cepezed columns

Page 1

cepezed co umns

De columns in deze leporello vormen een selectie uit de bijdragen die cepezed-partner Ronald Schleurholts tussen januari 2015 en najaar 2019 schreef voor bouwkrant Cobouw. Met minimale verschillen in met name interpunctie zijn de teksten voor deze publicatie opnieuw geredigeerd. De columns Periodiek systeem der duurzaamheid en Laaghangend circulair fruit zijn zonder verschil in strekking wat ingekort en daarvoor op punten wat anders geformuleerd.

goed opdrachtgeverschap 8 mei 2017 Eén van de opmerkelijkste gebouwen van Frank Lloyd Wright (18671959) is zonder meer de Beth Sholom Synagogue in Elkins Park, Philadelphia. Ik bracht er recent een bezoek; met zijn hoge translucente kap op een betonnen onderbouw leek het gebouw als een zeilschip de luxe villawijk binnengevaren. Een plaquette in de entree getuigt van de nauwe samenwerking met rabbi Mortimer J. Cohen. Deze wenste een totaal nieuwe, werkelijk Amerikaanse synagoge los van de Europese tradities en conventies. Het verhaal wil dat architect en opdrachtgever een haast symbiotische samenwerking doorliepen: de vormgeving, ruimtelijke organisatie, het functioneren en de symboliek van het gebouw hangen nadrukkelijk samen. Het belang van goed opdrachtgeverschap is nauwelijks te overschatten. De ideale opdrachtgever is betrokken en verantwoordelijk, zorgt voor een locatie, budget en programma én spreekt zich uit over het bijbehorende gebruik. De architect weet zich op zijn beurt verantwoordelijk voor verrassende en doorwrochte oplossingen die binnen de kaders maximaal recht doen aan de wensen en ambities. Om uit niets iets tot stand te brengen, nemen opdrachtgever en ontwerper in open dialoog voortdurend grote en kleine beslissingen. Gelukkig hebben wij veel uitstekende opdrachtgevers. Maar de laatste tijd zien we nogal eens dat de opdrachtgeversrol schimmig is of zelfs nauwelijks invulling krijgt. Kaders zijn (soms bewust) onduidelijk en beslissingen blijven uit. In gelaagde organisaties raakt de communicatie gefilterd en vervormd; de doodsteek voor een goede samenwerking geënt op gedeelde ambitie, vertrouwen en respect voor elkaars expertise en belangen. Zelden leidt zo’n getroebleerd proces tot een bijzonder resultaat. Wij zeggen vaak ‘Iedere opdrachtgever krijgt het gebouw dat hij verdient’. Wright overleed een klein half jaar vóór de opening van zijn enige synagoge. Van de plaquette met de respectvolle vermelding van rabbi Cohen zal hij daarom niet de initiator zijn. Gezien zijn beruchte egocentrisme is het ook de vraag of hij ermee had ingestemd. Maar ze hangt er met recht: het gebouw toont onmiskenbaar wat goed opdrachtgeverschap vermag.

swingen in de bouw 22 januari 2015 Hij ligt weer in de bus, de uitnodiging voor het Gala van de Nederlandse Bouw. Bouwers, leveranciers, opdrachtgevers, architecten, adviseurs enzovoorts – iedereen treedt straks weer opgepoetst aan in het Utrechtse Beatrixtheater. Het doet me denken aan de documentaire van Louis Theroux over een groep swingers in de VS. Deze mensen organiseren feesten waarbij men in informele setting aan partner swapping doet. Zij houden zelfs lijsten bij met eigenschappen en voorkeuren, zodat er altijd mogelijkheden tot nieuwe partnerconfiguraties zijn. De huidige aanbestedingspraktijk voor grotere en complexere (semi) overheidsprojecten toont verrassende overeenkomsten met een swingersfeest: een in samenstelling vrij vaste poule van bouwers, facilitair dienstverleners, adviseurs en architecten gaat voor iedere DBFMO-tender of variant hierop een nieuwe paringsdans aan. Men houdt lijstjes bij en de kunst is om voor ieder project de juiste mix van partijen te verzamelen – niet te vroeg vastgelegd, maar ook niet te laat want dan vis je achter het net en sta je buitenspel. Consortia komen tot stand in grote vergaderingen met een interessante blik in elkaars keuken en meer inzicht in elkaars belangen en werkwijzen. De zoektocht naar de meest kansrijke combinatie levert vaak verrassende kruisbestuivingen en resultaten op. Niet zelden werk je met partijen of disciplines die je voorheen niet tegenkwam in een ontwerptraject of die zelfs je concurrent waren. Voor iedere speler is het daarbij steeds van belang zijn eigen identiteit in te brengen en zijn meerwaarde voor het project van dat moment aan te tonen. Onbedoeld neveneffect van het overheidsbeleid is wel dat de spoeling aan partijen dun is. Hoeveel grote bouwers in Nederland kunnen immers een DBFMOtraject aan? In dit licht raad ik u allen aan goed uit te kijken op de afterparty van het Gala van de Nederlandse Bouw: wie doet het met wie de komende tijd?

esoterische lulkoekbingo 19 maart 2015 Kent u de lulkoekbingo nog? Het spel kwam zo half jaren negentig op en veegde tijdens vergaderingen de vloer aan met hoogdravend, omsluierend of rechtuit betekenisloos jargon. Wie het eerst een x-aantal opgeblazen, pseudo-intellectuele termen in het taalgebruik van zijn medevergaderaars registreerde, riep hardop ‘Bingo!’ en had gewonnen. Tijden van crisis nodigen uit tot bezinning en zelfreflectie; in de afgelopen jaren is dan ook een steeds breder spectrum van allerlei soorten managementcursussen en -verbeteringstrajecten ontstaan, waarbij de soms nogal pompeuze terminologie vanzelfsprekend niet van de lucht is. De website van een Lean-programma waarvoor ik recent werd uitgenodigd, lijkt wel een voorgedrukte bingokaart. Opvallende nieuwkomers in de lingo zijn daarbij Japanse frasen als kaizen, kaikaku, kanban en poka yoke. Is dit toeval? Natuurlijk is de naoorlogse transformatie van de Japanse economie indrukwekkend en biedt het land treffende voorbeelden van effectieve management- en kwaliteitsbeheerssystemen. Maar het gebruik van genoemde termen neigt toch ook naar het esoterische en ongrijpbare van een geloof. Als je geld wilt verdienen, begin dan een religie, wist voormalig sciencefictionschrijver L. Ron Hubbard al. Zijn Dianetics-methodieken voor levensgeluk, de daaruit voortvloeiende Scientology Church en bovenal het bijbehorende, sektarische verdienmodel geheel gestoeld op inwijding, inkapseling en suggestiviteit maakten hem vervolgens tot multimiljonair. Ondernemen in moeilijke omstandigheden vraagt erom met een heldere visie flexibel in te spelen op de veranderende context. Organisaties die efficiënt kunnen meebuigen en zo in verschillende situaties meerwaarde bieden, zijn daarbij succesvol. Dit vraagt onder meer om een professionele grondhouding, hard werken, creativiteit en een open geest, maar vooral ook om een grote dosis gezond verstand. Wie zijn heil te zeer zoekt in cursussen of een geloof, komt veelal bedrogen uit, maar vult wel sneller zijn bingokaart.

prijzenfestijnen 29 mei 2017 U kent ze wel, de loterijenveloppen met knallende boodschappen als ‘Gefeliciteerd, u heeft de hoofdprijs gewonnen!’ Je hoeft maar te bevestigen om een stevig bedrag of een fijne middenklasse auto te bemachtigen. Alleen de kleine lettertjes berichten over de verplichting tot langdurige afschrijvingsmachtiging en wat kleine voorbehouden die het winnen toch vooral tot een bescheten kans degraderen. Het architectuurprijzenseizoen is momenteel vol op stoom; recent won mijn bureau de Amsterdam Architectuur Prijs en deze week nog waren we in de race voor het BNA Beste Gebouw van het Jaar. Op LinkedIn lopen mijn notificaties over met winnaars over de volle breedte van het vakgebied. Met de Provada in gang en de bouwvak nog op afstand volgt er de komende tijd ongetwijfeld nog een reeks prijzen voor gebouwen, ontwerpen, ontwikkelingen of opdrachtgeverschap. Prijzen voor architectuur en de gebouwde omgeving zijn prima en genereren vaak veel verdiende aandacht voor projecten. Omdat de organisatie ervan nu eenmaal geld kost, betalen deelnemers meestal een geringe inschrijfsom. De deelname aan sommige architectuurprijzen vertoont echter veel overeenkomst met die aan de grote loterijen: de organisatoren voeren een agressieve marketing en je moet fors betalen terwijl de winkans uiterst klein is. De grotere commerciële prijzenfestijnen huren dan nog wel bijzondere locaties af en een jury met gerenommeerde namen in. De afgelopen tijd werden we geconfronteerd met onderscheidingen die het wel heel bont maken. Vanuit Duitsland en de UK bereikten ons nominaties voor imposant klinkende maar volslagen onbekende designprijzen. De status ervan werd onderstreept met fraai gestileerd, op de doelgroep toegesneden drukwerk, dat ondanks de onmiskenbare kwaliteit deed denken aan loterijfolders. Nog een loterijelement: we hoefden onze nominaties alleen maar te ‘activeren’ middels overschrijving van een aanzienlijk bedrag. Daarvoor zouden we dan wel verzekerd zijn van resultaat: hoe hoger het bedrag, hoe hoger de prijs, van eervolle vermelding tot gold winner!

bord voor de kop

trots

23 juni 2017

23 augustus 2017

De Nederlandse poldercultuur is zowel beroemd als berucht. Een veelheid aan betrokkenen zoekt hierin tijdens lange vergaderingen eindeloos naar consensus, om die in een volgend overleg nog eens uitgebreid te heroverwegen. De methodiek is vermaard geworden vanaf de jaren tachtig, maar gaat terug tot aan de middeleeuwen.

Bij ons op kantoor doet zich momenteel een kleine geboortegolf voor. Beschuit met roze of blauw is inmiddels wekelijkse kost. Of dit een teken is van hersteld consumentenvertrouwen, het resultaat van een groeiend personeelsbestand of gewoon een toevallige samenloop van omstandigheden, laat zich vooralsnog raden. Zeker – en mooi om te zien – is wel dat elke jonge vader of moeder steevast overloopt van trots op iedere keer weer de mooiste baby ter wereld.

Ook in hedendaagse bouwprocessen vergadert men nog altijd lang en met veel mensen tegelijk. De huidige focus op samenwerking en integraliteit lijkt het zelfs allemaal alleen maar erger te maken; alsof die vanzelf komen wanneer je maar zoveel mogelijk disciplines langdurig in dezelfde ruimte zet. In de praktijk leidt één en ander er vooral toe dat slechts een beperkt aantal aanwezigen het woord voert, terwijl de rest in passiviteit vervalt; murw geslagen door de duur en breedte van het overleg. Zelf geef ik er daarom veruit de voorkeur aan met een beperkt aantal mensen in een beperkte tijd intensief een beperkt aantal onderwerpen of facetten te bespreken. Voor ‘mee-vergaderaars’ is er inmiddels wel een handig fenomeen het palaveren ingeslopen: de geopende laptop pontificaal op tafel. Tot voor kort was het nog onbeschoft om tijdens een overleg naar je computer te turen en was een steelse blik op je smartphone de maximaal haalbare afleiding. Maar tegenwoordig kijkt niemand meer vreemd op als driekwart van het gezelschap achter een groot scherm zit, waarop aanwezigen ongetwijfeld ondertussen ook de mail lezen, voetbaluitslagen doornemen of mogelijk zelfs vakanties boeken. Soms vraagt je je bijna af of het niet teveel stoort wanneer je daar nog ‘doorheen vergadert’. Aan de andere kant zie ik ook wel de voordelen van het laptop-vergaderen-in-gezelschap. Het laat de mogelijkheid tijdens overleggen veel ander werk te verzetten. Dit kan niet anders dan resulteren in een aanzienlijke efficiëntieslag. En die maakt het misschien weer mogelijk in kleiner comité alsnog een onderwerp écht uit te diepen.

In de bouw heerst momenteel eenzelfde hausse van vruchtbaarheid en optimisme. Nog niet zo lang geleden werd er nog maar weinig gebouwd en werd hooguit met regelmaat het meest duurzame gebouw ter wereld aangekondigd. Nu lijkt het één groot conceptiefeest en staan de sociale media vol luidruchtige berichten over nieuwe plannen en projecten. De makers hiervan zijn steevast even trots op ieder kersvers project als genoemde jonge ouders op hun nieuwbakken spruiten. Maar in de echoput van de onlinewereld neemt deze grootsheid soms potsierlijke vormen aan. Wanneer een architectenbureau bijvoorbeeld laat weten supertrots te zijn op een gewonnen project, komt een verliezend finalist hier ras achteraan met een felicitatiebericht dat vooral inleiding is tot uiting van trots over de eigen, helaas niet-winnende inzending. Verschillende adviseurs posten hierop volgend weer berichten van trots over hun bijdragen aan zowel de winnende als verliezende inzendingen. Trotse bouwer, trotse constructeur, übertrots, overjoyed and delighted, proud teamwork, het is maar een greep uit het voorhanden trots-vocabulaire. Het is fijn dat er weer genoeg grond voor optimisme is, maar ik snak inmiddels wel naar communicatie met iets meer betekenis en een wat creatiever taalgebruik. Nog benieuwder ben ik overigens naar de volgroeide, gebouwde resultaten van al die in pril stadium aangekondigde projecten; ik hoop dat iedereen daarop net zo trots kan zijn als op de conceptie.

the wolf 2 november 2017 In de catchy gangsterfilm Pulp Fiction uit 1994 staan de karakters Vincent Vega (John Travolta) en Jules Winnfield (Samuel L. Jackson) op zeker moment voor een acuut en dramatisch probleem. Door een hobbel in de weg schiet Vega per ongeluk hun gijzelaar door het hoofd, waardoor hun auto op klaarlichte dag plots besproeid is met brein, bloed en schedelbeen. Enter The Wolf, een memorabele bijrol van Harvey Keitel. The Wolf is de ultieme problem-solver-to-call, die de penibele situatie met straffe hand efficiënt en doelmatig gladstrijkt. Huurlingen die specialistische klusjes opknappen blijken ook in de Nederlandse bouw te bestaan. Ik heb het dan niet over dagloners uit het voormalige Oostblok, maar over een zzp’er die ik nu bij verschillende projecten voor verschillende aannemers heb zien opduiken om bij opdrachtgevers de duimschroeven aan te draaien. De huurling arrangeert claims van vertraging, meerwerk en wijzigingen nog voordat er maar een paal de grond in is gegaan. En speelt daarmee natuurlijk handig in op tijdsdruk en de natuurlijke neiging van opdrachtgevers juridische procedures te mijden. De precieze motieven voor deze modus operandi zijn onduidelijk. Is het een vertragingstactiek omdat de bouworganisatie nog niet is opgetuigd terwijl er wel verplichtingen liggen? Heeft de aannemer te laag ingeschreven en moet daarop vanaf moment één gecorrigeerd worden? Natuurlijk heeft ook de bouwer recht op een gezond project; wijzigingen, vertragingen door derden en onvoorziene omstandigheden zijn verrekenbare aspecten waarover in redelijkheid afspraken gemaakt moeten worden. Eventuele discussies daarover mogen alleen niet een proactieve, schadebeperkende aanpak belemmeren. En daar ligt direct het verschil tussen de twee typen fixers: waar The Wolf een echte puinruimer is die obstakels gezwind elimineert, werpt zijn Nederlandse bouwvariant juist problemen op om die vervolgens in te zetten als pressiemiddel.

chinese bouwsnelheden

passen en meten

2 juni 2015

Vooropgesteld dat er natuurlijk positieve uitzonderingen zijn, heeft ons architectenbureau er bijna dagelijks last van dat installatieadviseurs de grootste liability binnen het ontwerpproces vormen. Vaak niet vooruit te branden en als men dan eindelijk productie levert, schort het aan kwaliteit. In overlegsessies overeengekomen zaken zijn niet verwerkt, tekeningen hebben omissies en strijdigheden. Dit roept vanzelfsprekend ergernis op, want het vraagt om voortdurend aanjagen, bijsturen en corrigeren. Voor dat laatste is vaak geen tijd meer, wat in de uitvoering leidt tot ad hoc damage control.

Op internet circuleren time-lapse video’s waarin Chinezen in ontstellend korte perioden ontstellend grote gebouwen realiseren: in 19 dagen een 57 verdiepingen tellende wolkenkrabber. Voor ons tobbers in het oude Europa spreekt het zeer tot de verbeelding wat men in het land van de draak met prefabricage en vooral ook veel mens- en machinekracht voor elkaar krijgt. Zo snel als de Chinezen kunnen wij het bij lange na niet, maar ook hier gaat het steeds sneller. Het tempo van ontwerp- en uitvoeringsprocessen is de laatste tijd enorm opgevoerd. Op ons bureau speelt recent een aantal projecten met een doorlooptijd van zes à acht maanden van eerste schets tot ingebruikname. In het beste geval ontstaat een momentum dat alle betrokkenen, van opdrachtgever tot gebruikers, ontwerpers en bouwers stimuleert tot een ‘flow’ waarin zij elkaar goed ‘verstaan’, kleine verschillen gemakkelijk overbruggen en in een hechte samenwerking tot bijzondere resultaten komen. Maar lang niet altijd. Met de snelheid verdwijnt ook de ruimte voor variatie, voortschrijdend inzicht en verfijning. Bovendien kan niet iedereen voortdurend zo snel schakelen. Dit heeft vaak te maken met de organisatiestructuur en inhoudelijke betrokkenheid van participanten. Zo hebben de architect en aannemer veelal een fulltime team op een project, maar werkt een groot deel van de adviessector bij voorkeur met meerdere specialisten op hetzelfde moment aan een groot aantal projecten tegelijk. Dit leidt tot fragmentatie die een goed afgestemd, integraal ontwerp binnen een uiterst korte tijd behoorlijk in de weg kan staan. Ook de overlap tussen technische uitwerking en detaillering enerzijds en de vroegtijdige start van inkoop en uitvoering anderzijds zet de kwaliteit onder druk. De drastische, simultane inkorting van zowel voorbereidings- als uitvoeringtijd is veelal vragen om chaos. Een snelle, efficiënte uitvoering met lage faalkosten kan in het overgrote deel van de gevallen alleen met een zorgvuldige voorbereiding in de ontwerp- en bouwvoorbereidingsfase. Wellicht zijn dan Chinese bouwsnelheden te benaderen, maar met een West-Europese duurzaamheid en kwaliteit.

vraag en antwoord 22 februari 2018 Om tot een structureel hogere kwaliteit van het product ‘woning’ te komen, is ons bureau al sinds de oprichting in de jaren ‘70 bezig met verschillende slimme woningbouwsystemen op basis van industriële, geprefabriceerde elementen. Door de jaren heen hebben we diverse prototypen ontwikkeld en gebouwd, maar tot grootschalige toepassingen is het tot nog toe nooit gekomen. De industriële insteek van de woningbouw was steeds, zoals een architectuurcriticus het ooit formuleerde, ‘een briljant antwoord op een niet gestelde vraag’. De grote woningproductie is ondertussen gewoon doorgelopen; de gemiddelde doorzonwoning heeft zich in die tijd nauwelijks ontwikkeld, qua bouwtechniek noch plattegrond. Iedere andere zichzelf respecterende branche heeft zich ondertussen wel ontwikkeld. Zo is de auto van veertig jaar geleden op alle fronten laagwaardiger dan die van nu. Gebruiksproducten als camera’s en telefoons zijn onherkenbaar verbeterd en zelfs keukens en badkamers zijn ‘industriële producten’ geworden met een enorme kwaliteit en variëteit. Tijdens de economische crisis zijn er weinig woningen gebouwd, maar heeft zich wel een verfrissend verschijnsel voorgedaan: niet-traditionele partijen als jonge architecten zijn met succes in het ontstane gat gesprongen en hebben zelf nieuwe woningconcepten bedacht, ontwikkeld en laten bouwen. Ook bouwers zijn zich gaan herbezinnen. Het resultaat is een breed assortiment van smartlofts, superlofts en tiny houses, veelal met een grote afbouwflexibiliteit voor de bewoners. De tijd lijkt daarom rijp nu. Met de huidige vraag en druk op het productievolume liggen alle kansen voor een intelligente industrialisatie open; een industrialisatie waarin slimme bouwsystemen hoge kwaliteit en bouwsnelheid koppelen aan een maximale vrijheid van assemblage en indeling. De interessante paradox is dat deze industrialisatieslag wel eens tot veel minder gestandaardiseerd woningaanbod kan leiden dan de traditionele bouwproductie van de afgelopen decennia.

18 juni 2015

Naast dat ze bronnen van ergernis en kwaliteitsverlies zijn, roepen deze ervaringen vragen op. Met de opkomst van warmteterugwininstallaties, ventilatiesystemen, zonnepanelen en domotica nemen gebouwinstallaties de afgelopen decennia een steeds groter deel van de (ge)bouwkosten in. Hoe kan het zijn dat die intensivering van de installatiecomponent in zo’n schril contrast staat tot de dagelijkse adviespraktijk, waarin men zich beperkt tot onuitgewerkte principeschema’s, zonder afstemming van zelfs de eigen deeldisciplines? Hoe komen installatieadviseurs hier steeds mee weg? Mogelijk zijn de opdrachten niet voldoende specifiek omschreven. Daarnaast blijken de installatieadviesbureaus fragmentarisch georganiseerd; adviseurs moeten hun tijd over te veel verschillende projecten verdelen, interne specialisten worden niet gecoördineerd en de communicatie tussen adviseurs en tekenaars ontbreekt. Het hedendaagse modelleren in BIM legt de keerzijde van dit reactief, terughoudend en schematisch ontwerpen genadeloos bloot. Hier bestaat de schematische weergave immers niet meer: iedere component, of die nu bouwkundig, constructief of installatietechnisch is, neemt in het virtuele gebouw daadwerkelijk ruimte in en moet aansluiten op zowel de eigen als de aanpalende disciplines. BIM biedt daarmee ook een kans. Wanneer installatieadviseurs het modelleren niet meer beschouwen als opgedrongen kwaad, maar het omarmen als tool voor de fysieke inpassing van hun concepten, valt er een wereld te winnen. Concretisering en het nobele ambacht van het passen en meten vormen nu eenmaal een cruciaal onderdeel van het ontwerpen en technisch adviseren in de bouw.

copy-paste 1 oktober 2015 Knippen en plakken: niet alleen scholieren, studenten en spreekwoordelijk incidentele wetenschappers met serieuze reputaties doen het. Ook de bouwsector is de laatste jaren steeds verder doordrongen van een visieloze copy-paste-cultuur. De markt wordt steeds gekker en opdrachtgevers lijken regelmatig gedesoriënteerd en/of gedesorganiseerd. Uitvraagdocumenten zijn te hooi en te gras bijeengegaard en daarmee rommelig, onduidelijk, incompleet en op allerlei punten inconsistent. Zo komt het momenteel voor dat zelfs in de gunningsronde nog twijfel bestaat over wat een opdracht nu wel of niet precies behelst. Ook de tijdigheid van stukken is problematisch: nog onlangs kregen wij de wegingscriteria voor een grote ontwerpwedstrijd pas een dag voor de deadline toegezonden. Ongelogen! Niet alleen inhoudelijk, maar ook betreft proces- en contractvormen knipt en plakt men er lustig op los. De veelvuldige, regelmatig onlogische vermenging van klassieke ontwerpopgaven met multidisciplinaire opdrachten voor Total Engineering, Design & Build, Engineer & Build of zelfs DBFMOachtige taken- en prestatiepakketten resulteert daarbij soms in de meest exotische monstra. Ook is men niet te beroerd halverwege het traject nog eens volledig van insteek te veranderen. De combinatie van wanordelijk opgestelde stukken en fully freestyle gekozen contractvormen vormen een ware beproeving, waarbij je er soms maar voor kiest bij voorbaat af te zien van een opdracht of de kans daarop. Zo bleek aan de recente DBM-opgave voor de grootschalige renovatie van een stadskantoor bij nader inzien weinig te ontwerpen en lag bijvoorbeeld het volledige interieur al vast. Wie daar ook maar naar wees, riskeerde al strafpunten. Met contractexperimenten is niets mis. Ingestoken met een sterke visie, goed gecoördineerd en helder gecommuniceerd kunnen hybride contractvormen leiden tot uiteenlopende voordelen op het gebied van tijd-, kwaliteit- en budgetbeheersing. Maar juist visie, coördinatie en communicatie ontbreken veelal. Met als gevolg onder meer scheve verwachtingen, veel loos en dubbel werk, irritaties en uiteindelijk zelfs een lagere kwaliteit.

periodiek systeem der duurzaamheid

bouw bottleneck

20 maart 2018

16 juli 2018

Hedendaags ontwerpen betekent ook voortdurend je weg vinden in een wildgroei aan duurzaamheidssystematieken en -labels: van biobased, biomimicry, circulair, nul-op-de-meter en aardgasloos bouwen tot (B)ENG, CO2-neutraal, Cradle2Cradle, BREEAM, LEED, Frisse Scholen en de nieuwste in de reeks: Well.

Wie het nieuws volgt, zal de noodkreten niet zijn ontgaan: de bouwmarkt is overspannen, aanbestedingen mislukken en de levertijd en kosten van bouwproducten als heipalen en isolatiemateriaal rijzen de pan uit. Sommige bouwers verkeren door de bouwhype paradoxaal genoeg juist in zwaar weer; vaak worden ze na gunning van een project geconfronteerd met hogere inkoopkosten en langere levertijden dan waarmee ze bij inschrijving rekening hielden. Het tekort aan goed opgeleid en ingewerkt werkvoorbereidingspersoneel dat na de crisis in ontstaan, is hierin ook factor.

Al deze methoden beslaan verschillende delen van het duurzaamheidsspectrum, dat grofweg de gebieden materialenherkomst, energieverbruik, toekomstbestendigheid en gezondheid in de gebouwde omgeving omvat. Geen van de systemen is alomvattend; simpele zaken als het minimaliseren van materiaalgebruik en een efficiënte bouwmethodiek worden bijvoorbeeld maar ten dele getoetst en beloond. Opdrachtgevers schrijven de eisen en certificaten bij voorkeur in wisselende combinaties voor, ongeacht eventuele overlappen of onderlinge strijdigheden. Afgezien van de valide achterliggende ambities heeft de chaos aan labels ook een sterke marketingcomponent. Een heel legioen advies- en accreditatiebureaus verdient daar een dik belegde boterham aan. Niet verrassend daarom dat oude wijn nog wel eens uit nieuwe zakken wordt geschonken. De overvloed doet verlangen naar een overzichtelijk duurzaamheidssysteem dat niet trendgevoelig is én ruimte laat voor nadere invulling en specificatie. Van het vak scheikunde op de middelbare school herinnert u zich misschien nog het Periodiek Systeem der Elementen. Rudimentair ontwikkeld door Dmitri Mendelejev in 1870 is het de afgelopen eeuw steeds verder gevuld. Inmiddels zijn alle bekende chemische elementen erin geordend naar een combinatie van atoomnummers en elektronenconfiguratie. Dit binnen een eenvoudige opzet met clusters van vergelijkbare stofeigenschappen als metalen of edelgassen. Tot op de dag van vandaag zijn alle aardse materialen ertoe terug te voeren, biedt het een nuttig raamwerk voor de analyse van chemisch gedrag en wordt het in de natuurwetenschappen voortdurend gebruikt. Tijd ook voor een Periodiek Systeem der Duurzaamheid.

Het zijn dus onzekere tijden: hoe prijzen ontwerpers en bouwers het aanbestedingsrisico af en maken ze het beheersbaar? Te veel afprijzen maakt een plan al vóór aanbesteding onhaalbaar. Bovendien: welke marge is nog redelijk? Om inspanningen en –risico’s beheersbaar te maken, verwachten bouwers steeds vaker weer een goed uitgewerkt Technisch Ontwerp. Meer open processen met meer transparantie en minder tussenpartijen vormen ook een antwoord. Vanuit onze ontwerpmethodiek gebaseerd op geprefabriceerd bouwen, hebben wij sinds half jaren negentig altijd een deel van onze ontwerpen zelf gerealiseerd; partieel aanbesteed zonder hoofdaannemer. Een zusterbedrijf vervult in de rol van coördinerend adviseur de uitvraag, inkoop en uitvoering. Zowel het proces als de verhouding tussen kosten en kwaliteit zijn volledig inzichtelijk. Erg verfrissend. Een aantal van onze huidige projecten realiseren we ook weer op deze manier. Aanvankelijk beducht vanwege bovengenoemde marktberichten over schaarste en beschikbaarheid blijkt de praktijk verrassend anders: heipalen, betonvloeren, staalconstructies, gevels en installaties … alle pakketten blijken goed en tijdig leverbaar binnen de oorspronkelijke budgetten. Dit geeft te denken; ligt het echte knelpunt in de bouw misschien niet bij de producenten en leveranciers, maar juist bij de inkoopen werkvoorbereiding van de (middel)grote bouwbedrijven?


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.