NAAM: KLAS:
PROEFJES MET LUCHT
1 WAT IS LUCHT? PROEF 1: Wat heb je nodig? 1. 2. 3. 4. 5.
Een soepbord Een kaars en een kaarsenaansteker Een doorzichtige glazen pot Inkt Klei
Wat moet je doen? 1. 2. 3. 4.
Zet de kaars vast met klei op het bord. Giet water op het bord. Doe inkt in het water. Je ziet het water nu beter. Steek de kaars aan. Plaats de glazen pot over de kaars.
Wat denk je dat er zal gebeuren? Wat gebeurt er? De vlam van de kaars zal uitgaan. De vlam van de kaars blijft aan. Het water blijft in het bord. Het water stijgt in het glas. Het water gaat weg uit het bord.
Waarom gebeurt dit? Als de kaars brandt - niet brandt wordt een deel van de lucht, de zuurstof, verbruikt. Het water wordt dan door de luchtdruk in - uit de pot geduwd. Het neemt de plaats in van de verbrande zuurstof.
Besluit: Lucht kun je zien – proeven – ruiken – voelen. Zonder lucht kan niets - alles leven. Lucht bestaat vooral uit stikstof en zuurstof.
Wat vond je van deze proef? Ik heb iets bijgeleerd. Ik heb niets bijgeleerd. Het was gemakkelijk. Het was moeilijk.
1
PROEFJES MET LUCHT