pag. 3: Oorlog met spandoeken en sirenes ? pag. 4: Ierland als lichtend voorbeeld
najaar 2005
A3 is een uitgave van ROOD jongeren in de SP en verschijnt vier keer per jaar. Vierde jaargang, nummer 4, december 2005 – A3, Vijverhofstraat 65, 3032 SC Rotterdam, telefoon (010) 243 55 57, fax (010) 243 55 65, e-mail A3@sp.nl, www.rood.sp.nl
STUDENTENKRANT
foto: Joost van den Broek/Hollandse Hoogte
A3
pag. 2: sex en onsex
Heibel rond de hoofddoek
Symbool van emancipatie of van onderdrukking?
O
Het is een simpel stukje stof, dat al eeuwenlang in alle windstreken wordt gedragen. Door islamitische vrouwen, christelijke vrouwen, waaronder nonnen, door Indiase hindoestaanse vrouwen, maar ook door Berbermannen in West-Afrika. Het zou een symbool van onderdrukking zijn, of een uiting van onwil tot integreren. Geert Wilders lust ze rauw. Werkgevers willen er vaak niet aan, want het zou niet representatief zijn. Een andere lezing is dat het juist voor emancipatie staat. Kortom, hoe een eenvoudig stukje stof heel veel stof doet opwaaien.
Op de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam werd de discussie over hoofddoeken erg heftig toen er een verbod op het dragen ervan in de lucht hing. Het college van bestuur vond dat een hoofddoek het contact tussen student en docent zou belemmeren. Studenten reageerden vilein dat ook naveltruitjes en korte rokjes dat contact in de weg konden zitten. En zodoende werd ook een verbod op naveltruitjes en korte rokjes aan het voorstel toegevoegd.
Maar de vrijheid van godsdienst dan? Waarom doet het onderwijsveld altijd zo paternalistisch over kleding? Waarom mogen T-shirts met antichristelijke teksten of afbeeldingen wel? En waarom gaat het alleen om de kleding van vrouwen? Studenten en docenten buitelden over elkaar heen van verontwaardiging en ongeloof. Carin van der Ploeg, USR-lid ten tijde van de onderhandelingen: ‘Ik vind dat binnen de Vrije Universiteit
tekst: Freek Bersch en Rian Hagebeuk
studenten hun geloof moeten kunnen uiten, mits dit gebeurt op een redelijke wijze. De VU doet er ook goed aan de ruimte te geven aan alle verschillende geloven die de VU kent. Dat maakt de VU dan ook een echte vrije universiteit. Studenten met een hoofddoek dienen hier dan ook de ruimte te krijgen.’
Andere monniken, gelijke kappen Aan de andere kant van de vuurlinie is het van hetzelfde laken een pak.
Toen de islamitische Samira Haddad bij het Islamitisch College Amsterdam (ICA) solliciteerde, werd ze afgewezen omdat ze geen hoofddoek draagt. Gek genoeg hoeven niet-moslimdocenten van de school weer geen hoofddoek te dragen. De afwijzing was dan ook onterecht, zo oordeelt de Commissie Gelijke Behandeling. Het ICA wil dat alle moslimdocentes een hoofddoek dragen, als voorbeeld voor de leerlingen. Dat is zelfs statutair vastgelegd. Maar als Samira Haddad geen moslima zou zijn, had ze niet met een hoofddoek voor de klas hoeven te staan. De school handelde daarom niet vanuit bepaalde religieuze grondbeginselen, aldus de commissie. Het onderscheid tussen moslimdocentes en niet-islamitische leerkrachten is bij wet verboden, zegt commissievoorzitter Alex-Geert Castermans. Het ICA is ‘niet gelukkig’ met de uitspraak en beraadt zich erop. Het advies van de commissie is overigens niet bindend. De school is dus niet verplicht de docente Arabisch alsnog in dienst te nemen. Maar dat is voor Samira Haddad ook niet zo belangrijk: ‘Ik voelde mij gediscrimineerd omdat ik niet werd aangenomen vanwege het feit dat ik geen hoofddoek wil dragen. Het ging mij vooral om het principe. Ik ben blij dat ik daarin ben gelijkgesteld.’
In een andere zaak stelde de Commissie Gelijke Behandeling een katholieke school in het gelijk die juist het dragen van een hoofddoek door leerlingen verbood, omdat het indruist tegen de katholieke geloofsovertuiging van de school. Een niet-openbare school mag in Nederland vanuit haar geloofsopvatting bepaalde kledingvoorschriften opleggen aan onderwijzers en leerlingen. Ook openbare onderwijsinstellingen kunnen bij uitzondering bepaalde kleding verbieden. Zo mocht een regionaal opleidingscentrum in Amsterdam leerlingen het dragen van een gezichtssluier verbieden, omdat deze sluier de ogen en het gezicht bedekt en daardoor de communicatie belemmert.
‘Het gaat niet om een leeg lokaal’ Is het redelijk als moslimmeisjes op een openbare school willen bidden tijdens de pauze? En als ze daarvoor een lokaal willen gebruiken? Deze vraag leidde in 1999 tot een rel toen de school het verzoek afwees, onder het mom van ‘bidden doen we thuis, niet hier op school’, waarna de meisjes juist van Nederlandse klasgenootjes veel steun kregen. Deze wens om een gebedsruimte is te lezen als een uiting van zich afzetten tegen de omgeving die hen niet accepteert. Door de afwijzing