebouwen en sportaccommodaties. Eind augustus opende de organisatie een innovatief waterproductiecentrum in Oostende, waar brak water via omgekeerde osmosemembranen wordt verwerkt tot kwalitatief drinkwater.
IJSFABRIEK STROMBEEK : RUIM EEN EEUW ERVARING IN GASSEN


Industriële gassen als zuurstof, stikstof of argon hebben zeer brede toepassingsgebieden in de industrie, de voeding en de medische wereld. Bij IJsfabriek Strombeek hebben ze meer dan 100 jaar ervaring met deze toch wel uitzonderlijke producten.
De geschiedenis van IJsfabriek Strombeek gaat terug tot 1904, toen het bedrijf werd opgericht door de overgrootvader van huidig directeur Dieter Soens. “Het eerste succesproduct was ijs”, vertelt hij. “Vandaar ook de naam. Dat was in die tijd erg populair om voedsel te koelen. Koelkasten, laat staan diepvriezers, bestonden immers nog niet. Op een bepaald moment wordt het productenpalet uitgebreid met CO2-flessen die aan cafés werden geleverd om bier te kunnen tappen. Dat gamma aan gassen werd snel uitgebreid, omdat mijn grootvader bij een reis naar Amerika de opkomst van de koelkasten had gezien. Hij vermoedde dus dat de vraag naar ijs zou afnemen. Na de oorlog werd bijvoorbeeld de verkoop van zuurstof en acetyleen heel belangrijk. Dit wordt gebruikt bij het lassen en dat werd in de jaren na de oorlog – de wederopbouw – natuurlijk enorm veel gedaan.”
Lasersnijden
Momenteel verdelen de honderd werknemers van IJsfabriek Strombeek al lang niet meer alleen zuurstof. Het gamma bestaat uit tientallen gassen en gasmengsels voor een breed gamma aan toepassingen, dat gaat van helium en argon over stikstof, perslucht en lachgas tot medische gassen. “De maakindustrie, de voedingsindustrie, de tuinbouw en de medische sector zijn zo typische klanten van ons”, vertelt Dieter. “Helium wordt bijvoorbeeld niet alleen gebruikt om ballonnen te vullen, maar dient in laboratoria als draaggas voor chromatografie, bij lasersnijden als hulpgas, bij TIG-lassen als beschermgas en bij lekdetectie. Stikstof wordt dan weer gebruikt in diverse toepassingen in zowat alle sectoren, bijvoorbeeld als verpakkingsgas of als inert gas in de chemische industrie. Het aantal toepassingen is echt enorm.” Tegelijk blijft uiteraard ook zuurstof, die klassieker, in het gamma. “We bevoorraden een vijfendertigtal ziekenhuizen over heel België met zuurstof”, legt Dieter uit. “We hebben daar natuurlijk ook de nodige certificaten voor gekregen van de overheid. Net als bijvoorbeeld argon of stikstof fabriceren we die zuurstof niet zelf. Onze toegevoegde waarde ligt wel duidelijk in de kwaliteitsgaranties die we kunnen bieden bij het verwerken van de zuurstof op flessen. En in de scherpe prijs die we kunnen aanrekenen, uiteraard.”
De huidige coronapandemie heeft de nood aan zuurstof in ziekenhuizen zelfs nog extra aangescherpt. Ook bij IJsfabriek Strombeek was de hausse voelbaar. “Bij sommige ziekenhuizen lag het verbruikte volume vijf tot soms tien keer hoger dan normaal”, vertelt Dieter. “Bij enkele ziekenhuizen was de stijging dermate groot dat een uitbreiding van de opslagcapaciteit noodzakelijk was om de toevoer naar het ziekenhuis te garanderen. Bij het overgrote deel van de ziekenhuizen was het voldoende om het aantal leveringen te verhogen.”

Essentieel bedrijf
IJsfabriek Strombeek werd tijdens de pandemie ook beschouwd als een “essentieel” bedrijf. Het heeft dus altijd kunnen doorwerken. “En gelukkig maar”, zegt Dieter, “want het was op sommige momenten alle hens aan dek. Nu nog, trouwens. Wij verdelen bijvoorbeeld ook droogijs en dat is een van de methodes die gebruikt wordt om de koeling te garanderen bij het transport van vaccins. Bij diverse klanten in de logistieke koudeketen merken we ook een verhoogde vraag naar droogijs. Gelukkig zijn wij, vergeleken met veel van onze concurrenten, een klein, familiaal bedrijf dat snel en flexibel kan schakelen. Onze mensen hebben tijdens de crisis zeer veel bereidwilligheid getoond, met alle respect voor de coronamaatregelen, natuurlijk. Daar ben ik hen ook dankbaar voor.”
Lachgas? Niet om te lachen
Om af te sluiten, nog een praktische vraag. Industriële gassen moeten soms wel met de nodige omzichtigheid behandeld worden. Mag iedereen die zomaar kopen? “In de overgrote meerderheid van de gevallen mag dat”, zegt Dieter. “Voor industriële gassen verkopen we bijvoorbeeld regelmatig rechtstreeks aan particulieren, meestal aan mensen die thuis een lastoestel hebben staan. Uiteraard geldt dat niet voor medische gassen, hiervoor zijn specifieke toelatingen nodig en verloopt de aankoop op doktersvoorschrift en via de apotheker. Een belangrijke uitzondering is lachgas. Omdat dat een hallucinerende werking heeft, wordt dit enkel aan professionele gezondheidswerkers of B2B verkocht. Je moet dus echt wel een goede en gemotiveerde reden hebben om dat bij ons te kopen.”



Desiree De Maesschalck, Marketing Director Katrien Clou, Technical Support Director
Hoe AkzoNobel elke dag zijn baseline ‘People. Planet. Paint’ waarmaakt: “Wij bekijken al onze processen door zowel een interne als externe duurzaamheidsbril”
‘Duurzaamheid is geïntegreerd in alles wat wij doen’ luidt het statement van AkzoNobel, expert op het gebied van het produceren en verkopen van verf en coatings. En wie een blik werpt op de vele projecten die het bedrijf heeft lopen, kan alleen maar besluiten dat dit geen loze woorden zijn. Waarom vindt een chemisch bedrijf als AkzoNobel dat engagement zo belangrijk, willen we uiteraard weten, en wat wil het er concreet mee bereiken?
Desiree De Maesschalck is Marketing Director voor België in de decorative paints-divisie en verantwoordelijk voor alle lanceringen, merken activatie -en communicatie. “Wij zijn al 200 jaar expert in het produceren van verven en coatings en zijn actief in meer dan 150 landen. Het is onze missie om te pionieren in een wereld vol mogelijkheden om zo oppervlaktes tot leven te brengen. Je kan onze verven en coatings immers zowat overal vinden – op muren, maar ook vliegtuigen, de binnenkant van colablikjes, auto’s… – dan kan je niet anders dan vaststellen dat wij letterlijk heel dicht bij de mensen staan en maatschappelijke impact creëren. Dat geeft je als bedrijf ook een grote verantwoordelijkheid én kansen om ook duurzame effecten te sorteren.”
Wetenschappelijk gebaseerde targets
De eerste manier zit in de producten zelf: verven en coatings verduurzamen het materiaal waarop ze worden aangebracht, zij het metaal, hout, muren of wat dan ook. Kleur zorgt dan weer voor esthetiek en kan zo het welzijn van mensen een positieve boost geven.
“Maar uiteraard vullen we duurzaamheid breder in dan alleen maar met de producten”, gaat Desiree De Maesschalck verder. “Onze duurzaamheidsstrategie luidt niet voor niets ‘People. Planet. Paint’. We kijken bijvoorbeeld naar de hele supply chain door een duurzaamheidsbril en pakken de processen aan waar nodig.
“Dat doen we ook niet zomaar”, vult Katrien Clou aan. Zij is Technical Support Director Benelux binnen de decorative paints-divisie van AkzoNobel. Dat betekent dat zij met haar team de kwaliteit van de verfselecties controleert, technisch advies en opleidingen verschaft. Daarnaast leidt ze sinds enkele jaren het sustainability-programma van het Benelux bedrijf. Een van onze belangrijkste duurzaamheidsdoelstellingen is de reductie van CO2 met 50% tegen 2030. Deze target werd gevalideerd door de organisatie ‘Science based targets initiative’ (SBTi) en is in lijn met de duurzaamheidsdoelstellingen van de EU. Verder werken wij ook concreet aan vijf van de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties. Die duurzaamheidsbril is dus niet alleen intern gevalideerd, maar ook door externe organisaties. Het gaat bij AkzoNobel dus echt om een concreet en tastbaar engagement, niet om window dressing of greenwashing.”
Let’s Colour!
AkzoNobel is een internationaal bedrijf, maar de duurzaamheidsfocus kan gerust ook vernauwd worden tot België, omdat hier heel wat concrete initiatieven worden genomen. “Wat people betreft, willen we onze mensen engageren en ervoor zorgen dat ze trots zijn op hun bedrijf”, aldus Desiree De Maesschalck. Zo zetten wij heel sterk in op het kleur geven van buurten die een duwtje in de rug nodig hebben, zowel in binnen- als buitenland. We hebben de echte kracht van verf en kleur getoond in de favela’s in Brazilië, maar ook bijvoorbeeld in de lagere school école Sainte-Marie in Brussel, waar we met al onze medewerkers zijn gaan schilderen en meubels hebben gemaakt van steigerhout. Een heel waardevol project, dat niet alleen kinderen een veel aangenamere en kleurrijke schoolomgeving gaf, maar bovendien echt ook onze eigen medewerkers dichter bij elkaar bracht, want ‘goed doen doet goed’.
We nodigen al onze medewerkers uit om mee te denken over duurzaamheid en hier moeten we de drempel ook laag houden. We laten ze ook op strategisch niveau mee praten, bijvoorbeeld in onze NextGen Sustainability Council, die regelmatig met hun ideeën naar het exco gaan en die uitwerken. Zo proberen we iedereen binnen het bedrijf mee te krijgen in dat duurzaamheidsverhaal.”
“Ook mentaal welzijn is belangrijk”, gaat Katrien Clou verder. “Zo denkt onze colour manager na over de aanpak van kleur in ziekenhuizen en woonzorgcentra en doet daar concrete voorstellen, omdat dit een impact heeft op het welbevinden en de gezondheid van de mensen.
En wie gezondheid zegt, kan natuurlijk niet om onze verven zelf heen. Daarom hebben heel wat van onze producten een Ecolabel, waardoor ze aan heel strenge gezondheidsnormen voldoen. In het kader van openheid en transparantie hebben we ook rond heel wat van onze producten een Life Cycle Analyse ofte LCA gedaan, waarbij we de CO2-voetafdruk gaan meten vanaf de grondstof tot de verkoop in de markt. Met die bevindingen kunnen bouwheren en architecten de meest duurzame verven of coatings inzetten. Met die LCA’s zijn we echt een pionier in verf in België. Nog een voorbeeld is dat wij de laatste jaren gewerkt hebben aan het verminderen van solvent-gedragen verven in ons assortiment. Ook op IAQ (indoor air quality) zetten we sterk in. Zo slaagden we erin om maar liefst 97% van de VOCs in onze muurverven te reduceren. Zo dragen we bij aan de CO2 reductie doelstelling en tot een beter binnenlucht klimaat. Ook onze recente lancering Sikkens Alpha Recycle Mat, die bestaat uit 35% gerecycleerde verf, is een mooi voorbeeld van hoe wij, als AkzoNobel, actief werken aan het verminderen van de afvalberg. Mede omdat we er elke dag, net zoals bijna iedereen, van overtuigd zijn dat er echt wel iets moet gebeuren om onze planeet en maatschappij duurzamer te maken. Als onze medewerkers dan zeggen, ‘wow, cool dat wij daar met ons bedrijf zo direct aan meewerken’, dan straalt dat af op iedereen.”