5
1
Getallenkennis
LES 1 Getalbegrip tot 100 000
Doelen
1
1 De kinderen kunnen natuurlijke getallen tot 100 000 lezen en schrijven. 2 De kinderen kunnen de waarde van elk cijfer van een natuurlijk getal tot 100 000 bepalen en ze maken daarbij gebruik van de begrippen en de symbolen HD, TD, D, H, T en E. 3 De kinderen kunnen natuurlijke getallen tot 100 000 op een getallenas plaatsen. 4 De kinderen kunnen tellen, doortellen en terugtellen tot 100 000 met sprongen van machten van 10. 5 De kinderen kunnen getallen samenstellen met gegeven cijfers en hun positie. 6 De kinderen kunnen getallen tot 100 000 vergelijken en ordenen en de vergelijking voorstellen met =, ≠, > of <. WDgk3
Inzicht verwerven in natuurlijke getallen Tientallig stelsel, lezen en schrijven 9 - 10 Natuurlijke getallen lezen en schrijven tot 100 000
2
WDgk3
Inzicht verwerven in natuurlijke getallen Tientallig stelsel, lezen en schrijven 9 - 10 Inzicht verwerven in de tientalligheid en het plaatswaardesysteem van ons talstelsel en daarbij de termen en symbolen eenheid (E), tiental (T), honderdtal (H), duizendtal (D), tienduizendtal (TD), honderdduizendtal (HD), natuurlijk getal kennen en gebruiken
3
WDgk3
Inzicht verwerven in natuurlijke getallen Ordenen 9 - 10 Natuurlijke getallen tot 100 000 ordenen en op een getallenlijn plaatsen
4
WDgk2
Inzicht verwerven in tellen 6 - 12 Tellen, terugtellen en doortellen met onder meer sprongen van één, van twee, van vijf, van machten van 10
5
WDgk3
Inzicht verwerven in natuurlijke getallen Tientallig stelsel, lezen en schrijven 9 - 10 Inzicht verwerven in de tientalligheid en het plaatswaardesysteem van ons talstelsel en daarbij de termen en symbolen eenheid (E), tiental (T), honderdtal (H), duizendtal (D), tienduizendtal (TD), honderdduizendtal (HD), natuurlijk getal kennen en gebruiken 9 - 10 Natuurlijke getallen lezen en schrijven tot 100 000
6
WDlw5
Wiskundige gegevens correct en nauwkeurig interpreteren en wiskundige redeneringen op verschillende manieren weergeven Wiskundetaal 6 - 12 Symbolen zoals < > + - x : / = ≠ ÷ ( ) %) correct noteren en gebruiken
WDgk1
Inzicht verwerven in hoeveelheden Hoeveelheden vergelijken en sorteren 8 - 10 De vergelijking voorstellen met de symbolen =, ≠, <, >, binnen het getalbereik tot 100 000
1