Lerend spelen / spelend leren

Page 1

Lerend spelen/spelend leren

In het dagelijkse leven zijn ouders maar ook leerkrachten soms geneigd het leervermogen van het kind te onderschatten en het anderzijds te overschatten.


Deze informatie is samengesteld aan de hand van stencils, gebruikt op de Klos in Tilburg in de periode 1970-1975, waarin helaas geen bronnenboek(en) vermeld werden. Mijn grote dank gaat uit naar mijn didactiek- en methodiekdocenten: Ank van den Berg, Petri Bloemkolk en Jos Bartels die ons op inspirerende wijze al deze kennis hebben bijgebracht. April 2019, Erica Ritzema.

KLOSkennis: Lerend spelen/spelend leren

2

01-2019 LB


Lerend spelen/spelend leren Er zijn vele publicaties en boeken verschenen over de psychologie van het leren. De resultaten van wetenschappelijk onderzoek op dit terrein zijn van belang voor de inrichting van ons onderwijs. In het dagelijkse leven zijn ouders maar ook leerkrachten soms geneigd het leervermogen van het kind te onderschatten en het anderzijds te overschatten. Dat laatste gebeurt nogal eens op het gebied van de intellectuele ontwikkeling, wanneer kinderen te vroeg geconfronteerd worden met leerstof die nog ver boven hun bevattingsvermogen ligt en te abstract is. Een gedeelte ervan wordt hen door middel van veel herhaling aangeleerd, maar het geleerde ook toepassen in een ander verband of in een andere situatie lukt dan niet. De wendbaarheid om het aangeleerde in een afwijkende context te gebruiken ontbreekt nog. Onderschatting van het leervermogen vindt plaats waar volwassenen menen dat een kind iets nog niet kan leren en het kind daarom de noodzakelijke prikkels onthouden die het leerproces op gang moeten brengen. Ook treffen we onderschatting aan wanneer volwassenen het kind niet de gelegenheid geven tot zelf ontdekken en iets zelf uit te vinden. Met veel woorden, ingewikkelde uitleg en omslachtig voordoen proberen zij dan het doel te bereiken dat het kind (als het zelf de regie had gehad), op zijn manier, op zijn tijd, en dus passend bij zijn wezen, zelfstandig en daardoor beter had kunnen leren. De volwassenen stichten op deze wijze verwarring in plaats van verheldering te geven.

KLOSkennis: Lerend spelen/spelend leren

3

01-2019 LB


Hoe kunnen we dan als leerkrachten en andere opvoeders het beste aansluiten bij de actuele ontwikkeling van het kind en hoe kunnen we het kind hierin begeleiden en stimuleren? Wilhelmina Nijkamp beschreef dit in 1971 al uitvoerig in haar boek “Perspectieven van het Kleuteronderwijs deel 1”. Wanneer we haar opvattingen ten aanzien van de ontwikkeling van het kind en de daarbij horende kleuterdidactiek opnieuw zouden toepassen zou in die zin het onderwijs aan kleuters weer herstellend en aansluitend kunnen worden! Zij beschreef en legde verbanden tussen de volgende verschijnselen:

Rijping – voeding – ontwikkeling – oefening – prestatie Rijping Rijping wordt omschreven als: in aanleg gegeven opeenvolging van verschijnselen, die veroorzaakt worden door inwendige prikkels van het zenuwstelsel. Met andere woorden rijping is een proces dat zich van binnenuit voltrekt. Voeding Voeding bestaat niet alleen uit eten en drinken maar uit alle prikkels die van buitenaf op het organisme inwerken en het rijpingsproces kunnen bevorderen. Kunnen staat hier schuin gedrukt omdat men een kind niets kan leren als zijn zenuwstelsel nog niet genoeg gerijpt is om de voeding (prikkels) die wordt toegediend tot zich te kunnen nemen en te verteren (verwerken).

KLOSkennis: Lerend spelen/spelend leren

4

01-2019 LB


Dit lijkt zeer theoretisch, maar kan met een extreem voorbeeld worden toegelicht: een baby van vier weken kun je immers niet leren schilderen. Met leren wordt hier bedoeld dat het kind in een situatie gebracht wordt, waarin het zich met enige moeite, maar op een natuurlijke en ontspannen wijze een vaardigheid eigen kan maken. Natuurlijk bestaan er ‘wonderkinderen’, die op hun tweede al viool kunnen spelen of dan al leren skiën. Zoals er door de eeuwen heen altijd volwassenen geweest zijn die er van overtuigd waren dat je kleine kinderen veel vroeger dan gebruikelijk iets kunt leren. In hoeverre de integriteit van de persoonlijkheid schade lijdt door een dergelijke eenzijdige en geforceerde training door volwassenen zal altijd wel een vraag blijven. Door eerzucht of onwetendheid van de opvoeder(s) loopt het kind gevaar andere, in de aanleg aanwezige mogelijkheden, niet te kunnen ontwikkelen. De gezonde harmonische ontplooiing van de persoonlijkheid kan daardoor ernstig worden verstoord met gevolgen zoals klachten van lichamelijke (stotteren) en/of geestelijke (onzekerheid, faalangst, nervositeit) aard. Overbelasting aan de ene en onderbelasting aan de andere kant hebben altijd een verstoord evenwicht tot gevolg. Rijping en voeding moeten dus op elkaar zijn afgestemd. Dat is een voorwaarde voor een gezonde ontwikkeling.

KLOSkennis: Lerend spelen/spelend leren

5

01-2019 LB


Ontwikkeling Ontwikkeling ontstaat door een samenspel van inwendige rijpingsprocessen en toegediende voeding (prikkels uit de buitenwereld). Om zich te kunnen ontwikkelen hebben lichaam en geest voeding nodig. Voor die voeding is een kind aangewezen op de buitenwereld. Er is echter nog een zeer belangrijke vierde factor die door het kind zelf tot stand moet worden gebracht namelijk de oefening. Oefening Oefening wil zeggen dat het zenuwstelsel van het kind zodanig moet kunnen reageren op de prikkels van buiten, dat die opgevangen, verwerkt en vervolgens in de totaliteit van het kind opgenomen kunnen worden. Die verwerking is een vorm van oefenen. Het is dus niet alleen uitsluitend rijping en voeding die de ontwikkeling tot stand brengen maar daarnaast moet het kind de ruimte krijgen om in alle rust te oefenen, zonder dat het alweer met een volgend pakket aan nieuwe informatie om de oren wordt geslagen. Het moge duidelijk zijn dat een leerkracht die dit proces observeert veel te weten kan komen over de persoonlijkheid van het kind. Aangezien het kind de ruimte krijgt om zich vaardigheden eigen te maken, zonder dat die direct zijn opgelegd, kan het veel meer zichzelf zijn en daardoor laat het ook meer van zichzelf zien. Zo kun je bijvoorbeeld ontdekken of een kind nieuwsgierig, zelfstandig, ondernemend, creatief, moedig, gemotiveerd en/of kritisch is. Eigenschappen die naast cognitieve KLOSkennis: Lerend spelen/spelend leren

6

01-2019 LB


vaardigheden ook nog altijd van groot belang zijn voor het leerproces (en voor de persoonlijke ontwikkeling). Prestatie Prestatie komt tot stand doordat de oefening van en door het kind zelf op een bepaald ogenblik geleid heeft tot het beheersen van een vaardigheid. Zodra dit het geval is kan het kind weer andere prikkels verwerken, andere vaardigheden oefenen en tot nieuwe en andere prestaties komen. Dus op een ander niveau gaan werken. Aan iedere vorm van leren gaat een andere vorm van leren vooraf. Voor de kleuterdidactiek betekent dit dat de leerkracht moet weten wat eerst en wat daarna geleerd kan worden. Hieronder een voorbeeld: 1

Een pasgeboren baby ligt in een wieg, box of kinderwagen. Deze baby is een ‘plat’ kind. De baby brengt zijn leven namelijk in horizontale houding door. Zijn zenuwstelsel is nog onvoldoende gerijpt om impulsen naar de spieren te zenden die in actie moeten komen om het kind te leren zich op te richten. De baby weet nog niet eens dat die mogelijkheid bestaat. Dank zij een goede voeding en een liefdevolle verzorging leert het kind eerst zijn hoofd, dan zijn schouders en ten slotte zijn hele romp op te richten. Uit nieuwsgierigheid, uit behoefte aan contact met zijn opvoeder wordt op deze wijze gereageerd op prikkels uit de buitenwereld.

KLOSkennis: Lerend spelen/spelend leren

7

01-2019 LB


2

Dan komt het kind van zitten tot staan. Het trekt zich op aan de boxrand of aan een ander steunpunt omdat het letterlijk op ‘hoger niveau’ wil kijken en/of contact maken. Doordat de baby nu op een hoger niveau kijkt en dus een wijdere horizon heeft, kan hij ook voorwerpen in de verte zien die hij wil aanraken. Die blikvanger is voor het zenuwstelsel een prikkel met aantrekkingskracht die als gevolg heeft dat er een nog ongeoefende, aarzelende loopbeweging tot stand komt in de richting van de blikvanger. Het kind is nu zover gerijpt dat het steeds meer loopbewegingen gaat maken. Het kind leert lopen. Nog wankelend, wijdbeens voor de balans, onzeker en onbeheerst dribbelt het kind na enige oefening rond. Door met vallen en opstaan veel te oefenen wordt lopen een automatische beweging die door het kind beheerst wordt en die het inschakelt om letterlijk en figuurlijk allerlei doelen te kunnen bereiken.

KLOSkennis: Lerend spelen/spelend leren

8

01-2019 LB


3

Een vierjarige die op de basisschool komt, is zich er niet eens meer van bewust dat hij kan lopen. Hij is vergeten dat er een periode was dat hij het niet kon en er een volgende fase heeft bestaan waarin hij het moest leren. Nu loopt hij. Hij kan ook al ergens op klimmen, dus wĂŠĂŠr een hoger niveau opzoeken waarvan hij dan weer af springt. Ook dit moest geleerd worden: ergens opklimmen en er dan weer heelhuids vanaf zien te komen. Spannend! De meeste vierjarigen kunnen al wel rennen en springen maar nog niet huppelen d.w.z. ritmisch verend het lichaamsgewicht van het ene op het andere been overbrengen. Dat deze bewegingsvorm afhankelijk is van rijping van het zenuwstelsel wordt duidelijk als je een drie- of vierjarige bij de hand neemt en probeert het kind met jou mee te laten huppelen, al dan niet op de maat tellend. Het kind springt een beetje naast je op

KLOSkennis: Lerend spelen/spelend leren

9

01-2019 LB


beide voeten en gaat na een tijdje over in een soort galoppas. 4

Rond het vijfde levensjaar kunnen veel kinderen huppelen zodra ze een huppelritme horen. Zonder uitleg, zonder nadrukkelijk voorbeeld kan het kind huppelen. Door veel oefening is het kind nu in staat om deze gecompliceerde beweging zelfstandig uit te voeren. Jongens zijn hiermee soms wat later dan meisjes.

Het hele proces is hierboven veel eenvoudiger voorgesteld dan dat het zich in werkelijkheid voltrekt. Leren is een complex gebeuren waarbij veel factoren een rol spelen. Dit is vooral het geval tijdens de eerste zeven levensjaren waarin zo onnoemelijk veel vaardigheden, tegelijk en vlak na elkaar veroverd moeten worden. KLOSkennis: Lerend spelen/spelend leren

10

01-2019 LB


Omdat er veel studies gedaan zijn over het leerproces bestaan er ook vele definities. Een zeer bruikbare voor de kleuterdidactiek is:

Leren Leren is een proces met duurzame resultaten, waaruit nieuwe activiteiten kunnen ontstaan en al bestaande handelingen kunnen wijzigen of eventueel verbeteren.

Uitgangspunt voor een leerproces Vaak is het uitgangspunt voor een leerproces: • iets niet kunnen, iets niet weten; • daardoor geprikkeld worden tot proberen; • dat bij een klein succes leidt tot; • intensief oefenen, dat weer; • prestatie teweeg brengt. Hier vinden we de schakel tussen het leren en spelen van de kleuter. Doordat het kind iets ziet, voelt of doet wat nieuw voor hem is, komt het kind tot spelen. Vaak is het toeval aanleiding tot de inzet van een leerproces. Het ‘nieuwe’ is voor een kind een prikkel die hem stimuleert tot actie. Het gevoel iets nog niet te kennen of kunnen leidt tot nader onderzoeken en zorgt ervoor dat het kind na verkenning van het ‘nieuwe’, met enig positief resultaat, zoekt naar herhalingen. Wat wij als volwassenen kinderspel noemen is in feite een onderzoekende leerhandeling die zich voltrekt tussen het kind en zijn omgeving. Daarbij is het totale kind betrokken, niet alleen zijn ogen, handen of benen. KLOSkennis: Lerend spelen/spelend leren

11

01-2019 LB


Al handelend doet het kind ervaringen op die het gevolg zijn van zijn handelen. Deze ervaringen blijven in zijn kortetermijngeheugen hangen en vormen door veel oefening langzamerhand structuren van beelden en voorstellingen die worden opgeslagen in zijn langetermijngeheugen. Omdat die ervaringen zich steeds uitbreiden, wijzigen deze voorstellingsstructuren zich ook voortdurend. Ze breiden zich uit, vormen combinaties van structuren en verdelen zich in deelstructuren die dan weer met andere structuren of deelstructuren gecombineerd worden. Voorbeeld van een voorstelling vanuit het geheugen: Max van 6 jaar speelt met constructiemateriaal bestaande uit onderdelen van verschillende lengte. Max heeft al eerder ervaren dat hij, wanneer hij lukraak onderdelen kiest om KLOSkennis: Lerend spelen/spelend leren

12

01-2019 LB


bijvoorbeeld een huis te maken, een scheve constructie krijgt. Deze scheve constructie ontstaat, omdat hij op de vier hoeken onderdelen gebruikt die verschillend van lengte zijn. Dit gebeurt een aantal keer. Zijn juf laat hem dat verschil wel zien, maar tijdens zijn spel verliest hij zich in het monteren en vergeet de voorwaarden. Totdat hij zich (op 'n keer) vooraf realiseert dat hij, wanneer hij lukraak wat pakt, een scheve constructie krijgt. Meten is weten. Sinds dat moment (we noemen dat een aha-erlebnis) kijkt hij eerst in de doos voor hij een onderdeel pakt. Het stadium van de onderdelen telkens met elkaar vergelijken is kort. Hij verricht de meethandeling al snel in gedachte op basis van zijn herinneringen.

Het herhalen van de handelingen van een kind wordt ook wel leren door trial en error (gissen en missen) genoemd. Na het eerste succesje zie je vaak dat de kleuter de handeling of KLOSkennis: Lerend spelen/spelend leren

13

01-2019 LB


activiteit steeds weer opnieuw wil uitvoeren. Na de eerste keer weet het kind namelijk nog niet zo goed hoe hij tot zijn succes is gekomen. Het kind moet dit steeds weer opnieuw herhalen totdat zijn handelingspatroon voor hem duidelijk is. Daarna heeft het kind nog steeds bevestiging van zijn kunnen nodig, dus ook nog steeds behoefte aan herhaling. Het kan ook voorkomen dat het voor het kind na de eerste keer al duidelijk is, of dat het kind van zijn handeling afziet omdat het ervaren heeft dat het effect voor hem onaangenaam is. Het kan ook voorkomen dat een kind plotseling met een probleem wordt geconfronteerd en meteen weet hoe hij dit moet oplossen. Het inzicht breekt dan ineens door en er bestaat geen twijfel aan de juistheid van de oplossing. Een voorbeeld: Onder het klimrek hebben Roos en Liam een “hut” ingericht met autobanden. Ze hebben een oud laken over het klimrek gelegd. Door de wind waait het dak echter steeds weg. Roos en Liam vinden dat vervelend en bespreken hoe ze het kunnen oplossen. Ze hebben nog niet eerder zo’n soort hut gemaakt dus deze situatie is nieuw. Opeens zegt Liam “ik weet wat!”. Hij kruipt uit de hut, rent naar de leerkracht en vraagt: “Juf mag ik wasknijpers?”. Als hij die heeft gekregen loopt hij resoluut naar de vier hoeken, vouwt het laken er weer omheen en zet het vast. Ziezo, tevreden gaat hij samen met Roos in de hut zitten. Liam past de structuur van het ophangen van de was door zijn moeder toe op een ander probleem omdat hij een overeenkomst ziet. KLOSkennis: Lerend spelen/spelend leren

14

01-2019 LB


Wanneer de combinatie rijping + voeding gunstig is, vangt een leerproces aan. Een kind breidt al spelend op verschillende manieren zijn kennis en zijn vaardigheden uit: • Door verwerving. Het kind zoekt en vindt zelf uit wat het op een bepaald moment wil weten en kunnen. • Door de instructie en informatie die een ander het kind geeft.

Samenvattend betekent dit voor de kleuterdidactiek en methodiek dat: • de leerkracht moet weten wat eerst en wat daarna geleerd kan worden. Met andere woorden de leerkracht moet bekend zijn met alle ontwikkelingsgebieden en KLOSkennis: Lerend spelen/spelend leren

15

01-2019 LB


ontwikkelingsfasen van de kleuter zodat de didactiek kan aansluiten bij het individuele kind. • de leerkracht moet de ontwikkeling van het kind goed blijven observeren zodat hij/zij het kind niet onder- of overschat. • de voeding (prikkels) die de leerkracht het kind geeft, moet(en) aansluiten bij de oefening van het kind. • de leerkracht moet het kind, in een rijke speel- en leeromgeving, ruimschoots de gelegenheid geven om het zelf een bepaalde vaardigheid te laten oefenen om zo tot een ervaren prestatie te kunnen komen. De rol van de leerkracht hierin is begeleidend en stimulerend. Verwerving In een rijke speelomgeving leert een kind zeer veel vanuit zichzelf, door te onderzoeken wat het in handen krijgt, door te spelen en te oefenen met al het materiaal wat binnen en buiten beschikbaar is. Maar ook door het gedrag en reacties van de andere kinderen en de leerkracht. Dat, wat het kind door eigen ervaring heeft kunnen verwerven, raakt het nooit meer kwijt. En dat geldt eigenlijk ook nog voor volwassenen. Een ervaring komt veel dieper binnen dan een beeld of een geluid omdat er door brede beleving veel meer gebieden in de hersenen geactiveerd worden.

Succes, Erica Ritzema.

Foto’s B. Romberg en L. Boonstra KLOSkennis: Lerend spelen/spelend leren

16

01-2019 LB


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.