UTILITIES NUMMER 01 - februari 2016 • ZEVENTIENDE JAARGANG
Technologie en economie in de energie-, water- en gassenmarkt
Henk Pool: ‘Industriewater staat hoog op strategische agenda DOW Terneuzen’ Overheid moet richting geven aan circulaire economie Industriële reststromen zijn rijke bron voor grondstoffen www.utilities.nl
LOGISTICON VERHUUR Opslag en dosering
Zand- & koolfiltratie
EUROPA’S GROOTSTE VERHUURVLOOT VOOR WATERZUIVERINGEN
Ultrafiltratie
Flotatie
Chemicaliën
Omgekeerde osmose
Uitgebreide keuze Voor de levering van installaties voor zowel korte als lange termijn verhuur, met capaciteiten van 1 tot meer dan 2000 m3/h voor toepassingen als: - Capaciteitsuitbreiding en/of back-up - Proefneming - Kwaliteitsverbetering Informeer naar Europa’s grootste verhuurvloot voor waterzuiveringen. logisticon adv a4.indd 1
Logisticon Verhuur b.v. +31 (0)184 608266 www.logisticon.com/nl/verhuur
02-12-15 09:56
i n h o u d
V E R D E R Industri毛le reststromen rijke bron grondstoffen
24
In een masterclass gaven Henri Spanjers en Cees van Rij niet alleen inzicht in het enorme arsenaal aan grondstoffen die uit de rijke stromen kunnen worden gewonnen, maar lieten ook zien dat watervalorisatie al in volle gang is. Industriewater in de circulaire economie
Interview Henk Pool DOW Benelux De Amerikaanse chemiereus DOW vestigde zich vijftig jaar geleden in zoutwaterdelta Terneuzen. Innovatie en samenwerking met publieke en private partijen zorgden ervoor dat het bedrijf zijn waterfootprint aanmerkelijk verkleint.
29
Nog nooit was de urgentie zo groot om het roer om te gooien. Klimaatwetenschappers waarschuwen al langer dat de opwarming van de aarde gevolgen heeft voor de toegang tot schoon, zoet water. Maar inmiddels voelen ook de sceptici de gevolgen van klimaatverandering aan den lijve. Sensoren meten degradatie middenspanningsnet 31
Stroomuitval in het middenspanningsnet heef doorgaans grote gevolgen voor huishoudens en de middenstand. Netbeheerders Liander en Enexis ontwikkelden samen met DNV GL sensoren die uitval kunnen voorspellen v贸贸rdat het daadwerkelijk plaatsvindt. Bavaria brouwt duurzamer en betrouwbaarder
8
32
Bavaria wil meer duurzame energieopwekking en installeerde een warmtepomp. De bierbouwer kan daarmee tot vijf procent van zijn energiegebruik terugdringen.
VASTE RUBRIEKEN Commentaar 5 Trending news 6 Technologie 12 Market Review 36 Agenda 37 In het volgende nummer 38
14
Warm welkom voor Akkoord van Parijs Terwijl in Nederland in de laatste maanden van het warmste jaar ooit gemeten de temperatuur menig koffietafelgesprek domineerde, werd er op globaal niveau -met een veelvoud van koffie en tafels- een historisch klimaatakkoord overeengekomen om een verdere verwarming van de aarde te reduceren.
20 Richting geven aan circulaire economie Als de Nederlandse overheid daadwerkelijk wil dat bedrijven duurzamer met hun watervoorziening omgaan, zou ze meer betrokkenheid moeten tonen. Zo concludeert het panel dat deelneemt aan de rondetafeldiscussie van het Watervisie Platform. Het zou al helpen als de overheid wat dichter bij het bedrijfsleven gaat zitten.
UTILITIES 3 nr. 1 - februari 2016
DE JONGH PIPESYSTEMS B.V. Toonaangevend en de specialist De Jongh Pipesystems is een dynamisch bedrijf, gespecialiseerd in PE-HD kunststofleidingsystemen voor gas- en waterdistributie, persriolering, druk- en vrijvervalbuizen, alsmede voor industriĂŤle toepassingen. Een gemotiveerd en goed opgeleid team met ruim 35 jaar ervaring in haar branche staat u graag te hulp.
Breed assortiment aan producten en diensten PE-HD kunststof leidingsystemen, hulpstukken, betonbescherming, gereedschappen, werkplaats en ADPRON ont- en beluchters Deskundig advies en ondersteuning op maat Tijdens de ontwerp-, plannings- en uitvoeringsfase Slim afleveren maakt montage eenvoudig en voordelig Prefab laswerk voorbereidingen zorgen voor tijdwinst
Een volledig aanbod Bekijk ons volledige aanbod van producten en diensten op www.dejonghpipesystems.nl
PE-HD kunststof leidingsystemen
Hulpstukken
Betonbescherming
Gereedschappen
Werkplaats
ADPRON ont- en beluchters
Het vertrouwende adres voor een gas- en waterdicht leidingnet
Postbus 11 - 4670 AA Dinteloord Sluisweg 2 - 4794 SW Heijningen Telefoon 0031 (0) 167 521739 Telefax E-mail
0031 (0) 167 521837 info@dejonghpipesystems.nl
Internet www.dejonghpipesystems.nl
Een goed begin Het jaar lijkt goed te beginnen. De olieprijzen zijn historisch laag en het zal niet lang duren voordat de gasprijzen volgen. Alle inspanningen om minder afhankelijk te worden van een aantal grote olieproducenten lijken hun vruchten af te werpen. Die grote olieproducenten voelen dan ook de gevolgen van de spectaculaire daling van 75 procent in anderhalf jaar tijd. Voor de Europese industrie, die wat betreft energieprijzen niet kon opboksen tegen de Verenigde Staten, betekenen de lage grondstof en brandstofprijzen een meevaller. Tegelijkertijd publiceert minister Kamp eindelijk zijn lang beloofde Energierapport waarin hij hamert op een energievoorziening die CO2-arm, veilig, betrouwbaar en betaalbaar is. Het rapport kijkt met een brede en integrale blik naar de energievoorziening en lijkt zo te zijn overgenomen uit eerder verschenen rapporten van de energie-onderzoeksbureaus. Een echte industrievisie is daar echter niet in opgenomen en voor de wegkwijnende WKK-installaties lijkt ook geen oplossing te worden gezocht. Grootste commentaar van de duurzame energie en milieulobby is dat het rapport wel een richting aangeeft voor de energievoorziening in 2050, maar geen concrete doelen en daaraan gekoppeld beleid stelt. Ze zeggen wel eens dat je het dak moet repareren als de zon schijnt en in het geval van de energievoorziening geldt dat ook. Investeren in besparende technologie mag nu economisch minder aantrekkelijk zijn, uiteindelijk haal je daar wel strategisch voordeel uit. Wat dat aangaat kan de energiewereld nog veel leren van de watersector. De utility is in Nederland doorgaans zo ruim voorhanden, dat het voorlopig geen extra aandacht krijgt van de minister van Economische Zaken. Desondanks heeft de industrie een interne drive om besparingen te realiseren, de strategische voorraad te beschermen en het milieu te ontlasten. De experts van beide kampen die ik spreek, zeggen dat ze veel van elkaar zouden kunnen leren. Helaas spreken ze elkaar maar zelden. Ik zou dan ook de gasbaronnen en energiereuzen willen uitnodigen op het Watervisie Congres om wat te leren van de waterboeren. David@industrieperspectief.nl
COLOFON zeventiende jaargang nummer 1 - februari 2016
Drukkerij PreVision Graphic Solutions
Utilities (8x per jaar) Technologie en economie in de energie-, water- en gassenmarkt
Advertentie-acquisitie Jetvertising BV Postbus 1890, 2280 DW Rijswijk T: 070 399 0000 - F: 070 390 2488 www.jetvertising.nl Arthur Middendorp: arthur@jetvertising.nl
Uitgever IndustriePerspectief Joke Smitstraat 12 2401 KN, Alphen aan den Rijn T: 06-51499670 info@industrieperspectief.nl Hoofdredactie David van Baarle 06-51499670 Vaste medewerkers Klaas de Jong, Cyril Widdershoven, Tseard Zoethout, Medewerkers aan dit nummer Sophie Dingenen, Margot Besseling Lay-out Klaas Dijkstra Inzet advies www.inzet-advies.nl
Abonnementen (excl. 6% BTW) Utilities verschijnt 8x per jaar. Nederland/België € 130,50 per jaar Introductie NL/B 25% € 98,- per jaar Overig buitenland € 155,Losse verkoopprijs € 18,50 Studenten € 38,50 Proefabonnement 3 mnd € 27,00 De abonnementenadministratie wordt verzorgd door: Abonnementenland Postbus 20 1910 AA UITGEEST Website: www.bladenbox.nl (nieuwe abonnementen) Website: www.aboland.nl (wijzigingen en vragen) T: 0900-ABOLAND (0900-22 65 263, 10 ct/min)
Opzeggen Dit magazine hanteert de opzegregels uit het verbintenissenrecht. Wij gaan er van uit dat u het blad ontvangt uit hoofde van uw beroep. Hierdoor ufacts wordt uw abonnement steeds manstilzwijgend met een jaar verlengd. Proef- en kennismakingsabonnementen worden niet automatisch verlengd en stoppen na het aantal aangegeven nummers. Opzeggen kan via www.aboland.nl, per post of per telefoon. De opzegtermijn is 8 weken voor het einde van uw abonnementsperiode. Als opzegdatum geldt de datum waarop uw opzegging door Abonnementenland is ontvangen. Indien u hierom verzoekt, ontvangt u een bevestiging van uw opzegging met daarin de definitieve einddatum van uw abonnement. Adreswijzigingen kunt u doorgeven via www.aboland.nl, per post of per telefoon. Overige vragen kunt u stellen op www.aboland.nl of neem telefonisch contact met Abonnementenland op.
Abonnementenland Postbus 20 1910 AA Uitgeest Tel. 0900-ABOLAND of 0900-226 52 63 € 0,10 per minuut Fax 0251-31 04 05 Site: www.bladenbox.nl voor abonneren of www.aboland.nl voor adreswijzigingen en opzeggingen. Abonnementenland is ook bereikbaar via Twitter. Stuur uw tweet naar: @Aboland_klanten. Prijswijzigingen voorbehouden. © IndustriePerspectief 2016 Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd zonder toestemming van de uitgever. ISSN: 1389-6385
UTILITIES 5 nr. 1 - februari 2016
Trending news op www.utilities.nl
1 Reorganisatie Cofely Noord door slechte olie- en gasmarkt
Door de slecht presterende olie- en gasmarkt is Cofely Noord in de problemen gekomen. Het bedrijf wil daarom fors reorganiseren in Noord Nederland. Er staan ruim 65 banen op de tocht. Dit blijk uit een brief van de vakbonden FNV Metaal en CNV Vakmensen aan hun leden. De vakbonden zijn door de directie van Cofely Nederland op de hoogte gebracht van de reorganisatieplannen. Volgens de directie heeft minder omzet in combinatie met margedruk geleid tot financiële verliezen. Er valt met name werk weg vanuit de NAM en daarmee worden ook de slecht presterende afdelingen en projecten geraakt. Zij werden juist gecompenseerd door de hoge opbrengsten van de NAM.
directeur henk pool van DOW Benelux spreekt op 2 R&D Watervisie 2016
De chemische industrie is de grootste waterverbruiker in Nederland, gevolgd door de voedings- en genotmiddelenindustrie. De koplopers in beide sectoren zijn zich zeer bewust van deze positie en nemen de verantwoordelijkheid om hun watergebruik terug te dringen, te verduurzamen of te verwaarden. Een goed voorbeeld hiervan is DOW Terneuzen, dat communaal afvalwater gebruikt als proceswater voor stoomproductie en koelwater. Maar het bedrijf gaat verder om de waterkringloop te sluiten en werkt daarvoor samen met vele publieke en private partners.
3 Aboutaleb opent innovatief hergebruikproject
Burgermeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam opende de onderzoeksinstallatie RINEW. RINEW draait om hergebruik: het scheiden van bruikbare grondstoffen uit lokaal afvalwater en opnieuw inzetten van de teruggewonnen grondstoffen. De installatie staat op het terrein van stadslandbouwbedrijf ‘Uit Je Eigen Stad’ in het Merwe-Vierhavensgebied. Gemeente Rotterdam, Evides Waterbedrijf, waterschap Hollandse Delta, de hoogheemraadschappen van Schieland en de Krimpenerwaard en van Delfland werken samen in dit bijzondere project, waarin zij een impuls geven aan het sluiten van de waterketen.
Sinds de Utilities-site weer volop actief is, kunnen we aan de statistieken zien wat de Utilities-lezer beweegt. Vanaf nu laten we de top tien zien van meest gelezen nieuwsberichten op www.utilities.nl. Blijf ons vooral volgen en blijf ook via Twitter reageren. Wie weet komt u uw reactie wel tegen in het trending news.
6 UTILITIES nr. 1 - februari 2016
rensoverschrijdend 4 Gonderzoek proceswater
Evides Industriewater, de Universiteit Gent en negen bedrijven in het grensgebied Nederland-Vlaanderen starten begin 2016 met ‘Improved’. ‘Improved’ staat voor: Integrale Mobiele PROceswaterunit Voor een Economische Delta. Het project heeft als doel om proceswaterzuivering uit verschillende waterbronnen te onderzoeken, zoals brak water en afvalwater.
neemt specialist in 5 SPIE natte infrastructuur over
Technisch dienstverlener SPIE neemt de Jansen Venneboer Groep over. Met deze overname verbreedt SPIE Nederland zijn kennis en competentie in de markt van de natte infrastructuur. Jansen Venneboer is een kennisintensief bedrijf gespecialiseerd in engineering, inspectie en onderhoudsmanagement. Het bedrijf heeft bijna honderd jaar ervaring in de productie, renovatie en het onderhoud van elektromechanische installaties, bruggen, waterkeringen en sluizen.
6
Ruim zes ton in 3,5 uur voor ontgassingsinstallatie
Het Rotterdamse bedrijf Bruinsma Freriks Transport heeft in 3,5 uur tijd via crowdfinance 659.000 euro opgehaald voor de innovatieve mobiele ontgassingsinstallatie Don Quichot. De ‘Don Quichot’ is een varende ontgassingsinstallatie voor binnenvaartschepen, chemicaliëntankers, boord/boord overslag en tankerterminals. Vanaf 2016 mogen binnenvaartschepen in Nederland niet langer ontgassen op de binnenwateren.
Braungart spreekt 7Mopichael watervisie 2016
Braungart is met name geinteresseerd in de terugwinning van fosfaten, omdat de manier waarop die nu worden gewonnen, verre van duurzaam is. Een aantal waterschappen wint al fosfaat terug uit de communale stromen en ook de industrie onderneemt actie om fosfaat of struviet uit de reststromen te halen.
8
HVC
en Boskalis bouwen bodemaswasinstallatie
HVC en Boskalis Environmental bouwen een grootschalige en volledig geïntegreerde bodemaswasinstallatie. De installatie wast bodemas van een afvalenergiecentrale en werkt deze dermate op dat het vervolgens als vrij toepasbare bouwstof kan worden gebruikt. De installatie is naar verwachting in de zomer van 2016 operationeel.
moderniseert 9 Essent Clauscentrale verder
Essent Energie Productie wil de bestaande eenheid A van de Clauscentrale te Maasbracht (gemeente Maasgouw) moderniseren tot een STEG-installatie (Stoom en Gasturbine), waarbij het vermogen van 640 MWe naar circa 1.350 MWe zal toenemen. Deze nieuwe installatie zal eenheid D worden genoemd.
10
NAM
vereenvoudigt platforms
NAM is bezig om zijn offshore productieplatforms in de Noordzee te vereenvoudigen. De platforms zijn nu nog voorzien van alle faciliteiten voor gasbehandeling, maar deze installaties worden verwijderd met een nieuwe watersnijtechniek. NAM gaat het aardgas op het centraal gelegen offshore-complex K14 behandelen om het vervolgens naar Den Helder te transporteren.
UTILITIES 7 nr. 1 - februari 2016
INTERVIEW De Amerikaanse chemiereus Dow vestigde
zich vijftig jaar geleden in zoutwaterdelta Terneuzen. Innovatie en samenwerking met publieke en private partijen zorgden ervoor dat het bedrijf zijn waterfootprint aanmerkelijk verkleint. R&D-directeur Henk Pool: ‘Wat wij hier doen is geen rocket science, maar de publieke en private partijen moeten wel samen werken.’
‘We hebben de plicht om onze voetafdruk te verkleinen’ Dow Terneuzen vierde in oktober nog zijn vijftigjarige bestaan. Hoewel R&Ddirecteur Henk Pool de begindagen van de Amerikaanse chemiereus in Zeeland niet meemaakte, weet hij wel dat de toegang tot proceswater een rode draad vormt in de geschiedenis. ‘Vanaf het begin was duidelijk dat we ons vestigden in een erg gevoelig gebied waar water niet zomaar voorhanden was’, zegt Pool. ‘Het zilte grondwater is niet geschikt om als proceswater in te zetten, maar we gebruiken wel veel water voor onze productie. Dow Terneuzen moest dan ook wel samenwerken met het waterschap, de toenmalige waterleidingmaatschappij, de gemeente Terneuzen en de provincie Zeeland om de watervoorziening veilig te stellen. Dat begon met het gebruik van Belgisch polderwater dat via de regionale spaarbekkens bij ons in Terneuzen terecht komt. De toenmalige waterexperts van Dow beseften zich dat het aantrekkelijker was om dat water als basis te gebruiken voor de productie van stoom of als koelwater dan het zilte water uit de Westerschelde. Destijds waren we dan ook de eerste partij die de term industriewater gebruikte en daarmee waren we, zij 8 UTILITIES nr. 1 - februari 2016
het noodgedwongen, onze tijd ver vooruit. We gebruiken dat polderwater overigens nog steeds, maar het is lang niet voldoende om te kunnen voorzien in de circa 21 miljoen kuub water die we jaarlijks gebruiken. De waterschaarste in dit gebied maakt het noodzakelijk om constant creatief te blijven nadenken over manieren om op een betaalbare manier de beschikking te houden over schoon, zoet water.’ Misschien wel de meest innovatieve oplossing die Dow alweer een tijd gebruikt, is de inzet van effluent als productiewater. Op RWZI De Drie Ambachten zuivert het Waterschap Zeeuws-Vlaanderen het huishoudelijke afvalwater van de gemeente Terneuzen. Huisleverancier Evides Industriewater bouwde een pompinstallatie bij de afvalwaterzuivering, vanwaar het water via een leiding naar haar eigen waterinstallatie nabij het terrein van Dow wordt verpompt. Sinds februari 2007 stroomt daar ruim 450 kuub effluent per uur doorheen. Evides Industriewater bouwde op het Dow-terrein een MBR met RO om zo het water geschikt te maken als ketelwater voor de stoominstallaties van Dow. ‘Dat water gaat ook nog eens
twee keer rond’, zegt Pool. We hergebruiken namelijk ons eigen productiewater ook weer als koelwater. Op die manier gebruiken we het water dus drie keer: een keer door de gemeente Terneuzen en twee keer door Dow.’
Watervisie De vestiging in Terneuzen is niet de enige Dow site met waterschaarste. Pool: ‘De situatie in Saudi Arabië is vergelijkbaar met die in Terneuzen. Ook daar is voornamelijk zilt water voorhanden en zoekt men naar duurzame oplossingen. De wereldwijde watervisie van Dow is daar zeer helder in: we spelen een leiderschapsrol in de wereldwijde watercrisis door een nieuwe standaard neer te zetten voor duurzaam watergebruik en -management. Dat we in Terneuzen verder daarmee zijn dan in Saudi Arabië heeft met name te maken met die lange historie en het feit dat we qua partnerships veel meer vervlochten zijn met de publieke en private partijen in de directe omgeving. Dat vraagt om een betrokken en actieve houding van het management, maar ook om capabele bestuurders bij onze partners.’ De R&D directeur is lid van het managementteam van Dow Benelux en Pool verzekert dan ook
dat de watervoorziening hoog op de strategische agenda staat. Het thema water heeft een apart hoofdstuk in het jaarlijkse duurzaamheidsverslag en we steken behoorlijk wat geld in onderzoek en samenwerking naar oplossingen voor de waterproblematiek.’ Pool wil dan ook graag de awareness verhogen bij vergelijkbare bedrijven die de komende tien jaar wellicht voor dezelfde problemen worden gesteld als Dow Terneuzen. ‘Veel industriële bedrijven gaan er van uit dat water altijd beschikbaar is en er zijn er bij die geen alternatieve infrastructuur hebben voor het geval dat er bronnen wegvallen. Het feit dat wij vooroplopen heeft met name te maken met de urgentie die hier vanaf het begin was voor het spreiden van de risico’s voor de zoetwatervoorziening. Maar die spreiding is niet alleen uit noodzaak geboren. Technisch gesproken is het voor ons mogelijk om al ons water uit de Biesbosch te halen. Die single source-aanpak zorgt echter niet alleen voor een kwetsbare watervoorziening, maar is ook verre van duurzaam. Dow Terneuzen gebruikt ongeveer vijf keer meer water dan de bewoners van Terneuzen bij elkaar. We hebben de
maatschappelijke plicht om onze voetafdruk te verkleinen. Bedrijven zullen altijd moeten kijken wat ze kunnen besparen, waar ze water in de eigen processen kunnen hergebruiken, maar ook naar wat de omgeving ze biedt. Wat wij hier doen is geen rocket science en we delen onze kennis en ervaring breeduit. Er wordt wel eens beweerd dat het voor bedrijven lastig is om met publieke partijen samen te werken, maar Dow Terneuzen bewijst dat het wel kan.’
Samenwerking Pool heeft geen geheim recept voor een vruchtbare publiek private samenwerking, maar kan wel de randvoorwaarden aangeven die het succes mede bepalen. ‘Een advies dat ik daarbij wil meegeven is dat de samenwerkende partijen zich bij hun leest moeten houden. Wij kennen ons eigen proces en organisatie het beste en datzelfde geldt voor een waterschap of een provincie of een kennisinstelling. Blijf je richten op je span of control en vergroot de scope door meer partijen te betrekken bij de samenwerking. De eerste stap die je als bedrijf sowieso moet nemen is een interne check uitvoeren of je fysiek in staat bent over de
eigen grenzen heen samen te werken. Voldoet de bestaande infrastructuur en zo niet ben je bereid daarin te investeren? Vervolgens zal je je moeten verdiepen in de bestaande watersystemen. Wat is er al voorhanden? Kan je je eigen processen daarin integreren. De laatste, maar misschien wel meest belangrijke stap is de bestuurlijke samenwerking. Je zult op gelijkwaardige bestuurlijke niveaus moeten bouwen aan de relatie met de betrokken partijen. Alleen als je dezelfde taal spreekt en elkaar vertrouwt, krijg je daadwerkelijk dingen voor elkaar. Wij zijn bewust eerst de samenwerking aangegaan met de gemeente en het waterschap om vervolgens samen naar een oplossing te zoeken. We hebben allemaal belang bij een robuust watersysteem, maar wel vanuit onze eigen scope. Als je elkaars belangen respecteert, kunnen daar de mooiste oplossingen uit voortkomen.’
Onderzoek Pool zou geen R&D directeur zijn als hij niet even een paar onderzoeksprojecten zou kunnen noemen waar Dow bij betrokken is. Op het gebied van industriewater kan hij uit een rijke bron tappen. ‘Sinds vorig jaar zijn we betrokken bij
UTILITIES 9 nr. 1 - februari 2016
Wij zijn uw totaalleverancier voor
de bescherming van uw installatie Al meer dan tachtig jaar ontwikkelt, produceert en levert Santon Switchgear schakelaars voor vele toepassingen en industrieën. Waar het ooit begon met een pakketschakelaar voor het schakelen van gelijkstroom, biedt Santon Circuit Breaker Services tegenwoordig alles op het gebied van vermogensschakelaars, beveiliging van uw installatie en periodiek onderhoud op locatie. Wij zijn gespecialiseerd in het retrofitten van vermogensschakelaars. Dit betekent een veilige installatie voor nu en in de toekomst tegen lagere kosten.
Santon Circuit Breaker Services B.V.
2016
15 - 17 MAART 2016 - ANTWERP EXPO, ANTWERPEN
’s Werelds grootste internationale evenement voor de tankterminal industrie
SCHRIJF U GRATIS IN Ontmoet de leveranciers, vind de laatste producten en blijf op de hoogte van de tendens in het industrie. www.stocexpo.com Ten dienste van de tankopslag community werelwijd
SCHRIJF U NU IN gg www.stocexpo.com StocExpo-2016-Advert185x132RegDutch.indd 1
Organised by
12/01/2016 13:28:46
het Water Nexus Project dat wordt geleid door NWO-STW. Dit is een zeer intensief onderzoekstraject naar watervoorziening in waterschaarse kustgebieden waar we samen met Shell de industriële watergebruikers vertegenwoordigen. Het mooie van dit project is dat integraal wordt gekeken naar de waterbalans voor zowel de industrie als de landbouw, de omgeving en de lokale bevolking. Ook op kennisgebied worden alle krachten gebundeld. Zowel Wageningen Universiteit als de technische universiteiten, kennisinstituten zoals Deltares en RHDHV zetten hun kennis in om de individuele componenten die al bekend zijn om te vormen tot een model voor het gehele watersysteem. Het credo van dit vijfjarige onderzoek is dan ook: zout waar het kan, zoet waar het moet. Concreet wordt er bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar wat een wetlandomgeving kan bijdragen aan het watersysteem. Een deel van het water kan op natuurlijke wijze worden voorbehandeld vóór het daadwerkelijke ontziltingsproces plaatsvindt. Inmiddels hebben we al wat resultaten geboekt, maar het is nu nog te pril om echte resultaten te noemen. Laten we zetten dat we wat technology readiness op een niveau van drie a vier zitten. Dat wil zeggen dat er stappen zijn gezet, maar dat er nog wel wat modelleerwerk moet worden gedaan. Ook het E4water-project is een interessant onderzoek naar de behandeling van brak water. Het onderzoek dat in 2012 startte loopt bijna ten einde en volgens Pool zijn de resultaten hoopgevend. ‘Kortgezegd komt het er op neer dat we het volume van het effluent uit de RWZI van de gemeente Terneuzen willen vergroten. In het project zijn twee nieuwe ontziltingstechnieken onderzocht bij de Evides Waterfabriek. Het is helaas nog te vroeg om daar al te veel over te zeggen, maar het is wel duidelijk dat een van de twee technieken dicht tegen de beloofde kostprijs van veertig cent per kuub zit.’ In hetzelfde rijtje past het Improved Project dat Evides Industriewater, de Universiteit Gent en negen bedrij-
WATERVISIE CONGRES 2016 Henk Pool zal tijdens het Watervisie Congres dieper ingaan op de strategische waarde van water voor Dow Terneuzen en waarschijnlijk mag hij dan ook dieper ingaan op de resultaten van het E4Water-project. Wie geïnspireerd wil raken om zijn eigen processen te verduurzamen en wil weten welke rol industriewater in de circulaire economie speelt, is welkom op 18 februari in het Xperience Dock in Rotterdam.
ven, waaronder Dow Terneuzen, in het grensgebied NederlandVlaanderen begin 2016 starten. ‘Improved’ staat voor: Integrale Mobiele PROceswaterunit Voor een Economische Delta. Het mag duidelijk dat de stad Dow, die het terrein van Dow Terneuzen eigenlijk is, zeer verweven is met de stad Terneuzen en de provincie Zeeland. Pool: ‘Als wij water gebruiken heeft dat invloed op de omgeving.
En hetzelfde geldt voor de bedrijven om ons heen. We zijn er dan ook allemaal bij gebaat een robuust watersysteem te ontwerpen dat al die functies van water voor de toekomst behoudt. Als laatste wil ik dan ook Waterkringloop Zeeuws Vlaanderen noemen als ultieme samenwerking tussen een twintig tal partners. Het is maar weer een bewijs dat publiek private samenwerking wel degelijk mogelijk is.’ n
UTILITIES 11 nr. 1 - februari 2016
technologie Bionanoreactor maakt waterstof
Biowetenschappers van de Amerikaanse Indiana University stopten een waterstof producerend enzym in de eiwitmantel van een virus. Het
resultaat is een nanoreactor die niet alleen waterstof kan produceren, maar ook als katalysator kan worden gebruikt in een brandstofcel. Bacteriën met het hydrogenase enzym kunnen waterstofprotonen en elektronen omvormen tot een waterstof molecuul. Wetenschappers zijn al langer bezig om het enzym te gebruiken om waterstof te produceren. In een oplossing werkt hydrogenase echter niet zo goed. De onderzoekers weten dit probleem te omzeilen door een cluster enzymen te verpakken in een zogenaamde bacteriofaag. Het eindresultaat is een virus-achtig deeltje dat
waterstof kan produceren, maar ook waterstof weer kan binden met zuurstof zodat water ontstaat en de energie wordt vrijgegeven. Daarmee zou het de biologische vervanger van platina kunnen worden. Dat edelmetaal zorgt nu namelijk voor deze reactie. Ook een voordeel is dat de reactie op kamertemperatuur plaatsvindt. Hoewel de onderzoekers enthousiast zijn, in deze vorm is het enzym 150 keer efficiënter dan in een oplossing, moet er nog wel aan worden gesleuteld. De onderzoekers willen bovendien kijken of ze de katalytische reactie in gang kunnen zetten met zonlicht.
Accu schakelt uit bij oververhitting Wetenschappers van Stanford University ontwikkelden een beveiliging die oververhitting van lithiumion batterijen moet voorkomen. Dankzij een warmtegevoelige sensor en actuator stopt een batterij met het produceren van stroom boven de zeventig graden Celsius. Een lithium-ion-accu bestaat in de regel uit twee elektronen en elektrolyt. Wanneer een accu te vaak wordt opgeladen, kan de temperatuur in de batterij zeer hoog oplopen. Bij een temperatuur van zo’n 150 graden Celsius vat de elektrolyt vlam. Inmiddels zijn er oplossingen die ervoor zorgen dat de batterijen niet meer in brand kunnen vliegen, maar die kunnen niet voorkomen dat de batterij oververhit raakt. En wanneer een batterij oververhit is geweest, werkt hij niet meer. De onderzoekers van Stanford zochten naar een manier om de stroomproductie te stoppen zodra de temperatuur kritische grenzen bereikt. Daarvoor ontwikkelde men een temperatuurgevoelige sensor/ actuator die uitzet door warmte. De 12 UTILITIES nr. 1 - februari 2016
sensor is opgebouwd uit polyethyleen met daarin deeltjes nikkel. Op het oppervlak van die deeltjes bevinden zich heel kleine contactpunten met daaromheen een grafeen-coating. Door het nieuw materiaal aan een van de elektroden te koppelen kon men de stroomverbinding afbreken zodra de temperatuur opliep. Zolang de contactpunten elkaar raken, blijven ze stroom geleiden. Bij opwar-
ming zet het polyethyleen echter uit, raken de contactpunten te ver van elkaar verwijderd en stopt de stroom. Bij afkoeling herstelt de verbinding zich tot slot weer. Inmiddels is de werking van het concept in het laboratorium bewezen. Bij een temperatuur van zeventig graden Celsius stopte zoals verwacht de elektriciteitsafgifte en koelde de batterij af.
Windturbine zonder rotorbladen in Rotterdam
Het Nederlandse bedrijf Reikon Beheer zal de eerste wiekloze windturbine van het Amerikaanse SheerWind Invelox installeren in Rotterdam. Hoewel de turbine fors minder stroom produceert dan een conventionele windturbine, kan de Invelox al bij lage windsnelheden produceren. Het Invelox systeem maakt gebruik van het zogenaamde venturi-effect.
Een venturi is een doelbewust in een stromingkanaal voor vloeistof of gas aangebrachte vernauwing. Doordat het passerende medium een snelheidsverhoging ondergaat ontstaat daardoor op die plek een drukverlaging; het venturi-effect. De Invelox verzamelt wind in een trechtersysteem, versnelt de snelheid van de wind en leidt deze naar meerdere turbines. Voordeel van dit systeem is dat het geen rotorbladen heeft en daardoor weinig overlast veroorzaakt. Door die eigenschap kan het systeem dichter bij de consument worden geïnstalleerd. De opbrengst van de turbine is met 51 kilowatt echter ook een stuk lager dan die van conventionele windturbines. Volgens Sheerwind is een bijkomend voordeel van de Invelox dat deze ook bij lagere windsnelheden (twee meter per seconde) nog voldoende energie kan produceren.
Vluchtelingentent TU Twente wekt eigen energie op
UT-studente Elena Findeisen heeft een opblaasbare vluchtelingentent met zonnepanelen ontwikkeld. Findeisen ontwierp de tent tijdens haar masteropdracht van haar studie Industrieel Ontwerpen. De tent heeft LEDverlichting, mogelijkheden om apparatuur op te laden en in de toekomst kunnen de zonnepanelen mogelijk zelfs medische apparatuur van energie voorzien. Findeisen voerde haar masteropdracht uit bij het bedrijf HyET Solar. Ze deed daar onderzoek naar de toepassing van zonnepanelen van het type
‘amorf-silicon’, die extreem dun, licht en flexibel zijn. In conceptenbureau O&H Concepts uit Hengelo vond ze een partner die de tent ontwierp en produceerde, Findeisen richtte zich op de dakconstructie en toepassing van de zonnepanelen. De opblaasbare vluchtelingentent (6x4 meter) heeft acht zonnepanelen met een totale oppervlakte van zeven vierkante meter op het dak. De tent is in zo’n tien minuten volledig op te blazen, is op te delen in compartimenten en biedt plaats aan maximaal zestien personen. De tent bevat geen metalen onderdelen.
Auto rijdt op mierenzuur
Een auto bouwen die rijdt op mierenzuur. Dat is de ambitie van Team FAST, een multidisciplinair studententeam van de Technische Universiteit Eindhoven. Mierenzuur kan als opslag dienen voor de milieuvriendelijke brandstof waterstof. Een auto op mierenzuur heeft daarom meerdere voordelen ten opzichte van bestaande waterstof- en elektrische auto’s. Het team zette de eerste, concrete stap met de presentatie van een schaalmodel van één meter groot dat eigenhandig rijdt op mierenzuur. Met het gebruik van mierenzuur als brandstof hoopt Team FAST de sterke punten van elektrische en waterstofauto’s te combineren, maar dan zónder de nadelen. Elektrische auto’s zijn afhankelijk van batterijen, en hebben daardoor een beperkt bereik. Met waterstof kan een elektrische auto langer doorrijden op één tank, maar waterstof heeft als nadeel dat het vervoer en opslag ervan duur is en dat het onder hoge druk vervoerd moet worden. Mierenzuur – zo genoemd omdat mieren en andere insecten het kunnen produceren – biedt de mogelijkheid om waterstof eenvoudig op te slaan. Met een chemische reactie, vorig jaar door TU/e-onderzoekers ontdekt, kan waterstof met CO2 bliksemsnel omgezet worden in mierenzuur, en andersom. Dankzij het vloeibare karakter van mierenzuur kun je waterstof dus makkelijk en goedkoop vervoeren. Team FAST wil in 2017 ’s werelds eerste auto hebben die rijdt op mierenzuur. Dat doen ze door een bestaande waterstofauto om te bouwen. Het team leverde onlangs het bewijs in het klein: een schaalmodel van één meter groot dat kan rijden op mierenzuur. Voor het eind van dit jaar hopen ze het rijden op mierenzuur in een bus te demonstreren.
UTILITIES 13 nr. 1 - februari 2016
Energie Voor het eerst in de geschiedenis werd door 195
landen een akkoord bereikt over het gezamenlijk reduceren van opwarming en CO2-uitstoot. Het overleg werd op 12 december 2015 afgerond met een concepttekst voor het Akkoord van Parijs en een staande ovatie voor de Franse minister van Buitenlandse Zaken en COP21voorzitter Laurent Fabius.
Tekst: Sophie Dingenen en Margot Besseling, Energy, Mining & Infrastructure team Baker & McKenzie
Warm welkom voor het Akkoord van Parijs Nieuws over het klimaat en de opwarming van de aarde is tegenwoordig bijna dagelijkse kost, maar de bezorgdheid om de opwarming van de aarde is niet van alle tijden. Voor een lange tijd is de algemene consensus geweest dat de oceanen de kooldioxide uit de atmosfeer zouden opnemen. Het vertrouwen in de magistrale reinigingskrachten van de oceanen nam pas in de tweede helft van de vorige eeuw af toen er door middel van moderne onderzoeksmethoden het bestaan van broeikaseffecten en opwarming van de aarde werd aangetoond. Niet snel daarna werd ook de relatie gelegd tussen een toename van CO2 in de atmosfeer en de opwarming van de aarde. In de decennia hierna heeft het broeikaseffect een exponentieel groeiende nieuwswaarde gekregen. Als een reactie hierop heeft in 1992 een groot aantal landen zich verbonden middels een internationaal verdrag, het United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC). Hiermee beoogden zij gezamenlijk de opwarming van de aarde en de daarmee samenhangende klimaatveranderingen te beperken en de al geleden onomkeerbare schade 14 UTILITIES nr. 1 - februari 2016
aan te pakken. Een groot aantal partijen van het UNFCCC heeft zich in 1997 verbonden aan het Kyoto Protocol, waarin bindende algemene emissie doelstellingen zijn opgenomen voor ontwikkelde landen. Op dit moment zijn er 195 landen verbonden aan het UNFCCC en 192 landen aan het Kyoto Protocol, met als opvallende afwezige de Verenigde Staten. De tweede periode van Kyoto zal in 2020 aflopen, waarna het hetgeen wat is overeengekomen afgelopen 12 december 2015 tijdens de 21ste editie van de Conference of Parties (COP21) in Parijs (Akkoord van Parijs) in werking zal treden.
Akkoord Het Akkoord van Parijs is voor een groot deel een voortzetting maar ook een verscherping en verbreding van eerdere gemaakte afspraken, waarbij rekening is gehouden met de lessen die geleerd zijn na 7 jaar Kyoto Protocol en recente klimaatontwikkelingen. Het bijzondere aan het Akkoord van Parijs is dat alle 195 UNFCCC landen, ontwikkeld of ontwikkelend, zich (naar eigen capaciteit) hebben gebonden aan een zelfde akkoord over klimaatverandering. Dat betekent ook dat ‘s werelds
twee grootste vervuilers: China en de Verenigde Staten deelnemen. Dit is een resultaat van een jarenlang beleid van bewustwording en coöperatie geleid door de Franse regering in de voorbereiding op COP21. Na lange en af en toe wat stroeve discussies die bewonderenswaardig door Fabius werden geleid, werd op 12 december overeenstemming bereikt. Dit Akkoord van Parijs richt zich op drie zwaarwegende doelstellingen: Het beperken van de opwarming van de aarde tot ruim onder de twee graden Celsius aan het eind van deze eeuw in vergelijking met het pre-industriële tijdperk, waarbij zal worden gestreefd naar een opwarming van maximaal 1,5 graden Celsius. Ten tweede het zo snel mogelijk beëindigen van de stijging van de uitstoot van broeikasgassen. En als laatste ontwikkelingslanden bijstaan met het behalen van de klimaatdoelstellingen door middel van investeringen door de ontwikkelde landen. Afgesproken is dat deze investering jaarlijks honderd miljard dollar (plus eventuele vrijwillige contributies door andere (ontwikkelings)landen) tussen 2020 en 2025 zal zijn, waarna nieuwe doelstellingen zullen worden afgesproken.
Abonnees lezen meer op www.utilities.nl
In tegenstelling tot het Kyoto Protocol is het Akkoord van Parijs gebaseerd op intended nationally determined contributions (INDCs) die door 186 landen zelf zijn aangedragen voordat zij bijeenkwamen in Parijs. Deze 186 landen zijn goed voor 96,5 procent van de globale uitstoot. Dit is met name een opvallende hoeveelheid wanneer dit vergeleken wordt met het Kyoto Protocol waaraan slechts twaalf procent van de globaal vervuilende landen zich committeerde. Elke INDC dient de
het algemene doel van het akkoord te halen. In aanvulling op de INDCs zullen de landen elke vijf jaar een aangepast klimaatplan in moeten dienen, ook wel nationally determined contributions (NDCs) genoemd, die niet minder ambitieus mag zijn dan de eerdere ingediende INDCs. Zo zouden de doelen uiteindelijk moeten worden gehaald. Een opvallende afwezige in het Akkoord van Parijs is de lucht- en scheepsvaartsector, ondanks verwoede pogingen van de Europese
Een opvallende afwezige in het Akkoord van Parijs is de lucht- en scheepsvaartsector, ondanks pogingen van de EU om deze sector opgenomen te krijgen. hoogst mogelijke ambitie in klimaatbescherming te beschrijven. Een groot voordeel van zulke individueel te bepalen plannen is dat elk land rekening kan houden met de verschillende omstandigheden in zijn land. Maar er bestaat nog kritiek op de huidige ingediende INDCs, waarvan is berekend dat deze zullen leiden tot een opwarming van ongeveer drie graden Celsius. Deze zullen dus nog moeten worden aangescherpt om
Unie om deze sector opgenomen te krijgen. Deze uitstoot staat op dit moment voor vijf procent van de wereldwijde uitstoot, maar verwachtingen bestaan dat dit percentage rond 2050 kan stijgen naar dertig procent. Deze sector zal in de toekomst (veel) meer aandacht verdienen om een significante drukking op de wereldwijde uitstoot te voorkomen en te verminderen. In oktober 2013 is in Montreal overeengekomen
dat de internationale burgerluchtvaartmaatschappij van de Verenigde Naties (ICAO) in de algemene vergadering in de herfst van 2016 een akkoord zal sluiten over een internationaal systeem om de uitstoot van CO2 in de luchtvaartsector te verminderen. Dit akkoord zal dan in hetzelfde jaar als het Akkoord van Parijs in werking gaan treden.
Bindend? Het Akkoord van Parijs is een mix van bindende en niet-bindende afspraken, wat in grote mate doorslaggevend is geweest voor de deelname van de Verenigde Staten. De niet-bindende afspraken maken het mogelijk dat de democratische president Obama het akkoord niet eerst ter goedkeuring hoeft voor te leggen aan het door de republikeinen gedomineerde US Congres. De bindende afspraken worden door landen zelf ingediend door middel van de hiervoor besproken INDCs. Ondanks dat deze INDCs individuele doelstellingen bevatten die door de landen zelf zijn opgesteld, zullen juist deze bepalingen bindend zijn in het UNFCCC kader. Enkele details rondom dit deels bindende karakter zullen nog verder uitgewerkt moeten
UTILITIES 15 nr. 1 - februari 2016
De Industrie zoekt naar oplossingen. En deze zijn op één plek te vinden. HANNOVER MESSE
.0 strie 4 r Indu a a v r E ie in ac t d an r e e m ge n lossin 100 op nnover! Ha live in
25 t/m 29 april 2016 ▪ Hannover ▪ Germany hannovermesse.com
Get new technology first
Hannover Consultancy B.V. · Tel. +31 184 69 30 50 · info@hf-netherlands.com · Twitter:@HCnederland
CINI-cursus
Commissie Isolatie Nederlandse Industrie
Bekend om CINI-handboek met hierin alle aandachtspunten omtrent warme, (extreem) koude en akoestische isolatie; internationale standaard voor industriële isolatie. Te bestellen via de website. www.cini.eu
Nederlands Centrum Technische Isolatie
2-daagse CINI-cursus, cursus isolatie-inspecteur, opstellen bedrijfsspecificaties, inspectie (incl. rapportage) e.a. www.ncti.eu Zie NCTI website voor data en aanmelding eerstvolgende 2-daagse CINI cursus. - 2-daagse CINI-cursus - cursus isolatie-inspecteur etc. Aanmelden via website www.ncti.eu
worden, zoals de toepassing van het monitoren, rapporteren en verifiëren van het juridisch bindende systeem om te verzekeren dat regeringen de beloofde klimaatactie leveren in volledige transparantie. Het Akkoord van Parijs zal pas juridische bindende werking krijgen indien het wordt ondertekend door ten minste 55 landen die gezamenlijk in staan voor ten minste 55 procent van de wereldwijde uitstoot. Dertig dagen nadat dit bereikt is zal het akkoord in werking treden. De Verenigde Naties zal de overeenkomst ter ratificatie aanbieden tussen 22 april 2016 en 21 april 2017 in het hoofgebouw van de Verenigde Naties in New York.
Vooruitblik Verdere afspraken omtrent het klimaatakkoord zullen begin november 2016 worden gemaakt bij de COP22 in Marrakech. Maar wat gaat het Akkoord van Parijs nu voor Nederland betekenen? Nederland heeft zelf geen individuele INDC ingeleverd, maar volgt de door de Europese Unie ingeleverde INDC. Deze Europese INDC bindt de lid-
staten aan een bindende doelstelling van ten minste veertig procent in broeikasuitstoot in 2030, vergeleken met 1990. Critici zijn van mening dat deze veertig procent moet worden verhoogd, aangezien de EU met dit percentage naar verwachting slechts één vijfde bijdraagt aan de reductie van CO2 uitstoot naar wat er op basis van een eerlijk aandeel van de EU zou mogen worden verwacht. De verduurzaming van energieproductie was afgelopen jaar al aan de orde van de dag, maar om de door de EU gestelde doelstelling van veertig procent, maar ook de doelstellingen uit het Energieakkoord (veertien procent van de energieproductie uit duurzame bronnen in 2020) te halen, zal Nederland toch flink moeten bijschakelen. Daarvoor moet het huidige beleid nog verder aangepast worden, zoals in oktober ook bleek uit de Nationale Energieverkenning 2015, welke voorspelde dat met de huidige koers dit percentage nog wel eens op 11,9 procent zou kunnen uitkomen. Nederland is nog steeds een land wat voor een groot deel afhankelijk
is van fossiele brandstoffen en waar een belangrijk deel van de economie draait op energie. Nu is het moment waarop extra maatregelen genomen moeten worden om die veertig procent te halen. Een voor de hand liggende discussie betreft het sluiten van kolencentrales, maar ook duurzame energiebronnen als zon en wind en aanzienlijke besparingen in de gebouwde omgeving zullen de komende tijd veel/nog meer aandacht krijgen. Op het gebied van windenergie heeft minister Kamp er in december 2015 nog een nieuwe “uitdaging” bij gekregen, nu de uitgebreid betwiste Elektriciteits- en Gaswet (ook wel STROOM) op één stem verschil door de Eerste Kamer is tegengehouden. Dit is een tegenvaller voor de ontwikkeling van windenergie op zee, omdat in deze wet TenneT als netbeheerder voor windenergie op zee aangewezen zou worden. De geplande opening van de tender voor Borsele I & II in januari is hiermee een aantal maanden uitgesteld, wat het behalen van de duurzame doelstelling niet per definitie ten goede komt. ■
UTILITIES 17 nr. 1 - februari 2016
ATERVISIEPLATFORM KOPPELT DE KETENS
PARTNERS WATERVISIE PLATFORM
S WATERVISIE PLATFORM
t Dow
Scan de foto en bekijk het filmpje 1) Installeer op uw smartphone of tablet de app ‘iLinqs’ 2) Start de app op uw smartphone of tablet 3) Scan de foto waarbij het icoon is geplaatst 4) Het bijbehorende filmpje verschijnt op smartphone of tablet
LEDEN WATERVISIE PLATFORM
LEDEN WATERVISIE PLATFORM
Martijn Kruisweg Eco Efficiency & sustainable growth AkzoNobel
Johan Raap Lector biobased Economy, Avans Hogeschool
KENNISPARTNERS WATERVISIE PLATFORM
Henri Spanjers Prof. Industrieel watermanagement TU Delft
Niels Groot Waterspecialist Dow Benelux
Martijn Kruisweg Eco Efficiency & sustainable growth AkzoNobel
Johan Raap Lector biobased Economy, Avans Hogeschool
Henri Spanjers Prof. Industrieel watermanagement TU Delft
Georg Stockinger Shell Global Solutionsccc
Roy Tummers Directeur Water VEMW
Cees Buisman Directeur Wetsus
Johan van Mourik Voorzitter SKIW
Georg Stockinger Shell Global Solutionsccc
Roy Tummers Directeur Water VEMW
KENNISPARTNERS WATERVISIE PLATFORM
Meer informatie Congresinformatie: Marjolein Veeninga • marjolein@industrielinqs.nl • 020–31 22 791 Partnerinformatie: Anouk Bouwmeester • anouk@industrielinqs.nl • 020–31 22 797
ww.watervisie.com 28-01-15 16:36
Wilt u meer weten over lidmaatschap of partnering van het Watervisie Platform? Kijk op www.watervisie.com of neem contact op met Anouk Bouwmeester: anouk@industrielinqs.nl - 020 312 27 97
WATERVISIE
WATER Als de Nederlandse overheid daadwerkelijk
wil dat bedrijven duurzamer met hun watervoorziening omgaan, zou ze meer betrokkenheid moeten tonen. Zo concludeert het panel dat deelneemt aan de rondetafeldiscussie van het Watervisie Platform. Het zou al helpen als de overheid wat dichter bij het bedrijfsleven gaat zitten en niet alles vanuit Den Haag probeert te regelen. Nu kijkt men nog teveel naar wat niet wenselijk is, in plaats van dat men richting geeft aan de circulaire economie.
Overheid moet richting geven aan circulaire economie De Duitse chemicus Michael Braungart bedacht veertien jaar geleden samen met architect William McDonnough de term cradle to cradle. Net zoals in de natuur niets verloren gaat, zouden ook door de mens gemaakte producten een herbestemming moeten vinden op het moment dat ze hun functie verliezen. Afval bestaat dan ook niet in deze denkwijze. Door de kringloop te sluiten kunnen de grondstoffen van afgedankte producten weer worden ingezet om producten op gelijkwaardig niveau of zelfs hoger te produceren. Inmiddels passen grote spelers in de bouwwereld, overheidsinstellingen en producenten van consumentengoederen de beginselen van de cradle to cradle-filosofie toe. Ook de industrie kijkt met grote interesse naar manieren om industriële
DEELNEMERS AAN DE DISCUSSIE: Emil Bisseling, Grünbeck Menno Plantenga, ISPT Pieter van Staveren, Logisticon Rien Hage, Imbema Jan Peter Riksman, Endress + Hauser Coen Smits, Cofely Chris Roubos, Evides industriewater
20 UTILITIES nr. 1 - februari 2016
reststromen te upgraden. Water speelt in deze cyclus een belangrijke rol. Niet alleen omdat schoon en zoet water een belangrijke grondstof is, maar ook omdat water vaak wordt gebruikt als transportmiddel, als koelmiddel en als basis voor stoom en warmte. Stelling 1: De samenleving wil niet betalen voor het sluiten van de waterketen. Het panel dat deze keer deelneemt aan de rondetafeldiscussie van het watervisie platform is een mooie doorsnede van de toeleveringsketen in de watereconomie. Zoals Emil Bisseling van het van origine Duitse Grünbeck. Bisseling ziet dat het sluiten van de waterkringloop technisch niet eens zo heel ingewikkeld is, maar stelt tegelijkertijd dat de samenleving er tot nog toe niet voor wil betalen. ‘In Duitsland is de businesscase voor kringloopsluiting een stuk makkelijker rond te krijgen omdat je daar drie euro per kuub drinkwater betaalt. Nederlanders betalen maar één derde van deze prijs. Als we willen dat bedrijven hun eigen afvalwater opwerken, dan zouden er andere manieren worden gevonden om de industrie daar bij te helpen.’ Chris Roubos van Evides Industrie-
water vraagt zich echter af of bedrijven wel extra willen betalen voor het opwerken van afvalwater: ‘Natuurlijk moet je rekening houden met de beschikbaarheid van water in de toekomst’, zegt hij. ‘Maar meestal kijk je tien jaar vooruit voor je asset management en in die tijd voorzie ik nog geen grote problemen in de meeste gebieden waar wij actief zijn. We hebben de beschikking over goed oppervlaktewater dat ook nog eens betaalbaar is. Het is begrijpelijk als de samenleving dan niet snel zal willen betalen voor het sluiten van de waterketen. Als er geen directe reden lijkt te zijn wat betreft ecologie of economie om afvalwater te gebruiken als grondstof voor bijvoorbeeld ketelvoedingswater of koelwater, waarom zou je het dan gebruiken? We doen dat overigens wel. Bij DOW in Terneuzen gebruiken we gemeentelijk afvalwater als bron voor het proceswater van het energiebedrijf. Maar daar is het ontzilten van zeewater het enige alternatief. Dan is de businesscase voor afvalwater ineens wel interessant.’ Coen Smits van Cofely is het met Roubos eens dat het niet altijd nodig is om afvalwater te hergebruiken. ‘In het verleden heeft de overheid nog wel eens geprobeerd de accijns op
drinkwater te verhogen om alternatieve bronnen te stimuleren maar tot nog toe zijn die kunstmatige ingrepen voornamelijk goed geweest voor de schatkist. Menno Plantenga van ISPT wil zijn voorgangers meegeven dat bewustzijn van de kwetsbaarheid van het watersysteem wel belangrijk is. ‘De industrie is er volgens mij nog te weinig van bewust hoe kwetsbaar ze zijn als ze niet kunnen beschikken over water. Nu kunnen ze nog redelijk eenvoudig aan water komen, maar in de toekomst kan dat wel eens minder vanzelfsprekend worden.’ Roubos onderschrijft dat er meer aandacht moet komen voor waterschaarste, ‘maar dat geldt niet alleen voor de industrie. Bewustwording begint bij het individu dat nog altijd flessenwater drinkt waar kraanwater van hoge kwaliteit in ruime mate beschikbaar is. Hoeveel water wordt er niet in en rondom het huis verspild? Er wordt vaak te gemakkelijk naar de industrie gewezen als grote verspiller. Tegelijkertijd vertrouwt men er op dat technologische innovatie de problemen kan afwenden. Het klopt dat de watersector steeds weer oplossingen bedenkt voor nijpende problemen,
maar technologie en bewustwording zouden hand in hand moeten gaan.’ ‘Er zit bovendien een discrepantie in het vertrouwen in innovatie en de daadwerkelijke toepassing er van’, weet Bisseling. ‘Men ziet innovatie doorgaans als iets engs omdat het vaak risico’s met zich meebrengt. Als de voordelen zich dan niet direct in geld uitdrukken, of niet snel genoeg, kiest men toch maar voor de veilige weg.’ Roubos: ‘Wij merken bij onze klanten ook nog veel koudwatervrees, maar dat komt ook omdat ze niet genoeg achtergrondkennis hebben over de mogelijkheden die er zijn op het gebied van waterbeheer en -behandeling. Wij durven dat risico wel te nemen waardoor we onze klanten niet het risico toeschuiven, maar ze wel profiteren van de oplossing die we bieden.’ Jan Peter Riksman van Endress en Hauser waarschuwt voor een te nauw blikveld. ‘De industrie heeft al snel de neiging om niet in een technologie te investeren als ze de businesscase niet rondkrijgen. De businesscase voor industriewater is dan al snel niet sluitend en niet levensvatbaar. Water heeft echter een sterke relatie tot andere utilities zoals energie of grondstoffen. Wanneer men de utilities integraal
beschouwt, kan de businesscase vaak wel positief uitvallen. Als bedrijven bovendien imagoschade meenemen in hun berekening of het strategische risico een waarde geven, kan de businesscase zomaar naar de positieve kant uitslaan.’ Stelling 2: De circulaire economie begint bij het voorkomen van problemen. Er wordt bijvoorbeeld nog te veel chemie gebruikt in de waterbehandeling. Er is al veel gezegd over de behandeling van oppervlaktewater of de verwerking van afvalwater, maar volgens Bisseling zijn dat end of pipe-oplossingen die meer geld kosten dan nodig is. ‘Eenvoudig gezegd komt het er op neer dat wat je er niet in stopt, ook niet hoeft uit te halen. Zo gebruiken veel grootverbruikers nog chemicaliën om het water op de gewenste kwaliteit te brengen. Er zijn echter alternatieve technieken voorhanden die de chemicaliëndosering omlaag kunnen brengen of zelfs overbodig maken.’ Smits wil daaraan toevoegen dat het gebruik van chemicaliën niet koste wat kost moeten worden vermeden. ‘Je hebt bijvoorbeeld ook chemicaliën nodig om grondstoffen te kunnen
UTILITIES 21 nr. 1 - februari 2016
terugwinnen. Maar ik ben het er mee eens dat het niet verstandig is chemicaliën in te zetten als oplossing voor een slechte waterkwaliteit.’ Ook Riksman meent dat chemicaliën niet perse een probleem hoeven te vormen: ‘Maar bedrijven kunnen wel degelijk het chemicaliëngebruik drastisch terugschroeven als ze beter monitoren. Ook hier geldt: meten is weten. Als je de waterkwaliteit beter meet, hoef je minder te doseren.’ Stelling 3: Technisch is het sluiten van de waterkringloop geen probleem, organisatorisch zijn er nog wel wat hobbels te nemen. Hoewel het panel het grotendeels met de stelling eens is, ziet men toch ook nog wel wat technische bezwaren. De grootste uitdaging is misschien nog wel de aanwezigheid van zout in de waterketen. Roubos ziet bovendien nog wel wat meer bezwaren dan organisatorische hobbels. ‘In veel gevallen is de schaalgrootte niet toereikend om de businesscase rond te krijgen. Bovendien heeft niet iedere bedrijfstak behoefte aan kringloopsluiting. De voedingsmiddelenindustrie is bijvoorbeeld erg terughoudend omdat het eventuele hergebruik van afvalwater sociaal erg gevoelig ligt. In veel gevallen loopt de wet- en regelgeving achter op de technische ontwikkelingen. Dat zie je bijvoorbeeld terug bij de initiatieven om grondstoffen uit industriële reststromen te winnen. Zolang de overheid die 22 UTILITIES nr. 1 - februari 2016
stromen nog als afval ziet, mogen de bedrijven hun grondstoffen niet commercieel aanbieden.’ Smits loopt in zijn dagelijkse praktijk tegen vergelijkbare beperkingen aan. ‘We zien veel potentie in de verbranding van zuiveringsslib als alternatief voor steenkool. Maar ook op dat vlak lopen we tegen wettelijke beperkingen aan. Afval verbranden heeft een negatieve bijklank, maar in het geval van zuiveringsslib is het de beste oplossing. Toch mogen we het niet inzetten als brandstof.’ De wet- en regelgeving binnen de Europese grenzen is ook nog verre van geharmoniseerd, weet Bisseling. ‘Wat dat aangaat werkt de overheid innovatie tegen. Zelfs technologieën waar de Duitse regering alle vergunningen voor heeft afgegeven, kan je een paar meter over de grens niet gebruiken. Als je voor ieder land in de EU nieuwe vergunningen aan moet vragen, ontmoedig je innovatie en maak je het bovendien veel te duur.’ De overheid heeft dan ook een belangrijke rol om beperkingen weg te nemen en een kader te scheppen waarin duurzame innovatie snel tot wasdom komt. ‘Die rol neemt de overheid ook’, zegt Roubos. ‘Innovatieve producten moeten een leercurve door en met name de toetreding tot de markt is lastig omdat de investeringen vaak hoger zijn dan bij conventionele technologie. De overheid speelt een belangrijke rol in
het overbruggen van die onrendabele top. Die rol pakt ze wat ons betreft goed op. In andere projecten werkt de overheid weer faciliterend. Dat zie je bijvoorbeeld terug in de green deal voor take back chemicals, waar de overheid een belangrijke rol speelt om de circulaire economie op gang te helpen.’ Smits: ‘De overheid moet in ieder geval stoppen met het over de schutting gooien van risico’s. Een zaak zoals Urgenda heeft aangespannen tegen de regering op het gebied van energie en milieu, zou ook voor de wateragenda moeten gelden. We hebben een gezamenlijk belang om de waterkringloop zo duurzaam mogelijk in te richten. Overheid en bedrijfsleven zouden hier gezamenlijk moeten optreden.’ Roubos: ‘Voor een deel stuurt de overheid het bedrijfsleven al richting duurzamere oplossingen. Bedrijven zijn verplicht te kiezen voor de best beschikbare technologie waarin de milieucomponent zwaar wordt meegenomen. Een stap verder is als de overheid ook risicodragend meegaat in innovatieprojecten. Innovatie gaat nu eenmaal gepaard met lange termijnrisico’s die de meeste bedrijven niet kunnen dragen. Het zou al helpen als de overheid wat dichter bij het bedrijfsleven gaat zitten en niet alles vanuit Den Haag probeert te regelen. Nu kijkt men nog teveel naar wat niet wenselijk is, in plaats van dat men richting geeft aan de circulaire economie.’
Stelling 4: De prijs van water is te laag om bedrijven te prikkelen te investeren in kringloopsluiting. Volgens Pieter van Staveren van Logisticon is de prijs ondergeschikt aan het doel van water. ‘Bedrijven zullen wel beter moeten nadenken over hoeveel water ze willen gebruiken en wat ze er mee gaan doen als ze het gebruikt hebben. Het credo de vervuiler betaalt zal ook voor de watersector steeds zwaarder tellen. En dan heb ik het niet alleen over chemische of organische vervuiling, maar ook over thermische vervuiling.’ Ook Roubos ziet de lage waterprijs niet als beperking voor innovatie: ‘De prijs lijkt misschien laag vergeleken met de waarde die water heeft, maar dat hoeft niet te betekenen dat het bedrijfsleven er nonchalant mee omgaat. De grootste fout die de overheid volgens mij kan maken, is om de prijs kunstmatig op te drijven. Geef bedrijven de verantwoordelijkheid voor hun waterhuishouding en ze kunnen dat prima oppakken. We leven in een zoutwater delta, dus er is in bepaalde
delen van Nederland wel degelijk sprake van waterschaarste. Daar zie je dan ook dat men de bestaande assets anders gaat inzetten om het beschikbare water te benutten. Het gaat dan niet zozeer om kwantiteit als wel om kwaliteit. Als je dankzij technologische oplossingen een beter vestigingsklimaat schept, heeft dat uiteindelijk ook waarde. ’ Stelling 5: Als de energiecomponent wordt meegenomen, is de businesscase voor de waterketen eenvoudiger te maken. ‘Ik denk dat water en energie onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden’, zegt Van Staveren. ‘Zeker in de industrie wordt water met name ingezet als energiedrager van warmte of als koelmiddel. In de praktijk blijken het toch vaak twee werelden waar de experts er vanuit hun eigen beperkte gezichtsveld naar kijken. Er is dan ook nog veel te winnen door die partijen beter te laten samenwerken en integraal naar de inzet van water en energie te kijken.’ ‘Evides Industriewater kijkt samen met
WATERVISIE CONGRES 2016 Donderdag 18 februari zullen tijdens het Watervisie Congres 2016 (Xperience Dock, Rotterdam) meer voorbeelden worden getoond van industriewater in de circulaire economie. Zo spreekt R&D-directeur Henk Pool van DOW Benelux over het sluiten van de waterkringloop bij DOW Terneuzen. Hoor ook cases van IOI Loders Croklaan, Lamb Weston/Meijer en vele anderen. Ook Cradleto-cradle-grondlegger Michael Braungart zal zijn visie geven op de rol van industriewater in de circulaire economie. Info: www.watervisie.com
Huntsman al naar mogelijkheden om het energiegebruik terug te brengen’, zegt Roubos. ‘Wij leveren water voor de productie van stoom terwijl die warmte aan het einde van het proces wordt weggekoeld. Door het voedingswater voor de stoomproductie eerst langs de koeltorens te leiden, warmen we het al een stukje op. Op die manier kunnen we behoorlijk wat energie besparen. Zulk soort oplossingen kun je alleen bereiken door integraal naar de utilities te kijken met onze klanten.’ Stelling 6: Alleen bedrijven die dicht bij de consument staan, voelen de urgentie te investeren in duurzaam industriewater. ‘Daar ben ik het totaal niet mee eens’, zegt Van Staveren direct. ‘Ik ken uit onze eigen praktijk al meerdere voorbeelden van bedrijven die verder van de consument afstaan, maar die wel degelijk stappen hebben ondernomen om hun watergebruik te verduurzamen. De Goudse producent van chemische halffabricaten Croda investeerde bijvoorbeeld in een puurwaterfabriek waar het effluent van afvalwater opwerkt tot proceswater. IOI Loders Croklaan, producent van olie en vetten voor de voedingsmiddelenindustrie, doet hetzelfde. Voor beide bedrijven geldt dat de terugverdientijd langer is dan ze gewend zijn, maar vanuit duurzaam en strategisch oogpunt besloten ze toch te investeren.’ n
UTILITIES 23 nr. 1 - februari 2016
WATER Laten we een misverstand maar direct uit de
weg ruimen: afvalwater bestaat niet. Industriële reststromen zijn rijk aan grondstoffen en die kunnen beter worden benut dan weggegooid of verbrand. In een masterclass gaven Henri Spanjers en Cees van Rij niet alleen inzicht in het enorme arsenaal aan grondstoffen die uit de rijke stromen kunnen worden gewonnen, maar lieten ook zien dat watervalorisatie al in volle gang is.
Industriële reststromen zijn rijke bron voor grondstoffen Op academisch niveau wordt al veel onderzoek gedaan naar de biologische vergisting van reststromen. Met name anaerobe vergisting is inmiddels een opkomende technologie waarbij bacteriën onder zuurstofloze omstandigheden nutriënten omzetten in biogas. Henri Spanjers, universitair hoofddocent Industriewater aan de TU Delft, sectie sanitairy engineering, kijkt vooral naar de technologie die nodig is om de bacteriën zo goed mogelijk hun werk te laten doen. Een goed voorbeeld van een bij de TU Delft ontwikkelde technologie is de anaerobe membraan bioreactor (AnMBR) waarin anaerobe micro-organismen organische stoffen omzetten in biogas. ‘De voordelen van anaerobe vergisting zijn legio’, zegt Spanjers. De installaties produceren een energiedrager en weinig slib, hebben een kleine voetafdruk en kunnen bovendien beter omgaan met geconcentreerde reststromen. Dat laatste is een gevolg van het toenemende hergebruik van effluent in de productieketen.’ Ondanks het behaalde succes, kent de AnMBR-technologie nog wel een aantal uitdagingen. En die uitdagingen willen de wetenschappers uiteraard graag het hoofd bieden. Spanjers: ‘De 24 UTILITIES nr. 1 - februari 2016
technologie kan in diverse industrietakken een oplossing bieden, zoals de papier, textiel, chemische en voedingsmiddelenindustrie. Afhankelijk van de industrietak, kunnen de omstandigheden behoorlijk extreem zijn, wat in conventionele anaerobe reactoren uiteindelijk een bedreiging kan vormen voor de vorming van korrels. Deze korrels, die bestaan uit een conglomeraat van anaerobe bacteriën, bezinken erg gemakkelijk zodat de scheiding van de biomassa en het gezuiverde water in één reactor kan plaatsvinden. Extreme omstandigheden treden op bij de zuivering van reststromen met bijvoorbeeld toxische componenten, hoge temperatuur, hoge zoutconcentratie en lage of juist hoge pH. Het gevolg van een gebrekkige korrelvorming is dat de actieve bacteriën en kleine deeltjes niet meer in de reactor kunnen worden vastgehouden en in het gezuiverde water terechtkomen. Door een membraan te gebruiken kunnen ook bij gebrekkige korrelvorming de bacteriën in de reactor worden gehouden en is het gezuiverde water volkomen vrij van bacteriën en deeltjes. Dat laatste is dan ook weer gunstig voor het hergebruik van het water. Het gevolg is echter dat vooral
de kleinere deeltjes het membraan kunnen verstoppen door de vorming van een koeklaag.’ De onderzoeksgroep van Spanjers kijkt onder meer naar oplossingen voor deze problemen.
Vetzuren Ander onderzoek waar de afdeling van Spanjers aan werkt is de productie van vluchtige vetzuren uit reststromen. ‘Het is eigenlijk jammer om organische reststromen te vergisten tot biogas’, zegt Spanjers. ‘Je kunt een trede hoger in de afvalstoffenhiërarchie volgens de Ladder van Lansink blijven en grondstoffen produceren, bijvoorbeeld voor de productie van bioplastics. De anaerobe omzetting van organische stoffen gebeurt in een aantal stappen. Eerst worden organische polymeren, proteïnen, koolhydraten en vetten via hydrolyse omgezet in mono- en oligomeren, aminozuren, suikers en vetzuren. Vervolgens vindt er zuurvorming plaats waardoor vluchtige vetzuren, lactaat en ethanol ontstaan. In de volgende stap (acetogenese) wordt waterstof, kooldioxide en acetaat gevormd. Spanjers: ‘Normaal gesproken volgt er dan nog een stap waarin acetaat, kooldioxide
en waterstof worden omgevormd tot methaan. In bepaalde situaties kan deze laatste stap, de methanogenese, langzamer verlopen, waardoor acetaat en andere vluchtige vetzuren zich ophopen en de pH daalt. De hogere vetzuurconcentratie en lage pH heeft tot gevolg dat de methanogenese nog langzamer gaat verlopen, waardoor zich nog meer vetzuren ophopen, en uiteindelijk de methanegenese stopt. Deze vicieuze cirkel, kun je echter ook gebruiken om juist vluchtige vetzuren te produceren. Door met de omstandigheden te spelen, is het zelfs mogelijk de bacteriën een richting op te sturen waarin ze specifieke vetzuren gaan produceren. En dat is interessant omdat die vetzuren de basis vormen voor tal van hoogwaardige producten. Mierenzuur wordt bijvoorbeeld gebruikt in de rubberindustrie, azijnzuur is niet alleen een voedingsmiddel, maar ook een oplosmiddel. Melkzuur wordt gebruikt als additief in de voedingsmiddelenindustrie, maar ook in de chemie. Propionzuur is ook een bekend middel in de voedingsmiddelensector. Misschien wel het meest interessante vluchtige vetzuur is boterzuur, dat niet alleen als aromaadditief dient, maar ook de basis
vormt voor bioplastics. De marktwaarde van dit zuur is dan ook zo’n twee tot twee en een half duizend dollar per ton. Hetzelfde geldt voor capronzuur, dat onder meer wordt gebruikt in verfproducten.’ Om het proces te kunnen sturen, moet eerst wel de samenstelling van vetzuren in een oplossing kunnen worden gemeten. In een andere onderzoek aan de TU Delft werd een online meetsysteem ontwikkeld, de Opti-VFA sensor, dat infrarood spectroscopie gebruikt om de vetzuursamenstelling te meten.
Ammoniak Een andere grondstof waar Spanjers een lans voor wil breken, is ammoniak (NH3). Er zit nu eenmaal veel stikstof in organische verbindingen dat kan worden verwijderd via conventionele nitrificatiedenitrificatie of het anammox proces, of kan worden teruggewonnen in de vorm van ammonium sulfaat of struviet, dat als meststof wordt verkocht. Spanjers: ‘Het probleem is dat stikstof in principe ruim voorradig is. Men raakt de meststoffen dan ook aan de straatstenen niet kwijt. Ammoniak is wat dat aangaat een veel hoogwaardiger product. Het is niet alleen een
chemisch basisproduct, maar ook een zeer goede brandstof. Ammoniak heeft een hoge energiedichtheid en is ook nog eens gemakkelijk in vloeibare vorm te bewaren. Het mooiste in dit verhaal is dat onder anaerobe omstandigheden al ammoniak ontstaat. Tot nog toe vernietigen we de ammoniak, wat in mijn ogen betreurenswaardig is. Het is redelijk eenvoudig om ammoniak in een brandstofcel om te zetten in waterstof en dit te laten reageren met zuurstof waardoor elektriciteit wordt opgewekt. Het enige afvalproduct is dan stikstofgas, dat toch al in de lucht zou komen. Met name voor de transportsector zou ammoniak een oplossing kunnen zijn. Enige bezwaar is, dat het toxisch en corrosief is. Maar daar zijn wel oplossingen voor te bedenken.’
Watervalorisatie Dat afvalwaterzuiveringen de afgelopen jaren vooral probeerden het water te zuiveren, en de in het water aanwezige ‘verontreinigingen’ te vernietigen is eigenlijk best vreemd. Zeker gezien het feit dat grondstoffen zoals fosfaten steeds schaarser worden. Het Dutch Biorefinery Cluster (DBC) is een samenwerkingsverband van een aantal
UTILITIES 25 nr. 1 - februari 2016
Bijdragen aan de circulaire economie
Ingenieuze industriewater
OPLOSSINGEN zijn er om gevonden te worden
Evides Industriewater draagt bij aan de circulaire economie: • CO2 besparing en benutten restwarmte • Terugdringen energieverbruik • Terugwinnen van bruikbare stoffen uit afvalwater
• Behandelen van effluent tot zuiver water • Ontzilten van lokaal brak water voor hergebruik • Biogas, warmte en groene stroom terugwinnen uit afvalwater Voor meer projectinformatie bezoekt u de website.
Evides Industriewater, vindingrijk www.evidesindustriewater.nl
20160004 Adv Utilities 185x267_01c.indd 1
11-01-16 17:00
17:00
bedrijven in de voedingsmiddelen en agro-industrie en de papierindustrie dat gezamenlijk onderzoekt hoe water efficiënter benut kan worden en welke waardevolle grondstoffen uit de industriële reststromen kunnen worden teruggewonnen. Cees van Rij vertegenwoordigt een van die partijen, aardappelproducent Lamb Weston/Meijer, maar spreekt vooral namens het DBC. ‘Water zal in de toekomst een belangrijke plaats krijgen’, zegt Van Rij. ‘Net als bedrijven hun carbonfootprint proberen te verlagen, zo zullen ze ook hun waterfootprint moeten verkleinen. De eerste stap daarin is om al aan de voorkant van je processen te kijken waar je minder water kunt inzetten. Dat reduceert namelijk niet alleen het watergebruik, maar scheelt ook energie en vervuiling. Stap twee is om zoveel mogelijk water te hergebruiken. Dat betekent dat je grondstoffen en energie zoveel mogelijk uit het water haalt om dat water vervolgens zodanig te zuiveren dat het terug in het proces kan. Of in andermans processen…’ Nu zijn de bij DBC aangesloten al best ver in het valoriseren van hun reststromen, maar het nemen van de volgende stap is nog best een uitdaging. ‘Procesoptimalisatie is de beste stap die je kunt nemen, die stap hebben we ook goed onder controle. Hetzelfde geldt voor het optimaliseren van de waterstromen in de eigen keten. Maar waar nog echt grote slagen kunnen worden gemaakt is in de slimme combinaties. De papiersector kan bijvoorbeeld de nutriënten uit de reststromen van de voedingsmiddelensector goed gebruiken om hun afvalwaterverwerking te optimaliseren. Dat gebeurt inmiddels al. Maar ook water zelf kan worden uitgewisseld tussen bedrijven. In dat geval rijst al echter snel de vraag wie gaat investeren. In veel agroproducten zit water dat als bijproduct uit het proces komt. Dat water kan als voedingswater worden gebruikt voor vele andere processen. Ook de warmte die vaak nog in het water zit ingesloten zou over de bedrijfsgrenzen nog nuttig kunnen worden ingezet. Helaas lopen dit soort ideeën vaak spaak op investeringen buiten de eigen bedrijfsgrenzen.
Want als bedrijven tien kilometer uit elkaar liggen, zal je toch een pijpleiding van die lengte moeten aanleggen. Dat zijn behoorlijke investeringen.’
Overheid En zo weet Van Rij nog wel meer beren op de weg te benoemen die duurzame ontwikkelingen op het gebied van watervalorisatie in de weg staan. ‘Het begint al bij het feit dat water redelijk goedkoop is. Daardoor is de businesscase voor innovatieprojecten nauwelijks rond te krijgen. Daar komt nog bij dat het fosfaat of struviet dat we uit het water kunnen winnen momenteel nog moeten concurreren met fossiele fosfaten. En die prijs is zo laag, dat ook daar weinig winst te halen is. De overheid verleent wel subsidie voor innovaties, maar ziet ondersteuning van de exploitatie als marktverstoring. Daar komt nog bij dat de hoeveelheden die worden geproduceerd ook niet heel groot zijn, waardoor je je kunt afvragen of je überhaupt in dit soort technologie moet investeren.’ Technisch is er nog veel meer mogelijk. Spanjers noemde al het voorbeeld van bioplastics, maar er lopen ook experimenten waarin cellulose of nutriënten uit reststromen worden gehaald. ‘Er is een duidelijke technology push’, zegt Van Rij, maar de markt vraagt er nog nauwelijks naar. En ook hier geldt weer dat de schaalgrootte de businesscase vaak de das om doet.’ Die businesscase is ook afhankelijk van de horizon die de betrokken partijen
hebben. ‘Veel van dit soort projecten hebben betrekking op een aantal schakels in de waterketen, wat in de praktijk erop neerkomt dat publieke en private partijen moeten samenwerken. De industrie ziet echter niets in investeringen die zich over langere tijd dan drie tot vijf jaar terugverdienen, terwijl overheden een scope van vijftien jaar ook nog wel acceptabel vinden. Die overheid zou dan ook de meeste risico’s kunnen dragen, maar wil dat vooralsnog niet doen voor commerciële projecten.’ De rol van de overheid is sowieso cruciaal in het slagen van watervalorisatieprojecten, vindt het DBC. ‘Nu zijn er nog teveel wettelijke beperkingen om grondstoffen te verkopen of water te hergebruiken. Het begint al met de term afvalwater, dat een heel andere lading geeft aan de grondstoffen. Als twee bedrijven waterstromen willen uitwisselen, moet dat van drinkwaterkwaliteit zijn. Het zijn maar twee voorbeelden van allerlei beperkende wetgeving die innovatie in de weg staan.’ Ondanks de beren op de weg, heeft het DBC toch een behoorlijke lijst met watervalorisatieprojecten die haar leden hebben geïmplementeerd of willen gaan implementeren. Die projecten zullen tijdens het Watervisie Congres op 18 februari worden gepresenteerd. ‘Ik ben er van overtuigd dat waar we nu aan werken over tien jaar cruciaal is voor de voorzieningszekerheid van water’, besluit Van Rij. n
UTILITIES 27 nr. 1 - februari 2016
[Sch
rijf
u nu
in]
Datum: 18|02|2016 Locatie: iTanks Xperience Dock | Rotterdam
THEMA: INDUSTRIEWATER IN DE CIRCULAIRE ECONOMIE Tijdens de vierde editie van Watervisie laten we zien dat ketenintegratie en publiek/private-samenwerking niet alleen goed is voor het milieu, maar ook voor de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie. Delf het goud in uw waterketen. Initiatiefnemers:
Partners:
PROGRAMMA 12.00 Ontvangst met lunch 13.00 Opening / CHEMIE - DOW Benelux sluit waterkringloop Spreker: Henk Pool, R&D Directeur, Dow Benelux - Water Innovator of the Year pitches Met bijdragen van: EColoRO, Pentair Advanced Filtration, Waterschap Aa en Maas, Waterschap Brabantse Delta, De Dommel en Wetterskip Fryslân, Elemental Watermakers 14.45 Pauze
DOELGROEP
• Beslissers en geïnteresseerden uit de (proces-) waterintensieve industrie • Managers uit de Chemie & Raffinage • Food & Beverage • Pulp & Paper • Olie & Gas-industrie
15.15 FOOD - Hergebruik van proceswater Spreker: Joost van der Heijden, IOI Loders Croklaan - Voorbeeldcases met: Dutch Biorefinery Cluster Een samenwerking tussen Agrifirm, Avebe, Royal Cosun, Friesland Campina, Lamb Weston Meijer, VNP en Productschap Tuinbouw om de waarde van waarde te ontsluiten. 16.30 Uitreiking WATER INNOVATOR OF THE YEAR 17.00 Cradle to Cradle. Spreker: Michael Braungart 17.30 Borrel en hapjes 18.30 Einde
www.watervisie.com
]
WATERVISIE 2016 Nog nooit was de urgentie zo groot
om het roer om te gooien. Klimaatwetenschappers waarschuwen al langer dat de opwarming van de aarde gevolgen heeft voor de toegang tot schoon, zoet water. Maar inmiddels voelen ook de sceptici de gevolgen van klimaatverandering aan den lijve. Tijdens het Watervisie Congres hoort u hoe u duurzamer kunt produceren om erger te voorkomen ĂŠn hoe u met waterschaarste kan omgaan als het al te laat is.
Industriewater in de circulaire economie Henk Pool van Dow Benelux opent het congres met een voorbeeld van adaptatie. Het Amerikaanse chemiebedrijf vestigde zich vijftig jaar geleden in een zoutwaterdelta waar zoet water maar beperkt aanwezig was. Als voorloper voor de rest van de industrie, hanteerde DOW Terneuzen dan ook als eerste de term industriewater. De ervaring die het bedrijf inmiddels heeft opgedaan in zoutwaterbehandeling, maar ook in het integreren van diverse zoetwaterbronnen is een voorbeeld voor de petrochemische industrie.
Valorisatie Ook IOI Loders Croklaan nam alvast voorzorgsmaatregelen en hergebruikt een groot deel van zijn proceswater. Hoewel het bedrijf wel degelijk toegang heeft tot zoet water, wil het zijn ecologische voetafdruk zoveel mogelijk verkleinen. Het bedrijf liet een membraan bioreactor bouwen, koppelde daar een reverse osmose-installatie aan en gebruikt nu een groot deel van zijn proceswater als ketelwater. Minstens zo interessant zijn de vorderingen van de leden van Dutch Biorefinery Cluster. De bedrijven uit de voedingsmiddelen-, agro- en papierbranche delen kennis om zoveel
mogelijk waarde uit hun reststromen te halen. Inmiddels is het mogelijk om fosfaat, vetzuren, bioplastics, alginaten, cellulose, biogas en diverse mineralen uit de waterstromen te winnen. Hoewel de businesscase voor deze producten nu nog lastig is rond te maken, investeren de bedrijven met name in oplossingen die we in de toekomst hard nodig zullen hebben.
Innovators Inmiddels strijden de Waterinnovators of the Year 2016 ook hard om de internetstemmen. EColoRO, dat electrocoagulatie gebruikt om met pigment vervuilde reststromen schoner te maken, weet de watervoetafdruk van de textielindustrie enorm te verkleinen. De helixtechnologie van Pentair is op het eerste gezicht een eenvoudige innovatie. Maar als daarmee het energieverbruik gehalveerd wordt, is de impact op de waterwereld enorm. De inzending van waterschap Aa en Maas en afvalverwerker Attero is met name een sociale innovatie. De publiek private samenwerking resulteerde in ieder geval tot een hogere energieproductie en de productie van struviet. Hoewel al langer wordt gesproken over de productie van bioplastics uit
communaal water, is het pas onlangs daadwerkelijk bewezen dat het daadwerkelijk mogelijk is. Drie waterschappen toonden onlangs de eerste kilo PHA die met bacteriĂŤn uit rioolwater is gemaakt. Het Pharox-project is dan ook een terechte kandidaat voor de Waterinnovator of the Year-verkiezing. De laatstgenoemde kandidaat doorbrak de impasse dat zeewater niet kon worden ontzilt met behulp van duurzame energie. Elemental Watermakers gebruiken de zwaartekracht om zeewater eerst naar een hoger niveau te pompen om zo de benodigde druk op te bouwen voor een RO-installatie. Het bedrijf boekt nu al succes in tropische gebieden.
Braungart Als u nog niet geĂŻnspireerd raakt door de innovatieve Nederlandse bedrijven, dan kan cradle-to-cradle grondlegger Michael Braungart u wellicht het laatste duwtje in de goede richting geven. De manier waarop wij nu fosfaten winnen en vervolgens dumpen is volgens Braungart niet houdbaar. Maar misschien laat de professor zich ook nog wel verrassen door de innovatiekracht van de Nederlandse watersector. n
UTILITIES 29 nr. 1 - februari 2016
Energie Stroomuitval in het middenspanningsnet heef
doorgaans grote gevolgen voor huishoudens en de middenstand. Netbeheerders Liander en Enexis ontwikkelden samen met DNV GL sensoren die uitval kunnen voorspellen vóórdat het daadwerkelijk plaatsvindt. Het aantal storingen in het middenspanningsnet wordt daarmee met een kwart gereduceerd.
Sensoren meten degradatie middenspanningsnet Netbeheerders Liander en Enexis werken samen om de betrouwbaarheid van het middenspanningsnet te verhogen. Samen met DNV GL, het vroegere KEMA, ontwikkelden de beheerders van het midden- en laagspanningsnet een systeem die niet alleen kan voorspellen wanneer een kabel dreigt uit te vallen, maar ook waar het defect zich zal manifesteren. Met name dat laatste is zeer waardevol in een ondergrondse
jes kan registreren en ze bovendien logt in de tijd. Als je die sensoren vervolgens op de aardedraad van twee middenspanningsstations laat meten, zie je de degradatie van het stuk kabel daartussen soms weken van tevoren aankomen. Op dat moment levert de degradatie nog geen overlast op, maar je kunt wel binnen een range van twee weken voorspellen wanneer de situatie een kritiek punt bereikt. Doordat de tijd op beide sensoren
De netbeheerder kan zijn werkzaamheden beter plannen en zo gaan graven op tijdstippen die het minste overlast veroorzaken. kabelinfrastructuur. Graven is immers duur en levert met name in de stedelijke omgeving nogal wat overlast op. Fred Steennis, hoogleraar aan de TU Eindhoven en verbonden aan test- en onderzoeksinstituut DNV GL stond aan de wieg van het concept dat de naam Smart Cable Guard kreeg. ‘Een defect aan een kabel is redelijk goed te registreren’, zegt Steennis. ‘Wanneer zich ergens een defect bevindt, ontstaan kleine vonkjes. We ontwikkelden een sensor die de vonk30 UTILITIES nr. 1 - februari 2016
wordt vastgelegd, kun je bovendien aan het tijdsverschil tussen de gemeten vonkjes afleiden waar ongeveer het defect zich moet bevinden. We konden dit met een plaatsonnauwkeurigheid van zo’n 1 procent voorspellen. Daardoor hoef je niet meer een complete kabel bloot te leggen om de storing te zoeken. Daar komt bij dat een breuk zich sneller manifesteert op plekken waar twee kabels aan elkaar zijn gelast. Als de sensoren de storing in de buurt van zo’n las registreren,
kan je er bijna wel van uitgaan dat de storingsmonteurs daar moeten gaan graven.’ De sensoren kunnen op kilometers afstand uit elkaar worden geplaatst.
Uitval voorkomen De voordelen van een dergelijke monitoring zijn legio. De netbeheerder kan zijn werkzaamheden beter plannen en zo gaan graven op tijdstippen die het minste overlast veroorzaken. Nog belangrijker voor de klant en uiteindelijk voor de netbeheerder zelf is dat veel uitval wordt voorkomen. Liander en Enexis schatten het aantal storingen in het middenspanningsnet met 25 procent te kunnen reduceren. Met name dit net is cruciaal in de stroomvoorziening omdat uitval ervan een redelijk groot deel van de klanten treft. Sander Schouwenaar, manager innovatie van Enexis: ‘Uitval in het laagspanningsnet blijft doorgaans beperkt tot een straat of een blok en het hoogspanningsnet is zo redundant ingericht dat het bijna niet kan uitvallen. Het middenspanningsnet is kwetsbaar en storingen treffen een veel groter gebied dus proberen we uitval zoveel mogelijk te voorkomen of de gevolgschade te beperken door
De eerste testopstelling staat niet helemaal voor niets op de kruising van de Keizersgracht en de Leidsche straat in Amsterdam.
bijvoorbeeld alternatieve routes of backupvermogen te leveren.’
Risicoprofielen De sensoren die in twee middenspanningsstations worden geïnstalleerd zijn niet goedkoop. Vandaar dat de netbeheerders
ze willen laten rouleren door het land. De eerste testopstelling staat niet helemaal voor niets op de kruising van de Keizersgracht en de Leidsche straat in Amsterdam. Schouwenaar: ‘De economische gevolgen van uitval zijn in dit soort gebieden met veel
middenstand en andere bedrijvigheid groter dan in de buitengebieden. We kijken dus naar de risicoprofielen van de netten en daar waar de kans op schade en het effect ervan op onze klanten het grootste is, zullen we als eerste metingen verrichten.’ ■
NETBEHEERDERS INVESTEREN IN BETROUWBAARHEID MIDDENSPANNINGSNET De afgelopen jaren zijn er al meer testen geweest met het detecteren van storingen in het middenspanningsnet of in het voorkomen van uitval na een storing. Zo introduceerde Stedin drie jaar geleden een zelfherstellend elektriciteitsnet. Door gebruik te maken van ICT en elektrotechniek kan men de locatie van een defect in een kabel of elektriciteitshuisje volledig automatisch detecteren en isoleren en schakelen de overige delen van het desbetreffende net zelfstandig weer in. Dat betekent dat dus niet gemiddeld 2500 klanten, maar maximaal nog 200 klanten langer last hebben van een storing. Daarnaast gebruikt de netbeheerder intelligente storingsdetectiesystemen. Een intelligente storingsverklikker is een sensor waarmee storingen in elektriciteitshuisjes automatisch kunnen worden gedetecteerd en gemeld aan het Bedrijfsvoeringcentrum (BVC) van Stedin. In het BVC bewaken en besturen medewerkers de energienetten. Het grote voordeel van verklikkers is dat de oorzaak en exacte plaats van een storing veel sneller kan worden bepaald. Monteurs kunnen vervolgens direct naar de juiste locatie. Ook Enexis zet distributieautomatisering in om het gevolg van storingen te beperken. Om het elektriciteitsnetwerk te automatiseren, worden de middenspanningstations uitgerust met een kleine computer. Hierdoor kan de controlekamer het netwerk op afstand worden monitoren en bedienen. Door het aanbrengen van de distributieautomatisering-techniek, kan een storing voor een groot gedeelte van de klanten worden teruggebracht naar slechts enkele minuten, waardoor zij veel sneller weer van stroom zijn voorzien. Een andere oplossing van Enexis die het middenspanningsnet moet ontlasten, maar ook uitval in het laagspanningsnet kan voorkomen, is de Smart Storage Unit (SSU), ook wel de buurtbatterij genoemd. In geval van een storing kan het lokale laagspanningsnet onder spanning gehouden worden door over te gaan op eilandbedrijf.
UTILITIES 31 nr. 1 - februari 2016
Energie Bavaria heeft een duidelijke duurzame mission
statement en legt nadrukkelijk focus op besparen maar kijkt ook naar het introduceren van duurzame energieopwekking. In dat kader heeft het bedrijf met de installatie van een warmtepomp een grote stap genomen. De bierbouwer denkt daarmee tot vijf procent van zijn energiegebruik te kunnen terugdringen.
Tekst: David van Baarle
Bavaria brouwt duurzamer en betrouwbaarder De brouwerij van Bavaria in het Brabantse Lieshout maakte drie jaar geleden nog gebruik van twee warmtekrachtinstallaties, of zoals Utilities Manager Leon van Veghel zegt: ‘turbine/ketel combinaties’. Eenvoudig gezegd komt het erop neer dat de turbine elektriciteit en warmte opwekt en in de ketel omzet naar stoom welke in het proces wordt ingezet. Het bedrijf heeft voor verschillende processen stoom en warmte nodig en de stroom die het bedrijf niet zelf gebruikte, verkocht ze op de elektriciteitsmarkt. ‘Toen ik drie jaar geleden werd aangenomen als utilities manager, was men al in overleg met koelcompressor-leverancier GEA’, zegt Van Veghel. Zij zagen al mogelijkheden voor het opwaarderen van restwarmte uit de koelprocessen. We hebben destijds een rekensom gemaakt, maar kwamen toch goedkoper uit met de installaties die we al hadden staan. We wonnen al warmte terug uit de rookgaskoelers van de WKK-installaties, wat we onder andere gebruikten in de mouterij. Eigenlijk hadden we geen extra warmte nodig en waar dat wel zo was, konden we altijd nog terugvallen op stoom.’ 32 UTILITIES nr. 1 - februari 2016
WKK De tijden zijn inmiddels behoorlijk veranderd: de gasprijzen zijn relatief hoog terwijl de stroomprijs behoorlijk is gekelderd. Het verschil tussen de gas- en de stroomprijs wordt ook wel de sparkspread genoemd en die is op dit moment op zijn zachtst gezegd niet gunstig voor warmtekrachtkoppeling. ‘Toen de marktprijzen voor elektriciteit inzakten, was het economisch niet meer interessant om twee WKK’s in bedrijf te houden’, vervolgt Van Veghel. ‘Natuurlijk is zelf stroom opwekken nog altijd goedkoper dan inkopen en dus besloten we één van de installaties, de nieuwste, in bedrijf te houden. De andere installatie is niet alleen wat ouder, maar presteert ook wat minder wat betreft energetisch rendement en CO2-uitstoot. We houden die laatste installatie overigens wel aan als backup voor het geval de andere WKK voor onderhoud uit bedrijf moet worden genomen of om welke reden dan ook faalt. We laten de oude WKK nog zo nu en dan draaien en geven hem de voor het gebruik noodzakelijke onderhoudsbeurten, maar dat zijn er uiteraard een stuk minder dan als hij in vol bedrijf zou zijn geweest. Door de keuze voor één WKK
ontstond echter een uitdaging in de warmteproductie omdat we ineens de helft minder warmte konden recupereren uit de rookgaskoelers. En daarmee kwam de oplossing van GEA weer in beeld. Ineens was er een duidelijke businesscase voor energie- én geldbesparing met behulp van een warmtepomp.’
Drie stappen Zoals gezegd wordt de warmte voornamelijk ingezet in de mouterij. Van Veghel: ‘Een van de basisingrediëntje voor bier is mout. Het ruwe gerst dat van het land komt, moet eerst kiemen en wordt vervolgens gedroogd op een zogenaamde eest. Voor dit kiemen is warmte nodig. Afhankelijk van het soort gerst dat we binnenkrijgen en de kiemfase van het gerst zijn temperaturen tussen de zestig en tachtig graden nodig. Uit de koelinstallaties komt warmte met een temperatuur van zo’n dertig a veertig graden vrij. De nieuwe warmtepomp brengt dit water in drie stappen van ongeveer tien graden per stap op de gewenste temperatuur van plusminus 67 graden Celsius. Met name de keuze om de warmte in drie fases op te warmen zorgt voor de hoge energieprestaties van de warmtepomp. Het
Abonnees lezen meer op www.utilities.nl
eestproces is namelijk niet continu en ook de warmtebehoefte schommelt geregeld. De pomp heeft een maximale capaciteit van 3,5 megawatt, maar werkt dus regelmatig op vijftig procent van zijn capaciteit. Door de gekozen configuratie werkt hij ook dan nog zeer efficiënt.’
COP 7 De directie van Bavaria hoefde niet heel lang na te denken over de investering van toch ruim één miljoen euro. ‘We hebben ons gecommitteerd aan het MEE-convenant, wat staat voor meerjarenakkoord energieefficiëntie ETS-ondernemingen. Daarin hebben we samen met de andere Nederlandse bierbrouwers afgesproken er alles aan te doen om zo energieefficiënt mogelijk te werken. Als we de COP (coëfficiënt of performance, red.) halen, besparen we vijf procent energie en hebben we zeven procent minder gas nodig, wat weer leidt tot zeven procent minder CO2-uitstoot.’ De COP is overigens de verhouding tussen het energieverbruik van de compressor en de nuttige hoeveelheid warmte die de warmtepomp levert. ‘Die verhouding zou theoretisch op zeven moeten staan’, licht Van Veghel toe. ‘Dat wil zeggen dat één kilowatt elektriciteit zeven kilowatt warmte moet opleveren. GEA heeft deze prestaties beloofd en ik heb er vertrouwen in dat ze die ook gaan halen.’ Business case De Rijksoverheid stimuleert duurzame innovatie in de industrie met een aantal subsidies. ‘Het hielp natuurlijk dat we gebruik kunnen maken van fiscale voordelen zoals de EIA en de Vamil-regeling, zegt Van Veghel. ‘Maar zelfs zonder die overheidssteun was de businesscase rond te krijgen. We verwachten deze investering binnen drie jaar te kunnen terugverdienen en dat zou zonder fiscale voordelen vijf jaar zijn geweest. Bavaria is van oudsher bezig met innovatie en kijkt vooral naar de langere termijn als het gaat om duurzame investeringen. Daardoor is deze investering eigenlijk nauwelijks een discussiepunt geweest. Sterker nog: ik ben alweer bezig met de plannen voor een volgende stap in de verduurzaming
van de energievoorziening. We hebben namelijk nog meer warmtebronnen her en der verspreid staan over de brouwerij en we zouden de warmtevraag en het warmteaanbod kunnen koppelen via een warmwaterleiding. Op die manier kunnen we de warmte van bijvoorbeeld rookgaskoelers of de warmte van biogasmotoren naar de spoelmachine leiden. Die installatie gebruikt warm water om de retourflessen te spoelen. Nu is de aanleg van een warmwaterleiding nog een behoorlijke investering omdat het om een nogal lange leiding gaat die ook nog eens moet worden geïsoleerd. Maar als we de businesscase rondkrijgen, gaan we het zeker doen.’
Diepe aardwarmte Naast de inzet van een warmtepomp zijn er nog wel meer duurzame energiebronnen waar Van Veghel interesse in heeft. ‘Samen met de provincie Noord-Brabant kijken we naar de mogelijkheden van diepe aardwarmte ofwel geothermie. Gezien onze warmtevraag zijn dit soort energiebronnen interessanter dan bijvoorbeeld een windturbine. Dat laatste zou sowieso niet slim zijn omdat we hier in een windluw gebied zitten. Het aanboren van zo’n diepe bron is behoorlijk kostbaar en dan loop je ook nog het risico dat je hem niet kunt gebruiken. Om dat soort risico’s af te dekken, kan je alleen maar gezamenlijk optrekken met
de overheid en andere bedrijven. De provincie heeft belang bij duurzame productie in zijn gebied omdat daarmee de leefkwaliteit verbetert en durft daarvoor zijn nek uit te steken. Samen kan je dan tot mooie, duurzame oplossingen komen.
Zonnecellen We hebben overigens ook nog naar de inzet van biomassa gekeken als basis voor onze warmte en stroomproductie. We zijn echter van mening dat biomassa alleen interessant is als je voldoende eigen grondstof hebt. Nu produceren we wel degelijk een biologisch afvalproduct, bierbostel, maar dat vindt zijn weg naar de stallen als veevoeder. Dat is een hoogwaardigere toepassing dan het simpelweg verbranden van biomassa. Als we een bio WKK zouden installeren, zouden we onze biomassa extern moeten betrekken en dat gaat ons een stap te ver. Een optie die wellicht nog interessant is, is de installatie van zonnecellen. Ik ben me er wel van bewust van dat een besparing zoals we die hebben gedaan met de warmtepomp veel meer rendement oplevert, maar zon-pv is een goede alternatieve energiebron die voor iedereen beter herkenbaar is. Ik blijf me dan ook focussen op procesverbeteringen in de utilities en de logistieke omgeving. Daar zijn nu eenmaal de eenvoudigste energiebesparingen te halen. ■
UTILITIES 33 nr. 1 - februari 2016
[Sch
rijf
2016 u nu
Het jaarcongres van de NVDO en het iMaintain platform Datum: 17 maart 2016 | Locatie: AHOY Rotterdam
THEMA: IN THE LEAD De Nederlandse industrie heeft alles in zich om koploper te zijn en te blijven. Maar dat komt niet vanzelf. Tijdens iMaintain 2016, het jaarcongres van de NVDO en het iMaintain platform, kijken we hoe de Nederlandse maintenancesector bijdraagt om ‘in the lead’ te blijven. Welke factoren maken het verschil in food en farma, infra, fleet, procesindustrie en de gebouwde omgeving?
www.nvdo.nl
DOELGROEP
Beslissers en verschilmakers van: • Onderhoudsintensieve bedrijven en organisaties • Aanbieders van onderhoudsdiensten • Leveranciers van technologie en onderdelen op het gebied van onderhoud • Overheden en kennisinstituten
PROGRAMMA
11.00 Opening door Hans Peters en Mark Oosterveer 11.10 Keynote: In the lead door asset management 12.00 Pauze en netwerklunch 13.15 Jouw onderhoud / mijn onderhoud Videoverslag + interactieve discussie Maurice Zuidgeest (Janssen Biological) Ivo van der Gaag (ETT.VTTI) 13.45 In the lead met contractpartnership Ron Wever (Schiphol) 14.10 Pitches door de Maintenance Manager of the Year kandidaten 14.45 Korte break 15.15 Paneldiscussie: Hoe blijf je in the lead? technisch specialisten van diverse opdrachtgevers o.a. Hilco van de Bogaart (Waterschap Rivierenland) 15.40 Paneldiscussie: Hoe houd je de klant in the lead? Met oa. Ruud Schenk (Cofely), Mark Haarman (Mainnovation), Ewout Noordermeer (Ultimo) 16.05 Slotlezing: Een verrassende kijk op de koppositie 17.00 Afsluiting en Netwerkborrel 18.30 Avondprogramma met de verkiezing van de MAINTENANCE MANAGER OF THE YEAR
www.imaintain.info/congres
in]
]
product & oplossing Kleine en lichte warmtepomp
➧
De Sabroe HeatPAC HPX is een warmtepomp met nieuw ontwikkelde zuigercompressor. De HPX gebruikt minder dan de helft van de ruimte en het gewicht die andere pompontwerpen nodig hebben om warm water van negentig graden Celsius te produceren. De warmtepompen bieden nieuwe industriële opportuniteiten door de productie van warm water met temperaturen tot negentig graden Celsius mogelijk te maken. Hierbij gebruikt het elke geschikte warmtebron met een lage temperatuur en heeft het slechts een minimale energie-input nodig. Alle HeatPAC HPX warmtepompen zijn standaard uitgerust met een frequentie geregelde aandrijflijn (VSD). Dit garandeert uitstekende prestaties met een maximale energie-efficiëntie, zelfs in deellast, veranderende omstandigheden en bij verschillende operationele vereisten. www.johnsoncontrols.com
Stroomtangen meten intermitterende storingen
➧
Datamanager voor Hart-transmitters
➧
De stroomtangen van de 370 FC-serie met Fluke Connect loggen metingen om intermitterende storingen precies op te sporen zonder dat de technicus aanwezig hoeft te zijn. Die metingen worden vervolgens wireless verzonden naar de Fluke Connect-app op een smartphone of tablet en automatisch naar de cloud geüpload. Technici kunnen zo buiten de boogontladingszone blijven en uit de buurt blijven van gevaarlijke bewegende machines, wat de veiligheid vergroot. De stroomtangen met veiligheidsspecificatie CAT IV 600 V/CAT III 1000 V bieden geavanceerde mogelijkheden voor storingzoeken om met één instrument uiteenlopende metingen vast te leggen. Als onderdeel van Fluke Connect kunnen technici meetgegevens wireless verzenden van de stroomtangen van de 370 FC-serie en andere test- en meetinstrumenten naar hun smartphones, zodat ze veilig kunnen worden opgeslagen in de Fluke Cloud en door het team op locatie kunnen worden geopend. www.fluke.nl
De data manager Memograph M RSG45 van Endress+Hauser beschikt naast universele ingangen ook over de mogelijkheid om direct de vier digitale proceswaarden van transmitters met het Hart-protocol te registreren en te visualiseren met een totaal van veertig Hart-waarden. In totaal kunnen twintig Hart--transmitters worden aangesloten, waarbij de RSG45 tevens als Hart-gateway naar bovenliggende systemen kan functioneren. Zonder bijkomende apparatuur of onderbreking in de meetkring kunnen de transmitters nu op afstand worden benaderd met configuratiesoftware zoals FieldCare. Tevens wordt de gedetailleerde instrument status van de transmitter beschikbaar gemaakt. De RSG45 is leverbaar met een IP65 roestvaststalen front en touchpanel, eventueel met een ATEX Ex px toelating voor toepassing in zone 2 explosiegevaarlijke gebieden. www.nl.endress.com
Kijk voor meer productinnovaties op www.utilities.nl
UTILITIES 35 nr. 1 - februari 2016
MARKET REVIEW WATER
PRODUCTEN
Lubron Waterbehandeling
BERMAD Holland Postbus 5130 3295 ZG ‘S-GRAVENDEEL Tel: +31 (0)78 - 6 73 47 61 Fax: +31 (0)78 - 6 73 70 87 E-mail: info@bermad.nl Website: www.bermad.nl
Postbus 540 4900 AM OOSTERHOUT NB Tel: +31 (0)162 - 42 69 31 Fax: +31 (0)162 - 45 91 92 E-mail: info@lubron.eu Website: www.lubron.eu
GAS
PRODUCTEN
Esders
Esders Dr Paul Janssenweg 144 Postbus 10131 5000JC Tilburg Tel: +31 (0)13-4680856 Fax: +31 (0)13-4686075 E-mail: info@esders.nl Website: www.esders.nl
Dr Paul Janssenweg 144 Postbus 10131 5000JC Tilburg Tel: +31 (0)13-4680856 Fax: +31 (0)13-4686075 E-mail: info@esders.nl Website: www.esders.nl
INSPECTIE EN KEURINGEN
Kiwa Nederland Grünbeck Waterbehandeling B.V. De toekomst in duurzame waterbehandeling Zutphenstraat 65 7575 EJ OLDENZAAL Tel: +31 (0)541 820 903 Fax: +31 (0)541 820 904 E-mail: info@gruenbeck.nl Website: www.gruenbeck.nl
Sir Winston Churchilllaan 273 2288 EA RIJSWIJK Postbus 70 2280 AB RIJSWIJK Tel: +31 (0)70 414 44 00 Fax: +31 (0)70 414 44 20 E-mail: inspectie@kiwa.nl Website: www.kiwa.nl
OVERIG
DIENSTEN
DDM Demontage Jotem Waterbehandeling Parelstraat 24 7554 TM HENGELO Tel: +31 (0)74 - 24 25 255 Fax: +31 (0)74 - 24 34 880 E-mail: info@jotem.nl Website: www.jotem.nl
Industriële verhuizingen Demontage – Sloopwerken Transport – Asbestsanering Offshore Postbus 253 3454 ZM DE MEERN Tel: +31 (0)30 - 666 97 80 Fax: +31 (0)30 - 245 91 27 E-mail: info@ddm.eu Website: www.ddm.eu
Advertentie-index Deutsche Messe AG.................................................................... 16 EasyFairs UK Ltd......................................................................... 10 Evides n.v.................................................................................... 26 De Jongh Pipesystems b.v.............................................................4 iMaintain..................................................................................... 34
36 UTILITIES nr. 7 - november 2015
Logisticon Water Treatment b.v.....................................................2 MODELEC Data-Industrie b.v...................................................... 40 NCTI........................................................................................... 16 Santon Circuit Breaker Services b.v............................................. 10 Jetvertising.................................................................................. 39
agenda Watervisie 2016: Industriewater in de circulaire economie 18 februari RDM Campus Rotterdam www.watervisie.com
Tijdens de vierde editie van Watervisie laten we zien dat duurzaam gebruik van utilities zoals industrie- en afvalwater de concurrentieverhoudingen soms overstijgt. We laten zien dat ketenintegratie en publiek/private-samenwerking niet alleen goed is voor het milieu, maar ook voor de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie. Hou uw agenda vrij en tot donderdag 18 februari.
Aqua Nederland 15 – 17 maart Evenementenhal Gorinchem www.evenementenhal.nl
NWP, Water Alliance en ENVAQUA organiseren de Nationale Watertechnologie Week 2016 in de Evenementenhal in Gorinchem met als centrale thema ‘De waarde van water, nu en later’. Drie dagen inspirerende seminars en workshops met elke dag een andere invalshoek. Tegelijkertijd wordt in de Evenementenhal ook weer de jaarlijkse Aqua Nederland Vakbeurs gehouden, met elk jaar meer dan 300 exposanten en bijna 10.000 bezoekers.
International SAP conferentie voor Utilities 11 - 13 april 2016 Den Haag uk.tacook.com
De international SAP conferentie voor Utilities 2016 wordt dit jaar in Den Haag gehouden. Deze wereldwijde conferentie voor IT en business professionals richt zich specifiek op de Utilities markt. Tegelijkertijd vindt ook de SAP-bijeenkomst plaats voor de olie- en gasindustrie.
Nationaal Windenergie Event 2016 21 april 2016 www.euroforum.nl
Windenergie, de belangrijkste duurzame energievoorziening in ons land. We hebben windenergie nodig om de doelstellingen uit het Energieakkoord en zoals opgelegd door Europa te halen. Windmolens worden steeds meer onderdeel van ons landschap, zowel op land als op zee. Nederlandse bedrijven zijn internationaal vooruitstrevend en zijn betrokken bij de grootste windparken ter wereld. Maar er is ook een keerzijde. Waar windenergie en de duurzame energievoorziening in het algemeen voor onze kinderen en kleinkinderen in de toekomst een gegeven zijn, stuiten plannen voor windmolens op land nu nog vaak op een ongelofelijk grote weerstand vanuit de burger. En we staan in de startblokken om grote projecten op zee te starten, maar wanneer kunnen we deze nu echt gaan realiseren?
Vakbeurs Energie 4 - 6 oktober Brabanthallen Den Bosch www.energievakbeurs.nl
Vakbeurs Energie is hét live B2B-platform gericht op duurzame energieopwekking en energiebesparing. Een platform boordevol innovaties, lezingen, live demonstraties en waardevolle contacten. Binnen de Vakbeurs Energie zijn twee specifieke platforms ingericht: Energie & Gebouw en Energie & Industrie. Beide platforms krijgen een eigen inhoudelijk programma en aparte presentaties op de beursvloer.
Offshore energy 25 - 26 oktober 2016 Amsterdam RAI offshore-energy.biz
De negende editie van de beurs en conferentie Offshore Energy verhuist naar de hallen 1, 2, 4 and 5 van Amsterdam RAI. De extra ruimte wordt gebruik om meer producten, innovaties en diensten te laten zien op het gebied van offshore energie.
Utilities ontvangt graag uw bijdrage aan deze pagina. Redactie Utilities, info@industrieperspectief.nl
Kijk voor meer evenementen in de industrie op www.utilities.nl
UTILITIES 33 nr. 1 - februari 2016
I N
H E T VOL G E N D E U T I LI T I E S
2 V ER S C HI JNT
N UM M E R I N
MA A RT
Energie: Duurzame energieopwekking en -opslag
Energie inkoop voor vriesopslag Koel- en vrieshuizen worden gerekend onder de middelgrote energiegebruikers. Door slim in te kopen kunnen de opslagloodsen voor bederfelijk voedsel veel geld besparen. Bovendien worden dit soort systemen steeds vaker ingezet als peakshaver voor duurzame energie. Door ’s nachts diep te koelen kan de koelinstallatie overdag een standje lager.
Energieopslag Hoewel de opslag van elektriciteit in batterijen het meest voor de hand ligt, zijn er veel alternatieven voorhanden. Opslag in de vorm van warmte is bijvoorbeeld veel efficiënter, maar ook waterstof is een optie. In het maartnummer van Utilities kijken we naar de alternatieven voor lithium-ion batterijen.
De gevolgen van het Energierapport voor de industrie Minister Kamp van Economische Zaken heeft zijn visie gepubliceerd op de energievoorziening van de toekomst. De industrie wordt hierin onder meer genoemd als leverancier van warmte. Maar welke rol kan de industrie nog meer vervullen in de transitie naar een duurzame energievoorziening in 2050?
THEMA'S 2016 Utilities 3 Gas: Gasinkoop en WKK Utilities 4 Water: Special Topsector Water Utilities 5 E nergie: Energiebesparing en ketensamenwerking Utilities 6 Energie en water: Stoom en warmte special Utilities 7 Water: Watervalorisatie Utilities 8 Gas: Industriële gassen
38 UTILITIES nr. 1 - februari 2016
R
N
UTILITIES Technologie en economie in de energie-, water- en gassenmarkt
Adverteren? Neem contact op met Arthur Middendorp van Jetvertising b.v. Telefoon: (070) 399 00 00 E-mail: arthur@jetvertising.nl
09:56
www.moxa.com
Smart GPRS Remote I/O De ioLogik 2500 is een slim draadloos I/O apparaat met unieke hard-en software eigenschappen. Het ondersteunt HSPA/GPRS, Ethernet en seriële communicatie, en biedt derhalve uitstekende oplossingen in diverse industriële data-aquisitie toepassingen. De ioLogik bestaat uit een 4-poort unmanaged Ethernet switch, twee seriële poorten en 32 GB opslagruimte. Door een uniek concept voor I/O uitbreiding is het mogelijk meer dan 100 I/O kanalen via één I/P adres te benaderden. Er is zoveel meer over te vertellen... Meer weten? Bel 0318-636262 of bezoek www.modelec.nl
www.modelec.nl Tel. 0318-636262 sales@modelec.nl
Adv_A4_Moxa_SmartGPRS.indd 1
24-11-15 15:42