Knutselen (werken met kosteloos materiaal)
Deze informatie is samengesteld aan de hand van stencils, gebruikt op de Klos in Tilburg in de periode 1970-1975, waarin helaas geen bronnenboek(en) vermeld werden. Mijn grote dank gaat uit naar mijn didactiek- en methodiekdocenten: Ank van den Berg, Petri Bloemkolk en Jos Bartels die ons op inspirerende wijze al deze kennis hebben bijgebracht.
Januari 2018, Erica Ritzema.
KLOSkennis: Knutselen
1
01-2018LB
Knutselen = werken met kosteloos materiaal
Helaas zien we deze activiteit nog maar zelden in de kleuterklas. Met knutselen bedoelen we vooral het tot een nieuw product verwerken van het kosteloze materiaal uit onze huishoudens met behulp van lijm en/of plak en touw. Hierbij valt te denken aan dozen in allerlei formaten (van lucifersdoosje tot de doos van de koelkast), bierviltjes, bekertjes, plastic doppen, plastic kuipjes, bollen voor het doseren van wasmiddel, kurken, wc-rolletjes, kokers, ijs- en lollystokjes, elastiekjes, touw, stukjes stof en leer. Knutselen stimuleert het voorstellingsvermogen aangezien het kind in het beschikbare materiaal de vormen moet leren herkennen die hij nodig heeft voor zijn product. Een deel van deze materialen dient te worden bewerkt met lijm in plaats van met plak. Met lijm werken is een totaal andere manier van werken dan met plak. Het kind moet de lijmpot zorgvuldig leren hanteren, anders bevestigt hij eerder zichzelf aan het product dan de nieuwe vormen. Gelukkig zijn er flacons in de handel met een goede doseerdop. Het product mรกg beplakt of beschilderd worden, maar dat hoeft niet. Beschilderen kan pas nadat het werkstuk goed droog is, omdat de lijm anders weer op kan lossen door het vocht uit de verf. Tijdens het vrije knutselen geeft een kind zelf aan wat het wil, sommige kinderen beplakken de dozen liever vooraf, anderen hebben die behoefte niet.
KLOSkennis: Knutselen
2
01-2018LB
Kinderen lopen tijdens het knutselen tegen technische problemen aan. Hoe beplak ik een doos? Je laat zien dat het papier ingesmeerd wordt en daarna de doos kant na kant “behangen� wordt, waarbij het formaat papier van groot belang is. Meten is weten, want het formaat van het papier dient overeen te komen met het formaat van de doos.
Hoe bevestig ik een rolletje? De leerkracht kan helpen door het kind te leren het uiteinde van het rolletje in te knippen, zodat het kind die reepjes naar buiten kan vouwen om het rolletje daarmee te bevestigen op een ander vlak. Je kunt in eerste instantie even met een potloodlijntje aangeven hoe ver het kind de rol in moet knippen.
KLOSkennis: Knutselen
3
01-2018LB
Hoe bevestig ik wielen die kunnen draaien? De leerkracht kan uitkomst bieden door met een satĂŠprikker door een doos te prikken en de wielen aan de uiteinden van de prikker te bevestigen. Een andere mogelijkheid is het prikken van gaten door de doos, twee stukken ijzerdraad door die gaten steken en aan de uiteinden kralen, knopen of kurken bevestigen.
KLOSkennis: Knutselen
4
01-2018LB
Tijdens het knutselen doet het kind een schat aan ervaring op. ● Het leert mogelijkheden te zien in bestaande vormen die het uitgangspunt vormen voor zijn nieuwe product en zo wordt het voorstellingsvermogen gestimuleerd. ● Het moet vormen vergelijken, passen en meten om tot een product te komen. ● Het moet vormen sorteren. Als een kind bijvoorbeeld een vrachtauto wil maken, heeft het een aantal wielen nodig van hetzelfde formaat, want anders kan zijn auto niet staan. Zijn die wielen niet voorradig, dan moet hij een andere oplossing zoeken. ● Het leert technische problemen oplossen en ontdekt allerlei manieren om losse delen aan elkaar te bevestigen. ● Het leert werken met lijm. KLOSkennis: Knutselen
5
01-2018LB
â—? Er kan met het product ook gespeeld worden. De auto kan in de garage en de raket kan in de bouwhoek op de luchthaven worden gebruikt. Dat is dus een totaal andere ervaring dan wanneer je een tekening hebt gemaakt.
Goed materiaal â—? voldoende kosteloos materiaal in verschillende formaten. Ook pastavormpjes kunnen uitstekend worden ingezet tijdens knutselactiviteiten. KLOSkennis: Knutselen
6
01-2018LB
● goed gesorteerd in bakken om chaos te voorkomen (wieltjes onder de bakken kan handig zijn). ● saté- en cocktailprikkers. ● een goede schaar, uiteraard dient er ook een linkshandige schaar beschikbaar te zijn. ● lijmflacons met doseerdop én oplosmiddel (niet op tafel zetten, maar achter de hand houden). ● plastic schorten. ● grote onderleggers die het tafelblad bedekken of een stevig plastic tafelkleed.
De taak van de leerkracht ● zorg voor de juiste materialen. ● leer de kinderen aan hoe je met lijm moet werken, namelijk niet te veel lijm gebruiken en voor het bevestigen heel even laten drogen (aandrogen). ● observeer en toon belangstelling voor het proces, maar kom pas in actie als het kind om hulp vraagt. ● alle producten worden even hoog aangeslagen, een jonge kleuter kan met groot enthousiasme van alles aan elkaar lijmen zonder te benoemen en dat proces is even waardevol als dat van een oudere kleuter, die een prachtig kasteel heeft geknutseld. ● zorg voor een groot werkoppervlak zodat kinderen de ruimte hebben, het is niet altijd nodig om daarbij ook een stoel tot je beschikking te hebben, want kinderen die groot werken bekijken hun product graag van alle kanten en dat kan als je er omheen kunt lopen.
KLOSkennis: Knutselen
7
01-2018LB
Ook hier zie je weer dezelfde ontwikkeling in het productieproces terug, namelijk ● experimenteren zonder een doel na te streven, het eindproduct is niet van belang. ● achteraf het product benoemen. ● tijdens het proces benoemen maar nog wisselen van doel op het moment dat het kind er iets anders in meent te herkennen. ● naar het vooraf plannen van de activiteit. Dat proces zie je overal terug waar iets gemaakt wordt. De fase in de ontwikkeling van het kind bepaalt hoe het proces verloopt. Dat we hier steeds opnieuw op hameren, komt voort uit het feit dat het totaal geen zin heeft om een kind dat nog in de experimenteerfase zit een opdracht te geven. Of een kind dat nog wisselt van doel daarop aan te spreken. Het kind is gewoon nog niet toe aan een vooropgezette planning. Uiteraard zijn de producten ook afhankelijk van de ontwikkeling van de fijne motoriek van het kind. Een jonge kleuter werkt vaak nog erg grof en maakt graag gebruik van dozen, doosjes en deksels van bijvoorbeeld koffiepotten, die hij makkelijk kan hanteren. Hij is meer bezig met het werken mét dan met het verwerken ván de materialen. Een oudere kleuter heeft meer oog voor detail en past dat ook toe in zijn materiaalkeuze door bijvoorbeeld autolampen van tandpasta-doppen te maken. Het moge duidelijk zijn dat knutselen bijdraagt aan de motorische ontwikkeling.
KLOSkennis: Knutselen
8
01-2018LB
Mogelijkheden: Het kind kan bijna alles maken van kosteloos materiaal: huizen, kastelen, vervoermiddelen als auto's, treinen en vliegtuigen, maar ook dieren, robots en mensen. Vaak zijn de resultaten prachtig en indien ze stevig gelijmd zijn en zorgvuldig afgewerkt (bijvoorbeeld met vernis) blijven de producten lang houdbaar.
KLOSkennis: Knutselen
9
01-2018LB
Daarnaast kan er ook gewerkt worden met kosteloos materiaal uit de natuur. Bijvoorbeeld dode takken, schors, herfstvruchten (kastanjes, eikels, dennenappels en noten), herfstbladeren, steentjes, veren, schelpen, aardappels en stro lenen zich uitstekend om te verwerken tot nieuwe producten. Iedere volwassene heeft vroeger wel eens poppetjes gemaakt van eikels en kastanjes. Indien het kind niet tot eigen vormgeving komt, kun je onderstaande mogelijkheden aandragen.
KLOSkennis: Knutselen
10
01-2018LB
Suggesties: ● ● ● ● ● ● ● ●
● ● ● ●
Ketting rijgen van bladeren met behulp van ijzerdraad. Dat kan ook in twee kleuren of met verschillende bladvormen. Bladeren en eikelhoedjes gecombineerd laten rijgen. Uiteinden aan elkaar knopen, zodat een herfstkrans ontstaat. Dierenfiguren maken van stukjes schors, takken en stro. Maskers maken van schors beplakt met eikeldoppen, beukennootjes etcetera. Mensfiguurtjes maken van takken en schors met bijvoorbeeld een notendop als gezicht. Mobile maken van takken en daar allerlei vormen aan laten hangen. Bijvoorbeeld in de herfst dennenappels, in de lente veren. Bootjes maken van schors en takken. Vlot van takken knopen (met behulp van touw). Huizen bouwen. Nest maken van stro met een vogel van takken en schors.
Men kan het kind laten werken met lijm, maar het ook leren onderdelen aan elkaar te bevestigen met verschillende soorten touw. Dit geeft vaak een heel kunstzinnig resultaat. Succes, Erica Ritzema
KLOSkennis: Knutselen
11
01-2018LB