Meer-Historie, maart 2010

Page 1

3

INHOUD Bestuur B. van Groenigen J. van der Maarl P. Roodenburg F. Ossewaarde Museum E. van Melis Boerderijen M. van Rijsbergen H. Stroet Luchtvaart L. de Roo Thema M. Bloemendaal Thema J. Klootwijk Thema J. Tamboer Thema R.H.M. Bekker Thema B. Klaassen Thema L. de Jong-Bronkhorst Thema B. Klaassen Ingezonden Oproepen Wie het weet mag het zeggen Boeken

Van de voorzitter..................................................................... 4 Winnaar acquisitie.................................................................. 5 Verslag begunstigeravond 2009.............................................. 6 Nieuws uit de Gemeentelijke Monumentencommissie........... 8 Historisch Museum Haarlemmermeer.................................. 10 Naamloze Boerderij.............................................................. 12 De Spaanse griep in de Haarlemmermeer............................ 14 De bedrijfsbrandweer van Fokker......................................... 16 Schiphol 10 mei 1940............................................................ 18 Duitse waarnemingspost bij Nieuw Vennep......................... 21 VICON in oorlogstijd............................................................ 23 Herinneringen aan mijn kinderjaren in de oorlog................ 25 Oorlogsherinneringen van Mevr. Struik-Goudriaan............ 29 Bezet en bevrijd.................................................................... 31 Klaproosdag en de dodenherdenking................................... 33 .............................................................................................. 35 .............................................................................................. 38 .............................................................................................. 39 .............................................................................................. 41

Meer-Historie maart 2010


4

redactioneel Voor u ligt een bijzonder nummer. Het eerste nummer na het grote lezersonderzoek dat onder de begunstigers van Meer-Historie is gehouden. De uitkomsten zijn inmiddels bekend, maar deze waren te laat binnen bij de redactie om er nog ruimhartig aandacht aan te geven. Dat zullen we hopelijk in een volgend nummer doen. Dat de uitkomsten enerzijds verrassend en anderzijds bevestigend zijn, zal u als betrokken begunstiger niet verbazen. Uiteraard was de redactiecommissie zeer benieuwd naar de uitkomst van de vraag naar het toekomstig coverbeleid. Het verheugde ons dan ook dat de geënquêteerden overwegend geen bezwaar hebben als het tijdschrift Meer-Historie iedere

editie een andere foto op het omslag krijgt. Tot zover. Enkele maanden geleden werd tijdens een vergadering van de redactiecommissie geopperd om aandacht te geven aan het thema oorlog. In mei is het alweer 65 jaar geleden dat Nederland werd bezet door Duitse troepen. Deels op ons verzoek is een groot aantal mensen in de pen geklommen en hebben we – naar onze mening – de het thema in brede zin neergezet. Verheugend is ook dat er vanuit de lezerskring een hartenkreet is gehoord om meer aandacht te geven aan de meer onbekende woonkernen binnen de Haarlemmermeer. Als redactie staan wij uiteraard open voor artikelen over en vanuit kernen waar je weinig over leest als Lijnden, Beinsdorp, Nieuwe Brug, Zwanenburg etc etc. Langs deze weg meteen een oproep! Namens de redactiecommissie, Marcel Harlaar

Bestuur Van de voorzitter

Het is best aardig om op deze plek zo af en toe een proefballonnetje op te laten en waar te nemen of en hoe daar op wordt gereageerd. Zo heb ik u, tussen de regels door, eens uitgedaagd een alternatief aan te dragen voor het woord begunstiger. Een lawine van reactie had ik niet verwacht. Wat dat betreft heeft u aan die verwachtingen voldaan. Maar de gedane suggestie om u in plaats van begunstiger aan te spreken als sympathisant vond ik een waardevolle. Op 20 april a.s. vindt de begunstigersavond weer plaats waar ik u overigens van harte voor uitnodig. Het idee om u, in plaats hiervan, uit te nodigen voor de sympathisantenavond en deze vergadering te mogen voorzitten in een bomvolle zaal met sympathisanten spreekt mij best wel aan. Benieuwd hoe u hierover denkt. Het jaarverslag 2009 is inmiddels ook gereed. Hiervoor met name heel veel dank aan onze secretaris, Bas Stolk, die daar veel tijd in heeft gestoken. Het jaarverslag geeft u een indruk wat onze tientallen vrijwilligers, verdeeld over diverse werkgroepen, zich ieder op hun eigen manier aan inspanningen getroosten ten behoeve van Meer-Historie. Werkelijk indrukwekkend. Het jaarverslag is verkrijgbaar via Bas Stolk (bfstolk@ hetnet.nl of 023-5284743).

Meer-Historie maart 2010

Het is al weer een tijdje geleden dat ik u, op deze plek, heb gevraagd om uw mailadres aan ons door te geven. Daar is weliswaar gehoor aan gegeven maar nog lang niet door iedereen. De achterliggende reden is een heel eenvoudige. Er gebeurt heel veel. Er zijn derhalve momenten dat er behoefte bestaat om u op korte termijn te informeren over ontwikkelingen of uw mening daarover te willen weten. Daarom nogmaals een oproep om uw mailadres door te geven aan Geert Deddens die verantwoordelijk is voor onze begunstigers-­ (c.q. sympathisanten-) administratie (gjdeddens@ hetnet.nl). Als laatste wil ik u nog even informeren over de stand van zaken rond het Museumpark. Ik noem het nog steeds Museumpark maar de naam Poldermuseum is inmiddels een meer gebruikte. Zoals u wellicht inmiddels heeft gelezen is de gemeenteraad unaniem akkoord gegaan met het ter beschikking stellen van een voorbereidingskrediet. Dat heeft het mogelijk gemaakt om een zogenaamde kwartiermaker te benoemen in de persoon van Edwin van Huis. Hij is inmiddels aan de slag gegaan met het opmaken van een stappenplan. Edwin is als kwartiermaker betrokken geweest bij de realisatie van het imponerende Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum. Wat dat betreft is gekozen voor de juiste man op de juiste plaats en is de start een veelbelovende. Bab van Groenigen, b.vangroenigen@quicknet.nl


5

BESTUUR Overdracht archief Stichting Vooruit

De Hoofddorpse Courant besteedde ruimhartig aandacht aan de overdracht van het archief. Peter Roodenburg, Adri van Oostrum en Ferry Kooreman respectievelijk leden van Stichting Meer-Historie en Stichting Vooruit waren aanwezig bij de overdracht van het archief van de honderd jaar geschiedenis van de stichting Vooruit, die verantwoordelijk is voor het organiseren van het Concours Hippique. ‘Dit is een bijzonder waardevolle aanvulling op het archiefmateriaal dat Stichting Meer-Historie al in huis heeft’, aldus Peter Roodenburg. Het materiaal werd in ontvangst genomen bij de 'Witte Boerderij'. Het materiaal bestaat hoofdzakelijk uit papier, maar er is ook een Koninklijke Erepenning bij die de stichting vorig jaar kreeg van koningin Beatrix ter ere van het 100-jarig bestaan.

de Aalsmeerderweg; zij woonden in een noodwoning in de tuin. In 1957 verhuisden zij naar Stompetoren in de Schermer naar een boerderij met een prachtig mooi groot woonhuis, maar jammer genoeg met maar 20 ha grond, niet genoeg om ‘echt’ te boeren. Na 2 jaar verhuisden ze naar de Domineeslaan in Zwanenburg, naar de RipsHoeve. Eigenaar was en is een landheer, te weten de heer Jong Schouwenburg. Agaath en Gerrit kregen 3 kinderen, 2 dochters en een zoon. Gerrit overleed op 66-jarige leeftijd na 35 jaar getrouwd te zijn in 1992. Haar liefde voor de edele viervoeters wordt duidelijk als we weten dat zij 10 jaar heeft paard gereden, 10 jaar ponyles heeft gegeven en 35 jaar lang keuringen verrichtte. Vijftig jaar was zij jurylid van de Federatie van Landelijke Rijverenigingen. Daar hernieuwde zij de contacten met Wijnand de Waardt (zie foto) die al de secretarisfunctie vervulde bij de keuringen. Tevens maakte ze 35 jaar deel uit van de Kerkeraad van de Gereformeerde Kerk te Halfweg. Meer-Historie vindt zij, evenals het Historisch Museum Haarlemmermeer een prachtig gebeuren. Zij is al zo’n 20 jaar lid van Meer-Historie; ook is zij vrijwilligster als baliemedewerkster en soms doet zij daar rondleidingen. Meer-Historie vindt zij een ‘must’ voor de inwoners van de Haarlemmermeer. Wel vindt zij het verschil tussen Meer-Historie en Historisch Museum Haarlemmermeer lastig uit te leggen (en zij is daarin niet de enige). Agaath heeft door haar drie kinderen lid te maken drie gele strookjes in kunnen vullen. Misschien een idee voor anderen!?! Jan van der Maarl

Winnaar acquisitie 1e kwartaal 2010

Geert Deddens heeft als winnaar van de eerste kwartaalprijs voor de acquisitie van nieuwe Meer-Historie begunstigers mevr. Agaath Rip geloot. Zoals gewoonlijk werd een plaats afgesproken waar het interview met bijbehorende foto zou worden genomen. Dat werd haast vanzelfsprekend De Witte Boerderij. Op een zaterdagochtend, mistig en zowaar geen sneeuw. Met onze secretaris Bas Stolk afgesproken dat hij de prijzen zou overhandigen. Mevr. Agaath Rip werd 14 augustus 1931 geboren in de IJ-polder (tussen Amsterdam en Halfweg). Zij was de dochter van Maurits Roos, een koeboer. Na de lagere school ging zij in oorlogstijd op de fiets naar Amsterdam naar de Nijverheidsschool. Zoals in die tijd gebruikelijk werkte zij op de boerderij. De koeien werden uiteraard nog met de hand gemolken. Als zij koeien molk mocht zij paardrijden. Zo ontstond ook haar liefde voor paarden en paardrijden. Tijdens wedstrijden in Dordrecht leerde zij haar man Gerrit Rip kennen. In 1955, 24 jaar oud, trouwden zij. Hij werd bedrijfsleider bij Knibbe aan

Dhr. Bas Stolk, secretaris Meer-Historie, reikt in de Witte Boerderij de prijzen uit aan de winnaars van het 1e kwartaal 2010.

Meer-Historie maart 2010


6

BESTUUR Begunstigersavond 20 april 2010 Zaal open: 19.00 uur/Aanvang: 20.00 uur Agenda: 1. Opening door de voorzitter van de Stichting Meer-Historie - dhr. Bab van Groenigen 2. Mededelingen 3. Integratie van de Stichtingen Historisch Museum Haarlemmermeer en Meer-Historie 4. Rooster van aftreden 5. Verslag begunstigersavond 2009 (zie hieronder) 6. Jaarverslag en jaarrekening 2009 7. Verslag kascontrolecommissie 8. Benoeming leden kascontrolecommissie 9. Rondvraag Aftredende bestuursleden zijn: De heer G. Deddens (niet herkiesbaar). Na de vergadering / pauze geeft dhr. F.J.M.J. Smits van Waesberghe een presentatie over: “Het gerstenat en zijn geneugten”

Verslag begunstigersavond 21 april 2009 1.Opening Voorzitter Bab van Groenigen opent de avond en heet een ieder van harte welkom. In het bijzonder de ereleden de heren Joop Arensman, Joop van der Putte, Arie de Koning, evenals de spreker van hedenavond, de heer ir. Hans van Velsen. Er is bericht van verhindering ontvangen van de heren van Eikeren, Mandemaker en Klinkspoor. In het afgelopen jaar is onze oud secretaris Ronald Hartman overleden. Hij wordt enkele ogenblikken staande herdacht. 2.Mededelingen De cultuurprijs Haarlemmermeer waarvoor Meer– Historie was genomineerd met het boerderijenboek en de Bibliotheek PLUS is gewonnen door Rob van Dijk met het koor ‘Trumpets of the Lord’. Meer-Historie bereikte een vierde plek, geen slechte prestatie. Onze vrijwilliger Hans de Wolff (restauratie werkgroep) is kortgeleden opgenomen in het ziekenhuis. Het gaat niet zo goed met hem. Namens Meer-Historie heeft hij het afgelopen weekend bezoek en bloemen gehad. De excursies van MH gaan dit jaar naar Kampen. Datum 30/5 is volgeboekt, voor 16/5 is nog een beperkt aantal plaatsen beschikbaar. Een klein werkgroepje bestudeert momenteel de mogeMeer-Historie maart 2010

lijkheid van integratie van Meer-Historie met het Historisch Museum Haarlemmermeer. 3.Rooster van aftreden en benoeming van bestuursleden Aftredend zijn Ed Destree en Bram Verbeek. Bram Verbeek is bereid nog enige tijd aan te blijven totdat een nieuwe penningmeester is gevonden en ingewerkt. De voorzitter memoreert de grote verdienste die Ed Destree voor Meer–Historie en als eindredacteur voor ons blad heeft gehad. Er is inmiddels in kleine kring afscheid van hem genomen. Voor hem in de plaats is Harry van Raak bereid toe te treden tot het bestuur. Hij participeert tevens in de redactie van ons blad en vormt op deze wijze de ‘linking pin’ tussen het bestuur en de redactie. Bas Stolk is bereid om te gaan fungeren als secretaris van het bestuur. De aanwezigen ondersteunen bij acclamatie deze benoemingen. 4.Verslag begunstigersavond 2008 Omdat het verslag niet vooraf aan de deelnemers is toegezonden wordt een korte leespauze ingelast. De voorzitter belooft dat het verslag van de begunstigersavond 2009 integraal zal worden opgenomen in het maartnummer 2010 van ons blad. Hij stelt het verslag nader aan de orde. Desgevraagd gaat de voorzitter nader in op de ontwikkeling van het aantal begunstigers. Om dat er enige verwarring ontstaat over de juiste aantallen zegt de voorzitter toe dat hierop nog nader wordt terug gekomen. 5.Jaarverslag en Jaarrekening Complimenten - voor het jaarverslag, de lay-out en de tekeningen. Dank aan secretaris Bas Stolk voor de coördinatie en samenstelling en Barend Klaassen voor de fraaie illustraties. Graag aandacht in de toekomst voor uniformiteit (eindredactie). Het jaarverslag is ook een visitekaartje van Meer-Historie naar de buitenwereld. Museumplein Haarlemmermeer. Het zogenaamde ‘bidbook’ (= een gevisualiseerd plan om partijen te informeren en te interesseren) is gereed. De politiek is positief. De betrokken participanten te weten MeerHistorie, Historisch Museum Haarlemmermeer en Cruquius zitten goed op een lijn. Meer-Historie is bijzonder blij met de nieuwe eindredacteur, Marcel Harlaar en heeft alle vertrouwen in de redactie bestaande uit de heren Henri Stroet, Barend Klaassen, Harry van Raak en Marcel Harlaar (eindredacteur). Er is bezorgdheid over de ontwikkeling van het aantal begunstigers. Ondanks permanente aandacht en actie


7

BESTUUR loopt het aantal iets terug. De ambitie is juist om te groeien. Meer-Historie wil zich breder en ook dynamischer profileren. Denk aan het boerderijenboek, Bibliotheek PLUS, samenwerking met Meerboeren, het maken van een promotiefilm samen met het Museum, het oprichten van een organisatie ‘Vrienden Historisch Haarlemmermeer’, niet alleen gericht op bedrijfsleven maar ook particulieren, scholen, Lions e.d. De werkgroep Promotie en Evenementen is bezig met een nieuw strategisch/PR plan. Het is de bedoeling dat ook het jongere publiek zal worden aangesproken. De voorzitter uit grote waardering voor de vele vrijwilligers en het vele werk dat zij verzetten in de diverse werkgroepen. Vanuit de zaal worden vraagtekens geplaatst bij de aantallen begunstigers zoals vermeld in het jaarverslag. Jaarrekening: penningmeester Bram Verbeek licht toe. Er is een positief saldo van bijna € 2600 vooral dankzij de opbrengst van het boerderijenboek. 6.Verslag kascontrolecommissie De commissie bestaat uit de heren Mandemaker en Onderwater. De heer Onderwater doet verslag en verklaart dat de commissie alles in orde heeft bevonden. Hij stelt de vergadering voor de penningmeester en het

bestuur te dechargeren. Dit wordt met applaus onderstreept. De heer Onderwater wordt bedankt voor zijn werkzaamheden in deze. Als nieuw lid van de commissie wordt benoemd de heer Frans Janssens. 7. Rondvraag Mevrouw Laura de Jong houdt een pleidooi voor meer aandacht van Meer-Historie voor het zuidelijk deel van de polder, het gebied Nw Vennep – Abbenes. Ook voor het monument van J.P.Heije, de begraafplaats, parkeerplaats, het bord bij de Heije brug e.d. De voorzitter onderschrijft het pleidooi en geeft aan dat Meer-Historie voor deze zaak aandacht heeft gehad in het verleden en in de toekomst zal hebben. Hij zal contact opnemen met de voorzitter van de Dorpsvereniging.

DE WILDT DE DE WILDT WILDT

TOYOTA VERKOOP

TOYOTA TOYOTA VERKOOP Na de pauzeVERKOOP houdt de heer ir. J.E.M. ( Hans) van Velsen TOYOTA SERVICE TOYOTA SERVICE TOYOTA SERVICE een zeer interessante lezing (oud hoogheemraad) VENNEPERWEG 389 TOYOTA LEASING VENNEPERWEG389 389 TOYOTA LEASING TOYOTA LEASING getiteld: ‘Het menselijk kunnenVENNEPERWEG door AA de eeuwen heen’ 2153 NIEUW-VENNEP

2153 2153AA AANIEUW-VENNEP NIEUW-VENNEP TOYOTA VERHUUR TEL. 0252 - 672 515 TOYOTA TOYOTAVERHUUR VERHUUR TEL. TEL.0252 0252- -672 672515 515 ...HEEL TOYOTA TOYOTA OCCASIONS Verslag: Peter Roodenburg ...HEEL TOYOTA TOYOTA ...HEEL TOYOTA TOYOTAOCCASIONS OCCASIONS

D

Voor het Voor Voor het het actuele aanbod Jaarverslag 2009 actuele actuele aanbod aanbod r e e m r e m r r e e m e e rlrellmemmwat meremrsmtientallen Het jaarverslag 2009 is gereed. Het jaarverslag geeft een indruk vrijwilligers, verdeeld HHHaaaaharvan lelleses..........Het jaarverslag a ft e e l l over diverse werkgroepen, doen ten behoeve van de stichting Meer-Historie. is verkrijgbaar a a hheefteft www.schenkmakelaars.nl

www.schenkmakelaars.nl via Bas Stolk (bfstolk@hetnet.nl of 023-5284743) www.schenkmakelaars.nl Postbus 3103 2130 KC Hoofddorp Postbus3103 31032130 2130KC KCHoofddorp Hoofddorp Postbus Tel. 023 - 568 93 50 Fax 023 - 584 03 74 Tel.023 023- -568 56893935050Fax Fax023 023- -584 58403037474 Tel. E-mail: info@schenkmakelaars.nl E-mail:info@schenkmakelaars.nl info@schenkmakelaars.nl E-mail:

advertenties

bezoek aan: akkerbouw • veeteelt • glastuinbouw bezoekaan: aan:akkerbouw akkerbouw• •veeteelt veeteelt••glastuinbouw glastuinbouw bezoek • bloembollenkwekerij • fruitteelt bloembollenkwekerij••fruitteelt fruitteelt • •bloembollenkwekerij

Volkstuinen te huur

Gelegen op landgoed De Baarsjes in Vijfhuizen

TVD TVD TVD

LLL ooo a aa ooo

Marianne Koeckhoven-van Haaster MarianneKoeckhoven-van Koeckhoven-vanHaaster Haaster Marianne

Info verhuur:

Venneperweg 150 tel.: 0252 - 621 458 Schoorl150 Beheer B.V.- Tel: tel.: 0523 - 682161 Venneperweg 150 tel.:0252 0252 621458 458 Venneperweg - -621 2153 MA Nieuw-Vennep fax: 0252 - 621 459 2153MA MANieuw-Vennep Nieuw-Vennep fax:0252 0252- -621 621459 459 2153 fax:

Sh Sh Sho

OOK UW ADRES V OOK UW UW ADRES ADRES V V OOK Meer-Historie maart 2010


8

BESTUUR Nieuws uit de Gemeentelijke Monumentencommissie Sinds 2004 heeft Meer-Historie een kwaliteitszetel in de gemeentelijke monumentencommissie. Frank Ossewaarde geeft als voorzitter inzicht in nieuwe ontwikkelingen en wetenswaardigheden.

F. Ossewaarde

In de vorige “Nieuws uit de monumentencommissie” (december 2009) kondigde ik aan dat ik de komende tijd aandacht zou besteden aan actuele veranderingen in het monumentenbeleid. In dat kader wil ik het deze keer hebben over de veranderingen in aantallen en soorten monumenten.

Op dit moment zijn er in Nederland ruim 61.000 rijksmonumenten en 40.000 gemeentelijke monumenten. De rijksmonumenten zijn verdeeld over de volgende categoriën. Categorie Openbare gebouwen Verdedigingswerken (Delen van) Kerkelijke gebouwen (Delen van) Gebouwen, woonhuizen Liefdadige instellingen Agrarische gebouwen Molens Weg- en waterwerken Horeca-instellingen Kastelen, landhuizen e.d. Losse objecten Totaal

aantal 1.882 1.301 4.392 36.538 443 7.563 1.275 1.077 201 1.012 5.353 61.037

Bron: Erfgoedbalans 2009, Rijksdienst voor cultureel erfgoed

In Haarlemmermeer hebben we op dit moment 16 rijksmonumenten, 47 gemeentelijke monumenten, 1 gemeentelijk beschermd dorpsgezicht en 1 provinciaal monument, de Stelling van Amsterdam. Die zijn als volgt verdeeld. Categorie Openbare gebouwen Verdedigingswerken Kerkelijke gebouwen Delen van kerkelijke gebouwen Gebouwen, woonhuizen Agrarische gebouwen Molens Weg- en waterwerken Horeca-instellingen Losse objecten Beschermd dorpsgezicht Totaal Meer-Historie maart 2010

aantal 6 1 6 3 11 23 1 6 2 5 1 65

Landelijk zien we dat vrijwel alle bekende kastelen en paleizen de status van rijksmonument hebben. Verder zijn heel veel stadskerken, stadhuizen, kloosters en andere gebouwen rijksmonument. De grootste groep betreft de woonhuizen. In Haarlemmermeer wijkt de verdeling hiervan af. Hier is verreweg de grootste groep die van de agrarische gebouwen (boerderijen). Ook zijn de weg- en waterwerken (veelal gemalen) goed vertegenwoordigd. Een en ander is natuurlijk terug te voeren op de geschiedenis van onze polder. Landelijk zien we op dit moment een sterke toename in de monumenten van na 1945 en in de zgn. “groene monumenten”: parken, tuinen en landschappelijke structuren. Wat die laatste categorie betreft, in Haarlemmermeer zijn het op dit moment eigenlijk alleen de begraafplaats Iepenhof en de eendenkooi Stokman die je zo zou kunnen typeren. Het zou goed zijn als er ook in de Haarlemmermeer, temidden van de voortgaande verstedelijking aandacht komt voor deze beide categorieën. Als groene monumenten denk ik dan bijvoorbeeld aan tuinen, windsingels rond boerderijen, oorspronkelijke agrarische percelen en misschien ook aan het wandelbos en de Fruittuinen in Hoofddorp. Van de actuele discussies die op dit moment spelen in onze gemeente pak ik er een paar uit. Ten eerste de discussie rond de boerderij Den Burgh aan de Rijnlanderweg in Hoofddorp. Zoals bekend ligt deze boerderij midden in het toekomstige bedrijventerrein ACT (Amsterdam Container Terminal). Samen met de planmakers van de gemeente bekijkt de commissie hoe deze boerderij straks zo goed mogelijk kan worden ingepast in dit gebied. Er wordt nu gewerkt aan een zgn. beeldkwaliteitsplan dat straks de basis moet worden voor het bestemmingsplan Beukenhorst oost-oost. Volgens het huidige plan komt de boerderij ongeveer 1 meter hoger te liggen dan de geplande omringende nieuwbouw en wordt hij omgeven door windsingels. Het bouwvlak zou de vorm moeten krijgen van een origineel Haarlemmermeers bouwkavel en de voortuin blijft in tact. Het gebied tussen de boerderij en de Geniedijk blijft volgens de huidige plannen open. Hoewel er het gevaar blijft dat de boerderij toch teveel ingebouwd wordt door nieuwbouw is het te hopen dat het nieuwe college van B&W de nu voorliggende plannen zal overnemen. Dat zou betekenen dat de boerderij met de nabijgelegen Geniedijk een rustpunt blijft temidden van de omringende bedrijfsgebouwen en niet verdwijnt achter al te ambiti-


9

Verdwijnt het pomphuisje tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep straks uit het zicht door nieuwbouwplannen? (Foto: Marcel Harlaar) euze nieuwbouwplannen van projectontwikkelaars. De commissie heeft zich verder gebogen over een tweetal ontwerp bestemmingsplannen. Het bestemmingsplan “groengebied Haarlemmermeer noordwest� omvat het gebied ten noordwesten van de Geniedijk tussen Ringvaart en IJweg. Het tweede bestemmingsplan gaat over Nieuw-Vennep centrum. Opvallend is dat in beide bestemmingsplannen onvoldoende rekening gehouden wordt met de in de gebieden liggende gemeentelijke monumenten. In het eerste plan zijn dat de Geniedijk en de Commandeurshoeve, in het tweede de NH Kerk en pastorie in Nieuw Vennep. Ook schijnen in Haarlemmermeer noordwest nog enkele scheepswrakken te liggen, die op hun huidige plek moeten worden bewaard. Ook hiervoor is niet voldoende aandacht. De commissie heeft gevraagd om beide bestemmingsplannen zodanig

aan te passen dat de monumenten en de scheepswrakken goed beschermd worden. Tevens heeft de commissie geadviseerd om voortaan in bestemmingsplannen standaard aandacht te geven aan de bescherming van in de plangebieden liggende monumenten. Ten slotte nog een plan dat de commissie zeer recent op tafel kreeg en dat de commissie met zorg vervuld. Het gaat om het plan om op 20 meter afstand van het zgn. pomphuisje tussen Hoofddorp en Nieuw Vennep een crematorium te bouwen van ongeveer 50 meter breed. Dit zou betekenen dat het pomphuisje volledig uit het zicht verdwijnt. De discussie hierover wordt ongetwijfeld vervolgd. Ik hou u op de hoogte. Frank Ossewaarde

Nieuwe begunstigers Hr.J.Biemond Fam.L.F.Gilles Hr.L.van Wijk Mw.M.Elema-van Eek Hr.M.de Bok Hr.A.v.d.Maarl Hr.J.van Arnhem Hr.J.Dijkman Hr.A.J.Noeverman Hr.H.Nieuwdorp Mw.H.A.Merens-Koetsier

Sassenheim Hoofddorp Vijfhuizen Hoofddorp Oude Meer Utrecht Badhoevedorp Hoofddorp Espel Nunspeet Zwanenburg

Mw.J.K.Servaas-Nijenhuis Mw.H.den Haan-Werkman Fam.R.Kranenburg Fam.H.van Tol Fam.M.Kranenburg Hr.P.K.van Straalen Mw.Werkhoven Fam.G.Rens Hr.M.M.Koppenrade Mw.C.de Groot-Visser Mr.C.Greenway

Zwanenburg Zwanenburg Nieuw-Vennep Hoofddorp Nieuw-Vennep Nieuw-Vennep Rijsenhout Bennekom Hoofddorp Nieuw-Vennep Canada

Meer-Historie maart 2010


10

Het Haarlemmermeers hart in het Historisch Museum Haarlemmermeer Volg alternatieve route Centraal thema in deze expositie is de infrastructuur in Haarlemmermeer. Daar hebben we allemaal mee te maken, nu en ook vroeger. De historische verkeersinfrastructuur zag er zeer eenvoudig uit. Men reisde slechts van A naar B als dat E. van Melis echt noodzakelijk was. De leefwereld was kleiner, en voor velen werd die wereld begrensd door de Ringvaart. De huidige infrastructuur van Haarlemmermeer is veel ingewikkelder. Deze wordt dagelijks door tienduizenden mensen gebruikt. Voor velen betekent Haarlemmermeer vooral de file op de A4 of overvolle treinen op een van de drukste spoorlijnen van Nederland. Maar er zijn ook andere – minder snelle, maar voor velen veel interessantere wegen. De tentoonstelling 'Volg alternatieve route!' toont die onbekende netwerken. Nieuw is dat u ook thuis van deze expositie kunt genieten. In de winter is het museum beperkt open (alleen tijdens de weekeinden en in de kerstvakantie), maar om de nieuwe tentoonstelling ‘Volg alternatieve route’ aan een breed publiek te presenteren hebben we besloten deze ook via internet toegankelijk te laten maken. Kijkt u maar eens op www.altroute.nl. Op deze manier kunt u ook thuis, op de pc, buiten de openingstijden, de expositie ‘Volg alternatieve route’ bekijken. En u kunt er ook nog op reageren! Deze digitale tentoonstelling is tot stand gekomen in samenwerking met het Podium voor Architectuur Haarlemmermeer en Schiphol. Brandmeester! – de brandweer in Haarlemmermeer In 2010 is de brandweer het onderwerp van de jaarlijkse historische tentoonstelling. Dit onderwerp roept een scala aan herinneringen, ervaringen en ideeën op. Zal de een meteen een brand uit de omgeving opnoemen, een ander denkt vooral aan de heroïek van de brandweerman. Maar hoe men er ook tegen aan mag kijken, de organisatie, het materieel en de diverse taken maken duidelijk dat de brandweer in Haarlemmermeer voortdurend in beweging is. Volgens het brandregister vond de eerste brand in Haarlemmermeer plaats in 1856 bij Fildeldey in Kruisdorp. In 1859 werd, na een jarenlange discussie in de gemeenteraad, besloten een post van 2000 gulden uit te trekken voor het aanschaffen van een brandspuit en het bouwen van een brandspuithuisje. De spuit was een zogenaamde handbrandspuit, een dus die met de hand bediend moest worden. Dat gebeurde door een spuitgast, altijd een vrijwilliger. Er werden meer spuiten aangeschaft tot er in 1982 zes waren. Deze spuiten werden bediend door een

opperbrandmeester met een aantal brandmeesters. Een van deze handbrandspuiten bevindt zich bij de brandweer te Hoofddorp en het museum is heel blij dat we deze spuit voor de tentoonstelling mogen gebruiken. Hoe het begon met deze brandspuit, hoe de brandweer zich ontwikkeld heeft, welke branden er geweest zijn, wat er in de kranten over is geschreven en nog veel meer, dat is te zien in de tentoonstelling ‘Brand Meester! – De brandweer in Haarlemmermeer’.

Brandweer Haarlemmermeerspoorlijnen Hoewel ze bijna driekwart eeuw geleden zijn gesloten, beginnen de Haarlemmermeerlijnen in 2010 weer aardig op stoom te komen. Het Historisch Museum wijdde in 2007 en 2008 een tentoonstelling aan dit treinnet. Dat gebeurde naar aanleiding van het boek ‘Sporen’ van Haarlems Dagblad-journalist Wim Wegman. Hij liet daarin zien hoeveel er nog in het landschap is terug te vinden van dat in 1935 grotendeels opgeheven net. In Sporen behandelde Wim het westelijke gedeelte van de Haarlemmermeerlijnen, de tracés tussen Haarlem, Amsterdam, Hoofddorp en Leiden. Sinds kort is hij bezig om ook het oostelijke gedeelte van de Haarlem-

Station Nieuwveen langs de lijn Uithoorn-Alphen aan den Rijn.

Kom snel kijken in het Historisch Museum Haarlemmermeer Meer-Historie maart 2010


11

Het Haarlemmermeers hart in het Historisch Museum Haarlemmermeer mermeerlijnen in kaart te brengen: het stuk tussen Amsterdam, Aalsmeer, Uithoorn, Nieuwersluis-Loenen en Alphen aan den Rijn. Daarbij verliest hij de Haarlemmermeerpolder niet uit het oog. Af en toe keert hij terug om een paar ontwikkelingen te beschrijven die sinds 2007 zijn voorgevallen. Wim gaat op dezelfde manier te werk als bij het eerste deel van ‘Sporen’. Hij kijkt wat er nog van de oude spoorlijn in het landschap is terug te vinden, hij praat met de bewoners van de overgebleven spoorhuizen en hij verzamelt zo veel mogelijk geschiedenis en anekdotes over het oude lijntje. Dit alles moet tot een nieuw boek over de Haarlemmermeerlijnen leiden, dat als het meezit aan het einde van dit jaar verschijnt. Deze keer houdt Wim ook een blog bij, waarmee bezoekers zijn tochten, vaak letterlijk, op de voet kunnen volgen. Het blog is te vinden op www.haarlemmermeerlijnen.nl Het glazen bolwerk: hyacinthenglazen in Historisch Museum Haarlemmermeer

In maart is het museum weer een nieuwe tentoonstelling rijker. We tonen u dan de collectie nagelaten bloembolglazen van de in 2000 in Zwitserland over-

leden verzamelaarster Marianne Wyler. Haar echtgenoot heer de Hanspeter Wyler koos er in 2001 voor om de bloembolglazen, die zijn overleden vrouw zo enthousiast verzameld had, aan Museum de Zwarte Tulp in Lisse te schenken. We zijn blij u ook in het Historisch Museum Haarlemmermeer een deel van deze prachtige, bijzonder omvangrijke en gevarieerde collectie te kunnen tonen. Wie denkt dat onze grootmoeders begonnen waren met het kweken van hyacinten op glas heeft het mis. Reeds vanaf de eerste helft van de achttiende eeuw maakte men in verschillende West-Europese landen hyacintenvazen. Op de universiteiten en in apotheken aldaar bestudeerde men de bloembollen waarvoor de glasblazers op speciaal verzoek speciale glazen maakten. Opvallend aan het glaswerk in de tentoonstelling is de variatie in de stijl en vormgeving. Ieder land had zijn eigen stijl. Werkten de Fransen vaak met een vaas op een voet, de glazen van de Duitsers waren juist smaller (voor plaatsing tussen de dubbele glazen) en die van de Nederlanders waren weer soberder dan die van de omringende landen. In het museum tonen wij u ook het uranium glas. Dit type glas, uitgevonden door Franz Riedel rond 1830, gaf door de toevoeging van uraniumerts bij ‘black light’ een bijzondere, bijna lichtgevende kleur. Deze kenmerkende kleur wordt ook wel Anna-groen of Anna-geel genoemd, vernoemd naar de oudste dochter van de uitvinder. Natuurlijk had u vroeger ook zo'n vaas op de vensterbank staan en is dit glas in de kelder verdwenen. Na het zien van deze tentoonstelling gaat u beslist weer op zoek naar uw glas en haalt u het weer tevoorschijn. 'Het glazen bolwerk' is te bezichtigen tot juni 2010. Elise van Melis, directeur Historisch Museum Haarlemmermeer

AGENDA T ‘Brandmeester – De Brandweer in Haarlemmermeer’ T ‘Volg alternatieve route’ en digital op www.altroute.nl E Museumweekend T ‘Het glazen bolwerk – hyacinthenglazen in het Historisch Museum Haarlemmermeer T = tentoonstelling E = evenement

- Jan 2011 - 1 maart 10 en 11 april Maart - 23 augustus

Adres Museum: Bosweg 17, 2131 LX, Hoofddorp, tel.: 023-5620437, website: www.historisch-museum-haarlemmermeer.nl of mail: infohmh@xs4all.nl Openingstijden: dinsdag t/m zondag van 13.00–17.00 uur. Bereikbaarheid per auto: Randweg N201 (volg borden Claus!) Openbaar Vervoer: Lijn 140 Utrecht-HoofddorpHaarlem (halte Haarlemmermeerse Bos, Lijn 300 Zuidtangent Haarlem-Weesp (halte Overbos). Kom snel kijken in het Historisch Museum Haarlemmermeer Meer-Historie maart 2010


12

Een nieuwe opzet voor een boerderijartikel In de meest recente vergadering van de werkgroep Boerderijonderzoek is besloten tot een naamswijziging en tot een andere de opzet van de artikelen over de boerderijen in Haarlemmermeer. Het bestuur van de Stichting Meer-Historie is het hier mee eens. De reden is dat veel boerderijen zich niet meer beperken tot het telen van aardappelen, bieten en granen, soms nog aangevuld

met een ander akkerbouwgewas. Meerdere bedrijven hebben neveninkomsten van totaal andere aard. Het is interessant om die kant van het boerenbedrijf eens te belichten. Bram Verbeek en Rinus van Rijsbergen schreven een aantal korte artikelen waarbij het onderstaande over de Naamloze Boerderij het spits afbijt.

Naamloze Boerderij De boerderij zonder naam ligt aan de Kaagweg 37, 2157 LH Abbenes. Hij is eigendom van H.J. v.d. Heuvel, geb. 28-10-1946, gehuwd met H. Schouten, tuindersdochter uit Aalsmeer, geb. 24-03-1947. Het echtpaar heeft drie kinderen, twee M. van Rijsbergen dochters en een zoon, ze woonden oorspronkelijk op de Anna’s Hoeve, Kaagweg 39, welke boerderij in 1986 is verkocht. De wens van Van den Heuvel, als boer te leven, is in belangrijke mate verwezenlijkt. In 1969 is hij boer geworden aan de Kaagweg op een boerderij van 28 ha, slecht verkaveld en zeer zware grond, met een afslibbaarheidspercentage van gedeeltelijk 70% (dus moeilijk te verwerken). De teelten waren de algemeen gebruikelijke t.w. granen, aardappelen, bieten en graszaad.Ter verbetering van het bedrijfsrendement begon Van den Heuvel in 1970 met het afmesten van stieren, ongeveer 60 stuks, wat tot 1974 heeft geduurd. Witlofteelt Na verbouwing van de bedrijfsgebouwen en inrichting voor witlof-trekkerij, is hij in 1975 begonnen met witlofteelt met een voor die tijd geheel nieuwe teeltmethode, namelijk op water.

bouw was geen tijd meer, de exploitatie moest daardoor door derden gedaan worden, hetgeen te kostbaar bleek. De beste oplossing was de pacht overdragen, wat in 1989 heeft plaatsgevonden aan buurman Van de Marel. Hoe wordt witlof geteeld? De teelt vindt plaats in zogenaamde ruggen die enige tijd voor het zaaien gemaakt worden met een aardappelfrees met een rijenafstand van 50 of 75 cm. Het zaad komt in de ruggen te liggen, in het algemeen 500 – 600 gram, wat 300000 – 350000 zaadjes per ha zijn. Hieruit komen ca. 180000 bruikbare pennen voort. Voor de vroege trek worden na het zaaien, vanaf eind april, de ruggen afgedekt met geperforeerd plastic. Deze trek kan vanaf 1 september gerooid worden, hetgeen gebeurt met een speciale witlof-rooimachine. Op het erf bij de boer worden de pennen via een stortbunker gereinigd en in tweekuubskisten gedraaid waarna ze zo spoedig mogelijk in de koelcellen gebracht worden. De witloftrek vindt plaats in een speciale ruimte in witlof-trekbakken, dit zijn houten bakken van 1m x 1,2m. De trekbakken worden vol gezet met witlofpennen en

Doordat de grond van de eigen boerderij zo zwaar van structuur was huurde hij land in de Noordoostpolder, Zeeland en voor de witlofwortel geschikte grond in de Haarlemmermeer. De ontwikkeling van deze teelt ging zo snel dat er in 1986 een nieuwe woning en een nieuwe loods gebouwd moest worden waarin twee koelcellen van elk 900 kubieke meter kwamen en een trekruimte van 1200 kubieke meter. Dat was voldoende voor de produktiecapaciteit van 35 ha met een jaarrondteelt. Voor de akkerMeer-Historie maart 2010

Het echtpaar van den Heuvel


13

Bij het oogsten wordt de krop van de wortel gebroken, schoongemaakt en veilingklaar gemaakt in diverse kwaliteitsklassen, per bak wordt 55-70 kg witlof geoogst. Einde van de witlofteelt Jammer genoeg duurde de witlofteelt slechts 17 jaar. Door de toenemende bedrijfsconcurrentie daalden de prijzen zo hard met het gevolg dat v.d. Heuvel is gestopt met de witlofteelt.

8 hoog opgestapeld. Per werkdag worden 48 bakken vol gezet, zo staan er in de ruimte 16 rijen x 48 bakken = 768 bakken. Na 21 dagen moet de witlof oogstrijp zijn. De witlofwortels zijn slechts 1x te gebruiken en gaan weg voor veevoer. Per 4 rijen is een waterbassin waarin een pomp om water via een leidingsysteem tot boven de trekbakken te pompen, via een slang loopt het water in de bovenste trekbak. Het niveau wordt op 4-5 cm gehouden d.m.v. een doorvoerpijp, het water stroomt dan in de bak eronder, enz. Vanuit de onderste bak loopt het water terug in het bassin, waar het op de juiste temperatuur gehouden wordt door verwarming of koeling, wordt belucht en van meststoffen voorzien.De luchttemperatuur wordt enkele graden lager gehouden dan de watertemperatuur om een stevige krop te krijgen.

In 1993 zijn de koelcellen en de schuurruimte verhuurd aan een importeur van snijgroen, helaas slechts voor een jaar. Hierna zijn er koelcellen gekomen, totaal ca. 3000 kubieke meter, voor preparatie en bewaring van bloembollen. In 1994 is begonnen met de handel in heipalen, overgenomen van de huurder, die een gedeelte van het bedrijfsterrein huurde. Daarnaast is in dat zelfde jaar gestart met een boeketterie. Dit in opdracht van een exporteur die boeketten leverde voor supermarkten. Dat bleek een gouden greep want jaarlijks was er een omzetstijging die opliep van 300.000 tot 3000.000 boeketten per jaar. Hier waren dagelijks minimaal 15 mensen mee bezig. Jammer genoeg hebben die vette jaren maar negen jaar geduurd. Door wijziging van de bedrijfsomstandigheden en de directie van het exportbedrijf ging de teruggang zo snel dat bedrijfssluiting niet uit kon blijven. Rinus van Rijsbergen.

Meer-Historie in juni

In de volgende editie van Meer-Historie aandacht voor Rudolphsburg, een verdwenen boerderij. Verder een interview met de vrijwilligers van de werkgroep Boerderijdocumentatie.

Cadeau-abonnement Steeds meer begunstigers ontdekken dat Meer-Historie zich uitstekend leent als cadeau-abonnement. Een ieder die wordt aangemeld als `abonnee' of als `niet-betalend lid', wordt door ons als begunstiger beschouwd en geniet daardoor dezelfde voordelen als iedere andere begunstiger. Ook een idee voor u om iemand mee te verrassen? Stuur ons een briefje met naam en adres van degene die u het cadeau wilt geven. Desgewenst kunnen wij in de welkomstbrief de reden van de schenking vermelden en eventueel of het voor één jaar of langer is. De begunstiger die voor de betaling zorg draagt, krijgt van ons een kopie van de wel­komstbrief. Uw opgave kan (gefrankeerd) rechtstreeks aan Vliegersplein 9, 2141 VC Vijfhuizen gezonden worden of via Antwoordnummer 628, 2130 WB Hoofddorp (zonder postzegel). Inlichtingen tel. 023-5581464. (JvdP)

Meer-Historie maart 2010


14

De Spaanse griep in de Haarlemmermeer Begin augustus 2009 kreeg de zeventienjarige zangeres Tessa van Tol uit Abbenes de Mexicaanse griep. Ze was in Lanzarote besmet met het virus, waar ze werkte aan haar debuutalbum. Geplande optredens werden afgezegd. Haar moeder vertelde aan de verslaggever: ‘Alle verschijnselen wijzen naar de Mexicaanse griep, maar volgens de nieuwe richtlijnen wordt ze daarop niet meer getest. Omdat ze verder gezond is, krijgt ze ook geen Tamiflu. We houden haar nu gewoon thuis en laten haar Tessa van Tol uitzieken’. Van zo’n bericht zal niemand nog schrikken. Wat kan onze Tessa gebeuren? Ze hoort niet tot een risicogroep, ze is gezond en anders kan ze altijd nog Tamiflu slikken. Tessa herstelde dan ook volgens de verwachting. De Mexicaanse griep is overigens nogal goedaardig verlopen. In heel Nederland zijn iets meer dan 50 mensen aan de Mexicaanse griep gestorven. Bij 90 procent daarvan was sprake van een onderliggende ziekte. Goed beschouwd veel minder slachtoffers dan bij een gewone griep. Alida Elisa Maria Barg Op 14 augustus 1918 stond in de Meerbode eveneens een bericht over een 17 jarig meisje: Te Hoofddorp heeft zich een geval van Spaansche ziekte voorgedaan met doodelijken afloop bij een meisje van 17 jaren, dat afkomstig is uit Rotterdam en sedert eenige dagen te Hoofddorp bij familie logeerde. Tragisch voor de ouders! In de overlijdensregisters van de gemeente Haarlemmermeer is ze gemakkelijk te vinden. Ze heette Alida Elisa Maria Barg. Ze was het eerste dodelijke slachtoffer van de Spaanse griep in de Haarlemmermeer. Destijds waren er geen preventieve injecties, er was geen Tamiflu. Artsen stonden volledig machteloos. Jaarverslag van de gemeente In het jaarverslag over 1918 van de gemeente Haarlemmermeer spreekt men niet van de Spaanse griep maar van de algemene wereldziekte. Een citaat hieruit: De algemeene wereldziekte werden verschillende ingezetenen, onder wie velen in de bloei van hun leven aangegrepen en soms geweldig plotseling uit Meer-Historie maart 2010

ons midden weggerukt: vooral de laatste drie maanden brachten rouw en smart in menig gezin en onze dorpsklokken hielden niet op hun sombere doodstijding te dreunen over onze stille landerijen. Zelfs de dorre cijfers geven ons een indruk van de oudersmart en het familieleed welke deze in alle werelddeelen optredende krankheid ook in onzen polder heeft veroorzaakt (…) . In vergelijking met andere landen is er nog reden voor dankbaarheid, dat God ons nog niet zwaarder geslagen heeft. Aantallen slachtoffers in de gemeente Haarlemmermeer Er zijn schattingen van 20 tot 100 miljoen slachtoffers van de Spaanse Griep over de hele wereld. In de Haarlemmermeer kregen van de ongeveer 23.000 inwoners er naar schatting 4000 mensen de Spaanse griep, daarvan overleden er, meestal aan complicaties, 80 tot 120. Babies, peuters, kleuters, mensen in de kracht van hun leven, ook ouderen, maar vooral mensen tussen 14 en 21. De meeste dodelijke slachtoffers vielen voornamelijk in de laatste week van oktober en de eerste twee weken van november. In de maand november waren er 92 aangiften van overlijden. Terwijl een jaar eerder, november 1917, er slechts 18 aangiften van overlijden waren. Een vreselijke ziekte Een Nederlandse arts beschreef hoe het veel patiënten verging nadat ze het ziekenhuis werden binnengebracht: ‘Aanvankelijk lijkt de ziekte op een gewone griep. Maar razendsnel ontwikkelen de patiënten een viskeuze longontsteking. Twee uur na opname in het ziekenhuis hebben ze al roodbruine vlekken op hun jukbeenderen en een paar uur later zie je al hoe de blauwzucht zich vanaf de oren over het hele gezicht verspreidt. De dood laat dan nog slechts een paar uur op zich wachten en die tijd wordt gevuld met een gevecht om een paar happen lucht totdat ze stikken. Vreselijk is het.’ Geen middel dat werkte Half juli kregen de Noord-Hollandse gemeenten een brief van de Provincie. In die brief, die zich in het archief van de gemeente bevindt, staat: ‘De Centrale Gezondheidsraad is van oordeel dat geen maatregelen van bijzondere aard kunnen worden aanbevolen, die van Regeeringswege te treffen waren tegen insleeping of verspreiding van de ‘Spaansche Griep’. Wel is het meer dan ooit geraden de meer algemeene hygiënische maatregelen in acht te nemen en minder goede verhoudingen uit den weg te ruimen.’ In de Meerbode van 27 juli 1918 werd een schrijven geplubliceerd van dokter


15

J.H. Nanninga en S. Silver namens de afdeeling Haarlemmermeer van de N.H. Vereeniging Het Witte Kruis. Ze geven de volgende algemene adviezen: Weest matig in het gebruik van spijs en drank * Vergeet niet uw handen te wassen voor te gaan eten * Drink nooit ongekookte melk, tenzij gepasteuriseerd of flesschen melk * Spoel uw groenten af in zuiver water, niet in vuil, goot of kanaalwater * Betracht zoveel mogelijk reinheid op uw lichaam, op uw kleeding en uw wassing * Zorg zooveel mogelijk voor frissche lucht en goede ventilatie * Slaap niet in te kleine afgesloten ruimten * Reinig de vloer in uw huis met vochtige dweil * Wanneer het niet noodzakelijk is bezoekt geen lijders aan genoemde ziekte Er was geen middel dat werkte tegen de Spaanse griep. De meeste artsen hielden het bij symptoombestrijdende methoden en middelen. Zij verstrekten hoestdrankjes, adviseren regelmatig aspirine te nemen en te gaan wandelen in de frisse buitenlucht, het huis geregeld van frisse lucht te voorzien en ieder dag een paar stevige borrels te nemen om koude rillingen tegen te gaan. In kranten en tijdschriften werd reclame gemaakt voor de vreemdste middelen. Het bekendste middel, waarvoor ook in de Meerbode reclame werd gemaakt is Abdijsiroop van de firma L.I. Akker. Abdijsiroop kwam niet uit een klooster, het was Advertentie Abdijsiroop suikerwater met kaneel. Op een dag zes lijken Vanaf juli 1918 berichtte de Meerbode over de Spaanse griep. Aanvankelijk leek het nogal mee te vallen. In de maand augustus kwamen berichten over de soldaten in de forten, plaatsen waar veel mensen dicht op elkaar leefden. De Spaanse griep had zich vooral uitgebreid onder fortbezetting bij de Liede. Slechts 15 van de 175 militairen waren daar van de ziekte vrijgebleven. In Halfweg werden er onder de militairen 260 gevallen geconstateerd. In het fort te Vijfhuizen waren eind augustus alle militairen weer hersteld. Wonder boven wonder waren er geen dodelijke slachtoffers gevallen, zo meldt de Meerbode. Wel overleden er verscheidene Haarlemmermeerse soldaten in andere plaatsen. Twee werden er in het bijzonder genoemd. Een was de 25-jarige Pieter Frederiks van de Sloterweg, die

in Utrecht in militaire dienst was en half augustus overleed. De andere was soldaat H.D. Frugte, die half november in zijn garnizoen in Den Helder op 21-jarige leeftijd overleed. Vanaf half oktober nam het aantal dodelijke slachtoffers plotseling sterk toe. Op 19 oktober schreef de Meerbode: De Spaansche griep breidt zich nog steeds uit in deze gemeente. In een huisgezin waren 11 personen ziek. En op 2 november: Gedurende de laatste 8 dagen zijn bij den ambtenaar van den burgerlijke stand deze gemeenten 22 sterfgevallen aangegeven in hoofdzaak van personen die aan de Spaansche ziekte lijdende zijn geweest. Als het dieptepunt kan wel 7 november beschouwd worden, zes sterfgevallen op één dag: een kind van 11 maanden, iemand van 25 jaar, iemand van 28, van 29, van 30 en van 58 (terwijl er normaalgemiddeld één persoon overOverlijdensbericht soldaat leed). En op 9 november Pieter Fredriks meldde de Meerbode het tragische bericht dat ‘te Nieuw-Vennep in een huisgezin thans het derde kind als slachtoffer dezer ziekte is gevallen.’Begrijpelijkerwijze sloten de openbare scholen hun deuren en wel van 30 oktober tot 18 november. De reden was dat het aantal kinderen, dat wegens ziekte de school niet kon bezoeken, zo groot was, dat sommige klassen nagenoeg ontvolkt waren, zo schreef de Meerbode. Niet onwaarschijnlijk gold dat ook voor de katholieke en christelijke scholen. Vergeten pandemie Nergens in de boekjes over de geschiedenis van de Haarlemmermeer valt iets te lezen over dit drama van 1918. De Meerbode had al schaars bericht over de Spaanse griep om geen paniek te laten ontstaan. Ondanks de vele sterfgevallen kreeg de elektrificatie van Hoofddorp veruit de meeste aandacht. En toen de Spaanse griep voorbij was bleken de meesten weer genezen en een kleinere groep was dood. Het leven ging verder. Niet meer aan denken dus. Henri Stroet Bronnen * De Meerbode jaargang 1918 en 1919 * Overlijdensregister van de Gemeente Haarlemmermeer * E. Mecking (2006) Het Drama van 1918. Over de Spaanse griep en de zoektocht naar virus en vaccin.

Meer-Historie maart 2010


16

De bedrijfsbrandweer van Fokker De oudste bedrijfsbrandweer op Schiphol was die van Fokker. Opgericht in l9l9, toen na de Eerste Luchtvaarttentoonstelling Amsterdam (E.L.T.A.) Anthony Fokker de tentoonstellingshallen in Amsterdam-Noord aan de Papaverweg overnam van de gemeente Amsterdam, om er zijn vliegtuigfabriek te starten. Het complex was nogal groot, 34262 vierkante meter, bevatte veel houten gebouwen en daarom werd de oprichting van een fabrieks- of bedrijfsbrandweer al vroeg noodzakelijk geacht, temeer daar de dichtstbijzijnde Amsterdamse brandweerpost zich bevond in een complex noodwoningen aan het Ericaplein (bij de Grasweg) en slechts beschikte over een slangenwagen. In l920 kocht de Fokkerfabriek een benzine motorspuit met een capaciteit van 600 liter per minuut plus 250 meter brandslang, waarmee de eerste operationele motorspuit aan de ‘overkant van het IJ’ een feit was. De pasopgerichte fabrieksbrandweer kwam onder leiding te staan van een speciaal opgeleide technicus. In l92l meldt Fokker aan de Amsterdamse brandweer, aan de De Ruijterkade dat de fabrieksbrandweer wordt georganiseerd en het personeel opgeleid. Een alarmeersysteem wordt aangebracht en een verzoek ingediend voor een aansluiting op het brandweer telegraafnet. In l923 dient Fokker een verzoek in bij de gemeente Amsterdam, om het E.L.T.A-terrein voor nog een jaar te huren, daar het in de bedoeling ligt, het bedrijf binnen afzienbare tijd te verplaatsen. De vergunning wordt verleend, maar onder die voorwaarde, dat het terrein uiterlijk l januari l925 kaal wordt opgeleverd. Het zou echter nog 28 jaar duren voor de fabriek werd verplaatst naar Schiphol-Oost. In l928 stelde de Amsterdamse brandweer een onderzoek in op de brandveiligheid, hetgeen resulteerde in nogal wat aanpassingen, zoals het vervangen van houten wanden door wanden van brandvrij materiaal, of bij de schilderswerkplaats geen open vuur of ander kunstlicht dan elektrisch gloeilicht. De inmiddels wat verwaarloosde alarminstallatie moet worden gerepareerd en alle werkplaatsen krijgen een

De Fokkerfabriek in Amsterdam-Noord (ca.1920) Meer-Historie maart 2010

nevenmelder, ook weer aangesloten op het Amsterdamse brandweernet. In de vijf productiehallen bevonden zich even zoveel nevenmelders en in de portiersloge was een brandmelder aangesloten op het nieuwe alarmstelsel van de Amsterdamse brandweer. Ook de Fokkerloods op Schiphol was natuurlijk voorzien van blusmiddelen: zoals schuimblussers, emmerspuiten en zandkisten e.d. Op 4 augustus 1938 brandde een houten bergplaats af en toen bleek, dat er flink wat hiaten waren in de organisatie. Ondanks de aanwezigheid van een motorbrandspuit, moest het bluswerk worden uitgevoerd door een autobrandspuit van de Amsterdamse brandweer. Prompt werd de fabrieksbrandweer gereorganiseerd mede door de toenemende oorlogsdreiging. In het bedrijf werd een eigen brandmeld-installatie aangelegd met drukknoppen. Bij een brand werd via de portiersloge automatisch de Amsterdamse brandweer gealarmeerd, Ook werd een tweede motorspuit aangeschaft met een capaciteit van 800 liter per minuut. Een complete luchtbeschermingsorganisatie werd opgericht en vele ontruiming- en alarmoefeningen volgden, omdat men goed besefte, dat de fabriek een militair doelwit zou zijn. Fokker dacht er klaar voor te zijn… Bij het bombardement op 10 mei l940 op Schiphol werd de Fokkerloods minder beschadigd dan andere gebouwen en na de overgave werd de Fokkerfabriek onmiddellijk onder Duits bestuur geplaatst. Ook de luchthaven werd gemilitariseerd en ten behoeve van de door Fokker te verrichten werkzaamheden, werden de nauwelijks beschadigde, voormalige militaire hangars I en II gevorderd en op resp. 4 juli en l6 september l940 overgedragen aan Fokker. Lang duurde dit niet, want na het grote Engelse bombardement op 23 september 1940, werden de hangars ijlings weer aan de ‘overheid’ teruggegeven. Een hangar verbrandde voor de helft en van de andere werd het dak zwaar beschadigd. Ook de fabriek in Amsterdam ontsnapte, ondanks uitgebreide camouflagemaatregelen, niet aan de bombardementen. In het eerste oorlogsjaar was Fokker vier maal het doelwit van Engelse luchtaanvallen. Er werd echter maar een keer, op 7 oktober l940 een Fokkergebouw getroffen. De Amsterdamse brandweer rukte met groot materieel uit, maar bij aankomst moest worden geconstateerd, dat de brand inmiddels al door de bedrijfsbrandweer was geblust. Opnieuw werd de bedrijfsbrandweermaar nu door de Duitsers - gereorganiseerd en werd onderdeel van de luchtbeschermingsorganisatie, waar


17

Brandweeroefening Fokker Amsterdam-Noord (ca.1938) ook de bewaking van de fabriek onder ressorteerde. Er werd een nieuwe motorspuit toegevoegd, die meteen goed van pas kwam na weer een Engelse luchtaanvalop donderdag 30 oktober 1941 om tien uur ’s avonds, waarbij een grote uitslaande brand ontstond in de halwaar o.a. de houten vleugelbouw en de machinale houtbewerking gevestigd was. De Amsterdamse- plus de Bedrijfsbrandweer wisten de brand onder controle te krijgen en na deze geslaagde luchtaanval, werd door de Duitse directie in oktober l94l de decentralisatie van de fabriek ter hand genomen en zo werden hiertoe gebouwen gevorderd rondom Amsterdam, zoals Rath en Doodeheefer, de (oude) RAI, het Hirsch gebouw, Edam en gebouwen in het havengebied. Op 17 juli l943 om 9 uur volgde een bombardement waardoor in Amsterdam-Noord 157 doden en 230 zwaargewonden vielen. Voor Fokker viel de schade mee: een gevorderd gebouw aan de Asterweg werd verwoest door een grote brand. Acht dagen later, op 25 juli l943 om 3 uur ’s middags, moest de Amsterdamse brandweer uitrukken voor een grote brand: vrijwel alle hallen en kantoren op het Fokker terrein stonden in brand en er vielen vier doden en twintig gewonden. Ook de elektriciteitscentrale in Amsterdam-Noord raakte in brand. De derde luchtaanval op de resten van de fabriek, op 28 juli, miste de fabriek zelf, maar in de omgeving vielen l5 doden en 22 gewonden. Door al deze aanvallen werd de decentralisatie nog meer doorgevoerd: de 5500 arbeiders werden verspreid over 55 ‘productie-eenheden’. In l944 viel onder de Bewaking en Luchtbescherming van Fokker aan de Papaverweg (er werden Arado watervliegtuigen gebouwd) drie grote loodsen aan de Coenhaven, directiekantoren en tekenkamers aan het Rokin en de Damstraat, de vestigingen in Duivendrecht, Oostzaan, Schellingwoude, Weesp, Sloten, Edam. Hilversum, Loosdrecht, Muiden en Purmerend. De personeelsterkte was 115 personen. Op 5 september l944 - Dolle Dinsdag - bleek de gehele

Duitse directie en het kader ‘dringende zaken’ in Duitsland te hebben. Door deze uittocht viel de fabriek praktisch stil en werd de Luchtbeschermingsdienst ingekrompen: de hele Bewaking en Luchtwachtdienst werd teruggebracht van 269 naar 220 man, de afdeling Brandweer van 47 naar 22 man. Begin 1945 werd, mede door materiaalgebrek, de fabriek stilgelegd. Na de Bevrijding werd een motorspuit weer in gebruik genomen en was er sprake van een (vrijwillige) brandweer onder leiding van een werkplaatschef. De bedrijfsbrandweer functioneerde weer volledig op l9 augustus l946 en werd het brandmeldersysteem weeraangesloten. In 1951 besloot de directie om het hele bedrijf gefaseerd te verplaatsen naar Schiphol. Er werd op l mei l95l met de luchthaven een overeenkomst gesloten voor hulpverlening bij brand voor 6000 gulden per jaar. Voorwaarden waren: Goedkeuring door B. en W. van Amsterdam, installatie van een brandmelder van de portiersloge naar de kazerne op Schiphol, gezamenlijke oefeningen met de vrijwilligers van Fokker (zo'n 80 man). De oude invliegloods van Fokker werd verruild in l954 voor een nieuwe loods bij de fabriek. In 1957 werd de ‘standby’ regeling met Schiphol verhoogd naar l0.000 gulden per jaar, een stuk goedkoper dan de KLM- brandweer die daar 20.000 gulden voor vroegen. Wel werd door de luchthaven geëist, dat het opperbevel bij brand bij hun commandant kwam te liggen en dat hij, namens de directie van Fokker, assistentie kon vragen bij de Amsterdamse Brandweer. Voor de Luchthavenbrandweer wordt op 25 juli l958 een instructieschema opgesteld voor de Fokker F27 en de Hawker Hunter (een bij Fokker in licentie gebouwde jager voor de luchtmacht). In die periode waren er l2 vrijwilligers en 3 beroeps brandweermensen in dienst van Fokker, Zij hadden de beschikking over zo'n 400 kleine en grote blusapparaten en men kon op ongeveer 500 telefoons bij Fokker aanwezig, rechtstreeks het alarmnummer van de luchthaven bellen. Met dank aan Theo Klinkenberg te Bennebroek voor de informatie uit '70 jaar bedrijfsbrandweer Fokker' Leo de Roo

De DAF Pony van de Fokkerbedrijfsbrandweer (1969) Meer-Historie maart 2010


18

Schiphol 10 mei 1940 Onder de titel ‘Schiphol tijdens de meidagen van 1940’ beschrijft Maarten Bloemendaal de gebeurtenissen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog op het vliegveld Schiphol. Hij schetst de daaropvolgende vernieling als gevolg van het verrassende bombardement in de vroege morgenuren van vrijdag de tiende mei 1940. Een dag, die zonnig begon, maar eindigde in dood, verdriet, vernieling en complete woede en verbijstering. Aanloop In de periode van 1930 tot 1940 raakt de groei van het vliegveld Schiphol in een stroomversnelling. De luchtvaart is volop in ontwikkeling. Met enige regelmaat verschijnen er nieuwe typen vliegtuigen, die steeds sneller zijn, en telkens weer meer passagiers en vracht kunnen vervoeren. De hangarruimte, werkplaatsen en kantoren worden uitgebreid. In 1938 en ’39, worden zelfs drie verharde startbanen aangelegd, en tevens het al bestaande platform vergroot. Schiphol wordt daarmede de tweede luchthaven met verharde banen na Stockholm binnen Europa. Gangmaker bij dit alles is de K.L.M., onder de bezielende leiding van Albert Plesman en Jan Dellaert. De K.L.M. beschikt in 1939 over een vloot, die voornamelijk bestaat uit 18 stuks Douglas DC-2 en 14 Dc-3’s, alsook nog enkele Fokker toestellen. Ook is al een optie genomen op nieuwe types. De groei lijkt onstuitbaar. Het vliegveld is een ware publiekstrekker. In 1937 bedraagt het aantal betalende bezoekers al zo’n 330.000. Het aantal passagiers, hoeveelheid vracht en bestemmingen binnen Europa groeit snel. Helaas groeien in datzelfde Europa de politieke spanningen nog sneller. Nadat in januari 1933, Adolf Hitler in Duitsland tot rijkskanselier is gekozen, wordt het spoedig politiek onrustig in Europa.

Dat vindt ook zijn weerslag in de ontwikkelingen op Schiphol. Er volgt nu een periode van opeenvolgende activiteiten, die niet direct met de groei van de luchtvaart verband houden, maar meer met defensieve maatregelen. Het begint met de terugkeer van de L.V.A. (luchtvaart afdeling, de latere luchtmacht na 1945) binnen de Hollandse Waterlinie. Voor de huisvesting op Schiphol van haar vloot van verkenners, jagers en enkele bommenwerpers, worden langs de zuidrand van het veld twee moderne hangars met platform gebouwd. Deze verhuizing binnen defensie brengt ook de uitbreiding en legering van militair personeel mede. Een deel wordt gehuisvest in de kazerne in het naastgelegen Schipholdorp, ook wel de ‘Plesmanbuurt’ genoemd. In mei 1936 beginnen bij de buren de poppen te dansen. Het Rheinland, waar tot dan toe een Franse bezettingsmacht gevestigd was, wordt door de Reichswehr bezet. Europa reageert niet. Dit succesje voor de nieuwe Duitse regering wordt voortgezet met een militaire deelname aan de inmiddels uitgebroken Spaanse Burgeroorlog.

Oorlogsdreiging 12 maart 1938 wordt Oostenrijk door Duitsland geannexeerd, de zo geheten Anschluss’. Ook Italië onder leiding van Benito Mussolini zoekt het conflict, en probeert Albanië te bezetten.Dan volgt na de aanspraak op Sudetenland de inval in Tsjecho-Slowakije op 14 maart 1939. Ook Polen wordt bedreigd Het antwoord van Engeland en Frankrijk op deze situatie is, steun te verlenen aan Polen indien het wordt aangevallen. Die aanval vindt plaats onder valse voorwendsels (overval op de "WO II 19400510 Duits Vliegtuig Junker 52 neergestort bij J Kort" zender Gleiwitz) op Origineel St. Meer-Historie; bij boer Kort aan Hoofdweg bij Hoofddorp 1 september 1939.

Meer-Historie maart 2010


19

ring van extra transport materieel. De verscherpte militaire controle op doorlaat punten aan grens en bruggen. Laatste voorzorgsmaatregelen Dan breekt de week voor Pinksteren aan. Het wordt mooi weer en dat versterkt het verlangen naar vrede. Nu even geen oorlog. Toch volgen maatregelen elkaar in steeds sneller tempo op De Nederlandse spoorwegen stellen een beperkte dienstregeling in. Op 6 mei gaat men op Schiphol over tot gevechtsopstelling voor mitrailleurs en luchtafweergeschut.Zo worden op dinsdag 7 mei militaire voorzorgsmaatre"Schiphol 194005 Gebombardeerd" gelen genomen, zoals de opstelUit: Fliegerhorst Schiphol door Ab A Jansen - Deel 1; Met tekst: Overzichtsling van enkele pantserwagens. foto van de ravage in de zuidwesthoek. Op de achtergrond de zo te zien weinig beschadigde hangar D, die door de KLM voor groot onderhoud werd gebruikt. Op de autoweg Amsterdam-Den Haag (huidige A4) ten westen van Rechts onderscheiden we de DC-2 PH-AKK 'KOETILANG'; linksonder het het veld, worden door het Depot staartvlak van een Ju 52 transportvliegtuig. Het bruggetje op de voorgrond Motordienst uit het garnizoen gaf toegang tot de tuin van het hoofd van de hier vlak bij staande Christelijke Haarlem, een honderdtal gevorLagere School. Hier stond ook de smederij van Schouten. (Rijksinstituut voor derde auto’s op een onderlinge Oorlogsdocumentatie) afstand van 60 meter geplaatst, Op 3 september gevolgd door de oorlogsverklaring, en om te voorkomen, dat er vliegtuigen kunnen landen. daarmee is de Tweede Wereldoorlog een feit. In NederHet landen van vreemde vliegtuigen, wordt door mililand is inmiddels op de oorlogsdreiging gereageerd, tair besluit beperkt. De vrachtdienst van Luft Hansa met een mobilisatie op 24 augustus. De Nederlandse wordt naar Eelde verplaatst. soldaat, wordt nu een belangrijk straatbeeld. Zo ook Het blijft gonzen van geruchten, vooral de berichten op Schiphol, waar de dagelijkse gang van zaken, sterk uit de grensstreek van waargenomen troepen concenwordt beïnvloed door de onrust binnen Europa. Luchttraties doen het ergste vrezen.De reactie van de ‘man verbindingen met bestemming Oost-Europa worden in de straat’ is verdeeld. Er zijn nog steeds mensen, gestopt. Het wordt stil op de luchthaven. Alleen de milidie het niet zo somber inzien, maar hun mening verantaire activiteiten nemen toe, zowel in de lucht, als ook dert, bij het zien van de paniekerige situatie om hen op de grond. Rond het veld en in de omgeving, wordt heen. Vooral donderdag 9 mei worden nog snel allerlei luchtafweer geschut opgesteld. Plannen worden voorbemaatregelen getroffen.Bomen worden omgezaagd en reid, en gedeeltelijk uitgevoerd tot verspreide opstelling versperringen aangelegd op strategische punten.Ook van de L.V.A. vloot. Als op 9 april 1940 Denemarken worden nog vlug de laatste ramen met papierstroken en Noorwegen door de Duitsers worden bezet, is de beplakt, om het eventueel rondvliegen van glas bij een verwarring in ons land compleet, mede veroorzaakt bombardement te beperken. Vele burgers slapen deze door herhaalde waarschuwingen van de Nederlandse nacht slecht, of niet in hun eigen bed. Zo gaat Nederland zaakgelastigde in Berlijn, voor een voorgenomen inval. een zeer onrustige nacht in. Op 13 april wordt voor Schiphol de ‘staat van beleg’ afgekondigd. Alle verloven worden ingetrokken en De aanval de rondleidingen voor bezoekers worden gestaakt De Vrijdag de tiende mei breekt aan.Het is heerlijk lenteonrust groeit als gevolg van de door diverse burgerlijke weer, en de vooruitzichten voor de pinksterdagen zijn en militaire instanties genomen maatregelen. Zoals het uitstekend. Bovendien is het zondag Moederdag. De veelvuldig oefenen door de dienst luchtbescherming en al vroeg in de morgen hoorbare vliegtuigen, slaan al de adviezen, hoe een luchtaanval te overleven, alsook die mooie vooruitzichten de bodem in. Het angstaande aanleg van versperringen en kazematten. De vordejagend gebrom, doet het ergste vrezen. Dit geluid zal Meer-Historie maart 2010


20

"Schipholdijk 0085 194005 Gebombardeerd" Uit: De Haarlemmermeer in Oorlogstijd met tekst: vrnl Nrs 83, 84 vd Wijde, Schipholterreinpolitie), 85 Zegstro, 86 (Trijntje Rebel met haar broer Tijmen (net hiernaartoe verhuist)), 87 met schuur (Gebr Offerman), Hotel-pension "Luchthaven" en Cafe "Vliegzicht" van H C Rebel ; Origineel van H T B Rebel te Badhoevedorp ons maanden later als muziek in de oren klinken. Het geluid verplaatst zich in westelijke richting.Ze zullen wel naar Engeland vliegen wordt er gedacht. Niets is echter minder waar.De desillusie is des te groter, als blijkt, dat plotseling vanuit westelijke richting en zeer laag vliegend de aanval op Nederland wordt ingezet, het is dan omstreeks 4 uur in de morgen, als het vliegveld Bergen wordt aangevallen. Te gelijkertijd wordt op Schiphol alarm geslagen door de luchtwacht waarnemingsdienst. Vliegtuigen naderen het veld vanuit zuidwestelijke richting. Het zijn Heinkel-111’s bommenwerpers, die in een groep van drie (zogeheten ‘keten’) gevolgd door nieuwe formaties, en begeleid door Messerschmitt –109 jagers als bescherming, de aanval op Schiphol inzetten Het rond het veld aanwezige luchtafweer geschut neemt de aanvallers onder vuur terwijl de eerste Fokker D-21 jagers van de LVA van uit hun verspreide opstellingen opstarten en naar gevechtshoogte klimmen. De negen gestarte jagers gaan het gevecht aan met de aanvallers, overigens met beperkt resultaat. Hier doet de jarenlange bezuiniging van de regering op de defensie uitgaven zich duidelijk gevoelen. Het door de Luftwaffe gebruikte materieel is superieur aan dat van de LVA. Bovendien hebben de Duitse vliegers al de nodige ervaring opgedaan.Het resultaat is er dan ook naar. De ravage is enorm. Hangars, werkplaatsen en vliegtuigen worden vernield. Er breken branden uit, mede als gevolg van de aanwezige brandbare stoffen. Ook vallen er bommen in de naaste omgeving, waar in Meer-Historie maart 2010

de Plesmanbuurt woonhuizen en het kazerne gebouw worden getroffen, alsook de daarachter gelegen huizen aan de Nieuwe Meerdijk.Ook vallen hier de eerste slachtoffers, evenals aan de Schipholdijk. Aan de overzijde van de Ringvaart, ligt een munitieopslagplaats en een radiostation, die gelukkig niet worden getroffen.De ernaast wonende boer Splinter vlucht naar de even verder gelegen woning van de weduwe de Vries, waar inmiddels ook een slachtoffer is gevallen, door een neervallende bom. Het huis van de weduwe krijgt een treffer. Zij vlucht met haar kinderen en de familie Splinter richting Bosrandweg, en komt daar zwaar gewond aan. De tweede aanval Een tweede aanval volgt later in de middag, als vanuit noordoostelijke richting een klein eskader van negen He-111’s op een hoogte van zo’n 200 meter Schiphol nadert met de opdracht het vliegveld te bestoken met bommen van 50 kilo.Behalve de nodige schade veroorzaakt hun onverwacht optreden de nodige paniek onder de vele mensen, die in de loop van de dag richting Schiphol zijn getrokken om een glimp op te vangen van wat er met ‘hun Schiphol’ is gebeurd. Door de diverse wegafsluitingen, waardoor ze op ruime afstand moeten blijven, wordt een ramp voorkomen. Het eskader verdwijnt na hun aanval uitgevoerd te hebben in zuidoostelijke richting. Ter hoogte van Hilversum raken twee toestellen uit het eskader om onbekende reden met elkaar in botsing, en storten beide brandend neer op het landgoed ‘de Paltz’


21

even benoorden het vliegveld Soesterberg. De hierdoor ontstane bosbrand wordt door de lokale brandweer geblust. Op Schiphol wordt inmiddels de bedrijvigheid hervat.De branden zijn gedeeltelijk geblust en aan het puinruimen wordt al begonnen. De ravage is groot.Hangar B heeft een paar voltreffers gekregen.Bij hangar C liggen de resten van twee vernielde FokkerT-5 bommenwerpers. Drie KLM DC-3 toestellen zijn verloren gegaan, en vele andere vliegtuigen zijn ernstig beschadigd, waaronder de ‘Carley-Jumbo’ (een bij werkspoor gebouwd vrachtvliegtuig). Ook de LVA is nog actief met een deel van haar vloot. Vijf D-21 jagers zijn terug gekeerd van hun missie. Drie zijn uitgeweken naar het noodvliegveld ‘Ruigenhoek ‘bij de Zilk. Er zijn slachtoffers te betreuren onder de omwonenden in de Plesmanbuurt, aan de Nieuwe meer- en Schipholdijk, en in de Schinkelpolder, alsook onder de militairen. Er blijken veertien, voornamelijk dienstplichtige

soldaten te zijn gesneuveld. De dag loopt ten einde, en wat de dag van morgen brengt laat zich slechts raden. De doorkomende berichten uit andere delen van het land doen echter het ergste vrezen. Deze eerste oorlogsdag heeft ons woede, verdriet en vertwijfeling gebracht. De aanval op ‘ons Schiphol’ vanwaar de laatste twintig jaar luchtvaart geschiedenis werd geschreven, heeft onze nationale trots zeer gekrenkt. De wijze waarop mijn vader die morgen thuis kwam met de woorden, ‘Schiphol brand’, staan in mijn geheugen gegrift. M. Bloemendaal Bronnen Doelwit Schiphol, R. v.d. Nieuwendijk Fliegerhorst Schiphol, Ab. A. Jansen Jaren van verduistering, Tini Visser

Duitse waarnemingspost bij Nieuw Vennep Onder Nieuw-Vennep heeft enkele jaren tijdens de oorlog een Duitse waarnemingspost van de Luftwaffe gestaan. Deze waarnemingspost is omstreeks het midden van de oorlog gebouwd. De juiste datum is echter onbekend, maar volgens de jongste zoon van de familie van Wieringen, die op het naastgelegen landkavel 026 woonde en boerde, moet de waarnemingspost er omstreeks 1943 zijn gekomen. De post lag op kavel 025 van de landbouwer Bronkhorst aan de westzijde van de Hoofdvaart tussen de Venneperweg en Bennebroekerweg, 500 meter ten westen van de Hoofdvaart en ongeveer 50 meter van de eerdergenoemde kavel 026. Het geheel bestond uit twee in elkaars verlengde staande houten barakken. Deze waren met elkaar verbonden

door een met holle betonnen blokken opgetrokken waarnemingsplatform dat iets boven het dakpunt van de barakken uitstak. Op het platform was een statief voor verrekijker en een machinegeweer. In de twee barakken waren twee slaapvertrekken en een woonvertrek, keuken en een werkvertrek. Om het bouwwerk was een stenen scherfmuur aangebracht van grote holle betonnen blokken gevuld met aarde. Tegen de buitenzijde van de scherfmuur was een aarden wal aangebracht. Het terrein van de post besloeg ongeveer een oppervlakte van 100 x 100 meter en was afgezet met een afrastering van prikkeldraad.

Schetsmatige weergave van de waarnemingspost (het digitale bestand was van matige kwaliteit waardoor de afbeelding niet groter geplaatst kon worden, red.) Meer-Historie maart 2010


22

het oostelijk deel van Duitsland afkomstig waren en daar te maken zouden krijgen met een Russische bezetting waarop ze het niet zo hadden voorzien. Verder was er ook een Duitse herdershond in de stelling aanwezig die luisterde naar de naam Patjan. Ik had vanuit mijn ouderlijk huis aan de Venneperweg in Nieuw-Vennep vanuit het dakraam op zolder zicht op de waarnemingspost. Op een middag omstreeks het laatste halfjaar van de oorlog heb ik gezien dat twee laagvliegende geallieerde eenmotorige vliegtuigen, die uit het zuidwesten kwamen aanvliegen, in het voorbijgaan enkele raketten op de waarnemingspost afvuurden. Het was een eenmalige aanvalsrun, waarna Enkele Duitse militairen bij de waarnemingspost te Nieuwde toestellen in de richting van Hoofddorp Vennep. V.l.n.r.: Voss, Fritz Riedemann, Sumpman en Bütter. Voss verdwenen. Inslagen van de raketten waren er en Sumpman zouden in september 1944 zijn overgeplaatst naar niet waar te nemen en dus zal deze aanval wel Duitsland voor de verdediging van de stad Minden. Riedemann is zonder schade voor de Duitsers zijn afgelopen. in de winter 1944-1945 overgeplaatst naar een soortgelijke waarDe manschappen van de post zijn omstreeks nemingspost onder Uithoorn. Hij werd vervangen door een zekere 1944 vervangen en overgeplaatst naar elders. Sneider. (Foto via Joost van Wieringen) Bijgaande foto's betreffen de militairen die omstreeks 1944 tot de winter 1944-1945 in De waarnemingspost werd bemand door een vijftal de waarnemingspost hebben dienstgedaan. De post is Luftwaffe militairen van een afdeling die het hoofdtot het einde van de oorlog, tot aan de capitulatie op 5 kwartier had op het landgoed Elswout bij Overveen. Het mei 1945, door de Duitsers bezet geweest, waarna de waren wat oudere mannen van wie de lokale bevolking militairen zijn opgehaald, mogelijk door eigen mensen van Nieuw Vennep geen last ondervond. Deze oudere vanuit het landgoed 'Elswout'. militairen kwamen vriendelijk over en zij werden ook Nadat de Duitsers van de post waren vertrokken is zo door de Vennepers behandeld. Deze Duitsers waren Joost van Wieringen in de verlaten post geweest. Overivermoedelijk blij dat ze op deze rustige post waren gens was hij als 15/16-jarige daar meer bij de Duitsers gestationeerd en geweest en kon wel aardig opschieten met de oudere niet aan een of mannen van de waarnemingspost. Van hem zijn ook ander front bij een de gegevens betreffende de opbouw en inrichting van gevechtseenheid de waarnemingspost afkomstig, aan de hand waarvan waren ingedeeld. bijgaande schetsen van de post konden worden gemaakt. Ze maakten zich Bij zijn bezoek aan de verlaten barakken trof Joost toen wel zorgen over op de wanden een serie van 8 handgetekende maathun familie thuis schetsen van vliegtuigen aan. Het waren maatschetsen en tegen het einde op A4-formaat van de Hawker Tempest, Junkers Ju388, van de oorlog werd Heinkel He219, Arado Ar234, Messerschmitt Me163 door een van hen en Me262, Boeing B-29 en de Northrop P-61 'Black aan een inwoner Widow'. Deze maatschetsen werden gebruikt bij de van Nieuw-Vennep, lessen vliegtuigherkenning die zo nu en dan werden van wie hij wist gegeven door onderofficier Hackfort of Hackfürt, dat deze naar de schijnbaar een leraar vliegtuigherkenning, die voor Engelse radiozender het lesgeven van het hoofdkwartier op ‘Elswout’ naar luisterde, gevraagd Nieuw-Vennep overkwam. of zijn woonplaats Joost Klootwijk al was ingenomen Fritzy Riedemann bij de waarne- door de gealliBronnen: mingspost. De foto is vermoede- eerde legers. In het Joost van Wieringen, Nieuw-Vennep en lijk uit 1944. (Foto via Joost van bijzonder waren Joost Klootwijk, De Kwakel Wieringen) zij bezorgd die uit Tekeningen: J. Klootwijk, 1982. Meer-Historie maart 2010


23

VICON in oorlogstijd Herbert, een van de drie gebroeders Vissers, was herfst 1939 gemobiliseerd in Brabant. Met regelmaat kwam hij met verlof en kon dan voor korte tijd de lopende zaken regelen met Bastiaan en moeder Vissers. liep uit afgeworpen vliegtuigtanks. Tot najaar 1944 kon redelijk gewerkt worden en toen de stroom afgesloten werd, plaatsten we – met goedvinden van molenaar Van Maasdam – een draaibank in de maalderij. Van Maasdam had een gasmotor als aandrijving voor de molen. In de Hongerwinter lag het werk nagenoeg stil. Pas na de bevrijding kwam de gang er weer met grote ijver in. Nu geen onderduikers meer, maar zoals ze genoemd werden, politieke polinquenten. Mannen, vrouwen en ook kinderen werden geïnterneerd. Mensen die meer of minder gesympathiseerd hadden met de bezetter, of, ook wel in hun dienst getreden waren. Schafttijd in de buitenlucht. Zittend v.l.n.r.: Wim Meier, John Loo, Jan Tamboer. Uiterst links: Jan Loogman.

Vanuit een fort in de buurt van Haarlem werden ze iedere dag per legervoertuig afgeleverd bij de fabriek alsook op landbouwbedrijven. Als bewaker een man met een karabijn.

Kort na de capitulatie, kwam hij met groot verlof en begon – voor zover mogelijk – het normale werk. Een van de eerste werknemers in die tijd was Jan Bijker. Als militair was hij gelegerd in de Bollenstreek en daar afgezwaaid. In een later stadium werd het personeelsbestand vergroot met onderduikers. Door bemiddeling vanuit de gereformeerde kerk en de contacten van Cor van Stam, vriend van Herbert Vissers. Een van de jonge mannen was jood en werd tijdschrijver. Door wegvallen van import van nieuwe machines, was er veel reparatiewerk. Graanmaaiers, onmisbaar bij de graanteelt, kwamen voorheen uit Engeland en Amerika, nu lag die handel volledig stil. Wel kwamen er machines uit Duitsland uit de fabrieken van Krupp en Lanz, kleur groen en grijs. Sommige onderdelen waren praktisch gelijk aan die van de Amerikaanse McCormick graanmaaiers. Benodigd plaatwerk verkregen we van deuren en daken van sloopauto’s. Voor kenners: de spoed van de draaiende graanverdelers bestond uit bewerkt autoplaat. Voor de onderduikers, ook voor mij als 18-jarige in 1943, was er een aantal schuilplaatsen die bij gevaar snel betrokken konden worden. We hebben slechts een inval gehad gelijktijdig met de grote inval bij de gebroeders Boogaard. Mogelijk werd ons werk gezien als nodig voor de voedselvoorziening. Om in het hoogseizoen ter plekke reparaties uit te voeren beschikten we over een DKW Rt. Motorfietsje dan soms op benzine

Autogeen lassen van draaiende verdelers. Deze werden gemonteerd op graanmaaiers en maakte scheiding tussen het nog staande graan en het gemaaide. Lasser: Jan Tamboer Meer-Historie maart 2010


24

Eerste aardappelpootmachine – een tweerijer – wordt gedemonstreerd. Geerhard van Hulzen (rechts) zorgde voor de paarden. Op de machine Jan Tamboer (links) naast hem John Loo. Op de achtergrond Stef (rechts) een smid uit Kralingen. Naast hem in wit overhemd, ook een Geerhard van Hulzen, ondergedoken postbode uit Hoofddorp. Daarnaast Willem van Mechelen uit Lisse, later Renault dealer in Hoofddorp. Ik meen dat wij een vijftal mannen in dienst kregen. Een van hen was een jonge SS’er, een andere was Manus van Aalst, naar bleek een eersteklas vakman die na zijn detentie in dienst bleef als hoofd van een afdeling.

Tijdens de lunch, die toen gewoon schafttijd genoemd werd spraken we met de gestraften. Een van hen, een al wat oudere man, kwam uit Hoenkoop, achter Gouda. ‘Ik had een dorpszaak, fietsen, elektra, gloeilampen en stoppen. Geen vetpot, een band plakken voor een kwartje, niet iets om rijk van te worden. Ik kon toen werk krijgen op vliegveld Bergen dat door de Duitsers in gebruik werd genomen. En nu zit ik hier, maar de leveranciers van het materiaal bleven buiten schot. Zij deelden de eerste Philishave scheerapparaten uit aan de officieren.’ Onder hen was ook een Delfts ingenieur, Andela. Hij kreeg technisch tekenwerk op kantoor. Na vrijlating, en dat gebeurde bij allemaal in de paar maanden dat ze bij ons in dienst waren, begon Andela een fabriekje in snelwassers in Zwanenburg. Overigens werden gedetineerden ook bij boeren tewerkgesteld. Op dat moment, het was voorjaar in de bieten. De bewaker zat er bij en keer ernaar. Jan Tamboer

Hier is duidelijk te zien het resultaat van de door Herbert Vissers bedachte aanaardmethode. Het toedekken van de poters door middel van schijven. Links met pet de al bejaarde Overbeeke, de vader van de latere bedrijfsleider J.A. (Mies) Overbeeke. Meer-Historie maart 2010


25

Herinneringen aan mijn kinderjaren in de oorlog Geboren in 1937 in Amsterdam werd ik, uiteraard onbewust, geconfronteerd met het besluit van mijn ouders in het voorjaar van 1938 om te verhuizen naar het lommerrijke Badhoevedorp, dat toen pas enkele jaren als zodanig op de toen nog schaarse landkaarten stond aangegeven. Het ‘naar buiten trekken’ had in die dagen iets De broertjes Bekker elitairs en veel jonge modale Amsterdammers zochten dan ook met hun gezin een gezonde plek rondom de hoofdstad om de kinderen optimaal kansen te bieden en zich dichter bij de natuur te kunnen voelen. Mijn ouders vonden een woning in de Sperwerstraat (nr. 14) en getuige enkele bewaard gebleven foto’s vonden de broertjes van twee-en-een-half en een half jaar veel gezellig vertier in die rustieke straat, waar veel kleine soortgenootjes eveneens hun tijd doorbrachten. In die dagen hadden wij aan de overkant (de oneven kant) een landje, waar wat rommelige tuintjes werden geëxploiteerd en waar steevast een of meer geiten aan een eindje touw hun dagelijkse kostje bij elkaar scharrelden. Dit landje liep vanaf de huizen aan de Sloterweg tot aan de Rietvinkstraat en de (voor ons) achterzijde werd gevormd door de tuinen van de bewoners aan de Lijsterstraat. Ook aan de Schuilhoevelaan (de latere Pa Verkuyllaan) lag zo’n landje dat zich achter de Nachtegaalstraat uitstrekte van de Sperwerstraat tot aan de Eksterstraat. Maar ook aan die Eksterstraat (en begrensd door de Spaarnwouderweg, de huidige Schipholweg) lag een dergelijk veldje,dat helemaal liep van de Rietvinkstraat tot aan de Schuilhoevelaan, voormalig gebied van de boerderij de Schuilhoeve. Ook op dit natuurrijke gebied werd naar hartelust de tuinteelt gebezigd. Duitse bezetting Het leven was goed en de toekomst was zonnig. Maar de ouderen (onder ons) wisten al enige tijd dat het niet zo zou blijven. De Duitsers spraken oproerige taal en op 10 mei 1940 sloeg de vlam in de pan en werd ons land bezet door onze oosterburen, die al gauw met ‘moffen’ werden aangeduid. In de eerste jaren van die oorlog,

bleef het leven zonnig, hoewel de regie in handen was gekomen van de bezetter en van een aantal mensen, die veelal op grond van een geheel ‘eigen’ kijk op deze situatie meenden hieruit eens een flink slaatje te kunnen slaan. Ook in ons dorp en in onze polder bleken er al ras lieden te zijn, die de zijde van de bezetter kozen om daaruit een aantal voorrechten te kunnen verkrijgen. Geheel naar het Duitse model werd daarvoor landelijk het verband van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) in het leven geroepen. Sloterweg 217 In mei 1941 verkaste het gezin Bekker naar de Sloterweg (nr. 217), naast de prachtige boerderij van de familie Lanser, die met dertien spruiten vrijwel het gehele boerenwerk in eigen beheer uitvoerde. We zouden op dit adres tot ons beider huwelijk in 1962 met veel genoegen wonen. Het huis was een hoekhuis met een prettige tuin rondom. De drie huizenblokken waren ‘gebouwd’ door Huib Bakker, die zelf aan het eind van het tweede blok woonde en daar een klein werkbedrijf beheerde. De situatie was daarom ook prettig te noemen, omdat aan de overkant een zestal winkels waren gesitueerd, die voorzagen in de eerste leefbehoeften van de omwonenden, namelijk bakker Westdorp, melkboer NN (ik noem de naam niet omdat dit compromitterend kan zijn, gezien de NSB-aspiraties), later Bodegraven, kruidenier Brandsen, later Reeuwijk, sigarenzaak Wijs, slagerij Beers en groenteman Loogman, later Fontaine. Op 220 daarvóór woonde de familie Harry Meijer, die later uit de hobby een welvarende motorzaak zou ontwikkelen. De tuinen voor die winkels waren al omgevormd tot een vrije ruimte (aan parkeerruimte was toen nog geen behoefte). Daarvoor werd de overal langs de Sloterweg aanwezige sloot gedempt. Aan de even kant was dat de enige ruimte, waar deze werd onderbroken. Ook aan onze kant was dit al gebeurd, vanaf Lanser tot de hoek van de Spaarnwouderweg, waar het gezin Celie een goedbeklant dorpscafé uitbaatte.(nu ‘De Herbergh’) In die ambiance leefden we gelukkig met een flink aantal kinderen uit de buurt en je realiseert je nu, dat de dagen rijk gevuld waren met allerlei spelletjes, waarbij het ontbreken van speelgoed nooit als een gemis werd gevoeld. De oorlog werd, de eerste jaren in ieder geval, door ons als kinderen niet als iets vervelends ervaren. In tegendeel, zou je haast zeggen. Schooljaren Vanaf 1942/43 begon de oorlogssituatie zich wat meer te laten voelen. En natuurlijk kwam dat ook door het ouder worden. Ondanks de bezetting ging alles Meer-Historie maart 2010


26

zijn ogenschijnlijk normale gang. Dus gingen ook de kinderen naar school. Maar dat was nog niet zo simpel. Onze ‘zuil’, het katholieke deel van de bevolking met als basis de H.H. Engelbewaarderskerk (ook al uit 1937) beschikte nog niet over een schoolgebouw en door de oorlogssituatie zou dat er ook niet komen. ‘Kleuters’ waren er toen nog niet, dus als zesjarige zette ik mijn eerste stappen in het onderwijs. Het instituut school was er wèl, de St.Jozefschool, en vindingrijke parochianen vonden oplossingen voor het herbergen van de nog geen honderd leerlingen. De oudere klassen werden gehuisvest in een woning, op nr. 26, rechts naast de kerk, maar de eersteklassers vonden met hun juffrouw Bokstaart, een liefderijke ruimte in de vertrekken van (Banket-)bakkerij Stalenhoef aan de H.M. Dijklaan, hoek Reigerstraat. En aangezien in 1943 het oorlogsgeweld toch behoorlijk dichterbij was gekomen, had dit het voordeel, dat bij alarm, dat nogal eens werd gegeven, de kinderen naar de bakkerij werden gedreven, waar zij tussen de ovens een redelijke schuilplaats wisten ingeval er gebombardeerd zou worden of er een vliegtuig naar beneden zou komen. Enkele feiten die mij te binnen schieten. In die eerste schooljaren hadden we al pianoles. Bij juffrouw Kok in de Reigerstraat. Zij organiseerde onder meer een optreden, waarschijnlijk in het theater ‘De Waterwolf’, Sloterweg, hoek Pelikaanstraat, waarin de broertjes een prachtig, maar niet te moeilijk quatre-main stuk ten gehore brachten. In diezelfde tijd werd door de school een zang- en dans sprookje opgevoerd in de houtfabriek van Spierdijk (nu VW-bedrijf), waarin mijn broer een heks mocht vertolken en ik het kleinste (achterste) kaboutertje mocht zijn. Na één schooljaar kon de school toch nog worden samengebracht en wel in het laatste huis aan de parallelweg van de Burg. Amersfoordtlaan (t/o Apotheek van der Heiden), vanwaar we later toen nog de bommen op Schiphol konden zien vallen. Na de oorlog kreeg de St.

Leerlingen van de St. Jozefschool Meer-Historie maart 2010

Jozef een echt school lokaal, dat gesitueerd was langs de tocht, enigszins links achter de kerk, ongeveer waar nu het viaduct van de Plesmanlaan ligt. En wat de kerk betreft: Iedere ochtend moest de gehele populatie om acht uur aanwezig zijn in de kerk, waar meester Pieters de scepter zwaaide. Kom daar vandaag nog maar eens om. Kindervermaak De oorlog bood ons, kinderen, best nog wel wat positiefs. Zo spaarden we granaatscherven en daarin kon soms een bloeiende ruilhandel ontstaan. Ook ontstonden er geheel nieuwe speel mogelijkheden. Achter onze huizenblokken op het land van Lanser werden namelijk enkele schuilkelders gebouwd, een heerlijk speelgebied voor ons, ook omdat het halfduister het toneel kon zijn voor (onschuldige) handelingen ‘die je niet aan je moeder vertelde’. Van geheel andere orde was de ‘tankval’. Het ging hier om een vrij brede en diepe gegraven tocht, die evenwijdig liep aan de kustlijn en diende om een invasieleger in de val te lokken. Dit ‘kanaal’ lag ca. 500 meter achter onze huizen aan de Sloterweg en, naar verluid, zou deze langs de hele Nederlandse kuststrook en dus ook door de hele Haarlemmermeer zijn gegraven. Bovendien was deze gracht (deels) overdekt met camouflagenetten. Voor de wat grotere kinderen, maar wie was dat niet, een spannende belevenis om daar met zelfgemaakte vlotten een vaartochtje te maken, waarbij zwemervaring geen overbodige luxe was. Toen dit ter ore van de ouders kwam, werd dit vertier natuurlijk met de nodige nadruk verboden. Ik weet niet meer of dat geholpen heeft. Ook werd er in de Rietvinkstraat, naast het paadje (nu naar de Vomar) een ‘Lazaret’ gebouwd. Een heus ziekenhuis dus voor gewonde krijgers. Voor de grotere jongens werd dit een plek van vertier door met gevaar voor eigen leven in te klauteren en fikkie te steken. Eenmaal is er een jongen uit gevallen en heeft daar een gebroken been aan over gehouden. En dan mag ook het volgende niet onvermeld blijven. Op enig moment werden de huizen van onze blokken voor de helft gevorderd om duitse troepen te kunnen huisvesten. Dat betekende, dat de bewoners van 219, 223 etc. hun huizen moesten verlaten en deze werden omgebouwd tot kleine vestingen, met dikke muren ervoor (naar de zeekant !). Dus terwijl wij ‘oorlogje’ speelden met houten geweertjes en klimop


27

kwamen veel mensen uit de stad in onze omgeving langs om bij de boeren voedsel te ruilen tegen andere goederen, zoals dekens en lakens. Later trokken veel mensen, vooral moeders uit de hele randstad naar het oosten met datzelfde doel. Zo is ook mijn moeder een keer op de fiets met een kennis helemaal naar Winterswijk gegaan en kwam met meel en aardappelen terug. Wonder boven wonder werden ze onderweg niet door anderen beroofd of door de bezetters gevorderd fiets en goed in te leveren. Tenslotte verscheen er ook enige tijd bij ons op de hoek Sloterweg/Spaarnwouderweg op gezette dagen een ‘gaarkeuken’-auto, die een soort soep bevatte, die gratis werd uitgedeeld. Tenslotte mag nog genoemd worden de afspraak, die onze moeder had gemaakt met beter gesitueerde medebewoners, dat wij een of twee keer per week op weg naar school even bij de keuken mochten aankloppen om een heerlijke boterham met boter en suiker te mogen ontvangen. Ik kan hem nu nog proeven..... De broertjes Bekker in de sneeuw om het hoofd rond en in onze achtertuinen en de schuilkelders, werden we steeds geconfronteerd met aantallen Duitse soldaten die, zo leek het, alleen maar aanwezig waren, luierden en feestjes vierden. Maar dat had ook zo zijn voordeel: ik zie ons nog met een flink stuk slagroomtaart rondlopen, wat ons door een vrijgevige ‘mof’ was aangereikt. Overigens hebben wij in de laatste dagen van de oorlog nog een tweetal fietsen kunnen ‘buitmaken’, kort voordat de bezetters weer hun biezen moesten pakken. Hongerwinter Vanaf 1944 werd het allemaal toch wel wat ernstiger. Door het (illegaal) beluisteren van de radio waren de Nederlanders op de hoogte van de vorderingen van de ‘geallieerden’. En daaruit bleek, dat het er langzamerhand wat zorgelijker ging uitzien voor de Duitsers, maar ook voor de Hollanders. Steeds minder was er te krijgen en alles ging op de bon. De mensen werden dan ook steeds vindingrijker om toch aan eten en in de winters aan brandstof voor de potkacheltjes te komen. Zo was er op het eerder genoemde ‘landje’ aan de Schuilhoevelaan een opslagmagazijn gebouwd voor grote hoeveelheden Duits materiaal. Vanuit de Nachtegaalstraat had men daarin een opening gecreëerd, waardoor het mogelijk was om ‘koolbriketten’ van enkele kilo’s te bemachtigen. Veelal werden wij daar als kind op uitgestuurd, omdat dan eventuele represailles zouden kunnen meevallen. Volwassenen werden om minder soms gevangen gezet (of erger...). Op de kachels droogde en bakte men in de ergste tijden de tulpenbollen en schijven suikerbiet, die enige tijd als standaardvoedsel werden gebruikt. Ook

Arbeitseinsatz Zo waren daar de Armeniërs of Georgiërs. Precies wisten we het niet. Enkele maanden lang kwamen zij langs in colonnes en zongen prachtige onverstaanbare marsliederen. Waar ze vandaan kwamen en waar ze naartoe gingen was onduidelijk, maar het waren krijgsgevangenen van het Oostfront, die hier tewerk werden gesteld. Toen de oorlog wat dichterbij kwam hielden de bezetters af en toe razzia’s. Mannen werden uit hun huizen gehaald of op straat ingerekend. De bedoeling was ‘Einsatz’ in de oorlogsindustrie in Duitsland, waar de eigen mensen naar de fronten waren verordonneerd. Bij zo een razzia stuurde mijn moeder ons altijd de straat op, omdat er altijd gevraagd werd: Waar is je vader? Vader zelf was er vaak niet (werkte in Amsterdam), maar zo nodig trok hij zich terug in ons ‘schuurtje’. Naar ik later hoorde had ons buurmeisje van vier hem een keer luidruchtig aangeroepen met: ‘Buurman, wat ben je aan het doen?’ Gelukkig waren de controleurs toevallig wat verder weg.

Benzine was op de bon Meer-Historie maart 2010


28

Later moesten de nog aanwezig mannen zich melden voor ‘Einsatz’ ter plaatse, waar werkzaamheden in de omgeving moesten worden uitgevoerd. In de periode begin 1945 moesten ze ook enkel malen naar Schiphol om de voedselpakketten te verzamelen. Vader haalde ‘s avonds laat een stukje chocoladereep vanuit zijn laars tevoorschijn, waarvan we als vorsten hebben genoten. Wij hadden geen idee wat chocolade was.... Luchtgevechten Spectaculair waren altijd de ‘luchtgevechten’, vooral ‘s nachts. Overvliegende geallieerde jagers en bommenwerpers werden dan bestookt niet alleen door Duitse jagers, maar ook met grondgeschut. Wanneer het geluid van zo’n overtrekkende groep vliegtuigen hoorbaar was, begon het spektakel. Een aantal schijnwerpers zocht de hemel af tot er een slachtoffer was gevonden en dan brandde het geschut los. Meestal wist de vlieger wel te ontkomen, maar soms ook konden we zien hoe zo een object genadeloos werd neergehaald. Altijd beangstigend, maar wel sensationeel. De Arendhorst Van de ‘Arendshorst’ gingen de vreemdste verhalen in het rond. Deze boerderij aan de Sloterweg, die door de Duitse Wehrmacht was gevorderd, was omgebouwd tot een onneembare vesting. Hier, werd later bekend, zat een belangrijk centrum van het Duitse leger en het gerucht deed de ronde, dat zelfs Hitler daar, in ieder geval een korte tijd, was geweest. Maar kopstukken zaten er wel...! Veevita Dan hadden we aan dezelfde Sloterweg de grasfabriek De Veevita. Zij droogden het gras, dat van de landerijen werd gehaald en vermaalden ze tot koeken voor het vee. De Veevita bleek een centrum van het regionale verzet. Na verraad werd er in de kelders van het bedrijf een grote wapenvoorraad aangetroffen, waarvoor de directie verantwoordelijk werd gesteld. Onder meer de heren Verkuijl, Ouwerkerk en Verschoor, allen woonachtig in onze buurt, werden later in Halfweg terecht gesteld. Er staat daar nog een monument te hunner nagedachtenis. Ouwerkerk woonde enige tijd naast ons en Verkuijl en Verschoor waren goede huisvrienden van mijn vader. Oorlogje spelen Dan was er nog het regionale ‘Oorlogje’ tussen twee groepen NSB-jongeren. Deze jongeren zouden niets liever willen, dan zelf naar het front te gaan om de Duitsers bij te staan in hun zucht naar meer macht. Deze jongeren waren samengebracht in lokale groepen, die nogal ver gingen in het nabootsen van oorlogshandeMeer-Historie maart 2010

lingen. Zo kwam het onze kinderen ter ore, dat er een gevecht zou worden gehouden op een plek, waar nu de Marechaussee kazerne staat. Er was daar als restant van het gebied van de Schuilhoeve boerderij een brede tocht, waarin een hoog, vrij kaal eiland lag. Dit eiland nu moest worden verdedigd door de Badhoevedorpse groep, terwijl de Zwanenburgers, die de naam hadden extra gruwelijk optreden niet te schuwen, de vlag aldaar moesten veroveren. Wij konden dit schouwspel met een aantal kinderen bekijken. En het was inderdaad verschrikkelijk om te zien, hoe die lieden met messen en stokken tekeer gingen. Menig deelnemer is met de nodige verwondingen naar het ziekenhuis afgevoerd en ook van de kleding was weinig over. Uiteraard moesten de plaatselijken uiteindelijk toestaan hoe de Zwanenburgers de vlag in bezit namen. Bevrijding Toen duidelijk werd, dat de bezetting op zijn eind zou lopen, werd de toestand, zoals overal elders, wel wat gevaarlijker, maar wees alles er toch op dat het eind in zicht kwam. Op 6 juni 1944 waren de geallieerden in Normandië geland en in de maanden daarna werden Parijs, Brussel, Maastricht en Zeeuws-Vlaanderen bevrijd. In 1945 volgden Venlo, Roermond en Nijmegen en later de hele oostkant van ons land. Wonderlijk genoeg bleef het westen dus nog maanden bezet, hetgeen soms tot gevaarlijke incidenten leidde. Maar ik zie toch weer duidelijk de geweldige explosie van blijdschap toen begin mei eindelijk de vrede een feit was. De vlaggen kwamen massaal voor de dag en de meeste huisvrouwen hingen maar de beddenlakens uit de ramen. Fietsen reden tingelend rond en overal werden Nederlandse volksliederen gezongen. Afvoer van Duitse soldaten wraak op NSB’ers De Spaarnwouderweg was een afvoerkanaal voor gevangen Duitse soldaten en ik zie nog de eindeloze en dagenlange stoet mannen met soms zeer gehavende kleren en schoenen en met zichtbare wonden. Zij werden begeleid door enkele gewapende militairen en moesten natuurlijk de verwensingen en hoon van het samengestroomde volk aanhoren. Zo werden duizenden Duitse militairen afgevoerd naar kampen in de duinen in afwachting van hun repatriëring naar hun gehavende vaderland. In ons dorp en overal elders werden de NSB-ers uit hun huizen gehaald en in kooien rondgereden, terwijl de vrouwen geheel werden kaalgeschoren en met pek besmeerd. Dat ging er niet zachtzinnig aan toe en in die dagen zijn er heel wat onschuldigen als zodanig geslachtofferd. R.H.M. (Bob) Bekker


29

Oorlogsherinneringen van mevr. G. Struik – Goudriaan Mevrouw Grietje Struik (90 jaar) woont in het verzorgingshuis Westerkim te Nieuw-Vennep. Zij heeft samen met haar man Adriaan Struik een groentezaak gehad op de hoek van de Hoofdweg – Oostzijde en de Bosstraat. Vorig jaar heb ik haar een aantal keren bezocht en heeft zij mij haar levensgeschiedenis verteld. Ze vond het echter beter om maar alles op papier te zetten. Zo kon ze geen dingen vergeten, vertelde ze. Een gedeelte van haar levensloop heb ik eruit gelicht namelijk haar herinneringen uit de oorlog van 1940–1945. Hier volgt een samenvatting van haar verhaal. Mijn ouders, Koen en Maria Goudriaan, hadden een winkeltje aan de Sloterweg (nu Rijnlanderweg geheten) vlakbij ’t Kabel. Vlak voor de oorlog (1938) ben ik getrouwd met Adriaan Struik. Zijn ouders hadden een groentezaak aan huis in de Schoolstraat (nr. 40) te Nieuw-Vennep. Mijn man Mevr. G. Struikwas ook groenteboer, zoals dat Goudriaan toen heette. Hij werkte samen met zijn vader. Mijn man en ik hebben eerst in de Korenaarstraat te Nieuw-Vennep gewoond. Vlak voor de oorlog moest mijn moeder naar het ziekenhuis in Leiden. Ik was tijdelijk weer bij mijn vader in huis om in de winkel te helpen. In de nacht van 9 en 10 mei 1940 hoorden we heel veel vliegtuigen overvliegen. We sprongen uit bed en gingen naar buiten om te kijken wat er aan de hand was. Vanuit de Sloterweg konden we zien dat Schiphol gebombardeerd werd. We zagen veel rook en hoorden het gedreun van ontploffingen op Schiphol. We stonden onder een boom naar dat vreselijke schouwspel te kijken. Toch was het levensgevaarlijk want boven ons vlogen allerlei vliegtuigen die op elkaar aan het schieten waren. Een buurman, die naar de radio had geluisterd, zei dat het oorlog was. De Duitsers waren Nederland binnengevallen. Rondom ons vielen de kogels vanuit de lucht in het gras. We hadden geen idee wat een luchtgevecht betekende. Vader zat in angst want moeder was in het ziekenhuis en hij wilde haar graag thuis hebben. De huisdokter kon met geen mogelijkheid een ziekenauto regelen want die was toen niet beschikbaar. Gelukkig kende vader veel boeren in de buurt. Een boer was bereid om moeder met zijn auto te gaan halen. Maar eerst moest hij een doorgangsbewijs van de dokter hebben om naar Leiden te kunnen gaan, want overal werd onderweg gecontroleerd. Na veel omzwervingen zijn de boer en vader en moeder thuisgekomen. Toen Nederland gecapituleerd had zagen we hele colonnes Duitse soldaten door de Sloterweg komen. Ze kwamen van de Venneperweg. Ze hadden kanonnen en ander materiaal bij zich. Het was heel indrukwekkend maar we waren wel bang. Waar ze allemaal naar toe gingen weet ik niet.

In 1942 zijn mijn man en ik verhuisd van de Korenaarstsraat naar de Hoofdweg – Oostzijde. We hadden nog geen schuur bij het huis. Ons paard werd gestald bij mijn schoonouders aan de Schoolstraat. Op een morgen wilde mijn man zijn paard gaan halen maar hij werd gewaarschuwd dat er een razzia werd gehouden aan de westkant van het dorp, dus waar ons paard stond. Mijn man is toen gauw naar huis gegaan. Later hoorden we dat veel mannen waren opgepakt en bij Bronkhorst aan de Hoofdweg – Westzijde, even buiten het dorp, verzameld werden om afgevoerd te worden. Enige tijd later liep het voor mijn man minder goed af. De Duitsers vorderden paarden en wagens. Ook mijn man, die op weg was naar zijn klanten, werd aangehouden. Veel praten hielp niet. Wel kon hij voor elkaar krijgen dat hij thuis zijn goederen mocht lossen. Een Duitser ging als bewaker mee. Tot mijn schrik hoorde ik dat mijn man ook mee moest. Ik heb gauw wat brood en drinken voor hem klaargemaakt. Daarna vertrokken ze richting Hillegom. In een schoolgebouw moest hij de nacht doorbrengen, samen met nog meer mannen die opgepakt waren. De volgende dag gingen ze met paarden en wagens in colonne naar Sassenheim. Onderweg wist mijn man een straatje in te vluchten. Gelukkig werd hij niet achtervolgd. Toen alles weer rustig was is hij gauw naar huis gereden.

Klaas Bokhorst, een knecht van Adriaan Struik, in de oorlog. Op de kar staat: Uitsluitend verkoop aan vaste klanten van A. Struik. Meer-Historie maart 2010


30

Persoonsbewijs van Adriaan Struik, okt. 1941 We hebben ook onderduikers in huis gehad. Bij onze oude buurvrouw waren er twee. Ze kwamen alle drie uit Friesland. Twee waren kaasmakers en één was kaascontroleur. ’s Avonds waren ze alle drie bij ons thuis. Dat was gezellig. We maakten dan muziek en zongen erbij. Verder vertier hadden we niet. Later zijn ze alle drie weer vertrokken. We misten de gezelligheid wel. Omdat we een groentezaak hadden kregen we twee controleurs in de winkel die mensen moesten tegenhouden die eten kwamen vragen. Gelukkig waren het goede jongens die af en toe de andere kant opkeken.

Adriaan Struik met zijn dochters Gerie (links) en Riet + 1945/1946 De buurjongens zijn Arie van Hameren en Co van Gulik. Ook bij de boeren gingen ze controleren, vooral als er gedorst werd. Ze moesten dan de mensen op afstand houden. Zelf kwamen de controleurs niets tekort. Ze kregen wat tarwe van de boeren en brachten dat bij Van Maasdam om te laten malen. Daarna gingen ze met het meel naar bakker Jongeneel om er brood van te laten bakken. Vrijdags namen ze de broden mee naar huis. Een bekende politieagent kwam regelmatig bij ons om aardappelbonnen voor stadsbonnen te ruilen. In de oorlog was alles op de bon. Op het platteland hadden wij zwarte bonnen en in de stad had men rode voedselbonnen. We kregen ook wel eens stadsbonnen en daar hij familie in Haarlem had wonen kon hij die mensen ook weer helpen. Hij had altijd hele verhalen te vertellen over wat hij zoal op het dorp had meegeMeer-Historie maart 2010

maakt. Hij ging dan breeduit op de toonbank zitten. Op een keer moest hij mensen controleren die hielpen bij het dorsen. Hij had zijn fiets tegen een boom gezet. Dat was niet zo handig, want toen hij weer naar huis wilde was zijn fiets geruild voor een fiets met houten banden. Bij een volgende boer waar gedorst werd kreeg hij tarwe om de oude fiets voor een fiets met luchtbanden te ruilen. Want ja, als agent kon je natuurlijk niet zonder een goede fiets. Mijn man ging altijd groenten in Ter Aar halen voor de verkoop. Ook nam hij wel eens clandestien groente mee. We kregen altijd net te weinig voor onze klanten. Maar mijn man wist met een smoes altijd wat extra’s te krijgen. Op een dag kwamen twee mannen van de landwacht (NSB-ers) de winkel binnen en zeiden dat de groenten en fruit direct verkocht moesten worden, er mocht niets overblijven. Ze bleven kijken of we ons eraan hielden. Eigenlijk namen ze de verkoop van ons over. Gelukkig waren ze wel zo eerlijk dat ze het geld dat ze gevangen hadden aan ons gaven. Een schoolmeester die bij ons in de buurt was zei tegen de klanten dat ze van die lui niets moesten kopen. Prompt werd hij opgepakt en door de landwacht in onze kamer gevangen gehouden tot ze klaar waren. Daar ontdekten ze een schilderijtje waarop de tekst stond: “Verberg de verdrevenen en meldt de omzwervenden niet”, ze hebben dat meegenomen want dat was volgens hen verraad. De schoolmeester kreeg een waarschuwing en mocht naar huis. Gelukkig zijn we de oorlog zonder verdere kleerscheuren doorgekomen. Tot zover het verhaal van mevrouw G. Struik – Goudriaan. Barend Klaassen

De winkel aan de Hoofdweg


31

Bezet en bevrijd ‘Papa komt nog niet zo gauw erg’, een driejarig meisje achterin een auto tijdens een eindeloze rit, zo heeft zij dat toen ervaren. Dat meisje was ikzelf, een vriendelijke plaatsgenoot uit onze woonplaats Nieuw-Vennep reed met mijn moeder en mij naar Numansdorp, het was najaar 1939 en mijn vader was daar gemobiliseerd. Mobiliseren: ‘ in beweging brengen’, dat vermeldt mijn woordenboek, de mobilisatie betekende voor mijn vader dat hij in een kazerne in Numansdorp moest verblijven, hij was 33 jaar. Als jonge man had hij zijn militaire dienstplicht vervuld en in 1939 waren velen opgeroepen om hun kennis en vaardigheden op te poetsen, er was sprake van oorlogsdreiging. Wat was ik - toen nog enig kind - blij hem te zien, andersom zal dit ook wel zo geweest zijn! Behalve mijn vader was hij ook mijn speelkameraad en na zijn werk speelden we samen in de lange gang van ons huis, paardje rijden was favoriet en na afloop van de rit moest hij van een schoteltje drinken want paarden krijgen nu eenmaal dorst! Op de boerderij waar we woonden werden de werkzaamheden door personeel verricht, er was in die tijd één vaste knecht. Klaas Dol herinner ik mij nog en Grootvader Bronkhorst kwam ook wel een oogje in het zeil houden. Mijn moeder huilde op een dag en ik heb haar toen getroost met de woorden:’ stil maar hoor, die koe wordt wel weer beter’. Kennelijk hadden we een zieke koe maar mijn moeder zal eerder gehuild hebben om de hele situatie, haar man weg en de toekomst onzeker. Toen tijdens de meidagen van 1940 er enkele dagen echt gevochten moest worden was mijn vader gewoon thuis. Waarschijnlijk was zijn groep toen afgelost door andere dienstplichtige militairen. De oorlogsjaren verliepen voor mij als kind van 4 tot 9 jaar zonder echt schokkende gebeurtenissen. Natuurlijk was ik soms wel verbaasd over al weer nieuwe mensen die voor een beperkte periode bij ons in huis woonden. Soms moesten zij een poosje onderduiken, dat werd dan geregeld door leden van het verzet. Hein van Staveren was een van hen en hij was een huisvriend van mijn ouders. Ook wel anderen kwamen, soms moesten ze een beetje aansterken. Ik herinner mij een jonge vrouw uit Rotterdam en twee jongens uit Haarlem. De versjes in mijn poëzie album herinneren nog aan hen, met een tekening van een boerderij erbij, poëzieplaatjes waren niet te koop toen. De ouders van mijn moeder woonden naast ons in de oorlog, zij hebben een Joodse vrouw met

een kind een tijdje verborgen gehouden in de opkamer [een extra slaapkamer] van hun eenvoudige huis. Ik kwam er elke dag en heb dit nooit geweten. Bij de familie Reinders een paar huizen verder werd op de stoep van de voordeur een baby achtergelaten, zo werd dat verteld door mevrouw Reinders en dat dit een Joods meisje was hebben we later pas begrepen . Ze werd Giny genoemd, ik mocht komen helpen bij het baden van de kleine. De familie Reinders had eerder een dochter verloren aan difteritis, een besmettelijke ziekte die verschillende slachtoffers had geëist in de Haarlemmermeer. Mijn moeder was erg bezorgd in die periode, stopte alles in de lysol om besmetting te voorkomen. Honger Dat werd voor velen gedurende het laatste jaar van de oorlog een groot probleem, velen kwamen vanuit de grote steden lopend of fietsend en met allerlei transportmiddelen zoals handkarren of kruiwagens naar de boerderijen om iets eetbaars te pakken te krijgen. Onze boerderij werd Hotel het Groene Deurtje genoemd, naar het kleine deurtje in de grote schuurdeur en mensen bleven soms slapen in het stro. Op een dag kwam een vrouw uit Amsterdam op een fiets met surrogaatbanden, ze was opvallend bescheiden , vertelde over haar zorgen aan mijn vader, vijf kinderen en ze kon ze nauwelijks meer in leven houden. Zo kwam het dat mijn ouders er één voor hun rekening namen, Adrie was haar naam en één jaar ouder dan ikzelf, een schriel meisje met kastanjebruine vlechtjes, zelf had ik blonde. ‘De kat uit de boom kijkend’, dat gold toen voor ons beiden maar uit de nood van toen ontstond een waardevolle vriendschap, ze woont trouwens al heel lang in Zuid Afrika. Het sprietige meisje was dolgraag bij Oom Cor en Tante Zus op de boerderij, een handige tante dat bleek ze te zijn. Niemand kon zo snel de paarden om twaalf uur uitspannen en na de warme maaltijd stonden ze om één uur weer klaar, kon Oom Cor rustig even een tukje doen! Er was altijd voldoende voedsel bij ons, aardappelen, erwten en bonen werden op de boerderij geteeld, melk kwam van de koe en groente uit de tuin. Een varken slachten, dat gebeurde regelmatig maar ik kan mij niet herinneren of dat bij ons thuis gebeurde. In de bijkeuken stond een apparaat om olie uit koolzaad te persen en uit suikerbieten werd een zoete bietenstroop gewonnen. Geen koekjes of snoepjes meer bij de kruidenier te koop dat laatste jaar maar geen nood! De Meer-Historie maart 2010


32

bietenstroop werd verwarmd en als vloeibare massa over het granieten aanrecht gegoten, er werden tarwekorrels over gestrooid en als de zoete plak bijna een vaste vorm begon aan te nemen werd er met een scherp mes nette stukjes van gesneden, een oorlogslekkernij. De olie werd natuurlijk in de keuken gebruikt maar ook voor de verlichting. Toen er gedurende de hongerwinter geen elektriciteit meer geleverd werd hadden we drijvertjes in de olie voor een schamele verlichting. Mijn zusje is in december 1944 bij dat licht geboren. De stelling Zo werd de waarnemingspost van de Luftwaffe genoemd, het was een gebouw bij ons in het land op kavel 25, ruim 500 meter verwijderd van de Hoofdweg en met een oppervlakte van 100m bij 100m. Wij kinderen mochten er niet komen, er woonden vier Duitse soldaten. Een geluk bij een ongeluk was dat mijn vader niet alle paarden hoefde in te leveren toen de Duitse bezetter dat eiste, hij had paarden nodig om water te transporteren naar de stelling. Ze waren niet kwaad hoor, die soldaten, alleen Fritz was een ‘felle’. Volgens mijn vader was hij de Feldwebel. Van Anton kreeg ik een stuk chocolade, de lekkernij was eigenlijk voor zijn eigen kinderen bestemd maar hij twijfelde aan het weerzien met hen en zo dit ooit mocht gebeuren zou de chocolade beschimmeld zijn. Een sombere eenzame man, zo herinner ik mij hem.

Kort na de bevrijding gingen we op de tandem naar Hoofddorp, samen met mijn ouders naar Grootvader en Oma Krabbendam. Ze woonden aan het Marktplein . Ik heb toen gezien dat vrouwen kaalgeschoren werden om vervolgens op een boerenwagen door het dorp rondgereden te worden. De dorpsgenoten stonden juichend aan de kant, zo werden jonge vrouwen behandeld omdat ze een relatie met een Duitse soldaat hadden in de oorlog. Heel naar vond ik dat toen, ben het nooit vergeten. Terug in Nieuw-Vennep vroegen de voorjaarswerkzaamheden op het bedrijf alle aandacht. Later kwam er een uitbundig bevrijdingsfeest, het hele dorp deed mee aan een optocht, allemaal verkleed en samen met buurmeisje Gerda Reinders liepen we als twee hongerige stedelingen door Nieuw-Vennep. Een kar voorttrekkend met wat eetbare waar. De stelling werd opgeruimd, het leven nam zijn normale gang en op de plaats waar enkele jaren een Duitse post stond werd geploegd, geëgd, gezaaid en geoogst.. Totdat de bestemming veranderde en sportvelden, een zwembad en huizen op die plaats zijn verschenen . Laura de Jong- Bronkhorst. Met dank aan Joost Klootwijk, medewerker van Crash

Met mijn pleegzusje togen we na de bevrijding naar de stelling, intussen verlaten door de Duitsers. Er was een keuken, slaapplaatsen en een werkkamer met afbeeldingen van vliegtuigen aan de muur. We togen aan de schoonmaak, vast van plan er een gezellig onderkomen van te maken maar daar werd al vlug een stokje voor gestoken door mijn ouders, veel te gevaarlijk, er zou nog allerlei munitie achtergebleven kunnen zijn. Over de dag van de bevrijding weet ik niet zo veel te vertellen, we stonden op het bruggetje voor ons huis en Piet de Zeeuw van een paar boerderijen verder kwam vertellen dat de oorlog afgelopen was. Overigens waren veel Nederlanders nog zeer bezorgd over hun familie in Nederlands Indië, daar capituleerde de Japanse bezetter pas in augustus. De familie Enthoven uit de Haarlemmermeer heeft pas in september 1945 vernomen dat hun dochter Jans overleden was in een Japans interneringskamp. En ook haar echtgenoot Gerrit de Jong heeft als krijgsgevangene de ontberingen in het verre Oosten niet overleefd. In een officiële brief heeft Koningin Wilhelmina aan de nabestaanden haar deelneming betuigd.

Meer-Historie maart 2010

advertenties


33

Klaproosdag en de dodenherdenking De dodenherdenking op 4 mei heeft bij ons veel meer bekendheid gekregen dan de klaproosdag van 11 november. Deze dag is vooral bekend in GrootBrittannië, Het is een herinnering aan de wapenstilstand in 1918 na de ‘Great War’. Honderdduizenden soldaten zijn toen gesneuveld op de slagvelden van Noord-Frankrijk en het Vlaamse deel van België. De Canadese legerdokter Lt.-Col. John McCrae (18721918) liep in de zomer van 1918 over een Vlaams oorlogskerkhof en schreef daarna een gedicht over zijn indrukken. Het heet ‘In Flanders Fields’ (In de velden van Vlaanderen). In Flanders fields the poppies blow between the crosses, row on row, that mark our place; and in the sky the larks, still bravely singing, fly scarce heard amid the guns below. We are the dead. Short days ago we lived, felt down, saw sunset glow, loved, and were loved, and now we lie in Flanders field. Take up our quarrel with the foe: To you from failing hands we throw the torch; be yours to hold it high. If ye break faith with us who die we shall not sleep, though poppies grow in Flanders fields. Dit gedicht gaat o.a. over de klaprozen op de velden van Vlaanderen en de leeuwerik die bijna niet meer te horen was en zijn oproep om te blijven strijden voor een goede zaak. Helaas is dokter McCrae op 45-jarige leeftijd omgekomen bij een Duitse gifgasaanval. De klaproos werd de bloem van het oorlogsgraf met het bloedrode blad, het rouwzwarte hart en de stampers in het midden daarvan als symbool van het witte kruis op de laatste rustplaats van de gesneuvelden. Op de Britse dodenherdenkingsdag (‘Poppy day’) gingen de mensen klaprozen dragen als teken van postume dank aan hen die vielen. Tijdens plechtigheden werden - en worden - kransen van klaprozen gelegd op de oorlogsgraven en herinneringsmonumenten. Het Nederlands Oorlogsgraven Comité In de 2e wereldoorlog werd ons land direct bij de oorlog betrokken. In Nederland zijn tijdens de 2e wereldoorlog meer dan 30.000 geallieerden begraven. Dit was de aanleiding om in ons land het Nederlands Oorlogs-

graven Comité op te richten. De geallieerde graven werden in ons land door Nederlanders geadopteerd, die op gedenkdagen, zoals Klaproosdag, verjaardagen en Allerzielen namens de nabestaanden bloemen op de graven legden. Het Nederlands Oorlogsgraven Comité zag als zijn taak om zoveel mogelijk nabestaanden naar Nederland te krijgen om het graf van hun gesneuvelde familielid te kunnen bezoeken. Vaak hadden de mensen in de jaren direct na de oorlog het geld er niet voor. Jarenlang is toen begin november de klaprooscollecte gehouden. Ook in de Haarlemmermeer is in 1946 een afdeling van het Nederlands Oorlogsgraven Comité opgericht. Initiatiefnemer was de toenmalige burgemeester Jansonius. De gemeente Haarlemmermeer was één van de weinige gemeenten in ons land waar de dodenherdenking Brief van Piet Klaassen bij de oorlogsgraven op 11 november (Klaproosdag) traditie werd. In 1946 gebeurde dat voor het eerst. Deze herdenking vond plaats op de algemene begraafplaats op de hoek van de Hoofdweg en de Vijfhuizerweg bij de graven van Nederlandse – en Engelse gesneuvelden. Op het kerkhof zijn 15 oorlogsgraven, 9 Nederlandse en 6 Engelse. Het werd een traditie waarvoor in de eerste jaren na de oorlog veel belangstelling was. Tot het einde toe, dat was in 1965, werkte de Hoofddorpse padvindersgroep ‘De Meervogels’ daaraan mee en ‘Excelsior’ (Hoofddorps Fanfaregezelschap) speelde elk jaar toepasselijke muziek. Vaak waren daarbij familieleden van de op 10 mei 1940 op Schiphol gesneuvelde Nederlandse soldaten aanwezig. De nabestaanden van Britse vliegers kregen na elke herdenking een serie foto’s en een verslag van de toespraken. Zelf stuurden deze mensen vaak bloemen en kransen om die namens de familie op de graven te leggen. Jarenlang is de bekende Vijfhuizenaar Piet Klaassen secretaris geweest van het Nederlands Oorlogsgraven Comité afd. Haarlemmermeer. Zelf heb ik als padvinder en later als één van de padvindersleiding, in de periode van 1954 – 1965 ook deze herdenkingen mogen meemaken. We vormden dan een erewacht achter de oorlogsgraven. Vaak was het erg koud. We Meer-Historie maart 2010


34

Klaproosdag nov. 1960. Vooraan de padvindersleiding in luchtverkenners uniform, daarachter de welpen en tenslotte de burgemeester, genodigden en belangstellenden. gingen, dik gekleed, op de fiets vanuit Hoofddorp naar de Vijfhuizerweg. Bij de ingang, onder een afdakje, trokken we onze dikke kleren uit om in padvindersuniform de erewacht te vormen. Bij de graven kregen we instructies van hopman Jan de Jonge en werd ons een plaats achter de graven toegewezen. Piet Klaassen controleerde daarna het geheel of alles in orde was. De herdenking De plechtigheid was altijd op zaterdag, zodat de meeste mensen hiervoor niet vrij hoefden te nemen. Het begon om 15.30 uur. Het programma van de herdenking op 14 november 1959 is hieronder afgedrukt. De plechtigheid duurde ongeveer 40 minuten. Hierna liep de stoet langs de graven naar de uitgang en was de herdenking afgelopen. De padvinders waren natuurlijk helemaal verkleumd van de kou. Gauw werden de dikke kleren weer aangetrokken en fietsten we ons warm op weg naar hotel ‘De Landbouw’ aan de Hoofdweg in Hoofddorp. Op deze plek staat nu de Rabobank. In het hotel was het heerlijk warm. Met Piet Klaassen en zijn vrouw Truus dronken we warme chocolademelk of koffie en thee en bedankte Piet ons voor de medewerking. Daarna ging iedereen huiswaarts. De herdenking was een emotionele gebeurtenis. Als het heel erg koud was Programma mochten we onze Meer-Historie maart 2010

lange broek aanhouden, want we stonden toch achter een grafsteen en dan viel dat niet zo op. Op 4 mei was in Hoofddorp jaarlijks de landelijke dodenherdenking. De mensen verzamelden zich dan bij het (oude) Raadhuis waar toespraken werden gehouden. Daarna ging de stoet, met de padvindersleiding voorop, lopend naar het kerkhof naast de Hoofdvaartkerk. Ook daar vormden de padvindersgroep ‘De Meervogels’ weer een erewacht. Hoewel daar geen oorlogsgraven waren was er een korte ceremonie bij de vlaggenmast. De vlag hing halfstok en na de ‘last Post’ en de 2 minuten stilte werd de vlag door één van de padvinders omhoog gehesen. Of er muziek bij werd gespeeld kan ik me niet meer herinneren. Volgens mij was dat wel het geval bij het (oude) Raadhuis. Na de plechtigheid en een kranslegging op het kerkhof ging de stoet langs de erewacht naar de uitgang van het kerkhof. Op 4 mei kon het soms ook koud zijn. We hebben wel eens een hagelbui gehad.

Grafzerken herinneren aan de meidagen 1940. De dagen van de IJsheiligen moesten toen nog komen. Maar als padvinder moest je tegen een stootje kunnen. De meeste jongens hadden er geen moeite mee om hieraan medewerking te verlenen. Persoonlijk vond ik destijds de klaproosdag aangrijpender dan de dodenherdenking op 4 mei omdat op klaproosdag de gevallenen echt namen kregen, gebeiteld in de grafstenen waar je even bij mocht staan. Tenslotte Hopman Jan de Jonge heeft veel gedaan voor de Hoofddorpse padvinders. Naast het spel van de padvinders zocht hij naar mogelijkheden om de jeugd te betrekken bij sociale en maatschappelijke gebeurtenissen. Niet alleen bij het herdenken van onze gevallenen, maar ook bij het helpen bij bloedafnames van het Rode Kruis o.a. in hotel ‘De Landbouw’ en de voormalige ambachtsschool. Ik heb aan mijn padvinderstijd, tegenwoordig heet het Scouting, altijd een goede herinnering overgehouden. Barend Klaassen


35

INGEZONDEN Ode aan Haarlemmermeer Kijk, Kiek, Kunst, een ode aan Haarlemmermeer, is een interactief kunstproject waarin foto’s, genomen door inwoners van de polder, de inspiratiebron vormen voor de kunstenaar Paul Berkhout om Haarlemmermeer in schilderijen vast te leggen. Haarlemmermeer is een relatief jonge polder waar nog niet veel landschapsschilders aandacht aan hebben besteed. Daar wil dit project verandering in brengen op een manier die bij deze tijd en bij deze polder past, interactief en dynamisch. Is het meestal de schilder zelf die de onderwerpen bepaalt, bij dit project wil de schilder de inwoners, jong en oud, laten bepalen welke onderwerpen het waard zijn geschilderd te worden. Welk beeld is volgens hen zó mooi, karakteristiek of uniek dat het niet in het overzicht mag ontbreken? Per buurtschap of dorp worden de bewoners van Haarlemmermeer opgeroepen een foto van hún mooie, favoriete, unieke of typerende plek per e-mail op te sturen. Deze foto dient als uitgangspunt voor het vervaardigen van een schilderij waarin de kunstenaar de visuele werkelijkheid op zijn eigen manier verbeeldt. We verwachten dat veel inzenders, nieuwsgierig naar het resultaat, de stap nemen om naar de expositie van de schilderijen en hun eigen foto komen kijken. Er zullen per dorp deeltentoonstellingen worden georganiseerd waar alle foto’s met de daarbij behorende schilderijen worden geëxposeerd. De inzenders van de foto’s en alle andere belangstellenden worden uitgenodigd om naar de interpretatie van de foto’s te komen kijken en ‘in de schilderijen te stappen’, van gedachten te wisselen over het onderwerp ‘kunst’ of misschien gewoon een gezellig praatje met de buren te maken. Deze (deel) exposities vinden plaats in een laagdrempelige locatie zoals bijvoorbeeld een buurthuis of een bibliotheek en zullen waarschijnlijk worden ‘aangevuld’ met één of meerdere schilderijen die zijn gemaakt naar aanleiding van het verhalenproject dat in januari van start is gegaan. Uiteindelijk worden alle foto’s en schilderijen samen op een centrale plek in Haarlemmermeer tentoongestel, onder de titel: Kijk, Kiek, Kunst, een ode aan Haarlemmermeer, een realistische en gevarieerde documentatie in de vorm van schilderijen samengesteld door haar inwoners. Meer informatie op www.kijkkiekkunst.nl Van de kernen Nieuwe Meer, Hoofddorp en Nieuw Vennep zijn al een aantal schilderijen gemaakt. Anja Berkhout - van der Lingen

Iets over Zwanenburg? Al sinds lang koester ik de wens nog eens iets te lezen over Zwanenburg, als dorp ongetwijfeld de minst aantrekkelijke onder de verstedelijkte grote dorpen, maar als historisch onderwerp niet geheel ontdaan van belang, lijkt mij. Ik heb na het lezen van weer een nieuw nummer wel eens boos gedacht: ‘Hé hallo Hoofddorp, hier Zwanenburg!’ Met andere woorden, waarvandaan de vrijwel systematische ontkenning van het bestaan van Zwanenburg? In het lijstje van nieuwe begunstigers in het nummer van deze maand staan de namen van drie Zwanenburgers. Mijn vraag is: hebt u bij de werving van deze mensen ook duidelijk gemaakt dat ze er niet op hoeven te rekenen ooit iets over Zwanenburg te zullen lezen? Want zo is het wel, neem de moeite maar eens om terug te bladeren in de jaargangen. Een heel enkele keer wist Cor Lücke nog wel eens iets te presenteren, maar in het redactiebeleid heb ik vele jaren lang nooit een glimp mogen opvangen van belangstelling voor Zwanenburg. Enkele mogelijke oorzaken hiervan: • In de redactie zit niemand uit Zwanenburg; • De redactie is niet op de hoogte van Zwanenburgs verleden, heden en toekomst; • De redactie vraagt zich niet af waardoor Meer-Historie relatief zo weinig abonnees uit Zwanenburg telt; • Er zijn geen mensen (bekend) die de Zwanenburgse geschiedenis (wél) kennen en die in staat – en bereid! zijn daarover van tijd tot tijd een artikel te schrijven; • Het dorp is zo indrukwekkend oninteressant en heeft zo bitter weinig dat het vertellen waard is, dat de redactie zich daar maar bij neergelegd heeft; • De evaluaties door de redactie zijn kennelijk zo onkritisch en onsystematisch dat ‘het gat van Zwanenburg’ gewoon nooit opvalt. Er is toch méér MeerHistorie dan Hoofddorp en directe omgeving? Ik realiseer mij dat mijn toonzetting een tikkeltje – laten we zeggen – wat uitdagend is. En ik weet ook wel dat ik vecht voor een letterlijk ondergeschoven plek langs de oude Ringdijk, als je er nooit iets van hoort, mis je niets, zo’n plek. Maar ik ben nog altijd journalist genoeg om te zien dat hier sprake is van een tekort van Meer-Historie en daarvoor is het blad mij véél te dierbaar! Jan Mastenbroek Meer-Historie maart 2010


36

Boekbespreking waterwolven [december 2009]

De erwtendopperij en de afvoer van het loof [december 2008] Het zal geweest zijn in 1956 dat ik als vrachtwagenchauffeur werkte bij Slootweg graan en fouragehandel aan de Aalsmeerderdijk . Dat jaar was ook Slootweg betrokken bij de afvoer van dat erwtenloof. Maar wat de heer A. W v.d. Maarl in het decembernummer 2008 schreef, dat de erwtendopperij dag en nacht door draaide, daar ben ik het niet helemaal mee eens. Er zal wel in de nacht zijn gewerkt, maar dan voor onderhoud en schoonmaken van de dorsmachines. Het dorsen begon om 5 uur en ging door tot 10 uur in de avond. Als je als chauffeur om 5 uur ’s morgens onder de band moest staan en je had de pech dat je de laatste vracht ook nog had dan waren de dagen soms wel erg lang, en het lontje ook wel eens erg kort.

Ik ben het met de heer Stroet eens, het is een prachtig boek, veel informatie en makkelijk te lezen. Jammer vind ik dat in het hoofdstuk over de Haarlemmermeer (blz. 207) toch weer gesuggereerd wordt, dat Schiphol zijn naam te danken heeft ‘aan een hel waar voorheen schepen in gedreven werden bij zuidwestenwind en regelmatig vergingen aan lager wal’. In het blad Schipholland van 11 september 1982 staat een verhelderend artikel van M. ’t Hart die onderzoek heeft gedaan naar de naam Schiphol. In 1447 komt de naam Schipholl in een akte voor. In een artikel van B.J. Hekket, getiteld ‘Wat betekent Schiphol’ (NRC/Handelsblad, 28 maart 1978) schrijft hij naar zijn mening de juiste betekenis van het woord Schiphol. Hol betekent laag gelegen of drassig land. Schip of scip betekent snijden of kappen. Een scip was een afgesneden tak. Dus Schiphol moest dus een drassig gebied zijn met riet en geboomte, zoals elzen en berken. Volgens de akte van 1447 lag Schipholl in de Aalsmeerbanne, een gebied dat verkocht werd om de stichting van een kerkgebouw te financieren. Dus geen water, plas of meer dat als een hel genoemd zou kunnen worden, maar een stuk drassig land. Frans Janssens PS: In de omgeving komt het woord hol ook nog voor in Holendrecht, Botshol.

En dan naar het mooie verhaal van J. Nijssen [december 2009] over zijn vader Bert Nijssen die naar ik dacht de afvoer van dat erwtenloof regelde en dus in die erwtencampagne wel veel aan zijn hoofd had zodat ook bij hem het lontje nogal kort was. Zo gebeurde het dat ik met een klant van Nijssen nogal van mening verschilde over het met de riek lossen van een ton of 6-7 erwtenloof waarbij de gemoederen aan beide zijden nogal hoog opliepen. Op de terugweg naar Nieuw Vennep had Nijssen mij al langs zijn huis aa de Hoofdweg zien rijden zodat ik bij aankomst aan de dopperij voor ik was uitgestapt al aan de telefoon geroepen werd. En ja hoor, dat was natuurlijk Nijssen. Ook dat was weer een heftig een luidruchtig gesprek zodat ik Nijssen haast zonder de telefoon had kunnen verstaan want Nijssen en de dopperij waren niet zo ver bij elkaar vandaan. Hiermee is het verhaal van de erwtendopperij nog niet ten einde, want Slootweg had op het einde van de campagne een extraatje beloofd voor al die lange dagen werken. Toen ik ernaar vroeg na een paar weken zei Slootweg: ‘Ik moet nog wat afrekenen met Nijssen maar wat in het vat zit, verzuurt niet’. Dus Nijssen en Slootweg hadden allebei een vat waarin het niet verzuurde. Maar dat vat bleef nog steeds dicht. Na nog eens vragen naar dat vat zei Slootweg: ‘Het komt goed, want ik heb met Nijssen handel gedaan en nu zit ik op de eieren’. Dat heb ik toen goed in mijn oren geknoopt totdat ik een keer op de eieren zat. Zo kon dat wel eens gaan in de graan en fouragehandel in de Haarlemmermeer van meer dan een halve eeuw geleden. Rijn Claij

Meer-Historie maart 2010


37

Reactie op monumentencommissie [december 2009] - en de Dorpstraat al opgeofferd (huidige VenneperHet slot van het Ossewaarde-artikel gaat over Jan Pieter plein) en is dit bijzondere stukje Venneperweg al zeker Heije die begraven ligt in Abbenes. De gemeente heeft 15 jaar geleden gesloopt om nog altijd in puin te liggen. een informatie­plaquette bij zijn graf gefinancierd. Midden in ons centrum! Ruim 10 jaar geleden - maart 1999 - stond in MeerHistorie een arti-kel van J. Tamboer, die teleurgesteld Jaren geleden, toen alles er nog stond, heb ik bij de melding maakte van het verdwenen naambord aan gemeente een verzoek ingediend om juist dit nu opgeofbeide (!) zijden van de Hoofdvaartbrug in Abbenes ferde deel inclusief de 2 oude kastanjebomen - die er nog waarop stond; ‘Dr. J.P. Heijebrug’. Tevens meldde de staan... - tot ‘Beschermd Dorpsgezicht’ te maken. Een heer Tamboer dat er een Wilhelmiwerkelijk prachtig stukje oorspronnaboom in het hart van Abbenes kelijkheid. Dat is (natuurlijk) niet stond waar omheen een prachtig gelukt. hekwerk stond met medaillons van Ik heb toen een rij - analoge- - foto's de Koningin, en dat ook dát was genomen van de gehele Venneverdwenen. perweg, inclusief het nu gesloopte Deze informatie is mij bijgebleven mooie deel, waar binnenkort iets omdat ik niet kan begrijpen hoe het hoogs en vierkants wordt gebouwd; mogelijk is dat gemeentemensen die Kantoren en horecapanden. hier vaak een weinig aantal jaren De Venneperweg- bouwstijl is vanaf werkzaam zijn en geen benul hebben het tankstation Kulk tot aan het van historische polderfeiten, iets station het behoud meer dan waard. dergelijks zomaar laten verwijderen Zo ook het restant fraaie Schoolzonder dorpelingen daarvan op de straatbebouwing met de rij ‘punthoogte te stellen en waarschijnlijk daken’. Puntdaken die de Vennepers ook zonder medeweten van hun zo graag wilden zien bij de ontwik‘bazen’. Tenzij die bazen al even keling van de Nieuwe Kom, passend ongeïnteresseerd zijn in het gebied bij en in het dorp, maar waaraan waarvoor zij zijn aangesteld.. geen gehoor is gegeven omdat blokMijn vraag is nu: is ooit uitgezocht kendozen nu eenmaal ‘modern’ zijn. J.P. Heijebrug over Hoofdvaart bij waar die naamborden en dat prachDe bouwstijl van de Nieuwe Kom tige medaillonhek zijn gebleven en Abbenes die in het centrum wordt ontwikkan iemand nagaan wie daar verant- (Foto Marcel Harlaar) keld past op geen enkele manier bij woordelijk voor is geweest? En staat het oude dorp! die boom er nog wel? Er is gewoonweg voorbijgegaan aan de dag dat deze Buiten dat: Ziet de Monumentencommissie enig lichtboom, dit hek en de naamboordjes officieel zijn puntje gloren om deze dorpse authentieke en goed geplant cq. zijn geplaatst. Doodzonde. Over ‘Historie’ onderhouden rij woningen te behouden door ze op een gesproken. gemeentelijke beschermlijst te plaatsen? Misschien hoeven ze niet direct een monument te Venneperweg worden, maar kan er een specials status aan gegeven Wil de Monumentencommissie zich eens buigen over worden die het moeilijk, zo niet onmogelijk maakt om de Venneperweg, in Nieuw Vennep en over een aaneenze te slopen omdat bestuurders en vooral ontwikkelaars gesloten rij dezelfde soort woningen die staan op een denken te moeten meegaan in de vaart der volkeren. gedeelte van de tegenover de Venneperweg liggende Momenteel staan al deze huizen evenwichtig te zijn wat Schoolstraat? Door de vernieuwingsdrang die de maatvoering en stijl betreft.! De burgemeester kan er gemeente al sinds jaren kenmerkt, wordt teveel en te vast over meepraten: hij woont in bijna het laatste huis vaak voorbijgegaan aan het oorspronkelijke van onze van deze rij.. kernen. Tot alles is verdwenen en de spijt daarover zich aandient. Dan is het echter te laat. Ik ben benieuwd naar een antwoord van u en ik wens In Nieuw Vennep staat nog (! )een aaneengesloten rij u allen - nog op de valreep van te-laat - een gezond, goed onderhouden, oorspronkelijke, vrijstaande’puntsuccesvol en authentiek optimistisch 2010 dakhuizen’ overeind. Helaas is een klein middenstuk van de Venneperweg Helma Gehéniau, tussen Hoofdweg - oudste weg van Haarlemmermeer Nieuw Vennep, helmageheniau@kpnmail.nl Meer-Historie maart 2010


38

oproepen Landbouwwinterschool Misschien is het aardig om reacties te vragen op deze twee foto's. Over het fenomeen landbouw-winterschool en over de namen van de personen op de foto's.

1. Landbouw winterschool Hoofddorp. Omdat boerenzonen 's zomers op het land moesten werken, werd er 's winters les gegeven over landbouw. Vandaar dit begrip. De tekst boven de deur: 'Daar een boer op het veld verdient geld..' De vervolgtekst recht is te onduidelijk, maar het is waarschijnlijk het vervolg op deze zin. De jongeman links van de sigaretroker heeft

iets in de hand. Dat is mijn schoonvader Jaap (Jacob Cornelis) Kroon, geboren 23 mei 1908 te Abbenes. 2. Bij boerenschuur Haarlemmermeer. De persoon helemaal rechts is de tweelingbroer van mijn schoonvader: Piet (Pieter Adriaan) Kroon, geboren 23 mei 1908 te Abbenes. S. Kroon - van Driel

Foto ‘School uit Nieuw-Vennep’ Een foto van een school uit de Vennep, schrijft W. v.d. Stelt uit Aalsmeer. Wellicht zijn er lezers die bepaalde personen of zichzelf herkennen.

Meer-Historie maart 2010


39

Wie weet mag het zeggen Reacties op de foto van de maand [december 2009]

Een aantal reacties heeft ons weliswaar een stapje dichter bij de beantwoording van onze vraagstelling gebracht, maar er zijn ook een paar nieuwe vragen gerezen. • De heer Jaap Kamper herkende in de vierde persoon rechts achter, zijn vader Gerrit Kamper (1881-1950) • Mevrouw L. Roos-Biemond te Rijsenhout zag in de derde persoon rechts achter, haar grootvader Johan Biemond, bewoner op de boerderij ‘Poot's Akkerleven’ aan de Hoofdweg richting De Kaa • Mevrouw Hellendoorn-Dekker te Heiloo bevestigde ons vermoeden dat de persoon links achter, de heer Nicolaas Tonnis Geertsema* moet zijn (een oom van haar) • Dat het om een ‘crisiscomité’ gaat verwoordde mevrouw Hellendoorn het duidelijkst, namelijk dat het hier de ‘Tarwe Classificatie Commissie’ betreft (± 1935) waarvan haar oom deel uitmaakte. De namen Jan Beets en Joh. Verkuyl (secr. CBTB) zijn eveneens genoemd; hun plaats aan tafel spoort echter niet met de vermeldingen. Nu punten 1 t/m 4 duidelijk zijn, kunnen ouderen onder u ongetwijfeld aanvullende informatie verstrekken. Daar zien wij met belangstelling naar uit. Overigens, mevrouw Hellendoorn-Dekker schrijft in haar reactie ook, dat de tak van de familie Geertzema waartoe Nicolaas Tonnis behoort een s in de naam heeft en geen z. De heer J.D. Geertsema uit Ulrum van wie hierna een artikel naar aanleiding van de foto, schrijft de naam van Nicolaas Tonnis met een z , zoals in het bevolkingsregister is vermeld. Zelfs in de familie lijkt hierover dus geen eenduidigheid te bestaan. De uitspraak blijft in ieder geval gelijk. Van de geboortedatum van Nicolaas Tonnis (29.11. i.p.v. 29.12.1873) namen wij kennis evenals van correcte naam van de heer R.J. Oostenveld

(inderdaad een ‘d’ aan het eind). Zijn beroep als graanhandelaar ontleenden wij aan het bevolkingsregister. De heer J.D. Geertsema uit Ulrum heeft een ander idee van de heren aan de tafel die een comité vormden in de jaren 1920/30 na de Eerste Wereldoorlog. Zijn visie is echter ook een deel van de geschiedenis van Haarlemmermeer. Met de hieronder opgenomen foto blijkt onder meer de betrokkenheid van de families Geerts(z) ema met kinderen in nood na het uiteenvallen van de Oostenrijks- Hongaarse Monarchie in 1918.Geertsema schrijft (met enige tekstaanpassingen, red.): ‘de persoon achter de tafel is inderdaad de heer N.T. Geertzema, indertijd landbouwer op Hillegond's Hoeve aan de Bennebroekerweg. Hij had bestuurlijke ervaring en zal waarschijnlijk als voorzitter van een comité Opvang Oostenrijkse kinderen benoemd zijn. Wat was er aan de hand ? De jaren na de Eerste Wereldoorlog was er door uit uiteenvallen van de Monarchie Oostenrijk-Hongarije een hopeloze toestand ontstaan. Dat was voor de Volkenbond met als zetel Geneve aanleiding om in 1922 de burgemeester van Rotterdam, de heer A.R. Zimmermann, aan te stellen als arbiter voor geschillen. Later werd hij benoemd als Hoge Commissaris van de Volkenbond in Oostenrijk. In Oostenrijk waren zoveel ouderloze kinderen dat de weeshuizen niet alle wezen konden opnemen. De heer Zimmermann nam het initiatief om enige duizenden kinderen die niet in eigen land ondergebracht konden worden per trein te vervoeren naar landen waar het beter ging, onder andere Nederland. Met de treinen gingen mee: a. de genoemde weeskinderen die geadopteerd konden worden, b. kinderen uit een-ouder gezinnen en c. kinderen met groeiachterstand. De groepen b. en c. gingen later na aansterking weer terug naar hun vaderland. De heer N.T. Geertzema, zelf kinderloos, en ook zijn broer Willem trokken zich het lot van de wezen erg aan. Onder leiding van Nicolaas Tonnis werd een comité opgericht voor de gemeente Haarlemmermeer, waarin ongetwijfeld heren plaats namen met een kerkelijke achtergrond en misschien ook dames en gemeenteambtenaren. Nicolaas Tonnis ging iedere keer als een trein aankwam, naar Amsterdam CS en noteerden de namen van de adoptieouders met de kinderen. Ik neem aan dat hij hierbij geassisteerd werd door medecomitéleden. Bij zijn broer Willem, toen nog boerende op De President, kwam een jongetje -Ernst- en bij hem en zijn vrouw Dien een meisje. Dat meisje bleef daar tot ze in overleg met zijn neef Dr. Melchior in De Wetering, het beter vonden dat het meisje in het doktergezin werd opgenomen. In de zomer van 1933 werden bij Nicolaas Tonnis op de boerderij drie zoons van zijn overleden achterneef Gerrit Meer-Historie maart 2010


40

de Oostenrijkse kinderen was ook de door ‘Anne Frank’ bekende Miep Gies, die op 14 januari 2010 is overleden. Miep werd als 10-jarige Hermine Santrouschitz, uit een arm arbeidersmilieu, in een Leids gezin opgenomen dat haar kon adopteren. Zij trouwde in 1941 met Jan Gies.

Galto met kinderen op het strand Geertsema opgenomen die kinderloos waren geworden nadat beide ouders kort achter elkaar overleden waren. Van de drie jongens gingen er twee naar andere familieleden. Alleen de oudste bleef op Hillegond's Hoeve’. Tot zover het relaas van de heer J.D. Geertsema. Onder

Op de foto staat de heer Galtjo D Geertsema met vier Hongaarse vluchtelingen op het strand. De tweede van links is Maria, de jongen geheel rechts: Stefan. De kinderen werden verzorgd door opoe van Wieringen, blijkens achterschrift op de foto. Aan het eind van zijn ingezonden brief schrijft J.D. Geertsema dat hij hoopt dat er vanuit de lezers reacties op zijn pennenvrucht zullen komen. Reacties: Stichting Meer-Historie, antwoordnummer 628, 2130 WB Hoofddorp.(postzegel niet nodig). Telefonisch kan ook: Joop v.d. Putte 023 558 1464

Nieuwe medewerk(st)er gevraagd Meer-Historie heeft een groot aantal gemotiveerde vrijwilligers, die verdeeld over 12 werkgroepen, het werk van de stichting gestalte geven. Een daarvan is de werkgroep FOTOARCHIEF Deze werkgroep is vanaf september 1999 bezig met het registreren, digitaliseren en op verantwoorde wijze (volgens de geldende officiële normen) opbergen van de foto’s en dia’s. In de loop van de tijd is in deze werkgroep veel kennis opgebouwd. Een van de medewerksters van het eerste uur heeft besloten het werk voor deze groep te beëindigen. In de vacature die hierdoor ontstaat, willen wij graag voorzien en wij zoeken iemand die zich alle kennis wil eigen maken die nodig is om de continuïteit te waarborgen. Wij zoeken daarom een kandidaat die: - gewend is nauwkeurig te werken - bereid is mede verantwoording te dragen voor de totale gang van zaken binnen de werkgroep - actief kan meedenken in het oplossen van voorkomende vraagstukken - zelfstandig en in teamverband kan werken - belangstelling heeft voor en/of kennis van de Haarlemmermeer en haar geschiedenis - zo mogelijk ook enige ervaring heeft met het bedienen van de computer De groep bestaat momenteel uit 6 personen en de werkzaamheden worden verricht in een kamer in de Witte Boerderij aan de Hoofdweg 743 te Hoofddorp en wel iedere maandag van 9 – 12 uur (met uitzondering van feest- en vakantieperiodes). Heeft u belangstelling? Laat het ons zo spoedig mogelijk weten, schriftelijk aan het secretariaat of telefonisch aan de heer Joop van der Putte (023 558 1464) of mevrouw Ineke Cohenno (023 562 5326)

Meer-Historie maart 2010


41

BOEKEN Cruquius, een eigenzinnige geschiedenis Ter gelegenheid van de inburgeringdag op 13 december 2009 bracht de Buurtvereniging Cruquius een boekje uit. De titel belooft wat: de eigenzinnige geschiedenis van het dorp Cruquius. Het boekje is geschreven nieuwe (en oude) inwoners van Cruquius, niet voor buitenstaanders. In het boekje ontbreekt dan ook een plattegrond van het dorp. Cruquius ligt aan de rand van de Haarlemmermeer net voor Heemstede. De inwoners bevinden zich langs de ringvaart en de Oude Kruisweg. Ooit was de Oude Kruisweg de directe weg naar de rolbrug waarmee je de ringvaart overstak. Pas in de dertiger jaren van de vorige eeuw kwam er een doorgaande weg van Aalsmeer naar Heemstede en er kwam een brug vlakbij het gemaal. Het boekje is vlot geschreven en bevat bijdragen van verschillende schrijvers over de geschiedenis van Cruquius. Het gemaal natuurlijk, het fort, de pioniers Van Wickevoort en Crommelin, de

Het Haarlemmermeerboek hertaald

Jan Adriaensz. Leeghwater (15751650) legt in het Haerlemmermeerboek van 1643 uit waarom het Haarlemmermeer moet worden bedijkt en drooggelegd. Sinds kort is er een (moderne) hertaling beschikbaar van Marijke Joustra. De 4e druk uit 1643 was de laatste nog door Leeghwater zelf gecorrigeerd en aangevuld. ‘Het beeld dat Leeghwater schetst van het land rond het Haarlemmermeer en de dramatische gevolgen van de alles verslindende waterwolf is zo levendig en treffend dat hij het verdient opnieuw gelezen te worden, zeker nu waterbeheer zo’n actueel thema is,’ schrijft Joustra. Toch was er al in de 17e eeuw kritiek van o.a. landmeter Coolevelt in zijn Bedenckingen over het drooghmaken van de Haerlemmer ende Leydsche Meer, namelijk dat de droogmaking van het Haarlemmermeer alleen maar narigheid kon veroorzaken. Van oud-directeur van het Sociografisch Bureau Haarlemmermeer drs. Jan Achterstraat is bekend dat hij Leeghwater geen groot waterstaatkundige vond. Van het plan om de Haarlemmermeer droog te maken zou weinig kloppen. Leeghwater was volgens hem vooral een man die goed reclame voor zichzelf wist te maken. Dat laatste hoor je wel meer. Leeghwater zou een behoorlijke eigendunk hebben gehad, kon goed netwerken, en beschikte over een royale portie opportunisme om zich van opdrachten te verzekeren. In de jaren veertig van de vorige eeuw had de Wageningse hoogleraar Visser veel kritiek op

verdwenen middenstand, dorpsfiguren, families als Van Son, Van Benthem, Goossens en Peetoom, de graansilo, het theehuis, de Cruquiushoeve, en vooral veel bedrijven. Maar ook het hedendaagse Cruquius komt aan de orde. Wat nu het eigenzinnige is van de geschiedenis van Cruquius wordt niet helemaal duidelijk. Meestal ontwikkelt zich een plaats wanneer er steeds meer woningen bij komen, als er genoeg mensen wonen komt er een kerk, dan een markt en zo voort. Maar Cruquius is anders. De Cruquius begon met de aanleg van de ringvaart (van 1839 -1845), de bouw van een fort (gebouwd in 1843-1846) en tenslotte de bouw van een gemaal (klaar in 1849). Er kwam eerst een rolbrug, later een brug over de ringvaart naar Heemstede. En langzamerhand kwamen er vlak bij het gemaal steeds meer mensen wonen, heel gezellig allemaal, tot het opeens ging groeien als kool met Cruquisplaza en Vista. Kortom, een mooi boekje met leuke foto’s en te bestellen bij Stichting Dorpshuis Cruquius. Henri Stroet

de plannen van Leeghwater tot droogmaking van het Haarlemmermeer. En de Amsterdamse archivaris De Roever publiceerde een uiterst negatief gestelde biografie van Leeghwater. Hij zou weliswaar bij alle grote Noord-Hollandse droogmakerijen betrokken zijn, maar van zijn rol moeten we ons geen overtrokken voorstelling maken: ‘De historische kritiek leert hem slechts kennen als een derderangs figuur. Wellicht is hij op zijn vakgebied een bekwaam werkman geweest, maar meer ook stellig niet.’ Recent wordt de vermeende grootsheid van Leeghwater weer naar voren gehaald. Bijvoorbeeld door historicus Han van der Horst in Een bijzonder Land. Het grote verhaal achter de vaderlandse geschiedenis (2008): ‘Hij was de bekwaamste waterstaatsingenieur van zijn tijd. Hij had de meeste grote veenplassen van NoordHolland herschapen in heerlijken tuinen, nadat hij met de Beemster een meesterproef had afgelegd’. Nu de tekst door de hertaling zo toegankelijk geworden is, zou een wens kunnen zijn eens een moderne waterbouwdeskundige te vragen hoe hij de plannen van Leeghwater met de kennis van nu beoordeelt. Verdiende Leeghwater wel een standbeeld? Had naast het polderhuis niet beter een standbeeld van bijv. Beyerink kunnen staan? Henri Stroet Diederic Aten (red.), Marijke Joustra en Han van Zwet (2009) Leeghwater en het Haarlemmermeer, 26e uitgave van de Vrienden van de Hondsbossche, Kring voor Noord-Hollandsche Waterstaatgeschiedenis.

Meer-Historie maart 2010


42

colofon Servicenummers

Redactie/kopij Betalingen Aanmeldingen, abonnementen Adreswijzigingen, opzeggingen Aanbieding bijz. voorwerpen Historisch Museum H’meer Bibliotheek + Bibliotheek + Webbeheerder

M. Harlaar 06- 11513990 A. Verbeek 023- 5617223 J. v.d. Putte 023- 5581464 G. Deddens 023- 5613130 F. Kamerling 023- 5642231 E. van Melis 023- 5620437 I. Cohenno 023- 5625326 F. Kooreman 023- 5581697 R. Pol

ISSN: 1383-0074 Doelstelling Meer-Historie is een uitgave van de stichting Meer-Historie. Het doel van de stichting Meer-Historie is het behoud van het cultuurhistorische erfgoed in de gemeente Haarlemmermeer en omgeving voor zover de stichting hierop een directe invloed heeft. Zij wil dit doel bereiken door het bevorderen van de belangstelling en de waardering voor, alsmede de kennis van dit erfgoed. Bestuur B. van Groenigen, voorzitter, Parlevinker 33, 2152 LC Nieuw-Vennep, t. 0252-621486 P. Roodenburg , vice-voorzitter, Van ’t Hoffstr. 29, 1171 AP Badhoevedorp, t. 020-6595816. Bas Stolk, secretaris, Spieringweg 805, 2142 ED Cruquius, t. 023-5284743 A. Verbeek, penningmeester, Hoofdweg 520, 2132 MH Hoofddorp, t. 023-5617223 G. J. Deddens, Barbarije 5, 2132 TP Hoofddorp, t. 023-5613130 H.C.M.van Raak, Marathonstraat 75, 2134 CC Hoofddorp t.023-5614356 Dr. J.F.J. Jonkers, Louisahoeve 35, 2131 MP Hoofddorp, t. 023-5626674 J.A.H. van der Maarl, Eug. Previnaireweg 2A, 2151 BE Nieuw-Vennep, t. 0252-672854 F. D. Ossewaarde, J.C. Beetslaan 25, 2131 AG Hoofddorp, t. 023-5611475 Rekeningnummers ING banknummer 35.11.852 Rabobank 15.55.92.564 Ereleden Drs. J. Achterstraat; J. Arensman; Mr. R. M. Dunselman; Fr. de Jong; A. de Koning; J. van der Putte; J.C. Suidgeest. Secretariaat De stichting is gevestigd in de ‘Witte Boerderij’, Hoofdweg 743, 2131 MA Hoofddorp, tel. 023-5615998

Meer-Historie maart 2010

meerhistorie@gmail.com bram.verbeek@zonnet.nl gjdeddens@hetnet.nl fopkam@tiscali.nl infohmh@xs4all.nl m.cohenno@quicknet.nl bepfer@hetnet.nl rijkpol@quicknet.nl

Begunstigers/donateurs/abonnees De minimumbijdrage is € 12,50 per jaar. Orgaan Meer-Historie verschijnt 4x per jaar en wordt aan alle begunstigers gestuurd. Losse verkoop In het Historisch Museum Haarlemmermeer en in de volgende boek- en tijdschriftenhandels: Stevens, Nieuweweg 63, 2132 CM Hoofddorp en Bruna De Symfonie, De Symfonie 37, 2151 MD Nieuw-Vennep. Nabestellingen via het secretariaat (€ 4, excl. verzendkosten). Redactie Marcel Harlaar, eindredactie; Barend Klaassen, Harry van Raak, Henri Stroet. Rijk Pol, webmaster www.meerhistorie.nl DEADLINE KOPIJ: 15 april 2010 Postadres: Redactie Meer-Historie, Hermitage 196, 2134 AC Hoofddorp, tel.: 06-11513990 Redactie adviesraad: Ton van Groenigen; Frans de Jong Beeldmateriaal U kunt afbeeldingen aanleveren als foto’s of als digitaal bestand. Let er bij digitale bestanden op dat de foto een hoge resolutie heeft (minimaal 300 dpi), denk aan een bestand van minimaal 1 Mb. Als u digitaal op cd-rom aanlevert, lever dan altijd een afdruk bij, zodat controleerbaar is wat op de cd staat. Nota bene: Foto’s altijd apart als jpg-bestand toezenden en niet in een WORD bestand Vormgeving en druk: Paswerk Grafisch, Cruquius Vormgeving omslag: Ontwerpbureau Mirjam Boelaars, A’dam Auteursrecht Op het auteursrecht van het gepubliceerde in Meer-Historie is artikel 7 van de Auteurswet 1912 van toepassing.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.